Bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen.pdf
Tekst van het document
7. 8. 9.
4. 6.
10.
Oude Rode beuken handhaven, intergreren in het plan
Houtwallen en singels komen voor rondom de percelen. Soorten die veel in een houtsingel voorkomen zijn zomereik , zoete kers, haagbeuk, beuk, esdoorn, hulst, veldesdoorn, vuilboom, hazelaar, lijsterbes. Om de woning deels aan te kleden aan de zichtzijde worden er struweelbosjes aan de oostzijde aangeplant, maar met zichtlijnen naar het essenlandschap. Verder bestaat het gekozen beplan�ngsmateriaal uit voornamelijk autochtoon inheemse soorten, gebaseerd op de aanwezige Hoge bruine enkeergronden met lemig fijn zand (bEZ23) met grondwatertrap VIII. (H >80 : L >120)
Stijlwand koesteren
PROJECT
Landschappelijk inrichtingsplan Landgoed Hezeberg
OPDRACHTGEVER Fam. Lammerink Timmusweg 11m 7636 PN Agelo
Oude Houtwalstructuren
N 0
10
1:1000
20
30
40
50m
TUUULK.NL
ONDERDEEL
Landschapelijk inrichtingsplan
GETEKEND
(Ing). Rien Heerdink
DATUM
FORMAAT
SCHAAL
VERSIE
27/09/2022
A3
1 : 10
00 1e versie
Bijlage 2 Landschappelijk inrichtingsplan Vlijertsdijk 1
66
bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen
LEGENDA Bestaande bomen Aanbrengen beplanting: soorten (I.): Prunus avium - Zoete kers 5% - 5 st. Tillia europaea - Zomerlinde 5% - 5 st. Quercus robur - Zomereik 10% - 10 st. Corylus avallana - Hazalaar 15% - 15 st. Sorbus aucuparia - Lijsterbes 20% - 20 st. Amelanchier lamarkii - Krent 20% - 20 st. Frangula alnus - Vuilboom 20% - 20 st. Lonicera periclymenum - Kamperfolie 5% - 5 st. - Maatvoering: 80-120cm, Wrtlg.
I. Jong ontginningslandschap De agrarische gronden met ruimtelijke groene kamers langs de Vlijertsdijk komt al voor op de topografische kaarten van omstreeks 1905. Deze groene kamers lagen aanvankelijk tussen heidelandschap omringd door houtsingels. Het projectgebied daarentegen lag midden in de uitgestrekte heidevelden. Het is een vrij open landschap die rond de jaren 1930 is ontgonnen.
a.
3.
Aanbrengen nieuwe boom, soorten: a. Tillia europaea - Zomerlinde, 3. stuks Maatvoering: stamomtrek ø16-18 kluit Kappen en rooien dode dennen, soorten: Picea abies - Fijnspar Boerenhaag: Beuk (40%), meidoorn(30%) of veldesdoorn(30%) 25 m1, Totaal: 125 stuks. Maat 80-100, wortelgoed Perceelsgrens
a.
Groenstructuren Om aanslui�ng bij het jong ontginngingslandschap te behouden is het van belang om de openheid te waarderen. Belangrijk hierbij is om de doorzichten vanuit het Jong Ontginningslandschap te koesteren en de leesbaarheid van het landschapstype te behouden.
a.
Zo worden er struweelbosjes aan de noordzijde aangeplant, maar met zichtlijnen naar het open landschap.Diverse solitaire bomen worden er aangeplant en een boerenhaag ter afscheiding van het erf naar de weide. Het gekozen beplan�ngsmateriaal bestaat voornamelijk uit autochtoon inheemse soorten, gebaseerd op de aanwezige Veldpodzolgrond (Hn23) met grondwatertrap VI. (H 40-80 L >120)
1. 2.
0
2.5
5
7.5
10 12.5m
1:250 PROJECT
Landschappelijke inpassing Fam. Kooiker
OPDRACHTGEVER Building Design Het Spanjaard, Stationstraat 37 te Borne
1. Bestaande woning 2. Bestaand bijgebouw 3. Te slopen bijgebouw TUUULK.NL zo n op
no
zo r
r
me
zo
me
er
zo
nd noord
west
oost zuid
zon win op ter
ONDERDEEL
Landschapelijke inpassing
GETEKEND
(Ing). Rien Heerdink
DATUM
FORMAAT
SCHAAL
VERSIE
23/03/2022
A3
1 : 250
2e versie
ond zon ter win
er
Bijlage 3 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Almelosestraat 75
68
bestemmingsplan Buitengebied, Almelosestraat 75 Agelo En Vlijertsdijk 1 Deurningen
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Almelosestraat 75 - Agelo
Opdrachtgever Ad Fontem Locatie: Almelosestraat 75 7636 RN Agelo
April 2022
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN4750 en NEN5707 Almelosestraat 75 - Agelo
Opdrachtgever Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne
Locatie: Almelosestraat 75 7636 RN Agelo
Projectcode: 22016216
Rapportagedatum: 7 april 2022
Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Vooronderzoek 2.3 Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie 3.2 Veldwerkzaamheden 3.3 Analyses 3.4 Toetsing chemische analyses 3.5 Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6 7
4
Resultaten 4.1 Algemeen 4.2 Veldwerkzaamheden 4.3 Resultaten en toetsing van de chemische analyses 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses 4.5 Resultaten van de asbestanalyses
8 8 8 9 10 10
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
11
6
Literatuur en bronvermelding
13
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2022 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op het terreindeel aan de Almelosestraat 75 in Agelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond verdacht is voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater is onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN5725, “Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden.
Het veldwerk is uitgevoerd in maart 2022 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 1 van 13
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Almelosestraat 75, op circa 200 meter ten westen van de bebouwde kom van Ootmarsum. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RDcoördinaten x = 256.453 en y = 491.938 en is kadastraal bekend als gemeente: gemeente Denekamp, sectie Q, nummer 913 (gedeeltelijk). De Almelosestraat is ten noorden van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een kunstatelier. Het overige deel is grotendeels in gebruik als tuin. Onderzoekslocatie Er zijn plannen om ter plekke van de tuin en het schuurtje een nieuwe woning te bouwen. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het te bebouwen terreindeel. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard met klinkers en grotendeels onverhard (tuin). De onderzoekslocatie omvat circa 900 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en het boorplan van Kruse Milieu BV van april 2022 opgenomen. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (woon) bestemming. De woning dateert oorspronkelijk van 1960 en het schuurtje dateert van 1920 (bron: BAG-viewer). - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - De onderzoekslocatie is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend bevinden er zich verder geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. - Vanwege de ouderdom en historisch gebruik wordt de bodem van de onderzoekslocatie beschouwd als asbestverdacht.
- Volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twens beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s.. - Er is nog niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op of nabij de onderzoekslocatie.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 2 van 13
Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron
Specificatie
Ad Fontem
Historische informatie
Ja
Gemeente Dinkelland
Geen eerdere bodemonderzoeken of vergunningen bekend
Ja
Omgevingsrapportage
https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/
Ja
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINOloket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020
Ja
2.3
Relevante informatie
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 67 meter boven NAP. - De onderzoekslocatie is gelegen op de stuwwal Ootmarsum. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de Formatie van Twente. De deklaag is zeer dun. Het doorlatend vermogen is eveneens gering. - Tot 84 meter diepte is een complexe eenheid aanwezig (gestuwde afzetting), hoofdzakelijk bestaande uit een afwisseling van grof en matig fijn zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen. - Onder deze deklaag bevindt zich vanaf 84 meter diepte een tertiaire kleilaag van de Formatie van Dongen. - De grondwaterstand bevindt zich op circa 45 meter+NAP en bevindt zich op ruim 20 m-mv. - Er bevindt zich geen waterwingebied of oppervlaktewater van enige betekenis nabij de onderzoekslocatie.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 3 van 13
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5740 en asbestverdacht uit norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) worden voor de onderzoekslocatie gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht.
Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40).
Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 4 van 13
3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN5740 en NEN5707. Beide onderzoeksstrategieën worden met elkaar gecombineerd. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 900 m² worden in totaal 7 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter (er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld). Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. De gaten worden gecodeerd als 1 tot en met 7. Twee inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. In verband met de diepe grondwaterstand (> 5.0 m-mv) blijft het plaatsen van een peilbuis achterwege. Van iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam of Eurofins ACMA in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 4 grond(meng)monsters (waarvan 1 mengmonster van de fijne fractie) samengesteld. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng)monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (1x)
Asbest en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 5 van 13
3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 6 van 13
3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 7 van 13
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen en de samenstelling van de mengmonsters worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in maart 2022 uitgevoerd door de heer J. Hartman. De veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummers K44441/09). Er zijn op 28 maart 2022, na maaiveldinspectie, in totaal 7 inspectiegaten gegraven (gecodeerd als 1 tot en met 7). De inspectiegaten 1 en 2 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 m-mv. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, bomen, struiken, vijverpartij en klinkers niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal tot 0.5 m-mv uiterst fijn, matig siltig zand met in de ondergrond sterk tot zwak zandig leem. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen.
Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 8 van 13
Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG I (zand, matig grindig)
1 en 4 3
0 - 0.5 0 - 0.35
NEN5740standaardpakket
BG II (zand, zwak grindig)
2 5 6 en 7
0 - 0.2 0 - 0.45 0 - 0.4
NEN5740standaardpakket
BG III (leem)
2
0.2 - 0.5
NEN5740standaardpakket
OG (zand, matig siltig)
1 2 2 2
0.5 - 0.8 0.5 - 1.0 1.0 - 1.4 1.4 - 1.9
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01
1, 2, 3, 4 5 6 en 7
0 - 0.5 0 - 0.45 0 - 0.4
Asbest
4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG III) is een licht verhoogde concentratie aangetoond. Deze is weergegeven in tabel 4. In de bovengrond (BG I en BG II) en in de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Tabel 4: Verhoogde concentratie (mg/kg droge).
1
Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrondwaarde1
Interventiewaarde
BG III
Molybdeen
3.7
3.7 *
1.5
190
AW2000
In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW; * concentratie groter dan AW en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 9 van 13
4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte tot een matige verontreiniging aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG III - Molybdeen Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor het licht verhoogde gehalte kan niet direct worden gegeven, aangezien er geen bodemvreemde materialen zijn waargenomen. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. 4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV is het analyserapport van het asbestonderzoek opgenomen. In het mengmonster van de fijne fractie van MM FF - 01 is geen asbest aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 10 van 13
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 900 m² aan Almelosestraat 75 in Agelo. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels onverhard (tuin). Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de bovengrond verdacht is voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater is onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk Het terrein is beschouwd als verdacht. In totaal zijn er, na maaiveldinspectie, 7 inspectiegaten gegraven, waarvan twee met behulp van een Edelmanboor zijn verdiept tot 2.0 m-mv. In verband met de diepe grondwaterstand (> 5.0 m-mv) is het plaatsen van een peilbuis achterwege gebleven. Gebleken is dat de bodem globaal tot 0.5 m-mv bestaat uit uiterst fijn, matig siltig zand met in de ondergrond sterk tot zwak zandig leem. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem.
Resultaten chemische en asbest analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is licht verontreinigd met molybdeen; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; - MM FF - 01 bevat geen asbest. Hypothese De hypothese "verdachte locatie" kan worden aangenomen, aangezien er een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. De hypothese "onverdachte locatie" voor de ondergrond kan worden aangenomen, aangezien er een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. De hypothese “verdacht van aanwezigheid van asbest” kan worden verworpen, aangezien geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG III) is een lichte verontreiniging aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG I en BG II) en in de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In het mengmonster van de fijne fractie van MM FF - 01 is geen asbest aangetoond.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 11 van 13
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico voor de volksgezondheid oplevert. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 12 van 13
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Dinkelland NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN5725, “Bodem. Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NTA5755, "Bodem - Landbodem.
Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging", NNI Delft, juli 2010 NEN5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Toelichting op de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) PFAS voor grond en grondwater, RIVM, 5 maart 2000 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaart, kaartblad 28 F. Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Bodematlas Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 22016216
Pagina 13 van 13
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, april 2022
Almelosestraat 75 in Agelo
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 22016216 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 F
Ad Fontem Almelosestraat 75 7636 RN Agelo Verkennend bodemonderzoek weiland
weiland
groen
tuin
75
6
1 4
tuin
7
3 5 2 vijver
groen bos
weiland 65 m+NAP
= Hoogte maaiveld = Kadastrale grens = Onderzoekslocatie = Toekomstige woning = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
0
12.5
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: JH
Tekenaar: JL
Projectcode Schaal Datum
: 22016216 : 1:250 (A3-formaat) : April 2022
Bijlage II Boorstaten
1
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 2 3 100
5 0
31x32cm , zand, m at ig grof, zwak zandig, m at ig grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, m at ig wort els, st erk zand, schep
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50
-50
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, zwak wort els, edelm an
t ype dat um boorm eest er
0
33x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els, schep -45
leem , zwak zandig, licht bruin, geel, zwak roest , edelm an
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
-50
-80 4
leem , st erk zandig, neut raal geel, bruin, edelm an -100
150 5
leem , zwak zandig, neut raal grijs, geel, m at ig roest , edelm an
6
weiland / cm t ov m aaiveld
0 200 t ype dat um boorm eest er
-200
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
1 50 t ype dat um boorm eest er
2
gazon / cm t ov m aaiveld
0 1 2
3
leem , zwak zandig, licht bruin, geel, zwak roest , edelm an
4
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal groen, rood, m at ig oer, m at ig leem , edelm an
7
5
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, donker groen, bruin, zwak leem , sporen oer, zwak t eelaarde, edelm an
-50
150
6
200
-100
-140
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, rood, uit erst oer ijzerconcret ies , edelm an -190
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, donker groen, grijs, sporen oer, zwak leem , edelm an -200
3
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1
-35
leem , zwak zandig, licht bruin, geel, zwak roest , edelm an
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
-50
4
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
33x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els, schep
50 t ype dat um boorm eest er
-50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
31x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig grindig, zwak hum eus, donker zwart , bruin, st erk wort els, schep
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
Alm e lose st r a a t 7 5 - Ag e lo 22016216 N EN 5 1 0 4
-50
t uin / cm t ov m aaiveld
0 -20
100
t ype dat um boorm eest er
-40
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, edelm an
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
0
32x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els, schep
50
0
31x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen wort els, schep
1 50 t ype dat um boorm eest er
0
33x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, m at ig wort els, schep -40
in sp e ct ie g a t 2 8 -0 3 -2 0 2 2 J. H a r t m a n
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal bruin, geel, zwak roest , edelm an -50
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
Kruse Milieu BV T.a.v. Jeroen Lammers Huyerenseweg 33 7678 SC GEESTEREN
Analysecertificaat Datum: 31-Mar-2022
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw datum aanlevering monster(s)
2022050356/1 22016216 Almelosestraat 75 - Agelo 28-Mar-2022
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 NL-3771NB Barneveld +31 (0)34 242 63 00 Info-env@eurofins.nl www.eurofins.nl
Venecoweg 5 B-9810 Nazareth +32 (0)9 222 77 59 belgie-env@eurofins.be www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
22016216 Almelosestraat 75 - Agelo
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Jan Hartman
Analyse
2022050356/1 28-Mar-2022 31-Mar-2022 31-Mar-2022/15:10 A,B,C 1/2
1
2
3
4
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
82.0
83.7
79.2
80.0
Eenheid
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
6.3
6.5
3.7
3.6
Gloeirest
% (m/m) ds
93
93
94
95
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
4.5
11.2
32.8
25.2
S
Metalen
S
Barium (Ba)
mg/kg ds
<20
<20
40
27
S
Cadmium (Cd)
mg/kg ds
<0.20
<0.20
<0.20
<0.20
S
Kobalt (Co)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
5.7
6.0
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
12
8.9
<5.0
<5.0
S
Kwik (Hg)
mg/kg ds
<0.050
0.055
<0.050
<0.050
S
Molybdeen (Mo)
mg/kg ds
<1.5
<1.5
3.7
<1.5
S
Nikkel (Ni)
mg/kg ds
<4.0
<4.0
11
11
S
Lood (Pb)
mg/kg ds
20
24
11
13
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
<20
25
53
54
Minerale olie (C10-C12)
mg/kg ds
<3.0
<3.0
<3.0
<3.0
Minerale olie (C12-C16)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C16-C21)
mg/kg ds
<5.0
<5.0
<5.0
<5.0
Minerale olie (C21-C30)
mg/kg ds
15
<11
<11
<11
Minerale olie (C30-C35)
mg/kg ds
22
8.4
<5.0
<5.0
Minerale olie (C35-C40)
mg/kg ds
<6.0
<6.0
<6.0
<6.0
Minerale olie totaal (C10-C40)
mg/kg ds
42
<35
<35
<35
Minerale olie
S
Zie bijl.
Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB
S
PCB 28
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 52
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 101
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
Nr. Uw monsteromschrijving
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12661756
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
BG III
Grond (AS3000)
12661758
4
OG
Grond (AS3000)
12661759
1
BG I
2
12661757
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
W: Waals Gewest erkende verrichting
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Uw monsternemer
S
22016216 Almelosestraat 75 - Agelo
Certificaatnummer/Versie Startdatum analyse Datum einde analyse Rapportagedatum Bijlage Pagina
Jan Hartman
2022050356/1 28-Mar-2022 31-Mar-2022 31-Mar-2022/15:10 A,B,C 2/2
Analyse
Eenheid
1
2
3
4
PCB 118
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 138
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S
PCB 153
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
<0.0010
PCB 180
mg/kg ds
<0.0010
<0.0010
<0.0010
S S
PCB (som 7) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.0049
1)
0.0049
1)
0.0049
<0.0010 1)
0.0049
1)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
S
Naftaleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fenanthreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Anthraceen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Fluorantheen
mg/kg ds
0.060
0.096
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)anthraceen
mg/kg ds
<0.050
0.065
<0.050
<0.050
S
Chryseen
mg/kg ds
<0.050
0.058
<0.050
<0.050
S
Benzo(k)fluorantheen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(a)pyreen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Benzo(ghi)peryleen
mg/kg ds
<0.050
<0.050
<0.050
<0.050
S
Indeno(123-cd)pyreen
mg/kg ds
<0.050
0.054
<0.050
S
PAK VROM (10) (factor 0,7)
mg/kg ds
0.38
0.48
Nr. Uw monsteromschrijving
0.35
<0.050 1)
0.35
1)
Opgegeven monstermatrix
Monster nr.
12661756
BG II
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
3
BG III
Grond (AS3000)
12661758
4
OG
Grond (AS3000)
12661759
1
BG I
2
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC: 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
12661757
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2022050356/1 Pagina 1/1 Monster nr.
Uw monsteromschrijving Van
Tot
0539365144
1
0
50
28-Mar-2022
0539365115
4
0
50
28-Mar-2022
0539365119
3
0
35
28-Mar-2022
Barcode
Boornr
12661756
Uw datum monstername
BG I
12661757
BG II
0539365123
6
0
40
28-Mar-2022
0539365145
7
0
40
28-Mar-2022
0539365149
5
0
45
28-Mar-2022
0539365112
2
0
20
28-Mar-2022
20
50
28-Mar-2022
12661758 0539365103
Monsteromsch./Monstername ID
BG III 2
12661759
OG
0539365135
1
50
80
28-Mar-2022
0539365131
2
50
100
28-Mar-2022
0539365139
2
100
140
28-Mar-2022
0539365137
2
140
190
28-Mar-2022
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2022050356/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)
De toetswaarde van de som is gelijk aan de sommatie van 0,7*RG
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
.
Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2022050356/1
Analyse
Pagina 1/1
Methode
Techniek
Methode referentie
W0106
Voorbehandeling
AS3000
Droge Stof
W0104
Gravimetrie
pb 3010-2 en NEN-EN 15934
Organische stof (gloeiverlies)
W0109
Gravimetrie
pb 3010-3 en NEN 5754
Korrelgrootte < 2 µm (lutum)
W0171
Sedimentatie
pb 3010-4 en NEN 5753
Barium (Ba)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Cadmium (Cd)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kobalt (Co)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Koper (Cu)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Kwik (Hg)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Molybdeen (Mo)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Nikkel (Ni)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Lood (Pb)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Zink (Zn)
W0423
ICP-MS
pb 3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2
Minerale Olie (C10-C40)
W0202
GC-FID
pb 3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Chromatogram MO (GC)
W0202
GC-FID
NEN-EN-ISO 16703
W0271
GC-MS
pb 3010-8 en NEN 6980
Voorbehandeling
Cryogeen malen Bodemkundige analyses
Metalen
Minerale olie
Polychloorbifenylen, PCB
PCB (7)
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK
PAK som AS3000/AP04
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
PAK (10) (VROM)
W0271
GC-MS
pb. 3010-6 en NEN-ISO 18287
Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie juni 2020.
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).