CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Stedelijk water en Riolering gemeente Dijk en Waard 2022-2027.versie 2.pdf

Commissie Trouwzaal 13 december 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Stedelijk Water en Riolering Dijk en Waard 2022-202742.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

24

Figuur 11 Groen op plein in gemeente Castricum (Bron: T. Dekker)

4.4

Oppervlaktewater

Goed rioolgebruik We verwachten van onze inwoners dat ze zelf een bijdrage leveren aan het verlagen van de beheer- en onderhoudskosten door het riool goed te gebruiken, oftewel het riool alleen gebruiken waarvoor het is bedoeld. Ook verwachten we dat onze inwoners hun riolering op eigen terrein in goede staat onderhouden. Via verschillende media-kanalen informeren we onze inwoners over hun eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot een goed gebruik van het riool. Indirecte lozingen Indirecte lozingen kunnen zowel kwantitatief als kwalitatief schade veroorzaken. Het betreft onvoldoende gezuiverde lozingen (via overstorten of RWZI), of lozingen die het functioneren van riolen, gemalen of de RWZI verstoren. De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Om wateroverlast te voorkomen zijn overstortingen vanuit het rioolstelsel soms onvermijdbaar, maar dit leidt overwegend niet tot directe volksgezondheids- of milieuproblemen. We gaan door met het afkoppelen van verhard oppervlak om de milieubelasting aanvaardbaar te houden. Als gemeenten en waterschap zetten we in samenspraak met de Omgevingsdienst een traject in om beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen.

25

Omgaan met negatieve gevolgen van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics Als gevolg van lozingen komen medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics in ons oppervlaktewater terecht. Dit is schadelijk voor ons milieu en willen we uiteraard zoveel als mogelijk beperken. Hiervoor is een gecombineerde bron-, systeem-, en end-of-pipe aanpak nodig. Met het maken van (inter)nationale afspraken kunnen fabrikanten worden gestimuleerd/verplicht om meer duurzaam te produceren. Hier ligt een opgave voor de rijksoverheid. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bk) staan rijksomgevingswaarden voor de kwaliteit van oppervlaktewater voor aangewezen oppervlaktewaterlichamen. Een deel van die omgevingswaarden zijn een vertaling van de Europese regels. In dit geval de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Provincies kunnen in een omgevingsverordening omgevingswaarden stellen voor de waterkwaliteit van oppervlaktewater. Deze omgevingswaarden mogen alleen strenger zijn dan, of aanvullend zijn op, de rijksomgevingswaarden. Bij de vaststelling daarvan betrekt de provincie de economische effecten. Denk hierbij aan effecten op het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid.

Door middel van publiekscampagnes willen we het bewustzijn bij de gebruikers van het riool verhogen en een goed gebruik van het riool stimuleren. Op plekken waar een hoge concentratie aan medicijnresten is te verwachten, bijvoorbeeld bij ziekenhuizen of verzorgingscentra streven we naar slimme oplossingen om de vervuiling in het systeem te houden of af te vangen. HHNK voert samen met PWN voert een pilot uit op RWZI Wervershoof om meer ervaring op te doen met het zoveel mogelijk afvangen van microverontreinigingen. HHNK zet in eerste instantie in op een beleidsarme overgang van de huidige keur naar een waterverordening onder de Omgevingswet. De focus ligt hierbij op waterkwantiteit. De bruidsschatregels worden integraal overgenomen. Beleidsregels met betrekking tot waterkwaliteit worden in een later stadium gebiedsspecifiek gemaakt. De komende planperiode stemmen we het opnemen van eventuele regels met betrekking tot waterkwaliteit in omgevingsplan/waterverordening af met de waterbeheerder.

26

Figuur 12 De rioolwaterzuiveringsinstallatie van HHNK in Wervershoof (Bron: HHNK, Philippe van de Loo)

Opheffen foutaansluitingen De afvalwaterketen is primair gericht op het zoveel als mogelijk ingesloten houden van afvalwater en dit transporteren naar een zuiveringslocatie. Zoveel foutaansluitingen als riooloverstortingen vanuit een gemengd rioleringssysteem vormen hierin zwakke schakels. Bij foutaansluitingen komt onbedoeld vuil water in het oppervlaktewater terecht of regenwater bij de zuivering. Riooloverstortingen treden op bij hevige en/of langdurige neerslag om wateroverlast te voorkomen. De ongezuiverde lozingen kunnen de waterkwaliteit nadelig beïnvloeden. Om de milieubelasting te beperken sporen we op doelmatige wijze foutaansluitingen op bij klachten of signalen en laten deze, afhankelijk van de situatie, herstellen. Via het opsporen en (laten) herstellen van foutaansluitingen voorkomen we dat milieubelastende stoffen onbedoeld maar voortdurend in het oppervlaktewater terechtkomen. Om de milieubelasting als gevolg van riooloverstortingen te minimaliseren koppelen we verhard oppervlak van de riolering af en vertragen en minimaliseren we de toevoer naar het systeem door neerslag lokaal vast te houden. Omgaan met recreëren in, op of nabij stadswater Als gevolg van klimaatverandering en de bevolkingsdichtheid neemt de druk op onze stadswateren steeds verder toe. We zien een toename aan watergebonden evenementen en ook op het water wordt het drukker.

Voor ons stadswater kunnen we echter niet de kwaliteit en veiligheid garanderen zoals dat wel de bedoeling is voor de aangewezen zwemwateren. Na regenval kan het water bijvoorbeeld verontreinigd zijn met fecaliën, in of op de waterbodem kunnen gevaarlijke voorwerpen liggen of water afkomstig uit landelijk gebied is bijvoorbeeld verontreinigd met chemicaliën/parasieten etc. Gelet op het grote aantal mogelijke wildzwemwaterlocaties heeft het plaatsen van borden weinig nut. Vanuit het oogpunt van publieke gezondheid en openbare veiligheid zetten we daarom vooralsnog in op informeren van de omwonenden, tenzij we echt grote veiligheids- of gezondheidsrisico’s zien. In dat geval gaan we in gesprek met belanghebbende partijen en brengen we onze kennis met betrekking tot het functioneren van de riolering- en het watersysteem in. Het zou mooi als op de lange termijn delen van het watersysteem van voldoende kwaliteit zijn om zelfs veilig te kunnen zwemmen, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. In beleid en uitvoering zorgen we er in ieder geval voor dat door ons handelen de waterkwaliteit tenminste niet verslechtert.

27

Voor oppervlaktewater wat niet is aangewezen als zwemwater bestaat nog geen specifieke regelgeving. Dit is nog een grijs gebied waar de komende jaren meer aandacht voor zal komen op zowel landelijke als regionale schaal.

Figuur 13 Sluis Broek op Langedijk (Bron: T. Dekker)

4.5

Risicogestuurd beheer

We nemen meer risico waar het kan en minder risico waar het moet Met het slijten van de bestaande riolering neemt de vervangingsopgave als gevolg van de leeftijdsopbouw toe. Zo zal in theorie de piek in rioolaanleg in de jaren vijftig-zestig de komende 30 jaar tot een vervangingspiek leiden (uitgaande van een gemiddelde levensduur van 60-90 jaar). Om beter te kunnen beoordelen of een riool aan vervanging toe is hebben we de afgelopen planperiode de toestand van het rioleringssysteem geïnspecteerd. Met deze inspectieresultaten zijn we beter in staat om een afweging te maken tussen het wel of niet vervangen/verbeteren van een riool. In 2016 is door de bestuurders van regio Alkmaar besloten om risicogestuurd beheer in de regio in te zetten en verder te ontwikkelen als belangrijkste middel om de landelijke afgesproken besparingen (BestuursAkkoord Water) te bereiken. Afgesproken is om eerst de methodiek verder te ontwikkelen voor de rioolvervanging omdat daar het grootste deel van de uitgaven ligt en dus de grootste besparingsmogelijkheden liggen. De gemeenten Langedijk en Heerhugowaard hebben hierbij het voortouw genomen. Met de ervaring die wordt opgedaan in het onderzoek wordt de beheerstrategie verder vormgegeven. Met het vaststellen van dit rioleringsplan wordt de keuze voor risicogestuurd beheer bekrachtigd.

Door de levensduur op te rekken via reparaties of riolen indien nodig eerder te vervangen kunnen we beter sturen op aanpassingen in de bovengrond zoals wegvervanging, maar ook kostenefficiënter inspelen op benodigde verbeteringen ten behoeve van bescherming van de volksgezondheid, verbetering van de afvoercapaciteit van riolering, beheersing van de grondwaterstand en klimaatadaptatie. We nemen dan meer risico waar het kan en minder risico waar het moet. Het onderhoud aan alle riolen is erop gericht om tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten de geplande levensduur te behalen, zonder dat de volksgezondheid, het milieu of openbare veiligheid in het geding komen. Tijdelijke hinder of beperkte schade calculeren we als risico in, ernstig lichamelijk letsel of grote schade willen we uiteraard voorkomen. Het geld dat we hiermee besparen kunnen we inzetten om toekomstige stijging van riooltarief te verlagen. Om de restlevensduur te kunnen oprekken is wel extra reparatiebudget nodig. In het plan houden we hier rekening mee. 28

De functie van de bovenliggende infrastructuur (doorgaande wegen en calamiteitenroutes) en andere factoren zoals het aantal aangesloten woningen, de aanwezigheid van bijvoorbeeld een ziekenhuis bepalen in hoeverre het verantwoord is om meer of minder risico te nemen. Zo accepteren we een wegverzakking als gevolg van een ingestort riool eerder in een rustige woonwijk maar proberen dat te allen tijde te voorkomen in een drukke woonwijk doorgaande wegen of ter plaatse van een bedrijventerrein. Ter ondersteuning van het risicogestuurd beheer is een beslisboom risicoriolen ontwikkeld. Dit levert een onderscheid op tussen riolen met een reguliere risicoklasse en rioolleidingen die een hoger beschermingsniveau krijgen omdat voortijdig falen te grote risico’s voor de omgeving oplevert. Voor de toekenning van de risicoklasse hebben we een aantal variabelen gedefinieerd zoals de afstand tot belangrijke infrastructuur, diepteligging, leidingdiameter, kruisingen met spoorwegen/waterkeringen en de ligging ten opzichte van bebouwing/bedrijven.

Figuur 14 Rioolwerkzaamheden Alkmaar Overdie (Bron: T. Dekker)

Op basis van de indeling in riolen met een reguliere risicoklasse en risicoriolen maken we vervolgens een afweging volgens onderstaande beslisboom. Voor risicoriolen hanteren we een gemiddelde verwachte levensduur van 60 jaar. Voor de overige vrijverval riolen hanteren we een verwachte levensduur van 90 jaar. Dat wil zeggen dat in principe alle geen-risico-riolen alleen maar worden gerepareerd tot ze de leeftijd van 90 jaar hebben bereikt. Hier is van af te wijken naar mate de restlevensduur tot een gewenste opgave in de openbare ruimte steeds kleiner wordt. In de huidige praktijksituatie voor de start van de planperiode worden deze levensduren ook al aangehouden.

29

In het geval riolering aan vervanging toe is of bij nieuwe aanleg houden we in het ontwerpstadium al rekening met te accepteren risico’s (opvang van water in bermen op plaatsen waar dit mogelijk is, situering van kolken e.d.). In bijlage H is de bijbehorende risicomatrix opgenomen. Deze matrix brengt de relatie in beeld tussen de ernst van eventueel optredende schade gebeurtenissen en de mate van risico die hierin kan worden genomen. Het handelingsperspectief voor rioolvervanging wordt dan: •

• •

Riolering is principe initiatief nemend wanneer naar beheerdersoordeel het (veilig) functioneren niet (meer) is gewaarborgd, of wanneer er vanuit een zorgplicht een opgave is en een meekoppelkans wordt benut voor een andere zorgplicht, of wanneer de reparatiekosten de vervangingskosten benaderen; Riolering is volgend wanneer de restlevensduur minder bedraagt dan één onderhoudsperiode van de bovengrond of de maatschappelijke functie wijzigt; Riolering is afwachtend wanneer de restlevensduur langer is dan één onderhoudsperiode van de bovengrond.

Met de ontwikkelde tool zijn voor de gemeenten Heerhugowaard en Langedijk kostenvergelijkingen gemaakt voor de lange termijn investeringen die nodig zijn voor rioolvervanging. Met de voorgestelde criteria voor risicoriolen wordt voor de termijn van één of enkele planperiodes veel bespaard op investeringen in vervanging. Voor een deel wordt dat gecompenseerd door iets hogere investeringen in de periode 2050 – 2070 maar over een periode van 100 jaar is een flinke besparing te bereiken op de totale investeringsuitgaven voor rioolvervanging (20% tot 30%). Daarmee leidt de introductie van risicogestuurd beheer van de riolering voor deze twee gemeenten tot significante besparingen. De verwachting is dat bij de andere gemeenten ook een dergelijke orde grootte kostenbesparing mogelijk zal zijn. 30

4.6

Bedrijfsvoering

Gegevensbeheer en digitalisering Binnen stedelijk waterbeheer hebben we te maken met statische en dynamische gegevens. De statische gegevens zijn basisgegevens zoals de afmetingen en hoogtemetingen van putten en leidingen. Deze gegevens worden laagfrequent geïnventariseerd en geactualiseerd. De dynamische gegevens bestaan uit o.a. meldingen, waarnemingen en praktijkmetingen. Deze worden met een hoge(re) frequentie ingezameld. Naast het op orde houden van de bestaande gegevens richten we de energie ook op de gemaalbeheergegevens en de data van hemelwatervoorzieningen. Een goed gegevensbeheer draagt bij aan een goed functioneren van de middelen (assets) van de (afval)waterketen. Naast de reeds bekende tools (o.a. Kikker, Aquawiev, FEWS, Sobek) en praktijkmetingen benutten we ook geografisch informatie (GIS) om analyses te kunnen maken en hiermee: • Efficiënte en effectieve investeringen in het (afval)watersysteem te bepalen. • Relaties met overige disciplines in openbare ruimte (wegen/groen, kunstwerken) in beeld te brengen. • Relaties met de uitvoeringsplannen m.b.t. klimaatadaptatie en energietransitie in beeld te brengen en samen met andere partijen acceptabele maatregelen te kiezen. Meten en monitoren Om zicht te hebben op het functioneren van de afvalwaterketen is meten en monitoren noodzakelijk.

De afvalwaterketen is een ‘open’ systeem met aanvoer van vuilwater en hemelwater. Op basis van praktijkmetingen kunnen we analyses maken van het feitelijk functioneren van de afvalwaterketen. Op regionaal niveau bundelen we de hiertoe benodigde kennis en bouwen we aan een beslissing onderbouwend instrumentarium.

Figuur 15 Rioolinspectie (bron: archief werkorganisatie Langedijk en Heerhugowaard, 2014)

Communicatie en samenwerking Het grootste gedeelte van het oppervlak in de regio Alkmaar is in handen van private partijen. Wij kunnen overlast als gevolg van extreme regen of droogte niet voorkomen zonder inzet van deze private partijen. We geven onze inwoners daarom handvatten voor het nemen van concrete maatregelen door praktijkvoorbeelden met beeldende foto’s van maatregelen voor typische problemen uit de regio te delen. Wij sluiten daarbij aan op het communicatieplan van regio Noorderkwartier. Daarnaast haken we zoveel mogelijk aan bij bestaande campagnes om inwoners te betrekken zoals Operatie Steenbreek, WatZr campagne, campagne Waterbazen (in samenwerking met HHNK), en andere lokale initiatieven. Naast het betrekken van inwoners, gaan we om tafel met private partijen zoals projectontwikkelaars en makelaars over klimaatkwaliteitsvoorwaarden in de stedelijke omgeving.

31

Figuur 16 Watertafel Egmond aan Zee (Bron: T. Dekker)

Capaciteit en kennis op orde Binnen regio Alkmaar vullen we elkaar aan op punten waar we nu het meest kwetsbaar zijn en /of waaraan we nu als gemeente zelf geen invulling (kunnen) geven. Een passende organisatie voor de samenwerking in de waterketen met de juiste mensen, op de juiste plaats, ook voor de toekomst. We passen de branchestandaard/kennisscan van Stichting RIONED toe om in beeld te krijgen waar de capaciteits- en/of kennisbehoefte ligt. Gezamenlijk stellen we hiervoor binnen de regio een opleidingsplan op binnen het reguliere opleidingsbudget. Calamiteitenplannen Naast het optimaliseren van de reguliere bedrijfsvoering brengen we ook in beeld op welke wijze incidenten afgehandeld kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan lozing van een gevaarlijke stof in het riool, langdurige uitval van een rioolgemaal, een breuk in een persleiding, het bezwijken van een hoofdriool onder een belangrijke weg of wateroverlast door extreme neerslag. We maken afspraken met partijen die bij calamiteitensituaties betrokken zijn, zoals de veiligheidsregio. Ook onderzoeken we de kwetsbaarheid van onze waterketenvoorzieningen bij overstroming. In regionaal verband denken we na hoe we de drinkwatervoorziening en afvalwaterverwerking tijdens (langdurige) uitval toch kunnen waarborgen.

Inrichting openbare ruimte In de gemeente Dijk en Waard stellen we een handboek inrichting openbare ruimte op (HIOR). Ten tijde van het opstellen van dit PSWR (2021) is daarmee gestart.

32

5

Uitvoeringsagenda

In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en/of maatregelen wij als gemeente in samenwerking met onze waterpartners of zelfstandig verrichten om invulling te geven aan de ambities en watertaken in dit PSWR. Omdat maatregelen bijdragen aan meerdere opgaven zijn de maatregelen gegroepeerd weergegeven per type: planvorming en onderzoek, beheer en onderhoud, uitvoeringsmaatregelen en overig.

5.1

Gezamenlijk programma

Om kennis te delen en kosten te besparen voeren we gezamenlijke activiteiten uit in de samenwerkingsregio Alkmaar. De kosten van gezamenlijke activiteiten zijn verdeeld volgens de afgesproken verdeelsleutel. Activiteit Klimaatbestendige inrichtingsprincipes in HIOR Opstellen van kaartmateriaal dat bijdraagt aan inzicht in kansen en knelpuntenpraktische binnen thema klimaatadaptatie (voor Communicatietraject handvatten klimaatadaptieve maatregelen (ontwikkeling en uitvoering) Monitoring effectiviteit beleid klimaatadaptie

2022 X X X X

Community of practice regio Alkmaar ten behoeve van uitwisseling ervaring opmaatregelen effectiviteit van klimaatadaptieve Onderzoek stimulering particulier terrein door middel van inzet algemene groene/gezonde waterrekening (i.p.v. drinkwater, Verkenning klimaatkansen schoolpleinen (ook in gesprek met Rijken enwaterkwaliteit provincie). in landelijk gebied Regionale visie droogte Opstellen klimaatadaptatie toets Bijeenkomsten kennisontwikkeling integraal ontwerp Opstellen doelmatigheidscriterium inzameling en transport van afvalwater Afspraken maken over beheer IBA’s Nader onderzoek herkomst rioolvreemd water Analyse energiegebruik waterketen Inventarisatie en onderzoek effecten WKO-installaties Optimalisatie verbeterd gescheiden riolering Nader uitwerken beleidsregels hemelwater Uniform ontsluiten en delen meetgegevens Klimaatdialoog droogte + aanpassen werkprocessen Publiekscampagne goed gebruik riool Lozingsregels bruidsschat gebiedsspecifiek maken (als onderdeel implementatie Omgevingswet). Programma Waterketen opstellen als pilot voor de Omgevingswet, waarbij visie & beleid kunnen worden meegenomen uit de individuele PSWR’s naar de nieuwe beleidsinstrumenten.

Opzetten geografisch informatiesysteem voor de (afval)waterketen ten behoeve van onderlinge afstemming tussen hoogheemraadschap en gemeenten Toepassing van de branchestandaard/ kennisscan van RIONED om inzichtelijk en onderbouwd te krijgen waar een capaciteits- of kennisbehoefte ligt. Verkenning klimaatadaptatie in hemelwaterverordening TOTAAL € 60K

2023

2024

2025

2026

2027

X X X X X

X X X

X X X

X X X

X X X

X X X

X

X

€ 60K

€ 60K

€ 60K

X X

X X X X

X X X

X X X

X

X

X

X X

X

X

X

X

X X € 60K € 60K

€ 60K

33

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma

We streven naar integraal werken. In de uitvoering betekent dit het koppelen van verschillende opgaven. Als er ingrepen nodig zijn in de openbare ruimte, zoals wijkvernieuwing of grootschalig onderhoud, bekijken we of op die plek ook klimaatmaatregelen nodig en nuttig zijn. Dat scheelt tijd, overlast en geld en draagt bij aan een leefbare omgeving. Om overlast voor onze inwoners en bedrijven zo veel mogelijk te beperken en kosten te besparen is een goede afstemming van plannen nodig binnen organisaties en tussen organisaties, zowel publiek als privaat. Als gemeente nemen we de regie om tot een effectieve afstemming van plannen te komen.

5.2.1

Planvorming en onderzoek

Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. Tabel 3 overzicht planvorming en onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022

Activiteit PSWR SSW, incl. kostenscenario’s veiligheidsniveaus Actualisatie KDP Beheerplan Jaarprogramma Nieuw Beleid Onderzoek Inventarisatie Berekeningen Monitoren Inspecties Meetplan grondwater Grondwater adviezen Inspectie en reinigen Inspectie elektrische installatie Foutieve aansluitingen Hydraulisch functioneren vvr Berekeningen/adviezen Monitoren (grond- en rioolwater) TOTAAL

5.2.2

2022

2023

2024

€ 50.800

€ 10.200 € 50.800

€ 8.100 € 236.700 € 20.300 € 15.200 € 10.200 € 25.400 € 37.600 € 404K

€ 8.100 € 236.700 € 20.300 € 15.200 € 10.200 € 25.400 € 37.600 € 415K

2025

2026

2027 € 50.800

€ 50.800

€ 50.800

€ 50.800

€ 8.100 € 236.700 € 20.300 € 15.200 € 10.200 € 25.400 € 37.600 € 430K

€ 8.100 € 236.700 € 20.300 € 15.200 € 10.200 € 25.400 € 37.600 € 404K

€ 8.100 € 236.700 € 20.300 € 15.200 € 10.200 € 25.400 € 37.600 € 455K

€ 25.400 € 20.000 € 10.000 € 10.000 € 20.000 € 7.500 € 10.000 € 30.000 € 83.200 € 5.000 € 7.000 €140.000 € 12.000 € 15.000 € 10.000

€ 380K

Cyclisch onderhoud

Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente Dijk en Waard. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand en hemelwatervoorzieningen.

34

Tabel 4 Overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022

Activiteit Onderhoud kolken Onderhoud gemalen Onderhoud riolering Kolkenreinigen Straatreinigen Drainage reinigen Rioolgemalen en drukriolering Vrijverval Persleidingen Bermen Overstorten en uitstroombakken Afsluiters TOTAAL

5.2.3

2022 € 47.200 € 80.000 € 85.800 € 45.000 € 300.300 € 45.000 € 109.000 € 100.000 € 12.000 € 160.000 € 5.000 € 2.000 € 991K

2023

2024

2025

2026

2027

€ 98.700 € 526.900 6.900.300 € 45.700 € 223.300 € 249.400 € 12.200 € 243.600 € 20.300 € 40.600 € 1.461K

€ 98.700 € 526.900 6.900.300 € 45.700 € 223.300 € 249.400 € 12.200 € 243.600

€ 98.700 € 526.900 6.900.300 € 45.700 € 223.300 € 249.400 € 12.200 € 243.600

€ 98.700 € 526.900 6.900.300 € 45.700 € 223.300 € 249.400 € 12.200 € 243.600

€ 98.700 € 526.900 6.900.300 € 45.700 € 223.300 € 249.400 € 12.200 € 243.600

€ 1.400K

€ 40.600 € 1.440K

€ 1.400K

€ 40.600 € 1.440K

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen

Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd.

35

Tabel 5 Overzicht vervangs- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022

Activiteit Uitbreidingen Totaal uitbreidingen De Draai De Vaandel HHW Zuid Overbrugging Stadshart Inbreiding projecten Westerdel L.Bogtmanstraat Westrand Havengebied BoL Madderom Vrone Plan Kruissloot Vervanging Totaal vervanging Bomenbuurt ZS Bomenbuurt relinen Parallelweg Kerkelaan SP Relinen Oost.Randweg Relinen Benedenweg BRP Zandakker Omgeving Rodeoterrein RG Korteweide/'t Padje Stelpost BRP Diverse rioolvervanging Klimaatadaptatie Vrijvervalriolering LT Gemalen, bouwkundig Gemalen, E/M Persleidingen Drukriolering, BK Drukriolering, E/M Randvoorziening, E/M Infiltratie voorzieningen Drainage/ DT-riolering Verbeteringen Totaal verbetering GO wijken Herstelwerkzaamheden Klimaatadaptatie Stationsgebied Centrumwaard TOTAAL

36

2022 € 7.231K € 2.463.000 €1.519.000 € 700.000 € 100.000 € 100.000 € 141.000 € 600.000 € 100.000 € 1.508.000

2023 € 1.922K € 971.600 € 173.200

2024

2025

€ 985K € 985.300

€ 398K € 398.200

2026 € 480K

2027 € 158K € 157.700

€ 479.700 € 111.000

€ 277.500 € 111.000 € 111.000 € 166.500 € 7.312K €3.400.000 € 900.000 € 680.000

€ 7.986K € 3.074.700

€ 2.691K

€ 4.395K

€ 4.006K

€ 3.513K

€1.060.000 €1.060.000 €1.060.000 €2.606.000 € 76.300 € 77.600 € 57.000 € 249.100 € 372.500 € 258.100 € 59.400 € 35.000 € 62.700 € 127.400 € 407.300 € 86.400 € 264.100 € 279.100 € 840.900 € 22.000 € 9.400 €1.342.800 € 162.800 € 162.800 € 379.900

€2.606.000

€ 2.223K € 250.700 € 146.200 € 220.800

€ 618K € 250.700 € 146.200 € 220.800

€ 618K € 250.700 € 146.200 € 220.800

€ 618K € 250.700 € 146.200 € 220.800

€ 618K € 250.700 € 146.200 € 220.800

€1.605.000 € 12.156K

€ 4.293K

€ 3.324K

€ 3.616K

€ 2.766K

€ 258.600 € 1.673.900 € 202.000 € 2.141.000 € 150.000

€ 333.000 € 166.500 € 111.000

€1.330.000 € 68.200

€ 187.300

€ 96.800

€ 400.000 € 3.809K € 147.000 € 244.000 € 217.500 €3.200.000 € 17.863K

€ 31.200 € 127.300

€ 705.600

5.2.4

Facilitair / overig

Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd onder ‘Overig’. Ondersteunende aspecten die betrekking hebben op organisatie en financiën zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 6 Overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2022

Activiteit Perceptiekosten Concensus ICT

2022 € 288.000 € 56.000

2023 € 295.000 € 78.200

2024 € 295.000 € 78.200

2025 2026 2027 € 295.000 € 295.000 € 295.000 € 78.200 € 78.200 € 78.200

Stroom en elektra

€ 100.500

€ 35.500

€ 35.500

€ 35.500

€ 35.500

€ 35.500

Gegevensbeheer en WIBON

€ 35.000

€ 26.400

€ 26.400

€ 26.400

€ 26.400

€ 26.400

Contributies en Lidmaatschappen Handhaving, communicatie en klachten Inhuur specialistische kennis

€ 26.000

€ 10.200

€ 10.200

€ 10.200

€ 10.200

€ 10.200

€ 10.000

€ 81.200

€ 81.200

€ 81.200

€ 81.200

€ 81.200

€ 80.000

TOTAAL

€ 596K

€ 527K

527K

527K

527K

527K

37

6

Middelen

Voor het beheer van het stedelijk watersysteem in de gemeente Dijk en Waard zijn geschikte mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld € 11,8 miljoen per jaar uit. Geld dat bewoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer.

6.1

Personele middelen

De bestaande formatie in de gemeente Dijk en Waard is weergegeven in Tabel 7 en bedraagt 10,05 fte. In de afgelopen periode hebben we de noodzakelijke acties kunnen uitvoeren die we hadden gepland. Er zijn door personeelstekorten ook acties blijven liggen zoals het uitvoeren van onderzoeken en het organiseren van bewustzijn campagnes (bijvoorbeeld in samenwerking met tuincentra, Educatieschip Watervlo, operatie Steenbreek, regentonacties). Bovendien zijn we in de voormalige gemeente Heerhugowaard wat achter gaan lopen met het uitvoeren van inspecties en hebben personele capaciteit nodig om deze achterstand in te halen in deze planperiode. We hebben daarnaast de ambitie om aan de slag te gaan met een waterrobuuste inrichting van de openbare ruimte en er komen veel nieuwbouw- en reconstructieprojecten op onze gemeente af. De benodigde formatie om invulling te kunnen geven aan onze ambities is weergegeven in Tabel 9 en bedraagt 12,15 fte. Tabel 7 Begrote formatie (2022) gemeente Dijk en Waard

Onderdeel Planvorming, onderzoek en facilitair

Binnendienst 3,0 fte

Buitendienst 0,2 fte

TOTAAL 3,2 fte

Onderhoud

1,0 fte

2,65 fte

3,65 fte

Maatregelen

1,2 fte

2 fte

3,2 fte

TOTAAL

5,2 fte

4,85 fte

10,05 fte

Tabel 8 Benodigde formatie (2023) gemeente Dijk en Waard

Onderdeel

Binnendienst

Buitendienst

TOTAAL

Planvorming, onderzoek en facilitair

4,0 fte

0,2 fte

4,2 fte

Onderhoud

1,4 fte

2,65 fte

4,05 fte

Maatregelen

1,9 fte

2 fte

3,9 fte

TOTAAL

7,3 fte

4,85 fte

12,15 fte

De formatie wordt uitgebreid. Deze leidt, samen met de doorbelastingen vanuit ondersteunende afdelingen, tot kosten die ten laste komen van de rioolheffing. Deze zijn weergegeven in Tabel 9. Tabel 9 overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2021

Activiteit

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Loonkosten Overhead

€749.000 € 682.200

€ 914.500 € 871.300

€ 914.500 € 871.300

€ 914.500 € 871.300

€ 914.500 € 871.300

€ 914.500 € 871.300

€ 1.431K

€ 1.786K

€ 1.786K

€ 1.786K

€ 1.786K

€ 1.786K

TOTAAL

38

6.2

Financiële middelen

In het kostenoverzicht Bijlage G maken we onderscheid in exploitatiekosten en investeringsuitgaven. Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen, de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen. Om tot een kostendekkend tarief te komen hebben we een financiële doorrekening van de rioolheffing over 90 jaar gemaakt.

6.2.1

Uitgangspunten

Rioolheffing • • • • •

De (fictieve) rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid was in 2021 € 251,97. In 2022 bedraagt de heffing € 261,97. De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b). Reserveren voor tarief-egalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de waterhuishouding.

Rente & inflatie • • •

De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,6%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast in het jaar van investering. Er vindt geen toerekening van rente plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen. Er is in de berekening aangenomen dat er van 2022 naar 2023 11,0% indexatie van de uitgaven plaatsvindt (als gevolg van inflatie) en vanaf 2023 1,5%. In de praktijk dient de heffing jaarlijks geïndexeerd te worden tegen werkelijk optredende inflatie om een kostendekkend tarief te behouden).

Btw •

Jaarlijks belasten we 21% btw door aan de rioolheffing, op basis van directe kosten, afschrijvingen en dotaties aan de spaarvoorziening.

Voorzieningen • • • •

Het saldo van de Egalisatievoorziening (BBV 44.2) bedraagt per 1 januari 2022: € 2.674.000. Het saldo van de Spaarvoorziening rioolvervanging (BBV 44.1d), bedraagt per 1 januari 2021: € 6.809.000. Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.

Heffingseenheden •

•

Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2022: 41.565. Dit aantal eenheden is het gewogen gemiddelde berekend uit de totale inkomsten vanuit de rioolheffing van beide voormalige gemeenten. Het aantal (equivalente) heffingseenheden stijgt tot het jaar 2040 met 4.952 tot 46.517, dit is voor de voormalige gemeente Heerhugowaard en de voormalige gemeente Langedijk conform bekende planuitbreiding en plancapaciteit, waarbij een indicatie van het uitstellen van projecten is meegenomen. 39

Investeringen •

• • •

•

Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering hebben we in de jaren van de planperiode gebaseerd op basis van de projectplanning. Het vervangingsschema voor de lange termijn (decennia) is gebaseerd op de gegevens over de vrijvervalriolering in de gemeentelijke. De berekeningen zijn gebaseerd op de technische levensduur van de aangelegde riolering. Daarnaast hebben we rekening gehouden met risicogestuurd beheer. In paragraaf 4.5 en bijlage F zijn specificaties opgenomen. Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen, IBA’s, randvoorzieningen, infiltratievoorzieningen en drainage hebben we gebaseerd op de verwachte technische levensduur. De onderliggende kostenkengetallen zijn gebaseerd op de kostenkengetallen uit de Kennisbank Stedelijk Water van de Stichting Rioned.

We activeren uitbreidingsinvesteringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: – de afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij vervalriolering bedraagt 60 jaar; – de afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van gemalen, drukriolering en persleidingen en randvoorzieningen bedraagt 40 jaar; – de afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor IBA’s bedraagt 25 jaar; – de afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro-/mechanische delen van gemalen, en randvoorzieningen bedraagt 20 jaar; – de afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor infiltratievoorzieningen en drainage bedraagt 15 jaar. De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.

Toerekening van kosten klimaatadaptatie De gemeente draagt vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het water robuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. Hiervoor reserveren wij in 2022 € 217.500 en vanaf 2023 € 220.800 (zie ook Tabel 5).

6.2.2

Uitgaven

De in paragraaf 6.2.1 beschreven uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor de gemeente Dijk en Waard in de periode 2022 t/m 2111.

40

Figuur 17 Verwacht uitgavenpatroon gemeente Dijk en Waard periode 2022-2111 (prijspeil 2022)

6.2.3

Kostendekking

We brengen spaarbedragen in mindering op te activeren vervangingsinvesteringen. De spaarvoorziening gebruiken we hiermee om de te activeren investeringsuitgaven zoveel mogelijk tot € 0,te reduceren. Als het gespaarde bedrag hiertoe niet voldoende is, wordt het resterende investeringsbedrag geactiveerd en tegen afschrijvingstermijnen afgelost. Uitbreidingsinvesteringen activeren we, conform regelgeving. Dit leidt dan alsnog tot boekwaarden en van daaruit nieuwe kapitaallasten (rente en afschrijving). Daarnaast leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten in beide varianten. Het gecombineerde boekwaardeverloop van beide varianten is weergegeven in Figuur 18.

41

Figuur 18 Boekwaardeverloop in gemeente Dijk en Waard in periode 2021 – 2111 (prijspeil 2022) Ons uitgavenpatroon leidt in combinatie met onze financiële uitgangspunten tot het lastenpatroon zoals in Figuur 19 is weergegeven.

Figuur 19 Lastenpatroon versus inkomsten in periode 2021 – 2111 (prijspeil 2022)

42

De benodigde inkomsten zijn in Figuur 20 vertaald naar de benodigde heffing. De heffing kan gedurende de planperiode dalen met 2,0% en blijft daarna gedurende 30 jaar gelijk. Op de middellange en lange termijn moet de heffing stijgen.

Figuur 20 Heffingsverloop in gemeente Dijk en Waard in periode 2022 – 2111

De overzichten in Tabel 10 en Tabel 11 drukken Figuur 21 in getallen uit gedurende de planperiode. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de weergegeven rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Ter illustratie is naast de rioolheffing tegen vast prijspeil, ook de rioolheffing bij een inflatiepercentage van 1,5%. Tabel 10 Verwacht heffingsverloop gemeente Dijk en Waard in planperiode

Benodigde Aantal Rioolheffing per inkomsten uit (equivalente) eenheid tegen vast rioolheffing heffingseenheden prijspeil 2022

€ 10.889.000

41.565

€ 261,97

Rioolheffing per eenheid inclusief 1,5% indexatie vanaf 2023 € 261,97

2023

€ 12.115.000

42.428

€ 285,55 (+ 9,0%)

€ 285,55 (+ 9,0%)

2024

€ 12.030.000

42.771

€ 279,84 (- 2,0%)

€ 281,27 (- 0,5%)

2025

€ 12.013.000

43.360

€ 274,24 (- 2,0%)

€ 277,05 (- 0,5%)

2026

€ 11.924.000

43.697

€ 268,76 (- 2,0%)

€ 272,89 (- 0,5%)

2027

€ 11.866.000

44.127

€ 263,38 (- 2,0%)

€ 268,90 (- 0,5%)

Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Egalisatievoorziening (art. 44.2 BBV). De spaarbedragen leiden tot stortingen naar – en de vervangingsinvesteringen tot onttrekkingen uit – de Spaarvoorziening Rioolvervanging volgens BBV art. 44.1d. Het gecombineerde saldoverloop van beide voorzieningen is weergegeven in Figuur 21

43

Figuur 21 Verwacht verloop voorzieningen gemeente Dijk en Waard periode 2022-2111 (prijspeil 2021)

44

Bijlage A Begrippen en definities Definitie van begrippen Doelmatig Dit vullen we als volgt in: • De goede dingen doen: maatregelen dienen effectief te zijn. • Met de maatregelen voorkomen of beperken we problemen of lossen deze op. • De dingen goed doen: maatregelen dienen efficiënt te zijn. • We nemen geen maatregelen in openbaar gebied als alternatieven op een niet openbare probleemlocatie goedkoper of effectiever zijn. • Een goede verhouding tussen kosten en rendement. • De kosten van de maatregelen staan in verhouding tot de effecten. Effectiviteit gaat over de mate waarin het resultaat aan het beoogde doel beantwoordt. Efficiëntie gaat over het proces om tot dit resultaat te komen. Doelmatigheid gaat over de combinatie van beide. Redelijkerwijs De betekenis hiervan is situatie afhankelijk en wegen we af op basis van kosten-baten, inpasbaarheid en maatschappelijke overlast. Duurzaam Hiermee doelen we op energie- en grondstoffengebruik, energie- en grondstoffen terugwinning en levensduur.

Afvloeiend hemelwater Neerslag die tot afstroming komt. Afkoppelen/niet-aankoppelen Het op de gemengde of vuilwaterriolering aangesloten afvoerend verhard oppervlak loskoppelen en aansluiten op een hemelwatervoorziening. Bij nieuwbouw: het niet aansluiten van afvoerend verhard oppervlak op een vuilwatersysteem. Afvalwater Al het water waarvan de houder zich - met het oog op de verwijdering daarvan - ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. Algemene regels De lozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Bruidsschatregels Onder de Omgevingswet verhuizen veel regels van het Rijk naar gemeenten. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. De bruidsschat is een tijdelijke oplossing om te voorkomen dat regels vanuit het Rijk komen te vervallen voordat de gemeente vergelijkbare of vervangende regels heeft kunnen stellen. Circulaire economie Economie gericht op en maximaal hergebruik van (afval)stoffen. Drukriolering Een mechanisch rioleringssysteem waarbij het afvalwater via kleine pompjes en persleidingen wordt verpompt naar een ontvangstput.

Drukriolering wordt vaak toegepast in het buitengebied. Het systeem is niet geschikt voor het transporteren van regenwater. Gemeentelijk rioleringsplan / Programma Stedelijk Water en Riolering

45

Een strategische nota waarin op hoofdlijnen de visie van het gemeentebestuur voor de komende planperiode is neergelegd met betrekking tot aanleg en beheer van het rioleringssysteem. Het GRP is een verplicht planinstrument volgens de Wet Milieubeheer (in de toekomst Omgevingswet). In een verbreed GRP zijn de gemeentelijke watertaken m.b.t. de zorgplichten stedelijk afvalwater, grondwater en regenwater concreet uitgewerkt. Gemengd rioolstelsel (GEM) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door één buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd. Gescheiden rioolstelsel (GS) Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden Ingezameld en afgevoerd. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, (een groot deel van) het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Groene berging Verdiepte groenvoorziening voor de tijdelijke opvang van overtollig regenwater. Groen dak Begroeid dak, heeft niet alleen een beschermende functie, maar vangt ook fijn stof af, werkt verkoelend, vertraagt de waterafvoer en draagt positief bij aan vergroening van de stad. Grondwater Spreekt voor zich, geen wettelijke definitie. Hemelwaterafvoer Afvoer van hemelwater voordat het tot afstroming komt over het wegdek of via de riolering. Hemelwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van regenwater.

Hittestress Het optreden van extreme hitte door een ongunstige combinatie van zonnestraling, temperatuur en bebouwing. Dit treedt meestal op in dicht bebouwde centra met een laag ventilatievermogen. Hoofdrioolgemaal Eindgemaal, meestal in beheer en eigendom van een waterbeheerder, via welke het afvalwater wordt getransporteerd naar een AWZI. Huishoudelijk afvalwater Afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden. Hydraulische afvoercapaciteit De capaciteit van een rioolstreng of rioleringssysteem om overtollig water af te voeren. IBA Systeem voor Individuele Behandeling van Afvalwater. Een voorbeeld hiervan is een verbeterde septic-tank. Ingrijpmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij ingrijpen noodzakelijk is en maatregelen moeten worden opgesteld. Infiltratievoorziening Een waterdoorlatende ondergrondse voorziening die het regenwater opvangt en het langzaam laat wegzakken in de bodem. Inspecteren Het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand van rioleringsobjecten.

46

Kapitaallasten De langjarige kosten verband houdend met een nieuwe investering die niet direct is afbetaald. Maaiveld Veelgebruikte term om een hoogte aan te kunnen relateren. Meestal is bedoeld het straatniveau of de hoogte van een groenstrook. Omgevingsgericht Rekening houdend met de gewenste toekomstige inrichting van het openbare gebied. Openbare riolering Het gedeelte van de buitenriolering in eigendom en beheer bij de overheid (in de meeste gevallen is dit de gemeente). Persleiding Een leiding waardoor rioolwater met gebruikmaking van één of meerdere pompen onder overdruk wordt afgevoerd. Randvoorziening Vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel met als het doel het afvangen van vuil en/of bergen van overtollig afvalwater. Dergelijke voorzieningen worden toegepast ter verbetering van de waterkwaliteit. Regenwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van afstromend regenwater. Regenwatersysteem Zie “RWA-systeem”. Regenwateruitlaat Voorziening bedoeld voor de directe lozing van regenwater op oppervlaktewater of groene berging. Relinen Het inbrengen van een verstevigende constructie ter versterking van de buis. Meestal in de vorm van een in te brengen flexibele kous die door hete lucht, of water en/of licht uithardt en de buis duurzaam herstelt.

Restlevensduur Resterende levensduur van een riool, gebaseerd op de toestand van het riool (technische restlevensduur) of de leeftijd van het riool (theoretische restlevensduur). Retentiebassin Een ruimte al of niet overdekt, voor het tijdelijk opslaan van overtollig regenwater. Riolering Het geheel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater. Rioleringsbeheer Zorg voor het goed functioneren van het rioleringssysteem. Rioolheffing De belasting die bewoners en bedrijfsleven moeten betalen om gebruik te mogen maken van de riolering. De heffing kan uit een aansluitheffing en een afvoerheffing bestaan. De aansluitheffing wordt geheven wegens het hebben van een aansluiting op het gemeentelijk riool. De rioolafvoerheffing wordt geheven wegens het afvoeren van rioolwater afkomstig van de gebruiker van een onroerend goed. Rioolgemaal Bouwwerk met een inrichting voor het verpompen van afvalwater.

47

Riooloverstort Voorziening die bij hevige of langdurige neerslag in werking treedt en het overtollige regenwater loost op een voorziening of direct op oppervlaktewater. Rioleringssysteem Samenstel van riolen en rioolputten voor de inzameling en het transport van afvalwater. Rioolwaterzuivering (RWZI) Een inrichting (werk) waar het afvalwater wordt ontdaan (van een groot deel) van de verontreinigingen. RWA-systeem Rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van regenwater. Sanitatie Geheel van sanitaire voorzieningen zoals waterleiding, riolering, sanitair e.d. en voorlichting over nut en noodzaak van hygiënische leefomstandigheden als preventieve maatregel tegen gezondheidsklachten/ziekten. Stedelijk afvalwater Huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) Plan waarin alle deelsystemen van het stedelijk watersysteem, het functioneren, de beoordeling van het functioneren en eventuele maatregelen worden beschreven. Transitie Een geleidelijke ombuiging van een bestaande situatie naar een toekomstig gewenste situatie. Bijvoorbeeld de transitie van een lineaire economie naar een circulaire economie. Vacuüm riolering Rioleringssysteem dat het afvalwater transporteert d.m.v. drukverschil.

Dit systeem is niet geschikt voor het transport van regenwater. Verbeterd gemengd rioolstelsel (VGM) Gemengd rioolstelsel met ter plaatse van één of meerdere lozingspunten een randvoorziening met als doel vuilemissiereductie. Verbeterd gescheiden rioolstelsel (VGS) Gescheiden rioolstelsel waarbij een deel van het (meest vervuilde) regenwater wordt ver pompt naar de AWZI of alternatieve locatie voor de behandeling van verontreinigd regenwater. Verhard oppervlak Het op de riolering aangesloten oppervlak dat tijdens neerslag regenwater afvoert naar het rioleringssysteem. Vrijvervalriolering Rioleringssysteem waarbij het transport van afvalwater plaatsvindt door middel van de zwaartekracht. Vuilemissie Het totaal aan vervuilende stoffen afkomstig uit het rioleringssysteem dat (in)direct via riooloverstortputten wordt geloosd op oppervlaktewater. Vuilwaterriool Riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Vuilwatersysteem Het geheel aan voorzieningen voor de gescheiden inzameling en transport van stedelijk afvalwater.

48

Waarschuwingsmaatstaf Grenstoestand van een rioleringsobject waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek benodigd. Waterbeheerderbeheerder Openbaar lichaam belast met de zorg voor (het goed functioneren van) het watersysteem (meestal een waterschap). Wadi Een bovengrondse droogstaande groenvoorziening die het regenwater opvangt en langzaam laat wegzakken in de bodem. Waterpasserende/waterdoorlatende verharding Verharding (meestal wegbestrating) die het regenwater laat passeren via grof materiaal in de voegen (waterpasserend) of via het poreuze materiaal (waterdoorlatend). Water-op-straat Het verschijnsel tijdens hevige of langdurige neerslag dat water uit de riolering op straat komt te staan of dat regenwater niet in de riolering kan stromen als gevolg van een onvoldoende of belemmerde afvoercapaciteit. Wateroverlast Het verschijnsel dat “water op straat” overgaat in wateroverlast in de vorm van ernstige hinder (langdurige onbereikbaarheid) of leidt tot waterschade (bijvoorbeeld water in de woning). Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen.

Zorgplicht hemelwater De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. Zorgplicht grondwater De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.

Bijlage B Wetgeving A)

EUROPEES 1.

B)

Europese Kaderrichtlijn Water

NATIONAAL 1.

Waterwet (Ww)

2.

Wet Milieubeheer (Wm)

3.

Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater

4.

Lozingen besluit Afvalwater (Wm)

5.

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)

6.

Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)

7.

Basisregistratie Ondergrond (Bro)

49

8.

Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)

9.

Nationaal Waterplan 2016-2021

10. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum 11. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 12. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 13. Omgevingswet 14. Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit

NADERE INFORMATIE: ZIE WWW.INFOMIL.NL

A.1 (EUROPEES) KADERRICHTLIJN WATER De Kaderrichtlijn Water (KRW) is de Europese richtlijn voor de beoordeling van oppervlakte- en grondwaterkwaliteit in Europa. De KRW is daarmee bepalend voor beleidsvorming en maatregelen in veel Nederlandse wateren. De Europese Kaderrichtlijn Water (richtlijn 2000/60/EG) is sinds eind 2000 van kracht. Doel van de KRW is om de Europese wateren in een ‘goede toestand’ te krijgen en om in heel Europa duurzaam met water om te gaan. De bescherming van water heeft zowel betrekking op kanalen, rivieren, meren en kustwateren als op grondwater.

B.1 (NATIONAAL)WATERWET De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder waterkeringen, oppervlaktewater- en grondwaterlichamen. De wet is gericht op het voorkomen dan wel beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, de bescherming en verbetering van kwaliteit van watersystemen en de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. Niet in de laatste plaats levert de Waterwet een belangrijke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals: vermindering van regels, vereenvoudiging van vergunningstelsels en vermindering van administratieve lasten. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het waterschap of de provincie zijn. Activiteiten waarvoor een watervergunning nodig is, zijn: • • • • • • • • •

50

Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen. Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting. Stoffen in zee brengen. Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen). Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw). Water in de bodem brengen of eraan onttrekken. Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren). Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie. Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken. Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.

B.2 (NATIONAAL) WET MILIEUBEHEER De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.

B.3 (NATIONAAL) ZORGPLICHTEN AFVAL-, HEMEL- EN GRONDWATER Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Waterschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1.

De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Waterschap of de Provincie behoort. 2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

B.4 (NATIOAAL) LOZINGENBESLUITEN AFVALWATER Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Particulieren:

Besluit lozing afvalwater huishoudens 51

Bedrijven: Openbaar gebied:

Besluit lozen inrichtingen Besluit lozen buiten-inrichtingen

Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is. Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden.

Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door ondernemers als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag. Het t.b.v. ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan.

Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).

B.5 (NATIONAAL) WET ALGEMENE BEPALINGEN OMGEVINGSRECHT De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: • VROM-wetten Woningwet (bouwvergunning).

• • •

52

Gebruiksbesluit

(vergunning en melding).

Wet milieubeheer

(milieuvergunning en meldingsplicht).

Wet ruimtelijke ordening

(afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning).

Monumentnewet Mijnbouwwet Wet verontreiniging oppervlaktewateren

(monumentenvergunning). (mijnbouwmilieuvergunning). (indirecte lozingen).

• •

Flora- en Faunawet Natuurbeschermingswet

(ontheffing). (handeling in een beschermd gebied met gevolgen voor habitat en soorten).

•

Diverse gemeentelijke en provinciale verordeningen

(zoals de reclame-, kap-, inrit- en sloopvergunning en de aanlegvergunning).

B.6 (NATIONAAL) WET INFORMATIE UITWISSELING ONDERGRONDSE NETTEN (2008) Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatieuitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatieuitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster.

B.7 (NATIONAAL) BASISREGISTATIE ONDERGROND Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Waterschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Ondernemers en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=485f5fcf-4eca-4284-9438-dafd3554240e