CConstaterende datDinkelland
Koppel je AI →
Document · PDF

B_B_ontwerp_1_regels_Bijlage 3 Aanwijzingsbesluiten Natura 2000.PDF

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente DinkellandBij agendapunt: 13: Voorstel inzake ontwerp provinciaal inpassingsplan Bergvennen en Brecklenkampse Veld39.228 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Grasland met Molinia op kalkhoudende, venige, of lemige kleibodem (Molinion caeruleae) Verkorte naam Blauwgraslanden

*Actief hoogveen Verkorte naam *Actieve hoogvenen betreft het subtype: H7110A *Actieve hoogvenen (hoogveenlandschap)

H7110

H9120

Atlantische zuurminnende beukenbossen met Ilex en soms ook Taxus in de ondergroei (Quercion robori-petraeae of Ilici-Fagenion) Verkorte naam Beuken- eikenbossen met hulst

34. In de nota van toelichting wordt in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H91D0 vervalt. • Instandhoudingsdoelstellingen voor H3130, H6410, H7110A, H9120 en H9190 worden toegevoegd: H3130 Zwak gebufferde vennen Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit. Toelichting Het habitattype is aanwezig in een poel in het zuidwesten van het gebied H6410 Doel Toelichting

Blauwgraslanden Behoud oppervlakte en kwaliteit. Het habitatype komt voor op één plek ten noorden van de hoogveenkern.

H7110 Doel

*Actieve hoogvenen Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit actieve hoogvenen, hoogveenlandschap (subtype A). Het voorkomen van het actief hoogveen, zoals in 2013 vastgesteld, is van redelijke kwaliteit. De plek heeft een grillige buitengrens die tussen nattere en drogere delen doorloopt. Een deel bestaat uit een goed ontwikkelde drijftil met veel bultvormers. Naast veel wrattig veenmos, gewone dophei en veenpluis komt ook pijpenstrootje voor, eenarig wollegras, enkele bulten met hoogveenmos en gewoon veenmos. Ook andere locaties zijn kansrijk voor het ontstaan van actief hoogveen. Alle locaties liggen aan de westkant van het veengebied tegen het Middenpad aan. Dit is het veengedeelte waar de veenlaag steeds dunner wordt en uitwigt tegen de keileemlaag en de minerale gronden richting de Glanerbeek. Er komen drijftillen van ca. 50 m2 met een goed ontwikkelde vegetatie.

Toelichting

H9120 Doel

Beuken-eikenbossen met hulst Behoud oppervlakte en kwaliteit. 27

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Aamsveen (055)

Toelichting

•

Het habitattype komt in kleine oppervlakte voor in het westen van het gebied.

In de toelichting op de instandhoudingsdoelstelling van het habitattype herstellende hoogvenen (H7120) vervallen de laatste twee zinnen.

35. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht. •

De tekst van het eerste punt wordt vervangen door de volgende tekst: In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype actieve hoogvenen, hoogveenlandschap (subtype A). In het ontwerpbesluit (2007) was voor dit habitattype een zg. complementair (ontwikkel)doel opgenomen, maar dit is in het aanwijzingsbesluit van mei 2013 vervallen4. Uit een in maart 2013 uitgevoerde veldinventarisatie5 is echter gebleken dat dit habitattype op één plek in het hoogveengebied aanwezig is (ruim 800 m2).

•

Daarnaast worden vijf nieuwe punten toegevoegd: • In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype zwak gebufferde vennen (H3130) dat voorkomt in een poel in het zuidwesten van het gebied (0,1 ha). Het betreft de plantenassociatie van Vlottende bies (Scirpetum fluitantis). • In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype blauwgraslanden (H6410) dat voorkomt op één plek ten noorden van de hoogveenkern (0,4 ha). Het blauwgrasland betreft de rompgemeenschap van blauwe zegge en blauwe knoop (Carex panicea-Sucissa pratensis). • In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype beuken- en eikenbossen (H9120) dat op enkele plekken aanwezig is aan de westzijde van het gebied langs de Glanerbeekweg (1,8 ha). In het betreffende bos komen kenmerkende soorten als dalkruid, hulst en wilde kamperfoelie voor. • In afwijking van het ontwerp voor dit wijzigingsbesluit (2014) is het gebied niet aangewezen voor het habitattype Oude eikenbossen (H9190). Het voorkomen was onder meer gebaseerd op de aanwezigheid van een oude bosgroeiplaats. Op de plekken in het Aamsveen die op de habitattypenkaart van 2013 zijn aangeduid als het habitattype Oude eikenbossen (H9190), blijken kenmerkende plantensoorten voor oude bosgroeiplaatsen te ontbreken.

Dit betekent dat de waardering “oude bosgroeiplaats” niet kan worden gehandhaafd en H9190 niet aanwezig is (zie ook toelichting in de bijlage onder Aamsveen). • In afwijking van de aanwijzing (2013) is het gebied niet aangewezen voor het habitattype hoogveenbossen (H91D0). Het betreffende berkenbroek is beperkt tot het hoogveenlandschap, waar deze deel uitmaakt van het habitattype herstellende hoogvenen (H7120).

4

De analyse van de implementatie van Natura 2000 in Nederland (Kamerstuk 32670 nr. 24) laat zien dat de bescherming van complementaire doelen onder het Natura 2000-regime niet expliciet door de Vogel- en Habitatrichtlijn wordt voorgeschreven. Daarom was dit doel niet opgenomen in het oorspronkelijke aanwijzingsbesluit.

5 Jansen, A.J.M., Ketelaar, R., Limpens, J., Schouten, M.G. & Tweel-Groot, 2013. Kartering van de habitattypen Actieve en Herstellende hoogvenen in Nederland. Bosschap, Driebergen.

28

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Aamsveen (055)

36. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de doelstelling voor het habitatype H91D0 vervalt. • De volgende vijf alinea’s met betrekking tot de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen H3130, H6410, H7110A, H9120 en H9190 worden toegevoegd: H3130 – Zwakgebufferde vennen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr 027

Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

a

Besluit

030

Dwingelderveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

047

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

051

Lonnekermeer

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

054

Witte Veen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

behoud

behoud

C

conform ontwerpX

057

Veluwe

behoud

behoud

C

conform ontwerp

058

Landgoederen Brummen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit X

128

Brabantse Wal

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

134

Regte Heide & Riels Laag

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

137

Strabrechtse Heide & Beuven

behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

138

Weerter- en Budelerbergen & Ringselven

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

144

Boschhuizerbergen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

145

Maasduinen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

146

Sarsven en De Banen

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

(a)

6

Enige achteruitgang in oppervlakte ten gunste van habitattype zure vennen (H3160) is toegestaan .

Het habitattype zwakgebufferde vennen heeft een sterk versnipperd voorkomen dat doorgaans over kleine oppervlakten voorkomt. Ongeveer een derde van dit habitattype is opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De uitbreidingsopgave is neergelegd in de gebieden waar de beste mogelijkheden zijn en/of die in de toekomst een grote bijdrage kunnen leveren aan het landelijk doel (bijvoorbeeld Kampina & Oisterwijkse Vennen (133) en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136)). In de gebieden waar een behoudopgave is gesteld voor de oppervlakte wordt uitbreiding nagenoeg niet mogelijk geacht omdat het habitattype bijvoorbeeld voorkomt in geïsoleerde poelen en er van nature geen nieuwe vennen bij zullen komen (Dwingelderveld (030), Boetelerveld (041), Dinkelland (049), Veluwe (057), Landgoederen Brummen (058), Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131), Boschhuizerbergen (144)), of omdat het habitattype al over een grote oppervlakte voorkomt (Kempenland-West (135)). Ook de landelijke doelstelling ter verbetering van de kwaliteit wordt nagestreefd 6

Nadere toelichting over de “ten gunste formulering” wordt gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006), p. 35/37.

29

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Aamsveen (055)

in de gebieden waar de potentie het hoogst is. In de gebieden waar een behoudopgave is gesteld komt het habitattype mogelijk al in voldoende kwaliteit voor (Veluwe), in een aantal gevallen door recentelijke herstelwerkzaamheden (Regte Heide & Riels Laag (134), Boschhuizerbergen, Sarsven en De Banen (146)). In de Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen zijn de mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering nog onzeker. In vennen waar de habitattypen zeer zwakgebufferde vennen (H3110) en zwakgebufferde vennen (H3130) samen voorkomen, dient het beheer vooral gericht te zijn op het meer zeldzame en meer bedreigde habitattype zeer zwakgebufferde vennen (H3110).

H6410 – Blauwgraslanden Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

005

Duinen Terschelling

Doel oppervlakte Behoud

006

Duinen Schiermonnikoog

uitbreiding

N2k-nr

Natura 2000-gebied

013

Alde Feanen

015

Van Oordt’s Mersken

016

Wijnjeterper Schar

018

Rottige Meenthe & Brandemeer

Doel kwaliteit behoud

Relatieve bijdrage C

behoud

C

Besluit conform ontwerpx aanwijzingsbesluit

Behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

021

Lieftinghsbroek

Behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

028

Elperstroomgebied

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

034

Weerribben

Behoud

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

035

De Wieden

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

037

Olde Maten & Veerslootslanden

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

041

Boetelerveld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

047

Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

048

Lemselermaten

Behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

051

Lonnekermeer

Behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

Behoud

behoud

C

conform ontwerpX

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

062

Willinks Weust

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

065

Binnenveld

uitbreiding

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

069

De Bruuk

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

083

Botshol

Behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

084

Duinen Den Helder – Callantsoog

Behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

085

Zwanenwater & Pettemerduinen

Behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

087

Noordhollands Duinreservaat

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

094

Naardermeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

095

Oostelijke Vechtplassen

Behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

105

Zouweboezem

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

116

Kop van Schouwen

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

130

Langstraat

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

Behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

135

Kempenland-West

Behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

30

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Aamsveen (055)

Het habitattype blauwgraslanden komt in verspreid liggende gebieden in kleine oppervlakten voor. Van de circa 180 ha blauwgrasland in Nederland is ongeveer twee derde opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype blauwgraslanden is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”7. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Voor het merendeel van de gebieden geldt dat de doelen aansluiten bij de landelijke doelstelling van uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit van het habitattype. In een aantal gevallen is hiervan afgeweken en is er gekozen voor een behoudsdoelstelling voor de oppervlakte of de kwaliteit. De belangrijkste reden met betrekking tot de oppervlakte is dat er buiten het huidig voorkomen in het betreffende gebied niet of nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn. De landelijke doelstelling ter verbetering van de kwaliteit van dit habitattype kan ook niet in alle gebieden gerealiseerd worden. In het gebied Duinen Schiermonnikoog (006) bijvoorbeeld wordt gezien de geïsoleerde ligging van het gebied geen potentieel herstel van de kwaliteit verwacht. De meest kansrijke gebieden zijn aangewezen voor kwaliteitsverbetering van het habitattype.

H7110A – *Actieve hoogvenen, hoogveenlandschap Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage*

Besluit

023

Fochteloërveen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

024

Witterveld

uitbreiding

verbetering

A2

aanwijzingsbesluit

033

Bargerveen

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

040

Engbertsdijksvenen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

043

Wierdense Veld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

053

Buurserzand & Haaksbergerveen

uitbreiding

verbetering

A2

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

uitbreiding

verbetering

C

conform ontwerp

061

Korenburgerveen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

064

Wooldse Veen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

139

Deurnsche Peel & Mariapeel

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

(*) relatieve bijdragen aangepast aan landelijke de veldinventarisatie van dit habitattype in alle in aanmerking komende Natura 2000gebieden die is uitgevoerd in de winter 2012/2013

Voor het habitattype actieve hoogvenen, hoogveenlandschap (subtype A), geldt dat het grootste deel in Nederland is opgenomen binnen het landelijke Natura 2000-netwerk (>95% van de landelijke oppervlakte). De landelijke staat van instandhouding van dit subtype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit als “zeer ongunstig” beoordeeld. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Alle gebiedsdoelen sluiten aan op de landelijke doelstelling. Uit de Europese definitie van het habitattype herstellend hoogveen (H7120) blijkt dat met de verbetering van dit habitattype regeneratie van actief hoogveen (H7110) wordt beoogd. Verbetering van kwaliteit van de in de gebieden aanwezige herstellende hoogvenen zal uiteindelijk moeten leiden tot (verdere) ontwikkeling, uitbreiding en kwaliteitsverbetering van dit habitattype.

7

De beschreven staat van instandhouding wijkt af van de staat van instandhouding zoals gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006). Zie het Natura 2000 profielendocument (2008) voor een nadere uitleg.

31

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Aamsveen (055)

H9120 – Beuken-eikenbossen met hulst Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en verbetering kwaliteit N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

Besluit

021

Lieftinghsbroek

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

022

Norgerholt

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

behoud

behoud

C

conform ontwerpx

030

Dwingelderveld

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

031

Mantingerbos

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

behoud

behoud

C

conform ontwerpX

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

A3

aanwijzingsbesluit

058

Landgoederen Brummen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

062

Willinks Weust

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

063

Bekendelle

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

129

Ulvenhoutse Bos

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

142

Sint Jansberg

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

143

Zeldersche Driessen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

149

Meinweg

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

154

Geleenbeekdal

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

157

Geuldal

behoud

verbetering

C

ontwerpbesluit

160

Savelsbos

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Ruim de helft van de landelijke oppervlakte van het habitattype beuken-eikenbossen met hulst is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als respectievelijk “gunstig” en “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan8. In enkele gebieden wordt in tegenstelling tot de landelijke opgave behoud van de kwaliteit beoogd, waaronder: Lieftinghsbroek (021), Mantingerbos (031), Ulvenhoutse Bos (129) en Geleenbeekdal (154). In deze gebieden is de kwaliteit van het habitattype reeds goed.

8

Landelijk doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos (Stcrt. 2010, 2212).

32

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Wooldse Veen (064)

Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Wooldse Veen (064) als Natura 2000-gebied (besluit van 11 juni 2014, PDN/2014-064) 37. In de nota van toelichting wordt in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijziging aangebracht: • Het volgende habitattype vervalt: H91D0 *Veenbossen • Het volgende habitattype wordt toegevoegd: H6230 *Soortenrijke heischrale graslanden op arme bodems van berggebieden (en van s submontane gebieden in het binnenland van Europa) Verkorte naam *Heischrale graslanden 38. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H91D0 vervalt. • Een instandhoudingsdoelstelling voor H6230 wordt toegevoegd: H6230 *Heischrale graslanden Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit Toelichting Ten gunste van verbetering kwaliteit van herstellend hoogveen (H7120) en uitbreiding omvang actief hoogveen (H7110A) is tijdelijke afname toegestaan. Door hydrologisch herstel van het hoogveen is het niet uitgesloten dat de abiotische omstandigheden op de betreffende plek zodanig wijzigt dat deze ongeschikt wordt voor het habitattype. Er is dan nog voldoende ruimte elders in het gebied om het type te laten ontwikkelen. 39.

In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: Er worden twee nieuwe punten toegevoegd: • In afwijking van de aanwijzing (2013), is het gebied niet aangewezen voor het habitattype hoogveenbossen (H91D0). Het betreffende bos blijkt alleen voor te komen in het hoogveenlandschap, waar het vegetatiekundig deel uitmaakt van het habitattype herstellende hoogvenen (H7120). • In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype *heischrale graslanden (H6230), dat in het noorden van het gebied voorkomt (180 m2). 40. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de doelstelling voor het habitatype H91D0 vervalt. • De volgende alinea over de instandhoudingsdoelstelling voor habitattype H6230 wordt toegevoegd:

33

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Wooldse Veen (064)

H6230 – *Heischrale graslanden Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit

004

Duinen Terschelling

Doel oppervlakte uitbreiding

005

Duinen Ameland

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

015

Van Oordt’s Mersken

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

016

Wijnjeterper Schar

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

026

Drouwenenzand

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

028

Elperstroomgebied

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

029

Holtingerveld

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

uitbreiding

behoud

B2

aanwijzingsbesluit

032

Mantingerzand

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

033

Bargerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

041

Boetelerveld

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

042

Sallandse Heuvelrug

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

044

Borkeld

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

046

Bergvennen & Brecklenkampse Veld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

048

Lemselermaten

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

049

Dinkelland

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

051

Lonnekermeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

055

Aamsveen

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

A2

aanwijzingsbesluit

058

Landgoederen Brummen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

060

Stelkampsveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

061

Korenburgerveen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

062

Willinks Weust

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

064

Wooldse Veen

behoud

behoud

C

conform ontwerp x

085

Zwanenwater & Pettemerduinen

uitbreiding

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

155

Brunssummerheide

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

156

Bemelerberg & Schiepersberg

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

157

Geuldal

uitbreiding

verbetering

C

ontwerpbesluit

159

Sint Pietersberg & Jekerdal

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel kwaliteit verbetering

Relatieve bijdrage B2

Besluit aanwijzingsbesluit

Het habitattype heischrale graslanden heeft een sterk versnipperd voorkomen dat doorgaans over kleine oppervlakten voorkomt. Van de circa 100 ha heischrale graslanden in Nederland is ongeveer de helft opgenomen in het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van dit habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. In enkele gebieden wijkt de doelstelling betreffende de oppervlakte af van het landelijk doel en wordt behoud nagestreefd. De belangrijkste reden hiervoor is dat er buiten het huidig voorkomen in het betreffende gebied niet of nauwelijks uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn, onder andere in Dinkelland (049). Het landelijke doel ter verbetering van de kwaliteit van dit habitattype kan ook niet in alle gebieden gerealiseerd worden. De meest kansrijke gebieden zijn aangewezen voor kwaliteitsverbetering van het habitattype. In enkele andere gebieden wordt behoud van de kwaliteit nagestreefd, in tegenstelling tot het landelijk doel. Mogelijke redenen hiervoor zijn de aanwezigheid van reeds goede kwaliteit (Bargerveen (033)) en geringe mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering (Dinkelland).

34

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132)

Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132) als Natura 2000-gebied (besluit van 23 mei 2013, PDN/2013-132)

41. In de nota van toelichting wordt in paragraaf 4.2.1 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijzigingen aangebracht: • Van het volgende habitattype vervalt subtype B (subtype A blijft gehandhaafd): H6510 Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba officinalis) • Het volgende habitattype wordt toegevoegd: H6430 Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de montane en alpiene zones Verkorte naam Ruigten en zomen betreft de subtypen: H6430A Ruigten en zomen (moerasspirea) 42. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H26510 wordt vervangen (noodzakelijk door de verwijdering subtype B): H6510 Glanshaver- en vossenstaarthooilanden Doel Uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit glanshaver- en vossenstaarthooilanden, glanshaver (subtype A) Toelichting Het habitattype komt goed ontwikkeld in kleine oppervlakte voor rond de Moerputten en op het oevertalud van het Drongelens Kanaal.

In combinatie met lintvormige voorkomens in bermen die niet tot het habitattype worden gerekend, is dit habitattype van belang als leefgebied voor Pimpernelblauwtje en Donker pimpernelblauwtje • De instandhoudingsdoelstelling voor H6430A wordt toegevoegd: H6430 Ruigten en zomen Doel Behoud oppervlakte en kwaliteit ruigten en zomen, moerasspirea (subtype A) Toelichting Het habitatattype komt in kleine oppervlakte voor in het zuidelijk deel van de Moerputten. Hier komt ook Moeraslathyrus voor, een bijzondere soort van moerassige ruigten. Het habitattype is van belang als leefgebied van het Donker pimpernelblauwtje. 43. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: De volgende twee punten worden toegevoegd: • In afwijking van de oorspronkelijke aanwijzing (2013) is het gebied niet meer aangewezen voor het habitattype Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (subtype B). De aanwezige grasvegetaties met grote pimpernel voldoen niet aan de definitie van de plantenassociatie van grote pimpernel en weidekervel, één van de associaties die tot subtype B wordt gerekend. • In aanvulling op de oorspronkelijke aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype ruigten en zomen (H6430) waarvan subtype A in geringe omvang voorkomt in het zuidelijk deel van de Moerputten.

35

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek (132)

44. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • •

Tabel en tekst betreffende de doelstelling voor het habitatype H6510B vervallen. De volgende alinea met betrekking tot de instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H6430A wordt toegevoegd: H6430A – Ruigten en zomen, moerasspirea Landelijke doelstelling: behoud oppervlakte en kwaliteit

N2k-nr

Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage a

Besluit

010

Oudegaasterbrekken, Fluessen en omgeving

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

034

Weerribben

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

035

De Wieden

behoud

behoud

A1

aanwijzingsbesluit

036

Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

038

Rijntakken (Uiterwaarden IJssel, Gelderse Poort)

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

070

Lingegebied & Diefdijk-Zuid

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

072

IJsselmeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

074

Zwarte Meer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

083

Botshol

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

095

Oosterlijke Vechtplassen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

112

Biesbosch

behoud

behoud

A2

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

behoud

behoud

C

conform ontwerp

152

Grensmaas

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

(a)

De weergegeven relatieve bijdragen betreffen een voorlopige inschatting, omdat er nog onduidelijkheid is over de landelijke oppervlakte van dit subtype.

De landelijke staat van instandhouding van het habitattype ruigten en zomen, moerasspirea (subtype A) is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “gunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. De landelijk opgave is gericht op het behoud van de huidige verspreiding van deze ruigten die meestal lintvormige begroeiingen vormen. Bijzondere soorten van dit subtype zijn onder meer te verwachten in ruigten en zomen in extensief beheerde beekdalen die incidenteel overstromen met beekwater en in laagveenmoerassen. De gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke doelstelling.

36

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136)

Wijzigingen in de nota van toelichting behorende bij de aanwijzing van Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136) als Natura 2000-gebied (besluit van 4 juli 2013, PDN/2013-136) 45. In de nota van toelichting wordt in paragraaf 4.2 (Natura 2000-waarden waarvoor het gebied is aangewezen) in de 1e subparagraaf de volgende wijziging aangebracht: • Het volgende habitattype vervalt: H5130 Jeneverbesstruwelen •

De volgende habitattypen worden toegevoegd:

H3140

Kalkhoudende oligo-mesotrofe wateren met benthische Chara spp. Vegetaties Verkorte naam Kranswierwateren

Overgangs- en trilveen Verkorte naam Overgangs- en trilveen betreft het subtype: H7140A Overgangs- en trilveen (trilvenen) H7140

H9190

Oude zuurminnende eikenbossen op zandvlakten met Quercus robur Verkorte naam Oude eikenbossen

46. In de nota van toelichting worden in hoofdstuk 5 (Instandhoudingsdoelstellingen), paragraaf 5.3 de volgende wijzigingen aangebracht: • De instandhoudingsdoelstelling voor het habitattype H5130 vervalt. •

Instandhoudingsdoelstellingen voor H3140, H7140A en H9190 worden toegevoegd:

H3140 Doel Toelichting

Kranswierwateren Behoud oppervlakte en kwaliteit Het habitattype komt voor in de Klotvennen (De Plateaux) in de directe nabijheid van de habitattypen zwak gebufferde vennen (H3130), *galigaanmoerassen (H7210) en vochtige heide, hogere zandgronden (H4010A).

H7140 Doel

Overgangs- en trilvenen Behoud oppervlakte en kwaliteit overgangs- en trilveen, trilvenen (subtype A)

H9190 Doel Toelichting

Oude eikenbossen Behoud oppervlakte en kwaliteit Het habitattype is verspreid in geringe omvang vertegenwoordigd in het Leenderbos, Valkenhorst en op de Groote Heide (Heeze). Het laatste voorkomen is het grootste.

47. In de nota van toelichting worden in bijlage B.1 de volgende wijzigingen aangebracht: Het 4e punt wordt vervangen door de volgende tekst: • Conform de aanmelding als Habitatrichtlijngebied (2003) maar in afwijking van de aanwijzing (2013) is het gebied niet meer aangewezen voor het habitattype jeneverbesstruwelen (H5130). Het is gebleken dat het voorkomen van jeneverbessen beperkt is tot min of meer solitaire struiken die elk van onvoldoende omvang zijn om tot het habitattype te worden gerekend (minimale oppervlakte 100 m2).

37

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136)

Er worden drie nieuwe punten toegevoegd: • In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype kranswierwateren (H3140) dat voorkomt ten oosten van Het Goor en in de Klotvennen in het deelgebied De Plateaux (in totaal 0,5 ha). • In aanvulling op de aanwijzing is het gebied ook aangewezen voor het habitattype overgangsen trilveen, trilvenen (H7140A), dat voorkomt in de Ronde Vlaas (Leenderbos) (0,5 ha). • In aanvulling op de aanwijzing (2013) is het gebied ook aangewezen voor het habitattype oude eikenbossen (H9190) dat verspreid voorkomt in in het Leenderbos, Valkenhorst en op de Groote Heide ter hoogte van Heeze (in totaal 9 ha). 48. In de nota van toelichting worden in bijlage B.4 de volgende wijzigingen aangebracht: • De alinea met betrekking tot de doelstelling voor het habitatype H5130 vervalt. • De volgende alinea’s met betrekking tot de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitattypen H3140, H7140A en H9190 worden toegevoegd:

H3140 – Kranswierwateren Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

034

Weerribben

035

De Wieden

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

C

073

aanwijzingsbesluit

Markermeer & IJmeer

behoud

behoud

A1

aanwijzingsbesluit

076

Veluwerandmeren

behoud

behoud

A3

aanwijzingsbesluit

083

Botshol

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

092

Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

094

Naardermeer

behoud

behoud

B1

aanwijzingsbesluit

095

Oostelijke Vechtplassen

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

130

Langstraat

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

146

Sarsven en De Banen

uitbreiding

behoud

C

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

behoud

behoud

C

conform ontwerpX

N2k-nr

Besluit

Het overgrote deel van de landelijke oppervlakte van het habitattype kranswierwateren is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De twee gebieden met verreweg de grootste oppervlakten uitgestrekte kranswiervelden zijn de Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer (073) en Veluwerandmeren (076). De staat van instandhouding van het habitattype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”. De landelijke doelstelling sluit hierop aan9. Echter, niet alle gebiedsdoelstellingen sluiten aan bij de landelijke doelstelling. In de gebieden Markermeer & IJmeer, Veluwerandmeren, Botshol (083) en Naardermeer (094) zijn zodanige oppervlaktes, van goede kwaliteit, van dit habitattype aanwezig, dat behoud voldoende is. In de gebieden Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (092), Langstraat (130) en Sarsven en De Banen (146) is de kwaliteit van het habitattype reeds goed. Daarom is er hier op het aspect kwaliteit een behoudsdoelstelling geformuleerd.

9

Landelijk doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluiten Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer en Veluwerandmeren (Stcrt. 2010, 2212).

38

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136)

H7140A – Overgangs- en trilvenen, trilvenen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Natura 2000-gebied

Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

018

Rottige Meenthe & Brandemeer

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

025

Drentsche Aa-gebied

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

034

Weerribben

uitbreiding

verbetering

B2

aanwijzingsbesluit

035

De Wieden

uitbreiding

behoud

A1

aanwijzingsbesluit

037

Olde Maten & Veerslootslanden

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

045

Springendal & Dal van de Mosbeek

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

061

Korenburgerveen

behoud

behoud

C

doel toegevoegdx

065

Binnenveld

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

072

IJsselmeer

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

094

Naardermeer

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

095

Oostelijke Vechtplassen

uitbreiding

verbetering

B1

aanwijzingsbesluit

103

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

130

Langstraat

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

132

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

behoud

behoud

C

conform ontwerpX

N2k-nr

Besluit

Bijna drie kwart van de landelijke oppervlakte van het habitattype overgangs- en trilvenen, trilvenen (subtype A) is opgenomen binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van dit subtype is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “zeer ongunstig”.10 De landelijke doelstelling sluit hierop aan. Bijna alle gebiedsdoelstellingen sluiten aan op de landelijke opgave. In de gebieden Vecht- en Beneden-Reggegebied (039) en IJsselmeer (072) wordt van de landelijke doelstelling afgeweken en zijn er behoudsdoelstellingen geformuleerd, omdat er in deze gebieden slechts geringe oppervlakten van dit subtype aanwezig zijn en er weinig zicht is op herstel.

10

De beschreven staat van instandhouding wijkt af van de staat van instandhouding zoals gegeven in het Natura 2000 doelendocument (2006). Zie het Natura 2000 profielendocument (2008) voor een nadere uitleg.

39

Directie Natuur & Biodiversiteit | PDN/2015-004 | Afwezige waarden (wijziging)

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux (136)

H9190 – Oude eikenbossen Landelijke doelstelling: uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit Doel oppervlakte

Doel kwaliteit

Relatieve bijdrage

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

Besluit

N2k-nr

Natura 2000-gebied

025

Drentsche Aa-gebied

027

Drents-Friese Wold & Leggelderveld

029

Holtingerveld

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

030

Dwingelderveld

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

032

Mantingerzand

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit x

039

Vecht- en Beneden-Reggegebied

uitbreiding

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

057

Veluwe

uitbreiding

verbetering

A4

aanwijzingsbesluit

131

Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen

behoud

behoud

C

aanwijzingsbesluit

133

Kampina & Oisterwijkse Vennen

behoud

verbetering

C

aanwijzingsbesluit

136

Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux

behoud

behoud

C

conform ontwerpX

Ruim drie kwart van de landelijke oppervlakte van het habitattype oude eikenbossen bevindt zich binnen het Natura 2000-netwerk. De landelijke staat van instandhouding van het habitattype oude eikenbossen is op de aspecten oppervlakte en kwaliteit beoordeeld als “matig ongunstig”11. De landelijke doelstelling sluit hierop aan. In enkele gebieden wordt in tegenstelling tot de landelijke doelstelling behoud van de kwaliteit en/of oppervlakte beoogd. Een reden hiervoor is dat de kwaliteit reeds goed is (bijvoorbeeld Drentsche Aa-gebied (025)). Een andere reden is dat het habitattype over slechts een geringe oppervlakte voorkomt, waardoor er geen potentie is om de kwaliteit te verbeteren (onder andere het gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen (131)). Daarnaast geldt behoud van de oppervlakte wanneer uitbreiding ten koste gaat van andere waarden, (onder andere in Holtingerveld (029), waar uitbreiding ten koste zou gaan van het habitattype zandverstuivingen (H2330)).

11

Staat van instandhouding en landelijke doel gewijzigd: Aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld (Stcrt. 2011, 4458).

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dinkelland.nl/api/v1/meetings/504/documents/16884