CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen.pdf

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 21: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo en VVlijertsdijk 1 Deurningen”34.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Tevens kan de realisatie van één woning niet aangemerkt worden als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Eveneens geldt dat de sloop van een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw en wijziging van de agrarische bestemming naar een woonbestemming 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

43

Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Toets Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied.

Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. Aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen wordt geen nieuwe woning mogelijk gemaakt. Toetsing in het kader van externe veiligheid kan voor de Vlijertsdijk 1 achterwege blijven. Aan de Almelosestraat 75 te Agelo wordt wel een nieuwe woning gerealiseerd. Aangezien er op het perceel Vlijertsdijk 1 enkel een agrarisch bedrijfsgebouw wordt gesloopt kan toetsing in het kader van externe veiligheid op dat perceel achterwege blijven. In figuur 4.2 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.

Figuur 4.2: Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat binnen een straal van 1,4 kilometer van het plangebied geen risico's op basis van de externe veiligheid zijn gelegen. De dichtsbijzijnde risicobron betreft een aardgasleiding (N-531-91) met een werkdruk van 40 bar waarvoor een invloedsgebied geldt van (100% letaliteit) van 50 meter. De 1% letaliteitsgrens ligt op 70 meter. Op basis van de afstand van het plangebied tot aan de buisleiding geldt dat het plangebied: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen, danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

44

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik. In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves.

In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal.

Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

45

- en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 16 september 2022 is de digitale watertoets verricht voor het plangebied Almelosestraat 75 te Agelo. Op grond van de digitale watertoets geldt de korte procedure. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. De digitale watertoets is als Bijlage 4 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Aan de Vlijertsdijk 1 wordt enkel een agrarisch bedrijfsgebouw gesloopt.

De Vlijertsdijk kan gebruik blijven maken van de bestaande rioolaansluiting, waarbij het regenwater wordt afgevoerd naar de sloten. De bestaande rioolaansluiting wordt hergebruikt. Er vinden immers geen (ver)bouwwerkzaamheden aan de bestaande woning plaats. Ten aanzien van de Almeloseweg 75 wordt opgemerkt dat de nieuwbouw plaatsvindt op de flank van de stuwwal. Daarnaast wordt deels ondergronds (kelder) gebouwd. De woning wordt aangesloten op het bestaande rioolsysteem. Indien het rioolsysteem als gevolg van het bouwplan aangepast moet worden zijn de kosten voor rekening van aanvrager. Regenwater wordt op eigen terrein opgevangen en afgevoerd naar de aanwezige poelen die zijn gelegen aan de zuidzijde van het perceel (richting de Hezebergweg). De waterhuishoudingsopgave voor de nieuwbouw van de woning aan de Almelosestraat 75 wordt in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen concreet uitgewerkt. Bij de aanvraag omgevingsvergunning worden de noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van de waterhuishouding aangeleverd. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing In het kader van een schuur voor schuur-regeling, wordt één schuur gesloopt aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen. Vervolgens wordt er één extra woning gerealiseerd aan de Almelosestraat 75 te Agelo. Voor het bouwen van de extra woning wordt er erfbeplanting verwijderd en wordt er een vijver gedempt. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. De quickscan natuurwaarden (projectnummer 4206, versie 1.0, d.d. 24 juni 2022) is als Bijlage 7 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000-gebied en soortenbescherming beschreven.

Natuurnetwerk Nederland Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN genoemd). De beoordeling of de voorgenomen activiteit past in het NNN, dient met name uitgevoerd te worden in de afweging van een 'goede ruimtelijke ordening' als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van beschermde planten en dieren is daarbij niet direct van belang. Vanwege het grote belang voor de biodiversiteit en de betekenis voor de kwaliteit van de leefomgeving en regionale economie geldt een beschermingsregime voor het gehele NNN. Voor het NNN geldt de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. In de verordening is het "nee, tenzij"-regime vast gelegd. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten. Er kan echter aanleiding 46

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

zijn om toch ontwikkelingen toe te staan. De mogelijkheid om een uitzondering te maken op de algemene lijn van behoud en duurzame ontwikkeling van wezenlijke kenmerken en waarden, is aan strikte voorwaarden gebonden. Uiteraard geldt ook hier dat de generieke regeling van toepassing blijft (zoals de toepassing van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken) Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN' waarbij tevens zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen het NNN zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Voor grootschalige ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Daarbij worden de zogenaamde NNN-spelregels gehanteerd: her-begrenzing van het NNN, saldering van negatieve effecten en toepassing van het compensatiebeginsel. Het 'nee, tenzij'-principe en de overige spelregels hebben is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening van Overijssel.

Er is door toepassing van de spelregels ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee de doelen op een betere manier kunnen worden bereikt. Ligging plangebied Almelosestraat 75 t.o.v. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt aangrenzend aan gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. In figuur 4.3 is de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 4.3: Ligging Almelosestraat 75 t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (bron: Natuurbank Overijssel) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Omdat de bouwlocatie van de nieuwe woning buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Ligging plangebied Vlijertsdijk 1 Deurningen t.o.v. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied aan de Vlijertsdijk 1 ligt in de nabijheid van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. In figuur 4.4 is de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

47

Figuur 4.4: Ligging Vlijertsdijk 1 t.o.v. Natuurnetwerk Nederland (bron: Natuurbank Overijssel) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Omdat de slooplocatie van de agrarische bebouwing buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebied De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden.

Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Het plangebied Almelosestraat 75 ligt op minimaal 1,94 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Springendal & Dal van de Mosbeek. In figuur 4.5 is de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

48

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Figuur 4.5: Ligging Almelosestraat 75 t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Natuurbank Overijssel) Het plangebied Vlijertsdijk 1 ligt op minimaal 3,15 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Lonnekermeer. Op figuur 4.6 is de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 4.6: Ligging Vlijertsdijk 1 t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Natuurbank Overijssel) Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Beoordeling stikstof Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000– gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden.Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog. bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

49

De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 13 januari 2022 is de huidige AERIUS Calculator geactualiseerd. De belangrijkste verandering is de 'afkapgrens' van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding hiervoor is het eindrapport van het adviescollege 'Meten en berekenen Stikstof'(ook wel de 'Commissie Hordijk') en de uitspraak van de Raad van State over de A15 van begin dit jaar. Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens werden voorheen niet in beeld gebracht.

De nieuwe afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km). 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. De wet maakte een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling was van toepassing voor de bouw-, aanleg-en sloopactiviteiten van projecten. Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Porthos echter de partiële vrijstelling van tafel geveegd.

Dit betekent dat bij het maken van een stikstofberekening (AERIUS) zowel een berekening van de aanleg- als gebruiksfase nodig is. Beoordeling stikstof aanlegfase (sloop en bouw) Uitgangspunt van de stikstofdepositieberekening is dat een realistische/ representatieve inschatting wordt gegeven van de werkmethode en materieelinzet die in de aanlegfase benodigd zal zijn. Uit de rechtspraak van de Afdeling blijkt dat de inzet van het materieel “voldoende reëel en aannemelijk” moet zijn (vgl. AbRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960, r.o. 17.1). Er zijn de laatste jaren meerdere situaties doorgerekend waarbij de emissie is bepaald op basis van reële uitgangspunten, zoals ook gehanteerd in onderzoeken voor de bouwvrijstelling van kracht werd. Deze berekeningen zijn ook uitgevoerd voor sloopwerkzaamheden, heien en ontsluiting van een kleine woonwijk. Het bouwplan aan de Almelosestraat 75 te Agelo wordt gerealiseerd op een afstand van circa 1,94 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

Op basis van vergelijkbare projecten, waarbij de stikstofdepositie is doorberekend, blijkt dat voor het bouwen van: 5 vrijstaande woningen en garages en aanleg tuinen/verharding op 1.250 meter van Natura 2000-gebied niet leid tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied; 6 twee onder een kapwoningen inclusief garages en aanleg tuinen/verharding op 1.350 meter van Natura 2000-gebied niet leid tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied; 18 rijwoningen (inclusief aanleg tuinen/verharding) op 1.700 meter van Natura 2000-gebied niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Het bouwplan voor de Almelosestraat 75 voorziet in de bouw van één vrijstaande woning met kelder. Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de bouw van één woning op meer dan 1,9 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied niet leidt tot toename van stikstofdepositie. Voor de Vlijertsdijk 1 te Deurningen geldt dat enkel een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw wordt gesloopt. De afstand van het plangebied tot aan het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied bedraagt minimaal 3,15 kilometer afstand. Op grond van vergelijkbare projecten geldt dat de sloop van een veestal en bouw van 2 vrijstaande woningen op 1.200 meter van een Natura 2000-gebied niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied.

Gelet daarop kan - ook voor de Almelosestraat 75 - geconcludeerd worden dat het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Beoordeling stikstof gebruiksfase Almelosestraat 75

50

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Als gevolg van het plan wordt het bestaande woonrecht uit het gemeentelijk monument verplaatst naar de nieuwe bebouwing. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt als gevolg van de bouw van de nieuwe woning niet toe. Daarnaast wordt de nieuwe woning gasloos gebouwd waardoor. De realisatie van de nieuwe woning leidt niet tot significant negatieve effecten ten aanzien van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Het bestaande gebouw (gemeentelijke monument) wordt als gevolg van het plan gewijzigd in bijgebouw bij de woning en administratie/kantoorruimte (aan huis verbonden beroep) voor de Stichting Ton Schulten. Een bijgebouw en aan huis verbonden beroep zijn op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds toegestaan waardoor er geen sprake is van de toename van het aantal verkeersbewegingen. Op basis hiervan geldt dat het plan niet zal leiden tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening, wordt niet noodzakelijk geacht. Vlijertsdijk 1 Er wordt een schuur gesloopt en er vinden geen bouwwerkzaamheden plaats in het deelgebied. Als gevolg van deze transformatie neemt de emissie van stikstof tijdens de gebruiksfase af. De emissie van stikstof tijdens de gebruiksfase is lager dan de huidige en leidt daarom niet tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging van de plangebieden op ruime afstand van Natura 2000-gebied, leidt de uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot een negatief effect op Natura 2000-gebied. Dat geldt zowel voor effecten als geluid, optische verstoring en trillingen, alsmede voor het aspect stikstof. Nader onderzoek, zoals het opstellen van een stikstofberekening voor de gebruiksfase wordt niet nodig geacht. Soortenbescherming In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 7 juni 2022 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. De onderzoeksmethode en de resultaten zijn beschreven in de quickscan natuurwaarden (zie Bijlage 7). Hieronder worden de belangrijkste resultaten en conclusies beschreven. De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling 'het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats', als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd3.

Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het deelgebied Vlijertsdijk 1 bestaat volledig uit één schuur welke voor beschermde diersoorten niet toegankelijk is en niet geschikt is om er een vaste rust- en voortplantingsplaats in te bezetten. Tevens wordt dit deelgebied niet benut als foerageergebied voor beschermde diersoorten.

Het deelgebied Almelosestraat 75 wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in dit deelgebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het verstoren, beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd en de bouwwerkzaamheden uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

51

amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Dinkelland heeft gemeentelijk beleid opgesteld met een gemeentelijke verwachtings- en advieskaart. Het betreft een kleinschalige kaart die voor het hele grondgebied van de gemeente inzichtelijk maakt waar zich archeologische resten kunnen bevinden. Op de kaart zijn landschappelijke eenheden met een archeologische betekenis weergegeven. In figuur 4.7 en 4.8 zijn uitsnedes van de de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart voor de Almelosestraat 75 en Vlijertsdijk 1 weergegeven. Toets

Figuur 4.7: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart Almelosestraat 75 (bron: RAAP) De nieuwbouwlocatie van de woning aan de Almelosestraat 75 is gelegen in het gebied dat is aangewezen als 'stuwwalhelingen met een plaggendek'. Op grond van de archeologische beleidsadvieskaart geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in plangebieden groter dan 2.500 m2 bij bodemingrepen dieper dan 40 52

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

cm. Voor gebieden kleiner dan 2.500 m2 geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. De bouw- en grondroerende werkzaamheden hebben betrekking op een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is.

Figuur 4.8: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart Vlijertsdijk 1 (bron: RAAP) De te slopen bebouwing aan de Vlijertsdijk 1 is gelegen in het gebied dat is aangewezen als 'dekzandwelvingen en vlakten'. Op grond van de archeologische beleidsadvieskaart geldt dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is in plangebieden groter dan 5000 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 5000m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Op het perceel wordt een schuur gesloopt met een oppervlakte van 132 m2. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets In de nabijheid van het plangebied aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen zijn geen Rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten aanwezig.

Aan de Almelosestraat 75 is wel een gemeentelijk monument aanwezig. Het vrijstaande voormalige vakantiehuis aan de Almelosestraat 75 is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden en vanwege de gave verschijningsvorm. De bestaande woning is opgetrokken op een rechthoekige plattegrond met een bouwlaag en een zolder onder een zadeldak dat gedekt is met rode pannen. De woning heeft een vakwerk constructie die is opgevuld met rode bakstenen en in de gevels is tevens Bentheimer zandsteen verwerkt. De toegangsweg tot het huis vanaf de Almelosestraat is afgesloten door een houten hek tussen natuurstenen pijlers van Bentheimer zandsteen. Het woonhuis is van architectuurhistorisch belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp met een landelijke uitstraling in een streekeigen stijl. De stedenbouwkundige waarde wordt bepaald door de beeldbepalende ligging aan de Hezebergweg. Doordat het ontwerp van de woning goed bewaard is gebleven, zowel in hoofdvorm als wat betreft de detaillering, verdient het extra aandacht om het gebouw te beschermen. Derhalve is het gebouw aangemerkt als gemeentelijk monument.

Op grond van artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen is het verboden zonder een omgevingsvergunning een krachts een verordening aangewezen monument te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waarop het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het monument wordt in de huidige situatie reeds gebruikt als woonhuis. Als gevolg van de bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

53

voorgenomen ontwikkeling wordt het gemeentelijke monument niet aangetast. De nieuwe woning wordt gerealiseerd aan de achterzijde van het monument (gezien vanaf de Almelosestraat) en blijft bouwkundig gescheiden van het monument. Door de realisatie van de nieuwe woning blijft het aanzicht vanaf de Hezeberg en de Kleikoel behouden waardoor de stedenbouwkundige waarde van het monument niet wordt aangetast. Het dak van de nieuwe woning doet dienst als terras bij het gemeentelijke monument waardoor het aanzicht niet verstoord wordt. Het gemeentelijk monument wordt voorzien van de bouwaanduiding 'karakteristiek'. Op grond van de bouwregels geldt dat de uitwendige hoofdvorm van de bestaande gebouwen, bestaande uit goot- en bouwhoogte en dakvorm ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dienen te worden gehandhaafd. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer Het plangebied aan de Almelosestraat 75 te Agelo heeft een rechtstreekse ontsluiting op de Almelosestraat. Als gevolg van het plan wordt het bestaande woonrecht verplaatst van de bestaande woning (gemeentelijk monument) naar de nieuwe bebouwing. Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied neemt als gevolg van de bouw van de nieuwe woning niet toe. Het bestaande gebouw (gemeentelijke monument) wordt als gevolg van het plan gewijzigd in bijgebouw bij de woning en administratie/kantoorruimte (aan huis verbonden beroep) voor de Stichting Ton Schulten. Een bijgebouw en aan huis verbonden beroep zijn op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds toegestaan waardoor er geen sprake is van de toename van het aantal verkeersbewegingen. Op het perceel Vlijertsdijk 1 te Deurningen wordt enkel een schuur gesloopt. De bestemming van het perceel wijzigt niet. Het plan heeft derhalve geen invloed op de verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Zoals is aangegeven neemt het aantal woningen op het perceel Almelosestraat 75 als gevolg van dit plan niet toe. Het plan leidt derhalve niet tot een extra parkeerbehoefte aangezien de woonfunctie reeds is toegestaan.

Hoewel het plan niet leidt tot een extra parkeerbehoefte geldt dat de (ongewijzigde) parkeerbehoefte op eigen terrein opgevangen kan worden. Op grond van de beleidsnota 'Bouwen en parkeren 2018' geldt voor gebruiksfuncties in het buitengebied dat wordt aangesloten bij de CROW-publicatie 317. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning (koop, huis, vrijstaand). Op het perceel is voldoende ruimte om in de parkeerbehoefte te voorzien (zie Bijlage 1. Ten aanzien van het perceel Vlijertsdijk 1 te Deurningen geldt dat de sloop van een agrarische schuur en het wijzigen van de bestemming naar een reguliere woonbestemming geen invloed heeft op de parkeerbehoefte. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

54

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

55

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Wonen (Artikel 3) De bestemming 'Wonen' heeft betrekking op woonhuizen en bijgebouwen in het plangebied. Onder de woonfunctie vallen woonhuizen, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het hoofdgebouw, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Extra functies ten behoeve van het wonen mogen in de hoofd- en bijgebouwen plaatsvinden, mits voldaan wordt aan de daarvoor geldende regels. Het hoofdgebouw bestaat altijd uit het woonhuis. De inhoud van de hoofdgebouwen mag maximaal 750 m3 zijn, tenzijde bestaande inhoud meer bedraagt. Voor wat betreft de goot- en bouwhoogte geldt dat deze respectievelijk maximaal 3,50 m en 9,00 m mogen bedragen. Per hoofdgebouw is één woning toegestaan. Door middel van een omgevingsvergunning kan inwoning worden toegestaan. De oppervlakte van aan-, uit-, bijgebouwen en overkappingen is door middel van de aanduiding 56

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

'maximum oppervlakte (m2)' specifiek vastgelegd. De goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,5 meter bedragen. De bouwhoogte moet ten minst 1,00 meter lager zijn dan het hoofdgebouw. Wonen - Eswoning (Artikel 4) De bestemming 'Wonen - Eswoning' heeft betrekking op woonhuizen en bijgebouwen in het plangebied, waarbij een woning wordt gerealiseerd die opgaat in het landschap. Onder de woonfunctie vallen woonhuizen, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het hoofdgebouw, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Extra functies ten behoeve van het wonen mogen in de hoofd- en bijgebouwen plaatsvinden, mits voldaan wordt aan de daarvoor geldende regels. Per hoofdgebouw is één woning toegestaan. Door middel van een omgevingsvergunning kan inwoning worden toegestaan. Voor het bouwen van hoofdgebouwen met aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - almelosestraat 75' gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - almelosestraat 75' woonhuizen worden gebouwd; b. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - almelosestraat 75' wordt ten hoogste één woonhuis met één woning gebouwd; 1. de oppervlakte van het hoofdgebouw met aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen boven peil als bedoeld in artikel 1.37 onder a sub 3 bedraagt 465 m2; 2.

de inhoud van het hoofdgebouw met aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen onder peil als bedoeld in artikel 1.37 onder a sub 3 bedraagt 1780 m3; 3. de bouwhoogte van het hoofdgebouw met aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen boven peil als bedoeld in artikel 1.37 onder a sub 3 bedraagt ten hoogste 3,80 meter; 4. de bouwdiepte van het hoofdgebouw met aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen onder peil als bedoeld in artikel 1.37 onder a sub 3 bedraagt ten hoogste 2 bouwlagen met een maximale hoogte per bouwlaag van 3,5 m; Voor de bestaande gebouwen (gemeentelijk monument en de daarbij behorende bijgebouwen) geldt dat deze als bijgebouw bij de nieuwe woning worden aangemerkt. Om de bestaande oppervlakte van die gebouwen vast te leggen is in de bouwregels opgenomen dat de oppervlakte van aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen buiten de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - almelosestraat 75' maximaal 236 m2 mag bedragen. Om het bestaande gemeentelijk monument te beschermen is de aanduiding 'karakteristiek' toegevoegd. Ter plaatse van deze aanduiding geldt dat de uitwendige hoofdvorm van de bestaande gebouwen, bestaande uit goot- en bouwhoogte en dakvorm, dienen te worden gehandhaafd. Eveneens is bepaald dat sloop van het karakteristieke gebouw enkel onder voorwaarden is toegestaan. Voorts is de aanduiding 'kantoor' opgenomen.

Ter plaatse van deze aanduiding is een kantoorfunctie ondergeschikt aan de woonfunctie toegestaan, met dien verstande dat een zelfstandige kantoorruimte niet is toegestaan. Leiding - Hoogspanning (Artikel 5) De voor ‘Leiding - Hoogspanning’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een hoogspanningsleiding met de daarbijbehorende veiligheidszone. Waarde - Ecologie (Artikel 6) In de dubbelbestemming ‘Waarde - Ecologie’ staat de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) opgenomen voor de bestaande natuurgebieden en de nieuwe natuurgebieden die inmiddels zijn gerealiseerd. Waarde - Essen (Artikel 7) Door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde - Essen’ worden de essen op de verbeelding aangegeven. Deze gebieden hebben een specifieke landschappelijke betekenis voor Noord - Oost Twente. Daarnaast zijn de gebieden extra beschermd door middel van een aanlegvergunning. Vanwege het agrarisch gebruik van de gronden is in de praktijk gebleken dat door het herhaaldelijk oogsten van gewassen, waarbij grond met de producten wordt afgevoerd, er een langzame daling van de hoogte van de essen plaatsheeft. In de bestemming is een verbod opgenomen op grond waarvan die aantasting is verboden.

In verband met de bouw van de woning in de es is bepaald dat een uitzondering geldt op de verbodsbepaling indien het betrekking heeft op bouwwerken, werken en/of werkzaamheden die betrekking hebben op de uitvoering van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

57

58

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

59

60

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid wordt het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. Waterschap Vechtstromen Op 16 september 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 22 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

61

62

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Bijlagen de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

63

Bijlage 1 Landschappelijk inrichtingsplan Almelosestraat 75

64

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

1. Nieuwe laan langs Perceel: lindes of haagbeuk Maat: 16/18, draadkluit, 10 stuks. 2. Solitaire boom: Rode beuk Maat:16/18, draadkluit. 3. Verplaatsen fruitbomen: 12 stuks + 2 nieuw Maat: Hoogstam, appel, zelfbestuivend. 4. Gazon

Essenlandschap op Ootmarsumse Stuwwal

2. 3.

1. 4.

Deze essen werden omgeven door houtwallen, bedoeld om het wild bij de gewassen weg te houden. Veel houtwallen zijn door de jaren heen verdwenen door bebouwing en grootschalige landbouw. Ook door de intrede van het prikkeldraad werden de wallen overbodig als veekering en sneuvelde veel van deze houtwallen.

7.

5. Nieuwe woning aankleden met groen: Bosplantsoen: 200 m2, plantverband 1x1m Eik; 10% wrtlg 80-100 20 st. Hulst; 20% wrtlg 80-100 40 st. Zoete kers; 10% wrtlg 80-100 20 st. Haagbeuk; 10% wrtlg 80-100 20 st. Esdoorn; 10% wrtlg 80-100 20 st. Vuilboom; 10% wrtlg 80-100 20 st. Hazelaar; 10% wrtlg 80-100 20 st. Lijsterbes; 10% wrtlg 80-100 20 st. Veldesdoorn; 10% wrtlg 80-100 20 st. Solitaire bomen: Tamme Kastanje 4 st. Maat:16/18, draadkluit. 6. Bestaande bebouwing 7. Nieuwe woning 8. Borders: entree richting kelder/terras n.t.b. 9. Zichtassen: eventueel maaipaden realiseren 10. Boombank/zitje onder rode beuken plaatsen 11. Solitaire boomheester: Magnolia obovata Maat: 16/18, draadkluit, meerstammig

Almelosestraat Het Essenlandschap is het oudste agrarische landschap van Nederland. Het stamt uit de vroege Middeleeuwen. Bewoners ves�gden zich op de rand van de grote dekzandcomplexen. Hier bouwden ze op de grens tussen hoge dekzandruggen en beekdalen boerderijen. De boerderijen en verdere bebouwing lagen rondom een grote Es. Het waren toen veelal gemengde bedrijven. Op de hoge en droge werden akkers aangelegd en de lage na�e beekgronden werden gebruikt als weide- en hooiland. Met mest uit de potstal werden de dekzandruggen door de eeuwen heen met een dikke humuslaag verhoogd. Dit zorgde voor een vruchtbare bodem op de nogal schrale dekzandakkers. Zo ontstonden dus de hoge essen.

6.

6.

Oud Beukenbos 11.

6.

5. 6.

Op en rond het erf

8.

In dit landschapstype zijn boerenboomgaardjes een waardevolle aanvulling. In zo’n boomgaardje stonden fruitbomen voor de eigen voorziening. Denk daarbij aan een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer pruim en kers. Op het bestaande erf staan momenteel jonge fruitbomen die nog kunnen worden verplant. De nieuwe loca�e voor de fruitbomen dienen straks als verwolkoming voor de entreeweg rich�ng nieuw te bouwen woning. Langs het perceel worden bomen aangeplant die van oorsprong groeien op de stuwwal zoals een haagbeuk, wintereik en linde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/826/documents/21702