CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Programma Stedelijk water en Riolering gemeente Dijk en Waard 2022-2027.versie 2.pdf

Commissie Trouwzaal 13 december 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Stedelijk Water en Riolering Dijk en Waard 2022-202742.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Programma Stedelijk water en Riolering 2022-2027 Gemeente Dijk en Waard

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding............................................................................................................................ 5 1.1

Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR ......................................................................................... 5

1.2

Van GRP naar omgevingsgericht programma.......................................................................................... 5

1.3

Anticiperen op klimaatverandering ........................................................................................................... 6

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur ................................................................................................................ 7

1.5

Leeswijzer ................................................................................................................................................. 8

2

Beeld van de huidige situatie........................................................................................ 9 2.1

Kenmerken................................................................................................................................................ 9

2.2

Terugblik vorige planperiode .................................................................................................................. 10

3

Visie en ambitie ............................................................................................................ 12

4

Strategie en verankering ............................................................................................. 16 4.1

Zorgplicht stedelijk afvalwater................................................................................................................. 16

4.2

Zorgplicht hemelwater ............................................................................................................................ 18

4.3

Zorgplicht grondwater ............................................................................................................................. 22

4.4

Oppervlaktewater .................................................................................................................................... 25

4.5

Risicogestuurd beheer ............................................................................................................................ 28

4.6

Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 31

5

Uitvoeringsagenda ....................................................................................................... 33 5.1

Gezamenlijk programma......................................................................................................................... 33

5.2

Gemeentelijk uitvoeringsprogramma ...................................................................................................... 34

5.2.1

Planvorming en onderzoek ..................................................................................................................... 34

5.2.2

Cyclisch onderhoud ................................................................................................................................. 34

5.2.3

Vervangings- en verbeteringsmaatregelen ............................................................................................. 35

5.2.4

Facilitair / overig ...................................................................................................................................... 37

6

Middelen ....................................................................................................................... 38 6.1

Personele middelen ................................................................................................................................ 38

6.2

Financiële middelen ................................................................................................................................ 39

6.2.1

Uitgangspunten ....................................................................................................................................... 39

6.2.2

Uitgaven .................................................................................................................................................. 40

6.2.3

Kostendekking ......................................................................................................................................... 41

3

Bijlagen Bijlage A Begrippen en definities Bijlage B Wetgeving Bijlage C Ontwikkelingen Bijlage D Evaluatie Heerhugowaard Bijlage E Evaluatie Langedijk Bijlage F Beheer- en onderhoudsstrategie Bijlage G Kostendekking Bijlage H Reacties Colofon

4

1

Inleiding

Maar weinig mensen beseffen hoe belangrijk riolering is. Weet u bijvoorbeeld dat riolering en de drinkwatervoorziening sinds de 19e eeuw voor de volksgezondheid meer hebben betekend dan de hele medische wetenschap daarna? Pas als het mis dreigt te gaan en er bijvoorbeeld stank‐ of wateroverlast optreedt, krijgt riolering aandacht. Verder gaat de inzameling en het transport van afvalwater vaak ongemerkt aan de inwoners voorbij. Toch worden dagelijks veel inspanningen verricht om deze kostbare infrastructuur goed te beheren. Bij het woord riool zijn we nog vaak geneigd te denken aan een buis onder de grond. Maar in toenemende mate spelen bovengrondse voorzieningen een rol om extreme buien op te kunnen vangen. En zoals iedereen wel merkt vanuit de berichtgeving komt deze laatste categorie steeds vaker voor als gevolg van klimaatverandering. We kunnen ons tegen het overtollige water proberen te wapenen met beton en kostbare buizen, maar dat is niet voldoende. De hoosbuien worden steeds heftiger en talrijker. We benutten de openbare ruimte om tijdelijk grote hoeveelheden regenwater op te vangen en gedoseerd af te voeren naar het oppervlaktewater, de ondergrond of een andere omgeving.

Omdat de onder- en bovengrondse infrastructuur steeds meer met elkaar verweven raken is het van belang om goede beleidsafwegingen te maken op het terrein van het beheer van de openbare ruimte, bescherming van bodem en waterkwaliteit en de zorg voor het totale watersysteem. Met de komst van de nieuwe Omgevingswet in 2022 staat de fysieke leefomgeving centraal. Met deze wet kunnen we vanuit een krachtige visie op de leefomgeving via juridische instrumenten en programma’s toewerken naar het wensbeeld.

1.1

Gezamenlijk optrekken met een nieuw PSWR

De zes gemeenten binnen de samenwerkingsregio Alkmaar (Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard, Uitgeest, Castricum en Heiloo), het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) en PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland werken intensief samen op het gebied van stedelijk waterbeheer. Binnen deze samenwerking geven ze het rioleringsbeleid gezamenlijk vorm. In het Convenant Samenwerking Waterketen Regio Alkmaar (2021-2030) is als doelstelling opgenomen om het beheer van de afvalwaterketen uit te voeren tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Hiermee worden kosten over de hele afvalwaterketen bedoeld, dus inclusief zuiveringskosten. Om deze doelstelling te kunnen behalen is besloten om het Programma Stedelijk Water en Riolering (PSWR) gezamenlijk in de regio op te stellen. Het opstellen van gezamenlijk rioleringsbeleid vertaalt zich in het samenvoegen van bestaande en toekomstige beleidslijnen om te komen tot een eensluidende visie en gezamenlijke ambities en strategieën. Speerpunten hierbij zijn afstemmen en voorsorteren op de Omgevingswet, risicogestuurd beheer, verbeteren van het functioneren en op elkaar afstemmen van de middelen en maatregelen. Omdat de gemeenten in o.a. historisch, geografisch en organisatorisch van elkaar verschillen kent het PSWR ook een gemeentespecifieke uitwerking.

Het gaat dan met name om de evaluatie, een beschrijving van de huidige situatie, de benodigde middelen en maatwerk met betrekking tot bepaalde strategieën. Het uitvoeringsprogramma is een combinatie van activiteiten die gezamenlijk en gemeentespecifiek worden opgepakt.

1.2

Van GRP naar omgevingsgericht programma

Na het van kracht worden van de Omgevingswet is het GRP niet langer een wettelijk verplichte planvorm, maar kunnen elementen hiervan opgaan in respectievelijk de omgevingsvisie, -plan en -programma. Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een rioleringsplan komt te vervallen staat de gemeente vrij om een dergelijk programma op te stellen. Omdat het GRP een effectief planinstrument is gebleken om de rioleringszorg te borgen en activiteiten af te stemmen, is door de samenwerkingsregio Alkmaar besloten om weer een nieuw plan op te stellen.

5

De omgevingsvisie is een – verplicht door de gemeenteraad op te stellen – integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Vanuit stedelijk waterbeheer komen hier doelstellingen voor de fysieke leefomgeving die gerelateerd zijn aan gezondheid en ruimtelijke kwaliteit in terecht. Vanuit gezondheid kan dit bijvoorbeeld zijn: het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater. De gemeente kan bijvoorbeeld ook de doelmatige werking van de gemeentelijke riolering als voorwaarde opnemen in de omgevingsvisie. Daarnaast geeft de gemeente in de omgevingsvisie aan hoe zij haar taken invult en wat inwoners en bedrijven hierbij van de gemeente kan verwachten. Hier past de invulling van de gemeentelijke watertaken bij. Het waterschap geeft hierin advies. In een omgevingsplan dienen decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeen te brengen in één gebiedsdekkende regeling. In het omgevingsplan worden bestemmingsplannen, bestaande verordeningen en eventuele nieuwe regels opgenomen. Voor stedelijk waterbeheer is dit het document waarin tenminste de bestaande algemene rijksregels met betrekking tot afvalwater (bruidsschat) en een eventueel bestaande (afval)waterverordening worden opgenomen.

Het omgevingsplan zal ook een digitale kaart gaan bevatten die het werkingsgebied van de lozingsregels voor huishoudelijk afvalwater weergeeft (onderscheid gerioleerde en ongerioleerde gebieden). Gemeente en waterschap dienen de regels en kaarten goed op elkaar af te stemmen. Om zo goed mogelijk te kunnen aansluiten op de omgevingsvisie en het omgevingsplan hebben we de traditionele opzet van het huidige rioleringsplan aangepast. Omwille van het overzicht hebben we er vooralsnog voor gekozen om de bouwstenen voor de omgevingsvisie en het omgevingsplan in dit PSWR op te nemen. Via een kleurcodering zijn de bouwstenen in dit document zichtbaar. In dit programma leggen we nog steeds vast hoe we ervoor zorgen dat we aan de zorgplichten voldoen, welke kosten ermee gemoeid zijn en welke inzet van financiële en personele middelen hiervoor nodig is. Dit vormt de beleidsmatige basis voor de rioolheffing.

1.3

Anticiperen op klimaatverandering

Het klimaat is aan het veranderen en dit leidt tot meer extremen. Het wordt natter, droger en warmer en dit brengt grote uitdagingen met zich mee voor onder andere de hemelwater- en grondwaterzorg. Het (hemel) watersysteem en de afvalwaterketen moeten de neerslag zo goed als mogelijk kunnen verwerken. Het besef groeit dat dit niet meer uitsluitend met grotere rioolbuizen is op te vangen, maar dat een integrale aanpak noodzakelijk is. Met name in samenwerking met de inrichting en het beheer van de bovengrond. Deze aanpak richt zich op afstemming binnen de waterketen, in de openbare ruimte en op particulier terrein waarbij we de bewustwording rondom klimaatadaptatie willen versterken. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) zijn doelstellingen opgenomen om vanaf 2020 klimaatrobuust te handelen en in 2050 een klimaatbestendige leefomgeving te hebben. In het kader hiervan hebben we als Regio Alkmaar in 2021 onze klimaatadaptatiestrategie en uitvoeringsagenda vastgesteld. Hierin hebben we de klimaatadaptatie-opgave gekoppeld aan overige ruimtelijke opgaven en ontwikkelingen om zo meekoppelkansen te benoemen. De klimaatadaptatie-opgave waar we als regio voor staan is zowel een ruimtelijke opgave als een organisatorische opgave. In onze klimaatadaptatiestrategie staat beschreven hoe we hier invulling aan geven.

Ten tijde van het opstellen van dit PSWR, zijn nog geen keuzes gemaakt over onze inspanning om negatieve gevolgen van extreme neerslag te beperken. Voor het maken van deze keuzes zoeken we als regio Alkmaar de samenwerking op met de overige deelregio’s in het Noorderkwartier. De komende planperiode gaan we hier dus verder mee aan de slag en stellen de koers indien nodig tussentijds bij. In dit PSWR borgen we de keuzes die zijn gemaakt en de uitvoeringsagenda voor zover deze zijn te relateren aan de gemeentelijke watertaken.

6

Figuur 1 Groene rotonde, Heiloo (bron; gemeente Heiloo)

1.4

Doelstelling en geldigheidsduur

Het PSWR is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. We leggen vast wat we willen bereiken en wat de rolverdeling is tussen overheid en inwoners/bedrijven ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het PSWR vervult vier hoofdfuncties: 1. Kader gemeentelijke zorgplichten Overzicht beleidskeuzes en ambities ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater en bijdragen aan de zorgplichten oppervlaktewater en drinkwater. 2. Interne afstemming Met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie en met onze waterpartners. 3. Externe afstemming Met o.a. bewoners en bedrijven, ontwikkelaars en bouwbedrijven. 4. Continuïteit en voortgangsbewaking Vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke watervoorzieningen en kapitaalintensieve investeringen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting, investeringen en evaluatie).

Als gemeente kunnen we zelf de geldigheidsduur van het PSWR vaststellen. Evaluatie van de voortgang en tussentijdse bijstelling van het programma kan eventueel plaatsvinden als er zich grote veranderingen voordoen.

7

1.5

Leeswijzer

De opzet van voorliggend PSWR is als volgt: Hoofdstuk 2 geeft een beeld van de huidige situatie. Aandachtspunten die hieruit naar voren komen, vormen samen met nieuwe ontwikkelingen het vertrekpunt voor het beleid. Hoofdstuk 3 beschrijft onze visie en ambities op de gemeentelijke watertaken binnen vier belangrijke thema’s vanuit de Omgevingswet: • • • •

Beschermen van de leefomgeving. Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving. Bijdragen aan de energietransitie. Bijdragen aan een circulaire economie.

In hoofdstuk 4 staan onze strategische invulling van de beleidsvrijheid van de drie gemeentelijke watertaken en wijze van “sturing” centraal. Onze voorgenomen activiteiten en bijbehorende benodigde middelen om ze te kunnen uitvoeren zijn opgenomen in hoofdstukken 5 (uitvoeringsagenda) en 6 (middelen) van dit PSWR. Meer beheers- en onderhoudsgerelateerde zaken zijn opgenomen in de bijlagen. Hoofdstuk 3 bevat de visie, ambitie, doelen en leidende principes. Dit hoofdstuk vormt in zijn geheel een bouwsteen voor de omgevingsvisie. Hoofdstuk 4 bevat de strategieën om de doelen te bereiken en bouwstenen om deze juridisch te verankeren in het omgevingsplan. Deze bouwstenen zijn als oranje tekstblokken in het hoofdstuk weergegeven.

Figuur 2 Recreatie Geestmerambacht (Bron: T. Dekker)

8

2

Beeld van de huidige situatie

2.1

Kenmerken

Ons rioleringssysteem bestaat uit vrijvervalriolering en mechanische riolering. Bij vrijvervalriolering wordt het afvalwater getransporteerd door de zwaartekracht en omhoog gepompt als de leidingen te diep komen te liggen. Bij mechanische riolering wordt het afvalwater getransporteerd via een veelvoud aan kleine pompen door middel van overdruk (drukriolering) of onderdruk (vacuümriolering). In totaal is er in de gemeente Dijk en Waard ca. 480 km aan leidingen, waarvan 88%vrijverval en 12% mechanisch. Ter beperking van de vuillast op het oppervlaktewater hebben wij bij de meest vuilbelastende lozingspunten randvoorzieningen aangebracht. Deze voorzieningen bergen overtollig regenwater en laten het vuil bezinken voordat het overstort op het oppervlaktewater. De overige lozingspunten lozen overtollig regenwater direct op het oppervlaktewater op het moment dat het rioleringssysteem vol is. Het geloosde regenwater afkomstig van gescheiden en verbeterd gescheiden riolering is in het algemeen schoner dan het geloosde regenwater afkomstig van gemengde riolering. Als gevolg van afkoppelen van verhard oppervlak neemt de vuilbelasting van deze lozingspunten geleidelijk af. Tabel 1 Kenmerken riolering gemeente Dijk en Waard

Systeem Vrijverval riolering

Type Gemengd Vuilwater

Omvang 144,7 346,9

Eenheid km km

Hemelwater

241,8

km

Drukriolering

49,7

km

Persleidingen

56,8

km

Hoofdgemalen

81

st

Drukriolering (pompunits)

421

st

Randvoorzieningen

4

st

Externe overstorten

94

st

HWA-uitlaten

590

st

Infiltratievoorzieningen

2

st

Bijzondere hemelwatervoorzieningen (bijv. wadi) Lamellenafscheiders

3

st

5

st

1

st

37704

st

Olieafscheiders:

Slibvangput voor lichte minerale vloeistoffen

Straatkolken Drainage Meetpunten

95

km

Grondwater

149

st

Afvalwater

64

st

Oppervlaktewater

0

st

De toestand van de rioleringsobjecten monitoren wij frequent door middel van inspecties. In de periode t/m 2010 is 55% van het rioolstelsel geïnspecteerd in voormalige gemeente Heerhugowaard. In de voormalige gemeente Langedijk was dit 94%, waarbij geconstateerde schades indien noodzakelijk direct na constatering worden aangepakt (hier zijn weinig klachten gekomen over het functioneren van de riolering). Uit inspectiegegevens dat de meest voorkomende schadebeelden te maken hebben met instabiliteit veroorzaakt door scheuren in of beschadigingen aan de buiswand. Voor industrieterreinen blijkt het lozingsgedrag een boosdoener. Daarnaast zijn er problemen met de waterdichtheid, hoofdzakelijk veroorzaakt doordat verbindingen in het systeem niet meer sluiten. Dit komt doordat buizen onderling van elkaar zijn verplaatst als gevolg van bijvoorbeeld onregelmatige zettingen. Hier hebben we bijna niet te maken met riool dat bóven de grondwaterstand ligt. Ligt het riool ónder de grondwaterstand dan kan inspoeling van zand optreden. Dit kan leiden tot (plotselinge) verzakkingen van het bovenliggende wegdek en stabiliteitsverlies van de buis. Andere gevolgen kunnen een onnodige belasting van de rioolwaterzuivering en grondwaterstanddalingen zijn. Tot slot zijn er enkele problemen geweest met de afstroming van de riolen, veroorzaakt door wortel ingroei of een instekende inlaat. 9

In de komende planperiode vinden in de gemeente Dijk en Waard nieuwe inspecties plaats in de gebieden waar de data nog ontbreekt en in gebieden waar de inspecties al wat ouder zijn.

Figuur 3 Leeftijdsopbouw riolering gemeente Dijk en Waard

2.2

Terugblik vorige planperiode

Om indien nodig de koers te kunnen bijstellen of de aandacht te verleggen, blikken we terug op de afgelopen planperiode. Het resultaat van deze evaluatie is opgenomen in bijlage D (Heerhugowaard) en bijlage E (Langedijk). Samengevat ontstaat het volgende beeld: Er heeft een verschuiving plaatsgevonden van preventief naar risicogestuurd handelen In de afgelopen periode hebben we stappen gemaakt van preventief naar risicogestuurd handelen. Doel hiervan is om beter te kunnen sturen op risico’s en hiermee op een doelmatige manier invulling te geven aan de rioleringszorg. Als gevolg hiervan is er in de voormalige gemeente Heerhugowaard een aantal keer riolering gescheurd met als gevolg instroming van zand. Waterrobuuste inrichting In beide voormalige gemeenten hadden we ons voorgenomen om stelsels in ieder geval te dimensioneren op een bui 8 uit de Kennisbank riolering en indien doelmatig hydraulische knelpunten op te lossen bij zwaardere buien. Dit hebben we uitgevoerd. Er zijn weinig klachten geweest over wateroverlast als gevolg van beperkte afvoercapaciteit van de riolering. Wel zijn er problemen geweest met verstopte kolken.

Waterrobuuste inrichting bij in- en uitbreiding vraagt soms duidelijke eisen en instrument om te handhaven Voor een waterrobuuste inrichting van in- en uitbreidingslocaties – zoals gescheiden aanleg van riolering zijn goede samenwerkingsafspraken met private partijen (ontwikkelaars) nodig. Tot nu toe deden we dit door te stimuleren en te lobbyen. Bij het project Veilingterrein-Oost in de gemeente Langedijk is het hiermee bijvoorbeeld gelukt om de robuustheid van het ontwerp flink te verbeteren. Soms hadden we in zowel de voormalige gemeente Langedijk als Heerhugowaard echter ook behoefte aan een instrument om ons beleid richting private partijen te kunnen handhaven. Aandachtspunt voor deze planperiode is om private partijen bij in- en uitbreidingen te kunnen verplichten tot een waterrobuuste inrichting, bijvoorbeeld door het opstellen van een hemelwaterverordening. Dit doen we bij voorkeur regionaal zodat in iedere gemeente dezelfde eisen gelden. Duurzame bedrijfsvoering Zowel in de voormalige gemeente Langedijk als Heerhugowaard zijn duurzame keuzes gemaakt in de afgelopen periode. We passen buizen toe van het materiaal Polypropeen (PP) toe, in plaats van Polyvinylchloride (PVC). In de voormalige gemeente Heerhugowaard is daarnaast onderzoek gedaan naar kansrijke leidingen voor de toepassing van riothermie.

Het rendement van riothermie bleek hoger te zijn in grotere leidingen. Deze zijn in het bezit van HHNK en vallen dus buiten de gemeentelijke invloedsfeer. 10

Hergebruik grijs water bleek vaak niet wenselijk om gezondheidsredenen In de vorige GRP’s van de gemeente Heerhugowaard en Langedijk hadden we ons voorgenomen om te onderzoeken hoe grijs water zo veel mogelijk her te gebruiken. Grijs water is licht verontreinigd door bijvoorbeeld douche en gootsteengebruik en daarom niet meer geschikt om rechtstreek in het oppervlaktewater te lozen. Hergebruik kan worden gerealiseerd door dit water te gebruiken voor bijvoorbeeld het doorspoelen van toiletten. In de afgelopen periode bleek dat initiatieven rond grijs water om gezondheidsredenen en voorzuiveringseisen vaak spaak liepen. Er is wel communicatie geweest over het hergebruik van het opgevangen hemelwater voor besproeiing van tuinen in droge perioden. Verontreiniging verbeterd gescheiden stelsels In de gemeente Langedijk en Heerhugowaard hebben we in de afgelopen periode verschillende onderzoeken naar foutaansluitingen en het gevolg op verontreiniging van oppervlaktewater bij verbeterd gescheiden stelsels uitgevoerd. Omdat foutaansluitingen niet volledig zijn te voorkomen, bleek een verbeterd gescheiden stelsel noodzakelijk. Verbeterd gescheiden stelsels worden om deze reden behouden.

Vergunningverlening WKO’s blijft aandachtspunt In de GRP’s van Heerhugowaard en Langedijk hadden wij ons voorgenomen om op regionaal niveau goede afspraken te maken met verschillende bevoegdheden over meervoudig bodemgebruik. Dit is vanwege prioritering van andere zaken niet uitgevoerd. Een van deze gebruiksfuncties is de aanleg en het beheer van WKO’s. Het maken van goede afspraken over vergunningverlening voor WKO’s met verschillende betrokken partijen is nog niet gebeurd en dit is een aandachtspunt voor de deze planperiode. Grondwateroverlast is voorgekomen (vocht in kruipruimtes) In 2020 hebben de gemeenten Heerhugowaard en Langedijk een gezamenlijk grondwatermodel opgesteld. Op basis van het model schatten we in goed inzicht te hebben in de grondwatersituatie. Soms hebben we wat minder ontwateringsdiepte dan we zouden wensen en in de praktijk zijn er in de winterperioden aardig wat kruipruimtes met vocht. In zowel de gemeente Heerhugowaard als Langedijk wordt drainage aangelegd als als de grondwaterproblemen structureel zijn en als de oplossing een doelmatige oplossing is. In Heerhugowaard zijn er in het verleden op sommige locaties te kleine drainagebuizen aangelegd, waardoor er nu overlast ontstaat. Wens voor de komende periode is om het reinigen en schoonmaken van drainage in de gemeente Dijk en Waard onder de aandacht te brengen.

Ontsluiten van gegevens gebeurt via twee systemen De gemeenten Langedijk en Heerhugowaard hebben een gezamenlijk grondwatermodel en aparte grondwater meetnetten. Meetgegevens uit Langedijk worden ontsloten via Wareco en gegevens van Heerhugowaard via Lizard. Aandachtspunt voor de komende planperiode is om een keuze te maken om alles in een systeem te zetten of de systemen aan elkaar te koppelen. Basisregistratie Ondergrond (BRO) nog niet volledig ingericht Met het aanleveren van de gegevens voor de BRO is een aanvang gemaakt. In eerste instantie zijn in Langedijk de peilbuisgegevens aangeleverd. In 2021 is een team begonnen met een inventarisatie van de extra benodigde gegevens. De peilbuizen van Heerhugowaard moeten nog worden ingevoerd. Voor de gehele gemeente Dijk en Waard moeten ook de sonderingen worden ingevoerd. En de grondwaterstanden moeten vanaf 2022 worden aangevuld. Voor de externe onderzoeksbureaus moet een protocol worden opgesteld zodat de gemeente voldoet aan de verplichtingen van de BRO. Personele capaciteit voldoende voor noodzakelijke, maar niet voor wat extra In de afgelopen periode hebben we de noodzakelijke acties kunnen uitvoeren die we hadden gepland.

Er zijn door personeelstekorten ook acties blijven liggen zoals het uitvoeren van onderzoeken en het organiseren van bewustzijn campagnes (bijvoorbeeld in samenwerking met tuincentra, Educatieschip Watervlo, operatie Steenbreek, regentonacties). Bovendien zijn we in de voormalige gemeente Heerhugowaard wat achter gaan lopen met het uitvoeren van inspecties. Dit heeft echter niet tot problemen geleid.

11

3

Visie en ambitie

Dit PSWR laat zien hoe we naast de invulling van onze zorgplichten stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater samen met onze waterpartners de komende jaren ook een bijdrage leveren aan het behalen van gemeenschappelijke doelen. Het gemeentelijke waterbeheer staat niet op zich, maar is continu in beweging door diverse uitdagingen en ontwikkelingen. De belangrijkste ontwikkelingen en de relatie met het PSWR zijn beschreven in Bijlage C. Met het uitvoeren van de watertaken die voortkomen uit de zorgplichten riolering beschermen we de leefomgeving. Bij rioolrenovatie, (her)ontwikkelingen of herinrichting van de openbare ruimte willen we kansen pakken om, bij voorkeur in de vorm van participatie, ook een bijdrage te kunnen leveren aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving, betere waterkwaliteit en ecologie (kaderrichtlijn water), de energietransitie, circulaire economie (levensduurverlenging/hergebruik materialen), versterking van de biodiversiteit en duurzame mobiliteit. De groen gekleurde blokken in dit hoofdstuk zijn bouwstenen voor de omgevingsvisie. Beschermen van de gezondheid Gezondheid staat en blijft op nummer één. We blijven daarom ons huishoudelijk afvalwater binnen en buiten de bebouwde omgeving zo doelmatig en gecontroleerd mogelijk verwerken en de kans op ongewenste lozingen verkleinen.

Bij voorkeur via voorzieningen die het huishoudelijk afvalwater zoveel als mogelijk ingesloten houden tot aan de RWZI waar het weer wordt gezuiverd. De lozing van medicijnresten, organische microverontreinigingen en microplastics op het oppervlaktewater vormen op de lange(re) termijn een bedreiging voor onze gezondheid. Om het risico te beperken grijpen we in op díe plaatsen waar dit het meest (kosten)efficiënt is. Bijvoorbeeld bij de rwzi, en/of bij ziekenhuizen, verzorgingscentra e.d. We voorkomen grondwaterverontreiniging en beschermen ons drinkwater door vervuilende activiteiten te weren of gecontroleerd te houden. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen. Bij de introductie van bovengrondse hemelwateropvangvoorzieningen waken we ervoor dat (zeker bij meervoudig ruimtegebruik) er geen nieuwe gezondheidsrisico’s ontstaan, bijvoorbeeld door foutaansluitingen of een voor muggen te aantrekkelijke omgeving.

Figuur 4 Put Zandhorst (Bron: werkorganisatie Langedijk en Heerhugowaard)

12

Beschermen van de leefomgeving Met de invulling van de wettelijke zorgplichten riolering beperken we de kans op (grond)wateroverlast, beschermen we de omgeving/het milieu én bevorderen we hiermee ook een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. In de wetenschap dat de weersextremen toenemen zullen we moeten accepteren dat hinder als gevolg van water op straat vaker voorkomt. Ook zal hierdoor de kans op waterschade toenemen. In het streven naar maatschappelijk lage kosten zullen we met belanghebbende partijen een afweging moeten gaan maken tussen het investeren in te vermijden waterschade of het accepteren van mogelijke schade. Ten behoeve van de oppervlaktewaterkwaliteit leiden we relatief schoon hemelwater zoveel als mogelijk en op een gecontroleerde wijze door de bodem voordat het wordt geloosd op oppervlaktewater. Relatief vuil regenwater afkomstig van industrieterreinen, marktpleinen e.d. blijven we op een kostenefficiënte manier naar de zuivering transporteren. Mede in verband met het toenemende recreatief gebruik van ons stadwater, willen we gebiedsgericht, toegroeien naar een betere waterkwaliteit. Het zou mooi zijn als op de lange termijn delen van het watersysteem van voldoende kwaliteit zijn om zelfs veilig te kunnen zwemmen, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan.

In beleid en uitvoering zorgen we er in ieder geval voor dat de waterkwaliteit niet verslechterd als het gevolg van een toename in het aantal riooloverstortingen ten opzichte van de huidige situatie. Gelet op klimaatverandering zou dit wel kunnen veranderen. Geloosde hoeveelheden kunnen toenemen bij meer langdurige of meer hevige neerslag en bij langdurige droogte neemt de kans op botulisme en blauwalgen toe. Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk laten fluctueren binnen een acceptabele bandbreedte. Locaties met een relatief hoge grondwaterstand achten we minder geschikt voor bebouwing. We stemmen daarom het (meervoudig) ruimtegebruik af op het natuurlijk verloop van het grondwater. Bij grote reconstructies bekijken we ook of er grondwaterproblemen zijn of risico op toekomstige grondwateroverlast. Dat is het juiste moment om hier goed werk van te maken.

Figuur 5 Riolering en kinderen in gemeente Heerhugowaard (Bron: archief werkorganisatie Langedijk en Heerhugowaard)

Bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste omgeving 13

Samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben we in Nederland in 2020 afspraken gemaakt om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018). Door samen te werken met andere partijen in de openbare ruimte en op particulier terrein kunnen we onze gemeente voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Sinds 2018 zijn we al gezamenlijk aan de slag om onze klimaatadaptatie ambities te verankeren in een uitvoeringsagenda. Bij de aanleg of vervanging van verhard oppervlak houden we rekening met extreme buien. We stellen voorwaarden om in (of in de directe nabijheid van) de nieuwe ontwikkeling bij voorkeur het hemelwater te infiltreren in de bodem en als dat niet gaat het oppervlaktewater te verruimen en hierop te lozen. Vooral in droogtegevoelige gebieden willen we het hemelwater zoveel mogelijk vasthouden om langdurig droge perioden te kunnen overbruggen en de vegetatie beter in stand te kunnen houden. Bij herinrichting van de openbare ruimte houden we rekening met het risico op wateroverlast. Voor straten met een risico op ernstige hinder willen we naast de normale verwerking ook (bovengrondse) wateropvang om zwaardere buien te kunnen opvangen en vertraagd af te voeren. Kwetsbare infrastructuur zoals ontsluitingswegen en tunnels en straten met een hoog risico op waterschade beschermen we extra goed.

Zo blijven belangrijke locaties als ziekenhuizen en hulpverleningsgebouwen goed bereikbaar, ook onder meer extreme weersomstandigheden. Van onze inwoners en ondernemers verwachten we dat ze meewerken om water zo duurzaam mogelijk te verwerken. We kunnen dit als overheden immers niet alleen, een groot deel van het verhard oppervlak ligt namelijk op particulier terrein.

Figuur 6 Raingarden de Hoef, gemeente Alkmaar (Bron: T. Dekker)

14

Bijdragen aan de energietransitie en een circulaire economie Door de energietransitie neemt de druk op de ondergrond toe, er komen immers leidingen bij voor warmtetransport. Bij rioolaanleg of rioolvervanging zullen we daarom meer dan voorheen rekening moeten houden met het ondergronds ruimtebeslag. In Heerhugowaard is aanzet gedaan voor het maken van de Structuurvisie Ondergrond (STRONG . ) We blijven doorgaan met het scheiden en ontvlechten van schone en vuile waterstromen. Met het verlengen van de levensduur van riolering door sleufloze technieken zoals relining of rioolreparaties nemen de kansen af voor het scheiden van waterstromen of een gecombineerde aanpak van boven- en ondergrond. We brengen daarom kansrijke locaties voor relinen en afkoppelen vroegtijdig in kaart ter bevordering van een planmatige aanpak. Met het oog op energie- en grondstoffenterugwinning en het beperken van de kans op wateroverlast, zorgen we met de gescheiden inzameling dat eventueel water op straat hygiënischer van kwaliteit is. Zo verlagen we het gezondheidsrisico van (opspattend) water op straat. We zetten de huidige koers van afvalwaterinzameling voort, maar houden oog voor meer doelmatige oplossingen.

Figuur 7 Helofytenveld Groet (Bron: T. Dekker, BUCH-gemeenten)

Bewaken van de voortgang Met het periodiek actualiseren van dit PSWR kunnen we tijdig bijsturen op nieuwe ontwikkelingen. Het is gebruikelijk dat dit plan om de ca. vijf jaar wordt geactualiseerd. Met de komst van de Omgevingswet is het denkbaar dat de planperiode meer afhankelijk gaat worden van andere programma’s om zo gezamenlijk het omgevingsprogramma te vormen. Voor de effectiviteit van ons beleid gebruiken we (naast theoretische berekeningen) de gemeten waterkwaliteit en het verloop van het aantal meldingen met betrekking tot (grond)wateroverlast, rioolinstortingen en stank. Met het periodiek uitvoeren van klimaatstresstesten (wateroverlast, hittestress, droogte) houden we een vinger aan de pols met betrekking tot de voortgang die we boeken met de aanpak van kwetsbare locaties. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier doet ditzelfde voor waterveiligheid.

15

4

Strategie en verankering

Om het wensbeeld zoals omschreven in de visie te bereiken stellen we per planperiode een uitvoeringsprogramma op en stellen we zonodig de beleidskoers bij. Met de Omgevingswet ontstaat meer vrijheid in beleid (“ja mits” in plaats van “nee tenzij”). We staan hiermee voor de keuze om hetgeen we willen juridisch goed te verankeren of te werken op vertrouwensbasis. In algemene zin houden we vast aan de bestaande koers en de bijbehorende beleidskaders. Dit betekent dat we overwegend inzetten op reguleren en bijsturen/loslaten op punten waar we vinden dat het doelmatiger kan. De beleidsregels gaan we opnemen in het omgevingsplan. Waar van toepassing is dit weergegeven in de licht oranje gekleurde kaders. Samen met de waterverordening van het waterschap weet de gebruiker dan goed waar deze aan toe is bij een ruimtelijke ontwikkeling en bij het gebruik van de riolering.

4.1

Zorgplicht stedelijk afvalwater

Behandeling van afvalwater Volgens de huidige wetgeving dient te worden aangesloten op (druk)riolering als wordt voldaan aan een afstandscriterium. Dit afstandscriterium staat soms een meer doelmatige verwerking van afvalwater in de weg, bijvoorbeeld als de beheer- en onderhoudskosten van het bestaande systeem erg hoog zijn en/of als er lokaal behoefte is aan water of er initiatieven bestaan om grondstoffen in het afvalwater terug te winnen en te hergebruiken. De Omgevingswet voorziet in deze behoefte en biedt meer vrijheden. Zo kunnen gemeenten en waterschap zonder tussenkomst van de provincie gezamenlijk afspraken maken en is er meer beleidsvrijheid voor decentrale verwerking. Een verbeterde septic-tank is wettelijk gezien een door het waterschap vereiste minimale voorziening. De ontheffing van de zorgplicht die de provincie nu nog moet afgeven als een gemeente stedelijk afvalwater in het buitengebied niet wil inzamelen komt met de Omgevingswet te vervallen. De provincie heeft in de Omgevingswet echter wel andere middelen ter beschikking om zo nodig invloed uit te oefenen op de keuzes die gemeenten hierover maken: algemene instructieregels in de omgevingsverordening en zelfs individuele instructies.

Met het verdwijnen van de ontheffingsbevoegdheid buitengebied (GS) dient de gemeente vast te leggen waar de inzameling en verwerking van afvalwater wordt overgelaten aan de perceeleigenaar. In samenspraak met het waterschap kan de gemeente bepalen of een particulier bijvoorbeeld een eigen afvalwaterzuivering mag installeren.

Voor een meer doelmatige verwerking van het afvalwater, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied gaan we in regionaal verband de komende planperiode een gebiedsspecifiek doelmatigheidscriterium opstellen. Met dit criterium kunnen we een betere afweging maken bij vervanging van een bestaande voorziening of aanleg van een nieuwe voorziening. Een mogelijke strategie is de bestaande IBA's, in eigendom van de gemeente en in beheer bij het waterschap, gefaseerd te vervangen door verbeterde septic tanks (het wettelijk minimum) en deze over te dragen aan de gebruiker (bewoners). De vervangingsstrategie wordt in regionaal verband opgepakt. We kiezen ervoor om vooralsnog de huidige algemene regels met betrekking tot de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater vooralsnog ongewijzigd te laten. Op termijn voorzien we dat het afstands- en omvangscriterium mogelijk kan worden vervangen door een nieuw doelmatigheidscriterium en dat we het meer gebiedsspecifiek gaan benaderen. Op basis hiervan stellen we ten behoeve van het omgevingsplan een digitale kaart op met daarin opgenomen een onderscheid in te rioleren gebieden en ongerioleerde gebieden. Deze kaart vormt de basis voor een werkingsgebied van de lozingsregels voor huishoudelijk afvalwater.

Inzamelen van afvalwater Door het afvalwater zo min mogelijk te vermengen met hemel- en grondwater houden we de aanvoer naar de waterzuivering beperkt en de verwerking ervan zo efficiënt mogelijk. We streven als gemeente naar een gescheiden inzameling van afval- en hemelwater en waar mogelijk en doelmatig verhard oppervlak af te koppelen. We voeren hiertoe onderzoek uit naar kansrijke locaties. Bij nieuwbouw wordt vuil water apart ingezameld danwel lokaal verwerkt in een voorziening. 16

Voor het doelmatig inzamelen en transporteren danwel lokaal verwerken van hemel- en grondwater maken we gebruik van een waterstructuurkaart. Deze kaart geeft duiding aan locaties waar we het overtollige water willen verwerken. Bij kleine (her)ontwikkelingen in gemengd gerioleerd gebied leggen we gescheiden riolering aan. We accepteren dat we als tijdelijke overbrugging soms moeten aansluiten op het bestaande (gemengde) systeem totdat op een later moment de gelegenheid zich aandient om het stelsel over te sluiten op nieuw aangelegde hemelwaterriolering. Aandachtpunt is rioolvreemd water afkomstig uit sloten, drainage en binnensijpelend grondwater. Locaties waar we vermoeden dat sprake is van grote hoeveelheden rioolvreemd water onderzoeken we nader.

Figuur 8 Aanleg riolering in 2021 (Bron: BUCH-gemeenten)

Duurzame afvalwaterketen We willen als maatschappij toewerken naar een circulaire economie. Ook de waterketen kan hier een rol inspelen. Zo worden bijvoorbeeld al reststoffen van drinkwaterproductie bijna volledig nuttig hergebruikt en wordt bij de afvalwaterzuivering ingezet op het terugwinnen van verschillende stoffen. Gezuiverd afvalwater kan bijvoorbeeld ook worden ingezet om droogte te voorkomen. Op het vlak van riolering zijn er mogelijkheden in o.a. hergebruik van materiaal van rioolbuizen en -putten. De levering van drinkwater en het transporteren en zuiveren van afvalwater kost energie. Bij vervanging van onderdelen kijken we naar eventuele meer duurzame alternatieven die ook een robuuste werking garanderen. We volgen de ontwikkelingen op dit punt en benutten eventuele kansen die zich voordoen. Per zuiveringskring gaan we als waterpartners het energieverbruik in de schakels van de waterketen analyseren en de mogelijkheden onderzoeken om het energieverbruik te verminderen en het aanbod van afvalwater zo goed als mogelijk af te stemmen op de vraag, zowel kwantitatief als qua samenstelling. Problematiek WKO-lozingen Warmte-koude-opslag (WKO) installaties worden steeds vaker toegepast voor het verwarmen en koelen van woningen, kantoren en industrie. Bij de aanleg en in veel gevallen ook bij het onderhoud aan een WKO wordt het spoelwater geloosd op de riolering.

De frequentie van pieklozingen kan in de toekomst toenemen, wat het functioneren van het rioolstelstel kan verstoren. We missen nu een volledig beeld van de locaties van WKO’s en mogelijke negatieve effecten op de omgeving. In deze planperiode is dan ook een inventarisatie en onderzoek naar potentiële effecten gepland. Afhankelijk van de uitkomst van de inventarisatie en het onderzoek kunnen we besluiten om hier vanuit de verschillende bevoegde gezagen strakker op te gaan sturen met inzet van juridische instrumenten.

17

4.2

Zorgplicht hemelwater

Verwerking van hemelwater De aandacht voor het anders omgaan met hemelwater neemt toe. In plaats van het water zo snel mogelijk af te voeren willen we het vasthouden om lange perioden van droogte te overbruggen en tijdelijk bovengronds bergen om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen. Het blijven verruimen van rioolbuizen is immers geen optie als gevolg van de beperkte ruimte in de ondergrond en de hoge kosten. We hanteren de voorkeursvolgorde vasthouden-bergen-afvoeren voor de omgang met hemelwater: • Vasthouden: doorlatende goten, groene daken, infiltratie in terreinverlagingen in groen, enz. • Bergen: Overtollig hemelwater bergen we eerst in het stedelijk watersysteem. • Afvoeren: Pas bij volledige benutting van de berging voeren we het overtollige hemelwater af naar het regionale watersysteem. Als de afvoer naar het regionale watersysteem meer is dan in de huidige situatie, vindt afstemming met het waterschap plaats.

We streven ernaar om het rioleringssysteem en de bijbehorende openbare ruimte zoveel mogelijk klimaatbestendig in te richten. We stemmen hierbij af met andere disciplines en maken een gezamenlijke afweging. Hierbij zoeken we meekoppelkansen en maken werk-met-werk. De werkzaamheden in de openbare ruimte betreffen het zichtbaar maken van water, het verhogen van de belevingswaarde en integratie van water met groen. Door praktijkervaringen (meldingen waarnemingen van bewoners) te monitoren verbeteren we het zicht op het daadwerkelijk functioneren van de voorzieningen. Ook stimuleren we oppervlakkige afvoer van regenwater, zodat eventuele gebreken direct zichtbaar zijn. Beperken risico op wateroverlast Omdat de capaciteit van het rioleringssysteem vanuit economisch oogpunt beperkt is, kan het voorkomen dat in meer of mindere mate een vorm van overlast optreedt. Hierbij maken we onderscheid naar hinder, ernstige hinder en waterschade. Definitief en aanpak van Hinder, Ernstige hinder, Waterschade Hinder Hinder heeft de volgende kenmerken: • Kortdurende periode van water op straat. • Waarbij verkeer nog mogelijk is. • Duur in de orde van 15-30 minuten. Ernstige hinder Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: • Langer durende periodes van water op straat. • Verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels).

• Duur in de orde van grootte van 30-120 min. Waterschade (Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: • Grote economische schade. • Gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat). • Water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.

Bij de nieuwe aanleg of vervanging van riolering kijken we ver vooruit. De buizen gaan immers lang mee. Bij het ontwerp of de toetsing van riolering gaan we uit van één of meerdere buien die behoren bij een acceptabele frequentie van optreden van wateroverlast (hinder). Dit zijn doorgaans buien met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering), eenmaal per 5 jaar (bui 9) of eenmaal per 10 jaar (bui 10).

18

Wateroverlast in de vorm van hinder vinden we acceptabel. Als gevolg van klimaatverandering zal dit vaker gaan voorkomen. Wateroverlast in de vorm van ernstige hinder pakken we aan op het moment dat er sprake is van een renovatie van de onder- of bovengrond. Wateroverlast in de vorm van waterschade willen we het liefst zoveel als mogelijk voorkomen. Om een goed beeld te krijgen van de risico’s verbeteren we daarom de komende planperiode onze hydraulische rekenmodellen door de afstroming van het terrein nauwkeuriger te modelleren. Aangezien we als overheidspartij weinig invloed kunnen uitoefenen op regenwater afkomstig van particulier terrein gaan we een dialoog aan met belanghebbenden om gezamenlijk een afweging te maken tussen het accepteren van mogelijk optredende waterschade en/of het investeren in een hogere beschermingsgraad. Nieuwe rioleringssystemen en hemelwaterriolen (afkoppelprojecten) ontwerpen we op een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar (bui 9 uit de kennisbank Riolering). Bij deze ontwerpbelasting mag er geen water-op-straat voorkomen. Het bestaande rioleringssysteem toetsen we minimaal aan een maatgevende bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 2 jaar (bui 8 uit de kennisbank Riolering). Hierbij geldt ook dat er geen wateropstraat mag voorkomen.

Eventuele verbetermaatregelen toetsen we aan een bui met een frequentie van voorkomen van eenmaal per 5 jaar en eenmaal per 10 jaar (buien 9 en 10 uit de Kennisbank Riolering) waarbij water op straat acceptabel is. De keuze voor een zwaardere toetsingsbui is een afweging tussen de meerkosten van diameterverruiming en de potentie van de bovengrond om extra regenwater te kunnen verwerken (maatwerk). Bepaalde locaties zijn als gevolg van hun lage ligging en historische ontwikkelingen dermate kwetsbaar voor wateroverlast dat dit probleem niet eenvoudig en kosteneffectief is op te lossen. We gaan ervan uit dat mensen zich vooraf goed (laten) informeren over een dergelijke kwetsbare ligging en een bewuste keuze maken als ze besluiten er te gaan wonen. De klimaatatlas is hiervoor een goed hulpmiddel. We inventariseren als gemeente wel de problemen en risico’s en maken dat openbaar. Ook adviseren we de bewoners bij problematische situaties. In de klimaatadaptatie uitvoeringsagenda van de regio Alkmaar hebben we opgenomen dat we een programma van eisen voor klimaatbestendig en waterrobuust inrichten voor zowel nieuwbouwlocaties als bestaand gebied opstellen in 2021. Hierbij zoekt regio Alkmaar de samenwerking op met de overige deelregio’s in Noorderkwartier om er zo naar te streven dat alle deelregio’s tot hetzelfde programma van eisen komen.

Figuur 9 Peilverschillen in gemeente Langedijk (Bron: T. Dekker)

19

Omgaan met (sterk) vervuilde oppervlakken Hemelwater afkomstig van daken is relatief schoon en lozen we, waar mogelijk, direct in de bodem, of op oppervlaktewater. Afstromend wegwater afkomstig van sterk vervuilde oppervlakken zoals bedrijven- of industrieterreinen met veel op- en overslag of bijvoorbeeld marktpleinen/busbanen e.d. transporteren we bij voorkeur naar de rwzi. Om te voorkomen dat relatief veel schoon regenwater van verbeterd gescheiden stelsels naar de rwzi wordt getransporteerd optimaliseren we deze rioleringssystemen, bijvoorbeeld via een (tijdelijke) afschakeling van pompen of wellicht op termijn via sturing op waterkwaliteit. Dit is en blijft telkens maatwerk, waarin we als gemeente en waterschap samen optrekken.

Volgens de huidige Algemene Rijksregels mag afvloeiend hemelwater alleen in een vuilwaterriool worden geloosd als het lozen op of in de bodem, in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, die geen vuilwaterriool is, of op een oppervlaktewaterlichaam redelijkerwijs niet mogelijk is*. We kiezen ervoor om de huidige algemene regels met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater ongewijzigd te laten. Lozing van hemelwater op drukriolering vinden we niet acceptabel, hiervoor treden we handhavend op. *Dit is niet van toepassing op het lozen van afvloeiend hemelwater dat al plaatsvond voordat het Activiteitenbesluit milieubeheer of het Besluit lozen buiten inrichtingen op de lozing van toepassing werd.

Hemelwaterbeleid bij (her)ontwikkelingen Om ervoor te zorgen dat de leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht sturen we, net als het waterschap, op infiltratie en waterberging bij nieuwe ontwikkelingen. Bij herontwikkelingen is soms sprake van sloop en herbouw of het bebouwen van braakliggende terreinen. Hierdoor bestaat er in veel gevallen netto geen toename van het verhard oppervlak en is er voor de ontwikkelende partij niet direct een opgave. Juist bij dergelijke ontwikkelingen missen we kansen om een bijdrage te kunnen leveren aan o.a. het tegengaan van verdroging en het oplossen van eventuele wateroverlast. Om deze reden willen we ons als gemeente niet alleen richten op de toename van verhard oppervlak, maar ons ook meer gaan richten op de verandering van verhard oppervlak en de verandering van functie en gebruik van de omgeving. Voor herinrichtingsprojecten biedt dit PSWR, samen met andere programma’s zoals groen en verhardingen houvast. Echte keuzes qua basisveiligheid en klimaatbestendigheid moeten we nog maken en beleid voor verder te ontwikkelen in 2022 en 2023. Hieronder zijn enkele mogelijkheden uitgewerkt. Voor (her)ontwikkelingen kunnen we onderscheid maken tussen geen verplichting (bijvoorbeeld een kleine aanbouw), een kleine verplichting en een grote verplichting.

Kleine verplichting Binnen de bebouwde omgeving bestaat bij kleine (her)ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de (ver)bouw van een woning minder flexibiliteit om duurzaam om te gaan met hemelwater dan bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Om deze reden kunnen we bij kleine (her)ontwikkelingen bijvoorbeeld 10-15 mm waterberging gaan eisen. Vanuit praktische overwegingen stellen we een ondergrens aan het in beschouwing te nemen oppervlak. Geringe aanpassingen leiden dan niet direct tot een eis. De komende planperiode onderzoeken we de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een dergelijke bergingseis en zetten we stappen richting juridische verankering. Grote verplichting Een grote (her)ontwikkeling biedt voldoende ruimte om het plangebied op een meer duurzame wijze te kunnen ontwikkelen. Voor een dergelijke ontwikkeling kunnen we bijvoorbeeld waterberging gaan eisen die eraan moet bijdragen dat hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) niet tot schade leidt aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen en dat de vitale en kwetsbare infrastructuur bereikbaar blijven bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur). Ook hiervoor geldt dat we de komende planperiode de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een dergelijke bergingseis onderzoeken en stappen zetten richting juridische verankering van klimaatadaptatie.

Aanvullende verplichting In het geval een plangebied groter is dan bijvoorbeeld 5 ha willen we via een maatwerkoplossing komen tot een inspanning die ook een bijdrage levert aan biodiversiteit, het tegengaan van hittestress en verdroging.

20

We willen hierbij te werk gaan volgens onderstaand denkraam. Bij een herinrichting programmeren we verbetermaatregelen en toetsen we periodiek of we ons daar ook aan hebben gehouden. Bij een (her)ontwikkeling verwijzen we bij een directe lozing op oppervlaktewater naar de bestaande beleidsregels van HHNK (keur) en bij een lozing van hemelwater op de gemeentelijke riolering naar beleidsregels die we nader gaan uitwerken.

Afkoppelen verhard oppervlak Afkoppelen bestaand gebied In openbaar gebied legden we tot 2021 in de voormalige gemeente Langedijk voornamelijk gescheiden riolering aan, waarbij we wegoppervlak via straatkolken op het hemelwaterriool aansloten en dat is in 2015 besloten op basis van milieuafwegingen en doelmatigheid. In de voormalige gemeente Heerhugowaard werd per project een doelmatigheidsafweging gemaakt over het afkoppelen van openbaar terrein. Voor beide voormalige gemeenten gold dat inwoners werden gestimuleerd om dakoppervlak af te koppelen als de gemeente gescheiden riolering had aangelegd, ze werden niet verplicht. Vanaf deze planperiode geldt voor het openbare gebied het principe “afkoppelen, tenzij…“ in de gemeente Dijk en Waard. Per vervangingsproject, bekijken we eerst of afkoppelen uitvoerbaar is binnen redelijke budgetten en of het afkoppelen toegevoegde waarde heeft. Daarnaast blijven we het principe hanteren dat inwoners worden gestimuleerd om af te koppelen als wij als gemeente gescheiden riolering hebben aangelegd. Omdat afkoppelen bij particulieren ook mogelijke overlast in huis kan hebben, zoals slechte beluchting, willen wij afkoppelen niet verplichten. Bovendien is het niet altijd haalbaar om af te koppelen, zoals bij de achterkant van panden.

Bewoners stimuleren we daarnaast om hun perceel bovengronds zo in te richten dat water op eigen terrein wordt opgevangen en niet wordt afgewenteld. Afkoppelen in- en uitbreidingslocaties Voor in- en uitbreidingslocaties hebben wij behoefte om particuliere partijen te kunnen verplichten om gescheiden riolering aan te leggen op basis van een verordening. Om deze reden gaan we deze planperiode een hemelwaterverordening opstellen. Regels richting particuliere partijen landen uiteindelijk in het omgevingsplan/.

21

4.3

Zorgplicht grondwater

Voorkomen grondwaterproblemen In onze gemeente halen we de gewenste ontwateringsdiepte niet altijd en het is bekend dat er in winterperioden kruipruimtes zijn met vocht. Het grondwaterpeil willen we zoveel als mogelijk op natuurlijke wijze laten blijven fluctueren. Pas als er structurele grondwaterproblemen optreden die niet op een andere manier zijn op te lossen en als het doelmatig is, leggen we drainage aan.

We hanteren de voorkeursvolgorde ophogen-bergen-afvoeren voor het uitvoeren van maatregelen om de gewenste waterstanden te realiseren en om grondwater over- en onderlast tegen te gaan: 1. Ophogen van het maaiveld. 2. Realiseren van extra oppervlaktewater voor af- en aanvoer van water in de wijk. 3. Aanleggen van een drainagesysteem met eventuele grondverbetering.

Om grondwateroverlast te voorkomen doorlopen we als gemeente en het hoogheemraadschap bij planologische wijzigingen een watertoetsprocedure. Hierbij beoordelen we de waterhuishoudkundige randvoorwaarden en effecten van nieuwe ontwikkelingen. Door middel van de watertoetsprocedure voorkomen we in de bestemmingsfase dat ‘natte’ gebieden bebouwd gaan worden en/of dat onvoldoende ontwateringsmaatregelen worden getroffen. Mogelijk bevelen we een aangepaste bouwwijze aan of kiezen we voor de aanleg van drainage-transportriolen om grondwaterfluctuaties af te vlakken (draineren in de winter, infiltreren in de zomer). Met het in werking treden van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Bijvoorbeeld watercompensatie in verband met toenemende verharding en ontmoedigen bouwen in verband met waterwinning. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. Als gemeente zijn we vrij om hier zelf invulling aan te geven. Vooralsnog zien we geen aanleiding om de huidige procesgang te wijzigen.

Figuur 10 Grondwateroverlast Veenweg Gerard Douplantsoen (Bron: T. Dekker)

22

Ontwatering De bodemgesteldheid en waterdoorlatendheid kunnen lokaal en regionaal sterk verschillen. Om wateroverlast door hoge grondwaterstanden te voorkomen geven we daarom gebied-specifiek invulling aan de ontwateringsnormen. Bij nieuwbouwsituaties creëren we op deze wijze een ontwateringsdiepte die het risico op grondwater over- of onderlast minimaliseert. Onderstaande ontwateringsdiepten (zie Tabel 2) beschouwen we als een inspanningsplicht. We kunnen als gemeente kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor het handhaven van de genoemde waarden. Door bij nieuwbouwsituaties een grotere ontwatering te hanteren, bijvoorbeeld door kruipruimte-loos bouwen, beperken we het risico op grondwateroverlast verder.

Tabel 2 Ontwateringsdiepten

Functie

Hoofdwegen (primaire ontsluitingswegen en toegangswegen)** Secundaire wegen en woonstraten** Openbare tuinen, plantsoenen, parken en sportvelden** Woningen / gebouwen met kruipruimte* Woningen / gebouwen zonder kruipruimte*

Minimaal benodigde ontwatering (m t.o.v. Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand) Nieuwe ontwikkelingen 1,00

Bestaande gebieden 0,70

Verantwoordelijkheid Gemeente

0,70

0,50

Gemeente

0,50

0,50

Gemeente

0,70

0,70

Particulier

0,50

0,50

Particulier

Handelen bij grondwaterproblemen We beschouwen grondwateroverlast als structureel, als er én gedurende een aantal aaneengesloten jaren te hoge grondwaterstanden én meerdere (relevante) meldingen over grondwateroverlast zijn geregistreerd. Als er sprake is van structureel nadelige gevolgen vanwege de grondwaterstand nemen we als gemeente (op termijn) maatregelen om de afvoer van het overtollige grondwater te verbeteren. Grondwatermaatregelen voeren we wanneer mogelijk uit in combinatie met afkoppelen, rioolvervanging of herinrichting van de openbare ruimte. Als gemeente nemen we maatregelen als beide stellingen van toepassing zijn: • Maatregelen op het openbaar terrein bestrijden de grondwaterschade. • De investerings- en exploitatiekosten van maatregelen staan in verhouding met (eventueel toekomstige) kosten van maatregelen door perceeleigenaren of eventueel te verwachten kosten voor schades. Bij erkende probleemgebieden waar structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zijn geconstateerd leggen we, in combinatie met werkzaamheden, een ‘hoofdstructuur’ ten behoeve van de ontwatering aan. Van de perceeleigenaren verwachten we dat deze bij eventuele grondwaterproblemen de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen nemen op eigen terrein. Dit wordt getoetst bij de aanvraag van de bouwvergunning en/of op basis van een locatiebezoek.

Indien gewenst geven we als gemeente voorlichting over door de perceeleigenaar te nemen maatregelen.

23

Voorkomen van grondwaterverontreiniging We voorkomen grondwaterverontreiniging door vervuilende activiteiten te weren. Op eventuele locaties met grote bodemverontreinigingen zijn we voorzichtig met infiltratie van hemelwater om verspreiding te voorkomen.

De bescherming van het grondwater is opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Deze bescherming is geregeld door grondwaterbeschermingsgebieden aan te wijzen. In voorkomende gevallen verwijzen we naar deze verordening.

Monitoren Via peilbuismetingen houden we een vinger aan de pols. Per 1 januari 2018 is de Basisregistratie Ondergrond (BRO) in werking getreden. De wet heeft als doel dat er in Nederland één uniforme, digitale en gedetailleerde registratie van bodem- en ondergrondgegevens komt. Volgens deze wet zijn gemeenten wettelijk verplicht om grondwatergegevens aan te leveren aan dit platform. Het staat de gemeenten vrij om zelf te bepalen op welke wijze zij data ontsluiten richting de BRO. Het platform heeft het karakter van een dataviewer, het is niet geschikt als beheerprogramma of analysetool. Binnen de regio streven we ernaar om de meetgegevens onderling te delen en op uniforme wijze te ontsluiten. Tegengaan verdroging Droogte en wateroverlast in het stedelijk gebied pakken we binnen de regio Alkmaar in samenhang op. We verkleinen de kwetsbaarheden voor klimaatverandering door specifieke aandacht te geven aan waterberging, waterafvoer, waterkwaliteit, stijgend grondwater, droogteschade aan stedelijk groen, paalrot en bodemdaling. In de Klimaatadaptatiestrategie Regio Alkmaar hebben we als strategie opgenomen dat we bedrijven en inwoners betrekken en om de tafel gaan met private partijen als projectontwikkelaars en makelaars. Om te kunnen versnellen benoemen we werkprocessen, passen deze eventueel aan en maken zonodig intern discipline-overstijgende financiële middelen vrij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=485f5fcf-4eca-4284-9438-dafd3554240e