CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Was-wordt-tabel APV Dijk en Waard 2022 gewijzigd 30 juni.docx

Gemeenteraad 5 juli 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Algemeen plaatselijke verordening Dijk en Waard 202258.887 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats:

a.

te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair;

b.

zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder veroorzaakt.

b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.

b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424 , 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

2.

2. Het verbod is niet van toepassing op:

2. Het verbod is niet van toepassing op:

2.

Het verbod is niet van toepassing op: a.

een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;

a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;

a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;

b.

een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.

b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik

Conform Model APV van de VNG.

Conform Model APV van de VNG.

Conform Model APV van de VNG. De VNG heeft recentelijke een gewijzigde versie van artikel 2:48a opgenomen in de Model APV. Het oude artikel 2:48a was eerder uit de Model APV geschrapt vanwege mogelijke bewijsproblemen. De VNG heeft artikel 2:48a van de Model APV nogmaals voorgelegd aan de Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) met de vraag of het toch mogelijk is om aan artikel 2:48a van de Model APV een feitcode te koppelen. Sinds 1 november 2021 zijn 6 nieuwe feitcodes beschikbaar, waardoor het sinds die datum mogelijk is om een bestuurlijke strafbeschikking op te leggen bij overtreding van artikel 2:48a, zoals geformuleerd in de Model APV.

1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, 30

voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woonof leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel:

2.

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel:

Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zonder redelijk doel:

a.

zich in een portiek of poort op te houden;

a. in een portiek of poort op te houden;

a. zich in een portiek of poort op te houden;

b.

in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen;

b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.

c.

zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein van een school.

Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

c.

2.

zich zonder redelijk doel op te houden op het terrein van een school.

Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan: portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties

Conform Model APV van de VNG, m.u.v. lid c.

Overgenomen uit Langedijk.

Conform Model APV van de VNG.

De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend. 31

1.

Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde.

2.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen of bromfietsen

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en dergelijke

Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of portiek; of als daardoor die ingang versperd wordt.

Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt.

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen, uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. Artikel 2:53 Bespieden van personen

Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen en dergelijke [niet opgenomen]

Niet opgenomen in het kader van deregulering.

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke Het is verboden zich op door het college of de burgemeester aangewezen uren en plaatsen met een fiets of een bromfiets te bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:53 Bespieden van personen [niet opgenomen]

Artikel 2:53 Bespieden van personen

Conform Model APV van de VNG. Het betreft een facultatief artikel in de Model APV van de VNG. Met deze bepaling wordt beoogd ongemerkte en als ongewenst ervaren verstoring van de privacy te verbieden. Toepassing van het artikel zal alleen in excessieve situaties plaatsvinden. De politie zal in het algemeen pas optreden indien burgers klachten hebben geuit over voyeurs. Anders dan bij het delict belaging (‘stalking’) uit artikel 285b van het WvSr is geen oogmerk vereist om iemand ergens toe brengen of van af te houden, dan wel vrees aan te jagen. Dit artikel is daar dus een aanvulling op.

1.

Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.

1. Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw, deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden.

2.

Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden.

2. Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen of woonschip bevindt te bespieden. 32

Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur (Gereserveerd]

Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [gereserveerd]

Artikel 2:54 (Vervallen)

Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [Gereserveerd]

Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [gereserveerd]

Artikel 2:55 (Vervallen)

Artikel 2:56 Alarminstallaties [Gereserveerd]

Artikel 2:56 Alarminstallaties [gereserveerd]

Artikel 2:56 (Vervallen)

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; a. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats

a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

2.

3.

b.

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;

b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;

b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

c.

op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

c.

c.

Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd;

buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;

d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet 3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een van toepassing op de eigenaar of houder van een hond hond die zich vanwege zijn handicap door een die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of geleidehond of sociale hulphond. sociale hulphond.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden 1. Degene die zich met een hond of een paard op een openbare plaats begeeft, is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond of paard onmiddellijk worden verwijderd.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

2.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.

Conform Model APV van de VNG.

Overgenomen uit Langedijk.

Conform Model APV van de VNG.

33

3.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. De burgemeester kan de eigenaar of houder verplichten om met zijn hond deel te nemen aan een gedragstest en/of gedragscursus die hij betrouwbaar acht.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijnen muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander.

Conform Model APV van de VNG.

2.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1.50 meter.

2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.

2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1.50 meter.

3.

De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf, die:

3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:

3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf, die:

4.

Het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

a.

vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen;

b.

door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en

c.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

c.

c.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

Gevaarlijk gedrag houdt onder andere in gedrag van een hond die een hoog risico vormt op het veroorzaken van een bijtincident in alledaagse situaties waarvan normaal niet verwacht wordt dat deze een probleem vormen. 5. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

6.

zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

4. Onverminderd het bepaalde in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is.

De burgemeester kan indien een hond agressief gedrag vertoont of wanneer er sprake is van agressief gedrag bij een hoogrisicohond en er (nog) geen bijtincident heeft plaatsgevonden, ter voorkoming van 34

bijtincidenten, de eigenaar of houder van deze hond verplichten om met zijn hond deel te nemen aan een gedragstest en/of gedragscursus die de burgemeester betrouwbaar acht. De maatregelen zoals genoemd in artikel 2:59, eerste lid, een aanlijn- en/of muilkorfgebod, kunnen worden voorkomen, indien de eigenaar of houder van deze hond aantoont dat hij met goed gevolg die cursus met zijn hond doorlopen heeft, bij een hondengedragstherapeut die de burgemeester betrouwbaar acht, en dat hierdoor het gedrag van zijn hond verbeterd is. 7.

Indien er in gevolge artikel 2:59, eerste lid, een aanlijn- en/of muilkorfgebod is opgelegd, kan de burgemeester bepalen, voor de veiligheid in de openbare ruimte, dat er bepaalde overige maatregelen worden opgelegd, waaronder: a.

Hij kan bepalen dat de gevaarlijke hond alleen nog maar door volwassenen mag worden uitgelaten in de openbare ruimte.

b.

Hij kan verplichten, ter voorkoming van ontsnapping van de hond uit de woning c.q. eigen terrein, dat er sluisconstructies aangebracht worden in de woning, door het plaatsen van deugdelijke deurdrangers, en op het eigen terrein voor de toegangsdeur naar de openbare buitenruimte.

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft meegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk. 2.

Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. De burgemeester kan ten aanzien van de eigenaar of houder van een hond aan wie hij een aanlijn- of muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, bepalen dat het noodzakelijk is dat de hond uitsluitend met muilkorf op zijn terrein losloopt indien hij dit noodzakelijk acht ter bescherming van de veiligheid van derden in de openbare en vrij toegankelijke privéruimte. 2. Het is de eigenaar of houder van een hond als bedoeld in het eerste lid, verboden de hond zonder muilkorf op zijn terrein te laten loslopen.

Artikel 2:59a Gevaarlijke honden op eigen terrein 1. De burgemeester kan ten aanzien van de eigenaar of houder van een hond aan wie hij een aanlijn- of muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, bepalen dat het noodzakelijk is dat de hond uitsluitend met muilkorf op zijn terrein losloopt indien hij dit noodzakelijk acht ter bescherming van de veiligheid van derden in de openbare en vrij toegankelijke privéruimte. 2. Het in het eerste lid genoemde geldt niet als:

a.

op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

a. op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;

b.

het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

b. het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en

c.

het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.

c.

Overgenomen uit Heerhugowaard.

Conform Model APV van de VNG.

het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen. 35

Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden om op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

2.

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op een door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden om op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

a.

aanwezig te hebben;

a. aanwezig te hebben;

a. aanwezig te hebben;

b.

aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels;

b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; of

b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels;

c.

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven;

c.

c.

d.

te voeren.

Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven.

Conform Model APV van de VNG.

aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven;

d. te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats, ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2:61 Wilde dieren [Gereserveerd]

Artikel 2:61 Wilde dieren [gereserveerd]

Artikel 2:61 (Vervallen)

Artikel 2:62 Loslopend vee

Artikel 2:62 Loslopend vee [niet opgenomen]

Artikel 2:62 Loslopend vee [niet opgenomen]

Facultatief artikel in de Model APV van de VNG. Niet opgenomen in het kader van deregulering.

Artikel 2:63 Duiven [niet opgenomen]

Artikel 2.63: Duiven [niet opgenomen]

Het distelverbod is niet opgenomen in de Model APV. Niet opgenomen in het kader van deregulering.

De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

Artikel 2:63 Distelverbod 1.

De rechthebbende op in de gemeente gelegen gronden of wegen is verplicht de zich op die gronden of in de bermen van die wegen bevindende akkerdistels (cirsium arvense) of akkermelkdistels (sonchus arvensis) die voor belendende landerijen schadelijk zijn na 1 juli te bestrijden als de distel: a. in een aantal van 100 planten of meer per 10 m2 op zijn grond voorkomt en;

36

b. de kern van de distelhaard zich bevindt binnen 100 meter van andere gronden. 2.

Het college kan gronden in de gemeente aanwijzen waarvoor de verplichting onder lid 1 niet geldt.

Artikel 2:64 Bijen

Artikel 2:64 Bijen [niet opgenomen]

Artikel 2:64 Bijen [niet opgenomen]

Facultatief artikel in de Model APV van de VNG. Niet opgenomen in het kader van deregulering.

Artikel 2:65 Bedelarij [niet opgenomen]

Artikel 2:65 Bedelarij [niet opgenomen]

Facultatief artikel in de Model APV van de VNG. Niet opgenomen in het kader van deregulering.

Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen

Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen

Afdeling 9. Bestrijding van heling van goederen

Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:66 Definitie In deze afdeling wordt onder handelaar verstaan de handelaar aangewezen bij de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een door de burgemeester aan te wijzen verkoopregister.

Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1. De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een door de burgemeester aan te wijzen verkoopregister.

2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichting.

2. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

(Niet opgenomen) Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om geld of andere zaken.

2.

a.

het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;

b.

de datum van verkoop of overdracht van het goed;

c.

een omschrijving van het goed, daaronder begrepen voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed;

d.

de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en

e.

de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

Conform Model APV van de VNG.

Overgenomen uit Heerhugowaard.

37

3.

Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen: 1°. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging;

3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht: a. de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te stellen:

2°. van een verandering van de onder 1°, bedoelde adressen; 3°. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4°. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

1°. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2°. van een verandering van de onder 1° bedoelde adressen; 3°. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4°. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; a. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

1°. dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende vestiging; 2°. van een verandering van de onder 1° bedoelde adressen; 3°. dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; 4°. dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan. b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven;

c.

aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

b. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

c.

d.

een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

c.

d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

b.

een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.

Conform Model APV van de VNG.

aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn;

Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [Gereserveerd]

Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [gereserveerd]

Artikel 2:69 (Vervallen)

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (toezicht op openbare inrichtingen) onder artikel 2:32.

Artikel 2:70 (Vervallen)

Artikel 2:70 (Vervallen)

Overgenomen uit Heerhugowaard., zie verder 2:32 ev.

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en Carbid

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk

Afdeling 10. Consumentenvuurwerk en carbid

Artikel 2:71 Definities In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt verstaan onder:

1.

consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit;

a. consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit;

Conform Model APV van de VNG.

2.

carbidschieten: het in een bus op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen;

b. carbidschieten: het in een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide

Overgenomen uit Langedijk, met enkele tekstuele aanpassingen.

38

(carbid) en water met gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen; 3.

bus: een (melk)bus, container, opslagvat of ander daarmee vergelijkbaar voorwerp.

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen. 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.

Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen 1. Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college.

2.

2. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

2.

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk

2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

2. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.

3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van strafrecht.

3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:73a Carbid schieten 1. Carbid schieten is verboden.

Artikel 2:73a Carbid schieten 1. Carbid schieten is verboden.

Artikel 2:73a Carbid schieten 1. Carbid schieten is verboden.

2.

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien:

2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien:

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk 1.

2.

3.

Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats. Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1°, van het Wetboek van Strafrecht.

Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien:

Conform Model APV van de VNG.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Conform Model APV van de VNG.

1. Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast aangewezen plaats.

a.

Gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter;

a.

Gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter;

a. gebruik wordt gemaakt van vaten met een inhoud van maximaal 50 liter;

b.

De vaten zijn afgesloten met zacht materiaal;

b.

De vaten zijn afgesloten met zacht materiaal;

b. de vaten zijn afgesloten met zacht materiaal;

c.

Het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen;

c.

Het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen;

c.

d.

Het gebruik plaatsvindt van 31 december tussen zonsopkomst en zonsondergang.

d.

Het gebruik plaatsvindt van 31 december tussen zonsopkomst en zonsondergang.

d. het gebruik plaatsvindt op 31 december tussen 09.00 uur en 17.00.

het vrije schootsveld minimaal 75 meter is en hierin geen openbare wegen of paden liggen;

39

3.

e.

Wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en

e.

Wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en

e. er wordt geschoten in een richting die is afgewend van de woonbebouwing; en.

f.

De betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste:

f.

De betreffende locatie is gelegen op een afstand van tenminste:

f.

de locatie waar het carbid schieten plaatsvindt is gelegen op een afstand van te minste:

I. 75 meter van de woonbebouwing;

I. 75 meter van de woonbebouwing;

I. 75 meter van de woonbebouwing;

II. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg en

II. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg en

II. 300 meter van inrichtingen voor intramurale zorg; en

III. 300 meter voor inrichtingen waar dieren worden gehouden.

III. 300 meter voor inrichtingen waar dieren worden gehouden.

III. 300 meter voor inrichtingen waar dieren worden gehouden.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van strafrecht. strafrecht.

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

Afdeling 11. Drugsoverlast

Afdeling 11. Drugsoverlast

Afdeling 11. Drugsoverlast

Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in artikel 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Afdeling 12. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1 (samenscholingsverbod), 2:3 (betogingen op openbare plaatsen), 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), 2:48 ((verboden drankgebruik), 2:49 (verboden gedrag in of bij gebouwen), 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten) 2:73 en 2:73a (gebruik van

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1 (samenscholingsverbod), 2:47 (hinderlijk gedrag op of aan de weg), 2:48 (hinderlijk drankgebruik), 2:49 (hinderlijk gedrag in of bij gebouwen), 2:50 (gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten), 2:73 (bezigen van vuurwerk) of artikel 5:34 (verbod om vuur te stoken) van de

Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in artikel 2:1 (samenscholingsverbod), 2:3 (betogingen op openbare plaatsen), 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen), 2:48 (verboden drankgebruik), 2:49 (verboden gedrag in of bij gebouwen), 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten) 2:73 en 2:73a (gebruik van vuurwerk en carbid) van de Algemene plaatselijke

Conform Model APV van de VNG.

40

vuurwerk en carbid) of 5:34 (verbod om afvalstoffen te verbranden) niet naleven.

Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.

verordening of 5.5.2.3 (verbod om afvalstoffen te verbranden) van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard groepsgewijs niet naleven.

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.

Conform Model APV van de VNG.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 1. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats.

Conform Model APV van de VNG.

2. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van de volgende plaatsen:

2. De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van de volgende plaatsen:

a. de voor een ieder vrij toegankelijke winkelpassages van het winkelcentrum Middenwaard (gevestigd aan Middenwaard 102);

a. de voor een ieder vrij toegankelijke winkelpassages van het winkelcentrum Middenwaard (gevestigd aan Middenwaard 102);

b. de Stadspleingarage (ingang Zuidtangent);

b. de Stadspleingarage (ingang Zuidtangent);

c.

c.

de Middenweggarage (ingang Middenweg);

d. de parkeergarage van de Dekamarkt (ingang Zuidtangent).

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

Artikel 2:78 Gebiedsontzegging

1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verrichten een bevel geven verstorende handelingen verricht een bevel geven zich zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. plaats op te houden.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester bepalen dat een bevel als daar bedoeld wordt opgelegd voor een langere duur dan 48 uur, indien de overtreding is begaan tijdens een meerdaags evenement. De gebiedsontzegging wordt alsdan

2. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester bepalen dat een bevel als daar bedoeld wordt opgelegd voor een langere duur dan 48 uur, indien de overtreding is begaan tijdens een meerdaags evenement. De gebiedsontzegging wordt alsdan

de Middenweggarage (ingang Middenweg);

d. de parkeergarage van de Dekamarkt (ingang Zuidtangent).

Artikel 2:78 Gebiedsontzegging Noot: De burgemeester van Heerhugowaard heeft op 25 oktober 2017 de Beleidslijn en beleidsregels gebiedsontzegging Heerhugowaard 2017 vastgesteld, welke op 8 december 2017 is gepubliceerd. 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

Deels conform Model APV van de VNG.

2. In afwijking van het eerste lid kan de burgemeester bepalen dat een bevel als daar bedoeld wordt opgelegd voor een langere duur dan 48 uur, indien de overtreding is begaan tijdens een meerdaags evenement. De

Overgenomen van Heerhugowaard en Langedijk.

41

opgelegd voor ten hoogste de resterende duur van het evenement.

opgelegd voor ten hoogste de resterende duur van het evenement.

gebiedsontzegging wordt alsdan opgelegd voor ten hoogste de resterende duur van het evenement.

3.

Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

3. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon, aan wie ten minste een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

3. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.

4.

Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

4. Een bevel als bedoeld in het derde lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

4. Een bevel als bedoeld in het derde lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.

5.

De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of 5. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste, tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met tweede of derde lid gegeven bevelen, als hij dat in de persoonlijke omstandigheden van betrokkene verband met de persoonlijke omstandigheden van noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. kan op aanvraag tijdelijke ontheffing verlenen van een bevel.

5. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste, tweede of derde lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijke ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet

1.

Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of laat gebruiken, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

2.

De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:

a. geluid- of geurhinder;

a.

geluid- of geurhinder;

a. geluid- of geurhinder;

b. hinder van dieren;

b.

hinder van dieren;

b. hinder van dieren;

Conform Model APV van de VNG. Artikel 151d van de Gemeentewet is per 1 januari 2021 gewijzigd. De woorden “aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven” zijn uit het artikel geschrapt. Artikel 2:79 lid 1 van de Model APV is gewijzigd naar aanleiding van de wijziging van artikel 151d van de Gemeentewet.

42

c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of bijbehorend erf of onmiddellijke nabijheid van die woning zijn;

c.

hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn;

d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

d.

hinder of overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of bijbehorend erf of onmiddellijke nabijheid van die woning

d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;

e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

e.

intimidatie van derden vanuit een woning of bijbehorend erf.

e. intimidatie van derden vanuit een woning of bijbehorend erf.

Artikel 2:80 Sluiting gebouw of ruimte

Artikel 2:80 Sluiting gebouw of ruimte

1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar:

1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar:

a.

zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen;

a. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen;

b.

door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;

b. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen;

c.

discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook;

c.

d.

wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of

d. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of

e.

zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=1d950b9e-77d1-46f7-b037-181570a5deeb