Bijlage 4 - Bestemmingsplan Evenemententerreinen - Toelichting en regels en bijlagen bij het b
Tekst van het document
geluidsbeleid - reclamebeleid
Geluidsbeleid: verruiming van de geluidsnormen naar 105 dBA op 30 meter (in overleg met Bert Kleijn. Hij maakt een advies)- 1 lijn trekken, de gemeente stelt geluidsmeetapparatuur ter beschikking. Reclamebeleid: soepel omgaan met aanvragen van evenementen Dat er mensen/groepen/bewoners Het aantal impact evenementen te zijn die zich te negatiefopstellen in verruimen naar maximaal 12 per jaar, hun adviezen ter zake het voorwaarden hiervoor is dat elke evenementenbeleid, terwijl ze zorgvuldigheid getoetst wordt aan de gekozen hebben om te gaan ter zake geldende normen opdat met wonen op deze locatie (Coolplein). ieders belangen rekening gehouden wordt. Als merendeel van de groep willen wij graag DBC naar beneden. Als dit niet tot stand komt, hoe wordt dan de norm in de toekomst gehandhaafd/gemeente. Het antwoord op de hand out is niet voldoende. Exact wilen we graag weten hoeveel impact evenementen per terrein worden opgenomen. en 'niet impact'evenementen. bovendien bestaat er een uitzondering oa ontheffing geluid, incidentele festiviteiten. is hier ook rekening gehouden met aantallen? ook dit heeft namelijk gevolgen voor parkeren geluid etc.
In het bestemmingsplan is een verruiming van het aantal evenementen opgenomen, zie ook Coolplein.
Specificatie meerdaagse - Kermis scharen onder het evenement! Mag je dan langer dan evenement van maximaal 7 dagen een evenement - Specificeer 1 x 7 dagen en organiseren? bijvoorbeeld 1 x 2 dagen voor meerdaagse evenementen - laat gemeente handhaven aan regels met evenement en niet de ondernemer. Dan kunnen de bewoners bij de gemeente aankloppen voor goed gehoor. Ondernemer wordt door gemeente voor overtreding evt. beboet.
In het bestemmingsplan is het aantal dagen verbonden aan een meerdaags evenement gemaximaliseerd op 7, inclusief op- en afbouwdagen. Stank is geen ruimtelijkplanologisch aspect dat geregeld wordt in een bestemmingsplan, maar wordt uiteraard wel beoordeeld in kader van de aanvraag evenementenvergunning. De kermis is toegevoegd aan het totaal aantal evenementen.
Zie eerdere beantwoording. Het aantal evenementen is met 2 extra evenementen uitgebreid. Het voorgestelde aantal van 12 is niet overgenomen omdat wij als gemeente ook klachten hebben ontvangen van bewoners in de omgeving die liever minder overlast willen ervaren.
De geluidsnormering is niet aangepast. Over eventuele aanvullingen over dB(c)normen zullen wij nog advies inwinnen. De manier waarop deze normen worden gehandhaafd valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan, maar hier worden nog nadere gesprekken over gevoerd. Het aantal kleine evenementen waar naar gevraagd wordt is niet bepaalbaar. Wij kunnen niet op voorhand weten hoeveel buurtbarbeques of straatfeesten men wil houden. Daarbij is wel van belang dat zolang het minder dan 500 mensen zijn en er slechts beperkt geluid wordt veroorzaakt, de effecten daarvan vergelijkbaar zijn met het normale gebruik van het Coolplein en het Stadsplein.
Ijsbaan 't Kruis - Allereerst complimenten voor deze avond en de vooraf gegeven informatie- De baken braadzone op 't terrein komt de veiligheid ten goedeMogelijkheid voor tijdelijke brug, alleen daardoor kunnen er grote evenementen op het terrein plaatsvinden.
We missen dB(C) normering bij de geluidscategorieën 1, 2 en 3.- We missen het aantal dagen dat er totaal in het bestemmingsplan voor het terrein toegestaan is.- We missen regelgeving mbt reguliere en incidentele (dus geen impact)evenementen. Hoeveel evenementdagen met geluids- / of verkeersnormering is op de terreinen toegestaan? Onbeperkt?
Strand van Luna
Geen
Dat er een maximum gesteld wordt; aantal evenementen, aantal personen.
De 2 vluchtroutes die nu zijn ingetekend. Daarvan voldoet de ene in de hoek niet. Deze is klein en je komt uit op een zeer smal paadje tussen de bosjes/auto's in. Een brandweerauto kan er niet langs.- De vele escapes/ontheffingsmogelijkheden die de APV biedt en ook de Bijzondere Wetten: art. 4-6 ont. geluid, onth. incidentele festiviteiten, onth. sluitingstijden, onth. zondagswet. Hiermee kan men behoorlijk om het bestemmingsplan heen maneuvreren als organisator. - Geluidsoverlast 6x categorie 1: evenement altijd in de zomer, wanneer de ramen open staan
In het bestemmingsplan ook per terrein de maximale aantallen, dagen en geluidsnormen dB(A) en dB(C) van reguliere en en incidentele evenementen op te nemen.- De beslisboom te verduidelijken om bij > 500 & >1 dag ook een optie 'geen geluid', oftewel <65dB(A) te hebben, waardoor je op 'geen impact' uitkomt.
Opgenomen in het bestemmingsplan in het hoofdstuk Inleidende regels (onder begrippen). Daar wordt omschreven wanneer - afhankelijk van aantal bezoekers en geluidsbelasting - wel of niet sprake is van een impact evenement of een niet-impact evenement. Aantal impactevenementen, categorieen en geluidsnormen (ook dB(C) laagfrequent in geval van categorie 1) reeds afdoende opgenomen in bestemmingsplan.
Geluidscategorie 1 verlagen naar 70/80 (is categorie 2)
Het bestemmingsplan is niet aangepast omdat het advies niet gebaseerd is op de mede inbreng van organisatoren. Evenementen gaan nu eenmaal gepaard met geluid. Er moet ruimte geboden worden voor dergelijke voorzieningen. De geluidscategorieën zijn gebaseerd op bestaande wet-/regelgeving en rechtspraak en aanvaardbare normen voor activiteiten die beperkt voorkomen. Ten aanzien van de dB(c)waarden wordt nog nader advies ingewonnen.
Geluidscategorie 2 verlagen naar 65 (categorie 3) - Tijden
Strand van Luna
Betere scheiding van Duidelijkere omschrijving wanneer een evenementen, waardoor evenementcategorie een duidelijker is welk evenement impactevenement is. wat is (in welke categorie een evenement valt). Bij een evenement van categorie 1 de geluidsoverlast zwaarder laten wegen dan het aantal bezoekers en de duur.
Handhaving op geluidsoverlast na sluiting - ook voor reguliere opening van Skeef en Temple.
Met name dB(C) verlagen, Bastonen komen het huis erg binnen bij de huidige categorie 1 met ramen dicht. Aantal: max. 3 cat. 1 ipv voorgesteld 6x - Sluiting evenement 24.00 - Niet op- en afbouwen in de nacht - Betere handhaving op overlast na sluiting
Op- en afbouwen van evenementen in de nacht
- eerder openbaar maken vergunning - Geluidsniveau + tijdstip zwaarder laten wegen dan dagen/bezoekers voor categorie evenement
Duidelijker omschrijving opgenomen in het bestemmingsplan in het hoofdstuk Inleidende regels (onder begrippen). Daar wordt omschreven wanneer afhankelijk van aantal bezoekers en geluidsbelasting - wel of niet sprake is van een evenement dat valt onder de reikwijdte van het bestemmingsplan. Aan op-/afbouw in nacht zijn geen voorwaarden gesteld in het bestemmingsplan, maar kunnen bij vergunningverlening wel opgenomen worden. Verder geen consequenties voor het bestemmingsplan, geluidsoverlast is als belasting reeds meegenomen in advies RUD en regime bestemmingsplan.
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Bijlage 2 Beslisboom evenement
52
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
Hoeveel bezoekers worden er verwacht?
Meer dan 500
Minder dan 500
Max. 1 dag
Buiten bestemmingsplan
Minder dan 65 dB(A) op 5-7 meter van de luidsprekers en 50 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen (geluidscategorie 3)
Wat wordt de maximale geluidswaarde?
Hoe lang duurt het evenement ?
Meer dan 1 dag
Meer dan 65 dB(A) op 5-7 meter van de luidsprekers en 50 dB(A) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen (geluidscategorie 1 & 2)
Binnen bestemmingsplan
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Bijlage 3 Flora&Fauna onderzoek
54
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
G&G‐advies QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
Evenemententerreinen Heerhugowaard Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
L. Hartog R. de Beer
2017
Opdrachtgever Gemeente Heerhugowaard
G&G‐advies QS2017‐41
Versie Concept Eindrapport
Datum 20 april 2017 4 mei 2017
Gecontroleerd door: Roelof de Beer
De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdracht‐ gever. Bij wijziging van plannen, werkperiodes, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
Bovendijk 35‐G
Hazenkoog 35‐A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Evenemententerreinen Heerhugowaard
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 5
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 6
1.4
Omschrijving van de evenementen ......................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 7
Methode
8
2.1
Soorten .................................................................................................................... 8
2.2
Gebieden.................................................................................................................. 9
Beschermde soorten WNB 3.1
10
Beschrijving aanwezige biotopen .......................................................................... 10 3.1.1 Rosarium.................................................................................................................. 10 3.1.2 Stadspark ................................................................................................................. 10 3.1.3 Luipaardpark............................................................................................................ 11 3.1.4 IJsbaan ’t Kruis ......................................................................................................... 11 3.1.5 Strand van Luna ....................................................................................................... 12 3.1.6 Huijgendijkbos ......................................................................................................... 12 3.1.7 Obstaclerun (gebied tussen Strand van Luna en Huijgendijkbos) ........................... 13
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 13 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 13 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 13 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 14 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 14 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 15 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 15 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 16
3.3
4
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 16
Effectbeoordeling en maatregelen
17
4.1
Vogels..................................................................................................................... 17
4.2
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 18
4.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 18
4.4
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 18
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
4
5
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving 5.1
6
20
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ............................21
Conclusies
22
6.1
Beschermde soorten WNB .....................................................................................22
6.2
Overige natuurwetgeving ......................................................................................22
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................22
7
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
23
8
Bijlagen
24
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen om op een aantal terreinen in Heerhugowaard diverse evenementen te organiseren in de zomer van 2017. Het is mogelijk dat binnen de terreinen waar deze activiteiten gaan plaatsvinden soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet Natuurbescherming (WNB) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. In opdracht van de gemeente Heerhugowaard heeft Ecologisch Onderzoeks‐ en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quick scan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek.
1.2
Doel van het onderzoek
De 6 verschillende terreinen en het losstaande evenement(7) te Heerhugowaard.
±
Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de WNB. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen veroorzaken.
1 Rosarium 3 Luipaardpark 2 Stadspark
5 Strand van Luna
4 IJsbaan ‘t Kruis
7 Obstaclerun 6 Huijgendijkbos
© Kadaster Nederland
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
6
Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten. en omtrent de noodzaak ontheffing of vergunning aan te vragen. Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.
1.3
Het plangebied In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven. Het gaat om 6 terreinen en 1 los evenement. Het gaat om een aantal parken en recreatieterreinen.
1.4
Omschrijving van de evenementen Het te onderzoeken gebied betreft 6 locaties en 1 los evenement verspreid over de gemeente Heerhugowaard waar diverse (meerdaagse) evenementen kunnen gaan plaatsvinden. de activiteiten kunnen op elk moment in het jaar worden georganiseerd. De eindtijden van de evenementen zijn op ma, di, wo, do en zondag gesteld op max. 24:00. Op dagen voorafgaand aan een wettelijke vrije dag en op vrijdag en zaterdag kunnen ze duren tot 01:00. Het is de bedoeling de locaties als evenemententerrein te bestemmen. Deze rapportage is gewenst in verband met een bestemmingsplan, dat algemene regels bevat. Bij dit onderzoek is uitgegaan van de volgende geluidscategoriën: Categorie 1 (C85/75)”: Zwaarste vorm 85/75 dbA geluidsbelasting (op de gevel), Categorie 2 “(C70)”: Midden vorm dbA 70 (op de gevel), norm is gekoppeld aan terrein, Categorie 3 “(C65)”: lichtste vorm is tot 65 dbA (op de gevel)op de gevel bij 5‐7 meter afstand. Bij het Luipaardpark kunnen geen categorie 1 en 2 evenementen gehouden worden. Bij de overige terreinen wel. Voorlopig wordt er uitgegaan van 1 evenement in de categorie 1 en drie evenementen in de categorie 2 per terrein. De overige worden categorie 3 evenementen. Bij het Strand van Luna is sprake van een uitzondering. Daar zullen in totaal acht evenementen in de categorieën 1 of 2 gaan plaatsvinden.
Bij dit onderzoek is uitgegaan van de in de tabel genoemde verwachte evenementen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
Locatie
7 Aantal evenementen
1.Rosarium
3
2.Stadspark
6 (waarvan 2 meerdaags)
3Luipaardpark
2
4.IJsbaan ‘t Kruis
7 (3 meerdaags en 4 eendaags)
5.Strand van Luna
8 (waarvan 5 bij ‘de Temple’, en 3 dagcamping)
6.Huygendijkbos
5 (binnen cirkel en ruimte erbuiten zo ver er kan)
Tussen het strand van Luna en Huijgendijkbos zal een’ obstaclerun’ gaan plaatsvinden, deels door de waterwegen en het groen. Aanvullende grote verlichting zal alleen aanwezig zijn op het Strand van Luna. Mocht op andere locaties verlichting bijgeplaatst worden (bij het Huygendijkbos en de IJsbaan) dan zal dat qua intensiteit niet afwijken van bestaande straatverlichting.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of‐ en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings‐ en/of ontheffingsaanvraag.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
8
2
Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uit‐ gegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of de plangebieden tot een beschermd natuurgebied behoren of de plannen daar invloed op kunnen uitoefenen.
2.1
Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora‐ en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in‐ en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF is het kilometerhok onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de acht daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, over‐ eenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is). Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidings‐ atlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken. Potentiebeoordeling De zeven gebieden zijn alle op 10 april 2017 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar).
Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamel‐ de gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is (voor zover mogelijk) een korte effect‐ beoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
9
Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.
2.2
Gebieden Op de gebieden database van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)), zie: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: http://noordholland.planoview.nl of http://ruimtelijkeplannen.zuid‐ holland.nl/VRM) Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
10
3
Beschermde soorten WNB In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen de terreinen. Per terrein zal een korte beschrijving worden gemaakt. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veld‐bezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen In totaal zijn 7 terreinen bezocht. Hieronder wordt per terrein een beschrijving gegeven.
3.1.1
Rosarium Het Rosarium betreft een park met wandelpaden en fietspaden. Er zijn bosschages, bomen, grasvelden en wateren met beschoeide oevers aanwezig. Er zijn twee brede wateren aanwezig met Gele plomp als drijfbladplant. De oevers zijn hier flauw en zijn voorname‐ lijk begroeid met Riet en Moeraszegge. Diverse bloeiende Dotter‐ bloemen zijn waargenomen op deze oevers. Er zijn diverse bosschages in het park aanwezig met verschillende soorten bomen, zoals o.a. Zwarte els en Gewone esdoorn en struiken als Meidoorn en Vlier. In de ondergroei zijn stikstofminnende soorten aanwezig zoals Grote brandnetel en Fluitekruid. Ook zijn Look‐ zonder‐look en Bosanemoon aangetroffen. Her en der liggen stapels takken van snoeiwerk. De grasmat, aanwezig in het park wordt kort gemaaid als gazon en bevat veel paardenbloemen, Madeliefjes, Grote weegbree, Straatgras en diverse klavers. Doordat het gras veel betreden wordt zijn ook kale plekken aanwezig. Er staan twee doeltjes waar het grasveld deels als voetbalveldje gebruikt kan worden.
3.1.2
Stadspark Het stadspark heeft een ronde vorm waarvan een groot gedeelte grasland betreft. Dit gazon is kort gemaaid met veel paarden‐ bloemen, diverse klavers, Herderstasje en Straatgras. Ook zijn kale plekken, veroorzaakt door betreding, aanwezig. Naast dit gazon staat een lage betonnen bank. Hierachter is een grasheuvel, met verspreid verschillende bomen, die zijn aangeplant. Bij een aantal van deze bomen staan bordjes met informatie over de soort en aanplantdatum.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
11
Rosariumpark.
In het noordoosten is een skatebaan aanwezigen in het zuidwesten ligt een randje groen. Hier staan verschillende soorten bomen en struiken, zoals Hazelaar. De ondergroei is vrij voedselrijk met Grote brandnetel, maar ook Bosanemoon en Look‐zonder‐Look groeien hier. In een beuk is een gat waargenomen. Ook is in een naaldboom een nestje gezien.
3.1.3
Luipaardpark Tijdens het veldbezoek was een klein deel van dit terrein afgezet vanwege werkzaamheden. Dit park heeft bosschages met bomen en struiken met voedselrijke ondergroei en daarnaast is gazon aanwezig. Langs de rand staat een rij grote en hoge populieren. Verder zijn bomen als Gewone esdoorn, Beuk en kastanje gezien. In een aantal van de stammen zijn gaten aanwezig. Meidoorn, Hazelaar en ook Gewone braam komen op diverse plaatsen in de ondergroei voor. In de kruidlaag groeien o.a. Speenkruid en Fluitekruid, verspreid zijn een aantal grote pollen Pluimzegge waargenomen. Bosanemoon is op één plek gezien. Het kort gemaaide grasveld heeft veel paardenbloemen. Er zijn ook grote kale plekken aanwezig. In een aantal bomen zijn nesten gezien.
3.1.4
IJsbaan ’t Kruis Dit terrein bestaat uit een groot grasveld met voetbaldoeltjes, in het noordwesten is een speeltuin aanwezig. De rand van het grasveld ligt hoger zodat in de winter het grasveld onder water kan worden gezet om dicht te vriezen. Het hogere omringende gedeelte is ruig met grassen als Kropaar en Kweek en kruiden als Bermzuring en Fluitenkruid.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
12
Het lage gedeelte is een door algemene grassen gedomineerd veld, met onder andere veel Fioringras. Het is zeer kort gemaaid. Rondom het veld staan lantaarnpalen.
3.1.5
Strand van Luna Zoals de naam al zegt, bestaat dit terrein grotendeels uit recreatie strand. Het zuidelijk deel bestaat uit kort gemaaid gazon waar dagkamperen mag plaatsvinden en verspreid staan groepjes berken en een enkele naaldboom. Het grasveld is wit gekleurd van bloeiende Madeliefjes. Er zijn een aantal molshopen gezien en er zijn veel uitwerpselen van ganzen. Langs dit grasveld lopen enkele drooggeval‐ len smalle greppeltjes. Hier zijn veel holletjes te zien. Er groeien planten als Riet, Mannagras en Koninginnekruid. Langs de oevers van dit grasland is een natte oeverzone aanwezig met o.a. Riet, Oeverzegge, Gele lis en Watermunt. Er is een nest van een Meerkoet aangetroffen. Dit grasland loopt door langs het strand in de richting noordoosten. Hier loopt een dijk langs met geel gekleurde delen van paardenbloemen en paarse delen van Paarse dovennetel. Boven op de dijk zijn parkeerplaatsen, waar tussen de stenen veel Muurpeper groeit. Ook zijn er diverse liguster haagjes. In het noorden ligt een gebouw “the temple”; een evenementen locatie.
3.1.6
Huijgendijkbos De dichte delen van dit terrein zijn begroeid met jonge berken en Riet. De open gedeeltes zijn voedselrijke graslanden. Een deel heeft reliëf. De “vides” heeft veel stukken met omgeploegde bodem. Er is hier een goede moslaag aanwezig en er staan veel Madeliefjes en paardenbloemen in bloei. Aan de rand van de ring is een betonnen bank aanwezig. Langs een deel loopt een drooggevallen greppel waar opgedroogd draadwier aanwezig is. De zuidrand is een dijk met ruige
De Vides in het Huijgendijkbos.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
13
begroeiing en Gewone bereklauw, Grote brandnetel, Raapzaad en Kleefkruid. Op grote delen zijn lage struiken en bomen aanwezig.
3.1.7
Obstaclerun (gebied tussen Strand van Luna en Huijgendijkbos) Door dit gebied loopt een fietspad en verschillende groene wandelpaadjes. Het landschap kent een afwisseling van diverse open graslanden, smalle rietruigtes, wateren en bosschages. Er zijn ook (grasland) eilanden aanwezig. Er lopen flauwe oevers langs de wateren met moerassoorten als Grote ratelaar, Watermunt en Moeras‐vergeet‐mij‐nietje. Sommige oevers hebben een rietkraag. De looppaden zijn zeer kort (gemaaid) en soms kaal. Ook hebben delen onder water gestaan en komen vochtminnende kruidsoorten voor als Zomprus, Ruige zegge en Gewone waterbies. Ook zijn delen kaal en is de bodem gescheurd door de droogte. Daarnaast zijn voedselrijkere delen aanwezig met Koninginnekruid en Grote brandnetel. In de bosschages staan vooral berken en naaldbomen.
3.2
Beschermde soorten
3.2.1
Planten Aangetroffen soorten In‐ en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF). Op de wandeldijk langs de middelweg zijn rozetten van orchideeën waargenomen. Het betreft de Rietorchis. Deze soort is bekend van het gebied op een aantal flauwe oevers. Beide soorten zijn niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming. Wel wordt aangerad‐ en de Zorgplicht in acht te nemen en hier rekening mee te houden. Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Diverse soorten planten, (korst)mossen en wolfsklauwen die onder de Natuurwet beschermd zijn, worden niet in het plangebied verwacht, de soorten komen nagenoeg alleen voor in natuurgebieden.
3.2.2
Vissen Aangetroffen soorten In‐ en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde vissoorten waargenomen. Potentie plangebied In‐ en rond het plangebied is geen potentie voor beschermde vissoorten aanwezig.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
14
3.2.3
Amfibieën Aangetroffen soorten In‐ en rond het plangebied zijn in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen. Potentie plangebied In de diverse gebieden is op de terreindelen met verwachte evenementen geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad, Kleine watersalamander en Bruine kikker. Al deze soorten zijn beschermd onder de WNB maar ze zijn in Noord‐Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.
3.2.4
Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5‐soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Aangetroffen soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten De volgende bos‐ en struweelvogels zijn aangetroffen in Rosarium, Luipaardpark of gebied tussen Strand van Luna en Huijgendijkbos: Ekster, Fitis, Groenling, Koolmees, Merel, Pimpelmees, Staartmees, Tjiftjaf, Vlaamse gaai, Winterkoning en Zwartkop. De volgende moeras‐ en watervogels zijn waargenomen in Rosarium, Strand van Luna of terrein van de Obstaclerun: Fuut, Kuifeend, Grauwe Gans, Nijlgans, Meerkoet, Tafeleend en Wilde eend. De Scholekster is gezien in het Huygendijkbos en op het strand van Luna, en tevens in het gebied hiertussen. Ook zijn Tureluur en Kievit hier waargenomen. Daarnaast broedt een kolonie Kokmeeuw op één van de eilanden. Op het strand van Luna is nog een Witte Kwikstaart gezien. De Spreeuw is gezien in Rosariumpark, Stadspark en Obstaclerun. Kauwtjes zijn met uitzondering van Luipaardpark en Huygendijkse bos in alle terreinen gezien.
Potentie plangebied soorten met niet‐jaarrond beschermde nesten In de bosschages van de terreinen Rosarium, Luipaardpark en Obstaclerun kunnen alerlei algemene bos‐ en struweelvogels tot broeden komen. De meeste zijn hierboven al genoemd.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
15
In de wateren van de terreinen Rosarium, Strand van Luna en Obstaclerun broeden mogelijk water‐ en moerasvogels zoals Meerkoet en Wilde eend. In het gebied Obstaclerun kunnen enkele rietvogels in de rietkragen tot broeden komen zoals Blauwborst, Kleine karekiet en Rietgors. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden geen vogels met jaarrond beschermde nesten of sporen (nesten) daarvan waargenomen. In de omgeving zijn waarnemingen bekend van Boomvalk, Buizerd, Havik en Sperwer (NDFF). Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten In de parken kunnen broedgevallen van jaarrond beschermde soorten als Sperwer of Boomvalk niet uitgesloten worden. Het ontbreken van broedgevallen in de database van de NDFF en het ontbreken van sporen en nesten tijdens het veldbezoek wijzen er op dat het gebied niet van groot belang is voor deze soorten.
3.2.5
Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten In de database van de NDFF komt de Wezel voor met een enkele waarneming. Deze soort is beschermd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2). Potentie plangebied Naast de wezel zouden ook Hermelijn en Bunzing kunnen voorkomen. Het is waarschijnlijk dat in alle terreinen andere (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Egel, Haas, Vos en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Al deze soorten zijn beschermd onder de WNB maar ze zijn in Noord‐Holland ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.
3.2.6
Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. Aangetroffen vleermuizen Er zijn in het verleden in de omgeving van het plangebied alleen losse waarnemingen van langsvliegende vleermuizen verricht. Precieze locaties van verblijfplaatsen en andere belangrijke gebruiksfuncties zijn echter alleen vast te stellen met gericht nachtelijk onderzoek en zijn op grond van de incidentele waarnemingen niet op voorhand uit te sluiten.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
16
Potentie verblijfplaatsen Gaten in enkele bomen binnen de terreinen zouden geschikt kunnen zijn als (tijdelijke) verblijfplaats voor boom bewonende soorten zoals Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Grootoorvleermuis of Rosse vleermuis. Potentie foerageergebied Alle locaties zijn geschikt voor foeragerende vleermuizen. Het strand van Luna is het minst geschikt door de openheid. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken.
3.2.7
Overige fauna Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten, in verband met het ontbreken van geschikt biotoop.
3.3
Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soort‐ groepen in‐ en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soort‐ groepen worden verwacht door het laten plaatsvinden van de evenementen.
Vastgestelde of verwachte soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in of nabij het plangebied. *Vaste rust en verblijfplaatsen.
Beschermde, niet vrijgestelde soorten Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet‐ jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna
Van der Goes en Groot
Aangetroffen in‐ of nabij plangebied nee nee nee
Potentieel aanwezig binnen het plangebied nee nee nee
ja
ja
nee
nee*
ja
ja
nee nee nee nee
ja ja ja nee
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
4
17
Effectbeoordeling en maatregelen Door de evenementen kunnen verschillende negatieve effecten optreden in de verschillende terreinen. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effect‐ en die kunnen optreden bij de evenementen worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).
4.1
Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen maar ook als (grote) groepen mensen door onoverzichtelijk terrein lopen of rennen. Bij de Obstaclerun mogen verstorende evenementen in het broedseizoen (maart t/m juli) niet plaatsvinden in de riet‐, ruigte‐ en hoge grasvegetaties langs de wateren. Hier kunnen verschillende riet‐ en moerasvogels broeden. Omdat in het hoge riet met ruigtes nesten verstopt zitten, is niet uitgesloten dat bij het lopen door dergelijke vegetaties, nesten worden vernield. Op de rietoevers van wateren van de terreinen Rosarium en Strand van Luna mag ook geen betreding plaatsvinden tijdens het broedseizoen vanwege broedende moeras‐ en watervogels zoals Meerkoet of Wilde eend. Deze kwetsbare vegetaties kunnen voorafgaand aan evenementen worden afgezet met linten of dranghekken. Op alle terreinen geldt dat geen evenementen plaatsvinden in de dichte bosschages in het broedseizoen, aangezien hier veel broedgelegenheid is voor verschillende soorten bos‐en struweelvogels. Wanneer de evenementen zullen plaatsvinden op kort gemaaid gazon en/of kaal zand en/of kort gemaaide paden zullen geen nesten vertrapt of vernield worden en zal er geen verbodsbepaling van de WNB worden overtreden.
Wanneer men buiten de broedgelegenheden van de vogels blijft zullen vogels niet in sterke mate gestoord worden. Vanwege het karakter van de verschillende terreinen als dagrecreatieterrein zullen ze gewend zijn aan mense‐lijke aanwezigheid en hier niet sterk op
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
18
reageren. Het betreft tevens activiteiten die voor de dieren geen werkelijke bedreiging vormen. Eventueel kunnen de dieren tijdelijk uitwijken.
4.2
Grondgebonden zoogdieren De (plaatselijk zeldzame) Wezel of eventueel andere kleine marters zijn grotendeels nachtactief en zal overdag niet gestoord worden. Wanneer de evenementen tot ’s avonds plaats gaan vinden hebben deze grondgebonden zoogdieren genoeg uitwijkmogelijkheden in de nabije omgeving.
4.3
Vleermuizen Vleermuizen die eventueel aanwezig zijn binnen het plangebied, zijn nachtactief en zullen niet gestoord worden door dagactiviteiten. Nachtelijke evenementen met grote lichten en/of harde muziek zouden verstoring kunnen geven voor (foeragerende) of (tijdelijk) verblijvende vleermuizen. Gezien de tijdelijke en incidentele aard van de evenementen, de eindtijd van de evenementen en de aanwezige uitwijkmogelijkheden voor vleermuizen in de nabije omgeving zal alleen lichte verstoring optreden. De activiteiten vormen ook geen echte bedreiging voor de dieren en gewenning kan optreden. Deze verstoring zal derhalve naar verwachting niet leiden tot wezenlijk negatieve effecten zoals het verlaten van verblijfplaatsen. Wanneer verlichting geplaatst zal worden zal deze qua intensiteit overeenkomen met straatverlichting en op de evenementen gericht moeten zijn en niet naar boven gericht op het groen waar de vleermuizen foerageren. Eventueel aanwezige vliegroutes blijven intact en vleermuizen kunnen uitwijken naar andere landschapslijnen om langs te vliegen. Het Strand van Luna is een open gebied en voor vleermuizen het minst geschikt om te foerageren en ongeschikt om te verblijven. Het plaatsen van grotere verlichting zal hier derhalve voor weinig verstoring zorgen.
Als gevolg van de hierboven genoemde punten is het uitgesloten dat de gunstige staat van instandhouding van een eventueel lokaal aanwezige populatie vleermuizen in gevaar komt door de evenementen.
4.4
Conclusie effectbeoordeling Wanneer evenementen gaan plaatsvinden binnen onoverzichtelijke terreinen met broedende vogels, kunnen nesten vertrapt en/of vernield worden. Het is in het broedseizoen niet mogelijk in dergelijke vegetaties evenementen te doen
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
19
plaatsvinden. Eventueel kan bij twijfel een check worden uitgevoerd op aanwezige nesten binnen deze biotopen voorafgaand aan de evenementen. Wanneer evenementen overdag plaatsvinden in open terreinen waar geen broedvogels worden verwacht, worden geen belangrijk negatieve effecten verwacht. Wanneer evenementen ’s avonds gaan plaatsvinden kan licht en geluidverstoring optreden voor beschermde vleermuizen. De gunstige staat van instandhouding van de mogelijk aanwezige soorten zal niet in gevaar komen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
20
5
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving In hoofdstuk 3 en 4 is beschreven welke beschermde soorten kunnen voorkomen en welke effecten de werkzaamheden kunnen hebben. De Wet Natuurbescherming kent naast soortbescherming ook gebiedsbeschermende wet‐ en regelgeving, in het bijzonder die van de Natura 2000‐gebieden en betreffende behoud van grootschalige houtopstanden (Zie Bijlage 1.3). Naast bepalingen uit de WNB kunnen gebieden ook beschermd zijn onder de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) als onderdeel van het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS) of als Provinciaal aangewezen ‘Weidevogelleefgebied’ of ‘Belangrijk weidevogelgebied’. Hieronder wordt aangegeven welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Natura 2000 Het plangebied ligt op meer dan zeven kilometer afstand van het meest nabijgelegen Natura 2000‐ gebied, de Eilandspolder. Gezien de grote afstand en de uit te voeren werkzaamheden worden op voorhand geen negatieve gevolgen verwacht van de plannen. Er hoeft geen toetsing uitgevoerd te worden. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN. Aangezien dit netwerk geen bepalingen kent ten aanzien van ‘externe’ werking, kunnen geen negatieve gevolgen optreden op dit netwerk.
Weidevogelgebieden Het gebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied. Er wordt tevens geen belangrijke ‘externe werking’ verwacht op dergelijke gebieden. Houtopstanden Er worden geen buiten de bebouwde kom gelegen beplantingen gekapt, groter dan 1000 m². Daarnaast voorziet het plan niet in het kappen van meer dan 20 bomen in een rijbeplanting. Op grond hiervan wordt het plangebied niet beschermd als bijzondere houtopstand. Overige relevante wetgeving Er is geen overige natuurwetgeving bekend die van invloed kan zijn op de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
5.1
21
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving dan die beschreven in hoofdstuk 3 en 4 aan de orde is bij uitvoer van de plannen.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
22
6
Conclusies 6.1
Beschermde soorten WNB De evenemententerreinen zijn in potentie geschikt voor beschermde soorten amfibieën, vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Gezien het aanwezige biotoop, het oppervlak, de geografische ligging en informatie uit de vakliteratuur over waarnemingen en populaties in de omgeving, zullen van de amfibieën en grond‐ gebonden zoogdieren (behalve kleine marters) alleen ‘vrijgestelde’ soorten aanwezig zijn. Voor deze aangetroffen of verwachte ‘vrijgestelde’ soorten gelden geen nadere verbodsbepalingen. Het is in het broedseizoen (maart t/m juli) niet mogelijk in onover‐ zichtelijke, dichte vegetaties (riet, ruigte, hoge grasvegetaties, dichte struiken) evenementen te doen plaatsvinden. Eventueel kan bij twijfel een check worden uitgevoerd op aanwezige nesten binnen deze biotopen voorafgaand aan de evenementen. In het onderzoeksgebied kunnen Wezel en vleermuizen voor‐ komen. Deze soort en soortgroep zijn beschermd onder de Habitatrichtlijn of als ‘andere soort’. Vanwege de korte periode van de evenementen en de uitwijkmogelijkheden zijn geen negatieve gevolgen op populatieniveau te verwacht. Licht‐ uitstraling bij evenementen dient vergelijkbaar te zijn met reguliere straatverlichting en dient naar beneden gericht te zijn.
6.2
Overige natuurwetgeving Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is op voorhand uit te sluiten dat andere natuurwetgeving aan de orde is dan die hierboven beschreven in §6.1.
6.3
Zorgplicht Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht (zie Bijlage 1).
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
7
23
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur BIJLSMA, ROB.G., 1993 Ecologische atlas van de Nederlandse Roofvogels. Schuyt & Co., Haarlem. BROEKHUIZEN, S., K. SPOELSTRA, J.B.M. THISSEN, K.J. KANTERS & J.C. BUYS (RED.), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland ‐ Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. DIETZ, C., O, VON HELVERSEN & D. NILL, 2011. Vleermuizen. Alle soorte4n van Europa en Noord‐West Afrika. Tirion Natuur. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HERDER, J.E. J. KRANENBARG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS & K. DEKKER (RED), 2012. Atlas van de Noord‐Hollandse vissen. Landschap Noord‐Holland, Heiloo & Stichting RAVON, Nijmegen. HOOGENBOOM, D.M., F. VISBEEN, J WONDERGEM, W. RUITENBEEK (RED.), 2014. Atlas van de Noord‐Hollandse zoogdieren. Landschap Noord‐Holland, Heiloo & Noord‐Hollandse Zooddier Studiegroep (NOZOS), Alkmaar. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord‐Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Land‐ schap, Haarlem.
LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord‐Hollandse broedvogels 2005‐2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord‐Holland, Landschap Noord‐Holland. SOVON VOGELONDERZOEK NEDERLAND, 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998‐2000. – Nederlandse Fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD (NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING VZZ EN GEGEVENSAUTORITEIT NATUUR). Vleermuisprotocol 2013, 27 maart 2013.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
24
8
Bijlagen
Bijlage 1
Huidige natuurwetgeving
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
Bijlage 1 Huidige natuurwetgeving Bijlage 1.1 Wet Natuurbescherming (WNB) De Wet Natuurbescherming (WNB) is het nationale wettelijke kader waarin de Flora‐ en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn samengevoegd. In de WNB is zowel de soortbescherming van wilde flora en fauna geregeld als de gebiedsbescherming die veelal voortkomt uit bepalingen van de Europese Habitatrichtlijn (HRL) en Vogelrichtlijn (VRL). De provincies zijn, op enkele uitzonderingen na, het bevoegd gezag van de wet. De provincies organiseren de ontheffingsverlening en handhaving. Bijlage 1.1.1 Zorgplicht Een belangrijke bepaling van de WNB is de zorgplicht die stelt dat “een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor een Natura 2000‐gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijker‐ wijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voor‐ komen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.”
Bijlage 1.2 Soortbescherming Bijlage 1.2.1 Categorieën Onder de WNB wordt een aantal soorten planten en dieren beschermd. Er zijn vier categorieën met beschermde soorten. Twee categorieën bevatten de soorten die respectievelijk zijn beschermd onder de HRL en soorten genoemd in de VRL. Naast deze Europees beschermde soorten heeft de wetgever nog een extra categorie soorten toegevoegd, de ‘andere soorten’. Per provincie is conform artikel 3.11 nog een vierde categorie opgesteld, die van de ‘vrijgestelde soorten’. Alleen soorten uit de derde categorie kunnen worden vrijgesteld. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van ontheffingsplicht bij het overtreden van de verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer. De lijst van vrijgestelde soorten kan per provincie variëren en is te vinden in Tabel 2.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
Daarnaast zijn Bosmuis, Veldmuis en Huisspitsmuis in of op gebouwen of daarbij behorende erven in alle gevallen vrijgesteld van de genoemde verboden in artikel 3.10.
Vrijgestelde soorten per provincie. Rood=niet vrijgesteld. Zoogdieren
DR
FL
FR
GL
GR
L
NB
NH
OV
UT
ZL
ZH
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Aardmuis
+
Bosmuis
+
+
+
+
+
+
Bunzing
+
+
+
+
+
+
Dwergmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Dwergspitsmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Eekhoorn
+
Egel
+
+
Gewone bosspitsmuis
+
Haas
+
+
+
+
+
+
Hermelijn
+
+
+
+
+
+
Huisspitsmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Konijn
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Ondergrondse woelmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Ree
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Rosse woelmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Steenmarter
+
Tweekleurige bosspitsmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Veldmuis
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Vos
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Wezel
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Wild zwijn Woelrat
+ +
Amfibieën en reptielen
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Bastaardkikker
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Bruine kikker
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Gewone pad
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
Hazelworm Kleine watersalamander
+ +
+
+
+
+
Levendbarende hagedis Meerkikker
+ +
+
Van der Goes en Groot
+
+
+
+
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
Bijlage 1.2.2 Verbodsbepalingen De WNB bepaalt conform artikel 3.1, 3.5 & 3.10 dat de volgende zaken verboden zijn: 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn, vogels genoemd in de Vogelrichtlijn en aangewezen ‘andere soorten’ opzettelijk te doden of te vangen¹ 2. Het is verboden dieren voorkomend in de Habitatrichtlijn opzettelijk te verstoren. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van hierboven genoemde soorten te vernielen of te beschadigen of nesten of eieren van vogels weg te nemen. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste punt opzettelijk te verstoren als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. 5. Het is verboden planten van soorten genoemd in de Habitatricht‐ lijn (bijlage IV, Bijlage 1 Verdrag van Bern) of als ‘andere soorten’ (Bijlage B bij de wet) in hun natuurlijke verspreidingsgebied op‐ zettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Bijlage 1.2.3 Ontheffingsmogelijkheid Ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting zoals het slopen, renoveren of bouwen van woningen, het dempen van wateren of het aanleggen bedrijventerreinen, kan beschadiging of vernieling tot gevolg hebben van de voortplantings‐ en rustplaatsen van de in het gebied voorkomende (beschermde) soorten. Dit hangt af van de fysieke uitvoering daarvan en de periode waarin het project plaats‐ vindt. In bepaalde gevallen moet dan ontheffing voor de WNB verkregen worden. Als er beschermde soorten (zie Bijlage 1.2.1) voorkomen die niet zijn vrijgesteld én verbodsbepalingen (zie Bijlage 1.2.2) worden over‐ treden, dan is ontheffing vereist of moet, indien mogelijk, conform art. 3.31 gewerkt worden met een door het Ministerie van EZ goed‐ gekeurde gedragscode. De vraag of de ontheffing kan worden verleend zal worden be‐ oordeeld door het bevoegde gezag (veelal de provincie waarin het plangebied is gelegen). Belangrijk daarbij is de vraag in hoeverre schade optreedt, of de gunstige staat van instandhouding van de
¹Het betreft soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, soorten genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Alsmede andere soorten, genoemd in bijlage, onderdeel A, bij de wet.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
betrokken soort(en) in gevaar komt en of er bevredigende alternatieven voorhanden zijn voor de ingreep of de locatie daarvan. Bijlage 1.2.4 Wettelijk belang Per categorie is het bij het al dan niet verkrijgen van een ontheffing belangrijk wat het belang is van het uit te voeren plan en de te verkrijgen ontheffing. Als schade niet te voorkomen is, dient één van de onderstaande wettelijke belangen van toepassing te zijn: Soorten van de Vogelrichtlijn Ontheffing is nodig in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid. Ontheffing is in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna. Soorten van de Habitatrichtlijn Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna. Ontheffing is in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Andere soorten Ontheffing is nodig ter bescherming van flora en fauna. Ontheffing is in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende redenen van (groot) openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten.
Ontheffing is nodig in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van gebieden en het toekomstig gebruik daarvan. Bijlage 1.2.5 Broedvogels Voor broedvogels wordt in principe geen ontheffing verleend. Als men verstorende activiteiten buiten het broedseizoen laat plaats‐ vinden worden de vogels geacht te kunnen uitwijken, treedt geen schade op en is geen ontheffing noodzakelijk. Er is een uitzondering, vogelnesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn vallen onder de definitie van ‘vaste rust‐ of verblijf‐ plaatsen’ en zijn daarom jaarrond beschermd. Er zijn vier verschillende categorieën ‘broedvogels met jaarrond beschermde nesten’, categorie 1 t/m 4, zie kader volgende pagina. De lijst met vogelsoorten waarvan de nesten gedurende het hele jaar zijn beschermd is in 2009 aangepast (zie kader). Let wel! Bij de bescherming van een jaarrond beschermd nest of verblijf wordt zowel de verblijfplaats betrokken als de (directe) omgeving die nodig is voor het succesvol functioneren daarvan.
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
Kader: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en bijbehorende categorie.
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
Categorie Toelichting codes 4 Vogelsoorten waarvan de nesten in 4 principe jaarrond zijn beschermd met 2 beschermingscategorie: 3 1 = soorten die ook buiten het 4 broedseizoen het nest gebruiken als vaste 2 rust‐ of verblijfplaats, 3 2 = koloniebroeders die elk broedseizoen 3 op dezelfde plaats broeden en die daarin 3 zeer honkvast zijn of afhankelijk van 4 bebouwing of biotoop, 2 3 = soorten die elk jaar op dezelfde plaats 3 broeden en die daarin zeer honkvast zijn of 4 afhankelijk van bebouwing, 1 4 = soorten die niet of nauwelijks zelf in 4 staat zijn een nest te maken. 4
Voor soorten met jaarrond beschermde nesten kan, meestal alleen buiten het broedseizoen, wél ontheffing worden aangevraagd. Een ‘omgevingscheck’ is dan vereist. Een deskundige moet in dat geval vaststellen of de desbetreffende soort zelfstandig een vervangend nest kan vinden in de omgeving, of dat met verzachtende en/of compenserende maatregelen de functionaliteit van de voort‐ plantings‐ en/of vaste rustplaats gegarandeerd kan worden. Om zeker te zijn dat geplande of genomen maatregelen hiertoe voldoende zijn, moeten deze middels een ontheffingsaanvraag worden voorgelegd aan de provincie. Als geen schade optreedt en de gunstig staat van instandhouding niet in gevaar komt, zal de aanvraag (positief) worden afgewezen. Het is uiteraard essentieel dat de (aan de provincie) voorgestelde maatregelen ook daadwerkelijk worden genomen. Categorie 5‐soorten Er is nog een categorie met ‘bijzondere’ vogelsoorten (Categorie 5) Deze soorten keren (zoals ook soorten met jaarrond beschermde nesten) weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar beschikken over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Van deze soorten zijn de verblijfplaatsen alleen dan beschermd als ‘zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen’.
Bijlage 1.2.6 Gedragscodes Indien men in het bezit is van een door de minister van EZ goed‐ gekeurde gedragscode hoeft bij werkzaamheden in het kader van natuurbeheer, van bestendig beheer of onderhoud, van bestendig gebruik en van ruimtelijke ontwikkeling of inrichting voor Vogel‐ soorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.5) en andere soorten (artikel 3.10) geen ontheffing te worden aangevraagd, mits aantoonbaar wordt gewerkt met deze gedragscode (artikel 3.31). De Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
bewijslast dat correct is en wordt gehandeld volgens de gevolgde gedragscode ligt bij de initiatiefnemer. Het is ook mogelijk te werken conform een dergelijke goedgekeurde gedragscode zonder deze zelf te hebben opgesteld. Te beïnvloeden soorten dienen dan wel in de gebruikte gedragscode te worden behandeld en er moet een belang zijn voor het project vergelijkbaar met genoemde belangen uit de VRL, HRL of de ‘andere soorten’.
Bijlage 1.3 Gebiedsbescherming De WNB regelt de bescherming van Natura 2000‐gebieden. In de WNB (art. 1.12) wordt ook verordend dat (provinciaal) gebieden aangewezen worden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Tevens wordt aangegeven dat provincies mogelijkheden hebben ook andere belangrijke gebieden aan te wijzen vanwege hun landschap‐ pelijke‐ of natuurwaarden. Bijlage 1.3.1 Natura 2000 Nederland en andere EU‐landen hebben in overleg met de Europese Commissie speciale beschermingszones aangewezen, de zogenaamde Natura 2000‐gebieden. Een overzicht van Natura 2000‐gebieden is te vinden op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx ?subj=n2k&groep=0 Habitattoets Wanneer plannen bestaan een project in of rond een Natura 2000‐ gebied uit te voeren, neemt de initiatiefnemer contact op met het bevoegde gezag. In principe is dit Gedeputeerde Staten van de Provincie waarin een gebied (grotendeels) ligt. Indien negatieve effecten van een project niet kunnen worden uitgesloten, dient een toetsing te worden uitgevoerd. Als uit deze toetsing (ook wel ‘Habitattoets’ genoemd) blijkt dat een plan (mogelijk) significante negatieve gevolgen heeft, vindt de vergunningaanvraag plaats via een ‘passende beoordeling’. Daarbij moeten ook cumulatieve effecten zijn meegenomen.
Alleen als uit de passende beoordeling met zekerheid blijkt dat geen significante gevolgen zullen optreden, of als het gaat om activiteiten met een groot openbaar belang en waarvoor geen alternatieven zijn, wordt vergunning verleend. Als uit de ‘Habitattoets’ blijkt dat een activiteit negatieve gevolgen kan hebben die niet significant zijn, vindt de vergunningaanvraag plaats via een verslechterings‐ en verstoringstoets. Bij deze toets wordt via een uitgebreide effectbeoordeling nagegaan of activiteiten een kans met zich meebrengen op verslechtering van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten. Het bevoegd gezag geeft een
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks‐ en adviesbureau
QS2017‐41
Evenemententerreinen Heerhugowaard
vergunning af als de verslechtering of verstoring in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen aanvaardbaar is. Externe werking Belangrijk bij de bepalingen rond Natura 2000‐ gebieden is de ‘externe werking’. Dit betekent dat ook projecten buiten het Natura 2000‐ netwerk met mogelijk negatieve gevolgen binnen het netwerk, getoetst moeten worden aan doelen van betrokken gebied of gebieden. Een bijzondere vorm van externe werking is de (extra) uitstoot van stikstof door een project die kan neerslaan binnen Natura 2000‐gebieden en daar voor schade kan zorgen. Om de mate van stikstofvervuiling te volgen en te reguleren is de zogenaamde ‘Programmatische Aanpak Stikstof’ (PAS) in werking getreden. Boven bepaalde ‘drempelwaardes’ kan een project vanwege neergeslagen stikstof meldings‐ of vergunning plichtig zijn.