Bijlage 4 - Bestemmingsplan Evenemententerreinen - Toelichting en regels en bijlagen bij het b
Tekst van het document
Toelichting (vastgesteld)
27
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
veiligheidsfunctie en deze onder dagelijkse omstandigheden doelmatig beheren. 4. Het in stand houden en ontwikkelen van een calamiteitenorganisatie die onder bijzondere omstandigheden onmiddellijk operationeel is en die beschikt over actuele calamiteitenbestrijdingsplannen voor veiligheid, wateroverlast en waterkwaliteit. Het hoogheemraadschap hanteert bij zijn beleid de volgende uitgangspunten: Het beheergebied van het hoogheemraadschap is beveiligd tegen overstromingen; Dijkversterking blijft altijd mogelijk; Alle inwoners van het beheergebied van het hoogheemraadschap hebben recht op het afgesproken beschermingsniveau tegen wateroverlast; Watersystemen zijn gezond voor mens, plant en dier; Problemen worden opgelost waar ze ontstaan. Met de watervoorraad wordt zorgvuldig omgegaan; Niet alles kan overal; Samenwerking staat centraal; Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening; Het waterbeheer is toekomstgericht.
3.3.5 Keur van het Hoogheemraadschap De Keur is een speciale verordening van het Hoogheemraadschap waarin de regels voor het beheer, gebruik en onderhoud van waterstaatswerken zijn opgenomen. Particulieren, bedrijven en andere overheden zijn verplicht zich aan de Keur te houden. De huidige Keur is in december 2009 vastgesteld. Een nieuw artikel dat relevant is voor ruimtelijke plannen is Artikel 4.2 Verbod versnelde afvoer door verhard oppervlak. Uitbreidingen van verharding boven 800 m2 dienen te worden gecompenseerd. Meer informatie over de Keur is te vinden op de website van het Hoogheemraadschap.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Heerhugowaard 2020 De gemeenteraad heeft op 13 september 2011 de Structuurvisie Heerhugowaard 2020, met uitgangspunten en richtlijnen voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente voor de komende 10 jaar, vastgesteld. De structuurvie is een verplichting, die voortvloeit uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 van kracht is geworden en is een brede visie op de toekomst van de gemeente die het kader vormt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen. De structuurvisie geeft richting aan zowel de wijze waarop delen van het gemeentelijk grondgebied worden ontwikkeld, als aan de eisen die daaraan worden gesteld. In de structuurvisie komen de ambities van de verschillende beleidsterreinen samen. De doelen en wensen worden vervolgens vertaald in een uitvoeringsprogramma. De nieuwe structuurvisie is een actualisering van het Structuurbeeld Heerhugowaard 2005-2015. Het structuurbeeld is vastgesteld in 2004 als ruimtelijke vertaling van de stadsvisie ‘Heerhugowaard, Stad van Kansen’, die in 2001 en 2002 in samenspraak met inwoners, belangenorganisaties en ondernemers tot stand is gekomen. In dat structuurbeeld zijn de volgende kansen voor Heerhugowaard uitgewerkt: het completeren van de gemeente; afmaken waar we mee begonnen zijn. het creëren van samenhang en eenheid in de gemeente.
het bieden van een thuisbasis in plaats van een uitvalsbasis, met de bijbehorende voorzieningen en vertier (een eigen identiteit). het verenigen van dorpse waarden (groen, ruimte, kleinschaligheid, veiligheid en geborgenheid) en stadse waarden (Stadshart, zorgvoorzieningen en vertier). het landelijk gebied landelijk en open houden. verdere regionalisering zonder daarbij het karakter als individuele gemeente te verliezen. Deze kansen zijn in het structuurbeeld vertaald naar acties en projecten. Anno 2011 zijn al veel van deze acties uitgevoerd. Heerhugowaard heeft aantrekkelijke woonmilieus, een goed werkklimaat, een Stadshart in ontwikkeling en veel ruimte, water en groen. Hoewel de thema’s uit de stadsvisie nog steeds actueel zijn, is het structuurbeeld aan een actualisatie toe.
28
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Heerhugowaard is de afgelopen jaren mede in het kader van het VINEX-beleid sterk gegroeid. Naar verwachting zal het inwoneraantal groeien tot 57.000 in 2020. Heerhugowaard gaat een nieuwe fase in. Het groeitempo neemt af. De bevolking is kinderrijk en de leeftijdsgroep tussen de 30 en 40 jaar is groot. Het aantal ouderen groeit de komende jaren fors, waarmee Heerhugowaard sterker vergrijst dan gemiddeld in Nederland. Dit heeft zijn weerslag op het woningbouwprogramma en de voorzieningenstructuur van Heerhugowaard.
Kaart Structuurvisie Heerhugowaard 2020
3.4.2 Groenstructuurplan Heerhugowaard Voor de groenstructuur van Heerhugowaard is een visie opgesteld die door de gemeenteraad op 23 maart 2010 is vastgesteld. Deze visie is opgenomen in het bestuurlijk traject Structuurvisie 2010 – 2020. De groenstructuurvisie is een leidraad voor de sociale, ruimtelijke en stedenbouwkundige ontwikkeling van de gemeente waar groene ruimten in het geding zijn. De groenstructuur visie bestaat uit vijf deelvisies te weten: 1. Historische structuur door de aanwezigheid van uniforme boomlinten op ontginningsassen en verbindingswegen wordt de historische structuur van de droogmakerij zichtbaar gemaakt. 2. Contrast het contrast tussen polderlandschap en stedelijk gebied is zichtbaar doordat er zichtlijnen naar het polderlandschap zijn die een doorkijk bieden naar de open ruimte. Daarnaast hebben de belangrijkste entrees van de stad een verhoogde sierwaarde. 3. Natuurwaarde de groeninrichting heeft een zo groot als mogelijke natuurwaarde door het zoveel als mogelijk toepassen van ecologisch groenbeheer en door het verbinden van gebieden met een hoge ecologische waarde of potentie. 4. Recreatiewaarde de groengebieden met een recreatieve (neven)functie hebben recreatiewaarde doordat de groeninrichting
Toelichting (vastgesteld)
29
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
is aangepast aan de recreatieve behoeften van de diverse gebruikers met de nadruk op bruikbaarheid, reinheid en veiligheid. 5. Duurzame inrichting in drie klassen de groeninrichting heeft een zo groot als mogelijke mate van duurzaamheid, waarbij de gemeente is opgedeeld in drie zones die elk de mate waarmee dit wordt nagestreefd weerspiegelen. Het groenstructuurplan bouwt voort op de groenstructuurvisie van 1999. De 8 speerpunten van het structuurplan uit 1999 zijn gebruikt voor de 5 visies die nu in de nieuwe Groenstructuurvisie zijn opgenomen. Deze visies dienen weer als uitgangspunt voor het Groenbeleidsplan 2010 – 2015 en het Groenbeheerplan 2010 – 2012. Met betrekking tot het groen in de woonwijken wordt opgemerkt dat op sommige plaatsen de inrichtring gedateerd en inmiddels wat versleten is, waardoor de karakteristiek van de woonwijk niet overal meer optimaal herkenbaar is. Daarbij zijn in veel wijken beplantingssoorten aangebracht die in het buitengebied beter tot hun recht komen en daardoor minder goed aansluiten bij het huidige stedelijke karakter van Heerhugowaard. Per wijk zal de groenkwaliteit moeten worden onderzocht en in overeenstemming worden gebracht met de ruimtelijke, stedenbouwkundige- en architectonische karakteristiek.
Het groen in de wijken zal daarbij in structurerende zin ondergeschikt worden gemaakt aan de beplanting die de orthogonale structuur zal begeleiden.
3.4.3 Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan In januari 2008 heeft de gemeenteraad het Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het GVVP heeft verkeersknelpunten en problemen in kaart gebracht en geeft een visie voor de toekomst van Heerhugowaard op het gebied van verkeer en vervoer. Binnen die visie worden de mogelijke oplossingsrichtingen aangegeven. Alle in Heerhugowaard lopende infrastructurele projecten worden met elkaar in verband gebracht en op elkaar afgestemd. Zo wil de gemeente doorgaand autoverkeer zoveel mogelijk aan de randen van de stad laten rijden: de N508, N242 en de nog aan te leggen Westfrisiaweg ten noorden van Heerhugowaard. Bestemmingsverkeer (autoverkeer dat in Heerhugowaard moet zijn), moet in eerste instantie gebruik maken van de lokale hoofdwegenstructuur: Zuid-, Oost en Westtangent, Smaragd-Amstel en Beukenlaan-Vondellaan. Dat blijven 50 kilometerwegen. Veel gebieden daarbinnen worden een 30 kilometerzone. Daar hoort bij dat het 'binnengebied' aantrekkelijker gemaakt kan worden voor voetgangers en fietsers. De gemeente verbetert de fietsinfrastructuur en wil fietsgebruik stimuleren.
3.4.4 Gemeentelijk verkeersveiligheidsplan Het Gemeentelijk Verkeersveiligheidsplan is op 22 januari 2013 vastgesteld. Heerhugowaard heeft in de afgelopen jaren goede stappen gezet op weg naar een situatie waarin er geen vermijdbare slachtofferongevallen meer gebeuren in Heerhugowaard. We zijn er echter nog niet. Bovendien wordt vanuit het Rijk van ons gevraagd hogere ambities na te streven. Dat vraagt om een diepe analyse van de verkeersveiligheid in Heerhugowaard en daaraan gekoppeld nieuw beleid voor de komende decennia. De doelen van dit plan zijn: Een (ver)nieuw(d) kader bieden voor de inrichting van gemeentelijke wegen Een nieuw kader bieden voor aanpak van verkeersonveiligheid, door middel van maatregelen anders dan het inrichten van wegen (zoals gedragsbeïnvloeding, mobiliteitsbeleid gericht op een modal shift, duurzaamheidsbeleid) Kaders te bieden voor het nemen van verkeersbesluiten
3.4.5 Waterplan Heerhugowaard 2006 - 2015 De gemeenschappelijke visie van de gemeente Heerhugowaard en het Hoogheemraadschap staat beschreven in het ‘Waterplan Heerhugowaard 2006 – 2015’. Door de integrale aanpak worden het water (kwalitatief en kwantitatief), wonen, werken, recreatie en de natuur in hun onderlinge relaties in het waterplan in beeld gebracht, met een bijbehorende aanpak en invulling in de vorm van streefbeelden. Belangrijk in het streefbeeld voor het stedelijk gebied is de beleving van water. Niet alleen water als zichtbaar element, maar ook de beleving van water door erop of eraan te recreëren. Hiertoe worden
30
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
mogelijkheden gecreëerd door het opheffen van barrières. De waterkwaliteit in dit streefbeeld voldoet aan de eisen voor een gezond watersysteem en zodoende aan de eisen die recreatie op en aan het water mogelijk maakt.
3.4.6 Evenementenbeleid Het is de opzet om het bestaande evenementenbeleid straks in te trekken en zo veel mogelijk regels in de APV op te nemen.
3.4.7 Algemene Plaatselijke Verordening De gewijzigde APV wordt tegelijkertijd met dit bestemmingsplan aan de Raad aangeboden.
Toelichting (vastgesteld)
31
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Hoofdstuk 4 4.1
M ilieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de milieu-aspecten die van belang zijn voor de evenemententerreinen en de omgeving daarvan. Het bevat een inventarisatie van de verschillende milieuen omgevingsaspecten, alsmede de resultaten van de verschillende onderzoeken. Daarbij komen onder andere de volgende aspecten aan de orde: geluid, milieuzoneringen, water (waterparagraaf), luchtkwaliteit, bodem, cultuurhistorie en archeologie, ecologie, duurzaamheid en energie, externe veiligheid en andere belemmeringen.
4.2
Geluidhinderaspecten
In het kader van de modernisering van het instrumentarium geluidsbeleid is per 1 januari 2007 de Wet geluidhinder (Wgh) gewijzigd. De nieuwe wet heeft vooral gevolgen bij wijzigingen of aanleg van voorzieningen met gevolgen voor geluidhinder. Zo moet volgens de wet worden voorkomen dat bij reconstructie van wegen de geluidhinder toeneemt. Heerhugowaard treft in bestaande situaties soms maatregelen om de geluidhinder te verminderen, zoals het aanleggen van stillere wegdekken bij groot onderhoud. In een protocol of een beleidstuk wordt vastgelegd wanneer een locatie hiervoor in aanmerking komt. Geluid speelt een bijzondere rol bij evenementen aangezien sommige evenementen gepaard gaan met podia, versterkte muziek of sportevenementen met commentatoren en versterkte muziek. In het bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen die bepaald welke geluidswaarden op de gevel vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening aanvaardbaar zijn. Per evemententerrein is een maximaal aantal evenementen opgenomen, zodat deze hogere geluidswaarden incidenteel aanwezig zijn. Vanuit rechtszekerheidsoogpunt wordt in het bestemmingsplan vastgelegd voor omwonenden en organisatoren met welke waarden zij rekening moeten houden. Er is advies ingewonnen bij de Regionale Uitvoeringsdienst. Dit rapport is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.
4.3
Water
4.3.1 Algemeen Het waterbeleid op rijksniveau is verwoord in het Nationaal Waterplan. Het provinciaal waterbeleid is verwoord in het Waterplan 2010 - 2015. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft het Waterbeheersplan 4 opgesteld. Dit is enerzijds een voortzetting van het lopende beleid, anderzijds anticipeert het op een tijdige en doelmatige realisatie van de KRW en het NBW. De gemeenschappelijke visie van de gemeente Heerhugowaard en het Hoogheemraadschap staat beschreven in het ‘Waterplan Heerhugowaard 2006 – 2015’. Door de integrale aanpak worden het water (kwalitatief en kwantitatief), wonen, werken, recreatie en de natuur in hun onderlinge relaties in het waterplan in beeld gebracht, met een bijbehorende aanpak en invulling in de vorm van streefbeelden. 4.3.2 Aan- en afvoercapaciteit bestaande watersysteem Op één locatie, het Rosarium, is op dit moment sprake van een praktische beperkende factor. Het terrein is nu niet in een zodanige staat dat er maar één evenement gehouden kan worden per jaar in verband met de huidige drainage. Vanuit planologisch oogpunt zijn er 3 evenementen per jaar mogelijk. De verwachting is dat binnen de planperiode van 10 jaar de betreffende drainage-voorzieningen verbeterd worden. Daarom zijn er 3 evenementen toegestaan.
Vanuit praktisch oogpunt zal de gemeente als eigenaar pas medewerking verlenen aan meer evenementen als de voorzieningen op peil zijn.
32
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
4.3.3 Keur van het Hoogheemraadschap Geen van de evenemententerreinen bevat waterlopen die onder het keur vallen. De evenementen die gehouden worden bestaan niet uit activiteiten die onder het keur vallen. Er worden alleen tijdelijke voorzieningen aangelegd en direct verwijderd. Voor het op een goede wijze opvangen en afvoeren van afvalwater wordt gezorgd. 4.3.4 Watertoets Het ontwerp-bestemmingsplan zal gezien de beperkte impact en onderwerp van dit bestemmingsplan worden aangeboden aan het Hoogheemraadschap voor overleg. Er is geen aanleiding om voorafgaand aan de ontwerp-fase nog nadere afstemming te hebben.
4.4
Luchtkwaliteit
Van de lucht kun je niet leven, maar zonder schone lucht evenmin. Om dit laatste te bewerkstelligen moet bij ruimtelijke plannen, verkeersplannen en milieuvergunningen het aspect luchtkwaliteit volwaardig in de beoordeling en besluitvorming worden meegenomen. Op 15 november 2007 is daarom de ‘Wet luchtkwaliteit’ in werking getreden. Met de nieuwe ‘Wet luchtkwaliteit’, bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen, wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De wet kent op het gebied van de luchtkwaliteit eisen, welke zijn opgenomen in Hoofdstuk 5 titel 2 van de ‘Wet milieubeheer’. Deze luchtkwaliteitseisen hebben betrekking op plaatsen waar naar redelijke verwachting mensen blootgesteld staan aan luchtverontreiniging. De luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in normen in de vorm van grenswaarden, plandrempels en alarmdrempels. Omdat in Heerhugowaard de komende jaren diverse ruimtelijke plannen worden ontwikkeld, waarbij de luchtkwaliteit voor problemen kan zorgen, heeft de gemeente Heerhugowaard besloten voor de gehele gemeente een Luchtkwaliteitplan (LKP) op te stellen. Dit om de luchtkwaliteit in de gemeente te verbeteren en om in 2010 op alle locaties binnen de gemeente te voldoen aan de normen.
Ook het gebied, waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, is in het gemeentelijk luchtkwaliteitplan getoetst aan de wettelijke luchtkwaliteitsnormen. Daaruit is gebleken dat de wettelijke luchtkwaliteitsnormen in dit gebied voor de komende jaren niet zullen worden overschreden.
4.5
Bodem
Op 1 januari 2006 is de wijziging van de Wet bodembescherming in werking getreden. In de gewijzigde Wbb is een nieuwe formulering opgenomen van de saneringsdoelstelling (‘functiegericht saneren’) en het saneringscriterium (‘wanneer met spoed saneren’). Het bevat een saneringsplicht voor bedrijven en een basis voor een subsidieregeling. Er zijn diverse procedurele aanpassingen doorgevoerd waarvan een aantal leiden tot vereenvoudiging en andere bijdragen aan versterking van de handhaving. De wet bevat een basis voor algemene regels voor eenvoudige saneringen. Op dit moment zijn er geen locaties waarbij een ernstig urgente bodemverontreinigingen aanwezig is. Dit bestemmingsplan voorziet niet in activiteiten die de bodem verstoren in de zin van de Wet bodembescherming. Evenementen zijn naar hun aard tijdelijk. Zij vinden op de grond plaats, maar gaan niet gepaard met grondverzet.
Toelichting (vastgesteld)
33
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
4.6
Natuurwaarden
4.6.1 Vogel- en Habitatrichtlijnen De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. De al eerder aangewezen Vogelrichtlijngebieden worden daarbij opnieuw aangewezen. De aanwijzing van Natura 2000-gebieden is in 2007 begonnen en in 2008 afgerond. De aanwijzing legt de precieze begrenzing van een gebied, voor welke soorten en/of habitattypen het is aangewezen en welke doelstellingen er voor deze soorten en/of habitattypen gelden, vast. Selectie en begrenzing van de gebieden en de doelstellingen gebeurt op basis van ecologische argumenten. Sociale en economische factoren mogen bij de selectie en begrenzing van deze gebieden geen rol spelen. Voor alle gebieden worden ook beheerplannen opgesteld. Deze beheerplannen maken duidelijk welke activiteiten wel en niet mogelijk zijn in en rond die gebieden. Ook staat in de beheerplannen hoe de doelen worden gehaald. Nederland heeft tot nu toe 162 Natura 2000-gebieden. Op de Noordzee worden ook nog gebieden aangewezen. Binnen de grenzen van dit bestemmingsplan liggen geen Natura 2000 gebieden, noch grenst het bestemmingsplan aan zulke gebieden. Het dichtsbijgelegen Natura 2000 gebied, zijn de kustduinen. Met dit gebied bestaat geen ecologisch relatie.
4.6.2 Ecologische hoofdstructuur De ecologische hoofdstructuur is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Het vormt de basis voor het Nederlandse natuurbeleid. Het is de basis van een beleidsplan dat tot doel heeft de natuurwaarden in Nederland te stabiliseren. De ecologische hoofdstructuur is opgebouwd uit kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones. Kerngebieden zijn natuurterreinen, landgoederen, bossen, grote wateren en waardevolle agrarische cultuurlandschappen die minimaal 250 hectare groot zijn. Natuurontwikkelingsgebieden zijn gebieden met goede mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuurwaarden, van nationale en/of internationale betekenis. Verbindingszones zijn gebieden die kern- en natuurontwikkelingsgebieden als het ware aan elkaar knopen. Het doel is ook om deze structuur te laten aansluiten op ecologische verbindingszones in het buitenland. In Heerhugowaard is de gehele ringvaart rond Heerhugowaard aangewezen als verbindingszone. Binnen het plangebied van het Bestemmingsplan Heerhugowaard - Oost is de Oostertocht aangewezen als ecologische verbindingszones. Het bestemmingsplan maakt langs de Oostertocht geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk.
4.6.3 Flora en Fauna De Flora en Faunawaarden zijn onderzocht, gezamenlijk met een los evenement (ObstacleRun) dat deels buiten de evenemententerreinen plaatsvindt. Het onderzoek is als bijlage bij het bestemmingpslan gevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat op de terreinen zelf geen beperkingen aanwezig zijn. Wel is er op gewezen dat er rondom enkele evenemententerreinen rietstroken aanwezig zijn, waar watervogels kunnen broeden tijdens het broedseizoen. Dit vormt geen belemmering voor de evenementen, maar is van belang als aandachtspunt bij de vergunningverlening. Dit onderzoek is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hoewel het aantal evenementen wijzigen ten opzichte van de bestaande situatie is er geen aanleiding om het onderzoek te actualiseren. Uit het onderzoek blijkt dat de bepalende factoren voor de natuurwaarden de rondom de terreinen liggende stroken en de periode van het broedseizoen, niet het aantal evenementen.
34
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
4.7
Cultuurhistorie en archeologie
4.7.1 Archeologie algemeen Het Europees verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (het verdrag van Valletta) is ingevoerd middels een wijziging van de Monumentenwet (Wet op de archeologische monumentenzorg, WAMZ) die op 1 september 2007 in werking is getreden. Het Verdrag heeft tot doel om archeologie te laten fungeren als inspiratiebron en toevoeging van kwaliteit aan de ruimtelijke ontwikkeling van stad en land, ook wel culturele planologie genoemd. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat het archeologisch onderzoek en de juridisch – planologische vertaling daarvan een volwaardige plaats heeft gekregen in het planologisch afwegingsproces. De WAMZ gaat uit van: het zoveel mogelijk bewaren van archeologische waarden in de bodem, het bevorderen van een in een zo vroeg mogelijk stadium van ruimtelijke ordening rekening houden met archeologische waarden en het principe “de verstoorder betaald” voor het archeologisch onderzoek en de eventuele opgraving. De WAMZ kent drie verschillende regimes: voor m.e.r. plichtige projecten; voor het bouwen en uitvoering van werken in het kader van bestemmingsplannen en projectbesluiten; voor ontgrondingen. De regeling voor m.e.r. plichtige projecten is voor dit bestemmingsplan niet van toepassing.
4.7.2 Regime voor het bouwen en ontgrondingen Artikel 38a van de Monumentenwet verplicht de gemeenteraad om bij vaststelling van nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Dat betekent dat er een archeologisch onderzoek moet plaats vinden. De conclusie van het onderzoek kan zijn dat de bestemming zich verdraagt met de archeologische waarden, maar dat zal zelden het geval zijn. Gebieden met archeologische verwachtingswaarden zullen in veel gevallen dan ook de dubbelbestemming “Waarde –Archeologie” krijgen. In de voorschriften worden naast de categorie van het gebied, de relevante begrippen gedefinieerd en de archeologiegebieden als dubbelbestemming met voorrangsbepaling aangegeven. Voor gebieden met deze bestemming geldt met betrekking tot het bouwen, dat herbouw bij recht is toegestaan, mits de bestaande fundering niet wordt gewijzigd. Voor de overige bouwwerken die op grond van de andere bestemming in principe zijn toegestaan en waarvoor een reguliere bouwvergunning is vereist, geldt een bouwverbod waarvan met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken. De omgevingsvergunning wordt verleend als: 1. er geen archeologische waarden in het geding zijn; 2. de archeologische waarden in voldoende mate worden veiliggesteld; 3.
de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade voorkomen kan worden door het verbinden van regels aan de omgevingsvergunning; Die regels zijn: het treffen maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem behouden kunnen blijven; het doen van opgravingen; de begeleiding van de bouwwerkzaamheden door een archeologisch deskundige. Deze omgevingsvergunning is niet nodig voor vergunningvrije bouwwerken. Voor ontgrondingen is een omgevingsvergunning voor werken geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden vereist. Deze omgevingsvergunning wordt onder dezelfde voorwaarden verleend als beschreven bij de omgevingsvergunning voor bouwen. De aanvraag van een omgevingsvergunning gaat vergezeld van een rapport, waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag wordt verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Artikel 41a van de Monumentenwet bepaalt dat voornoemde regeling niet van toepassing is op projecten kleiner dan 100 m2. De gemeenteraad kan hiervan afwijken en een andere oppervlakte vaststellen.
Toelichting (vastgesteld)
35
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
4.7.3 Archeologische waarden in het plangebied Het gemeentebestuur heeft een globale inventarisatie van archeologische waarden voor de hele gemeente laten uitvoeren als bedoeld in artikel 38a van de Monumentenwet. De resultaten van het onderzoek zijn weergeven op de “Beleidskaart Archeologie”, die als onderlegger dient voor bestemmingsplannen. De aanwezige waarden worden niet aangetast door dit bestemmingsplan. De evenemententerreinen hebben geen hoge archeologische waarden. Daarnaast bevat het bestemmingsplan geen activiteiten die zorgen voor aantasting van de bodem waardoor waarden aangetast kunnen worden. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek. De aanwezige waarden worden in bestaande plannen beschermd. Deze bescherming komt niet te vervallen door de toevoeging van de gebiedsaanduidingen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen.
4.7.4 Cultuurhistorie Het gebied waarop het Bestemmingsplan Evenemententerreinen betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Holland. In het gebied liggen geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Door de expansie van Heerhugowaard is de hoge ruimtelijke en genetische samenhang tussen verkaveling, wegen, wonen langs wegen en het rationele afwateringspatroon met name in de bebouwde kom grotendeels verloren gegaan. De Cultuur Compagnie heeft voor het hele grondgebied van de gemeente Heerhugowaard een historisch - geografische inventarisatie, inclusief de karakteristieke bebouwing, gemaakt. Dit rapport is als pdf-bestand (3,6 MB) te downloaden vanaf de website van gemeente Heerhugowaard via onderstaande link: http://www.heerhugowaard.nl/fileadmin/bestanden/AH/Monumenten/Historisch-geografische_inventarisat ie_-_lite_rapport.pdf Als bijlage bij dit rapport is een overzicht van cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke panden en objecten in Heerhugowaard gevoegd. Deze kunt u downloaden via onderstaande link: http://www.heerhugowaard.nl/fileadmin/bestanden/AH/Monumenten/Historisch-geografische_inventarisat ie_-_lite__bijlagen.pdf
4.8
Landschap en ecologie
De identiteit van Heerhugowaard wordt sterk bepaald door haar ontstaan als droogmakerij. De rationeel opgezette structuur en verkaveling van het polderland en de daarin geprojecteerde waterlopen en wegen heeft de basis gevormd voor de ontwikkeling van de eerste woonbebouwing in lange lintsstructuren en vervolgens voor de verdere ontwikkelingen van Heerhugowaard tot de kern die het nu is. In de huidige kern is die rationele basis nog steeds merkbaar, waarbij een aantal ruimtelijke elementen en aspecten opvallen. Vrijwel overal in de kern is de ruimte en de enigszins landelijke openheid voelbaar en heeft de rationele opzet van de droogmakerij geleid tot een orthogonale structuur van wegen en wijken. Binnen deze structuur is aan de belangrijkste ontsluitingsroute het centrumgebied van de kern ontstaan. De uitstraling en de aanhechting hiervan op de omgeving zorgt voor herkenbare plekken en ruimtes. In de structuur is een klein aantal historische routes herkenbaar, waarvan de Middenweg de opvallendste is en een centrale rol speelt. Door de verschillen in bouwperiode en de daarmee gepaard gaande karakteristieken zijn de diverse wijken herkenbaar. Van een bewust gecreëerde ecologische structuur is nog geen sprake. Wel zijn er enkele lijnen aanwezig die in potentie kunnen worden ontwikkeld tot een ecologische verbindingszone.
De ringvaart maakt deel van de provinciale ecologische hoofdstructuur. Een aantal van de evenemententerreinen zijn onderzocht in verband met de aanwezige ecologische waarden. Het gaat om de groene gebieden en de gebieden aan de randen van de bebouwde kom. Sterk verharde terreinen zoals het Stadsplein zijn niet onderzocht. Het onderzoek is als bijlage bij het
36
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
bestemmingsplan gevoegd. Gebleken is dat op het terrein zelf er geen aanleiding is voor maatregelen. Als aandachtspunt is wel meegegeven dat tijdens het broedseizoen er beperkingen gelden voor de oevers en rietzones die bij sommige terreinen aan de randen liggen. In deze gebieden kunnen broedende watervogels aanwezig zijn.
4.9
Duurzaamheid en energie
Zie hoofdstuk 5.4 “Duurzaamheidsparagraaf”.
4.10
Veiligheid
4.10.1 Bereikbaarheid De bereikbaarheid is van groot belang bij evenementen. Bij het bepalen van de terreinen is er bijzondere aandacht besteed aan de te gebruiken routes voor bezoekers, de vluchtwegen en de bereikbaarheid voor nooddiensten via aparte routes. Daarnaast is bij elk terrein bepaald waar parkeervoorzieningen voor auto's en fietsen beschikbaar zijn en in welke mate.
4.11
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over de opslag, transport en/of bewerking van gevaarlijke stoffen. Het beleid van de externe veiligheid is gelegitimeerd door de doelstelling dat de risico’s van bedrijfsmatige activiteiten met gevaarlijke stoffen beheerst worden en in wisselwerking hiermee andere ruimtelijke activiteiten in de nabijheid hiervan.
4.11.1 Algemeen Externe veiligheid gaat over de opslag, transport en/of bewerking van gevaarlijke stoffen. Het beleid van de externe veiligheid is gelegitimeerd door de doelstelling dat de risico’s van bedrijfsmatige activiteiten met gevaarlijke stoffen beheerst worden en in wisselwerking hiermee andere ruimtelijke activiteiten in de nabijheid hiervan. Met de inwerkingtreding van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is een aanzet gegeven tot het opstellen van normen voor externe veiligheid. Het besluit is gepubliceerd in het Staatsblad van 10 juni 2004 en in werking getreden op 27 oktober 2007. Het besluit kent twee belangrijke begrippen waaraan moet worden getoetst namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico Onder plaatsgebonden risico wordt verstaan: risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof is betrokken. Het plaatsgebonden risico wordt beheerst door de inherente veiligheid (veiligheidsmaatregelen die aan risicobronnen zijn opgelegd zonder tussenkomst van externe veiligheid) waarmee risicobronnen zijn omgeven.
De kans op een ongeval is daardoor zowel volgens de risicoanalyseberekeningen als blijkens de statistiek buitengewoon klein. Het plaatsgebonden risico is daarom een norm waaraan moet worden voldaan. Het groepsrisico Onder groepsrisico wordt verstaan: cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof is betrokken.
Toelichting (vastgesteld)
37
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
De mogelijkheid van een ramp is een beleidsrelevante afweging voor de inrichting van de ruimte. Omdat de kans op een ongeval buitengewoon klein is, is de zeer kleine kans op een ramp daarmee per definitie een gegeven. Het groepsrisico is om die reden een oriëntatiewaarde, ten aanzien waarvan een afweging moet worden gemaakt. Oriëntatiewaarde is: de waarde waarmee het groepsrisico wordt vergeleken. Grafisch wordt dit weergegeven als een lijn in een grafiek. Karakteristieke kansen van de oriëntatiewaarde zijn: een kans van 1 op 10.000 per jaar (10 –4) op 10 of meer doden; een kans van 1 op een miljoen per jaar (10 –6) op 100 doden of meer doden; een kans van 1 op 100 miljoen per jaar (10 –8) op 1000 of meer doden.
Het groepsrisico is de risicomaat die bij de bestuurlijke afweging een rol speelt om te verantwoorden welk ramprisico samenhangt met het ruimtelijke ordening- of het milieuvergunningbesluit. Dit komt neer op het aangeven in welke mate de kans op sociale ontwrichting voor de (lokale) samenleving, gegeven de lokale maatschappelijke baten en kosten, te tolereren is. Bij het groepsrisico gaat het niet om de bescherming van de individuele burger, maar om het tolereren van een ramprisico op grond van afwegingen over het belang van ruimtelijke activiteiten naast andere afwegingen. De verantwoordingsplicht (algemeen) De kans dat in één keer een groep burgers van een bepaalde omvang komt te overlijden (groepsrisico of misschien duidelijker het ramprisico) moet worden verantwoord. Het verantwoorden houdt in dat het afwegingsproces voor de burgers en belanghebbende navolgbaar is. Dit afwegingsproces draagt het besluit om de risicosituatie, waarbij een zeer kleine kans bestaat dat een ramp zou kunnen plaatsvinden, te aanvaarden. In de artikelen 12 en 13 van het Bevi is de verantwoordingsplicht voor het bevoegd gezag ten aanzien van de acceptatie van het groepsrisico wettelijk geregeld. Artikel 12 regelt de verantwoordingsplicht bij milieuvergunningen en artikel 13 bij de vaststelling van besluiten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening.
In artikel 13 lid 1 onder a tot en met i staat aangegeven welke onderwerpen in elk geval in de verantwoordingsplicht aan de orde moeten komen. “In elk geval” is limitatieve opsomming en betekent dat er ook nog andere onderwerpen aan de verantwoordingsplicht kunnen worden toegevoegd. De informatie die volgens het Bevi in elk geval bij de verantwoordingsplicht moet worden betrokken is: a. het aantal personen in het invloedsgebied; b. het groepsrisico; c. de mogelijkheden tot risicovermindering door degene die de inrichting drijft; d. maatregelen ter beperking van het groepsrisico die in het besluit zijn opgenomen; e. voorschriften ter beperking van het groepsrisico te verbinden aan de inrichting; f. voor en nadelen van andere ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico; g. de mogelijkheden om het groepsrisico te beperken in nabije toekomst; h. mogelijkheden op de voorbereiding van rampenbestrijding; i. mogelijkheden tot zelfredzaamheid; De beleidsvisie “Externe Veiligheid” In juni 2010 heeft de gemeenteraad de “Beleidsvisie externe veiligheid in Heerhugowaard vastgesteld. De beleidsvisie “Externe Veiligheid” geeft aan dat het beleid zich richt op het beperkt houden van de
38
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
toename van het groepsrisico dat ontstaat door ruimtelijke besluiten of Milieuvergunningen. De beleidsvisie onderscheidt drie soorten te doorlopen verantwoordingsprocessen. Welk proces voor de verantwoording wordt doorlopen hangt af van de hoogte van het groepsrisico in relatie tot de oriëntatiewaarde. Schematisch is dit als volgt weergeven:
Met betrekking tot het tankstation van Sijs geeft de beleidsvisie aan dat het gemeentebestuur rechtstreekse betrokkenheid wenst bij de voorbereiding op ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied.
4.11.2 Besluit externe veiligheid inrichtingen Met de inwerkingtreding van het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ is een aanzet gegeven tot het opstellen van normen voor externe veiligheid. Het besluit is gepubliceerd in het Staatsblad van 10 juni 2004 en in werking getreden op 27 oktober 2007. Binnen het plangebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen. Bij het evenemententerrein aan het park van Luna zijn er twee soorten inrichtingen aanwezig die van belang zijn. Windturbines Er staan twee windturbines grenzend aan het evenemententerrein.De 10-5 contour bij deze windturbines maken geen deel uit van het evenemententerrein. Deze zones moeten vrijblijven van bezoekers. Bij het aanwijzen van het evenemententerrein is rekening gehouden met deze zones. Ook bij de vergunningverlening opgenomen dat deze terreinen vrij moeten blijven. Tenslotte zijn er bij de vergunningverlening voor de windturbines voorwaarden opgenomen. Tijdens de grote evenementen waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft worden de windturbines stilgezet. Tankstations Langs de Westerweg / N242 zijn twee tankstations aanwezig met een risicocontour. Van beide stations zijn de contouren bekend. Bij het oorspronkelijke bestemmingsplan Heerhugowaard Zuid zijn de groepsrisico's in beeld gebracht.
Hoewel bij de evenementen zijn er grote groepen aanwezig zijn, zijn deze groepen slechts kort in het gebied aanwezig. Het plaatsgebonden risico wordt niet overschreden.
4.11.3 Transport van gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden waarmee het verplicht wordt transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Er is één terrein dat in de nabijheid ligt van een aangewezen transportroute voor gevaarlijke stoffen. Dat gaat om het park van Luna dat in de nabijheid ligt van de Westerweg (N242). Deze provincale weg is aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De 10-6 risicocontour ligt op de as van de weg. Bij het oorspronkelijke bestemmingsplan Heerhugowaard Zuid zijn de groepsrisico's in beeld gebracht. Hoewel bij de evenementen zijn er grote groepen aanwezig zijn, zijn deze groepen slechts kort in het gebied aanwezig. Als gevolg hiervan wordt de veiligheidsregio benaderd voor advies bij aanvragen om evenementenvergunningen.
Toelichting (vastgesteld)
39
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
4.11.4 Besluit externe veiligheid buisleidingen Het besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).
4.11.5 Verantwoording groepsrisico De beheersbaarheid van rampen wordt gezien als een belangrijk aspect bij de oordeelsvorming. Het gaat hierbij om de mogelijkheid van de rampbestrijding (van pro-actie tot repressie). Bij de eerdere besluitvorming omtrent de realisatie en inrichting van het recreatieterrein met mogelijkheid voor evenementen is er in het kader van de MERrapportage aandacht besteed aan het groepsrisico. Omdat grote groepen in dit gebied een verhoogd risico kunnen lopen wordt de veiligheidsregio en de Regionale Uitvoerdingsdienst Noord-Holland Noord benaderd voor advies bij aanvragen om evenementenvergunningen.
4.12
Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen
Planologische relevante buisleidingen dienen in het bestemmingsplan te worden bestemd. De bestemming leiding wordt gecombineerd met de bestemming van de gronden waarin de leiding is gelegen en beperkt de rechten en het gebruik van die gronden (de zogenaamde dubbelbestemming). Planologisch relevante leidingen zijn: hoofdtransportleidingen; hoogspanningsleidingen van 50 KV en hoger; buisleidingen voor het transport van brandbare gassen met een druk van 20 bar of hoger; buisleidingen voor het transsport van brandbare vloeistoffen met een diameter van 400 mm en groter; buisleidingen voor het transsport van giftige stoffen; buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter en gelegen buiten de bebouwde kom; buisleidingen voor het transport van afvalwater van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier met een diameter van 400 mm en groter (hoofdleidingen van en naar de afvalwaterzuiveringsinrichting); optisch vrije paden (straalpaden). Niet-planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming/regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen (riool(pers)leidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) vervullen uitsluitend een functie voor de aanwezige functies in het gebied (kavelaansluitingen) en kunnen ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Deze leidingen zijn veelal aangelegd langs en/of in combinatie met aanwezige infrastructuur.
Bij de technische uitwerking van het plan wordt de veiligheid van deze kabels en leidingen gewaarborgd via het KLIC-systeem. Dit bestemmingsplan is een partiële herziening. De bestaande bestemmingsplannen worden aangevuld, maar de oorspronkelijke bestemmingen vervallen niet. Dat betekent dat ook de bescherming van de leidingen ongewijzigd blijft.
40
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische aspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke bestemmingen in het plan zijn opgenomen en hoe deze de inhoud van het plan regelen. Deze toelichting dient als uitleg over de wijze waarop de bestemmingsregels moeten worden uitgelegd en de reden waarom deze zijn opgenomen. In de paragraaf over het juridisch systeem wordt nader uitleg gegeven over de verhouding met wet- en regelgeving naast het bestemmingsplan. In de handhavingparagraaf is aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt gehandhaafd.
5.2
Juridisch systeem
Dit bestemmingsplan is een partiële herziening vande geldende bestemmingsplannen van Heerhugowaard. Dit houdt in dat die bestemmingsplannen worden herzien op één onderdeel. De geldende bestemmingsplannen blijven voor alle overige onderdelen van kracht en alleen de bepalingen met betrekking tot evenementen worden toegevoegd. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten, de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en de standaard die in Heerhugowaard gehanteerd wordt voor bestemmingsplannen.
5.2.1
Aanduidingen
5.2.1.1 Gebiedsaanduidingen In deze partiële herziening wordt gewerkt met gebiedsaanduidingen voor de evenemententerreinen.
5.3
Inleidende regels
In het eerste hoofdstuk van de planregels worden begrippen verklaard die in de planregels voorkomen en wordt ook aangegeven op welke wijze gemeten moet worden om bijvoorbeeld een goot- of bouwhoogte te bepalen.
5.3.1 Begrippen In artikel 1 zijn de begripsbepalingen opgenomen. Begripsbepalingen zijn nodig om een planologisch juridische precisering ten opzichte van het algemeen spraakgebruik te verkrijgen. In beginsel dient er voor gewaakt te worden een begrip een sterk van het spraakgebruik afwijkende betekenis te geven. Begripsbepalingen zijn alleen dan nodig indien het begrip gebruikt wordt in de planregels en dit begrip zonder nadere definitie tot verwarring zou kunnen leiden. Men kan voorts een definitie nodig hebben indien een term of woord in verschillende wettelijke regelingen niet dezelfde betekenis heeft, of wanneer men een woord wil afzetten tegen een ander woord (bijvoorbeeld woning tegenover zomerhuis). Een aantal begrippen is vastgegd in de RO - Standaarden, een uitgave van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Van de definiëring van deze begrippen, mag niet worden afgeweken.
5.3.2 Wijze van meten In het artikel ‘Wijze van meten’ is aangegeven hoe moet worden gemeten. Het betreft hier technische zaken die deels landelijk zijn voorgeschreven en deels aanvullend zijn opgenomen.
Toelichting (vastgesteld)
41
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
5.4
Algemene regels
De formulering van deze planregels is wettelijk vastgelegd en heeft betrekking op de algemene regels die voor het hele plangebied gelden ongeacht de specifieke bestemming.
5.4.1 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven.
5.4.2 Algemene aanduidingsregels Deze regels bevatten de uitgangspunten voor de evenemententerreinen, zoals al toegelicht in paragraaf 6.2
5.4.3 Algemene afwijkingsregels Dit artikel biedt o.a. de mogelijkheid om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van het bestemmingsplan voor kleine maatoverschrijdingen die het gevolg zijn van standaardmaten, waardoor het bouwwerk net niet past binnen de maatvoering van het bestemmingsplan. De omgevingsvergunning kan worden verleend tot maximaal 10 procent van de in het bestemmingsplan gegeven maten. Het is niet de bedoeling dat de omgevingsvergunning wordt gebruik om standaard 10 procent groter te bouwen dan op de verbeelding staat aangegeven. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning dient aanvrager gemotiveerd aan te geven waarom van de afwijkingsmogelijkheid gebruik moet worden gemaakt. Het kan zijn dat het toepassen van deze algemene afwijkingsmogelijkheid vanuit stedenbouwkundig oogpunt, vanwege de belangen van omwonenden of vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening, ongewenst is. Mocht dit het bij een bepaalde maximale maat het geval zijn, dan zal in de bestemmingsregels worden aangegeven dat de algemene afwijkingsbevoegdheid niet toegepast kan worden. De omgevingsvergunning, waarbij wordt afgeweken van de regels van het bestemmingsplan, kan ook worden verleend voor utilitaire bouwwerken en voorzieningen ten dienste van het ontvangen van telefoonradio- en televisiesignalen.
Bij utilitaire bouwwerken gaat meestal om bouwwerken van nutsbedrijven, waarvan de oppervlakte te klein is om deze op de verbeelding als een afzonderlijke bestemming aan te geven of waarvan de situering op voorhand niet bekend is. Met de komst van het mobiele netwerk is er grote behoefte aan zendmasten. Om een woud van masten te voorkomen, streeft de gemeente naar een gemeenschappelijk gebruik van de zendmasten door de diverse, elkaar beconcurrerende bedrijven. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend, indien de noodzaak wordt aangetoond en de aanvrager de bereidheid uitspreekt ook anderen in de gelegenheid te stellen van deze voorziening gebruik te maken.
5.4.4 Overgangs- en Slotregels Overgangsregels zijn van toepassing op situaties (gebruik) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan van het nieuwe plan afwijken, dan wel op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden (bouwwerken). Met deze overgangsregels wordt duidelijk dat die afwijking toegestaan is, maar wel begrensd is tot de bestaande afwijking. Tenslotte wordt in de regels vastgelegd op welk moment het bestemmingsplan is vastgesteld en onder welke titel het plan heeft.
42
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
5.5
Uitvoerbaarheid en handhaving
5.5.1 Uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 3.1.6. onder f van het Besluit ruimtelijke ordening, dienen in de toelichting bij een bestemmingsplan de uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het plan weergegeven te worden. Die uitvoerbaarheid kan onderscheiden worden in maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid. 5.5.1.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ten aanzien van de maatschappelijke uitvoerbaarheid is in de eerste plaats een breed draagvlak nodig voor de regels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Deze regels komen gedeeltelijk voort uit wettelijke verplichtingen. Daarnaast is bestuurlijk draagvlak van belang. Dit wordt bevorderd door het bestemmingsplan goed af te stemmen op het gewenste ruimtelijk beleid van het rijk en de provincie, als ook op de wensen en ambities van het lokale bestuur. Zij zijn het immers die na vaststelling ook de handhaving van het plan ter hand moeten nemen. Behalve door de wet gestelde eisen en bestuurlijke overeenstemming over het plan, is het maatschappelijk draagvlak onder de bevolking en met name onder de bewoners en gebruikers van de wijken van groot belang. Dit bestemmingsplanis een conserverend plan, waarin de bestaande situatie is vastgelegd en de bestaande rechten zijn gecontinueerd of uitgebreid.
In het hoofdstuk ‘Participatie’ wordt gerapporteerd over de verplichte overleggen met instanties en de gehouden inspraakprocedure. 5.5.1.2 Financiële uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening worden de bouwwerken genoemd waarvoor een exploitatieplan moet worden opgesteld. Dit bestemmingsplan is conserverend plan dat geen ontwikkeling mogelijk maakt. Gelet hierop is het opstellen van een exploitatieplan niet nodig. In het hoofdstuk ‘Financieel-economische uitvoerbaarheid’ wordt nader ingegaan op de financiële onderbouwing van dit bestemmingsplan
5.5.2 Handhaving De Algemene Plaatselijke Verordening Heerhugowaard bevat voorschriften omtrent het houden van een al dan niet vergunningsvrij , meldingsplichtig of vergunningsplichtig evenement, Deze voorschriften zijn opgesteld voor het waarborgen van de openbare orde en veiligheid. Op grond van artikel 172 Gemeentewet is de burgemeester belast met de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Voor bestemmingsplannen liggen deze bevoegdheden anders. Op grond van artikel 3.1.1. Wro is de gemeenteraad verplicht om voor het hele grondgebied van de gemeente bestemmingsplannen vast te stellen. Handhaving en toezicht op deze bestemmingsplannen zijn geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet ruimtelijke ordening. Burgemeester en wethouders zijn primair verantwoordelijk voor de bestuursrechtelijke handhaving van bestemmingsplannen. Derhalve zullen burgemeester en wethouders bij overtredingen van de voorschriften van dit bestemmingsplan van deze handhavingsbevoegd gebruik maken. Op 14 juni 2017 is de 'Kadernota VTH 2017-2018 gemeente Heerhugowaard' vastgesteld. Nieuw in deze nota is dat de bestuursrechtelijke handhaving zal geschieden op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie (hierna: LSH). Voorheen werd handhavend opgetreden op basis van een zogeheten 'tweestappensysteem'.
Echter, in de praktijk is gebleken dat de handhaving van een bepaalde overtreding veelal een op díe specifieke situatie toegespitste handhavingsstrategie verlangt. Met de LSH wordt ingezet op een passende handhavingsstrategie bij iedere overtreding, bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk.
Toelichting (vastgesteld)
43
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Handhavers van de gemeente Heerhugowaard hanteren de LHS bij iedere overtreding en maken daarbij gebruik van de in de LSH opgenomen instrumenten. De LHS speelt daarmee gericht in op de mogelijke gevolgen van de overtreding(en) en het type normadressaat. Omwille van rechtsgelijkheid waarborgt dit passend interveniëren een eenduidig optreden. Afhankelijk van de uitkomst dient een bepaalde handhavingsstrategie gekozen te worden. Daarnaast kunnen bepaalde verzachtende of verzwarende aspecten de gekozen strategie doen veranderen. Overtredingen van de voorschriften van dit bestemmingsplan én/of overtredingen bij/tijdens evenementen zijn bij uitstek overtredingen die een passende handhavingsstrategie verlangen. Derhalve zal het houden van toezicht en de handhaving geschieden op basis van de LSH. Voor een uitgebreidere uitleg over de werking van de LHS verwijzen wij u naar de 'Kadernota VTH 2017-2018 gemeente Heerhugowaard'.
44
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Hoofdstuk 6 6.1
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan bestaat voor het overgrote deel uit reeds ingericht terrein. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die leiden tot plankosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De financiële uitvoerbaarheid van het plan is dan ook niet aan de orde. Voor het plan is dan ook geen exploitatieplan opgesteld.
Toelichting (vastgesteld)
45
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Hoofdstuk 7
Participatie
Op 18 september 2017 is er een brede bijeenkomst gehouden. Per terrein is een gesprek gevoerd met omwonenden, organisatoren van evenementen. Tijdens deze bijeenkomst waren ook adviseurs en andere belanghebbenden aanwezig. Er zijn daarnaast ook gesprekken gevoerd over de processen rondom vergunningverlening en de kleine evenementen die buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan vallen, maar nog wel onder de APV vallen. De avond en de inbreng is zeer nuttig geweest. De totale input en het advies dat is uitgebracht aan het gemeentebestuur is samengevat en als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is duidelijk gemaakt aan de hand van een beslisboom en de begripsbepalingen wanneer er sprake is van een evenement dat valt onder de reikwijdte van het bestemmingsplan en dus meetelt in het kader van het maximale aantal evenementen. Bepalend zijn daarbij het aantal personen (meer dan 500) het geluidsniveau en of er sprake is van een eendaags of meerdaags evenement. Het aantal evenementen op het Coolplein, Stadsplein en Stadspark zijn beperkt vergroot. Op deze terreinen zijn 2 evenementen per jaar toegevoegd. Het advies was om meer toe te voegen, maar wij houden ook rekening met omwonenden die ons benaderd hebben met de vraag om minder activiteiten te organiseren.
Er is geen onderscheid meer gemaakt tussen meerdaagse evenementen en een circus of een kermis. Dat bevorderd het totaaloverzicht over de jaarlijks toegestane activiteiten.
46
Toelichting (vastgesteld)
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Bijlagen toelichting
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
47
Gemeente Heerhugow aard, bestemmingsplan Evenemententerreinen
Bijlage 1 Samenvatting van de participatie
48
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
Terrein
Wat vindt men goed aan de uitgangspunten?
Wat ontbreekt er nog aan de uitgangspunten?
Huygendijkbos Goed uitgangspunt, laat maar Communicatie van zowel kleine als grote komen! evenementen naar bewoners op een moderne wijze. Bijvoorbeeld website/evenementenkalender/Facebook. Rosarium
Goed dat de gemeente de slechte staat van het terrein erkent en voordat dat verandert maar 1 evenement toestaat. Niet toestaan van meerdaagse evenementen.
Extra hoeveelheid niet-impact evenementen er mogen zijn is niet bekend nu, maar is wel vastgesteld. Rekening houden met evenemententerrein Raadhuisplein, Middenweg en sportvelden met feesten. Hoe gaat het met individuele ontheffingen?
Stadspark
Wij vinden het goed dat de gemeente meer ruimte en vrijheid wilt bieden voor het geven van evenementen met bijbehorende restricties.
geen
Stadsplein /Coolplein
Dat er uberhaupt een voorstel invulling aan het bruisender maken is structuur in de vergadering/bijeenkomst
Waar maakt men zich zorgen over? Bij grote evenementen parkeren en evt.overlast door bezoekers. Wij komen 20 november graag terug om over de procedures te praten Verhoogd risico voor inbraak ondat mensen weggaan van huis. Toenemende geluidsoverlast lage tonen. En het niet professioneel daarmee omgaan van (kleine) evenementen. Geluidsanalyse zou verplicht moeten zijn. De slechte staat van het veld als er meer evenementen plaatsvinden. Troep na afloop. De tolerantiegrens bij omwonenden bij nog meer evenementen
Coolplein
Wij maken ons zorgen dat de eventuele negatieve reacties nog kunnen voortkomen van de mensen die hier niet aanwezig zjn geweest, dit kan eventueel komen door de leeftijdsopbouw in ons appartementencomplex.
handhaving - wederzijdsbegrip
advies aan het gemeentebestuur Betere communicatie en afstemming met bewoners. Hierdoor krijg je meer betrokkenheid .
Geef duidelijkheid over niet -impact evenementen. Geef duidelijkheid over incidentele ontheffingen. Natuurlijke geluidswal richting woningen. Sta niet meer dan 1 evenement Categorie1 en 1 evenement categorie 2 toe. Zorg voor duidelijke voorwaarden in vergunning voor veiligheid, communicatie omwonenden. bereikbaarheid organisatie. Sta evenementen toe die passen bij aard van het park. Spreid de evenementen.
Wel of niet opgenomen in het bestemmingsplan en waarom? Niet opgenomen. De gevraagde acties zijn zeker waardevol, en er worden nog nadere gesprekken georganiseerd, maar deze vallen buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan
Wel opgenomen in het bestemmingsplan in het hoofdstuk Inleidende regels (onder begrippen). Daar wordt omschreven wanneer - afhankelijk van aantal bezoekers en geluidsbelasting - een evenement zodanig groot is dat het valt onder de reikwijdte van het bestemmingsplan. Incidentele ontheffingen zijn niet opgenomen in het bestemmingsplan, dergelijke ontheffingen hebben te maken met het aantal bezoekers in relatie tot voldoende vluchtwegen en maken onderdeel uit van de afzonderlijke evenementenvergunningen. Een natuurlijke geluidswal is niet opgenomen in het bestemmingsplan. De evenementen worden beperkt in geluidsniveau op de gevels van omliggende woningen. Daarmee is de maximale overlast voor omwonenden bepaald. Aantal en categorieen evenementen zijn niet aangepast in het bestemmingsplan, onder de stakeholders (aantal omwonenden en organisator Samenloop voor Hoop) zijn de adviezen niet eensluidend. Overige onderdelen van het advies hebben betrekking op voorwaarden/aspecten die niet worden opgenomen in het bestemmingsplan en spelen in het kader van de vergunningverlening. Categorie 1 naar 100 dB(A), Gelet op de wens tot verruiming van de normen is in het Categorie 2 naar 90 dB(A) , Categorie bestemmingsplan een verruiming van het aantal 3 naar 75 dB(A), Schouwen voor en evenementen opgenomen. Het aantal evenementen is NA het evenement is taak van de vergroot van 6 naar 8.
Dat strekt zich niet uit tot de gemeente + eventueel opruimen. geluidsnormen vanwege het daarbij spelende potentieel Geluidsmetingen niet door organisatie risico op toename van geluidsoverlast. maar door gemeente = handhavingstaak Wij zijn in grote lijnen akkoord met de In het bestemmingsplan is een verruiming van het aantal voorgestelde veranderingen van de evenementen opgenomen. Het aantal evenementen is gemeente waarbij zelfs nog een extra vergroot van 7 naar 9. Oorspronkelijk waren er 6 uitbreiding van het aantal evenementen mogelijk en kon er een circus gehouden evenementen niet op bezwaren zal worden. Omdat er geen onderscheid is gemaakt tussen stuiten. het circus en de overige meerdaagse evenementen en er twee extra evenementen zijn toegevoegd op basis van het advies aan het gemeentebestuur, mogen er straks 9 evenementen gehouden worden. De geluidsnormen zijn niet vergroot vanwege de eventuele nadelige effecten voor omwonenden. Zie ook Coolplein. bruisender is niet 6-6 maar van 6 naar Gelet op de wens tot verruiming van de normen is in het 10 evenementen. Handhaving dan bestemmingsplan een verruiming van het aantal opvoeren afspraak is afspraak. Meer evenementen opgenomen. Het aantal evenementen is mogelijkheden binnen gestelde vergroot van 6 naar 8. Het voorgestelde aantal van 10 normen.
evenementen per jaar is niet overgenomen omdat wij als gemeente ook klachten hebben ontvangen van bewoners in de omgeving die liever minder overlast willen ervaren. De vergroting strekt zich niet uit tot de geluidsnormen vanwege het daarbij spelende potentieel risico op toename van geluidsoverlast.
Stadsplein
meer duidelijkheid is altijd goed
1 uniform meetsysteem vanuit gemeente (net als in café)
Coolplein
Voorstellen bieden ruimte om in overleg tot een brede invulling van evenementen te komen o.b.v. verstrekte informatie zijn de kaders niet duidelijk omschreven en is maatwerk kenbaar mogelijk Het idee van meer evenementen wordt door een groot deel omarmd aan deze tafel
Oude insteek is faciliteren van gemiddeld 1 impact evenement per maand, opdat het coolplein als bruisend stadshart kan fungeren
Coolplein /Stadsplein
Raadhuisplein Dirk is oke.
-Het criterium stank is niet opgenomen.
- Handhaving van de afspraken.
- Evenementen met laag geluidsniveau (zonder versterkt geluid) meer + makkelijker plaatsen