CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen.pdf

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente DinkellandBij agendapunt: 21: Voorstel inzake vaststellen bestemmingsplan “Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo en VVlijertsdijk 1 Deurningen”34.549 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Figuur 3.5: Laag van het agrarische cultuurlandschap Almelosestraat 75 Agelo, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden, - voormalige - heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. 28

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

De nieuwe woning aan de Almelosestraat 75 wordt gerealiseerd op de es (Hezeberg). Bij het ontwerp van de nieuwe woning is het behouden van de zichtlijn vanuit de bestaande bebouwing en het aanzicht vanuit het open landschap naar de woning als uitgangspunt genomen. Bij ontwerp van de nieuwe woning wordt de glooiing van het essenlandschap benut en nog meer geaccentueerd. De vormgeving van de woning is zodanig ontworpen dat deze in het landschap wordt opgenomen (ondergronds bouwen) waardoor de bestaande woning (het gemeentelijke monument) niet aan het zicht wordt onttrokken vanaf de Hezebergweg en de Kleikoel. Om de zichtlijnen vanaf het plangebied over Twente richting Denekamp en Duitsland te benadrukken, wordt de woning voorzien van een glazen wand. Als gevolg van het gekozen ontwerp van de woning ontstaat een duidelijke relatie tussen het landschap en de nieuwe woning, waardoor geconcludeerd kan worden dat deze als passend in het landschap beschouwd kan worden en geen afbreuk doet aan de kwaliteiten en waarden van het essenlandschap. Om de ontwikkeling landschappelijk in te passen worden in het plangebied nieuwe landschapselementen aangelegd. In het landschapstype zijn boerenboomgaardjes een waardevolle aanvulling. In zo’n boomgaardje stonden fruitbomen voor de eigen voorziening. Denk daarbij aan een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer pruim en kers.

Op het bestaande erf staan momenteel jonge fruitbomen die nog kunnen worden verplant. De nieuwe locatie voor de fruitbomen dienen straks als verwolkoming voor de entreeweg richting de nieuw te bouwen woning. Langs het perceel worden bomen aangeplant die van oorsprong groeien op de stuwwal zoals een haagbeuk, wintereik en linde. Houtwallen en singels komen voor rondom de percelen. Soorten die veel in een houtsingel voorkomen zijn zomereik , zoete kers, haagbeuk, beuk, esdoorn, hulst, veldesdoorn, vuilboom, hazelaar, lijsterbes. Om de woning deels aan te kleden aan de zichtzijde worden er struweelbosjes aan de oostzijde aangeplant, maar met zichtlijnen naar het essenlandschap. Verder bestaat het gekozen beplantingsmateriaal uit voornamelijk autochtoon inheemse soorten, gebaseerd op de aanwezige Hoge bruine enkeergronden met lemig fijn zand (bEZ23) met grondwatertrap VIII. (H >80 : L >120). Voor het perceel aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen geldt het 'oude hoevenlandschap'. Het oude hoevenlandschap wordt gekenmerkt als landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen.

Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijk heden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. De sloop van agrarische bebouwing en het wijzigen van de bestemming aan de Vlijertsdijk 1 heeft geen nadelige gevolgen voor het oude hoevenlandschap. Het erf wordt landschappelijk ingepast en de maximum oppervlakte aan bebouwing wordt juridisch-planologisch geborgd. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met de kenmerken van het agrarisch cultuurlandschap. Laag van de beleving De plangebieden aan de Almelosestraat 75 en de Vlijertsdijk 1 hebben op grond van de 'Laag van de beleving' geen specifieke kenmerken. Toetsing aan de 'Laag van de beleving' kan derhalve achterwege blijven.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Omgevingsvisie Dinkelland

De gemeenteraad van de gemeente Dinkelland heeft op 31 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

29

De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Dinkelland' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen; 2. We geven het goed voorbeeld; 3. We wentelen niet af op volgende generaties; 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Dinkelland wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Dinkelland is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Dinkelland komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied.

Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets Hieronder wordt het plan per plangebied (Almelosestraat en Vlijertsdijk) getoetst aan de Omgevingsvisie Dinkelland. Almelosestraat 75 Agelo In figuur 3.6 is een uitsnede van de visiekaart van de Omgevingsvisie Dinkelland weergegeven voor de locatie Almelosestraat 75 te Agelo.

Figuur 3.6: Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) Op grond van MijnOmgevingsvisie Dinkelland valt het plangebied onder de aanduiding 'gericht op behouden door hoge waarde en beperkte dynamiek. Hierin wordt onder andere aangegeven dat bij nieuwe ontwikkelingen ingespeeld moet worden op het versterken van de natuurwaarden, behoud van cultuurhistorie en erfkarakteristieken, natuurinclusieve bouwwijze en de belevingswaarde die gericht is op natuur en

30

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

cultuurhistorie. Door middel van dit bestemmingsplan wordt in ruil voor de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen (en de Langeveenseweg 133 te Geesteren) nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt aan de Almelosestraat 75. Door het verplaatsen van het woonrecht uit de bestaande woning (het gemeentelijk monument aan de Almelosestraat 75) naar de nieuwe bouwmassa wordt de woonfunctie mogelijk gemaakt. De nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd op de es (Hezeberg) en wordt deels onder de grond/in de bolling van de es gerealiseerd. Bij het ontwerp van de nieuwe woning is het behouden van de zichtlijn vanuit de bestaande bebouwing en het aanzicht vanuit het open landschap naar de woning als uitgangspunt genomen. Bij het ontwerp van de nieuwe woning wordt de glooiing van het essenlandschap benut en nog meer geaccentueerd. De vormgeving van de woning is zodanig ontworpen dat deze in het landschap wordt opgenomen (ondergronds bouwen) waardoor de bestaande woning (het gemeentelijke monument) niet aan het zicht wordt onttrokken vanaf de Hezebergweg en de Kleikoel. Als gevolg van het gekozen ontwerp van de woning ontstaat een duidelijke relatie tussen het landschap en de nieuwe woning waardoor de woning/bebouwing als passend wordt beschouwd in het landschap.

Om de ontwikkeling landschappelijk in te passen worden in het plangebied nieuwe landschapselementen gerealiseerd. In het landschapstype zijn boerenboomgaardjes een waardevolle aanvulling. In zo’n boomgaardje stonden fruitbomen voor de eigen voorziening. Denk daarbij aan een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer pruim en kers. Op het bestaande erf staan momenteel jonge fruitbomen die nog kunnen worden verplant. De nieuwe locatie voor de fruitbomen dienen straks als verwolkoming voor de entreeweg richting de nieuw te bouwen woning. Langs het perceel worden bomen aangeplant die van oorsprong groeien op de stuwwal zoals een haagbeuk, wintereik en linde. Houtwallen en singels komen voor rondom de percelen. Soorten die veel in een houtsingel voorkomen zijn zomereik, zoete kers, haagbeuk, beuk, esdoorn, hulst, veldesdoorn, vuilboom, hazelaar, lijsterbes. Om de woning deels aan te kleden aan de zichtzijde worden er struweelbosjes aan de oostzijde aangeplant, maar met zichtlijnen naar het essenlandschap. Verder bestaat het gekozen beplantingsmateriaal uit voornamelijk autochtoon inheemse soorten, gebaseerd op de aanwezige Hoge bruine enkeergronden met lemig fijn zand (bEZ23) met grondwatertrap VIII. (H >80 : L >120).

Vlijertsdijk 1 Deurningen Voor wat betreft de slooplocatie aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen geldt dat het perceel onderdeel uitmaakt van het gebied dat is aangeduid met 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek'. Hierin wordt aangegeven dat bij ontwikkelingen ingespeeld moet worden op de schaal van het landschap en het afwisselende karakter, behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie en de bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is. In figuur 3.7 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven.

Figuur 3.7: Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Dinkelland (bron: gemeente Dinkelland) Op het perceel Vlijertsdijk 1 te Deurningen wordt enkel een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw gesloopt, waarbij de bestemming 'Agrarisch - 1' wordt gewijzigd in de bestemming 'Wonen'. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast. Het plan past daarmee binnen de kenmerken op grond van de Omgevingsvisie die gericht is op een beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek. Als gevolg van de landschappelijke inpassing wordt een bijdrage geleverd aan het behoud van de natuurwaarden. De voorgenomen ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Dinkelland. bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

31

3.3.2

Buitengebied met kwaliteit

Het buitengebied van Dinkelland kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikte de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie Dinkelland.

De afgelopen jaren is echter ook geconstateerd dat het ruimtelijk beleid voor het buitengebied op onderdelen onnodig ingewikkeld is geworden en is zowel vanuit aanvragers en hun adviseurs als gemeente de wens geuit voor eenvoudiger en overzichtelijker beleid voor het buitengebied. In de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' zijn de eerdergenoemde beleidsregels en de beleidsregels ten aanzien van plattelandswoningen en nieuwe landgoederen vervat in één vereenvoudigde regeling die mede vanwege de opgaven in het buitengebied op onderdelen geactualiseerd en aangevuld is. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Reikweidte De beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel.

Deze beleidsregel is niet van toepassing op de planologische mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen/ het omgevingsplan bij recht of met toepassing van een binnenplanse afwijking/ binnenplanse omgevingsplanactiviteit biedt. Ook is deze beleidsregel niet van toepassing op o.a. de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen en bestaande woningbouwlocaties die binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom zijn gelegen en richting het buitengebied worden uitgebreid en op zonne- en windparken. Afhankelijk van de wijze waarop een ontwikkeling juridisch-planologisch geborgd moet worden, moet voor de toepassing van deze beleidsregel een procedure herziening bestemmingsplan/ omgevings-plan of een buitenplanse afwijking/omgevingsplanactiviteit worden doorlopen. Algemene randvoorwaarden Voor elke ontwikkeling in het buitengebied gelden bepaalde algemene randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Naast dat voldaan moet worden aan het van toepassing zijnde Rijks- en provinciaal beleid en de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, betreffen dit bijvoorbeeld randvoorwaarden die zijn opgesteld met het oog op ‘een goede ruimtelijke ordening’ of een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ ingeval de Omgevingswet inwerking is getreden. Daarnaast moet bij de toepassing van deze beleidsregel in elk geval voldaan worden aan de algemene randvoorwaarden: 1.

Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer. Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 32

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

7. De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. Indien dit nodig wordt geacht, kan een bedrijfsplan worden gevraagd ter onderbouwing van een verzoek; 11. In het bestemmingsplan/ het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing. Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 12. Een gecombineerde toepassing van de in deze beleidsregel opgenomen onderdelen is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan de daarbij behorende voorwaarden; 13. Vergunningen die niet meer actueel zijn of die nog niet zijn benut, kunnen niet ingezet worden ter compensatie voor (extra) ontwikkelingsruimte en worden onherroepelijk ingetrokken. Sloopverhouding (Artikel 3.2 uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning) Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1.

Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:

2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 7. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Toets Door middel van dit bestemmingsplan wordt de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woonfunctie aan de Almelosestraat 75 te Agelo mogelijk gemaakt. Daarbij wordt opgemerkt dat de nieuwe bebouwing zal worden gebruikt als woning, doordat het woonrecht uit de bestaande woning op het perceel wordt verplaatst naar de nieuwe bouwmassa die op grond van artikel 3.2 van de beleidsnota Buitengebied met kwaliteit wordt mogelijk gemaakt.

Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dat de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkapping ten hoogste 100 m2 mag bedragen. Op basis van inmetingen is gebleken dat de oppervlakte van de bestaande bijgebouwen bij de bestaande woning 91 m2 bedraagt. Dat betekent dat er op grond van het vigerende bestemmingsplan nog 9 m2 aan onbenutte bouwmogelijkheden voor bijgebouwen zijn. Die onbenutte bouwmogelijkheden kunnen meegenomen worden in de berekening voor de nieuw te bouwen oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken. Toets sloopverhouding artikel 3.2 beleidsnota Buitengebied met kwaliteit De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een nieuwe woning, met aangebouwde bijgebouwen en overkappingen en een carport. De oppervlakte van de nieuwe bebouwing bedraagt 465 m2. Daarbij wordt opgemerkt dat er reeds 9 m2 aan onbenutte bouwmogelijkhedend op het perceel Almelosestraat 75 aanwezig zijn, waardoor planologisch 456 m2 wordt toegevoegd. Op grond van de staffelmethode geldt dat voor de planologische toevoeging van 456 m2 aan nieuwe bebouwing 812 m2 aan landschapsontsierende bebouwing met asbest gesloopt moet worden. bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

33

Aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen wordt een agrarische schuur met asbest met een oppervlakte van 132 m2 gesloopt. Op basis daarvan is het mogelijk om 116 m2 aan nieuwe bebouwing mogelijk te maken. Ter compensatie van de bouw van de overige 340 m2 dient 680 m2 aan schuren met asbest gesloopt te worden. Deze sloopoppervlakte is gevonden aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren (gemeente Tubbergen). Aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren bevindt zich een voormalig agrarisch bedrijf. Vanwege een ongeval is de eigenaar van het agrarisch bedrijf aan de Langeveenseweg 133 niet meer in staat om een volwaardig agrarische bedrijfsvoering te exploiteren. Rondom de agrarische bedrijfswoning woning zijn vijf bedrijfsmatige schuren gerealiseerd. In figuur 3.8 is een situatietekening van het agrarische erf weergegeven.

Figuur 3.8: Situatietekening agrarisch erf Langeveenseweg 133 Geesteren (bron: Building Design Architectuur) Stal A betreft een voormalige calamiteitenstal met een oppervlakte van 119 m2. Schuur B werd gebruikt voor het houden van zoogkoeien (RAV A.2100) en enkele paarden en heeft een oppervlakte van 556 m2. Aan de schuur is aan de achterzijde (westzijde figuur 2) een overkapping aangebouwd met een oppervlakte van 91 m2. Schuur E heeft een oppervlakte van 515 m2 en werd gebruikt voor het houden van vleesvee (RAV A 6.100). Schuren F en G betreffen varkensschuren (vleesvarkens) en hebben een oppervlakte van respectievelijk 282 m2 en 1.465 m2. Alle schuren zijn voorzien van een drijfmestopslag. De eigenaar van het perceel Langeveenseweg 133 is voornemens om de schuren op het perceel (met uitzondering van schuur F en G) te slopen. De schuren A, B, E en F zijn voorzien van asbesthoudende daken. Om de ontwikkeling aan de Almelosestraat 75 te Agelo mogelijk te maken heeft de initiatiefnemer enkele sloopmeters aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren aangekocht. Concreet betreft het de schuren A en B met een gezamenlijke oppervlakte van 675 m2. Op grond van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' kunnen de sloopmeters uit de gemeente Tubbergen worden ingezet voor de verruiming van de oppervlakte aan bebouwing in de gemeente Dinkelland.

Daarmee bedraagt de totale sloopoppervlakte die ingezet wordt voor de ontwikkeling aan de Almelosestraat 75 te Agelo 807 m2 (132 m2 Vlijertsdijk 1 Deurningen en 675 m2 Langeveenseweg 133 Geesteren). Op basis van de beleidsnota kan ter compensatie van 807 m2 aan asbesthoudende schuren 453,5 m2 aan nieuwe bijbehorende bouwwerken mogelijk gemaakt worden. Aangezien er nog 9 m2 aan onbenutte bouwmogelijkheden over zijn op grond van het geldende bestemmingsplan, kan er 462,5 m2 aan nieuwe bijbehorende bouwwerken gebouwd worden. De huidige sloopoppervlakte inclusief onbenutte bouwmogelijkheden (9m2) bieden de mogelijkheid om 462,5 m2 aan nieuwe bebouwing mogelijk te maken. Daarmee kan de nieuw te bouwen woning met aangebouwde bijgebouwen en overkappingen gerealiseerd worden. Ten aanzien van dit plan dient opgemerkt te worden dat het bouwrecht van de bestaande woning wordt verplaatst naar de nieuwe bouwmassa. De bestaande woning (gemeentelijk monument) en de bestaande bijgebouwen bij het gemeentelijk monument worden aangemerkt als bijgebouw bij de nieuwe woning. Om de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken op het perceel in de nieuwe situatie juridisch-planologisch vast te leggen is het van belang om inzicht te hebben in de bestaande en toekomstige 34

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

oppervlakten. De oppervlakte van het gemeentelijk monument en de bestaande bijgebouwen bedraagt 236 m2 (145 m2 + 91 m2 = 236 m2). De oppervlakte van de bestaande bijgebouwen en overkappingen wordt middels een aanduiding in de regels vastgelegd. Toets algemene randvoorwaarden Op grond van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' gelden algemene randvoorwaarden die op alle ontwikkelingen van toepassing zijn. Ten aanzien daarvan geldt het volgende. Om een bijdrage te leveren aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is een landschapinrichtingsplan opgesteld waarin de landschappelijke inpassing geborgd is op zowel de slooplocatie aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen (en Langeveenseweg 133 te Geesteren welke in separaat bestemmingsplan van de gemeente Tubbergen is opgenomen) als op de bouwlocatie aan de Almelosestraat 75 te Agelo. De landschappelijke inrichtingsplannen zijn als bijlage 1 en 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Op basis van de landschapsplannen kan geconcludeerd worden dat de geboden ontwikkelingsruimte in balans is met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. De investering in de ruimtelijke kwaliteit (onder andere de aanplant en instandhouding van de landschapselementen) is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan geborgd.

In hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan is het plan getoetst aan de geldende omgevingsaspecten. Daarin wordt onder andere aangetoond dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en dat het plan geen afbreuk doet aan belangen van derden. Immers, in paragraaf 4.2 en 4.3 is aangetoond dat de aanwezige (agrarische) bedrijvigheid in de omgeving niet wordt belemmerd als gevolg van het plan. Tevens is in paragraaf 4.11 aangetoond dat het plan niet leidt tot een (significante) toename aan verkeersbewegingen en dat het parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de voorwaarden van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'. 3.3.3

Woonvisie 2021+ gemeente Dinkelland

Wonen is een belangrijk thema voor de inwoners van de gemeente Dinkelland. Om ervoor te zorgen dat er ook op termijn voldoende woningen in alle segmenten én in alle kernen blijft, wordt om de 4 jaar de gemeentelijke Woonvisie opgesteld. Eind 2020 liep de Woonvisie 2016+ ten einde. De Woonvisie 2021+ is de opvolger van de in 2016 door de raad vastgestelde Woonvisie 2016+ en is gebaseerd op de nieuwe cijfers, trends en ontwikkelingen op de woningmarkt. De Woonvisie 2021+ is op 5 juli 2021 door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. De nieuwe woonvisie biedt een goed kwantitatief en kwalitatief kader voor de woningbouwontwikkeling in de gemeente Dinkelland en dient als basis voor de prestatieafspraken met de corporatie. De trends en behoeften op het gebied van wonen zijn in diverse bijeenkomsten besproken met woningmarktpartners: ondernemers, belangenorganisatites, zorginstellingen en inhoudelijk deskundigen zoals makelaars, projectontwikkelaars, woningcorporaties en kernraden.

De woonvisie gaat over: woningbouw om te voorzien in de vraag; zowel kwantitatief als kwalitatief en op de juiste plaats; voldoende en passende huurwoningen in de zin van betaalbaarheid en kwaliteit; het verbeteren van de bestaande voorraad zowel qua duurzaamheid als levensloopgeschiktheid; voorzien in de toenemende vraag naar wonen met zorg in de verschillende gradaties; voorzien in de verschillende woonbehoeftes als huisvesting van arbeidsmigranten, statushouders en woonwagenbewoners. De provincie heeft in de Regionale Woonagenda Twente aangegeven meer te sturen op kwaliteit, waarbij aangegeven wordt dat onderbouwd moet worden dat dit past binnen de onderbouwde lokale behoefte. In het kader van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking (bouwen voor concrete behoefte) is het noodzakelijk ook te sturen op kwantiteit. Er is een bandbreedte van de toekomstige woningbehoefte tot 2030 berekend op basis van diverse prognosemodellen. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een woningbehoefte tussen de +225 en +800 woningen voor de periode 2021-2030. Voor deze woonvisie wordt uitgegaan van de middeling van deze bandbreedte. Dit betekent dat wordt uitgegaan van een woningbehoefte van 515 woningen voor de periode 2020-2030. Daarbij zal het grootste deel van de vraag gericht zijn op het bedienen van de lokale behoefte, maar er wordt tevens rekening gehouden met instroom van vestigers.

Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

35

van belang dat er in alle kernen van Dinkelland kan worden gebouwd. Derhalve zal het woningbouwprogrammer per kern in meerdere en kleinere plannen worden weggezet, waardoor goed kan worden bijgestuurd als dat nodig blijkt. In kwalitatieve zin ligt de nadruk op woningen voor starters en ouderen, zowel in het betaalbare als middensegment. Op basis van in de woonvisie onderbouwde toekomstige woonbehoefte is een verdeling gemaakt. Om flexibel in te kunnen spelen op de vraag is de verdeling zoals ook reeds in het uitvoeringsprogramma opgenomen gehandhaafd - grote kernen, kleine kernen, buitengebied, en knelpunten transformatie. Daarnaast ligt er een grote opgave in het buitengebied. De verwachting is dat de komende jaren veel agrarische bedrijven zullen stoppen. Deze bedrijven moeten hierbij geholpen worden. Via de rood voor rood regeling wordt het financieel mogelijk om vrijkomende agrarische bebouwing te slopen door hiervoor in de plaats woningen te bouwen. Voor de ruimtelijke inpasbaarheid ligt de ontwikkeling van ruime grondgebonden woningen het meest voor de hand. Daarmee bieden we ruimte voor de vraag naar ruim wonen in het buitengebied, waarmee we inspelen op een regionale vraag (zowel woningzoekenden uit de gemeente Dinkelland als daarbuiten). Het is wel belangrijk dat de te realiseren woningen tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied leiden.

Tot slot bevat de Woonvisie 2021+ een Kwaliteitskader om te beoordelen of plannen van ontwikkelende partijen goed aansluiten bij de marktvraag. Dit Kwaliteitskader wordt tweejaarlijks bijgesteld op basis van verzamelde informatie over het functioneren van de woningmarkt en informatie van marktpartijen. Het kwaliteitskader bestaat uit een woningbehoefteprofiel per doelgroep (starters, doorstromers, gezinnen, senioren) op gemeenteniveau, nader uitgewerkt naar een profiel per kern. Toets Door middel van dit bestemmingsplan wordt in ruil voor de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen (en de Langeveenseweg 133 te Geesteren) nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt aan de Almelosestraat 75. Door het verplaatsen van het woonrecht uit de bestaande woning, het gemeentelijk monument aan de Almelosestraat 75, naar de nieuwe bouwmassa wordt de woonfunctie mogelijk gemaakt. Aangezien er geen extra woning wordt toegevoegd, heeft het plan heeft geen invloed op het woningbouwprogramma van de gemeente Dinkelland. Er blijft op het perceel aan de Almelosestraat 75 te Agelo sprake van één woning die op grond van het geldende bestemmingsplan reeds is toegestaan. Ten aanzien van het perceel Vlijertsdijk 1 wordt de agrarische bestemming gewijzigd in een woonbestemming. In de huidige situatie is reeds een (bedrijfs)woning aanwezig.

Het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning heeft geen invloed op het woningbouwprogramma van de gemeente Dinkelland. De Woonvisie 2021+ vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

36

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, belangrijke milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt op grond van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt, waarna tevens het bestaande woonrecht uit de bestaande woning wordt verplaatst naar de nieuw te bouwen woning.

Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is. De transformatie van een bestaand woonerfwordt niet expliciet benoemd in het Besluit milieueffectrapportage, maar de meest logische aansluiting kan worden gemaakt bij: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Er geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht bij: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De in dit kader relevante vraag die eerst beantwoord dient te worden is, of met het onderhavig plan sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd. In de toelichting op het Besluit m.e.r. zijn wel een aantal voorbeelden van bouwprojecten opgenomen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. In dat kader wordt verwezen naar woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval.

Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Op basis van dit bestemmingsplan wordt 465 m2 aan nieuwe bebouwing gerealiseerd op een bestaand woonperceel. De nieuwe woning aan de Almelosestraat 75 wordt gerealiseerd op de es (Hezeberg). Bij het ontwerp van de nieuwe woning is het behouden van de zichtlijn vanuit de bestaande bebouwing en het aanzicht bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

37

vanuit het open landschap naar de woning als uitgangspunt genomen. Bij ontwerp van de nieuwe woning wordt de glooiing van het essenlandschap benut en nog meer geaccentueerd. De vormgeving van de woning is zodanig ontworpen dat deze in het landschap wordt opgenomen (ondergronds bouwen) waardoor de bestaande woning (het gemeentelijke monument) niet aan het zicht wordt onttrokken vanaf de Hezebergweg en de Kleikoel. Op basis hiervan kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling qua aard, omvang en schaalgrootte passend is op het perceel. Wel neemt de bebouwde oppervlakte op het perceel toe met 465 m2, waarbij moet worden opgemerkt dat de planologische toename 454 m2 bedraagt. Immers, op grond van het vigerende bestemmingsplan is 100 m2 aan bijgebouwen bij de bestaande woning toegestaan. In de huidige situatie bedraagt de oppervlakte aan bijgebouwen 91 m2. Gelet op deze toename aan bebouwing kan aansluiting worden gezocht bij de uitspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879). In deze uitspraak heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Hoewel het plan planologisch gezien geen betrekking heeft op de toevoeging van het aantal woningen, maar enkel de bebouwde oppervlakte op het perceel vergroot, kan gelet op de uitspraak van 12 juni 2019 worden geconcludeerd dat het plan niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Al met al kan geconcludeerd worden dat het plan geen negatieve effecten heeft op het milieu en dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering 38

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de kern Ootmarsum. In de nabije omgeving van het plangebied zijn overwegend agrarische weidegronden en woningen aanwezig. Het plangebied is derhalve gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van een aantasting van het leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. De dichtstbijzijnde milieubelastende functie betreft recreatieterrein "De Kleikoel". Het betreft een recreatiepark waar recreatiebungalows aanwezig zijn. Op grond van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor het recreatiepark milieucategorie 3.1 (Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)), waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter in verband met het aspect geluid.

De afstand van de grens van de milieubelastende bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' bedraagt minimaal 160 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Aan de Tichelwerk 6 bevindt zich een agrarisch bedrijf met een minicamping. De agrarische bedrijfsactiviteiten hebben betrekking op het houden en fokken van melkvee. Zoals in paragraaf 4.3 wordt beschreven geldt een richtafstand van 50 meter (in het buitengebied) in verband met het aspect geur. Aangezien de afstand van de grens van het bouwvlak waarbinnen de dierenverblijven gerealiseerd mogen worden en de dichtsbijzijnde gevel van de nieuw te bouwen ten minste 350 meter bedraagt, wordt ruimschoots voldaan aan de geldende richtafstand. Ten aanzien van het perceel aan de Vlijertsdijk 1 wordt opgemerkt dat toetsing aan bedrijven en milieuzonering achterwege kan blijven. Op het perceel wordt een agrarisch bedrijfsgebouw gesloopt en wordt de bestemming omgezet in een woonbestemming. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere burgerwoning. De bestaande bedrijfswoning werd reeds aangemerkt als gevoelige functie ten opzichte van andere bedrijven. Door het plan wordt geen nieuwe milieugevoelige functie aan het perceel Vlijertsdijk 1 toegevoegd. Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets Zoals in paragraaf 4.2 is aangegeven bevindt zich aan de Tichelwerk 6 een agrarisch bedrijf. De bedrijfsactiviteiten zijn gericht op het fokken en houden van melkvee. Op grond van de Wet geurhinder een bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

39

veehouderij geldt voor melkvee een vaste afstand van 50 meter indien het geurgevoelige object is gelegen buiten de bebouwde kom. De afstand van de nieuwe woning aan de Almeloseweg 75 tot aan de grens van het bouwvlak waarbinnen de dierenverblijven gerealiseerd mogen worden bedraagt minimaal 350 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de afstand van 50 meter. Voor wat betreft de Vlijertsdijk 1 te Deurningen geldt dat toetsing aan het aspect geur achterwege kan blijven, aangezien er bebouwing gesloopt wordt en geen nieuw geurgevoelig object wordt mogelijk gemaakt. Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geur' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Almelosestraat 75 Agelo Om te onderzoeken of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geschikt is voor de nieuwe woning, heeft Kruse Milieu een verkennend (asbest)bodemonderzoek (projectcode 22016216, d.d. 7 april 2022) uitgevoerd aan de Almelosestraat 75 te Agelo over een terreindeel van circa 900 m2.

De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels onverhard (tuin). Het bodemonderzoek is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond verdacht is voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater is onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk Het terrein is beschouwd als verdacht. In totaal zijn er, na maaiveldinspectie, 7 inspectiegaten gegraven, waarvan twee met behulp van een Edelmanboor zijn verdiept tot 2.0 m-mv. In verband met de diepe grondwaterstand (> 5.0 m-mv) is het plaatsen van een peilbuis achterwege gebleven. Gebleken is dat de bodem globaal tot 0.5 m-mv bestaat uit uiterst fijn, matig siltig zand met in de ondergrond sterk tot zwak zandig leem. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem.

Resultaten chemische en asbest analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; de bovengrond (BG III) is licht verontreinigd met molybdeen; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; MM FF - 01 bevat geen asbest. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG III) is een lichte verontreiniging aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I en BG II) en in de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In het mengmonster van de fijne fractie van MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie

40

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico voor de volksgezondheid oplevert. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Vlijertsdijk 1 Deurningen Aan de Vlijertsdijk 1 te Deurningen wordt een agrarisch bedrijfsgebouw met een oppervlakte van 132 m2 gesloopt. Door Kruse Milieu is een vooronderzoek conform NEN 5725 (projectcode 22016325, d.d. 6 april 2022) uitgevoerd om inzicht te krijgen in hoeverre verontreinigingen kunnen zijn ontstaan door huidige en/of voormalige (bedrijfs)activiteiten en of dat er mogelijk sprake is van een (historische) verontreiniging. Het vooronderzoek is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Het besluitvormingsgebied betreft een voormalige varkenshouderij. De te slopen stal wordt momenteel gebruikt voor opslag van onder andere tuinmeubels, hout en autobanden. Het erf rondom de schuur is deels verhard met klinkers en asfalt en deels onverhard (gras). Uit de historische topografische kaarten blijkt dat het besluitvormingsgebied in het verleden heide en bos betrof. Vanaf circa 1955 is de locatie in gebruik als landbouwgrond. De woning en de schuren op het erf zijn gebouwd tussen 1965 en 1968.

Sindsdien is de huidige situatie ter plekke van het erf niet gewijzigd. Er zijn geen (vervallen) Hinderwet- of milieuvergunningen van de locatie bekend. Voor zover bekend zijn er op het erf geen brandstoftanks aanwezig of aanwezig geweest. De te slopen schuur is in het verleden gebruikt voor het houden van varkens en opslag van mest in de mestkelders onder de schuur. Voor zover bekend is er niet eerder een bodemonderzoek op de locatie uitgevoerd. Op basis van de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, 23 maart 2018) wordt verwacht dat de boven- en ondergrond voldoen aan de klasse AW2000. Op het dak van de te slopen schuur zijn asbesthoudende golfplaten aanwezig. Er is geen sprake van asbestverdachte druppelzones, omdat het hemelwater van het dak niet afwatert op onverhard terrein. Aan beide zijden van de schuur zijn dakgoten aanwezig en aan de oostzijde van de schuur is het terrein tevens verhard met asfalt. Er is geen informatie waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is. Het besluitvormingsgebied kan daarom als onverdacht worden beschouwd. Vanuit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen sloop van de schuur en is het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik (erf).

Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bodem' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverkeerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijerts dijk 1 Deurningen

41

voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Het plangebied is gelegen aan de provinciale weg Almelosestraat (N349) waarvoor een maximumsnelheid geldt van 80 km per uur. De locatie van de nieuwe woning ligt op circa 98 meter uit de wegas van de Almelosestraat en is gelegen achter het bestaande gemeentelijke monument. De nieuwe woning ligt binnen de geluidszone van de Almelosestraat waardoor een akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Door Munsterhuis Geluidsadvies is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting op de gevel van de nieuwe woning te bepalen (kenmerk: B02.22.151RM). De geluidbelastingen zijn vastgesteld door middel van Standaard Rekenmethode II, zoals beschreven in het ‘Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.

Hieronder worden de belangrijkste conclusies uit het onderzoek beschreven: Uit de berekende geluidcontour blijkt dat de geluidbelasting van de geplande woning ruim onder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt; Daarmee wordt ook voldaan aan de ambitiewaarde uit het gemeentelijk geluidbeleid; De geluidbelasting exclusief 2 dB aftrek voldoet ruim aan de maximale waarde van 53 dB uit het Bouwbesluit. Geluidwerende voorzieningen zijn niet noodzakelijk; Ter plaatse van de geplande woning is sprake van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Ten aanzien van de Vlijertsdijk 1 te Deurningen geldt dat het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning niet kan worden aangemerkt als de realisatie van een nieuw geluidsgevoelig object. Op grond van artikel 76, lid 3 Wgh geldt dat bij een vaststelling van een bestemmingsplan c.q. wijzigingsplan bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in de zone van bestaande wegen niet getoetst hoeven te worden. Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Railverkeerslawaai Vanwege het ontbreken van een spoorweg in de nabijheid van het plangebied aan de Almelosestraat 75 en Vlijertsdijk 1 in Deurningen kan toetsing aan het aspect 'railverkeerslawaai' achterwege blijven.

Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied aan de Almelosestraat 75 en Vlijertsdijk 1 is geen geluidgezoneerd industrieterrein aanwezig. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: 42

bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hierboven zijn beschreven, kan worden gesteld dat voorliggend plan voor de realisatie van één woning 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/826/documents/21702