Bijlage Was-wordt-tabel APV Dijk en Waard 2022 gewijzigd 30 juni.docx
Tekst van het document
Algemene plaatselijke verordening Langedijk 2019
Algemene plaatselijke Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard 2020 verordening Dijk en Waard 2022
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1:1 Definities - In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder:
Toelichting en noten
a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
-
bebouwde kom: de bebouwde kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;
a. bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
Conform Model APV van de VNG.
b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1, eerste lid, Bouwverordening gemeente Langedijk;
-
bevoegd gezag: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
b. bevoegd gezag: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
Conform Model APV van de VNG.
-
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Heerhugowaard;
c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage horend bij artikel 1.1 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard;
Is opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
-
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
d. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
e. college: het college van burgemeester en wethouders;
-
college: het college van burgemeester en wethouders;
e. college: het college van burgemeester en wethouders;
f.
-
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
f. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
-
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
g. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
-
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
h. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
i.
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
-
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
i. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
j.
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
-
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
j. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
-
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
k. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;
1
l.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
-
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
l. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
-
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
-
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994.
n. weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid of vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
4. In afwijking van lid 1 beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van deze verordening:
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
3. In afwijking van lid 1 beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van deze verordening:
-
voor een B-evenement binnen 19 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag;
-
voor een B-evenement binnen 19 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag;
-
voor een C-evenement binnen 25 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
-
voor een C-evenement binnen 25 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
Artikel 1:3 Indiening aanvraag (Vervallen)
Artikel 1:3 Indiening aanvraag (vervallen)
Artikel 1:3 (Vervallen)
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
Voor de behandeling van B- en C-evenementen gelden afwijkende termijnen. Het beleid van de Veiligheidsregio is leidend.
2
2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
c.
c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
e.
de houder dit verzoekt.
e. de houder dit verzoekt.
e. de houder dit verzoekt.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
Artikel 1:7 Termijnen 1. De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2.
2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van:
De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a.
de openbare orde;
a. de openbare orde;
a. de openbare orde; 3
b.
de openbare veiligheid;
b. de openbare veiligheid;
b. de openbare veiligheid;
c.
de volksgezondheid;
c.
c. de volksgezondheid;
d.
de bescherming van het milieu.
d. de bescherming van het milieu.
de volksgezondheid;
d. de bescherming van het milieu.
2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan zes weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 1:9 Bevoegdheden overdragen aan college 1. Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening indien het wijzigingen betreft die:
Artikel 1:9 Bevoegdheden overdragen aan college 1. Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening indien het wijzigingen betreft die:
Artikel 1:9 Bevoegdheden overdragen aan college 1. Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening indien het wijzigingen betreft die:
a. van zuiver redactionele aard zijn, of
a. van zuiver redactionele aard zijn, of
a. van zuiver redactionele aard zijn, of
b. technisch van aard zijn en een noodzakelijk gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving.
b. technisch van aard zijn en een noodzakelijk gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving.
b. technisch van aard zijn en een noodzakelijk gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving.
Alvorens het college definitief besluit tot een wijziging, legt zij de voorgenomen wijziging voor aan het forum. Het forum kan adviseren de voorgenomen wijziging aan de gemeenteraad voor te leggen ter goedkeuring, welk advies in dat geval door het college wordt opgevolgd.
2. Alvorens het college definitief besluit tot een wijziging, legt zij de voorgenomen wijziging voor aan de raadscommissie Middelen/Stadsbeheer. De raadscommissie kan adviseren de voorgenomen wijziging aan de gemeenteraad voor te leggen ter goedkeuring, welk advies in dat geval door het college wordt opgevolgd.
2. Alvorens het college definitief besluit tot een wijziging, legt zij de voorgenomen wijziging voor aan de voorbereidende raadscommissie zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. De raadscommissie kan adviseren de voorgenomen wijziging aan de gemeenteraad voor te leggen ter goedkeuring, welk advies in dat geval door het college wordt opgevolgd.
Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk 2 Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2.
2. Degene die op een openbare plaats
2. Degene die op een openbare plaats:
2.
Degene die op een openbare plaats:
De Awb kent een sluitend systeem voor het afhandelen van aanvragen: die worden ingewilligd of geweigerd. Het is weinig zinvol om te beginnen met een inhoudelijke toetsing van een aanvraag wanneer door het (late) tijdstip van indienen van de aanvraag een – volledige en – goede beoordeling hiervan redelijkerwijs niet mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waarvoor de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft. Het tweede lid biedt een weigeringsgrondslag voor dergelijke gevallen. Omdat in Langedijk de weigeringsgrondslag in de praktijk niet bij een termijn van zes weken wordt toegepast, is aansluiting gezocht bij de model APV van de VNG en gekozen voor een termijn van drie weken.
De Beleidsregels samenscholing HHW, vastgesteld door het college op 8 augustus 2006 worden nooit gebruikt en worden derhalve ingetrokken. De APV zelf biedt genoeg handvatten om op te treden bij samenscholing.
4
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
c.
c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar in functie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te begeven op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of zich te begeven op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van verbod, bedoeld in het derde lid.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5.
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Artikel 2:2 Optochten [Gereserveerd]
Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd]
Artikel 2:2 (Vervallen)
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.
2. De kennisgeving bevat:
2. De kennisgeving bevat:
De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt;
a. naam en adres van degene die de betoging houdt;
a. naam en adres van degene die de betoging houdt;
b. het doel van de betoging;
b. het doel van de betoging;
b. het doel van de betoging;
c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
c.
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
De Wom laat de gemeenteraad vrij in het stellen van regels betreffende het tijdstip waarop de kennisgeving voor het houden van een manifestatie moet zijn gedaan. Uit de Memorie van Toelichting bij de Wom blijkt dat de wetgever daarbij 24 of 48 uren in gedachten had. Het merendeel van de Nederlandse gemeenten hanteert een kennisgevingstermijn van 48 uren. Ook internationaalrechtelijke organisaties achten een termijn van 48 uren een redelijke termijn. Een termijn van 48 uur geeft de gemeente de gelegenheid om – indien noodzakelijk – maatregelen te treffen.
5
e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
f.
de maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
3. Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2:4 Afwijking termijn
Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen)
Artikel 2:4 (Vervallen)
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen)
Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen)
Artikel 2:5 (Vervallen)
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen 1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
2.
Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
2. Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.
Het verbod is niet van toepassing op het huis-aanhuis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
5.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd en dergelijke [Gereserveerd]
Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd en degelijke [gereserveerd]
Artikel 2:7 (Vervallen)
Artikel 2:8 Dienstverlening (Vervallen)
Artikel 2:8 Dienstverlening [gereserveerd]
Artikel 2:8 (Vervallen)
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare plaatsen 1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of 6
of gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
gids op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu aangewezen openbare plaatsen.
2.
De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
2. De burgemeester kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Afdeling 2. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaatsen 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg of openbare plaatsen 1. Het is verboden een openbare plaats, waaronder de weg of een weggedeelte, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de openbare plaats, de bruikbaarheid van de openbare plaats belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de openbare plaats; of
b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
1.
2.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1 meter wordt gelaten op voetpaden en van 3.5 meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
3.
Het college kan in het belang van de openbare orde of 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor van het verbod. terrassen, uitstallingen en reclameborden.
3. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
5.
De ontheffing wordt verleend als 4. omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik, een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Overgenomen van Heerhugowaard. Uitbreiding van de weg of een weggedeelte naar openbare plaatsen, waaronder de weg of een weggedeelte. Naast wegen en weggedeelten vallen onder het begrip openbare plaats ook plantsoenen, parken en andere voor publiek toegankelijke ruimten.
4. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
7
6
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
5.
Het verbod is niet van toepassing op:
5. Het verbod is niet van toepassing op:
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en
c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
c.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de openbare plaats is verleend.
7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Wegenverordening Noord-Holland.
6. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening Noord-Holland.
6. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale wegenverordening Noord-Holland.
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen, en veranderen van een weg
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen, en veranderen van een weg (VFL)
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2.
De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
3. Het verbod is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
4.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de Wegenverordening Noord-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Langedijk 2014.
4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur, de provinciale wegenverordening Noord-Holland, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Heerhugowaard.
5.
Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg (VFL)
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
8
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
2. Het college kan het maken of veranderen van de uitweg verbieden als:
a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;
b. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
b. dat zonder noodzaak ten koste gaat van de bruikbaarheid van de weg, of
c. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de Wegenverordening Noord-Holland.
c.
3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening Noord-Holland.
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [Gereserveerd]
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd]
Artikel 2:13 (Vervallen)
Artikel 2:14 Winkelwagentjes
Artikel 2:14 Winkelwagentjes [niet opgenomen]
Artikel 2:14 Winkelwagentjes
3.
1.
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b.
2. 3.
het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast.
Overgenomen uit Langedijk. Facultatief artikel in de Model APV van de VNG.
1. Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
b. terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
2. Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten. 3. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp (VFL)
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke
Artikel 2:16 Openen straatkolken en dergelijke (VFL)
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
Het is degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken. 9
Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke [Niet opgenomen]
Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke [niet opgenomen]
Artikel 2:17 Kelderingangen en dergelijke [niet opgenomen]
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [Niet opgenomen]
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [niet opgenomen]
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [niet opgenomen]
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [Gereserveerd]
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gereserveerd]
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp (Vervallen)
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [Gereserveerd]
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [gereserveerd]
Artikel 2:20 Vallende voorwerpen (Vervallen)
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (VFL)
1.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn [Gereserveerd]
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijnen [niet opgenomen]
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijnen [niet opgenomen]
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs [niet opgenomen]
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs [niet opgenomen]
Facultatief artikel in de Model APV van de VNG. Niet opgenomen in het kader van deregulering.
Afdeling 3. Evenementen
Afdeling 3. Evenementen
Evenementen De regelgeving en het beleid voor lokale evenementen verschilt. In Heerhugowaard is een participatietraject doorlopen en een dereguleringsslag gemaakt waarbij het beleid is uitgewerkt in de APV. In Langedijk is een deel van het evenementenbeleid van de Veiligheidsregio verwerkt in de APV, terwijl daarnaast een gedateerd gemeentelijk evenementenbeleid geldt. 10
1.
2.
Het is verboden: a.
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
b.
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Waterverordening provincie Noord-Holland.
Afdeling 3. Evenementen
Voorgesteld wordt “het beste van twee werelden” te mixen. Dit resulteert in een regeling waarbij het recente regionale evenementenbeleid deels wordt opgenomen in de APV en een gedereguleerd vergunningstelsel ontstaat. Naast de reguliere, aandacht en risico evenementen zoals deze voortkomen uit het regionaal beleid van de Veiligheidsregio NHN, wordt ook een gemeentelijke regeling voor vergunningvrije – nieuw voor Langedijk – en meldingplichtige evenementen voorgesteld en vastgelegd in de APV. Deze evenementen worden gedefinieerd in de APV, terwijl de burgemeester algemene voorschriften en indieningsvereisten vaststelt. Omdat de lokale regeling afwijkt van de modelverordening van de VNG, “verschuiven” de te harmoniseren artikelen. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat er veel verandert. In de praktijk is dat niet zo omdat veel toevoegingen regionaal Veiligheidsbeleid of gemeentelijk beleid betreffen. Delen daarvan worden hiermee in plaats van in beleid, in de APV geregeld. In een later stadium wordt bezien of bijzondere onderwerpen zoals “kermissen” in afzonderlijk beleid geregeld wordt. In de lijn van het voorstel het resultaat van het in Heerhugowaard doorlopen participatietraject en de dereguleringsslag alsook het regionale evenementenbeleid over te nemen in het harmonisatiemodel, volgt een andere - van de model APV van de VNG afwijkende - nummering.
In het evenementenbeleid van Langedijk is geregeld dat het regionaal evenementenbeleid van de Veiligheidsregio NHN onderdeel is van het gemeentelijk evenementenbeleid. Een van de daarin geregelde instrumenten is de evenementenkalender. Omdat het voornemen is om het evenementenbeleid met de vaststelling van de APV voor Dijk en Waard in te laten trekken en het voorstel is het regionale evenementenbeleid deels over te nemen in de APV, wordt in die lijn de status van de evenementenkalender geregeld in de APV. Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
a.
bioscoop- en theatervoorstellingen;
a. bioscoop- en theatervoorstellingen;
a. bioscoop- en theatervoorstellingen;
b.
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
c.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
c.
c.
d.
het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
d. het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
Op 1 juli 2021 is de Alcoholwet in werking getreden ter vervanging van de Drank- en Horecawet. Als gevolg 11
daarvan wordt de term “Drank- en Horecawet” vervangen door “Alcoholwet”. e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39.
f.
f.
g.
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
1. Onder evenement wordt mede verstaan:
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39.
2. Onder evenement wordt mede verstaan:
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39;
g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan:
a.
een herdenkingsplechtigheid;
a. een herdenkingsplechtigheid;
a. een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie;
b. een braderie;
b. een braderie;
c.
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
c.
d.
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e.
een straatfeest of buurtbarbecue;
e. een straatfeest of buurtbarbecue.
e. een straatfeest of buurtbarbecue;
f.
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
f.
3.
In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:
a.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; het evenement tussen 07.00 – 23.00 uur plaats vindt, vrijdag en zaterdag tussen 07.00 – 24.00 uur en zondag tussen 13.00 – 23.00 uur; geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 65 dB(A) en 85 dB(C)op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 vierkante meter per object met een maximum van 4 objecten per evenement;
b. c.
d.
e.
3. Evenementen worden onderverdeeld in de categorieën "regulier", "aandacht" of "risico" als bedoeld in de Procesbeschrijving evenementenveiligheid 2012 op basis van de risicoscan van de Veiligheidsregio NHN.
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
3. Evenementen worden onderverdeeld in de categorieën “regulier”, “aandacht” of “risico” als bedoeld in het Regionaal evenementenbeleid 2018 versie 5.0 op basis van de risicoscan van de Veiligheidsregio NHN.
12
Artikel 2:24A Evenementenkalender 1. De burgemeester stelt jaarlijks vóór 31 december een Evenementenkalender vast voor het volgende kalenderjaar.
Artikel 2:24A Evenementenkalender 1. De burgemeester stelt jaarlijks vóór 31 december een Evenementenkalender vast voor het volgende kalenderjaar.
2. Degene die voornemens is een evenement te organiseren kan jaarlijks van 1 september tot 1 oktober de burgemeester verzoeken een evenement te plaatsen op de Evenementenkalender van het volgende jaar. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid of melding als bedoeld in artikel 2:25B eerste lid.
2. Degene die voornemens is een evenement te organiseren kan jaarlijks van 1 september tot 1 oktober de burgemeester verzoeken een evenement te plaatsen op de Evenementenkalender van het volgende jaar. Een dergelijk verzoek is geen aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid of melding als bedoeld in artikel 2:25B eerste lid.
3. Het verzoek moet gedaan worden op een door de burgemeester vastgesteld formulier.
3. Het verzoek moet gedaan worden op een door de burgemeester vastgesteld formulier.
4. Aan de plaatsing van een evenement op de Evenementenkalender kunnen geen rechten worden ontleend met uitzondering van het bepaalde in artikel 2:25B derde lid of artikel 2:25D, tweede lid, onder a en b.
4. Aan de plaatsing van een evenement op de Evenementenkalender kunnen geen rechten worden ontleend met uitzondering van het bepaalde in artikel 2:25B derde lid of artikel 2:25D, tweede lid, onder a en b.
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Artikel 2:25 Evenement
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste 14 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester op het daarvoor vastgestelde formulier.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:25A en artikel 2:25B zijn evenementen als bedoeld in artikel 2:24 tweede lid onder f altijd vergunningplichtig.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:25A en artikel 2:25B zijn evenementen als bedoeld in artikel 2:24 tweede lid onder f altijd vergunningplichtig.
3.
De burgemeester kan binnen zeven dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
3. Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
3. Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4.
5.
Langedijk gebruikt artikel 2:25 om meldingplichtige evenementen te regelen. Voor Heerhugowaard gebeurt dat in artikel 2:25B en zijn in artikel 2:25 enkele algemene bepalingen opgenomen. Hiermee ontstaat een sluitend stelsel. Voorgesteld wordt deze laatste lijn te volgen voor Dijk en Waard.
Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s. 13
6.
7.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, aanhef en onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:25A Vergunningsvrije evenementen
Artikel 2:25A Vergunningsvrije evenementen
1. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
1. Geen vergunning is vereist voor een evenement, als a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
b. het gaat om een ééndaags evenement;
b. het gaat om een ééndaags evenement;
c.
c.
het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur;
d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt;
het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur;
d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt;
e. het maximale geluidsniveau op een afstand van maximaal 7 meter van de opgestelde luidsprekers niet meer bedraagt dan 65 dB(A) en op de gevel van de dichtstbijzijnde woningen het invallend geluid niet hoger is dan 50 dB(A). In situaties dat de woningen zich op kortere afstand dan 15 meter bevinden, mag het invallend geluid maximaal 55 dB(A) bedragen; f.
geen alcoholhoudende drank wordt verkocht;
Langedijk kent geen vergunningvrije evenementen. De vergunningvrije evenementen van Heerhugowaard zijn te vergelijken met de meldingplichtige evenementen in Langedijk. In de lijn van de dereguleringsslag wordt voorgesteld het huidige regime zoals dat wordt gehanteerd in Heerhugowaard over te nemen voor Dijk en Waard. De onder letter h. genoemde algemene voorschriften voor evenementen worden geharmoniseerd zodat zij gelden voor de gemeente Dijk en Waard.
Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
e. geen alcoholhoudende drank wordt verkocht;
g. er geen weg(en) of gedeelte(n) langer dan 80 meter wordt afgesloten;
Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
h. er geen (gedeelte van een) gebiedsontsluitingsweg wordt afgezet, zoals aangegeven op de plattegrond behorende bij de
Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard. 14
door de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften voor evenementen; i.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 50 m2 per object, met een maximum van vier objecten per evenement; en
j.
er een organisator is;
Wordt opgenomen in Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
f.
er geen standplaats in gebruik wordt genomen; en
g. er een organisator is; 2. Onverminderd het bepaalde in andere regelgeving is geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid vereist voor een evenement dat uitsluitend plaatsvindt in een gebouw of een gedeelte daarvan, indien het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen.
2. Onverminderd het bepaalde in andere regelgeving is geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid vereist voor een evenement dat uitsluitend plaatsvindt in een gebouw of een gedeelte daarvan, indien het aantal tegelijkertijd aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen.
Artikel 2:25B Meldingsplichtige evenementen
Artikel 2:25B Meldingsplichtige evenementen
1. Geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid maar een melding is vereist voor een evenement, als;
1. Geen vergunning als bedoeld in artikel 2:25 eerste lid maar een melding is vereist voor een evenement, als:
a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen meer bedraagt dan 250 en minder bedraagt dan 500 personen;
a. het aantal tegelijkertijd aanwezigen meer bedraagt dan 250 en minder bedraagt dan 500 personen;
b. het gaat om een ééndaags evenement;
b. het gaat om een ééndaags evenement;
c.
c.
het evenement, inclusief op- en afbouw, plaatsvindt tussen 07:00 – 24:00 uur, vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële feestdag tussen 07:00 – 01:00 uur en zondag tussen 13:00 – 24:00 uur;
d. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het evenement en een half uur voor beëindiging van het evenement de muziek en verkoop van dranken en etenswaren wordt gestaakt; e. het maximale geluidsniveau op een afstand van maximaal 7 meter van de opgestelde luidsprekers niet meer bedraagt dan 65 dB(A) en op de gevel van de dichtstbijzijnde woningen het invallend geluid niet hoger is dan 50 dB(A). In situaties dat de woningen zich op kortere afstand dan 15 meter bevinden, mag het invallend geluid maximaal 55 dB(A) bedragen;