Bijlage bij beantwoording vragen DOP Onderzoeksrapport narratief onderzoek, uitgevoerd door SenseGuide
Tekst van het document
1 Narratief onderzoek jog in Assen in Assen
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Narratief onderzoek naar de impact van de pilot armoedebeleid op de leefsituatie en bestaanszekerheid van inwoners in de gemeente Dijk en Waard Onderzoek door SenseGuide in opdracht van de gemeente Dijk en Waard 20 Februari 2025
Colofon SenseGuide Opsteller: Dave van Mourik Met medewerking van: Anita Aarts Merijne Hazenoot-Hoorn
Foto voorpagina: stockfoto shutterstock
2
“Met weinig geld leert men niet per se om zuinig te leven, maar wel om alles te waarderen. Om mijzelf goed te voelen, heb ik geen duur leven nodig, maar volop genieten van de kostbare dingen in het leven. Genieten van het samenzijn met familie, vrienden en kennissen is voor mij onbetaalbaar. Mede door toedoen van de DijkenwaardPas openen zich meer mogelijkheden om even zonder zorgen hiervan te genieten. Nadenken of ik mee zou gaan met familie of vrienden om even een avondje te genieten, is met de DijkenwaardPas verleden tijd. Door de bestedingsmogelijkheden van de pas verandert ook het innerlijk: het gevoel niet altijd maar als laatste gezien te worden, maar gewaardeerd mee te mogen doen met de maatschappij.” Inwoner Dijk en Waard
3
Hoogtepunten uit de kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid 125 verhalen van inwoners
Impact op de leefsituatie
Impact op de bestaanszekerheid
Impact op het vertrouwen in de gemeente
Resultaten uit eindevaluatie vrijwel gelijk aan de tussenevaluatie.
Gevoelens over aspecten van bestaanszekerheid zijn tussen eind- en tussenevaluatie niet veranderd. De gemiddelde score op aspecten van bestaanszekerheid is een 5 op een schaal van 0
Ook in de impact van de pilot op het vertrouwen in de gemeentelijke organisatie is tussen eind- en tussenevaluatie geen verandering zichtbaar. De pilot heeft een licht positief effect op het vertrouwen van inwoners in de gemeente:
76 procent van deelnemers Impact is de (positieve) verandering die inwoners met een laag inkomen ervaren op hun leefsituatie en bestaanszekerheid door gebruik te maken van de voorzieningen van de pilot. Leefsituatie gaat over diverse leefgebieden als fysieke en mentale gezondheid, inkomen, levensplezier, sociale relaties, schulden, wonen en werken. Bestaanszekerheid gaat niet alleen over voldoende inkomen maar heeft ook een sociale component (meedoen) en gevoelscomponent (arm voelen, er mogen zijn).
ervaart een positieve tot zeer positieve invloed van de pilot op de leefsituatie. De pilotvoorzieningen bieden vooral tijdelijke verlichting. Inwoners hebben iets meer ruimte voor sociale activiteiten, vervanging van noodzakelijke spullen of deelname van kinderen aan sport of cultuur. Dit versterkte vooral het levensplezier. Toch lopen velen dagelijks tegen dezelfde problemen aan: gezondheidsproblemen, hoge kosten van het leven en weinig toekomstperspectief.
tot 10. Ook in de eindevaluatie laten de verhalen zien dat armoede niet alleen draait om geld, maar ook om sociale verbondenheid en het gevoel van waardering. Veel deelnemers ervaren dat ze daarin tekortkomen, wat hun zelfbeeld aantast. Ondanks een laag inkomen tonen inwoners ook veerkracht en een positieve levenshouding. Wat ze vooral willen is een leven zonder stress om rond te komen.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
6 op een schaal van 0 tot 10. De voorzieningen van de pilot worden vooral gezien als een erkenning van de leefsituatie en bijdrage van inwoners. Inwoners die bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doen en hiervoor waardering ontvangen, voelen zich weer onderdeel van de samenleving.
4
Samenvatting Gemeente Dijk en Waard is in 2023 de pilot armoedebeleid gestart om inwoners met een laag inkomen een financiële zetje in de rug te geven. De gemeenteraad wilde een betekenisvolle bijdrage leveren aan het welzijn van deze inwoners. De pilot eindigde in 2024. Op verzoek van de Raad vond zowel een kwalitatieve tussenals eindevaluatie plaats. Dit rapport beschrijft de eindevaluatie en is bedoeld voor het college van B&W, de gemeenteraad, het management, beleidsmedewerkers en inwoners van de gemeente Dijk en Waard. Het biedt inzichten die kunnen bijdragen aan de doorontwikkeling van het armoedebeleid en het verder versterken van de bestaanszekerheid van inwoners. De eindevaluatie van de pilot armoedebeleid bevestigt en verdiept het beeld dat in de tussenevaluatie1 naar voren kwam. Voorzieningen binnen de pilot hebben voor driekwart van de deelnemers een positief effect gehad op hun leven. Inwoners met een laag inkomen waarderen de ondersteuning, vooral omdat het hen een steuntje in de rug biedt bij sociale participatie en kleine financiële verlichting. De belangrijkste impact van de pilot ligt in het vergroten van levensplezier, bijvoorbeeld door deelname aan sport, cultuur en sociale activiteiten. Tegelijkertijd blijft de ervaren bestaanszekerheid grotendeels onveranderd.
Veel deelnemers hebben nog steeds moeite om financieel rond te komen en zich volwaardig onderdeel van de samenleving te voelen.
Verantwoording kwalitatieve eindevaluatie Voor de evaluatie is een gecombineerde aanpak gebruikt, met zowel kwalitatieve als kwantitatieve methoden, waarbij de verhalen van inwoners centraal stonden. De data zijn verzameld via persoonlijke gesprekken en een online vragenlijst, wat zorgde voor een diverse en diepgaande dataset. Van de 2.150 inwoners in de doelgroep namen 125 deel aan de eindevaluatie. Hoewel dit een klein aandeel is, wordt de betrouwbaarheid versterkt door de evenwichtige spreiding en overeenkomsten met gemeentelijke cijfers. Dit wijst erop dat de steekproef een representatief beeld geeft van inwoners in een financieel kwetsbare positie binnen de gemeente. In lijn met algemene inzichten uit kwalitatief onderzoek is voor een betrouwbaar beeld geen zeer grote steekproef nodig, vanwege het saturatie-effect. Voor het kwantitatieve deel van de evaluatie zijn de steekproeven voor de verbreding van de DijkenWaardPas, de vrijwilligerspremie en de uitstroompremie voldoende groot om een representatief beeld te schetsen. Wel is het aantal deelnemers aan de evaluatie van de seniorentoeslag ten opzichte van de totale doelgroep beperkt. Hierdoor moeten de uitkomsten over deze regeling met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd en niet zonder meer gegeneraliseerd.
De consistente uitkomsten tussen de tussenevaluatie en de eindevaluatie versterken de betrouwbaarheid van het onderzoek. De kenmerken van de steekproef zijn grotendeels gelijk gebleven, wat de validiteit ondersteunt. Daarnaast tonen de afwezigheid van onverklaarbare uitschieters en de stabiliteit van thema’s als leefsituatie, bestaanszekerheid en vertrouwen aan dat de gehanteerde onderzoeksmethode een realistisch beeld schetst van de situatie van inwoners binnen het armoedebeleid van de gemeente.
1
SenseGuide. Kwalitatieve eerstejaarsevaluatie pilot armoedebeleid (Maart 2024)
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
5
Uit de kwalitatieve evaluaties komen de volgende thema’s voor doorontwikkeling van het armoedebeleid naar voren: Hoogte en verdeling tegoed op de DijkenwaardPas Inwoners ervaren een ongelijke verdeling van tegoeden op de DijkenwaardPas over verschillende doelgroepen. Vooral inwoners tussen 18 en 65 jaar geven aan dat het tegoed op de pas te laag is om sociaal actief te zijn. 84 procent van de deelnemers heeft onvoldoende inkomen om sociaal mee te kunnen doen. Daarnaast wordt ervaren dat het tegoed in vergelijking met Alkmaar lager is. Premies voor uitstroom en vrijwilligerswerk Vrijwel alle deelnemers waren niet vooraf op de hoogte dat ze recht hadden op een premie of een premie zouden krijgen. De hoogte van de premie kwam voor veel deelnemers als een verrassing.
Alleenstaande ouders, met name moeders, worstelen met bestaanszekerheid 23 procent van de deelnemers aan de eindevaluatie is een alleenstaande ouder, waarvan 86 procent vrouwen. Alleenstaande moeders ervaren een gebrek aan gelijke kansen voor zichzelf en hun kinderen en voelen zich vaak buitengesloten van de welvaart. Toch heeft een meerderheid van hen aangegeven dat het vertrouwen in de gemeente door de pilot is toegenomen, wat een belangrijk signaal is voor verdere verbetering van hun leefsituatie. Diepere lagen van armoede blijven vaak onaangeroerd Veel deelnemers kampen met mentale en fysieke gezondheidsproblemen, eenzaamheid en soms ook met slechte huisvesting en schulden. Dit toont aan dat armoedebeleid verder moet kijken dan alleen financiële ondersteuning.
Bestedingsmogelijkheden van de DijkenwaardPas Bijna 40 procent van de inwoners ervaart te weinig geld te hebben voor levensonderhoud. Zij zien daarom liever dat de pas ook kan worden gebruikt voor kosten zoals boodschappen, in plaats van uitsluitend voor sociale activiteiten.
Contextgerichte oplossingen voor uitzonderlijke situaties Inwoners die door uitzonderlijke omstandigheden tussen wal en schip vallen, hebben behoefte aan ondersteuning die aansluit op hun leefsituatie. Dit geldt met name voor situaties waarin voorzieningen plots wegvallen of niet aansluiten op nieuwe leefsituaties.
Schaamte en stigmatisering Bij sommige inwoners leeft een gevoel van schaamte en stigmatisering bij het gebruik van de DijkenwaardPas. Empathie, begrip en menselijke waardigheid bij ondernemers die de pas accepteren en binnen de gemeentelijke dienstverlening kunnen helpen om deze gevoelens te verminderen.
Hoge bereidheid onder deelnemers om mee te denken over armoedebeleid 45 deelnemers (36 procent) hebben aangegeven mee te willen denken over de verdere ontwikkeling van het armoedebeleid. Dit laat zien dat inwoners zich betrokken voelen en actief willen bijdragen aan verbeteringen.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
6
Deze thema’s bieden waardevolle aanknopingspunten voor de doorontwikkeling van het armoedebeleid in de gemeente Dijk en Waard. Armoede is een dynamisch en complex vraagstuk dat verder gaat dan financiële tekorten. Het beïnvloedt niet alleen de materiële omstandigheden van mensen, maar ook hun psychologische welzijn, sociale relaties en toekomstperspectief. De ervaringen van inwoners in Dijk en Waard laten zien dat armoedebeleid zowel verlichting als beperkingen met zich meebrengt. Hoewel sommige voorzieningen helpen, ervaren anderen juist belemmeringen door strikte regelgeving en stigmatisering. Een belangrijke opbrengst van de evaluatie is dat 36 procent van de deelnemers graag wil meedenken over het beleid. Dit biedt de kans om beleid te ontwikkelen dat niet alleen gebaseerd is op wetenschappelijke kennis en data, maar ook op ervaringskennis. Om recht te doen aan de uiteenlopende leefsituaties van inwoners, zijn contextgerichte oplossingen nodig. Starre beleidskaders schieten tekort wanneer ze hiervoor geen ruimte laten en de werkelijke behoeften van mensen negeren.
Vragen zoals ‘Welke aannames maken we over armoede en bestaanszekerheid?’ en ‘Hoe kunnen we bestaande netwerken in de wijk benutten om problemen rondom bestaanszekerheid collectief aan te pakken?’ helpen beleidsmakers om verder te kijken dan de gebruikelijke kaders en te zoeken naar duurzame en mensgerichte oplossingen. Tot slot vraagt een effectievere aanpak om minder bureaucratie, meer vertrouwen in burgers en een nauwere samenwerking tussen lokale en landelijke overheden. Armoedebeleid moet niet alleen meetbaar zijn, maar vooral voelbaar. Het draait om menselijke waardigheid, maatwerk en samenwerking: minder beleid ‘over’ mensen en meer beleid ‘mét’ mensen.
Daarbij is het herkennen van zwakke signalen essentieel. Inwoners geven in hun verhalen subtiele aanwijzingen over problemen en kansen die in traditionele beleidsanalyses vaak over het hoofd worden gezien. Het serieus nemen van deze signalen helpt om tijdig in te grijpen en beleid te ontwikkelen dat daadwerkelijk aansluit op de praktijk. Om vastgeroeste denkpatronen te doorbreken en beleid beter af te stemmen op de werkelijkheid, spelen reflectieve vragen een belangrijke rol.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
7
Inhoud Samenvatting
5
5.2
Bestedingen
37
1
9
5.3
Ervaringen DijkenwaardPas en premies
38
2
Over de kwalitatieve evaluatie 1.1
Waarom een kwalitatieve evaluatie?
9
5.4
Intrinsieke effecten pilot armoedebeleid
39
1.2
Wat hebben we onderzocht?
9
5.5
Kwaliteit van leven
40
1.3
Afbakening eindevaluatie
10
5.6
Obstakels in het dagelijkse leven
41
1.4
Opzet van de eindevaluatie
10
5.7
Suggesties voor gemeenten
43
1.5
Leeswijzer
11
Evaluatiekader en invalshoeken
6
Verdiepende analyses
45
13
6.1
Inleiding
45
2.1
Evaluatiekader
13
6.2
Ervaren inkomen
46
2.2
Invalshoeken van de evaluatie
14
6.3
Bestedingsbehoefte DijkenwaardPas
49
3
Deelnemers aan de eindevaluatie
19
6.4
Ervaringen met uitstroom- en vrijwilligerspremie
51
4
Algemeen beeld uit indicatoren
24
6.5
Schaamte en stigmatisering
53
5
4.1
Indicatoren leefsituatie
24
6.6
Leefsituatie alleenstaande moeders
55
4.2
Indicatoren leefgebieden
26
6.7
Uitzonderlijke leefsituaties
60
4.3
Indicatoren ervaren bestaanszekerheid
29
6.8
De diepe lagen van armoede
62
4.4
Indicator vertrouwen gemeentelijke organisatie
31
6.9
Veerkracht en positieve levenshouding
63
4.5
Analyse indicatoren eind- en tussenevaluatie
32
6.10
Bereidwilligheid om mee te denken
64
4.7
Indicatoren pilot armoedebeleid
33
7
Beschouwing op armoede en armoedebeleid
66
35
Bijlage 1 Methodische verantwoording
69
35
Bijlage 2 Geraadpleegde bronnen
74
Algemeen beeld uit verhalen 5.1
Analyse van de verhalen
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
8
1 Over de kwalitatieve evaluatie 1.1 Waarom een kwalitatieve evaluatie?
De hoofdvragen van de evaluatie luiden dan ook als volgt:
Op 29 november 2022 heeft de gemeenteraad van Dijk en Waard ingestemd met de pilot armoedebeleid 2023-2024. Het doel van deze pilot is om in tijd van hoge inflatie en stijgende energiekosten de bewoners met een laag inkomen een financiële steun in de rug te geven. De pilot duurt 2 jaar en bevat twee kwantitatieve en twee kwalitatieve evaluatiemomenten om de resultaten van de pilot te beoordelen. De raad heeft aangegeven behoefte te hebben aan een evaluatie waarmee ook kwalitatief kan worden beoordeeld of de pilot armoedebeleid bij de tussenevaluatie in de goede richting beweegt en bij de eindevaluatie als geslaagd kan worden beschouwd. Onderzoeksbureau SenseGuide is gevraagd om met haar narratieve onderzoeksmethode de kwalitatieve evaluaties uit te voeren.
1.2 Wat hebben we onderzocht? De insteek van de kwalitatieve evaluatie is het in beeld brengen van de diepgang en complexiteit van ervaringen van inwoners en het beschrijven van de armoedeproblematiek vanuit het brede perspectief van de leefsituatie en bestaanszekerheid van inwoners.
1. Wat is de impact van de pilot armoede op de leefsituatie van inwoners? 2. Wat is de impact van de pilot armoede op de bestaanszekerheid van inwoners? Onder impact verstaan we de (positieve) verandering die inwoners met een laag inkomen ervaren op hun leefsituatie en bestaanszekerheid door gebruik te maken van de voorzieningen van de pilot. Leefsituatie gaat over diverse leefgebieden als fysieke en mentale gezondheid, inkomen, levensplezier, sociale relaties, schulden, wonen en werken. Bestaanszekerheid gaat niet alleen over voldoende inkomen maar heeft ook een sociale component (meedoen) en gevoelscomponent (arm voelen, er mogen zijn). Naast de impact van de pilot armoedebeleid op de leefsituatie en bestaanszekerheid van inwoners hebben we ook gekeken naar de invloed van de pilot op het vertrouwen in de gemeentelijke organisatie. Vertrouwen is een noodzakelijke voorwaarde voor het aanpakken van bestaanszekerheid.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
9
1.3 Afbakening eindevaluatie De eindevaluatie richtte zich tot de inwoners die tot de doelgroepen van hoofdlijn 1 (Verbreding bereik van de doelgroep) en hoofdlijn 2 (Verbreding van voorzieningen) van de pilot armoedebeleid behoren. De inwoners en projecten uit hoofdlijn 3 van de pilot armoedebeleid (Intensivering van samenwerking en preventie) vallen net als in de tussenevaluatie buiten de scope van de eindevaluatie. De kwalitatieve evaluatie beantwoord niet de vraag in hoeverre de reële armoede onder inwoners door de pilot armoedebeleid is afgenomen.
1.4 Opzet van de eindevaluatie De eindevaluatie had dezelfde opzet als de tussenevaluatie. Het doel was om het brede perspectief van de leefsituatie en bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen in beeld te brengen twee jaar na de start van pilot armoedebeleid.
Het uitgangspunt van de kwalitatieve evaluatie was dat inwoners vrijuit hun verhaal deelden over hun leefsituatie en wat de pilot armoedebeleid voor hen in het dagelijks leven betekent en heeft veranderd. Inwoners beantwoordden daarna enkele gesloten vragen over de leefsituatie, leefgebieden, bestaanszekerheid, het vertrouwen in de gemeente en het aanbod van de DijkenwaardPas. Deze antwoorden gaven hun verhaal context en duiding. Het geheel van verhalen en duiding van verhalen resulteerde in kwalitatief hoogwaardige informatie op een statistisch betrouwbaar niveau. Voor validatie van de resultaten uit de kwalitatieve evaluatie is ook gebruik gemaakt van telinformatie van Zaffier over de pilot armoedebeleid, data uit de Inkomenseffect Rapportage van Zaffier en Gemeente Dijk en Waard, de Armoedemonitor van Gemeente Dijk en Waard en de data uit de tussenevaluatie van SenseGuide in 2024. Zie bijlage 1 voor een uitgebreide beschrijving van de methodische verantwoording.
Alle inwoners in scope van hoofdlijnen 1 en 2 van de pilot armoedebeleid waren uitgenodigd om aan de tussenevaluatie deel te nemen. Alle inwoners vanaf 18 jaar die houder zijn van de DijkenwaardPas waren uitgenodigd om via Internet aan de evaluatie mee te doen. Dit gold ook voor alle inwoners die in aanmerking komen voor de seniorentoeslag. Inwoners die een uitstroom- of vrijwilligerspremie kregen, hebben via een fysiek gesprek aan de evaluatie meegedaan. Alle verhalen en data van inwoners zijn tussen 7 en 24 november 2024 verzameld.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
10
1.5 Leeswijzer Dit rapport presenteert de eindevaluatie van de pilot armoedebeleid in de gemeente Dijk en Waard. De evaluatie is gebaseerd op zowel kwantitatieve indicatoren als kwalitatieve inzichten, waarbij de ervaringen en perspectieven van inwoners centraal staan. De hoofdstukken zijn als volgt opgebouwd: Samenvatting Dit hoofdstuk biedt een beknopt overzicht van de belangrijkste bevindingen en inzichten uit de eindevaluatie. Het geeft een samenvatting van de impact van de pilot en de voornaamste thema’s die uit de evaluatie naar voren komen. Hoofdstuk 1: Over de kwalitatieve evaluatie Hier wordt toegelicht waarom een kwalitatieve evaluatie is uitgevoerd en welke onderzoeksvragen centraal stonden. Ook worden de afbakening en opzet van de evaluatie beschreven. Hoofdstuk 2: Evaluatiekader en invalshoeken Dit hoofdstuk schetst het methodologische kader en de invalshoeken van de evaluatie. Het geeft inzicht in hoe de verschillende aspecten van armoede en bestaanszekerheid zijn onderzocht. Hoofdstuk 3: Deelnemers aan de eindevaluatie Dit hoofdstuk beschrijft de kenmerken van de deelnemers aan de evaluatie. Er wordt ingegaan op hun sociaaleconomische positie en achtergrond.
Hoofdstuk 4: Algemeen beeld uit indicatoren In dit hoofdstuk worden de kwantitatieve gegevens gepresenteerd die inzicht geven in de leefsituatie, leefgebieden, ervaren bestaanszekerheid en vertrouwen in de gemeentelijke organisatie. De resultaten uit de eind- en tussenevaluatie worden met elkaar vergeleken. Hoofdstuk 5: Algemeen beeld uit verhalen Hier wordt een analyse gegeven van de verhalen die inwoners hebben gedeeld. Dit biedt inzicht in hoe zij de pilot hebben ervaren, hoe zij de DijkenwaardPas en premies hebben gebruikt en welke obstakels en kansen zij in het dagelijks leven tegenkomen. Ook worden suggesties van inwoners voor verbeteringen in het armoedebeleid besproken. Hoofdstuk 6: Verdiepende analyses Dit hoofdstuk gaat dieper in op specifieke thema’s die uit de verhalen van inwoners naar voren komen. De analyses bieden een breder perspectief op de verschillende dimensies van armoede en bestaanszekerheid. Hoofdstuk 7: Beschouwing op armoede en armoedebeleid In dit hoofdstuk worden de inzichten uit de evaluatie in samenhang beschouwd. Er wordt gereflecteerd op hoe armoede in Dijk en Waard wordt beleefd en welke lessen beleidsmakers hieruit kunnen trekken.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
11
Bijlagen De methodische verantwoording en geraadpleegde bronnen zijn opgenomen in de bijlagen. Hier wordt onder andere ingegaan op de onderzoeksopzet, de gebruikte analysemethoden en de bronnen die ten grondslag liggen aan deze evaluatie. Belangrijk om te onthouden bij de analyses in dit rapport: •
•
•
De kwantitatieve indicatoren in dit rapport zijn het geaggregeerde resultaat van antwoorden van inwoners op gesloten vragen. Met de beantwoording van deze gesloten vragen geven inwoners zelf duiding aan hun verhalen. Kwalitatieve data bestaan uit tekstfragmenten met quotes uit de verhalen van inwoners, waarin zij in hun eigen woorden over hun ervaringen vertellen. Kwantitatieve en kwalitatieve data zijn met elkaar verbonden. Opvallende resultaten uit de analyse van de kwantitatieve data worden gekoppeld aan tekstfragmenten, om letterlijk de verhalen achter de cijfers te laten zien. Hierbij is een selectie gemaakt uit een omvangrijk bestand van 125 verhalen. Deze selectie weerspiegelt de rode draad tussen verhalen achter een cijfermatige indicatie, gevalideerd door zowel thematische analyse als kunstmatige intelligentie.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
•
Voor het zoeken naar significante verschillen werden de Pearson's Goodness of Fit-test, de Chi-kwadraattoets voor onafhankelijkheid, en t-tests toegepast. In dit rapport worden alleen significante correlaties benoemd die zowel duidelijk als statistisch betrouwbaar zijn. Het is belangrijk te benadrukken dat significante correlaties niet hetzelfde zijn als causaliteit; ze geven aan dat er een verband bestaat tussen de variabelen, maar bewijzen niet dat de ene variabele de andere veroorzaakt. Significante correlaties helpen om beter inzicht te krijgen in de samenhang tussen verschillende uitkomsten van de impactmeting.
12
2 Evaluatiekader en invalshoeken 2.1 Evaluatiekader Het beoogde effect van de pilot armoedebeleid is om inwoners met een laag inkomen een financieel zetje in de rug te geven en hun bestaanszekerheid te versterken2. De kwalitatieve evaluatie richt zich dan ook op het in beeld brengen van de (positieve) verandering die inwoners met een laag inkomen ervaren op hun leefsituatie en bestaanszekerheid door gebruik te maken van de voorzieningen van de pilot. Bestaanszekerheid staat hoog op de politieke agenda in Nederland. Met bestaanszekerheid wordt in essentie bedoeld dat elke burger verzekerd is van de basisbehoeften voor een menswaardig bestaan: onderdak, voedsel, kleding, gezondheidszorg en onderwijs3. Dit concept is nauw verbonden met het idee van een sociaal vangnet, waarbij de overheid een actieve rol speelt in het ondersteunen van haar burgers, zodat niemand door de mazen van het sociale systeem valt 4. De discussie over de invulling van bestaanszekerheid en de mate waarin de overheid moet voorzien, blijft echter een dynamisch
onderdeel van het politieke debat in Nederland. Zo stelt de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving5 dat bestaanszekerheid gaat over het kunnen nadenken over de dag van morgen, en niet alleen maar bezig hoeven zijn met wat je vandaag moet doen om te overleven. Movisie6 schrijft dat bestaansonzekerheid betekent dat mensen niet zelf of met anderen kunnen voorzien in bestaansvoorwaarden. Movisie heeft het over de condities van sociale kwaliteit. Condities die houvast bieden voor het versterken van bestaanszekerheid zoals sociaaleconomische zekerheid, sociale inclusie, sociale cohesie en sociaal empowerment. We hebben geconstateerd7 dat er geen eenduidig kader is om de impact van armoedebeleid op de bestaanszekerheid noch vanuit een kwalitatief als kwantitatief perspectief te evalueren. Het kader van sociale kwaliteit zoals door Movisie beschreven gaf naar ons idee concrete aangrijpingspunten om het begrip bestaanszekerheid in zijn volle breedte en diepte te begrijpen en aan te pakken.
2
6
3
7
Uitwerking Pilot Armoedebeleid 2023-2024 Dijk en Waard Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. 4 Artikel 20, lid 1, Grondwet. 5 Raad voor Volksgezondheid en de Samenleving, Een eerlijke kans op gezond leven (2021)
Movisie, Werken aan bestaanszekerheid (2022) Aan de hand van beschikbare wetenschappelijk literatuur en meest recent publicaties van het Centraal Bureau voor de Statistiek, Movisie (gefinancierd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
13
2.2 Invalshoeken van de evaluatie We hebben de kwalitatieve evaluatie vanuit de volgende invalshoeken bekeken: Welzijn Het welzijn van de bevolking komt de laatste jaren steeds vaker aan bod in het maatschappelijk debat (CBS, 2019; Schreuder, 2017; VWS, 2018). Er zou, naast objectieve indicatoren die weergeven hoe het met een land gesteld is, ook aandacht moeten zijn voor hoe mensen hun leven ervaren. Het CBS meet het subjectief welzijn van de Nederlandse bevolking vanaf 2012 in het onderzoek Sociale samenhang & Welzijn (S&W) onder andere middels een vraag over geluk en een vraag over de tevredenheid met het leven. Een score van 7 of hoger wordt geclassificeerd als ‘gelukkig’ dan wel ‘tevreden met het leven’, een score van 5 of 6 als ‘niet gelukkig, niet ongelukkig’ dan wel ‘niet tevreden, niet ontevreden’ en een score van 1 tot en met 4 als ‘ongelukkig’ dan wel ‘ontevreden’ (Van Beuningen, Van der Houwen en Moonen, 2014).
Nederlandse samenleving. De zeven sociale klassen verschillen in hun welbevinden. De onzekere werkenden en het precariaat (ook wel kansarmen genoemd) zijn volgens het SCP veel minder tevreden met hun leven dan de overige klassen. Leefsituatie De impact van de pilot armoedebeleid op de leefsituatie zetten we uiteen in een aantal leefgebieden die volgens Movisie10 voor de leefsituatie van inwoners relevant zijn en met elkaar samenhangen. Fysieke en mentale gezondheid Hoger opgeleiden zijn doorgaans gezonder dan lager opgeleiden en leven langer. Bestaansonzekerheid is van invloed op zowel de fysieke als mentale gezondheid. Een slechtere fysieke en of mentale gezondheid op haar beurt, kan de mate waarin men in staat is om een bestaanszeker leven op te bouwen, negatief beïnvloeden.
Mensen uit een huishouden met een laag inkomen geven minder vaak een rapportcijfer van 7 of hoger aan de tevredenheid met hun leven8. Het onderzoek Eigentijdse ongelijkheid van het Sociaal en Cultureel Planbureau9 beschrijft zeven sociale klassen in de
Inkomen en schulden Financiën vormen een wezenlijk onderdeel van bestaanszekerheid. Te weinig financiële armslag om basisvoorzieningen te kunnen bekostigen betekent leven in bestaansonzekerheid. De huidige inkomensondersteuningsmaatregelen lijken niet meer passend bij de maatschappij van nu: ze zijn niet toereikend.
8
10
https://longreads.cbs.nl/armoede-en-sociale-uitsluiting-2021/de-socialecontext-van-armoede/ 9 Eigentijdse ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal. Verschil in Nederland 2023. Sociaal en Cultureel Planbureau
Leefgebiedenwijzer; versterken van eigen kracht cliënten. Movisie, augustus 2022
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
14
Voor sommige groepen betekent dat, dat zij eigenlijk geen andere keus hebben dan het maken van schulden. Levensplezier Levensplezier is nauw verbonden met zingeving. Zingeving is het zoeken naar betekenis en de behoefte te ervaren dat wat we doen in het leven een waarde heeft. Mensen geven zin aan hun leven als zij zich bezighouden met activiteiten die hen een gevoel van geluk, zelfvervulling of welbevinden geven. Kortom: het leven inrichten op een manier die bij iemands wensen past. Zingeving is van belang op alle levensgebieden, zoals arbeid, sociale contacten en invulling van de dag. Wanneer iemand voor zijn/haar gevoel zinvol bezig is, kan dit bijdragen aan meer levensplezier. Sociale relaties Mensen met een grote bestaanszekerheid hebben vaker sociale relaties waarmee zij in staat zijn om risico’s en onverwachte tegenvallers op te vangen. Mensen met weinig bestaanszekerheid hebben juist steeds vaker een sociaal netwerk dat die onzekerheid versterkt. Het ontbreken van bestaanszekerheid bij een groep in een kwetsbare positie, leidt tot een grotere kans op minder duurzame partnerrelaties en andere sociale relaties. En de afwezigheid van duurzame relaties maakt het voor deze groep vervolgens nog moeilijker om bijvoorbeeld de financiële gevolgen van het verlies van een baan op te vangen.
onvervulde vacatures nog steeds substantiële groepen mensen structureel geen toegang hebben tot de arbeidsmarkt. De groeiende flexibilisering lijkt gestagneerd. Onduidelijk is of deze trend zich doorzet. De positie van laagbetaalde flexwerkers op de arbeidsmarkt blijft echter zorgelijk. Werk is voor deze groep niet per se de oplossing voor armoede. Tot slot voelt deze groep zich minder gezond en tevreden met het leven dan mensen met een vast contract. Wonen Spanning op de woningmarkt, het gebrek aan betaalbare passende woonruimte en stijgende woonlasten maken dat kwetsbare groepen in vergelijking met hogere inkomens relatief veel van hun besteedbare inkomen kwijt zijn aan wonen. Soms zelfs zoveel, dat er tekorten ontstaan. Echter, ook middeninkomens en jongeren lopen steeds meer risico. In geval van live-events als baanverlies, scheiding of het verlaten van het ouderlijk huis, is het vinden van passende en betaalbare woonruimte niet vanzelfsprekend. Dit kan uiteindelijk leiden tot schulden en/of dak- en thuisloosheid.
Werk en activiteiten De arbeidsmarkt is niet voor iedereen inclusief. Gezien het belang van werk voor de bestaanszekerheid is het verontrustend om te constateren dat ondanks de hoogconjunctuur en het aantal
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
15
Bestaanszekerheid Bestaanszekerheid zetten we in de kwalitatieve evaluatie uiteen aan de hand van de condities van sociale kwaliteit. Sociale kwaliteit is de mate waarin mensen kunnen participeren in sociale relaties onder condities die gunstig zijn voor hun welzijn en zelfrealisatie en die hen in staat stellen invloed uit te oefenen op de condities van hun eigen bestaan en een bijdrage te leveren aan de samenleving.
Vanuit sociale kwaliteit weten we ook waar het aan ontbreekt bij bestaansonzekerheid: sociaaleconomische zekerheid, sociale inclusie, sociale cohesie en sociale empowerment. Dit noemen we de condities van sociale kwaliteit. Deze vier condities hebben een wisselwerking met elkaar en om basisvoorwaardenop orde te krijgen, is aandacht voor alle vier de condities nodig. Sociaaleconomische zekerheid gaat over de basisvoorwaarden die bijdragen aan bestaanszekerheid. Denk aan voldoende en voorspelbaar inkomen, een goede, veilige en betaalbare plek om te wonen en verzekerd zijn gezondheidszorg en van de mogelijkheden om onderwijs te volgen.
niet aan sluiten bij bijvoorbeeld migrantengroepen, zal het bereik beperkt zijn. Sociale cohesie heeft te maken met verbondenheid op basis van gedeelde normen en waarden, erkenning, respect en wederkerigheid. Je verbonden voelen met anderen is een vorm van bestaanszekerheid. Ontmoetingen met andere inwoners, een ervaringsdeskundige, een vrijwilliger of een professional spelen daarin een belangrijke rol. Ontmoetingen waarin mensen ervaren dat zij erbij horen. Sociaal empowerment gaat om de mogelijkheid jezelf te kunnen zijn, eigen keuzes te kunnen maken en je te kunnen ontwikkelen. Dit vergroot de grip op het leven. Achter de vier condities van sociale kwaliteit gaan waarden schuil die het kompas vormen voor het versterken van bestaanszekerheid: sociale rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en menselijke waardigheid. De waarden van sociale kwaliteit zijn het kompas voor bestaanszekerheid.
Sociale inclusie gaat over de persoonsgerichte toegankelijkheid en responsiviteit van overheid, publieke en private instellingen. De overheid kan bijvoorbeeld met toeslagen voorzien in sociaaleconomische zekerheid, maar als die moeilijk toegankelijk zijn (regels en aanvragen zijn lastig te begrijpen en gebruiken) dan zal niet iedereen die het nodig heeft daarvan gebruik maken. Er kunnen dan organisaties zijn die hulp bieden bij het krijgen van toeslagen, maar als die met hun informatie of hun aanspreekvorm
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
Condities Sociaaleconomische zekerheid Sociale inclusie Sociale cohesie Sociale empowerment
Waarden Sociale rechtvaardigheid Gelijkwaardigheid Verbinding Waardering
16
Sociale rechtvaardigheid Het is niet meer dan rechtvaardig dat ieder mens kan rekenen op voldoende inkomen voor een goed leven. Dat ieder mens een veilige en gezonde plek heeft om te wonen. En dat ieder mens kan rekenen op gezondheidszorg als dat nodig is. Gelijkwaardigheid Mensen verschillen en dat betekent dat we verschil moeten kunnen maken bij het borgen van bestaanszekerheid. Zo dragen we bij aan kansengelijkheid. Met standaardmaatregelen gaan we nooit bestaanszekerheid voor iedereen realiseren. De menselijke maat moet het uitgangspunt zijn in het werken aan bestaanszekerheid en gelijke kansen voor mensen. Verbinding Verbinding met anderen is een basisvoorwaarde om ons verantwoordelijk te voelen voor en verantwoordelijkheid te nemen in het borgen van bestaanszekerheid. En voor mensen die hun bestaan niet zeker zijn, is het van grote waarde om verbinding te ervaren. Waardering Het besef dat ieder mens de kansen en mogelijkheden moet krijgen om te worden en te zijn wie hij wil en kan zijn. Dat ieder mens gezien wordt, er mag zijn en gewaardeerd wordt, ook als het tegen zit in het leven.
Langdurigheidscriterium Wanneer een huishouden langer van een laag inkomen moet rondkomen, dan neemt vaak naast de inkomensproblematiek ook de bestaansonzekerheid toe. De gemeente Dijk en Waard hanteert daarom een langdurigheidscriterium en spreekt van een langdurig laag inkomen als het inkomen 36 maanden of langer niet hoger is dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm. Dit wordt de referteperiode genoemd. (Verordening Individuele inkomenstoeslag gemeente Dijk en Waard). Vertrouwen tussen inwoner en gemeente De wetgeving is veelal gestoeld op toezicht en scepticisme, waarbij de affaire rond de kinderopvangtoeslag een significant voorbeeld is van dit diepgewortelde wantrouwen. Dit aanhoudende wantrouwen, gecombineerd met een toenemende onzekerheid over het bestaan, voedt sociale onrust. Zelfs wanneer de overheid met goede intenties handelt, worden deze vaak met scepsis ontvangen en overheerst wantrouwen. Wanneer burgers hun geloof in de overheid verliezen, zijn ze minder geneigd om overheidsvoorzieningen te gebruiken, wat leidt tot een verdere vermindering van hun bestaanszekerheid. Vanuit deze gedachte kijken we in deze evaluatie daarom ook naar de impact die de pilot heeft op het vertrouwen van inwoners in de gemeente. Onder vertrouwen verstaan we het geloof dat je op iemand kunt rekenen.
Vertrouwen is daarmee een relationeel concept, gebaseerd op het geloof in de goede intenties van anderen.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
17
Deelnemers aan de eindevaluatie
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
18
3 Deelnemers aan de eindevaluatie Alle inwoners die tot de doelgroepen van de pilot armoedebeleid behoren waren voor de evaluatie uitgenodigd en hadden een gelijke kans om aan de evaluatie mee te doen. De samenstelling van de steekproef is willekeurig en op basis van vrijwillige deelname tot stand gekomen. In totaal zijn van 125 inwoners verhalen en data verzameld. Figuur 1 laat zien dat het aantal deelnemers aan de evaluatie redelijk goed verdeeld is over de hoofdlijnen van de pilot in verhouding tot de totale populatie inwoners die tot de doelgroepen van de hoofdlijnen behoren. Inwoners die een vrijwilligers- of uitstroompremie kregen waren zeer goed vertegenwoordigd in de evaluatie
Figuur 2 op de volgende pagina geeft de kenmerken weer van de inwoners die aan de evaluatie hebben meegedaan. Ongeveer 75 procent van de deelnemers leeft voornamelijk van een sociale voorziening, zoals de bijstand, AOW, WIA of Wajong. De helft van de deelnemers is tussen de 46 en 67 jaar oud. Het merendeel woont alleen (45 procent), terwijl 26 procent alleenstaand is met kinderen. Verder heeft 64 procent een Nederlandse achtergrond en is 26 procent buiten Nederland geboren. De meeste deelnemers uit Heerhugowaard wonen in de Rivierenwijk. In totaal komt 63 procent van de deelnemers uit verschillende wijken van Heerhugowaard, terwijl er geen inwoners uit De Noord, Koedijk en Veenhuizen aan de evaluatie hebben deelgenomen. Opvallend is dat de verdeling van inkomensbron, het aandeel eenoudergezinnen en het percentage inwoners met een migratieachtergrond in de steekproef goed overeenkomt met de gegevens uit de Armoedemonitor van Gemeente Dijk en Waard (2023). Dit suggereert dat de resultaten van de evaluatie een representatief beeld geven van deze groepen binnen de gemeente.
Figuur 1- populatie en steekproef naar hoofdlijnen van de pilot armoedebeleid
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
19
Figuur 2- kenmerken deelnemende inwoners aan de eindevaluatie
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
20
Versterking validiteit van de steekproef De validiteit van de steekproef wordt versterkt door verschillende elementen die naar voren komen uit de vergelijking van de kenmerken van deelnemers tussen de tussenevaluatie, de eindevaluatie en de Armoedemonitor van Gemeente Dijk en Waard (2023). Deze vergelijking laat zien dat de steekproef een representatief beeld geeft van de doelgroepen binnen het armoedebeleid.
Figuur 3- populatie per februari 2024 en steekproef naar verdeling houders van DijkenwaardPas per gemeente
Figuur 3 illustreert dat de houders van de DijkenwaardPas (inclusief seniorentoeslag) die aan de evaluatie hebben meegedaan in verhouding tot het totaal aantal pashouders in omvang ongeveer evenredig naar gemeente verdeeld zijn. Er deden naar verhouding iets meer inwoners uit Noord-Scharwoude, Sint-Pancras en Oudkarspel mee aan de evaluatie en daarentegen iets minder uit Heerhugowaard. Er deden geen inwoners mee uit De Noord, Koedijk en Veenhuizen. In het bestand met het totaal aantal pashouders per woonplaats kwamen De Noord, Koedijk en Veenhuizen eveneens niet voor.
Consistentie in doelgroepverdeling De verdeling van deelnemers over de doelgroepen blijft grotendeels gelijk tussen de tussenevaluatie en de eindevaluatie. Dit wijst erop dat dezelfde groepen binnen de pilot evenredig vertegenwoordigd blijven, wat de betrouwbaarheid van de steekproef vergroot. Bovendien komt de verdeling naar inkomensbron, het aandeel eenoudergezinnen en het percentage inwoners met een migratieachtergrond overeen met de Armoedemonitor. Dit versterkt de validiteit van de uitkomsten. Stabiele spreiding over woonplaatsen De geografische spreiding van deelnemers aan de evaluatie is grotendeels in lijn met de verdeling van DijkenWaardPas-houders binnen de gemeente. Figuur 3 laat zien dat de verdeling van deelnemers per woonplaats in grote lijnen overeenkomt met het totaal aantal pashouders, wat de representativiteit van de steekproef versterkt.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
21
Opvallend is dat er naar verhouding iets meer deelnemers uit Noord-Scharwoude, Sint-Pancras en Oudkarspel meededen, terwijl het aandeel inwoners uit Heerhugowaard iets lager lag dan verwacht op basis van de totale paspopulatie. Binnen Heerhugowaard is vooral de Rivierenwijk goed vertegenwoordigd. Daarnaast namen geen inwoners uit De Noord, Koedijk en Veenhuizen deel aan de evaluatie. Dit komt overeen met het bestand van het totaal aantal pashouders, waarin deze woonplaatsen eveneens niet voorkomen. Dit suggereert dat het ontbreken van deelnemers uit deze gebieden eerder een gevolg is van de verdeling van pashouders dan van een scheve steekproef. Gezamenlijk wijst dit op een stabiele en evenwichtige spreiding over de gemeente, waarbij de evaluatie een representatief beeld geeft van de pashouders en hun woonplaatsen binnen Dijk en Waard. Leeftijdsverdeling sluit aan bij doelgroep De leeftijdsverdeling weerspiegelt de beoogde doelgroepen van het armoedebeleid. Representatie van verschillende huishoudens De verdeling naar huishoudsamenstellingen – zoals alleenstaanden (45 procent), eenoudergezinnen (26 procent) en gezinnen met kinderen – is vergelijkbaar tussen de tussenevaluatie en de eindevaluatie. Dit betekent dat de evaluatie diverse typen huishoudens consistent meeneemt, wat bijdraagt aan de representativiteit. Ook hier bevestigt de vergelijking met de
Armoedemonitor dat deze verdeling aansluit bij bredere gemeentelijke trends. Duidelijke etnische spreiding De verdeling van deelnemers naar migratieachtergrond blijft stabiel tussen beide evaluaties. 64 procent van de deelnemers is van Nederlandse afkomst en 26 procent is buiten Nederland geboren, een verdeling die ook in lijn ligt met de Armoedemonitor. Dit onderstreept dat er geen significante verschuivingen zijn geweest die de validiteit van de steekproef zouden kunnen beïnvloeden. Grote steekproefomvang binnen de pilot Het grote aandeel deelnemers uit de brede groep van DijkenWaardPas-gebruikers zorgt ervoor dat de resultaten niet sterk afhankelijk zijn van kleine subgroepen. Dit vergroot de kans dat de bevindingen representatief zijn voor de gehele doelgroep en maakt de evaluatie robuuster. Door deze factoren samen te nemen, kan worden geconcludeerd dat de steekproef een solide basis biedt voor betrouwbare inzichten in de doelgroep en dat de resultaten goed aansluiten bij de bredere kenmerken van inwoners met een laag inkomen in de gemeente Dijk en Waard.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
22
Algemeen beeld uit indicatoren
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
23
4 Algemeen beeld uit indicatoren 4.1 Indicatoren leefsituatie Figuur 4 geeft de tevredenheid met het leven weer van de inwoners die aan de evaluatie hebben meegedaan. Tevredenheid met het leven wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gebruikt als graadmeter voor het subjectieve welzijn van mensen. We zien dat 48 procent van de inwoners aangeeft tevreden of zeer tevreden te zijn met het leven. We benoemden in hoofdstuk 2 dat mensen met een laag inkomen vaak minder tevreden zijn met het leven. Dit wordt in de kwalitatieve evaluatie weerspiegelt doordat 51 procent aangeeft niet tevreden met het leven te zijn. Figuur 5 toont dat de pilot armoedebeleid voor ruim driekwart van de inwoners een positief of zeer positief effect heeft op de leefsituatie. Voor 2 procent heeft de pilot een negatief effect. Voor 23 procent van de inwoners heeft de pilot geen effect gehad op de leefsituatie.
Figuur 4- tevredenheid met het leven
Figuur 5- effect van pilot armoede op leefsituatie
Veel deelnemers (84 procent) ervaren te weinig inkomen te hebben om sociaal actief te zijn (Figuur 6 op de volgende pagina). Bij 69 procent speelt dit probleem al langer dan drie jaar. Dit wijst op een structurele uitdaging in bestaanszekerheid. Toch zegt bijna 80 procent schuldenvrij te zijn. Dit betekent dat een laag inkomen niet altijd leidt tot betalingsachterstanden. Wel kan het ervoor zorgen dat mensen sociale activiteiten moeten missen. De cijfers laten zien dat financiële problemen langdurig zijn. Ze hebben impact op het dagelijks leven en de mogelijkheden om mee te doen in de samenleving. Een belangrijke kanttekening is dat inwoners zelf aangaven wat zij als de grens van minimaal benodigde middelen beschouwen. Dit benadrukt het belang van een benadering die armoede bekijkt vanuit de leefwereld van de doelgroep, in plaats van uitsluitend vanuit de perspectieven van onderzoekers en beleidsmakers. Door inwoners zelf te laten bepalen waar deze grens ligt, wordt hun eigen ervaring en beleving centraal gesteld. Dit leidt tot een authentieker en relevanter onderzoek dat beter aansluit bij de realiteit van mensen die met armoede te maken hebben.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
24
Figuur 6- ervaren inkomen voor levensonderhoud en sociale activiteiten, betalingsachterstand en langdurigheid van de leefsituatie.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
25
4.2 Indicatoren leefgebieden De grafieken in Figuur 7 en Figuur 8 laten zien hoe inwoners hun zorgen en veranderingen in verschillende levensgebieden ervaren. In Figuur 7 wordt duidelijk dat de meeste deelnemers weinig zorgen hebben over schulden en sociale relaties. Dit betekent dat een groot deel van hen in staat is financieel de eindjes aan elkaar te knopen en sociale steun ervaart. Tegelijkertijd veroorzaken fysieke gezondheid en het inkomen relatief meer zorgen. Dit suggereert dat veel inwoners zich kwetsbaar voelen op deze gebieden, bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen of een structureel laag inkomen om in de samenleving mee te kunnen doen. In Figuur 8 zien we hoe de pilot heeft bijgedragen aan veranderingen in de levenssituatie. De grootste positieve effecten worden ervaren op levensplezier en sociale relaties. Dit wijst erop dat de ondersteuning binnen de pilot inwoners helpt om meer mee te doen in de samenleving en zich minder sociaal geïsoleerd te voelen. Daarentegen zijn de veranderingen in inkomen en fysieke gezondheid minder groot. Dit is logisch, omdat inkomen vaak gekoppeld is aan structurele factoren zoals werk en toeslagen, en fysieke gezondheid niet direct door een korte pilot te verbeteren is.
Toch laat de samenhang tussen de twee grafieken zien dat de zorgen over inkomen en fysieke gezondheid minder zijn afgenomen. Dit kan betekenen dat structurele problemen, zoals financiële onzekerheid en gezondheidsklachten, minder makkelijk te beïnvloeden zijn binnen de looptijd van de pilot. Dit kan wijzen op een kortstondig effect: de pilot heeft op korte termijn positieve verandering gebracht, maar de diepere, structurele uitdagingen blijven bestaan. De manier waarop de levensgebieden gemeten zijn, helpt om deze verbanden te begrijpen. Doordat deelnemers de acht levensgebieden op een lijnschaal plaatsen, worden onderlinge verhoudingen zichtbaar. Hierdoor wordt duidelijk hoe de verschillende aspecten van het leven elkaar beïnvloeden. Sociale relaties en levensplezier verbeteren, maar als inkomen en gezondheid achterblijven, kan dit betekenen dat de impact van de pilot niet langdurig is zonder verdere maatregelen. Dit benadrukt het belang van duurzaam beleid dat niet alleen sociale participatie stimuleert, maar ook structurele verbeteringen in inkomen en gezondheid mogelijk maakt.
De pilot heeft gezorgd voor een steuntje in de rug voor inwoners met een laag inkomen, vooral op het gebied van sociale relaties en levensplezier. De leefgebiedindicatoren bevestigen dat de gemeente een betekenisvolle bijdrage aan het welzijn van inwoners heeft geleverd. De ondersteuning heeft gezorgd voor meer levensplezier en sociale samenhang, wat een positief effect heeft op het welzijn van de deelnemers.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
26
Schulden 0,64 Sociale relaties 0,58 Levensplezier 0,56 Mentale gezondheid 0,50 Wonen 0,47 Werk/activiteiten 0,45 Fysieke gezondheid 0,42 Inkomen 0,33
Figuur 7-indicator leefgebieden en zorgen
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
27
Levensplezier 0,61 Sociale relaties 0,60 Schulden 0,56 Mentale gezondheid 0,56 Werk/activiteiten 0,51 Wonen 0,48 Fysieke gezondheid 0,48 Inkomen 0,46
Figuur 8- leefgebieden en verandering
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
28
4.3 Indicatoren ervaren bestaanszekerheid Figuur 9 tot Figuur 12 op de volgende pagina zijn de indicatoren en scores de waarden achter de vier condities van sociale kwaliteit. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven vormen deze waarden volgens Movisie het kompas voor bestaanszekerheid: sociale rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid, verbinding en waardering.
Inleiding verbinding Een goed bestaan betekent niet alleen voldoende inkomen, maar ook het ervaren van verbinding met andere inwoners. Geef aan in welke mate uw verbinding met andere inwoners is veranderd door de extra steun die u heeft gekregen.
Inwoners werd gevraagd in hoeverre de extra steun van de pilot armoedebeleid hun gevoel heeft veranderd over deze vier waarden van bestaanszekerheid. Ze deden dit door hun gevoel aan te geven op een schaal die varieerde van ‘tot een dieptepunt gedaald’ tot ‘tot een hoogtepunt gestegen’. Elke vraag werd vooraf ingeleid met een uitleg over de waarde.
Inleiding waardering Elke inwoner van Dijk en Waard moet de mogelijkheid hebben zichzelf te zijn en gewaardeerd te voelen, ook tijdens moeilijke tijden. Geef aan in welke mate uw gevoel gewaardeerd te worden is veranderd door de extra steun die u heeft gekregen.
Inleiding sociale rechtvaardigheid De gemeente Dijk en Waard streeft naar een eerlijke verdeling van welvaart door te zorgen voor voldoende inkomen, veilige huisvesting en toegankelijke gezondheidszorg voor al haar inwoners. Geef aan in welke mate uw gevoel voor een eerlijke verdeling van welvaart is veranderd door de extra steun die u heeft gekregen. Inleiding gelijkwaardigheid De gemeente streeft naar gelijke kansen voor elke inwoner, ongeacht afkomst of situatie, om volwaardig deel te nemen aan de samenleving en zich welkom te voelen. Geef aan in welke mate uw gevoel voor een eerlijke verdeling van welvaart is veranderd door de extra steun die u heeft gekregen.
Algemeen beeld uit indicatoren bestaanszekerheid Wat we uit de figuren kunnen opmaken de gevoelens over de bestaanszekerheid gemiddeld genomen tijdens de pilot armoedebeleid licht zijn verslechterd. Op alle aspecten van bestaanszekerheid is de gemiddelde score 50 op een schaal van 0 tot 100 (de roze lijnen in de figuren geven de gemiddelde scores weer). Het is echter niet uitgesloten dat de gevoelens van inwoners los staan van de pilot armoedebeleid. Voor inwoners kan het ook een gelegenheid zijn geweest hun gevoelens over hun bestaanszekerheid in het algemeen te uitten.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
29
Figuur 9- indicator sociale rechtvaardigheid
Figuur 11-indicator verbinding
Figuur 10- indicator gelijkwaardigheid
Figuur 12-indicator waardering
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
30
4.4 Indicator vertrouwen gemeentelijke organisatie Figuur 13 illustreert dat het vertrouwen in de gemeentelijke organisatie door de pilot armoedebeleid gemiddeld licht is toegenomen. Figuur 14 geeft weer hoe het vertrouwen in de gemeente verdeeld is over 4 hoofdlijnen van de pilot armoedebeleid. De chi-kwadraat toets werd uitgevoerd om te bepalen of er een significante correlatie is tussen het vertrouwen en de hoofdlijnen van de pilot. De testresultaten laten zien dat er geen sterk verband is. Met andere woorden, de verdeling van het vertrouwen verschilt niet sterk genoeg tussen de hoofdlijnen om te concluderen dat de pilot-onderdelen een meetbaar verschillend effect hebben op het vertrouwen. Figuur 13-indicator verandering vertrouwen in gemeente door pilot armoedebeleid
Figuur 14- indicator vertrouwen gemeente naar hoofdlijnen van de pilot armoedebeleid
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
31
4.5 Analyse indicatoren eind- en tussenevaluatie De data tonen dat de aspecten van leefsituatie, leefgebieden, bestaanszekerheid en vertrouwen in de gemeente overwegend consistent blijven tussen de eind- en tussenevaluatie. Hieruit volgen de volgende conclusies over de validiteit en betrouwbaarheid van het onderzoek:
Betrouwbaarheid van de metingen De resultaten laten geen onverklaarbare uitschieters zien, wat erop wijst dat de vragen en het narratieve format de werkelijkheid goed weerspiegelen. Dit verhoogt de betrouwbaarheid van het instrumentarium dat is gebruikt.
Consistentie in uitkomsten De consistentie in hoe deelnemers aspecten van leefsituatie, leefgebieden, bestaanszekerheid en vertrouwen ervaren, versterkt de betrouwbaarheid van de resultaten. Deze uitkomsten bevestigen de aanname dat leefsituaties, leefgebieden bestaanszekerheid en vertrouwen, zeker rondom de armoedegrens, vaak langdurig zijn en minder snel veranderen. Dit is in lijn met wat verwacht wordt van deze doelgroep en de beoogde tijdsperiode van een jaar.
Tijdsperiode en impact De beperkte tijdsperiode tussen de evaluaties (1 jaar) speelt een belangrijke rol. Het is niet onverwacht dat structurele en diepgewortelde kwesties zoals armoede en bestaanszekerheid geen significante veranderingen laten zien in een relatief korte periode. Dit geeft aan dat de onderzoeksmethode realistischer is dan bijvoorbeeld overdreven optimistische verwachtingen over snelle veranderingen.
Validiteit van het onderzoek Omdat de steekproefkenmerken tussen de evaluaties consistent zijn gebleven is de validiteit gewaarborgd. De resultaten zijn representatief voor de doelgroep en niet vertekend door veranderingen in de populatie. Het feit dat er geen grote afwijkingen zijn, wijst op een goede afstemming van de onderzoeksmethode op de werkelijkheid van de doelgroep.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
32
4.7 Indicatoren pilot armoedebeleid De grafieken in Figuur 15 en Figuur 16 laten zien hoe inwoners de DijkenwaardPas ervaren in relatie tot sociale participatie. In Figuur 15 wordt duidelijk dat veel deelnemers het bedrag op de pas als te laag beoordelen. De verdeling van de antwoorden toont aan dat een groot deel van de deelnemers moeite heeft om voldoende gebruik te maken van sport, recreatie en cultuur met het huidige saldo. Figuur 16 laat zien dat inwoners ook vinden dat de acceptatieplekken van de pas niet altijd aansluiten bij hun behoeften. De spreiding van de antwoorden suggereert dat veel mensen graag meer keuzevrijheid willen in waar ze de pas kunnen gebruiken. De piek rond het midden van de schaal toont dat een deel van de deelnemers wel tevreden is, maar de relatief hoge scores aan de lage kant suggereren ruimte voor verbetering. Beide grafieken wijzen erop dat uitbreiding van het gebruik en een hoger bedrag de toegankelijkheid kunnen verbeteren.
Figuur 15- indicator ervaren tegoed op de DijkenwaardPas
Figuur 16-indicator ervaren bestedingsmogelijkheden en behoefte
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
33
Algemeen beeld uit verhalen
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
34
5 Algemeen beeld uit verhalen 5.1 Analyse van de verhalen •
Tabel 1 geeft inzicht in de ervaringen van inwoners die hebben deelgenomen aan de pilot armoedebeleid. De verhalen laten zien hoe inwoners hun leefsituatie ervaren, waarom zij extra steun nodig hebben, welke veranderingen zij merken in hun dagelijks leven door de pilot en hoe zij naar de toekomst kijken. De codes helpen om de rode draden in de verhalen te herkennen en de impact van de pilot beter te begrijpen.
•
De codes zijn onderverdeeld in verschillende thema’s: •
•
•
Bestedingen: Waar wordt de DijkenwaardPas aan besteed? Veel inwoners gebruiken de pas voor sport, cultuur en activiteiten met kinderen. Tegelijkertijd geven zij aan dat er beperkingen zijn in het aanbod en de hoogte van het bedrag. Ervaringen met de DijkenwaardPas en premies: Dit omvat de waardering voor de pas, het gemak van gebruik, maar ook tekortkomingen en behoeften. Een deel van de inwoners is positief verrast door de premie, terwijl anderen aangeven dat het bedrag niet toereikend is. Intrinsieke effecten: Hier gaat het om de bredere impact op het leven van inwoners. De pas draagt bij aan sociale participatie en vermindert stress en financiële zorgen, wat bijdraagt aan een gevoel van zekerheid.
•
Kwaliteit van leven: De verhalen laten zien hoe de pilot invloed heeft op werk, vrijwilligerswerk en het algemene welzijn. Sommige inwoners ervaren meer mogelijkheden om deel te nemen aan de samenleving. Obstakels: Veel inwoners ervaren structurele belemmeringen zoals gezondheidsproblemen, hoge kosten voor levensonderhoud, sociale uitsluiting en schulden. Deze factoren maken het moeilijk om volledig te profiteren van de pas. Suggesties: Inwoners deelden ideeën en adviezen voor verbetering, zoals uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden en een hogere vergoeding.
In de volgende secties gaan we dieper in op elk thema en de inzichten die deze bieden.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
35
Thema
Code
Beschrijving
Bestedingen
Kringloopwinkel Sporten Voor en met kinderen
Rataplan, kledingbank, 2ehandspullen Bezoek of lidmaatschap sportschool, vereniging Divers gebruik DijkenwaardPas om iets met kinderen te kunnen doen of iets voor hen te kopen Bezoek aan bioscoop Bezoek aan theater, muzieklessen, cursussen, bibliotheek Meubilair, elektronica, witgoed, fiets Zwemlessen, vrij zwemmen Uitingen van waardering over bestaan van de pas en ontvangen premies Activiteiten of bestedingen die niet gedaan kunnen worden en die inwoners juist graag zouden willen Ervaringen over het gemak van de pas Fragmenten waarin inwoners aangeven verrast te zijn met een premie Inhouding van premie door verrekening met schulden of ander inkomen Mee kunnen doen met familie en vrienden, verrijking kwaliteit van leven Gevoelens van meer financiële ruimte en vrijheid Fragmenten over hoe inwoners met weinig financiële ruimte het beste ervan maken Fragmenten over werk en activiteiten die zingevend zijn Fragmenten over de zingeving van vrijwilligerswerk Over de stress van het continue eindjes aan elkaar moeten knopen Beperkingen in dagelijks leven door (lichamelijke of mentale) gezondheidsproblemen Over de hoge kosten van levensonderhoud Te weinig inkomen om leuke dingen te kunnen doen of huisraad te vervangen Ervaringen van alleenstaande ouders Over het niet sociaal actief zijn Door andere mensen in hokjes worden geplaats, schaamtegevoelen Neerslachtigheid als gevolg van leven
rond armoedegrens Verhalen van inwoners met migratieachtergrond en waar zij tegenaanlopen Leefsituaties die buiten de ervaren norm vallen Door schulden of bewindvoering beperkt in financiële mogelijkheden Opmerkingen, vragen, en ideeën van inwoners n.a.v. de evaluatie
Ervaringen DijkenwaardPas en premies
Intrinsieke effecten Kwaliteit van leven
Obstakels in dagelijks leven
Suggesties
Bioscoop Cultuur Huisraad Zwemmen Waardering Tekortkomingen en behoefte Gemak DijkenwaardPas Verrast door premie Inhoudingen Meedoen/verrijking Verlichting van stress en zorgen Positieve levenshouding Werk en activiteit Vrijwilligerswerk Geen stress of zorgen Gezondheid Hoge kosten levensonderhoud Bewust keuzes moeten maken Alleenstaande ouders Uitsluiting en eenzaamheid Schaamte en stigmatisering Depressiviteit Integratie, taalbarrière Uitzonderlijke leefsituaties Schulden Suggesties voor gemeente
Aantal keer in verhalen 47 28 24 21 18 16 13 82 57 21 9 4 35 23 19 14 13 11 51 34 29 13 10 8 8 7 7 5 40
Tabel 1-codering van 125 verhalen door thematische analyse en het aantal keer dat een code in de verhalen voorkomt.
Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard
36
5.2 Bestedingen De verhalen laten zien hoe inwoners de DijkenwaardPas, uitstroom- en vrijwilligerspremie met name gebruiken om sociale en culturele activiteiten te bekostigen. De codes binnen de groep Bestedingen geven een gevarieerd beeld van uitgaven, variërend van basisbehoeften zoals schoolkosten en ziektekosten tot vrijetijdsbestedingen zoals sport en cultuur. De kringloopwinkel is de meest genoemde besteding in de verhalen. Dit wijst erop dat veel inwoners financiële krapte ervaren en tweedehandswinkels actief gebruiken om in hun basisbehoeften te voorzien. De pas helpt om extra aankopen te doen, zoals kleding en huishoudelijke spullen, die anders moeilijk bereikbaar zouden zijn. Daarnaast laten de verhalen zien dat de DijkenwaardPas ook zorgt voor kleine, maar betekenisvolle verbeteringen in het dagelijks leven. Zo maakt de pas het mogelijk om deel te nemen aan sportverenigingen, naar de bioscoop te gaan of kinderen op zwemles te doen. Dit draagt bij aan sociale participatie en kwaliteit van leven.