CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende (milieu)onderzoeken project Berkheidelaan

Gemeenteraad 20 juni 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbesluit omgevingsvergunning en ontwerpverklaring van geen bedenkingen woningbouwproject Berckheidelaan te Heerhugowaard23.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

DUURZAAMHEID Algemeen Het duurzame beleid van de Nederlandse overheid is vastgesteld in onder andere de Energieagenda (2016). Het doel van deze agenda is om de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 te bewerkstelligen. In het Klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de twee graden Celsius, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad Celsius te realiseren. Dat vraagt om een drastische reductie van het gebruik van fossiele energie, tot dichtbij nul in het jaar 2050. Elektriciteit wordt dan duurzaam opgewekt, gebouwen worden voornamelijk verwarmd door aardwarmte en elektriciteit, bedrijven hebben hun productieprocessen aangepast, er wordt niet langer op aardgas gekookt en er rijden vrijwel alleen maar elektrische auto’s. Tot 2020 neemt de CO2-uitstoot fors af. Doorzetten van het huidige beleid is na 2020 echter onvoldoende om een geleidelijke transitie mogelijk te maken. Zonder aanvullend beleid zal de CO2-uitstoot zelfs weer kunnen toenemen. Voor de bestaande woningvoorraad betekent een geleidelijke transitie dat jaarlijks 170.000 woningen aangepast dienen te worden. Voor de nieuwbouw van woningen bepaalt de Europese EPBD-richtlijn de ambitie om tot bijna energie-neutrale gebouwen te komen. Vanaf 2021 moeten alle nieuwe gebouwen voldoen aan overeenkomstige wettelijke vereisten.

Nieuwe woningen moeten worden voorzien van warmtepompen, zonnecollectoren en extra isolatie en eisen worden gesteld aan de maximum vervuiling van auto’s. Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 28

Daarnaast heeft gemeente Dijk en Waard een beleidsprogramma Klimaatadaptatie 2021 – 2026 (zie paragraaf 3.4.5).

Relatie tot ontwikkeling De nieuw te bouwen appartementen worden conform de laatste wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid ontworpen. Dit betekent onder andere gasloze woningen, het realiseren van PV-panelen en het bouwwerk zal voldoen aan de BENG eisen. Er wordt LED verlichting toegepast in de algemene ruimtes en er wordt duurzaam gebouwd door het gebruik van FSC hout. Daarnaast wordt aandacht besteed aan klimaatadaptie en het versterken van de biodiversiteit door de buitenruimte zoveel mogelijk groen in te richten met een diversiteit aan beplanting (hagen, bomen, grassoorten en beplanting met ecologische kwaliteit). In het kader van klimaatadaptie wordt er waterberging op het eigen terrein toegepast met een range van 40 – 70 mm per uur. In het plan zijn warmtepompen met buitenunits opgenomen. In dit kader wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen een geluidsonderzoek gevoegd om aan te tonen dat aan de geluidseisen voor warmtepompen in het kader van het Bouwbesluit wordt voldaan.

Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in diverse duurzaamheidsmaatregelen en voldoet daarmee aan de ambities van gemeente Dijk en Waard.

EXTERNE VEILIGHEID Algemeen Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang:  Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen.  Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp.

Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd. Vanwege werkzaamheden aan de risicokaart van BIJ12 is de veiligheidskaart van Atlas Leefomgeving geraadpleegd op 8 april 2021.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 29

Relatie tot ontwikkeling Op de risicokaart is te zien dat:  Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting;  Het projectgebied niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen;  Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een nabij gelegen transportroute;  Het projectgebied niet ligt binnen het invloedsgebied van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. Figuur 10. Uitsnede veiligheidskaart, plangebied oranje omcirkeld (bron: Atlas Leefomgeving).

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

GELUID Algemeen In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit:  woningen;  onderwijsgebouwen;  ziekenhuizen;  verpleeghuizen;  verzorgingstehuizen;  psychiatrische inrichtingen;  kinderdagverblijven. Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 30

Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen.

Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder, namelijk woningen. In dit kader is door M+P een akoestisch uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels. De rapportage d.d. 8 februari 2023 is terug te vinden in de bijlagen bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing. In deze rapportage wordt ook ingegaan op geluidsaspecten in het kader van de nabijgelegen supermarkt en gymzaal. Deze aspecten zijn al behandeld in paragraaf 4.3 milieuzonering, in voorliggende paragraaf wordt enkel ingegaan op wegverkeerslawaai. Het plangebied ligt binnen de zone van de Krusemanlaan en de Middenweg. De geluidsbelasting van deze wegen wordt getoetst aan de Wet geluidhinder. Daarnaast worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening de omliggende 30 km/uur wegen beschouwd. De geluidsbelasting vanwege de Krusemanlaan en de Middenweg bedraagt na aftrek maximaal Lden = 39 en Lden = 37 dB. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. De geluidsbelasting vanwege de Berckheidelaan-Rembrandtstraat bedraagt na aftrek maximaal Lden = 50 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde met maximaal 2 dB overschreden. Omdat het om een 30 km/uur weg gaat is het niet noodzakelijk om hogere waarden vast te stellen.

Wel wordt de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde beschouwd in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Recent zijn nieuwe emissiekentallen voor wegverkeer gepubliceerd. Deze behoren bij het nieuwe reken- en meetvoorschrift dat met de Omgevingswet wordt ingevoerd. De emissiekentallen zijn bij lage rijsnelheden enkele dB’s lager dan in het huidige reken- en meetvoorschrift. Het geluid wordt daarmee lager dan de voorkeursgrenswaarde. Uitgaande van een standaard gevelwering van 20- 25 dB voor de nieuwbouwwoningen en de nieuwe emissiekentallen voor wegverkeer kan overal ruimschoots voldaan worden aan een binnenniveau van 33 dB(A). Gezien de beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde wordt de situatie als acceptabel geacht.

Conclusie Het plangebied ligt binnen de zone van de Krusemanlaan en de Middenweg en bevinden zich op korte afstand 30 km/uur wegen. De geluidsbelasting vanwege bovengenoemde wegen is berekend. Uit de resultaten kan het volgende worden geconcludeerd:  De geluidsbelasting vanwege de Krusemanlaan en de Middenweg voldoet ruimschoots aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.  Vanwege de nabijgelegen 30 km/uur wegen voldoet het geluid aan de gebruikelijke grenswaarde voor niet-gezoneerde wegen, waarmee sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

KABELS EN LEIDINGEN Algemeen Voor sommige kabels en leidingen is het belangrijk deze op te nemen in het bestemmingsplan of te toetsen in een ruimtelijke onderbouwing. Het gaat dan niet om de algemene nutsleidingen, maar om de leidingen waarbij bijvoorbeeld een veiligheidszone geldt of leidingen die een risico zijn als ze bij werkzaamheden Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 31

geraakt worden. Bepaalde leidingen moeten vanuit regelgeving of rijksbeleid in een bestemmingsplan worden opgenomen. Dit is het geval bij bovengrondse hoogspanningslijnen en buisleidingen. Bij andere leidingen bepaald bevoegd gezag of dit wenselijk is, dit is bijvoorbeeld steeds vaker het geval bij ondergrondse hoogspanningsverbindingen. Dergelijke leidingen kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van de omgeving. De (planologische relevante) leidingen dienen als zodanig te worden bestemd en daarbij dient de afstand die moet worden vrijgehouden van bebouwing ter bescherming van de leiding, te worden aangeduid. Dit betreft de zogeheten beschermingszone.

Relatie tot ontwikkeling Het plangebied is op circa 575 meter van de ondergrondse hoogspanningslijn 150 kV OterleekHeerhugowaardkabel gelegen. Het betreft een hoogspanningslijn in het beheer van Liander. Deze kabel kent een beperkingzone van 30 meter aan weerszijde van de kabel. Het projectgebied ligt ruim buiten deze zone en ondervindt geen hinder van de hoogspanningslijn. Figuur 11. Uitsnede Hoogspanningskaart, plangebied oranje omcirkeld.

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

LUCHTKWALITEIT Algemeen In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de luchtkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). In het Besluit NIBM en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 32

gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De definitie van ‘niet in betekenende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling NIBM uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder:  woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen;  kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen.

Relatie tot ontwikkeling In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 29 woningen. Op basis van bovenstaande voorbeelden mag geconcludeerd worden dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt. Voor de volledigheid is op basis van de berekende verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.11) de NIBM-rekentool gebruikt. Op basis daarvan kan eveneens geconcludeerd worden dat de grenswaarde van 3% niet wordt overschreden en de ontwikkeling daarmee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een luchtkwaliteitsonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Figuur 12. NIBM-rekentool (geraadpleegd op 10 januari 2023).

In aanvulling op het bovenstaande wordt opgemerkt dat binnen de ontwikkeling geen gevoelige bestemmingen zoals bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) mogelijk worden gemaakt. Het gaat hier dan om scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Ook om deze reden is een aanvullend luchtkwaliteitsonderzoek niet nodig. Goed woon- en leefklimaat In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een goed woon- en leefklimaat te worden gewaarborgd. Op basis van de NSL Monitoringstool kan worden beoordeeld wat de huidige grootschalige achtergrondconcentratie voor een bepaald jaar is ter plaatse van een specifieke locatie. Aan de hand daarvan kan worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de projectlocatie. De grenswaarden voor toetsing van deze jaargemiddelde concentraties zijn: 40 µg/m3 voor stikstofdioxide NO2, 40 µg/m3 voor fijnstof PM10 en 25 µg/m3 voor fijnstof PM2,5. Onderstaande tabel toont de grootschalige achtergrondconcentraties ter plaatse van het dichtstbijzijnde rekenpunt nabij de projectlocatie (geraadpleegd via NSL Monitoringstool op 2 augustus 2022). Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 33

Tabel 2. Jaarlijkse achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM 2,5 ter plaatse van de projectlocatie (bron: nsl-monitoring.nl). Jaar GCN-achtergrondconcentratie locatie ID 10742 NO2 (µg/m3)

PM10 (µg/m3)

PM2,5 (µg/m3)

2020

13,8

15,6

7,6

2030

8,1

13,5

6,2

Grenswaarden

40

40

25

Uit de tabel blijkt dat de grenswaarden ter plaatse van de projectlocatie, van zowel fijnstof als stikstofdioxide, niet worden overschreden. De maximale bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is niet van zodanige omvang dat een overschrijding van de grenswaarden hierdoor te verwachten is.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

NATUUR Algemeen Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000gebieden.

Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Voorheen gold hier de regeling Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor, maar naar aanleiding een tweetal belangrijke uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (mei 2019) is deze regeling komen te vervallen. Als gevolg hiervan dient in Nederland voor elk project een stikstofdepositieberekening uitgevoerd te worden. Wanneer uit de rekenresultaten een hogere depositie dan 0,00 mol/ha/jaar, kan al sprake zijn van een significant negatief effect. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 34

gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN.

Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie bestaat op dit moment uit een grasveld. De opstallen en verharding van de voormalige basisschool is reeds geruime tijd gesloopt en verwijderd. Het grasveld wordt bestendig onderhouden en gemaaid en vormt op dit moment geen geschikte biotoop voor beschermde soorten. Natuurlijk blijft de algemene zorgplicht van toepassing, maar vooralsnog vormt het aspect flora en fauna geen belemmering voor de realisatie van de appartementen. Wel dient in het kader van gebiedsbescherming onderzoek worden verricht naar de gevolgen van de aanlegen gebruiksfase van de nieuwbouw ten aanzien van de stikstofeffecten op nabijgelegen Natura 2000 gebieden. In dit kader is door MBH consultants een stikstofberekening uitgevoerd. De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen(stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied is (natura2000.nl) Schoorlse Duinen op circa 6 kilometer afstand van de projectlocatie. Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd.

Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j, Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

VERKEER EN PARKEREN Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dienen verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. Daarbij is de parkeerbehoefte, verkeersgeneratie en de ontsluiting van belang. Hierdoor kan de realisatie van voldoende parkeerplaatsen worden gewaarborgd en worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan. De genoemde verkeersaspecten worden hierna achtereenvolgens behandeld.

Relatie tot ontwikkeling Parkeren Auto Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en/of wijzigingen in het gebruik van gronden en opstallen worden parkeernormen/parkeerkencijfers gebruikt om het benodigde aantal parkeerplaatsen te bepalen. Hiermee wordt ervoor gezorgd dat de parkeerdruk zoveel mogelijk wordt verspreid. Op 20 december 2022 heeft de gemeenteraad van Dijk en Waard de Nota Parkeernormen 2022 vastgesteld. Voorheen kon de juridische verankering van parkeernormen worden geborgd via de bouwverordening. Door wijzigingen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de juridische borging van het parkeerbeleid te gebeuren via het bestemmingsplan. Om deze reden is voor het gehele grondgebied van de voormalige gemeente Heerhugowaard, met uitzondering van de gebieden waarvoor een beheersverordening geldt, te weten beheersverordening 'Buitengebied' en beheersverordening 'Heerhugowaard Zuid', het

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 35

paraplubestemmingsplan “Wonen en parkeren” op 16 februari 2021 vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan geldt aanvullend op de vigerende bestemmingsplannen. Gemeente Dijk en Waard hanteert parkeernormen die zijn beschreven in de Nota Parkeernormen 2022. Aan de hand van deze normen is vooraf een beeld geschetst van de toename in parkeerdruk die door de ontwikkeling wordt veroorzaakt. Daarbij is de theoretische parkeerbehoefte van functies in het gebied op de verschillende maatgevende momenten afgezet tegen de theoretische parkeerbehoefte van de toekomstige functies op deze momenten. De projectlocatie ligt binnen de zone C “Stedelijk’. De parkeernorm op basis van de parkeernota betreft 1,1 parkeerplaatsen per woning voor studio’s in de sociale huur en 1,2 parkeerplaatsen per woning voor sociale huurappartementen <75 m2 en 1,3 parkeerplaats per woning voor sociale huurappartementen >75 m2 binnen deze zone. De bezoekersnorm is 0,3 per woning en zit in de gehanteerde normen. Op basis van het programma, de normen en het aanwezigheidspercentage is de volgende parkeerbalans opgesteld.

Op basis van deze parkeerbalans is er op het maatgevende moment (werkdagavond) een parkeerbehoefte van 31,9 parkeerplaatsen. In totaal worden er 29 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd, exclusief voor deze ontwikkeling. Daarnaast is in overleg tussen Woonwaard en gemeente Dijk en Waard afgesproken dat er nog 3 nieuwe parkeerplaatsen in het openbaar gebied door de gemeente worden aangelegd. Hierdoor worden en in totaal 32 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd en wordt voorzien in de parkeerbehoefte van het nieuwbouwplan. Fiets Naast het voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor de auto dient ook te worden voorzien in genoeg stallingsruimte voor de fiets. In voorliggend project krijgt elke woning een eigen berging op de begane grond. Daarnaast wordt er op de begane grond ook nog inpandig ruimte gecreëerd voor een fietsenstalling. In de buitenruimte komt eveneens stallingsruimte voor bezoekers. Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is de CROW publicatie 381 geraadpleegd. Hierbij hebben de volgende invoergegevens als uitgangspunt gediend: hoofdgroep wonen – rest bebouwde kom, sterk stedelijk gebied Heerhugowaard, appartementen midden/goedkoop. Dit levert een maximale verkeersgeneratie van 4 bewegingen per woning op. 

29 x 4 = 116 motorvoertuigen per etmaal.

De verkeersgeneratie van de woningen kan goed opgevangen worden door de bestaande wegenstructuur.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 36

Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

WATER Algemeen Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het doorlopen van de watertoets verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg tussen de initiatiefnemer en de waterbeheerder aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt.

Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is gelegen binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Ten behoeve van deze ontwikkeling is op 9 januari 2023 de digitale watertoets doorlopen. Op basis daarvan is op 9 januari 2023 het plan toegestuurd aan het Hoogheemraadschap. Het Hoogheemraadschap heeft op 6 februari 2023 per mail een positief advies gegeven op de wijze waarop omgegaan wordt met de wateraspecten. In deze paragraaf worden de wateraspecten nader beschouwd. Waterkwaliteit Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. Waterkwantiteit Het betreft hier een herstructurering van een voormalige basisschoollocatie. Destijds was sprake van een vrijwel volledig verharde situatie, zie figuur 13. Deze bebouwing is gesloopt en de verharding is verwijderd waardoor op dit moment enkel een grasveld aanwezig is. De nieuw te bouwen appartementen hebben een voetprint van 694 m2. Daarnaast wordt het terrein gedeeltelijk verhard met een rijweg (baksteenklinkers), buitenruimte (terrassen op de begane grond). De parkeerplaatsen worden halfverhard aangelegd.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 37

Figuur 13. Luchtfoto oude situatie met basisschool (bron: Bing.nl) .

Ondanks de extra verharding ten opzichte van de huidige feitelijke situatie, betreft dit een locatie die in het verleden vrijwel volledig verhard was en op basis van het geldende bestemmingsplan (zie paragraaf 2.3) ook volledig verhard mag worden. Figuur 14. voorlopige terreinindeling en verharding (bron: CH|NL) .

Woningcorporatie Woonwaard heeft een belangrijke sociaal maatschappelijke verantwoording bij de realisatie van dit project, zowel voor onze eigen bewoners als voor de omgeving. Ook als het om duurzaamheid,

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 38

klimaatadaptie en water gaat. Woonwaard heeft met de gemeente Dijk en Waard afgesproken dat zij zorgen voor minimaal 40mm met een range tot 70mm, waterberging op locatie. Er wordt dus minimaal 40mm waterberging gerealiseerd door:  mos-sedum dakbedekking/ afwerking in combinatie met waterberging in of onder de bestrating van het parkeerterrein. Hoe we dit gaan doen is nog onderwerp van onderzoek. Hierbij denken wij aan infiltratiekratten of grindkoffers of dergelijke.  standaard dakbedekking met waterberging onder de bestrating zoals hierboven beschreven. (wel groter uiteraard) Daarnaast is het de wens om waterdoorlatende bestrating toe te passen zonder straatkolken en dergelijke. Dit wijkt vooralsnog af van de halfverharding die nu op tekening staat (figuur 14). Feitelijk wordt alle bestrating voor de rijweg en parkeerplaatsen dus waterdoorlatend uitgevoerd. Er wordt een integraal ontwerp inclusief realisatie uitvraag in de markt gezet waarbij de gemeente wordt betrokken. Indien gewenst / nodig kan ook het Hoogheemraadschap betrokken worden. Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen binnen een beschermingszone van een primaire of secundaire waterloop. Riolering De beoogde ontwikkeling zal aansluiten op de bestaande riolering. Op de locatie is enkel een gemengd rioolstelsel aanwezig.

Met de gemeente is afgesproken dat het hemelwater wordt aangesloten op de put nabij de supermarkt die vervolgens weer is aangesloten op de duiker. Het hoogheemraadschap heeft per mail aangegeven hiermee akkoord te zijn.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.

(VORMVRIJE) M.E.R-BEOORDELING Algemeen De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Sinds 16 mei 2017 dient het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen teneinde vast te stellen of voor een ruimtelijke ontwikkeling kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld door de initiatiefnemer. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 39

Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van 29 appartementen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden getypeerd als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Een stedelijk ontwikkelingsproject staat genoemd in bijlage D, onderdeel D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer het betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Onderhavige ontwikkeling valt daarmee ruim onder de drempelwaarden. Er geldt geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht, een vormvrije m.e.r.-beoordeling is wel noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aanmeldnotitie m.e.r. Ten behoeve van de ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld. De aanmeldnotitie met daarin opgenomen de vormvrije m.e.r.-beoordeling van 11 april 2023 is toegevoegd aan de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Geconcludeerd wordt dat de realisatie van 29 woningen geen significant negatieve milieueffecten met zich meebrengt. Een m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. Op basis van de aanmeldnotitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 40

5

BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen. Ten behoeve van de herontwikkeling aan de Berckheidelaan te Heerhugowaard is een overeenkomst gesloten tussen gemeente Dijk en Waard en initiatiefnemer. Hierin wordt overeengekomen dat op het moment er sprake is van planschade, voortvloeiend uit voorliggende planologische mutatie, deze schade in zijn geheel ten laste komt aan initiatiefnemer.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie In februari 2022 is een eerste informatieavond gehouden voor de buurt waarin de plannen zijn getoond. Ook is er contact geweest met de naastgelegen Aldi over onze plannen. Op 12 april 2023 is een tweede informatieavond gehouden in de gymzaal gelegen aan de Rembrandtstraat te Heerhugowaard (grenzend aan het projectgebied). Zowel gemeente Dijk en Waard als Woonwaard zijn hier aanwezig geweest om vragen van belanghebbenden te beantwoorden. Er werden vragen gesteld betreffende zaken als parkeren, bouwhoogte en bezonning. Over deze aspecten worden in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing uitgebreid ingegaan. Daarnaast zijn vragen gesteld over de wijze van bouwen (heien) en geluid van installaties/warmtepompen. Hierover is in ieder geval het volgende afgesproken: 1. Funderingssysteem; zorgen over trillingen en schade omdat veel woningen in de omgeving ‘op staal’ zij n gefundeerd. Hierover is toegezegd en afgestemd met de constructeur dat er met grondverdringende boorpalen (DPA palen), wordt gewerkt. 2. Geluid van installaties/ warmtepompen; hierover zijn vragen gesteld m.b.t. welk systeem etc. Wij hebben hierbij aangegeven dat er een warmtepomp systeem in elke woning wordt geplaatst van ± 600 x 600 x 1800 hoog. Deze unit heeft een lucht aanzuig- en een lucht-afblaaskanaal in de gevel.

Hiermee wordt er dus geen geluid aan de buitenzijde van het gebouw geproduceerd.

Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt tevens de uitgebreide planologische procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een inspraakreactie of zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 41

6

CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel 29 sociale huurwoningen te realiseren. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse omgevingsaspecten en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.

Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO

Pagina | 42

Onderzoek stikstofdepositie Nieuwbouw 29 appartementen, hoek Rembrandtstraat / Berckheidelaan te Heerhugowaard

Patrick van Manen| MBH Consult B.V. 24 april 2023

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

Onderzoek stikstofdepositie HHG00-N-6868

Opdrachtgever

Woonwaard

Opsteller

P. van Manen, BEc MBH Consult B.V. Ottostraat 11 6716BG Ede 06-40961329 patrick@mbhconsult.nl

1

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.

Toetsingskader ................................................................................................................................ 5

2.

Uitgangspunten ............................................................................................................................... 6

3.

2.1

Plangegevens ........................................................................................................................... 6

2.2

Bouwfase ................................................................................................................................. 7

2.3

Gebruiksfase ............................................................................................................................ 9

Berekeningsresultaten .................................................................................................................. 10 3.1

Bouwfase ............................................................................................................................... 10

3.2

Gebruiksfase .......................................................................................................................... 10

3.3

Conclusie ............................................................................................................................... 10

2

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

Inleiding Woonwaard heeft MBH Consult B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van het realiseren de nieuwbouw van een appartementencomplex met 29 appartementen te Heerhugowaard. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.

Figuur 1.1

Situering plangebied

3

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het meest nabij gelegen(stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied is (natura2000.nl): -

Schoorlse Duinen (ca. 6 km)

Voorgaand is zichtbaar in figuur 1.2

Figuur 1.2

Omliggende Natura 2000-gebieden

4

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

1. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Een project dat significante gevolgen kan hebben, is natuurvergunningplichtig. Ter beoordeling daarvan is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de Aerius Calculator, zoals voorgeschreven in artikel 2.1 van de Regeling natuurbescherming. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig.

5

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

2. Uitgangspunten 2.1 Plangegevens Met het plan wordt de nieuwbouw van een appartementencomplex met 29 appartementen op de hoek van de Berckheidelaan / Rembrandtstraat te Heerhugowaard mogelijk gemaakt. Het pand zal worden gebouwd op een momenteel onbebouwd perceel, kadastraal bekend als HHG00-N-6868. Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd door MBH Consult en een check bij een bouwkundig aannemer. Gebruiksfase De woningen worden uitgevoerd middels een gasloos energieconcept. Derhalve zijn gebouwemissies niet relevant. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘ Toekomstbestendig Parkeren’(2018). Rekenjaar Er is gerekend met rekenjaar 2023, omdat het plan mogelijk in 2023 kan aanvangen. Worst case worden alle bouwactiviteiten in 1 jaar ingerekend. AERIUS versie Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de laatste versie van AERIUS(2022).

6

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

2.2 Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De gegevens worden verworden door een analyse van de uit te voeren bouwactiviteiten, door gebruik te maken van onderzoeken naar vergelijkbare panden uitgevoerd door MBH Consult en door een check bij een bouwkundig aannemer. De werktuigen worden als vlakbron ingegeven op de projectlocatie, omdat deze geen vast emissiepunt hebben maar over het gehele terrein zullen bewegen. De ingegeven uren betreffen uren van de totale inzet inclusief stationaire draai. Aggregaten zijn niet aan de orde, omdat gebruik gemaakt kan worden van een bouwstroomaansluiting. Het verbruik is bepaald o.b.v. TNO Rapport R110861 . Het betreft de volgende tabel:

Tabel 1.1

Brandstofverbruik mobiele werktuigen volgens TNO

Voorgenoemd leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 1.2

Inzet mobiele werktuigen

1

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/06/18/eindrapp ort-data-onderzoek-mobiele-machines-innederland/eindrapport+data+onderzoek+mobiele+machines+in+nederland.pdf

7

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen Vervoersbewegingen Gebaseerd op de omvang van de werkzaamheden en de verwachte tijdsduur zijn de volgende retourbewegingen aan de orde:

Tabel 1.3

•

Retourbewegingen bouwfase

Vervoer van bestelbusjes tot en met 1-assige vrachtwagens vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer2. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de door CROW opgegeven verkeersgeneratie voor licht verkeer

Stationair draaien In de gebruiksfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een puntbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een schatting van de stationaire draaiuren en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie.3 Dit leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 1.4

•

Emissies stationair vrachtverkeer

Het aantal jaarlijkse bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen zijn. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden

Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie 20224 is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg. Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten tot aan de N194. Aldaar wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer binnen de bebouwde kom.

2

https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/01/Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator2022.pdf 3 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/01/Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator2022.pdf 4 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/01/Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator2022.pdf

8

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

2.3 Gebruiksfase Gebouwemissies gebruiksfase De woningen worden uitgevoerd middels een gasloos energieconcept. Derhalve zijn gebouwemissies niet relevant. Licht verkeer en zwaar verkeer In de gebruiksfase is er sprake van emissies door verkeersgeneratie. Het effect van de verwachte toename in verkeersbewegingen verkeer dient te worden berekend. De verkeersgeneratie is berekend door gebruik te maken van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’(2018). Voorgaand leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 2.1

• • • •

Berekening verkeersbewegingen gebruiksfase

Licht verkeer is worst case berekend op basis van tabel A4.2 Hoofdgroep wonen, koop, huis, vrijstaand Er is gekozen voor de maximale voertuigbewegingen per etmaal uit de betreffende tabel CROW geeft een standaard cijfer van 0,02 voertuigbewegingen per etmaal voor zwaar verkeer per woning Vervoer van bestelbusjes van bijvoorbeeld pakketdiensten vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer5. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de door CROW opgegeven verkeersgeneratie voor licht verkeer

Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie 20226 is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg. Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten tot aan de N194. Aldaar wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer binnen de bebouwde kom.

5

https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/01/Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator2022.pdf 6 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/01/Instructie-gegevensinvoer-voor-AERIUS-Calculator2022.pdf

9

Onderzoek stikstofdepositie nieuwbouw appartementen

3. Berekeningsresultaten 3.1 Bouwfase De berekening van het projecteffect van de bouwfase is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect van de bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden

3.2 Gebruiksfase De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect van de bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden

3.3 Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j, Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.

10

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

MBH Consult B.V. berckheidelaan, 1701 VG Heerhugowaard nieuwbouw 29 appartementen bouwfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RSWgN3Cz89s5 24 april 2023, 11:30 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Bouwfase - Beoogd Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

2023 -

3,9 kg/j

158,0 kg/j

2/8

Projectberekening

Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 2 3 

Anders... | Anders... | Projectlocatie Anders... | Anders... | Stationaire draai vrachtverkeer Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen Verkeersnetwerk

RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

40,0 g/j 4,1 kg/j 3,5 kg/j 145,5 kg/j 0,3 kg/j 8,4 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Bouwfase, Rekenjaar 2023 1

Anders... | Anders...

Naam Projectlocatie Uittreedhoogte Locatie X:118823,73 Warmteinhoud Y:520956,5 Spreiding Oppervlakte 0,22 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Anders... | Anders...

Naam Stationaire draai Uittreedhoogte vrachtverkeer Warmteinhoud Locatie X:118823,73 Spreiding Y:520956,5 Oppervlakte 0,22 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

0,0 m 0,000 MW 0m

0,0 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

4,1 kg/j 40,0 g/j

6/8

Projectberekening

3

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen X:118823,73 Y:520956,5 0,22 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja tractor

Brandstof­verbruik

3250 l/j 364 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1760 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1760 l/j

betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

156 l/j

hijskraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

5104 l/j

betonstorter Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

156 l/j

onvoorzien

2200 l/j

heistelling

4

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

Max. snelheid

NOₓ

40 u/j

18 l/j

NOₓ

80 u/j

88 l/j

NOₓ NH₃

80 u/j

88 l/j

NOₓ NH₃

20 u/j

8 l/j

NOₓ NH₃

232 u/j 255 l/j

NOₓ NH₃

20 u/j

8 l/j

NOₓ NH₃

Verkeersbewegingen X:119265,63 Y:521099,65 1.405,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

160 u/j 176 l/j

Stof Emissie

NH₃

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Draaiuren AdBlue verbruik

NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

shovel

145,5 kg/j 3,5 kg/j

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

200 u/j 110 l/j

NOₓ NH₃

27,1 kg/j 0,8 kg/j 3,9 kg/j 87,4 g/j 18,0 kg/j 0,4 kg/j 18,0 kg/j 0,4 kg/j 1,6 kg/j 37,4 g/j 52,3 kg/j 1,2 kg/j 1,6 kg/j 37,4 g/j 23,0 kg/j 0,5 kg/j

Links Rechts NOₓ 8,4 kg/j Type scherm - NO₂ 2,3 kg/j Hoogte - NH₃ 0,3 kg/j Afstand tot de weg - -

Voertuigbewegingen

7.000,0 p/jaar 0,0 p/jaar 1.160,0 p/jaar 0,0 p/jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RSWgN3Cz89s5 (24 april 2023)

8/8

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

MBH Consult B.V. berckheidelaan, 1701 VG Heerhugowaard nieuwbouw 29 appartementen gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RTgb58xD4VFR 24 april 2023, 11:30 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RTgb58xD4VFR (24 april 2023)

2023 -

2,1 kg/j

31,7 kg/j

2/6

Projectberekening

Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 

Anders... | Anders... | Projectlocatie Verkeersnetwerk

RTgb58xD4VFR (24 april 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

2,1 kg/j

31,7 kg/j

3/6

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RTgb58xD4VFR (24 april 2023)

4/6

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RTgb58xD4VFR (24 april 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)

-

-

5/6

Projectberekening

Gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1

Anders... | Anders...

Naam Projectlocatie Uittreedhoogte Locatie X:118823,73 Warmteinhoud Y:520956,5 Spreiding Oppervlakte 0,22 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

0,0 m 0,000 MW 0m

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer

Verkeersbewegingen X:119265,63 Y:521099,65 1.405,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 31,7 kg/j Type scherm - NO₂ 7,0 kg/j Hoogte - NH₃ 2,1 kg/j Afstand tot de weg - -

Voertuigbewegingen

249,4 p/etmaal 0,0 p/etmaal 0,6 p/etmaal 0,0 p/etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RTgb58xD4VFR (24 april 2023)

6/6

van M+P | Onderdeel Müller-BBM groep

Mensen met oplossingen

Rapport

Akoestisch onderzoek bouwplan Berckheidelaan 4 Heerhugowaard

M+P.MEES.22.04.1 | 8 februari 2023

Colofon Opdrachtnemer

M+P raadgevende ingenieurs BV

Opdrachtgever

Woonwaard Postbus 326 1800 AH ALKMAAR

Opdrachtnummer

-

Titel

Akoestisch onderzoek bouwplan Berckheidelaan 4 Heerhugowaard

Rapportnummer

M+P.MEES.22.04.1

Revisie

0

Datum

8 februari 2023

Aantal pagina‘s

41

Auteurs

ing. Saskia Hardeman

Contactpersoon

ir. Theodoor Höngens | 0297-320651 | aalsmeer@mp.nl

M+P

Visserstraat 50 | 1431 GJ Aalsmeer Wolfskamerweg 47 | 5262 ES Vught www.mp.nl | onderdeel van de Müller-BBM groep | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

Copyright

2

© M+P raadgevende ingenieurs BV | Niets van deze rapportage mag worden gebruikt voor andere doeleinden dan is overeengekomen tussen de opdrachtgever en M+P (DNR 2011 Artikel 46).

M+P.MEES.22.04.1

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Situatie

5

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Toetsingskader Wegverkeerslawaai Wet geluidhinder Stappenplan VNG Activiteitenbesluit Cumulatie

6 6 7 7 8

4 4.1 4.2 4.3

Uitgangspunten Wegverkeersberekeningen Aldi supermarkt Sporthal

9 9 9 11

5 5.1 5.2 5.3

Resultaten Wegverkeer Aldi supermarkt Sporthal

12 12 12 12

6

Conclusie

13

7

Verwijzingen

14

bijlage A

Figuren

15

bijlage B

Rekenresultaten

19

bijlage C

Verkeersintensiteiten (basismodel 2030)

23

bijlage D

Uitwerking geluidsmetingen

25

bijlage E

Invoergegevens rekenmodel

32

bijlage F

Rooster sporthal

38

M+P.MEES.22.04.1 | 8 februari 2023

3

1

Inleiding In opdracht van Mees Ruimte & Milieu is er door ons bureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het woningbouwproject Berckheidelaan 4 te Heerhugowaard. In de nabijheid van het plan bevindt zich een supermarkt en een sporthal. De geluidsbelasting van beide wordt bepaald en er zal worden getoetst of er sprake is van een goed/acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat en of de supermarkt en sporthal niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering door de komst van de woningen. Verder ligt het plangebied binnen de zone van de Krusemanlaan en de Middenweg. De geluidsbelasting van deze wegen wordt getoetst aan de Wet geluidhinder. Daarnaast worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening de omliggende 30 km/uur wegen beschouwd. In het volgende hoofdstuk is de situatie afgebeeld. In hoofdstuk 3 is het toetsingskader toegelicht. Hoofdstuk 4 geeft een omschrijving van de uitgangspunten voor de geluidsberekeningen en in hoofdstuk 5 zijn de resultaten opgenomen.

4

M+P.MEES.22.04.1 | 8 februari 2023

2

Situatie In figuur 1 is de is de locatie van het bouwplan opgenomen. Op 150 meter ten noorden van de locatie bevindt zich de Krusemanlaan en op 200 meter ten westen de Middenweg. Om de locatie heen loopt de Rembrandtstraat-Berckheidelaan. Dit zijn beide 30 km/uur wegen. Verder bevindt zich aan de oostzijde op 20 meter afstand een Aldi supermarkt en op 10 meter ten zuiden een sporthal.

Krusemanlaan 50 km/uur

woningbouwlocatie

Aldi

Sporthal

figuur 1

situatie

M+P.MEES.22.04.1 | 8 februari 2023

5

3

Toetsingskader Het wettelijk kader rondom de geluidsbelasting vanwege wegverkeer is vastgesteld in de Wet geluidhinder 2012 [1]. De geluidsbelasting voor wegverkeer wordt uitgedrukt in Lden [dB]. Dit is een dosismaat voor het gewogen gemiddelde geluidsniveau per etmaal. Tevens zal het geluid van nietgezoneerde wegen worden beoordeeld in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Voor de sporthal en de supermarkt zal worden getoetst of er sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt getoetst aan het stappenplan geluid uit de VNG handreiking bedrijven en milieuzonering [4]. Daarnaast wordt beoordeeld of deze inrichtingen niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering door de komst van de woningen. Hiervoor wordt getoetst of er bij de nieuwbouwwoningen voldaan kan worden aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. De geluidsbelasting vanwege de sporthal en de supermarkt wordt uitgedrukt in LEtmaal dB(A) en wordt daarnaast apart beoordeeld in de dag, avond en nachtperiode. Ook worden de geluidspieken (LA,max) apart beoordeeld. Hieronder worden de toetsingskaders toegelicht.

3.1

Wegverkeerslawaai Wet geluidhinder In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg. De breedte van de zone is afhankelijk van het gebiedstype en het aantal rijstroken. De Middenweg en de Krusemanlaan betreffen beide een binnenstedelijke situatie met een weg met twee rijstroken. Hierbij bedraagt de breedte van de zone 200 meter. Hiermee valt het bouwplan binnen de zone. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt zijn uitgezonderd van toetsing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zal de geluidsbelasting van de omliggende 30 km/uur wegen toch in beeld worden gebracht. Het betreft de Rembrandtstraat en de Berckheidelaan. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeer bedraagt bij nieuw te bouwen woningen Lden = 48 dB. Toetsing aan de voorkeursgrenswaarde vindt plaats per weg. Alvorens de berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel art. 110g Wgh, een correctie worden toegepast. De hoogte van deze aftrek is aangegeven in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De aftrek is afhankelijk van de ter plaatse representatief te beschouwen snelheid van lichte motorvoertuigen. Voor rijsnelheden lager dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=4129b67b-1ca2-41e7-bd2d-3ba122a9eba2