CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij beantwoording vragen DOP Onderzoeksrapport narratief onderzoek, uitgevoerd door SenseGuide

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Meedoen in Dijk en Waard, voorzieningen en beleidskader21.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

verbeteren, bijvoorbeeld door duurzame aankopen te doen die anders onbereikbaar zouden zijn. De besteding aan huisraad benadrukt het belang van financiële ruimte voor uitgaven die verder gaan dan alleen het strikt noodzakelijke. Tegelijkertijd geven sommige inwoners aan dat de financiële ondersteuning nog onvoldoende is om structureel mee te doen, vooral bij grotere uitgaven zoals sportabonnementen of wanneer huisraad zoals meubilair of witgoed vervangen moet worden. De bestedingspatronen laten zien dat de ondersteuning zowel praktische als sociale voordelen biedt. De veelvuldige verwijzing naar kringloopwinkels benadrukt hoe belangrijk toegankelijke en betaalbare basisvoorzieningen zijn voor inwoners met een laag inkomen.

Inwoners die een uitstroom- of vrijwilligerspremie ontvingen, besteedden deze voornamelijk aan huisraad. Dit suggereert dat de extra financiële ondersteuning wordt gebruikt voor grotere aankopen die buiten de dagelijkse basisbehoeften vallen. Denk aan meubels, elektronica of andere duurdere goederen die bijdragen aan het woongenot en de kwaliteit van leven. Dit laat zien dat inwoners de premie inzetten om hun leefsituatie structureel te

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

Kringloopwinkel: "Ook gaan we regelmatig naar de kringloop en zijn we blij dat we met de pas wat extra kunnen aanschaffen. Het helpt om toch af en toe iets nieuws in huis te halen." Sporten: "Met de pas heb ik al een aantal jaren de sportvereniging kunnen betalen. Anders had ik dat nooit kunnen doen." Huisraad: " De extra steun heeft een grote verandering gebracht. Ik kon eindelijk een fatsoenlijke bank kopen, wat mijn huis een stuk leefbaarder maakt." Zwemmen: "De extra steun van de gemeente heeft een duidelijke impact gehad. Mijn kinderen kunnen nu eindelijk op zwemles, wat anders onbereikbaar was."

37

5.3 Ervaringen DijkenwaardPas en premies De ervaringen van inwoners met de DijkenwaardPas en de bijbehorende premies zijn gemengd. Veel deelnemers spreken hun waardering uit voor de pas en de extra financiële ondersteuning. Tegelijkertijd blijkt uit de verhalen dat er tekortkomingen en behoeften zijn, zoals de wens om de pas op meer plekken te kunnen gebruiken en een hoger bedrag om structureel mee te kunnen doen. Daarnaast benoemen inwoners het gemak van de pas, omdat deze eenvoudig in gebruik is en direct inzetbaar bij aangesloten organisaties. In hoofdstuk 6.3 gaan we dieper in op de bestedingsbehoefte van inwoners die aan het onderzoek hebben deelgenomen.

Waardering: "Vind het fijn dat je ermee naar de kringloopwinkel kan. Je kunt dan toch af en toe iets nieuws aanschaffen zonder dat het meteen een grote hap uit je budget neemt."

Een aantal inwoners was positief verrast door een premie, vooral omdat zij niet op de hoogte waren van het bestaan ervan of het bedrag hoger uitviel dan verwacht. Tegelijkertijd gaven twee inwoners aan dat de ontvangen premie werd verrekend met schulden of andere inkomsten, waardoor het daadwerkelijke effect beperkt bleef. In hoofdstuk 6.4 gaan we dieper in op de ervaringen van inwoners die een uitstroom- of vrijwilligerspremie kregen.

Verrast door premie: "Mevrouw schrok van het bedrag. Het is zoveel. Ze wist niet dat dit bestond en dat ze daar recht op had."

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

Tekortkomingen en behoeften DWpas: “Ik heb geen idee op cool na en de bioscoop, de rest heb ik niets aan. In Alkmaar krijg je 200 euro meer!!! en kan je het ook bij rataplan uitgeven. Wat moet ik met dansen of ballet? Vaak verloopt mijn tegoed omdat ik het niet kan besteden.” Gemak DWpas: “Het is voor mij tot nu toe makkelijk in gebruik omdat ik geen pincode hoef te gebruiken maar de pas gewoon aan de betreffende medewerker kan geven die precies weet hoe het werkt.”

Ontvangen premie en inhoudingen: "De inwoner kreeg een uitstroompremie na het verlaten van de bijstand, maar dat werd meteen verrekend met een oude schuld. Daardoor merkte ze er weinig van."

38

5.4 Intrinsieke effecten pilot armoedebeleid De intrinsieke effecten van de DijkenwaardPas en de bijbehorende premies laten zien dat de ondersteuning verder gaat dan alleen financiële verlichting. De verhalen van inwoners maken duidelijk dat de pas een belangrijke rol speelt in sociale participatie (meedoen/verrijking) en het verminderen van stress en financiële zorgen. Meedoen en verrijking Veel inwoners geven aan dat de pas hen de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan activiteiten die anders buiten bereik zouden blijven. Dit draagt bij aan hun gevoel van eigenwaarde en verbondenheid met de samenleving. Voor sommige inwoners betekent dit dat ze samen met familie of vrienden iets kunnen ondernemen, terwijl anderen aangeven dat ze zich door de pas minder buitengesloten voelen.

"Met de pas heb ik al een aantal jaren de sportvereniging kunnen betalen. Anders had ik dat nooit kunnen doen." "Wat helpt in het dagelijks leven? - Het geld voor sport en cultuur, dat is een zorg minder!"

De DijkenwaardPas en de uitstroom- en vrijwilligerspremie hebben niet alleen een materiële waarde, maar ook een grote emotionele en sociale impact. Inwoners ervaren meer ruimte om mee te doen en voelen zich minder buitengesloten. Tegelijkertijd draagt de pas bij aan een vermindering van stress, doordat het net dat beetje extra financiële zekerheid biedt. Dit laat het belang zien van armoedebeleid dat niet alleen kijkt naar basisbehoeften, maar ook naar sociale en psychologische effecten.

"Ze waardeert de regeling enorm en voelt zich gesteund. Het geeft haar het gevoel dat ze er nog bij hoort." "Daar heb ik echt van genoten! Bioscoop, Ballorig met de kleinkinderen, zomaar iets kunnen doen zonder te rekenen of het kan."

Verlichting van stress en zorgen Naast sociale verrijking zorgt de pas ook voor meer financiële ademruimte. Inwoners geven aan dat de extra steun hen helpt om vaste lasten beter te beheersen en minder te hoeven piekeren over geldzaken. Dit verlaagt de dagelijkse stress en draagt bij aan een gevoel van stabiliteit en zekerheid.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

39

5.5 Kwaliteit van leven De pilot armoedebeleid heeft niet alleen invloed op financiële situatie, maar ook op de algemene kwaliteit van leven van inwoners. De verhalen laten zien dat de ondersteuning bijdraagt aan een positieve levenshouding, toegang tot werk en activiteiten, mogelijkheden voor vrijwilligerswerk, en een afname van stress en zorgen.

“Ook het werken bij de Voedselbank als vrijwilliger heeft hem geholpen om weer sociale verbinding en erkenning te vinden. Hij waardeert de samenwerking met collega's, die hem het gevoel geven dat hij ergens bij hoort en gezien wordt.”

Geen stress of zorgen Voor veel inwoners zorgt de financiële ondersteuning voor verlichting van zorgen. De zekerheid dat er extra financiële hulp is, vermindert stress en geeft meer ademruimte in het dagelijks leven.

Positieve levenshouding Sommige inwoners ervaren door de pilot meer stabiliteit en mogelijkheden, wat hun algemene levenshouding verbetert. De ondersteuning biedt ruimte om deel te nemen aan activiteiten die bijdragen aan hun welzijn. In hoofdstuk 6.9 gaan we hier dieper op in. Werk en activiteit Voor sommige deelnemers heeft de ondersteuning geholpen om werk te vinden of zich verder te ontwikkelen. Dit geeft hun niet alleen financiële stabiliteit, maar ook een gevoel van voldoening. "Wat haar helpt in het dagelijks leven, is haar werk. Ze is trots dat ze zelfstandig werk heeft gevonden en geniet van de leuke samenwerking met haar team. Het werk geeft haar een gevoel van acceptatie en erbij horen, ondanks dat ze de taal nog leert. Ze spreekt een mix van Engels en Nederlands op de werkvloer, wat haar helpt om zich stap voor stap te ontwikkelen.”

“Wat ik nodig heb om mij goed te voelen over mijn leven is dat ik niet meer steeds achter de feiten aan hoef te lopen. Dat ik meer vaste lasten moet gaan betalen en minder te besteden heb en daarin ook minder te besteden heb aan het soms uitgaan met vriendinnen bijvoorbeeld. Of wel dat kopje koffie op een terras mee kunnen drinken. “

“De grootste verandering is simpelweg dat het een hoop zorgen wegneemt omdat ik me geen zorgen meer hoef te maken over kleding en kleine huishoudelijke spulletjes, die gewoon bij de kringloop te halen zijn.”

De pilot draagt bij aan de kwaliteit van leven van inwoners, zowel door het verminderen van financiële stress als door het creëren van nieuwe kansen in werk en sociale activiteiten. Dit benadrukt het belang van armoedebeleid dat niet alleen kijkt naar financiële ondersteuning, maar ook naar welzijn en maatschappelijke participatie.

Vrijwilligerswerk Vrijwilligerswerk speelt voor meerdere inwoners een belangrijke rol. Het biedt hun een kans om bij te dragen aan de samenleving en een zinvolle dagbesteding te hebben.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

40

5.6 Obstakels in het dagelijkse leven De verhalen laten zien dat inwoners die financiële ondersteuning ontvangen via de DijkenwaardPas en premies nog steeds te maken hebben met structurele obstakels in hun dagelijks leven. Deze obstakels maken het moeilijk om financieel en sociaal stabiel te blijven. De meest genoemde problemen zijn gezondheidsklachten, hoge kosten van levensonderhoud, gedwongen keuzes door beperkte middelen, alleenstaand ouderschap en sociale uitsluiting of eenzaamheid. Daarnaast komen er ook minder vaak genoemde obstakels naar voren die mogelijk breder spelen onder inwoners.

Inwoners tot bewuste keuzes, bijvoorbeeld tussen noodzakelijke aankopen en sociale activiteiten. Inwoners geven aan dat zij regelmatig moeten afzien van ontspanning of deelname aan de maatschappij omdat de financiële ruimte ontbreekt.

Gezondheid als grootste obstakel Veel inwoners ervaren fysieke of mentale gezondheidsproblemen die hun dagelijks functioneren beïnvloeden. Dit maakt het lastiger om werk te behouden of sociale activiteiten te ondernemen. Chronische aandoeningen, beperkingen en psychische klachten zorgen ervoor dat mensen minder zelfredzaam zijn en vaak extra zorgkosten hebben.

Alleenstaand ouderschap en sociale uitsluiting Alleenstaande ouders benoemen hoe lastig het is om financieel rond te komen en tegelijkertijd de zorg voor hun kinderen te dragen. Ze hebben vaak minder tijd om te werken en ervaren een verhoogde druk om financieel stabiel te blijven. Daarnaast voelen sommige inwoners zich sociaal uitgesloten of eenzaam. Zij geven aan dat ze niet met vrienden of familie kunnen meedoen aan activiteiten, wat kan leiden tot gevoelens van schaamte of isolatie.

“Voor mensen met een laag inkomen en met weinig bestedingsmogelijkheden is het lastig om mee te doen met sociale activiteiten in de maatschappij, zo ook voor mij. Even gaan bowlen, met de kinderen naar een speelpark, zwembad of naar sportactiviteiten zijn die momenten waar je eigenlijk niet over na zou moeten denken, helemaal als het kinderen betreft.”

“Achteruitgang van mijn gezondheid is chronisch, bewegen zonder belasten heel belangrijk, bv. Hometrainers zijn erg duur, door de DijkenWaardpas heb ik een 2e hands zitfiets bij Rataplan kunnen aanschaffen, heel blij mee!”

Hoge kosten levensonderhoud en financiële afwegingen Een ander veelvoorkomend obstakel is de hoge kosten van levensonderhoud. Basisvoorzieningen zoals huur, energie, voeding en verzekeringen nemen een groot deel van het budget in beslag, waardoor er weinig overblijft voor andere uitgaven. Dit dwingt

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

“De kaart is zo belangrijk. Mensen die in 'armoede' leven worden vaak ook door de buitenwereld uitgesloten. Niet altijd bewust of bedoeld, maar het gebeurt wel. Dan kom ik weer op de prijzen van activiteiten: van muziekles, workshop, reanimatiecursus of een bioscoop of sportclub is voor veel mensen waaronder ik zelf niet weggelegd, terwijl het heel fijn is om in bijzijn van anderen te zijn en samen met andere mensen iets te ondernemen. Maar als je het in je eentje al niet kunt betalen, sluit je ook niet aan.”

41

Signalen die mogelijk breder spelen Naast de meest genoemde obstakels zijn er ook minder vaak benoemde, maar niet minder belangrijke signalen. Zo geven sommige inwoners aan te worstelen met stigmatisering en schaamte, waardoor ze minder snel hulp zoeken of gebruik maken van beschikbare regelingen. Ook integratie en taalbarrières komen naar voren, vooral onder inwoners met een migratieachtergrond, die aangeven moeite te hebben met het vinden van passend werk of sociale aansluiting. Hoewel deze signalen minder vaak worden genoemd, kunnen ze indicatief zijn voor bredere problemen die niet altijd expliciet benoemd worden. In hoofdstuk 6.5 gaan we dieper in op de signalen van schaamte en stigmatisering.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

42

5.7 Suggesties voor gemeenten Waar komen de suggesties vandaan? De meeste suggesties van inwoners zijn afkomstig uit de ruimte die zij krijgen om na de vragenlijst opmerkingen of aanvullingen te geven. Dit gaf hun de mogelijkheid om thema’s aan te kaarten die niet direct via de vragenlijst aan bod kwamen. De verhalen laten zien dat inwoners niet alleen reageren op hun eigen situatie, maar ook bredere beleidsmatige knelpunten signaleren en concrete verbeterpunten aandragen. Waar bestaan de suggesties uit? De suggesties variëren sterk, maar richten zich vaak op praktische verbeteringen en uitbreidingen van de DijkenwaardPas. Veel inwoners geven aan dat het bedrag op de pas niet toereikend is om volledig deel te nemen aan sociale en culturele activiteiten. Daarnaast wordt gesuggereerd om de acceptatieplekken van de pas uit te breiden, zodat deze op meer locaties gebruikt kan worden. Naast financiële aspecten benoemen inwoners ook bredere thema’s, zoals de wens voor meer persoonlijke begeleiding bij financiële problemen en aanvullende ondersteuning op het gebied van gezondheid en welzijn. Sommige inwoners geven aan dat er meer aandacht moet komen voor de toegankelijkheid van gemeentelijke regelingen, omdat niet iedereen weet welke ondersteuning beschikbaar is of hoe deze aangevraagd kan worden.

De suggesties laten zien dat inwoners graag actief meedenken over het armoedebeleid en concrete verbeteringen aandragen. Dit benadrukt het belang van een toegankelijk en flexibel beleid dat aansluit bij de behoeften van inwoners. Het biedt de gemeente waardevolle inzichten om de DijkenwaardPas en andere ondersteuningsmaatregelen beter af te stemmen op de praktijk. "Er zijn steeds meer inwoners, die net buiten de regeling en pas vallen, terwijl deze groep het in verhouding veel moeilijk heeft om rond te komen, mede omdat ze nergens voor in aanmerking komen (de zgn. verborgen armoede) ...misschien tijd om hier na te kijken.” “Ik ben van mening dat het bedrag veel te weinig is om daadwerkelijk 'gelijke' verdeeldheid te krijgen op de gebieden die aangeboden worden.” “De Dijk en Waard Pas uitbreiden met de mogelijkheid tot betalen van een dierenartsrekening (net zoals in Alkmaar mogelijk is) zou geweldig helpen.” “Vindt alleen jammer dat als je naar de bioscoop wilt niet online kan reserveren met de pas.” “Mijn vrijheid is mijn auto en dat wordt dan onmogelijk gemaakt voor mensen met een laag inkomen.

Beter is het als jullie de Rivierenwijk uit de parkeervergunning schrappen, hier wonen voornamelijk mensen met een laag inkomen, dit levert nog meer zorgen op boven op de zorgen die er al bestaan om rond te kunnen komen.” “Graag zou het fijn zijn als er een duidelijk overzicht per brief of anders in het weekblad of per radio wordt verteld waar de pas te besteden valt.”

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

43

Verdiepende analyses

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

44

6 Verdiepende analyses 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk presenteren we de meest relevante verdiepende analyses die bijdragen aan de beantwoording van de onderzoeksvragen. We richten ons daarbij op drie kernpunten: 1. Vervolgvragen uit de tussenevaluatie, zoals welke doelgroepen de meeste financiële en sociale zorgen ervaren en in hoeverre de voorzieningen van de stadspas aansluiten bij de behoeften van inwoners. 2. Context en diepgang, om beter te begrijpen hoe de leefsituatie en ervaren bestaansonzekerheid van deelnemers eruitziet. 3. Zwakke signalen en bijzondere situaties, waarin we schrijnende of minder zichtbare ervaringen uit verhalen en data belichten. Deze verdiepende analyses worden verder uitgewerkt aan de hand van een aantal kernonderwerpen die centraal staan in de ervaringen van deelnemers: • •

Ervaren inkomen: hoe inwoners hun financiële situatie beleven en waar de grootste knelpunten zitten. Bestedingsbehoefte DijkenwaardPas: de behoefte van inwoners aan meer flexibiliteit in bestedingsmogelijkheden.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

• • • • • • •

Ervaringen met de uitstroom- en vrijwilligerspremie: welke impact deze premies hebben gehad en hoe deelnemers deze hebben ingezet. Schaamte en stigmatisering: hoe gevoelens van schaamte en het oordeel van anderen invloed hebben op het dagelijks leven. Leefsituatie van alleenstaande moeders: de specifieke uitdagingen van deze groep en hoe zij de pilot ervaren. Uitzonderlijke leefsituaties: bijzondere en schrijnende verhalen die inzicht geven in minder zichtbare problematiek. De diepe lagen van armoede: de structurele en psychologische effecten van langdurige financiële onzekerheid. Veerkracht en positieve levenshouding: hoe inwoners ondanks financiële beperkingen manieren vinden om hun leven vorm te geven. Bereidwilligheid om mee te denken: 45 van de 125 deelnemers hebben zich aangemeld om mee te denken over het armoedebeleid van de gemeente. Dit laat zien dat veel inwoners zich betrokken voelen bij verbeteringen en ideeën willen aandragen voor effectievere ondersteuning.

45

6.2 Ervaren inkomen Figuur 17 laat zien dat 84 procent van de deelnemers onvoldoende inkomen ervaart om sociaal actief te zijn, zoals deelname aan sport, cultuur of andere sociale activiteiten. Voor 69 procent van hen is dit al langer dan drie jaar het geval, wat wijst op een structureel probleem. Tegelijkertijd blijkt uit de grafieken dat 75 procent van de deelnemers momenteel schuldenvrij is. Deze resultaten laten een belangrijke tweedeling in financiële gezondheid zien. Enerzijds lukt het de meeste deelnemers om schuldenvrij te blijven, wat erop wijst dat zij zeer bewust omgaan met hun financiële situatie en zich aanpassen aan hun beperkte middelen. Anderzijds betekent dit niet dat ze financieel gezond zijn: een groot deel ervaart structureel een te laag inkomen, waardoor zij niet volwaardig kunnen meedoen aan de samenleving. Uit de verhalen van inwoners die aangeven onvoldoende inkomen te hebben om sociaal actief te zijn, komen meerdere terugkerende patronen naar voren: Structurele financiële beperkingen beïnvloeden sociale participatie Veel inwoners hebben net genoeg om hun vaste lasten te betalen, maar missen financiële ruimte voor sociale activiteiten zoals sport, cursussen, of simpelweg een terrasje pakken met vrienden.

Het gebrek aan financiële ruimte leidt ertoe dat inwoners regelmatig afhaken bij sociale activiteiten, wat gevoelens van isolatie en eenzaamheid versterkt. Zorgvuldige financiële planning en noodgedwongen zuinigheid Inwoners geven aan dat ze extreem bewust omgaan met hun uitgaven en altijd vooruit moeten plannen om financiële tegenvallers op te vangen. Veel van hen hebben geleerd om met weinig rond te komen, maar benoemen ook de constante stress die dit met zich meebrengt. Grote invloed van gezondheidsproblemen en fysieke beperkingen Een aanzienlijk deel van de inwoners leeft met een chronische ziekte, beperking of psychische klachten, waardoor werken geen optie is en ze afhankelijk zijn van een uitkering. De combinatie van een laag inkomen en hoge zorgkosten (zoals medicatie, therapieën, of hulpmiddelen) vergroot de financiële druk. Armoede gaat verder dan geld: impact op eigenwaarde en welzijn Meerdere inwoners geven aan zich minderwaardig te voelen doordat ze financieel niet kunnen meedoen. Ze vergelijken hun situatie vaak met vrienden of familieleden die het beter hebben. Er is schaamte rondom financiële beperkingen, vooral als het gaat om hulp vragen of gebruik maken van armoederegelingen.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

46

Beperkte toegang tot mogelijkheden en regelingen Hoewel de Dijk en Waard Pas helpt, ervaren inwoners beperkingen in de bestedingsmogelijkheden. Veel deelnemers zouden graag zien dat de pas breder inzetbaar is, bijvoorbeeld voor boodschappen of openbaar vervoer. Er is frustratie over bureaucratische processen rondom armoederegelingen, zoals herhaaldelijk moeten uitleggen waarom ze in aanmerking komen voor een bepaalde ondersteuning. Dit wordt als ontmoedigend en soms vernederend ervaren. Veerkracht en creativiteit ondanks beperkte middelen Ondanks de moeilijke situatie geven veel inwoners aan dat ze zich proberen te redden en creatieve manieren vinden om met hun beperkingen om te gaan. Ze waarderen de kleine dingen in het leven, zoals het kunnen kopen van een tweedehands meubelstuk of een bioscoopbezoek via de DijkenwaardPas.

“Ik woon met mijn man en we hebben twee kinderen. Het was voor mij moeilijk om mijn kinderen in te schrijven voor sportactiviteiten. Want het is te duur vergeleken met ons inkomen.” “Ik krijg momenteel een bijstandsuitkering via Zaffier, maar op mijn pas staat 85 euro daar doe ik alleen mee, dingen halen bij rataplan of ik gebruik hem bij de kledingbank via de voedselbank. Om er echt mee te gaan sporten of zwemmen is niet haalbaar met het tegoed op de pas.” “Ik ben afgekeurd na 2 beroertes, en heb al jaren een WAO-uitkering. Mijzelf verzorgen enzo gaat nog wel, maar mijn WAO is op het bestaansminimum. Daarnaast heb ik COPD door het roken, al ben ik al jaren gestopt, ik ga wat dat betreft achteruit. Ik loop tegen de dagelijkse kosten van voeding aan, eten is stervensuur, de hvc, verplicht, gebruik ik amper, 80% van wat ik moet betalen zijn kosten en belasting, ik ben heel zuinig, maar vind dit zo oneerlijk. Ik durf ondertussen de kachel niet aan te zetten, dan worden de kosten nog hoger. Douchen doe ik hooguit 2 x per week, ook vanwege de hvc.”

Het armoedebeleid lijkt op korte termijn enige verlichting te bieden, maar lost de fundamentele uitdagingen rondom bestaanszekerheid niet op. Deelnemers weten vaak goed rond te komen en hebben weinig schulden, maar dit gaat ten koste van sociale participatie en kwaliteit van leven. Dit bevestigt het beeld dat armoede niet alleen gaat over schulden of acute geldproblemen, maar vooral over een langdurig tekort aan financiële ruimte om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

47

Figuur 17- ervaren inkomen en betalingsachterstanden

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

48

6.3 Bestedingsbehoefte DijkenwaardPas “In Alkmaar krijg je 200 euro meer!!! en kan je het ook bij rataplan uitgeven. Wat moet ik met dansen of ballet? Vaak verloopt mijn tegoed omdat ik het niet kan besteden.” “Mijn situatie is dat ik veel thuis ben. Dit i.v.m. een spierziekte MG. De dijk en waardpas is fijn, maar erg weinig bestedingsruimte 80,- in vergelijking met jongeren die hebben veel meer te besteden.” “Waar ik tegen aanloop is dat sporten goed is voor mijn gezondheid maar vaak gewoon te veel kost en niet te betalen eigenlijk met alleen de dijk en waard pas. Wat ik ook jammer vind is dat je niet de mogelijkheden hebt om het resterende te goed mee te nemen naar het jaar daarop. Ik vind het ook jammer dat je dus wel naar bepaalde gelegenheden kan zoals bowlen, de bioscoop maar dat het eten en drinken huur niet meebetaald kan worden en zo zijn er nog veel meer dingen die eigenlijk anders en beter kunnen.” Figuur 18- percentage inwoners die aangeven dat bestedingsmogelijkheden DijkenwaardPas niet aansluiten bij wat zij graag willen

Uit de eindevaluatie blijkt dat de DijkenwaardPas voor veel deelnemers een waardevolle ondersteuning biedt, maar dat de bestedingsmogelijkheden niet altijd aansluiten op hun behoeften. Figuur 18 laat zien dat 57 procent van de deelnemers aangeeft dat de plekken waar de pas gebruikt kan worden niet passen bij wat zij graag zouden willen. Uit de verhalen van deze inwoners komen verschillende knelpunten en wensen naar voren, die samenhangen met de flexibiliteit van de pas, het budget, het aanbod voor kinderen en jongeren, en de sociale functie van bestedingsmogelijkheden.

Flexibiliteit in bestedingsmogelijkheden Een veelgenoemde wens is om de pas in te kunnen zetten voor een breder scala aan uitgaven. Inwoners benoemen dat zij de pas graag zouden kunnen gebruiken voor:

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

• • • •

Supermarktuitgaven zoals voedingsmiddelen en dagelijkse boodschappen. Fysiotherapie, wellness en yoga als manieren om aan hun gezondheid en ontspanning te werken. Hobbybenodigdheden en cursussen om zich verder te ontwikkelen. Talencursussen en alternatieve sportactiviteiten zoals dansen of zwemmen.

49

Daarnaast wordt aangegeven dat niet alle lokale ondernemers de pas accepteren. Zo wordt genoemd dat kringloopwinkels zoals Dorcas niet zijn aangesloten en dat sommige lokale ondernemers, zoals kerstbomenverkopers, niet meedoen. Ook de afwezigheid van grotere sportscholen zoals Basic-Fit wordt als een gemis ervaren. Te klein budget voor sommige uitgaven Veel deelnemers geven aan dat het beschikbare bedrag op de pas te beperkt is voor bepaalde uitgaven. Specifiek wordt genoemd: • • •

Cursussen of lidmaatschappen, zoals schilderlessen, sportclubs en theaterlessen, zijn vaak te duur voor het huidige tegoed. Culturele activiteiten zoals voorstellingen in Cool zijn vaak buiten bereik vanwege de prijs. Voor grote gezinnen of inwoners die de pas intensief gebruiken, raakt het tegoed snel op, waardoor ze alsnog beperkt worden in hun deelname aan activiteiten.

Beperkingen in aanbod voor kinderen en jongeren Een aantal deelnemers wijst op het beperkte aanbod voor kinderen en jongeren. Zij geven aan dat: • •

Extra activiteiten op school, zoals excursies of meerdaagse schoolreizen, niet met de pas kunnen worden betaald. Kinderen soms niet kunnen deelnemen aan sportactiviteiten of culturele uitjes die zij graag zouden doen.

•

Er behoefte is aan extra mogelijkheden om kinderen en jongeren te ondersteunen met de pas.

Beperkte onlinemogelijkheden Een praktische beperking die regelmatig wordt genoemd, is dat de pas niet altijd te gebruiken is voor online aankopen of reserveringen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het vooraf bestellen van bioscoopkaartjes. Dit belemmert de toegankelijkheid en zorgt voor ongemak bij gebruikers. Sociale behoeften Naast de financiële en praktische aspecten van de pas, benoemen inwoners ook het belang van sociale ontmoetingsplekken. Voor sommigen is de kledingbank niet alleen een plek om kleding te halen, maar ook een sociale ontmoetingsplek. Het sluiten van deze voorziening wordt door verschillende deelnemers als een groot gemis ervaren. Ook wordt de wens uitgesproken voor meer laagdrempelige plekken waar mensen met een laag inkomen elkaar kunnen ontmoeten en sociale activiteiten kunnen ondernemen. Vergelijking met andere gemeenten Tot slot geven sommige deelnemers aan dat zij zich benadeeld voelen in vergelijking met inwoners van andere gemeenten, zoals Alkmaar. Zij ervaren dat het budget daar hoger is en dat de bestedingsmogelijkheden ruimer zijn. Dit leidt tot een gevoel van ongelijkheid en roept de vraag op of er meer maatwerk mogelijk is in het armoedebeleid van Dijk en Waard.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

50

6.4 Ervaringen met uitstroom- en vrijwilligerspremie De verhalen van inwoners die een uitstroom- of vrijwilligerspremie hebben ontvangen, laten zien hoe mensen door uiteenlopende omstandigheden in de bijstand terecht zijn gekomen. Chronische ziekte, fysieke en psychische beperkingen, verlies van naasten, een scheiding met kinderen of het moeten vluchten uit hun thuisland zijn veelvoorkomende achtergronden. Voor nieuwkomers speelt daarnaast het ontbreken van een sociaal netwerk en moeite met de Nederlandse taal en cultuur een rol.

Een realistische maar tevreden levenshouding De meeste deelnemers geven aan tevreden te zijn met hun leven. Hoewel ze hun situatie liever ruimer zouden zien of minder afhankelijk waren van hun gezondheid, accepteren ze hoe het is en kijken ze open naar de toekomst. Dit betekent niet dat het leven geen worsteling is. Financiële krapte blijft een constante zorg en de onzekerheid over onverwachte uitgaven kan stress veroorzaken. “Wat ik heel lastig vind zijn de feestdagen. Om cadeautjes te kopen voor de kinderen, de kleinkinderen. Ik doe dat eigenlijk al het hele jaar. Als ik wat leuks zie en ik kan het kopen, dan doe ik het alvast. Allemaal kleine dingetjes. Dat zijn de dingen waar ik tegenaan loop. Maar ik ben heel creatief geworden, dus ik koop mijn kleding bij de Kledingbank. Natuurlijk koop ik wel eens wat nieuws. Ondergoed ga je niet tweedehands kopen.”

“Ik ben zelf ooit getest. Ik heb een vrij laag IQ en daarmee merk ik in de maatschappij dat je een stukje duidelijkheid, met bepaalde taken of wat mensen van je willen -dat kan ook in mijn sociale leven zijn - dat ik daar tegenaan loop. Ik maak ook altijd heel veel notities om de dingen goed te begrijpen. Wat willen mensen van mij gedaan hebben? En het gaat goed op werk, maar ik merk wel dat die 24 uur is voor mij ook max. Want als je veel moet nadenken om het allemaal te begrijpen, kost het ook best wel wat energie.”

Wat opvalt, is dat veruit de meeste deelnemers geen schulden hebben. Dit wijst erop dat veel mensen erin slagen om, ondanks hun beperkte financiële middelen, hun uitgaven onder controle te houden. Dit lukt door bewust met geld om te gaan en creatief te zijn in het ‘aan elkaar knopen van de eindjes’. Een regelmatig terugkerende opmerking is: "Het is niet veel geld in de bijstand, maar ik red mij ermee omdat ik het hele jaar goed oplet." Dit toont een grote mate van veerkracht en financiële discipline onder de deelnemers.

“Het leven is met een bijstandsuitkering niet makkelijk. Alles wordt duurder, dus je moet echt uitkijken wat je doet. Dat maakt me soms wel eens somber, want ik zou ook wel eens willen zeggen van: ik ga een dag weg. Dat kan niet en als je dat wilt, dan moet je dat plannen en dan moet je écht sparen. Maar ik denk altijd: er zijn mensen die het nog slechter hebben. Dan krijg ik weer een smile op mijn gezicht. Want ik heb er mee te maken bij de Voedselbank en de Kledingbank.”

De premie als onverwachte en waardevolle steun Vrijwel alle deelnemers waren niet vooraf op de hoogte dat ze recht hadden op een premie of dat ze deze zouden krijgen. Het contact met de gemeente hierover werd overwegend als positief ervaren: deelnemers werden actief op hun recht geattendeerd en het bedrag werd snel op hun rekening gestort. De hoogte van de premie kwam voor bijna iedereen als een verrassing. Eén deelnemer gaf zelfs aan zich enigszins bezwaard te voelen om het

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

51

• •

geld aan te nemen, omdat vrijwilligerswerk in haar ogen een onbetaalde bijdrage hoort te zijn.

•

“Deze premie is heel belangrijk voor me, omdat je eigenlijk van een bijstandsuitkering bijna niet rond kan komen. Ik rij zeventig kilometer iedere keer op en neer naar mijn vrijwilligerswerk. En dat geld kan ik dus goed gebruiken voor brandstof en onderhoud van de auto. En ook nog eens een keer een extra boodschapje doen.”

• •

“Heel dubbel. Aan de ene kant heb ik zoiets van: waarvoor moet ik dit krijgen? Ik doe vrijwilligerswerk, ik vind het leuk, ik doe het voor de mensen waar ik mee in aanraking kom. En dat vind ik al heel wat met dank je wel. Moet ik dan nog een keer beloond worden? Dus dat was voor mij heel dubbel.” “Ik werkte veel, dus ik had dat niet zien aankomen. Dat was een beetje een verrassing. Dus ik dacht: mooi, extra spaarcentjes dus. Op die manier dacht ik van: zo zet ik het aan de kant en dan... Want dat was het dus, het was een verrassing eigenlijk. Ik ben niet zoals de meeste mensen van mijn leeftijd die dan een gezin hebben of kinderen die dat dan echt goed kunnen gebruiken. Maar ik denk dat... Op dat moment was ik nog aan het bouwen, omdat ik net uit die uitstroom was. En ik was nog net aan het werk. Dus is dat spaarcentje op zak hebben, is dan wel handig. En ik had het ook niet verwacht. Dat was gewoon uit het niets. Ineens kreeg ik bericht. En eerst dacht ik, ik vond het een beetje gek en toen dacht ik: o, oké, nu, mooi meegenomen. Maar ik voelde me eigenlijk ook een beetje bezwaard dat ik het kreeg, want het was best wel veel geld ineens.”

Een investering in levenskwaliteit en zekerheid De premie werd op verschillende manieren besteed, maar altijd met het doel om het leven een beetje aangenamer en duurzamer te maken. Veelvoorkomende bestedingen waren:

•

Kinderen iets geven wat eerder niet mogelijk was. Het huis opknappen, waardoor de woonkwaliteit en het dagelijks comfort verbeterden. Reiskosten dekken, zoals brandstof of een fiets om kinderen te bezoeken of vrijwilligerswerk te doen. Gezondheid en welzijn, bijvoorbeeld door (alternatieve) medicatie aan te schaffen die anders onbetaalbaar was. Duurzame aankopen, zoals een nieuwe wasmachine of huishoudelijke apparaten die hielpen om de energierekening te verlagen. Een deel opzijzetten, zodat er een financiële buffer ontstond voor onverwachte uitgaven.

De premie gaf niet alleen materiële verlichting, maar ook een diepgaand gevoel van zekerheid, vrijheid en ontspanning. Het zorgde voor ruimte in het financiële bestaan, wat anders altijd strak gepland en beperkt was. Voor sommigen betekende dit ook een stukje erkenning: deelnemers aan vrijwilligerswerk voelden zich eindelijk gewaardeerd voor de bijdrage die ze leveren aan de samenleving. De verhalen laten zien dat de uitstroom- en vrijwilligerspremie een grote impact heeft gehad op de deelnemers. Niet alleen door de financiële ruimte die het bood, maar ook door het gevoel van erkenning en de mogelijkheid om hun kwaliteit van leven te verbeteren. De verrassing over het bestaan en de hoogte van de premie benadrukt het belang van actieve communicatie vanuit de gemeente, zodat meer inwoners op tijd op de hoogte zijn van dit soort ondersteuning.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

52

6.5 Schaamte en stigmatisering Hoewel slechts een klein deel van de deelnemers (ongeveer 10 procent) expliciet aangeeft gevoelens van schaamte of stigmatisering te ervaren, laten de verhalen zien dat dit thema dieper geworteld kan zijn dan op het eerste gezicht lijkt. Schaamte over financiële ondersteuning en de manier waarop deze geregeld is, speelt voor sommige deelnemers een rol in hun dagelijkse leven. Dit belemmert niet alleen het gebruik van voorzieningen zoals de DijkenwaardPas, maar kan er ook toe leiden dat mensen afzien van hulp waar ze recht op hebben. Het ‘bedel-verhaal’ telkens opnieuw moeten vertellen Een veelgehoorde frustratie is de noodzaak om jaarlijks opnieuw het eigen verhaal te moeten vertellen om in aanmerking te komen voor voorzieningen. In plaats van een eenmalige erkenning van hun situatie, voelen inwoners zich gedwongen om keer op keer hun financiële beperkingen te rechtvaardigen. Dit wordt door sommigen als vernederend ervaren: "Hoeven wij ook niet ins 'bedel-verhaal' weer te vertellen. Want ZO VOELT HET! En das jammer en soms vernederd." Dit laat zien dat de aanvraagprocedures niet alleen praktisch belastend zijn, maar ook emotioneel zwaar kunnen wegen. Herkenbaarheid en zichtbaarheid van armoede Sommige inwoners voelen zich zichtbaar als ‘hulpbehoevend’ wanneer ze de DijkenwaardPas gebruiken.

In een sociale activiteit, zoals een bioscoopbezoek, kan dit gevoelens van schaamte oproepen:

"Ik vind het wel een klein probleem om bv bij de bioscoop met de pas te moeten betalen....weer een arm sloebertje denk ik dan naar weer." Dit impliceert dat, zelfs wanneer financiële ondersteuning beschikbaar is, sociale stigma’s rondom armoede blijven bestaan en invloed hebben op het gevoel van eigenwaarde. Vooroordelen en sociale druk vanuit de omgeving Niet alleen het eigen gevoel speelt een rol, maar ook hoe anderen naar hen kijken. Een deelnemer geeft aan bedreigd te zijn vanwege zijn uitkering: "Ik ben laatst ook nog bedreigd geweest vanwege mijn uitkering. Omdat diegene gewoon werkt voor zijn geld." Dit illustreert hoe diepgewortelde opvattingen over ‘verdienen’ en ‘hulp ontvangen’ tot sociale spanningen kunnen leiden. Het wij-zij denken, waarbij mensen met een uitkering worden gezien als profiteurs, kan bijdragen aan een gevoel van sociale uitsluiting en zelfs onveiligheid. Niet weten waar je terecht kunt en de drempel om hulp te vragen Het gebrek aan kennis over regelingen en de drempel om hulp te vragen vormen een barrière voor sommige inwoners. Dit kan ook te maken hebben met schaamte over het feit dat ze hulp nodig hebben: "Er is nog steeds veel schaamte op het gebied van armoede, bijstand, uitkering en noem maar op." Hierdoor blijven sommige inwoners verstoken van de hulp die hen zou kunnen ondersteunen.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

53

De impact van negatieve ervaringen bij ondernemers Wanneer inwoners negatieve ervaringen hebben met het gebruik van de pas, versterkt dat hun gevoel van schaamte. Onwetendheid of foutieve informatie bij ondernemers kan ertoe leiden dat inwoners zich ongemakkelijk voelen of zelfs als ‘lastig’ worden ervaren: "Dan schaam ik me een beetje en voel me lastig. Sorry." Het feit dat iemand zich excuseert voor iets wat buiten zijn of haar controle ligt, laat zien hoe diep gevoelens van schaamte kunnen zitten.

• •

Bewustwording bij ondernemers en publieke instellingen over hoe zij bijdragen aan een stigma-vrije ervaring voor inwoners. Maatschappelijke bewustwording over de diversiteit van armoede en het bestrijden van het idee dat financiële steun gelijkstaat aan ‘mislukken’.

Een onzichtbaar maar impactvol thema Hoewel schaamte en stigmatisering niet door de meerderheid van de deelnemers expliciet wordt benoemd, betekent dit niet dat het thema niet breed leeft. Schaamte is bij uitstek een emotie die niet makkelijk gedeeld wordt, vooral als het gaat om financiële problemen. De verhalen suggereren dat dit voor veel mensen een sluimerend thema is: aanwezig, maar niet altijd uitgesproken. Dit betekent dat armoedebeleid niet alleen gericht moet zijn op materiële ondersteuning, maar ook op het verminderen van sociale stigma’s en het toegankelijker en menselijker maken van de procedures rondom voorzieningen. Mogelijke aanknopingspunten voor beleid zijn: • •

Lagere drempels voor aanvragen, bijvoorbeeld door herhaalde toelichting te vermijden en dossiers beter te benutten. Meer discretie bij het gebruik van de pas, bijvoorbeeld door deze breder inzetbaar te maken of minder zichtbaar als ‘hulpvoorziening’.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

54

6.6 Leefsituatie alleenstaande moeders Inleiding Uit de verhalen in de tussenevaluatie kwam naar voren dat alleenstaande moeders een belangrijke groep vormen binnen de doelgroep van de pilot. Zij ervaren bovengemiddeld vaak financiële stress en beperkte mogelijkheden om sociaal en economisch volwaardig mee te doen. In eindevaluatie zijn alleenstaande moeders onder de deelnemers ook kwantitatief in beeld gebracht. In totaal is 20 procent van de deelnemers aan de eindevaluatie een alleenstaande moeder (Figuur 19). Van alle vrouwen die hebben deelgenomen, is dit zelfs 29 procent. De meeste alleenstaande moeders (60 procent) zijn tussen de 28 en 45 jaar, terwijl 36 procent tussen de 46 en 67 jaar oud is (Figuur 20). Ook blijkt dat 60 procent van hen van Nederlandse afkomst is (Figuur 21). Qua inkomen heeft 40 procent een baan of bijbaan, terwijl 36 procent (ook) leeft van een bijstandsuitkering (Figuur 22). Deze cijfers benadrukken hoe divers de groep is, maar ook hoe kwetsbaar alleenstaande moeders zijn als het gaat om financiële zekerheid en sociale deelname. De combinatie van een laag inkomen, hoge kosten en beperkte toeslagen zorgt ervoor dat veel alleenstaande moeders structureel te weinig budget hebben. Daarnaast ervaren zij minder gelijke kansen en voelen ze zich onvoldoende verbonden met andere inwoners (Figuur 23).

Dit hoofdstuk gaat dieper in op de belangrijkste knelpunten en behoeften van alleenstaande moeders.

Figuur 19- huishoudsamenstelling naar gender

Figuur 20- leeftijden naar eenoudergezin en vrouwen

Figuur 21- etniciteit naar eenoudergezin en vrouwen

Figuur 22- inkomensbron naar eenoudergezin en vrouwen

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

55

Impact: • Moeite met het betalen van vaste lasten, zoals huur en energiekosten. • Beperkte toegang tot gezonde voeding, schoolspullen en sportkleding voor kinderen. • Langdurige stress over geldzaken, met negatieve invloed op welzijn en mentale gezondheid. Beperkte mogelijkheden voor kinderen Veel moeders zien het belang van sport en culturele activiteiten voor hun kinderen, maar geven aan dat deze vaak te duur zijn. Daarnaast ervaren zij schaamte en een drempel bij het aanvragen van hulp via regelingen zoals het Jeugdfonds Sport & Cultuur. “Mijn kinderen kunnen niet de sporten en hobby's doen die zij leuk vinden of nodig hebben, zoals zwemles.”

Figuur 23- percentage alleenstaande ouders die geen gelijke kansen ervaren

Financiële stress en tekorten Veel alleenstaande moeders geven aan dat ze structureel te weinig geld hebben. De combinatie van lage uitkeringen, hoge kosten en beperkte toeslagen zorgt voor voortdurende stress. Vooral bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar door hun kinderen vallen toeslagen weg, wat het financiële gat vergroot. Ook vallen sommige moeders net buiten bepaalde regelingen, waardoor ze geen toegang hebben tot noodfondsen.

Impact: • Kinderen kunnen minder vaak deelnemen aan sport, cultuur en sociale activiteiten. • Sociaal isolement van kinderen doordat zij minder mee kunnen doen met leeftijdsgenoten. • Ouders ervaren een gevoel van onmacht en frustratie over het gebrek aan kansen voor hun kinderen.

“Mijn inkomen is ‘te hoog’ voor de voedselbank, maar toch altijd geld te kort aan het einde van de maand.”

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

56

Gezondheid en beperkte mobiliteit Chronische ziekten, lichamelijke beperkingen en psychische klachten maken het voor sommige moeders moeilijk om te werken of activiteiten te ondernemen. Hoewel beweging en ontspanning belangrijk zijn, zijn sportscholen, hulpmiddelen en reiskosten vaak te duur. “Sport is bewezen goed tegen depressie, maar een jaar lang zwemmen kan ik niet betalen.”

Impact: • Fysieke en mentale achteruitgang door gebrek aan beweging. • Minder veerkracht om dagelijkse uitdagingen aan te kunnen. • Groter risico op sociaal isolement. Gebrek aan ontspanning en persoonlijke ruimte Veel moeders geven aan dat zij nauwelijks tijd of budget hebben voor ontspanning. De zorg voor hun kinderen staat op de eerste plaats, waardoor er weinig ruimte is voor zelfzorg. “Ik mis momenten van ontspanning, zoals een bezoek aan de sauna, wat ik me niet kan veroorloven.”

Onvoldoende maatwerk in ondersteuning Hoewel initiatieven zoals de DijkenwaardPas waardevol zijn, sluiten ze niet altijd aan bij de behoeften van alleenstaande moeders. De bestedingsruimte is beperkt en er is weinig flexibiliteit in hoe het budget besteed kan worden. Specifieke behoeften: • Meer bestedingsruimte voor voeding, sport, zwemlessen en schoolbenodigdheden. • Minder belastende aanvraagprocedures voor fondsen en ondersteuning. • Meer maatwerk om individuele situaties beter te ondersteunen. Ervaren ongelijkheid en sociaal isolement Uit blijkt dat 80 procent van de alleenstaande moeders een gebrek aan eerlijke verdeling van welvaart ervaart (Figuur 24). Dit wijst op structurele ongelijkheid en financiële kwetsbaarheid. Daarnaast voelt 76 procent (Figuur 25) zich onvoldoende verbonden met andere inwoners, wat sociaal isolement benadrukt. Positief signaal: Ondanks deze uitdagingen geeft 56 procent van de alleenstaande moeders aan meer vertrouwen te hebben in de gemeente door de pilot. Dit biedt een belangrijke basis voor verdere verbetering van de leefsituatie.

Impact: • Oplopende stress en uitputting. • Minder draagkracht om met financiële en emotionele uitdagingen om te gaan. • Toename van gevoelens van isolatie en overbelasting.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

57

Wat helpt alleenstaande moeders? Ondanks de uitdagingen zijn er verschillende factoren die alleenstaande moeders ondersteunen:

Figuur 24- Eerlijke verdeling van welvaart ervaren door alleenstaande ouders (groen)

1. DijkenWaard pas: Biedt toegang tot zwemmen, kringloopwinkels en culturele activiteiten, waardoor kinderen en moeders toch aan sociale activiteiten kunnen deelnemen. 2. Toegang tot regelingen en fondsen: Het Jeugdfonds Sport & Cultuur en initiatieven zoals stichting TAS maken het mogelijk voor kinderen om te sporten en aan activiteiten mee te doen. 3. Sociale netwerken: Vriendinnen, vrijwilligersorganisaties en scholen vormen vaak een belangrijk vangnet. 4. Kringloopwinkels en tweedehands mogelijkheden: Dit biedt een betaalbare optie voor kleding, meubels en benodigdheden. 5. Veerkracht en motivatie: Veel moeders tonen een enorme veerkracht en motivatie om hun situatie te verbeteren, met hun kinderen als belangrijkste drijfveer. “Door de DijkenWaard pas heb ik een tweedehands zitfiets kunnen kopen bij Rataplan.” “Ik haal steun uit gesprekken en de band met mijn vriendinnen, die me helpen op de rails te blijven.” “Mijn kinderen zijn mijn prioriteit. Ik wil hen een betere jeugd geven dan ik zelf heb gehad.”

Figuur 25- Verbinding met andere inwoners ervaren door alleenstaande ouders (groen)

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

58

Alleenstaande moeders vormen een kwetsbare groep binnen de gemeente DijkenWaard. De combinatie van lage inkomens, hoge kosten en beperkte toeslagen zorgt voor structurele financiële stress. Dit heeft niet alleen invloed op hun eigen welzijn, maar ook op de kansen en ontwikkeling van hun kinderen. Hoewel er steun is vanuit voorzieningen zoals de DijkenwaardPas, zijn er nog steeds knelpunten in bestedingsruimte, maatwerk en toegankelijkheid van regelingen. Tegelijkertijd laat de veerkracht van deze moeders zien dat zij actief proberen hun situatie te verbeteren. De toename van vertrouwen in de gemeente biedt een kans om beleid verder te versterken en beter aan te laten sluiten op de behoeften van alleenstaande moeders.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

59

6.7 Uitzonderlijke leefsituaties Hoewel veel inwoners in vergelijkbare financiële situaties verkeren, zijn er ook uitzonderlijke leefsituaties waarin mensen tussen wal en schip vallen. Dit zijn situaties waarin bestaande voorzieningen niet goed aansluiten of waarin kleine veranderingen grote gevolgen hebben. Deze situaties laten zien hoe bestaansonzekerheid en uitsluiting zich op subtiele wijze kunnen manifesteren. De verhalen van inwoners tonen de noodzaak van maatwerk en contextgerichte oplossingen binnen het armoedebeleid. Wegvallen van toeslagen wanneer een kind 18 jaar wordt Veel alleenstaande ouders ervaren een financieel gat wanneer hun kind 18 jaar wordt en kinderbijslag en kindgebonden toeslagen wegvallen. Dit kan een plotselinge verslechtering van de financiële situatie veroorzaken, zonder dat er een passend vangnet is. Ondanks dat er geen sprake is van schulden, levert dit een grote uitdaging op om rond te komen. Dit signaleert dat bepaalde leeftijdsgrenzen binnen toeslagen en ondersteuning onvoldoende rekening houden met de daadwerkelijke situatie van een huishouden. “Tot deze maand was alles nog redelijk te betalen, vanaf volgende maand is mijn dochter 18, en val ik toch wel in een financieel gat. [met WIA en aanvulling tot bijstand], door het wegvallen van de kinderbijslag en kind gebonden toeslag. Gelukkig geen schulden, sanering, etc.

maar wel de uitdaging om rond te komen.“

Uitzonderlijke huishoudsamenstelling Er zijn inwoners die in een gezamenlijke huishouding wonen, zoals broers en zussen, zonder een financiële afhankelijkheid van elkaar. Toch worden zij vaak als partners gezien binnen het huidige beleid, waardoor zij geen aanspraak maken op bepaalde voorzieningen. Dit zorgt voor een onrechtvaardige situatie waarbij mensen onbedoeld uitgesloten worden van hulp. Dit illustreert hoe regels en wetten niet altijd aansluiten bij de realiteit van huishoudens. “Ik woon samen met mijn broer en hoewel we dus totaal geen partners zijn en ook geen aanspraak maken op elkaars geld, worden we wel overal als partners gezien, waardoor we bijna overal buiten vallen.”

Jongeren in kwetsbare situaties Jongeren met een beperking of andere belemmeringen hebben vaak moeite om een zelfstandig bestaan op te bouwen. De hoge woonlasten en beperkte financiële mogelijkheden dwingen hen om noodgedwongen bij hun ouders te blijven wonen, wat hun gevoel van eigenwaarde aantast. Dit laat zien dat er extra aandacht nodig is voor jongeren in kwetsbare situaties die buiten de reguliere voorzieningen vallen, om hen perspectief te bieden op zelfstandigheid. “Vanwege mijn beperkingen ben ik afhankelijk van een uitkering. Ik kan hiermee wat basis uitgaven doen, als ik erg op mijn uitgaven let. Maar in vergelijking met mijn broers, met vergelijkbare beperkingen, maar wel een baan, kan ik erg weinig opbouwen. Ik zou heel graag, net als mijn broers, een huurwoning/appartementje willen, maar dat is niet te betalen, en daarom woon ik noodgedwongen nog bij mijn ouders. Ik zou me dan beter voelen over mezelf, niet zo minderwaardig en een mislukkeling zoals ik nu soms doe.”

Uitkering en koopwoning

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

60

Mensen met een uitkering die een koopwoning bezitten, vallen vaak buiten kwijtscheldingsregelingen, ondanks dat hun financiële situatie vergelijkbaar is met huurders met een laag inkomen. Ook kleine pensioenbijdragen worden gekort op de uitkering, wat de financiële ruimte verder beperkt. Dit toont aan dat er meer nuance nodig is in de criteria voor ondersteuning, waarbij niet enkel het bezit van een woning leidend zou moeten zijn. “Daar ik een uitkering heb en een koopwoning kom ik niet in aanmerking voor kwijtschelding van diverse jaarlijkse lasten. Tevens krijg ik een kleine pensioenbijdrage van €11,58.- PM. Wat ook op mijn uitkering wordt gekort.”

Toch is het belangrijk dat zij de ruimte krijgen om maatwerkoplossingen te bieden voor inwoners die buiten de standaardcriteria vallen. Een betere afstemming tussen de lokale en landelijke overheid is nodig om te zorgen dat beleid niet alleen rechtlijnig wordt uitgevoerd, maar aansluit bij de uiteenlopende leefsituaties van mensen. De menselijke maat moet daarbij centraal staan. Alleen door goed samenspel tussen gemeenten en het Rijk kunnen inwoners die tussen wal en schip dreigen te vallen beter worden ondersteund en kan hun bestaanszekerheid worden vergroot.

Te zuinig met energie Een schrijnend voorbeeld van hoe rigide regels onbedoelde gevolgen kunnen hebben, is de situatie waarin een inwoner vanwege extreme zuinigheid niet in aanmerking kwam voor de landelijke regeling Noodfonds Energie. Door te besparen op energiegebruik en onder minimale omstandigheden te leven, werd haar situatie niet als problematisch genoeg beoordeeld, terwijl zij in werkelijkheid grote offers bracht. Dit laat zien hoe standaardcriteria soms geen recht doen aan de realiteit van armoede en hoe beleid flexibeler zou moeten inspelen op individuele omstandigheden.

“Omdat ik vorig jaar de kachel niet hoger had gezet als 15 graden (ook overdag en ook inde winter) en alleen als mijn dochter thuis was heel even op 17 graden zetten, ik toch nog gespaard had voor een paar zonnepanelen, niet iedere avond warm eten (i.v.m. gas verbruik) en we niet iedere dag douchten (i.v.m. gasverbruik), kwamen we niet in aanmerking voor het Noodfonds Energie; want ze namen een percentage van het bijstandsniveau i.p.v. mijn werkelijke inkomen (dat veeeel lager ligt) en ze keken naar ons energieverbruik, dat door onze zuinige manier van koukleumen niet het bedrag haalde wat nodig was om er voor in aanmerking te komen…. Dus met o.a. mijn artrose heb ik onnodig last gehad, door de kou in het huis Ik had de verwarming op 21 graden (of hoger) moeten zetten, dan hadden we lekkerder geleefd en had het mij evenveel gekost, want dan had den wij er wel voor in aanmerking gekomen.”

Deze verhalen maken duidelijk dat er binnen het armoedebeleid meer ruimte moet zijn voor maatwerk en een bredere kijk op bestaansonzekerheid. Omdat veel financiële regelingen en toeslagen op rijksniveau worden bepaald, hebben gemeenten beperkte invloed op het inkomen van inwoners.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

61

6.8 De diepe lagen van armoede Armoede heeft diepe wortels die verder reiken dan het vermogen om rekeningen te betalen of boodschappen te doen. De verhalen van deelnemers laten zien dat armoede gepaard gaat met mentale gezondheidsproblemen, eenzaamheid, slechte huisvesting en problematische schulden. Dit hoofdstuk gaat in op enkele van deze onderliggende aspecten en benadrukt het belang van een bredere kijk op armoedebeleid. Beperkt arbeidsvermogen Voor sommige inwoners is betaald werk geen haalbare optie door fysieke of psychische beperkingen. De quote van een deelnemer met een Wajong-uitkering illustreert dit: "Heb gemerkt dat ik werk niet altijd goed kon bijbenen en veel dacht aan details i.v.m. autisme." Dit geeft aan dat niet iedereen met een uitkering simpelweg 'aan het werk kan', maar dat er structurele belemmeringen zijn die individuele ondersteuning vragen. Geweld en trauma Sommige deelnemers zijn in de bijstand terechtgekomen door heftige gebeurtenissen zoals mishandeling. Dit maakt duidelijk dat armoede niet alleen een financieel, maar ook een sociaal en psychologisch probleem is. Het ontbreken van een stabiele basis en veiligheid heeft langdurige gevolgen voor welzijn en zelfredzaamheid. Eenzaamheid en sociale uitsluiting Mensen met een laag inkomen ervaren vaak sociale isolatie. Uit de verhalen blijkt dat bijvoorbeeld uitjes met vrienden financieel niet

haalbaar zijn, wat gevoelens van eenzaamheid versterkt: "Vrienden geven veel geld uit op het terras, waardoor ik eigenlijk nooit mee kan." Dit benadrukt dat financiële armoede hand in hand gaat met sociale uitsluiting. Mentale gezondheidsproblemen Langdurige armoede en stress kunnen leiden tot psychische klachten en angststoornissen. Een deelnemer vertelt: "Mijn hele leven viel in duigen door een ongeluk. Ik durfde niks meer, niet meer naar de supermarkt, niet meer auto te rijden." Dit laat zien hoe armoede en mentale gezondheid elkaar versterken en hoe belangrijk het is om passende psychische ondersteuning te bieden. Slechte huisvesting Een stabiele woonomgeving is essentieel voor een gevoel van veiligheid en welzijn. Toch leven sommige deelnemers onder problematische omstandigheden: "Ik woon samen met mijn zoontje in een klein huis met 1 slaapkamer. In de flat wonen een bepaald soort mensen waardoor het met een kind niet leuk wonen is." Dit signaleert een tekort aan geschikte huisvesting voor gezinnen met lage inkomens. Schulden en vicieuze cirkel Armoede wordt vaak versterkt door schulden. Deelnemers benoemen dat ze dagelijks worstelen met openstaande rekeningen en beperkte hulp: "Ik loop nog steeds elke dag tegen schulden aan die ik heb." Dit leidt tot stress en isolatie, waardoor het voor velen moeilijk is om hun situatie zelfstandig te verbeteren.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

62

6.9 Veerkracht en positieve levenshouding Ondanks financiële beperkingen tonen veel inwoners veerkracht en een positieve levenshouding. Ze zoeken manieren om te genieten van het leven, ondanks de uitdagingen waar ze mee te maken hebben. Hieronder enkele exemplarische verhalen. Financiële stabiliteit binnen de bijstand Een deelnemer beschrijft hoe zij, ondanks een beperkt inkomen, financiële stabiliteit en tevredenheid ervaart. Door verstandig met haar middelen om te gaan en schulden te vermijden, loopt zij in het dagelijks leven nergens tegenaan. Haar keuze om te sparen voor een auto heeft haar mobiliteit vergroot en daarmee haar zelfstandigheid versterkt. Dit illustreert hoe financiële bewustwording en doelgericht sparen bijdragen aan een gevoel van controle en welzijn binnen een bescheiden financiële situatie.

“Dat alles gewoonweg duurder is geworden, en dan met name de eerste levensbehoeften. Maar daar hebben we allemaal jammer genoeg last van. En voor die eerste levensbehoeften kan dan jammer genoeg de pas mij niet helpen. Maar ondanks dat, probeer ik van het leven genieten. Ondanks vele tegenslagen, blijf ik positief. Ergens schijnt wel eens de zon. “

Zelfredzaamheid en zuinig leven Een gezin met hoge ziektekosten vertelt hoe zij door bewust met geld om te gaan en aanbiedingen te volgen, financieel stabiel blijven. Ze hebben geen schulden en voelen zich in staat hun situatie onder controle te houden, ondanks de financiële druk.

“De inwoner geeft aan dat ze in het dagelijks leven eigenlijk nergens tegenaan loopt. Ze is tevreden met haar situatie en kan goed rondkomen. Hoewel ze in de bijstand zit, heeft ze geen schulden en weet ze verstandig met haar middelen om te gaan. Haar nieuwe auto, waarvoor ze spaarde, heeft haar mobiliteit verbeterd. “

“Wij hebben geen hoog inkomen en hebben veel ziektekosten. Van het betaalde eigen risico, krijgen we nooit iets terug. Ook betalen we vaak medicijnen die niet vergoed worden. Des ondanks kunnen wij wel met ons inkomen rondkomen. We hebben geen schulden en ook nooit gehad. En dat willen we zo houden. We letten op wat we kopen en waar we het kopen. Ook letten wij op waar aanbiedingen zijn. Door zuinig te leven en zuinig omgaan met energie, kunnen wij ons prima redden. Wij komen niets te kort.”

Optimisme ondanks tegenslagen Een inwoner vertelt dat, hoewel de kosten van levensonderhoud stijgen en de DijkenwaardPas niet alles kan dekken, hij probeert positief te blijven. Hij benadrukt dat er altijd lichtpuntjes zijn, ondanks moeilijke tijden.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

63

6.10 Bereidwilligheid om mee te denken Uit de eindevaluatie blijkt dat 45 van de 125 deelnemers bereid is om actief mee te denken over het armoedebeleid van de gemeente. Dit betekent dat 36 procent van de deelnemers zich betrokken voelt en ideeën wil aandragen om het beleid te verbeteren. Dit hoge percentage laat zien dat armoede niet alleen een financieel vraagstuk is, maar ook een structureel en sociaal probleem dat inwoners diep raakt. Inwoners die armoede ervaren, hebben vaak een scherp inzicht in de knelpunten van bestaande regelingen en de impact van beleid op het dagelijks leven. Hun bereidheid om mee te denken biedt waardevolle kansen voor de gemeente om beleid beter af te stemmen op de daadwerkelijke behoeften. Veel inwoners geven in hun verhalen aan dat zij zich niet altijd gehoord voelen in beleidsbeslissingen die hen direct raken. Dit gebrek aan inspraak kan leiden tot gevoelens van frustratie en wantrouwen ten opzichte van instanties. De hoge mate van betrokkenheid bij deze evaluatie laat echter zien dat inwoners graag willen bijdragen aan een beter functionerend armoedebeleid. Door hen een structurele stem te geven, kan de gemeente niet alleen het beleid effectiever maken, maar ook het vertrouwen van inwoners vergroten.

• • •

en aanbevelingen doen voor verbeteringen. Thematische werkgroepen: Specifieke groepen opzetten rondom onderwerpen zoals financiële ondersteuning, sociale participatie en toegang tot voorzieningen. Digitale participatie: Inwoners via enquêtes, online bijeenkomsten of meldpunten laagdrempelig betrekken bij besluitvorming. Testgroepen voor nieuw beleid: Voorafgaand aan de invoering van nieuwe regelingen, inwoners laten meedenken over uitvoerbaarheid en mogelijke knelpunten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=5b157d06-c506-43a1-823f-e92e10047969