CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkeersplan Alton met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 24 mei 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Voorbereidingskrediet Projectplan Alton30.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

• Een gestructureerde aanpak van de bereikbaarheid van het gebied, biedt de kans om ook de verduurzaming van de mobiliteitsketen mee te nemen. Dus de aanleg van een verbeterde fietsstructuur en de mogelijkheid van OV langs en eventueel door het gebied zijn hier voorbeelden van.

28 (71)

4.2 Verkeersveiligheid De verkeersveiligheidssituatie in het gebied is op verschillende manieren onderzocht. Er is een analyse van historische ongevalsgegevens gemaakt. Hiermee maakt het onderzoek een objectieve inschatting van het verkeersveiligheidsniveau. Ook is er een schouw uitgevoerd door verkeersveiligheidsexperts. Experts maken op basis van expert judgement - kijkend naar vorm, functie en gebruik van de wegen - een aanvullende inschatting van de situatie in het gebied. Op die manier is verder gekeken dan alleen naar de geregistreerde ongevallen, maar zijn ook potentieel onveilige locaties in het onderzoek opgenomen. De resultaten van de verkeersveiligheidsanalyse zijn terug te vinden in bijlage 3. 4.2.1 Knelpunten verkeersveiligheid Op basis van de uitgevoerde analyse worden de volgende knelpunten vastgesteld: • De historische ongevallendata suggereren verkeersonveilige situaties op de Middenweg, mede door snelheidsovertredingen van gemotoriseerd verkeer. Vooral het kruispunt met de Hasselaarsweg kent een hoog aantal ongevallen met kwetsbare weggebruikers. • De functie en het gebruik van met name de Noordscharwouderpolderweg en de Schoutenbosweg stemmen niet met elkaar overeen. Het wegprofiel is te krap voor tegemoetkomende vrachtwagens om elkaar te passeren.

Alhoewel deze wegen geen onderdeel uitmaken van een doorgaande weg worden zij mogelijk wel als zodanig gebruikt door sluipverkeer tijdens de spitsperioden en door fietsend schoolverkeer. • De menging van fietsverkeer met overig gemotoriseerd verkeer, met name met vrachtwagens, op de wegen binnen het Altongebied is onwenselijk. • De oversteken op de kruispunten Hasselaarsweg – Noordscharwouderpolderweg en Hasselaarsweg - Altonstraat hebben een hoog subjectief onveiligheidsgevoel, waardoor fietsers niet comfortabel de Hasselaarsweg kunnen oversteken. Dit geldt ook voor de aansluiting Pannekeetweg en overige erfaansluitingen op de Hasselaarsweg. • De vormgeving van de aansluiting van de Schoutenbosweg op de N242 is een verkeersveiligheidsknelpunt omdat sprake is van een grote verkeersstroom, waardoor het lastig is voor linksafslaand verkeer naar het zuiden om een hiaat in het verkeer te vinden. Ook is er een krappe bocht waardoor verkeer flink moet afremmen wanneer men het gebied vanaf het zuiden in moet rijden. Door de vrije rechtsafbeweging op de kruising ten noorden van deze aansluiting is er geen automatisme bij het verkeer om al af te remmen en de snelheid aan te passen. 4.2.2 Kansen verkeersveiligheid Naast het oplossen van verkeersveiligheidsknelpunten, biedt het verkeersplan een aanknopingspunt om de verkeersveiligheid op andere manieren te verbeteren.

Het verminderen van de noodzaak van gebruik van auto- en vrachtvervoer (en hiermee het aantal kilometers dat gereden wordt binnen Alton) is een optie om de verkeersveiligheid in het gebied te vergroten. 4.3 Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema voor het verkeersplan. Aan de ene kant moet het verkeersplan voldoen aan wat minimaal qua duurzaamheid verwacht mag worden. Aan de andere kant heeft de gemeente nadrukkelijk de ambitie dat het verkeersplan bijdraagt aan verduurzaming van het Altongebied en de hele gemeente. Bovendien spelen hier ook landelijke beleidsambities vanuit het klimaatakkoord mee.

29 (71)

Dit betekent dat maatregelen in het verkeersplan in elk geval toekomstbestendig moeten zijn en de mogelijkheid moeten bieden het Altongebied de komende jaren steeds duurzamer te laten functioneren. Op die manier loopt het gebied dan mee met strenger wordende eisen ten aanzien van duurzaamheid. Voor dat doel is verkend welke duurzaamheidskansen er in het Altongebied liggen qua duurzaamheid in relatie tot mobiliteit en bereikbaarheid en welke raakvlakken er vanuit het verkeersplan zijn met andere omgevingsthema’s. Hiervoor is een duurzaamheidsbijeenkomst gehouden. Duurzaamheidsbijeenkomst Om duurzaamheidskansen in beeld te brengen is een duurzaamheidsbijeenkomst conform de werkwijze van Duurzaam GWW georganiseerd. Tijdens deze sessie is het thema duurzaamheid aan de hand van het Ambitieweb van mobiliteit integraal verkend. Het Ambitieweb bevat 12 duurzaamheidsthema’s. Voor deze thema’s is bepaald in hoeverre ze kansen bieden voor de verduurzaming van het Altongebied en in hoeverre die kansen aansluiten bij het toekomstige verkeersplan. Binnen de thema’s is onderscheid gemaakt in drie ambitieniveaus:

• •

Ambitieniveau 3: Duidelijke duurzaamheidskansen voor Altongebied en een raakvlak met het verkeerplan; Ambitieniveau 2: Beperkte duurzaamheidskansen voor Altongebied en/of beperkt raakvlak met het verkeersplan;

•

Ambitieniveau 1: Geen duurzaamheidskansen voor Altongebied en/of geen raakvlak met het verkeersplan.

Aan de kansrijke thema’s - de thema’s waar het verkeersplan een duidelijk aanknopingspunt biedt voor de verduurzaming van het gebied - zijn vervolgens maatregelen gekoppeld. De resultaten van de duurzaamheidsbijeenkomst zijn opgenomen in bijlage 4.

4.3.1 Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid Er kan op verschillende manieren naar de mobiliteit en de bereikbaarheidsopgaven binnen het Altongebied gekeken worden. Hiervoor zijn in deze studie drie ambitieniveaus ingezet op basis waarvan met elkaar de discussie is gevoerd wat de gezamenlijke ambitie is ten aanzien van duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. De drie ambitieniveaus zijn in onderstaande tabel toegelicht. Tijdens de bespreking van de drie ambitieniveaus met gemeente Heerhugowaard, provincie Noord-Holland en een vertegenwoordiging van de bedrijven werd duidelijk dat er verschillen van inzicht zijn over de kansen en mogelijkheden van deze ambities. De gemeente wil graag op korte termijn al starten met het uitvoeren van de afspraken die gemaakt zijn om in te zetten op duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Ook de provincie is voorstander om nu al voor te sorteren op een duurzame strategie. De bedrijven kijken meer naar de huidige situatie, de ontwikkelingen en de te verwachten problemen op korte termijn, zij zetten graag in op de traditionele wijze van mobiliteit. Duidelijk is ook geworden dat de bedrijfstak glastuinbouwgebied op dit moment nog weinig gebruik kan (en wil) maken van bijvoorbeeld spoor of water. Zij geven aan dat de diversiteit van de producten, de omvang van het gebied en hun huidige bedrijfsvoering geen aanvullende modaliteiten behoeft.

30 (71)

Tabel 4-1 Drie ambitieniveaus in duurzame mobiliteit en bereikbaarheid

Traditionele bereikbaarheid

• De weg vormt de primaire ontsluitingsvorm voor alle verkeersstromen (goederen, werknemers, bewoners, bezoekers) en voor alle schaalniveaus (lokaal verkeer, regionaal verkeer en bovenregionaal verkeer). • Dit vraagt om een stevig wegennet, met voldoende opties voor ontsluiting op alle schaalniveaus. • Daarnaast zijn ook fiets, openbaar vervoer en lopen beschikbaar, minimaal op het niveau waarop dat nu ook al aanwezig is. • De mate van duurzaamheid is beperkt in dit ambitieniveau.

Optimale bereikbaarheid

• • Een compleet ontsluitingsmodel waarin -

naast weginfrastructuur - ook andere ontsluitingsvormen een goede optie zijn. Dit betekent dat naast de weg (en fiets/ openbaar vervoer/lopen) ook ontsluiting via bijvoorbeeld rail en water geoptimaliseerd kan worden. • Dit ambitieniveau vraagt om een integraal bereikbaarheidsperspectief. Duurzame bereikbaarheid

• • Hier ligt de focus op duurzame

modaliteiten en op organisatie van de mobiliteitsvraag. • Deze ambitie houdt in dat traditionele bereikbaarheid/mobiliteit zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit is alleen nog een optie indien overige modaliteiten onvoldoende oplossing bieden of omdat duurzame mobiliteit nog niet beschikbaar/bruikbaar is op de korte termijn.

•

Tijdens de duurzaamheidsbijeenkomst zijn er veel kansen benoemd voor het verbeteren van doorstroming van het verkeer, voor verbetering van de fietsveiligheid en voor het verkennen van alternatieve vervoerswijzen en ketenmobiliteit. Vooral door op dit laatste in te zetten biedt het verkeersplan ook mogelijkheden op het thema energie en klimaat. In het landelijke klimaatakkoord worden deze onderwerpen nadrukkelijk verbonden met verkeer en bereikbaarheid.

31 (71)

De uitdaging zit er voor het verkeersplan in om maatregelen te kiezen die bijdragen aan de verduurzaming van verkeer, maar tegelijkertijd de bedrijfsvoering van de bedrijven in Alton niet in de weg staan. Dit moet elkaar juist versterken, in plaats van beperken. Dat betekent dus: verduurzamen van de bereikbaarheid door bijvoorbeeld in te zetten op alternatief vervoer waar het kan, maar de toegankelijkheid van bedrijven niet onmogelijk maken. Door de bereikbaarheid van het gebied te garanderen en waar mogelijk te verbeteren blijft het vestigingsklimaat binnen het Altongebied aantrekkelijk. 4.3.2 Duurzaamheid vanuit verkeersplan naar andere omgevingsthema’s In de duurzaamheidsbijeenkomst is nadrukkelijk ook gekeken welke relatie er vanuit het verkeersplan ligt naar andere omgevingsthema’s. Hieruit volgen aandachtspunten en kansen voor het uitwerken van maatregelen. Ruimtelijke kwaliteit Het verkeersplan biedt aanknopingspunten om de gebruikswaarde en toekomstwaarde van het gebied te versterken, bijvoorbeeld door het verbeteren van fietsverbindingen en/of dit te koppelen aan een groenstructuur. Flexibiliteit in de te realiseren maatregelen op basis van stapsgewijs ontwikkelen van een verkeerstructuur draagt bij aan de toekomstwaarde van het gebied; het biedt de mogelijkheid om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.

Klimaatadaptatie Klimaatverandering heeft impact op de inrichting van de leefomgeving. Extreme weersomstandigheden komen in de toekomst vaker voor; langere perioden van hitte en droogte en aan de andere kant intensieve regenval, wateroverlast en overstromingen. Deze veranderingen hebben impact op hoe we de omgeving kunnen gebruiken, benutten en leefbaar houden. Regenwater en groen zijn twee belangrijke onderdelen van klimaatadaptatie. Groen zorgt ervoor dat vocht in de lucht wordt vastgehouden, dat de lucht wordt gezuiverd en dat de omgeving op warme dagen iets koeler is dan verharde gebieden. Om de extremen op te vangen en de omgeving leefbaar te houden wordt in het algemeen vanuit drie strategieën gewerkt: vasthouden, bergen en afvoeren. De voorkeur gaat uit van vasthouden van regenwater waarbij overtollig water gebruikt kan worden voor perioden met minder water. Als dat niet kan, wordt het water (tijdelijk) geborgd en langzaam afgevoerd. Voor de ontwikkeling van het Altongebied kan gespeeld worden met verschillende aspecten van klimaatadaptatie, bijvoorbeeld: • Waterdoorlaadbaarheid van verhardingstype: De omvang van verharding en het verhardingstype zijn keuzen die gemaakt kunnen worden voor het openbaar terrein, maar ook voor de eigen terreinen van de glastuinders. • Groen: Groen en bomen koelen bij hitte de omgeving af en houden vocht en water vast.

Gezien de kwetsbaarheid van de producten van de tuinders is het toevoegen van extra groen zeer kritisch (zie ecologie hieronder). In de bijeenkomst kwam naar voren dat wat betreft water en klimaatadaptatie binnen het Altongebied geen aanvullende maatregelen nodig zijn.

32 (71)

Ecologie Tijdens de bijeenkomst zijn de gevaren van trips benoemd. Tripsen zijn kleine, dunne insecten die zich voeden met planten en dieren. Ze vermenigvuldigen snel en kunnen al snel een plaag vormen. De gevolgen van deze insecten voor de glastuinbouwbedrijven in het Altongebied kunnen heel groot zijn. Ecologische bermen langs wegen of watergangen zijn in het gebied daarom zeer ongewenst. Inpassing Rondom het thema inpassing kan geconstateerd worden dat het gebied functioneert als een bedrijventerrein, terwijl de uitstraling past bij een poldergebied. Om deze functie en uitstraling meer overeen te laten komen, is het van belang dat het huidige Altongebied, maar ook de toekomstige gebieden van het Altongebied, duidelijk worden vormgegeven als glastuinbouwgebied waar veel bedrijvigheid is. Een functionele uitstraling van de infrastructuur en de openbare ruimte, zonder extreme inzet op kostbare materialisatie, past hierbij. Overige kansen De thema’s welzijn en gezondheid, CE en materialen en investeringen bieden aanknopingspunten om duurzaamheid in het Altongebied door middel van het verkeersplan te versterken. • Welzijn en gezondheid: realiseren van meer mogelijkheden om te lopen en te fietsen. • CE en materialen: gebruik maken van duurzame en circulaire materialen bij de uitvoering van maatregelen.

• Investeringen: lokale bedrijven laten meedoen in de uitvoering van het verkeersplan (realisatiefase).

33 (71)

5

Toekomstbeeld 2040

Het doel van het verkeersplan Altongebied is om inzichtelijk te maken hoe de externe en interne bereikbaarheid van het gebied de ontwikkeling naar een modern glastuinbouwgebied kan faciliteren. 5.1 Ruimtelijke ontwikkeling Alton De ontwikkeling van Alton vindt plaats langs drie ontwikkelpaden (zie ook paragraaf 2.2): • Het accommoderen van toonaangevende bestaande bedrijven in Alton met groeiambities. • Het aantrekken van nieuwe bedrijven in nicheteelten in de sierteelt en de groenteteelt. • Het faciliteren van reeds in Alton gevestigde bedrijven die willen stoppen. De gebiedsvisie voor het Altongebied gaat uit van twee uitbreidingslocaties, één aan de noordkant van het Altongebied en één aan de zuidkant van het Altongebied. Met de toename van het aantal bedrijven wordt ook een totale toename van het aantal vrachtbewegingen verwacht en een bescheiden groei van het aantal werknemers. Naast deze uitbreiding, is een aantal trends geïdentificeerd in relatie tot het functioneren van het gebied. Zo is de verwachting dat de productieketen zich gaat concentreren op grotere kavels in plaats van verspreid over meerdere kleinere locaties.

Daarnaast is de verwachting dat een aantal pieken in de productie door het jaar heen blijft bestaan (bijvoorbeeld rond moederdag of Valentijnsdag), maar dat daarnaast vooral een gelijkmatiger productie- en daarmee verplaatsingspatroon waarneembaar zal zijn. Dit komt met name door meer directe relaties tussen producenten en afnemers, waarbij de rol van de veiling naar verwachting afneemt en just-in-time leveringen meer de standaard worden. 5.2 Mobiliteitspatronen in de toekomst Ook in de toekomst draait de mobiliteit in Alton vooral om het halen en leveren van producten (planten, groente, bloemen) en goederen die nodig zijn voor de productie. Hiervoor worden merendeels grote vrachtwagens ingezet, kleinere bestellingen worden ook met bestelwagens bezorgd of opgehaald. Het is het beeld dat met name de fijnmazige distributie de komende jaren toeneemt. Door schaalvergroting van bedrijven op één kavel in plaats van op meerdere locaties en het toevoegen van kassen, is het beeld dat het aandeel landbouwverkeer (onder andere vervoer naar de kavels en tussen de locaties) gaat afnemen. Daarnaast vormen de werknemers van het Altongebied een tweede belangrijke mobiliteitsstroom. Het personeel van de bedrijven komt nu op verschillende wijzen naar het werk. Met de eigen auto, samen in een auto, collectief (privé)vervoer (busjes) of op de fiets zijn nu de reguliere vervoerswijzen.

De ambitie is dat deze mobiliteitsstroom duurzamer wordt georganiseerd. Er wordt de komende jaren maar een bescheiden groei in personeel verwacht als gevolg van doorgaande ontwikkelingen in automatisering. Ten derde bevinden zich in de Altongebieden (bedrijfs-)woningen. De toekomstige ontsluiting van het Altongebied moet ervoor zorgen dat de bewoners op een veilige manier naar hun werk en voorzieningen in de nabije omgeving of verder weg kunnen komen. Tot slot fungeert het Altongebied ook als doorgaande route voor met name fietsers afkomstig uit omliggende woningen. Voor bestemmingen in Heerhugowaard wordt veelal een route door het Altongebied verkozen boven een route over de Middenweg of de fietsroute langs het kanaal. In de toekomst is het belangrijk om deze stroom fietsers zoveel mogelijk te bundelen en op een veilige manier door het gebied te geleiden, met weinig conflicten met vrachtverkeer.

34 (71)

5.3 Externe bereikbaarheid in de toekomst Een cruciale factor in de toekomstige ontwikkeling van Alton is de volledige ontsluiting van het Altongebied. Altongebied II, aan de westzijde van het spoor, is namelijk in de huidige situatie alleen rechtstreeks toegankelijk via de aansluiting Schoutenbosweg op de N242. Via de Pannekeetweg (bedrijventerrein Zandhorst) en Hasselaarsweg is het Altongebied II indirect te benaderen, evenals Altongebied I. De aansluiting van Alton III is nu nog gericht op de Middenweg. Toekomstige uitbreiding in het gebied vindt plaats aan de noordkant, bijvoorbeeld in Alton I in het verlengde van de Altonstraat, in Alton II de ontwikkeling van 15 ha ten noorden van de Schoutenbosweg en aan de zuidkant de ontwikkeling van het Altongebied III. Wenselijk is, voor een toekomstbestendige inrichting, dat Alton aan de hoeken van het gebied goed ontsloten wordt: noordwest, noordoost, zuidwest en zuidoost: veilig en direct en bij voorkeur zo min mogelijk via onderliggende wegen. Hiermee worden drie doelen bereikt: • Dit zorgt ervoor dat er een alternatief is wanneer een van de toegangsopties minder of niet toegankelijk is, bijvoorbeeld door piekbelasting of door een ongeval. • Dit zorgt voor een spreiding van het verkeer over het wegennetwerk, waarbij niet één punt (bijvoorbeeld de Pannekeetweg) onevenredig belast wordt.

• Hierdoor worden verkeersstromen zo direct mogelijk gebundeld op hoogwaardige infrastructuur, namelijk de provinciale wegen, in plaats van veel lange verplaatsingen op interne infrastructuur. Deze doelen sluiten aan bij de hogere beleidsdoelen zoals benoemd in hoofdstuk 3. Een goede bereikbaarheid, door goed gebruik te maken van de capaciteit van het hele wegennetwerk en door alternatieve routes te bieden. Een zo verkeersveilig mogelijke opbouw van het wegennet, onder andere door zwaar verkeer zo snel mogelijk te scheiden van kwetsbare verkeersdeelnemers. Tot slot wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsdoelstellingen doordat het verkeer zo direct mogelijk wordt ontsloten op de hoofdinfrastructuur; dit zorgt voor minder uitstoot ten opzichte van indirecte routes door het Altongebied. De intensiteiten op de wegen rondom het Altongebied zoals de Pannekeetweg, Middenweg en Hasselaarsweg nemen de komende jaren beperkt toe gezien de onmogelijkheid van grote stedelijke ontwikkelingen in deze omgeving. Natuurlijk is er sprake van autonome groei van het autoverkeer en de plannen voor de uitbreiding en verdichting van Alton. Ten opzichte van de huidige situatie nog met ongeveer 80 hectare netto glastuinbouw (bedrijfskavels exclusief wegen, sloten en dergelijke) waarover de verkeersgeneratie bepaald is.

Een groot deel van deze 80 hectare, namelijk minimaal 35 hectare, wordt aan de zuidkant van de Hasselaarsweg ontwikkeld, in Alton III. De overige 47 hectare groei en verdichting verdeelt zich over Alton I en Alton II. De verkeersdruk op de Altonstraat en de Noordscharwouderpolderweg en Schoutenbosweg neemt de komende jaren, afhankelijk van de snelheid van de ontwikkelingen toe. Hiervoor is een ontsluitingsstructuur bedacht, het toekomstbeeld 2040, die deze groei prima kan verwerken. De nieuwe ontsluitingsstructuur leidt tot wijzigingen in routes en dus in intensiteiten. De Hasselaarsweg behoudt zijn functie als (interne) toegang tot de Altongebieden, maar door de aanleg van de Verlengde Vaandeldrager worden de Middenweg en de Pannekeetweg waarschijnlijk rustiger. Ook de aanleg van de noordelijke ontsluitingen van Alton I en Alton II veroorzaken wijzigingen in de verkeersstromen en daardoor in de intensiteiten. In de bijlage is een toelichting gegeven wat de aannames zijn over bruto en netto hectares voor het Altongebied.

35 (71)

Figuur 5-1 Toekomstbeeld 2040 – ontsluiting en infrastructuur

36 (71)

De N242 speelt een belangrijke rol in dit wensbeeld, omdat deze als het ware om het Altongebied heen is gevouwen. Drie ontsluitingspunten moeten op de N242 aantakken. Daarnaast speelt ook de Westfrisiaweg (N194) een rol bij de toekomstige gewenste ontsluitingsstructuur. Bij de aanbevolen maatregelen (paragraaf 7.4) is dan ook opgenomen dat in samenwerking met provincie Noord-Holland een aantal scenario’s nader verkend moet worden, zodat de consequenties voor de verkeersafwikkeling op de N242 en de N194 inzichtelijk worden gemaakt. Los van de infrastructurele maatregelen moet ook voor de werknemers van de bedrijven ingezet worden op de ketenreis. Vanwege de geringe aantallen werknemers en daardoor een beperkte bediening met openbaar vervoer, is het beeld dat binnen het Altongebied een snelle en comfortabele ’first and last mile’ kan worden afgelegd, van de bushalte aan de rand van het gebied tot het bedrijf van bestemming (en vice versa). Dit kan bijvoorbeeld met elektrische deelfietsen. Tussen het station Heerhugowaard en de bushalten aan de rand van het Altongebied wordt gebruik gemaakt van het reguliere busvervoer. Maatwerk is belangrijk vanwege de aard van de werktijden, de gedragscomponent en de geringe omvang van de vervoersstromen. Hier wordt nader op ingegaan in hoofdstuk 7 onder de mobiliteitsmanagementsmaatregelen.

Interne bereikbaarheid in de toekomst Voor de interne bereikbaarheid geldt vooral het uitgangspunt dat Duurzaam Veilig de basis is voor een veilige functionele inrichting van het wegennetwerk. De risicogestuurde verkeersveiligheidsaanpak vanuit het SPV zet onder andere in op bescherming van kwetsbare verkeersdeelnemers en streeft naar een infrastructuur die de kans op ongevallen beperkt en/of de ernst van afloop van een ongeval beperkt. Op termijn is daarom een zoveel mogelijk vrijliggende infrastructuur voor fietsers voorzien op de belangrijkste richtingen en passend in een breder fietsnetwerk. Voor zwaar verkeer wordt ingezet op diverse directe ontsluitingen op de hoofdinfrastructuur. Dit zorgt voor minder interactiemomenten tussen vrachtverkeer en fietsers en daardoor voor een reductie van de kans op een ongeval. 5.4 Fasering van het toekomstbeeld Duidelijk is dat de optimale ontsluitingsstructuur voor Alton 2040 niet zomaar gerealiseerd is. Een infrastructurele ontsluiting van dit gebied waarbij vrachtverkeer zo min mogelijk door het gebied rijdt maar op logische punten vanaf de hoofdwegenstructuur het gebied kan bereiken en verlaten vormt een optimaal eindbeeld. Deze logische punten bevinden zich dan op de hoeken van het Altongebied, noordwest, noordoost, zuidwest en zuidoost.

Noordwest via de N242 – Schoutenbosweg, noordoost via de Altonstraat en Laanderweg richting Verlaat (N241/N242), zuidwest via de aansluiting Hasselaarsweg - N242 en zuidoost via de Verlengde Vaandeldrager richting de N194. Het Altongebied zal zich stapsgewijs steeds verder ontwikkelen. De optimale ontsluitingsstructuur is in de huidige situatie nog niet nodig. Het is een kwestie van goede planning om op tijd alle aansluitingen op de hoofdwegenstructuur gereed te hebben. Dit moet ook meegenomen worden in de voorgestelde trajectstudie naar de N242. Een fasering kan zijn om vooral aan de noordkant eerst de mogelijkheid te bieden om hier enkel het gebied in te gaan. Zo zijn op korte termijn de noordelijke ontwikkelingen een stuk beter bereikbaar. Uitgaand vrachtverkeer kan het gebied alleen verlaten aan de zuidkant van het gebied. Pas als de druk aan de zuidkant te hoog wordt, is de noodzaak van het uitvoeren van de oplossingen die in de trajectstudie naar voren zijn gekomen in beeld. De inbreng vanuit gemeente Heerhugowaard in de trajectstudie N242 is om Alton I en Alton II via korte directe (noordelijke) routes aan te takken, daar waar mogelijk, op de N242.

37 (71)

Er zijn nu maatregelen voorgesteld bij de aansluitingen van het Altongebied (Noordscharwouderpolderweg en de Altonstraat) om de oversteek veiliger te maken en de entrees herkenbaarder te maken. Deze kruisingen zijn nu uitgevoerd zonder opstelvakken en verkeerslichten gezien de beperkte verkeersdruk vanuit het gebied en de intensiteit op de Hasselaarsweg. Gezien de beperkte ontwikkelingen in de omgeving van Alton kunnen de kruispunten lang mee in deze vormgeving. Natuurlijk is het verstandig om te blijven monitoren of er toch investeringen nodig zijn om de afwikkeling te verbeteren. Dan is de urgentie eerder om de ontsluitingen op de provinciale wegen te verbeteren en aan te leggen dan de kruisingen op de Hasselaarsweg aan te passen.

38 (71)

6

Opgaven verkeersplan

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de de huidige situatie en het toekomstbeeld. Dit hoofdstuk verbindt de huidige situatie aan het toekomstbeeld, door het formuleren van een aantal opgaven. Deze opgaven leiden tot de maatregelen in hoofdstuk 7 en 8. 6.1 De opgaven per vervoermodaliteit 6.1.1 Opgave autoverkeer De komende jaren wordt door de groei van het aantal bedrijven, ook een bescheiden groei van het aantal werknemers in het gebied verwacht. Deze moeten op een veilige en duurzame manier hun werklocatie kunnen bereiken. Richting de toekomst zijn kansen gesignaleerd voor mobiliteitsmanagement. Mobiliteitsmanagementmaatregelen moeten er vooral op gericht zijn om werknemers van de bedrijven na te laten denken over goede alternatieven voor de auto om naar het werk te komen. Zodat het aantal autokilometers in het Altongebied beperkt blijft. Door het realiseren van betere en veiligere fietsvoorzieningen (bijvoorbeeld door het realiseren van fietssuggestiestroken of het realiseren van ontbrekende verbindingen) en door aanvullende openbaar-vervoer-maatregelen worden alternatieven voor de auto mogelijk. De maatregelen om makkelijker voor een alternatief te kiezen moeten uitgewerkt, geïntroduceerd en gecommuniceerd worden met (de werknemers van) de bedrijven.

Een mobiliteitsmanager die de bedrijven langsgaat om met hen en hun werknemers over potentiële alternatieven te spreken is hiervoor een maatregel. De infrastructurele maatregelen van en naar het Altongebied en binnen het Altongebied lijken nu enkel gericht om de groei van het vrachtverkeer te accomoderen. Dit is zeker niet het geval, de maatregelen, zoals bermverharding, plateau’s, parkeerverbod en aanpassingen aan de kruisingen en de aanleg van nieuwe aansluitingen zijn ook voor het autoverkeer gunstig. 6.1.2 Opgave openbaar vervoer Door meer werknemers gebruik te laten maken van het openbaar vervoer, wordt het mobiliteitssysteem van Alton duurzamer en ontstaat meer ruimte voor het overige verkeer. In overleg met de vervoerder moet onderzocht worden welke opties er zijn om de bereikbaarheid van Alton met het openbaar vervoer te verbeteren. Het is logisch om een dergelijke studie niet alleen voor het Altongebied te doen, maar dit onderzoek breder te trekken. In lijn met het Ontwikkelbeeld Mobiliteit voor de regio Alkmaar is het zinvol om andere bedrijventerreinen, buitengebieden of lastig met openbaar vervoer te bereiken voorzieningen en/of locaties hierbij te betrekken.

Door dit onderzoek te combineren met het introduceren van mobiliteitshubs waar gekozen kan worden uit deelfietsen, deelauto’s etcetera kan uiteindelijk een optimaal totaalpakket worden aangeboden als alternatief voor de auto. Of het mogelijk is om een buslijn (beperkt) door het Altongebied te laten rijden is een onderzoek waard. 6.1.3 Opgave fiets Het stimuleren van het gebruik van de fiets als alternatief voor de auto voor woon-werkverkeer binnen een afstand van 15 km, draagt bij aan de duurzaamheidsdoelstelling. Door de komst van de elektrische fiets is de woon-werkafstand vergroot en het gemak van het fietsen toegenomen. Voorzieningen voor fietsers bij bedrijven, zoals een goede stalling en oplaadpunten zijn een vanzelfsprekende investering vanuit de werkgevers.

39 (71)

De gemeente kan de belangrijkste fietsroutes, de Schoutenbosweg – Plaetmanstraat oostwest, Altonstraat (met aanvullingen ten noorden en zuiden) als noordzuidroute, en de Noordscharwoudepolderweg als fietsschoolroute, veiliger en comfortabeler maken. Het uitgangspunt hierbij is dat fietsers en vrachtverkeer op deze routes in beginsel niet van dezelfde infrastructuur gebruik maken. Hieruit volgen maatregelen als goede gestrekte fietspaden aanleggen, ontbrekende verbindingen toevoegen, de infrastructuur veiliger maken (fietssuggestiestroken en veilige oversteken van drukke wegen), deelfietsen bij de openbaarvervoer-halten introduceren en verlichting langs fietspaden of wegen aan leggen. Door dit pakket aan maatregelen kan het fietsgebruik toenemen. Tevens zorgt dit ervoor dat het Altongebied onderdeel is van een veilige route voor omwonenden van en naar de voorzieningen in Heerhugowaard. Ook wordt de Altonstraat op de lange termijn voorzien van fietsstroken naast de bestaande rijbaan zodat deze echt als regionale route kan fungeren. Op korte termijn zijn fietssuggestiestroken en bermverharding te realiseren. Als de ontbrekende schakels noord-zuid en oost-west (fietstunnel onder spoor) zijn aangelegd kan de fietsroute Altonstraat nog een upgrade krijgen met ’echte’ fietsstroken. Deze maatregel valt onder de lange termijn maatregel ’fietsnetwerk optimaliseren’.

6.1.4 Opgave vrachtverkeer De verkeersdruk binnen Alton kenmerkt zich door piekmomenten van het vrachtverkeer op dagniveau (tijdstippen), weekniveau (dagen) en seizoenen (bijvoorbeeld moederdag en Valentijnsdag). Met de voorziene verkeersgroei in ogenschouw genomen is de interne infrastructuur naar verwachting voldoende toekomstvast, op voorwaarde dat invulling wordt gegeven aan een directe afwikkeling van het verkeer van en naar de hoofdinfrastructuur (N242, N194 en N241) en met de aanleg van een centraal vrachtwagenparkeerterrein. Verder is de groei van het (vracht)verkeer afhankelijk van technologische ontwikkelingen om bijvoorbeeld de logistieke keten anders in te richten. Wel moet op de lange termijn een duidelijke vrijliggende fietsstructuur beschikbaar zijn om een beter, herkenbaarder en veiliger netwerk te hebben en de menging van fietsers met vrachtverkeer te verminderen. Voor een optimale bereikbaarheid, veiligheid en duurzaamheid, liggen er echter wel andere opgaven voor het vrachtverkeer. Vrachtverkeer blokkeert bij drukte de wegen in het gebied en vernielt de bermen doordat zij door de bermen rijden en/of daar parkeren. Het aanwezige vrachtverkeer vermindert het verkeersoverzicht en zorgt ervoor dat fietsers op de wegen in de knel komen bij het passeren door vrachtverkeer.

Bij bedrijven die onvoldoende parkeerruimte hebben op het erf treedt het parkeren in de bermen op, vooral tijdens de piekmomenten. Er moet gezocht worden of dit parkeren niet ergens anders kan plaatsvinden. Voor de opgave op de korte en middellange termijn moet voor de interne bereikbaarheid vooral gekeken worden naar maatregelen ter verbetering van de veiligheid en optimalisatie van de huidige functionele wegenstructuur. Het instellen van eenrichtingsverkeer voor delen van de bestaande structuur zou kunnen als blijkt dat de verwachte verkeergroei tot onacceptabele en onveilige verkeersbewegingen in het gebied leidt. Het ingestelde eenrichtingsverkeer kan komen te vervallen wanneer het gewenste eindbeeld is gerealiseerd en directe verbindingen van en naar de hoofdinstrastructuur (N242/N194/N241) zijn aangelegd ten behoeve van de externe bereikbaarheid.

40 (71)

De fysieke ruimte voor verbreding van de weginfrastructuur is door de bestaande structuur van het gebied beperkt. Het is ook niet wenselijk om de wegen te verbreden omdat de snelheid van het verkeer dan toeneemt op de stillere momenten. Nieuwe lange brede verbindingen binnen het Altongebied passen bovendien niet bij het gewenste toekomstbeeld om het verkeer zo snel mogelijk naar de hoofdinfrastructuur te leiden. Voor de lange termijn is verbreding van de bestaande wegen niet perse noodzakelijk, de breedte van de aan te passen of nieuw te realiseren invalswegen kan wel voldoen aan de theoretisch gewenste maatvoering. Dat betekent dat realisatie van de aansluitingen van het Altongebied in de hoeken op de provinciale wegen urgentie heeft om onnodige investeringen aan de interne en lokale wegen te voorkomen. De combinatie van vrachtverkeer en fietsers levert verkeersonveilige situaties op. Dit geldt niet alleen op de wegvakken in het gebied, maar vooral ook op die locaties waar sprake is van dodehoeksituatie’s, erftoegangen en gebiedstoegangen. Optimalisaties in de vormgeving van deze locaties zijn noodzakelijk. Nog beter is het om deze conflicten te minimaliseren; dat zou kunnen als vrachtverkeer minimaal door het gebied hoeft te rijden en snel op wegen kan komen met een vrijliggend fietspad. Binnen Alton is ruimte om belangrijke schakels in het fietsnetwerk vrijliggend te maken.

Dit is het gewenste beeld voor de lange termijn. Het terugdringen van het aantal vrachtbewegingen door het gebied is benoemd als opgave. Het verminderen van het aantal vrachtwagens lijkt een veel lastiger opgave omdat er weinig tot geen alternatieven beschikbaar zijn. Hierom is het organiseren van een veilige, snelle route naar het hoofdwegennet als belangrijke opgave benoemd. De routering via de Pannekeetweg aan de zuidwest kant heeft nu al op sommige momenten van de dag/week een slechte verkeersafwikkeling. Een verbeterde aansluiting Hasselaarsweg N242 of Pannekeetweg – N242) is nodig, zodat deze voor beide bedrijventerreinen (Alton en Zandhorst) dienst kan doen als enige aansluiting op de N242. Op kortere termijn is de huidige afwikkeling rondom de Pannekeetweg nog niet optimaal, de kruising Pannekeetweg – Hasselaarsweg kan veiliger gemaakt worden. Daarnaast is een studie op korte termijn nodig om noodzakelijke aanpassingen aan de rotonde of opstelvakken richting N242 in beeld te brengen. Dit om de bereikbaarheid te verbeteren zodat deze route beter kan functioneren totdat alle overige grotere maatregelen gerealiseerd zijn. De oplossing voor de lange termijn voor deze locatie is opgenomen in de oplossingsrichtingenlijst van de lange termijn.

Op korte termijn moet er een studie gedaan worden of er met beperktere maatregelen al een oplossing voor het gesignaleerde probleem rondom de Pannekeet gevonden kan worden. Signalen geven aan dat er in de huidige (avond)spits al problemen zijn om goed het bedrijventerrein te verlaten. De studie moet uitwijzen of het verkeer afkomstig vanuit Alton dit probleem verergerd en of in overleg met de provincie de aansluiting N242 nog aangepast kan worden evenals de rotonde op het bedrijventerrein. Uitgangspunt is dat dit beperkte fysieke maatregelen kunnen zijn van wellicht tijdelijke aard. 6.1.5 Opgave voetgangers Het blijkt dat het aandeel voetgangers in het Altongebied dusdanig laag is dat vrije voetgangersvoorzieningen niet gerealiseerd hoeven te worden. Wel is het mogelijk en noodzakelijk om vanuit het openbaar vervoer, dat buiten het Altongebied rijdt, goede oversteekvoorzieningen richting het Altongebied te maken. Onderzocht moet worden of de halten van het OV buiten het Altongebied blijven of dat er een mogelijkheid is om ook een buslijn door het Altongebied te laten lopen waardoor de overstekende voetgangers beperkt blijven.

41 (71)

6.2 Voorliggende opgaven in een overzicht In voorgaande paragrafen zijn per modaliteit de opgaven geschetst richting het toekomstbeeld. De opgaven zijn in onderstaand overzicht samengevat en voor de thema’s in dit verkeersplan, namelijk bereikbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid, geordend. In het volgende hoofdstuk is verkend welke maatregelen invulling geven aan de gestelde opgaven en op welke termijn (kort, middellang of lang) deze opgaven ingevuld kunnen worden. Tabel 6-2 Opgaven voor het verkeersplan

Nr.

Opgave

Bereikbaarheid 1.1

Verbeteren verkeersafwikkeling in zuidelijke richting op N242 richting A9 (Pannekeetweg)

1.2

Oplossen doorstromingsknelpunten ten noorden van het Altongebied

1.3

Verbeteren toegankelijkheid Altongebied vanuit het noorden (noord-west en noord-oost)

1.4

Verbeteren aansluiting Schoutenbosweg/N242

1.5

Verbeteren zuidelijke toegangen Alton I, Alton II en in de toekomst Alton III

1.6

Versterken robuustheid omliggend wegennet

1.7

Verbeteren toegankelijkheid/bereikbaarheid per openbaar vervoer

1.8

Verbeteren toegankelijkheid van het gebied voor fietsers

1.9

Verbeteren toegankelijkheid van het gebied voor voetgangers (bijvoorbeeld vanaf bushalten)

1.10

Zorgen dat wegen toegerust zijn voor vrachtverkeer en tijdens piekmomenten

1.11

Realiseren voorzieningen voor fietsers

1.12

Realiseren verbindingsschakel voor langzaam verkeer tussen Alton I en Alton II

1.13

Realiseren fietsnetwerk (aansluiting op regionaal niveau)

1.14

Verminderen sluipverkeer Schoutenbosweg - Noordscharwouderpolderweg

1.15

Verbeteren (interne) bereikbaarheid ontwikkellocatie Alton III

1.16

Verbeteren (interne) bereikbaarheid ontwikkellocaties Alton II en Alton I

Verkeersveiligheid 2.1

Verbeteren veiligheid kruisingen in en rond Alton

2.2

Verbeteren veiligheid op interne wegen Alton

Duurzaamheid 3.1

Verminderen noodzaak auto- en vrachtverkeer door het aanbieden van alternatieven

3.2

Versterken logistieke mogelijkheden ten behoeve van vestigingsklimaat

3.3

Betrekken ondernemers/gebruikers van het Altongebied bij aanpakken en uitwerken van de maatregelen van het verkeersplan

3.4

Verduurzamen van de logistieke sector onder andere door ketenoptimalisatie (bijvoorbeeld door logistieke hubs)

42 (71)

Voor het thema duurzaamheid zijn de komende jaren nog veel opgaven in te vullen. Opgaven die vanuit het gestelde beleid gewenst zijn en gedeeltelijk zelfs al verplicht zijn. Het verkeers-plan kan op de invulling van deze opgaven niet sturen, omdat een groot deel van de opgaven buiten de verantwoordelijkheid ligt van de betrokken bedrijven, provincie of gemeente, maar bijvoorbeeld bij transporteurs. Het gaat dan bijvoorbeeld om maatregelen uit het klimaatakkoord, waarbij te denken valt aan: • Bestel- en werkbusjes moeten voor 2030 100% emissieloos zijn. • Mobiele werktuigen moeten voor 2030 100% emissieloos zijn. • Een reductie van 30% van de CO2-uitstoot in de logistieke sector. • Zwaar transport moet emissieloos worden.

Figuur 6-1 opgavenkaart

43 (71)

FASE 2 Bepalen voorkeursmaatregelenpakket

44 (71)

7

Van opgaven naar maatregelen

7.1 Aanpak oplossingenfase Op basis van de gestelde opgaven zijn oplossingen en maatregelen voorgesteld. Dat is gebeurd door in brede kennis- en brainstormsessies met de gemeente, de provincie en de gebruikers te divergeren en daarna te convergeren over maatregelen en het samenstellen van voorkeursmaatregelenpakketen en oplossingsrichtingen. • Het divergeren omvat het breed verkennen van mogelijke oplossingsrichtingen. Hiervoor is de systematiek van de Ladder van Verdaas (ook wel de mobiliteitsladder genoemd) gebruikt. Toepassing van de ladder heeft geleid tot een groslijst aan maatregelen (zie paragraaf 7.2 Verkenning kansrijke maatregelen). • In het convergeren (toepassen van een zeef) zijn uit de groslijst van maatregelen in breed overleg enkele maatregelen benoemd als niet realistisch of ongewenst om te komen tot het gewenste toekomstbeeld (zie paragraaf 7.3 Zeef op maatregelen). • Het voorkeursmaatregelenpakket bestaat uit de set van maatregelen die invulling geven aan de gesignaleerde opgaven (zie hoofdstuk 8).

Figuur 7-1 Werkwijze samenstellen maatregelpakketten en keuze voorkeurspakket

7.2 Verkenning kansrijke maatregelen Om de vastgestelde opgaven aan te pakken, zijn verschillende oplossingsrichtingen te bedenken. Oplossingen kunnen uiteenlopen van het beïnvloeden van de vraag naar mobiliteit tot het vergroten van de capaciteit van het wegennet. Om alle oplossingen in beeld te brengen is gebruik gemaakt van de mobiliteitsladder.

45 (71)

De mobiliteitsladder omvat zeven aspecten die van invloed zijn op het verkeer- en vervoerssysteem en wordt gebruikt bij het onderzoeken van oplossingen bij een verkeersprobleem. De eerste vier treden gaan over het beïnvloeden (en verminderen) van de vraag naar infrastructuur, de laatste drie treden gaan over het verbeteren van de capaciteit van infrastructuur. De ladder is erop gericht om oplossingen af te wegen en is vooral bedoeld om te zien hoe het aanleggen of uitbreiden van infrastructuur zo veel mogelijk uitgesteld of beperkt kan worden door het toepassen van andere oplossingen met een duurzamer karakter. Het realiseren van nieuwe infrastructuur is de laatste trede op de ladder.

Figuur 7-2 De Mobiliteitsladder

Onderstaande lijst van mogelijke maatregelen is samengesteld op basis van de mobiliteitsladder. In breed overleg is per trede van de ladder bediscussieerd welke maatregelen denkbaar zijn om mogelijk te komen tot invulling van de opgaven. In het overleg zijn door middel van zogenaamd ‘divergeren’ vooral de eerste ideeën/principes per trede verkend. Per maatregel is in de kolom ‘opgave’ duidelijk gemaakt of de maatregel een opgave oplost of zelfs meerdere opgaven kan verbeteren. Er zijn maatregelen die de bereikbaarheid verbeteren, de veiligheid verbeteren en ook voor het thema duurzaamheid nog verbeteringen opleveren (de drie thema’s zijn te herkennen aan het eerste cijfer van de opgave). Trede 1: Ruimtelijke ordening • Aanpassen bestemmingsplan • Herplaatsen of clusteren van bestaande bedrijven (herindeling) • Uitplaatsen van voorzieningen uit het Altongebied • Aanleggen centraal parkeerterrein aan de rand van Alton • Plaatsen elektrische laadvoorzieningen

opgave 3.1 3.1 3.1 3.4 3.3, 3.4

Trede 2: Beprijzen/ parkeerbeleid • Introduceren milieuzone • Introduceren parkeerverbod in de berm

3.1 1.10

46 (71)

Trede 3: Mobiliteitsmanagement • Afstemmen van de leveringsprocessen van de bedrijven • Afstemmen van de gewenste aan- en afrijdroutes • Introduceren werkgeversaanpak • Introduceren fiets van de zaak • Introduceren bedrijfsbussen • Realiseren van fietsvoorzieningen

• Introduceren consolidatiepunt • Stimuleren van carpoolen Trede 4: Openbaar Vervoer en fiets • Verbeteren oversteekplekken voor fietsers en voetgangers

• • • • •

Verbeteren routes voor fietsers Oppakken herkenbaarheid en prioritering fiets Introduceren deelfietsen Maken van mobiliteitshubs Verbeteren openbaar vervoer (bijvoorbeeld buurtbus)

Trede 5: Benutting bestaande infrastructuur • Aanpassen wegprofielen binnen bestaand asfalt • Introduceren eenrichtingsverkeer in heel Alton I, II en wellicht III • Introduceren beperkt eenrichtingsverkeer • Plaatsen (slimme) verkeerslichten

3.3 1.3, 1.4, 1.10, 3.3. 3.1, 3.3 3.1, 3.3 3.1, 3.3 1.8, 1.11, 1.12, 1.13, 2.2, 3.1, 3.1, 3.2, 3.4 3.1, 3.3

1.3, 1.5, 1.8, 1.9, 2.1, 2.2 1.12, 1.13, 2.1, 2.2 1.5, 1.8, 1.11, 2.2 3.1, 3.3 3.1, 3.2, 3.3, 3.4 1.7, 1.9, 3.1

1.10, 2.2 1.16, 2.2 1.14, 2.2. 1.4, 1.5

Trede 6: Reconstructie bestaande infrastructuur • Aanpassen wegprofielen buiten het bestaande asfalt 1.10, 1.11 • Bermverharding toevoegen 1.10, 2.2 • Aanleggen inhaalhavens 1.10 • Realiseren wegversmallingen 1.8, 1.14, 2.2 • Maken van voetgangersvoorzieningen 1.9, 1.12, 2.1 • Verbeteren aansluiting Hasselaarsweg/Pannekeetweg 2.1 • Verbeteren aansluiting Hasselaarsweg/Altonstraat 2.1 • Verbeteren aansluiting Hasselaarsweg/Noordscharwouderpolderweg 2.1 • Verbeteren kruising Hasselaarsweg/Middenweg 2.1 • Realiseren van kruispuntplateaus 2.1, 2.2 • Instellen verbod vrachtverkeer Plaetmanstraat 2.2 • Realiseren rechtsafvak N242 richting Schoutenbosweg 1.2, 1.3, 1.4 • Benutten opstelterrein ProRail 3.1, 3.2, 3.4 • Benutten mogelijkheden vervoer over water 3.1, 3.2, 3.4

47 (71)

Trede 7: Aanleg nieuwe infrastructuur • Realiseren aansluiting Schoutenbosweg op de N242 • Aanleggen Verlengde Vaandeldrager • Realiseren fietsverbinding parallel aan de Vaandeldrager • Realiseren fietstunnel tussen Alton I en Alton II • Aansluiten viaduct Hasselaarsweg op N242 • Realiseren autotunnel tussen Alton I en Alton II • Doortrekken Altonstraat met keermogelijkheid • Aanleggen interne ontsluitingsstructuur Alton III • Aanleggen ontsluitingsstructuur noordoost (vervolg op keerlus) • Aanleggen ontsluitingstructuur voor Alton II richting Smuigelweg • Aanleggen CO2-pijplijn (i.p.v. aanvoer van CO2 per vrachtauto)

1.4 1.5,1.6, 1.15 1.8, 1.15 1.12, 1.13, 1.16, 1.5, 1.14, 1.16 1.6, 1.16 1.10, 1.16 1.15, 1.3, 1.3, 3.2

In de vervolgfase zijn de maatregelen geconcretiseerd. Dit heeft er toe geleid dat sommige ideeën zijn afgevallen. De reden waarom ideeën zijn afgevallen is in paragraaf 7.3 opgenomen. Het grootste deel van de ideeën heeft een plek in de voorkeursmaatregelenpakketten en is nader uitgewerkt in hoofdstuk 8. 7.3 Zeef op maatregelen In paragraaf 7.2 zijn ideeën voor maatregelen genoemd die mogelijk onderdeel kunnen zijn van het maatregelenpakket om te komen tot realisatie van het toekomstbeeld voor Alton in 2040. Op basis van expert judgement en in overleg met de stakeholders is een aantal ideeën afgevallen, omdat ze bij nader inzien beschouwd kunnen worden als niet realistisch of ongewenst. De resultaten van dit ’convergeren’ staan hieronder opgenomen. Afgevallen: Aanpassen bestemmingsplan Het idee voor deze maatregel blijkt bij nader inzien niet in een strategisch verkeersplan een plek te hebben en bovendien houdt de gemeentelijke structuurvisie al rekening met het aanpassen van de bestemming. Het aanpassen van het bestemmingsplan valt buiten de scope van het verkeersplan. Wellicht is voor de aanleg van het vrachtwagenparkeerterrein wel een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Maar dan wordt het bestemmingsplan niet gebruikt als instrument om te sturen op de verkeersstromen, zoals bij deze maatregel bedacht was.

Afgevallen: Herplaatsen of clusteren van bestaande bedrijven (herindeling) Bedrijven en voorzieningen die niet op de juiste plek in het Altongebied zijn gevestigd kunnen herplaatst worden, zodat ze beter in de gewenste verkeersstructuur zijn in te passen. Ook is een clustering van bedrijven functioneel om de verkeersstromen te stroomlijnen. De Gebiedsvisie Alton en buitengebied inclusief uitvoeringsagenda geeft al richting aan deze maatregel. Het herplaatsen of clusteren van bestaande bedrijven valt buiten de scope van het verkeersplan. Afgevallen: Uitplaatsen van voorzieningen uit het Altongebied Bedrijven en voorzieningen die niet passen in de visie voor het Altongebied moeten bij voorkeur uitgeplaatst worden naar een andere locatie. De Gebiedsvisie Alton en buitengebied inclusief uitvoeringsagenda geeft hier al richting aan. Het uitplaatsen van voorzieningen uit het Altongebied valt buiten de scope van het verkeersplan.

48 (71)

Afgevallen: Introduceren milieuzone Dit is een maatregel die voor het Altongebied met zijn beperkte omvang geen soelaas biedt. Hier lijkt landelijke of eventueel regionale regelgeving op termijn meer impact te kunnen maken. Voor nu en voor deze locatie is het introduceren van een milieuzone geen reële oplossing. Afgevallen: Aanpassen wegprofiel (benutting/reconstructie) In het toekomstbeeld is de ambitie om op de lange termijn de groei van de hoeveelheid vrachtverkeer in het gebied te beperken en vooral de externe bereikbaarheid van het gebied goed te garanderen en het aantal vrachtwagenkilometers in het gebied ook te beperken. Het is niet wenselijk om voor de korte en middellange termijn grote infrastructurele maatregelen te nemen binnen het Altongebied; de impact is groot en het sluit niet aan bij het toewerken naar het beeld voor de lange termijn. De keuze valt om maatregelen binnen de bestaande asfaltverharding te zoeken en niet te kiezen voor wegverbreding. Het toekomstbeeld gaat weliswaar uit van groei van het vrachtverkeer, maar gericht op korte routes door het gebied en vanuit optimale in- en uitgangen van het gebied. Voor bepaalde stukken weg (bijvoorbeeld het deel Schoutenbosweg tussen Noordscharwouderpolderweg en de N242) is het nodig om het profiel te verbreden; dit om vooral de externe bereikbaarheid te verbeteren.

Binnen de bestaande asfaltverharding zijn aanpassingen aan het wegprofiel mogelijk, zoals het realiseren van fietssuggestiestroken, plateau’s op de kruisingen en eventueel bermverharding. Op de lange termijn is voor het fietsnetwerk een vrijliggend fietspad op de relatie N242 Middenweg, in combinatie met de gewenste fietstunnel tussen Alton I en Alton II, wel gewenst (zie hoofdstuk 8). Ook de wijziging van fietssuggestiestroken naar ‘echte’ fietsstroken op de Altonstraat is een lange-termijn-oplossing. Afgevallen: Introduceren volledig eenrichtingsverkeer Het nadeel van deze maatregel is dat het instellen van eenrichtingsverkeer niet is te handhaven. Ook leidt eenrichtingsverkeer tot extra verkeersbewegingen in het gebied en genereert dit extra verkeersdruk op de N242 en de Altonstraat. Bij afsluiting van de Plaetmanstraat is geen retourbeweging meer mogelijk op de Altonstraat (dit kan pas bij een noordelijke ontsluiting maar dat levert ook veel ‘omrijdverkeer’ op). Het is wel mogelijk een deel van de Schoutenbosweg op korte termijn in te richten als eenrichtingsverkeer in combinatie met het aangeven van de gewenste rijrichtingen; dit leid tot een verkeersveiliger wegbeeld. Afgevallen: Aanleggen inhaalhavens Het aanleggen van inhaalhavens is onveilig. Hierdoor rijdt het gemotoriseerd verkeer met hogere snelheid op de tussenliggende rechtstanden.

Ook is inpassing van inhaalhavens in het gebied moeilijk vanwege de aanwezige erftoegangen, bomenrijen en waterstructuur. Afgevallen: Aanleggen wegversmallingen Wegversmallingen passen niet bij de aanwezigheid van brede landbouwvoertuigen en vrachtwagens in het Altongebied. Fietsers komen bij wegversmallingen vaak in de knel, waardoor de verkeersonveiligheid toeneemt. Afgevallen: Maken van voetgangersvoorzieningen Er was een voorstel vanuit de werksessie waar de opgaven zijn bepaald om, naast de verbetering van de fietsstructuur, ook voorzieningen voor voetgangers toe te voegen in het Altongebied. Er zijn echter heel weinig voetgangers in het gebied, terwijl de realisatie van maatregelen voor voetgangers veel impact heeft qua kosten en ruimtelijke inpassing.

49 (71)

Specifieke voorzieningen voor voetgangers hebben in het gebied geen prioriteit. Wel is het wenselijk om verbindingen vanaf openbaar-vervoer-voorzieningen (zolang deze nog buiten het Altongebied liggen) voor voetgangers te verbeteren. Het aanbrengen van bermverharding kan voor voetgangers ook een verbetering van de situatie betekenen, omdat ze meer uitwijkruimte beschikbaar hebben. Afgevallen: Realiseren rechtsafvak N242 richting Schoutenbosweg In de fasering is op de middellange termijn een aanpassing van de aantakking Schoutenbosweg - N242 door het toevoegen van een rechtsafvak geen logische zet om de groei van het vrachtverkeer in deze hoek van Alton beter en veiliger te faciliteren. Ondanks dat het een kleine infrastructurele maatregel is blijkt dat deze maatregel voor een verkeersonveilige situatie zorgt door zogenoemde afdekongevallen. Het zicht op het verkeer achter het afslaande verkeer richting Alton wordt door de aanleg van het rechtsafvak belemmerd. Hierdoor is de kans groot dat verkeer vanuit de Schoutenbosweg de N242 opdraait zonder zicht te hebben op rechtdoorgaand verkeer met zware ongevallen tot gevolg. Er is geen snelheidsvermindering voor het doorgaande verkeer nodig terwijl dat op een dergelijk gevaarlijk punt juist wel gewenst is. Door het niet maken van een rechtsafvak remt het afslaande verkeer automatisch de verkeersstroom voor rechtdoor.

Ook wordt de oversteeklengte voor fietsers en voetgangers langer. Er is dan dus sprake van een onveiliger situatie dan zonder realisatie van een apart rechtsafvak. Afgevallen: Benutten opstelterrein ProRail Deze maatregel is niet geschikt door het type bedrijvigheid in het Altongebied, door de (beperkte) omvang van het gebied en vooral door het type product dat er verhandeld wordt (verse producten - bloemen en groente). Deze bedrijvigheid vereist snel transport van producten en steeds vaker direct naar de afnemer. Afgevallen: Benutten vervoer over water Deze maatregel is niet geschikt door het type bedrijvigheid in het Altongebied, door de (beperkte) omvang van het gebied en vooral door het type product dat er verhandeld wordt (verse producten - bloemen en groente). Deze bedrijvigheid vereist snel transport van producten en steeds vaker direct naar de afnemer. Afgevallen: Realiseren autotunnel tussen Alton I en Alton II Deze maatregel gaat uit van een nieuwe autoverbinding tussen Alton I en Alton II door middel van een tunnel waar vrachtverkeer ook gebruik van kan maken. Door deze tunnel is het mogelijk een eenrichtingslus in het gebied in te stellen en kunnen de Schoutenbosweg en Plaetmanstraat afgeknipt worden van de N242 en Altonstraat. De bereikbaarheid van het gebied is dan gegarandeerd via het zuiden.

Op basis van expert judgement is dit geen reële oplossing voor de voorliggende opgaven. Een tunnel is zeer lastig in te passen, is kostbaar en voor de beperkte verkeersintensiteit op deze specifieke verbinding niet passend en past ook niet in een optimale bereikbaarheid uit alle hoeken van de verschillende Altongebieden.

50 (71)

Afgevallen: Aanleggen aansluiting voor Alton II richting Smuigelweg (aan westzijde van spoor) Een optimalisatie van Alton II door de interne verkeersstructuur aan te sluiten op de kruising Smuigelweg is door de cultuurhistorische waarde van het gebied waar deze weg doorheen moet lopen geen mogelijkheid. Ook geldt dat de voornaamste bestemmingen aan de zuidkant van het Altongebied zijn gelegen. Het verbeteren van de aansluiting N242 - Schoutenbosweg is een maatregel die op een andere wijze invulling geeft aan de opgave om Alton II beter te ontsluiten. Een onderzoek naar het gebruik van de Laanderweg (zonder aanpassingen aan de spoortunnel) als noordelijke ontsluiting en als vervolg op de interne ontsluiting van het gebied is wel onderdeel van het toekomstbeeld voor het Altongebied. Afgevallen: CO2-pijplijn (i.p.v. aanvoer CO2 per as) Deze maatregel lijkt op korte termijn niet realiseerbaar en valt buiten het kader van het verkeersplan. 7.4 Voorkeursmaatregelenpakket en toets op opgaven De maatregelen die na de zeef overblijven vormen het pakket van maatregelen dat invulling geeft aan het toekomstbeeld 2040 voor het Altongebied. Deze maatregelen geven oplossingen voor de opgaven zoals beschreven in hoofdstuk 6. Het voorkeursmaatregelenpakket is nader uitgewerkt in Fase 3.

51 (71)

FASE 3 Uitwerken voorkeursmaatregelenpakket naar plantermijnen

52 (71)

8

Voorkeursmaatregelenpakket

In dit hoofdstuk zijn de kansrijke maatregelen voor het Altongebied nader uitgewerkt in een voorkeursmaatregelenpakket dat aansluit bij het toekomstbeeld Alton 2040. Het voorkeursmaatregelenpakket geeft antwoord op de voorziene knelpunten/opgaven en staat toekomstige ontwikkelingen binnen het gebied niet in de weg en er is rekening gehouden met de urgentie die door de ruimtelijke ontwikkelingen op sommige locaties in en rond Alton gevoeld wordt. Op basis van impact van de maatregelen en de inzet die op een aantal maatregelen ook nog geleverd moet worden (bijvoorbeeld studie en uitwerking van nieuwe ontsluitingsstructuur) zijn de maatregelen geplaatst binnen een reële fasering om te komen tot de realisatie van het toekomstbeeld. Daarin is er ook rekening mee gehouden dat niet alle maatregelen direct nodig zijn, omdat dit mede afhankelijk is van de snelheid waarmee het gebied zich ontwikkelt. Hier is in de structuurvisie Alton wel een doorkijk voor gegeven, maar het lijkt ons verstandig om de ontwikkelingen en groei van het gebied goed te monitoren, zodat duidelijk is wanneer en waar er eventueel problemen gaan optreden. De programmamanager belast met Alton moet een agenda hebben met het doel om maatregelen op tijd gereed te hebben om de feitelijke knelpunten voor te blijven en wellicht dus ook de maatregelen anders in de tijd te zetten dan dat nu is voorgesteld.

Juist ook omdat er nu geen duidelijk beeld is van de technologische ontwikkelingen, de rol van de veiling die nog verder kan wijzigen en ook de groei van de bedrijven niet vastligt. Wel is de eindsituatie bekend en wat dit voor gebied is geworden. Dan is pas bekend of alle maatregelen gerealiseerd zijn of dat gebleken is dat er een aantal maatregelen niet nodig zijn geweest, omdat het Altongebied ook zonder deze maatregelen goed functioneert. Er is in de fasering onderscheid gemaakt in maatregelen voor drie plantermijnen: • Korte termijn omvat maatregelen die binnen nul tot twee jaar gerealiseerd kunnen zijn. • Middellange termijn omvat maatregelen die binnen drie tot vijf jaar gerealiseerd kunnen zijn. • Lange termijn omvat studies naar ontwikkelingen die binnen de periode van zes jaar tot tien jaar zijn afgerond en daar waar nodig en mogelijk ook al gestart zijn met de realisatie. Een deel van de projecten zal echter pas gerealiseerd worden in de lange-termijn-periode van tien tot twintig jaar. Met het toekomstbeeld voor ogen is het duidelijk dat voor het Altongebied een combinatie van maatregelen nodig is die verbetering brengt voor het vestigingsklimaat, de verkeersveiligheid en de verduurzaming.

De inzet is dat de korte-termijn-maatregelen passen binnen het gewenste toekomstbeeld: maatregelen die nu genomen worden, moeten niet tegenstrijdig zijn met lange-termijn-maatregelen. 8.1 Korte termijn Maatregelen voor de korte termijn moeten gericht zijn op het veilig stabiliseren van de groei van het vrachtverkeer, omdat duidelijk is dat maatregelen op middellange en lange termijn niet meteen gerealiseerd kunnen worden en ook niet allemaal meteen nodig zijn. De maatregelen voor de korte termijn betreffen vooral maatregelen die met relatief weinig inzet van middelen snel opgepakt kunnen worden en op de plekken gerealiseerd worden waar de urgentie is. De maatregelen voor de korte termijn worden hierna toegelicht en er wordt aangegeven of de maatregel nadere studie behoeft. Ook staat de partij opgenomen die daadwerkelijk met de maatregelen aan de slag moet en welke partijen verder betrokken moeten zijn.

53 (71)

Voorkeursmaatregelenpakket Korte termijn (0 – 2 jaar) 1. Toevoegen van fietssuggestiestroken 2. Toevoegen van bermverharding 3. Toevoegen plateau’s op kruisingen 4. Instellen verbod vrachtverkeer Plaetmanstraat 5. Aanpassingen toegangswegen N242 – Schoutenbosweg – Noordscharwouderpolderweg Altonstraat 6. Verbeteren oversteekplekken voor fietsers en voetgangers 7. Instellen eenrichtingsverkeer (inrijverbod vrachtverkeer Schoutenbosweg richting N242) 8. Afstemmen van de gewenste aan- en afrijdroutes 9. Introduceren werkgeversaanpak 10. Introduceren fiets van de zaak 11. Realiseren van fietsvoorzieningen bij bedrijven 12. Stimuleren carpoolen 13. Introduceren bedrijfsbussen 14. Verbeteren openbaar vervoer (bijvoorbeeld buurtbus) 15. Introduceren deelfietsen 16. Afstemmen van de leveringsprocessen van de bedrijven

54 (71)

Figuur 8-1 Maatregelen korte termijn

KT 1 t/m KT 4: Verbeteren van interne bereikbaarheid en verkeersveiligheid

55 (71)

Om de interne bereikbaarheid en de verkeersveiligheid binnen het Altongebied te verbeteren zijn aanpassingen aan de interne wegen van het gebied op een aantal punten noodzakelijk. Het gaat hierbij vooral om maatregelen aan bestaande wegen die de veiligheid van alle gebruikers van het gebied verbeteren. In relatie tot het gewenste toekomstbeeld op de lange termijn is de keuze gemaakt om geen volledige fysieke uitbreiding (verbreding) van bestaande wegen te realiseren. Deze maatregelen hebben een hoge urgentie. Gezien de beperkte ruimte van de bestaande dwarsprofielen is een optimaal profiel met vrijliggende fietspaden en een optimale breedte van de rijbanen zonder grote investeringen en nadere studie niet mogelijk. Op dit moment lijkt deze maatregel voor de huidige omvang van het aantal fietsers in het gebied ook te vroeg te komen. Bij toename van het aantal fietsers op langere termijn is de realisatie van een vrijliggende fietsstructuur oost-west en noord-zuid als onderdeel van de regionale fietsstructuur wel de moeite waard. Een ligging van een fietspad gekoppeld aan de fietstunnel en de route Schoutenbosweg - Plaetmanstraat is een mogelijke invulling om te komen tot een realisatie van een dergelijke fietsverbinding. Het realiseren van fietssuggestiestroken zijn voor de korte en middellange termijn de gewenste maatregel voor veilig fietsverkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=433fb514-3bf7-4dfa-a351-366dbe66a1a5