Programmabegroting 2026 - en meerjarenraming 2027-2029
Tekst van het document
In 2025 was er incidenteel budget beschikbaar voor cultuur regioThema water (T5.3, € 150.000; primaire begroting), voor het uitvoeren van een onderzoek voor ontwikkeling visie locatie de Binding (T 5.3, € 250.000; primaire begroting), en voor de doorontwikkeling museum BroekerVeiling (T5.5, € 200.000; primaire begroting) beide waren gedekt vanuit reserves.
In de reserves Kapitaallasten is in 2025 een incidentele storting geweest van € 1.200.000 voor de verbouwing museum BroekerVeiling, daarnaast is een structurele toevoeging aan de reserve harmonisatie buitensportaccomodaties komen te vervallen (€ 135.000; begroting 2026). In 2026 is een hogere onttrekking aan reserves voor Oosterdel (€ 240.000; begroting 2026), intensivering groen onderhoud (€ 135.000), doorontwikkeling museum BroekerVeiling (€ 200.000).
In 2025 is er een incidenteel voordeel op de subsidie van de bibliotheken geweest (T5.6, € 140.000; primaire begroting) en in 2026 is er een kostenstijging door de indexatie (T5.6; € 97.000; kadernota
De totale stijging van de onttrekking is lager i.v.m. de onttrekking voor ontwikkelen visie locatie de Binding (€ 250.000; primaire begroting).
Programmabegroting 2026
41
Programma 6 Sociaal domein Waar staan we voor? Samen werken we aan een toekomstbestendig sociaal domein in Dijk en Waard. Dijk en Waard groeit snel, met toenemende diversiteit, vergrijzing én ontgroening. Naast deze demografische ontwikkelingen hebben we te maken met personeelstekorten, mentale druk, stijgende zorgkosten, druk op bestaanszekerheid en migratievraagstukken. Dit alles stelt ons voor grote maatschappelijke opgaven. Deze trends versterken elkaar en vragen om een toekomstgerichte, samenhangende aanpak.
Route 3: kwalitatieve en beheersbare hulp en ondersteuning. Om het zorgstelsel toekomstbestendig te houden, richten we ons op kostenbeheersing en hervorming. De gemeente voert gefaseerd lokale en regionale maatregelen in. Daarbij pakken we de Hervormingsagenda Sociaal domein breed op. We streven naar kwalitatieve, toegankelijke en betaalbare zorg voor iedereen. Daarom richten wij ons op de houdbaarheid van hulp en ondersteuning voor onze inwoners.
We werken aan een samenleving waarin mensen naar elkaar omkijken en waarin voor iedereen een plek is. We kijken daarbij naar de lange termijn, met het Integraal Beleidskader Sociaal domein als leidraad. Hierin onderscheiden we drie routes die wij volgen naar een toekomstbestendige sociale infrastructuur. Route 1: een sterke sociale basis. We zetten stevig in op preventie. Door het stimuleren van ontmoeting, gezond leven, leefbare wijken en passende woningen bouwen we aan een sterke sociale basis. Dit doen we gebiedsgericht, in nauwe samenwerking met bewoners en partners. De fysieke en sociale leefomgeving komen hierbij steeds meer samen. De inrichting van wijken moet bijdragen aan het oplossen van sociale vraagstukken.
Welke doelen helpen daarbij en waar richten we ons op? Route 2: nabije en passende hulp en ondersteuning. We organiseren hulp en ondersteuning op maat en dichtbij. Elk gebied vraagt om een eigen aanpak. Het Stevig Lokaal Team speelt hierin een centrale rol. Door intensieve samenwerking met lokale partners kunnen we sneller en effectiever inspelen op signalen en behoeften. We spreken de kracht van inwoners aan en stimuleren zelfredzaamheid, zodat de druk op de professionele zorg afneemt. Programmabegroting 2026
Een sterke sociale basis (route 1 Integraal beleidskader) 1. We willen de sociale basis versterken door onder meer preventie en laagdrempelige, collectieve voorzieningen. Denk aan jongerenwerk, zodat zij een sterker netwerk krijgen, zelfredzaam blijven en de druk op de professionele hulp vermindert. Of aan waardevolle participatiemogelijkheden en ontmoetingsplekken 42
binnen wijken en dorpen. Zoals bijvoorbeeld de kinderboerderijen, waar inwoners elkaar ontmoeten, vrijwilligers actief zijn en kinderen spelenderwijs leren omgaan met natuur en dieren. a. We borgen laagdrempelige en preventieve opvoedondersteuning binnen het Stevig Lokaal Team. b. In het kader van het uitvoeringsplan Weerbare Jeugd maken we werk van jongerenwerk in het basis- en voortgezet onderwijs. In 2026 geven we incidenteel vervolg aan het jongerenwerk in het basisonderwijs, dat was begonnen op basis van het Nationaal Programma Onderwijs. We onderzoeken ook hoe we het jongerenwerk structureel kunnen invullen in het basis- en voortgezet onderwijs. c. We werken aan toegankelijke en laagdrempelige ontmoetingsplekken waar daar behoefte aan is. In 2026 gaan we verder met de gesprekken met inwoners, organisaties en vastgoedpartners hierover. d. We verstevigen de positie van dorps- en buurthuizen als onmisbare plekken voor ontmoeting, ondersteuning en participatie. In 2026 werken we verder aan heldere afspraken over rol, samenwerking en randvoorwaarden voor hun inzet als onderdeel van de sociale infrastructuur. e. We gaan in 2026 de samenwerking intensiveren tussen de sociale basis en de aanbieders van maatwerkvoorzieningen. Zij kunnen elkaar verder versterken. Informele en formele ondersteuning kunnen elkaar aanvullen. f.
We werken samen met maatschappelijke partners aan een Seniorenagenda, die is vastgesteld in 2025. g. Op basis van het strategisch huisartsenplan werken we aan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat er ook op de lange termijn voldoende huisartsen zijn. Dit plan is vastgesteld in 2025. 2. We zorgen voor voldoende woningen voor senioren en andere aandachtsgroepen zoals beschreven in de Woonzorgvisie.
Programmabegroting 2026
Geclusterd wonen voor ouderen: een zelfstandige, levensloopgeschikte woning in een complex met andere woningen, bedoeld voor senioren. - Geclusterd wonen andere doelgroepen: betreft zowel groepswonen als wonen in geclusterde appartementen, met 24uurs aanwezige of oproepbare begeleiding. - Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere (zelfstandige), nietgeclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden. a. De wijken moeten leefbaar zijn, met voldoende woningen, voorzieningen en ruimte voor ontmoeting en beweging. Samen met het ruimtelijk domein voeren we de Woonzorgvisie uit. Dit onderwerp komt terug bij programma 8 en heeft een link met de Woonvisie. 3. We werken aan een inclusieve samenleving waarin iedereen zichzelf kan zijn. a. Voor de uitvoering van de beleidsvisie Diversiteit en Inclusie 2025-2032 die in 2025 is vastgesteld worden drie uitvoeringsagenda’s opgesteld. In deze agenda’s wordt concreet uitgewerkt wat nodig is om het beleid te realiseren. De agenda’s inclusief een voorstel voor het benodigde budget zullen aan de gemeenteraad worden voorgelegd om uitvoering, monitoring en doorontwikkeling mogelijk te maken. -
Passende ondersteuning dichtbij de inwoners (route 2 Integraal beleidskader) 1. We willen de samenwerking versterken tussen het lokaal team en organisaties voor kinderen en jongeren, zoals het onderwijs, de kinderopvang en de huisartsen. a. Binnen de ontwikkeltuin Stevig Lokaal Team bouwen we de bestaande samenwerking verder uit. We creëren verbindingen tussen actieve inwoners en de professionals van de Stevige Lokale Teams.
43
2. We blijven de integrale aanpak in het sociaal domein ontwikkelen. Daarbij maken we gebruik van de ervaringen die we hebben opgedaan in de pilot Armoedebeleid. De integrale aanpak wordt opgenomen in de werkwijze van het Stevig Lokaal Team. Hierbij maken we ook gebruik van de doorbraakmethode van het instituut Publieke Waarden. a. De professionals van de ontwikkeltuin Stevig Lokaal Team worden opgeleid om met de doorbraakmethode te werken. b. We gaan verder met het uitvoeren van de integrale aanpak. De integrale aanpak houdt in dat we samen met de inwoner werken aan de juiste oplossing op het juiste moment. 3. We verbeteren het proces op het gebied van toekomst en perspectief voor jongeren die 18 worden. a. We verbeteren procesafspraken met zorgaanbieders, zodat we eerder en beter in beeld krijgen welke jongeren vanaf 18 jaar een zorgvraag hebben. 4. We ontwikkelen het lokale team verder naar een meer gebiedsgerichte ondersteuning. Dit doen we samen met partners en inwoners. We voeren het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming uit. a. We zetten de ontwikkeltuin Stevig Lokaal Team (gestart in 2025) voort in 2026. Binnen die ontwikkeltuin zorgen we voor hulp en ondersteuning in de drie gebieden van Dijk en Waard waar multidisciplinaire teams werken. Centraal staan de inwoners zelf met hun (hulp)vraag. We ondersteunen zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.
De eerste tussenevaluatie van de ontwikkeltuin Stevig Lokaal Team vindt plaats in 2026.
Programmabegroting 2026
b. We bereiden ons voor op het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming: we brengen de huidige situatie in kaart. Op basis van deze huidige situatie en de gewenste nieuwe situatie stellen we een verbeterplan op.
Kwalitatieve en beheersbare hulp en ondersteuning (route 3 Integraal beleidskader) 1. We willen de bestaanszekerheid van onze inwoners versterken door ervoor te zorgen dat meer inwoners gebruikmaken van de armoedevoorzieningen. a. Met het nieuw meedoenbeleid is het minimabeleid herijkt. b. We vergroten het bereik van de minimaregelingen: Zaffier zorgt samen met de gemeente en preventieve partners voor een grotere bekendheid van de regelingen, voor ambtelijke toekenning waar dat kan, en voor laagdrempeligheid en ondersteuning bij aanvragen. c. De DijkenWaardPas wordt een regiopas en krijgt daardoor een ruimer, regionaal aanbod van bestedingsmogelijkheden. 44
2. We zorgen voor een passend zorgaanbod. 3. We vernieuwen de inkoop van maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo. We richten ons meer op het voorliggend veld en een betere regie op de inzet van professionele maatwerkvoorzieningen. a. We bereiden de nieuwe inkoop van Wmo maatwerkvoorzieningen voor (voor 2027). We verankeren de doelen in de inkoopdocumenten zodanig, dat we vanaf 2027 steviger kunnen sturen op het bereiken van de doelen, de kwaliteit van de aanbieders en kostenbeheersing. 4. We voeren ontwikkelmaatregelen uit die helpen om grip te krijgen op de kosten van jeugd en om kosten te besparen. a. We voeren de eerste tranche lokale maatregelen uit. Als resultaat gaan we uit van 5% besparing op de jeugdzorgkosten (dit is exclusief indexatie en autonome ontwikkelingen). De maatregelen worden genomen om de instroom te verminderen, de trajectduur te verkorten en de uitstroom te vergroten. b. We starten met aanvullende tweede tranche maatregelen. Waaronder: - de ontwikkeling van passende kinderopvang (zie ook programma 4); - regionale sturingsmaatregelen gericht op kostenbeheersing bij de inkoop en contractmanagement en bij de gecontracteerde zorgaanbieders; - het vergroten van het kostenbewustzijn bij medewerkers, partners en ouders. 5. We verbeteren het toezicht op de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo. a.
De GGD Hollands Noorden stopt in 2026 met onderzoek naar de kwaliteit van aanbieders bij calamiteiten. Daarom zorgen we in 2026 voor een alternatieve invulling van calamiteitenonderzoek en gaan we dit verder ontwikkelen.
Programmabegroting 2026
45
Beleidsindicatoren Onderstaande indicatoren vertellen hoe Dijk en Waard ervoor staat. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) vindt u ook als tabel in een bijlage. BBV-indicatoren
Programmabegroting 2026
46
Noot: Voor jongeren met delict voor de rechter; kinderen in uitkeringsgezin; werkloze jongeren is er over 2024 (nog) geen data beschikbaar.
De impact indicatoren van het sociaal domein worden in de separate monitor Sociaal domein opgenomen.
Programmabegroting 2026
47
Wat mag het kosten?
Programmabegroting 2026
48
De totale kosten van programma 6 stijgen met € 1,6 miljoen. De voornaamste oorzaken zijn: incidentele voorzetting jongerenwerk in het primair onderwijs dat eerder bekostigd is vanuit de Npo middelen (€ 175.000), tijdelijke investering samenwerking fysiek-sociaal t.b.v. uitwerking woonzorgvisie (€ 130.000), effect onderbrenging GR gemeenschappelijke inkoop voor het sociaal domein (€ 76.000, structureel en € 44.000 incidenteel), toevoeging beschut werken vanuit de meicirculaire (€ 425.000), indexatie Jeugd (incl. dekking compensatie meicirculaire 2025), autonome ontwikkelingen en indexatie Wmo en indexatie begrotingspostsubsidies (in totaal € 2,5 miljoen). De Hervormingsagenda Jeugd. De huidige taakstelling is vervallen en vervangen door de generieke inspanningsverplichting van 5% op de realisatiekosten van 2024. Dit leidt tot een positief effect voor 2026 (€ 883.000) en 2027 (€ 737.000), maar een negatief effect voor de jaren erna (€ 3,2 niljoen). De verwachting is dat het Rijk hierin gaat compenseren. Borging van de opvoedondersteuning in het Stevig Lokaal team (€196.000). Hogere doorbelasting loonkosten i.v.m. de nieuwe cao (€ 739.000). De Oekraïne gelden (zowel kosten € 3,6 miljoen als baten € 7,1 miljoen in T6.1) zijn voor de begroting 2026 nog niet bekend, daarnaast is er een verlaging voor zowel de baten als lasten t.a.v. aflopende budgetreeks brede spuk GALA (€ 106.000).
Verder zijn er technische mutaties binnen het programma door aangepaste BBV regelgeving. Dit betreft de verschuiving van Coördinatie en beleid Jeugd-Wmo naar Toegang en eerstelijnsvoorzieningen (€ 7,0 miljoen).
Programmabegroting 2026
49
Programma 7 Volksgezondheid en milieu Waar staan we voor? De ambities in dit programma hebben te maken met klimaatverandering, circulaire economie en volksgezondheid. Klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen voor de komende jaren, willen we droge voeten houden en een veilige leefomgeving. De klimaatambities van het Rijk gebruiken we als ondergrens. We willen de verzilting van de bodem tegengaan en hittestress het hoofd bieden. Ook willen verder gaan met de uitvoering van de Transitievisie Warmte, de Visie Circulaire Economie en de klimaatadaptatiestrategie. Zowel de energietransitie als de overgang naar een circulaire economie zijn van belang om minder afhankelijk te worden van andere landen.
stuit op grote uitdagingen vanwege het overbelaste stroomnet en de aanpassingen die daarbij nodig zijn, zoals het plaatsen van vele trafohuisjes. Energie is, net als bodem en water, een sturende randvoorwaarde geworden voor woningbouw, economie en mobiliteit. De beschikbaarheid van energie-infrastructuur bepaalt in toenemende mate waar en hoe we kunnen bouwen, werken en verduurzamen. Deze ontwikkeling vraagt om slimme oplossingen en biedt kansen voor innovatie en samenwerking (zie ook programma 3 Economie).
We stimuleren isolatie en verduurzaming van woningen, bedrijfspanden en gebouwen van maatschappelijke instellingen, zoals onderwijsgebouwen. In de Regionale Energie Strategie wordt gewerkt aan duurzame energieopwekking op land (zon en wind).
Energietransitie De energietransitie is de overstap van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Woningen worden anders verwarmd en verlicht, we gaan meer duurzame vervoermiddelen gebruiken en bedrijven verduurzamen. De ambities van het landelijke Klimaatakkoord zijn leidend, zoals verwoord in het coalitieakkoord. De landelijke doelstelling is om in 2050 95% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Binnen Dijk en Waard zijn deze doelstellingen vertaald in het uitvoeringsprogramma CO2neutraal.
Circulaire economie Om het milieu te ontlasten is het essentieel om het gebruik van nieuwe grondstoffen te beperken. Dat kan door materialen te hergebruiken en producten te repareren in plaats van te vervangen. Deze aanpak staat centraal in de overgang naar een circulaire economie. Die stimuleert creativiteit, nieuwe verdienmodellen en lokale werkgelegenheid.
De energietransitie leidt tot extra elektrificatie, zoals laadpalen, warmtepompen en productieprocessen die op elektriciteit draaien. Dit
Door slimmer om te gaan met grondstoffen verminderen we afval en CO₂-uitstoot, en verkleinen we onze afhankelijkheid van landen als
Programmabegroting 2026
50
China en Congo, waar cruciale materialen zoals lithium en kobalt vandaan komen. Deze afhankelijkheid veroorzaakt geopolitieke spanningen, zoals exportbeperkingen en machtsverschuivingen. Een circulaire economie versterkt daarom niet alleen onze ecologische duurzaamheid, maar ook onze economische en geopolitieke weerbaarheid. De Visie en Strategie Circulaire Economie Dijk en Waard 2025-2030 is op 27 mei 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit document geeft richting aan de inzet van de gemeente op dit onderwerp. Het bijbehorende uitvoeringsplan (in wording) 2026 – 2027 heeft als speerpunten: openbare ruimte, gebiedsontwikkeling en bouwprojecten. Hoe snel we de doelen halen, hangt niet alleen af van de juiste sturing door de gemeente, maar ook van het beleid van de Europese, landelijke en provinciale overheid. Het landelijke circulaireeconomiebeleid kenmerkt zich tot op heden vooral door vrijwilligheid en vrijblijvendheid.
Afvalbeheer De gemeente Dijk en Waard wil huishoudelijk afval zo goed mogelijk gescheiden inzamelen, zoals vastgelegd in het Grondstoffenbeleidsplan 2024-2027 en de Afvalstoffenverordening 2024. Meer schone grondstoffen inzamelen betekent minder restafval en een lagere CO2-uitstoot. De gemeente wil in 2027 een flinke daling restafval bereiken: maximaal 100 kg fijn huishoudelijk restafval en 20 kg grof huishoudelijk afval per inwoner. In 2024 daalde het fijn huishoudelijk restafval al van 170 kg naar 142 kg per inwoner. Dat kwam mede door het aanpassen van de inzamelfrequentie van het restafval.
maatwerk en vergt langdurige inzet, en het urgentiegevoel is laag. Grote dalingen zijn alleen te bereiken met wezenlijke systeemwijzigingen (zoals in 2024).
Welke doelen helpen daarbij en waar richten we ons op? Dijk en Waard is een CO2-neutrale gemeente in 2050. 1. We gaan het uitvoeringsprogramma CO2-neutraal uitvoeren. In 2026 zijn belangrijke onderdelen uit dat programma: a. Verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. De hoogste prioriteit krijgen panden die de meeste energie verbruiken. Zwembad Waardergolf gaat bijvoorbeeld van het gas af en gaat meer zonne-energie opwekken. De financiële gevolgen hiervan staan in het Meerjareninvesteringsprogramma (MIP). b. Verder verduurzamen van het gemeentelijk wagenpark. c. Het goede voorbeeld geven als gemeentelijke organisatie, door vaker duurzaam (en dus ook circulair) opdracht geven en inkopen. d. Stimuleren van duurzame initiatieven vanuit de samenleving. e. Verdergaan met de aanpak van isolatie: inwoners met subsidie en advies helpen om hun woningen energiezuiniger te maken. f. De isolatieaanpak combineren met gemeentebrede bescherming (‘soorten managementplan’) van beschermde diersoorten zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. g. Voortzetten van de warmtetransitie (‘stap voor stap van het gas af’): we gaan een warmteprogramma maken en gaan verder met het ondersteunen van de wijkaanpak en VvE’s. h. Verdergaan met de plannen HVC om aardwarmte te winnen in het Altongebied, als extra duurzame bron van het warmtenet.
Verdere maatregelen in 2026 moeten deze daling voortzetten. Het blijft wel een uitdaging, want het veranderen van gedrag en gewoontes is Programmabegroting 2026
51
i.
Stimuleren van de verduurzaming van bedrijven, onder meer met een gebiedsgerichte aanpak. j. Bijdragen aan het versterken van het stroomnet, bijvoorbeeld met trafohuisjes. k. Bijdragen aan een optimaal gebruik van het overbelaste stroomnet, door energiebesparing en slimme oplossingen te stimuleren (zoals energiehubs). Zie ook programma 3. l. Aanpak ontwikkelen om woningen in hete periodes op een duurzame manier koel te houden.
Circulaire economie (waaronder afval en grondstoffen) 1. Dijk en Waard is circulair in 2050. De gemeente streeft naar 50% minder gebruik van primaire grondstoffen binnen gemeentelijke projecten en opdrachten in 2030. We gaan het Uitvoeringsplan Circulaire Economie 2026 – 2027 uitvoeren. Dat is onder meer gericht op: a. Circulaire en andere duurzaamheidsuitgangspunten in dagelijkse interne processen van opdrachtgeverschap, inkoop en uitvoering. b. Onderzoek naar juridische en financiële instrumenten om bedrijven en inwoners te stimuleren om mee te doen aan de transitie naar een circulaire economie. c. Regionaal samenwerken op het gebied van de transitie naar een circulaire economie. d. Het in gang zetten van een eenduidige manier om de resultaten van de verschillende werkvelden van duurzaamheid (circulaire economie, klimaatadaptatie, energietransitie) inzichtelijk te maken voor bestuur en inwoners. e. Werkzaamheden in de openbare ruimte zoveel mogelijk op een circulaire manier aanpakken, door bijvoorbeeld materialen te hergebruiken.
Programmabegroting 2026
2. In Dijk en Waard is eind 2027 het afvalhergebruikpercentage gelijk aan de landelijke richtlijn. De hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval is eind 2027 maximaal 100 kg per inwoner. We gaan het Grondstoffenbeleidsplan voor Dijk en Waard uitvoeren. We richten ons vooral op: a. De inzet van communicatie, een afvalcoach en handhaving bij afvalstromen en in gebieden waar het scheiden van het restafval beter kan. b. Voorzieningen voor gft-inzameling bij hoogbouw. c. De evaluatie van de huidige wijze van inzamelen van oud papier en karton, vooral door verenigingen, clubs en scholen. 3. Dijk en Waard is klimaatrobuust. We voeren de Klimaatadaptatiestrategie en Uitvoeringsagenda Regio Alkmaar en het Beleidsplan Klimaatadaptatie Dijk en Waard uit. In 2026 richten we ons op: a. Inwoners inzicht geven in de gevolgen van klimaatverandering en de mogelijkheden om klimaatadaptief te handelen, bijvoorbeeld met voorzieningen in en op de eigen woning, tuin, erf of dak. b. Stimuleren van woningbouwcorporaties, huurdersorganisaties en projectontwikkelaars om vergroening en ontstening van tuinen en andere klimaatadaptie-maatregelen individueel en collectief op te pakken. c.
Scholing en kennisborging over klimaatadaptatie in de eigen gemeentelijke organisatie en versterking van de banden met scholen, bedrijfsleven, buurgemeentes, PWN en HHNK om het vervliegen van kennis over klimaatadaptatie tegen te gaan (triple helix). d. Vaststellen en uitvoeren van het hitteplan van de regio NoordKennemerland. e. Meer bestuurlijke, ambtelijke en ketenaandacht voor watercongestie, drinkwaterschaarste en achterblijvende kwaliteit van het oppervlaktewater (EU Kaderrichtlijn Water). 52
f.
Borgen van de resultaten van de actualisatie van de stresstesten 2025 en de bijbehorende risicodialogen.
Programmabegroting 2026
53
Beleidsindicatoren Onderstaande indicatoren vertellen hoe Dijk en Waard ervoor staat. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) vindt u ook als tabel in een bijlage. BBV-indicatoren
Eigen indicatoren Noot: de grafiek hernieuwbare elektriciteit vergelijkt Dijk en Waard met Nederland en niet met gemeenten van dezelfde grootte, omdat die cijfers over 2023 en 2024 nog niet beschikbaar zijn.
Programmabegroting 2026
54
Wat mag het kosten?
De kosten voor programma 7 dalen met € 5,0 miljoen en de baten dalen met € 5,5 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door incidentele baten en lasten voor subsidieregelingen duurzaamheid (T7.4; € 4,0 miljoen; primaire begroting), hogere kosten voor afvalverwerking (T7.3, € 640.000; begroting 2026) i.v.m. de nieuwe cao en kosten HVC. Verder is in 2025 een nieuw kostendekkingsplan Programmabegroting 2026
opgesteld voor riolering. Hieruit is gebleken dat de kosten voor beheer en onderhoud aan de riolering lager uitvallen dan eerder gedacht (T7.2; € 1,8 miljoen; begroting 2026). Hierop is de rioolheffing verlaagd met een vergelijkbaar bedrag. Er is hogere onttrekking aan reserves ter bekostiging van verduurzaming gemeentelijke gebouwen (€ 410.000).
55
Programma 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Waar staan we voor? Ons leefgebied moet gezond en veilig zijn, nu en in de toekomst. In de Strategische Omgevingsvisie 2047 staat wat dit betekent voor Dijk en Waard en wat onze langetermijnkoers is. Deze visie vormt de basis voor een gemeente waar iedereen kan wonen, werken, leren en recreëren in een gezonde en aantrekkelijke omgeving. Zij nodigt uit om Dijk en Waard samen te versterken. Medio 2025 is de Uitvoeringsagenda 2025-2027 voor de omgevingsvisie vastgesteld. Hierin staat hoe we de omgevingsvisie gaan uitvoeren.
De ondergrond raakt steeds voller. Met nieuwe opgaven als klimaatadaptatie, energietransitie en woningbouw neemt de claim op de ondergrondse ruimte nog verder toe. Deze ondergrondse infrastructuur is essentieel voor onze energievoorziening, communicatie en waterbeheer, maar vormt ook een belemmering bij herinrichting of vergroening van de openbare ruimte. Het gebrek aan overzicht en regie op deze ondergrondse ruimte kan leiden tot vertragingen en extra kosten bij projecten. Wat we nodig hebben voor een goede, toekomstgerichte planning is een betere afstemming en digitalisering van ondergrondse informatie.
Dijk en Waard werkt hard om iedereen een betaalbare woning in een groene omgeving te bieden. Dit zien we in samenhang met andere opgaven, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, de sterke vergrijzing en voorzieningen die horen bij een groeiend aantal inwoners. De Woonvisie Dijk en Waard 2024-2029 beschrijft onze woningbouwambities en onze inzet voor de bestaande woningvoorraad. De Woonzorgvisie voegt daaraan toe wat de opgaven zijn op het gebied van huisvesting en voorzieningen voor verschillende aandachtsgroepen, zoals ouderen. De Woonvisie en Woonzorgvisie geven richting aan de prestatieafspraken die we gaan maken over de woningbouw in Dijk en Waard. In Regio Alkmaar bouwen we een fors deel van de nationale woningbouwopgave. In de Woondeal NHN 2.0 (ondertekend in maart 2023) is opgenomen dat in Noord-Holland-Noord tot en met 2030 40.000 woningen worden gebouwd (42.500 na landelijke actualisatie). Iets minder dan een kwart hiervan is gepland in Dijk en Waard.
Programmabegroting 2026
56
Welke doelen helpen daarbij en waar richten we ons op? Woningen 1. De Woonvisie en Woonzorgvisie beschrijven de gemeentelijke doelstellingen voor nieuwe plannen en projecten op het gebied van bouwen voor reguliere woningzoekers en aandachtsgroepen. a. We streven naar een gemiddelde van 30% sociale huurwoningen op gebiedsniveau. b. Van alle nieuwbouwwoningen is 30% een sociale huurwoning (categorie 1 of 2). c. Tweederde van alle nieuwbouwwoningen is een betaalbare woning (categorie 1, 2 of 3). 2. We faciliteren de bouw van 10.000 woningen in 10 jaar in Dijk en Waard. a. In 2026 wordt gestart met het bouwrijp maken van de Oostrand NZS, een woningbouwlocatie met circa 600 woningen. Momenteel zijn circa 800 woningen in aanbouw, onder meer in de projecten Stationskwartier, De Frans, De Draai en Vaanpark. 3. We vergroten de doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad. Conform de huisvestingsverordening wordt maximaal 25% van de vrijgekomen sociale huurwoningen toegewezen aan doorstromers. Daarnaast loopt een zeer succesvolle pilot met wooncoaches van Wonen Plus Welzijn. Deze wooncoaches helpen onze inwoners bij vragen over passend wonen, levensloopbestendig wonen en verhuizing. Deze pilot verdient dan ook opvolging. 4.
Vanwege de dubbele vergrijzing (een toename van het aantal ouderen en een stijgende levensverwachting) en het belang van doorstroming, willen we veel woningen voor senioren (nultreden en geclusterd), in nieuwbouw en in bestaande wijken. Van de woningen die nu in aanbouw zijn, is driekwart een appartement. Nagenoeg alle appartementen zijn nultredenwoningen. Een
Programmabegroting 2026
belangrijk deel daarvan kan worden gerekend tot de geclusterde woningen voor senioren.
Ondergrond 1. We willen een Visie Ondergrond opstellen en onderzoek doen naar de stand van zaken en de knelpunten bij de samenwerking in de ondergrond.
57
Beleidsindicatoren Onderstaande indicatoren vertellen hoe Dijk en Waard ervoor staat. De verplichte BBV-indicatoren (Besluit Begroting en Verantwoording) vindt u ook als tabel in een bijlage. BBV-indicatoren
Programmabegroting 2026
58
Eigen indicatoren
Programmabegroting 2026
59
Wat mag het kosten?
In programma 8 stijgen de kosten met € 1,3 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door hogere loonkosten i.v.m. de nieuwe cao (T8.1, € 577.000; begroting 2026), invoeringskosten voor de Omgevingswet (T8.1, € 429.000; begroting 2026 - gedekt vanuit reserve). Actualisatie van de legesinkomsten (T 8.3, € 1,8 miljoen) en verschuiving van het budget voor gebiedsgerichtwerken naar programma 0 (T8.3, € 978.000). Programmabegroting 2026
Daarnaast is er een balansmutatie voorraad grond van € 791.000 aan zowel de lasten- als de batenkant (hogere lasten en hogere baten) Per saldo wordt er in 2026 € 394.000 minder onttrokken uit de reserves. Dit komt voornamelijk doordat er in 2025 een onttrekking van € 888.000 was voor gebiedsgerichtwerken en er in 2026 een onttrekking is van € 429.000 ter dekking voor de invoeringskosten voor de Omgevingswet.
60
3. Paragrafen
Programmabegroting 2026
61
3.1 Lokale belastingen en heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen (volgens artikel 220 tot en met 228 van de Gemeentewet) en heffingen (volgens artikel 228a en 229 van de Gemeentewet) in gemeente Dijk en Waard. We maken onderscheid tussen belastingen en heffingen: - Belastingen zijn verplichte bijdragen aan de gemeente waar geen directe tegenprestatie tegenover staat. Voor gemeente Dijk en Waard zijn dit de onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en parkeerbelasting. - Heffingen vraagt de gemeente als ze een van haar bezittingen ter beschikking stelt of als ze een dienst verleent aan een individu of onderneming. Dit zijn vergoedingen voor kosten die de gemeente maakt voor administratieve handelingen, zoals het geven van informatie en het verstrekken van vergunningen. Gemeente Dijk en Waard kent de volgende heffingen: rioolheffing, afvalstoffenheffing, lijkbezorgingsrechten, marktgelden, campergelden, liggeld vaartuigen, sluisgelden en leges.
Programmabegroting 2026
Geraamde inkomsten Totale opbrengsten x € 1.000 Belastingen
2025
2026
OZB woningen (eigenaren)
12.550
13.064
OZB niet-woningen (eigenaren)
7.077
7.650
OZB niet-woningen (gebruikers)
4.338
4.587
Parkeerregulering openbare weg
344
440
Toeristenbelasting
80
80
Forensenbelasting
30
31
24.419
25.852
Afvalstoffenheffing
10.331
11.152
Rioolheffing
13.771
12.191
Lijkbezorgingsrechten
422
430
Marktgelden
30
30
Liggeld vaartuigen
60
63
Sluisgeld
8
9
Campergelden
16
17
Leges
4.124
6.486
subtotaal Totaal
28.762 53.181
30.378 56.230
subtotaal Overige heffingen
62
Indexering Indexering vindt plaats op basis van de consumentenprijsindex (CPI) van juni. De CPI van juni 2025 bedraagt 3,1%. Uitzondering hierop is de indexering van de legesverordening. Op de leges uit de legesverordening vindt indexering plaats op basis van de verwachte ontwikkeling van de loonkosten en overhead. Voor 2026 is op basis daarvan een indexering berekend van 7,14%. Hierin zijn de cao-ontwikkelingen meegenomen. Indexering vindt plaats op de onderdelen die genoemd worden in de kadernota 2026.
Belastingen OZB De belangrijkste eigen inkomstenbron van de gemeente wordt gevormd door de onroerendezaakbelasting (OZB). De OZB wordt geheven op onroerende zaken binnen de gemeente. Het is een gebruikersbelasting en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantoren en bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen. Uitgangspunt is dat de OZB-opbrengsten jaarlijks worden verhoogd met de inflatie (CPI van juni) en geschatte groei. De opbrengsten minus geschatte groei worden vervolgens omgeslagen naar de totale waarde (exclusief areaaluitbreiding) van het onroerend goed in de gemeente (herwaardering). Net als voorgaande jaren heeft er geen indexatie plaatsgevonden over gebruikers van niet-woningen. Hier hebben we voor gekozen omdat de gebruikers van voormalig Broek op Langedijk bij de harmonisatie een forse tariefsverhoging hebben gehad. De berekening van de tarieven (percentages) voor 2026 volgt zodra de heffingsgrondslag definitief berekend is. De definitieve groei op basis Programmabegroting 2026
van de areaaluitbreiding wordt pas rond oktober/november 2026 bekend. Dit wordt opgenomen in de verordening die 9 december 2025 bij de raad voorligt.
Parkeerregulering openbare weg De begrote opbrengst vloeit voort uit de opgezette parkeerexploitatie en bestaat uit de opbrengst van parkeervergunningen, de opbrengst van betaald parkeren on street (P+R terrein zuidzijde station) en de opbrengst van naheffingen P+R terrein. De tarieven worden geheven op basis van de Parkeergeldverordening. Toeristenbelasting Over overnachtingen van niet-ingezetenen in hotels, pensions of andere vakantieonderkomens in Dijk en Waard wordt toeristenbelasting geheven. De belasting wordt geheven bij degene die de gelegenheid tot overnachting biedt (zoals de hotelier of de pensionhouder). Diegene mag de belasting doorberekenen aan de gast. Toeristenbelasting wordt geheven over het aantal overnachtingen en bij seizoenplaatsen over het aantal plaatsen per maand.
Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven bij degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar in een gemeubileerde woning in Dijk en Waard woont of verblijft zonder hier een hoofdverblijf te hebben. Heffingen Afvalstoffenheffing Het product 'afval en grondstoffen' kent een eigen financieringsgrondslag: de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing staat los van de CPI we jaarlijks toepassen op verschillende leges en tarieven. De tarieven van de afvalstoffenheffing moeten kostendekkend zijn. Hierdoor kunnen ze jaarlijks omhoog of omlaag gaan, afhankelijk
63
van de ontwikkeling in de kosten en opbrengsten voor het inzamelen en verwerken van het huishoudelijk afval.
De afvalstoffenheffing wordt geheven over het inzamelen en verwerken van het huisvuil volgens de Wet milieubeheer. Het tarief van de afvalstoffenheffing wordt beïnvloed door meerdere factoren. Denk aan de inzet van personeel en materieel, de verwerking van afvalstromen en de toerekening van overhead en compensabele btw. Daarnaast speelt het aantal huishoudens mee waarover de totale kosten worden verdeeld.
Onderstaande tabel laat zien wat de kostendekkendheid is van de afvalstoffenheffing.
Taakveld 7.3 Afval
x € 1.000
Netto kosten Kosten inzameling inclusief toegerekende rente
€ 10.071
Inkomsten, exclusief heffingen
€ -1.363
Totaal netto kosten
€ 8.708
Toe te rekenen kosten
Voor de toerekening van de kosten zijn de huishoudens verdeeld in twee heffingscategorieën: eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Bij de berekening van het tarief maken we onderscheid tussen vaste kosten en variabele kosten.
Overhead inclusief toegerekende rente
€ 1.360
BTW
€ 1.084
Totaal toe te rekenen kosten
€ 2.444
Vaste kosten zijn vooral de kosten voor de inzameling (personeel en materieel), kwijtschelding en overhead (€ 7.336.000). Variabele kosten zijn het saldo van de verwerkingskosten en opbrengsten van het afval en de grondstoffen (€ 3.816.000).
Totaal kosten
€ 11.152
Opbrengsten afvalstoffenheffing
€ 11.152
Dekkingspercentage
100%
De opbrengsten bestaan uit vergoedingen voor de afvalstromen, zoals pmd (plastic, metaal en drankkartons), metalen, elektrische en elektronische apparaten, oud papier en karton, glas. Het vaste deel wordt over het totaal aantal huishoudens gelijk verdeeld, ongeacht de heffingscategorieën. Het variabele deel wordt op basis van een verdeelsleutel (1:2) toegerekend aan de twee heffingscategorieën. Meerpersoonshuishoudens betalen dus twee keer zoveel verwerkingskosten. Afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn. Ons uitgangspunt is dat de afvalstoffenheffing 100% kostendekkend is.
Programmabegroting 2026
64
Rioolheffing Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer van het afval- en regenwater en het verwerken van overtollig grondwater. De heffing hiervoor mag maximaal kostendekkend zijn en alleen die kosten bevatten die in de wet genoemd zijn.
Taakveld 7.2 Riolering
x € 1.000
Netto kosten Kosten riolering inclusief toegerekende rente
De rioolheffing wordt geheven bij de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
Inkomsten, exclusief heffingen
De rioolheffing is een kostendekkende heffing. Dit betekent dat gemeente deze heffing gebruikt om de kosten te dekken die worden gemaakt voor rioolbeheer. Er is dus geen directe relatie met inflatie of andere economische indexen. De hoogte van de heffing wordt voornamelijk bepaald door de daadwerkelijke kosten van deze diensten (waaronder onderhoud van het riool). Wanneer de kosten stijgen (door hogere loonkosten, energieprijzen of onderhoudskosten), past de gemeente de tarieven aan. Het tarief wordt daardoor niet geïndexeerd met het CPI.
Toe te rekenen kosten
Totaal netto kosten
Overhead inclusief toegerekende rente
€ 9.613 € -75 € 9.538
€ 898
BTW
€ 1.756
Totaal toe te rekenen kosten
€ 2.653
Totaal kosten
€ 12.191
Baten Opbrengsten rioolheffing
€ 12.191
Onderstaande tabel laat zien wat de kostendekkendheid is van de rioolheffing.
Programmabegroting 2026
65
Lijkbezorgingsrechten Het uitgangspunt voor de tarieven van de lijkbezorgingsrechten is volledige kostendekking voor: - de uitgifte van graven (inclusief grafonderhoud) - het begraven - de algemene kosten voor het in stand houden van de gemeentelijke begraafplaatsen De aanvrager betaalt lijkbezorgingsrechten om alle kosten te dekken die hij direct veroorzaakt. De gemeente betaalt de kosten die betrekking hebben op het deel van de begraafplaats dat nog niet in gebruik is. Hoewel het uitgangspunt van de tarieven dus volledige kostendekking is, komt dat niet in onderstaande tabel tot uiting. Dit komt doordat de kosten als gevolg van de leegstand op de begraafplaatsen ten laste van de gemeente komen. De kostendekkendheid van de lijkbezorgingsrechten 2026 is als volgt berekend:
Programmabegroting 2026
Taakveld 7.5 Begraafplaatsen
x € 1.000
Netto kosten Kosten
€ 637
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
€ 637
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€ 178
BTW Totaal toe te rekenen kosten
€ 178
Totaal kosten
€ 815
Begrote opbrengsten
€ 430
Dekkingspercentage
53%
Marktgelden De marktgelden zijn van kracht voor de maandagmarkt op het Raadhuisplein en de jaarmarkt (Centrumwaard - Middenweg). Marktgelden zijn de tarieven die in rekening worden gebracht voor het innemen van een standplaats op één van deze markten. De tarieven worden jaarlijks verhoogd met de CPI van juni (voor 2026 3,1%). Deze verhoging zorgt er nog niet voor dat de tarieven kostendekkend zijn. Het behouden van de maatschappelijke en sociale functie van de markt is de reden om geen 100% kostendekkende tarieven te hebben.
66
De weekmarkt bij winkelcentrum Broekerveiling is een verzelfstandigde markt en ondergebracht in een stichting. Bij deze stichting liggen de lasten en daar vallen ook de baten. De gemeente heft hier geen marktgelden. De stichting betaalt voor het gebruik van de openbare ruimte een jaarlijkse vergoeding. Taakveld 3.3 Marktgelden
x € 1.000
De opbrengsten uit liggelden worden gebruikt voor havengerelateerde kosten. Het gaat om zowel directe kosten (zoals schoonmaak, energie, waterverbruik, afvalverwerking en dagelijks onderhoud) als indirecte kosten (zoals toezicht, administratie, verzekeringen en afschrijvingen op investeringen). Ook de beheerkosten van de stichting vallen hieronder. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd op met de CPI van juni (voor 2026 is het percentage 3,1%).
Netto kosten Kosten
€ 29
Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid van de haven Broekhorn.
€ 29
Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
x € 1.000
Netto kosten Kosten
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€6
Inkomsten, excl. Heffingen
BTW
€3
Totaal netto kosten
Totaal toe te rekenen kosten
€9
Totaal kosten
€ 38
Begrote opbrengsten
€ 30
Dekkingspercentage
79%
Liggeld vaartuigen Recreatiehaven Broekhorn moet 100% kostendekkend zijn. Daarom worden de kostendekkendheid van Broekhorn en de haven in Broek op Langedijk apart weergegeven.
€ 49
€ 49
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€-
BTW
€8
Totaal toe te rekenen kosten
€8
Totaal kosten
€ 57
Begrote opbrengsten
€ 57
Dekkingspercentage
100%
Recreatiehaven Broekhorn Heerhugowaard De Stichting Recreatiehaven Broekhorn beheert en exploiteert namens de gemeente de Recreatiehaven Broekhorn en de hierbij liggende camperplaatsen (zie ook: Camper-gelden). De tarieven zijn geïndexeerd conform de uitgangspunten. Programmabegroting 2026
67
Haven Broek op Langedijk De gemeente is verantwoordelijk voor de haven en de sluis in Broek op Langedijk. De haven heeft zones waar passanten kunnen aanleggen. Het tarief is per strekkende meter. In de winterperiode kunnen de plekken gebruikt worden voor winteropslag.
Campergelden De Stichting Recreatiehaven Broekhorn beheert en exploiteert namens de gemeente zowel de havenfaciliteiten als de bijbehorende camperplaatsen. De tarieven voor de camperplaatsen zijn vastgesteld op basis van het principe van kostendekkendheid.
De haven van Broek op Langedijk is niet kostendekkend, de tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met de CPI van juni (voor 2026 3,1%). Vanwege investeringen in de ICT-infrastructuur, nieuwe steigers en hogere personeelskosten is het tarief daarnaast met 10% extra verhoogd.
De opbrengsten uit campergelden worden gebruikt voor de kosten die gerelateerd zijn aan de camperplaatsen. Het gaat om zowel directe kosten (zoals schoonmaak, energie, waterverbruik, afvalverwerking en dagelijks onderhoud) als indirecte kosten (zoals toezicht, administratie, verzekeringen en afschrijvingen op investeringen). Ook de beheerkosten van de stichting vallen hieronder. De tarieven worden jaarlijks geïndexeerd met de CPI van juni (voor 2026 3,1%).
Na het realiseren van het project Havenplein wordt gekeken naar een geleidelijke verhoging van de tarieven om deze haven in de toekomst (meer) kostendekkend te krijgen. Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid voor de haven Broek op Langedijk. Taakveld 2.3 Liggeld vaartuigen
Kosten € 80
€ 80
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€-
BTW
€ 13
Totaal toe te rekenen kosten
€ 13
Totaal kosten
€ 93
Begrote opbrengsten
€6
Dekkingspercentage
7%
Programmabegroting 2026
x € 1.000 € 15
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
Taakveld 2.3 Campergelden Netto kosten
x € 1.000
Netto kosten Kosten
Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid van de campergelden.
€ 15
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente
€-
BTW
€2
Totaal toe te rekenen kosten
€2
Totaal kosten
€ 17
Begrote opbrengsten
€ 17
Dekkingspercentage
100%
68
Sluisgelden De bediening en het dagelijks beheer van de sluis in Broek op Langedijk vallen onder verantwoordelijkheid van de gemeente. De sluis wordt op locatie bediend door een sluiswachter, vaartuigen die de sluis passeren moeten sluisgeld betalen.
Onderstaande tabel toont de kostendekkendheid van de sluisgelden.
De opbrengsten zijn een bijdrage in de kosten, maar zijn verre van kostendekkend. De vaste kosten (waaronder onderhoud en beheer) zijn relatief hoog ten opzichte van het aantal gebruikers van de sluis. Door het relatief lage aantal passages en de vaste personele inzet is volledige kostendekkendheid niet haalbaar zonder het tarief fors te verhogen. Een kostendekkend tarief zou zo hoog zijn, dat het gebruik van de sluis zou dalen.
Inkomsten, excl. Heffingen
De sluis vormt een belangrijke schakel in de vaarroute door het Rijk der Duizend Eilanden. Door het tarief laag te houden, wordt het gebruik van de sluis gestimuleerd, wat bijdraagt aan een aantrekkelijk recreatieaanbod en versterking van de lokale economie.
Programmabegroting 2026
Taakveld 2.3 Sluisgeld
x € 1.000
Netto kosten Kosten
Totaal netto kosten
€ 134
€ 134
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente BTW
€ 27
Totaal toe te rekenen kosten
€ 27
Totaal kosten
€ 161
Begrote opbrengsten
€9
Dekkingspercentage
6%
69
Leges Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. De leges mogen per hoofdstuk maximaal kostendekkend zijn. Over de leges heeft een indexatie plaatsgevonden, behalve voor van overheidswege gemaximeerde tarieven. De indexatie is gebaseerd op de ontwikkeling van de overhead en loonkosten (inclusief caoontwikkelingen). Hieronder vindt u een overzicht van de kostendekkendheid van de leges in 2026. Hoofdstuk 1 = Algemene dienstverlening, bijvoorbeeld uitgifte van rijbewijzen, uittreksels, en inkomsten voor de ondergrondse infrastructuur en gehandicaptenkaarten Hoofdstuk 2 = Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning, bijvoorbeeld het verlenen van vergunningen voor het bouwen van woningen
Hoofdstuk 2 Voor hoofdstuk 2 is een uitgebreid kostendekkingsonderzoek uitgevoerd, waarbij zowel kosten als opbrengsten nauwkeurig zijn geactualiseerd en beter onderbouwd. Ten opzichte van de begroting 2025 zijn zowel de kosten als de opbrengsten gestegen. De kostendekkendheid komt hierdoor uit op 105%. Deze hogere dekking is toegestaan op basis van jurisprudentie, die kruissubsidiëring tussen hoofdstukken mogelijk maakt. Hoofdstuk 3 Ook voor hoofdstuk 3 is een kostendekkingsonderzoek uitgevoerd, waarbij kosten en opbrengsten beter in beeld zijn gebracht. Uit dit onderzoek blijkt dat eerder niet alle directe kosten aan dit hoofdstuk werden toegerekend. Na correctie komt de kostendekkendheid voor dit hoofdstuk uit op 43%.
Hoofdstuk 3 = Europese dienstenrichtlijn, bijvoorbeeld vergunningen in het kader van horeca en evenementen Bij de behandeling van de legesverordening 2026 in december van dit jaar gaan we in op de kostendekkendheid per paragraaf. Na het beëindigen van het boekjaar 2026 zal via de jaarrekening 2026 de werkelijke kostendekkendheid worden weergegeven. Hoofdstuk 1 Dit hoofdstuk komt uit op 78% kostendekkendheid. Volledige kostendekkendheid is niet mogelijk aangezien veel tarieven van overheidswege gemaximeerd zijn. Een paar voorbeelden hiervan zijn de uitgifte van paspoorten en rijbewijzen, en kansspelbelasting.
Programmabegroting 2026
70
Legestabel Onderstaande tabel laat zien dat de kostendekkendheid voor hoofdstuk 2 uitkomt op 105%. Uit jurisprudentie blijkt dat zogenoemde kruissubsidiëring tussen de hoofdstukken van de legesverordening is toegestaan. Op verordeningsniveau mag deze maximaal kostendekkendheid zijn. In totaal is de legesverordening meer kostendekkend geworden: van 90% in 2025 naar 95% in 2026. x € 1.000
Leges Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Netto kosten € 1.650
€ 3.173
€ 55
€ 1.650
€ 3.173
€ 55
€ 819
€ 1.102
€ 46
€ 819
€ 1.102
€ 46
Totaal kosten
€ 2.469
€ 4.275
€ 101
Begrote opbrengsten
€ 1.935
€ 4.508
€ 43
Dekkingspercentage
78%
105%
43%
Kosten Inkomsten, excl. heffingen Totaal netto kosten
Toe te rekenen kosten Overhead incl. toegerekende rente BTW Totaal toe te rekenen kosten
Programmabegroting 2026
71
Lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) heeft de cijfers van de gemeentelijke belastingdruk voor 2025 bekendgemaakt. Tot de gemeentelijke woonlasten worden de bedragen gerekend die huishoudens betalen aan OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Het overzicht is ook te vinden op de website van Coelo. Woonlasten per gemeente 2025 2025
Eigenaar EenMeerRang persoons persoons
Huurder EenMeerRang persoons persoons
Alkmaar
719
874
28
329
411
104
Castricum
869
966
92
460
557
232
Uitgeest
1.080
1.204
295
447
571
247
Bergen Dijk en Waard NoordHolland
1.135
1.236
311
483
584
261
917
968
94
238
289
27
975
1.086
362
478
In bovenstaande tabel is naast de woonlasten ook een rangnummer opgenomen. Alle (deel) gemeenten hebben een rangnummer dat aangeeft hoe hoog de woonlasten zijn in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Nummer 1 heeft de laagste woonlasten. Het hoogste rangnummer is 346.
Woonlasten Dijk en Waard 2026 Jaarlijks tonen we in deze paragraaf de woonlasten. Dit jaar gaat het anders: de woonlasten worden opgenomen in het raadsvoorstel tot vaststelling van de belastingverordeningen 2026 aan het einde van dit jaar. Voor deze wijziging zijn een paar redenen.
Programmabegroting 2026
Ten eerste: het tarief voor de OZB 2026 is nog niet bekend. Dit is afhankelijk van de totale WOZ-waarde, die pas eind 2025 beschikbaar is. Ten tweede: het tarief voor de afvalstoffenheffing 2026 is nog niet bekend. Ten derde: het tarief voor de rioolheffing 2026 is nog niet bekend. De rioolheffing kende een arbeidsintensieve wijze van heffen. Daarom is er in 2025 een onderzoek uitgevoerd naar de verschillende heffingssystemen en welke het beste past bij gemeente Dijk en Waard. Het onderzoek is, bij het opstellen van de begroting 2026, in de afrondende fase. Vervolgens zullen de opties aan de Raad worden voorgelegd ter besluitvorming. Het streven is om bij het opstellen van de verordening 2026 de nieuwe heffingssystematiek toe te passen. Eigenaar
Huurder
Eenpersoons Meerpersoons Eenpersoons Meerpersoons OZB Afvalstoffenheffing Tarieven volgen bij vaststellen belastingverordeningen 2026 in Rioolheffing Totaal
december
Kwijtscheldingsbeleid Niet iedere belastingplichtige is in staat om de gemeentelijke belastingen betalen. In dat geval kan men, onder bepaalde voorwaarden, kwijtschelding aanvragen. In het kwijtscheldingsbesluit 2026 wordt opgenomen welke belastingen en heffingen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Gemeente Dijk en Waard heeft de uitvoering van deze belastingen neergelegd bij Cocensus. Bij Cocensus kan een verzoek tot kwijtschelding worden ingediend. 72
is van het beschikbare weerstandsvermogen. Ter informatie onderstaand in cursief de betreffende passage in de Prognose reserves 2023-2027.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Aanleiding en achtergrond In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de geïdentificeerde risico’s voor de gemeente Dijk en Waard. Dit risicoprofiel bepaalt de weerstandscapaciteit die nodig is om deze risico’s op te kunnen vangen. De benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit geeft de ratio van het weerstandsvermogen van de gemeente Dijk en Waard weer. Bij de Jaarrekening 2024 is het risicoprofiel geactualiseerd. Voor de begroting 2026 zijn de risico’s opnieuw tegen het licht gehouden. Hierbij zijn geen inzichten naar voren gekomen die aanleiding geven de risico-inschattingen te wijzigen. Het benodigde weerstandsvermogen is daardoor hetzelfde als bij de Jaarrekening 2024. Het risicoprofiel is ook niet gewijzigd. In totaal zijn circa dertig risico’s in het risicoprofiel opgenomen. De tien risico’s die in financiële zin de grootste zijn, staan beschreven onder het kopje “Risicoprofiel”. Om hier een beeld te kunnen geven van de weerstandscapaciteit (de ratio van het weerstandsvermogen) van de gemeente Dijk en Waard hanteren we de volgende uitgangspunten: -
Bij de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit is een zekerheidspercentage van 80% gebruikt.
-
Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de “vrije” ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties. Eerder bestond de beschikbare weerstandscapaciteit alleen uit de algemene reserve en de onbenutte belastingcapaciteit. In de Prognose reserves 2023-2027 (door de raad op 7 november 2023 vastgesteld) is bepaald dat ook de “vrije” ruimte van de reserve bouwgrondexploitaties onderdeel
Programmabegroting 2026
In het weerstandsvermogen (de ratio) wordt een totaalbeeld gegeven inclusief de risico’s van de grexen. Dit betekent dat de risico’s die verbonden zijn aan de grexen opgenomen worden in de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. De “vrije” ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties (totaal van de reserve minus de inschatting toekomstige vennootschapsbelasting en de onttrekkingen kapitaallasten voor doortrekken Punt en Herinrichting omgeving Veilingterrein) wordt opgenomen in de beschikbare weerstandscapaciteit. Met deze uitgangspunten is de ratio van het weerstandsvermogen voor de gemeente Dijk en Waard 2,9. Om de ratio van het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, maken gemeenten vaak gebruik van onderstaande waarderingstabel die is opgesteld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) en de Universiteit Twente. waardering
ratio
betekenis
A
>2
uitstekend
B
1,4 – 2
ruim voldoende
C
1 – 1,4
voldoende
D
0,8 – 1
matig
E
0,6 – 0,8
onvoldoende
F
< 0,6
ruim onvoldoende
73
Risicoprofiel Onderstaand overzicht toont de tien risico’s met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Risico
Kans
Financieel gevolg
Conjunctuurrisico’s grondexploitaties 70% Binnen de grondexploitaties is er een generiek risico aanwezig voor conjunctuureffecten. De grondprijzen staan onder druk, rentetarieven en bouwkosten stijgen. Er is een scenario uitgewerkt waarin de bouwkosten met 5% toenemen, de opbrengststijging grond 0% is en de rente toeneemt met 2%.
€ 3.000.000
Hervormingsagenda Jeugd 50% De ingerekende besparingen in de Hervormingsagenda Jeugd zijn fors. Zolang de wettelijke kaders nog niet zijn aangepast, bestaat het risico dat deze besparing (gedeeltelijk) niet gerealiseerd wordt.
€ 2.800.000
Jeugd De kans bestaat dat de raming voor uitgaven jeugdzorg niet toereikend is. Het beroep op jeugdzorg en de daaraan verbonden kosten kunnen hoger zijn dan wat in de raming is opgenomen.
60%
€ 2.000.000
Spooronderdoorgang Vaanpark Westpoort Raming van deze investering is € 6,5 miljoen. Over de kans op overschrijding is een inschatting gemaakt.
50%
€ 1.750.000
Netcongestie 30% Door capaciteits- en spanningsproblemen kan Liander niet alle aanvragen voor netaansluiting van stroom honoreren. Er wordt wel gewerkt aan het uitbreiden van de capaciteit van het distributienet en het aanpassen van de netstructuur, maar naar verwachting zullen deze werkzaamheden voor onze regio pas in het vierde kwartaal van 2028 worden afgerond. Door deze netcongestie zijn inmiddels ook de doorlooptijden van een geaccepteerde aanvraag t/m de aansluiting verlengd van ca. 0,5 jaar naar maar liefst ca. 1,5 jaar. Dit kan voor veel projecten die op stapel staan leiden tot vertraging met als gevolg extra kosten.
€2.500.000
Programmabegroting 2026
74
Risico (vervolg tabel)
Kans
Financieel gevolg
Gemeenschappelijke regelingen Begrotingsoverschrijdingen bij gemeenschappelijke regelingen worden doorbelast aan de gemeente. Voorbeelden van gemeenschappelijke regelingen zijn de GGD, de Veiligheidsregio en Zaffier.
70%
1.000.000
Opbrengsten leges De opbrengsten van leges, en dan vooral de bouwleges, kunnen lager uitvallen dan de raming. Ook de invoering van de Omgevingswet brengt mogelijk lagere opbrengsten met zich mee.
70%
€900.000
Spooronderdoorgang Zuidtangent Er is in de budgetten voor de spooronderdoorgang rekening gehouden met een risico-reservering van 12,5%. Naast deze risico's is met partner Prorail een inschatting gemaakt van het risico op kostenstijging (Verwachte NU-waarde, P85). Dit risico wordt ingeschat op circa € 1,2 miljoen. De kans op deze overschrijding wordt geschat op 50%.
50%
€ 1.200.000
Buig (gebundelde uitkering van het Rijk voor de bekostiging van uitkeringen op grond van een aantal wetten, 50% waaronder de Participatiewet) In onze begroting hebben we een inschatting gemaakt van zowel het te ontvangen budget inkomensdeel WWB als de verwachte uitgaven voor uitkeringen WWB (uitvoering door Zaffier). De inkomsten kunnen afwijken van de inschatting door een nieuwe verdeelmethode van het Rijk. Ook de uitgaven kunnen anders zijn door bijvoorbeeld mindere economische omstandigheden (meer klanten).
€ 1.150.000
Inflatie/Prijsstijgingen Bij de raming van budgetten wordt een indexatie voor prijsstijgingen meegenomen. De daadwerkelijke inflatie c.q. prijsstijging voor zowel inkopen als aanbestedingen kan hoger uitvallen. Beschikbare budgetten zijn dan niet meer toereikend om de lasten te dekken.
50%
€ 1.050.000
Totaal tien grootste risico's
max
€ 17.350.000
Programmabegroting 2026
75
Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het totale maximale financiële gevolg van de risico’s ongewenst is. De risico’s zullen immers niet allemaal tegelijk en in de maximale omvang optreden. De uitkomst van deze simulatie is dat, met een zekerheid van 80%, met een bedrag van € 14.850.000 de risico’s kunnen worden afgedekt.
weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen:
Ratio weerstandsvermogen
Beschikbare weerstandscapaciteit =
Benodigde weerstandscapaciteit
€ 42.885.000 =
€ 14.850.000
= 2,9
Beschikbare weerstandscapaciteit Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de algemene reserve, de onbenutte belastingcapaciteit en de “vrije” ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties. Algemene reserve, eindstand Jaarrekening 2024
€ 29.256.000
*-Onbenutte belastingcapaciteit
€ 6.638.000
“Vrije” ruimte in de reserve bouwgrondexploitaties
€ 6.991.000
Beschikbare weerstandscapaciteit
€ 42.885.000
Relatie tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet er een relatie worden gelegd tussen enerzijds de financieel gekwantificeerde risico's en daaraan gerelateerde benodigde weerstandscapaciteit en anderzijds de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare Programmabegroting 2026
76
Kengetallen
Werkelijk 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Indeling kengetallen Cat A
Cat B
Cat C
Netto schuldquote
25%
26%
34%
53%
70%
75%
<90%
90-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
30%
24%
32%
51%
67%
72%
<90%
90-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
34%
36%
32%
27%
23%
21%
>50%
20-50%
<20%
Kengetal grondexploitatie
2%
5%
7%
5%
4%
2%
<20%
20-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
0%
0%
0%
0%
1%
1%
>0%
0%
<0%
Belastingcapaciteit
92%
95%
82%
82%
82%
82%
<95%
95-105%
>105%
Programmabegroting 2026
77
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen
Strategisch beheerkader Beleidskader
Inleiding In deze paragraaf laten we zien hoe we de kapitaalgoederen in gemeentelijk eigendom beheren. Kapitaalgoederen zijn goederen waar de gemeente in investeert en die van groot maatschappelijk nut zijn voor de uitvoering van gemeentetaken. Denk aan wegen, viaducten, speelvoorzieningen en riolering. Deze goederen hebben doorgaans een lange levensduur en een hoge vervangingswaarde.
Kapitaalgoed
We houden de functie van kapitaalgoederen in stand door dagelijks en groot onderhoud en vervangingswerkzaamheden. De kwaliteit van het onderhoud is, naast het duurzaam in stand houden, bepalend voor de manier waarop inwoners de openbare ruimte beleven. Het onderhouden van deze kapitaalgoederen kost veel geld. In deze paragraaf geven we ook aan wat het beleidskader is en welke kwaliteitseisen en financiële middelen voor het onderhoud van kapitaalgoederen vastgesteld zijn. Artikel 12 BBV schrijft voor dat het onderhoud in ieder geval moet worden aangegeven voor wegen, riolering, waterhuishouding, groenvoorzieningen en gebouwen. Wij voegen daar civiele kunstwerken, openbare verlichting en speelvoorzieningen aan toe. De gegevens van de diverse objecten leggen we vast in de beheerpakketten GISIB, Brutis, TechView, ABS en PLANON. Door regelmatig te inspecteren en wijzigingen te verwerken bieden de beheerpakketten een actueel inzicht in kwaliteit en kwantiteit van de objecten. De beheerpakketten vormen de basis voor de benodigde financiële middelen voor het dagelijks en groot onderhoud van de kapitaalgoederen.
Programmabegroting 2026
Vastgelegd in
Vastgesteld Vernieuwing
Strategisch (door de gemeenteraad) Openbare ruimte
Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033
2023
2027
Openbare ruimte
Klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda Regio Alkmaar
2023
2026
Riolering
Programma Stedelijk water en rioleringen 2022-2027
2021
2027
Operationeel (door het college van B&W) Openbare ruimte
Uitvoeringsplan Integraal Beleid Openbare Ruimte 2024-2033
2023
2027
Openbare ruimte
Beleidsplan Klimaatadaptatie
2023
2026
Het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024-2033 is in november 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin zijn de integrale kaders vastgelegd voor de openbare ruimte. Deze kaders bestaan onder andere uit ambities en beleidsuitgangspunten om gericht te werken aan maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, duurzaamheid, klimaatadaptatie en circulariteit. Bovendien is het onderhoudsniveau per areaal en gebiedstype bepaald. Voor de gemeente is gekozen voor gebiedsafhankelijke kwaliteitsniveaus. De beeldkwaliteit van de openbare ruimte moet 78