Ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende (milieu)onderzoeken project Berkheidelaan
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Project Status Projectnummer Datum
Berckheidelaan Heerhugowaard Versie 1.3 21439 17 mei 2023
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 2
3
4
5
6
Inleiding Projectbeschrijving
4 5
Projectlocatie Projectplan Geldend bestemmingsplan
5 5 7
Ruimtelijk beleid
10
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal Woonbeleid Gemeentelijk beleid
10 12 15 16
Omgevingsaspecten
22
Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bezonning Bodem Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Verkeer en parkeren Water (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
22 23 24 27 28 28 29 30 31 32 34 35 37 39
Beschrijving uitvoerbaarheid
41
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41 41
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
42
Bijlagen 1 2 3 4
Verkennend bodemonderzoek (Grondslag, 2022) Akoestisch onderzoek (M+P, 2023) Stikstofberekening (MBH, 2023) Aanmeldnotitie m.e.r. (Mees, 2023)
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 3
1
INLEIDING Woonwaard is voornemens de voormalige basisschoollocatie aan de Berckheidelaan te Heerhugowaard te herontwikkelen naar in totaal 29 sociale huurappartementen in vier bouwlagen. De huidige bestemming is Maatschappelijk, waardoor het realiseren van woningen niet mogelijk is zonder het doorlopen van een planologische procedure. De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het geldende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van zowel ruimtelijke als milieutechnische aspecten wordt gemotiveerd.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 4
2
PROJECTBESCHRIJVING PROJECTLOCATIE De projectlocatie bevindt zich in het noorden van Heerhugowaard, in de Schilderswijk. De Schilderswijk is een typisch product van de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw en tot stand gekomen onder druk van de woningnood. De enorme haast om grote aantallen woningen te produceren, kwantiteit als kwaliteit, leidde er toe dat binnen een eenvoudig plan met grote herhaling werd gebouwd. De Schilderswijk is een wijk met een tuinstedelijk karakter, bestaat voornamelijk uit eengezinswoningen en is eind jaren ’60, begin jaren ’70 gebouwd. De projectlocatie ligt op de gronden van een voormalige basisschool. Aan de oostzijde is het voormalige maatschappelijke cluster al herontwikkeld met een supermarkt. Aan de zuidzijde ligt een gymzaal die in beheer is bij gemeente Dijk en Waard. Aan de noord- en westzijde liggen langs de Berckheidelaan en Rembrandtstraat grondgebonden woningen. Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking).
PROJECTPLAN Bestaande situatie In de huidige situatie is er binnen het plangebied een grasveld aanwezig en een viertal bomen. De opstallen en verhard schoolplein zijn in 2009 al gesloopt. Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 5
Toekomstige situatie Op de projectlocatie wordt een appartementencomplex gerealiseerd in vier bouwlagen met een bouwhoogte van ruim 12 meter. Hier worden 29 sociale huurappartementen gerealiseerd voor de woningcorporatie Woonwaard. De buitenruimte wordt opnieuw ingericht met in totaal 29 parkeerplaatsen die halfverhard worden uitgevoerd. Door de gemeente worden er nog vier parkeerplaatsen in de openbare ruimte toegevoegd. De buitenruimte wordt groen ingericht met beplanting en op de parkeerplaats worden bomen geplant. Op de erfgrens met de supermarkt wordt een haagstructuur aangebracht door middel van groenblijvende leibomen. Op het dak van het gebouw worden PV-panelen geplaatst en een dakopbouw ten behoeve van de lift. Figuur 2. Situatieschets toekomstige nieuwbouw en buitenruimte (bron: CH|NL)
Figuur 3. Voorgevel nieuwbouw (bron: CH|NL)
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 6
Figuur 4. Impressie nieuwbouw vogelvlucht vanaf Rembrandtstraat (bron: CH|NL)
GELDEND BESTEMMINGSPLAN Ter plaatse van het projectgebied is het bestemmingsplan “Heerhugowaard Kern Noord” geldend. Dit plan is op 22 maart 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Heerhugowaard (nu: Dijk en Waard). De projectlocatie heeft de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’, zonder dubbelbestemming en aanduiding. Er geldt een bouwvlak, waarbinnen gebouwd mag worden met een bouwhoogte van 6,5 meter. Figuur 4 bevat een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Vervolgens worden de relevante bepalingen uit de regels weergegeven, voor zover relevant voor de ontwikkeling en daarmee niet limitatief.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 7
Figuur 5. Uitsnede bestemmingsplankaart (bron: QGIS, eigen bewerking).
HEERHUGOWAARD KERN NOORD Artikel 9 Maatschappelijk 10.1 Bestemmingsomschrijving De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke doeleinden (betrekking hebbend op de maatschappij, de samenleving), zoals: 1. medische voorzieningen; 2. culturele voorzieningen; 3. religieuze voorzieningen; 4. welzijnsvoorzieningen; 5. educatieve voorzieningen; 6. voorzieningen voor openbaar bestuur; 7. onderwijsvoorzieningen; 8. kinderopvang/peuterspeelzaal; 9. zorgvoorzieningen b. met de daarbij behorende: c. wegen en paden; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. sport- en speelvoorzieningen; g. water; h. kunstwerken, zoals bruggen, duikers, dammen en dergelijke i. erven en terreinen; j. kunstobjecten; k. bouwwerken geen gebouwen zijnde; l. woningen. 9.2 Bouwregels Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan op de verbeelding staat aangegeven;
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 8
c. d. e. f. g. h.
i.
indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage staat aangegeven, mag het bouwvlak voor 100% worden bebouwd; de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; goten van bouwdelen zoals dakkapellen, dakopbouwen en dergelijke worden niet getoetst aan de goothoogte. binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak op de als Maatschappelijk aangeduide gronden mag ten hoogste één dienstwoning worden gebouwd, waarvan de inhoud niet meer dan 500 m³ mag bedragen en de bouw- en goothoogte niet meer dan respectievelijk 9,00 meter en 6,00 meter mogen bedragen; van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouwvlak moet worden gebouwd, mag worden afgeweken voor het overschrijden van de bouwgrens ten behoeve van het maken van: galerijen, balkons en (brand)trappen en trappenhuizen tot een breedte van maximaal 2,00 meter en luifels tot een breedte van maximaal 2,50 meter.
van de eis dat een bouwwerk binnen een op de verbeelding aangegeven bouw- of bestemmingsvlak moet worden gebouwd mag worden afgeweken voor het overschrijden van die bouw- of bestemmingsgrens ten behoeve van het maken van goot- en dakoverstekken, plinten, pilasters, kozijnen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en dergelijke tot een breedte van maximaal 0,60 meter.
Naast het bestemmingsplan "Heerhugowaard Kern Noord" is ook het 'Actualisatieplan Heerhugowaard 2017' van kracht, vastgesteld op 8 mei 2018. In dit actualisatieplan zijn de regels van het bestemmingsplan "Heerhugowaard Kern Noord" aangevuld. Met name een aantal omgevingsvergunningen zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Ook is het bestemmingsplan ‘Wonen en parkeren’, vastgesteld op 16 februari 2021 van toepassing. Hier zijn de begrippen ten aanzien van wonen geactualiseerd en is aangegeven hoe de parkeerkencijfers binnen de gemeente toegepast moeten worden. Toets aan bestemmingsplan De ontwikkeling van 29 woningen binnen een appartementengebouw van vier bouwlagen is op een aantal onderdelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan. De strijdigheden zijn gelegen in:
De enkelbestemming. Wonen is enkel ondergeschikt aan de hoofdfunctie mogelijk in de vorm van één dienstwoning. Het realiseren van een volledig woongebouw is niet toegestaan binnen de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’. De bouwhoogte. Het appartementencomplex bestaat op het hoogste punt uit vier verdiepingen en kent een bouwhoogte van 12 meter in plaats van de toegestane 6,5 meter.
Om de genoemde strijdigheden weg te nemen en het project planologisch mogelijk te maken, wordt een procedure doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’. Het betreft de uitgebreide procedure.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 9
3
RUIMTELIJK BELEID RIJKSBELEID Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 6. Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 10
van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen 3.1.1.1 Relatie tot ontwikkeling De realisatie van 29 woningen binnen het plangebied is niet in strijd met één van de 21 nationale belangen. De beoogde ontwikkeling vindt wel aansluiting bij nationaal belang nummer 5: zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De opgave is aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio’s) tussen 2019 en 2030 circa 1 miljoen woningen te realiseren en een goede kwaliteit van de woningvoorraad in regio’s met bevolkingsdaling te behouden. Daarnaast is er een opgave de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken.
Ook geldt voor nationaal belang nummer 5 dat in de SVIR de Ladder voor duurzame verstedelijking is geïntroduceerd. Het gaat om een nadere motiveringseis die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen ten behoeve van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Bij elke nieuwe stedelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat behoefte is aan deze ontwikkeling. De toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking vindt plaats in paragraaf 4.1 van onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Op het projectgebied zijn geen van de andere twintig nationale belangen van toepassing. 3.1.1.2 Conclusie Geen van de 21 nationale belangen worden geraakt met voorliggend project. Beleid voor deze specifieke locatie dan wel ontwikkeling wordt daarom overgelaten aan de provincie en de gemeente.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. 3.1.2.1 Relatie tot ontwikkeling Op basis van het Barro zijn er geen regels van toepassing op het plangebied. Op basis van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) bevindt het plangebied zich binnen een radarverstoringsgebied met een maximale hoogte van 92 meter t.o.v. NAP. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de 92 meter worden. 3.1.2.2 Conclusie Het Barro en Rarro leggen geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien. Het
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 11
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 3.1.3.1 Relatie tot ontwikkeling De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. 3.1.3.2 Conclusie Het Bro legt geen restricties op voor de beoogde ontwikkeling of het plangebied.
PROVINCIAAL BELEID Omgevingsvisie NH2050 De Omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het ‘waarom’ en ten dele over het ‘wat’. Onder de hoofdambitie, ‘balans tussen economische groei en leefbaarheid’, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerdere ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De omgevingsvisie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving.
Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen, die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Deze bewegingen zijn niet overkoepelend en zijn locatie- of onderwerp specifiek. Het gaat om de onderwerpen: Dynamisch Schiereiland, Metropool in ontwikkeling, Sterke kernen, sterke regio’s, Nieuwe energie en Natuurlijk en Vitaal landelijke omgeving. 3.2.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de eerste fase van de omgevingsvisie, zijn verkenningen uitgevoerd. Deze verkenningen maken nu onderdeel uit van de omgevingsvisie. In de Verkenningen NH2050 zijn acht hoofdthema's van trends en ontwikkelingen, met hun kernopgaven, geformuleerd. Een van deze acht hoofdthema's is verstedelijking. Hierin wordt aangegeven dat de woningbehoefte voor Noord-Holland Noord en Noord-Holland Zuid in de toekomst nog steeds toeneemt. De prognoses laten ook in lage scenario's nog groei zien in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Ook in Noord-Holland Noord is er een groei vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde, waarbij een deel van Noord-Holland Noord langzamerhand meer in beeld komt bij woningzoekenden in het zuidelijk deel van de provincie. Migratie, vooral van expats, heeft in toenemende mate invloed op de woningbehoefte.
Tegelijkertijd is er steeds meer structureel leegstaand vastgoed en kunnen er leefbaarheidsproblemen in verouderde nieuwbouwwijken ontstaan. De woningbehoefte op de korte termijn is groot, op de lange termijn neemt deze volgens de huidige inzichten af. De ambitie ten aanzien van woningbouw is dat vraag en aanbod van woon- en werklocatie, zowel kwantitatief als kwalitatief, beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 12
de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. Heerhugowaard is gelegen in de regio Alkmaar. De Omgevingsvisie zegt over de betreffende regio het volgende: “In regio Alkmaar spelen de bewegingen Dynamisch schiereiland, Nieuwe Energie, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving. Op de achtergrond spelen ook de doelen uit de beweging Sterke kernen, sterke regio's en laten invloeden van de Metropool in ontwikkeling zich steeds meer gelden. Het benutten van kwaliteiten van kust en binnenduinrand en doelen uit Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving brengen kansen voor het vergroten van de biodiversiteit, recreatie en toerisme samen.”. De beweging Dynamisch schiereiland is met betrekking tot Heerhugowaard niet van belang, omdat de projectlocatie niet aan de kust is gelegen. Hieronder wordt de ontwikkeling derhalve in het licht van de bewegingen 'Nieuwe Energie, Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving en Sterke kernen, sterke regio's' bezien. Nieuwe energie Vanwege het beoogde natuurlijke karakter van de totale ontwikkeling zijn duurzaamheid en klimaatrobuustheid belangrijke thema's gericht op het creëren van een groen en gezond leefmilieu.
Daaronder wordt op deze locatie onder meer verstaan: natuurontwikkeling, versterking biodiversiteit, water, circulair bouwen, klimaatadaptatie, energie en mobiliteit. In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving De landschappelijke kwaliteit vormt het leidende principe voor de gehele beoogde ontwikkeling die een sterk duurzaam karakter kent. De plankwaliteit wordt bepaald door de totale kwaliteit van het gebied. Een duurzame ontwikkeling met een heel eigen identiteit, kwaliteit en een woningbouwprogramma dat bijdraagt aan versterking van de natuurlijke, ecologische en recreatieve waarden van het gebied. Voor het plangebied wordt ingezet op vergroening van het openbaar gebied door meer diversiteit aan te brengen (beplanting, hagen, bomen). Op deze manier wordt ingespeeld op klimaatverandering, wordt de biodiversiteit gestimuleerd en brengen we samenhang en verblijfskwaliteit. Ook voor de projectlocatie geldt dat de buitenruimte groen wordt ingericht. Sterke kernen, sterke regio's In de omgevingsvisie wordt Heerhugowaard gekenmerkt als een van de grootste en centraalst liggende steden in de regio Alkmaar, daarnaast neemt de woningbehoefte in Noord-Holland nog steeds toe. Een centraal gelegen stad is aantrekkelijk en woningbouw zal bijdragen aan het vitaal houden van de stad en in de woningbehoefte.
3.2.1.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de voornoemde ambitie van de provincie om woningbouw vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden in te plannen. De projectlocatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en er wordt voorzien in zowel een kwalitatieve als kwantitatieve behoefte, zoals ook zal blijken uit de beleidstoets in de navolgende paragrafen.
Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 13
3.2.2.1 Relatie tot ontwikkeling Op basis van de digitale planviewer is zichtbaar welke afdelingen en artikelen betrekking hebben op het plangebied. In onderstaande tabel worden de betreffende afdelingen en artikelen behandeld: Afdeling 4.3 Bodemsanering
Inhoud Deze afdeling gaat over het saneren van de bodem als bedoeld in de Wet bodembescherming voor het werkingsgebied Bodemsanering. De afdeling stelt regels met het oog op de bescherming van de bodem.
Conclusie Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In paragraaf 4.4 worden de resultaten van dit onderzoek besproken. Indien er gesaneerd moet worden zal dit conform de Omgevingsverordening NH2020 gebeuren.
6.82 Peilbesluit
Deze afdeling verplicht de waterbeheerder een peilbesluit te nemen binnen het door de provincie aangewezen gebied.
Deze regel is niet van toepassing voor de herontwikkeling van voorliggend perceel.
3.2.2.2 Conclusie Aan de regels zoals opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020 wordt, voor zover relevant in het kader van voorliggende ontwikkeling, voldaan.
Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 Op 31 maart 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De Woonagenda bestaat uit drie delen die samen de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar bevat: 1. Actieagenda 2020-2025; 2. De ambitie, doelstelling, rol en ruimtelijke uitgangspunten; 3. Speerpunten provincie en richtinggevende principes voor het woonbeleid. De actiepunten die uit deze drie onderdelen volgen zijn: a) b) c) d) e) f) g) h)
Maatwerkafspraken in regionale woonakkoorden; We bieden kennis, meedenkkracht en hulp; Versnellen woningbouwproductie; Samenwerking stimuleren; Verduurzaming wonen; Meer flexibiliteit in de woningmarkt; Stimuleren circulair bouwen; Leveren van informatie en monitoring.
3.2.3.1 Relatie tot ontwikkeling Uit de Woonagenda volgt dat de vraag leidend moet zijn bij nieuwbouwopgaven. Onderhavige ontwikkeling zorgt voor een toevoeging van circa 29 woningen en versnelt daarmee de woningbouwproductie. Uit de volgende paragrafen zal blijken of het toevoegen van meer woningen leidt tot meer flexibiliteit in de woningmarkt in de regio Alkmaar en specifiek in Heerhugowaard.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 14
3.2.3.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Woonagenda 2020-2025 provincie Noord-Holland.
REGIONAAL WOONBELEID Beleid Gemeente Dijk en Waard maakt samen met de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heiloo en Uitgeest deel uit van de Regio Alkmaar. De regio maakt al sinds 2011 afspraken over wonen. Eerst in een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP 2011), later in het RAP 2016-2020, de regionale woonvisie 2013-2020, de 'Woningbouwafspraken en programmering Regio Alkmaar' (2019) en de Woondeal Noord-Holland Noord. De gemeenten hebben daarnaast de regionale samenwerking op het gebied van wonen, bereikbaarheid en energie-innovatie geformuleerd in de 'Focusagenda Regio Alkmaar 2019-2022'. Sinds 7 juli 2021 is het nieuwe beleidsinstrument van provincie Noord-Holland, het Woonakkoord 2021-2025, van kracht. Het hoofddoel van dit instrument is om voldoende woningen te realiseren en tegelijk het verduurzamen van de woningvoorraad te stimuleren door in te spelen op het veranderende klimaat. In de Woonagenda 2020-2025 van de provincie, verzoekt zij de regio’s om, samen met de provincie, Woonakkoorden op te stellen. Hierin zijn afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied opgenomen. Het Woonakkoord is de opvolger van het RAP. Regio Alkmaar ziet het Woonakkoord als een goede basis om de woningbouw versneld te realiseren.
Het akkoord biedt een actuele en krachtige impuls en inspiratie voor lokale woonvisies en prestatieafspraken, maar heeft zelf niet die status. Het Woonakkoord zet in op het toevoegen van minimaal 2.000 woningen per jaar binnen de regio tot 2030. Deze opgave staat de komende jaren centraal. Gemeente Dijk en Waard heeft een woningbouwprogramma waarvan verreweg het grootste deel al is vastgelegd in bestemmingsplannen, de zogenaamde harde plancapaciteit. Deze capaciteit ligt vast in de bestemmingsplannen voor o.a. De Draai, Heerhugowaard-zuid, Broekhorn en Stadshart. Daarnaast heeft Heerhugowaard de nodige ambitie, onder andere om het stationsgebied op te waarderen en de waarde van het OV-knooppunt te verbeteren. Duidelijk is dat er in de regio sprake is van een oververhitte woningmarkt. Het aanbod van koopwoningen droogt op: in de HAL-gemeenten is nu bijna de helft minder woningaanbod dan een jaar geleden. De prijzen zijn in een jaar tijd met 10% tot 15% gestegen. De slaagkansen voor een sociale huurwoning nemen af. Koopwoningen voor starters zijn steeds slechter betaalbaar en de vraag naar huurwoningen met een prijs tussen €700 en €1.000 (de zogenaamde middenhuur) neemt snel toe. Daarbij kan aanvullend nog op de toenemende vraag naar woningen vanuit de MRA-regio worden gewezen.
Nieuwbouwprojecten in Heerhugowaard, zowel in De Draai, Broekhorn en HHW-zuid als binnenstedelijk, genieten hoge belangstelling. 3.3.1.1 Relatie tot ontwikkeling De woonvisie 'Goed Wonen in Noord-Holland 2010-2020' biedt een kader waarbinnen het Woonakkoord ontwikkeld is. Voor de programmering wordt verwezen naar de monitor plancapaciteit. In deze monitor wordt de projectlocatie aangeduid als een plan/besluit in voorbereiding ten behoeve van 29 huurwoningen in de periode 2020-2024. Hiermee maakt de projectlocatie als hard plan deel uit van de door de regio erkende woningbouwplannen. Daarnaast blijkt uit de Regionale Woonvisie Regio Alkmaar 2013-2020 dat in de regio Alkmaar geen sprake is van krimp, maar juist van schaarste in het goedkopere segment. Naast schaarste in het goedkopere segment, is in o.a. de gemeente Dijk en Waard schaarste in het duurdere segment. De beoogde ontwikkelingen en woningen te realiseren sluit hierbij aan om in de woningbehoefte te voorzien en schaarste tegen te gaan. Bovendien is één van de speerpunten uit de Woonagenda Noord-Holland 20202025 om de woningbouwproductie te versnellen. De realisatie van maximaal 29 appartementen woningen draagt bij aan deze ambitie.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 15
3.3.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met het regionale woonbeleid en ook afgestemd met de regio zoals op plancapaciteit.nl terug te lezen is.
GEMEENTELIJK BELEID Omgevingsvisie Dijk en Waard De gemeenteraad van de voormalige gemeente Heerhugowaard heeft op 26 oktober 2021 de Omgevingsvisie Dijk en Waard vastgesteld. De voormalige gemeente Langedijk heeft de Omgevingsvisie nog niet vastgesteld, waardoor de omgevingsvisie vooralsnog alleen voor Heerhugowaard geldt. De visie is gericht op goed wonen en leven, ruimte voor ondernemen en zorg voor kwaliteit. De omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente en brengt voor anderen geen verplichtingen met zich mee. Voor anderen biedt de visie vooral aanknopingspunten voor samenwerking, de uitnodiging tot het nemen van initiatieven en om bij te dragen aan de ontwikkeling van de gemeente. De Omgevingsvisie stelt doelen welke speerpunten worden genoemd. Bij elk speerpunt is opgeschreven wat de bedoeling is om dat doel te bereiken. De speerpunten zijn: Een veilige en gezonde omgeving; Een goede woonplek en woonomgeving voor iedereen; Een omgeving die uitnodigt tot contact en zorg voor elkaar; Goede omstandigheden voor scholing, werk en ondernemen; Ontwikkelingen die onze identiteit versterken; Voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering; Een CO2-neutrale gemeente; Een goed leefgebied voor veel verschillende planten en dieren; Een krachtige plek binnen de regio en de wijde omgeving.
In sommige gevallen is of wordt het uitgewerkt in een programma onder de Omgevingswet. In een programma wordt opgeschreven hoe en wanneer het doel moet worden bereikt. Monitoring is daarbij van belang. De visiekaart laat zien welke ontwikkelingen of plekken een belangrijke rol hebben bij het oppakken van vraagstukken uit de omgevingsvisie de komende jaren. 3.4.1.1 Relatie tot ontwikkeling In de visiekaart is het voorliggende projectgebied onderdeel van deelgebied 'Stedelijk dorps, duurzaam (E)'. Binnen dit gebied zijn belangrijke waarden te vinden in de afwisseling in bebouwingsbeeld, afwisseling in woonvormen, goede en bereikbare voorzieningen, duurzame gebouwen en een openbare ruimte die gericht is op ontmoeten. Met voorliggend project wordt aangesloten op deze waarden door een duurzaam woongebouw te realiseren in een omgeving met diverse voorzieningen. De openbare ruimte wordt groen ingericht en met aandacht voor water en ontmoeten. De herontwikkeling van een locatie waar voorheen een basisschool heeft gestaan sluit goed aan bij de binnenstedelijke herstructureringsopgave en het toevoegen van woningen aan een wijkcentrumgebied.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 16
Figuur 7. Kaart Structuurvisie Heerhugowaard 2020.
3.4.1.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling van 29 woningen is in overeenstemming met de waarden en ambities uit de Omgevingsvisie Dijk en Waard.
Woonvisie Heerhugowaard 2018-2050 De gemeente Dijk en Waard staat voor een trendbreuk met het woonbeleid van de afgelopen decennia. De laatste uitbreidingsgebieden zijn gepland, waarna er enkel nog binnen de stadsgrenzen dichter gebouwd zal worden om te voldoen aan de bevolkingsgroei. In combinatie met de landelijke ontwikkelingen op het gebied van aardgasvrij wonen, het invoeren van de omgevingsvisie en het vergrijzen van de bevolking vraagt dit een andere manier van kijken naar woningbouw. Heerhugowaard is voornemens om te laten zien hoe zij denkt over het wonen in Heerhugowaard en hoe dat nu en in de toekomst aantrekkelijk kan worden gehouden. Een woonvisie geeft houvast om de dynamiek op de woningmarkt op waarde te kunnen schatten. Het geeft duiding aan de gewenste ontwikkelingsrichting binnen de mogelijkheden die er zijn. Om deze reden is de Woonvisie Heerhugowaard 2018-2050 vastgesteld. De woonvisie is in drie onderdelen opgedeeld. 1. Trends, feiten en cijfers Uit de trends, feiten en cijfers blijkt dat de meerderheid van de inwoners van Heerhugowaard erg tevreden is over de woonsituatie. Het aantal inwoners blijft toenemen in de toekomst, vooral door een toename van ouderen en alleenstaanden. Mobiliteit is een belangrijke drijfveer voor woningzoekenden en ondernemers. De slaagkansen op een sociale huurwoning nemen af.
Tevens neemt het belang van het midden- en dure huursegment toe. 2. Ambities De ambities met betrekking tot duurzaam wonen zijn: energieneutraliteit;
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 17
aardgasvrij wonen; klimaatadaptatie; gezond binnenklimaat.
De ambities met betrekking tot het fysieke domein zijn: groene en dorpse elementen; uitbreiding van de stad; knooppuntontwikkeling – de Zaancorridor; strategische afwegingskader ontwikkelingslocaties. De ambities met betrekking tot het sociale domein zijn: iedereen doet mee; huisvesting doelgroepen jeugdzorg en WMO; tijdelijke huisvesting; complete wijken. De ambities met betrekking tot het economische domein zijn: economische vitaliteit; flexibilisering arbeidsmarkt; aantrekken hoger opgeleiden. 3. Visie op Heerhugowaard richting 2050 De visie is met name gericht op het bestaand gebied en staat dan ook geen nieuwe uitbreidingswijken meer toe. Er staat nog een aantal gebieden op de agenda om (af)bebouwd te worden. Dit zijn de nieuwe wijken Broekhorn en De Draai en de uitbreiding van Heerhugowaard-Zuid en Stad van de Zon. Voor elk gebied is een aparte visie opgenomen binnen de woonvisie. 3.4.2.1 Relatie tot ontwikkeling Met het voorliggende plan wordt een (kleine) bijdrage geleverd aan het behalen van de ambities uit de woonvisie. Het heeft hierbij voornamelijk raakvlakken met duurzaam wonen en het fysiek domein. De woningen wordt gasloos en duurzaam gebouwd, conform de eisen van het Bouwbesluit en BENG (bijna energieneutraal). Daarnaast wordt aangesloten bij de ambitie om binnenstedelijk bouwen voorrang te geven.
Ook wordt een bijdrage geleverd aan het toevoegen van sociale huurwoningen op de woningmarkt binnen Dijk en Waard. 3.4.2.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Woonvisie.
Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020 – 2030 De Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020-2030 geeft richting aan de uitvoering van kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave voor Heerhugowaard tot 2030. De programmering is gebaseerd op de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek dat in 2020 is uitgevoerd door Companen. Op basis van het huidige beeld van de woningbehoefte zal de woningvoorraad in Heerhugowaard tot 2030 moeten groeien met 3.710 woningen om in de behoefte te voorzien. Om dat te bereiken is een planvoorraad nodig met een overmaat van 30% om mogelijke planuitval te compenseren. Daarmee is een planvoorraad nodig van 4.820 woningen. Uit het woningbehoefteonderzoek blijkt dat onder andere worden moet worden ingezet op de realisatie van meer sociale huurappartementen.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 18
Twee keer per jaar wordt de totale plancapaciteit herijkt. Indien noodzakelijk, wordt de woningbouwprogrammering in de tussentijd bijgesteld. Zo ontstaat een blijvend actueel inzicht in de bouwplannen en (de voortgang van) de woningbouwopgave in Heerhugowaard. 3.4.3.1 Relatie tot ontwikkeling Het project aan de Berckheidelaan met het bijbehorende aantal woningen van 29 huurappartementen is opgenomen in de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Er wordt voorzien in een gevarieerd aanbod, met de nadruk op sociale huurwoningen. 3.4.3.2 Conclusie Het bouwplan is in overeenstemming met de Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020-2030.
Nota Ruimtelijke Kwaliteit De nieuwe Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022 is een samenvoeging van de nota Ruimtelijke kwaliteit Heerhugowaard 2017 en de Welstandsnota Langedijk 2013. In het kader van de harmonisatie is er in de nieuwe nota géén nieuw beleid opgenomen. Het huidige beleid van de voormalige gemeenten is samengevoegd. Op basis hiervan bestaat het beleid van de gemeente uit drie hoofdzaken: het Economisch domein, Sociaal domein en het Fysieke domein. Ingrepen op één van de drie domeinen heeft invloed op de andere twee domeinen. Met de nieuwe nota wil de gemeente drie onderdelen verwezenlijken: 1. Het beleid vereenvoudigen, minder regels en daar waar het kan vrij laten; 2. De minst kwetsbare gebieden, zoals de bestaande woonwijken en de bestaande industrieterreinen de meeste vrijheid te geven door het welstandsvrije achtererfgebied te introduceren; 3. Bij de meer kwetsbare gebieden zoals de historische linten de ruimtelijke kwaliteit zoveel mogelijk behouden, maar wel door middel van een minimale set van regels.
Aansluitend worden vier specifieke deelgebieden onderscheiden: deelgebieden die vrij zijn van de toets van ruimtelijke kwaliteit; deelgebieden die vallen onder de toets ruimtelijke kwaliteit; deelgebieden die vallen onder de toets ruimtelijke kwaliteit, maar waarvan het achtererfgebied vrij is van toetsing van ruimtelijke kwaliteit; ontwikkelgebieden die door een supervisieteam getoetst worden aan een beeldkwaliteitsplan. Figuur 8. Uitsnede Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 19
3.4.4.1 Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie is op basis van bovenstaande figuur gesitueerd binnen het 'woongebied 2A: bestaande woonwijken'. Om toetsing mogelijk te maken zijn door de raad beeldkwaliteitsplannen vastgesteld. In de beeldkwaliteitsplannen zijn de criteria opgenomen die tijdens de ontwikkelingsfase fungeren als kader voor de toets van de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit. Als een deelgebied of de wijk is afgebouwd, wordt daarna getoetst aan deelgebied ‘2A Bestaande woonwijken’. De welstand/ CRK heeft op 9 juni 2022 een akkoord op hoofdlijnen gegeven. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt een formeel advies opgevraagd. 3.4.4.2 Conclusie Om aan de welstandscriteria te toetsen, dient er voldaan te zijn aan de criteria uit het beeldkwaliteitsplan voor het bestaande woonwijken. Welstand heeft inmiddels een akkoord op hoofdlijnen gegeven.
Beleidsprogramma Klimaatadaptatie 2021 – 2026 Dit beleidsprogramma stelt de opgave om klimaatrobuust te worden centraal. Van daaruit geeft het invulling aan andere beleidsvelden, projecten en gebiedsontwikkelingen. Maatregelen voor het omgaan met wateroverlast, hitte, droogte en overstroming moeten in samenhang genomen worden. Ook moet bij projecten voor bijvoorbeeld de energietransitie en de woningbouwopgave, klimaatadaptatie direct worden meenemen. Door de raakvlakken met andere opgaven te identificeren, is het mogelijk om meekoppelkansen tijdig en in samenhang te benutten. Daarnaast is het van belang om een heldere en gezamenlijke ambitie te hebben, om een eenduidige koers te varen en met eventuele tegengestelde belangen of conflicten tussen de beleidsvelden om te gaan. De ambitie luidt: een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard in 2050. Want een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. De volgende doelen en speerpunten zijn hiervoor opgesteld. Specifiek voor Heerhugowaard zijn vervolgens de volgende doelen geformuleerd: Uit een stresstest blijkt dat de gemeente Dijk en Waard met name kwetsbaar is voor wateroverlast en overstroming. Ook het thema hitte scoort redelijk hoog.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 20
Er zijn 9 gebieden aan te wijzen waar veel water op straat is bij hevige regenval. Daarnaast zijn er 6 kwetsbare objecten geïdentificeerd met risico op water in panden. Een aantal grotere wegen is bij een extreme regenbui onbegaanbaar, maar ook kleinere straten worden onbegaanbaar - Zowel de opwarming van oppervlaktewater, het hitte-eilandeffect en een toename van warme nachten komen naar voren als aandachtspunt. Dit vormt een risico voor de risicogroep ouderen die in Heerhugowaard veel voorkomt (met name in het centrum). In Heerhugowaard is een neerslagtekort van net boven het landelijk gemiddelde van 301 mm in 2050. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied verhoogt dit niet de kans op bodemdaling en/of paalrot. In een extreem droog jaar wordt een tekort aan oppervlaktewater voorzien. De kans op overstroming is in Heerhugowaard relatief laag, maar door de lage ligging van de polder is de overstromingsdiepte groot. De overstromingsdiepte varieert tussen de 1,0 meter en 2,5 meter. De noodzaak voor de gemeente om een helder calamiteitenplan te hebben is evident. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de veiligheidsregio Noord-Holland Noord.
3.4.5.1 Relatie tot ontwikkeling Voorliggend plan zorgt ervoor dat ten opzichte van de bestaande situatie de oppervlakteverharding toeneemt. Dit heeft effect op de waterhuishouding en de klimaatbestendigheid. De inrichting van het gebied zorgt ervoor dat er voldoende watercompensatie wordt gerealiseerd om de toename aan verharding op te vangen. Zie hiervoor ook paragraaf 4.12. Daarnaast vindt een groene inrichting van de buitenruimte met waterdoorlatende parkeerplaatsen en nieuwe groenstroken plaats. 3.4.5.2 Conclusie De voorliggende ontwikkeling past binnen de doelen van het beleidsprogramma.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 21
4
OMGEVINGSASPECTEN LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING Algemeen De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen:
Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro:
Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de realisatie van circa 29 woningen en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, wel worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Het woningbouwproject voorziet in de toevoeging van 29 sociale huurwoningen, wat past binnen de vraag binnen Dijk en Waard. Daarnaast is het woningbouwplan regionaal afgestemd en vermeld als hard plan op de provinciale monitor plancapaciteit. Op basis van het gestelde in paragraaf 3.2.3, 3.3.1 en 3.4.2 en 3.4.3 is de behoefte aan de 29 sociale woningen zowel provinciaal, regionaal en gemeentelijk aangetoond.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 22
Conclusie In het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking is de behoefte naar de 29 sociale huurwoningen voldoende aangetoond.
ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Algemeen Erfgoedwet De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt. Nota Belvedère (1999) Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken.
Relatie tot ontwikkeling Archeologie Het gemeentebestuur heeft een globale inventarisatie van archeologische waarden voor de hele gemeente laten uitvoeren als bedoeld in artikel 38a van de Monumentenwet. De resultaten van het onderzoek zijn weergeven op de “Beleidskaart Archeologie”, die als onderlegger dient voor bestemmingsplannen. Bij grootschalige ontwikkelingen is archeologisch onderzoek noodzakelijk als de plannen groter zijn dan 10.000 m² (categorie 5). Conform de overige bestemmingsplannen voor de bebouwde kom van Heerhugowaard is voor het gebied dat onder categorie 5 valt, dat onder meer de bebouwde kom beslaat, geen dubbelbestemming in het bestemmingsplan opgenomen. De verwachting dat er archeologische resten worden aangetroffen is zeer klein, omdat door grondwerkzaamheden in het verleden veel is verstoord. Alleen bij bouwplannen groter dan 10.000 m² is een archeologisch onderzoek nodig. Het plangebied is niet groter dan 10.000 m², waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie In de nabijheid van het plangebied zijn geen Rijksmonumenten, provinciale monumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook bevinden zich ter plaatse van de locatie geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige cultuurhistorische waarde.
Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 23
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Algemeen Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. Tabel 1. Richtafstanden bedrijven en milieuzonering.
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor.
Relatie tot ontwikkeling De projectlocatie kent de bestemming ‘Maatschappelijk’. Omliggende bestemmingen betreffen overwegend ‘Wonen’ en ‘Maatschappelijk’. Daarnaast is vergunning verleend voor de aanwezige supermarkt (Aldi) en ligt aan de oostzijde een wijkwinkelcentrum. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er sprake is van gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging of een gebied dat gelegen is nabij hoofdinfrastructuur. De locatie is gelegen in een gebied met verscheidene functies, waaronder detailhandel en wonen. Gelet op de aanwezige functies en infrastructuur is ter plaatse van de voorliggende locatie sprake van het omgevingstype 'gemengd gebied', waardoor de richtafstand terug kan worden gebracht met één afstandsstap. In de directe nabijheid bevinden zich de volgende bedrijven:
Supermarkt Aldi: Berckheidelaan 4(SBI-2008 471, milieucategorie 1); Gymzaal: Rembrandtstraat;
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 24
Supermarkt Op basis van de richtafstanden in een gemengd gebied geldt voor een supermarkt een richtafstand van 0 meter tot aan de woningen. De supermarkt ligt op ruim 21 meter afstand van de te realiseren woningen en er wordt ruim voldaan aan de richtafstand. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient wel nog getoetst te worden aan de mogelijke hinderaspecten in het kader van geluid: zo kan laden en lossen evenals het rijden met winkelwagens of het dichtslaan van deuren op het parkeerterrein voor mogelijke geluidshinder zorgen. In voorliggend project grenst het woningbouwplan aan de ‘dichte’ en gesloten zijde van de supermarkt. De laad- en losplek bevindt zich aan de andere zijde van de supermarkt, op ruime afstand (ca. 45 meter) en dus ook afgeschermd door het gebouw zelf. Hetzelfde geldt voor het parkeerterrein voor de supermarkt (ca. 50 meter) en het rijden met winkelwagens over dit parkeerterrein. Daarbij komt dat in de huidige situatie reeds woningen aanwezig zijn aan de Berckheidelaan en Van Goghstraat. De nieuwbouw woningen worden derhalve op een meer dan voldoende afstand van de supermarkt gerealiseerd dat in het kader van milieuzonering er geen belemmeringen aanwezig zijn. Op de supermarkt zijn wel installaties aanwezig die ook kunnen zorgen voor eventuele geluidsoverlast voor de nieuwbouwwoningen.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidsaspecten van de supermarkt door M+P nader onderzocht (zie bijlage 2). Geluidsonderzoek supermarkt In samenspraak met de supermarkt (Aldi) is de bedrijfssituatie inzichtelijk gemaakt. De winkel is geopend tussen 8:00 en 21:00 uur. De volgende geluidsproducerende activiteiten vinden plaats: PV installatie op het dak Dakcondensor Het rijden met winkelwagens buiten op het terrein van de Aldi Vervoersbewegingen van en naar de winkel met personenwagens Laden en lossen met een vrachtwagen Perscontainer De installaties op het dak zijn het gehele etmaal in bedrijf. In de nachtperiode is er wel sprake van een lager vermogen, omdat de koelingen in de winkel dan afgedekt zijn. Het bronvermogen van de installaties op het dak en het rijden met winkelwagens zijn vastgesteld aan de hand van geluidsmetingen. Aan de oostzijde van de winkel bevindt zich een parkeerplaats. Deze wordt gebruikt door bezoekers van de Aldi, maar ook voor de andere winkels. Aan de zuidzijde van de winkel bevindt zich de expeditie. Er wordt vanuit gegaan dat er maximaal 4 vrachtwagens op een dag komen laden en lossen. Op basis van de bedrijfsvoering en diverse geluidproducerende activiteiten is de geluidsbelasting berekend. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 45/42/40 dB(A) bedraagt in de dag/avond/nacht.
De geluidspieken bedragen maximaal 59/51/51 dB(A) in de dag/avond/nacht. Hiermee wordt voor zowel het equivalente niveau als voor de geluidspieken voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en aan stap 2 uit de VNG handreiking (richtwaarden geluid). Er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening voor wat de geluidsbelasting vanwege de Aldi betreft en dat de supermarkt niet wordt beperkt in haar bedrijfsvoering door de komst van de woningen. Gymzaal Een gymzaal wordt niet met naam en toenaam genoemd in de lijst van activiteiten in het kader van milieuzonering. Wel wordt een sporthal genoemd: dit is een activiteit in de milieucategorie 3.1 met een bijpassende richtafstand in een gemengd gebied van 30 meter. Het gaat dan om mogelijke geluidshinder door sportevenementen en verkeersaantrekkende werking (auto’s op parkeerterrein). De afstand van de woningen tot aan de gevel van de gymzaal betreft circa 8 meter. De gymzaal behoorde in het verleden tot de inmiddels gesloopte basisschool en betreft derhalve geen op zichtzelf staande sporthal. De activiteiten bij een dergelijke gymzaal beperken zich tot schoolgym in de dagperiode en verhuur aan enkele sportverenigingen in de avonduren.
Er is geen sprake van een sporthal met een eigen grote parkeerplaats: er wordt geparkeerd in de openbare ruimte of op het parkeerterrein aan de oostkant bij de supermarkt en winkelcentrum. Het is derhalve niet de verwachting dat de activiteiten vanuit de sporthal tot enige hinder voor de toekomstige
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 25
bewoners zal leiden. Ook hiervoor heeft M+P een nader geluidsonderzoek uitgevoerd in het kader van een goede ruimtelijke ordening, zie ook bijlage 2. Sporthal/gymzaal De uitgangspunten voor het gebruik van de sporthal zijn met de beheerder per email afgestemd. Door de beheerder van de sporthal is aangegeven dat deze voor de volgende doeleinden gebruikt wordt: Verhuur aan verschillende verenigingen (met name in de avond) Gymlessen verschillende scholen gedurende de dagperiode. Op basis van de uitgangspunten is de geluidsbelasting berekend. De geluidsbelasting bedraagt maximaal 41/39 dB(A) in de dag/avond. De geluidspieken bedragen maximaal 54/45 dB(A) in de dag/avond. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit en aan stap 2 uit de VNG handreiking (richtwaarden geluid). Er kan geconcludeerd worden dat er ook voor het geluid vanwege de sporthal sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De sporthal wordt niet beperkt in haar bedrijfsvoering, ervan uitgaande dat het muziekgeluid dat wordt afgespeeld niet dermate hoog is dat het hoorbaar is ter plaatse van de ontwikkellocatie. Hiervoor zullen de ramen gesloten moeten zijn tijdens het afspelen van muziekgeluid. Ook voor de gymzaal geldt dat aan de standaard grenswaarden van het Activiteitenbesluit en aan stap 2 uit de VNG handleiding (richtwaarden geluid) kan worden voldaan.
Voorwaarde is wel dat de aanwezige ramen en deuren gesloten dienen te zijn tijdens het afspelen van muziekgeluid. Figuur 9. Situatieschets nieuwbouw en omliggende bedrijvigheid.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 26
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie, er kan gesteld worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
BEZONNING Algemeen Binnen Nederland zijn geen formele (wettelijke) eisen gesteld aan de bezonning van woningen en/of andere bouwwerken. Wel bestaan er de zogenaamde ‘lichte’ en ‘strenge’ TNO-norm voor bezonning. Deze norm is van toepassing voor gevels van woningen en gevels van openbare of semi-openbare ruimten met een recreatieve functie en voor de openbare ruimte. Maatgevende momenten Om bij de beoordeling van een bouwplan inzicht te krijgen in de toekomstige bezonningssituatie moet de schaduwwerking op de volgende maatgevende dagen worden gehanteerd: - 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; - 21 maart of 23 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat (tussen de hoogste en laagste stand in). De laagste stand van de zon op 22 december valt buiten de reikwijdte van de TNO-norm en wordt daarom buiten beschouwing gelaten.
Relatie tot ontwikkeling In het kader van de ontwikkeling heeft CHNL architecten een bezonningsstudie uitgevoerd. Deze studie laat zien dat op de maatgevende momenten (21 maart en 21 juni) geen enkele schaduwwerking door toedoen van het nieuwbouwplan op de gevels van de omliggende woningen te verwachten is, zie onderstaande figuur.
Conclusie Het aspect bezonning vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling van het bouwplan.
Mees Ruimte & Milieu | 21439.01.RO
Pagina | 27
BODEM Algemeen Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden.
Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling omvat de realisatie van woningen. Woningen betreffen gevoelige functies in het kader van de Wbb, waarvan de gebruikers beschermd dienen te worden tegen onacceptabele verontreinigen in de bodem waarmee zij in aanraking kunnen komen. Grondslag heeft in oktober 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de projectlocatie. Het rapport is als bijlage terug te vinden, de resultaten zijn hieronder integraal weergegeven. De gestelde hypothese dat geen verontreiniging wordt verwacht boven de lokale achtergrondwaarden als opgenomen in de bodemkwaliteitskaart is bevestigd. In de grond zijn hoogstens lichte verhogingen aan kobalt en nikkel gemeten. In het grondwater zijn geen verhogingen van boven de streefwaarden gemeten. Er is geen aanleiding om een aanvullend onderzoek te verrichten. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de te realiseren woningen. Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie wordt gehandhaafd.