TAM-omgevingsplan Denekamp, Diekmanweg 11 incl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering. In stal zijn vaste nestplaatsen van boerenzwaluw aanwezig en mogelijk van huismus. Door de sloop gaan de nestplaatsen verloren. Dit is verboden volgens de Omgevingswet. Aangezien de sloop niet op korte termijn plaatsvindt, wordt in het omgevingsplan geregeld dat deze sloop pas mag plaatsvinden wanneer dit niet leidt tot schadelijke effecten voor beschermde soorten. Met betrekking tot steenuil is nader onderzoek gewenst naar de aanwezigheid van nestplaatsen in de omgeving van het plangebied. Wanneer blijkt dat de steenuil voorkomt binnen het plangebied, moet hiervoor een vergunning worden aangevraagd. Om een vergunning te verkrijgen moet een mitigatieplan worden opgesteld. Met het nemen van mitigerende maatregelen heeft de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor beschermde soorten. Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd.
In voorliggend geval zijn in de directe omgeving geen ruimtelijke ontwikkelingen gaande die belangrijke milieueffecten met zich meebrengen. Cumulatie is daarom niet aan de orde.
2
Quickscan flora en fauna, Diekmanweg naast nr. 11, Denekamp (05-09-2024)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
4.
CONCLUSIE
Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de aanzienlijke milieueffecten die het project kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voorgenomen project betreft het realiseren van negen woningen op een binnenstedelijke locatie in Denekamp. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • •
De omvang van het project; Hinder.
Omvang Met een omvang van negen woningen betreft het een ontwikkeling die ruim beneden de gevallen/drempelwaarden van de plan m.e.r.-plicht blijft. De ontwikkeling is relatief gering in omvang. Hinder Tijdens de uitvoering van het voorgenomen project kunnen flora en fauna hinder ondervinden van de (bouw)werkzaamheden. Geconstateerd is dat de hinder voor omwonenden slechts tijdelijk is. Uit het onderzoek naar stikstofdepositie is gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Indien uit het nader ecologisch onderzoek blijkt dat beschermde soorten voorkomen binnen het plangebied, dient ontheffing te worden aangevraagd. Om deze ontheffing te kunnen verkrijgen dienen mitigerende en compenserende maatregelen genomen te worden. Met het nemen van de hiervoor beschreven compenserende en mitigerende maatregelen heeft de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor beschermde soorten. Plaats van de activiteit Het projectgebied ligt geheel binnen het grondgebied van de gemeente Dinkelland. Gezien de definitie uit de Bkl kan worden geconcludeerd dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van natuur en er zijn geen waardevolle groenstructuren aanwezig.
Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden. Kenmerken van de aanzienlijke milieueffecten Voor de beoordeling van eventuele aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken:
Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); Het grensoverschrijdende karakter van het effect; De waarschijnlijkheid van het effect; De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect.
Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water en stikstof geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. Voor ecologie is dit wellicht wel het geval. De ontwikkeling gaat ten slotte gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Maatregelen ter vermindering van potentiële effecten (samenvattend) Milieueffecten van de ontwikkeling van het projectgebied kunnen niet geheel worden voorkomen. De mate waarin de milieueffecten optreden kan wel gemitigeerd worden. De milieueffecten zijn zodanig ingeschat dat met uitzondering van het aspect ecologie maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Ecologie (mitigerend) Tijdens de uitvoering van het voornemen kan flora en fauna hinder ondervinden. Door buiten het broedseizoen te werken of maatregelen te treffen binnen het broedseizoen wordt eventuele hinder op natuur zoveel mogelijk beperkt. Werkzaamheden die leiden tot het beschadigen/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. Daarnaast zal volgens een ecologisch werkprotocol worden gewerkt. Wanneer uit het nader onderzoek naar de steenuil blijkt dat deze soort voorkomt binnen het plangebied, zal ook hiervoor een ontheffing worden aangevraagd en een mitigatieplan worden opgesteld. Met het nemen van de hiervoor genoemde compenserende en mitigerende maatregelen, worden de effecten op beschermde soorten ingeschaald op neutraal.
Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-MER noodzakelijk maakt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14 24.53
15
16 24.43
17
18
19
20
21
23
24
24.39
LEGENDA
24.50
24.50
22
+
24.40 24.38
24.29
bss kf
Aanbrengen betonstraatstenen, keiformaat in keperverband, kleur: rood
bss kf
Aanbrengen betonstraatstenen, keiformaat in keperverband, kleur: antraciet
bss kf
Aanbrengen betonstraatstenen, keiformaat in halfsteensverband, kleur: grijs
DK210x210
Aanbrengen dubbelklinkers 210x210x80 mm in halfsteensverband, kleur: rood
24.45
.50+ 2424.48
24.43
A
24.25
R=8 .
A
00
24.40+
R= 9.0 0
24.38
24.46
+ .50 24
24.50
24.43
bss kf
Aanbrengen 5 streks schijngoot, bss, keiformaat, kleur rood
30
24.23
24.18
24.59
24.50+
24.60+
24.49
ob 120x250 mm
Aanbrengen opsluitband 60x200mm, kleur: grijs
ob 120x250 mm
Aanbrengen opsluitband 120x250mm, kleur: grijs
B
ZONE
5.00
24.20 23.96
Aanbrengen grasbetonstenen, 400x400x120 mm in halfsteensverband, kleur: grijs
gbt400x400 ob 120x250 mm 5 str. bss kf
24.20 24.05
Aanbrengen taludbescherming, middels in het werk gestort beton
5 str. bss kf ob 120x250 mm
24.34
24.30
23.50
24.40+
24.39
B
23.48
24.55
24.44
ZONE 23.9023.57
Aanbrengen putdeksel
30
Egaliseren terrein en aanbrengen gras, zie beplantingsplan
24.51
24.19
Egaliseren terrein en aanbrengen plantsoen, zie beplantingsplan 24.22 24.47
24.56
24.19
24.27
Aanbrengen 5,0 m lichtmast, aluminium conische mast, met maaiveldbeschermer Armatuur: Philips Luma nano Gen 2 BGP 701 10 leds - 4 S - 3000 Kelvin constant lumen output 1400 lumen dimprotocol 23.00 uur tot 07.00 uur 70% Lenzen DM12
0
.0 =8
R
24.23
lm
C 24.37
24.53
24.60+
ob 1 2 24.68 5 st 0x250 m r. bs m s kf 2 24.65
bss kf
24.39 24.51
24.14
lm
5 st r. b ob24.78 120x ss kf 250 mm 24.63
Aanbrengen 4,0 m lichtmast, aluminium conische mast, met maaiveldbeschermer Armatuur: Philips Luma nano Gen 2 BGP 701 10 leds - 4 S - 3000 Kelvin constant lumen output 1100 lumen dimprotocol 23.00 uur tot 07.00 uur 70% Lenzen DM12 Aanbrengen nieuwe boom: Sa: Salix alba (schietwilg) Ag: Alnus glutinosa (zwarte els) Sb: Salix babylonica (treurwilg)
24.80 +
R= 0 6.0
24.41
4.70+
bs24.75 s kf
24.64
24.35
D
24.63
5.28
24.56
24.51
12 24.60
24.50
24.63
24.69
C
D
24.55+
24.65+
Bestaande te handhaven boom 24.74
24.44
Aanbrengen nieuwe haag, Fagus sylvatica, Acer campestre, Carpinus Betulus 5 st./m1, aanplantmaat 80/100
24.56
24.49 23.5523.64 24.68 24.74 11
E
24.49
O 5492 24.58
24.72
24.67
Hoogte nieuwe situatie t.o.v. N.A.P.
24.78+
24.69
bss kf
O 5468
5 str. bss kf ob 120x250 mm
ob 120x250 mm 5 str. bss kf
24.51
E
Taludlijnen P 1578
Bestaande perceelsgrens
5.00
24.56
Nieuwe perceelsgrens 24.50
Zicht
24.75+
24.65+
24.53
24.71
24.80 24.80
O 5124 24.68
Werkgrens
AANVULLENDE INFORMATIE
24.58
R=
14
F
Tenzij anders vermeld: Maten in meters Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P. Materiaalmaten en diameters in millimeters
1.0
0
F
24.69 24.89 24.73
Ach
24.94
24.70+
24.80+
8.17
m
24.63
24.54
DK210x210
tero
24.88
24.76 23.99
23.71
25.00
24.78
24.41
ob 120x250 mm 5 str. bss kf
24.42
24.41
24.85+
24.43
bss kf
24.88
24.29 24.38
24.93
24.88
24.88
24.80
in het werk gestort beton
24.80+
R= 1
Kavelnr. 1 BP: +25.00 603 m2
24.37
5 str. bss kf ob 120x250 mm
G
.00
G 24.29
4
2
24.50
5.00
24.44
O 5034
24.85
24.92
24.41
P 1646
P 1645
.00
H
1 R=
24.33 24.40 24.46
24.45
H
24.40
24.90+
24.60 24.41
24.43
24.24
24.47 24.39
24.35
O 5490
24.83
.00
25.05+
5 str. bss kf ob 120x250 mm
25.04+
24.95+
7+ 24.3 R= 5.0 0
Sa
24.92
in het werk gestort beton 25.02
25.13
25.13
25.14+
2.00 0.50
bss kf
ob 120x250 mm 5 str. bss kf
R=3
0 3.0 R=
5.00
24.36 23.60 23.72
0
1
5.00
24.80+ 24.74 eg Sombeekw
24.52
25.07 24.47
24.47
24.53 24.43
5
24.39
24.50
24.50
5.50
24.38
24.29
24.45 24.43
23.48
24.48
23.50 24.25
24.39
24.38
24.46
24.34 24.50
24.43
N
24.20
24.50
0 6.0 R=
24.68
24.75
24.56
P 1595
24.75
24.39 24.51
24.14
24.64
24.78
10 24.35 24.41
24.63
12 24.50
24.60
24.69
24.63
24.67
24.72
24.69
24.74
24.44
24.56
24.49 23.5523.64 24.68
24.51 24.74 11 24.49 24.58
24.56 24.50 Zicht
24.53
24.68 24.58 24.80 24.80
24.71
14 24.69 24.89 24.73
6
24.94
24.76 23.99
24.88
23.71
25.00 6
24.78
24.63
24.54 24.41
4
2
24.50
24.88
24.88
24.80
24.29
24.93
24.42 24.43
24.85
24.92
24.41 24.33 24.40 24.40
24.46
2
24.45 24.37 24.42
24.89
24.96
24.99
24.95
25.03
25.08
25.04
25.12
25.17
25.05
25.14
24.33
12
25.22
24.60
24.94
8
24.46
24.91
24.41
24.43
24.24
24.47 24.39
24.35
24.37
24.41
24.32 23.93 23.47
24.64
24.83 24.46
24.44
3.15
24.79
24.37
24.32
24.43
24.47
24.44
24.39
24.39
23.7023.59
25.19
24.78 24.52 10
7
1
24.51
24.41
5
24.40 24.46
24.55
3
24.53
24.78
24.49
24.37
24.28
24.36
24.93
23.44
24.77 24.55 24.50
24.43
24.97
24.53
25.20
24.56 24.59
25.00 24.41 24.43 24.37 23.6223.68
24.94
25.06
24.58
25.01
25.09 Hakselaar
24.59 24.43
25.03
24.51 24.52
24.48
24.69
24.64
24.67
24.61
24.62
24.57
24.47
24.44
24.54
24.36 23.60 23.72
24.92 25.02
24.54
25.13
25.13
24.66 24.61
24.40
25.12
25.15
24.69 24.57 24.47
14
24.50
24.45
24.72
24.50
24.76 24.74
0 1.0
24.57 25.33
24.60
24.59
24.63 24.68
24.75
24.55
24.56
25.01
24.40 23.50 23.48
25.04
24.76
25.12
25.15
24.69
2
24.60
24.45
24.80
ar
24.56
24.74 24.71
24.77
24.87
2
P
24.81 24.63
Haksela
25.04+
24.70
24.54
4
26
24.77
24.81
24.79
24.75 24.81
24.67 24.58 24.73
24.84 25.16
25.09
25.05
24.85
25.09
24.81 24.85
24.83
24.77
24.85 24.66
in het werk gestort beton
24.82
24.86
24.92
24.79
24.70
23.61 23.63
24.89
24.84
24.87 24.82
24.84
24.78 24.81
24.97
23.74
25.05
23.94
25.11
4
25.16
25.21
24.93
4.83
24.92 24.88
25.00
5
24 24.95
24.90 25.13 25.08
24.63
24.44 23.9023.57
24.68
24.56
24.51
R=
24.81
24.63
24.23
24.38
Kavelnr. 9 BP: +25.10 614 m2
24.69
24.51
24.65
24.19
24.27
24.44
25.04
24.76
24.45
24.47
24.56
24.53
24.29
DK210x210
Kaveln r BP: +2 . 8 5.10 449 m2
24.55
24.22
24.37
24.41
24.40 23.50 23.48
24.60
24.59 24.49
24.37
24.55
P
24.18
23.96 24.19
24.88
25.14+
24.63
24.76
24.30
rom
24.59
24.90+
24.23
24.20
Sombeekweg
Achte
Kaveln r BP: +2 . 7 5.10 412 m2
24.57 25.33
24.45
24.72
24.05
5 str. bss kf R= ob 120x250 mm 1.0 0
24.50
bss kf
24.47
ob 120x250 mm 5 str. bss kf
K BP aveln : r 69 +25 . 6 1 m .10 2 24.74
24.60
M
eg
24.54
24.44
3.0
5 24.69 str. bs ob 120x s kf 250 mm
24.57
N
5 str. bss 25.03 25.03+ kf ob 120x250 mm
bss kf
2
24.704.90+
25.09+
Hakselaar
24.47
R=
ob 120x 250 mm 5 str. bss kf
24.66
24.61
24.40
Sb 24.62
25.09
25.14
Marconiw
5 str. bs ob 120x s kf 250 mm
24.61 O 5491
25.03+
bss kf
.00 R=6
24.54
25.05
ob 120x2525.06 0 mm 5 str. bss kf
0
24.54
24.94
6.0
24.77+ 24.80+
25.20
R=
bss kf
24.37 23.62 23.68
0+
O 5489 24.57
25.17
24.8
24.67
24.37+ 24.69
25.12
5.00
Wadi 1 58,50 m3 24.52 ob 120x2 50 mm 5 str. bss kf
ob 120x 250 mm
24.64
24.43
Wadi 2 34,20 m3
5+ 24.8
M
x400
Ag
0+
24.48
25.04
5.57
Ag
24.37+
24.51
5.00
L
24.41
24.8
gbt400
K
3
0
Ag
0
24.43
5
Sa
24.77+
3.0
R=
mm
1
6.0
Ag ob 120x 24.59 250
24.93
25.19
R=
0.50 2.00
24.58
23.44
25.08
24.59
5 str. bss kf ob 120x250 mm
24.80+ 24.77+
5 str. bss kf ob 120x250 mm
O 5036
24.56 bss kf
5.00
bss kf
25.00
5.00
24.53
1.50
24.90+
24.97
24.28
.00
ob 120x250 mm 5 str. bss kf
R= 8
ob 120x250 mm 5 str. bss kf
24.55
ob 60x2 00 mm
24.77
24.36
25.03
25.14+
24.37
24.95
25.04+
24.49
24.77+
24.53
24.95+
Sa
24.55
24.78
24.43
23.70 23.59
24.37+
24.46
24.50
24.39
Kavelnr . BP: +2 3 5.10 311 m2
Kavelnr. 4 BP: +25.10 m2 24.40 548
24.41
24.77+
24.39
24.95+
24.44
24.47
24.95+
24.43
Lm2 1.50
24.90+ 24.86+ 24.81+
K
24.77+
23.30+
24.32
24.78
10
J
Overstortconstructie middels in het werk gestort beton
0 mm
24.37
.5 Kavelnr 0 .1 5 2 + 24.51 BP: 2 m 8 66
P 1639
24.67+
24.44
24.79
24.52
P 1638
Sa
ob 60x2 0
24.46
0 1.0 R= 24.64
24.32 23.93 23.47
bt 300x
O 5161
24.41
23.30+
J
24.37
Kavelnr . BP: +2 2 5.10 369 m2
23.30+
24.91
L
25.22
P 1637 24.46
mm
24.94
300x60
12
24.99
24.96
24.89
24.33
25.00+
24.42
6.13
DK210x210
24.37
24.94
24.80
25.16
25.19
25.26
25.00
6
25.04
25.03
25.10
P 1608 24.56
25.14
25.20
25.29
24.07
24.74 2 22
24.71
24.77
24.87 24.81
24.79
20
26
24.77
4
Overzicht plangebied
24.75
schaal 1:2000
18
6
24.81
24.67
3
1A
24.58 24.73
Q
24.84 25.05
24.85
25.09
25.16
P 1206
25.09
24.81
Opdrachtgever
24.85
24.83
24.77
24.85 24.66
O 157
24.82
24.86
24.92
24.79
24.70
Niehof B.V.
P 1609 23.61 23.63
Project
24.89
Ontwikkeling Diekmanweg
24.84
Onderdeel
Verhardingstekening
24.87
R
Documentstatus
24.82
24.84
24.78 24.81
24.97
23.74
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
25.05
25.11
12
13
14
21
Getekend door
Gecontroleerd door
S. Schulte
R. Nieuwe Weme
Blad
Aantal
1
1
Schaal
Formaat
1:200
A0
R
24-10-2025
4
25.21
www.buro-twin.nl info buro-twin.nl
P 1525
24.93
1
23.94
Tekeningnummer
TWIN-240640
Datum uitgifte
Concept 25.16
Projectnr.
15
16
17
18
19
20
21
22
23
Bestandsnaam: NS-21 Diekmanweg.dwg
Q
24
AERIUS-berekening
Denekamp, Diekmanweg 11
Oktober 2024
Definitief
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
AERIUS-BEREKENING DENEKAMP, DIEKMANWEG 11
Auteur: Status: Datum: Versie:
BJZ.nu Definitief 18 oktober 2024 1
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 HOOFDSTUK 2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING ....................................................... 4 HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 6 3.1 3.2 3.3
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 6 AANLEGFASE ............................................................................................................................................... 6 GEBRUIKSFASE .......................................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 4 RESULTATEN & CONCLUSIE ............................................................ 13 4.1 4.2 4.3
AANLEGFASE ............................................................................................................................................. 13 GEBRUIKSFASE .......................................................................................................................................... 13 CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 13
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING .................................................................... 14 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2
REKENRESULTATEN AANLEGFASE ........................................................................................................... 14 REKENRESULTATEN GEBRUIKSFASE......................................................................................................... 15
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
HOOFDSTUK 1
INLEIDING
Voorliggende AERIUS-berekening heeft betrekking op de voorgenomen ontwikkeling in Denekamp aan de Diekmanweg. Het voornemen bestaat om op de onbebouwde gronden negen woningen te realiseren. In afbeelding 1.1 zijn uitsneden van het plangebied ten opzichte van Denekamp (rode ster) en ten opzichte van de directe omgeving (rode omkadering) opgenomen.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (Bron: plattekaart.nl)
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is inzicht in de te verwachten effecten van stikstof op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu is gevraagd om de te verwachten stikstofemissie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele gevolgen daarvan inzichtelijk te maken. De stikstofberekening is uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2024. In voorliggend rapport wordt een toelichting op de AERIUS berekening gegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
HOOFDSTUK 2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Het voornemen bestaat om in Denekamp aan de Diekmanweg negen woningen te realiseren. Het perceel heeft momenteel een agrarische bestemming. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van vijf vrijstaande woningen en vier twee-onder-een-kapwoningen. De woningen worden gasloos gebouwd. Tevens wordt er verharding aangelegd, evenals twee kleine wadi’s en beplanting. Het schuurtje in het noorden van het plangebied zal worden gesloopt. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van het plangebied (rode omkadering) weergegeven. In afbeelding 2.2 is een tekening van de gewenste situatie weergegeven.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
Afbeelding 2.2
Situatietekening gewenste situatie (Bron: Leferink Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
HOOFDSTUK 3 3.1
UITGANGSPUNTEN
Algemeen
Het plangebied bevindt zich op circa 1,9 kilometer van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000gebied ‘Dinkelland’. Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase en als gevolg van de gebruiksfase. Hierna worden de uitgangspunten per fase toegelicht.
3.2
Aanlegfase
3.2.1
Algemeen
Binnen de aanlegfase (realisatie voornemen) is in voorliggend geval sprake van de volgende activiteiten (bronnen) die bijdragen aan de emissie van stikstof: 1. 2. 3. 4.
Verkeersgeneratie sloop- en bouwverkeer van en naar het plangebied; Laden en lossen van bouwverkeer; Emissie koude start bouwverkeer; Te benutten werktuigen binnen het plangebied.
In de berekening is ervan uit gegaan dat de bouwactiviteiten binnen één jaar zullen plaatsvinden. Doordat de AERIUS-calculator rekent met een stikstofemissie/ -depositie per jaar, worden alle stikstofbronnen van de aanlegfase in één (reken)jaar opgenomen. Dit is een worst-case scenario. 3.2.2
Verkeersgeneratie sloop- bouwverkeer
3.2.2.1 Algemeen De realisatie van het voornemen heeft een tijdelijke toename van vervoersbewegingen tot gevolg, namelijk door de komst van het personeel (bouwvakkers en aannemers) en de aan- en afvoer van bouwmateriaal en bouwafval. Dit heeft tijdelijke stikstofuitstoot tot gevolg. 3.2.2.2 Sloop De twee schuurtjes in het noorden van het plangebied worden gesloopt. In totaal bedraagt het te slopen oppervlak circa 148 m2 (63 m2 + 85 m2). De omtrek van de te slopen bebouwing is circa 77 m (32 m + 44 m). De goothoogte van beide gebouwtjes bedraagt 2,4 meter. Zodoende is er sprake van een muuroppervlakte van 185 m2. De muren bestaan uit bakstenen. Verondersteld wordt dat sprake is van een spouwmuur zodat de totale te slopen muuroppervlakte 370 m2 bedraagt. Een metselsteen heeft een dikte van 0,1 meter zodat er in totaal sprake is van 37 m3 aan steen (puin) dat moet worden afgevoerd. Uitgangpunt is dat er sprake is van los storten. Hiervoor wordt een volumefactor van 1,5 gehanteerd. In totaal wordt dan circa 56 m3 aan puin afgevoerd in containers met een inhoud van 20 m3. Zodoende zijn 3 containers nodig waarbij het uitgangspunt is gehanteerd dat de containers worden gebracht en in een later stadium worden opgehaald.
Dit resulteert in 3 vrachtwagens brengen (en 3 die weer leeg vertrekken; 6 bewegingen) en weer ophalen (3 vrachtwagens die leeg aankomen en vol weer vertrekken; 6 bewegingen). In totaal zijn er 6 vrachtwagens; 12 vrachtbewegingen nodig voor het slopen van de gevels. De daken en de vloer van de verdieping hebben een oppervlakte van circa 300 m2 waarbij uitgegaan wordt van een dikte van 0,1 meter zodat er in totaal sprake is van 30 m³ aan puin. Met los storten met een volumefactor van 1,5 resulteert dit in 45 m³ aan puin afgevoerd in containers met een inhoud van 20 m³. Dit resulteert in 3 containers, dus 6 vrachtwagens en 12 vrachtbewegingen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief Verder zal er sprake zijn van 1 container voor de afvoer van restafval. Ook hier is verondersteld dat de containers worden gebracht en op een later stadium worden opgehaald (worst case). Zodoende is er sprake van 2 vrachtwagens; 4 bewegingen van zware vrachtwagens. Uitgangspunt is dat de sloop 5 werkdagen duurt. Gedurende deze periode doen elke dag 2 lichte voertuigen de locatie aan overeenkomende met 4 bewegingen per dag (20 bewegingen in de sloopfase). Onderstaande tabel geeft het totaal aantal voertuigen en verkeersbewegingen weer van de sloopfase. Type verkeer
Aantal voertuigen
Licht verkeer Zwaar verkeer
10 14
Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 20 28
3.2.2.3 Bouwen woningen Voor de te realiseren woningen wordt een bouwput gegraven van circa 100 m2 met een diepte van 1 meter per woning. In totaal moet zodoende 900 kubieke meter grond worden afgegraven. Een deel van het zand zal binnen het plangebied hergebruikt worden bij de fundering en de bestrating. Aangenomen wordt dat de helft van het zand afgevoerd dient te worden. Een zandvrachtwagen heeft een capaciteit van 20 m3. In totaal zijn er dan ook ((900/2)/20) = 23 vrachtwagens benodigd om het overtollige zand af te voeren (23 vrachtwagens; 46 verkeersbewegingen). Bij de te realiseren woningen wordt ervanuit gegaan dat beton gestort over de gehele oppervlakte met een dikte van 50 cm. Bij een oppervlakte van 900 m2 resulteert dit in 450 m3 beton. Een betonvrachtwagen heeft een laadvermogen van 15 m3, waardoor er 30 vrachtwagens nodig zijn voor het leveren voor beton. Dit resulteert in 60 bewegingen van betonvrachtwagens. De begane grond alsmede verdiepingsvloer van de woningen bestaan uit betonplaten. Voor de woningen zijn 5 vrachtwagens met betonplaten benodigd (10 bewegingen). Voor de aanvoer van bouwmaterialen (begane grondvloer, binnen gevelstenen, buiten gevelstenen, de kap, dakpannen, cementdekvloer, leidingwerk, riolering etc.) komen verschillende vrachtwagens. In totaal wordt rekening gehouden met 8 zware vrachtwagens en 4 middelzware vrachtwagens per woning.
Bij 9 woningen resulteert dit in 72 zware vrachtwagens (144 bewegingen zware vrachtwagens) en 36 middelzware vrachtwagens (72 bewegingen middelzware vrachtwagens) voor het brengen van bouwmaterialen. Voor het materiaal van de installateurs wordt er vanuit gegaan dat per woning één middelzware vrachtwagen benodigd is (9 middelzwaar; 18 bewegingen). Bouwafval wordt afgevoerd in 5 bouwcontainers. Deze worden gebracht en op een later moment opgehaald. Dit resulteert in 5 volle vrachtwagens (10 bewegingen) en 5 lege vrachtwagens (10 bewegingen). Ten behoeve van de bouwwerkzaamheden worden er een aantal werktuigen in het projectgebied ingezet. Deze voertuigen worden ofwel gebracht door een zwaar vrachtvoertuig, ofwel rijden zelf naar het projectgebied toe. In onderstaande tabel zijn het aantal werktuigen en de hoeveelheid vrachtvoertuigen weergegeven: Werktuig
Fase
Graafmachine 1 Shovel 1
Sloop bebouwing Sloop bebouwing Bouwrijp maken Bouwrijp maken Bouwen woningen Bouwen woningen
Graafmachine 2 Shovel 2 Betonstorter Mobiele hijskraan
Aantal vrachtvoertuigen 2
Aantal voertuigbewegingen 4
2
4
2
4
2
4
2
4
2
4
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief Heistelling Trilplaat Mini shovel Mini graafmachine Totaal
Bouwen woningen Aanleggen verharding Aanleggen verharding Aanleggen kabels en leidingen
2
4
2
4
2
4
2
4
20
40
In totaal zijn er 40 bewegingen van zware vrachtvoertuigen nodig om de werktuigen van en naar het projectgebied te brengen en halen. Voor realisatie van verharding en groen binnen het plangebied wordt uitgegaan dat hiervoor 40 vrachtwagens; 80 bewegingen benodigd zijn. De bouwperiode duurt circa 52 weken (260 werkdagen). Er komen 4 lichte voertuigen per dag zodat er in totaal sprake is van 1.040 lichte voertuigen en 2.080 voertuigbewegingen in de gehele bouwperiode. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten is tijdens de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake van de volgende verkeersgeneratie: Type verkeer
Aantal voertuigen
Licht verkeer Zwaar verkeer
10 14
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
1.040 45 200
Licht verkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer
1.050 45 214
Sloopfase
Bouwfase
Resumé
Aantal verkeersbewegingen (aantal voertuigen x2) 20 28 2.080 90 400 2.100 90 428
In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het plangebied, vanuit gegaan dat het bouwverkeer de locatie via de Diekmanweg in de noordelijke richting bereikt en verlaat. Vervolgens bereikt het verkeer de Sombeekweg om vervolgens de Scandinavië-route (N342) te bereiken. Op deze weg kan gesteld worden dat het bouwverkeer qua rij- en stopgedrag niet meer te onderscheiden is van het overige verkeer en opgaat in het heersende verkeersbeeld. Route 1 is gemodelleerd als ‘binnen de bebouwde kom (doorstromend)’. Voor de route binnen het plangebied wordt gerekend met wegtype ‘binnen de bebouwde kom (stagnerend)’. Op deze wijze wordt het manoeuvreren van voertuigen op het terrein van het plangebied gesimuleerd. 3.2.3
Emissies stationair draaien, laden en lossen
Tijdens het laden en lossen van beton, betonplaten, afvalcontainers, bestrating, puin en zand draait een vrachtwagen stationair. Hierdoor is sprake van een NOx emitterende bron. Om deze reden is de emissie van het laden en lossen van deze vrachtwagens in de berekening meegenomen. Gemiddeld draaien deze vrachtwagens 10 minuten stationair. In de berekening is gebruik gemaakt van de onderstaande gegevens: Type
Middelzwaar verkeer
Rekenjaar
Vrachtaantal
2025
45
Maximaal aantal laadlos minuten 10
Aantal uren totaal/jaar 8
Emissiefactor Gr/uur NOx NH3 64,65 0,7116
Emissie kg/jaar NOx 0,52
NH3 0,006
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief Zwaar 2025 verkeer Totale emissie
194
10
34
92,4864
0,8976
3,05
0,03
3,57
0,036
Het stationair draaien is als oppervlaktebron in de AERIUS-Calculator ingevoerd onder ‘anders’ De bovenstaande emissies zijn gemodelleerd als een oppervlaktebron. Voor de uittreedhoogte en spreiding is 2,5 meter aangehouden. 3.2.4
Emissie koude start bouwverkeer
Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: •
Licht verkeer: alle voertuigen bereiken het projectgebied aan het begin van de werkdag en verlaten het projectgebied aan het eind van de werkdag: één koude start per voertuig;
•
Middelzwaar verkeer: alle voertuigen doen het projectgebied slechts korte tijd aan voor laden en lossen waarbij de motor stationair blijft draaien (zie vorige paragraaf). Er is geen sprake van een koude start;
•
Zwaar verkeer: alleen de voertuigen die de mobiele werktuigen komen brengen (begin van de werkdag) en ophalen (eind van de werkdag) kennen een koude start. De motor hoeft namelijk niet stationair te draaien bij het ophalen van de werktuigen. Worst-case is er vanuit gegaan dat bij deze zware vrachtvoertuigen sprake is van een koude start.
Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 1.050 koude starts voor licht verkeer en 10 koude starts voor zwaar verkeer. De emissie is in de AERIUS-Calculator als oppervlaktebron ingevoerd. 3.2.5
Emissies mobiele werktuigen
3.2.5.1 Algemeen Tijdens de realisatie van het voornemen worden er werktuigen ingezet. Deze werktuigen stoten stikstof uit en dienen om deze reden in ogenschouw genomen te worden. Voor het berekenen van het dieselverbruik is gebruik gemaakt van de instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024. Voor het berekenen van het dieselverbruik is de volgende formule aangehouden: LBPJ = (0.095 * Pmax + 0,54) * D LBPJ staat in de bovengenoemde formule voor literverbruik per jaar. Pmax is het maximale vermogen van het werktuig en D staat voor het aantal draaiuren. Daarnaast is er rekening gehouden met het gebruik van AdBlue. Ligterink et al 2021 1 constateert dat voor Stage IV en V werktuigen dit 6% van het totale dieselverbruik bedraagt. In de rest van deze paragraaf zijn de werktuigen nader toegelicht en uitgewerkt. Graafmachine 1 (100 kW) Voor de sloop van de huidige bebouwing wordt een graafmachine ingezet. Deze is 6 uur per dag gedurende 5 dagen in werking. In totaal is de graafmachine 30 uur werkzaam. Shovel 1 (50 kW) Voor de sloop van de huidige bebouwing wordt een shovel ingezet. Deze is 6 uur per dag gedurende 5 dagen in werking. In totaal is de shovel 30 uur werkzaam. Graafmachine 2 (100 kW) Voor de fundering wordt een gat gegraven van 900 m2 (100 m2 per woning) en een diepte van 1 meter. In totaal wordt er dus 900 m3 aan grond afgegraven.
De bakinhoud van een graafmachine is 1,5 m3. Zodoende zijn er 600 graafbewegingen nodig. 1 graafbeweging duurt 1,5 minuut. In totaal is de graafmachine 900 1
Ligterink et al., 2021. ‘AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen’. TNO_2021_R12305
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief minuten (15 uur) bezig met graven. Aangenomen wordt dat de helft van de grond wordt opgeslagen in het plangebied. Voor het herverdelen is de graafmachine dus 8 uur extra bezig. In totaal is de graafmachine 23 uur werkzaam. Shovel 2 (50 kW) Tijdens de bouwfase wordt een shovel ingezet voor het verplaatsen van bouwmaterialen. Aangenomen wordt dat de shovel 3 uur per woning wordt ingezet. In totaal komt het aantal uur neer op 27 uur. Betonstorter (150 kW) Voor de vloeren van de begane grond wordt beton gestort. Deze laag beton wordt gestort op een oppervlakte van 900 m2 met een diepte van 0,5 meter. In totaal wordt er voor de 9 woningen circa 450 m3 aan beton gestort. Een betonstorter kan 50 m3 beton per uur verwerken. Dit resulteert in 9 uur dat de betonstorter aan het werk is. Mobiele hijskraan (150 kW) Ten behoeve van het project wordt er gebruik gemaakt van een mobiele hijskraan. Verwacht wordt dat de mobiele hijskraan gemiddeld 8 uur per woning aan het hijsen is. Dit resulteert in 72 uren. Heistelling (250 kW) Ten behoeve van het heien van palen zal gebruik worden gemaakt van een heistelling. Ingeschat is dat de heistelling gemiddeld 2 uur nodig heeft voor een woning. Dit zorgt voor 18 uur aan heien. Mini shovel (30 kW) De mini shovel zal worden gebruikt bij het aanleggen van de verharding en het groen.
Aangenomen wordt dat de shovel 40 uur wordt ingezet. Trilplaat (10 kW) De triplaat/stamper zal worden gebruikt om de grond voor het bestraten te egaliseren. Aangenomen wordt dat de trilplaat/stamper 40 uur wordt ingezet. Mini graafmachine (28 kW) De mini graafmachine zal worden gebruikt voor het aanleggen van de riolering, kabels en leidingen en voor de wadi’s. Aangenomen wordt dat de mini graafmachine 40 uur ingezet zal worden binnen het projectgebied. In de onderstaande tabel zijn de gegevens zoals ingevoerd in de AERIUS-Calculator weergegeven. De werktuigen zijn in de AERIUS-berekening ingevoerd als ‘oppervlaktebron - mobiele werktuigen’. Opgemerkt wordt dat in de AERIUS-Calculator geen decimale getallen ingevoerd kunnen worden. Daarom zijn alle getallen voor dieselverbruik naar boven afgerond en alle getallen voor AdBlue verbruik naar beneden. Werktuigen
Categorie
Aantal uren totaal
Max. vermogen (kW)
Dieselverbruik totaal
Aantal liter AdBlue
Sloopfase Graafmachine 1
STAGE IV
30
100
302
18
Shovel 1
STAGE IV
30
80
245
14
Bouwfase Graafmachine 2
STAGE IV
23
100
231
13
Shovel 2
STAGE IV
27
50
143
n.v.t.
Betonstorter
STAGE IV
9
150
134
8
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief Mobiele hijskraan
STAGE IV
72
150
1.065
63
Heistelling
STAGE IV
18
200
352
21
Woonrijp maken Mini shovel
STAGE IV
40
30
136
n.v.t.
Trilplaat
Benzine, 2 takt
40
10
60
n.v.t.
Mini graafmachine
STAGE IV
40
28
128
n.v.t.
3.3
Gebruiksfase
3.3.1
Algemeen
In de berekening voor de gebruiksfase worden de NOx en NH3 emitterende bronnen van de voorgenomen ontwikkeling in kaart gebracht. Deze emitterende bronnen bestaan in dit geval uit: • • • 3.3.2
Gasverbruik nieuwe woningen; Verkeersgeneratie gebruiksverkeer; Emissie koude start gebruiksverkeer. Woningen
De nieuwe woningen, worden conform aansluitverbod uit 2018 (Wet Voortgang Energietransitie), niet op het gasnet aangesloten. Hierdoor zijn de woningen zelf geen NOx of NH3 emitterende bron. Doordat de nieuwe woningen gasloos worden gebouwd, is ten aanzien van het gebruik van de woningen zelf geen sprake van stikstofemissies en deposities op Natura 2000-gebieden. De woningen zijn dan ook neutraal (zonder emissies) gemodelleerd in de AERIUS-berekening. 3.3.3
Verkeersgeneratie
De te realiseren woningen brengen een bepaald aantal verkeersbewegingen met zich mee. Dit heeft stikstofuitstoot tot gevolg. Het toenemend aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project heeft dan ook invloed op de AERIUS-berekening en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 744 (augustus 2024)’ van het CROW. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •
Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk / Gemeente Dinkelland (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom.
In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie
Verkeersbewegingen per woning per weekdag (gemiddeld)
Aantal woningen
Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld)
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief Koop, huis, twee-onder7,8 een-kap Koop, huis, vrijstaand 8,2 Totaal (afgerond naar boven)
4
31,2
5
41 72,2
De totale verkeersgeneratie voor de te realiseren woningen komt afgerond neer op 73 verkeersbewegingen per weekdag. In verband met het ophalen van vuilnis, veegwagens en het leveren van goederen voor de woningen is rekening gehouden met 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning. Dit komt overeen met tabel A6 in de publicatie van het CROW. Dit komt neer op 0,02*9= 0,18 vrachtwagenbewegingen per etmaal. In voorliggend geval wordt er, gezien de ligging van het plangebied, vanuit gegaan dat het verkeer de locatie via de Denekampweg bereikt en verlaat. Voor de routes wordt gesteld dat deze hetzelfde zijn als beschreven in paragraaf 3.2.3. 3.3.4
Emissie koude start gebruiksverkeer
Zoals in de vorige paragraaf is genoemd, dient de emissie als gevolg van een koude start te worden meegenomen bij voorliggende stikstofberekening. De emissie van de koude start vindt hoofdzakelijk plaats rondom de startlocatie van het voertuig en niet op de wegen met doorgaand verkeer. Na ongeveer 2 uur stilstand (zonder draaiende motor) is de motor weer koud. Dit is van belang voor het toekennen van emissie op locaties waar voertuigen tijdelijk stilstaan, zoals parkeerplaatsen. Om het aantal koude starts te bepalen zijn onderstaande uitgangspunten gebruikt: • •
Licht verkeer: alle voertuigen verlaten het projectgebied aan het begin van de werkdag en bereiken het projectgebied aan het eind van de werkdag: één koude start per voertuig; Zwaar verkeer: de zware voertuigen staan niet langer dan 2 uur stil met de motor uit. Er is geen sprake van een koude start.
Dit leidt tot het volgende aantal koude starts: 37 koude starts voor licht verkeer. De emissie is door middel van een oppervlaktebron gemodelleerd op het gehele plangebied, aangezien de parkeerplaatsen zich verspreid over het plangebied begeven.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
12
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
HOOFDSTUK 4 4.1
RESULTATEN & CONCLUSIE
Aanlegfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 1 bijgevoegd.
4.2
Gebruiksfase
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De onderdelen en resultaten van de AERIUS-berekening zijn in bijlage 2 bijgevoegd.
4.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 10.24, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
13
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
BIJLAGEN BIJ DE STIKSTOFBEREKENING Bijlage 1
Rekenresultaten aanlegfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
14
AERIUS-berekening Denekamp, Diekmanweg 11 Definitief
Bijlage 2
Rekenresultaten gebruiksfase
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
15