B_B_ontwerp_1_regels_Bijlage 3 Aanwijzingsbesluiten Natura 2000.PDF
Tekst van het document
Er wordt grote waarde gehecht aan goede financiële dekking van de realisering van de doelen in de beheerplannen. Het bovenstaande houdt niet alleen in dat Nederland zich inspant om zoveel mogelijk habitattypen en soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen. Het betekent ook dat de compensatie van mogelijke inkomens- en vermogensschade van de betrokken eigenaren en gebruikers aan de orde dient te komen. Artikel 31 van de Natuurbeschermingswet 1998 is juist voor dit doel door de wetgever in de wet opgenomen en deze heeft gemeend daarmee een voldoende mogelijkheid voor nadeelcompensatie te bieden. Resolutie 2004/2164(INI) van het Europese Parlement over de financiering van Natura 2000, waarnaar verschillende keren in zienswijzen is verwezen, biedt dan ook geen grond voor de stelling dat artikel 31 van Natuurbeschermingswet 1998 onvoldoende compensatiemogelijkheden zou bieden. Eigendomsrecht Van schending van het eigendomsrecht en van strijdigheid met artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is geen sprake.
Artikel 1, eerste lid, van het Eerste Protocol van het EVRM bepaalt dat alle natuurlijke rechtspersonen recht hebben op het ongestoord genot van hun eigendom en dat niemand van zijn eigendom zal worden beroofd, behalve indien sprake is van algemeen belang en met inachtneming van de voorwaarden neergelegd in de wet en in de algemene beginselen van het internationaal recht. De voorwaarden die worden gesteld aan het beheer van grond, die nodig is voor het 59
Programmadirectie Natura 2000 | PDN/2013-046 | 046 Bergvennen & Brecklenkampse Veld
bijlage C
realiseren van het Natura 2000-netwerk, leveren geen aantasting op van het recht van eigendom. De bepaling uit het EVRM laat onverlet dat de Staat het recht heeft om die wetten toe te passen die noodzakelijk worden geacht om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang.
60
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Wijzigingsbesluit Natura 2000-gebieden Duinen Terschelling, Duinen Schiermonnikoog, Lieftinghsbroek, Fochteloërveen, Drentsche Aa-gebied, Drouwenerzand, Bergvennen & Brecklenkampse Veld, Aamsveen, Wooldse Veen, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux De Staatssecretaris van Economische Zaken Gelet op artikel 15 van de Natuurbeschermingswet 1998;
Artikel 1 1. In het besluit van 30 januari 2009 (DRZO/2008-004, Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Duinen Terschelling als Natura 2000-gebied is de instandhoudingsdoelstelling van het volgende habitattype gewijzigd: H2180 Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit zijn aan artikel 1 de volgende habitattypen toegevoegd: H1320 Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae) H6410 Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 2 4. In het besluit van 30 januari 2009 (DRZO/2008-006, Stcrt. 2009, 38) tot aanwijzing van Duinen Schiermonnikoog als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H2140 *Vastgelegde ontkalkte duinen met Empetrum nigrum 5. In het in het vorige lid bedoelde besluit zijn aan artikel 1 de volgende habitattypen toegevoegd: H1310 Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten H1330 Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) 6.
De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 3 1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-021; Stcrt. 2013,14643) tot aanwijzing van Lieftinghsbroek als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H91E0 * Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae) 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit is aan artikel 1 het volgende habitattype toegevoegd: H91D0 *Veenbossen 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.
1
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Artikel 4 1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-023; Stcrt. 2013,14643) tot aanwijzing van Fochteloërveen als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H3160 Dystrofe natuurlijke poelen en meren 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit is aan artikel 1 het volgende habitattype toegevoegd: H2320 Psammofiele heide met Calluna en Empetrum nigrum 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 5 1. In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-025; Stcrt. 2013,19978) tot aanwijzing van Drentsche Aa-gebied als Natura 2000-gebied is de instandhoudingsdoelstelling voor het volgende habitattype gewijzigd: H7140 Overgangs- en trilveen 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit zijn aan artikel 1 de volgende habitattypen toegevoegd: H2330 Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen H9120 Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion) 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 6 1. In het besluit van 25 april 2013 (PDN/2013-026; Stcrt.
2013,12211) tot aanwijzing van Drouwenerzand als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H9190 Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur 2. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het vorige lid bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 7 1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-046; Stcrt. 2013,14643) tot aanwijzing van Bergvennen & Brecklenkampse Veld als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H2310 Psammofiele heide met Calluna en Genista 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit is aan artikel 1 het volgende habitattype toegevoegd: H91D0 *Veenbossen 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 8 1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-055; Stcrt. 2013,14643) tot aanwijzing van Aamsveen als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H91D0 *Veenbossen 2.
In het in het vorige lid bedoelde besluit zijn aan artikel 1 de volgende habitattypen toegevoegd: H3130 Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea H6410 Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) H7110 *Actief hoogveen H9120 Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion) De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze.
2
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Artikel 9 1. In het besluit van 11 juni 2014 (PDN/2014-061; Stcrt. 2014,17732) tot aanwijzing van Wooldse Veen als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H91D0 *Veenbossen 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit is aan artikel 1 het volgende habitattype toegevoegd: H6230 *Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van submontane gebieden in het binnenland van Europa) 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 10 1. In het besluit van 23 mei 2013 (PDN/2013-132; Stcrt. 2013,14643) tot aanwijzing van Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek als Natura 2000-gebied is is de instandhoudingsdoelstelling voor het volgende habitattype gewijzigd: H6510 Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis) 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit is aan artikel 1 het volgende habitattype toegevoegd: H6430 Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 11 1.
In het besluit van 4 juli 2013 (PDN/2013-136; Stcrt. 2013,19978) tot aanwijzing van Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux als Natura 2000-gebied is het volgende habitattype verwijderd: H5130 Juniperus communis-formaties in heide of kalkgrasland 2. In het in het vorige lid bedoelde besluit zijn aan artikel 1 de volgende habitattypen toegevoegd: H3140 Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. vegetaties H7140 Overgangs- en trilveen H9190 Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur 3. De nota van toelichting die onderdeel uitmaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde besluit wordt gewijzigd op de in de nota van toelichting behorende bij dit besluit aangegeven wijze. Artikel 11 1. De bekendmaking van dit besluit geschiedt in de Staatscourant. 2. Dit wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag na de bekendmaking in de Staatscourant.
De Staatssecretaris van Economische Zaken, w.g. Sharon A.M. Dijksma d.d. 28 mei 2015
Dit aanwijzingsbesluit en de daarbij behorende Nota van toelichting worden gedurende zes weken ter inzage gelegd. De exacte periode en locatie worden vermeld in de bekendmaking die wordt gepubliceerd in de Staatscourant en in de advertentie die wordt gepubliceerd in gedrukte media en op internet. Het aanwijzingsbesluit kan digitaal worden ingezien via de website www.rijksoverheid.nl/natura2000. Belanghebbenden die hun zienswijze als bedoeld in artikel 3:15 van de Algemene wet bestuursrecht naar voren hebben gebracht of die het redelijkerwijs niet verweten kan worden geen zienswijze naar voren te hebben gebracht, kunnen gedurende zes weken ná de bekendmaking beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA te Den Haag.
3
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
4
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Nota van toelichting behorende bij het besluit tot wijziging van de besluiten waarmee Duinen Terschelling, Duinen Schiermonnikoog, Lieftinghsbroek, Fochteloërveen, Drentsche Aagebied, Drouwenerzand, Bergvennen & Brecklenkampse Veld, Aamsveen, Wooldse Veen, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux zijn aangewezen als Natura 2000-gebied
Inleiding 1. Bij de vaststelling van de habitattypenkaarten die in het kader van de samenstelling van de beheerplannen worden vervaardigd, blijkt in een aantal gevallen dat er in de aanwijzingsbesluiten instandhoudingsdoelstellingen zijn opgenomen voor habitattypen die in het gebied niet voorkomen. Deze waarden waren ook bij de aanmelding (2003) niet aanwezig. De consequentie hiervan is dat er maatregelen zouden moeten worden getroffen ter behoud, uitbreiding of verbetering van afwezige waarden. Dit is een onwenselijke situatie, omdat behoud en eventuele uitbreiding en verbetering uitgaan van de aanwezigheid van het betreffende habitattype. Dit wijzigingsbesluit dient ertoe om dergelijke afwezige waarden en de daarvoor gestelde doelen uit de besluiten te verwijderen. Het omgekeerde komt ook voor: tijdens het in kaart brengen van de habitattypen is de aanwezigheid van waarden vastgesteld die niet in het aanwijzingsbesluit zijn opgenomen. Die waarden worden middels dit besluit toegevoegd aan de gebieden waar ook waarden moeten worden verwijderd. 2.
In deze nota van toelichting worden per gebied de noodzakelijke wijzigingen in de betreffende nota's van toelichting opgesomd waaronder de vaststelling van instandhoudingsdoelstellingen voor eerder niet onderkende waarden. Dit betreft achtereenvolgens: wijziging van de in het gebied aanwezige waarden (paragraaf 4.3), verwijdering en toevoeging van instandhoudingsdoelstellingen voor de verwijderde en toegevoegde waarden (5.3), onderbouwing voor de verwijderde en toegevoegde waarden (bijlage B.1) en toelichting op de toewijzing van de instandhoudingsdoelstellingen (bijlage B.4). In de tabel in de volgende paragraaf is een overzicht opgenomen van de aangebrachte wijzigingen. Verwijzingen naar habitattypen of subtypen die middels dit besluit zijn vervallen, in paragraaf 4.4 van de nota van toelichting van de oorspronkelijke aanwijzingen zijn hiermede ook vervallen.
3.
Ten opzichte van het ontwerp is aan de Nota van toelichting een bijlage toegevoegd, die integraal onderdeel uitmaakt van het besluit. De bijlage omvat de nota van antwoord op de ontvangen zienswijzen. Dit betreft ook een nadere onderbouwing van het besluit. In totaal zijn in het kader van de terinzagelegging van het ontwerp acht zienswijzen ingediend die betrekking hebben op vijf van de 11 gebieden waarop dit wijzigingsbesluit betrekking heeft. In twee gevallen hebben de ingediende zienswijzen geleid tot aanpassing van het besluit (anders dan verbetering en aanvulling van de motivering). In het Natura 2000-gebied Bergvennen & Brecklenkampse Veld (046) is één van de twee toe te voegen habitattypen (H3160) komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor één van de vijf voorgenomen toevoegingen (H9190) in het Natura 2000-gebied Aamsveen (055). Voor de overige wijzigingen in de instandhoudingsdoelstellingen geven de ingediende zienswijzen geen aanleiding om het ontwerpbesluit aan te passen.
5
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
4.
Overzicht van de aangebrachte wijzigingen in instandhoudingsdoelstellingen (aangeduid als “doelen”). N2k-nr
Natura 2000-gebied
Aard van de wijziging(en)
004
Duinen Terschelling
Verwijdering subtype 2180C (door wijziging doel H2180) Toevoeging doelen H1320 en H6410
006
Duinen Schiermonnikoog
Verwijdering doel H2140 Toevoeging doelen H1310B en H1330A
021
Lieftinghsbroek
Verwijdering doel H91E0 Toevoeging doel H91D0
023
Fochteloërveen
Verwijdering doel H3160 Toevoeging doel H2320
025
Drentsche Aa-gebied
Verwijdering H7140B (door wijziging doel H7140) Toevoeging doelen H2330 en H9120
026
Drouwenerzand
Verwijdering doel H9190
046
Bergvennen & Brecklenkampse veld
Verwijdering doel H2310 Toevoeging doel H91D0
055
Aamsveen
Verwijdering doel H91D0 Toevoeging doelen H3130, H6410, H7110A en H9120
064
Wooldse Veen
Verwijdering doel H91D0 Toevoeging doel H6230
132
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
Verwijdering subtype H6510B (door wijziging doel H6510) Toevoeging doel H6430
136
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
Verwijdering doel H5130 Toevoeging doelen H3140, H7140A en H9190
6
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Terschelling (004)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Duinen Terschelling (004) als Natura 2000-gebied (besluit van 30 januari 2009, DRZO/2008-004)
5.
In de nota van toelichting worden in paragraaf 4.2.1 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijzigingen aangebracht: • Van het volgende habitattype vervalt subtype C (subtypen A en B blijven gehandhaafd): H2180 Beboste duinen van het Atlantische, continentale en boreale gebied • De volgende habitattypen worden toegevoegd: H1320 Schorren met slijkgrasvegetatie (Spartinion maritimae) Verkorte naam Slijkgrasvelden H6410
6.
Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) Verkorte naam Blauwgraslanden
In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht:
•
De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H2180 wordt vervangen (noodzakelijk door de verwijdering subtype C): H2180 Duinbossen Doel Toelichting
Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit duinbossen, droog (subtype A) en duinbossen, vochtig (subtype B). Voor de subtypen droge en vochtige duinbossen geldt dat op Terschelling goede mogelijkheden aanwezig zijn voor uitbreiding van de oppervlakte en verbetering van de kwaliteit. Op termijn kan het gebied daarom een grote bijdrage leveren aan het landelijke doel voor beide subtypen. Voor alle waddeneilanden geldt dat de duinbossen vrij jong en nog volop in ontwikkeling zijn.
• Instandhoudingsdoelstellingen voor H1320 en H6410 worden toegevoegd: H1320 Slijkgrasvelden Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit. Toelichting Het habitattype dat voorkomt op een dynamische plek in de Cupido’s Polder aan de noordzijde van De Boschplaat, kan door afslag bij hoogwater snel weer verdwijnen. Het is daarom niet mogelijk het voorkomen van het habitattype op die plek vast te leggen. Ook bestaat er geen zekerheid dat het elders in de Cupido’s Polder weer direct zal ontstaan. Het bereiken van de doelstelling kan daarom worden beoordeeld in samenhang met het voorkomen van het habitattype op de nabijgelegen Boschplaat dat deel uitmaakt van het Natura 2000-gebied Waddenzee. H6410 Doel
Blauwgraslanden Behoud oppervlakte en kwaliteit
7. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: De tekst van het derde punt wordt vervangen: • In tegenstelling tot de aanwijzing komt het subtype binnenduinrand (H2180C) van het habitattype duinbossen te vervallen. De betreffende bosjes, die zijn gelegen in het Fomerumerbos en het Hoornsebos, betreffen jonge loofbosaanplant op plekken waar daarvoor dennenbos was. Er kan dan geen sprake zijn van een klimoprijke bosvegetatie zoals bij de aanwijzing werd verondersteld. Twee nieuwe punten worden toegevoegd: • In aanvulling op de aanwijzing (2009) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype slijkgrasvelden (H1320), dat voorkomt in Cupido’s Polder ten noorden van de Vierde Duintjes op de 7
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Terschelling (004)
•
Boschplaat (1,1 ha). Dit habitattype is in grotere oppervlakte aanwezig op de aangrenzende Boschplaat (ruim 50 ha), dat onderdeel uitmaakt van het Natura 2000-gebied Waddenzee. In aanvulling op de aanwijzing (2009) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype blauwgraslanden (H6410), dat verspreid voorkomt op een tiental plekken (3,8 ha). Het betreft voornamelijk de rompgemeenschap van blauwe knoop en blauwe zegge (Carex panicea-Sucissa pratensis).
8. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • Tabel en tekst met betrekking tot de verwijderde doelstelling voor het habitatype H2180C vervallen. • De volgende twee alinea’s met betrekking tot de nieuwe habitattypen worden toegevoegd: H1320 – Slijkgrasvelden Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en behoud kwaliteit a N2knr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
Besluit
001
Waddenzee
behoud
behoud
A2
aanwijzingsbesluit
005
Duinen Terschelling
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
101
Duinen Goeree & Kwade Hoek
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
113
Voordelta
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
118
Oosterschelde
behoud
behoud
A2
doel aangepast b
122
Westerschelde & Saeftinghe
behoud
behoud
B2
aanwijzingsbesluit
123
Zwin & Kievittepolder
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
(a)
In een deel van de gebieden mag het areaal afnemen ten gunste van het habitattype zilte pionierbegroeiingen, zeekraal (H1310A)1.
Vrijwel alle kweldergebieden langs de Nederlandse kust zijn Habitatrichtlijngebied. Dit betekent dat het overgrote deel van dit habitattype zich bevindt binnen het landelijke Natura 2000-netwerk (>95% van de landelijke oppervlakte). De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling met betrekking tot de oppervlakte sluit hierop aan. De zeer ongunstige kwaliteit van het habitattype in Nederland wordt veroorzaakt door het geheel of vrijwel geheel verdwenen zijn van de belangrijkste typische soort klein slijkgras. Daarvan komen geen goed ontwikkelde vormen meer voor. Het habitattype komt wel veel voor in een vorm met engels slijkgras, waarvan de kwaliteit lager wordt beoordeeld, omdat deze soort die hier niet van nature voorkomt maar in de vorige eeuw is aangeplant. Deze matige vorm ontstaat vaak op plekken waar kwelders eroderen. Daarom mag in een deel van de gebieden het areaal afnemen ten gunste van het habitattype zilte pionierbegroeiingen, zeekraal (H1310A). Herstel van de kwaliteit van de door klein slijkgras gedomineerde vormen van het habitattype wordt op dit moment niet als haalbaar gezien, doordat de vegetaties tegenwoordig geheel uit engels slijkgras bestaan. Het landelijk doel is daarom behoud van de kwaliteit.
De gebiedsdoelen zijn hiermee in overeenstemming.
H6410 – Blauwgraslanden Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr
1
Natura 2000-gebied
005
Duinen Terschelling
006
Duinen Schiermonnikoog
013
Alde Feanen
015
Van Oordt’s Mersken
016
Wijnjeterper Schar
018
Rottige Meenthe & Brandemeer
021
Lieftinghsbroek
025
Drentsche Aa-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
behoud
behoud
C
conform ontwerpx
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
Besluit
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.
8
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Terschelling (004)
028
Elperstroomgebied
uitbreiding
verbetering
B1
034
Weerribben
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit aanwijzingsbesluit
035
De Wieden
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
037
Olde Maten & Veerslootslanden
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
041
Boetelerveld
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
045
Springendal & Dal van de Mosbeek
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
046
Bergvennen & Brecklenkampse Veld
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
047
Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
048
Lemselermaten
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
049
Dinkelland
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
051
Lonnekermeer
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
055
Aamsveen
behoud
behoud
C
conform ontwerpX
057
Veluwe
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
058
Landgoederen Brummen
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
060
Stelkampsveld
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
061
Korenburgerveen
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
062
Willinks Weust
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
065
Binnenveld
uitbreiding
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
069
De Bruuk
uitbreiding
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
083
Botshol
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
084
Duinen Den Helder – Callantsoog
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
085
Zwanenwater & Pettemerduinen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
087
Noordhollands Duinreservaat
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
094
Naardermeer
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
095
Oostelijke Vechtplassen
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
103
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
uitbreiding
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
105
Zouweboezem
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
116
Kop van Schouwen
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
130
Langstraat
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
131
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
132
Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek
uitbreiding
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
133
Kampina & Oisterwijkse Vennen
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
135
Kempenland-West
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
Het habitattype blauwgraslanden komt in verspreid liggende gebieden in kleine oppervlakten voor. Van de circa 180 ha blauwgrasland in Nederland is ongeveer twee derde opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype blauwgraslanden is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”2. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Voor het merendeel van de gebieden geldt dat de doelen aansluiten bij de landelijke doelstelling van uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit van het habitattype. In een aantal gevallen is hiervan afgeweken en is er gekozen voor een behoudsdoelstelling voor de oppervlakte of de kwaliteit. De belangrijkste reden met betrekking tot de oppervlakte is dat er buiten het huidig voorkomen in het betreffende gebied niet of nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn. De landelijke doelstelling ter verbetering van de kwaliteit van dit habitattype kan ook niet in alle gebieden gerealiseerd worden. In het gebied Duinen Schiermonnikoog (006) bijvoorbeeld wordt gezien de geïsoleerde ligging van het gebied geen potentieel herstel van de kwaliteit verwacht. De meest kansrijke gebieden zijn aangewezen voor kwaliteitsverbetering van het habitattype.
2
De beschreven staat van instandhouding wijkt af van de staat van instandhouding zoals gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006). Zie het Natura 2000 profielendocument (2008) voor een nadere uitleg.
9
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Terschelling (004)
10
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Schiermonnikoog (006)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Duinen Schiermonnikoog (006) als Natura 2000-gebied (besluit van 30 januari 2009, DRZO/2008-006) 9.
In de nota van toelichting worden in paragraaf 4.2.1 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijzigingen aangebracht: • Het volgende habitattype (en het vermelde subtype B) vervalt: H2140 *Vastgelegde ontkalkte duinen met Empetrum nigrum • De volgende habitattypen worden toegevoegd: H1310 Eenjarige pioniersvegetaties van slik- en zandgebieden met Salicornia spp. en andere zoutminnende soorten Verkorte naam Zilte pionierbegroeiingen betreft het subtype: H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur) Atlantische schorren (Glauco-Puccinellietalia maritimae) Verkorte naam Schorren en zilte graslanden betreft het subtype: H1330A Schorren en zilte graslanden (binnendijks) H1330
10. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H3160 vervalt. • Instandhoudingsdoelstellingen voor H1310 en H1330 worden toegevoegd: H1310 Zilte pionierbegroeiingen Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit zilte pionierbegroeiingen, zeevetmuur (subtype B) Toelichting Het habitattype komt voor op de grens met de Natura 20000-gebieden Waddenzee en Noordzeekustzone. Behoud van de oppervlakte geldt binnen de (sterke) natuurlijke fluctuaties, en de doelstelling kan worden bereikt door behoud van het dynamische landschap met dit habitattype, in het bijzonder op strandvlaktes. Het bereiken van de doelstelling kan worden beoordeeld in samenhang met het voorkomen van het habitattype op het nabijgelegen Groene Strand en de Oosterkwelder die deel uitmaken van resp. de Natura 2000-gebieden Noordzeekustzone en Waddenzee. De voorkomens in Duinen Schiermonnikoog vormen een samenhangend geheel met die in beide aangrenzenzende Natura 2000-gebieden. H1330 Doel Toelichting
Schorren en zilte graslanden Behoud oppervlakte en kwaliteit schorren en zilte graslanden, buitendijks (subtype A). Het habitattype komt voor op de grens met de Natura 20000-gebieden Waddenzee. Behoud oppervlakte geldt binnen de natuurlijke fluctuaties tengevolge van erosie- en sedimentatie. In het Waddengebied is geen uitbreiding van oppervlakte van toepassing. Het habitattype komt voor ter hoogte van de Westerplas, aan de rand van de Kooiduinen en in de Kobbeduinen (zie bijlage B.1). Het bereiken van de doelstelling kan worden beoordeeld in samenhang met het voorkomen van het habitattype in de aangrenzende delen van Natura 2000-gebied Waddenzee op Schiermonnikoog.
11. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: De tekst van het tweede punt wordt vervangen: • In aanvulling op de oorspronkelijke aanwijzing (2009) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype schorren en zilte graslanden, buitendijks (H1330A). Het habitattype komt voor langs de wadkant ten zuidoosten van de Westerplas (0,2 ha), aan de oostzijde van de Kooiduinen en in een aantal laagten in de Kobbeduinen (totaal bijna 6 ha). Bij de aanwijzing was aangenomen dat het habitattype alleen in de aan de Waddenzee behorende gebiedsdelen van het eiland voorkomt (ruim 500 ha, waarvan enkele hectaren ten zuiden van de Westerplas). 11
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Schiermonnikoog (006)
De tekst van het eerste punt wordt vervangen door de volgende twee punten: • Conform de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003), maar in aanvulling op de aanwijzing (2009), is het gebied ook aangewezen voor het habitattype Zilte pionierbegroeiingen. Dit betreft het subtype zeevetmuur (H1310B), dat voorkomt aan de noordzijde van de stuifdijk (0,4 ha) en in enkele laagten in de Kobbeduinen (evenals H1330A) (0,3 ha). De vegetatie betreft de plantenassociatie van Strandduizendguldenkruid en Krielparnassia (subassociatie met Aardbeiklaver). Ten noorden van de stuifdijk sluit het voorkomen van het habitattype aan op vergelijkbare vegetaties op het Groene Strand behorend tot het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone (ca. 50 ha). Subtype B van het habitattype is ook aanwezig op de Oosterkwelder die grenst aan de Kobbeduinen (ca. 10 ha). • In afwijking van de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) en ontwerpbesluit (2007) is het gebied niet aangewezen voor het habitattype zilte pionierbegroeiingen (H1310), zeekraal (subtype A) omdat uit de begrenzing blijkt dat dit subtype op dit eiland alleen in de aan de Waddenzee en Noordzeekustzone toegekende gebiedsdelen voorkomt. Daarnaast wordt een nieuw punt toegevoegd: • In afwijking van de aanwijzing (2009), is het gebied niet meer aangewezen voor het habitattype *duinheiden met kraaheide (H2140).
Blijkens de beschikbare vegetatiekarteringen is het habitattype niet in het aangewezen gebied aanwezig. 12. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de verwijderde doelstelling voor het habitatype H2140 vervalt. • De volgende twee alinea’s met betrekking tot de nieuwe habitattypen worden toegevoegd:
H1310B – Zilte pionierbegroeiingen, zeevetmuur Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en behoud kwaliteit N2knr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
001 002
Waddenzee
behoud
behoud
B2
aanwijzingsbesluit
Duinen en Lage Land Texel
behoud
behoud
B2
aanwijzingsbesluit
Besluit
004
Duinen Terschelling
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
006
Duinen Schiermonnikoog
behoud
behoud
C
conform ontwerpx
007
Noordzeekustzone
behoud
behoud
A1
aanwijzingsbesluit
101
Duinen Goeree & Kwade Hoek
behoud
behoud
B2
aanwijzingsbesluit
113
Voordelta
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
115
Grevelingen
behoud
behoud
A3
aanwijzingsbesluit
122
Westerschelde & Saeftinghe
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
Vrijwel alle kweldergebieden langs de Nederlandse kust zijn Habitatrichtlijngebied. Dit betekent dat het overgrote deel van dit habitattype zich bevindt binnen het landelijke Natura 2000-netwerk (>95% van de landelijke oppervlakte). De landelijke staat van instandhouding voor het habitattype zilte pionierbegroeiingen, zeevetmuur (subtype B) is beoordeeld als “gunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De gebiedsdoelen zijn in overeenstemming met de landelijke doelstelling.
12
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Schiermonnikoog (006)
H1330A - Schorren en zilte graslanden, buitendijks Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit N2knr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
001 002
Waddenzee
behoud
verbetering
A3
Duinen en Lage Land Texel
behoud
behoud
B1
003
aanwijzingsbesluit
Duinen Vlieland
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
Besluit aanwijzingsbesluit
004
Duinen Terschelling
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
006
Duinen Schiermonnikoog
behoud
behoud
C
conform ontwerpx
007
Noordzeekustzone
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
101
Duinen Goeree & Kwade Hoek
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
109
Haringvliet
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
113
Voordelta
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
118
Oosterschelde
122
Westerschelde & Saeftinghe
123
Zwin & Kievittepolder
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
verbetering
A1
aanwijzingsbesluit
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
Het overgrote deel van dit habitattype is opgenomen in Natura 2000 (>95% landelijke oppervlakte). De landelijke staat van instandhouding is op oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Waddenzee (001) en Westerschelde & Saeftinghe (122) herbergen tezamen meer dan 80% van de landelijke oppervlakte en kunnen daarmee de grootste bijdrage leveren aan de herstelopgave. In de andere gebieden is het habitattype reeds in goede kwaliteit aanwezig (dus behoud is voldoende) of is herstel waarschijnlijk niet mogelijk door de aanleg van de stormvloedkering (Oosterschelde (118)). In het westelijke deel van de Westerschelde wijkt de oppervlakte kwelders sterk af van de natuurlijke situatie. Hier vindt nog steeds afbraak van schorren plaats. Daarom wordt hier uitbreiding van de oppervlakte nagestreefd.
13
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Duinen Schiermonnikoog (006)
14
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Lieftinghsbroek (021)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Lieftinghsbroek (021) als Natura 2000-gebied (besluit van 23 mei 2013, PDN/2013-021) 13. In de nota van toelichting worden in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijzigingen aangebracht: • Het volgende habitattype (en het vermelde subtype C) vervalt: H91E0 *Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion,Alnion incanae, Salicion albae • Het volgende habitattype wordt toegevoegd: H91D0 *Veenbossen Verkorte naam Hoogveenbossen 14. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H91E0 vervalt. • Een instandhoudingsdoelstelling voor H91D0 wordt toegevoegd: H91D0 *Hoogveenbossen Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit. Toelichting Het habitattype is aanwezig op een vochtige plek in het bos waar het grenst aan elzenbroekbos. 15. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: De tekst van het tweede punt wordt vervangen door de volgende tekst: • In afwijking van de aanwijzing (2013), is het gebied niet aangewezen voor het habitattype vochtige alluviale bossen (H91E0).
Het betreffende bos waaraan dit habitatype was toegekend, staat niet onder beekinvloed, één van de vereisten die op dit habitattype van toepassing zijn. Daarnaast wordt een nieuw punt toegevoegd: • In aanvulling op de aanwijzing (2013), is het gebied ook aangewezen voor het habitattype *hoogveenbossen (H91D0) in de vorm van de plantenassociatie Zompzegge-Berkenbroek (Carici curtae-Betuletum pubescentis). Dit is aanwezig op één locatie aan de westzijde (1.200 m2). 16. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de verwijderde doelstelling voor het habitatype H91E0C vervalt. • De volgende alinea met betrekking tot het nieuwe habitattype wordt toegevoegd:
15
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Lieftinghsbroek (021)
H91D0 – *Hoogveenbossen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
013
Alde Feanen
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
018
Rottige Meenthe & Brandemeer
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
021
Lieftinghsbroek
behoud
behoud
C
conform ontwerp x
024
Witterveld
025
Drentsche Aa-gebied
029
Holtingerveld
behoud
034
Weerribben
behoud
035
De Wieden
behoud
046
Bergvennen & Brecklenkampse Veld
behoud
053
Buurserzand & Haaksbergerveen
054
Witte Veen
061
N2k-nr
Besluit
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
behoud
C
aanwijzingsbesluit
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
behoud
C
conform ontwerp x
uitbreiding
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
Korenburgerveen
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
083
Botshol
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
090
Wormer- en Jisperveld
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
091
Polder Westzaan
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
092
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
094
Naardermeer
095
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
behoud
A1
aanwijzingsbesluit
Oostelijke Vechtplassen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
103
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
136
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
138
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
145
Maasduinen
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
149
Meinweg
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
150
Roerdal
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
155
Brunssummerheide
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
Ongeveer twee derde van de landelijke oppervlakte van het habitattype hoogveenbossen bevindt zich binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. In de gebieden met de grootste ecologische potentie voor herstel van het habitattype en/of waar de grootste bijdrage aan de landelijke doelstelling gerealiseerd kan worden, wordt uitbreiding van de oppervlakte en/of verbetering van de kwaliteit van het habitattype nagestreefd. In de overige gebieden wordt volstaan met behoud van het habitattype. Bijvoorbeeld in het gebied Maasduinen (145) is het areaal waar het habitattype hoogveenbossen voor kan komen al volledig benut, waardoor er geen mogelijkheden voor uitbreiding zijn. Ook in het gebied Rottige Meenthe & Brandemeer (018) wordt behoud van het habitattype beoogd. Hier is, gezien de hydrologie, geringe potentie voor het habitattype. In de laagveengebieden Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (092) en Oostelijke Vechtplassen (095) zijn kleine oppervlakten hoogveenbossen aanwezig, evenals in de Limburgse gebieden Meinweg (149) en Roerdal (150). Er is weinig potentie voor ontwikkeling van het habitattype in deze gebieden. In enkele van deze gebieden is echter wel potentie voor kwaliteitsverbetering.
In de gebieden met hoogveenkernen komen hoogveenbossen voor rondom de hoogveenkern op de zandbodem (onder andere in de gebieden Witterveld (024), Witte Veen (054), Wooldse Veen (064)). Aangezien de prioriteit in deze gebieden bij de ontwikkeling van hoogveen ligt en de potenties ter verbetering van de kwaliteit en/of uitbreiding van de oppervlakte beperkt zijn, wordt hier slechts in beperkte mate gestreefd naar uitbreiding en/of kwaliteitsverbetering.
16
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Fochteloërveen (023)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Fochteloërveen (023) als Natura 2000-gebied (besluit van 23 mei 2013, PDN/2013-023) 17. In de nota van toelichting worden in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijzigingen aangebracht: • Het volgende habitattype (en het vermelde subtype C) vervalt: H3160 Dystrofe natuurlijke poelen en meren • Het volgende habitattype wordt toegevoegd: H2320 Psammofiele heide met Calluna en Empetrum nigrum Verkorte naam Binnenlandse kraaiheibegroeiingen 18. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H3160 vervalt. • De instandhoudingsdoelstelling voor habitattype H2320 wordt toegevoegd: H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit. 19. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: De tekst van het tweede punt wordt vervangen door de volgende tekst: • In afwijking van de aanwijzing (2013), is het gebied niet aangewezen voor het habitattype dystrofe natuurlijke poelen en meren (H3160).
De betreffende vennen blijken alleen voor te komen in het hoogveenlandschap, waar deze vegetatiekundig deel uitmaken van het habitattype herstellende hoogvenen (H7120). Daarnaast wordt een nieuw punt toegevoegd: • In aanvulling op de aanwijzing (2013), is het gebied ook aangewezen voor het habitattype binnenlandse kraaiheibegroeiingen (H2320). De betreffende kraaiheibegroeiingen zijn op enkele plekken in het centraal en oostelijk deel van het hoogveengebied aanwezig (in totaal ca. 3 ha). 20. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de verwijderde doelstelling voor het habitatype H3160 vervalt. • De volgende alinea met betrekking tot het nieuwe habitattype H2320 wordt toegevoegd:
17
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Fochteloërveen (023)
H2320 – Binnenlandse kraaiheibegroeiingen Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
Besluit
017
Bakkeveense Duinen
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
023
Fochteloërveen
behoud
behoud
C
conform ontwerpx
025
Drentsche Aa-gebied
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
026
Drouwenerzand
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
027
Drents-Friese Wold & Leggelderveld
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
029
Holtingerveld
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
030
Dwingelderveld
behoud
verbetering
A2
aanwijzingsbesluit
032
Mantingerzand
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
046
Bergvennen & Brecklenkampse Veld
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
057
Veluwe
behoud
behoud
B2
aanwijzingsbesluit
Ruim 50% van het habitattype binnenlandse kraaiheibegroeiingen is opgenomen binnen het Natura 2000netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Alle gebiedsdoelstellingen sluiten op het aspect oppervlakte aan op de landelijke doelstelling. Verbetering van de kwaliteit is lokaal van belang voor herstel van populaties van onder andere levermossen en wolfsklauwen die nationaal bedreigd zijn. Deze doelstelling is neergelegd in de gebieden waar de beste mogelijkheden hiervoor liggen.
18
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Drentsche Aa-gebied (025)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Drentsche Aa-gebied (025) als Natura 2000-gebied (besluit van 4 juli 2013, PDN/2013-025) 21. In de nota van toelichting worden in paragraaf 4.2.1 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijzigingen aangebracht: • Van het volgende habitattype vervalt subtype B (subtype A blijft gehandhaafd): H7140 Overgangs- en trilveen Verkorte naam Overgangs- en trilvenen betreft het subtype: H7140B Overgangs- en trilvenen (veenmosrietlanden) • De volgende habitattypen worden toegevoegd: H2330 Open grasland met Corynephorus- en Agrostis-soorten op landduinen Verkorte naam Zandverstuivingen H9120
Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion) Verkorte naam Beuken-eikenbossen met hulst
22. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: •
De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H7140 wordt vervangen (noodzakelijk door de verwijdering van subtype B): H7140 Overgangs- en trilvenen Doel Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit overgangs- en trilvenen, trilvenen (subtype A) . Toelichting Op sommige locaties komen soortenrijke voorbeelden voor. Het gebied levert een zeer grote bijdrage aan het landelijke doel voor het subtype trilvenen (subtype A). Door de sterke toestroming van grondwater is dit gebied één van de meest kansrijke gebieden voor verder herstel van de betreffende trilveen-begroeiingen. Door de grote variatie in grondwaterkwaliteit kunnen de boven-, midden- en benedenloop elk een specifieke kwaliteit leveren voor dit subtype. •
Instandhoudingsdoelstellingen voor H2330 en H9120 worden toegevoegd:
H2330 Doel Toelichting
Zandverstuivingen Behoud oppervlakte en kwaliteit. Het voorkomen van dit habitattype betreft verstoven terreindelen van het Ballooërveld die mede zijn ontstaan door het voormalige militaire gebruik. De schaal en de omvang van de betreffende plekken zijn te klein om zonder beheer voort te bestaan.
H9120 Doel Toelichting
Beuken-eikenbossen met hulst Behoud oppervlakte en kwaliteit. Het habitattype is met name aanwezig in De Strubben en de Vijftig Bunder.
23. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: • Het eerste punt wordt door de volgende tekst vervangen: Conform de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003), maar in aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype zandverstuivingen (H2330). Het habitattype komt met enkele hectaren voor op een aantal plekken in het Balloërveld. • De laatste zin van het zevende punt (betreffende het voorkomen van H7140B) vervalt. • Daarnaast worden nog twee nieuwe punten toegevoegd: 19
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Drentsche Aa-gebied (025)
•
•
In tegenstelling tot de aanwijzing komt het subtype veenmosrietlanden (H7140B) van het habitattype overgangs- en trilvenen te vervallen. De betreffende vegetatie komt voor op één plek maar dit betreft een te kleine oppervlakte voor kwalificatie als habitattype (< 100 m2). In aanvulling op de aanwijzing is het gebied ook aangewezen voor het habitattype beukeneikenbossen met hulst (H9120) dat verspreid in het gebied voorkomt (ruim 40 ha). De grootste oppervlakten van dit bostype zijn te vinden in de Vijftig Bunder en in De Strubben. In het laatste bosgebied betreft het terreindelen die wat betreft bodemcondities niet voldoen aan de eisen voor het aangrenzende habitattype oude eikenbossen.
24. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: •
Tabel en tekst met betrekking tot de doelstelling voor het habitatype H7140B vervallen.
•
De volgende twee alinea’s met betrekking tot de habitattypen H2330 en H9120 worden toegevoegd:
H2330 – Zandverstuivingen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
Besluit
017
Bakkeveense Duinen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
025
Drentsche Aa-gebied
behoud
behoud
C
conform ontwerpx
026
Drouwenerzand
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
027
Drents-Friese Wold & Leggelderveld
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
029
Holtingerveld
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
030
Dwingelderveld
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
032
Mantingerzand
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
039
Vecht- en Beneden-Reggegebied
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
057
Veluwe
uitbreiding
verbetering
A2
aanwijzingsbesluit
128
Brabantse Wal
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
131
Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen
uitbreiding
verbetering
A1
aanwijzingsbesluit
133
Kampina & Oisterwijkse Vennen
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
136
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
137
Strabrechtse Heide & Beuven
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
144
Boschhuizerbergen
uitbreiding
behoud
C
aanwijzingsbesluit
145
Maasduinen
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
155
Brunssummerheide
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
Ongeveer twee derde van het habitattype zandverstuivingen bevindt zich binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype zandverstuivingen is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “matig ongunstig” en “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De afwisseling van zandverstuivingen met stuifzandheiden met struikhei (H2310) is voor een groot aantal dieren, in het bijzonder vogels, belangrijk. Om deze reden zijn in veel heidegebieden van de hogere zandgronden deze twee habitattypen gecombineerd als doel. Het grootste deel van de gebiedsdoelstellingen sluit aan op de landelijke doelstelling. In de meeste gebieden waar een behoudsdoelstelling is neergelegd komt het habitattype slechts over een kleine oppervlakte voor en/of lijken de potenties voor herstel gering.
20
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Drentsche Aa-gebied (025)
H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte
Doel kwaliteit
Relatieve bijdrage
Besluit
021
Lieftinghsbroek
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
022
Norgerholt
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
025
Drentsche Aa-gebied
behoud
behoud
C
conform ontwerpX
030
Dwingelderveld
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
031
Mantingerbos
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
045
Springendal & Dal van de Mosbeek
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
055
Aamsveen
behoud
behoud
C
conform ontwerpX
057
Veluwe
uitbreiding
verbetering
A3
aanwijzingsbesluit
058
Landgoederen Brummen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit x
062
Willinks Weust
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit x
063
Bekendelle
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
129
Ulvenhoutse Bos
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
142
Sint Jansberg
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
143
Zeldersche Driessen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit x
149
Meinweg
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
154
Geleenbeekdal
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
157
Geuldal
behoud
verbetering
C
ontwerpbesluit
160
Savelsbos
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
Ruim de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype beuken-eikenbossen met hulst is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan3. In enkele gebieden wordt in tegenstelling tot de landelijke opgave behoud van de kwaliteit beoogd, waaronder: Lieftinghsbroek (021), Mantingerbos (031), Ulvenhoutse Bos (129) en Geleenbeekdal (154). In deze gebieden is de kwaliteit van het habitattype reeds goed.
3
Landelijk doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos (Stcrt. 2010, 2212).
21
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Drentsche Aa-gebied (025)
22
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Drouwenerzand (026)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Drouwenerzand (026) als Natura 2000-gebied (besluit van 25 april 2013, PDN/2013-026) 25. In de nota van toelichting wordt in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijziging aangebracht: • Het volgende habitattype vervalt: H9190 Oude eikenbossen 26. In de nota van toelichting wordt in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijziging aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H9190 vervalt. 27. In de nota van toelichting wordt in bijlage B.1 de volgende wijziging aangebracht. Een nieuw punt wordt toegevoegd: • In tegenstelling tot het aanwijzingsbesluit is het gebied niet meer aangewezen voor het habitattype oude eikenbossen (H9190). Het bosperceel dat tot dit habitattype werd gerekend heeft niet de juiste vegetatiekundige samenstelling. Het betreft geen eiken-berkenbos maar naaldbos. 28. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijziging aangebracht: •
De alinea met betrekking tot de doelstelling voor het habitatype H9190 vervalt.
23
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Drouwenerzand (026)
24
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Bergvennen & Brecklenkampse Veld (046)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Bergvennen & Brecklenkampse Veld (046) als Natura 2000-gebied (besluit van 23 mei 2013, PDN/2013-046) 29. In de nota van toelichting wordt in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijziging aangebracht: • Het volgende habitattype vervalt: H2310 Stuifzandheiden met struikhei • Het volgende habitattype wordt toegevoegd: H91D0 *Veenbossen Verkorte naam Hoogveenbossen 30. In de nota van toelichting wordt in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijziging aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H2310 vervalt. • Instandhoudingsdoelstelling voor H91D0 wordt toegevoegd: H91D0 *Hoogveenbossen Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit. Toelichting Een bosje aan de noordzijde van de Bergvennen betreft dit habitattype. 31. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende punten toegevoegd: •
•
•
In afwijking met de aanwijzing (2013) is het gebied niet meer aangewezen voor het habitattype stuifzandheiden met struikhei (H2310). De aanwezige struikheivegetaties blijken alle gerekend te moeten worden tot het habitattype droge heiden (H4030). Stuifzandheiden met struikhei zijn beperkt tot bodems die zijn gekarakteriseerd als vlakvaag- of duinvaaggronden (zie het Natura 2000 profielendocument 2008). In afwijking van het ontwerp-wijzigingsbesluit (2015) is het gebied niet aangewezen voor het habitattype zure vennen (H3160). Op de habitattypenkaart was oorspronkelijk aan de rand van een ven dat behoort tot het habitattype Zeer zwakgebufferd vennen (H3110) een zone opgenomen met een vegetatie die moest worden opgevat als het habitattype Zure vennen (H3160). Na de publikatie van het ontwerp-wijzigingsbesluit bleek de feitelijke situatie echter niet goed te zijn geïnterpreteerd. De betreffende vegetatie bleek geen Rompgemeenschap met Knolrus en Veenmos (6RG4), maar een veenmosrijke vorm van de Associatie van Biesvaren en Waterlobelia (6Aa1) en dus behoort ook deze zone tot het habitattype Zeer zwakgebufferd vennen (H3110). In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype *hoogveenbossen (H91D0), dat aanwezig is aan de noordzijde van de Bergvennen (0,4 ha).
25
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Bergvennen & Brecklenkampse Veld (046)
32. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de verwijderde doelstelling voor het habitatype H2310 vervalt. • De volgende alinea met betrekking tot het habitattype H91D0 wordt toegevoegd: H91D0 – *Hoogveenbossen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit
013
Alde Feanen
verbetering
Relatieve bijdrage B1
018
Rottige Meenthe & Brandemeer
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
021
Lieftinghsbroek
behoud
behoud
C
conform ontwerp x
024
Witterveld
025
Drentsche Aa-gebied
029
Holtingerveld
behoud
034
Weerribben
behoud
035
De Wieden
behoud
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
046
Bergvennen & Brecklenkampse Veld
behoud
behoud
C
conform ontwerp x
053
Buurserzand & Haaksbergerveen
uitbreiding
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
054
Witte Veen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
061
Korenburgerveen
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
083
Botshol
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
091
Polder Westzaan
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
092
Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
094
Naardermeer
uitbreiding
behoud
A1
aanwijzingsbesluit
095
Oostelijke Vechtplassen
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
103
Nieuwkoopse Plassen & De Haeck
behoud
behoud
B1
aanwijzingsbesluit
136
Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
138
Weerter- en Budelerbergen & Ringselven
uitbreiding
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
145
Maasduinen
behoud
verbetering
B1
aanwijzingsbesluit
149
Meinweg
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
150
Roerdal
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
155
Brunssummerheide
behoud
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
N2k-nr
Natura 2000-gebied
Doel oppervlakte uitbreiding
Doel kwaliteit
Besluit aanwijzingsbesluit
behoud
behoud
C
aanwijzingsbesluit
uitbreiding
verbetering
C
aanwijzingsbesluit
behoud
C
aanwijzingsbesluit
verbetering
B2
aanwijzingsbesluit
Ongeveer twee derde van de landelijke oppervlakte van het habitattype hoogveenbossen bevindt zich binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. In de gebieden met de grootste ecologische potentie voor herstel van het habitattype en/of waar de grootste bijdrage aan de landelijke doelstelling gerealiseerd kan worden, wordt uitbreiding van de oppervlakte en/of verbetering van de kwaliteit van het habitattype nagestreefd. In de overige gebieden wordt volstaan met behoud van het habitattype. Bijvoorbeeld in het gebied Maasduinen (145) is het areaal waar het habitattype hoogveenbossen voor kan komen al volledig benut, waardoor er geen mogelijkheden voor uitbreiding zijn. Ook in het gebied Rottige Meenthe & Brandemeer (018) wordt behoud van het habitattype beoogd. Hier is, gezien de hydrologie, geringe potentie voor het habitattype. In de laagveengebieden Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (092) en Oostelijke Vechtplassen (095) zijn kleine oppervlakten hoogveenbossen aanwezig, evenals in de Limburgse gebieden Meinweg (149) en Roerdal (150). Er is weinig potentie voor ontwikkeling van het habitattype in deze gebieden. In enkele van deze gebieden is echter wel potentie voor kwaliteitsverbetering.
In de gebieden met hoogveenkernen komen hoogveenbossen voor rondom de hoogveenkern op de zandbodem (onder andere in de gebieden Witterveld (024), Witte Veen (054), Wooldse Veen (064)). Aangezien de prioriteit in deze gebieden bij de ontwikkeling van hoogveen ligt en de potenties ter verbetering van de kwaliteit en/of uitbreiding van de oppervlakte beperkt zijn, wordt hier slechts in beperkte mate gestreefd naar uitbreiding en/of kwaliteitsverbetering.
26
Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)
Aamsveen (055)
Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Aamsveen (055) als Natura 2000-gebied (besluit van 23 mei 2013, PDN/2013-055)
33. In de nota van toelichting wordt in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijziging aangebracht: • Het volgende habitattype vervalt: H91D0 *Veenbossen • De volgende habitattypen worden toegevoegd: H3130 Oligotrofe tot mesotrofe stilstaande wateren met vegetatie behorend tot het Littorelletalia uniflorae en/of Isoëto-Nanojuncetea Verkorte naam Zwak gebufferde vennen H6410