CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij beantwoording vragen DOP Onderzoeksrapport narratief onderzoek, uitgevoerd door SenseGuide

Gemeenteraad 13 november 2025, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Meedoen in Dijk en Waard, voorzieningen en beleidskader21.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De inzichten en ervaringen van inwoners kunnen de basis vormen voor een inclusiever en mensgerichter armoedebeleid. Door deze participatie goed te faciliteren en in te bedden in het gemeentelijk beleid, kan de gemeente ervoor zorgen dat haar maatregelen beter aansluiten op de realiteit van mensen met een laag inkomen. Het feit dat ruim een derde van de deelnemers actief wil meedenken, is een signaal dat niet genegeerd mag worden. Het biedt een kans om niet alleen beleid te maken voor, maar vooral samen met inwoners.

De gemeente kan deze betrokkenheid benutten door inwoners op verschillende manieren te betrekken bij beleidsontwikkeling. Denk aan: • Ervaringsdeskundige panels: Regelmatig bijeenkomsten organiseren waarin inwoners hun ervaringen delen

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

“Eigenlijk zou ik als te toekomst het toelaat bij de gemeente willen werken en willen kijken hoe het voor mensen makkelijker gemaakt kan worden om dingen te vragen te zoeken hulp te krijgen etc. Er zijn nu zoveel afdelingen en verschillen dat het zelfs voor mij soms frustrerend is en lastig uit te zoeken is wat nou waar hoort ook met betrekking op uitkering en bijzondere bijstand en Wmo. Ik denk dat mensen die een tijd in een situatie zitten als ik heel goed zouden kunnen mee werken en denken over wat nou gewoon veel beter kan. Of er zelfs hun baan van willen en kunnen maken. Dat is wat ik graag zou willen doen.”

64

Beschouwing op armoede en armoedebeleid

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

65

7 Beschouwing op armoede en armoedebeleid Armoede als dynamisch vraagstuk Armoede is geen statisch gegeven; het is een complexe, dynamische realiteit die verweven is met hoe mensen zich verhouden tot hun omgeving, hoe ze keuzes maken en hoe ze hoop of perspectief ervaren. In Dijk en Waard laat het armoedebeleid zowel verlichting als beperkingen zien. De inwoners die deelnamen aan zowel de tussen- als eindevaluatie schetsen een beeld waarin financiële onzekerheid niet alleen een materieel probleem is, maar ook een psychologische last, een sociale uitdaging en soms zelfs een bron van schaamte. Tegelijkertijd tonen ze veerkracht, creativiteit en een sterke wil om zich met hun gemeenschap te verbinden en vooruit te komen. De impact van beleid op bestaanszekerheid De verdiepende analyses maken duidelijk dat de effecten van armoede zich niet beperken tot het saldo op een bankrekening. Inwoners benoemen hoe structurele ongelijkheid en rigide beleidsregels hen belemmeren om hun situatie te verbeteren. Alleenstaande moeders bijvoorbeeld, ervaren niet alleen financiële druk, maar ook een gebrek aan gelijke kansen voor zichzelf en hun kinderen.

De verhalen van inwoners tonen hoe bestaande voorzieningen zoals de DijkenwaardPas, de premies voor uitstroom uit de bijstand en vrijwilligerswerk en andere gemeentelijke regelingen voor de één een zegen zijn, terwijl ze voor anderen te weinig bewegingsruimte bieden of zelfs drempels opwerpen door stigmatisering of beperkte toepassingsmogelijkheden.

Sociale gevolgen van armoede Daarnaast dringt zich de vraag op in hoeverre de sociale gevolgen van armoede voldoende worden erkend in het beleid. Eenzaamheid, stress over geld en de moeite om een stabiel sociaal netwerk op te bouwen zijn fundamentele aspecten van het leven rond de armoedegrens die moeilijk in cijfers te vangen zijn, maar die het verschil kunnen maken tussen overleven en leven. Hier ligt een kans om armoedebeleid niet enkel te zien als een instrument voor financiële compensatie, maar als een middel om sociale participatie en mentale weerbaarheid te versterken. Een beleid dat ruimte biedt voor menselijke waardigheid, contextgerichte oplossingen en dialoog, in plaats van een uniforme oplossing te dicteren, kan hierin een verschil maken. Meer vertrouwen en samenwerking De uitkomsten van de eindevaluatie suggereren dat armoedebeleid zou kunnen profiteren van minder bureaucratie en meer vertrouwen in burgers. In plaats van eenzijdig opgelegde maatregelen lijken contextgerichte oplossingen beter te werken wanneer ze samen met inwoners worden ontwikkeld. Daarnaast komt naar voren dat een sterkere samenwerking met de landelijke politiek wenselijk is. Gemeenten spelen nu een grote rol in het opvangen van de lacunes in het landelijke beleid, terwijl structurele bestaanszekerheid grotendeels op rijksniveau wordt bepaald.

Dit roept de vraag op of de afhankelijkheid van gemeentelijke regelingen kan worden verminderd door bestaanszekerheid via rijksbeleid te versterken.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

66

De kloof tussen leefwereld en beleidswereld Een van de grootste uitdagingen in armoedebeleid is de kloof tussen de leefwereld van inwoners en de wereld waarin beleid wordt ontwikkeld. Beleidsmaatregelen worden vaak ontworpen op basis van abstracte data en theoretische modellen, zonder voldoende aansluiting te zoeken bij de realiteit van mensen die ermee te maken hebben. Hierdoor ontstaan oplossingen die in de praktijk onvoldoende werken of zelfs nieuwe barrières opwerpen. Om effectief armoedebeleid te maken, is het noodzakelijk dat beleidsmakers actief in gesprek gaan met inwoners. Dit betekent niet alleen luisteren naar wat er speelt, maar ook erkennen dat ervaringsdeskundigheid een even grote rol speelt als statistische analyses. Beleidsontwikkeling moet meer aansluiten bij de dagelijkse realiteit van mensen in armoede en de complexiteit van hun situatie erkennen. De waarde van ervaringskennis Een belangrijke opbrengst uit de evaluatie is dat 36 procent van de deelnemers heeft aangegeven actief mee te willen denken over het armoedebeleid. Dit toont niet alleen aan dat inwoners betrokken willen zijn, maar ook dat zij de behoefte voelen om hun stem te laten horen en bij te dragen aan oplossingen die beter aansluiten bij hun leefwereld. Het betrekken van ervaringsdeskundigen bij de beleidsontwikkeling is cruciaal om beleid realistischer en effectiever te maken.

Mensen die armoede aan den lijve ondervinden, weten als geen ander wat mensonwaardig aanvoelt en wat daadwerkelijk helpt.

Hun perspectieven kunnen helpen om blinde vlekken in het beleid bloot te leggen en bij te dragen aan maatregelen die niet alleen theoretisch kloppen, maar ook daadwerkelijk impact hebben op het dagelijks leven van mensen in kwetsbare situaties. Het belang van zwakke signalen In verhalen van inwoners schuilen vaak zwakke signalen: subtiele aanwijzingen voor structurele problemen of kansen. Deze signalen zijn waardevol omdat ze vroegtijdig waarschuwen voor maatschappelijke ontwikkelingen die anders onopgemerkt blijven. Ze kunnen verborgen patronen en gevoelens blootleggen die in kwantitatieve data vaak onzichtbaar blijven. Het serieus nemen van deze signalen versterkt de relatie tussen overheid en inwoners en draagt bij aan een beleid dat daadwerkelijk aansluit op de behoeften van mensen. Daarnaast kan het tijdig herkennen van zwakke signalen helpen om escalatie van problemen te voorkomen en proactief in te grijpen waar nodig. Dit vraagt om een beleidsaanpak die niet alleen kijkt naar harde cijfers, maar ook naar de verhalen en ervaringen achter die cijfers. Reflectieve vragen als beleidsinstrument Om armoedebeleid effectiever te maken, moeten beleidsmakers zichzelf en anderen vaker uitdagende vragen stellen. Reflectieve vragen prikkelen nieuwe inzichten en helpen vastzittende denkpatronen te doorbreken.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

67

Voorbeelden: • •

•

Welke aannames maken we over armoede en bestaanszekerheid? Hoe kunnen we systemen zodanig inrichten dat inwoners zich onderdeel voelen van een samenleving waarin ze iets kunnen bijdragen? Welke vormen van waardering en erkenning helpen mensen om hun eigen waarde te zien en te ervaren dat ze meedoen? Hoe kunnen we bestaande verbindingen en netwerken in de wijk benutten om problemen rondom bestaanszekerheid collectief aan te pakken? Wat kunnen we leren van de oplossingen die mensen zelf al hebben gevonden binnen hun sociale netwerken?

Naar een menselijker en effectiever armoedebeleid Armoedebeleid moet niet alleen meetbaar, maar ook voelbaar zijn. Dit vraagt om een verschuiving van controle en cijfers naar een benadering waarin menselijke waardigheid, diepere inzichten en samenwerking centraal staan. Minder beleid ‘over’ mensen, meer beleid ‘mét’ mensen.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

68

Bijlage 1 Methodische verantwoording Narratief onderzoek en sensemaking Narratief onderzoek richt zich op het onderzoeken van verhalen en hoe ze betekenis geven aan ervaringen en gebeurtenissen. Verhalen zijn een belangrijk middel om ervaringen te structureren en te organiseren, en om deze te delen met anderen. Hierbij geldt dat alles wat mensen vertellen onderdeel is van iemands persoonlijk verhaal11. Een verhaal hoeft daarmee niet per se een duidelijke structuur te bevatten om te worden aangeduid als ‘narratief’ en te worden benut als data binnen onderzoek12. Sensemaking richt zich op het identificeren van patronen en thema's. Gebaseerd op de natuurlijke manier waarop mensen informatie verwerken en gebruiken om betekenis te geven aan de wereld om hen heen. Daarbij komt het vooral aan op abductief redeneren13, ook wel playful reasoning14 genoemd: aannemelijke en potentieel rijke ideeën bedenken om verbanden te verklaren.

Sensemaking en narratief onderzoek gaan goed samen omdat beide benaderingen zich richten op het begrijpen en construeren van betekenis in complexe situaties en gebeurtenissen. Verhalen en zelfduiding van verhalen Wij gebruikten een vorm van narratief onderzoek waarin de verteller zijn of haar verhaal (narratief) zelf direct voorziet van betekenis door een aantal gesloten vragen te beantwoorden. Deze vragen worden ook wel duidingsvragen genoemd en leveren kwantitatieve informatie op. Duidingsvragen minimaliseren de onderzoekersbias in interpretatie van de verhalen (Snowden 2011). Duidingsvragen zijn in principe bedoeld het exploratieve karakter van het onderzoek te versterken maar kunnen ook gebruikt worden om hypotheses te toetsen. Onze opvatting is echter het exploratieve karakter van de onderzoeksmethode zoveel mogelijk recht te doen en niet te vervallen in de valkuil van een traditionele enquête.

11

Ricoeur, P. (1991). Life in Quest of Narrative. In D. Wood (Ed.), On Paul Ricoeur: Narrative and Interpretation. Routledge. Riessman, C. K. (1993). Narrative analysis. Qualitative Research Methods, 30. Sage. 12 Boje, D. M. (1991). The storytelling organization: A study of storytelling performance in an office supply firm. Administrative Science Quarterly, 36, 106126. Czarniawska, B. (2004). Narratives in Social Science Research. Sage Publications, Inc.

13

Tavory, I., Timmermans, S. (2014). Abductive Analysis. Theorizing Qualitative Research. University of Chicago. 14

Klein, G. (2013). Seeing What Others Don’t: The Remarkable Ways We Gain Insights. Nicholas Brealey Publishing.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

69

De onderzoeksmethode is zeer geschikt om mensen op grote schaal te bereiken en kwalitatief hoogwaardige beleidsinformatie te krijgen. Op statistisch niveau ontstaat een beeld van wat leeft, de onderliggende verhalen geven context aan het beeld en vertellen hoe iets leeft. Conceptueel raamwerk Bij het ontwikkelen van de vragenlijst is gekozen om de onderzoeksvragen te operationaliseren naar een vragenconcept om effecten van de pilot armoedebeleid te kunnen evalueren. Hiervoor is in eerste instantie een literatuurverkenning naar armoede en bestaanszekerheid gedaan. We hebben ons hierbij beperkt tot de literatuur van de volgende vooraanstaande kennisen onderzoekinstituten in Nederland op het gebied van sociale vraagstukken: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Movisie, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (NIBUD), de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Aan de hand van publicaties van deze instituten zijn indicatoren opgesteld om de leefsituatie en de bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen in beeld te brengen. Om inwoners een ervaringsverhaal te laten vertellen stelden we een aantal open (stimulerings) vragen.

Gevraagd werd aan inwoners om te vertellen over: • De leefsituatie • Waarom inwoners de extra steun uit de pilot armoedebeleid goed kunnen gebruiken • Welke verandering wel of niet in het dagelijks leven ervaren wordt door de extra steun uit de pilot armoedebeleid

•

Hoe inwoners naar de toekomst kijken

Duidingsvragen zijn een set van abstracte concepten en meerkeuzevragen waarmee de inwoner zijn of haar verhaal van betekenis voorziet en data genereert voor kwantitatieve analyse. Duidingsvragen volgen nadat het verhaal verteld is. In het onderzoek bestaan de duidingsvragen uit een combinatie van keuze- en lijnschaalvragen. Kenmerk van een schaalvraag is dat schaalwaarden ontbreken. Het is dan voor de respondent minder duidelijk om de sociaal wenselijke waarde te bepalen. De schaalvragen stimuleren intuïtieve en reflectieve beantwoording. Ook is gebruik gemaakt van een multifactorvraag. De respondent beoordeelde hierbij acht leefgebieden op twee afzonderlijke lijnschalen: één die de mate van verandering door de extra steun uit de pilot weergeeft en één die de mate van zorgen in het dagelijks leven weerspiegelt. Dataverzameling en ethiek Alle inwoners die tot de doelgroepen de pilot armoedebeleid behoren waren uitgenodigd om aan de kwalitatieve evaluatie mee te doen. In totaal zijn ongeveer 2150 inwoners uitgenodigd. Een respons verhogende maatregel was verloting van 100 cadeaubonnen van 20 euro. De onderzoeksmethode combineert elementen van zowel kwalitatief (narratief) als kwantitatief onderzoek, met een bijzondere focus op het narratieve aspect. Dit stelt ons in staat om diepgaand inzicht te verkrijgen in persoonlijke ervaringen en de

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

70

achterliggende motivaties, overwegingen en gedragingen van individuen. Binnen de kwalitatieve onderzoekstraditie is er een consensus dat, vanwege het verschijnsel van dataverzadiging15 (saturatie), een omvangrijke steekproef niet noodzakelijk is. Voor de kwantitatieve data-analyse hebben we een steekproefgrootte bepaald van 100 inwoners. De foutmarge van deze steekproefomvang is 10% bij een betrouwbaarheidsniveau van 95%. Deze iets ruimere foutmarge dan de standaard 5% maakt de steekproefgrootte zowel beheersbaar als betrouwbaar. Voor de eindevaluatie was de uiteindelijke steekproef van 125 inwoners daarom voldoende groot voor een kwalitatief betrouwbaar beeld en is het naar verdeling over de hoofdlijnen van de pilot en woonplaats van deelnemers ook een representatieve weergave. Voor de evaluatie waren inwoners die gebruik maken van de DijkenwaardPas en een seniorentoeslag ontvangen per brief uitgenodigd om via internet aan de evaluatie deel te nemen. De inwoners die een vrijwilligers-, uitstroompremie of aanvulling bijzondere bijstand ontvingen zijn telefonisch benaderd om hun verhaal in een persoonlijk gesprek te delen met een zogenaamde verhalenbegeleider. Verhalenbegeleiders zijn geen ervaren interviewers maar mensen die oprecht interesse hebben in de verhalen van andere mensen en

de mensen achter de verhalen. Hierbij is er geen directe relatie tussen inwoner en verhalenbegeleider om de kans op sociaal wenselijke verhalen te minimaliseren. Eén verhalenbegeleider is geworven vanuit de ambtelijke organisatie van Dijk en Waard. De andere verhalenbegeleider was een medewerker van SenseGuide. De verhalenbegeleiders waren geïnstrueerd om dezelfde open vragen (stimuleringsvragen) te stellen als in de internetvariant van de evaluatie. De voornaamste taak van de verhalenbegeleider is ervoor te zorgen dat het verhaal voor analyse en betekenisgeving bruikbare elementen bevat. Verder gaven verhalenbegeleiders waar nodig toelichting bij het beantwoorden van de duidingsvragen. In geen geval was het de opdracht het verhaal en de beantwoording van de duidingsvragen inhoudelijk te sturen of te beïnvloeden. De onderzoekers hebben vastgesteld dat er van structurele sturing en beïnvloeding door de verhalenbegeleiders geen sprake is geweest. Verhalen zijn met audio-opname op een mobile device door de verhalenbegeleider vastgelegd, waarna de inwoner zelf de duidingsvragen kon beantwoorden. Hiervoor is gebruik gemaakt van de app SenseMaker. Audio-opnames zijn via een erkend en gekwalificeerd transcriptiebureau woordelijk uitgeschreven. De tekstbestanden zijn vervolgens samengevoegd met de data uit de duidingsvragen.

15

Het punt waarop het verzamelen van nieuwe gegevens geen nieuwe inzichten of thema's meer oplevert voor het onderzoek

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

71

Persoonsgegevens in dit onderzoek zijn niet herleidbaar tot namen en adressen en geanonimiseerd. Persoonskenmerken zijn op geaggregeerd niveau gerapporteerd. Inwoners hadden daarbij de mogelijkheid om bepaalde persoonlijke vragen niet te beantwoorden. Alle audio-opnames zijn na transcriptie vernietigd. Analyse- en betekenisgevingsproces Nadat de fase van het verzamelen van data was afgerond volgde een proces van analyse van de data. Dit werd gedaan door een onafhankelijk onderzoeksteam van SenseGuide. De onderzoekers ging allereerst op zoek naar opvallende statistieken en patronen in de kwantitatieve data. De onderzoekers hadden de beschikking over een softwareapplicatie waarmee directe interactie met de data mogelijk was; ze konden filters toepassen en selecties maken om inzichten op te doen en deze verder te verfijnen. De individuele analyses zijn verzameld en geaggregeerd. De onderzoekers bespraken overeenkomsten en verschillen in de analyses en kwamen zo tot eerste inzichten en vragen. Ook is een thematische analyse van alle verhalen uitgevoerd. Een methode om thema’s en verbanden uit kwalitatieve data te ontdekken. In dit proces worden verhaalfragmenten die in context, taal- en woordgebruik overeenkomen door SenseGuide onderzoekers gecodeerd. Hierbij is een open en flexibele manier

van coderen toegepast (reflexive thematic analysis16). Dit werd gedaan met tekstanalysesoftware. Deze eerste inzichten uit kwantitatieve en thematische analyse vormden de basis voor een samenhangede analyse van indicatoren en verhalen. Hierbij gaat het vooral om verdieping van een bepaald inzicht. Dit komt tot stand door een cluster van verhalen en codes te analyseren die bij een kwantitatief resultaat hoort en daaruit patronen en verbanden te identificeren. Zo zijn de onderzoeksvragen vanuit verschillende invalshoeken geanalyseerd. De onderzoekers maakten hierbij ook gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) om de effectiviteit en efficiëntie van het analyseproces te verhogen. AI hielp bij het identificeren van patronen en relaties in de data met een hoge precisie en het valideren van de thematische analyse door Large Language taalmodellen (LLM). Door actief met de data te werken ontwikkelden de onderzoekers een eigen analyse. Deze analyses werden met elkaar in werksessies gedeeld en van duiding voorzien. Een eerste opzet van uitkomsten is besproken met de opdrachtgever. Voor dit rapport zijn de uitkomsten en onderliggende analyses verwerkt tot een samenhangend geheel.

16

Virginia Braun & Victoria Clarke (2019) Reflecting on reflexive thematic analysis, Qualitative Research in Sport, Exercise and Health, 11:4, 589-597

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

72

Validiteit Validiteit is de mate waarin de uitkomsten geldig zijn en overeenkomen met de werkelijkheid. De validiteit van het onderzoek was als volgt versterkt: •

•

•

•

De kwalitatieve evaluatie maakte gebruik van een indirecte en hypothesevrije bevragingsmethode, wat de kans op sociaal wenselijke antwoorden verminderde. De steekproef was voldoende groot en representatief. Methodetriangulatie: we hanteerden een mixed method benadering, waarbij kwalitatieve en kwantitatieve data gelijktijdig worden verzameld en thematisch geanalyseerd. Dit versterkte de validiteit van de bevindingen door een rijker en meer omvattend beeld te geven van de onderzochte indicatoren en kernwaarden. Datatriangulatie: resultaten uit het onderzoek zijn vergeleken met telinformatie van Zaffier over de pilot armoedebeleid, data uit de Inkomenseffect Rapportage van Zaffier en Gemeente Dijk en Waard, de Armoedemonitor van Gemeente Dijk en Waard en de data uit de tussenevaluatie van SenseGuide in 2024. Onderzoekstriangulatie: de inzichten zijn tot stand gekomen vanuit participatieve analyse en betekenisgeving zoals in de vorige paragraaf is beschreven.

Beperkingen De kwantitatieve data die voortkomen uit gesloten vragen in narratief onderzoek zijn vooral subjectieve antwoorden.

Deze bieden context bij de leefsituatie en ervaringen die mensen beschrijven of vertellen. De resultaten moeten daarom worden beschouwd als relatieve weergaven, niet als absolute feiten. Ze laten zien hoe mensen hun situatie ervaren en interpreteren, maar vormen geen harde, objectieve metingen. De resultaten zijn vooral bedoeld om richting te geven in het begrijpen van trends en patronen, en niet om exacte, eenduidige conclusies te trekken. Een narratieve evaluatie brengt verhalen en gesloten vragen samen, maar directe samenhang tussen beide is niet altijd te verwachten. Mensen communiceren en denken vaak op een complexe, niet-lineaire manier, waarbij emotie en context een belangrijke rol spelen. Dit zorgt voor een discrepantie tussen hoe mensen verhalen vertellen en hoe ze op analytische vragen reageren. Persoonlijke verhalen zijn doorgaans subjectieve ervaringen, terwijl antwoorden op gesloten vragen objectiever lijken, maar toch door persoonlijke interpretaties beïnvloed kunnen worden. Hoewel de methode sociaal wenselijke antwoorden probeert te minimaliseren, kunnen deze niet volledig worden uitgesloten. Daarnaast kunnen geheugen en recall bias ervoor zorgen dat herinneringen afhankelijk van de situatie en emotionele staat variëren. Ook de interpretatie van onderzoekers kan leiden tot verschillen in hoe verhalen worden begrepen en verwerkt.

Ondanks de inspanningen om consistentie te waarborgen, zijn deze discrepanties inherent aan narratief onderzoek.

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

73

Bijlage 2 Geraadpleegde bronnen Beleidsnota’s gemeente Dijk en Waard • Gemeenteraad Dijk en Waard 359620. Raadsvoorstel en besluit pilot armoedebeleid 2023 • Gemeente Dijk en Waard. Uitwerking Pilot Armoedebeleid 2023-2024 • Gemeente Dijk en Waard. 2023-08 Collegebericht voortgang pilot armoedebeleid 2023-2024 • Gemeente Dijk en Waard 0000754867. Evaluatierapport van het eerste jaar pilot armoedebeleid • Gemeente Dijk en Waard Verordening Individuele inkomenstoeslag via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702240 • Zaffier. Memo bijzondere bijstand. 16 maart 2023 • Zaffier Memo DB beleidsregels bijzondere bijstand. 11 mei 2023 Data • Gemeente Dijk en Waard. Grafische samenvatting Armoedemonitor 2023 • Zaffier. Monitoringsdocument pilot armoedebeleid • Zaffier en Gemeente Dijk en Waard. Duidingsrapportage Dashboard Minima 2023. Oktober 2024 • Zaffier en Gemeente Dijk en Waard. Inkomenseffect Rapportage. Juli 2024 • SenseGuide. Kwalitatieve eerstejaarsevaluatie pilot armoedebeleid. Maart 2024

Publicaties armoede en bestaanszekerheid • CBS (2021). Perspectieven op armoede en sociale uitsluiting- De sociale context van armoede • CBS(2023). Perspectieven op armoede en sociale uitsluiting - Armoede en sociale uitsluiting • van Geuns, R. C. (2022). Vertrouwen en bestaanszekerheid: wensdroom of noodzaak? Hogeschool van Amsterdam • Movisie (2022). Bestaanszekerheid onder druk • Movisie (2022) Leefgebiedenwijzer. Versterken van eigen kracht van cliënten • Raad voor Volksgezondheid en de Samenleving, Een eerlijke kans op gezond leven (2021) • Raad voor Volksgezondheid en de Samenleving (2021). Gezichten van een onzeker bestaan • Raad voor Volksgezondheid en de Samenleving (2024). Van overleven naar bloeien Bestaansonzekerheid voorkomen en verminderen • SCP (2023) Eigentijdse ongelijkheid. De postindustriële klassenstructuur op basis van vier typen kapitaal. Verschil in Nederland 2023 • SCP (2018). De SCP-methode voor het meten van armoede • ’S Jongers, T. (2024). Armoede uitgelegd aan mensen met geld • Werkplaatsen Sociaal Domein en Movisie (2022). Werken aan bestaanszekerheid; Gemeenten aan de slag vanuit het perspectief van inwoners

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

74

Kwalitatieve eindevaluatie pilot armoedebeleid Dijk en Waard

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=5b157d06-c506-43a1-823f-e92e10047969