CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Was-wordt-tabel APV Dijk en Waard 2022 gewijzigd 30 juni.docx

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Algemeen plaatselijke verordening Dijk en Waard 202258.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur;

d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt; Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.

15

f.

er geen weg(en) of gedeelte(n) langer dan 80 meter wordt afgesloten;

Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.

g. er geen (gedeelte van een) gebiedsontsluitingsweg wordt afgezet, zoals aangegeven op de plattegrond behorende bij de door de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften;

Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.

h. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 m2 per object, met een maximum van vier objecten per evenement;

Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.

i.

er een organisator is; en

e. er een organisator is; en

j.

de organisator van een evenement, uiterlijk twee weken voorafgaand aan het evenement, een melding ingediend heeft bij de burgemeester op het daarvoor vastgestelde formulier.

f.

de organisator van een evenement, uiterlijk twee weken voorafgaand aan het evenement, een melding ingediend heeft bij de burgemeester op het daarvoor vastgestelde formulier

2. De melder krijgt een bewijs van ontvangst toegezonden waarin de datum van ontvangst is gemeld.

2. De melder krijgt een bewijs van ontvangst toegezonden waarin de datum van ontvangst is gemeld.

3. De burgemeester kan binnen één week na ontvangst van de melding besluiten het evenement te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of indien op de Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A, eerste lid, al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op dezelfde gevraagde tijd en locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een vergunning is verleend of melding is geaccepteerd.

3. De burgemeester kan binnen één week na ontvangst van de melding besluiten het evenement te verbieden, als daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt of indien op de Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A, eerste lid, al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op dezelfde gevraagde tijd en locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een vergunning is verleend of melding is geaccepteerd.

4. De burgemeester kan na een melding nadere voorwaarden stellen aan het evenement als deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen van gevaar voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

4. De burgemeester kan na een melding nadere voorwaarden stellen aan het evenement als deze noodzakelijk zijn voor het voorkomen van gevaar voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

5. Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden.

5. Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden.

Artikel 2:25C Algemene bepalingen

Artikel 2:25C Algemene bepalingen

1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt aangevraagd of een melding als bedoeld in artikel 2:25B, eerste lid wordt gedaan door degene die voornemens is het evenement te organiseren, door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, wordt aangevraagd of een melding als bedoeld in artikel 2:25B, eerste lid wordt gedaan door degene die voornemens is het evenement te organiseren, door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. 16

2. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van de indieningsvereisten voor een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid en een melding als bedoeld in artikel 2:25B.

2. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van de indieningsvereisten voor een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid en een melding als bedoeld in artikel 2:25B.

3. De burgemeester kan procedureregels vaststellen voor het toewijzen van evenementen.

3. De burgemeester kan procedureregels vaststellen voor het toewijzen van evenementen.

4. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 binnen negentien weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

4. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 binnen negentien weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.

5. Tenzij een evenementenvergunning dat uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een evenement, inclusief open afbouw, te organiseren voor 07.00 en na 24.00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag voor 07.00 uur en na 01.00 uur en zondag voor 13.00 en na 24.00 uur.

5. Tenzij een evenementenvergunning dat uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een evenement, inclusief open afbouw, te organiseren voor 07.00 en na 24.00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag voor 07.00 uur en na 01.00 uur en zondag voor 13.00 en na 24.00 uur.

6. De burgemeester stelt algemene voorschriften vast die van toepassing zijn voor het houden van evenementen.

6. De burgemeester stelt algemene voorschriften vast die van toepassing zijn voor het houden van evenementen.

7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften. 8. Activiteiten, die deel uitmaken van een evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk vergunningsplichtig uit hoofde van andere gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde belastingen of retributievoorschriften.

7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften. 8. Activiteiten, die deel uitmaken van een evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk vergunningsplichtig uit hoofde van andere gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde belastingen of retributievoorschriften.

Artikel 2:25D Weigeringsgronden In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 tweede lid kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren als de volledige aanvraag daarvoor minder dan vijf weken voor de datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Als de vergunningaanvraag een evenement betreft dat volgens de risicoscan gekwalificeerd is als "aandacht" of "risico" geldt een termijn van twaalf weken.

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 tweede lid kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren als de volledige aanvraag daarvoor minder dan vijf weken voor de datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Als de vergunningaanvraag een evenement betreft dat volgens de risicoscan gekwalificeerd is als "aandacht" of "risico" geldt een termijn van twaalf weken.

2.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren als:

2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren als:

op de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een

De algemene voorschriften procedureregels voor vergunningvrije en meldingplichtige evenementen worden geharmoniseerd.

Artikel 2:25D Weigeringsgronden

1.

a.

De procedureregels voor het toewijzen van evenementen worden geharmoniseerd.

a. op de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een vergunning is verleend of melding is geaccepteerd. 17

vergunning is verleend of melding is geaccepteerd. b. het evenement niet voorkomt op de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A.

b. het evenement niet voorkomt op de door de burgemeester vastgestelde Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A.

c.

c.

de organisator of vergunningaanvrager van een evenement van slecht levensgedrag is.

de organisator of vergunningaanvrager van een evenement van slecht levensgedrag is.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.

2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.

2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement de orde te verstoren.

3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde.

3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechtelijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid die in strijd is met de openbare orde.

4. Het verbod van lid 2 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

4. Het verbod van lid 3 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen en andere voor publiek openstaande gebouwen

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, (dorps)café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt.

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt

2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de Apv in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a Apv onverbindend. Omdat art 2:26 lid 2 en 3 samenhangen met artikel 2:50a zijn ook artikel 2:26 lid 2 en 3 onverbindend. Derhalve zijn deze komen te vervallen.

18

voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

3. De horeca is ingedeeld in verschillende categorieën, te weten 1 tot en met 4. • horecabedrijf categorie 1, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de middag, avond en de nacht geopend kan zijn, zoals een kroeg, discotheek, dancing of feestzaal; • horecabedrijf categorie 2, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken) en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een dorpscafé, restaurant, of brasserie; • horecabedrijf categorie 3, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken (al dan niet voor consumptie ter plaatse) van bereide geringe etenswaren (al dan niet met nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, ijssalon of shoarmazaak; • horecabedrijf categorie 4, een ondergeschikte horecafunctie die tot hoofddoel heeft het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide geringe etenswaren alsmede het verstrekken van (veelal alcoholvrije) dranken, zoals een horecafunctie

bij een winkel, een sportkantine, sociaal culturele instellingen en instellingen en dergelijke

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

3. In deze afdeling wordt onder Heerhugowaard verstaan het grondgebied van de voormalige gemeente Heerhugowaard zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening. Onder Langedijk wordt verstaan het grondgebied van de voormalige gemeente Langedijk zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze verordening.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

2.

De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

3.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

4.

Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; zorginstelling museum; of bedrijfskantine of -restaurant.

3. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant.

a. b. c. d.

toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Dit lid is toegevoegd vanwege het onderscheid in sluitingstijden in voormalig Heerhugowaard en Langedijk.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of – restaurant.

19

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of, b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid of derde lid 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a

4. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; of b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid. 5. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a

7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling

6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling 7. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

Artikel 2:29 Sluitingstijd

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur

1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur

In de praktijk wordt altijd een exploitatievergunning afgegeven in het kader van de Bibob-toets. Om die reden is dit lid overbodig.

5. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling. 7. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is in Heerhugowaard verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur. 2. Het is in Langedijk verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 02:00 uur en 06:00 uur.

Gelet op de openbare orde en openbare veiligheid, alsmede het voorkomen van ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat, gelden deze sluitingstijden voor openbare inrichtingen in Langedijk. De bescherming van de openbare orde op straat vereist dat etablissementen in Langedijk eerder dichtgaan om overlast te voorkomen. Met lid 9 kan de burgemeester ontheffing verlenen voor individuele etablissementen waar wel meer mogelijk is (zie ook toelichting bij lid 9).

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn horecabedrijven categorie 1 op zaterdag en zondag gesloten van 04.00 uur tot 06.00 uur, met dien verstande dat na 01.00 uur geen bezoekers meer mogen worden toegelaten.

3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn horecabedrijven in categorie 4 gesloten van maandag tot en met zondag tussen 00.00 uur en 06.00 uur -

-

3. In afwijking van het tweede lid is het in Langedijk verboden een (dorps)café, discotheek, dancing of feestzaal voor bezoekers geopend te hebben op zaterdag en zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur.

Deze uitzondering gold voorheen ook in Langedijk. Verdere inperking is niet wenselijk.

2. Het is toegestaan voor openbare inrichtingen om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot 05.00 uur 3. Het is verboden een paracommerciële inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur

4. Het is voor openbare inrichtingen verboden om tijdens de jaarwisseling voor bezoekers geopend te zijn tussen 05.00 en 06.00 uur. 5. Het is verboden een paracommerciële inrichting voor bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur.

Herschreven naar sluitingstijd in plaats van openingstijd.

4. Het is toegestaan voor paracommerciële inrichtingen om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot 02.00 uur

6. Het is voor paracommerciële inrichtingen verboden om tijdens de jaarwisseling voor bezoekers geopend te zijn tussen 02.00 en 06.00 uur.

Herschreven naar sluitingstijd in plaats van openingstijd.

De deurstop is, mede gelet op het rookbeleid, niet handhaafbaar. Om die reden is de deurstop geschrapt.

20

4. Het is de houder van een horecabedrijf verboden het terras behorende tot zijn horecabedrijf voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven na 23.00 uur.

5. Het terras mag voor alle openbare en paracommerciële inrichtingen geopend zijn tot 01.00 uur

5.

6.

7. Het is voor openbare en paracommerciële inrichtingen verboden een terras geopend te hebben tussen 01.00 en 06.00 uur.

Herschreven naar sluitingstijd in plaats van openingstijd.

8. In afwijking van het zevende lid geldt voor terrassen bij openbare inrichtingen in Langedijk een sluitingstijd van zondag tot en met donderdag tussen 23.00 en 06.00 uur.

Uit de participatie bleek dat terrassen in Langedijk in bepaalde gevallen voor een aantasting van het woon- en leefklimaat zorgen. Om die reden een aanpassing in de tijd voor zondag tot en met donderdag.

9. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod in het tweede en achtste lid.

7. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd

6. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd

10. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.

8.

De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd

7. De burgemeester kan door middel van een ontheffing of vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare of paracommerciële inrichting

11. De burgemeester kan met een ontheffing of vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een openbare inrichting of paracommerciële inrichting.

9.

In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de burgemeester een of meer horecabedrijven, zijnde een rechtspersoon, aanwijzen die zich richt op activiteiten van sportieve aard, om bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 – 06.00 uur. Aangetoond moet worden dat dit in verband met het tijdstip waarop de competitiewedstrijden van de officiële sportbond waarbij de rechtspersoon is aangesloten worden gehouden, noodzakelijk is. Een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zijn uitgezonderd

-

10. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel

8. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, derde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel

12. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

11. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien

9. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien

13. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

Met lid 9 kan de burgemeester ontheffing verlenen voor individuele etablissementen (zie ook toelichting bij lid 9). Mogelijk kan voor een aantal etablissementen en/of terrassen in Langedijk een verdere verruiming plaatsvinden. In die gevallen kan de burgemeester ontheffing verlenen van de beperktere tijden uit het tweede en achtste lid, maar niet ruimer dan de tijden in Heerhugowaard. Na besluitvorming over de APV zullen wij hiertoe beleidsregels opstellen. Daarin komt tot uiting hoe de ondernemer ontheffing kan krijgen, welke afspraken daarbij gemaakt moeten worden, hoe hij de omgeving hier vooraf bij moet betrekken en hoe hij omgaat met klachten uit de omgeving.

21

12. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

10. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing

14. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden en verblijfsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

Artikel 2:30a Sluiting gebouw of ruimte 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar: 1. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen; 2. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; 3. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; 4. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of 5. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet

Wordt artikel 2:80 Apv Dijk en Waard 2022. -

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: 1. de orde te verstoren

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren;

Artikel 2:31 Verboden gedragingen 1. Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren;

2. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid

b. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.

3. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras

-

2. Op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen

Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen

Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen

b. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.

22

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt

De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

2.34a Definities 1. De definities van artikel 1 van de Drank- en Horecawet zijn op deze afdeling van toepassing 2. Onder wijk- en buurtcentra wordt verstaan: een openbaar gebouw dat als centrum dient voor het sociaal maatschappelijke en culturele leven van een buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard 2.34b Verbod alcoholhoudende drank Het is verboden anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting waarin onderwijs wordt gegeven

-

-

2.34c Schenktijden paracommerciële rechtspersonen

2.34a Schenktijden paracommerciële rechtspersonen

1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: • maandag tot en met vrijdag na 17.00 uur tot sluitingstijd; • zaterdag na 15.00 uur tot sluitingstijd; • zondag na 13.00 uur tot sluitingstijd

1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: • maandag tot en met zaterdag na 15.00 uur en tot sluitingstijd; • zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd

2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken wijken buurtcentra uitsluitend alcoholhoudende drank op: • maandag tot en met zondag na 13.00 tot sluitingstijd -

2.34d Verbod sterke drank bij paracommerciële rechtspersonen 1. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken

Artikel 2:34a Definities 1. De definities van artikel 1 van de Alcoholwet zijn op deze afdeling van toepassing. 2. Onder wijk- en buurtcentra wordt verstaan: een openbaar gebouw dat als centrum dient voor het sociaal maatschappelijke en culturele leven van een buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard.

Zaterdagclubs mogen in afwijking van lid 1 op zaterdagen alcoholhoudende dranken verstrekken na 12.00 en tot sluitingstijd -

-

3. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken

Artikel 2:34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen 1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend alcoholhoudende drank op: - maandag tot en met vrijdag na 15.00 uur en tot sluitingstijd. - zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd.

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid verstrekken wijk- en buurtcentra uitsluitend alcoholhoudende drank op: - maandag tot en met zondag na 12.00 uur tot sluitingstijd. 3. In aanvulling op het bepaalde in dit artikel mogen geen alcoholhoudende drank geschonken worden, voor of tijdens wedstrijden en/of activiteiten waar jongeren tot 18 jaar bij betrokken zijn.

Dit lid is geschrapt, omdat het niet aan de gemeente is om drankgebruik op deze manier via de APV te ontmoedigen en haaks staat op de gedachte om paracommerciële horeca meer verantwoordelijkheid te geven.

Artikel 2:34c Verbod sterke drank bij paracommerciële rechtspersonen 1. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken. 23

2. In afwijking van lid 1 is het paracommerciële rechtspersonen in wijk- en buurtcentra niet verboden sterke drank te verstrekken -

-

2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor paracommerciële rechtspersonen in wijk- en buurtcentra. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de burgemeester een ontheffing of vergunningvoorschrift vaststellen voor (individuele) paracommerciële rechtspersonen.

2.34e Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn te houden

2.34b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging

-

Artikel 2:34d Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen mogen bijeenkomsten van persoonlijke aard houden en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Het is dan niet toegestaan alcoholhoudende drank te verstrekken, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.

Deze lijn is besproken met en kan rekenen op draagvlak bij (para)commerciële horeca. Echter, aangezien omwonenden in bepaalde gevallen overlast ervaren, niet duidelijk is hoe ver oneerlijke mededinging strekt en buurten wijkcentra verdere verruiming wensen, wordt in 20222023 verkend of en op welke wijze we hier een betere invulling aan kunnen geven. Hiertoe wordt overleg opgestart met alle betrokken partijen. De Alcoholwet, artikel 4, verplicht gemeenten dit ook in een verordening vast te leggen. De (toelichting op de) modelverordening van de VNG geeft hiervoor handvatten. Een beleidsmatige aanpassing valt echter buiten het huidige traject van de harmonisatie van de Apv.

2.34f Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank 1. Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2:34c alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke: 1. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties, of 2. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen

2.34c Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank 1. Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2:34a alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke:

Artikel 2:34e Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank 1. Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel 2:34b alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting, welke:

a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of

a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruik om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.

b. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties, of

b. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties.

c.

deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis, of

c. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen.

24

d. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in

2. In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken 3. De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde schenktijden

hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen. 2. Het is in de in het eerste lid bedoelde inrichtingen verboden sterke drank te verstrekken.

2.34g Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd

3. In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken.

Artikel 2:34f Verbod ‘Happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd. 2.34d Overgangsrecht 1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen: a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; c. de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden 2. Voor paracommerciële inrichtingen die sterke drank verstrekken blijft dit mogelijk tot 24 maanden na inwerkingtreding van deze verordening 3. De schenktijden en verstrekking van sterke drank voor commerciële bedrijven, genoemd in artikel 2:34c, blijven 24 maanden na inwerkingtreding van de verordening van kracht 4. Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht 5.

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Dank- en Horecavergunning 2000 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast 6. Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening 2010 wordt beslist met toepassing van deze verordening

Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf [niet opgenomen]

Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf

Het nachtregister geeft inzicht in wie zich in de inrichting of op het terrein van het park bevinden. Dit heeft meerwaarde op meerdere terreinen. In het geval van calamiteiten weet 25

de beheerder/calamiteitendienst wie er op het park aanwezig zijn. Ook kan het nachtregister een afschrikkende werking hebben op criminelen. Met een registratie in een nachtregister verliest men namelijk de anonimiteit en wordt het park niet als criminele ontmoetingsplaats gebruikt. Daarnaast kan het nachtregister gebruikt worden om een beter beeld te krijgen van wat er speelt op de recreatieparken, waardoor ongewenste activiteiten, zoals ondermijnende criminaliteit, eerder worden gesignaleerd. Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:37 Nachtregister [Gereserveerd]

Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. 2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze wanneer deze daarom vraagt.

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden

Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

Conform Model APV van de VNG.

26

2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenhalverordening gemeente Heerhugowaard.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Speelautomatenhalverordening gemeente Heerhugowaard.

3.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid.

3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan.

2.

2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

2.

2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek

2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek

Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek

Overgenomen uit Langedijk.

a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.

Overgenomen uit Heerhugowaard.

Conform Model APV van de VNG.

27

3.

toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

Artikel 2:42 Plakken en kladden

Artikel 2:42 Plakken en kladden

1.

Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

1.

Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

2.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

2.

Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

a.

een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

a.

een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

b.

met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

b.

met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

3.

Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

4.

De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

4.

De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

5.

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

5.

Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

6.

Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

6.

Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

7.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

7.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

4. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.

Vanwege de grote persoonlijke gevolgen die aan het sluiten van een woning of lokaal kunnen zijn verbonden, is in het vierde lid een mogelijkheid voor ontheffing van het verbod opgenomen.

Artikel 2:42 Plakken en kladden (VFL)

Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.

28

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke

1. 2.

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke [niet opgenomen]

Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. Het verbod is niet van toepassing, als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.

Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke

Conform Model APV van de VNG. Omdat artikel 2:42 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Dijk en Waard, wordt in artikel 2:43 lid 2 verwezen naar het artikel in de VFL Dijk en Waard.

1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing, als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 6.1.5 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke (Niet opgenomen)

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke [niet opgenomen]

Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke [niet opgenomen]

Artikel 2:45a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.

Artikel 2:45a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.

2. Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het voorwerp niet bestemd is voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.

Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke

Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke

Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke [niet opgenomen]

1.

Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.

1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.

2.

Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening Noord-Holland.

2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening Noord-Holland.

Conform Model APV van de VNG.

Overgenomen uit Heerhugowaard.

Niet opgenomen in het kader van deregulering.

29

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats:

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=1d950b9e-77d1-46f7-b037-181570a5deeb