CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte 2024 - 2033 - Dijk en Waard

Gemeenteraad 28 november 2023, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Integraal beleidsplan Openbare Ruimte Dijk en Waard 2024-203318.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

■

Honden zijn gezelschapsdieren en daarom voor veel inwoners belangrijk. Voor het welzijn van honden is het belangrijk dat ze naar buiten kunnen en hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen, maar waarbij wel rekening wordt gehouden met alle gebruikers van de openbare ruimte, daarom: ➔ Richt de gemeente de openbare ruimte zodanig in dat er voldoende hondenlosloopgebieden op loopafstand (binnen de bebouwde kom) aanwezig zijn. Worden de hondenlosloopgebieden duidelijk gemarkeerd, zodat het herkenbaar is waar honden los mogen lopen. ➔ Hebben hondeneigenaren de honden onder àppel, om de veiligheid van anderen te waarborgen. Daarnaast geldt een opruimplicht in de openbare ruimte. De hondenlosloopgebieden zijn namelijk voor iedereen toegankelijk. ➔ Het college is bevoegd hondenlosloop- en hondenverbodsgebieden aan te wijzen.

39

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

4.2.4 Kunstwerken en waterkeringen ■

Bruggen hebben een belangrijke functie voor mensen om zich te kunnen verplaatsen binnen de gemeente. Echter zijn bruggen relatief duur om aan te leggen en te onderhouden, dit geldt met name voor de beweegbare bruggen. Daarom: o Realiseert de gemeente wateroversteekplaatsen (bruggen) voor gemotoriseerde voertuigen alleen als er geen goed alternatief is over land. Voor fiets- en voetgangersbruggen geldt dit niet, omdat de gemeente wandelen en fietsen als alternatief voor de auto stimuleert.

4.2.5 Speelvoorzieningen ■

(Buiten)spelen is belangrijk voor kinderen, door te spelen leren en ontwikkelen kinderen zich en komen ze toe aan hun beweging. Ook is spelen bij uitstek een manier om andere kinderen (en ouders) te ontmoeten. Een veilige speelruimte met voldoende voorzieningen voor kinderen is belangrijk om te voorzien in de speelbehoefte, daarom: ➔ Biedt de gemeente voldoende ontwikkelingsmogelijkheden en belevingswaarden en wordt een gevarieerd aanbod aan speelruimte en speelmogelijkheden gerealiseerd. ➔ Zijn speelplekken toegankelijk voor iedereen, ongeacht leeftijd of beperking. ➔ Zijn speelvoorzieningen veilig en schoon, conform de eisen uit het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. ➔ Zijn speeltoestellen op gemeentelijke grond eigendom van de gemeente, zodat de gemeente de spreiding, verscheidenheid en veiligheid kan waarborgen. Er geldt hier een uitzondering voor speeltoestellen op gemeentegrond die in beheer zijn van scholen en/of sportverenigingen. Speeltoestellen op private grond zijn in eigendom, beheer en onderhoud van de desbetreffende eigenaar van die grond. Scholen, sportverenigingen en particulieren moeten hier zelf de veiligheid borgen.

■

De gemeente wil dat het aanbod van speelruimten goed aansluit bij de behoeften. Daarbij beseft de gemeente zich dat de ene buurt de andere buurt niet is. In de ene buurt wonen bijvoorbeeld meer jonge kinderen en in de andere buurt is de verhouding jongeren weer groter. En dit verandert ook continu. De gemeente vindt het belangrijk om mee te ‘groeien’ met de buurt, daarom: ➔ Wordt de spreiding van speelruimten gewaarborgd op basis van cirkelkaarten. ➔ Betrekt de gemeente de doelgroepen waarvoor een verandering in speelruimte of nieuwe speelruimte wordt verwacht bij het maken van een keuze.

■

Kinderen en jongeren spelen naast de formele speelplaatsen natuurlijk ook graag op straat of in het groen. Een bespeelbare en kindvriendelijke openbare ruimte is belangrijk om dit mogelijk te maken. De gemeente stimuleert de informele speelruimte, daarom: ➔ Houdt de gemeente bij het ontwerp en het onderhoud van de openbare ruimte rekening met de bespeelbaarheid (informele speelruimte) en ontmoeten.

40

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

➔ Kunnen braakliggende terreinen van nieuwbouwlocaties of locaties zonder tijdelijke bestemmingen op voorwaarden opengesteld worden als informele speelruimte. ➔ Streeft de gemeente naar zoveel mogelijk open schoolpleinen waarin schoolpleinen toegankelijk zijn buiten schooluren.

4.2.6 Straatmeubilair ■

Straatmeubilair draagt bij aan de functionaliteit, esthetiek en leefbaarheid van de openbare ruimte. Ze zorgen voor identiteit, veiligheid, navigatie, comfort, rust en bieden de mogelijkheid tot ontmoeten en sociale interactie, daarom: ➔ Zijn in de openbare ruimte voldoende ontmoetingsplekken. ➔ Is het straatmeubilair op de ontmoetingsplekken voldoende uitnodigend voor alle leeftijden om elkaar te ontmoeten. ➔ Worden alleen borden en paaltjes geplaatst als het echt nodig is en is de wettelijke verplichting/veilig gebruik van de openbare ruimte leidend.

4.2.7 Verlichting en VRI Verlichting ■

Openbare verlichting heeft een belangrijke functie ten aanzien van verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid. Deze functie wordt gewaarborgd met een goede verlichtingskwaliteit. De gemeente vindt het belangrijk dat de gewenste kwaliteit wordt behaald en hecht waarde aan de uitstraling van de lichtmasten (herkenbaarheid). Tegelijkertijd wil de gemeente dat verlichting niet tot overmatige hinder leidt, daarom: ➔ Is openbare verlichting in de gemeente Dijk en Waard uniform, met uitzondering van (authentieke/karakteristieke) plekken voor decoratieve verlichting. ➔ Wordt lichtvervuiling en lichthinder beperkt, maar zolang lichthinder binnen de gestelde normen plaatsvindt, gaat het lichtbeeld in de straat voor.

■

Daarnaast is voor openbare verlichting duurzaamheid ook een belangrijk thema. De lichtbronnen verbruiken namelijk energie en de gemeente wil energie besparen, daarom: ➔ Is de lichtbron van openbare verlichting zo duurzaam mogelijk. ➔ Is de aanwezigheid van openbare verlichting en de lichtsterkte afgestemd op de functie van het omliggende gebied, verlichting is niet altijd nodig. ➔ Kan de lichtsterkte in de nacht voor maximaal 50% gedimd worden (ook als de verlichtingssterkte hiermee iets onder de gehanteerde norm uit komt).

■

Er zijn een aantal gebieden die de gemeente niet gaat verlichten, enerzijds om energie te besparen en anderzijds om fauna te beschermen (donkerte), daarom: ➔ Worden natuurgebieden niet verlicht, ➔ Worden recreatieve fiets- en wandelpaden in parken en groengebieden niet verlicht. ➔ Wordt in het buitengebied geen verlichting geplaatst, met uitzondering op conflictzones.

41

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

■

Uiteraard zijn er ook een aantal plekken die vanwege veiligheid juist om extra verlichting vragen. Daarom: ➔ Zijn markeringen van oversteekplaatsen voor voetgangers en fietsers op wegen met een verkeersfunctie zodoende verlicht dat de automobilist de voetgangers en fietsers goed kan zien. ➔ Zijn primaire fietspaden binnen de bebouwde kom verlicht.

VRI ■ Het verkeer is in de afgelopen decennia sterk toegenomen. Daarnaast zijn er steeds meer vormen van vervoer met verschillende snelheden. Een vlotte en veilige doorstroming van al het verkeer is belangrijk. De verkeersregelinstallaties hebben als belangrijkste functie om de veiligheid van weggebruikers te waarborgen, daarom: ➔ Zorgen de verkeersregelinstallaties ervoor dat alle verkeersdeelnemers veilig en snel de kruising over geholpen worden. ➔ Bieden verkeersregelinstallaties de gehele dag een veilige oplossing voor alle weggebruikers. ■

Bij de doorstroming van verkeer is het gebruikelijk om rekening te houden met prioriteiten van typen verkeer, bijvoorbeeld vanwege veiligheid (hulpdiensten) of om duurzame mobiliteit (OV, fiets, wandelen) te stimuleren. De gemeente maakt onderscheid in het type weggebruiker bij de afhandeling van het verkeer op kruispunten en hanteert de volgende prioriteitsvolgorde: ➔ (1) Hulpdiensten bij een prioriteit uitruk. ➔ (2) Openbaar vervoer. ➔ (3) Fietsers en voetgangers. Hierbij houden verkeersregelingstallaties rekening met een veilige oversteek voor mindervaliden. ➔ (4) Auto’s. ➔ Alleen in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld om de doorstroming te garanderen, kan de auto prioriteit gegeven worden boven fietsers en voetgangers.

4.2.8 Water ■

Dijk en Waard is een waterrijke gemeente. Het grootste gedeelte van dit water (primaire netwerk) valt onder de verantwoordelijkheid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Daarnaast heeft de gemeente ook zelf waterlopen en plassen in eigendom, beheer en onderhoud. Water en oevers hebben een belangrijke ecologische functie, bijvoorbeeld voor amfibieën en vissen. De gemeente vindt het belangrijk dat flora en fauna in en rondom het water zich goed kan ontwikkelen, daarom: ➔ Worden waterlopen en oevers ingericht met het oog op de waterkwaliteit en de biodiversiteit.

■

Naast het ecologische belang vervult water ook een belangrijke recreatieve functie. De gemeente kent een rijke historie met (plezier)vaart. Dit kan zeker bestaan naast de ecologische functie, mits de verhouding in balans is, daarom:

42

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

➔ Mag men in de gemeente vooralsnog overal boten aanleggen, behalve op door het college aangewezen gedeelten van het openbaar water. ➔ Gebeurt het aanleggen deugdelijk, dusdanig dat het onderhoud van de oever, berm en aanliggend groen en verharding zo min mogelijk gehinderd wordt. ➔ Wil de gemeente op termijn meer controle krijgen op het gebruik van haar oevers en de wijze waarop aanleggen van boten is toegestaan. Het college werkt dit uit. ➔ Behoudt de gemeente het huidige aantal tewaterlaatplaatsen, zowel in buitenwater als in binnenwater. ➔ Gaat de gemeente behoudend om met verzoeken tot de aanleg van (extra) door gemeente te realiseren en onderhouden openbare aanlegsteigers. ■

Oevers (waterkeringen) hebben een belangrijke functie voor zowel dier als mens. Dieren gebruiken bijvoorbeeld rietkragen bij oevers als beschutting of om nesten in te bouwen, maar ook om uit en in het water te komen. Voor mensen is een oever vaak voor recreatief gebruik, om bijvoorbeeld een bootje aan te leggen. Daarom: ➔ Zijn oevers in beginsel altijd natuurvriendelijke ingericht waar het kan, maar plaatst de gemeente beschoeiing waar dit nodig is (vanwege bijvoorbeeld veiligheid of aanmeerplaatsen langs recreatieve wateren). ➔ Zijn steigers langs vaarroutes goed bereikbaar vanaf het water en het land.

4.2.9 Wegen ■ Wegen hebben een belangrijke functie voor de bereikbaarheid in de gemeente. Het mobiliteitsbeleid van de gemeente (anno 2023 het Omgevingsprogramma mobiliteit Dijk en Waard) geeft de kaders hiervoor. Er komen steeds meer vormen van mobiliteit die andere eisen stellen aan de inrichting en het beheer van wegen. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van gezonde vormen van verplaatsing zoals wandelen en fietsen. Daarom: ➔ Kan iedereen zich in de openbare ruimte verplaatsen van A naar B, de bestemming van de gebruiker is altijd bereikbaar. ➔ Wordt op fietspaden naast veiligheid extra aandacht besteed aan comfort. ➔ Zijn wegen veilig oversteekbaar voor voetgangers, fietsers en overig verkeer. ■

■

Met de veranderende vraag naar mobiliteit staat ook de hoeveelheid verharding ter discussie. Wanneer bijvoorbeeld meer gefietst wordt naar het werk, wordt er minder gebruik gemaakt van de auto. Verharding kan hierdoor anders worden ingericht zodat het ook bij kan dragen aan klimaatadaptatie, circulariteit en meer groen, daarom: ➔ Worden rijbanen zo smal als mogelijk aangelegd, zodat meer ruimte ontstaat voor groen, maar altijd afhankelijk van de intensiteit van gebruik en wordt voldaan aan de wettelijk gestelde veiligheidseisen. ➔ Worden overbodige parkeerplaatsen, voetpaden of andere verharde delen vervangen door groen. ➔ Worden grondgebonden parkeervakken zoveel als mogelijk 'vergroend'. Om aan de veranderende vraag van mobiliteit te kunnen voldoen, worden wegen opnieuw ingericht of vindt onderhoud plaats. De weg wordt dan opengebroken en soms moet een tijdelijke bouwweg worden aangelegd. Dit gebeurt bijvoorbeeld ook bij de

43

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

aanleg van nieuwe woonwijken. De gemeente vindt het belangrijk dat de gebruiker hier zo min mogelijk hinder van ondervindt en geen schade oploopt, daarom: ➔ Worden wegen zo min mogelijk opengebroken en worden werkzaamheden gecombineerd. ➔ Worden tijdelijke bouwwegen op een deugdelijke manier aangelegd, zodat ze niet voor schades zorgen en tot ergernis van de gebruiker leiden. ➔ Worden tijdelijke bouwwegen zolang in stand gehouden dat schade aan nieuw aan te leggen openbare ruimte door bouwverkeer en dergelijke zoveel mogelijk wordt voorkomen. ➔ Is het noodzakelijk dat er in de gebouwde omgeving rekening gehouden wordt met de bereikbaarheid, toegankelijkheid (inclusief mensen met een beperking) en bruikbaarheid van eigen woning, openbare ruimte en openbare gebouwen. ■

De gemeente vindt het belangrijk dat bedrijven in de gemeente bereikbaar zijn. Dit zorgt voor een ondernemende leefomgeving / gunstig ondernemersklimaat en dit bevordert de groei van de economie. De wegen hebben een belangrijke functie voor deze bereikbaarheid, daarom: ➔ Zijn wegen in winkelgebieden zo ingericht en onderhouden dat bevoorrading voor winkels mogelijk is. ➔ Zijn wegen op bedrijventerreinen zo ingericht en onderhouden dat ondernemingen op bedrijventerreinen bereikbaar zijn voor vrachtwagens ➔ Zijn wegen in het buitengebied zo ingericht en onderhouden dat landbouwvoertuigen hun bestemming kunnen bereiken.

4.3 Prioritering thema’s In de vorige twee paragrafen is invulling gegeven aan het integrale kader door verschillende thema’s en ambities te omschrijven en daarbij beleidsuitgangspunten te hanteren. Idealiter worden alle ambities en beleidsuitgangspunten naast elkaar gehanteerd en even voortvarend opgepakt. Dat is echter niet altijd haalbaar of realistisch. Soms moeten er keuzes gemaakt worden. Daarom is het van belang de thema’s te prioriteren, zodat dit houvast geeft bij de uitvoering van de beleidsuitgangspunten. Met behulp van werksessies zijn deze thema’s voor Dijk en Waard geprioriteerd. In de volgende tabel is de prioritering per gebiedstype en thema weergegeven. Deze tabel is een afwegingskader voor de beleidsuitgangspunten. Dit afwegingskader is samengesteld zowel op basis van de mogelijke bijdrage van een gebied (potentie) als de taakstelling/belangrijkheid (ambitie) om in bepaalde gebieden aan de slag te gaan. Het afwegingskader is richtinggevend. Keuzes in uitvoering bij projecten zijn afhankelijk van omstandigheden en mogelijkheden.

Voorbeeld:

44

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Authenticiteit Biodiversiteit Circulaire economie Energietransitie Klimaatadaptatie Ondernemen Participatie Prettige leefomgeving Veiligheid en bereikbaarheid

1 3 2 2 2 1 2 1 1

2 2 1 1 1 3 1 1 1

3 2 2 1 1 1 3 2 1

1 2 2 1 2 2 3 3 1

2 1 3 3 2 3 2 1 2

Buitengebied

Recreatiegebied

Hoofdwegen

Werkgebied

Woongebied

Winkelgebied

➔ Potentie: Recreatiegebieden en buitengebieden hebben grote aaneengesloten groenoppervlakten en hebben een hoge potentie om aan biodiversiteit bij te dragen. Daarentegen is in winkelgebieden relatief weinig groen aanwezig, het potentieel om bij te dragen aan de ambitie biodiversiteit is dit gebied laag en krijgt daarom een lagere prioriteit. ➔ Ambitie: de taakstelling per gebiedstype verschilt. Zo heeft de gemeente in woongebieden voornamelijk de plicht en taak om een veilige en prettige leefomgeving te realiseren. In werkgebieden (bedrijventerreinen) ligt dit accent meer op bereikbaarheid en ondernemerschap.

2 1 3 3 3 2 2 3 1

Tabel 2: Afwegingskader met prioritering van thema’s per gebiedstype. Toelichting: de hoogste prioriteit (donkergroen), gemiddelde prioriteit (groen) en de laagste prioriteit (lichtgroen).

4.4 Onderhoudsniveau openbare ruimte In de vorige paragrafen zijn de ambities en beleidsuitgangspunten voor de openbare ruimte uitgewerkt. Een uitgangspunt is het schoon, heel en veilig houden van de openbare ruimte. Het onderhoudsniveau is een belangrijk kader om hierop te sturen. De volgende paragrafen geven de kaders hiervoor.

4.4.1 Algemeen De beeldcatalogus van CROW is leidend bij het onderhoudsniveau voor de openbare ruimte. Objecten in de openbare ruimte kunnen op verschillende kwaliteitsniveaus worden onderhouden. Het kwaliteitsniveau mag volgens het provinciale toetsingskader niet onvoldoende zijn. Dit houdt in dat kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties moeten worden voorkomen. Als er kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties aan de orde zijn, is er sprake van achterstallig onderhoud. Op basis van CROW advies is het uitgangspunt dat er

45

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

sprake is van kapitaalvernietiging als de staat van het onderhoud niet meer voldoet aan kwaliteitsniveau C (bij onderhoud van wegen), of een vergelijkbaar niveau als er een andere systematiek wordt toegepast. Zoals blijkt uit paragraaf 2.2 is het ambitieniveau voor groen en wegen voor de meeste gebieden in Dijk en Waard een minimaal onderhoudsniveau Bkwaliteit. Harmonisatie onderhoudsniveaus – van zones naar gebiedstypen In de voormalige gemeente Heerhugowaard waren twee zones met een gedifferentieerd onderhoudsniveau. Zone 1 is het Stadshart en het Stationsgebied. Zone 2 is de rest van Heerhugowaard. Voor de gemeente Langedijk was er geen zoneverdeling / onderscheid in onderhoudsniveau. Voor de periode 2024 tot 2033 is een nieuw ambitieniveau voor de kwaliteit in de openbare ruimte opgesteld voor verschillende objecten en gebieden in Dijk en Waard. Hierbij is de zoneverdeling en ambitie uit de voormalige gemeenten het uitgangspunt geweest. Zone 1 uit voormalige gemeente Heerhugowaard komt grotendeels overeen met de grenzen van het gebiedstype ‘winkelgebied’ (zie bijlage 3). Hiermee vervalt de voormalige zone-indeling en gaat de indeling in gebiedstypen gelden voor het bepalen van de onderhoudsniveaus. Dit betekent dat zone 1 veranderd en wordt uitgebreid, omdat bijvoorbeeld winkelcentrum Broekerveiling ook onder het gebiedstype ‘Winkelgebied’ valt.

4.4.2 Gewenste onderhoudsniveau Uit de enquête is gebleken dat er geen duidelijke meerderheid is om in sommige gebieden het onderhoudsniveau hoger te maken dan in andere gebieden. Ook blijkt uit de enquête dat inwoners over het algemeen tevreden zijn met het onderhoudsniveau (6 of hoger). Daarom wordt het gewenste onderhoudsniveau voor de gehele gemeente vastgesteld op een CROW B-niveau. In winkelgebieden vindt differentiatie plaats op gebied van verzorging en meubilair. Hiervoor wordt een A niveau nagestreefd. In het coalitieakkoord is het behouden van minimaal het huidige kwaliteitsniveau als speerpunt opgenomen. Dit betekent dat het hoogste ambitieniveau uit de voormalige gemeente gaat gelden voor de gehele gemeente Dijk en Waard. Dit geldt voor: ➔ Verzorging van groen en wegen in het winkelgebied. In zone 1 van de voormalige gemeente Heerhugowaard was niveau A het gewenste onderhoudsniveau op een aantal onderdelen van de openbare ruimte. Dit was met name op verzorgende onderdelen in het groen en op wegen (onkruid, zwerfafval, schoffelen, etc.). Omdat zone 1 grotendeels overeenkomt met het gebiedstype winkelgebied, geldt in de periode 2024-2033 ambitieniveau A op deze onderdelen. Dit betekent dat voor voormalige gemeente Langedijk het niveau in dit gebied van B (oude ambitie) naar A wordt verhoogd. ➔ Onderhoud van meubilair in het winkelgebied.

In voormalige gemeente Langedijk was het ambitieniveau van het onderhoud van meubilair niveau B. In Heerhugowaard deels niveau B en deels niveau C in de woonwijken. In de winkelgebieden niveau A. Meubilair bestaat uit afvalbakken, banken, abri’s, fietsparkeerbeugels, hekwerken, etc. Om dit te harmoniseren wordt het onderhoudsniveau van meubilair in het

46

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

winkelgebied in de gemeente Dijk en Waard niveau A, voor zowel de technische staat (verven, herstellen schades etc.) en verzorging (schoonmaken, legen afvalbak, etc.). In de rest van de gemeente wordt de ambitie niveau B.

Winkelgebied

Woongebied

Werkgebied

Hoofdwegen

Recreatiegebied

Buitengebied

Hieronder het overzicht van het gewenste onderhoudsniveau voor de gehele gemeente:

Begraafplaatsen

B

B

B

B

B

B

Gebouwen*

B

B

B

B

B

B

Groen

B

B

B

B

B

B

Verzorging

A

B

B

B

B

B

Kunstwerken en waterkeringen

B

B

B

B

B

B

Speelvoorzieningen

B

B

B

B

B

B

Straatmeubilair

A

B

B

B

B

B

Verlichting & VRI

B

B

B

B

B

B

Water

B

B

B

B

B

B

Wegen

B

B

B

B

B

B

Verzorging

A

B

B

B

B

B

Figuur 6: Kwaliteit-niveau ambities voor de technische staat en dagelijkse verzorging in de openbare ruimte.

* Onderhoudsniveau gebouwen Voor gebouwen wordt een afwijkende systematiek gehanteerd (NEN-2767), een objectieve methodiek om de technische staat waarin een bouw- of installatiedeel zich bevindt, vast te stellen (i.c. genormaliseerde inspectiemethodiek). De methodiek conditiemeten NEN-2767 kent zes onderhoudsniveaus.

Het gewenste onderhoudsniveau voor gebouwen wordt gesteld op conditiescore 3 (NEN-2767). Deze conditiescore is vergelijkbaar met onderhoudsniveau B van het CROW. Indien gebouwen binnen 5 jaar gesloopt, verkocht of gerenoveerd worden, dan wordt een lagere conditiescore toegestaan. De conditie mag echter niet onvoldoende zijn. Dit houdt in dat kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties worden voorkomen.

47

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

4.4.3 Kosten onderhoudsniveau Om de openbare ruimte op gewenste onderhoudsniveau te onderhouden, is budget voor (regulier) beheer- en onderhoud nodig. De huidige middelen voor het beheer en onderhoud zijn afgestemd op de ambities uit de zoneringen van de voormalige gemeenten. Zoals aangegeven in paragraaf 4.4.2 betekent de geharmoniseerde ambitie een verhoging op een aantal onderdelen in de voormalige gemeenten. Dit hogere ambitieniveau brengt extra kosten met zich mee. Aanvullend budget voor wegen, groen en meubilair Voor de verzorging van wegen en groen in de winkelgebieden is aanvullend budget nodig. Het gewenste onderhoudsniveau is hier een A (groene vakken in figuur op vorige pagina), waar dit voorheen (gedeeltelijk) niveau B was. ➔ Voor de verzorging van wegen in het winkelgebied op een A-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 27.000 nodig. Dit budget is nodig voor het verwijderen van onkruid en zwerfafval op asfalt-, beton-, elementen-, en halfverhardingen en komt ten laste van de exploitatie. ➔ Voor de verzorging van het groen in het winkelgebied op een A-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 10.000 nodig. Dit budget is nodig voor het verwijderen van zwerfafval en onkruid uit het groen, maar bijvoorbeeld ook schoffelen, bladharken en water geven. Dit bedrag komt ten laste van de exploitatie.

Daarnaast is er ook aanvullend budget nodig voor meubilair. Het gewenste niveau is hier een A, maar de voormalige ambitie was deels A, B en C. ➔ Voor het onderhoud van straatmeubilair in het winkelgebied op een A-niveau en in de rest van de gemeente op een B-niveau is jaarlijks een extra onderhoudsbudget van € 50.000 nodig. Dit budget is nodig voor technisch onderhoud (herstellen, verven, etc.) en verzorgend onderhoud (afvalbakken legen, schoonmaken, etc.). Het extra ledigen van de afvalbakken heeft het grootste aandeel in dit extra budget (€30.000). De hoogte van de bedragen zijn gebaseerd op het verschil in de eenheidsprijzen (prijzen per m2) van het voormalige niveau naar het gewenste onderhoudsniveau. Bij een hoger niveau wordt namelijk volgens de beelden en normen bijvoorbeeld minder onkruid en zwerfafval geaccepteerd in de desbetreffende gebieden, waardoor vaker ingrijpen noodzakelijk is. Vaker ingrijpen betekent extra kosten in materieel, materiaal en arbeid en een hogere eenheidsprijs per m2 voor het onderhoud. De overige kosten van het reguliere beheer en onderhoud waarvoor geen aanvullend budget nodig is, worden gedekt via de reguliere begroting (exploitatie, voorziening en investering). De middelen hiervoor zijn anno 2023 toereikend en het gewenste niveau wordt ook behaald (zie ook paragraaf 2.2).

48

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

4.5 Resumé financiën Het college gaat aan de slag met de ambities en beleidsuitgangspunten en heeft hiervoor een uitvoeringsplan opgesteld. Dit uitvoeringsplan bevat meer detail en kan bijgesteld worden indien dat nodig is om bepaalde ambities en beleidsuitgangspunten te realiseren. Het uitvoeringsplan bestaat uit nadere regels en actiepunten. Nadere regels zijn een aanvulling op of verdere concretisering van de beleidsuitgangspunten. Ze kunnen veelal binnen de bestaande capaciteit, (beheer)budgetten of werkprocessen gerealiseerd worden. Denk daarbij aan het aanpassen van onderhoudsplannen of het toepassen van het beleid bij natuurlijke vervangingsmomenten zoals bij groot-onderhoud en herinrichting van wijken. Ook bij de realisatie van nieuwbouwwijken wordt meegelift met de ontwikkeling. In andere gevallen betreft het een dusdanige aanpassing van het beleid dat extra beheerbudget nodig is. Of zijn er doelen die actief gerealiseerd worden, dus buiten de natuurlijke vervangingsmomenten om. In dat geval zijn nieuwe budgetten nodig om de doelen ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Zogenoemde actiepunten. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de budgetten die naar verwachting nodig zijn om de actiepunten uit dit uitvoeringsplan te realiseren. De actiepunten bestaan vooral uit nadere onderzoeken en planvorming.

De realisatie- en beheerkosten om deze doelen daadwerkelijk te realiseren volgen hieruit. Voorgesteld wordt om in eerste instantie deze onderzoeken en daarmee de vraag om incidentele middelen te dekken uit mogelijke meevallers binnen de reguliere (beheer)budgetten. Deze werkwijze geldt voor de eerste vier jaar van de looptijd van het beleid. Mocht blijken dat na deze periode weinig acties zijn uitgevoerd wegens onvoldoende financiële “restruimte”, wordt de aanvraag van middelen meegenomen in het begrotingsproces. De structurele uitgaven in onderstaand overzicht zijn nodig om de openbare ruimte op het gewenste onderhoudsniveau te onderhouden en zelfbeheer te faciliteren. Voorgesteld wordt om het verhoogde onderhoudsniveau in 2024 zoveel als mogelijk uit te voeren binnen de bestaande budgetten. Dit geldt ook voor het zelfbeheer van groen. Het inzicht dat hiermee wordt verkregen wordt gebruikt bij het aanvragen van de daadwerkelijke extra benodigde middelen bij het opstellen van de kadernota en begroting 2025. Actiepunten Algemeen Begraafplaatsen Gebouwen Groen Kunstwerken en waterkeringen Speelvoorzieningen Straatmeubilair Verlichting Water Wegen

Kosten eenmalig €€ 35.000 €€ 62.500 €-

Kosten structureel € 87.000 €€€ 35.000 €-

€€ 15.000 € 15.000 € 50.000 €-

€€€€€-

Tabel 3: Overzicht financiën activiteiten voor de uitvoering van ambities en beleidsuitgangspunten

49

Aquariusplein, Heerhugowaard (Bron: Antea Group, 2023)

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

50

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

De groene ruimte kan ook goed gebruikt worden om te spelen en te bewegen. Op straat voetballen is vaak niet veilig in verband met verkeer. Enquête onder inwoners 2023

51

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Bijlage 1: Inrichtingsaspecten, technische staat en verzorging Inrichtingsaspecten In het beheer van de openbare ruimte wordt gesproken over inrichtingsaspecten wanneer het gaat om de elementen die de functionele en visuele aspecten van de ruimte bepalen. Inrichtingsaspecten omvatten de planning, het ontwerp en de indeling van de openbare ruimte, inclusief de infrastructuur, voorzieningen en andere elementen die de ruimte vormgeven. Hier zijn enkele voorbeelden van inrichtingsaspecten in het beheer van de openbare ruimte: ➔ Wegen en paden: Het ontwerp en de lay-out van wegen, fietspaden, voetpaden en andere vormen van verkeersroutes. Dit omvat aspecten zoals de breedte, materialen, markeringen, verkeersborden en verlichting. ➔ Openbare pleinen en parken: Het ontwerp en de indeling van pleinen, parken en recreatiegebieden. Dit omvat aspecten zoals de beplanting, speelvoorzieningen, zitgelegenheid, verlichting, waterpartijen en andere landschapselementen. ➔ Straatmeubilair: De keuze, plaatsing en vormgeving van straatmeubilair, zoals banken, prullenbakken, fietsenrekken, bushaltes, informatieborden en kunstwerken. ➔ Verlichting: Het plannen en installeren van straatverlichting om de veiligheid, zichtbaarheid en sfeer in de openbare ruimte te verbeteren. Dit omvat het bepalen van de locaties, het type armaturen, de helderheid en de energie-efficiëntie.

➔ Landschapsarchitectuur: Het ontwerpen van de (groen)voorzieningen, bijvoorbeeld de keuze van plantensoorten, beplantingspatronen, grasvelden en bloemperken. ➔ Waterbeheer: Het plannen en implementeren van systemen voor waterbeheer, zoals riolering, regenwaterafvoer en waterpartijen. Door aandacht te besteden aan de inrichtingsaspecten kan de functionaliteit, veiligheid, esthetiek en leefbaarheid van de openbare ruimte verbeteren. Het zorgvuldig plannen en onderhouden van deze aspecten draagt bij aan de vorming van een aantrekkelijke en goed functionerende omgeving voor de gemeenschap. Technische staat In het beheer van de openbare ruimte wordt er gesproken over de technische staat wanneer men de fysieke conditie van objecten, infrastructuur of voorzieningen beoordeelt. Het heeft betrekking op de mate waarin deze objecten functioneel zijn, voldoen aan de vereisten en in goede staat verkeren. Bij het beheer van de openbare ruimte kunnen verschillende objecten worden beoordeeld op hun technische staat, zoals wegen, bruggen, rioleringssystemen, speeltoestellen, verlichting en andere voorzieningen. Door de technische staat regelmatig te beoordelen, kunnen beheerders problemen identificeren, zoals schade, slijtage, veroudering of gebreken, die de functionaliteit en veiligheid kunnen beïnvloeden.

52

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Verzorging In het beheer van de openbare ruimte wordt gesproken over verzorging wanneer het gaat om het esthetisch aantrekkelijk houden van de openbare ruimte (schoon en netjes). Verzorging omvat verschillende activiteiten die gericht zijn op het behouden van een nette en aangename omgeving voor de gebruikers van de openbare ruimte. Onder verzorging vallen onder andere de volgende aspecten: ➔ Het maaien van gras, snoeien van bomen en struiken, verwijderen van onkruid en algemeen onderhoud van parken en andere groenvoorzieningen. ➔ Het opruimen van afval, zoals papier, plastic flessen en ander zwerfafval. Dit kan zowel het legen van prullenbakken als het uitvoeren van periodieke schoonmaakacties omvatten. ➔ Het schoonhouden van straten, trottoirs en pleinen door het verwijderen van vuil, bladeren, modder, en andere verontreinigingen. ➔ Het reinigen van straatmeubilair, zoals banken, verkeersborden, prullenbakken, lantaarnpalen en fietsenrekken. ➔ Het reinigen en onderhoud van speeltoestellen en valgronden. ➔ Het verwijderen van graffiti en het herstellen van vandalisme aan gebouwen, muren en andere oppervlakken. Door regelmatig te zorgen voor een goede verzorging van de openbare ruimte, kunnen beheerders een schone, veilige en aantrekkelijke omgeving creëren en behouden voor de inwoners.

Dit draagt bij aan het algemene welzijn van de gemeenschap en bevordert het gebruik en de waardering van de openbare ruimte. Door aandacht te besteden aan de inrichtingsaspecten kunnen beheerders de functionaliteit, veiligheid, esthetiek en leefbaarheid van de openbare ruimte verbeteren. Het zorgvuldig plannen en onderhouden van deze aspecten draagt bij aan de vorming van een aantrekkelijke en goed functionerende omgeving voor de gemeenschap.

53

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Bijlage 2: Areaaloverzichten Hieronder wordt per areaalsoort op hoofdlijn inzicht gegeven in de hoeveelheid te beheren areaal. Dit areaal is vastgelegd in beheersystemen. Wegen

Areaal wegen naar type verharding (m2) 3.500.000

3.084.379

3.000.000 2.500.000 2.000.000

1.606.983

1.500.000 1.000.000 500.000

64.927

31.512

0 Asfalt

Beton

Elementen

Half- en onverhard

Figuur 7: Areaal wegen. Bron: (Weginspectie 2022, gemeente Dijk en Waard). Elementen verharding: o.a. klinkers en stoeptegels

Areaal wegen naar functie (m2) 3.000.000

2.640.030

2.500.000 2.000.000 1.500.000

1.122.925

1.000.000 473.996

332.398

500.000

225.165

0 Rijbaan

Fietspad

Voetpad

Parkeervak

Overig

Figuur 8: Areaal wegen naar functie. Bron: (Weginspectie 2022, gemeente Dijk en Waard).

54

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Groen

Areaal groen naar type (m2) 2.000.000 1.736.817 1.800.000 1.600.000 1.382.764 1.400.000 1.200.000 1.000.000 758.289 800.000 600.000 293.616 269.106 192.507 400.000 27.798 2.755 7.800 40.995 200.000 0

45.427 st.

45.427

Figuur 9: Areaal groen. Bron: (Gisib, 2023)

Spelen

Speel- en sporttoestellen (stuks) 1.400

1.278

1.200 1.000 800 600 400

225

200 Speeltoestellen

Sporttoestellen

Figuur 10: Areaal spelen. Bron: (Beheerpakket ABS, 2023).

55

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Civieltechnische kunstwerken

Civieltechnische kunstwerken (stuks) 400 350 300 250 200 150 100 50 -

374 314

124

72

58

53

8

3

25

Figuur 11. Areaal civieltechnische kunstwerken. Bron: (Beheerpakket Gisib, 2023).

Openbare verlichting (OVL) en Verkeerregelinstallaties (VRI)

Areaal openbare verlichting (stuks) 25.000 19.971

20.196

20.396

Lichtmasten

Armaturen

Lampen

20.000 15.000 10.000 5.000 -

Figuur 12. Areaal openbare verlichting. Bron: (Beheerpakket Techview, 2023).

56

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Areaal elektrakasten (stuks) 400 350 300 250 200 150 100 50 -

350

OVL, VRI en evenement/markt kasten

11

6

VRI-installaties

Dynamische weg afsluitingen

Figuur 13. Areaal elektrakasten. Bron: (Beheerpakket Techview, 2023).

Straatmeubilair

Areaal straatmeubilair (stuks) 7.000 6.000 5.000 4.000 3.000 2.000 1.000 -

6.019

3.500

4.090 2.868 252

638

860

1.110

25

Figuur 14 Areaal straatmeubilair. Bron: (Beheerpakket Techview, 2023).

57

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Water

Areaal water elementen (in km) 102

100

100 98 96 94 92

90

90 88 86 84 Watergangen

Oeververdediging

Figuur 15. Areaal waterelementen. Bron: (Beheerpakket Techview, 2023).

58

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Bijlage 3: Gebiedstypen IMBOR ➔ Woongebied ➔ Werkgebied ➔ Winkelgebied

➔ Hoofdwegen

➔ Recreatieterrein ➔ Buitengebied

Gebied waarop panden of overige bouwwerken staan die voornamelijk gebruikt worden voor bewoning, inclusief erven en tuinen die bij de panden behoren. Gebied waarop panden of overige gebouwen staan, en/of niet bebouwde oppervlakte, voornamelijk gebruikt voor economische activiteiten en non-profit activiteiten. Bebouwd of landelijk gebied, niet zijnde woon- of bedrijventerrein, in gebruik voor maatschappelijke- en publieksdoeleinden (omvat overheids- en particuliere terreinen). De gemeente hanteert voor de grenzen van het winkelgebied een bredere definitie van ‘centrumgebied’. Het centrumgebied zijn de belangrijkste primaire en secundaire winkelgebieden, inclusief de directe aanverwante openbare ruimte. Hiermee wijken de grenzen af ten opzichte van de IMBOR indeling. Gebied primair in gebruik voor verkeer en vervoer, waaronder spoorwegen, wegdelen, vliegverkeersbanen, parkeerterreinen, bermen en de ondersteunende objecten als kunstwerken verstaan worden. Opmerking: Erftoegangswegen (buurtontsluitingswegen, industriewegen, landbouwwegen, fietsstraten, woonstraten), fietspaden, voetpaden, ruiterpaden en parkeergebieden worden toegerekend aan het functionele gebied waarbinnen ze liggen. Landschappelijk ingericht terrein, begroeid met houtachtige en kruidachtige vegetatie, verharding, objecten, waterpartijen en dergelijke, bedoeld als (grootschalige) recreatieve voorziening.

Gebieden buiten de bebouwde kom. Het gebied is al dan niet begroeid, bebouwd of bedekt door water of wegen, waarbij de die typering leidend is. Gebied primair in gebruik voor land- en tuinbouwproductie.

Bron: IMBOR vocabulair CROW

59

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Figuur 16: Overzichtskaart gebiedstypen in gemeente Dijk en Waard.

60

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Bijlage 4: Wet- en regelgeving Omgevingswet De Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 januari 2024 in werking. Deze wet bundelt de wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Een groot aantal wetten gaat geheel of gedeeltelijk op in de Omgevingswet. Het zit als volgt in elkaar: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/introductie/totstandkoming/intrekken-wetten/. Daarmee vormt de Omgevingswet de basis voor het integraal beheer van en voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Gemeentes zijn verplicht om een omgevingsvisie voor de lange termijn vast te stellen. Op 1 januari 2024 worden de huidige bestemmingsplannen onder de Omgevingswet automatisch omgezet naar het tijdelijke Omgevingsplan. Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Dit heet ook wel de bruidsschat. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat de regels voor gemeenten automatisch in het tijdelijke deel van het omgevingsplan komen. De regels voor de waterschappen komen terecht in de waterschapsverordening. Verordeningen komen niet automatisch in dit omgevingsplan terecht, hoewel ze wel geldig blijven tot 2032. Er geldt een uitzondering voor de erfgoedverordening en hemelwaterverordening; die komen juist wel in het omgevingsplan van rechtswege.

Tot 2032 is er een overgangsfase waarin de gemeente nieuwe regels in het omgevingsplan moet opnemen ter vervanging van de oude bestemmingsplannen, verordeningen en bruidsschat. De regels van de bruidsschat kan de gemeente intrekken of wijzigen, deze regels vervallen anders automatisch in 2032. Burgerlijk Wetboek Een bijzondere algemene aansprakelijkheidsregel wordt gevonden in het Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174: Artikel 6:162 1. 2.

3.

Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden. Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

61

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Artikel 6:174 1.

2.

De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend. Bij erfpacht rust de aansprakelijkheid op de bezitter van het erfpachtrecht. Bij openbare wegen rust zij op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg in goede staat verkeert, bij kabels en leidingen op de kabel- en leidingbeheerder, behalve voor zover de kabel of leiding zich bevindt in een gebouw of werk en strekt tot toevoer of afvoer ten behoeve van dat gebouw of werk.

Wegenwet De gemeente is bij wet verantwoordelijk voor het beheer van openbare wegen (ook van toepassing op civieltechnische kunstwerken gelegen in openbare wegen) die in eigendom zijn van de gemeente. De essentie betreft dat de beheerder moet optreden als ‘goede rentmeester’ en de zorg heeft kapitaalvernietiging te voorkomen. De wettelijke zorgplicht is vastgelegd in de Wegenwet. Artikel 15 1. 2.

3.

Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg te onderhouden, wanneer dat bestemd is tot een openbare weg. Het Rijk, de provincie, de gemeente en het waterschap is verplicht een weg (inclusief bijbehorende duiker) te onderhouden, wanneer zij een openbare weg gedurende tien achtereenvolgende jaren heeft onderhouden, ook al was bij de aanvang van die tien jaren de weg nog niet openbaar. Tot het onderhoud van een weg als in het eerste en het tweede lid bedoeld, behoort mede het onderhoud van de bijbehorende berm of bermsloot, echter slechts voor zover het onderhoud van de berm of de bermsloot een bijdrage levert aan de instandhouding en de bruikbaarheid van de weg en voor zover het onderhoud niet, uit welke hoofde ook, tot de verplichting van anderen behoort.

Artikel 16 De gemeente heeft te zorgen, dat de binnen haar gebied liggende wegen, met uitzondering van de wegen, welke door het Rijk of ene provincie worden onderhouden, van die bedoeld in artikel 17 en van die, waarop door een ander tol wordt geheven, verkeren in goeden staat. Code Milieu Verantwoord Wegbeheer In 2008 heeft het ministerie van VROM alle wegbeheerders verzocht om de Code Milieu Verantwoord Wegbeheer te ondertekenen. Het gaat hierbij om het verwijderen van teerhoudend asfalt.

62

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

VN-Verdrag Handicap Het doel van dit verdrag is een gelijkwaardige participatie van mensen met een functiebeperking in de maatschappij. Dit houdt voor gemeenten in dat zij de fysieke toegankelijkheid in de openbare ruimte dienen te verbeteren. Voorbeelden zijn blindegeleidestroken, brede stoepen zonder drempels en obstakels, en harde ondergrond van wandelpaden. Het CROW heeft hiervoor publicatie 337 ‘Richtlijn toegankelijkheid’ opgesteld. De Nederlandse staat is partij bij het VN-Verdrag en als zodanig verplicht het verdrag te implementeren. Gemeenten zijn als onderdeel van de staat ook verplicht het verdrag uit te voeren. Voor mensen met een functiebeperking betekent een toegankelijke openbare ruimte dat ze (langer) zelfstandig kunnen functioneren. Deze functiebeperking kan enkel bestaan uit zien, horen, tasten, verplaatsen, gebruiken of een combinatie daarvan. Voor sommige mensen is dit tijdelijk, bv. een been breken, en voor andere vanaf geboorte, na ongeluk of een chronische ziekte. Ter indicatie heeft een kwart van de bevolking in meer of mindere mate te maken met een functiebeperking. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van regen- en grondwater en verbetert de samenhang tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Traditioneel ging waterbeheer vooral over beheer van meren, waterwegen, havens en kunstwerken (bijvoorbeeld baggeren en beschoeiing).

Tegenwoordig strekt de zorgplicht zich ook uit tot hemel- en grondwater. Deels gaat de waterwet op in de Omgevingswet. In algemene zin houdt dit in dat de beheerder vanuit de waterwet de zorgplicht heeft voor (het onderhoud van) de objecten en voorzieningen in de openbare ruimte die de afstroming/opvang van hemelwater, de kwaliteit en peil van het grondwater en de afvoer van afvalwater regelen (zodat de bodem en het oppervlaktewater niet verontreinigd). Deze zorgplicht heeft met name impact op het Watertakenplan. Nederlandse gemeenten moeten voldoen aan wet- en regelgeving met betrekking tot waterkeringen, zoals vastgesteld door de overheid en de waterbeheerders. Hier zijn enkele belangrijke aspecten waaraan voldaan moet worden: ➔ Waterwet: De Waterwet vormt de basis voor het waterbeheer in Nederland. Het regelt onder andere de bescherming tegen overstromingen, het beheer van waterkeringen en de samenwerking tussen verschillende waterbeheerders. ➔ Watervergunningen: Gemeenten moeten de relevante watervergunningen aanvragen en verkrijgen bij de waterbeheerder(s) voor activiteiten die van invloed kunnen zijn op de waterkeringen, zoals bouwprojecten, grondwerken of het aanleggen van infrastructuur. ➔ Keur en legger: De waterbeheerders stellen een Keur en legger op waarin de regels en voorschriften voor waterkeringen worden vastgelegd.

Gemeenten moeten deze regels naleven en ervoor zorgen dat hun activiteiten in overeenstemming zijn met de vastgestelde normen en voorschriften.

63

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

➔ Omgevingswet: De Omgevingswet integreert verschillende wetten op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en waterbeheer. Deze wet zal ook van toepassing zijn op waterkeringen en gemeenten zullen moeten voldoen aan de regels en voorschriften die daarin worden vastgelegd. ➔ Veiligheidsnormen: Nederland hanteert strikte veiligheidsnormen voor waterkeringen om overstromingen te voorkomen. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de waterkeringen binnen hun gebied voldoen aan deze normen en periodiek onderhoud uitvoeren om de veiligheid te waarborgen. Wet Natuurbescherming In het verleden beschermde de Boswet bomen en houtopstanden in het buitengebied met als doel te voorkomen dat het bestaande bosareaal verder afneemt. In algemene zin hield dit in dat de beheerder moest voorkomen dat het bestaande bosareaal in het buitengebied afneemt, of alternatieven moet bieden. Sinds 1 januari 2017 is de Boswet opgehouden te bestaan en is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet natuurbescherming gaat op in de Omgevingswet. De belangrijkste elementen van de Boswet zijn onveranderd opgenomen in de nieuwe wet: de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. Ook wordt de bescherming van soorten geregeld.

Op de lijst van beschermde soorten staan alle in het wild levende zoogdieren, vogels, reptielen en amfibieën en een aantal vissen, libellen, vlinders en plantensoorten. Dit maakt de lijst zo breed dat bij alle werkzaamheden in het groen; bossen, natuurterreinen en parken, rekening moet worden gehouden met de wet. De wet kent een zorgplicht. Hierbij moet voldoende zorg in acht genomen worden voor in het wild levende dieren en planten. Om helder te krijgen wat ‘voldoende zorg’ is, wordt er gewerkt met gedragscodes. Deze gedragscodes worden door beheerders en beschermingsorganisaties gezamenlijk opgesteld. Het Ministerie van EL&I5 moet ze vervolgens goedkeuren. Werken volgens een goedgekeurde gedragscode betekent dat je, volgens het Ministerie, voldoet aan de zorgplicht. Het Ministerie heeft daarom de gedragscodes opgenomen in het Besluit vrijstelling dier- en plantensoorten. Als de beheerder volgens een goedgekeurde gedragscode werkt, heeft hij/zij vrijstelling van het verbod op doden, verstoren en beschadigen.

5

Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

64

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

Zorgplicht t.a.v. bomen6 Uit bovenstaande artikelen is ook de zorgplicht ten aanzien van bomen voortgekomen. Het woord zorgplicht is niet letterlijk genoemd, maar is ontstaan in de rechtspraak. Er zijn drie vormen van zorgplicht. De algemene zorgplicht bestaat eruit dat er sprake moet zijn van regulier en regelmatig onderhoud en uitwendige controle op gebreken aan de boom (de zogenaamde boomveiligheidscontrole). Afhankelijk van leeftijd, boomsoort, omvang en groeiplaats gaat het dan over jaarlijkse tot vijfjaarlijkse controles. Wanneer de boom op een plaats staat waarbij is te voorzien dat bij omvallen of afbreken van een tak er aanzienlijke schade kan ontstaan, dan is er sprake van verhoogde zorgplicht. Een dergelijke boom moet minstens jaarlijks worden gecontroleerd en behoeft eventueel extra onderhoud. Ook geldt er een onderzoeksplicht. Wanneer uitwendige gebreken worden geconstateerd of andere aanwijzingen bestaan over een gebrek, dan dient een nader onderzoek plaats te vinden. Speelvoorzieningen Speelvoorzieningen voldoen aan verschillende wetten, regels en richtlijnen: ➔ Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS): Dit besluit stelt veiligheidsvoorschriften vast voor speeltoestellen. Het bevat technische eisen met betrekking tot ontwerp, constructie, plaatsing, onderhoud en inspectie van speeltoestellen om de veiligheid van kinderen te waarborgen.

➔ NEN-EN 1176: Deze Europese norm specificeert veiligheidseisen voor speeltoestellen en de ondergrond waarop ze geplaatst zijn. Het omvat aspecten zoals valhoogtes, valdemping, materialen, toegankelijkheid en constructie. ➔ Bouwbesluit 2012: Het Bouwbesluit stelt ook eisen aan speelvoorzieningen, met name aan de toegankelijkheid van speelruimtes voor mensen met een handicap. Beheer en onderhoud gebouwen De wetgeving waar een gebouw aan moet voldoen, is afhankelijk van het soort gebouw of de functie van het gebouw. Daarnaast zijn er eisen en normen, ook daar zit per type verschil in. Met de term ‘compliance’ wordt aangeduid dat een gebouwenbeheerder werkt volgens geldende wet- en regelgeving. Dit wordt vertaald in de mate waarin een specifiek gebouw voldoet aan de wet- en regelgeving die van toepassing is op het gebouw en de gebouwgebonden installaties. Als eigenaar of beheerder van gebouwen is het noodzakelijk altijd inzicht te hebben in de toepasselijke wet- en regelgeving en te kunnen rapporteren over naleving, maar ook om het inrichten van een beheersstructuur en het toewijzen van verantwoordelijkheden.

6

Bron: www.bomenrecht.nl

65

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

De Nederlandse wet- en regelgeving over de energieprestatie van gebouwen is gebaseerd op de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Kantoorgebouwen moeten bijvoorbeeld in 2023 aan energielabel C voldoen en in 2030 aan energielabel A. Het is de wettelijke verantwoordelijkheid van de eigenaar en de gebruiker om gebouwen en installaties adequaat te beheren en onderhouden. Het wettelijke kader hiervoor onder andere bij: ➔ Bouwbesluit 2012: Het Bouwbesluit stelt technische voorschriften vast waaraan bouwwerken in Nederland moeten voldoen, waaronder openbare gebouwen. Het bevat bepalingen met betrekking tot veiligheid, toegankelijkheid, brandveiligheid, ventilatie, energieprestatie en andere aspecten van de bouw en het gebruik van gebouwen. ➔ Woningwet: De Woningwet heeft betrekking op het bouwen, gebruiken en slopen van gebouwen. Het bevat bepalingen voor het ontwerp, de constructie en het gebruik van openbare gebouwen om de veiligheid en gezondheid van de gebruikers te waarborgen. Deze wet gaat grotendeels op in de Omgevingswet. ➔ Arbeidsomstandighedenwet: Deze wet heeft betrekking op de veiligheid en gezondheid van werknemers, inclusief de werknemers in openbare gebouwen. Het vereist dat werkgevers zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving, inclusief het gebouw zelf en de werkomstandigheden.

➔ Toegankelijkheid: Openbare gebouwen moeten voldoen aan de wettelijke voorschriften voor toegankelijkheid, zoals vastgelegd in het Bouwbesluit en de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Dit om ervoor te zorgen dat gebouwen en faciliteiten toegankelijk zijn voor mensen met een beperking. Indien er niet voldaan wordt, kan dit gevolgen hebben, bijvoorbeeld op het gebied van aansprakelijkheid en er sprake is van schade voor personen of organisaties. Zie ook Burgerlijk Wetboek artikel 6:162 en 6:174. Openbare verlichting In de wet staat dat elke gemeente de vrijheid heeft om te bepalen of en hoe ze de openbare ruimte wil verlichten. Over de hoeveelheid licht die nodig is om een veilige situatie te creëren heeft de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) een richtlijn opgesteld. In AVOV 2022 Dijk en Waard heeft de gemeente algemene voorwaarden voor de openbare verlichting gesteld. Gemeenten hebben enige autonomie bij het vaststellen van specifieke regels en voorschriften met betrekking tot openbare verlichting. Er zijn verschillende wetten en regels: ➔ Wegenverkeerswet 1994: Deze wet regelt het gebruik van openbare wegen, inclusief de verlichting van wegen. Het bevat bepalingen met betrekking tot verkeersveiligheid en verlichtingsniveaus.

66

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

➔ Bouwbesluit 2012: Het Bouwbesluit stelt technische voorschriften vast waaraan bouwwerken in Nederland moeten voldoen. Het bevat ook voorschriften met betrekking tot de verlichting van openbare ruimtes en gebouwen. ➔ Arbowet: volgens de Arbowet zijn werkgevers verplicht om voor een veilige en gezonde werkplek te zorgen. Er wordt daarbij verwezen naar de NEN 3140. ➔ NEN 3140: de NEN 3140 is de Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden rondom, aan of met elektrische apparaten of machines, in het laagspanningsgebied. ➔ NEN 1010: de NEN1010 geeft veiligheidsbepalingen voor opbouw van laagspanningsinstallaties, inclusief de opleverinspectie. ➔ NPR 13201 richtlijn: de NPR 13201 is uitgebracht met als doel een uitgangspunt te bieden bij het toepassen van openbare verlichting. De NPR geeft richtlijnen om een keuze te maken in verlichtingskwaliteit. Openbare begraafplaatsen Wet op de lijkbezorging De belangrijkste regels voor begraafplaatsen zijn vastgelegd in de Wet op de Lijkbezorging. Dit betreft bindende wettelijke voorschriften. Aanvullend op deze wet gelden twee besluiten, die regels met een bindend karakter geven: ➔ Besluit op de lijkbezorgingen. ➔ Activiteitenbesluit Milieubeheer (t.a.v. crematoria). De Wet op de Lijkbezorging kent regels, die borgen dat er ordelijk en zorgvuldig met het stoffelijk overschot van een overledene wordt omgegaan.

Daarnaast bevat de wet technische voorschriften om het proces van lijkvertering of lijkverbranding goed te laten verlopen. Belangrijke onderwerpen die in deze wet worden geregeld zijn: ➔ Elke gemeente moet gelegenheid bieden tot begraven. Dit kan op zowel een algemene als bijzondere begraafplaats zijn. Bijzondere begraafplaatsen zijn begraafplaatsen van een privépersoon, een onderneming of een kerkgenootschap. ➔ Indien niemand in de lijkbezorging van een overledene voorziet dan zorgt de gemeente waar de overledene zich bevindt voor een uitvaart van gemeente-wege. Indien de identiteit bekend is dan mag tot begraving of crematie worden overgegaan. Is de identiteit niet bekend dan dient altijd begraven te worden. ➔ De wet op de lijkbezorging kent twee typen graven: een graf met een ‘uitsluitend recht’ en een ‘algemeen graf’. In beide graven blijft een overledene minstens 10 jaar begraven, de zogenaamde grafrusttermijn. ➔ Een graf met ‘uitsluitend recht’ kan op verzoek onbeperkt met maximaal 20 jaar worden verlengd. De rechthebbende van een graf met ‘uitsluitend recht’ bepaalt wie in dat graf wordt begraven. ➔ Een ‘algemeen graf’ is een graf met een korte looptijd – meestal 10 jaar – waarin personen worden begraven die niet voor een eigen graf kiezen. Ook de toedeling van bevoegdheden rond het begraven is geregeld in de Wet op de lijkbezorging.

67

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

In de wet is geregeld dat de gemeenteraad bevoegd is voor het aanwijzen van locaties voor de inrichting of uitbreiding van begraafplaatsen. Het College (B&W) houdt toezicht op de begraafplaatsen. Zij kan bij verordening nadere regels stellen. Besluit op de lijkbezorging Dit besluit bevat aanvullende bindende bepalingen op de Wet op de Lijkbezorging. De belangrijkste voor de inrichting van een begraafplaats zijn: ➔ De afstand tussen de graven onderling bedraagt tenminste dertig centimeter; ➔ Boven de bovenste kist of het bovenste omhulsel bevindt zich een laag grond van tenminste vijfenzestig centimeter. ➔ Ten hoogste 3 overledenen mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elk omhulsel een laag grond van dertig centimeter wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet wordt geroerd. ➔ De graven bevinden zich tenminste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. APV en VFL De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) zijn beide wettelijke instrumenten die worden gebruikt om regels en voorschriften vast te stellen voor het functioneren en beheren van gemeentelijk gebied.

Algemene Plaatselijke Verordening (APV): De APV is een verordening die wordt vastgesteld door de gemeenteraad en heeft betrekking op allerlei onderwerpen die van belang zijn voor het lokale bestuur en de handhaving van de openbare orde in de gemeente. Het doel van de APV is om de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente te waarborgen. Onderwerpen die kunnen worden geregeld in de APV zijn onder andere openbare orde, milieu, openbare ruimte en regels voor evenementen en horeca. Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL): De VFL regelt de fysieke inrichting van de leefomgeving. Het heeft betrekking op bouwen, slopen, ruimtelijke ordening en het gebruik van grond. Met de invoering van de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt is de VFL geïntegreerd in het “Omgevingsplan”. Het Omgevingsplan omvat een breed scala aan regels die voorheen verspreid waren over verschillende verordeningen en plannen. De VFL behandelt onderwerpen als bouwvoorschriften, bestemmingsplannen en veiligheid. Het naleven van deze verordeningen is van groot belang voor zowel de inwoners als de gemeentelijke autoriteiten om de leefomgeving zo goed mogelijk te beheren.

Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten De Gemeentewet schrijft voor dat gemeenten een begroting, meerjarenraming, jaarrekening en jaarverslag maken en geven enkele vereisten waaraan de genoemde documenten dienen te voldoen. Artikel 186 van de Gemeentewet bepaalt dat de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, het jaarverslag en de jaarrekening, van

68

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte: beleidsuitgangspunten Werken aan het thuis van de Dijk en Waarders 2024 - 2033

gemeenten voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels. Vanaf 2004 geldt hiervoor het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De gemeente heeft een groot vermogen geïnvesteerd in de objecten in de openbare ruimte zoals bruggen en beschoeiing, groen en wegen. Deze kapitaalgoederen zijn van groot belang voor het wonen, werken, winkelen en recreëren. Onderhoud is noodzakelijk vanuit de zorgplicht voor de veiligheid van alle gebruikers. Maar, er is ook een financiële verantwoordingsplicht van de gemeente voor deze kapitaalgoederen. Het BBV onderscheidt hierbij twee typen: ➔ Met economisch nut: Dit zijn de kapitaalgoederen waar je inkomsten uit kunt genereren. Voor de openbare ruimte gaat dit bijvoorbeeld om het rioolstelsel. Hier kun je immers heffingen en rechten voor innen. Het BBV stelt dat deze investeringen geactiveerd moeten worden, mits er is voldaan aan de criteria van investeren. ➔ Met maatschappelijk nut: Dit zijn kapitaalgoederen waar geen inkomsten uit te halen zijn, maar die wel duidelijk een publieke functie hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om wegen, water en groenvoorzieningen. Met ingang van 2017 moeten deze investeringen ook worden geactiveerd, mits er is voldaan aan de criteria van investeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=ba329715-57f5-479f-aa64-579888411848