Bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6.pdf
Tekst van het document
33
Figuur 3.9: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Disseroltweg 52 Lattrop (bron: provincie Overijssel)
Figuur 3.10: Laag van het agrarische cultuurlandschap, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Breemorsweg 17 Lattrop (bron: provincie Overijssel) Oude hoevenlandschap Het oudehoevenlandschap kenmerkt zich door een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere 34
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten daarnaast de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Jonge heide- en broekontginningslandschap De 'Jong heide- en broekontginningslandschappen' bestaan uit grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en uit landschappen met grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van het omliggende essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer te zien is.
Als ontwikkelingen plaatsvinden in de agrarische ontginngingslandschappen dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toets Alle locaties binnen het plangebied voldoen aan de kenmerken van het oude hoevenlandshap. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het herontwikkelen van een voormalig agrarisch erf, een bedrijfslocatie en een agrarisch erf, waarbij alle ontwikkelingen landschappelijk worden ingepast. Hierbij wordt rekening gehouden met de kenmerken van het landschap, zodat de maatregelen een versterking van het landschap tot gevolg hebben. Er is geen sprake van afbreuk aan de laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag De stedelijke laag kent het kenmerk 'Verspreide gebouwen' aan de locaties toe. In figuren 3.11, 3.12 en 3.13 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven. De agrarische erven hebben van oudsher een hele sterke binding met het landschap. Vanuit het erf werden de omliggende gronden in cultuur gebracht en vervolgens eeuwenlang bewerkt. Elke boer deed dit naar eigen inzicht en afgestemd op de plaatselijke omstandigheden, maar wel volgens de wetmatigheden van het toenmalig landbouwsysteem.
Door deze 'eenheid in handelen' ontstonden er samenhangende landschappen, die nu nog steeds herkenbaar zijn: essenlandschap, oude hoevenlandschappen, broek- en heideontginningen en veenlandschappen. Bijzonder is dat elk landschap zijn eigen erftype heeft: de opbouw van erf, erfbebouwing, erfbeplantingen en relaties met de omliggende gronden zijn specifiek voor het betreffende landschapstype, alsof in het erf de genen van het landschap besloten liggen. Naast erven kent het buitengebied losliggende 'gewone' burgerwoningen met veelal een eigen, individueel karakter en eigen verhaal van ontstaan. Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Toegankelijkheid wordt erdoor verbeterd.
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
35
Figuur 3.11: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Langkampweg 6 Tilligte (bron: provincie Overijssel) Het plangebied voldoet aan de kenmerken van verspreide bebouwing. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van een voormalig agrarisch erf. Hierbij krijgt de bestaande bebouwing een andere functie, waardoor het beter kan worden onderhouden en wordt na sloop van een oude vervallen schuur een kleinere schuur op dezelfde locatie teruggebouwd. Bij de herontwikkeling worden alle ontwikkelingen op het erf landschappelijk ingepast. Hierbij wordt uitgegaan van de kenmerkende erfstructuur en volumematen.
Figuur 3.12: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Disseroltweg 52 Lattrop (bron: provincie Overijssel) Het plangebied voldoet aan de kenmerken van verspreide bebouwing. Als ontwikkelingen plaats vinden op erven,
36
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Door de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen blijft het onderscheid tussen de voorkant-achterkant duidelijk zichtbaar. Ook de erfstructuur blijft behouden.
Figuur 3.13: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Breemorsweg 17 Lattrop (bron: provincie Overijssel) Het plangebied voldoet aan de kenmerken van verspreide bebouwing. Als ontwikkelingen plaats vinden op erven, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende erfstructuur en volumematen, blijft er een duidelijk onderscheid voorkant- achterkant en vindt koppeling van het erf aan landschap plaats. Door de sloop van de ligboxstal blijft het onderscheid tussen de voorkant-achterkant duidelijk zichtbaar. Ook de erfstructuur blijft behouden. Zodoende kan worden geconcludeerd dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de kenmerken van de stedelijke laag.
Laag van de beleving De laag van de beleving kent het kenmerk 'Donkerte' aan het gebied toe. In figuur 3.14, 3.15 en 3.16 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
37
Figuur 3.14: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Langkampweg 6 Tilligte (bron: provincie Overijssel)
Figuur 3.15: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Disseroltweg 52 Lattrop (bron: provincie Overijssel)
38
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
Figuur 3.16: Laag van de beleving, Omgevingsvisie Overijssel, locatie: Breemorsweg 17 Lattrop (bron: provincie Overijssel) Donkerte is een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, tenminste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever te richten. Toets Omdat het aantal woningen in de voorgenomen ontwikkeling gelijk blijft en er daardoor geen toename zal zijn van licht, wordt het 'donkerte' gebied met voorgenomen ontwikkeling niet verder aangetast. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de gebiedskenmerken van de laag van de beleving. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Dinkelland
De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
39
bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers.
De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toekomstgerichte agrarische sector De gemeente Dinkelland acht het belangrijk dat in buitengebied gezonde en toekomstbestendige agrarische bedrijven blijven. De gemeente zet de komende jaren in op gebiedsprocessen waarbij een economisch gezonde bedrijfsvoering uitgangspunt is. Dit kan door landbouw te verbinden met andere functies en opgaven. Hierbij kijkt de gemeente naar de veranderingen in de landbouw, energietransitie, klimaatopgaven en stikstof- en natuuropgaven in samenhang. Goede staat van natuur en landschap De gemeente Dinkelland wil de landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente behouden en ontwikkelen. De gemeente maakt zich daarom sterk voor: behouden en versterken van veelzijdig cultuurlandschap, versterken van biodiversiteit, behouden en versterken van natuur en landgoederen. Waardekaart Daarnaast heeft de gemeente Dinkelland een waardekaart opgesteld voor het buitengebied om aan te geven wat de samenleving en gemeente belangrijk vindt op deze plek. Alle locaties liggen in een lichtgroen gebied.
Dit gebied is gericht op ontwikkeling door laage waarde en hoge dynamiek. Dit zijn landschappelijk minder waardevolle landschappen waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Waarden open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen; moderne erfopzet. Speel in op de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. Toets 40
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
De waardekaart geeft voor alle betrokken locaties de kleuren lichtgroen. Zoals aangegeven zijn dit landschappelijk minder waardevolle gebieden waar afgelopen jaren veel is veranderd en waar ruimte is voor ontwikkelingen.
Langkampweg 6, Tilligte
Figuur 3.17: Waardekaart, locatie: Langkampweg 6 Tilligte , Omgevingsvisie gemeente Dinkelland De voormalige karakteristieke boerderij wordt gerenoveerd en verbouwd tot woning met bedrijfsruimte en boerderijkamers. De karakteristieke historische stijl van het pand blijft hierbij behouden, waardoor het agrarische karakter gewaarborgd blijft. Door de nieuwe gebruiksfuncties te realiseren in het hoofdgebouw blijft het ensemble tussen de mantelzorgwoning, de beoogde nieuwe woning en de overige schuren gewaarborgd en blijft het huidige cluster aan gebouwen intact. Met het treffen van diverse landschapsmaatregelen, zoals het verwijderen van delen van de verharding om ter plaatse van de planlocatie meer water vast te houden en door de aanleg van streekeigen beplanting kan de biodiversiteit worden verbeterd.
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
41
Figuur 3.18: Waardekaart, locatie: Disseroltweg 52 Lattrop , Omgevingsvisie gemeente Dinkelland De vrijgekomen sloopmeters van de ligboxstal op het erf aan de Breemorsweg 17 in Lattrop, maken het mogelijk om twee bedrijfsgebouwen op de bedrijfslocatie aan de Disseroltweg uit te breiden. De uitbreiding vindt plaats binnen de huidige bedrijfsbestemming. Er is sprake van de uitbreiding van geclusterde bebouwing en er wordt gebruik gemaakt van een bouwwijze en inrichting zoals dit binnen de directe omgeving gebruikelijk is. Daarnaast wordt de bedrijfsbestemming uitgebreid, zodat alle bedrijfsgebouwen die nu gedeeltelijk op agrarische gronden zijn gerealiseerd, volledig binnen de bedrijfsbestemming komen te liggen. Ook maakt het bedrijf voor haar bedrijfsvoering gebruik van een deel van de agrarisch gronden ten noorden van de bestemming. Het gebruik van de agrarische grond ten behoeve van bedrijfsactiviteiten is in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente zet de komende jaren in op gebiedsprocessen waarbij een economisch gezonde bedrijfsvoering uitgangspunt is. Met de uitbreiding van de bedrijfsbestemming, kunnen deze gronden worden gebruikt ten behoeve van het bedrijf en wordt een bijdrage geleverd aan een economisch gezonde bedrijfsvoering van het bedrijf.
Figuur 3.19: Waardekaart, locatie: Breemorsweg 17 Lattrop , Omgevingsvisie gemeente Dinkelland Door voorgenomen ontwikkeling wordt er een ligboxstal gesloopt op het erf aan de Breemorsweg 17 in Lattrop. Het agrarisch karakter en de moderne erfopzet van het agrarisch erf blijft behouden. Ook blijft er sprake van geclusterde bebouwing. Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt een bijgedrage geleverd aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De hoeveelheid landschapsontsierende agrarische bedrijfsgebouwen wordt verminderd. Resumerend wordt geacht dat de in dit plan besproken ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met "MijnOmgevingsvisie Dinkelland" van de gemeente Dinkelland. 3.3.2
"Beleid buitengebied met kwaliteit"
Het buitengebied van Dinkelland kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikte de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben
42
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie Dinkelland. De afgelopen jaren is echter ook geconstateerd dat het ruimtelijk beleid voor het buitengebied op onderdelen onnodig ingewikkeld is geworden en is zowel vanuit aanvragers en hun adviseurs als gemeente de wens geuit voor eenvoudiger en overzichtelijker beleid voor het buitengebied. In de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' zijn de eerdergenoemde beleidsregels en de beleidsregels ten aanzien van plattelandswoningen en nieuwe landgoederen vervat in één vereenvoudigde regeling die mede vanwege de opgaven in het buitengebied op onderdelen geactualiseerd en aangevuld is. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied.
Reikwijdte De beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel. Deze beleidsregel is niet van toepassing op de planologische mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen/ het omgevingsplan bij recht of met toepassing van een binnenplanse afwijking/ binnenplanse omgevingsplanactiviteit biedt. Ook is deze beleidsregel niet van toepassing op o.a. de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen en bestaande woningbouwlocaties die binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom zijn gelegen en richting het buitengebied worden uitgebreid en op zonne- en windparken. Afhankelijk van de wijze waarop een ontwikkeling juridisch-planologisch geborgd moet worden, moet voor de toepassing van deze beleidsregel een procedure herziening bestemmingsplan/ omgevingsplan of een buitenplanse afwijking/omgevingsplanactiviteit worden doorlopen.
Voor deze ontwikkeling zijn de volgende paragraven uit dit beleid van belang: Functiewijziging 'Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen' Bedrijfsmatige activiteiten Uitbreiden bedrijfsgebouwen Uitbreiden bedrijfsperceel Functiewijziging 'Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen' Voor de functiewijziging van de functie 'Agrarisch bedrijf'naar de functie 'Wonen' is ,voor zover geen sprake is van de bouw van een extra woning, geen aanvullende kwaliteitsinvestering vereist. Het toepassen van deze regeling houdt tevens in dat op de betrokken locatie de bedrijfsmatige agrarische activiteiten gestaakt moeten worden. Dit houdt tevens in dat de hiervoor bedoelde vergunningen en toestemmingen moeten worden ingetrokken.
Bedrijfsmatige activiteiten Het is mogelijk om binnen de functie 'Wonen' bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen. Niet elk nieuwe functie wordt wenselijk en/of aanvaardbaar gevonden. Dit zal van geval tot geval beoordeeld moeten worden waarbij onder meer de aard en invloed van de nieuwe functie op de omgeving een rol speelt. Voor het toestaan van bedrijfsmatige activiteiten binnen de functie 'Wonen' gelden de volgende voorwaarden: 1. De maximale omvang van de bijbehorende bouwwerken die in gebruik zijn voor de bedrijfsmatige activiteiten bedraagt 500 m²; 2. Indien de bestaande bebouwing niet meer functioneel te gebruiken is voor de nieuwe activiteit, is vervangende nieuwbouw mogelijk. Voor de berekening van de terug te bouwen oppervlakte wordt de tabel uit paragraaf 3.2 toegepast; 3. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop/vervangende nieuwbouw, maar worden ingepast in de nieuwe erfopzet; 4. Buitenopslag van goederen of andere bedrijfsmatige activiteiten buiten de gebouwen zijn niet toegestaan; 5. In afwijking van lid 4 zijn activiteiten buiten de gebouwen uitsluitend toegestaan indien het gaat om toeristisch-recreatieve functies, horeca, zorgfuncties of daarmee vergelijkbare functies; bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
43
6. Indien met de bedrijfsmatige activiteiten sprake is van een verblijfsrecreatieve functie, dient voldaan te worden aan het bepaalde in de Nota verblijfsrecreatie Noordoost Twente of indien deze beleidsnota wijzigt het op dat moment van toepassing zijnde verblijfsrecreatieve beleid; 7. Detailhandel in een andere vorm dan productiegebonden detailhandel is niet toegestaan. Maximaal 10% van de totale oppervlakte van de gebouwen tot een maximum van 100 m² mag worden gebruikt voor productiegebonden detailhandel. Uitbreiden bedrijfsgebouwen Voor de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen binnen of buiten een bestaand bedrijfsperceel met de functie 'Bedrijf (niet-agrarisch)' gelden de volgende regels: 8. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:
Figuur 3.20: Bouw-/sloopverhouding (bron: Beleid Buitengebied met Kwaliteit) 9. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 10. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 11. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 12. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 13. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 14. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Uitbreiden bedrijfsperceel Voor het uitbreiden van een bestaand bedrijfsperceel met de functie 'Bedrijf (niet-agrarisch)', is een aanvullende kwaliteitsimpuls vereist. De hoogte van deze kwaliteitsimpuls wordt bepaald door een berekening van de waardevermeerdering uit te voeren op basis van het bepaalde in paragraaf 8.1 van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'.
Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de Groene Omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Hierbij wordt voor het omzetten van agrarisch gebied naar een bedrijf (niet agrarisch) uitgegaan van de in onderstaande tabel genoemde basisbedragen.
44
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
Figuur 3.21 Overzichtstabel basisbedragen waardevermeerdering en - vermindering (bron: Beleid Buitengebied met Kwaliteit) Toets Alle planlocaties zijn gevestigd in het buitengebied van Dinkelland. Hierdoor kan voor alle locaties gebruik worden gemaakt van de beleidsregel 'Buitengebied met Kwaliteit'. Het gaat in totaal om 3 locaties (Breemorsweg 17 in Lattrop, Disseroltweg 52 in Latrrop en Langkampweg 6 in Tilligte).
Breemorsweg 17, Lattrop De wens bestaat om in totaal voor een oppervlakte van 401 m2 aan schuren te bouwen op de locatie aan de Disseroltweg 52 en de Langkampweg 6. Op de planlocatie aan de Breemorsweg 17 is een ligboxstal met een oppervlakte van 703 m2 gevestigd die hiervoor gesloopt zal worden. Voor de eerste 100 m² van het te bouwen oppervlakte wordt de verhouding van de eerste trede toegepast: 1:1 (bij asbest). Voor de volgende 400 m2 wordt de tweede trede toegepast, met een verhouding van 1:2 (bij asbest). Voor de overige m2 asbest wordt de derde trede toegepast. Dan ontstaat het volgende beeld voor de Breemorsweg.
Figuur 3.22 Verhouding te bouwen/te slopen (bron: Ad Fontem) De totale hoeveelheid terug te bouwen meters die voortkomen uit de slooplocatie aan de Breemorsweg 17 betreft afgerond 401 m². De sloopmeters zullen worden ingezet ten behoeve van extra bebouwing op het adres Disseroltweg 52 te Lattrop (301 m2) en het adres Langkampweg 6 te Tilligte (100 m2). De agrarische bestemming aan de Breemorsweg wordt behouden waarbij de toekomstige oppervlakte aan bedrijfsgebouwen wordt (601 m²) vastgelegd als maximum. Voor het overige wordt op voorhand voldaan aan de voorwaarden die binnen de regeling gesteld worden. Daarnaast zorgt dit bestemmingsplan er tevens voor dat op het perceel Breemorsweg 17 te Lattrop-Breklenkamp herbouw van de gesloopte bebouwing planologisch gezien niet meer mogelijk is. Het plangebied Breemorsweg zal landschappelijk ingepast worden conform het erfinrichtingsplan in Bijlage 3.
Langkampweg 6 Tilligte De agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming, waar tevens bedrijfsmatige activiteiten bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
45
plaats zullen vinden. Hier zijn de volgende paragrafen van belang: Functiewijziging 'Agrarisch bedrijf' naar 'Wonen' en 'Bedrijfsmatige activiteiten' en 'uitbreiden bedrijfsgebouwen'. Op de locatie wordt geen extra woning gerealiseerd, daarom zijn geen aanvullende kwaliteitsinvestering vereist. Op de betrokken locatie worden alle bedrijfsmatige agrarische activiteiten gestaakt. Daarnaast wordt voldaan aan de voorwaarden om de bedrijfsmatige activiteiten uit te voeren: 1. De omvang van de bijbehorende bouwwerken die in gebruik zijn voor de bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ca. 442,45 m². 2. De wens is om hier een schuur van 271,15 m2 te realiseren Voor vervangende nieuwbouw van de schuur van 271,15 m2 wordt voldaan aan de voorwaarden conform Tabel paragraaf 3.2. (Hieronder verder toegelicht). Het huidige bijgebouw (schuur) is geschikt om workshops of cursussen te organiseren. Vervangende nieuwbouw is daarom noodzakelijk. 3. De karakteristieke waardevolle gebouwen worden niet ingezet voor sloop of vervangende nieuwbouw. De karakteristieke woonboerderij krijgt een nieuwe functie met behoud van de karakteristieke uitstraling. 4. Er vindt geen buitenopslag plaats en er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten buiten de gebouwen plaats. 5. Er vinden geen activiteiten buiten de gebouwen plaats. 6.
Met de herontwikkeling wordt in het hoofdgebouw op de eerste verdieping boerderijkamers gerealiseerd. Aan het bepaalde in de Nota Verblijfsrecreatie Noordoost Twente wordt voldaan. 7. Er vindt geen detailhandel plaats. De sloopopgave aan de Langkampweg betreft in totaal 285 m2 waarvan 200 m2 asbest is. In het onderhavige plan gaat het om twee erven waar één schuur zal worden gesloopt. Voor de eerste 100 m² van het te bouwen oppervlakte wordt de verhouding van de eerste trede toegepast: 1:1 (bij asbest). Voor de volgende 400 m2 wordt de tweede trede toegepast, met een verhouding van 1:2 (bij asbest). Voor de overige m2 asbest wordt de derde trede toegepast. Dan ontstaat het volgende beeld voor de Langkampweg 6
Figuur 3.23 Verhouding te bouwen/te slopen (bron: Ad Fontem) Dit geeft 150 m2 + 21,25 m2 = 171,25 m2 aan te bouwen oppervlak. De sloopmeters zullen worden ingezet ten behoeve van extra bebouwing op het adres Langkampweg 6 te Tilligte. De wens is om hier een schuur van 271,15 m2 te realiseren. Op basis van de sloopverhoudingen mag aan de Langkampweg 6 in Tilligte in totaal 100 m² (slooplocatie Breemorsweg 17) + 171,25 m2 (slooplocatie Langkampweg 6) = 271,25 m2 aan schuren worden teruggebouwd. Het plangebied Langkampweg 6 zal landschappelijk ingepast worden conform het erfinrichtingsplan in Bijlage 1. Voor het overige wordt op voorhand voldaan aan de voorwaarden die binnen de regeling gesteld worden. Disseroltweg 52, Lattrop Op de bedrijfslocatie aan de Disseroltweg 52 worden twee bedrijfsgebouwen uitgebreid en wordt één van de bedrijfsgebouwen gelegaliseerd door gebruik te maken van 301 m2 aan sloopmeters. Op deze locatie is de paragraaf 'Uitbreiden bedrijfsgebouwen' van toepassing. Op de locatie zelf wordt niet gesloopt. Om de uitbreidingen van de bedrijfsgebouwen en de legalisatie van één van de bedrijfsgebouwen mogelijk te maken worden sloopmeters (301 m2) aangewend die beschikbaar komen na de sloop van een ligboxstal op de locatie aan de Breemorsweg 17 in Lattrop.
De overige (100 m2) worden zoals aangegeven ingezet voor de realisatie van een schuur aan de Langkampweg 6 in Tilligte. Het vigerend bestemmingsplan laat 2813 m2 aan gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen toe. De werkelijke gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen bedraagt 2969 m2. Dit komt omdat één van de bedrijfsgebouwen niet legaal is gerealiseerd. Een deel van de verkregen sloopmeters zal worden ingezet voor het legaliseren van dit bedrijfsgebouw (156 m2). De overige 145 m2 worden gebruikt voor de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen. Met de verkregen sloopmeters mag er in totaal voor 3114 m2 aan gezamelijke bedrijfsgebouwen gerealiseerd worden.
46
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
Voor de Disseroltweg zal tevens sprake zijn van uitbreiding van het bedrijfsperceel. Op dit moment wordt circa 1360 m2 aan agrarische gronden gebruikt ten behoeve van buitenopslag voor de bedrijfsbestemming. Dit is in strijd met de regels van het bestemmingsplan en dient daarom te worden omgezet naar een bedrijfsbestemming. Door gebruik te maken van de KGO-regeling zal de bedrijfsbestemming met 2510,55 m2 worden uitgebreid. In het gemeentelijke beleid is vastgesteld dat afwijking van bestaande regels (bestemmingsplan) mogelijk is ten behoeve van economische ontwikkelingen die naar aard en omvang passend zijn op de locatie, mits passend binnen het provinciaal- en rijksbeleid (zoals zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), deze passen bij de gebiedskenmerken en bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Qua aard gaat het om de activiteit op zich. Met “aard” wordt bedoeld de soort functie. In voorliggend geval wordt uitgegaan van de functiewijziging van agrarisch gebied naar bedrijf. Qua omvang gaat het om de verhouding tussen de grootte van de ontwikkeling ten opzichte van de specifieke locatie, te weten de gebiedskenmerken van het type landschap. In het kader van de 'Beleidsnota Buitengebied met Kwaliteit' is een KGO-plan opgesteld (Bijlage 1).
Uit het KGO-plan blijkt dat voorliggend plan aansluit bij de ter plaatse geldende landschappelijke kenmerken en qua omvang aanvaardbaar wordt geacht binnen deze omgeving. Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan.Dit geeft een waardevermeerdering van 50 euro per m2, zoals aangegeven in tabel 3.21. De huidige oppervlakte van de bestemming bedraagt 11572,45 m2. De oppervlakte van de nieuwe bestemming bedraagt 14083,9 m2. Uitgaande van de vereiste investering en het gemeentelijke Kwaliteitskader Gebiedskenmerken (KG) is het ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. Uit dit plan volgt dat de te plegen investeringen uitkomen op een bedrag van € 82.910,40, waardoor er een balans bestaat tussen de gewenste uitbreiding en de investering in ruimtelijke kwaliteit. De realisatiekosten van het landschapsontwerp exclusief de basisinspanning komen uit op € 15.100,00 (excl. BTW). Een overzicht hiervan is opgenomen in Bijlage 2. De berekening behorende tot het KGO plan is weergeven in figuur 3.24. Het resterende bedrag van € 67.810,40 zal gestort worden in het KGO fonds van de gemeente.
Figuur 3.24 Overzichtstabel KGO-berekening (bron: Ad Fontem)
De bedrijfsbestemming wordt met 2510,55 m2 uitgebreid. Als compensatie wordt er als onderdeel van de basisinspanning ten noorden van het erf een groenstrook gerealiseerd, waarin een houtsingel wordt aangelegd. Ook aan de westkant van het erf zal een houtsingel worden aangelegd. Als onderdeel van de kwaliteitsimpuls zullen aan de overkant van de Disseroltweg op een gedeelte van het perceel dat kadestraal bekend staat als gemeente Denekamp, Sectie L, perceelnummer 1977, agrarische gronden worden omgezet naar de bestemming bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
47
'bos-natuur'. Ook hier worden houtsingels aangelegd. Resumerend wordt geacht dat de in dit plan voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de Nota Buitengebied met kwaliteit van de gemeente Dinkelland.
48
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.
4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het voorliggend bestemmingsplan maakt ontwikkelingen mogelijk op verschillende locaties. Breemorsweg 17 Lattrop Op de locatie aan de Breemorsweg 17 in Lattrop wordt een lichtboxstal gesloopt.
De sloopmeters die hierdoor beschikbaar komen, worden gebruikt om bedrijfsgebouwen op de locatie aan de Disseroltweg 52 in Lattrop en de locatie aan de Langkampweg 6 in Tilligte mogelijk te maken. De bebouwde oppervlakte neemt als gevolg van het plan niet toe. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is derhalve niet van toepassing. Langkampweg 6 Tilligte Als gevolg van onderstaand plan wordt een schuur van circa 285 m² gesloopt. Met de sloopmeters die vrijkomen wordt een kleinere schuur terug gebouwd met bedrijfsruimte. Omdat er op eigen terrrein niet genoeg sloopmeters beschikbaar zijn wordt een deel van de sloopmeters die vrijkomen aan de Breemorsweg 17 in Lattrop aangewend. Daarnaast wordt het woonrecht van de huidige bedrijfswoning verplaatst naar de nieuwe woning die in de naastgelegen boerderijschuur wordt gevestigd. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de bedrijfsactiviteiten niet onevenredig toeneemt. De cursisten verblijven immers voor een langere periode op de planlocatie. Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een ontwikkeling die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. De bebouwde oppervlakte neemt als gevolg van het plan niet toe. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is derhalve niet van toepassing.
Disseroltweg 52 Als gevolg van onderstaand plan wordt met de verkregen 301 m² aan sloopmeters twee bedrijfsgebouwen uitgebreid en één bedrijfsgebouw gelegaliseerd. Omdat er op eigen terrrein geen sloopmeters beschikbaar zijn wordt een deel van de sloopmeters die vrijkomen aan de Breemorsweg 17 in Lattrop aangewend. De uitbreiding vindt plaast binnen het huidige bestemmingsvlak. Daarnaast wordt het bedrijfsperceel met 2510,55 m2 uitgebreid door gebruik te maken van de KGO-regeling. Het gaat om een ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet of nauwlijks zal toenemen. Daarnaast is geen sprake van een functie die leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is derhalve niet van toepassing.
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
49
4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.
Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Dit is nader uitgewerkt voor de locaties: Breemorsweg 17, Disseroltweg 52 en de Langkampweg 6. Breemorsweg 17 Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig waaronder wonen en agrarische bedrijven, bedrijven en recreatie. De Raad van State heeft in haar uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:1607) overwogen dat het bestaande karakter van de omgeving bepalend is voor de typering van het gebied. Daarbij kijkt de Afdeling naar de feitelijke en planologische situatie. In die uitspraak zijn nabij woningen ook andere bedrijven aanwezig, waardoor de Afdeling tot de conclusie kwam dat er sprake was van een gemengd gebied, waardoor de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd mochten worden. Gelet op de ruimtelijke en functionele situatie kan het gebied aan de Breemorsweg 17 aangemerkt worden als ''gemengd gebied''. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving.
Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Er blijft sprake van een agrarisch bedrijf. Voor een rundveebedrijf (categorie 3.2) geldt 50
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
een richtafstand van 50 meter in gemengd gebied. In het geval van agrarische bedrijvigheid geldt voor geur het toetsingskader Wet geurhinder en veehouderij. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand vanuit het dierenverblijf tot aan een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom minimaal 50 meter zijn. Het aspect geur wordt verder toegelicht onder de paragraaf geur (4.3). De dichtsbijzijnde woning (Breemorsweg 16) en het recreatieterrein (Breemorsweg 12) liggen ruim buiten deze richtafstand van 50 meter. Er worden geen gevoelige objecten toegevoegd en het bouwvlak en het bouwperceel worden niet gewijzigd. Voor de omliggende woningen blijft sprake van een goed woon- en leefklimaat. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en belemmering oplevert voor omliggende bedrijven. Er blijft sprake van een agrarisch bedrijf, er is geen sprake van een nieuwe functie. Er worden geen gevoelige objecten toegevoegd en het bouwvlak en het bouwperceel worden niet gewijzigd. Geconcludeerd kan worden dat de omliggende bedrijven niet extra belemmert worden in de bedrijfsvoering.
Langkampweg 6 Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. In de directe omgeving van het plangebied zijn overwegend woningen en agrarische gronden aanwezig. Het plangebied is derhalve gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en belemmering oplevert voor omliggende bedrijven. Ten noorden en ten oosten van de planlocatie bevinden zich op circa 370 meter agrarische bedrijven. (Langkampweg 12 en Ahuisweg 10) Voor deze functie geldt de milieucategorie 3.2. en een richtafstand van 100 meter. In het geval van agrarische bedrijvigheid geldt voor geur het toetsingskader Wet geurhinder en veehouderij. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij moet de afstand vanuit het dierenverblijf tot aan een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom minimaal 50 meter zijn.
Het aspect geur wordt verder toegelicht onder de paragraaf geur (4.3).
Disseroltweg 52 Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig waaronder wonen en agrarische bedrijven, bedrijven en recreatie. De Raad van State heeft in haar uitspraak (ECLI:NL:RVS:2021:1607) overwogen dat het bestaande karakter van de omgeving bepalend is voor de typering van het gebied. Daarbij kijkt de Afdeling naar de feitelijke en planologische situatie. In die uitspraak zijn nabij woningen ook andere bedrijven aanwezig, waardoor de Afdeling tot de conclusie kwam dat er sprake was van een gemengd gebied, waardoor de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd mochten worden. Gelet op de ruimtelijke en functionele situatie kan het gebied aan de Disseroltweg 52 aangemerkt worden als ''gemengd gebied''. Externe werking In het plangebied worden bedrijfsgebouwen uitgebreid. Het huidige bedrijfsoppervlak (bedrijfsperceel, bestemming Bedrijf) bedraagt circa 12.000 m2. Daarmee wordt het op basis van bedrijven en milieuzonering al aangemerkt 'bouwbedrijven algemeen b.o. > dan 2000 m2 'waarvoor een richtafstand geldt van 100 meter. Omdat hier sprake is van gemengd gebied kan de richtafstand worden teruggebracht tot 50 meter. De dichtsbijzijnde woonbestemming bevindt zich binnen 50 meter van de planlocatie.
De gevel van de dichtsbijzijnde woning bevindt zich op circa 30 meter afstand van de bedrijfsbestemming. Daarnaast wordt het bedrijfsperceel uitgebreid. Met voorgenomen ontwikkeling blijft de afstand tussen de woning en het bedrijfsgebouw en tot de bedrijfslocatie even groot (ook na de uitbreiding van de bedrijfsbestemming). Bovendien dient het bedrijf in de huidige situatie ook al rekening te houden met de woning. Het betreft een gevestigd recht en derhalve is er geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
51
Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving en belemmering oplevert voor omliggende bedrijven. Er blijft sprake van een bedrijf. Er worden geen gevoelige objecten toegevoegd. Hoewel het bouwperceel wordt gewijzigd vormt dit geen bellemering voor de dichtsbijzijnde bedrijven. Aan de Frensdorferweg 37-39 is een paardenhouderij gevestigd. Dit is een bedrijf uit categorie 3.1 waarbij een afstand van 50 meter hoort voor het aspect 'geur'. De afstand tussen de paardenhouderij en de bedrijfsbestemming bedraagt circa 60 m. De afstand tussen de twee bestemmingen blijft echter ongewijzigd. Daarnaast is er een bedrijf gevestigd op de Disseroltweg 51. Dit bedrijf kan worden geschaard onder de categorie 'electrotechnische installaties n.e.g.' en heeft een richtafstand van 30 meter voor geur en geluid. De afstand tussen de beide bedrijfsbestemmingen bedraagt 125 meter. Geconcludeerd kan worden dat de omliggende bedrijven niet extra belemmert worden in de bedrijfsvoering. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de omliggende bedrijven niet extra belemmert worden in de bedrijfsvoering. Ook is er voor de woningen sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect milieuzonering veroorzaakt geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.
Toets Breemorsweg 17 De locatie betreft een grondgebonden agrarisch bedrijf. Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij geldt voor een grondgebonden agrarisch bedrijf een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. De afstand voldoet aan de 50 meter norm waarmee er wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderij. Door voorgaande ontwikkeling wordt er een dierenverblijf gesloopt. Met het plan wordt dus geen extra milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt. Als gevolg van voorgenomen ontwikkeling wordt de afstand tot de naastgelegen gevoelige bestemmingen bovendien niet kleiner.
Langkampweg 6 De huidige agrarische bestemming wordt omgezet in een bestemming 'wonen'. Een woning is een geurgevoelig object. Het geurgevoelig object is gelegen buiten de bebouwde kom, in het buitengebied van de gemeente Dinkelland. Voor deze locatie geldt dat het dichtsbijzijnde agrarisch bedrijf grondgebonden is. Het betreft de locatie aan de Aahuisweg 10 op circa 370 meter afstand. Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij geldt voor een grondgebonden agrarisch bedrijf een afstand van ten minste 50 m ten opzichte van een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Het plangebied ligt ruimschoots buiten de 50 meter norm waarmee er wordt voldaan aan de Wet geurhinder en veehouderij.
Disseroltweg 52 Op de bedrijfslocatie zullen twee bedrijfsgebouwen worden uitgebreid. Er wordt geen geurgevoelig object toegevoegd. Ook wordt er geen extra milieubelastende activiteiten mogelijk gemaakt.
52
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets verkennend bodemonderzoek Langkampweg 6 Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en 5707, uitgevoerd door Kruse Milieu BV op 18-9-2023, (projectnummer 23054216) om ter plaatse het van het plangebied de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen.
Het bodemonderzoek is als Bijlage 4 toegevoegd. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er één voormalige bovengrondse dieseltanklocatie en één druppelzone aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. Verder wordt de bovengrond, als gevolg van de ligging op een voormalig agrarisch erf, beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten uit het NEN5740- standaardpakket. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 17 inspectiegaten gegraven en is er 1 boring verricht, waarvan 2 monsterpunten zijn afgewerkt met een peilbuis (PB 1 en PB A1). Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen (puin). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de opgeboorde bodem. Het freatische grondwater is gemiddeld aangetroffen op 2.10 m-mv. In de bovengrond (BG I en A - BG) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele lichte verhoogde gehalten gemeten. In de bovengrond (BG II en BG III), de ondergrond (OG) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde concentraties gemeten.
Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. De voormalige bovengrondse dieseltank heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 en MM FF - B is geen asbest aangetoond. Conclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Breemorsweg 17 De locatie waar de lichtboxstal gesloopt zal worden beschikt over een agrarische bestemming. Ook in de toekomstige situatie blijft sprake van een agrarische bestemming. Bodemonderzoek op deze locatie wordt daarom ook niet noodzakelijk geacht. Disseroltweg 52 De uitbreiding van de bedrijfsgebouwen en de legalisatie van het bedrijfsgebouw vinden plaats binnen de bestemming 'bedrijf'. Geacht wordt dat de gronden reeds geschikt zijn voor het gebruik door het bedrijf. Daarnaast wordt 2510,55 m2 aan agrarische grond omgezet naar bedrijfsbestemming om hier buitenopslag mogelijk te maken. Het betreft hier geen gevoelig object. Bodemonderzoek op deze locatie wordt daarom ook niet noodzakelijk geacht.
Conclusie Voor het aspect 'bodem' ter plaatse van het plangebied kan gesteld worden dat dat de bodem geschikt is voor het toekomstige gebruik. bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
53
4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.
in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Langkampweg 6 Het plangebied is gelegen aan Langkampweg 6. De Langkampweg betreft een rustige ontsluitingsweg in het buitengebied van gemeente Dinkelland (60 km/u). Deze weg wordt vooral gebruikt door bestemmingsverkeer. Hiermee is het aannemelijk dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Mede hierdoor kan geconcludeerd worden dat het aspect 'wegverkeerslawaai' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien kan het omzetten van het omzetten van het woonrecht van de bedrijfswoning naar de boerderijschuur waarin de reguliere woning wordt gevestigd niet worden aangemerkt als de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object.
Op grond van artikel 76, lid 3 WGH geldt dat bij een vastelling van een bestemmingsplan bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in de zone van bestaande wegen niet getoetst hoeven te worden. Disseroltweg 52 Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van een nieuw geluidgevoelig object op de locatie aan de Disseroltweg 52 binnen het plangebied. Toetsing aan de Wet geluidhinder kan dan ook achterwege blijven. Breemorsweg Voorliggend plan voorziet niet in de realisatie van een nieuw geluidgevoelig object op de locatie aan de Breemorsweg binnen het plangebied. Toetsing aan de Wet geluidhinder kan dan ook achterwege blijven. Railverkeerslawaai De planlocaties zijn niet gelegen aan of in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhinder gezoneerde spoorlijn. Industrielawaai De planlocaties zijn niet gelegen in de nabijheid van een op grond van de Wet geluidhindergezoneerd industrieterrein. 54
bestemmingsplan Buitengebied, Breemorsweg 17, Disseroltweg 52, Langkampweg 6
Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geluid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets