CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025 Dinkelland.pdf

Gemeenteraad 16 juli 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 4: Voorstel inzake vaststellen perspectiefnota 202525.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naar een toekomstige agrarische sector

•

Ons unieke landschap en natuur worden geborgd

In dit programma maken we ook de afweging hoe om te gaan met de unaniem aangenomen verzamelmotie met betrekking tot het onderwerp: •

Stimuleren van innovatie in de agrarische sector

Actielijn 1

Naar een toekomstbestendige agrarische sector

De toekomst van de agrarische sector en daarmee het landelijk gebied wordt voor een aanzienlijk deel gestuurd en bepaald door Europese wet- en regelgeving. Op nationaal niveau is dit uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en door de provincie vertaald in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (afgerond in 2023). Dinkelland maakt onderdeel uit van de Gebiedsgerichte aanpak Noordoost-Twente (GGA-NOT). Samen met de vier NOT gemeenten gaan we de transitie inhoud geven waarbij een realistisch perspectief voor de agrariërs een belangrijk uitgangspunt is. Stimuleren van innovatie in de agrarische sector staat hierbij centraal. Het kabinet investeert fors in de opgaven voor water, natuur en klimaat en in de verduurzaming van de landbouw. De keuzes en investeringen in de landbouw worden gekoppeld aan verduurzaming, kringlooplandbouw, nieuwe verdienmodellen en verbetering van de positie van de boer in de keten. We hebben daarbij nadrukkelijk aandacht voor de transitiekansen van agrariers, zowel voor agrariers die blijven als wel stoppen.

Ons doel We gaan als proactieve gebiedspartner een bijdrage leveren aan een economisch perspectief voor het buitengebied in zijn algemeenheid en de agrarische sector in het bijzonder. We richten ons vooral op het opstellen en uitvoeren van een Uitvoeringsagenda. In deze agenda wordt nadere richting gegeven aan het perspectief van het buitengebied. In 2026 hebben we de verkregen inzichten en de uitgewerkte plannen vanuit het NPLG omgezet in operationeel beleid gericht op de transitie van de agrarische sector. En in 2026 zijn er in deelgebieden zichtbare stappen gezet met betrekking tot zowel het perspectief voor de landbouw als de natuur- en waterdoelen. Via de volgende inspanningen willen we ons doel bereiken: •

We zetten menskracht en middelen in om lokaal en bovenlokaal een voortrekkersrol te vervullen. We zijn partner in de NOT-Gebiedsprocessen.

27

•

Het agrarisch consulentschap zetten we voort, evenals de rol van de ervencoach voor de landbouw. Dat geldt ook voor onze betrokkenheid bij Mineral Valley Twente en LEADER. Samen met de provincie, het waterschap, maatschappelijk partners en stakeholders stellen wij de NOT Gebiedsagenda 2023- 2030 op.

•

We ontwikkelen een gemeentelijke visie op toekomstige economische dragers voor ons buitengebied.

•

Bedrijfsbezoeken en persoonlijke contacten op het erf zijn een belangrijk onderdeel van onze (persoonlijke) inzet.

•

We hanteren een aanpak op doelgroepen. We richten ons vooral op transitiekansen van agrariers en hebben daarbij ook oog voor de sociaal maatschappelijke impact.

Hoe leveren we een bijdrage aan een toekomstbestendige agrarische sector? a. Knoppen bedienen. We gaan de komende jaren een maximale inspanning leveren om de complexe processen in het landelijk gebied soepeler te laten verlopen. Wij zien onszelf als de “verbinder” en “facilitator”. Bestuurlijk en ambtelijk nemen we deel aan elke relevante “tafel” om de collectieve belangen van Dinkellandse doelgroepen en de gebiedsopgaven te behartigen. Daar waar mogelijk gaan we landelijk, provinciaal en lokaal een voortrekkersrol vervullen. b. Samenlevingsgerichtheid. We bouwen aan duurzame relaties in een krachtenveld waar de belangen ver uit elkaar liggen. We staan naast onze agrariërs/ inwoners en ondersteunen hen bij de keuzes op weg naar een meer duurzame bedrijfsvoering. De Gebiedsgerichte Aanpak NOT GGA is het voertuig voor dialoog en samenspel met onze inwoners. c.

Sociaal maatschappelijke impact. We beschouwen voortdurend de effecten van de activiteiten die er plaatsvinden op de impact die het heeft op mens en maatschappij. In het bijzonder hebben we aandacht voor de transitiekansen van de “blijvers” en het bieden van een perspectief op de “stoppers”.

Actuele ontwikkelingen Zoals bekend zou de transitieopgave in het landelijk gebied met name worden opgepakt door middel van gebiedsprocessen/GGA, aangestuurd door de provincie Overijssel in het kader van het PPLG. Momenteel is nog onhelder wat het nieuwe kabinet concreet gaat betekenen voor de opgaven in onze gemeente. Al wel is helder dat veel minder middelen beschikbaar zullen zijn voor de transitie, dat natuur ondergeschikt gemaakt wordt aan landbouw en dat agrarisch natuurbeheer een extra impuls krijgt. Tegelijkertijd blijft bepaalde wet- en regelgeving op het gebied van klimaat en water een grote impact hebben op ons buitengebied, kampen veel agrariers met een acuut mestprobleem (wat ertoe kan leiden dat zij stoppen) en neemt de biodiversiteit gestaag af. In het kader van het PPLG zijn destijds zes deelgebieden en gebiedsteams ingericht in Overijssel. Noordoost-Twente is zo'n deelgebied met een gebiedsteam en -tafel waaraan ook onze gemeente deelneemt, naast andere stakeholders zoals het waterschap, provincie en de landbouworganisaties. Op dit moment wordt vooral ingezet op het elkaar goed informeren en het informeren van agrariers en andere landeigenaren in het buitengebied over alle ontwikkelingen (onder andere door de proef met inloopspreekuren). Waar mogelijk wordt verkend of een gebiedsproces mogelijk is.

Kosten voor de inzet van ambtelijke ondersteuning bij deze projecten, zijn (grotendeels) vergoed door de provincie vanuit de (rijks-)middelen die beschikbaar gesteld waren voor de transitieopgave in het landelijke gebied. De rijks- en provinciale middelen voor de transitie voor het buitengebied lopen met het nieuwe kabinet drastisch terug. Desalniettemin zal de gemeente te maken krijgen met stoppers en agrariers die willen transformeren, opgaven in het kader van de KRW en een biodiversiteit die verslechtert.

28

Kortom, ongeacht de politieke wind in Den Haag, blijven de opgaven in ons buitengebied groot en is een actieve houding van onze gemeente nodig om te zorgen voor een toekomstbestendig, leefbaar platteland, waarin natuur en de agrarische sector in balans zijn.

Actielijn 2 Ons unieke landschap en natuur worden geborgd We willen de landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente en dus ook van Dinkelland behouden en ontwikkelen. We maken ons sterk voor het behoud van ons veelzijdige cultuurlandschap, de natuur en de biodiversiteit.

Ons doel We gaan ons inzetten voor het behoud en vergroten van de kwantiteit en kwaliteit van ons unieke landschap, de natuurwaarden en biodiversiteit. Met verdienmodellen voor grondeigenaren als voorwaarde biedt vergroting van kwaliteit en kwantiteit van natuur, landschap en biodiversiteit een bijdrage aan toekomstperspectief. Dat doen we als gebiedspartner, als kartrekker, als beïnvloeder of als overheid die regels stelt. In 2026 hebben we reële stappen gezet voor verbeteren van kwaliteit van landschapselementen, is de biodiversiteit op gemeentegronden toegenomen en gebruiken we onze netwerken om de waarde van natuur, landschap en biodiversiteit aandacht te geven en te versterken.

Hoe leveren we een bijdrage aan de borging van ons unieke landschap en natuur? 1. N2000. We werken samen met vele partners en stakeholders aan de realisatie van de N2000 opgaven. 2. Inpassen projecten. We werken samen met diverse partijen aan hoge kwaliteit van ontwerp, aanleg en beheer van de landschappelijke inpassing van (energie)projecten. Aan deze landschappelijke inpasbaarheid stellen we hoge eisen. 3. Kennis en informatie. We gaan meer inzet plegen op voorlichting en educatie over natuur, landschap en biodiversiteit. Dit doen we samen met onze gebiedspartners. 4. Beleidsstrategie. We evalueren, verbeteren en wijzigen indien nodig onze ambities uit de Omgevingsvisie en de Waardenkaart. 5. Knoppen bedienen. Waar kansen liggen gaan we landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal aan de beleidsmatige en strategische knoppen zitten en in deze een voortrekkersrol vervullen. 6. Biodiversiteit. de kansen voor verbetering van biodiversiteit op en aan gemeentegronden worden onderzocht. De onderzoeksresultaten zullen de basis vormen voor een concreet uitvoeringsplan.

Actuele ontwikkelingen Het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet maakt natuur ondergeschikt aan landbouw en richt zich op (waar nodig) in stand houding van natuur en cultuur landschap (dus geen verbetering). Wel krijgt agrarisch natuurbeheer een extra impuls. Deze ecosysteemdiensten zijn van groot belang voor ons landschap, natuur en biodiversiteit. Onze gemeente maakt zich hard voor het voort bestaan van agrariers die immers van groot belang zijn voor de leefbaarheid, het onderhoud van ons landschap en deze ecosysteemdiensten. Nu de Natura2000-projecten in de uitvoeringsfase terecht komen, zal extra inzet van de gemeente niet meer nodig zijn en door de provincie vergoed worden. Gemeentelijke werkzaamheden in deze laatste fase betreffen regulier gemeentelijk werk. Om die reden worden geen financiële ontwikkelingen verwacht die aanleiding geven tot een aanvullende claim. Diverse onderzoeken laten zien dat de biodiversiteit in Nederland gestaag achteruit gaat en de natuur op verschillende plekken verslechtert. Dit blijft dus onverminderd om aandacht vragen.

29

Met alle (toekomstige) claims op grond in het buitengebied, is en blijft passendheid in ons unieke landschap een belangrijk criterium. Kortom, ook hier geldt dat ongeacht de politieke wind in Den Haag, de opgaven voor onze natuur en landschap groot blijven en wezenlijk zijn voor een toekomstbestendig, leefbaar buitengebied.

30

Programma Iedereen Gezond Inleiding Iedereen Gezond Gezond zijn is veel meer dan niet ziek zijn. Gezondheid gaat over sociale, mentale, financiële (of economische) en fysieke gezondheid. Het doel is dat onze inwoners in 2026: •

Minimaal even gezond en gelukkig zijn (fysiek, mentaal, sociaal en economisch)

•

En het gevoel van veiligheid behouden ten opzichte van 2021

Wij ontwikkelen een actuele en vernieuwende visie op het sociaal domein. De beschikbare financiële middelen in het gemeentelijke sociale domein worden efficiënt en effectief ingezet, waarbij we prioriteiten stellen, keuzes maken en op zoek gaan naar slimme combinaties. We vertalen onze ambities naar vier actielijnen; •

De zorg voor onze inwoners is op orde

•

Gezond in je lijf en in je hoofd

•

Iedereen doet mee

•

Iedereen is veilig

Actuele ontwikkelingen De zorgkosten stijgen, mede als gevolg van een complexere en meer zichtbare zorgvraag. Voor de gezondheid van onze inwoners en om de zorg betaalbaar en bereikbaar te houden voor diegene die het echt nodig hebben, zien we een toenemend belang van de inzet op preventie en het versterken van de sociale basis. Landelijk zien we dit onder andere terug in : •

de hervormingsagenda Jeugd

•

gezond en actief leven akkoord en de bijbehorende brede spuk

•

het integraal zorgakkoord

•

nationaal preventie en sportakkoord.

In het hoofdlijnenakkoord geven de vier partijen aan dat preventie meer centraal komt te staan om daarmee de zorg voor de toekomst ook toegankelijk te houden. Aandacht voor sport en bewegen, het verkleinen van gezondheidsverschillen en het beheersen van de zorgvraag zijn daarbij belangrijk. Daarnaast laat het hooflijnenakkoord zien dat vooral ingezet wordt op de curatieve, langdurige zorg. Er is geen aandacht voor gezond opvoeden en opgroeien in een gezonde leefomgeving en het belang van het versterken van de sociale basis. Dit terwijl dat cruciaal is om het beroep op toekomstige curatieve en langdurige zorg te beheersen. De hervormingsagenda jeugd gaat door, die laat wel een beweging zien naar het versterken van de sociale basis om zwaardere vormen van jeugdzorg te voorkomen. Op regionaal niveau zien we in het onlangs vastgestelde regiobeeld een aantal ontwikkelingen: •

Sterk vergrijzende regio

•

Cijfer voor overgewicht en overmatig alcoholgebruik liggen ruim boven landelijk gemiddelde. De verwachting is dat het percentage met overgewicht sterk toeneemt.

•

Oplopend tekort een personeel in de zorg en welzijn neemt toe

•

Percentage dat moeite heeft met rondkomen blijft stijgen

•

Mentale gezondheid staat onder druk, met name bij jong volwassenen.

31

In de regionale aanpak, weergegeven in het programma Twentse Koers, zien we ook een beweging naar het inzetten op preventie en het versterken van de sociale basis. In opvolging op deze ontwikkelingen wordt ook lokaal binnen het programma gezondheid volop ingezet op preventie en het versterken van de sociale basis andere middels de pilot dorpsondersteuners, de uitvoeringsagenda's gezondheid, sport en armoede etc. Wat lokaal opvalt is dat de kracht van de samenleving groot is, inwoners en organisatie willen helpen en steken de handen uit de mouwen om een bijdrage te leveren aan het versterken van de sociale basis. Dit kunnen ze niet alleen. Subsidies zijn nodig om de sociale basis en daarmee voorzieningen zoals ontmoeting mogelijk te maken. Vanuit het leefbaarheidsfonds worden veelbelovende initiatieven ontplooit, maar deze kunnen door gebrek aan structurele middelen niet worden verankerd. Om succesvolle initiatieven die bijdragen aan nieuwe/vervangende vormen van zorg en ondersteuning in de kernen te kunnen continueren zijn extra middelen nodig. Het gaat daarbij om initiatieven om de zorg menselijker, efficiënter, effectiever en dichtbij te organiseren. Een ander aandachtspunt is het thema overgewicht. Een thema dat de komende jaren naar verwachting steeds meer aandacht krijgt door de stijgende percentages van zowel kinderen als volwassenen met overgewicht.

Voor de kinderen is het doel de jeugd op te laten groeien in een kansrijke omgeving. Zowel de aanpak bij de JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) als de OKO (Opgroeien in de Kansrijke Omgeving) zijn hier op gericht. Om met beperkte inzet maximale opbrengst te genereren en om aan te sluiten bij waar de energie zit in de samenleving, is ervoor gekozen om in de ene gemeente te starten met OKO (Tubbergen) en in de andere met JOGG (Dinkelland). Dinkelland is gestart met de JOGG. Ook het onderwijs omarmt deze aanpak. Voor een structurele borging van deze aanpak zijn structurele middelen nodig.

Actielijn 1 De zorg voor onze inwoners is op orde Onze ambitie is om pro-actiever en zo vroeg mogelijk met onze partners en inwoners (preventief) te werken aan gezondheid. Wij willen korte lijnen tussen de gemeente, zorgaanbieders en zorgontvangers. Met als doel: zorg menselijker, efficiënter, effectiever en dichtbij. Onze inzet richten we op het organiseren en verbeteren van de korte lijnen door middel van een gebiedsgerichte integrale aanpak van de zorg. We werken actief samen met alle partners in het zorgdomein. Bij deze ambitie past onze financiële inzet op de (areaal-)ontwikkelingen, de POH jeugd-GGZ en de coördinator externe verwijzer.

Ons doel We spannen ons in om de zorg en ondersteuning beter in te richten vanuit het perspectief van inwoner(s), dichtbij en met de menselijke maat als uitgangspunt.

Hoe leveren we een bijdrage aan het op orde komen van de zorg voor onze inwoners? •

Algemene voorzieningen dichtbij, gebiedsgericht en integraal. We organiseren de algemene voorzieningen dichtbij, gebiedsgericht en integraal. We nemen daarbij de werkwijze van de dorpsondersteuner in Saasveld als basis. Daarbij positioneren we de kernondersteuner als spil in de kernen op basis van de behoefte in de kernen, met korte lijnen naar Schakel.

•

Preventief. We werken preventief en zo vroeg mogelijk in meer samenwerking met onze partners en inwoners aan de zorg en ondersteuning voor onze inwoners.

•

Samenlevingsgericht. We werken samenlevingsgericht. We benutten onze ogen en oren in de wijk beter door pro-actief in gesprek te gaan met onze uitvoerende partners en inwoners. We delen in deze gesprekken trends en ontwikkelingen, zijn alert op de samenhang der dingen en toetsen deze aan ons beleid.

•

Mantelzorgers. We verbeteren de aandacht en regelingen voor mantelzorgers.

32

Actielijn 2 Gezond in je lijf en in je hoofd Wij zien een forse opgave als het gaat om overgewicht en alcoholgebruik. Wij willen dat alle inwoners zich bewust zijn van het belang van een gezonde leefstijl. Daarom stimuleren we sport en beweging op basis van maatwerk voor verschillende leeftijdsgroepen. Ook zetten we in op vitale voorzieningen en verenigingen, cultuurbeleving, persoonlijke ontwikkeling en een veilige en gezonde leefomgeving.

Ons doel We leveren, in samenwerking met onze inwoners en partners, een bijdrage aan het bevorderen van een gezondere leefstijl en gezondere leefomgeving voor onze inwoners in 2026. Onze speciale aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen, waarbij de accenten liggen op terugdringen van overgewicht, overmatig alcoholgebruik en mentale gezondheid.

Hoe leveren wij een bijdrage aan Gezond in je lijf en in je hoofd? •

Van inzicht naar strategische sport en cultuuragenda. We hebben zicht op de meest kwetsbare doelgroepen, trends en ontwikkelingen. Deze vormen de basis voor de strategische agenda voor sport en cultuur.

•

Bevorderen van gezonde leefstijl en omgeving. We gaan aan de slag met het bevorderen van de gezonde leefstijl en gezonde leefomgeving. Het accent ligt op sport, cultuur, jongeren en overgewicht en overmatig alcoholgebruik. We brengen het aanbod voor deze doelgroepen in beeld. Daarna ontwikkelen we samen met de betrokken partners en naar behoefte van de samenleving meer/ betere (collectieve) voorzieningen, ondersteuning en/of interventies.

•

Efficienter en effectiever gebruik van voorzieningen. We zetten in op vitale verenigingen, efficiënter en effectiever gebruik van bestaande voorzieningen en toegankelijke en betaalbare voorzieningen op het gebied van sport en cultuur.

Actielijn 3 Iedereen doet mee Een toegankelijke en inclusieve samenleving betekent dat iedereen zo zelfstandig en gelijkwaardig mogelijk meedoet aan de maatschappij. Elke inwoner moet de mogelijkheid hebben mee te doen en zich te ontwikkelen. We zien daarbij vooral een opgave op het gebied van eenzaamheid en armoede. Wij willen vroeger zicht krijgen op gevallen van –verborgen- armoede en dreigende armoede, eenzaamheid, uitsluiting en isolatie. Dit door preventief te werken en proactief onze rol te pakken. Ook zetten we in op een betere benutting van bestaande mogelijkheden en faciliteiten voor jongeren en senioren voor ontmoeting en deelname aan activiteiten. We zorgen ervoor dat het voor onze inwoners gemakkelijker wordt om de weg te vinden naar diensten en algemene voorzieningen.

Ons doel We spannen ons in voor een inclusieve samenleving waarin iedereen zo zelfstandig en gelijkwaardig mee kan en mag doen aan de maatschappij. Onze speciale aandacht gaat uit naar kwetsbare groepen, waarbij de accenten liggen op inwoners in armoede en eenzaamheid.

Hoe leveren wij een bijdrage aan het uitgangspunt iedereen doet mee? •

Van inzicht naar een strategische inclusie agenda. We hebben zicht op verschillende vormen van armoede en eenzaamheid per kern of doelgroep. We hebben hierbij aandacht voor de identiteit en cultuur van de betreffende kern. Op basis hiervan stellen we een inclusieve agenda op, met accenten op eenzaamheid en armoede.

•

Ondersteunen van initiatieven. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan een inclusievere samenleving

33

•

Preventief en proactief. We gaan samenlevingsgericht, pro-actief in gesprek met organisaties en inwoners over bestaande activiteiten en voorzieningen, over trends en ontwikkelingen binnen het sociale domein. We stimuleren hen waar mogelijk initiatief te nemen om het aanbod af te stemmen op nieuwe (kwetsbare) doelgroepen, waarbij bestaande faciliteiten beter worden benut, toegankelijk zijn en waar nodig nieuwe activiteiten en voorzieningen worden toegevoegd.

Actielijn 4 Iedereen is veilig Dinkelland is al jarenlang een van de veiligste gemeentes van ons land. Dit willen we graag zo houden. Bij veiligheid spelen diverse vraagstukken: woonoverlast, (jeugd-)criminaliteit, verkeersveiligheid, huiselijk geweld en ondermijnende criminaliteit. Dit complexe terrein kent dus veel vraagstukken, partijen en instrumenten en dus ook vele verbindingen met ander gemeentelijk en regionaal beleid. We brengen focus aan op en geven de speerpunten van ons beleid vorm. We luisteren daarbij naar signalen uit de samenleving. We willen dat al onze inwoners veilig kunnen wonen, leven en werken.

Ons doel Wij willen één van de veiligste gemeenten van Nederland blijven. Wij hebben vertrouwen in onze huidige aanpak en in de cultuur die onze inwoners in zich dragen. Wij willen de komende periode de nadruk leggen op een viertal overstijgende thema’s, gebaseerd op de laatste burgerpeiling veiligheid (2021). In 2026 kijken we terug op: •

Een meer integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken

•

Een strategisch meerjarenperspectief op het thema veiligheid

•

Uitlijning van onze lokale inspanningen met regionale inspanningen

Hoe leveren we een bijdrage aan Iedereen is veilig We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op veiligheid: •

Strategische agenda: wij sturen op strategisch niveau. De uitkomsten van de burgerpeiling Veiligheid zijn leidend bij het vormen van onze strategische agenda. Wij zijn koersvast in het volgen van deze agenda en gebruiken onze koers om ook deze vraagstukken op andere overlegtafels te agenderen (veiligheidspartners).

•

Rollen en bevoegdheden. wij geven inzicht in waar verantwoordelijkheden liggen. Welke bevoegdheden heeft de raad? Welke besluiten neemt de burgemeester? Wat is de verhouding tussen gemeentelijke taken, regionale taken en overstijgende verantwoordelijkheden (politie).

34

Programma Leefomgeving van de toekomst Inleiding Leefomgeving van de toekomst Wij willen een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. De bodem, het water en de lucht, de natuur, gebouwen en wegen en paden zijn allemaal onderdeel van onze leefomgeving. Door klimaatverandering komt onze leefomgeving onder druk te staan. We zullen ons moeten aanpassen aan veranderende weersomstandigheden zoals hitte, droogte en het vaker voorkomen van hevige neerslag. We moeten anders omgaan met energie en grondstoffen en ons maximaal inzetten om een energietransitie tot stand te brengen gericht op het terugdringen van het verbruik van grondstoffen en het stimuleren van het hergebruik. We doen dit proactief en we doen het samen; de gemeente met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties . We bundelen als Noordoost-Twentse gemeenten de krachten in de Energie van Noordoost-Twente. Wij haken aan bij de landelijke doelstelling dat er in 2030 55% minder CO2 uitstoot moet zijn en 50% van de energie duurzaam moet zijn opgewekt. In lijn met die doelstellingen stellen wij voor gemeente Dinkelland ons de doelstelling om 40% van het energiegebruik duurzaam op te wekken in 2026. Dat is ambitieus en hiervoor moeten de komende jaren de nodige inspanningen geleverd worden.

Trias Energetica: eerst besparen, dan opwekken Doelstellingen realiseren we via een soort “oploopmodel” en het principe van de Trias Energetica: 1. Beperken van het energieverbruik door verspilling tegen te gaan. Energie die niet verbruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt te worden. We zetten maximaal in op energie besparen. Door onze eigen gebouwen te verduurzamen en door inwoners en bedrijven daartoe te stimuleren en te faciliteren en door initiatieven op dit terrein te ondersteunen. 2. Maximaal gebruik maken van energie uit duurzame bronnen (zoals zon, wind, water, bodem). We richten ons op de opgave die noodzakelijk is vanuit de RES, met een maximale inzet op zon op dak, aangevuld met de noodzakelijke mix van wind en/of zon op land. We stimuleren en faciliteren gebouweigenaren om warmte duurzaam op te wekken, bijvoorbeeld aan de hand van (hybride) warmtepompen. Voor de productie van warmte willen we ook gebruik maken van het potentieel aan biogas en/of groengas in Dinkelland. We benutten kansen die zich via nieuwe ontwikkelingen en technieken (bv waterstof of geothermie) voordoen. 3. Zo efficiënt mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien; Sommige woningen zijn lastiger te verduurzamen dan anderen. Ook zullen er bedrijven blijven die behoefte hebben aan gas voor hun productieprocessen.

Biogas en/of groengas kunnen oplossingen bieden voor deze gebouwen. Echter moeten we er rekening mee houden dat we nog lange tijd fossiele energiebronnen nodig hebben; deze zullen dan zo efficiënt mogelijk worden ingezet.

35

Samen aan de slag De energietransitie is een forse opgave waar we gezamenlijk – inwoners, ondernemers én overheid - voor aan de lat staan. We nemen hierbij een pro-actieve houding in en nemen inwoners en ondernemers mee in de opgave die er ligt. We faciliteren en ondersteunen initiatieven die een bijdrage leveren aan het verduurzamen van de gemeente. Hierbij bewaken we de integraliteit en houden we ook de samenhang met andere beleidsterreinen (landelijk gebied, sociaal domein, volkshuisvesting) in beeld en benutten kansen die zich voordoen. Energie van Noordoost Twente We staan als Noordoost-Twentse gemeenten allemaal voor dezelfde (forse) opgave in de energietransitie. Door krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan iedere gemeente voor zich zou doen. Een aantal jaren geleden is hiervoor het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente opgestart. Deze samenwerking bouwen we de komende periode verder uit. Klimaatvisie De leefomgeving van de toekomst gaat verder dan alleen de energietransitie. Met de ondertekening van het klimaatakkoord hebben we ons gecommitteerd aan de bredere opgave om uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Naast elektriciteit en warmte gaat het om thema's als klimaatadaptatie, circulaire economie, infrastructuur en mobiliteit, natuur en landschap en de landbouw.

Daartoe gaan we de heldere keuzes maken: wat zijn we verplicht om te doen, waar ligt onze extra ambitie, wat is onze rol? Daarbij kijken we vanuit een integrale visie en context en leggen waar mogelijk verbindingen met thema’s en vraagstukken in de andere programma’s.

36

Actielijnen Het programma Leefomgeving van de Toekomst kent een dynamische agenda. Jaarlijks leiden nieuwe inzichten tot aanvullingen en wijzigingen. De uitkomsten uit de visie en uitvoeringsagenda kunnen leiden tot aanpassing en aanvulling van de actielijnen. Binnen het programma worden drie actielijnen geformuleerd. •

Actielijn 1 Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen & werken

•

Actielijn 2 Opwek - Duurzame energievoorziening

•

Actielijn 3 Duurzame mobiliteit

De drie actielijnen vormen samen een specificatie van paragraaf 3.1 Klimaat en duurzaamheid: er tegenaan! uit het college- en raadsakkoord. Paragraaf 3.2 Groen en Bloemen uit het collegeakkoord vindt zijn uitwerking via het Kwaliteitsplan Openbaar Groen (basisbegroting).

Actuele ontwikkelingen Klimaatprogramma Er is gewerkt aan het opstellen van het Klimaatprogramma waarin de opgaven en ambities die we hebben ten aanzien van de uitvoering van het Klimaatakkoord zijn opgenomen inclusief een uitvoeringsprogramma. Daarbij zijn de hoofdsectoren en doelstellingen vanuit het Klimaatakkoord als basis genomen:

37

1. Gebouwde Omgeving 2. Elektriciteit 3. Industrie 4. Landbouw en Landgebruik 5. Mobiliteit Daarnaast is ook klimaatadaptatie als sector toegevoegd aan het Klimaatprogramma. Per sector is in beeld gebracht: waar ligt onze (extra) ambitie, wat doen we er al voor, wat gaan we extra doen, wat is onze rol en wat is de rol van stakeholders? Daarbij kijken we vanuit een integrale visie en context en leggen waar mogelijk verbindingen met thema’s en vraagstukken in de andere programma’s. Het klimaatprogramma met uitvoeringsagenda wordt in juni 2024 aan de raad voorgelegd. Het klimaatprogramma vormt de basis voor de inhoud van de begroting 2025. De huidige actielijnen worden hierop aangepast. Er zijn vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor uitvoering van het Klimaatakkoord (Regeling CDOKE, zie onderstaand) en beschikken we ook over aanvullende subsidiegelden vanuit bijvoorbeeld het Nationaal Isolatieprogramma. Uitvoering van het Klimaatprogramma vindt plaats binnen deze en de reeds beschikbare middelen voor het programma Leefomgeving van de Toekomst. Middelen Regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Er zijn eind april 2023 voor de periode t/m 2025 extra financiële middelen van het Rijk beschikbaar voor de uitvoering van het klimaatakkoord.

In het najaar 2023 is een bevestiging gekomen dat deze middelen in ieder geval t/m 2030 beschikbaar worden gesteld en daarmee als structureel mogen worden gezien. De specifieke uitkering (Brede doeluitkering BDU) is bedoeld voor het binnenhalen van nieuwe collega’s of externe deskundigen met kennis van klimaat en energie de sectoren vanuit het Klimaatakkoord zoals bovenstaand beschreven, met uitzondering van Landbouw en Landgebruik. Voor Dinkelland gaat het om een bedrag van circa 480.000 euro per jaar (oplopend). Warmtetransitie: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en Warmteprogramma Op 30 juni 2023 is het wetvoorstel Wgiw aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze geeft gemeenten de bevoegdheden om de regie over de lokale warmtetransitie te pakken. Met de Wgiw wordt een verplichting aan B&W opgelegd om een warmteprogramma voor de hele gemeente vast te stellen gericht op verduurzaming van bestaande gebouwen. Het is de juridische vertaling van de warmtevisie waarin de gemeente per gebied de potentieel beschikbare duurzame warmtealternatieven in beeld per gebied het tijdspad van verduurzaming met de bijbehorende maatregelen en (financiële) consequenties. Voor dit moment zijn deze nog niet te overzien en mede ook afhankelijk van de middelen en kaders vanuit het Rijk. Het warmteprogramma moet op 1 juli 2026 zijn vastgesteld. Boerengas B.V.

De NOT-gemeenten zijn aan het onderzoeken hoe ze de beschikbare biogaspotentie het best kan benutten. Momenteel wordt er nagedacht of het reeds opgerichte Boerengas B.V. hiervoor het juiste instrument is. De bedoeling is dat de biogaspotentie zo ruim mogelijk en gebiedsoverstijgend benut wordt. Er wordt gezocht naar één of meerdere instrumenten om dit doel te bereiken. Het reeds gereserveerde budget zal worden ingezet om deze instrumenten nader uit te werken en in te zetten. Motie alternatieve invulling van opgave CO2-reductie: nieuwe technieken en ontwikkelingen De gemeenteraad heeft in december 2023 een motie aangenomen waarin het college wordt opgeroepen om er bij de provincie Overijssel op aan te dringen dat de gemeente meer vrijheid krijgt om de energiestrategie samen met inwoners invulling te geven, waarbij de wettelijke doelstelling van 55% CO2 reductie tot 2030 centraal moet staan en niet het opleggen van de manieren waarop broeikasreductie tot

38

stand moet komen. Dat betekent dat we de komende jaren nog sterker inzetten op het benutten van kansen die zich voordoen ten aanzien van nieuwe technieken en ontwikkelingen op dit gebied: •

Geothermie: De kansen voor diepe geothermie bevinden zich in de Tubbergen formatie (zandlaag uit het Carboon tijdperk). Deze aardlaag is in het noorden van Twente aangetroffen en is dus ook aanwezig in noordoost Twente. Geothermie is een van de mogelijke alternatieve oplossingen voor de levering van duurzame energie, naast andere duurzame energiebronnen. Deze techniek gaat echter gepaard met significante investeringen, risico’s en technische uitdagingen, maar vooral ook onbekendheid. Daarom worden alle aspecten in kaart te brengen, zodat weloverwogen keuzes gemaakt kunnen worden. Onderzoek en een proefboring zijn nodig. Er lopen gesprekken met de UT en de gemeente Enschede om hier verder invulling aan te geven. Indien nodig en mogelijk zal gemeente Dinkelland hierin meer een voortrekkersrol innemen. Mogelijk brengt dit aanvullende onderzoekskosten met zich mee.

•

Waterstof: Waterstof is een energiedrager, die voor de verdere toekomst wellicht kansen biedt voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Via de RES Twente sluiten we aan bij de H2Hub Twente We volgen de ontwikkelingen en zullen in spelen op kansen die zich voordoen.

•

Kernenergie: Op verzoek van de provincie is op basis van de kennissessie, een notitie over de toepassing van kernenergie in Nederland en de perspectieven voor SMRs geschreven. Deze kleine kerncentrales bevinden zich nu in de ontwikkelfase en moeten de zogenaamde ‘demonstratiefase’ nog doorlopen. Hoewel realisatie nog niet direct op korte termijn te verwachten is, volgen we de ontwikkelingen rondom de SMRs . Zodra een volgend concreet stadium bereikt wordt, wordt dit thema weer actief besproken in de Provinciale Staten.

Ontwikkeling Samenwerking Energie van Noordoost Twente Voor een deel van de opgaven in de energietransitie, in de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving, werken we sinds een aantal jaren samen met de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal in de Energie van Noordoost Twente. In januari 2024 hebben de colleges besloten om de samenwerking voort te zetten en te formaliseren via een bestuursovereenkomst voor de periode 2024-2026. Huisvesting en gastheerschap vindt plaats via de gemeente Dinkelland. Financiering vindt plaats binnen de reeds beschikbare middelen voor het programma Leefomgeving van de Toekomst in combinatie met de middelen van het Rijk (CDOKE). Circulaire economie Het onderwerp Circulaire Economie vormt één van de pijlers van de vrijwillige Twentse milieusamenwerking en is als zodanig vastgelegd in het samenwerkingsprogramma Milieu, Duurzaamheid en Afval (MDA) 2023 en in de gezamenlijke bestuursopdracht MDA 2020-2025. Er is een ‘Startnotitie Circulaire Economie Twentse gemeenten’ opgesteld dat de basis is voor een Koersdocument en Uitvoeringsplan. Op 18 juli 2023 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen op een plan van aanpak op te stellen om de circulaire economie in de gemeente Dinkelland te bevorderen. Het koersdocument vormt de basis voor invulling en concretisering van het plan van aanpak circulaire economie voor de gemeente Dinkelland.

Uitvoering van het plan van aanpak moet leiden tot het vaststellen van de ambities en bijbehorende inspanningen voor circulaire economie in de gemeente Dinkelland, inclusief de financiële consequenties.

Actielijn 1 werken

Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en

In 2030 zijn twee miljoen Nederlandse woningen van het aardgas af. In 2050 verwarmt, kookt of doucht geen enkel huishouden meer met aardgas. We stappen over op duurzame warmte. Dit is afgesproken in het Nederlandse Klimaatakkoord. Ook bedrijven maken deze ommezwaai, met als doel dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is. Gemeenten in Nederland, zo ook gemeente Dinkelland, hebben een grote rol in de overstap naar duurzame warmte.

39

Om de opgave te laten slagen, werken we samen met inwoners aan haalbare en betaalbare oplossingen. We zetten daarbij ook maximaal in op het nemen van energiebesparende maatregelen.

Ons doel In 2050 wonen en werken we energieneutraal en aardgasvrij. Wij ondersteunen inwoners en bedrijven pro-actief in het proces om woningen en gebouwen meer te verduurzamen.

Hoe leveren we een bijdrage aan Verduurzamen – Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en werken We nemen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij projecten en inspanningen in deze actielijn stapsgewijs mee; waarbij de eerste inzet is op bewustwording en informatievoorziening, daarna op advies en afweging om vervolgens tot uitvoering over te gaan. 1. Bewustwording en informatievoorziening Creëren van verdergaand bewustzijn, urgentiebesef en draagvlak onder onze inwoners en ondernemers voor de warmtetransitie door gerichte communicatie voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Het energieloket is de basis van onze informatievoorziening. Daarnaast werken we actief samen met lokale groepen (zoals energiecoöperaties) om de kennis actiever en vooral persoonlijker bij de inwoners en ondernemers onder de aandacht te brengen. 2. Advies en afweging. Er komt veel op onze inwoners, ondernemers en instellingen af. De stap om daadwerkelijk te verduurzamen is voor velen ingewikkeld: welke keuzes kun/moet je maken, wat kost het en wat levert het op? We willen inwoners en ondernemers adviseren en ontzorgen in het proces naar haalbare en betaalbare oplossingen in het verduurzamen van hun woning.

We leveren daarvoor een ondersteuningsstructuur (gereedschapskist met verschillende instrumenten en werkwijze), passend bij de eigen specifieke woning en situatie. De instrumenten kunnen op wijkniveau worden ingezet en gemeentebreed. Speciale aandacht is er voor het terugdringen van energiearmoede en het nemen van maatregelen voor de doelgroep die dit het meeste treft. 3. Uitvoering – wijkuitvoeringsplannen. We zetten samen met inwoners en ondernemers het proces in de wijken voort om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen en waar nodig intensiveren we dit. Daarbij kijken we hoe we slim een wijk- of kerngerichte aanpak kunnen combineren met individueel gerichte maatregelen voor alle woningeigenaren in de gemeente. 4. Herijken ambitie en -rolbepaling. Op basis van de opgedane ervaringen in de afgelopen jaren in de wijkuitvoeringsplannen herijken we de warmtevisie en aanpak om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen.

Actielijn 2

Opwek - Duurzame energievoorziening

In 2030 moet 50% van de energievoorziening duurzaam zijn opgewekt (en in 2050 volledig). In lijn met die doelstellingen stellen wij voor gemeente Dinkelland ons de doelstelling om 40% van het energiegebruik duurzaam op te wekken in 2026. Hier willen we samen met inwoners, organisaties en andere gemeenten invulling aan geven. We bundelen de krachten in het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente.

Ons doel We moeten meer energie duurzaam opwekken. In 2030 moet 50% van de energievoorziening duurzaam zijn opgewekt (en in 2050 volledig). In lijn hiermee is voor de gemeente Dinkelland de doelstelling om 40% van het energiegebruik duurzaam op te wekken in 2026.

40

Hoe leveren we een bijdrage aan Opwek - Duurzame energievoorziening 1. Maatschappelijke acceptatie. Creëren van verdergaand bewustzijn onder onze inwoners over de opgave in de energietransitie. Dit doen we door inwoners meer eigenaar te laten zijn van zowel het probleem als de oplossing. Eigenaarschap van inwoners bereik je niet vanzelf. Goede voorlichting (vergroten van kennis, delen van kennis, voorbeelden en ervaringen), betrekken van inwoners bij processen en projecten en het creëren van handvatten om gedrag te veranderen en inwoners te ontzorgen, zijn noodzakelijk. 2. Vaststellen beleid (en evt. regelingen). Vaststellen van benodigd beleid tbv (grootschalige) duurzame opwek, waaronder het wind- en zonneveldenbeleid. Daarnaast verkennen we de mogelijkheden en behoefte voor het ondersteunen van initiatieven voor duurzame opwek aan de hand van (stimulerings)regelingen. 3. Lokale initiatieven in the lead. Het thema duurzaamheid staat steeds meer op de agenda in de verschillende kernen en het bedrijfsleven. Werkgroepen zijn in opkomst en coöperaties die in kansen denken. De coördinator duurzaamheid heeft een belangrijke functie in de dialoog met inwoners, dorpsraden, werkgroepen en initiatiefnemers. We faciliteren en ondersteunen kansrijke lokale duurzame initiatieven ten behoeve van opwek.

Het Regionaal Energiebedrijf is (in samenwerking met lokale coöperaties) de motor van ontwikkeling van lokale projecten en initiatieven. Lasten lokaal, dan ook lusten lokaal is een belangrijk uitgangspunt, we streven naar een maximale participatiegraad van inwoners/omgeving binnen eventuele toekomstige projecten (minimaal 50%, bij voorkeur 100%). We benutten de kennis en mogelijkheden van partners in het veld (zoals Twence) om realisatie van projecten tot stand te brengen. 4. Regionale en grensoverschrijdende samenwerking. We staan als (NOT-)gemeenten allemaal voor dezelfde forse opgave. Vanuit de krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan iedere gemeente voor zich zou doen. Vanuit het samenwerkingsverband bundelen we de krachten richting de opgaven vanuit de Regio Twente. We geven invulling aan de Regionale Energie Strategie 2.0, inclusief de vaststelling van de noodzakelijke en gewenste energiemix van wind en zon. 5. Opwek van warmte. Aanjagen, opstarten en faciliteren van biogas in coöperatieve vorm. Door mede aandeelhouder te zijn van de op te richten beheersentiteit ontstaan mogelijk revenuen die ook ingezet kunnen worden voor een andere (duurzame) inspanningen. We onderzoeken de mogelijkheden van geothermie en waterstof en benutten waar mogelijk de kansen.

We volgen nieuwe ontwikkelingen en technieken op de voet en stellen onze acties bij als zich reële kansen voordoen. 6. Opslag. In de verduurzaming van onze energiebehoefte zijn de huidige technieken afhankelijk van niet continue aanwezige hernieuwbare energiebronnen. Energieopslag kan een middel zijn om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen. De gemeente wil initiatieven voor energieopslag met een maatschappelijk nut stimuleren.

Actielijn 3

Duurzame Mobiliteit

Ons doel Beter organiseren van slimme, duurzame en zorgeloze mobiliteit zonder emissies.

Hoe leveren we een bijdrage aan Duurzame mobiliteit & (Maatschappelijk verantwoord) Inkopen 1. Voorbeeldfunctie. Als gemeente horen we het goede voorbeeld te geven door onze eigen voorzieningen en faciliteiten te verduurzamen. Onder meer stellen we een duurzaam mobiliteitsplan met een route voor het verduurzamen van ons eigen vervoer.

41

2. Laadinfrastructuur. In lijn met de visie op de laadinfrastructuur wordt uitbreiding van het aantal laadpalen gestimuleerd op de plekken waar dat gewenst is of waar rijders van elektrische auto’s wonen of werken. Voorbeeld daarvan is het overdekken van parkeerplaatsen en deze voorzien van zonnepanelen.

42

Programma Leefbare kernen Inleiding Leefbare kernen Het leven van onze inwoners speelt zich grotendeels af in de kernen waarin ze wonen. Daar moet het goed zijn qua wonen, werken en sociaal leven. Deze elementen moeten in balans zijn. Voldoende woningbouwmogelijkheden biedt kansen om binnen onze gemeente te blijven wonen. Inwoners met een sterke verbondenheid aan hun kern leveren een grote bijdrage aan het sociale- en verenigingsleven. De combinatie met voldoende werkgelegenheid biedt vervolgens perspectief op een krachtige kern, waar onze inwoners graag verblijven en onderdeel van willen zijn. In het bijzonder kijken wij hierbij naar de kansen voor onze jeugd. De vitaliteit van Dinkelland in de toekomst wordt immers in belangrijke mate bepaalt door de mogelijkheden die jongeren hebben op het gebied van wonen, werken, recreëren en vrijetijdsbesteding. We realiseren ons dat het leefbaar houden van de kernen een doorlopende inspanning vraagt. In de huidige 4 jaar zullen we vooral inzetten op de meerjarige woningbouwprogrammering, het vitaal houden van verblijfsgebieden en het stimuleren van een gezond ondernemersklimaat. We vertalen onze ambities naar 2 actielijnen: •

Voor iedereen een passende woning

•

Voldoende ruimte voor de economie en voor maatschappelijk verantwoord ondernemen

Actielijn 1

Voor iedereen een passende woning

Er is een grote behoefte aan passende woningen. Ook in Dinkelland is de vraag groter dan het aanbod. De meest urgente woningbehoefte ligt bij starters en senioren. Daarop zijn onze nieuwbouwinspanningen vooral gericht. Ons doel is om de huidige onbalans tussen vraag en aanbod van passende woningen te beperken en op te heffen. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom zijn we in gesprek om te kijken wat bij elke kern past. We willen diversiteit in woningbouw. Het gaat hierbij om huur en koop voor verschillende doelgroepen. Daarbij zien we ook een toename van de vraag naar flexibele woningbouw. We willen inzetten op een actief grondbeleid en creatieve oplossingen onderzoeken voor financiering van plannen, zodat nieuwe woningen voor meer doelgroepen beschikbaar en betaalbaar worden.

Ons doel Wij willen sturen op een meerjarige woningbouwprogrammering. Via ons grondbedrijf treden wij op als ontwikkelaar. Via ons ruimtelijk en planologisch instrumentarium faciliteren wij particuliere initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Wij willen het grootste gedeelte van de geprognosticeerde woningbehoefte tot 2030 de huidige bestuursperiode realiseren. Wij stellen op basis van de “harde plancapaciteit” concrete doelen over hoeveel kavels/woningen wij periodiek op de markt brengen (of laten brengen). In 2026 kijken we terug op een woonbeleid dat uitvoeringsgericht is geweest, waarbij: •

in elke kern nieuwe mogelijkheden voor woningbouw zijn ontstaan, passend bij de lokale behoefte;

•

wij de doorstroming in de kernen op gang hebben gebracht;

•

wij een bijdrage hebben geleverd aan een betere betaalbaarheid van woningen;

•

wij een begin hebben gemaakt met de woningvraag van de toekomst, 2030 en verder, uitgaande van opgaven voortkomend uit vergrijzing, veroudering van woningen en verduurzaming;

•

een aanbod met flexibele woonproducten hebben gerealiseerd voor mensen met een urgente woonvraag.

43

Hoe leveren we een bijdrage aan Voor iedereen een passende woning We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •

Aan het stuur zitten. We spannen ons via ons grondbedrijf in om nieuwe woningbouwplannen op de markt te brengen. We zijn proactief, verwerven gronden op strategische locaties en zorgen voor een continue planvoorraad en beschikken over een meerjarenprogrammering woningbouw.

•

Faciliterend. We zijn gesprekspartner voor particuliere initiatiefnemers. We adviseren over de ontwikkelkansen van locaties en geven kaders mee voor welke doelgroepen ontwikkeld moet worden.

•

Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We participeren in ontwikkeltrajecten in de kernen om toekomstbestendig te zijn. Indien vrijkomende locaties ontstaan onderzoeken wij hoe dergelijke locaties kunnen bijdragen aan het woonbeleid.

•

Financieren. Wij stimuleren de herontwikkeling van inbreidingslocaties, ook wanneer herontwikkeling financieel uitdagend is. Door middels van de stimuleringsregeling kunnen wij een bijdrage leveren aan het haalbaar maken van een herontwikkelingslocatie. Ook onderzoeken wij alternatieve financieringsvormen.

Actuele ontwikkelingen De woningmarkt is in beweging. Hoewel de vraag naar woningen nog steeds groot is zien wij een aantal trends en ontwikkelingen, waardoor wij ons perspectief op woningbouw moeten actualiseren. •

Door een stijging van de (hypotheek)rente en verhoging van materiaalkosten en arbeid is de betaalbaarheid van woningen verder onder druk komen te staan. Het tot uitvoering brengen van ons woningbouwprogramma wordt hierdoor een grotere uitdaging. Wij blijven inzetten op het bieden van perspectief voor elke kern, waarbij differientiatie in woningbouwaanbod centraal staat. Daarnaast willen wij versnellen op een aantal thema's. Zie versnellingsagenda hieronder.

•

De Woningstichting heeft haar portefeuillestrategie aangepast. Waar men eerder uitging van het afstoten van vastgoed heeft men nu het beleid verlegd naar het bijbouwen van nieuwe sociale huurwoningen en verduurzamen van bestaand vastgoed. Dit draagt bij aan de doelstellingen van onze woningbouwopgave. Wij zullen in meer woningbouwplannen kunnen voorzien in sociale huur.

•

Wij zien dat de huisvesting van statushouders steeds lastiger wordt, ook in relatie tot de stijgende vraag naar sociale huurwoningen door reguliere woningzoekers. Daarbij zien wij dat de taakstelling voor huisvesting van statushouders elk half jaar hoger wordt. Een groter aanbod aan sociale huurwoningen zal op termijn kunnen voorzien in deze woonvraag. In tussentijd verkennen wij ook mogelijkheden van transformatie van bestaand vastgoed. Daarnaast zien wij in de breedte van woningzoekenden met spoed (spoedzoekers) een aanvullende behoefte aan alternatieve woonvormen. Wij betrekken in onze planvorming verschillende woonvormen zoals CPO, hofjeswonen, flex en prefab.

•

Met betrekking tot onze volkshuisvestelijke opgaven zien wij voor ouderen een verschuiving van beleid. De Rijksoverheid beweegt toe naar een aanpak waarbij alleen voor de zwaarste (zorg)indicatiestelling integrale huisvesting met zorg kan worden geboden. Dat betekent dat in de toekomst (nog) meer moet worden ingezet op het thuis kunnen blijven wonen met zorg op afroep c.q. beschikbaar in directe omgeving. Zorgverleners geven aan dat verspreide ligging van de zorgvraag in de toekomst problematisch wordt. Deze ontwikkeling moet worden betrokken bij onze volkshuisvestelijk opgave en zo mogelijk leiden tot clustering van woningen in woongebieden met zorg.

44

Versnellingsagenda Wij zijn voornemens om te versnellen op het behalen van onze doelstellingen. Wij willen middelen aanwenden voor zelfstandige projectleiding en onderzoek, waarbij hoofdzakelijk wordt ingegaan op: •

nieuwe financieringsvormen om de betaalbaarheid van woningen te vergroten;

•

aanbestedingsvormen om de markt meer te betrekken bij het realiseren alternatieve woonvormen, zoals duplex en prefab;

•

woonarrangementen van de toekomst waarin middels nieuwe woonvormen en constructies zelfstandig kunnen blijven wonen centraal staat.

Actielijn 2 Voldoende ruimte voor de economie en voor maatschappelijk verantwoord ondernemen Het bieden van een economisch perspectief en werkgelegenheid heeft een nauwe relatie met voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor plekken waar bedrijven zich vestigen. Daarbij ligt de nadruk op behoud en versterking van het lokale bedrijfsleven. We zien de sociaaleconomische ontwikkelingen binnen onze gemeente niet los van ontwikkelingen buiten de gemeentegrenzen. Er is een gezamenlijk belang voor brede versterking van de economie in Twente. Daarbij staat maatschappelijk verantwoord ondernemen centraal. Wij willen ondernemers stimuleren om zich te richten op nieuwe marktkansen, groei en innovatie met winst voor mens, maatschappij en milieu. Wij betrekken deze visie bij de gesprekken met onze ondernemers en dragen deze boodschap uit in Twents verband.

Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een sterke economische sector. Wij willen dat ons bedrijfsleven participeert en profiteert van de ontwikkelingen in Noordoost Twente en de regio Twente. Wij verbinden partijen via ons netwerk binnen de 3O’s. Daarnaast herkennen wij in onze gemeente een sterke vorm van vrijetijdseconomie, waarbij wij inzetten op kwalitatief toerisme. In 2026 kijken we terug op: •

Nieuw gerealiseerde bedrijventerreinen in de grote kernen.

•

Sterkere centrumgebieden en een goed onderhouden relatie met onze ondernemers.

•

Een bijdrage geleverd aan talentontwikkeling via de 3O’s.

•

Verdere ontplooiing van de grensregio.

•

Een goede balans tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector;

•

Geboden mogelijkheden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid;

•

Uitvoering van projecten en ideeën die gericht zijn op toerisme of dagrecreatie als aanvulling op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoensverlenging;

•

Ingerichte toeristisch interessante locaties in de kernen en in het buitengebied.

Hoe leveren we een bijdrage aan Voldoende ruimte voor de economie en voor maatschappelijk verantwoord ondernemen We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •

Ontwikkelen: we ontwikkelen nieuwe bedrijfsgronden zodat onze lokale ondernemers kunnen uitbreiden en nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen, ontplooien.

45

•

Verbinden. We zetten ons netwerk in om partijen binnen de regio met elkaar te verbinden.

•

Initiëren. We starten nieuwe projecten met het oog op de toegevoegde waarde voor ondernemers.

•

Participeren en stimuleren. We participeren in gebiedsprocessen en stimuleren de doorontwikkeling van centrumgebieden. Ook nemen we daarbij als gemeente een actieve ontwikkelende rol in.

Actuele ontwikkelingen Bedrijventerreinen Wat betreft ons economisch perspectief ligt de eerste behoefte bij het kunnen beschikken over nieuwe bedrijfsgronden. We verrichten inspanningen om in de 3 grote kernen nieuwe bedrijventerreinen te kunnen ontwikkelen. De behoefte aan nieuwe bedrijfsgronden is becijferd op basis van lokale (meerjarige) behoefte. Daarover zijn recentelijk in de regio afsprraken gemaakt, zodat onze ruimtebehoefte ook in regionaal verband is afgestemd. Inhoudelijk zien wij een uitdaging om nieuwe bedrijvenconcepten planologsch geregeld te krijgen. We zien dat ondernemers op hget raakvlak van detailhandel en bedrijfsmatige activiteiten bedrijfsconcepten doorontwikkelen, waarbij het de vraag is waar dergelijke initiatieven moeten worden gehuisvest (in de centra of of op bedrijventerreinen). We ambiëren maatwerk te kunnen leveren. Regionale samenwerking Ten aanzien van de 3O's wordt op regionale schaal onverminderd intensief samengewerkt tussen Overheid, Ondernemers en Onderwijs. Voor komend jaar verwachten we vooral een uitrol van de nieuwe Regio Deal. In 2023 is de deal afgerond met de Rijksoverheid en in 2024 zal de uitvoering, die mede is gefinancierd door de Agenda voor Twente, zijn beslag krijgen.

De Regio Deal is voor ondernemers een belangrijke kans om bij te dragen aan projecten op gebied van duurzaamheid, zorg, talentbehoud en toekomstbestendigheid van het MKB. Recreatie en toerisme Wat betreft Recreatie en toerisme signaleren wij een aantal trends die wij betrekken bij ons beleidsinspanningen en samenwerking met de sector. •

Het toerisme in Nederland normaliseert. Het aantal overnachtingen lag in 2021 (coronaperiode) in Nederland op een recordhoogte als gevolg van het binnenlands toerisme. De trend lijkt zich vanaf 2023 weer te normaliseren (cijfers hiervoor zijn nog niet bekend).

•

De consument blijft – ondanks de druk die hij voelt in zijn portemonnee – veel geld uitgeven in de vrijetijdssector. Dit is positief, echter geeft het ‘herstel’ van de sector vaak een te rooskleurig beeld. Ondernemers geven aan dat zij de inkoopprijzen gemiddeld 5 tot 7,5 % harder zien stijgen dan hun verkoopprijzen. Tevens blijft het personeelstekort, met name in de horeca, groot. Landelijk geeft een derde van de bedrijven aan minstens een dag minder open te zijn. De gemiddelde omzetderving door personeelstekort bedraagt 12 procent. Stijgende energiekosten zijn hierin nog niet meegerekend.

•

Door de coronacrisis is het consumentengedrag ten aanzien van vrije tijd verandert. Men is o.a. flexibeler geworden in hun werk- en privébalans door ‘plaats- en tijdonafhankelijk werken’. De beleving en inzet van vrijetijd is daardoor anders. Het is makkelijker geworden om paar dagen weg te gaan. Deze ontwikkeling kan positief bijdragen aan seizoenspreiding.

•

Door de coronacrisis heeft de eigen inwoner het lokale recreatieve product en de omgeving (her)ontdekt. Landelijk richten gebiedsmarketingbureaus zich daarom steeds meer op de eigen inwoner. Twente Marketing doet dit ook, en richt zich naast interessante bezoekers van buiten, ook steeds meer op de eigen Tukker.

46

Programma Gemeente en de samenleving Inleiding We zijn als gemeente open, betrouwbaar, duidelijk en transparant en (digitale) gegevens van onze inwoners zijn bij ons in goede handen. We nodigen inwoners vooral uit om mee te doen. Vanuit het uitgangspunt van een participatieve lokale democratie zetten we in op passende en vernieuwende manieren van samenwerking en besluitvorming. Daarbij past een proactieve gemeentelijke informatievoorziening naar onze inwoners.

Actielijn 1 Gemeente en inwoners staan dicht bij elkaar en werken samen Mijn Dinkelland 2030! Het proces MijnDinkelland2030 bouwen we de komende jaren verder uit. Een aantal jaren geleden is het proces MijnDinkelland2030! gestart. Inwoners in alle kernen denken na over de toekomst van hun dorp en samen met hen maken we keuzes. De gesprekken verlopen veelal via de kernraden. Buurtmannen- en buurtvrouwen vervullen een belangrijke rol in als verbindende schakel tussen kern en gemeente. Mooie initiatieven komen tot bloei. Een overzicht van de ontwikkelingen en projecten per kern is terug te vinden in de begrotingsapp: MijnDinkelland2030! Komende jaren (ook in 2023) verwachten we dat meer initiatieven kunnen worden omgezet in concrete ideeën of projecten en inspanningen. Onze buurtmannen en -vrouwen spelen een belangrijke rol als verbindende schakel tussen gemeente en de kernen. Ook de introductie van de kernondersteuner - zoals omschreven in het programma “Iedereen Gezond” geeft een extra impuls aan onze ambities op dit terrein. Participatiebeleid In de gemeente Dinkelland werken we samenlevingsgericht. Werken voor en met de samenleving staat al heel wat jaren hoog op de agenda van onze gemeente. Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kijken we naar wat we samen kunnen doen om onze kernen op de lange termijn leefbaar te houden.

Participatie is niet meer weg te denken in onze manier van werken. Ook landelijk is er steeds meer aandacht voor participatie. Er is een wetsvoorstel in de maak: ‘Versterking participatie op decentraal niveau’. Deze wet heeft als doel dat voor zowel de inwoners als voor gemeenten duidelijk is binnen welke kaders inwoners in het beleidsproces participeren en op welke wijze zij in een verschillende fase van het beleidsproces betrokken worden. In een participatieverordening maakt elke gemeenteraad deze zaken expliciet voor zijn gemeente. Het voorstel verplicht tot een uitbreiding/verbreding van de in de Gemeentewet (artikel 150) voorgeschreven inspraakverordening naar een participatieverordening. Het belang van participatie wordt groter door maatschappelijke ontwikkelingen waarbij het vertrouwen in de overheid onder druk staat maar krijgt ook meer kaders via de Omgevingswet. Verder zijn er uitdagingen vanuit duurzaamheid (Regionale Energie Strategie (RES)) en het Sociaal Domein waarin de aan de gemeente gedelegeerde taken in omvang en impact groeien

Ons doel In de gemeente Dinkelland werken we samenlevingsgericht. Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kijken we naar wat we samen kunnen doen om onze kernen op de lange termijn leefbaar te houden. We zijn als gemeente open, betrouwbaar, duidelijk en transparant en (digitale) gegevens van onze inwoners zijn bij ons in goede handen.

47

Hoe leveren we een bijdrage aan gemeente en inwoners staan dicht bij elkaar en werken samen •

MijnDinkelland 2030!. Vanuit het proces MijnDinkelland2030! Zetten we meer in op participatie vanuit de kernen zelf en we stimuleren onze inwoners om mee te denken. We bieden ondersteuning om processen en projecten op gang te helpen of verder te brengen. We bezoeken al onze kernen als college en zijn vanuit de functie van “kernwethouder” zichtbaar en aanspreekbaar.

•

Opstellen en uitvoeren participatiebeleid. Gemeenten hebben in principe vrijheid om te beslissen op welke wijze zij inwoners bij de verschillende beleidsfasen betrekken en hoe ze hun visie op participatie vertalen in de participatieverordening. Het is dan ook eerst van belang dat we als gemeenten bepalen hoe we participatie verder vorm willen geven. Daarvoor stellen we participatiebeleid op. Vervolgens kunnen we de stap zetten naar juridische formuleringen in een participatieverordening. Vanuit het participatiebeleid verkennen we ook in hoeverre het uitdaagrecht kan worden ingevoerd. Dit biedt mogelijkheden voor inwoners om gemeentelijke taken over te nemen wanneer zij van mening zijn het zelf slimmer, beter, goedkoper of anders te doen. Ook verkennen we de mogelijkheden van een online participatietool om de samenwerking met onze inwoners te versterken.

•

Samenlevingsgericht werken - organisatieontwikkeling. Zorgvuldige communicatie, en meer contact met onze inwoners en partners om samenlevingsgericht te kunnen werken, vraagt naast tijd van ambtenaren, ook vaardigheden. Daarin willen we investeren. We investeren in structurele ambtelijke capaciteit om het samenlevingsgericht werken te borgen en van nieuwe impulsen te voorzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/839/documents/22115