CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6.pdf

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 10: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Lang-kampweg 6”27.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Breemorsweg 17 Onderhavig plan heeft betrekking op het slopen van een schuur en het vastleggen van de hoeveelheid bebouwing op het erf. Het aantal verkeersbeweging zal als gevolg van het plan niet toenemen. Disseroltweg 52 Onderhavig plan heeft betrekking op de uitbreiding van de oppervlakte van twee bedrijfsgebouwen (een kapschuur en een kantoortje van 8 m2). Gezien de gebruiksfunctie van de kapschuur en de omvang van het kantoor zal het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan niet, of nauwlijks toenemen. Langkampweg 6 Het voorliggende initiatief maakt de realisatie van een kleine bedrijfsruimte mogelijk in een schuur voor het houden van workshops en geven van cursussen, en het verplaatsen van het woonrecht van de huidige bedrijfswoning naar de naastgelegen boerderijschuur. Er wordt per saldo geen extra woning gerealiseerd en ook te realiseren bruto vloeroppervlakte voor de bedrijfsactiviteiten ligt ver onder de drempelwaarden, waardoor het een project betreft die niet in betekenende mate (NIBM) bedraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is de NIMB rekentool gebruik om de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen aan de luchtverontreiniging te beoordelen. De realisatie van zal leiden tot een lichte toename in verkeersgeneratie.

Omdat voor een opleidingslocatie geen aparte kencijfers zijn opgenomen zijn voor deze berekening de kencijfers gehanteerd voor 'avondonderwijs'. Daarnaast is uitgegaan van de categorieën 'buitengebied' en 'niet stedelijk' Per 10 studenten geldt een verkeersgeneratie van maximaal 16.4 verkeersbewegingen per etmaal. Aan elke bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

55

cursus nemen naar verwachting maximaal 10 cursisten deel. Voor een weekdag geldt dat de kencijfers vermenigvuldigd dienen te worden met 1.33. Dit leidt afgerond tot 22 extra verkeersbewegingen per dag. In paragraaf 4.11 verkeer/parkeren is uiteen gezet hoe tot dit aantal is gekomen. Hierbij is uitgegaan van 2% vrachtverkeer, wat uitkomt op ca. 1 vrachtwagen per dag. In figuur 4.3 is de worst-case berekening weergegeven.

Figuur 4.2: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. 56

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden.

Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Risicokaart Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Toets Langkampweg 6 Tilligte

Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart Langkampweg 6 Tilligte (bron: risicokaart.nl)

Op circa 4 kilometer ten oosten van het plangebied is een opslagtank voor propaan aanwezig. Het plangebied valt ruim buiten de risicocontour van deze opslag. Disseroltweg 52 Lattrop bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

57

Figuur 4.4: Uitsnede risicokaart Disseroltweg 52 Lattrop (bron: risicokaart.nl) Op circa 1,2 kilometer ten noorden van het plangebied is een mestvergisting aanwezig (Bergvennerweg 11, Lattrop). Het plangebied valt ruim buiten de risicocontour van deze opslag. Breemorsweg 17 Lattrop

Figuur 4.5: Uitsnede risicokaart Breemorsweg 17 Lattrop (bron: risicokaart.nl) Op circa 1,3 kilometer ten noorden van het plangebied is een mestvergisting aanwezig(Bergvennerweg 11, 58

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Lattrop). Het plangebied valt ruim buiten de risicocontour van deze opslag.

Conclusie Uit de inventarisatie blijkt dat planlocaties niet zijn gelegenin de nabeiheid van risicobronnen op bais van externe veiligheid, derhalve geldt dat de locaties aan de Langkampweg 6 in Tilligte, de Breemorsweg 17 in Lattrop en de Disseroltweg 52 in Lattrop: zich niet bevinden binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevinden binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet zijn gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet zijn gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.

In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

59

Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen.

Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 27 oktober 2023 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht voor de locaties aan de Breemorsweg 17, de Disseroltweg 52 en de Lankampweg 6. De watertoetsen zijn toegevoegd in de bijlage.

Bijlage 9 voor de locatie Breemorsweg 17, Bijlage 8 voor de locatie Disseroltweg 52 en Bijlage 7 voor de Langkampweg 6. Voor de locaties Breemorsweg 17 en Disseroltweg 52 geldt de korte procedure. Voor de locatie Langkampweg 6 geldt de normale procedure waarbij contact is gelegd met het waterschap. Het waterschap heeft aangegeven dat de ontwikkeling aan de Langkampweg 6 nagenoeg geen impact heeft op de waterhuishouding. Gelet op de ruimte op het erf, dient de afwatering van daken en verharding opgevangen te worden in een slootje/greppel/vijver of verlaging in groene deel van het erf. Het hemelwater zal in eerste instantie worden afgevoerd op lager gelegen groen delen op het erf. Het hemelwater kan dan infiltreren. Waar nodig kan het water van de daken van de beoogde mantelzorgwoning en naast gelegen boerderijschuur worden afgewaterd op het slootje voor het huis die langs de oude oprit loopt. Eventueel overtollig hemelwater kan dan afgevoerd worden op de nabijgelegen watergang.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Voor de locaties Langkampweg 6 en de Breemorsweg 17 zijn quickscans met betrekking tot natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Voor locatie aan de Disseroltweg 52 wordt gezien de aard van de ontwikkeling, en de huidige situatie op deze locatie een natuurwaardenonderzoek niet noodzakelijk geacht.

Quickscan natuurwaarden Langkampweg 6 Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden (uitgevoerd door Natuurbank Overijssel op 25 september 2023), zie ook Bijlage 5. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. 60

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied ligt op minimaal 77 meter afstand van Natuurnetwerk Nederland. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

Figuur 4.6: Afstand plangebied met dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (bron: Atlas Leefomgeving) Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek en ligt ten noordoosten op 1,8 km afstand. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Uit vergelijkbare projecten die in de periode 2019 tot en met 2021 zijn uitgevoerd, en beoordeeld door de ODT, is gebleken dat bij veel bouwprojecten of bestemmingsplannen de aanleg- en gebruiksfase geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Een voorbeeld hiervan is de bouw van een vrijstaande woning van 750 m3 en een schuur van 200 m2 gegeven op 800 m afstand. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Gelet op de invloedsfeer en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, wordt gesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied niet negatief beïnvloed wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

61

Figuur 4.7: Afstand plangebied met dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator) Stikstof Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van een bedrijfsruimte, ter vervanging van een oude schuur en het verplaatsen van het woonrecht van de huidige bedrijfswoning naar de naastgelegen boerderijschuur. Daarbij is er per saldo geen sprake van een toename van het aantal woonrechten. Zoals gezegd is uit vergelijkbare projecten die in de periode 2019 tot en met 2021 zijn uitgevoerd, en beoordeeld door de ODT, gebleken dat bij veel bouwprojecten of bestemmingsplannen de aanleg- en gebruiksfase geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Gezien de kleinschaligheid van het project en de afstand van circa 1,8 kilometer tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Soortbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren.

Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Vleermuizen en amfibieën bezetten er geen vaste rust- of verblijfplaats. Van de in het plangebied nestelende vogels is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet de nestplaats. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Om te voorkomen dat bezette vogelnesten negatief beïnvloed worden, dient gewerkt te worden buiten de voortplantingsperiode of dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden zodat de aanwezigheid van een bezet vogelnesten uitgesloten kan worden. Door het onvoorbereid uitvoeren van de voorgenomen activiteiten kan niet uitgesloten worden dat beschermde grondgebonden zoogdieren gedood worden en dat vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren beschadigd of vernield worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaats'. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt echter geen vrijstelling.

Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden opzettelijk gedood worden, dienen ze verjaagd of weggevangen te worden, of dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Conclusie 62

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gezien de kleinschaligheid van het project en de afstand van circa 1,8 kilometer tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten. Quickscan natuurwaarden Breemorsweg 17 Bij dit bestemmingsplan wordt hiervoor gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden (uitgevoerd door Natuurbank Overijssel op 20 oktober 2023), zie ook Bijlage 6. De resultaten zijn in de volgende alinea's opgenomen. Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) Het plangebied ligt op minimaal 353 meter afstand van Natuurnetwerk Nederland. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

Figuur 4.8: Afstand plangebied met dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (bron: Atlas Leefomgeving) Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Bergvennen & Brecklenkampse Veld en ligt ten noordoosten op 648 m afstand. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Gelet op de invloedsfeer en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, wordt gesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied niet negatief beïnvloed wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

63

Figuur 4.9: Afstand plangebied met dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator) Stikstof Voorliggend plan heeft betrekking op de sloop van een oude schuur. Uit projecten die in de periode 2019 tot en met 2021 zijn uitgevoerd en beoordeeld door de ODT, is gebleken dat bij veel bouwprojecten of bestemmingsplannen de aanleg- en gebruiksfase geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Gezien de kleinschaligheid van het project (alleen sloopwerkzaamheden) en de afstand van circa 648 meter tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Soortbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Er nestelen vogels in het plangebied en grondgebonden zoogdieren en vleermuizen benutten het plangebied als foerageergebied. Het plangebied vormt geen functioneel leefgebied voor amfibieën. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats.

Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepaling verkregen worden omdat de voorgenomen activiteiten niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Het verwijderen/verplaatsen van de nestkasten dient daarom buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om dit te doen is augustus-februari. Voorgenomen activiteiten mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten verstoord, beschadigd of vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten. Conclusie Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gezien de kleinschaligheid van het project en de afstand van circa 648 meter tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden.

Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten. 64

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Disseroltweg 52 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt op minimaal 967 meter afstand van Natuurnetwerk Nederland. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

Figuur 4.10: Afstand plangebied met dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (bron: Atlas Leefomgeving) Natura 2000-gebied Het plangebied ligt niet in of direct grenzend aan beschermd natuurgebied zoals een Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Bergvennen & Brecklenkampse Veld en ligt ten noordoosten op 1,3 km afstand. De invloedsfeer van de voorgenomen activiteit is lokaal. Dat wil zeggen dat er geen negatief effect op natuurgebied buiten het onderzoeksgebied op treedt. Gelet op de invloedsfeer en de ligging op enige afstand van Natura 2000-gebied, wordt gesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied niet negatief beïnvloed wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

65

Figuur 4.11: Afstand plangebied met dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator) Stikstof Voorliggend plan heeft betrekking op de realisatie van de uitbreiding van twee bedrijfsgebouwen (een kapschuur en kantoortje) en de legalisatie van een bestaand bedrijfsgebouw. Uit projecten die in de periode 2019 tot en met 2021 zijn uitgevoerd en beoordeeld zijn door de Omgevingsdienst Twente (ODT) en qua omvang groter zijn dat dit project, is gebleken dat bij veel bouwprojecten of bestemmingsplannen de aanleg- en gebruiksfase geen stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden veroorzaakt. Gezien de kleinschaligheid van het project en de afstand van circa 1,3 kilometer tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Soortbescherming De gronden in het plangebied waarop de uitbreiding van de kapschuur is beoogd, zijn bestemd met een agrarische functie. De gronden zijn reeds verhard. Gelet op de terreingesteldheid van de gronden is het locatie ongeschikt voor beschermde flora en/of fauna.

Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht. Conclusie Het plangebied behoort niet tot Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gezien de kleinschaligheid van het project en de afstand van circa 1,3 kilometer tot het dichtbijgelegen Natura 2000-gebieden is het aannemelijk dat voorliggend project geen significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie zal veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Een gedetailleerd onderzoek naar stikstofdepositie wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen worden uitgesloten.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Archeologie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden 66

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Toets

Figuur 4.12 uitsnede archeologische waardenkaart, Langkampweg 6 Tilligte (bron: cultureelerfgoed.nl)

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

67

Figuur 4.13 uitsnede archeologische waardenkaart, Breemorsweg 17 Lattrop (bron: cultureelerfgoed.nl)

Figuur 4.14 uitsnede archeologische waardenkaart, Disseroltweg 52 Lattrop (bron: cultureelerfgoed.nl)

In het vigerend bestemmingsplan zijn voor de planlocaties geen dubbelbestemming voor Archeologie opgenomen. Ook op de archeologische waardenkaart zijn ter hoogte van de planlocaties (gemarkeerd met een rode ster) geen archeologische waarden zichtbaar, daarom wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'archeologie'. 68

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen en structuren is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets

Figuur 4.15 uitsnede cultuurhistorische waardenkaart, Langkampweg 6 Tilligte (bron: Provincie Overijssel)

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

69

Figuur 4.16 uitsnede cultuurhistorische waardenkaart, Disseroltweg 52 Lattrop (bron: Provincie Overijssel)

Figuur 4.17 uitsnede cultuurhistorische waardenkaart, Breemorsweg 17 Lattrop (bron: Provincie Overijssel)

Uit de Cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Overijssel kan worden afgeleid dat er in de directe omgeving van de planlocaties (aangegeven met een zwarte circel) geen cutuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 70

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

'cultuurhistorie'.

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer De verkeersgeneratie als gevolg van voorliggend bestemmingsplan wordt getoetst aan de hand van het 'Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Dinkelland 2019' . Parkeren Het aantal parkeerplaatsen wordt bepaald conform de beleidsnotitie "Bouwen en parkeren 2018" van de gemeente Dinkelland. Er wordt voor het gehele grondgebied in de gemeente Dinkelland een onderscheid gemaakt naar drie zones: “centrum”, “rest bebouwde kom” en “buitengebied”. Het uitgangspunt is dat het parkeren in voldoende mate op eigen erf plaatsvindt. De parkeerbehoefte van een bouwplan en/of een gebruikswijziging wordt bepaald door het vermenigvuldigen van de parkeernorm met de bruto vloeroppervlakte of met een aantal. Voor de gemeente Dinkelland wordt voor het toepassen van de parkeernomen uitgegaan van het gemiddelde.

Toets Langkampweg 6, Tilligte Verkeer Het plangebied wordt via de nieuwe inrit ontsloten op de Langkampweg. De Langkampweg wordt op basis van het 'Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Dinkelland 2019' (hierna: GGVP) aangemerkt als een “Overige erftoegangsweg buiten de bebouwde kom” waarvoor een wegintensiteit geldt van <4.000- 6.000 motorvoertuigbewegingen per dag met een rijbaanbreedte van 5- 6 meter. De maximumsnelheid bedraagt 60 km per uur. De huidige inrichting van de Langkampweg bestaat uit asfaltverharding met een breedte van circa 4,5 meter (afgerond 5 meter), waardoor het aangemerkt wordt als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. De huidige maximumsnelheid bedraagt zoals aangegeven 60 km/h. Het profiel van de Langkampweg past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Op de planlocatie aan de Langkampweg 6 is sprake van functiewijziging van agrarisch naar wonen, het toestaan van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, waaronder het organiseren van workshops en cursussen, het realiseren van boerderijkamers en het verplaatsen van het woonrecht. Het verplaatsen van het woonrecht zal naar verwachting niet leiden tot een toename in verkeersgeneratie. Dit geldt ook voor de functiewijziging van agrarisch naar wonen.

Omdat het een agrarisch bedrijf in ruste betreft vinden er in de huidige situatie geen agrarische activiteiten plaats en wordt de locatie alleen gebruikt ten behoeve van wonen. De verkeersgeneratie die voort komt uit de bedrijfsactiviteiten op het erf zal zorgen voor een kleine toename aan verkeersbewegingen. De nieuwe schuur wordt voorzien van een bedrijfsruimte waar meerdaagse cursussen gegeven zullen worden aan 8 tot 10 cursisten per keer. Een deel van de cursisten zal echter voor meerdere dagen op het erf verblijven in de boerderijkamers die hier gerealiseerd zullen worden. Om de verkeersgeneratie op het erf te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie CROW 381. Omdat voor een opleidingslocatie geen aparte kencijfers zijn opgenomen in de publicatie, zijn voor deze berekening de kencijfers gehanteerd voor avondonderwijs. Daarnaast is uitgegaan van de categorieën 'buitengebied' en 'niet stedelijk' Per 10 studenten geldt een verkeersgeneratie van gemiddeld 15 verkeersbewegingen per etmaal. De verkeersgeneratie van het woonhuis bedraagt gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per dag als wordt uitgegaan van de kencijfers voor 'koop, huis, vrijstaand' De totale verkeersgeneratie zal gemiddeld dus 23,2 verkeersbewegingen per dag bedragen. Er worden ook boerderijkamers gerealiseerd.

Deze worden alleen gebruikt door de cursisten, daarom wordt als gevolg van de ontwikkeling van de boerderijkamers geen extra verkeersgeneratie verwacht. Een (beperkte) toename van verkeersbewegingen veroorzaakt door de bedrijfsactiviteiten kan eenvoudig via de Langkampweg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Bij het beoordelen van bouwaanvragen en ruimtelijke ontwikkelingen is het noodzakelijk om objectief inzicht te bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

71

krijgen in de parkeervraag en het -aanbod. In de beleidsregels 'bouwen en parkeren' opgesteld door de gemeente Dinkelland zijn duidelijke parkeernormen vastgesteld. Parkeernormen zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers uit publicatie 317 CROW. Dat geldt voor alle gebruiksfuncties voor het gehele grondgebied van Dinkelland. Er wordt voor het gehele grondgebied in de gemeenten Dinkelland en Tubbergen een onderscheid gemaakt naar drie zones: “centrum”, “rest bebouwde kom” en “buitengebied”. Uitgangspunt is dat het parkeren op het eigen erf plaatsvindt. Als een aanvrager alle parkeergelegenheid voor het bouwplan op eigen erf realiseert, wordt er een positief parkeeradvies gegeven. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een parkeerbehoefte van gemiddeld 2.4 parkeerplaatsen. Om de parkeerbehoefte op het erf te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie CROW 317. Omdat voor een opleidingslocatie geen aparte kencijfers zijn opgenomen in de publicatie, zijn voor deze berekening de kencijfers gehanteerd voor avondonderwijs. Voor de ruimte waar de workshops en cursussen worden gegeven, wordt uitgegaan van gemiddeld 10.5 parkeerplaatsen. Afgerond zijn er dus 13 parkeerplaatsen benodigd. Op het erf wordt een laadplein met circa 8 parkeerplaatsen gerealiseerd, waar cursisten hun auto kunnen parkeren tijdens het bijwonen van de workshops en cursusen.

Voor de overige 3 auto's is op het eigen erf direct naast de nieuwe schuur voldoende ruimte om te parkeren. Voor de woning kan net zoals in de bestaande situatie noordelijk op het terrein worden geparkeerd. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan. Er worden ook boerderijkamers gerealiseerd. Deze worden alleen gebruikt door de cursisten, daarom wordt als gevolg van de ontwikkeling van de boerderijkamers geen extra parkeerbehoefte verwacht.

Breemorsweg 17, Lattrop Verkeer Het plangebied wordt via de bestaande inrit ontsloten op de Breemorsweg. De Breemorsweg wordt op basis van het 'Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Dinkelland 2019' (hierna: GGVP) aangemerkt als een “Overige erftoegangsweg buiten de bebouwde kom” waarvoor een wegintensiteit geldt van <4.000- 6.000 motorvoertuigbewegingen per dag met een rijbaanbreedte van 5- 6 meter. De maximumsnelheid bedraagt 60 km per uur. De huidige inrichting van de Breemorsweg bestaat uit asfaltverharding met een breedte van circa 5 meter, waardoor het aangemerkt wordt als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. De huidige maximumsnelheid bedraagt zoals aangegeven 60 km/h. Het profiel van de Breemorsweg past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Daarnaast beschikt het erf over een inrit die wordt ontsloten op de Kommiezendijk. Deze inrit geeft toegang tot het achtererf van het agrarisch bedrijf. De Kommiezendijk wordt op basis van het GGVP aangemerkt als een “Overige erftoegangsweg buiten de bebouwde kom” waarvoor een wegintensiteit geldt van <4.000- 6.000 motorvoertuigbewegingen per dag met een rijbaanbreedte van 5- 6 meter. De maximumsnelheid bedraagt 60 km per uur. De huidige inrichting van de Kommiezendijk bestaat uit asfaltverharding met een breedte van circa 5 meter, waardoor het aangemerkt wordt als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom.

De huidige maximumsnelheid bedraagt zoals aangegeven 60 km/h. Het profiel van de Kommiezendijk past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Omdat op de locatie aan de Breemorsweg een grote lichtboxstal wordt gesloopt is het aannemelijk dat het verkeer als gevolg van deze ontwikkeling niet toe zal nemen. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren In voorliggend is geen sprake van een bouwplan of functiewijziging. Als gevolg de sloop van de schuur wordt geen toename in verkeersbehoefte verwacht. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

Disseroltweg 52, Lattrop Verkeer Het plangebied wordt via de bestaande inrit ontsloten op de Disseroltweg 52 De Disseroltweg wordt op basis van het 'Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Dinkelland 2019' (hierna: GGVP) aangemerkt als een “Overige erftoegangsweg buiten de bebouwde kom” waarvoor een wegintensiteit geldt van <4.000- 6.000 72

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

motorvoertuigbewegingen per dag met een rijbaanbreedte van 5- 6 meter. De maximumsnelheid bedraagt 60 km per uur. De huidige inrichting van de Disseroltweg bestaat uit asfaltverharding met een breedte van circa 5 meter, waardoor het aangemerkt wordt als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. De huidige maximumsnelheid bedraagt zoals aangegeven 60 km/h. Het profiel van de Disseroltweg past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Daarnaast beschikt het erf over een inrit die wordt ontsloten op de Frensdorferweg. Deze inrit geeft toegang tot het achtererf van het bedrijf. De Frensdorferweg wordt op basis van het GGVP aangemerkt als een “Overige erftoegangsweg buiten de bebouwde kom” waarvoor een wegintensiteit geldt van <4.000- 6.000 motorvoertuigbewegingen per dag met een rijbaanbreedte van 5- 6 meter. De maximumsnelheid bedraagt 60 km per uur. De huidige inrichting van de Frensdorferweg bestaat uit asfaltverharding met een breedte van circa 5 meter, waardoor het aangemerkt wordt als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom. De huidige maximumsnelheid bedraagt zoals aangegeven 60 km/h. Het profiel van de Erfdorferweg past binnen de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Op de Disseroltweg zijn enkele snelheidsremmende maatregelen getroffen: ter plaatse van de kruising Disseroltweg/Frensdorferweg is een snelheidsremmer in de vorm van een drempel aangelegd.

Doordat het kruispunt is voorzien van een drempel (verhoging) wordt de snelheid van het (doorgaande) verkeer beperkt. Op de locatie wordt een kapschuur. Dit gebouw heeft geen grote verkeersaantrekkende functie. Daarnaast wordt een kantoortje met 8 m2 uitgebreid. Gezien de omvang zal dit niet leiden tot een grote toename in verkeersbewegingen. De uitbreiding van het bestemmingsvlak zorgt ervoor dat de gebouwen die nu net over de bestemmingsgrens staan binnen de bestemming komen te liggen. Een gedeelte van de aangrezende agrarische grond wordt in de toekomstige situatie gebruikt voor buitenopslag. Beide ontwikkelingen hebben geen verkeersaantrekkende werking. Het is daarom aannemelijk dat de verkeersgeneratie als gevolg van deze ontwikkeling niet of nauwelijks toe zal nemen. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Als gevolg van de uitbreiding van de kapschuur en de geringe uitbreiding van het kantoor wordt geen toename in verkeersbehoefte verwacht. De uitbreiding van het bestemmingsvlak zorgt ervoor dat de gebouwen die nu net over de bestemmingsgrens staan binnen de bestemming komen te liggen. Een gedeelte van de aangrenzende agrarische grond wordt in de toekomstige situatie gebruikt voor buitenopslag. Beide ontwikkelingen hebben geen verkeersaantrekkende werking en zullen niet zorgen voor extra parkeerbehoefte.

Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

73

74

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatievweerschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

75

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch- 1 De bestemming Agrarisch-1 blijft ook na de sloop van de lichtboxstal gehandhaafd voor de locatie Breemorsweg 17 in Lattrop. Het bouwvlak en de oppervlakte van de bestemming blijven ongewijzigd. De gezamelijke oppervlakte aan bedrijfsbebouwing bedraagt 601 m2.

Bedrijf De bestemming Bedrijf ter plaatse van de locatie aan de Disseroltweg 52 blijft ongewijzigd. De gezamelijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen, waaronder onverkappingen, zal ten hoogste 3114 m2 bedragen.

76

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Groen De gronden binnen de bestemming groen zijn bestemd voor onder andere groenstroken en speelvoorzieningen. Bij recht zijn alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. De plaatsing van speeltoestellen of kunstwerken is onder voorwaarden mogelijk. Onder deze bestemming vallen ook voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. Tevens is onder voorwaarden medegebruik van de gronden in de vorm van evenementen toegestaan.

Bos - Natuur De voor 'Bos - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor bos en bebossing, waaronder houtsingels, natuur, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van cultuurhistorie, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden, beken, plassen, poelen, vennen, sloten en/of andere watergangen en/of partijen, als dan niet mede bestemd voor waterberging. Het behoud, herstel en ontwikkeling van de waarden van deze gebieden staan voorop.

Wonen De voor wonen aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor de functie wonen. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, al dan niet in combinatie met ruimten voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mantelzorg en boerderijkamers, indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding “specifieke vorm van wonen - boerderijkamers”. De gezamelijke oppervlakte van de bijgebouwen (nieuwe schuur, de bestaande (kleine) en de mantelzorgwoning) bedraagt 466 m2.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

77

78

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

79

80

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan zal bij de ter inzage van het ontwerp ter kennisgeving aan de provincie worden voorgelegd.

Waterschap Vechtstromen Op 27 oktober 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 29 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

81

82

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Bijlage bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

83

Bijlage 1 Erfinrichtingsplan Langkampweg 6 Tilligte

84

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

Erfinrichtingsplan Langkampweg 6

Legenda Gebouwen en bouwwerken 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7. 8.

Mantelzorgwoning Gerenoveerde schuur Met woning op begane grond en boerderijkamers en kantoor op de eerste verdieping Nieuwe schuur met trainingsruimte Beklinkerd fietspad/looppad Nieuwe oprit Parkeerplaatsen met laadpalen Verticale windwokkels Gerenoveerde werktuigenloods

Beplanting A. B. C. D.

Bestaande eiken Nieuwe Beukenhaag Bestaande beukenhaag Inzaaien bloemrijk grasland

Beplantingslijst Aanplant haag met inheemse beplanting, te weten een beukenhaag of gemengde haag met meidoorn en veldsedoorn van 1 meter breed, over een lengte van 80 meter en 5 stuks aanplant per meter. De haag mag eventueel onderbroken worden om zichtlijnen vrij te houden. De gronden aangeven met D worden voorzien van bloemenrijk grasland dat ten goede komt aan de biodiversiteit. Soort Beukenhaag eventueel gemengd met meidoorn veldsedoorn

Latijnse naam Fagus Sylvatica, Gemengd met: Crataegus mongyna / Acer campestre

Locatie B

Aantal 400

Plantverband 5 stuks / m2

Hoogtemaat 80-100 cm

Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan Disseroltweg 52 Lattrop

86

bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6

51

DNK00L 01393G0000

DNK00L 01976G0000

Landschappelijk inpassingsplan

Locatie Disseroltweg 50-52, Lattrop Basisinspanning 1

N

Aanplant houtsingel met 8 zomereiken (Quercus

robur), zomerlinde (Tilia platyphyllos) of fladderiep (Ulmus laevis), plantmaat 14-16, plantafstand 8-12 meter. Aanplant

Di

1

bosplantsoen, tevens onderbeplanting bij bomenrij, met de

er

ss

50 DNK00L 01218G0000

eg

tw

ol

soorten zomereik (Quercus robur), zoete kers (Prunus aevium),

1

haagbeuk (Carpinus betulus), meidoorn (Crataegus monogyna), 37 DNK00L 01296G0000

sleedoorn (Prunus spinosa) en viltroos (Rosa tomentosa) in

DNK00L 01083G0000

3

een gelijke verdeling. Aanplant in de maat 80-100 (hoogte in3

9

centimeters) over een lengte van 85 meter en 12 meter breed, 6

DNK00L 01978G0000

6

DNK00L 01084G0000

plantafstand 1,5 x 1,5 meter, aanplant in driehoeksverband, 445

DNK00L 00594G0000

DNK00L 01354G0000

2

stuks. 2

Aanplant houtsingel met bosplantsoen met de soorten

zomereik (Quercus robur), fladderiep (Ulmus laevis), zoete

Naam & project

DNK00L 01378G0000 DNK00L 00643G0000

Groenplan herontwikkeling 2 Loohuis 19AF057

kers (Prunus aevium), haagbeuk (Carpinus betulus), meidoorn

3

(Crataegus monogyna), sleedoorn (Prunus spinosa) en viltroos

52

DNK00L 01352G0000

(Rosa tomentosa) in een gelijke verdeling. Aanplant in de DNK00N 00993G0000

re

Adres

1900

Ko

DNK00L 00875G0000 DNK00L 01379G0000

meter en 5 meter breed, plantafstand 1 x 1 meter, aanplant in

or

nm

Oldenzaalseweg 107-113 Fleringen

driehoeksverband, 140 stuks.36

DNK00N 01473G0000 DNK00N 01581G0000

eg

sw

6

maat 80-100 (hoogte in centimeters) over een lengte van 28

Datum & Status 12 sept 2023 Concept

Project 23AF072 Formaat A3

Getekend Ad Fontem, AV

o

r

f

e r

w

e

g

DNK00L 01890G0000

n e r F

1-

3

1B

s d

DNK00L 01504G0000

30

|

Getekend AV

|

Datum 11-12-23

|

Status CKGO

Fre

KGO plan

Locatie Disseroltweg 50-52, Lattrop DNK00L 01402G0000

Kwaliteitsimpuls DNK00L 00537G0000

N

1

Aanplant houtsingel oppervlakte 2100 m2 met 9 zwarte

els (Alnus glutinosa)of fladderiep (Ulmus laevis), plantmaat 1416, plantafstand 8-12 meter. Aanplant bosplantsoen, tevens

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/826/documents/21463