CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting BP Rodeoterrein Broek op Langedijk

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vastelling bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk22.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Motivering planologische behoefte

De provincie Noord-Holland streeft naar de realisatie van voldoende woningen van passende kwaliteit. Hierbij moet, volgens de ambities van de Omgevingsvisie NH 2050, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gebouwd. Om gemeenten te laten samenwerken aan een sterke(re) regio, worden regionale woonafspraken gemaakt. Deze bestaan uit: 1. Regionale woningbouwprogrammeringen, waarvoor regio's verantwoordelijk zijn en waarbij de

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk provincie betrokken is; 2. (regionale) Woonakkoorden tussen de regio en de provincie. De gemeente Dijk en Waard en tevens de voormalige gemeente Langedijk maakt samen met de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heiloo en Uitgeest deel uit van de Regio Alkmaar. De regio maakt al sinds 2011 afspraken over wonen. Eerst in een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP 2011), later in het RAP 2016-2020, de regionale woonvisie 2013-2020, de 'Woningbouwafspraken en programmering Regio Alkmaar' (2019) en de Woondeal Noord-Holland Noord. De gemeenten hebben daarnaast de regionale samenwerking op het gebied van wonen, bereikbaarheid en energie-innovatie geformuleerd in de 'Focusagenda Regio Alkmaar 2019-2022'. Sinds 7 juli 2021 is het nieuwe beleidsinstrument van provincie Noord-Holland, het Woonakkoord 2021-2025, van kracht. Het hoofddoel van dit instrument is om voldoende woningen te realiseren en tegelijk het verduurzamen van de woningvoorraad te stimuleren door in te spelen op het veranderende klimaat. In de Woonagenda 2020-2025 van de provincie, verzoekt zij de regio’s om, samen met de provincie, Woonakkoorden op te stellen. Hierin zijn afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied opgenomen. Het Woonakkoord is de opvolger van het RAP.

Regio Alkmaar hecht conform de Woondeal NHN, de provinciale Woonagenda en de provinciale Omgevingsvisie aan het binnenstedelijk bouwen en inbreiden. De Regio Alkmaar geeft bij nieuwbouw dan ook prioriteit aan de ontwikkeling van woningen op inbreidingslocaties, nabij OV-Knooppunten en in de nabijheid van andere voorzieningen. De beoogde ontwikkeling is een voorbeeld van een inbreidingslocatie in het binnenstedelijk gebied, nabij de bestaande voorzieningen binnen Broek op Langedijk. Op basis van de provinciale Monitor Woningbouw 2021 blijkt dat de realisatie van nieuwbouw nog steeds achterloopt op de voortdurend toenemende behoefte. Voor wat betreft Regio Alkmaar stelt de monitor voor de periode 2021 tot 2030 een indicatieve bouwopgave van circa 12.000 tot 14.000 woningen. De indicatieve bouwopgave is overgenomen in het Woonakkoord Regio Alkmaar 2021-2025, waarin de volgende afspraken zijn gemaakt: I.

De regio bouwt tot 2030 minstens 2.000 woningen per jaar; a. In 2020 zijn er circa 1.100 nieuwbouwwoningen opgeleverd plus circa 300 overige toevoegingen; b. Voor de periode 2021-2024 is de oplevering van circa 13.100 woningen gefaseerd, dat is gemiddeld 3.275 woningen per jaar. Van deze 13.100 geplande woningen is bijna de helft (45%) harde capaciteit; II. De regio zorgt voor voldoende plancapaciteit om jaarlijks 2.000 woningen te realiseren (minimaal 130% van de woningbehoefte); a. De prognose en woningbehoefte worden op dit moment opnieuw berekend. Op basis van de indicatieve opgave tot 2025 en streefwaarde van 125%, moet er nog harde capaciteit bij van circa 500 woningen; III. Regio Alkmaar realiseert de verstedelijkingsopgave voor wonen en werken zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied en nabij OV-knooppunten. In de Monitor Woningbouw 2021 is de indicatieve opgave afgezet tegen de harde en zachte plancapaciteit in Regio Alkmaar. De schematische weergave is opgenomen in figuur 6.

Figuur 12. Plancapaciteit in relatie tot indicatieve opgave tot 2030 (Monitor Woningbouw 2021, Provincie Noord-Holland)

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Concluderend kan worden gesteld dat de Regio Alkmaar voldoende plancapaciteit heeft om aan de indicatieve opgave tot 2030 te kunnen voldoen. Wat betreft de harde plancapaciteit en de gestelde streefwaarden is er onvoldoende harde plancapaciteit. Voor de opgave tot 2025 moet er nog harde capaciteit bij. De behoefte aan harde capaciteit omvat circa 2.250 woningen voor de periode tot 2030. De beoogde ontwikkeling is tevens in lijn met de ambities zoals opgenomen in de vastgestelde Woonvisie 2014-2030 van de voormalige gemeente Langedijk. Dit beleidsdocument is onder andere gericht op: extra aandacht voor het realiseren van huisvesting voor mensen met een laag inkomen, starters en senioren; het langer zelfstandig (willen) wonen, waarbij kan worden gedacht aan het ‘opplussen’ van de bestaande woningvoorraad ten behoeve van levensloopbestendig wonen, mantelzorgwonen; minimaal 30% aan betaalbare woningen realiseren; positieve grondhouding ten behoeve van CPO initiatieven; het bouwen op bouwgrond in erfpacht; energiebesparing in de woningbouw. De beoogde ontwikkeling voorziet zoals gesteld in een gedifferentieerd programma, waarin ruimte is opgenomen voor 52 woningen, waarvan 16 sociale huurwoningen. In het woningbouwprogramma is dus sprake van 30% aan woningen in de sociale sector (betaalbare woningen).

In de regels van dit bestemmingsplan wordt vastgelegd dat er ook minimaal 30% sociaal gerealiseerd moet worden. Het programma voldoet hiermee aan de kwalitatieve uitgangspunten van het gemeentelijk woonbeleid. 4.1.4

Conclusie

De beoogde ontwikkeling levert met 52 woningen een bijdrage aan de behoefte aan harde plancapaciteit voor de periode tot 2030. De beoogde nieuwbouw past binnen het provinciale beleid, regionale afspraken over het toevoegen van woningen en het gemeentelijk beleid. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Verkeer- en parkeeraspecten

4.2.1

Parkeren

Voor de beoogde ontwikkeling is de parkeernorm van de Nota Parkeernormen 2022 van toepassing. Deze nota is op 13 december 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Dijk en Waard. Als eerste uitgangspunt geldt dat er zo veel mogelijk op eigen terrein wordt geparkeerd. Verder zal het bewonersparkeren zo veel mogelijk in het 'parkeerbos' worden opgelost, een centraal gelegen parkeerterrein dat wordt afgeschermd door hagen en bomen. Het parkeerbos bevindt zich vrij dicht bij de entree van het plan en is landschappelijk in het park opgenomen. Het draagt daarbij ook bij aan de biodiversiteit en het groene straatbeeld van het plan. Het parkeren voor bezoekers ligt langs de woonstraten. Het gebied is verdeeld op basis van woningtypes. Daarbij wordt voor elk een aparte parkeernorm aangehouden. Langs het Mandepad zijn ook parkeerplaatsen gereserveerd voor de huidige bewoners binnen het gebied.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 13. Indicatieoverzicht

parkeerplaatsen (bron: Stedenbouwkundig

Plan & Beeldkwaliteit Rodeo, 7 juli 2023)

In het plan zijn voldoende parkeerplaatsen opgenomen om te kunnen voldoen aan de behoefte. In onderstaande tabel zijn de parkeernormen gegeven en is de parkeerbehoefte afgezet tegen het bezettingspercentage en het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Op basis van de berekening blijkt dat de normatieve parkeerbehoefte 92,2 parkeerplaatsen is. Dit afgezet tegen de aanwezigheidspercentages

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk van bewoners en bezoekers op de werkdagavond (maatgevend moment) leidt dit tot een gewogen parkeerbehoefte van 81,4 parkeerplaatsen. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen is 82,4 (gecorrigeerd naar reductiefactoren voor opritten e.d.), waarmee er een overschot van 1 parkeerplaats is. Het parkeerprogramma voldoet hiermee aan de eisen vanuit de parkeerbehoefte en -normen. Het voldoen aan de parkeernormen is geborgd middels artikel 11.3 van de regels van het voorliggende bestemmingsplan.

Tabel 1. Berekening parkeerbehoefte (bron: Stedenbouwkundig

4.2.2

Plan & Beeldkwaliteit Rodeo, 7 juli 2023)

Verkeersgeneratie

De CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ geeft kencijfers voor de te verwachten verkeersgeneratie per functie. In de toekomstige situatie zijn 52 woningen in het plangebied voorzien in diverse categorieën. De verkeersgeneratie is bepaald op grond van de kencijfers in de CROW-publicatie 381 waarbij is uitgegaan van het omgevingstype ‘matig stedelijk' en de ligging in de categorie ‘rest bebouwde kom'. conform de gemeentelijke parkeernota. De CROW hanteert voor de diverse typologieën van woningen kencijfers voor verkeersgeneratie. In onderstaande tabel zijn per woning typologie het gemiddelde kencijfer aangegeven en de totale verkeersgeneratie.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Tabel 2. Berekening verkeersgeneratie

Op basis van de kencijfers brengt de realisatie van 52 woningen een verkeersgeneratie van circa 326 motorvoertuigbewegingen per dag met zich mee. Vanwege de goede ontsluiting worden er geen knelpunten verwacht op de bestaande wegenstructuur in de omgeving door toedoen van de verkeersgeneratie van de 52 woningen. Bovendien kan op grond van het huidige gebruik en de mogelijkheden binnen de bedrijfsbestemming ook enige verkeersgeneratie worden verwacht. 4.2.3

Ontsluiting

De ontsluiting van het plangebied wordt gewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is sprake van ontsluiting via het Mandepad. In de toekomstige situatie wordt de ontsluitingsweg via het Mandepad afgeknipt en wordt de naastgelegen watergang doorgetrokken, zodat het plangebied ter plaatse los komt te liggen van de Westelijke Randweg. Iets noordelijker op de Westelijke Randweg wordt ter hoogte van de rotonde een nieuwe ontsluiting gerealiseerd, zodat het plangebied aan de westelijke zijde kan worden ontsloten op Westeinde, kort nabij de rotonde op de Westelijke Randweg. De calamiteitenroute wordt mogelijk gemaakt middels een doorsteek van het Oudekerkpad naar het plangebied. Daarnaast bestaat ook nog de mogelijkheid dat het Mandepad open wordt gehouden en als calamiteitenroute kan dienen (waarbij eventueel een brug wordt geplaatst ten behoeve van de doorvaarbaarheid).

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 14. Beoogde ontsluiting plangebied op de Westelijke Randweg (bron: Stedenbouwkundig juli 2023)

Plan & Beeldkwaliteit Rodeo, 7

Vanaf de Westelijke Randweg is de planlocatie richting de zuidkant ontsloten via de Broekerweg op de N242. Via de noordelijke kant is de Westelijke Randweg ontsloten op de N245.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

4.2.4

Conclusie

Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3

Water

4.3.1

Kader

Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2022-2027. Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is vastgesteld op 18 maart 2022. In het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.

Provinciaal beleid De Watervisie 2021 bevat het waterbeleid van de provincie Noord-Holland. In de Watervisie 2021 worden kaders gesteld voor wateropgaven in Noord-Holland. Dit is gedaan op basis van de thema's veilig en schoon & voldoende. In het waterveiligheidsbeleid wordt landelijk een overstap naar een risicobenadering, waarbij ook het effect van een overstroming op het achterland wordt meegewogen. Met de waterpartners zorgt de provincie voor veilige dijken en keringen en met het waterrobuust inrichten van de omgeving en goede evacuatiemogelijkheden wordt het effect van een eventuele overstroming beperkt. Schoon en voldoende water is onmisbaar voor een gezonde, productieve en aangename leefomgeving en een soortenrijke natuur. De provincie zorgt ervoor dat het grond- en oppervlaktewater duurzaam kan worden gebruikt en dat voorraden zorgvuldig worden beheerd, zonder uitputting of verontreiniging. Diepe, watervoerende lagen kunnen worden gebruikt voor energieopslag.

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie). De Deltavisie is vertaald in een Waterplan (WBP6) voor de middellange termijn. Hierin presenteert het hoogheemraadschap haar koers voor de periode 2022-2027 en de opgaven waar het hoogheemraadschap zelf en met anderen aan werken. Het hoogheemraadschap bouwt voort op de regionale Deltavisie (2012), het Waterprogramma 2016-2021 (WBP5) en het Collegeprogramma 2019-2023. Watertoets De watertoets is wettelijk verplicht voor alle ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is, om in overleg met de initiatiefnemer en de waterbeheerder, aandacht te besteden aan de waterhuishoudkundige aspecten, zodat de waterhuishoudkundige doelstellingen worden gewaarborgd. De uitgangspunten voor het watersysteem dienen op een juiste wijze in het plan te worden verwerkt.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het uitvoeren van een watertoets betrekt de waterbeheerders actief bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen en geeft water een duidelijke plek binnen de ruimtelijke ordening. Het plangebied maakt onderdeel uit van het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Naast het eerder genoemde beleid beschikt het HHNK over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. 4.3.2

Relatie tot het plangebied

Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 52 woningen mogelijk met bijbehorende voorzieningen (zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, etc.). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is op 6 mei 2022 een wateradvies aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier via de digitale watertoets. Verharding en compenserende maatregelen Er is als gevolg van het plan geen sprake van een toename van de verharding dat voor compensatie in aanmerking komt. De locatie is op dit moment voor het overgrote deel verhard. Wel is sprake van demping van water ten behoeve van de realisatie van het plan. Aan de noordzijde van het plangebied wordt in totaal 121 m2 aan water gedempt ten behoeve van de realisering van tuinen en een talud met ruig groen. Dit wordt gecompenseerd door 207 m2 nieuw water te creëren aan de zuidkant van het plangebied, ter hoogte van de huidige ontsluiting bij het Mandepad. Het open water wordt hier nu onderbroken door de huidige ontsluiting en middels een duiker verbonden. In de nieuwe situatie wordt hier open water gerealiseerd om te zorgen voor een volwaardige verbinding. Voor het dempen van water en graven van nieuw oppervlaktewater wordt een watervergunning aangevraagd. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering.

Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het HHNK om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is binnen het plan geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Grondwater Er wordt geen ondergrondse parkeervoorziening (meer) gerealiseerd met het laatste stedenbouwkundige plan. Hiermee is geen sprake meer van een tijdelijke grondwateronttrekking en -lozing en vormt het project geen belemmering voor het aspect grondwater. Klimaatadaptatie Het HHNK adviseert om in het ontwerp van het plan het principe van ruimtelijke adaptatie op te nemen. Hier wordt invulling aan gegeven door middel van toepassing van veel groen in de buitenruimte zodat er zo veel als mogelijk wateropname door de bodem plaatsvindt. Daarnaast wordt hittestress rondom de gebouwen hierdoor beperkt.

Bij het inrichten van de parkeeroplossingen worden klimaatadaptieve maatregelen genomen, bijvoorbeeld door het gebruik van waterdoorlatende verharding in de parkeervakken. Vergunningen en ontheffingen Voor eventuele werkzaamheden binnen 5 meter van de naastgelegen waterloop voor demping en graven van oppervlaktewater dient een watervergunning bij het HHNK te worden aangevraagd.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

4.3.3

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De benodigde watervergunning voor het dempen en graven van water zal via een separate procedure worden aangevraagd.

4.4

Archeologie

4.4.1

Kader

Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als zeer waardevol beschouwd. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WaMZ) legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. Zo verplicht de WaMZ om bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij afwijking daarvan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De feitelijke bescherming daarvan krijgt gestalte door het opnemen van regels in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van omgevingsvergunningen in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. 4.4.2

Relatie tot het plangebied

In het geldende bestemmingsplan 'Broek op Langedijk' is aan de gronden binnen het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 5' toegekend. In dit kader is door Bureau voor Archeologie in december 2020 een bureauonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 2 terug te vinden, de resultaten zijn hieronder beschreven. Archeologisch onderzoek in de directe omgeving van het plangebied heeft laten zien dat sprake is geweest van continue zee sedimentatie in de periode LaatNeolithicum tot en met de Late IJzertijd. Gedurende de IJzertijd tot de Late Middeleeuwen maakt het gebied deel uit van een nat en ontoegankelijk veengebied. Vervolgens is de top van het veenpakket op veel plaatsen afgegraven door intensieve agrarische activiteiten vanaf de Late Middeleeuwen. Het zuidwesten van het plangebied is lange tijd onderdeel van veenplas Zuiderdel en daar is het veen geheel verdwenen. Historisch kaartmateriaal laat zien dat het zuidoosten van het plangebied niet tot de dorpskern van Broek op Langedijk heeft toebehoort maar altijd in gebruik was als landbouwgebied. In de 20e eeuw zijn in het plangebied bouwactiviteiten ontplooit waaronder de bouw van een spooremplacement en de bouw van fietsenfabriek Rodeo waardoor de bovengrond verstoord is geraakt.

Vanwege de bovenstaande punten worden in het plangebied geen behoudenswaardige archeologische resten verwacht. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel blijven de dubbelbestemmingen voor archeologie gehandhaafd met als aanvulling dat aangesloten is bij de systematiek op basis van het nieuwe archeologiebeleid van gemeente Dijk en Waard (vastgesteld op 7 juni 2022). 4.4.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering

4.5.1

Kader

Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen is de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' in opdracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgesteld. Hierdoor wordt in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden met de belangen van bedrijven en woningen. Zo wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt door de komst van nieuwe woningen. Milieuzonering is een hulpmiddel bij ruimtelijke planvorming. Het is een instrument dat helpt bij het

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. In de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. Hierbij worden richtafstanden gegeven per milieutechnisch aspect (geur, stof, geluid en gevaar), waarbij de grootste afstand bepalend is voor de indeling in een milieucategorie (tabel 1).

Tabel 3. Richtafstanden milieuzonering

(bron: handreiking 'Bedrijven en milieuzonering')

De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In een gemengd gebied is sprake van een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. 4.5.2

Relatie tot het plangebied

Het plangebied is gelegen in het omgevingstype gemengd gebied: aan de westzijde is diverse bedrijvigheid aanwezig, en aan de oostkant bevinden zich maatschappelijke functies en een gemengde bestemming waar detailhandel en bedrijvigheid mogelijk is. In het plangebied zijn nu nog diverse bedrijven aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling worden de bedrijfslocaties en de bijhorende bedrijfsactiviteiten in het plangebied beëindigd. Wel zijn in de directe omgeving diverse bedrijven aanwezig die mogelijk hinder kunnen opleveren voor de woningen en/of door de woningen kunnen worden belemmerd. Deze bedrijven worden hieronder nader beschouwd. Westelijke Randweg 5: PepsiCo Nederland Dit betreft een pand met een bedrijfsbestemming en en de aanduiding “specifieke vorm van – aardappelverwerkingsfabriek”. Op basis van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor "Aardappelprodukten fabrieken: vervaardiging van aardappelproducten' een milieucatgegorie 4.2 en een richtafstand van 200 meter in een gemengd gebied met de maatgevende aspecten geur en geluid. Het huidige gebruik wordt reeds beperkt door de aanwezigheid van de bestaande woningen aan het Mandepad, Stationsweg en Dijk. De afstand van de bedrijfsbestemming tot de meest nabijgelegen beoogde woningen is meer dan 40 meter.

Geur Het bedrijf beschikt over een milieuvergunning en heeft voor de komende jaren een wijziging aangevraagd. De gemeente Dijk en Waard heeft hiervoor een ontwerpvergunning met maatwerkvoorschriften met betrekking tot het aspect geur ter inzage gelegd. Deze voorschriften bevatten de verplichting voor PepsiCo om in 3 fasen geurmaatregelen door te voeren. In deze maatwerkvoorschriften is tevens een geurgrenswaarde opgenomen van 3,4 ou E/m³ (98-percentiel) in de 40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk periode tot 1 april 2023. Voor de periode ná 1 april 2023 een geurgrenswaarde van 3,0 ouE/m³ (98-percentiel) gesteld. Door Peutz is onderzoek gedaan naar de gevolgen van de ontwerp maatwerkvoorschriften en als Bijlage 4 toegevoegd aan de bijlagen van het bestemmingsplan. Uit de verspreidingsberekeningen blijkt dat de geurbelasting ter plaatse van het Rodeoterrein in de periode 2023-2025 en na 1 april 2025 lager is dan de gestelde geurgrenswaarden (respectievelijk 2,4 en 2,9 ou E/m³ bij een grens van 3,0 ou E/m³). In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens een aantal scenario's geschets van een denkbeeldige maximale toekomstige invulling voor PepsiCo binnen het geldende bestemmingsplan. Bij een maximale invulling van het bestemmingsplan ontstaan voor PepsiCo vanwege de realisatie van de geplande hoogteaccenten op Rodeoterrein beperkingen in een gebied van minimaal ca. 3.100 m² (ca. 5,0% van het bouwvlak). Bij realisatie van woningen op het Rodeoterrein zonder hoogteaccent ontstaan voor PepsiCo beperkingen in een gebied van ca. 2.600 m² (ca. 4,2% van het bouwvlak). Op basis hiervan kan worden gesteld dat ter plaatse van de geprojecteerde woningen op dit terrein inzake geur sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat in de periode tot en met ca. 2025.

Wel ontstaan voor de periode na 2025 aanvullende theoretische beperkingen voor PepsiCo bij een toekomstige maximale invulling van het vigerende bestemmingsplan. Geluid Naast het aspect geur is ook het aspect geluid relevant. In dit kader is door M+P onderzoek uitgevoerd (M+P.MEES.20.20.1, d.d. 13 februari 2024) naar de geluidsbelasting van PepsiCo op de te realiseren woningen. Dit onderzoek is als bijlage 3 terug te vinden. In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van de huidige milieuvergunning van Pepsico en wordt getoetst aan de systematiek van milieuzonering. PepsiCo beschikt over een omgevingsvergunning van 1 december 2015 waarin diverse geluidsvoorschriften zijn opgenomen. Daarnaast hebben zij recent een vergunningaanvraag ingediend voor een milieuneutrale verandering van de inrichting. Bij deze aanvraag is een geluidsrapport gevoegd van adviesbureau Wematech, getiteld 'akoestisch onderzoek industrielawaai, PepsiCo Nederland BV Westelijke Randweg 5 te Broek op Langedijk', met datum 25 augustus 2023 en kenmerk RV60220174.R002-0. De volgende akoestisch relevante wijzigingen zijn door Wematech gemodelleerd en doorgerekend: de plaatsing van het VOLT Gebouw en bijbehorend trafo gebouw; het verplaatsen van de rijroute van de aardappelontvangst van het voorterrein naar het achterterrein. het invoeren van nieuwe rijroute personenauto's naar de nieuwe parkeerplaats.

Deze geluidbronnen zijn (in het onderzoek van Wematech) ingevoerd in het vergunde akoestische rekenmodel. De volgende conclusie kan getrokken worden. De afstand tussen de bepalende geluidsbronnen van PepsiCo en de bestaande woningen aan het Mandepad is kleiner dan de afstand tussen de bepalende geluidsbronnen en de geplande woningen in het plan op het Rodeoterrein. In het onderzoek van Wematech is aangetoond dat in de aangevraagde situatie de geluidsbelasting vanwege PepsiCo bij de woningen aan het Mandepad maximaal 50 dB(A) bedraagt. Hieruit volgt dat de geluidsbelasting op de woningen in het bouwplan niet hoger is dan 50 dB(A). De maximaal optredende geluidsniveaus vanwege PepsiCo op het Mandepad zijn, conform bijlage 6 van het Wematech rapport niet hoger dan 23 dB(A). Deze vormen derhalve op het bouwplan ook geen knelpunt. Geconcludeerd kan worden dat met betrekking tot het realiseren van woningen in het bouwplan op het Rodeoterrein de door PepsiCo nieuw aangevraagde geluidsruimte geen knelpunt vormt voor het aspect geluid. Met betrekking tot de planologisch maximale mogelijkheden geldt dat de woningen aan het Mandepad ten allen tijde meer maatgevend zijn voor de geluidsruimte van PepsiCo dan de woningen in het bouwplan Rodeoterrein. Het bouwplan is derhalve niet beperkend voor de planologisch maximale mogelijkheden op het PepsiCo-terrein.

Op basis van het bovenstaande stellen wij dat de geluidsbelasting vanwege PepsiCo op het bouwplan lager is dan: 50 dB(A) etmaalwaarde langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70/65/60 dB(A) (dag/avond/nacht) voor de maximaal optredende geluidsniveaus. PepsiCo wordt niet gehinderd in zijn bedrijfsvoering indien de woningen op de bouwlocatie worden

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk gerealiseerd. PepsiCo vormt geen knelpunt voor het akoestisch woon- en leefklimaat in het bouwplan.

Westelijke Randweg ong.: Transportbedrijf Van den Heerik Ten noorden van PepsiCo ligt een terrein dat wordt gebruikt door Van den Heerik transport voor het stallen van vrachtwagens. Dit transportbedrijf is aan te merken als goederenwegvervoerbedrijf met SBI-2008 code 494 en kent de milieucategorie 3.2. Bij een cat. 3.2 inrichting behoort in een gemengd gebied, waar hier sprake van is, een richtafstand voor geluid van 50 meter. De werkelijke afstand tussen de grens van de inrichting en de geplande woningen is circa 45 meter. De woningen in het bouwplan komen derhalve dichter bij de inrichting dan de bestaande woningen. Bovendien komen de woningen in het bouwplan binnen de richtafstand behorende bij een cat. 3.2 inrichting en behorende bij een transportbedrijf. M+P heeft een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting (M+P.MEES.20.20.1, d.d. 13 februari 2024). Aan de hand van een locatiebezoek en overleg met de bedrijfsleiding is de bedrijfssituatie samengesteld, die in het model in Geomilieu V2020.1 is opgenomen. De bedrijfssituatie is aangepast op de aanvulling door Van den Heerik van januari 2024, waarin is aangegeven dat ook de inrit/uitrit aan de Westelijke Randweg wordt gebruikt. De berekende waarden voldoen niet (overal) aan de van toepassing zijnde grenswaarden. Om te voldoen aan deze grenswaarden zijn maatregelen nodig.

Eén mogelijkheid is het plaatsen van een scherm aan de grens van het perceel van de inrichting. Om te voldoen aan de grenswaarden zijn op de oostelijke perceelsgrens twee geluidsschermen nodig aan weerszijden van de oostelijke inrit met een lengte van respectievelijk 50 en 23 m en beiden met een hoogte van minimaal 9 meter. Vanwege de opening tussen de schermen voor de toerit naar het terrein is het niet mogelijk de maximaal optredende geluidsniveaus (piekniveaus) op het bouwplan te laten voldoen aan de grenswaarden. Bij de bestaande woningen aan het Mandepad wordt met het 9 m hoge scherm wel voldaan aan de grenswaarden. Het realiseren van zo'n scherm is echter niet kostenefficiënt en kan zorgen voor onveilige situaties vanwege het beperken van het overzicht op het terrein en op de Westelijke Randweg bij het oprijden en verlaten van het terrein van Van den Heerik. Tevens zorgt een geluidsscherm met deze afmetingen voor een verlies van uitzicht en flinke afname van de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het plaatsen van een scherm een onwenselijke maatregel. Ook is getoetst aan de best beschikbare technieken (BBT). Hierbij wordt geconstateerd dat het laden en lossen geschiedt aan de nieuw gerealiseerde dockshelters.

Ook is het toepassen van elektrische heftrucks en/of vrachtwagens niet mogelijk vanwege congestie problemen bij de stroomleverancier en niet kostenefficiënt is. Geconcludeerd kan worden dat er geen maatregelen voorhanden zijn om het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de omgeving relevant te reduceren. Een andere mogelijkheid is het opstellen van maatwerkvoorschriften voor deze inrichting. Gezien de berekende geluidsniveaus niet meer dan 5 dB(A) hoger zijn dan de standaardgrenswaarden, is dit een reële optie. Het betreft maximaal een waarde van Letm = 55 dB(A) en 65 dB(A) voor het maximaal optredende geluidsniveau in de nachtperiode op de volgende locaties: Blok 9, zuid, westgevel en noordgevel Blok 8, zuidgevel, westgevel en noordgevel Blok 10, westgevel Woning Mandepad 2-6 Met een conform het Bouwbesluit vereiste minimale geluidswering van 20 dB is het vereiste binnenniveau van 35 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en van 55/50/45 dB(A) voor de piekniveaus in dag/avond/nachtperiode gewaarborgd. Indien de juiste maatwerkvoorschriften worden vastgesteld, wordt Van den Heerik niet gehinderd in zijn bedrijfsvoering indien de woningen op de bouwlocatie worden gerealiseerd. Van den Heerik vormt in dat geval geen knelpunt voor het akoestisch woon- en leefklimaat in het bouwplan en het bestemmingsplan is hiermee uitvoerbaar.

Het vaststellen van maatwerkvoorschriften wordt op dit moment in samenwerking met Van den Heerik geregeld bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Van den Heerik heeft via M+P de ontwikkelaar van voorliggend woningbouwplan gemachtigd om adequate maatwerkvoorschiften aan te vragen. Indirecte hinder

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

De verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder) op de Westelijke Randweg is mogelijk relevant voor de geluidsbelasting op het bouwplan. Dit is berekend voor het verkeer van Van den Heerik dat gebruik maakt van de oostelijke poort aan de Westelijke Randweg. Op basis hiervan bedraagt de geluidsbelasting vanwege indirecte hinder op het bouwplan vanaf de Westelijke Randweg maximaal LAeq = 49 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de streefwaarde (50 dB(A)) voor de indirecte hinder. Planologisch maximale situatie De planologische maximale situatie gaat uit (op basis van cat. 3.2 in gemengd gebied) van een geluidsbelasting van 50 dB(A) op de richtafstand voor geluid van 50 m. In de onderhavige situatie wordt (inclusief maatwerkvoorschriften) op 50 m uit de grens van de inrichting, in de richting van het bouwplan een geluidsbelasting berekend van 54 dB(A). Dit is ruimer dan waar de planologisch maximale situatie van uit gaat. Wat dit betreft is er dus geen knelpunt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat na vaststelling van de aangegeven maatwerkvoorschriften er vanwege transportbedrijf Van den Heerik sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat én dat het bedrijf niet wordt gehinderd in zijn bedrijfssituatie.

Oudekerkpad 5: Aardappelschrapperij: Dit betreft een aardappelschapperij met een bedrijfsbestemming waar milieucategorie 2 is toegestaan met een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Met een afstand van circa 16 meter tot de dichtstbij gelegen woning wordt voldaan aan de richtafstand, maar is in het kader van een goede ruimtelijke ordening en de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf een nader akoestisch onderzoek uitgevoerd door M+P (M+P.MEES.20.20.1, d.d. 13 februari 2024,zie bijlage 3). Dit bedrijf is bezocht en samen met de bedrijfsleiding is de bedrijfssituatie vastgesteld. Tevens is er een overeenkomst gesloten tussen Mulder en de projectontwikkelaar. Onderdeel van de overeenkomst is onder meer dat een nieuwe hal wordt gebouwd, tegen de zuidgevel van de huidige opstallen van het bedrijf. De activiteiten van het bedrijf worden verplaatst naar deze hal en het terrein zuidelijk van deze hal. De kolkenzuiger blijft echter op de huidige locatie en komt alleen in de dagperiode. Uit de berekeningen blijkt dat in de representatieve bedrijfssituatie: Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op het bouwplan maximaal 54 dB(A) bedraagt De maximaal optredende geluidsniveaus op het bouwplan maximaal 70/-/67 dB(A) bedragen in respectievelijk de dag/avond/nachtperiode Bij de bestaande woning Oudekerkpad 4 wordt voldaan aan de standaardgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op woningen in het bouwplan is hoger dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Deze waarden worden bepaald door het geluidsniveau van 44 dB(A) vanwege de elektrische heftruck in de nachtperiode en het geluidsniveau van 52 dB(A) vanwege de kolkenzuiger in de dagperiode. Hieraan zijn geen bronmaatregelen mogelijk. De maximaal optredende geluidsniveaus op de woningen in het bouwplan tot maximaal 66 dB(A) worden veroorzaakt door de bestelbussen en de heftruck. Hieraan zijn ook geen maatregelen te treffen. Het oprichten van een geluidsscherm tussen bedrijf en woningen is geen optie omdat de manoeuvreerruimte voor de nieuwe hal beperkt is en de voertuigen aan deze zijde op het terrein voor de hal moeten komen. Het oprichten van een geluidsscherm zou in ernstige mate de beoogde bedrijfsvoering belemmeren. Hierboven zijn de geluidsbronnen aangegeven, die bepalend zijn voor de aangetroffen overschrijdingen. Tevens is daarbij beredeneerd, dat er geen maatregelen voorhanden zijn om de geluidsbelasting in de omgeving te reduceren. Dit houdt in, dat de inrichting voldoet aan het principe van Beste Beschikbare Technieken. Omdat er geen akoestische maatregelen mogelijk zijn, rest het aanvragen en opstellen van maatwerkvoorschriften.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Om de bedrijfsvoering van aardappelschrapbedrijf Mulder niet te hinderen dienen maatwerkvoorschriften te worden opgesteld. Het betreft maximaal een waarde van Letm = 55 dB(A) en LAmax = 67 dB(A) in de nachtperiode op de volgende locaties: Blok 7, oostgevel Blok 10, noordgevel Blok 11, westgevel en noordgevel Met een standaard geluidswering, waarbij conform het Bouwbesluit een vereiste minimale geluidswering van 20 dB als uitgangspunt wordt genomen (maar die enkele dB's hoger is), is het vereiste binnenniveau van 35 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en van 55/50/45 dB(A) voor de piekniveaus in dag/avond/nachtperiode gewaarborgd. Voor de gewenste maatwerkvoorschiften zal een separate aanvraag worden ingediend. Dit wordt in samenwerking met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord geregeld. Planologisch maximale invulling In het geldende bestemmingsplan Broek op Langedijk is op de locatie van dit bedrijf maximaal een categorie 2 inrichting toegestaan met een richtafstand van 10 meter. Hierbij wordt voor het bouwplan en omgeving uitgegaan van de gebiedstypering gemengd gebied, vanwege de onmiddellijke nabijheid van bedrijfsbestemmingen, maatschappelijke bestemmingen, gemengde bestemming, woonbestemmingen en drukke wegen. De woningen in het bouwplan liggen op minimaal 16 m van de grens van het bedrijf en derhalve buiten de richtafstand voor geluid van dit bedrijf.

De planologisch maximale invulling van het perceel vormt daarmee geen knelpunt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat na vaststelling van de aangegeven maatwerkvoorschriften er vanwege het aardappelschrapbedrijf Mulder sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat én dat het bedrijf niet wordt gehinderd in zijn bedrijfssituatie.

Overige bedrijven Zuiderdel (ten noorden van De Punt) Het bedrijventerrein Zuiderdel dat ten noorden van De Punt ligt, is op basis van het geldende bestemmingsplan toegankelijk voor bedrijven in milieucategorie 3.1 die in gemengd gebied een richtafstand van 30 meter tot de dichtstbij gelegen woningen kent. Het plangebied van voorliggende ontwikkeling ligt op ruim 80 meter afstand van deze bestemming Bedrijventerrein en daarmee op voldoende afstand. Er is geen sprake van een belemmering van de bedrijfsvoering door de komst van de nieuwbouwwoningen. Dorpsstraat 41:Trefpunt kerk en parkeerterrein Dit betreft een kerk met een maatschappelijke bestemming. Op basis van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor kerken een milieucategorie 2 en een richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. Het bestemmingsvlak grenst weliswaar aan het plangebied waar woningen zijn beoogd. Echter is het bouwvlak van de kerk gelegen op circa 14 meter afstand van de woningen, waarmee wordt voldaan aan de wettelijke eisen. Het parkeerterrein, dat maatgevend is voor geluid, ligt op ruim 55 meter afstand en daarmee op voldoende afstand van de woningen. Broeker Werf 8: mediabedrijf Dit bedrijf is een type B inrichting onder het Activiteitenbesluit. Hiervoor gelden de standaardgeluidvoorschriften uit hoofdstuk 3.2.1, op de gevel van de meest nabij gelegen woningen.

De meest nabij gelegen bestaande woningen zijn de woning aan het Westeinde op minimaal 55 meter afstand. De woningen in het bouwplan liggen op minimaal circa 95 meter uit de inrichtingsgrens. De richtafstand voor geluid voor de in het bestemmingsplan maximaal toegestane categorie 3.1 bedraagt 30 meter. Geconcludeerd kan worden dat deze inrichting geen knelpunt vormt voor het akoestisch woonen leefklimaat op de bouwlocatie. Stationsweg 3 (voormalig Café Welgelegen) Dit betreft een pand met een horecabestemming, waar horecabedrijven in de categorieën 2 en 3 zijn

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk toegestaan. Deze bedrijfsvormen hebben een maximale milieucategorie 2 en een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. De afstand van de horecabestemming tot de meest nabijgelegen, beoogde woningen is ruim 50 meter, waarmee de situatie voldoet aan de wettelijke eisen. Schuur Oudekerkpad (achterzijde Oudekerkpad 6) Grenzend aan het plangebied, ter hoogte van de achterzijde van de te slopen bedrijfsbebouwing aan het Oudekerkpad 6 is een schuur aanwezig op een bedrijfsbestemming zonder bouwvlak.

Figuur 15. Locatie schuur achterzijde Oudekerkpad 6

Hier mogen planologisch enkel bijgebouwen worden gerealiseerd en geen hoofdgebouwen ten behoeve van een bedrijf. In de aanwezige schuur is overigens geen bedrijf gevestigd en is enkel sprake van hobbymatig gebruik en opslag van spullen. De gronden waar deze schuur op staat zijn echter ook onderdeel van voorliggende ontwikkeling en de schuur zal dan ook verdwijnen met de realisatie van voorliggend bouwplan. De schuur vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie het woningbouwplan. 4.5.3

Conclusie

Er is onderzoek uitgevoerd naar de bedrijfsactiviteiten van omliggende bedrijven in relatie tot het nieuwbouwplan. Met de inachtneming van de te nemen maatwerkvoorschriften zoals benoemd voor de aardappelschrapperij en het transportbedrijf, vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

4.6

Externe veiligheid

4.6.1

Kader

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) van belang. Plaatsgebonden risico (PR) Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden.

Het PR wordt 'vertaald' als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. Groepsrisico (GR) Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een verantwoordingsplicht, kan afwijken. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een professionele risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen en risico-ontvangers zijn aangegeven. Op de professionele risicokaart staan gegevens die met risico te maken hebben, zoals risicoveroorzakende bedrijven (inrichtingen) die gevaarlijke stoffen gebruiken, produceren of opslaan en ook het vervoer/transport van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen zijn in dit geval stoffen die een schadelijke invloed hebben op de gezondheid en het milieu. 4.6.2

Relatie tot het plangebied

Aan de hand van de gegevens op de Risicokaart is nagegaan welke risicovolle activiteiten en bronnen in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Hieruit volgt dat in de nabijheid van het plangebied geen buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen is gelegen, er geen transportroutes over de weg van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en risicovolle inrichtingen zijn op grotere afstand gelegen.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 15. Uitsnede risicokaart (bron: risicokaart externe veiligheid)

Transport over water en spoor Het plangebied is niet gelegen binnen een PR 10-6-risicocontour of invloedsgebied van een waterweg of spoorweg. De risico's als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over het water en het spoor vormen geen aandachtspunt voor het plangebied. Transport over de weg Het plangebied is niet gelegen binnen een PR 10-6-risicocontour of een plasbrandaandachtsgebied van nabijgelegen wegen waarover structureel gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een PR 10-6-risicocontour of een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. Wel ligt het BP tankstation in de nabijheid (Hornweg 6 Broek op Langedijk). De risicovolle onderdelen van dit bedrijf zijn het LPG-vulpunt, -reservoir en –afleverinstallatie. De doorzet van het bedrijf is op grond van de verleende milieuvergunning 1000 m³ LPG per jaar. Bij deze onderdelen is een risicozone voor het plaatsgebonden risico aanwezig van achtereenvolgens 40 m, 25 m en 15 m. Deze afstanden reiken niet tot aan het plangebied. Bij het bedrijf is een risicozone voor het groepsrisico (het zogenoemde invloedsgebied) van 150 m aanwezig. Het plangebied ligt echter op ruim 250 meter en daarmee buiten het invloedsgebied. De risico's als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie.

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 16. Uitsnede risicokaart nader ingezoomd (bron: risicokaart externe veiligheid)

Buisleidingen Het plangebied bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van enkele buisleidingen. 4.6.3

Conclusie

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.

4.7

Geluid

4.7.1

Kader

Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. De belangrijkste geluidbronnen die in het kader van de ruimtelijke ordening van belang zijn, zijn wegverkeer, railverkeer en bedrijven. De Wet geluidhinder kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidgevoelige bestemming (zoals een woning) altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan er een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde') tot aan een zekere maximale ontheffingswaarde. Bij een geluidbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48-63 dB, voor spoorweglawaai 55-68 dB en voor gezoneerde industrieterreinen 50-55 dB(A). 4.7.2

Relatie tot het plangebied

Het plangebied ligt binnen de zone van de Westelijke randweg en De Punt. In dit kader is door M+P een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai. Het rapport is als bijlage 3 terug te vinden. de resultaten zijn hieronder weergegeven. De geluidsbelasting vanwege de Westelijke Randweg bedraagt maximaal 59 dB. Er zijn hogere waarden nodig. Alle woningen in het plan beschikken over een geluidsluwe gevel. Het beperken van het geluidsniveau met een geluidsreducerend wegdek is niet effectief door de aanwezigheid van een

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk rotonde, waar een dergelijke wegverharding niet mogelijk is. De realistisch te behalen geluidsreductie zou 1 tot 2 dB bedragen. Het toepassen van een geluidsscherm stedenbouwkundig niet wenselijk en praktisch gezien niet mogelijk door de aanwezigheid van de kruisende weg. De geluidsbelasting vanwege De Punt is niet relevant (maximaal 47 dB Lden en daarmee onder de voorkeursgrenswaarde). De geluidsbelasting vanwege de niet gezoneerde Dorpsstraat is overal lager dan 40 dB en draagt niet bij aan het geluidsbeeld in het plangebied. Daarnaast wordt De Punt verlegd en ontstaat er een nieuwe verbinding van het bedrijventerrein naar de westkant (N245), waardoor het de verwachting is dat het verkeer vanaf De Punt die langs het plangebied rijdt in de toekomst af zal nemen. Hiervoor is reeds een bestemmingsplan vastgesteld (12 oktober 2021, voormalige gemeente Langedijk) en is de start realisatie gepland begin 2023. Voorwaardelijke verplichting geluid Om te waarborgen dat bij de uitwerking van het plan voldaan kan worden aan de eisen uit de Wet geluidhinder, is in artikel 6.5 een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Middels akoestisch onderzoek is aangetoond dat het woningbouwplan uitvoerbaar is, maar dat wel hogere waarden nodig zijn en in dat kader maatregelen aan het ontwerp.

Om te waarborgen dat bij de aanvraag omgevingsvergunning ook voldaan wordt aan de benodigde maatregelen vanuit de te verlenen hogere waarden, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. Deze voorwaardelijke verplichting is dusdanig geformuleerd dat bij de omgevingsvergunning aangetoond moet worden dat aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder of aan de vastgestelde hogere waarden moet voldoen. Zo niet, dan zijn dove gevels nodig. Overeenkomstig artikel 110a van de Wet geluidhinder heeft het ontwerpbesluit hogere grenswaarden ter inzage gelegen gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn geen zienswijzen ingediend en het besluit is samen met het bestemmingsplan vastgesteld. 4.7.3

Conclusie

Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de realisatie van de woningen. Wel zijn op basis van het geluidsonderzoek hogere waarden nodig (en verleend). Om te waarborgen dat het woningbouwplan daar bij de aanvraag omgevingsvergunning aan voldoet, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.

4.8

Bodemkwaliteit

4.8.1

Kader

Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden. 4.8.2

Relatie tot het plangebied

Ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied zijn diverse onderzoeken uitgevoerd: Milieukundig bodemonderzoek Mandepad 7-9 te Broek op Langedijk, Grondslag bodemkwaliteitsbureau, d.d. 11 juni 2020 (geactualiseerd 1 februari 2024) (Bijlage 9); Verkennend bodemonderzoek Mandepad 15 te Broek op Langedijk, Grondslag bodemkwaliteitsbureau, d.d. 19 mei 2021 (geactualiseerd 1 februari 2024) (Bijlage 10); Verkennend bodemonderzoek Mandepad 10 te Broek op Langedijk, Grondslag bodemkwaliteitsbureau, d.d. 16 oktober 2020 (geactualiseerd 1 februari 2024) (Bijlage 11); Aanvullend bodemonderzoek Mandepad 10 te Broek op Langedijk, Grondslag bodemkwaliteitsbureau, d.d. 24 mei 2022 (Bijlage 12). In onderstaande alinea's worden de resultaten per onderzoek besproken.

Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Milieukundig bodemonderzoek Mandepad 7-9 te Broek op Langedijk Bodem: In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen vastgesteld; Grondwater: Het grondwater bevat geen verhoogde concentraties aan de onderzochte stoffen; Asbest: Aan de noordwestzijde zijn op het maaiveld drie stukjes asbest (chrysotiel 10 - 15%) vastgesteld. Op het overig deel van de locatie is geen asbest op het maaiveld waargenomen. Met betrekking tot deze zeer lokale vondst (alsmede eerdere lokale vondsten in voorgaande bodemonderzoeken) wordt uitgegaan van incidenten (zwerfasbest). In een menggranulaatlaag die zich bevindt onder een grind/splitverharding aan de westzijde van de locatie is een licht verhoogde concentratie aan asbest gemeten. De interventiewaarde (100 mg/kgds), alsmede de toetswaarde voor nader bodemonderzoek (50 mg/kgds) wordt niet overschreden; PFAS: De bovengrond is onderzocht op PFAS en voldoet aan de achtergrondwaarde. De ondergrond is niet verontreinigd met PFAS en is daarom overal toepasbaar. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de toekomstige herontwikkeling en derhalve is geen sprake van een belemmering voor de planologische procedure.

Verkennend bodemonderzoek Mandepad 15 te Broek op Langedijk Bodem: In een mengmonster van de ondergrond is een matige verhoging aan nikkel gemeten. Na uitsplitsing van het mengmonster is in één deelmonster eveneens een matige verhoging gemeten. Aangezien de matige verhoging is gemeten in de ondergrond, omdat er voorts in zowel de bovenals ondergrond hooguit lichte verhogingen zijn gemeten en in het grondwater geen verhogingen zijn aangetoond, is aanvullend op basis van dit onderzoek niet nodig. PFAS: Uit onderzoek blijkt dat zowel de boven- als ondergrond als indicatief toetsoordeel op landbodem aan achtergrondwaarde voldoet. Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van het uitgevoerde onderzoek worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Asbest: Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmeringen voor de toekomstige herontwikkeling en derhalve is geen sprake van een belemmering voor de planologische procedure.

Verkennend bodemonderzoek Mandepad 10 te Broek op Langedijk Bodem: Er zijn in de grond diverse lichte verhogingen aan metalen, minerale olie, PCB en/of PAK aangetoond. Tevens is in de grond ter plaatse van boring 119 in de bodemlaag van 0,60 – 0,80 m-mv een sterke verhoging aan koper gemeten. Het is vooralsnog niet bekend wat de omvang hiervan is, of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m³ sterk verontreinigd) en of er risico’s zijn voor de mens, het milieu en/of verspreiding als gevolg van deze verontreiniging. PFAS: Getoetst aan het Tijdelijk Handelingskader PFAS blijven de gemeten concentraties onder de gestelde achtergrondwaarden. Wanneer de grond in oppervlaktewater wordt toegepast kunnen beperkingen gelden. Asbest: Tijdens het onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest. De hypothese van een asbestonverdachte locatie wordt gehandhaafd. Aanvullend bodemonderzoek Mandepad 10 In mei 2022 is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 12) om de aangetroffen verontreiniging bij boring 119 nader te onderzoeken. De sterke verontreiniging aan koper ter plaatse van boring 119 uit voorgaand onderzoek blijkt niet reproduceerbaar. Mogelijk was er destijds sprake van een inhomogeen monster en werd de verhoogde waarde veroorzaakt door bijvoorbeeld een puindeeltje.

Op basis van deze resultaten is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De onderzoeksresultaten vormen geen belemmering voor de geplande herontwikkeling tot woonbestemming.

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

4.8.3

Conclusie

De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is voldoende vastgelegd voor de planologische procedure. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1

Kader

Op 15 november 2007 is de paragraaf 5.2 van de Wet milieubeheer gewijzigd (Hoofdstuk 5 titel 2 Wm, Staatsblad 2007, 414) en zijn in bijlage 2 van de Wet milieubeheer vernieuwde luchtkwaliteitseisen opgenomen. Gelijktijdig zijn de ministeriële regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Staatscourant 2007, 220), het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Regeling NIBM) in werking getreden. Een belangrijk element uit deze wetswijziging is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM). Luchtkwaliteitseisen vormen nu geen belemmering voor ontwikkelingen, als: geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; of een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; of een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging; of een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) dat in werking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend.

AMvB 'niet in betekenende mate' In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteiteisen) (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Op verzoek van de Nederlandse overheid heeft de EU verlenging van de termijn (derogatie) gegeven waarbinnen de luchtkwaliteitseisen gerealiseerd moeten zijn. Per 1 augustus 2009 is het NSL vastgesteld (een belangrijke voorwaarde voor het verkrijgen van de derogatie). Hierdoor kan volledig gebruik worden gemaakt van deze derogatie. Bovendien is de definitie van 'niet in betekenende mate' verlegd van 1% naar 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m³ (µg/m³) voor zowel PM10 als NO2. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven.

Op 7 juni 2012 is het Besluit niet in betekenende mate bijdragen aangepast, zodat het mogelijk wordt gemaakt om bij ministeriële regeling (Regeling NIBM) bepaalde gebieden en bepaalde broncategorieën aan te wijzen waarbinnen geen gebruik meer kan worden gemaakt van de NIBM-grond. Het zal gaan om gebieden waar de grenswaarde voor PM10 wordt overschreden of waar overschrijding van de grenswaarde dreigt. Dit betreft naar verwachting een enkele gemeente in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland met veel intensieve veehouderijen, pluimveehouderijen in het bijzonder. De aanwijzing van gebieden en broncategorieën zal plaatsvinden in nauwe samenspraak met betrokken overheden en sectoren en zal gepubliceerd worden in de Regeling NIBM. Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=47bd62d0-ea3f-45fe-a8b7-b3e9f978472f