CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting BP Rodeoterrein Broek op Langedijk

Gemeenteraad 9 juli 2024, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Vastelling bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk22.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke Ordening

Bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk Toelichting

Vastgesteld 9 juli 2024

Rodeoterrein Broek op Langedijk

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Bestaande situatie 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Beoogde ontwikkeling 2.2 Stedenbouwkundige motivering

8 8 12

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

18 18 21 23 24

Hoofdstuk4 Omgevingsaspecten 4.1 Planologie 4.2 Verkeer- en parkeeraspecten 4.3 Water 4.4 Archeologie 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Geluid 4.8 Bodemkwaliteit 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Ecologie 4.11 Duurzaamheid 4.12 Kabels en leidingen 4.13 M.e.r.-beoordeling

29 29 32 37 39 39 46 48 49 51 53 55 56 58

Hoofdstuk5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Planregels

59 59 59

Hoofdstuk6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

62 62 62

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Het Rodeoterrein is gelegen in de kern Broek op Langedijk van de gemeente Dijk en Waard. De voormalige bedrijfslocatie wordt herontwikkeld tot een aantrekkelijk woongebied. Het plangebied is gelegen tussen de Wup, het Oudekerkpad, het Mandepad en de wijk Broekrijk. Het terrein is in gebruik als bedrijfslocatie. De huidige bedrijfsactiviteiten zijn een opslaglocatie en autoschadebedrijf. Het voornemen is om dit gebied te ontwikkelen tot een woningbouwlocatie met een gedifferentieerd programma voor starters, gezinnen en senioren, inspelend op de actuele behoefte in Broek op Langedijk. Het voormalige college van Langedijk heeft op 21 juli 2021 ingestemd met het principeverzoek tot woningbouw op de projectlocatie. Het college beschouwt woningbouw op deze locatie als passend in de omgeving en ziet bovendien grote kansen voor de verbetering van de doorvaarbaarheid langs de Westelijke Randweg. Door de gemeenteraad van Dijk en Waard is op 7 juni 2022 het stedenbouwkundig plan voor het woningbouwplan vastgesteld. In het stedenbouwkundig plan zijn de ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling vastgelegd. Begin 2023 is wegens marktomstandigheden besloten om het bouwplan aan te passen, waarbij de vastgestelde ruimtelijke randvoorwaarden zoveel mogelijk in stand zijn gehouden. Dit heeft geleidt tot een bouwplan met minder woningen binnen dezelfde stedenbouwkundige structuur.

Het bestemmingsplan vormt het juridisch uitwerkingskader met regels waarbinnen ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Voorliggend bestemmingsplan is gebaseerd op de ruimtelijke uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan. Het voornemen op de projectlocatie is echter in strijd met de regels van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, dient een planologische procedure te worden doorlopen. Voorliggend bestemmingsplan biedt een nieuw planologisch en juridisch kader voor het beoogde woningbouwplan.

1.2

Bestaande situatie

Het Rodeoterrein ligt tussen de Wup, het Oudekerkpad, het Mandepad en de wijk Broekrijk in Broek op Langedijk en heeft een oppervlakte van circa 10.790 m2. Het plangebied is kadastraal bekend onder de codering van gemeente Langedijk, sectie B, nummer 969, 970, 991, 1224, 1226, 1282, 2236, 2237, 2630, 2631, 2632, 2633, 3195, 3198 en sectie F, nummer 2234 en 2043. Het plangebied is gelegen op een centrale locatie in het dorp en globaal gelegen langs de Westelijke Randweg. De Westelijke Randweg vormt binnen Broek op Langedijk een belangrijke verkeersader en is in feite de entree van het dorp. Het plangebied wordt aan twee zijden ontsloten op het bestaande wegennet. Het plangebied is nagenoeg volledig bebouwd en verhard. Op het terrein staan op dit moment opstallen van de voormalige fietsfabriek Rodeo en is het autoschadebedrijf Van der Pas gevestigd. In de huidige situatie worden de opstallen gebruikt als opslag.

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 1. Luchtfoto globale ligging plangebied (bron: Google Earth)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Bestemmingsplan Broek op Langedijk Het bestemmingsplan 'Broek op Langedijk' is vastgesteld op 25 juni 2013 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Langedijk. Op het plangebied is hoofdzakelijk de enkelbestemming 'Bedrijf' van toepassing. De bestaande wegen zijn bestemd als 'Verkeer' en op de naastgelegen watergang is de bestemming 'Water' van toepassing.

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 2. Uitsnede globale ligging plangebied op verbeelding bestemmingsplan 'Broek op Langedijk' (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Binnen de bestemming 'Bedrijf' is bebouwing enkel toegestaan binnen de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken. De toegestane goot- en bouwhoogte van bebouwing is per bouwvlak weergegeven en varieert tussen een maximale bouwhoogte van 6 en 8,5 meter. Aanvullend zijn op de gronden van het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ van toepassing. Deze gronden zijn tevens bestemd voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Alvorens een omgevingsvergunning voor (bouw)werkzaamheden wordt verleend, dient door de aanvrager een archeologisch onderzoek te worden overgelegd. Uit dit onderzoek dient te worden vastgesteld dat geen sprake is van het verstoren van archeologische waarden. Uitzondering op de onderzoeksplicht zijn grondingrepen van maximaal 50 m² en met een diepte van maximaal 40 cm binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en binnen de dubbelbestemming voor grondingrepen van maximaal 10.000 m² en met een diepte van maximaal 40 cm.

Parapluplan Parkeernormen en normen laad- en losvoorzieningen Langedijk Het Parapluplan Parkeernormen en normen laad- en losvoorzieningen Langedijk is op 17 juli 2018

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Langedijk. In dit bestemmingsplan is een regeling vastgesteld waar bij verlening van een omgevingsvergunning voldoende wordt voorzien in parkeerplaatsen. Hierbij is een koppeling gemaakt naar de geldende Nota parkeernormen 2022 (via een dynamische verwijzing). Ten behoeve van de realisatie van voorliggend woningbouwplan moet worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.2.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan biedt een juridisch-planologische regeling die voorziet in voldoende flexibiliteit om de voorgenomen ontwikkeling te realiseren. De regeling geschiedt door middel van bindende documenten, te weten de tot het bestemmingsplan toebehorende regels en verbeelding. Hoofdstuk 1 biedt een beschrijving van het plangebied en de aanleiding tot voorliggend bestemmingsplan. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving gegeven van het ruimtelijk beleid van het Rijk, de provincie, regio en de gemeente Dijk en Waard. In hoofdstuk 4 worden vervolgens de ruimtelijke- en milieuaspecten behandeld. In hoofdstuk 5 een juridische planbeschrijving met een uitleg van de werking van de regels omschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de financieel-economische aspecten van het plan en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beoogde ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling die middels voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, voorziet in de sloop van de huidige bebouwing, alsmede de realisatie van 52 woningen, waarvan 16 sociale huurwoningen (30% van het programma). De grondgebonden woningen worden als hofwoningen, twee-onder-één-kapwoningen (dubbele woningen), levensloopbestendige woningen, vrijstaande woningen en grondgebonden, aaneengebouwde woningen (rijenwoningen) en pakhuizen (rijenwoningen) uitgevoerd. Daarnaast worden er ook hofwoningen in de vorm van appartementen (16 stuks) gerealiseerd. In figuur 3 is de voorlopige verkaveling van het plan opgenomen. Dit verkavelingsplan is in lijn met het door de gemeenteraad van Dijk en Waard vastgestelde stedenbouwkundig plan.

Figuur 3. Stedenbouwkundig

ontwerp (bron: Mulleners + Mulleners, 7 juli 2023)

De beoogde ontwikkeling voorziet in een divers woonmilieu. In figuur 4 is een weergave opgenomen van de verkaveling en de woning typologie. Daarbij wordt getracht een divers programma van huur- en koopwoningen (appartementen en grondgebonden) in het gebied en in samenhang met elkaar vorm te geven. Zo zijn er een drietal deelgebieden voorgesteld die in het plan vorm krijgen, elk met hun eigen karakter. De 52 voorgestelde woningen zijn verdeeld over deze drie deelgebieden (zie ook figuur 4): Deelgebied A - Noord - laagbouw in 1 of 2 lagen met kap, grenzend aan de Wup en Broekrijk. Deelgebied B - Midden - centraal gelegen in het gebied op afstand van de belendende wijken: middelhoogbouw in 2,5 - 3 lagen, al dan niet met een accent. Deelgebied C - Zuid - laagbouw en hof in 1 of 2 lagen met kap grenzend aan het Mandepad en de Dorpsstraat.

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 4. Woningbouwprogramma

en verkaveling (bron: Mulleners + Mulleners, 7 juli 2023)

Het woningbouwprogramma (met maximaal 52 woningen) ziet er als volgt uit: Deelgebied A - Noord 4 twee-onder-een-kapwoningen van ca. 160 m2 GBO 2 vrijstaande woningen van ca. 170 m2 GBO 15 grondgebonden eengezinswoningen van ca. 127 m2 GBO

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Deelgebied B - Midden 12 pakhuizen van ca. 150 m2 GBO Deelgebied C - Zuid 3 levensloop woningen van ca. 100 - 110 m2 GBO 16 hof woningen van ca. 50 - 75 m2 (sociale huur) Ontsluiting De ontsluiting van het plangebied wordt gewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is sprake van ontsluiting via het Mandepad. In de toekomstige situatie wordt de ontsluitingsweg via het Mandepad afgeknipt en wordt de naastgelegen watergang doorgetrokken, zodat het plangebied ter plaatse los komt te liggen van de Westelijke Randweg. De huidige verbinding van het Mandepad met de Westelijke Randweg komt te vervallen ten gunste van de doorvaarbaarheid.

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 5. Ontsluiting projectgebied (bron: Mulleners + Mulleners,

7 juli 2023)

Het plangebied wordt aan de westelijke zijde ontsloten op Westeinde, kort nabij de rotonde op de Westelijke Randweg. Dit zal de hoofdontsluiting van het gebied vormen. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de aansluiting op de huidige ontsluitingsweg. Bereikbaar vanaf (de buurtontsluiting) de Westelijke Randweg middels langzaamverkeersroute en calamiteiten route via het Oudekerkpad. Daarnaast bestaat ook nog de mogelijkheid dat het Mandepad open wordt gehouden en als calamiteitenroute kan dienen (waarbij eventueel een brug wordt geplaatst ten behoeve van de doorvaarbaarheid). Er wordt binnen het plangebied uitgegaan van een tweerichtingsontluitingsweg, waarbij de auto te gast is. het gaat hier om langzaam verkeer. Binnen het plangebied wordt tevens een calamiteiten route mogelijk gemaakt aan de zuidkant tussen de pakhuizen en levensloop woningen. De wijk wordt uitgevoerd als 30 kilometer gebied. De fiets- en voetgangers ontsluiting binnen het plangebied vindt een heldere aansluiting op de aangrenzende buurt en haar omgeving.

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

De parkeerbehoefte wordt langs de weg in het plan, op eigen terrein, en op een parkeerhof centraal in het plan georganiseerd. In paragraaf 4.2 wordt nader op het parkeren ingegaan. In figuur 5 is een visualisatie opgenomen, waarin de mogelijke beoogde ontwikkeling is opgenomen in de bestaande situatie. Let wel, het betreft hier een impressie om gevoel te krijgen bij de toekomstige situatie en geen definitief eindbeeld.

Figuur 6. Impressie mogelijke toekomstige situatie (bron: Mulleners + Mulleners, 7 juli 2023)

2.2

Stedenbouwkundige motivering

Door de gemeenteraad Dijk en Waard is op 7 juni 2022 het stedenbouwkundig plan voor ontwikkeling vastgesteld. In het stedenbouwkundig plan zijn de ruimtelijke randvoorwaarden voor ontwikkeling vastgelegd. Het stedenbouwkundig plan is als Bijlage 1 toegevoegd aan de bijlagen van de toelichting van dit bestemmingsplan. De visie en ambitie in het stedenbouwkundig plan gaan uit van: Herontwikkeling van het Rodeoterrein tot een aantrekkelijk woongebied; Het realiseren van een doorvaarbaar water langs de Westelijke Randweg, als onderdeel van het vaarnetwerk van Langedijk; Een nieuwe entree vanuit de rotonde bij de Westelijke Randweg en koppeling ontsluitingsstructuur (auto, fiets en voetgangers) met Oudekerkpad en Mandepad; Aansluiting op het bebouwingskarakter van de omliggende buurten De Wup, Broekrijk en de Dorpsstraat; Aansluiting op het bebouwingskarakter van het industriële verleden, zijnde oude pakhuizen en loodsen; Inpassing langzaamverkeersroute, calamiteitenroute aan het Oudekerkpad of eventuele optie van openhouden Mandepad; Creëren van voldoende parkeergelegenheid ten opzichte van het te realiseren programma.

Parkeren zo veel mogelijk uit het zicht door middel van 'groen' parkeren; Vergroening plangebied door hagenstructuur, nieuwe boomaanplant en een nieuw parkje met een verblijfsplek aan de waterzijde; Behoud van aanwezige waardevolle bomen; Het realiseren van een divers woningbouwprogramma voor starters, alleenstaanden, gezinnen en levensloopbestendige woningen (waarbij 30% van het totale woningaanbod in de sociale sector zal vallen); Toetsing en ontwerpen betreffende wegverkeerslawaai van de Westelijke Randweg.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Het stedenbouwkundig plan vormt het fundament voor het voorliggende bestemmingsplan. De ruimtelijke uitgangspunten en verkaveling zijn overgenomen in de regels en de verbeelding van het bestemmingsplan. Begin 2023 is het plan gewijzigd door marktomstandigheden. Het plan bleek om bedrijfseconomische redenen (stijgende bouwkosten en rente) niet haalbaar. Het bouwplan is teruggebracht naar 52 woningen, waarbij het verkavelingsprincipe overeind is gebleven. De afwijkingen ten opzichte van het stedenbouwkundige plan worden hieronder aangegeven en gemotiveerd. De fundamentele uitgangspunten en ambities in het stedenbouwkundig plan zijn in stand gehouden.

Afwijkingen ten opzichte van stedenbouwkundig plan Het is van belang te weten dat een ontwerp tot stand komt door van groot naar klein te werken. Het stedenbouwkundige plan is gemaakt met een schaal van 1 op 1000 tot 1 op 500. Hiermee zijn bouwvlakken en volumes ingetekend om tot een samenhangend plan te komen, in samenspraak met de buurt (participatie), en samenspraak met de omliggende bedrijven. Daarnaast dient het plan te voldoen aan de ruimtelijke, juridische en volkshuisvestelijke kaders vastgelegd in de overeenkomst gesloten door de gemeente en ontwikkelaar op 23 juli 2020. Nadat het stedenbouwkundige plan is vastgesteld door de gemeenteraad is het ontwerpteam (ontwikkelaar, architect en overige adviseurs) aan de slag gegaan het stedenbouwkundige schetsplan te vertalen naar een Voorlopig ontwerp. Deze schaal is veelal 1 op 200 / 1 op 250. Per bouwblok zijn er vanaf dat moment een aantal kleine wijzigingen ontstaan ten opzichte van het stedenbouwkundige plan en na aanleiding van het interne besluit begin 2023 is het aantal woningen drastisch naar beneden gebracht door de appartementen langs de Westelijke Randweg te vervangen door grondgebonden pakhuizen.

Het betreft daarnaast wijzigingen in de diverse bouwblokken die te maken hebben met het enigszins vergroten of verlagen van het bouwvolume en het toevoegen van accenten (hoog en laag) aan de grondgebonden woningen zodat het straatbeeld meer aansluit bij de dorpse typologie van woningen die wisselen in kaphoogtes.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 7. Impressie oud ontwerp (bron: Mulleners + Mulleners)

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 8. Impressie nieuw ontwerp (bron: Mulleners + Mulleners, 7 juli 2023)

De belangrijkste aanpassingen zijn: aantallen; van 80 naar 52 woningen; 3 rijwoningen i.p.v. 6 kleine sociale appartementen tegenover inrit plangebied; 12 pakhuiswoningen i.p.v. appartementen aan de Westelijke Randweg; 3 levensloopwoningen i.p.v 10 appartementen aan het Mandepad; nieuw informeel wandelpad. In onderstaand figuur zijn de wijzigingen inzichtelijk gemaakt.

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Figuur 9. Overzicht wijzigingen in ontwerp (bron: Mulleners + Mulleners, bewerking Mees)

Hier valt ook duidelijk op dat de verkavelingsstructuur zoveel mogelijk overeind is gebleven en dat de verschillen voornamelijk in typologie van de woningen te vinden zijn. De besproken wijzigingen zijn voorgelegd aan de gemeente (stedenbouw) en in samenspraak doorgevoerd. Het aangepaste deel van het stedenbouwkundig plan wordt, als onderdeel van het bestemmingsplan, opnieuw voorgelegd aan de raad. Het vertrekpunt daarbij is dat de wijzigingen geen afbreuk doen aan de eerder vastgestelde uitgangspunten van het stedenbouwkundig plan en de ruimtelijke randvoorwaarden.

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Voor het nieuwe plan is derhalve een geactualiseerd stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld dat als bijlage 1 is toegevoegd aan voorliggend bestemmingsplan.

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op Rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid inzake de beoogde ontwikkeling.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Kader Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Figuur 10. Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie)

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied

Drie afwegingsprincipes

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Relatie tot ontwikkeling De nationale belangen zijn niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling of het plangebied. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 52 woningen en de beëindiging van een bedrijfslocatie die niet raakt aan de doelstellingen van het Rijk. Conclusie Het NOVI vormt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Kader Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, geconsolideerd op 1 december 2020) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relatie tot ontwikkeling Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien. Conclusie Het Barro vormt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Kader Het Bro (1 juli 2017) stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Relatie tot ontwikkeling De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. Op de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt in paragraaf 4.1 nader ingegaan. Conclusie Het Bro legt geen restricties op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

3.1.4

Deltaprogramma 2018

Kader Het Deltaprogramma 2018 is op Prinsjesdag 2017 verschenen en bevat voor het eerst een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk dat de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen versnelt en intensiveert. Het is een grote en langdurige opgave om Nederland op heel veel plaatsen anders in te richten, om zo de toenemende schade door wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen te verminderen. Deze opgave verschilt bovendien van plaats tot plaats. Dit deltaplan behelst de aanpak om te werken aan deze grote, locatie specifieke opgave. Daarbij doet dit deltaplan recht aan de belangrijkste aanbevelingen uit de evaluatie van de Deltawet, door integratie van opgaven en participatie van niet-overheden, maatschappelijke organisaties en burgers te stimuleren en de slagkracht op lokaal en regionaal niveau te vergroten met een voorstel voor governance. Dit moet leiden tot een langjarige en planmatige aanpak van wateroverlast, hittestress en droogte en het beperken van de gevolgen van overstromingen. Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is onderdeel van het Deltaprogramma. Net als de andere deltaplannen wordt het jaarlijks geactualiseerd. De deltacommissaris doet daar ieder jaar een voorstel voor.

Met dit Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft de regering ook invulling aan de genoemde moties van de Tweede Kamer. Ruimtelijke adaptatie grijpt onder meer in op de manier waarop we onze woningen en bedrijven bouwen en onze tuinen en openbare ruimte inrichten, de wijze waarop we onze infrastructuur aanleggen, in stand houden en beheren, en de manier waarop we landbouw bedrijven en de natuur inrichten. Het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptatie stelt hiervoor een gestandaardiseerde stresstest op, die vanaf 1 januari 2018 beschikbaar is. Het doel is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, op basis van afspraken over de doelen, de werkwijze en de monitoring van de uitvoering. Daarvoor wordt de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd conform de werkwijze die in 2014 in de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is afgesproken: in beeld brengen wat de kwetsbaarheden zijn (weten), vervolgens ambities formuleren (willen) en aan de slag gaan om onze leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken (werken). Praktisch gezien wordt in de komende jaren steeds kritischer gekeken naar de effecten van ruimtelijke plannen. Nieuwe ontwikkelingen worden gebouwd voor de komende decennia. In toenemende mate wordt toegezien op dat er in ontwikkelingen in een grote mate van zelfredzaamheid is meegenomen.

Vanuit het waterbeheer wordt getoetst of hemelwater niet wordt afgewenteld op de benedenstroomse/ naastgelegen gebieden en dat voor een prettig leefklimaat wordt gezorgd. Dat klinkt misschien erg voor de hand liggend, toch is er een duidelijke verandering aanstaande. Het in kaart brengen van de gevolgen van klimaatverandering (weten) kan door middel van een stresstest. De gemeenten moeten klimaatstresstesten gaan uitvoeren om beter grip te krijgen op die materie én in 2020 moet klimaatadaptatie in het gemeentelijke beleid zijn verankerd. In de afgelopen decennia is onderzoek gedaan naar effecten van verharding en bewezen is dat water en groen daar een essentiële rol in hebben bij het creëren van een gezonde leefomgeving. Van belang is daarom dat er in een stenige omgeving genoeg groen en water komt om hittestress/ opwarming van stedelijk gebied te temperen. Relatie tot ontwikkeling In het planontwerp is rekening gehouden met de gevolgen van klimaatadaptatie. In paragraaf 3.4.4, 4.3 en 4.11 wordt nader ingegaan op de gevolgen van klimaatveranderingen. Conclusie De beoogde ontwikkeling houdt rekening met de ambities in het kader van klimaatbestendigheid, zoals neergelegd in het Deltaprogramma en vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan. 3.1.5

Conclusie

De uitgangspunten van de beoogde ontwikkeling zijn in overeenstemming met het Rijksbeleid.

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 en Omgevingsverordening NH2020

Kader Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 van de provincie Noord-Holland is op 19 november 2018 vastgesteld. Met de Omgevingsvisie richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De provincie gaat uit van het principe ‘lokaal wat kan, regionaal wat moet’, gelet op de diversiteit aan regio’s, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat het bovengenoemde principe centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. In de Omgevingsvisie komen een aantal hoofdthema’s naar voren: Noord-Holland in beweging, op weg naar een economisch en duurzame toekomst; Dynamisch schiereiland, benutten van een unieke ligging; Metropool in ontwikkeling, vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem; Sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio's vitaal; Nieuwe energie, economische kansen benutten van energietransitie; Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agri-foodsector.

De beleidsmatige uitgangspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, uitgewerkt in de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordeningen. In de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. Hierdoor is het makkelijker geworden om te zien welke regels waar gelden. De provincie wil met de Omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. De provincie zoekt daarbij naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland 2020. In de Omgevingsverordening vertaalt de provincie kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid in de regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen.

Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling van het Rodeoterrein is artikel 6.3 uit de Omgevingsverordening NH2020 het meest relevant. In artikel 6.3 is bepaald dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Met het Regionaal Actie Programma (RAP) uit 2017 heeft de regio Alkmaar een eerste stap gezet om te komen tot een regionale afspraak volgens de uitvoeringsregeling bij de PRV. In de Woonagenda 2020-2025 van de provincie Noord-Holland is bepaald dat de regio's samen met de provincie Woonakkoorden opstellen. Hierin zijn afspraken over woningbouw, nieuwbouw en een overzicht van woningbouwplannen in het landelijk gebied opgenomen. Het Woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma (RAP). De regio Alkmaar, waar de gemeente Dijk en Waard onderdeel van uitmaakt, ziet het woonakkoord als een goede basis om de

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk woningbouw versneld te realiseren. De gemeenten in de regio Alkmaar hebben daarnaast ook een regionale woningprogrammering opgesteld, zoals nader gemotiveerd in paragraaf 4.1. De beoogde ontwikkeling van het Rodeoterrein is opgenomen in de programmering van Provincie Noord-Holland (figuur 6).

Figuur 11. Monitor plancapaciteit (bron: plancapaciteit.nl/kaart)

De provincie zet in op sterke kernen en regio's zodat deze vitaal en leefbaar blijven. De ontwikkeling van het Rodeoterrein is door de provincie opgenomen in de capaciteitsplanning voor woningbouw. Het toevoegen van 52 woningen in de kern Broek op Langedijk verstekt het lokale woonmilieu. Een verdere verstedelijking van de kern draagt bovendien bij aan de instandhouding het lokale voorzieningenmilieu. Conclusie De provinciale omgevingsvisie vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan. 3.2.2

Woonagenda 2020-2050

Kader In april 2020 is de Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 vastgesteld. Doelstelling van de woonagenda is dat de provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. De speerpunten van het provinciale woonbeleid zijn een woning voor iedereen, productie op peil: aanjagen woningbouwproductie, gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie en een kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. Deze speerpunten zijn vertaald in de Regionale Actieprogramma's. Relatie tot ontwikkeling Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen. In paragraaf 4.1 nader ingegaan op de provinciale Woonagenda en het Woonakkoord regio Alkmaar. Conclusie De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan de gewenste harde plancapaciteit in de Regio Alkmaar

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk en is daarmee in lijn met de doelstellingen van de Woonagenda 2020-2050. 3.2.3

Conclusie

De provincie Noord-Holland streeft naar de realisatie van voldoende woningen van passende kwaliteit. Hierbij moet, volgens de ambities van de Omgevingsvisie NH 2050, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gebouwd. De realisatie van 80 woningen in het bestaand stedelijk gebied van Provincie Noord-Holland is in lijn met de doelstellingen van het provinciaal beleid. De beoogde ontwikkeling is opgenomen in de provinciale Monitor plancapaciteit. Op basis van de provinciale Monitor Woningbouw 2021 is een behoefte aan harde plancapaciteit. Middels voorliggend bestemmingsplan wordt planologisch een bijdrage geleverd aan de harde plancapaciteit in Regio Alkmaar. De beoogde ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonvisie Regio Alkmaar 2013-2020

Kader Het woonbeleid in de regio Alkmaar (waar de gemeente Langedijk samen met de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo deel van uitmaakt) is in het Woonakkoord regio Alkmaar vastgelegd. De gemeenten en woningmarktpartijen in de regio werken intensief samen en maken afspraken over ieders rol op het terrein van wonen. De regionale woonvisie is opgesteld om als kader te kunnen dienen voor lokale woonvisies van de gemeenten en om richting te geven voor afspraken met marktpartijen. Daarbij wordt voldoende ruimte gelaten om op de lokale behoefte in te spelen. De raad van de gemeente Langedijk heeft op 3 juli 2013 met de regionale woonvisie ingestemd. In de regionale woonvisie is geconstateerd dat er thans in de regio getalsmatig geen grote knelpunten zijn, maar dat er op termijn wel schaarste in de goedkope voorraad kan komen en dat de regio met vergrijzing te maken krijgt. Wel is er nu sprake van een beperkte doorstroming in zowel koop als huur. Naast een kwantitatieve balans is er een verdelingsvraagstuk. De opgave is betaalbaarheid en het toevoegen van het juiste aanbod. Aanvullend is als visie op de woningmarkt door de regio gesteld dat zij een aantrekkelijke regio wil zijn waar de huidige en toekomstige inwoners graag willen blijven wonen en een gewenste wooncarrière kunnen maken.

De focus moet daarbij op het waarborgen van de totale voorraad in de regio. Daarnaast is het de uitdaging om te zorgen dat de aantallen nieuwbouw gerealiseerd worden met aandacht voor het betaalbare segment. Het is daarbij zaak om in te spelen op de daadwerkelijke behoeftes en mogelijkheden van de toekomstige bewoners en de ontwikkelende partij. Tegelijk wil de regio waarborgen dat woningbouwplannen kwalitatief bijdragen aan de lokale voorraad. De regio stelt daarom dat ontwikkelende partijen en gemeenten gezamenlijk moeten zoeken naar het optimale bouwplan. Relatie tot ontwikkeling Met het plan wordt een bijdrage geleverd aan de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen. De beoogde ontwikkeling voorziet tevens in de realisatie van 16 woningen in het sociale segment, waarmee de doelstellingen van het regionale beleid worden gerespecteerd. De behoefte aan het beoogde woningbouwprogramma is nader onderbouwd in paragraaf 4.1. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten en doelstellingen van de regionale woonvisie. 3.3.2

Conclusie

De uitgangspunten van de beoogde ontwikkeling zijn in overeenstemming met het regionaal beleid.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Langedijk 2012-2030

Kader De projectlocatie is gelegen in Broek op Langedijk, dat onderdeel uitmaakt van de voormalige gemeente Langedijk. Vooralsnog is door de nieuwe gemeente Dijk en Waard nog geen structuurvisie vastgesteld, waardoor in voorliggend bestemmingsplan vooralsnog is ingegaan op de structuurvisie van Langedijk. De gemeenteraad van de voormalige gemeente Langedijk heeft op 18 september 2012 de Structuurvisie Langedijk 2012-2030 vastgesteld. In de structuurvisie wordt een ruimtelijk toekomstbeeld geschetst voor de periode tot aan 2030. Dit beeld vormt een belangrijke voorwaarde voor de plannen op de verschillende beleidsterreinen. Centrale vraag bij de structuurvisie is hoe de fysieke ruimte van Langedijk optimaal kan worden ingericht om tegemoet te komen aan de andere eisen en wensen van een veranderende samenleving. Daarbij gaat het niet slechts om de openbare ruimte maar ook om de inrichting en locatie van nieuwe woningen en de aanwezigheid en locatie van voorzieningen, van zowel commerciële als van maatschappelijke aard. Nu het einde van de naoorlogse groei in zicht komt, bereidt Langedijk zich voor op een fase van afnemende groei en consolidatie waarin het goed wonen en werken is in Langedijk. Een toekomst ook waarin het goed 'oud worden' is in Langedijk met ruimte voor nieuwe initiatieven en ruimte voor binding, ontmoeting en zorg voor elkaar.

In zo'n samenleving komen meer mogelijkheden en ruimte voor initiatieven op het gebied van milieu en duurzaamheid en staat de leefbaarheid op een hoog niveau. Nog meer dan in het verleden legt Langedijk de komende decennia de focus op kwaliteitsverbetering. Bestaand stedelijk gebied wordt niet alleen mooier maar ook beter geschikt gemaakt voor gewijzigde wensen, voorkeuren en normen. Duurzaam inrichten wordt 'normaal', evenals een openbare ruimte voor mensen met en zonder beperking. Kwaliteit in Langedijk kan gestalte krijgen met sterke dorpen met elk hun eigen identiteit en een betekenisvolle omgeving die refereert aan de rijke cultuurhistorie en unieke ontstaansgeschiedenis. Een omgeving ook met een veilige en aantrekkelijke openbare ruimte die uitnodigt voor verblijven en ontmoeten, die mensen bindt en aanzet tot ondernemen. In Langedijk is naar verwachting sprake van een gematigde afname van de groei, een gemiddelde vergrijzing en ontgroening en een stabilisering van de beroepsbevolking vanaf 2010. Deze ontwikkelingen hebben in meer dan wel mindere mate gevolgen voor het aantal te bouwen woningen, de aan te bieden woonmilieus en aard en aantal van voorzieningen als scholen, sportvelden en dorp- en wijkcentra. Langedijk ziet het als een grote en belangrijke opgave om in te spelen op genoemde demografische ontwikkelingen en om mogelijke kansen te benutten.

Naast het aantrekkelijk blijven voor jongeren en jonge gezinnen, wil Langedijk een aantrekkelijk(er) woon- en leefmilieu bieden voor ouderen. Kansen zijn er ook waar het gaat om slimme combinaties van wonen, zorg, ontmoeten, voorzieningen en mobiliteit. In strategisch opzicht kan, bij een afnemende groei van het aantal huishoudens, een aantrekkelijk woonen leefklimaat voor oud en jong draagvlak bieden voor voorzieningen en detailhandel. Relatie tot het projectgebied De beoogde ontwikkeling voorziet in een gedifferentieerd woningbouwprogramma, waarbij zowel mogelijkheden ontstaan voor starters, gezinnen als senioren. De ontwikkeling speelt daarmee in op diverse doelgroepen binnen de demografische ontwikkelingen in het dorp. De ontwikkeling betreft bovendien een binnenstedelijk herontwikkelingsproject, waardoor de gewenste verstedelijking niet ten koste van het buitengebied gaat. De behoefte aan het beoogde woningbouwprogramma is onderbouwd in paragraaf 4.1. Conclusie Het plan is in lijn met de uitgangspunten van de structuurvisie. 3.4.2

Woonvisie Langedijk 2014-2030

Kader

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Vooralsnog is door de nieuwe gemeente Dijk en Waard nog geen woonvisie vastgesteld, waardoor in voorliggend bestemmingsplan vooralsnog is ingegaan op de Woonvisie Langedijk 2014 - 2030. Op 2 juni 2014 is de Woonvisie Langedijk 2014-2030 vastgesteld. Reden hiervoor is de veranderde woningmarkt. De woningmarkt is sinds de financiële crisis totaal veranderd en het beleid uit de tijd voor de 'crisis' is nauwelijks nog toepasbaar. In de lokale woonvisie uit 2006 werd nog uitgegaan van een 'maakbare' woningmarkt. Een hoog sociaal programma voor de periode 2005-2009 werd geëist en dit was ook mogelijk vanwege de opbrengsten uit de vrije sector. De opbrengsten uit de vrije sector zijn momenteel lager en onzekerder maar de vraag naar sociale woningbouw (betaalbare koop en sociale huur) is eerder toegenomen dan afgenomen. Er is nu sprake van een markt die zich moet richten op de toekomstige bewoners en haar wensen en mogelijkheden. Het is nu de tijd voor ‘vraaggestuurd bouwen’. Het is een uitdaging om hierop in te spelen gezien de financiële middelen. Daarnaast moet echter niet vergeten worden dat woningen voor een zeer lange tijd worden gerealiseerd en er niet te eenzijdig moet worden gebouwd. De voormalige gemeente Langedijk krijgt, net als bijna heel Nederland, de komende tijd steeds meer te maken met de vergrijzing.

De vergrijzing wordt daarbij versterkt doordat jongeren wegtrekken en er steeds minder jongeren en jonge gezinnen zich vestigen in Langedijk. De vergrijzing leidt ertoe dat het aantal huishoudens de komende decennia nog toeneemt. Dit betekent dat er meer woningen nodig zijn. Maar aangezien veel senioren het liefst zo lang mogelijk in de eigen woning blijven wonen, ligt het niet voor de hand dat alle nieuwbouwwoningen uitsluitend geschikt moeten zijn voor senioren. De nieuwbouw moet bereikbaar en geschikt zijn voor alle doelgroepen en huishoudens. Betaalbaarheid, flexibiliteit en variëteit zijn daarbij van belang. Relatie tot ontwikkeling Met het planvoornemen wordt een gedifferentieerd woningbouwprogramma toegevoegd, waarbij zowel oog is voor starters, gezinnen als senioren. In het programma is ruimte gereserveerd voor onder meer levensloop woningen, waarmee gelet op de demografische ontwikkeling in Broek op Langedijk wordt ingespeeld op de vergrijzing. Daarnaast worden 16 woningen in de sociale sector gerealiseerd, waarmee nieuwe mogelijkheden ontstaan voor starters en woningzoekenden in de sociale sector. Het collegeprogramma gaat uit van 30% sociale woningen in categorie 1 of 2. Dit is in voorliggend bestemmingsplan vastgelegd in de regels (artikel 6.4.2) en in de gesloten anterieure overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar.

Het plan sluit hiermee aan op de actuele woonbehoefte in Broek op Langedijk en de ambities van de woonvisie van de voormalige gemeente Langedijk. De behoefte aan het beoogde woningbouwprogramma is onderbouwd in paragraaf 4.1. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de woonvisie van de voormalige gemeente Langedijk. 3.4.3

Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021

Kader Voor de gemeente Dijk en Waard is in lijn met de Omgevingswet het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021 opgesteld. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma is aangesloten op de raadsagenda Heerhugowaard en het bestuursakkoord Langedijk. Het Omgevingsprogramma continueert wat reeds goed gaat en brengt op onderdelen accentverschillen aan. Het Omgevingsprogramma is uitvoeringsgericht en bevat concrete maatregelen om doelen te realiseren, effecten te monitoren en waar nodig bij te sturen. In het programma zijn de volgende mobiliteitsdoelen geformuleerd: De gemeente Dijk en Waard heeft als doel een bereikbare, duurzame, veilige en leefbare gemeente te zijn. De gemeente zet hierbij meer dan voorheen in op lopen, fietsen en duurzame mobiliteit. Nadrukkelijk wordt niet gekozen voor een compleet nieuwe insteek: wat goed gaat wordt gecontinueerd. Op onderdelen worden wijzigingen aangebracht; De gemeente blijft zich de komende jaren inzetten op verbetering van de multimodale bereikbaarheid van de gemeente voor inwoners, werknemers en bezoekers. Een inrichting van de openbare ruimte die gericht is op veilig bewegen en verblijven vormt de kern van het mobiliteitsbeleid. Daarbij geldt dat voorzieningen bereikbaar moeten zijn en blijven. De focus ligt

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk hierbij meer dan voorheen op lopen en fietsen. Tegelijkertijd zorgt de gemeente voor goede auto-ontsluitingen, waarmee wordt bijgedragen aan de aantrekkelijkheid van de gemeente voor inwoners, ondernemers en toeristen. Voornoemde mobiliteitsdoelen zijn in het Omgevingsprogramma uitgewerkt tot de volgende maatregelen: Veilige en duurzame bereikbaarheid: het nemen van maatregelen zodat binnenwijkse en binnenstedelijke verplaatsingen vooral te voet, met de fiets of het openbaar vervoer kunnen worden gemaakt. Tevens wordt aandacht besteed aan de bereikbaarheid van bedrijventerreinen en voorzieningen, logistiek verkeer en de bereikbaarheid van de regio; Veilige en gezonde woonomgeving: hierbij gaat het om de mate waarin alle mogelijke inwoners samen kunnen functioneren met verkeer. De openbare ruimte moet levensloopbestendig zijn. Een levensloopbestendige wijk is een wijk waarin bewoners zich goed kunnen verplaatsen, zonder onnodige hindernissen tegen te komen. Dit leidt tot maatregelen ten aanzien van het wandelnetwerk, het fietsnetwerk, de inrichting van de openbare ruimte, parkeren (en oplaadvoorzieningen), het collectief openbaar vervoer en de stadslogistiek (waaronder pakketbezorging); Levendig Stationsgebied en Stadshart: het Stadshart van Heerhugowaard heeft zich de afgelopen 15 jaar sterk ontwikkeld.

Ook in Stationsgebied gaat de komende jaren veel veranderen. Het doel is om een nieuw stedelijk gebied te ontwikkelen, gevormd door het Stadshart en het Stationsgebied, dat gericht is op doelgroepen die zich qua wonen en werken richten op de nabijheid van openbaar vervoer en voorzieningen (minder auto-afhankelijk): compact, intensief, aantrekkelijk en met veel aandacht voor de kwaliteit van gebouwen en (groene) inrichting van de buitenruimte. Daarbij is vooral behoefte aan functies die gebruik maken van het openbaar vervoer, zoals stedelijk wonen, onderwijs, zorg en kennisintensieve bedrijvigheid; Goede omstandigheden voor werk en ondernemen: in 2020 is een visie op retail- en werklocaties in Dijk en Waard opgesteld. De gemeente kent veel verschillende werkmilieus, waaronder hoogwaardige, functionele, lokaal gerichte en regionaal gerichte werklocaties. Goede doorstroming op het provinciaal wegennet is essentieel. Tevens wordt ingezet op scheiding van langzaam en snelverkeer.

Het gemeentelijk fietsnetwerk wordt opgewaardeerd, in combinatie met doorfietsroutes, als alternatief voor het OV en autoverkeer; Aansluiting op de regio en wijde omgeving: doorgaand autoverkeer wordt, in afstemming met de provincie, via het regionaal weggennet geleid, daarnaast wordt ingezet op de doorfietsroute Heerhugowaard-Alkmaar, ter aansluiting op het openbaar vervoer waarmee de fiets de mobiliteitsgroei voor een deel kan opvangen. Via de Regio Alkmaar wordt ingezet op versterking en versnelling van de treinverbindingen naar de Metropoolregio Amsterdam (MRA); Recreatieve kwaliteiten benutten: kwaliteiten zijn onder andere Het Duizend Eilandenrijk (Oosterdel), het lint met haar monumenten en karakteristieke gebouwen, het museum Broeker Veiling en de haven van Broek op Langedijk. Park en Strand van Luna, Waarderbos en het museum Het Oude Gemaal in Heerhugowaard. En recreatiegebied het Geestmerambacht in Koedijk. Het stationsgebied wordt op termijn met aantrekkelijke fiets- en wandelroutes verknoopt met de omgeving. Daarnaast ligt er in de bereikbaarheidsopgave van recreatiegebieden een relatie met het intern fietsnetwerk en de doorfietsroutes. Relatie tot ontwikkeling De ontsluiting van het plangebied wordt gewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is sprake van ontsluiting via het Mandepad.

In de toekomstige situatie wordt de ontsluitingsweg via het Mandepad afgeknipt en wordt de naastgelegen watergang doorgetrokken, zodat het plangebied ter plaatse los komt te liggen van de Westelijke Randweg. Iets noordelijker op de Westelijke Randweg, ter hoogte van de rotonde wordt een nieuwe ontsluiting gerealiseerd, zodat het plangebied aan de westelijke zijde kan worden ontsloten op Westeinde, kort nabij de rotonde op de Westelijke Randweg. Middels deze aanpassingen in het bestaande wegennet ontstaat ter plaatse van de Westelijke Randweg een verkeersveiligere situatie, aangezien het plangebied op een overzichtelijkere positie aan de Westelijke Randweg wordt ontsloten dan waar in de huidige situatie sprake van is. De beoogde 26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk ontwikkeling voorziet daarnaast in voldoende parkeerplaatsen, waardoor de parkeerdruk in de omgeving niet toeneemt. Een nadere toelichting op de verkeerskundige aspecten is opgenomen in paragraaf 2.1 en 4.2 van het bestemmingsplan. Hiermee is het plan in lijn met de uitgangspunten van het Omgevingsprogramma Mobiliteit 2021. Conclusie Het planvoornemen is in lijn met de mobiliteitsvisie. 3.4.4

Beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021 - 2026

Kader Met dit beleidsprogramma bepaalt de gemeente de ambitie: een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard in 2050. Het programma biedt daarnaast concrete handvatten om de eerste belangrijke stappen te zetten in de periode van 2021 - 2026, zodat de gemeentelijke organisatie, inwoners, ondernemers en organisaties nog actiever aan de slag gaan met het thema klimaatadaptatie. Bij deze ambitie horen de volgende doelen: We beperken de overlast die wordt veroorzaakt door hevige neerslag. Tijdens hitte bieden we onze inwoners een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. We voorkomen schade door langdurige droogte. We beperken waar mogelijk de schade die wordt veroorzaakt bij een eventuele overstroming. Om deze doelen te bereiken richten we ons in de periode 2021 - 2026 op de volgende speerpunten: Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we ons allemaal bewust van het thema, we handelen klimaatrobuust in de hele keten en we benutten waar mogelijk meekoppelkansen in de openbare ruimte; De gemeente borgt haar doelstellingen in beleid, regelgeving en plantoetsing voor zowel de openbare als private ruimte; Inwoners, ondernemers en organisaties zijn zich bewust van de gevolgen van klimaatverandering, hebben toegang tot middelen om klimaatadaptief te handelen en ondernemen actie in de private ruimte.

Relatie tot ontwikkeling In voorliggend plan wordt voldoende rekening gehouden met klimaatverandering. In paragraaf 4.11 zijn de maatregelen in het kader van duurzaamheid en klimaatbestendigheid nader gemotiveerd. Los van de duurzaamheidsmaatregelen in de woningen zelf wordt in het wijkje Rodeo ook ingespeeld op klimaatverandering. Extra groen, enkele mos-sedum daken en halfverharding moeten ervoor zorgen dan het water bij een piekbelasting afgevoerd wordt naar de bodem of het oppervlakte water. Hierdoor zullen de straten minder snel blank komen te staan. Conclusie Het beleidsprogramma klimaatadaptatie staat de ontwikkeling niet in de weg. 3.4.5

Conclusie

Het beoogde programma dat middels voorliggend bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt sluit aan bij de wensen en behoeften van de kern Broek op Langedijk. Het plan voorziet onder meer in de ambities zoals neergelegd in de woonvisie, meer woningen te realiseren voor senioren en starters door middel van het realiseren van flexibele woonvormen voor verschillende doelgroepen. Bij de woningen wordt zoveel mogelijk aandacht besteed aan duurzaamheid. Er wordt gebruik gemaakt van duurzame energieopwekking. De woningen zullen verwarm of gekoeld worden door middel van warmtepompen. PV-panelen zorgen voor de opwekking van groene stroom. Ventilatie zal verzorgd worden middels een mechanisch gestuurde balansventialtie met warmteterugwinning. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of de woningen ook een douche-WTW zullen krijgen. Ten aanzien van het verharden van de perceelsgronden zijn in de regels beperkingen opgenomen. In het initiatief is middels deze en aanvullende maatregelen rekening gehouden met de klimaatbestendigheid van de woningen en omliggende gronden. Los van de duurzaamheidsmaatregelen in de woningen zelf, wordt in het wijkje Rodeo ook ingespeeld op klimaatverandering. Extra groen, enkele mos-sedum daken en halfverharding

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk moeten ervoor zorgen dan het water bij een piekbelasting afgevoerd wordt naar de bodem of het oppervlakte water. Hierdoor zullen de straten minder snel blank komen te staan. De duurzaamheidsaspecten zijn nader omschreven in paragraaf 4.11. Het initiatief is in lijn met de uitgangspunten die zijn beschreven in het vastgestelde stedenbouwkundig plan. De uitgangspunten van de beoogde ontwikkeling zijn in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren.

4.1

Planologie

4.1.1

Kader

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

Artikel 3.1.6 van het Bro: Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigingsplan als bedoeld in dat artikel. Lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. 4.1.2

Relatie tot het plangebied

De behoefte aan de beoogde ontwikkeling en het bijhorende woningbouwprogramma dient in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden gemotiveerd. In deze paragraaf worden de aspecten van de handleiding toegelicht en gemotiveerd. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 52 woningen, waarmee sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Is de stedelijke ontwikkeling 'nieuw'?

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Rodeoterrein Broek op Langedijk

De Laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Om te bepalen of sprake is van een Ladderplichtige ontwikkeling, is allereerst van belang of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan een ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Volgens dit artikel wordt als stedelijke ontwikkeling bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Voor wonen geldt dat voor nieuwe woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Dit blijkt uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in onder andere een uitspraak van 18 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3542). De beoogde ontwikkeling voorziet in een woningbouwprogramma van 52 woningen, waardoor de ontwikkeling is aan te merken als stedelijke ontwikkeling en dient te worden getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling.

De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voor wonen kan dit schaalniveau de gemeentegrens overstijgen. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. Bij kleinschalige ontwikkelingen die geen gemeentegrens overstijgend effect hebben, is bovengemeentelijke afstemming niet nodig. Op basis van cijfers uit 2021 blijkt dat Broek op Langedijk 6.150 inwoners telt. De ontwikkeling van 52 woningen kan hiermee niet worden beschouwd als een significante ontwikkeling, maar ook geen kleinschalige ontwikkeling. Om deze reden is de ontwikkeling tevens gemotiveerd op bovengemeentelijk schaalniveau. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de langetermijnprognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien.

Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woningtypen, wooncategorieën en woonmilieu's. In paragraaf 4.1.3 is de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de beoogde ontwikkeling gemotiveerd. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". Het plangebied is ruimtelijk gelegen in het centrum van Broek op Langedijk en daarmee binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Dijk en Waard. 4.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=47bd62d0-ea3f-45fe-a8b7-b3e9f978472f