Beleid voor duurzame opwek met windenergie gemeente Dinkelland.pdf
Tekst van het document
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
21/54
7. Overige omgevingseisen voor windturbines 7.1.
Slagschaduw
Als slagschaduw op het raam van een woning valt, dan kan dat als hinderlijk worden ervaren. Vooral de wisseling tussen wel en geen schaduw kan mensen ergeren. In de milieuwetgeving zijn voorschriften opgenomen om hinder door slagschaduw te beperken. Windturbines kunnen voorzien worden van een stilstandvoorziening. Die schakelt de windturbine uit tijdens de slagschaduw. Aan de hand van rekenmethodes is van tevoren vast te stellen op welke dagen en op welk moment van de dag een slagschaduw kán optreden. Of de slagschaduw ook echt optreedt op de voorspelde dagen, hangt af van de volgende punten: of die dagen onbewolkt zijn; of er op die dagen genoeg wind is om de windturbines te laten draaien; of de wind precies waait uit de richting waar de zon staat, omdat de oppervlakte van de schaduw die de windturbine werpt dan het grootste is; de windturbine wordt uitgerust met een stilstandvoorziening, die is geïmplementeerd in de besturingssoftware. Hierdoor schakelt de windturbine alleen uit als slagschaduw daadwerkelijk optreedt. Ter bescherming van onze inwoners mogen windturbines in de gemeente Dinkelland geen slagschaduw veroorzaken op ‘slagschaduwgevoelige’ objecten, zoals woningen. Maar omdat het tijd kost om een windturbine stil te zetten als er slagschaduw ontstaat, is enige slagschaduw tijdens het stilzetten niet geheel te voorkomen.
In de planregels van het benodigde omgevingsplan zal dit nader gespecificeerd worden.
7.2.
Obstakelverlichting
De meeste hoge windturbines die nu geplaatst zijn, hebben constante obstakelverlichting in verband met veiligheid voor het vliegverkeer. Er is echter een nieuwe technologie: naderingsdetectie met transponders. Dit wordt in Duitsland al veel gebruikt. Hierbij herkent een ontvanger bij een windpark de transponder van een vliegtuig. Wanneer dit vliegtuig het windpark buiten de daglichtperiode (in de schemer of nacht) nadert, schakelt de obstakelverlichting in. De obstakelverlichting kan uitgeschakeld zijn als er geen vliegtuig in de buurt van het windpark vliegt. Zo’n systeem werkt alleen als vliegtuigen, die onder zichtvliegvoorschriften (VFR) buiten de daglichtperiode vliegen, een transponder aan boord hebben en gebruiken. Vanaf 1 oktober 2021 is dit daarom verplicht. Echter: Altijd knipperende verlichting is nog verplicht. Er wordt onderzoek gedaan naar naderingsdetectie voor vliegtuigen, dimmen bij goed zicht en permanente verlichting in plaats van knipperen. Indien het in de (nabije) toekomst juridisch mogelijk is om obstakelverplichting niet toe te staan, zal de gemeente Dinkelland verder in het proces bij een eventuele vergunningverlening permanente obstakelverlichting verbieden.
7.3.
Externe veiligheid
Met het Rijksbeleid (en de daaruit voortvloeiende regelgeving) op het gebied van externe veiligheid wordt beoogd te waarborgen dat de veiligheidsrisico’s voor mensen die in de omgeving van een risicoverhogende activiteit wonen, werken of recreëren, worden begrensd tot een maatschappelijk aanvaardbaar risiconiveau. Deze risicobenadering betekent dat de risico’s van een activiteit voor de omgeving worden vergeleken met een bepaalde kans die een willekeurige persoon die in de buurt van die activiteit verblijft, overlijdt als gevolg van een ongewoon voorval dat zich bij die activiteit voordoet. Daarmee wordt voor externe veiligheid een ‘basisbeschermingsniveau’ geboden. Dit basisbeschermingsniveau houdt in dat mensen niet worden blootgesteld aan een plaatsgebonden overlijdensrisico in verband met een activiteit met externe veiligheidsrisico’s dat hoger is dan 1 op de 1.000.000 (10-6) per jaar.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
22/54
In het Ontwerp besluit windturbines (gepubliceerd op 12-10-2023) zijn voor zowel de directe risico’s als indirecte risico’s (domino-effecten) de volgende risiconormen opgenomen: a. een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties; en b. een standaardwaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties. De gemeente Dinkelland wil bovenstaande normen ook toepassen bij windturbines. In de praktijk is de afstand voor externe veiligheid veel kleiner dan de afstand die voortvloeit uit de bovenbeschreven geluidsnormen. De geluidsnormen en de hieronder benoemde afstandsnorm van 400 meter zijn in de praktijk dus bepalend voor de afstand van windturbines tot geluidsgevoelige objecten. De externe veiligheid zal bij eventuele vergunningverlening worden getoetst.
7.4.
Minimale afstand 2x de tiphoogte windturbine met minimum 400 meter
Om gezondheidsschade zoveel mogelijk te voorkomen, is onder andere de geluidsnorm al benoemd. Daarnaast hanteren we een afstand tussen de windturbine en geluidsgevoelige objecten van tweemaal de tiphoogte van de turbine (zoals ook opgenomen in de concept milieunormen van het Rijk van oktober 2023). Omdat de techniek van windturbines constant in ontwikkeling is, kunnen windturbines in de toekomst steeds stiller worden. Om ervoor te zorgen dat windturbines dan nog steeds op voldoende afstand van woningen en andere geluidsgevoelige objecten geplaatst worden, hanteert de gemeente Dinkelland ook een minimale afstandsnorm van 400 meter van het hart van de windturbine tot aan geluidsgevoelige objecten, zoals woningen. Kortgezegd wordt als minimale afstand tussen windturbines en geluidsgevoelige objecten tweemaal de tiphoogte van de turbine gehanteerd met een minimum van 400 meter. Met een afstandsnorm van 400 meter en een geluidsnorm van 45 dB- Lden, zijn zoeklocaties beschikbaar in de gemeente Dinkelland en wordt eveneens rekening gehouden met de gezondheid.
7.5.
Ecologie
Bij de realisatie van windturbines moet rekening worden gehouden met natuurbelangen. De Natuurbeschermingswet 1998 bevat regels over de bescherming van gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en de Flora- en faunawet geeft regels voor de bescherming van plant- en diersoorten. Per 1 januari 2017 zijn beide wetten opgegaan in de Wet natuurbescherming (vanaf 1-1-2024 Omgevingswet). Elke aanvraag voor windturbines in de gemeente Dinkelland worden getoetst aan de geldende wet- en regelgeving rondom natuurbescherming en het geldende bestemmingsplan.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
23/54
Wanneer een activiteit zoals een windcluster, een negatief effect kan hebben op de bescherming van Natura 2000-gebieden en beschermde plant- en diersoorten, dan is de initiatiefnemer/projectontwikkelaar verplicht een passende beoordeling op te stellen die de effecten in kaart brengt en maatregelen te treffen die de effecten op de natuur beperken of wegnemen. Op basis van de passende beoordeling en de getroffen maatregelen beslist het bevoegd gezag of de benodigde vergunning op grond van de natuurbeschermingswet of de flora- en faunawet ontheffing kan worden verleend. Daaruit kan bijvoorbeeld ook volgen dat er maatregelen moeten worden getroffen voor een stilstandvoorziening voor trekvogels. Op regionale schaal (RES-Twente) wordt momenteel door de provincie Overijssel een Planmer uitgevoerd. Bij een (milieu)beoordeling van een vergunningaanvraag voor windturbines worden de uitkomsten hiervan meegenomen. Afhankelijk van de omvang van het project is eveneens een Planmer (vanaf 3 windturbines) of een MER beoordeling noodzakelijk.
7.6.
Lichtschittering (beperken van reflectie)
Lichtschittering wordt bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine voorkomen of zoveel mogelijk beperkt door toepassing van niet-reflecterende materialen of coatinglagen op de betrokken onderdelen. Op het meten van reflectiewaarden is NEN-EN-ISO 2813 van toepassing.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
24/54
8. Ruimtelijke kaders windturbines Voor windturbines gelden de volgende ruimtelijke kaders: Windturbines mogen alleen worden geplaatst in de met rode cirkels aangegeven zoekgebieden. De tiphoogte van de windturbine moet tenminste 140 meter bedragen. Op die manier zijn zo min mogelijk windturbines nodig om de gegeven doelstelling van de duurzaam op te wekken elektriciteit te realiseren. Een windturbine is maximaal 25 jaar toegestaan, gerekend vanaf de start van de exploitatie van de windturbines. Ten aanzien van geluidsproductie geldt dat de windturbines een zo laag mogelijke geluidsproductie moeten hebben (as low as reasonably achievable, ALARA). De gehele installatie moet na afloop aantoonbaar worden verwijderd en gerecycled. Na beëindiging moeten de gronden in de oorspronkelijke staat worden terug gebracht. Detailafspraken (waaronder bankgaranties voor verwijdering) worden voorafgaand aan de vergunningverlening in een anterieure overeenkomst met de gemeente vastgelegd. Bij plaatsing van windturbines in het zoekgebied zijn, naast deze kaders, ook landelijke/provinciale regelgeving van toepassing.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
25/54
9. Lokaal Eigendom 9.1.
Streven naar 100% lokaal eigendom
In de Klimaatwet is Lokaal Eigendom specifiek benoemd als belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van de energietransitie. Binnen het windbeleid voor de gemeente Dinkelland, gebruiken we de definitie voor lokaal eigendom van de RES Twente als basis:
“Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers collectief (geheel of gedeeltelijk) eigenaar zijn van de installatie van een wind- of zonnepark of warmteproject, meestal in de vorm van een energie-/warmte-, wijk- of dorpscoöperatie, en zeggenschap hebben over de ontwikkeling van het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten. Eigenaarschap houdt dus ook in dat het burgercollectief een financieel risico loopt.”
Er kunnen vijf hoofdvormen van directe of financiële participatie worden onderscheiden volgens de onderstaande participatiewaaier.
Zoals uit bovenstaande participatiewaaier blijkt, kunnen in grote lijnen vier vormen van directe participatie worden onderscheiden, te weten: Mede eigenaarschap: vanuit een vereniging of lokale energie-coöperatie Financiële deelneming: als individu of onderneming in de vorm van aandelen, obligaties e.d. Omgevingsfonds: afdracht deel opbrengst voor maatschappelijke en omgevingsdoelen Omwonenden regeling: individuele hindercompensatie omwonenden. Om lokaal eigendom vorm te kunnen geven, staat sociale cohesie binnen het zoekgebied voorop. De directe omgeving moet zoveel mogelijk kunnen profiteren van de opwek van duurzame energie en hinder moet zoveel mogelijk worden beperkt. Het is cruciaal dat buren gewoon buren moeten kunnen zijn, zonder dat een verschil in belangen daarvoor in de weg staat. Er moet sprake zijn van mede-eigendom van een (collectief) samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs, lokale maatschappelijke organisaties of andere lokale partijen. Het gaat daarbij om eigendom van meerdere omwonenden en bedrijven uit de omgeving van de projectlocatie.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
26/54
De gemeente wil de directe omgeving (mede)zeggenschap geven over de ruimtelijke kwaliteit en verdeling van financieel en maatschappelijk rendement. Wie tot de directe omgeving behoort, moet samen met het gebied worden bepaald. Daarnaast is het van belang dat een deel van de opbrengsten ten goede komt aan de lokale samenleving en alle inwoners van de gemeente de kans wordt geboden om mede te investeren in windenergie. Lokale of regionale energie coöperaties vertegenwoordigen samen met de lokale overheden de belangen van de samenleving. Ten aanzien van de initiatiefnemers en investeerders, is het een voorwaarde dat zij gevestigd zijn in de gemeente Dinkelland of in elk geval de directe omgeving en andere inwoners van de gemeente Dinkelland vertegenwoordigen. Concreet betekent dit, dat na vaststelling van het windbeleid afspraken worden gemaakt met een vertegenwoordiging van de directe omgeving, lokale ondernemers en de lokale samenleving (via lokale overheden en lokale energie coöperaties) over: Definities en afbakening: in bovenstaand proces worden afspraken gemaakt over wat streven naar 100% lokaal eigendom exact inhoudt en definieert de omgeving een model voor vergoedingen en zeggenschap. Het minimale aandeel lokaal eigenaarschap en zeggenschap is 51%.
Het streven van 51% lokaal eigendom staat los van financiële compensatie van de omgeving, zoals doorgaans gebeurt door een omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling. Initiatiefnemers: Zij zijn bij voorkeur lokaal en/of vertegenwoordigen de directe omgeving en andere inwoners van de gemeente Dinkelland. Zij investeren in de realisatie van windenergie op een sociaal verantwoorde wijze, die ruimtelijk en maatschappelijk acceptabel is. Investering en rendement: Afspraken over een eerlijke verdeling van lusten en lasten en vergoedingen ter compensatie van financiële risico’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: o Grond- en omwonendenfonds voor vergoeding van hinder. Elke windproject is maatwerk en de financiële bijdrage kan per project verschillen. Als indicatie van de financiële ruimte voor deze bijdrage wordt door de Nederlandse WindEnergie Associatie, NWEA, in de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land (Oktober 2020) een richtbedrag van 0,40 tot 0,50 euro/MWh aangehouden7, maar dit kan dus hoger zijn. Ter indicatie: Bij een project van 2 windturbines met een productie van in totaal 40.000 MWh is dit € 20.000, per jaar, bij € 0,50/MWh. Bij een looptijd van een project van 25 jaar is dit € 500.000,- aan lusten voor de omgeving. o Gebiedsfonds voor een impuls in de directe omgeving, ruimtelijke kwaliteit en landschap.
o Maatschappelijk fonds voor investering in de lokale samenleving. o Investeringsfonds voor financieel rendement voor investeerders met instapmodel, zodat iedereen mee kan doen. o De initiatiefnemers stellen voorwaarden en faciliteren door kennis, capaciteit, geld en eventueel grond beschikbaar te stellen. De samenleving kan mede investeerder worden via crowdfunding en betrokkenheid van de omgeving (MKB en inwoners). Door de gezamenlijke investering zorgen de partners dat er voldoende ontwikkelbudget en cofinanciering beschikbaar is in de onzekere opstartfase. De mede initiatiefnemers bundelen de krachten, waardoor zij minder afhankelijk zijn van commerciële projectontwikkelaars en meer lokaal zeggenschap mogelijk is. Hierbij is het van belang dat de risico’s voor alle partijen behapbaar zijn. Ook is vooraf inzicht nodig hoe de risico´s van de investeerders worden afgedekt, hoeveel beschikbaar wordt gesteld voor de omgeving en hoe de maatschappelijke kosten voor de langere termijn voor alle inwoners beperkt kunnen blijven, ongeacht de beoogde opbrengsten.
7 Zie ook: https://www.nwea.nl/wp-content/uploads/2020/11/20201103-Gedragscode-WoL-opgemaakt-FINAL.pdf
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
27/54
o
Voor alle bovenstaande fondsen geldt dat de initiatiefnemer deze bij de vergunningaanvraag beschrijft. Nadat dit door de omgeving is vormgegeven, hoe hoog de storting is (per fonds), welke partijen in het bestuur van het fonds zitting nemen en hoe de bestemming van het geld vooraf wordt bepaald. De omgeving beheert het fonds en zal dus ook bepalen waar de gelden aan besteed worden. Zeggenschap van de directe omgeving over de realisatie van windenergie: o Hinder wordt zoveel mogelijk beperkt. Hoe dat vorm krijgt, wordt samen met direct omwonenden bepaald, voordat de ontwikkellocaties bekend zijn. o Afspraken over eisen aan de type windturbines, stilstandvoorzieningen, opstelling, ruimtelijke kwaliteit (opstelling, inpassing, behoud herstel en versterking landschap), efficiëntie (cablepooling, clustering van zon en windenergie), recycling, maatschappelijke kosten, energielevering in het gebied, etc. o Afspraken om de directe omgeving en de maatschappij zo goed mogelijk mee te laten profiteren van de investering. De lusten blijven lokaal en het gebied, maar ook een vertegenwoordiging van de samenleving heeft een actieve rol in het proces. Gaandeweg kunnen andere geïnteresseerden zich hierbij aansluiten.
o Afspraken over monitoring om de hinder zoveel mogelijk te beperken en zo de zorgen van de inwoners uit de omgeving (geluid, slagschaduw, erosie, verlichting, etc.) grotendeels weg te nemen en goed te meten (monitoring effecten op woningen). o Energieopbrengsten zijn noodzakelijk. Afspraken om hinder te beperken, moeten in balans zijn met de beoogde energieopbrengsten. Vooraf afspraken maken wat acceptabel is voor de omgeving en hoe in de praktijk de hinder kan worden beperkt, maar met voldoende opbrengst. o De normen uit het windbeleid vormen een uitgangspunt. In overleg met de omgeving kan hiervan af worden geweken, mits de omgeving hier mee instemt en de beoogde opgave kan worden gerealiseerd. Kennis en capaciteit: De benodigde kennis en capaciteit is mede afhankelijk van de rol die overheden en de samenleving innemen. Maak vooraf afspreken welke kennis en capaciteit voor wie beschikbaar wordt gesteld en hoe dit wordt bekostigd. De rol van een onafhankelijke procesbegeleider/verkenner is cruciaal. Ook kunnen afspraken worden gemaakt om expertise beschikbaar te stellen voor lokale initiatieven. Financiële risico´s: De gemeente Dinkelland brengt vooraf, samen met de omgeving, de financiële risico´s in kaart en maakt afspraken over wie welke risico´s dragen en welk rendement nodig is voor compensatie en acceptatie door omgeving.
Juridische rol en risico’s: De juridische rol van overheden verschilt per ontwikkelvariant. De gemeente stelt juridische kaders om te zorgen dat een initiatiefnemer voldoende inspanningen moet leveren om bijvoorbeeld maatschappelijke acceptatie te creëren. Dan kunnen aanvragen hier op worden getoetst.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
28/54
In de gemeente Dinkelland geven we de volgende definitie aan lokaal eigendom:
“Gemeente Dinkelland streeft naar optimale bescherming van de leefomgeving van direct omwonenden, 100% lokaal eigendom en voldoende opbrengst van duurzame energie. Het minimale streven aandeel lokaal eigendom en zeggenschap in een windproject is 51%. Het streven van 51% lokaal eigendom staat los van financiële compensatie van de omgeving, zoals een omgevingsfonds en/of een omwonendenregeling. Dit betekent dat inwoners, ondernemers collectief (geheel of gedeeltelijk), lokale energie coöperaties en lokale overheden eigenaar zijn van de installatie van een wind- of zonnepark of warmteproject en zeggenschap hebben over de ontwikkeling van het project, inclusief (een deel van) de opbrengsten. Initiatiefnemers vertegenwoordigen de lokale belangen en bieden mogelijkheden voor lokaal zeggenschap over de realisatie van windenergie, op een sociaal verantwoorde wijze, die ruimtelijk en maatschappelijk acceptabel is. Door de gezamenlijke investering zorgen de partners dat er voldoende ontwikkelbudget en cofinanciering beschikbaar is in de onzekere opstartfase. Gezamenlijke afspraken zijn nodig over een eerlijke verdeling van lusten en lasten, een verdeelsleutel tussen financieel en maatschappelijk rendement en afspraken over een model voor vergoedingen ter compensatie van financiële risico’s en zeggenschap.”
Indien een initiatiefnemer van mening is dat 100% lokaal eigendom niet mogelijk is, moet men dit aantonen onder andere door middel van gespreksverslagen. Daarmee moet worden aangetoond dat maatschappelijke ontwikkeling niet mogelijk is omdat er geen partijen bereid zijn mee te ontwikkelen/participeren. Ook een marktconforme businesscase en offertes en gespreksverslagen dienen overlegd te worden. De gemeente toetst tijdens het participatieproces en vergunningprocedure of voldaan wordt aan deze kaders. Na vaststelling van het windbeleid en de zoekgebieden, wordt lokaal eigendom door een verkenner verder vormgegeven samen met een vertegenwoordiging van de directe omgeving, lokale ondernemers en de lokale samenleving (via lokale overheden en lokale energie coöperaties).
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
29/54
10. Rollen gemeente Een gemeente kan op verschillende manieren een rol spelen bij energietransitieprojecten. Deze kan variëren van faciliterend, stimulerend, samenwerkend tot het nemen van de eigenaarsrol. De gemeente Dinkelland wil ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk lokaal eigendom en zeggenschap is bij windturbineprojecten. Door te kiezen voor een bepaalde rol kan de gemeente Dinkelland sturen om dit lokaal eigendom en zeggenschap te maximaliseren. Zo kan de gemeente kiezen voor 100% eigendom, waarbij we spreken van een Gemeentelijk Energie Bedrijf (GEB) / Regionaal Energie Bedrijf (REB) of voor het oprichten van een eigen entiteit die gaat samenwerken met bijvoorbeeld een lokale coöperatie of een professionele ontwikkelaar. Zie ook de bijlage voor een nadere uitwerking van deze rollen. De gemeente kan de volgende rollen invullen: 1. Initiatieven faciliteren 2. Initiatieven stimuleren 3. Ontwikkelen via een maatschappelijke tender 4. Ontwikkelen met een gebiedsovereenkomst 5. Gemeente als (mede)-initiatiefnemer De gemeente zal hier na vaststelling van het windbeleid nog nadere kaders voor ontwikkelen. De Energiecoöperatie Noordoost Twente (EC-NOT) kan hier samen met andere partijen een goede rol in vervullen. In de eerste helft van 2024 verkent de gemeente Dinkelland de te kiezen rol met de omgeving. Dit wordt vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan de raad.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
30/54
11. Communicatie en participatie De duurzame opwek van energie draagt bij aan een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. Gemeente Dinkelland neemt de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de gezamenlijke ambities die zijn gesteld binnen de RES Twente. Als het gaat om de energieopgave, zijn de grootste uitdagingen om wijken energieneutraal en van het aardgas af te krijgen en elektriciteit op te wekken met duurzame bronnen. Geen eenvoudige opgave die veel effect heeft op de omgeving. Juist daarom is het van belang om het samen met de inwoners te doen. Een eerlijke verdeling van lusten en lasten, maar ook goed luisteren wat er speelt bij onze inwoners en begrip hebben voor ieders standpunt. De verwachting is niet dat er 100% draagvlak zal zijn voor het realiseren van zonnevelden en windturbines. In de samenleving als geheel is er wel begrip voor de realisatie van windenergie, maar als het gaat over de zoekgebieden of mogelijke locaties, dan is er weerstand en zijn er zorgen. Dat gaat in de eerste plaats over de grootte van de windturbine, maar vooral ook over de gezondheidsaspecten, verwachte hinder, zoals door geluid, slagschaduw en verlichting. Een deel van de zorgen is weg te nemen, maar voor direct omwonenden zal er altijd sprake zijn van zicht op een windturbine en geluid.
De hinder kan indirect gezondheidsklachten veroorzaken en wil de gemeente Dinkelland zoveel mogelijk beperken. Bewoners die dichterbij een mogelijke windturbine wonen kunnen, als de uitkomsten van de gesprekken met de omgeving en stakeholders daartoe leidt, meer zeggenschap en financiële compensatie krijgen in vergelijking met inwoners die verder van een windturbine af wonen.
Integrale aanpak De energietransitie is niet de enige ontwikkeling in het landelijk gebied. De gebiedsgerichte aanpak zorgt voor een bredere aanpak als het gaat om stikstofuitstoot, waterkwaliteit, natuurontwikkeling en toekomst perspectief voor de landbouw. De energieopgave, maar ook waterwinning, woningbouw, migratieketen, economische ontwikkelingen en andere opgaven hebben impact op het landelijk gebied. Rondom de zoekgebieden moet gebiedsgericht worden gewerkt aan een bredere visie. Alleen op die manier kan bijvoorbeeld ook de nodige investering in het gebied voor behoud van leefbaarheid en landschap worden gerealiseerd. De verwachting is dat kansen beter worden benut binnen een gebiedsproces met een bredere blik op de totale energieketen en andere ontwikkelingen.
Blijf in gesprek Voor- en tegenstanders zullen er binnen de energietransitie altijd zijn. Het is van belang om met elkaar in gesprek te blijven en respect te hebben voor elkaars standpunt. Bovendien bestaat er een risico, dat de spanning tussen directe buurtbewoners hoog oploopt door verschil in belangen. Behoud van sociale cohesie is in dit proces dan ook een specifiek aandachtspunt. Daarom is het onder meer van belang om in de beginfase (na vaststelling van windbeleid) afspraken te maken wie waarover zeggenschap heeft. Zo is de keuze voor zoekgebieden niet tot stand gekomen op basis van de inbreng van de inwoners, hier liggen bestuurlijke keuzes aan ten grondslag. Als het gaat om het vaststellen van de kaders, wordt wel inbreng gevraagd van de samenleving, maar beslist de raad welke uitgangspunten worden gehanteerd voor het duurzaam opwekken van energie.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
31/54
Klankbordgroep Informeren van grote groepen is mogelijk, maar in zo’n setting is een echt gesprek lastig. Voor de realisatie van het beleid voor duurzame opwek werkt de gemeente Dinkelland met een klankbordgroep en vertegenwoordigers van: Directe omgeving: grondeigenaren, omwonenden, lokale belangenorganisaties tegen windenergie, betrokkenen die zich inzetten voor belangen directe omgeving en directe omgeving laten meeprofiteren, (potentiële) initiatiefnemers Lokale energie coöperaties Lokale samenleving (inwoners en ondernemers gemeente Dinkelland) Dorpsraden Feitelijk is aanmelding in de klankbordgroep mogelijk voor iedereen. Het is wel van belang dat de samenstelling van deze klankbordgroep in balans is. Als het aantal aanmeldingen zeer groot is en/of er ontstaat een onevenredige samenstelling, dan wordt binnen de klankbordgroep een adviesgroep opgenomen. De afspraken over de samenwerking worden in een eerste sessie met de klankbordgroep gemaakt. De klankbordgroep start na vaststelling van het beleid voor het opwekken van duurzame energie, al dan niet onder begeleiding van een onafhankelijk adviseur/procesbegeleider. De opgave is om mee te denken over de energietransitie als geheel.
Participatie Ten aanzien van participatie en inbreng vanuit de samenleving is het van belang om verwachtingen te managen. Een veel gehoord geluid is dat er onvoldoende naar de samenleving geluisterd wordt. De gemeenten, waterschap en provincie hebben echter ook een opdracht te realiseren op basis van landelijke en Europese afspraken binnen het Nationaal Klimaatakkoord (2019) en Internationaal Klimaatakkoord (2015). Hierdoor zijn niet alle wensen mogelijk om te vervullen. Bovendien zal de overheid rekening houden met het maatschappelijk belang en rekening houden met verschillende (soms tegenstrijdige) belangen. Ter verduidelijking is in de participatieladder opgenomen waarover de omgeving mee kan praten en wie de zwaarste stem daarin heeft. Informeren: De gemeente informeert inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere geïnteresseerden over de ontwikkelingen rondom duurzame opwek van energie. Daarbij is specifiek aandacht voor het besluitvormingsproces en mogelijkheden om in te spreken en/of een reactie te sturen. o Bij inwoners, ondernemers, belangenorganisaties en andere geïnteresseerden wordt gewerkt aan meer bewustwording over nut en noodzaak en de verplichte opgave om duurzaam energie op te wekken. Zij worden waar mogelijk en relevant gestimuleerd om actief bij te dragen aan de energietransitie. De gemeente zal hen daarbij ondersteunen en faciliteren.
o Voor het informeren gebruikt de gemeente de basiscommunicatiemiddelen: De websites www.dinkelland.nl/duurzaam en www.dinkelland.nl/windenergie voor onder meer basisinformatie, tijdlijn, achtergrondinformatie, aankondigingen van bijeenkomsten. Waar nodig wordt voor een breder bereik ook social media ingezet. Aankondigingen van bijeenkomsten worden ook verzonden via de huis aan huis krant Dinkellandvisie. Mijlpalen (besluitvorming, tussenresultaten, etc.) en relevante ontwikkelingen worden bekend gemaakt via de nieuwsbrief en waar nodig via persberichten. Bij grote mijlpalen en ontwikkelingen worden informatiebijeenkomsten georganiseerd. o Voor geïnteresseerden die de inloopbijeenkomsten bezoeken, is er een mailinglijst. Zij worden geïnformeerd bij belangrijke mijlpalen en ontvangen andere relevante informatie. Direct omwonenden, grondeigenaren, belangenorganisaties en de klankbordgroep staan ook op deze verzendlijst. Iedere geïnteresseerde kan zich aanmelden via duurzaam@dinkelland.nl.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
32/54
Meepraten (adviseren en raadplegen): o Tijdens extra bijeenkomsten gericht op thema’s of stappen in het proces, wordt de directe omgeving geïnformeerd en wordt reactie gevraagd hierop. o Voor direct omwonenden en grondeigenaren is er een afzonderlijke mailinglijst als directe betrokkene. Dat geldt ook voor de belangenorganisaties en de klankbordgroep. Zij ontvangen gerichte informatie en worden intensiever betrokken in het proces. o Voor meer (wederzijds) begrip en bewustwording worden excursies ingezet. Meedoen (coproduceren): o De klankbordgroep wordt aan de hand van werksessies betrokken. De exacte aanpak voor samenwerking wordt tijdens de eerste werksessie besproken. De klankbordgroep gaat in elk geval aan de slag met het verder vormgeven van lokaal eigendom. Dit moet zodanig worden vormgegeven dat dit toepasbaar en als kader fungeren voor alle zoekgebieden, voordat er sprake is van de definitieve zoeklocaties. o Wij nemen de inbreng van de direct omwonenden serieus én zorgen dat er op projectniveau zorgvuldig wordt gekeken naar afstand, het voorkomen van hinder (vooral geluid), eventuele gezondheidseffecten, ruimtelijke kwaliteit en mogelijke voordelen die aansluit bij de verwachtingen en wensen van de inwoners. Een windturbine is niet zodanig landschappelijk in te passen dat deze niet meer zichtbaar is of hoorbaar in de directe omgeving.
Wel kunnen binnen projecten afspraken worden gemaakt over de opstelling en zichtlijnen vanuit woningen, maar ook over de ´bedrijfsvoering´ en stilstandvoorziening als hinder te verwachten is. Op deze aspecten is inspraak en zeggenschap vereist. o Bij projecten binnen gemeente Dinkelland telt de stem van de inwoners uit de directe omgeving zwaarder, dan die van inwoners die verder van het zoekgebied wonen. De gemeente ziet het als een kans om de inwoners uit de omgeving intensief te betrekken in de projectfase en te zoeken naar een model om zoveel mogelijk de lusten en lasten eerlijk te verdelen. o Op projectniveau is het van belang om de omgeving goed te informeren en betrekken bij de uitvoering van onderzoeken ten aanzien van onder meer gezondheid, natuur en landschap. Voor de uitwerking van het project wordt de directe omgeving geïnformeerd en betrokken door middel van keukentafelgesprekken, bijeenkomsten en werksessies. Meebeslissen: o De trede meebeslissen is niet opgenomen in de participatieladder van de gemeente Dinkelland, omdat de besluitvorming plaatsvindt via de gemeenteraad en niet rechtstreeks met iedereen uit de samenleving. o De gemeenteraad stelt de kaders vast in het windbeleid en neemt beslissingen over onder meer de zoekgebieden en zoeklocaties. o Provincie Overijssel is bevoegd gezag voor het beoordelen van aanvragen voor windenergie bij meer dan 5 MW.
Zij toetsen op basis van lokaal windbeleid en in samenspraak met de gemeente.
Als het gaat om het creëren van maatschappelijke acceptatie bij grondeigenaren en direct omwonenden, is het van belang om samen met de omgeving lokaal eigendom vorm te geven. Hierin wil de gemeente ook lokaal zeggenschap en maatschappelijk en financieel rendement borgen. Het is niet de verwachting dat hierdoor 100% draagvlak zal ontstaan. De gemeente kan wel zorgen dat direct omwonenden meer zeggenschap krijgen over de realisatie en de verdeling van eventuele opbrengsten uit windenergie. De mate waarin lokaal zeggenschap gerealiseerd wordt, is mede afhankelijk van de ontwikkelvariant die wordt gekozen en gezamenlijk met de omgeving wordt vormgegeven.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
33/54
Aanvragen voor windparken zullen worden getoetst op de wijze waarop invulling is gegeven aan de omschreven participatie-inspanningen en –verplichtingen in dit windbeleid, zoals opgesteld met de omgeving. Indien naar het oordeel van de gemeente geen of onvoldoende uitvoering is gegeven aan die inspanningsverplichtingen dan is dat in beginsel een grond om de aanvraag af te wijzen. Deze benadering doet het meeste recht aan alle omgevingsbelangen en is in lijn met de jurisprudentie van de Raad van State.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
34/54
12. Vervolgproces De ontwikkeling van een windturbineproject neemt van beleidsvorming tot en met de bouw gemiddeld 4 tot 9 jaar in beslag. Onderstaand stroomschema geeft schematisch het ontwikkelproces van een windpark weer. Daarbij worden de 5 projectfasen aangegeven en de participatieinstrumenten die in die fasen ingezet kunnen worden. De gekleurde balken geven het verloop van de mate van betrokkenheid van de stakeholders weer. (Bron: https://handleidingparticipatieplan.nl/)
Figuur 5: vervolgproces.
Na vaststelling van het windbeleid zal worden gestart met verdere gesprekken met de omgeving en het oprichten van een klankbordgroep. Deze klankbordgroep zal meepraten over het verder vormgeven van lokaal eigendom en de mogelijke ontwikkelvarianten. Hoe en waarover verder meegepraat kan worden, zal in afstemming met de klankbordgroep worden bepaald. Initiatieven die ontstaan, zullen worden getoetst aan het windbeleid. Bij een eventuele volgende vergunningprocedure zal voor een project nader onderzoek naar milieueffecten (waaronder geluid en slagschaduw) en flora en fauna en overige omgevingseffecten gedaan moeten worden.
Evaluatie over twee jaar Over twee jaar zal het windbeleid geëvalueerd worden en naar aanleiding daarvan al dan niet aangepast worden.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
35/54
Bijlage 1: Gezamenlijke uitgangspunten uit themasessie raad Gezamenlijke uitgangspunten Tijdens de themasessie voor de gemeenteraad zijn aandachtspunten ingebracht, die van belang zijn om in elk geval mee te nemen in het windbeleid. Daarnaast zijn ook zienswijzen op het concept windbeleid en reacties tijdens bijeenkomsten eind 2021 ingebracht. Daaruit is een gemeenschappelijke deler te vinden in de volgende uitgangspunten: Lokale initiatieven in de lead Stilste types windturbines (technisch gezien) met voldoende rendement Stilstand voorziening slagschaduw Stilstand voorziening vogels
Lokale initiatieven zijn in de lead Initiatieven die door initiatiefnemers uit de directe omgeving worden aangedragen, kunnen het draagvlak en de maatschappelijke acceptatie vergroten. Daarom wil de gemeente graag lokale initiatieven van inwoners of lokale coöperaties voorrang geven op aanvragen van commerciële projectontwikkelaars. Dit kan beter worden geborgd en afgedwongen in een maatschappelijke tender en/of gebiedsovereenkomst. Bij een maatschappelijke tender vraagt de gemeente aan de markt om tijdens een inschrijfperiode initiatieven in te dienen, die voldoen aan vooraf gestelde criteria. Bij een gebiedsovereenkomst gaat de gemeente een overeenkomst aan met het gebied onder bepaalde voorwaarden en tijdsplanning. Het is daarom beter om vooraf eisen te stellen voor de realisatie van een financieel haalbaar energieproject met oog voor natuur, landschap en omwonenden, met lokale belanghebbenden.
Voorstel is om lokale initiatieven in de lead als uitgangspunt op te nemen in het windbeleid en de concrete invulling daarvan uit te werken in het voorstel voor het definitieve windbeleid.
Stilste types windturbines Om tegemoet te komen aan de zorgen van de inwoners, kan worden opgenomen in het windbeleid, dat de gemeente verwacht dat rekening wordt gehouden met de technische ontwikkelingen. Naast de geluidsnorm, kan worden vastgesteld in het windbeleid, dat bij windprojecten wordt gekozen voor de stilste types windturbines. Door hier aandacht aan te besteden, wordt rekening gehouden met de belangen van direct omwonenden.
Voorstel is om op te nemen in het windbeleid, dat de meest stille types windturbines voorrang krijgen ten opzichte van andere types windturbines bij de realisatie van windprojecten.
Stilstandvoorziening slagschaduw Vanuit het Activiteitenbesluit zijn windturbines bijna altijd verplicht voorzien van een stilstandvoorziening ter voorkoming van slagschaduw. Aangezien de normen uit het Activiteitenbesluit door de uitspraak van de Raad van State (d.d. 30/06/2021) niet meer zonder onderbouwing mogen worden gebruikt voor een clustering van minimaal 3 windturbines, is het voorstel om een verplichte voorziening van een stilstandvoorziening vanuit het windbeleid voor te schrijven.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
36/54
Aan de hand van rekenmethodes is van tevoren vast te stellen op welke dagen en op welk moment van de dag een slagschaduw kán optreden. De windturbine kan worden uitgerust met een stilstandvoorziening, die is geïmplementeerd in de besturingssoftware, als hinder van slagschaduw wordt verwacht. Hierdoor schakelt de turbine alleen uit, als slagschaduw daadwerkelijk optreedt. Bij ieder initiatief kan bij de aanvraag worden nagegaan of het noodzakelijk is om een stilstandvoorziening verplicht te stellen. Of de slagschaduw ook echt optreedt op de voorspelde dagen, hangt af van de volgende punten: Zijn die dagen onbewolkt? Is er op die dagen genoeg wind om de turbines te laten draaien? Waait de wind uit de richting van de zon? Dan is de schaduwoppervlakte van de turbine het grootst.
In het Concept Windbeleid Noordoost Twente (2020) is aandacht besteed aan het aspect slagschaduw. Voorstel is om op te nemen in het windbeleid, dat bij elke initiatief wordt nagegaan of een stilstandvoorziening voor slagschaduw nodig is en verplicht gesteld moet worden. Daarmee nemen we een groot deel van de zorgen van inwoners weg.
Stilstandvoorziening vogels Sterfte van vogels door aanvaringen is te beperken door technische oplossingen. De toepassing van stilstand voorzieningen bij windparken op of nabij trekroutes kan het aantal slachtoffers onder trekvogels aanzienlijk beperken. Met een model is het mogelijk om vogeltrek te kunnen voorspellen waarop de stilstand voorziening kan worden afgestemd. De pieken in de trek zijn vaak maar enkele dagen per jaar. Met een radar is redelijk goed te voorspellen of een windturbine moet worden stilgezet om vogels te beschermen. Bij ieder initiatief kan bij de aanvraag worden nagegaan of het noodzakelijk is om een stilstand voorziening verplicht te stellen.
In het Concept Windbeleid Noordoost Twente (2020) heeft de stilstandvoorziening voor vogels nog geen plek gekregen. Voorstel is om het windbeleid hierop aan te vullen.
Matrix bestuurlijke keuzes De bestuurlijke keuzes zijn de knoppen waar de gemeenteraad aan kan draaien om te komen tot gezamenlijke uitgangspunten voor het windbeleid. De mogelijke scenario’s zijn in een matrix opgenomen met wegingsfactoren: gezondheid, landschap, financiële haalbaarheid en maatschappelijke haalbaarheid. De wegingsfactor gezondheid weegt hierin twee keer zo zwaar als de andere wegingsfactoren. De gevolgen van de keuzes zijn per variant weergegeven voor wat betreft de mogelijke zoeklocaties en bijdrage aan de klimaatdoelen.
Geluidsnormen en afstandsnormen De geluidsnorm is een emissienorm, maar is minder duidelijk voor inwoners. Door een afstandsnorm te hanteren, wordt rekening gehouden met de ruimtelijke impact in het gebied en wordt duidelijkheid gegeven aan onze inwoners. Bovendien kan een windturbine door het hanteren van een afstandsnorm die qua geluidsnorm voldoet, niet dichter bij een woning worden gezet. Door het hanteren van twee soorten normen zijn onze inwoners beter beschermd. De verwachting is dat dit leidt tot meer maatschappelijke acceptatie.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
37/54
Clustering Vanuit de ruimtelijke kwaliteit en landschap is in het Concept Windbeleid Noordoost Twente (2020) een clustering opgenomen van minimaal 3 windturbines. Deze eis van een clustering van minimaal 3 windturbines is door de provincie overgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. Om voldoende rendement te garanderen, wordt tussen windturbines met een tiphoogte van 240 meter, circa 500 meter afstand aangehouden tussen de windturbines onderling. Bij lagere windturbines zal de onderlinge afstand minder zijn. Clustering betekent minder reuring en versnippering in verschillende gebieden. Een cluster zal qua afstand een samenhang moeten hebben en kan gemeentegrensoverschrijdend zijn. Gemeentegrensoverschrijdend betekent een aanvulling binnen het windbeleid ten opzichte van het Concept Windbeleid Noordoost Twente (2020). Bij ieder initiatief kan bij de aanvraag worden nagegaan of deze samenhang naar verwachting aanwezig zal zijn. Ten slotte is clustering van windturbines van belang voor voldoende rendement en financiële haalbaarheid. Dat komt omdat bij een clustering gebruik kan worden gemaakt van één aansluiting voor meerdere windturbines.
Mix van zon en wind Binnen de RES Twente is afgesproken dat een mix van zon- en windenergie wenselijk is. Daarbij wordt uitgegaan van een verhouding 60% wind en 40% zon op subregionale schaal. Minder opwek via windenergie of geen windenergie betekenen meer energie via zonnevelden en zon op dak en vice versa. Hierbij is het van belang om ons bewust te zijn, dat één windturbine net zoveel elektriciteit opwekt als circa 22 hectare zonneveld. Een clustering van windturbines en zonnevelden op één locatie is optimaal voor de aansluiting op het net.
Toelichting scenario’s Voorstel voorkeursvariant, clustering en aandachtspunten windbeleid Door het hanteren van zowel een emissienorm (geluid) als afstandsnorm worden inwoners meer beschermd tegen geluid en andere omgevingsaspecten en zorgt een afstandsnorm voor een verduidelijking naar de inwoners. Een afstandsnorm is bovendien wenselijk vanuit een beperking van de ruimtelijke impact van een windturbine op de omgeving. De optie met een geluidsnorm van 47 dB(A) zal waarschijnlijk worden afgewezen in de landelijke ontwikkelingen. Het hanteren van een maximale afstandsnorm van 4x de tiphoogte zal in de praktijk niet leiden tot de plaatsing van windturbines, omdat het gebied te dichtbevolkt is. Aankopen van woningen en lagere windturbines in relatie tot 4 X de tiphoogte zijn geen opties, omdat dit zal leiden tot een onrendabele oplossingsrichting. Bij hantering van een dergelijke norm, is de kans groot om de regie kwijt te raken. Het hanteren van een maximale afstandsnorm van 2x de tiphoogte en een geluidsnorm van 45 dB Lden is realistischer, maar ook in dat geval zijn er vrijwel geen zoeklocaties voor windturbines met een tiphoogte van 240 meter in de gemeente Dinkelland.
Aangezien dit scenario vanuit het behoud van de ruimtelijke kwaliteit (landschap), een goede optie is en aankopen van woningen en lagere windturbines leidt tot haalbare oplossingsrichtingen, is dit een mogelijk scenario, maar met extra kosten en extra onzekerheden.
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
38/54
Met een afstandsnorm van 400 meter en een geluidsnorm van 45 dB Lden, zijn zoeklocaties beschikbaar in de gemeente Dinkelland en wordt eveneens rekening gehouden met de gezondheid. Dit scenario is vanuit het behoud van de ruimtelijke kwaliteit (landschap) een minder goede optie, maar aankopen van woningen en lagere windturbines zijn niet nodig. Bij de vaststelling van windbeleid kunnen voorwaarden worden uitgewerkt wat nodig is om behoud van de ruimtelijke kwaliteit (landschap) en maatschappelijke acceptatie te vergroten.
Variant met de afstandsnorm van 400 meter en geluidsnorm van 45 dB Lden hanteren als voorkeursvariant.
Vanuit landschap en ruimtelijke kwaliteit heeft het loslaten van de clustering van minimaal 3 windturbines op voorhand niet de voorkeur. Overigens kan er wel sprake zijn van een gemeentegrensoverschrijdende clustering. In de uitwerking van het windbeleid worden de onderstaande uitgangspunten nader uitgewerkt: Lokale initiatieven in de lead Stilste types windturbines (technisch gezien) met voldoende rendement en laagfrequent geluid Stilstand voorziening slagschaduw Stilstand voorziening vogels Afbraak en recycling Obstakelverlichting
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
39/54
Bijlage 2: Geluid en windturbines Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) uitspraak8 gedaan over windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. Naar aanleiding van die uitspraak is de tot dan toe geldende landelijke normering voor nieuwe windparken buiten werking gesteld. Deze regelgeving was opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling. Het Rijk is bezig met nieuwe landelijke normering. Daarvoor heeft zij nu een Planmer uitgevoerd. Op basis van die Planmer zal nieuwe landelijke regelgeving komen voor het geluid van windturbines. Hierbij is momenteel de planning dat deze in de loop van 2024 van kracht zal zijn. Op 12 oktober 2023 zijn conceptnormen gepubliceerd door het ministerie van I&W, zoals al eerder beschreven. De ABRvS geeft in de uitspraak aan dat in de tussentijd het bevoegd gezag bij het vaststellen van nieuwe plannen voor windturbineparken een eigen norm kan vaststellen in plaats van de norm uit het Activiteitenbesluit milieubeheer en Activiteitenregeling. Hierbij is aangegeven dat deze norm moet zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Uit de uitspraak blijkt daarmee dat voor ieder windpark dat een bevoegd gezag mogelijk wil maken een nieuwe motivering nodig is.
Het windbeleid legt daarom geen algemene norm neer voor geluid van windturbines in de gemeente. Het beleid schept de kaders waarbinnen in de gemeente per project de norm moet worden afgewogen. Uit twee nieuwe uitspraken van de ABRvS (Windpark Karolinapolder9 en wederom Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding10) blijkt dat het bevoegd gezag veel beleidsruimte heeft bij het vaststellen van de normering van windturbines en de afweging daarvan. Deze uitspraken geven handvatten voor het opstellen van een dergelijke lokale motivering. In de afweging van de kaders van de norm sluit de gemeente Dinkelland aan bij de eisen die de ABRvS meegeeft aan een afweging van een lokale norm, zoals blijkt uit deze uitspraken. Eerst wordt ingegaan op de beschikbare informatie, typen normeringen, dosishinderrelaties en bijzondere situaties. Vervolgens worden uit deze gegevens de kaders afgeleid waarbinnen in de gemeente de lokale norm per windpark moet afwegen. Ten slotte wordt ingegaan op de status van deze lokale normstelling na vaststelling van een nieuwe landelijke normering.
Beschikbare informatie geluid van windturbines Windturbines produceren, net als andere installaties met bewegende onderdelen, geluid. De belangrijkste geluidsbron daarbij is het geluid van de bladen die door de lucht bewegen. Geluid van windturbines, kan net als andere geluidsbronnen, als hinderlijk ervaren worden.
8 ECLI:NL:RVS:2021:1395 9 ECLI:NL:RVS:2023:1446 10 ECLI:NL:RVS:2023:1433
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
40/54
Uit literatuuronderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu 11 (RIVM), gepubliceerd in 2021, blijkt dat het wonen in de buurt van een windturbine, of het horen van geluid daarvan kan leiden tot chronische hinder onder omwonenden. Het RIVM concludeert daarnaast dat geen consistent bewijs bestaat voor andere gezondheidseffecten, zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, mentale gezondheid en cognitieve effecten. Wel concludeert het RIVM dat hinder door geluid en dat deze hinder toeneemt als het geluid sterker is. Gezondheidseffecten hangen niet duidelijk samen met het geluidniveau, maar wel met de ervaren hinder. Er is tot op heden geen aanleiding om ervan uit te gaan dat met het toenemen van het formaat van windturbines een andere mate van hinder zal optreden 12. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2018 een richtlijn 13 gepubliceerd voor geluidnormeringen voor verschillende geluidsbronnen. Ook uit deze richtlijn volgt de conclusie dat vanwege windturbinegeluid geen andere gezondheidseffecten zijn te verwachten dan hinder. De WHO adviseert hierbij een norm van 45 dB Lden. Op basis van diverse onderzoeken stelt de WHO dat bij deze norm circa 10% van de omwonenden ernstige hinder buitenshuis ervaart. De kwaliteit voor het bewijs wordt als laag beschouwt. Daarom geeft de WHO dit advies de aanduiding voorwaardelijk (conditional) mee.
Deze aanduiding geeft aan dat er minder zekerheid is over de kwaliteit van de aanbeveling, waardoor omstandigheden of situaties kunnen bestaan waarin de aanbeveling niet van toepassing is. Deze aanduiding geeft ook aan dat een beleidsproces nodig is met substantieel debat en betrokkenheid van stakeholders. Ten behoeve van de afweging van een lokale norm voor het windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding is door LBP Sight14 een analyse uitgevoerd naar de informatie die is betrokken bij het vaststellen van de norm, zoals voorheen gold in het Activiteitenbesluit milieubeheer (2011) en de wetenschappelijke ontwikkelingen die in de periode tussen 2011 en 2021 hebben plaatsgevonden. LBP Sight concludeert dat geen nieuwe inzichten zijn ontstaan in de tussenliggende periode. Het expertisepunt Windenergie en Gezondheid van het RIVM en GGD houdt continu de literatuur rondom windenergie en gezondheid bij en publiceert hierover ieder kwartaal. De literatuur die is gepubliceerd tussen de literatuurstudie van het RIVM en het eerste kwartaal van 2023 geeft geen aanleiding voor andere conclusies dan die blijken uit de eerdere studies van het RIVM.
Type norm Het is gebruikelijk om het geluid van windturbines uit te drukken in L den. Deze dosismaat volgt uit de Europese richtlijn 2002/49/EG. Lden is een gewogen jaargemiddelde geluidbelasting tijdens de dag-, avond- en nachtperiode. Hierbij krijgen de avond- en nachtperiode een toeslag van 5 en 10 dB, omdat het geluid in deze periodes als hinderlijker wordt ervaren. Daarom worden deze periode sterker meegewogen in de bepaling van het jaargemiddelde niveau. Bij onderzoeken naar hinderlijkheid of gezondheidseffecten van windturbinegeluid wordt overwegend gebruik gemaakt van Lden voor de kwantificering van het windturbinegeluid. Daarmee sluit deze norm het beste aan op de wetenschappelijke studies over hinder en gezondheid. In haar advies uit 2018 geeft de WHO over Lden wel aan dat zij twijfels heeft over de toepasselijkheid van de Lden bij windturbines. Vanwege het karakter van het geluid van windturbines kan Lden (en Lnight) een zwakke karakterisering zijn voor het observeren van verbanden tussen windturbinegeluid en gezondheidseffecten.
11 RIVM-rapport 2020-0214, Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, I van Kamp & G.P van den Berg 12 Hongisto, V., Olivia, D. & Keränen, J. (2017). Indoor noise annoyance due 3-5 megawatt wind turbines – An exposure-
response relationship. The Journal of the Acoustical Society of America 142(4), 2185-2196. 13 Environmental Noise Guidelines for the European Region, WHO, 2018. 14 Korte notitie stavaza normstelling WT-geluid ihkv procedures WP Delfzijl&Nevele arrest, versie 03_001 van 18 augustus 2021, uitgevoerd door LBP Sight met kenmerk V068537aa.21B3AV5.wve
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
41/54
Lnight is het jaargemiddelde geluidsniveau in de nachtperiode. Hierbij wordt geen toeslag gehanteerd. Lnight wordt gebruikt om slaapverstoring te voorspellen. Lnight biedt aanvullende bescherming ten opzichte van Lden indien een windturbine met name in de nacht in bedrijf is. Aangezien het geluid van windturbines een relatief constant karakter heeft gedurende het etmaal, bedraagt het verschil tussen Lden en Lnight circa 6 dB. Over het algemeen biedt een norm voor Lnight die niet meer dan 6 dB verschilt van het Lden geen aanvullende bescherming. Aangezien er geen directe samenhang is tussen het geluid van windturbines en slaapverstoring bevat het WHO-advies ook geen aanbeveling over een Lnight voor windturbines. Naast deze dosismaten worden nog andere normeringen gebruikt voor het beoordelen van geluid. Veelgebruikt zijn het equivalente geluidsniveau LAeq en het maximale geluidsniveau LAmax. Het LAeq is het gemiddelde geluidsniveau over een beoordelingsperiode. Over het algemeen is dit een etmaal of een deel daarvan (dag, avond, nacht). Ook kan het een geluidsniveau over een kortere periode beslaan, bijvoorbeeld het gemiddelde geluidsniveau over enkele minuten of een kwartier. Deze norm is, in tegenstelling tot Lden of Lnight relatief eenvoudig handhaafbaar.
Vanwege het relatief continue karakter van windturbinegeluid is het equivalente geluidsniveau sterk gerelateerd aan de Lden en de Lnight. Het equivalente geluidsniveau bedraagt bij een beoordeling bij hoge windsnelheden 2 tot 4 dB meer dan het L night15. Het LAmax is het hoogst optredende geluidsniveau op enig moment en representeert de waarneming van piekgeluiden van ons gehoororgaan. Uit onderzoek blijkt dat met name het karakter van windturbinegeluid als hinderlijk wordt ervaren en niet zozeer de pieken daarin. Daarmee sluit deze norm niet aan op de beleving van windturbinegeluid. Uit het onderzoek van Arcadis16 naar afstandsnormen blijkt dat met Lden, Lnight en LAeq in het overgrootste deel van Europa de geluidsnormen voor windturbines worden beschreven. In haar uitspraken over Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding en Karolinapolder bevestigt de ABRvS dat er geen wetenschappelijk aanknopingspunt bestaat om de dosismaten Lden en Lnight te moeten afwijzen of dat deze ongeschikt zijn. Ook geven de uitspraken aan dat een gemeente vrij is om gemotiveerd een aanvullende norm op te nemen.
Dosishinderrelatie De dosishinderrelatie van Janssen et al17 is de enige dosishinderrelatie die de mate van ernstige hinder binnenshuis beschrijft. Deze dosiseffectrelatie is ook beschreven in het TNO-rapport uit 200818. Het is in Nederland gebruikelijk om het geluid van geluidsbronnen met de gevolgen daarvan voor de omgeving, binnenshuis te beoordelen. De reden hiervoor is dat omwonenden mogen verwachten dat zij daar beschermd tegen zijn. Er is een tweede dosishinderrelatie betrokken. Dit is de dosishinderrelatie van Kuwano et al 19. Deze relatie wordt geassocieerd met hinder buitenshuis en is daarom minder geschikt voor de beoordeling van het geluid van windturbines in de Nederlandse context.
15 Koppen, E. Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief. Windnieuws nr. 4, 2015,10-15. 16 Koppen, E., Onderzoek afstandsnormen windturbines, 19-04-2022 17 J Janssen SA, Vos H, Eisses AR, Pedersen E (2011). A comparison between exposure–response relationships for wind
turbine annoyance and annoyance due to other noise sources. J Acoust Soc Am. 130(6):3746–53 18 S.A. Janssen, H. Vos en A.R. Eisses, TMP-rapport, Hinder door geluid van windturbines: Dosis—effectrelaties op basis van Nederlandse en Zweedse gegevens, 2008-D-R1051/B 19 Kuwano S, Yano T, Kageyama T, Sueoka S, Tachibanae H (2014). Social survey on wind turbine noise in Japan. Noise Control Eng J. 62(6):503–20
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
42/54
In onderstaande grafiek zijn de dosiseffectrelaties van Janssen voor binnenshuis en buitenshuis weergegeven. De 47 dB Lden die eerder werd gehanteerd voor nieuwe windparken komt overeen met circa 9% ernstig gehinderden.
35 30 25
%
20 15 10 5 0 25
30
35
40
45
50
55
Geluidbelasting [dB Lden] ernstig gehinderden buitenshuis
ernstig gehinderden binnenshuis
figuur 1: dosiseffectrelatie Janssen
Ook voor andere geluidsbronnen gelden in Nederland geluidsnormen. Ook bij het vaststellen van deze normen wordt de ten hoogste toegestane geluidbelasting gerelateerd aan het percentage personen dat bij die geluidbelasting ernstige hinder ondervindt. Het gaat daarbij om de situatie binnenshuis. Nederland kent een uitgebreid normenstelsel voor wegverkeer, railverkeer, luchtvaart en industrie. Hierbij geldt een voorkeurswaarde (altijd toegestaan) en een grenswaarde (mag gemotiveerd sprake van zijn). Ter vergelijking zijn hieronder de te verwachten percentages ernstig gehinderden voor verschillende geluidsbronnen opgenomen, waarbij het gaat om de beleving bij de maximaal toegestane geluidbelasting 20. Hierbij is ook opgenomen bij welke geluidbelasting van windturbines van een vergelijkbaar percentage ernstig gehinderden sprake is. Type
Ernstig gehinderden bij voorkeurswaarde Rijkswegen 4% Spoorwegen 4% Industrieterrein 2% Luchtvaart 30% Tabel 1: ernstig gehinderden bij andere geluidsbronnen.
Ernstig gehinderden bij grenswaarde 14% 16% 9% 54%
20 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010
Beleid voor duurzame opwek windenergie, d.d. 21/11/23
43/54
In onderstaande tabel is vergeleken welke geluidbelasting voor windturbines hoort bij het percentage ernstig gehinderden bij de grenswaarde van de andere geluidbronnen. Percentage ernstig gehinderden Geluidbelasting windturbine 9% (zoals bij industrieterreinen) 47 dB 14% (zoals bij Rijkswegen) 50 dB 16% (zoals bij spoorwegen) 51 dB 54% (zoals bij luchtvaart) 60 dB* Tabel 2: vergelijking geluidbelasting windturbines. * Hiervoor dient de dosishinderrelatie extreem geëxtrapoleerd te worden, waardoor deze waarde minder betrouwbaar is.
Afstandsnorm of gebiedsgerichte normering Het Rijk onderzoekt momenteel of een afstandsnorm mogelijk is voor geluid. Hiervoor heeft zij onderzoek uit laten voeren naar afstandsnormen voor windturbines 21. Er is geen wetenschappelijke basis voor een afstandsnorm. In Europa heeft een aantal landen een afstandsnorm, maar deze is met name bedoeld voor het voorkomen van visuele hinder. Voor geluid wordt de afstandsnorm altijd aangevuld met een specifieke geluidsnorm op een locatie (bijvoorbeeld bij woningen). Een belangrijk nadeel van een afstandsnorm is dat deze niet voor alle bewoners een gelijke bescherming biedt. De hinderbelevingsonderzoeken die ten grondslag liggen aan adviezen over een windhindernormering geven geen aanleiding voor een specifieke gebiedsgerichte normering. Windturbines worden over het algemeen buiten de bebouwde omgeving gebouwd, waarbij woningen verspreid aanwezig zijn. De hinderbelevingsonderzoeken die onder meer ten grondslag liggen aan de curve uit figuur 1 gaan hiervan uit. Er is daarom geen aanleiding om een specifieke norm voor deze gebieden op te nemen. Om het absolute aantal gehinderden te beperken is het mogelijk om voor clusters van woningen een strengere norm op te nemen. Ook kan bij de lokale afweging van vast te stellen normen hier specifiek nader op ingegaan worden.
Laagfrequent geluid en infrageluid In de directe omgeving van windparken wordt vaak gevreesd voor hinder vanwege laagfrequent geluid of infrageluid. Hierbij is laagfrequent geluid het geluid tussen de ca 20-100 Hz en infrageluid het geluid onder de 20 Hz. Het RIVM stelt dat het laagfrequente geluid en infrageluid van windturbines niet voor andere effecten zorgen dan ander geluid (=midden en hogere frequenties). Er is geen bewijs dat het laagfrequente geluid en infrageluid onder de gehoordrempel tot enig nadelig gezondheidseffect kan leiden. Het aandeel laagfrequent geluid en infrageluid is normaal voor een mechanische geluidbron en treedt bijvoorbeeld ook op bij wegverkeersgeluid. Een windturbine die normaal draait binnen haar specificaties zal daarom geen onevenredig aandeel laagfrequent geluid veroorzaken, waardoor een norm, aanvullend op een Lden-norm, dan ook niet nodig is. Een normering voor laagfrequent geluid kan wel nut hebben om bij bijzondere situaties het bevoegd gezag een middel te geven om te handhaven. De Vercammen-curve wordt door de ABRvS22 geschikt bevonden om de aanvaardbaarheid van laagfrequent geluid te beoordelen.
21 Koppen, E., Onderzoek afstandsnormen windturbines, 19-04-2022 22 ECLI:NL:RVS:2021:1683 en ECLI:NL:RVS2020:2308