Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing Lindenlaan met (milieu)onderzoeken
Tekst van het document
Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland De planlocatie ligt op ongeveer 700 m van het Natuurnetwerk Nederland. Gelet op de aard en de omvang van de geplande werkzaamheden, wordt chter geen effect verwacht. Gezien de aard van de plannen, de reikwijdte daarvan en de locatie van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden is, buiten eventuele indirecte gevolgen door toegenomen stikstofemissie (zie hierna), op voorhand uit te sluiten dat beschermde gebieden onder de Wnb of andere (provinciaal) beschermde of aangewezen gebieden, direct beïnvloed worden door de plannen. Berekening stikstofdepositie In de Natuurbeschermingswet 1998 en Habitatrichtlijn is opgenomen dat een planologisch plan geen significante effecten mag hebben op Natura 2000. Natura 2000 is het Europese netwerk van natuurgebieden, maar het is ook de naam van het Europese beleid om de natuur en vooral de biodiversiteit in die gebieden te beschermen. Bouwplannen (ook kleinschalige plannen) kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatste van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Het gebruik van de woningen of inrichting (de gebruiksfase) kan leiden tot een emissie van stikstof. Deze emissie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas (voor verwarming) en het autoverkeer van bewoners en/of bezoekers van de planlocatie.
Ook kan sprake zijn van een emissie van stikstof als gevolg van de werkzaamheden in de aanlegfase, bijvoorbeeld als gevolg van de af- en aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats. Door Van der Goes en Groot is een Aeriusberekening uitgevoerd en is een notitie opgesteld om te beoordelen of de herontwikkeling een negatieve invloed heeft op de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In de berekeningen is nog zowel de aanlegfase als de gebruiksfase berekend. Voor 1
Ecologisch werkprotocol Lindenlaan, Els & Linde, 10 maart 2022 28
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
dat eerste geldt evenwel dat op grond van artikel 2.9a van de Wnb de gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door activiteiten van de bouwsector buiten beschouwing worden gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid. Op grond van artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming worden als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a van de wet aangewezen: het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen en het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen. Resteert dus de gebruiksfase. In de gerealiseerde bebouwing wordt door het afzien van stookinstallaties in de bebouwing (vrijwel) geen stikstof meer geëmitteerd. De transitie van oude bebouwing met zekere uitstoot van stikstof naar de beoogde bebouwing in dit project draagt daarmee bij aan de gewenste permanente daling van stikstof op kwetsbare natuurgebieden. Met het oog op de uitspraak van RvS inzake 5km-grens bij wegverkeer kan worden gesteld dat ook bij de bron ‘anders’ met dezelfde emissiewaarden een depositie van 0,00 mol/ha/jr is berekend.
Vanwege stikstof is er zodoende geen sprake van een significant negatief effect op enig Natura 2000gebied. Conclusie Het project is haalbaar voor wat betreft natuur.
3.7 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Begin 1992 ondertekende Nederland het Verdrag van Valletta/Malta. Daarmee heeft de zorg voor het archeologische erfgoed een prominentere plaats gekregen in het proces van de ruimtelijke planvorming. Uitgangspunten van het verdrag zijn het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming, het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse) en de introductie van het zogenaamde ‘veroorzakerprincipe’. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Ondertussen is dit vertaald in de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die op 1 september 2007 van kracht is geworden. Met name de Erfgoedwet is door de Wamz aangepast en gaat concreet in op de bescherming van archeologische waarden in bestemmingsplannen. Bureauonderzoek Door Hollandia Archeologen is met een bureauonderzoek aangetoond wat de verwachtingswaarde van het gebied is. De rapportage is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing.
Uit de rapportage blijkt het volgende: Rondom het plangebied hebben drie voorafgaande onderzoeken die in de omgeving van het voorliggende projectgebied zijn uitgevoerd, aangetoond dat er geen sporen van prehistorische bewoning of indicaties van bewoonbare gronden in de ondergrond aanwezig zijn.
29
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
Er zijn geen aanwijzingen voor het aantreffen van sporen ouder dan het einde van de 19 e eeuw. Om deze reden wordt archeologisch vervolgonderzoek niet geadviseerd.
Cultuurhistorie De bestaande bebouwing in het projectgebied heeft geen cultuurhistorische waarde. Er worden dan ook geen cultuurhistorische waarden aangetast als gevolg van de nieuwbouw. Conclusie Vanuit de aspecten archeologie en cultuurhistorie komen geen belemmeringen naar voren voor de uitvoerbaarheid van het project.
3.8 Bodemkwaliteit De bodemkwaliteit is van belang indien er sprake is van functieveranderingen of een ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de toekomstige functie. De actuele bodemsituatie van voorliggend perceel is niet bekend. Daarom is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Onderzoek Op de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1 en de tuinen van de percelen Middenweg 186-188 en Lindenlaan 1a is bodemonderzoek uitgevoerd, voorafgaand aan de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied “Lindebloesem”. Het onderzoek heeft bestaan uit een aantal onderdelen: - Een actualisatie onderzoek van een verontreiniging met benzine in grond en grondwater ter plaatse van Middenweg 194, als gevolg van een voormalige tankstation; - Een actualisatie en nader onderzoek van verontreiniging met brandstofproducten ter plaatse van de loods op Lindenlaan 1, als gevolg van het voormalige gebruik als garagebedrijf; Een nader asbestonderzoek van de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1, in verband met het aantreffen van asbesthoudend materiaal en puinbijmenging in de bodem tijdens voorgaand onderzoek; Een verkennend onderzoek van de tuin van Lindenlaan 1a, als onderdeel van het te her ontwikkelen plangebied; Een verkennend asbestonderzoek van de tuin van de percelen Middenweg 186-188, in verband met de aanwezigheid van puinbijmenging in de bodem.
De verontreinigingssituatie is in beeld gebracht ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Er is sprake van een aantal verontreinigingen, die gesaneerd dienen te worden bij de herontwikkeling: I. De verontreiniging met benzine in grond en grondwater ter plaatse van het voormalig tankstation. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is. De omvang is geraamd op 560 m3 in grond (waarvan 250 m3 sterk) en 1.440 m3 in grondwater (waarvan 500 m3 sterk). II. De verontreinigingen met olie onder en langs de loods op Lindenlaan 1. Deze bestaat uit een geringe spot met olie in grond aan de voorzijde en een grotere verontreiniging in grond en grondwater aan de noordoostzijde van de loods. Het betreft een combinatie van diesel/HBO en een zwaardere oliesoort, die worden toegeschreven aan de voormalige activiteiten van het 30
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
garagebedrijf op de locatie. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is. De omvang is geraamd op (totaal) 525 m3 in grond (waarvan 145 m3 sterk) en 540 m3 in grondwater (waarvan 180 m3 sterk). III. Een tweetal verontreinigingen met asbest in grond: de bovengrond ter plaatse van de tuin van Middenweg 194 (circa 5-10 m3 ) en de asbesthoudende grondrug ter plaatse van sleuf SL05 langs de loods op Lindenlaan 1 (circa 5-10 m3 ). Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is. IV. De spot met sterke verhoging aan zink in de tuin van Middenweg 186-188 dient apart te worden ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker (circa 10 m3 ). Dit betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. In de tuin van Lindenlaan 1a zijn geen verhogingen aangetoond, die de ontwikkeling belemmeren. In de tuin van Middenweg 186-188 is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. De verontreinigingssituatie is voldoende in beeld. Voor de herontwikkeling van de percelen dient een saneringsplan te worden opgesteld en goedgekeurd door het bevoegd gezag Wet Bodembescherming. De sanering dient te worden uitgevoerd door daartoe gecertificeerde bedrijven (aannemer BRL 7000 en milieukundige begeleiding BRL 6000) en onder de juiste veiligheidscondities.
Omdat sprake is van werkzaamheden met asbesthoudende grond, dienen de werkzaamheden (in ieder geval gedeeltelijk) te worden uitgevoerd onder veiligheidsklasse 3T en onder begeleiding van een daartoe erkende veiligheidskundige. In deze rapportage is de omvang van de verontreinigingen vastgesteld, zoals deze aanwezig is in de bodem. Indien de verontreiniging wordt gesaneerd middels ontgraving, dient rekening gehouden te worden met het feit dat de hoeveelheid vrijkomende grond niet overeen hoeft te komen met de vermelde omvang van de verontreiniging. De hoeveelheid te ontgraven grond hangt namelijk onder andere af van de randvoorwaarden van een saneringsplan (terugsaneerwaarde), eventuele graafverliezen (bijvoorbeeld ontgraving onder talud, ontgraving van een niet verontreinigde toplaag) en het verschil tussen losse en vaste kuubs grond. Conclusie Het saneringsplan wordt opgesteld en zal (als voorwaarde) onderdeel uitmaken van de omgevingsverordening.
3.9 Waterhuishouding In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen (of het voeren van vergelijkbare procedures). In het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) dat verplicht is bij ruimtelijke procedures, wordt vooroverleg gepleegd met de waterbeheerder, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van 31
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema’s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Keur en algemene regels In 2016 heeft het hoogheemraadschap een nieuwe Keur en bijbehorende Algemene Regels vastgesteld. Artikel 4.2 Verbod versnelde afvoer door verhard oppervlak is in de nieuwe Keur gewijzigd. In de nieuwe Keur 2016 is nu het volgende opgenomen: "Artikel 3.3 Verbod versnelde afvoer door nieuw verhard oppervlak. Het is verboden zonder watervergunning van het bestuur neerslag door nieuw verhard oppervlak versneld tot afvoer te laten komen." In de Algemene Regels 2016 zijn vervolgens de volgende aanvullingen opgenomen: "Artikel 23. nieuw verhard oppervlak. Op grond van artikel 3.9, eerste lid van de keur geldt een vrijstelling van de vergunningplicht van artikel 3.3 voor het aanbrengen van nieuw verhard oppervlak indien: 1.
de bebouwing of verharding van de onverharde grond door een of meer aaneengesloten bouwplannen met een gezamenlijke oppervlakte minder dan 800 m² bedraagt en; 2. de aanleg van nieuw verhard oppervlak minder dan 10% van het oppervlak van het desbetreffende peilvak beslaat en; 3. het desbetreffende watersysteem de toename van de piekafvoer kan verwerken." Watertoets Er wordt geen water gedempt of gebouwd binnen de beschermingszone van een (regionale) waterkering. Er wordt niet gewerkt met uitloogbare materialen. Aangesloten wordt op het aanwezige gescheiden rioolsysteem. Het hemelwater wordt gescheiden afgevoerd. Het bebouwd oppervlakte in de bestaande situatie beslaat 685,9m2 (conform kadastrale kaart) en in de nieuwe situatie 1325,2m2. De toename bedraagt derhalve ca. 640m2. Gelet hierop en het gestelde in de Keur, wordt geconcludeerd dat er geen compensatiemaatregelen nodig zijn en het aspect water geen belemmering vormt.
3.10 Duurzaamheid Er zal worden voldaan aan de wettelijke verplichtingen die er bestaan t.a.v. duurzaamheid, waaronder met name BENG en Bouwbesluit.
3.11 Besluit milieueffectrapportage In het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt in MER-beoordelingsplichtige activiteiten en MER-plichtige activiteiten. Voor stedelijke ontwikkelingsprojecten waar op grond van het Besluit niet direct een MER-beoordelingsplicht of MER-plicht geldt, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze 32
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Vooropgesteld wordt dat het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' ruimte voor interpretatie laat. Mede daardoor kan ook discussie ontstaan over de vraag wanneer sprake is van een wijziging van een dergelijk project. Niet iedere mogelijk gemaakte (wijziging van een) stedelijke ontwikkeling, hoe ondergeschikt ook, kan aangemerkt worden als een wijziging van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Beoordeling De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 39 woningen ter vervanging van bestaande bebouwing waarbinnen bedrijvigheid en centrumfuncties mogelijk zijn en waar binnen ook reeds een woning mogelijk is. Het ruimtegebruik neemt toe, maar gezien het karakter van de omgeving als gemengd gebied en de aard van de herontwikkeling (bedrijfs- en centrumfuncties naar wonen), zijn nadelige gevolgen voor het milieu niet te verwachten. Uit voorliggende ruimtelijke onderbouwing blijkt verder ook dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De conclusie is dan ook dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.
Mocht toch blijken dat er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, dan toont de voorliggende ruimtelijke onderbouwing aan dat geen sprake is van nadelige gevolgen voor het milieu en dat een mer-beoordeling niet aan de orde is.
33
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid Uit de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is niet gebleken dat er een financieel risico bestaat voor de uitvoerbaarheid van het project. De gronden zijn in eigendom van de ontwikkelaar die de kosten voor de herontwikkeling draagt. Via een anterieure overeenkomst wordt dit vastgelegd. In deze overeenkomst wordt ook vastgelegd dat het eventuele risico op planschade voor rekening komt van de ontwikkelaar.
4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Op 15 september 2021 heeft een informatie-avond plaatsgevonden, er waren 6 aanwezigen, die allen enthousiast waren. Een besluit tot afwijken van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb (Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure). Ten aanzien van het ontwerpbesluit kan een ieder gedurende de inzagetermijn mondeling of schriftelijk een zienswijze indienen bij het college. De vastgestelde ruimtelijke onderbouwing wordt samen met het ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Mochten hierop zienswijzen worden ingebracht, dan volgt een belangenafweging, waarna het college een besluit neemt.
4.3 Vooroverleg In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bor wordt het plan voorgelegd aan betrokken bestuursorganen, nutsbedrijven en andere instanties.
5 Conclusie Het voorliggende initiatief is een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling. Voor het gevraagde kan een besluit tot afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 eerste lid sub a, onder 3° van de Wabo genomen worden. Het Rijks-, provinciale of gemeentelijke beleid werpt geen belemmeringen op en ook vanuit de omgevingsaspecten zijn geen belemmeringen te verwachten. Op diverse milieuaspecten is onderzoek uitgevoerd. Hieruit zijn geen belemmeringen naar voren gekomen. De herontwikkeling past binnen de visie die voor ogen wordt gehouden met het bestaand stedelijk gebied. Binnenstedelijke uitbreidingen krijgen de voorkeur boven buitenstedelijke uitbreidingen. Het voorliggende projectgebied heeft een lage kwalitatief ruimtelijke uitstraling en dat wordt met voorliggende herontwikkeling aanzienlijk verbetert. Voort past het toevoegen van de appartementen binnen de visies op het gebied van wonen. 34
Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan
24 maart 2022
35
PROJECT 16694 VERKENNEND, ACTUALISATIE & NADER BODEMONDERZOEK MIDDENWEG 194, LINDENLAAN 1-1A EN MIDDENWEG 186-188 TE HEERHUGOWAARD
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 16694
Titel
Verkennend, actualisatie en nader bodemonderzoek Middenweg 194, Lindenlaan 1-1a en Middenweg 186-188 te Heerhugowaard
Projectleider
Mevr. drs. L.E.M. van Schagen
Adviseur
Dhr. R.J.N. van de Ven, MSc
Datum rapport
16 maart 2017
Opdrachtgever
Fam. A. Renses & P. Renses p/a Jan Glijnisweg 14-16 1703 RL HEERHUGOWAARD
Contactpersoon
VOF Lindebloesem Dhr. P. Schraverus
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.1.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 16694
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL 1.1 Inleiding 1.2 Doel van de onderzoeken
1 1 1
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1 Algemeen 2.2 Huidige situatie 2.3 Gegevens voorafgaand aan het onderzoek 2.4 Historie 2.5 Verontreinigingssituatie 2.6 Toekomstige situatie 2.7 Regionale bodemopbouw en geohydrologie 2.8 Onderzoeksopzet
3 3 3 3 4 6 7 7 8
3
WERKZAAMHEDEN 3.1 Veldwerk 3.2 Resultaten veldwerk 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater
11 11 11 11 13
4
CHEMISCHE ANALYSES 4.1 Toetsingskader 4.2 Analyses grond 4.3 Analyses grondwater
14 14 15 18
5
ASBESTANALYSES 5.1 Toetsingskader asbest 5.2 Analyseresultaten
21 21 21
6
VERONTREINIGINGSSITUATIE 6.1 Voormalig tankstation Middenweg 194 6.2 Olieverontreinigingen loods Lindenlaan 1 6.3 Asbestspots Middenweg 194 en Lindenlaan 1 6.4 Overige bodemkwaliteit
24 24 24 25 25
7
CONCLUSIES
26
BIJLAGEN BIJLAGE I : Kaartmateriaal BIJLAGE II : Boorbeschrijvingen BIJLAGE III : Toetsingstabellen BIJLAGE IV : Analysecertificaten BIJLAGE V : Afleiding spoedeisendheid sanering Sanscrit BIJLAGE VI : Verklarende woordenlijst
1
1
INLEIDING EN DOEL
1.1
Inleiding
Project 16694
Door VOF Lindebloesem is namens de familie Renses aan Grondslag opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend, actualisatie en nader bodemonderzoek op de percelen Middenweg 194, Lindenlaan 1-1a en Middenweg 186-188 te Heerhugowaard. Men is voornemens de locatie te herontwikkelen voor de functie wonen met tuin en een gedeelte met bedrijfsfunctie (detailhandel). Het plan bestaat uit twee woonpercelen achter Middenweg 186-188, een woonblok met binnentuin en bergingen op Lindenlaan 1/1a en winkelruimte (begane grond) op het perceel Middenweg 194. Daarnaast wordt de tussenliggende openbare ruimte opnieuw ingericht met een plein, wegen, groen en parkeervakken. Op de locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd, waaruit blijkt dat het terrein plaatselijk is verontreinigd. Op het perceel Middenweg 194 is in het verleden een tankstation aanwezig geweest. Ter plaatse is in de bodem een geval van ernstige bodemverontreiniging met olie (benzine) en aromaten aanwezig, met sterke verhogingen in grond en grondwater. Daarnaast zijn op het perceel Lindenlaan 1 enkele oliespots (diesel/HBO) aanwezig met een geringe omvang nabij en onder de loods. De onderzoeken zijn uitgevoerd voorafgaand aan het op te stellen saneringsplan voor de ontwikkeling van de locatie en bestaan uit: -
een actualisatie en nader onderzoek naar de mobiele verontreinigingen ter plaatse van de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1; een nader onderzoek asbest ter plaatse van de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1; een verkennend asbest onderzoek ter plaatse van percelen achter de Middenweg 186-188; een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van een gedeelte van Lindenlaan 1a.
De gegevens van het uitgevoerde onderzoek zijn gezamenlijk in onderhavige rapportage uitgewerkt. 1.2
Doel van de onderzoeken Het actualisatie en nader onderzoek naar de mobiele verontreinigingen ter plaatse van de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1 heeft als doel: - actualisatie van het nader bodemonderzoek uit 2010 voor de mobiele brandstof- en olieverontreiniging ter plaatse van het voormalig tankstation, in zowel grond als grondwater; - het actualiseren en zo nodig verder afperken van de olieverontreinigingen ter plaatse van de loods aan de Lindenlaan 1, in horizontale en verticale richting, in zowel grond als grondwater; - het beoordelen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met brandstofproducten; - het beoordelen of er sprake is van een spoedeisende sanering in het kader van de Wet bodembescherming voor de bodemverontreiniging met brandstofproducten.
2
Project 16694
Het nader asbest onderzoek ter plaatse van de percelen Lindenlaan 1 en Middenweg 194 heeft als doel: - het bepalen van de aard, mate en omvang van een eventuele asbestverontreiniging, naar aanleiding van het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal in de bodem en verdachte bodemlagen tijdens voorgaand onderzoek; - het beoordelen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest; - het beoordelen of er sprake is van een spoedeisende sanering in het kader van de Wet bodembescherming voor de bodemverontreiniging met asbest. Het verkennend asbest onderzoek ter plaatse van de percelen achter de Middenweg 186-188 heeft als doel: - met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest, naar aanleiding van het aantreffen van bodemvreemde bijmenging in de bodem tijdens voorgaand onderzoek. Het doel van het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het achter terrein Lindenlaan 1a is het beoordelen: - van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de Lindenlaan 1a en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde woonbestemming. Het nader en actualisatie onderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NTA 5755 voor nader onderzoek. Het asbestonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (puin).
Het verkennend bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740.
3
2
LOCATIEGEGEVENS
2.1
Algemeen
Project 16694
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen. In tabel 2.1 zijn de algemene gegevens van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.1: Gegevens onderzoekslocatie Locatieadres Ligging locatie: gemeente provincie
Heerhugowaard Noord-Holland
Totale oppervlakte onderzoekslocatie
2635 m2
Kadastrale aanduiding: gemeente sectie nummer
2.2
Middenweg 194, Middenweg 186-188 (gedeeltelijk), Lindenlaan 1 en Lindenlaan 1a (gedeeltelijk) te Heerhugowaard
Heerhugowaard N 2744 2745 2750 2751 5047 6174
X-coördinaat Y-coördinaat
118,2 520,2
Bevoegd gezag: Wet bodembescherming (Wbb) Overige milieuzaken
Provincie Noord-Holland Omgevingsdienst Noord-Holland Noord
Huidige situatie Op het perceel Middenweg 194 is een woonhuis met een voortuin aanwezig. Daarachter bevindt zich thans, aan de Lindenlaan 1, een kledingwinkel met voorterrein (asfaltverhard), met aansluitend een bedrijfspand en bergingsruimte van de familie Renses. Achter de loods aan de Lindenlaan 1 is een kleine boomgaard aanwezig. Aan de voorzijde is langs de loods een met tegels verhard trottoir aanwezig, met daarnaast de openbare weg (Lindenlaan). De achterterreinen van de Lindenlaan 1a en Middenweg 186-188 zijn in gebruik als tuin en gedeeltelijk verhard met tegels of asfalt. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.
2.3
Gegevens voorafgaand aan het onderzoek Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - huidige eigenaar - voorgaande onderzoeken Van de locatie zijn de volgende rapporten bekend: - Verkennend en nader bodemonderzoek Lindenlaan 1 / Middenweg 194 te Heerhugowaard, Grondslag BV project 16694 d.d. 6 december 2010;
4
-
Project 16694
Verkennend bodemonderzoek achter Middenweg 186-188 te Heerhugowaard, Grondslag BV project 16614 d.d. 4 november 2010; Actualisatie bodemonderzoek perceel naast Lindenlaan 2C (N6103 ged.) te Heerhugowaard, Grondslag BV project 16614-II d.d. 22 november 2010.
Met de voorgaande onderzoeken is reeds een uitgebreid historisch onderzoek uitgevoerd, onderstaande gegevens zijn hieruit overgenomen. 2.4
Historie Zover bekend zijn er geen sloten gedempt, is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. In de periode 1950 tot heden zijn op de locatie diverse bouwvergunningen afgegeven. In onderstaande tabel 2.2 is een overzicht gegeven van de voor het bodemonderzoek relevante vergunningen. Tabel 2.2: Overzicht relevante bouwvergunningen Datum
Opdrachtgever
Adres
Bouwplan
12-09-1955
P. Renses
Middenweg 194
Bouwen van twee autoboxen
1958
P. Renses
Lindenlaan 1
Bouw van een garage
1960
P. Renses
Middenweg 194
Bouw van een kiosk
21-10-1964
P. Renses
Middenweg 194
Bouw van een doorsmeerstation met olieruimte
1966
P. Renses
Lindenlaan 1
Uitbreiden van een garage
Op de locatie hebben diverse vergunde activiteiten plaatsgevonden die (mogelijk) de bodem hebben verontreinigd. In tabel 2.3 is hiervan een overzicht gegeven. Tabel 2.3: Overzicht relevante bouwvergunningen Datum
Vergunde
Adres
Vergunde activiteit
28-07-1950
P. Renses
Lindenlaan 1
Plaatsen van een tank met pompinstallatie
24-06-1958
P. Renses
Lindenlaan 1
Oprichten van een brandstof afleverinstallatie met twee ondergrondse tanks
07-02-1962
P. Renses
Middenweg 194
Uitbreiden van een benzinepompinstallatie (met kiosk)
07-12-1966
P. Renses
Middenweg 194
Bijplaatsen van een superbenzine-automaat
23-08-1971
P. Renses
Middenweg 194
Vergroten opslag superbenzine
10-04-1979
P. Renses
Lindenlaan 1
Herstelinrichting voor en verkoop van automobielen (met showroom), opslag van afgewerkte olie.
Op de locatie zijn, voor zover bekend, diverse ondergrondse opslagtanks in gebruik geweest op tien verschillende tanklocaties (waarvan zes in een tankcluster). Veel van deze tanks behoorden tot het tankstation van Total dat op de locatie actief is geweest, anderen tot het garagebedrijf. Het tankstation is een aantal malen uitgebreid en heringericht. Hierbij zijn enkele tanks verplaatst en/of verwijderd. Daarnaast hebben zich op vijf plaatsen afleverinstallaties bevonden. In tabel 2.4 is een overzicht gegeven van de (voormalige) ondergrondse tanks op de locatie met de periode waarin ze in gebruik waren.
Project 16694
5
Tabel 2.4: Overzicht (ondergrondse) tanks op locatie Periode van gebruik Tanknr.
Volume
Stoftype
Van
tot
Bijzonderheden
1
3 m³
Benzine
1950
1958
Met pompinstallatie, waarschijnlijk verwijderd bij bouw garage in 1958.
2
6 m³
Gasolie
1958
1962
Met pompinstallatie aan straatzijde Lindenlaan, verplaatst, zie 4.
3
6 m³
Benzine
1958
1962
Gedeelde pomp met 2, verplaatst, zie 5.
4
6 m³
Gasolie
1962
1981
Pompinstallatie aan Middenweg, voorgevel woning Middenweg 194
5
6 m³
Benzine
1962
1981
Gedeelde pomp met 4
6
6 m³
Superbenzine
1962
1971
Gedeelde pomp met 4, per 1966 eigen pomp aan voorgevel woning Middenweg 194.
7
3 m³
Mengsmering
1962
1981
Pompinstallatie voor kiosk, per 1966 aan linkerzijde voorgevel.
8
20 m³
Superbenzine
1971
1981
Pompinstallatie aan Middenweg, voorgevel woning Middenweg 194
9
3 m³
Superbenzine
1971
1981
Pomp aan voorgevel woning Middenweg 194.
10
3 m³
Afgewerkte olie
1978
1981?
t.h.v.
t.h.v.
Van de verschillende ondergrondse tanks is de ligging weergegeven op de overzichtstekening in bijlage I. De tanklocaties zijn ingemeten aan de hand van diverse Hinderwettekeningen. Van tanklocatie 1 is de ligging niet geheel zeker. De ligging, zoals aangegeven op de tekening is bepaald aan de hand van een tekening waarvan de maatvoering niet geheel lijkt te kloppen. Mogelijk heeft de tank ter plaatse van de huidige kledingzaak “De Linde” gelegen. In 1980 heeft de gemeente Heerhugowaard een schrijven gestuurd aan Aad Renses Automobielbedrijf over het aanbrengen van kathodische bescherming op de tanks (d.d. 30-091980, kenmerk RSGvB/1709). Hierin stelt de gemeente dat de tanks en leidingen gecontroleerd dienen te worden gekeurd om na te gaan of kathodische bescherming noodzakelijk is. In de brief wordt vermeld dat recentelijk een ondergrondse leiding is hersteld. Uit gegevens van de gemeente blijk dat in januari 1981 het benzinestation is opgeheven. In 1983 zijn alle tanks gevuld met zand en is de gehele installatie buiten werking gesteld. Het is niet duidelijk of dit ook betrekking heeft op de afgewerkte olietank. In week 8 van 1987 zijn drie tanks met een inhoud van 6 m³ en drie tanks met een inhoud van 3 m³ gepeild, geleegd en afgevuld met absorberend hardschuim.
Volgens informatie van de opdrachtgever zijn de tanks van de locatie verwijderd, verdere gegevens hieromtrent ontbreken. Bij www.bodemloket.nl is geen informatie aangaande de onderzoekslocatie bekend. Ook in het gemeentearchief zijn geen bodemonderzoekrapporten bekend. Gedeeltelijk (Middenweg 194) valt de onderzoekslocatie binnen de zone “Oudere woongebieden en bedrijven / overige woongebieden, bedrijven en buitengebied (B4/O5)” van de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo (juli 2015). In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor
6
Project 16694
barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel, minerale olie, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. Voor lood en zink wordt de tussenwaarde overschreden. In de ondergrond overschrijdt de 95-percentielwaarde voor kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, minerale olie, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. Het overige deel van de onderzoekslocatie bevindt zich binnen zone “Overige woongebieden, bedrijven en buitengebied (B6/O5)” van de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Alkmaar, Bergen, Castricum, Heerhugowaard en Heiloo (juli 2015). In de bovengrond van deze zone overschrijdt de 95-percentielwaarde voor barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, minerale olie, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. In de ondergrond overschrijdt de 95-percentielwaarde voor kobalt, koper, kwik, lood, nikkel, zink, minerale olie, PAK en PCB de (generieke) achtergrondwaarde. 2.5
Verontreinigingssituatie De verontreinigingssituatie wordt hieronder per locatie kort beschreven, zoals blijkt uit de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken (paragraaf 2.3): Middenweg 194/Lindenlaan 1 Het algemene beeld is dat de grond en het grondwater (hooguit) licht verontreinigd zijn met zware metalen. Plaatselijk is de bovengrond matig verontreinigd met zink. Ook blijkt de bovengrond plaatselijk licht verontreinigd met minerale olie, waarbij het oliechromatogram duidt op een zwaardere oliesoort. Op vier plaatsen is een mobiele verontreiniging aangetroffen, met olie en/of aromaten in grond en/of grondwater: - Ter plaatse van het voormalige tankstation op het perceel Middenweg 194 zijn grond en grondwater sterk verontreinigd met minerale olie (benzine) en aromaten. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, sanering van de verontreiniging is niet spoedeisend; - Ter plaatse van de voorzijde van het pand op Lindenlaan 1 is op twee plaatsen de bovengrond sterk verontreinigd met minerale olie (diesel/HBO). De oorzaak betreft vermoedelijk de voormalige aanwezigheid van een ondergrondse tank en werkput (boring 101) en voormalige olieopslag (boring 113). Het grondwater ter plaatse is hooguit licht verontreinigd.
Hoewel niet kan worden uitgesloten dat de twee oliespots in elkaar overlopen onder het pand, is hier naar verwachting geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging; - Ter plaatse van het bedrijfspand op Lindenlaan 1 is plaatselijk de bovengrond matig verontreinigd met minerale olie (diesel/HBO). Dit betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse van boring 202, direct naast de woning op Middenweg 194, is in twee bodemlagen asbesthoudend materiaal aangetroffen. De omvang van de mobiele verontreinigingen is in 2010 in kaart gebracht voor zover de terreinsituatie dit mogelijk maakte (bebouwing). Ter plaatse van de woning en het bedrijfspand op Middenweg 194 zijn inpandig geen boringen verricht. Ter plaatse van het bedrijfspand op Lindenlaan 1 is beperkt onderzoek uitgevoerd. De tanks van het oude tankstation zijn in 1987 gesaneerd en op een later tijdstip verwijderd uit de bodem.
7
Project 16694
Percelen achter Middenweg 186-188 In de bovengrond is plaatselijk een sterke verhoging aan zink aangetoond (boring 01). Verder zijn hooguit lichte tot matige verhogingen aan zink in de bovengrond aangetoond. Voor de overige parameters zijn in de bovengrond hooguit lichte verhogingen aangetoond. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhogingen aangetoond. Door middel van aanvullend onderzoek is vastgesteld dat de sterke verhoging aan zink in de bovengrond ter plaatse van boring 01 een geringe omvang heeft. In de omliggende boringen 101 t/m 103 en 03 zijn hooguit lichte verhogingen aan zink aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet Bodembescherming. Op de locatie is een HBO-tank aanwezig geweest. Ter plaatse van de voormalige HBO-tank zijn geen verhogingen aan minerale olie en/of aromaten aangetoond. De HBO-tank is in het verleden reeds verwijderd van de locatie. Perceel naast Lindenlaan 2C (N6103 ged.) In de bovengrond zijn lichte verhogingen aan diverse metalen, PAK en minerale olie aangetoond. Tevens is plaatselijk (boring/peilbuis 1) in de ondergrond een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond en in het grondwater lichte verhogingen aan minerale olie en aromaten (diesel/benzine). Verder zijn in het grondwater lichte verhogingen aan VOCl aangetoond.
De lichte verhogingen aan minerale olie en/of aromaten in grond en grondwater en VOCl in grondwater vormen geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Er is geen aanleiding om te verwachten dat deze verontreinigingen onderdeel uitmaken van een groter geval van mobiele verontreiniging. 2.6
Toekomstige situatie Men is voornemens de locatie te herontwikkelen voor de functie wonen met tuin en een gedeelte met bedrijfsfunctie (detailhandel). Het plan bestaat uit twee woonpercelen achter Middenweg 186-188, een woonblok met binnentuin en bergingen op Lindenlaan 1/1a en winkelruimte (begane grond) op het perceel Middenweg 194. Daarnaast wordt de tussenliggende openbare ruimte opnieuw ingericht met een plein, wegen, groen en parkeervakken.
2.7
Regionale bodemopbouw en geohydrologie De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw en geohydrologie (tabel 2.5) zijn afkomstig van de digitale Grondwaterkaart van Nederland (kaartdeel Provincie Noord-Holland, TNONITG, 2003).
Project 16694
8
Tabel 2.5: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv)
samenstelling
Formatie
Geohydrologische eenheid
0-18
schelp- en kalkhoudende kleien, zeer fijne tot matig grove zanden, veen
Naaldwijk, Nieuwkoop
deklaag
18-26
Zand, zeer fijn tot matig grof, zwak tot sterk siltig, lokaal zwak tot sterk grindhoudend.
Boxtel, Kreftenheye
1e watervoerend pakket
26-29
Zand, fijn tot matig grof en klei, kalk- en schelphoudend
Eem, Drente
1e scheidende laag
29-153
Matig fijn tot uiterst grof zand, zwak tot sterk grindhoudend.
Urk, Appelscha
2e watervoerend pakket
153-258
Matig grof tot uiterst grof zand, plaatselijk grindhoudend.
Peize
3e watervoerend pakket
>258
Matig fijn tot matig grof schelphoudend zand, afgewisseld met zandige klei.
Maassluis, Oosterhout, Breda
Geohydrologische basis
Grondwater De hoogte van het maaiveld in de omgeving van Heerhugowaard varieert tussen circa 2,0 tot 3,0 m-NAP. De stijghoogte van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 2,5 m-NAP. Uit de isohypsenkaart wordt afgeleid dat de regionale grondwaterstroming van het eerste watervoerend pakket zuidoostelijk is gericht. De kD waarde van het eerste watervoerend pakket bedraagt circa 30 tot 100 m2/dag. Het freatisch grondwater is tijdens het onderhavig onderzoek vastgesteld op een diepte van globaal 0,5-1,0 m-mv. Er kan geen eenduidige grondwaterstromingsrichting voor het freatisch grondwater worden vastgesteld. Deze wordt beïnvloed door lokaal aanwezig oppervlaktewater. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterwingebied. 2.8
Onderzoeksopzet In tabel 2.6 is de onderzoeksopzet weergegeven van het onderzoek, per onderdeel. Het actualisatie onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 voor nader onderzoek. Het asbestonderzoek volgt de NEN 5707 (bodem) en/of NEN 5897 (puin). Het verkennend bodemonderzoek volgt de NEN 5740.
Project 16694
9
Tabel 2.6: Overzicht werkzaamheden en analyses Werkzaamheden 1)
Lindenlaan 1 – spots voorzijde boring in kern: - naast 101, tot max 2 m-mv - naast 113, tot max 2 m-mv herbemonstering bestaande peilbuizen: - 113 (1,5-2,5) kern - 101 (1,8-2,8) kern Lindenlaan 1 – spot binnen boring in kern: - naast 10, tot max 1 m-mv herbemonstering bestaande peilbuis: - 216 (1,7-2,7) kern Lindenlaan 1 – inpandig - boringen tot 0,5 m-gws
Percelen achter Middenweg 186-188: gaten handmatig (minimaal 0,3 x 0,3 x 0,5 m-mv) waarvan met boring
1
olie/aromaten in grond (steekbus)
3
6
olie/aromaten in grondwater
6
2
olie in grond
2
2
olie/aromaten in grondwater
2
1
olie in grond
1
1
olie/aromaten in grondwater
1
5
olie in grond
2
10
asbest in verzamelmonster asbest in grond (10 kg) asbest in puin (25 kg)
4 2 1
4
asbest in verzamelmonster asbest in grond (10 kg)
0 1
NEN grond NEN grondwater
2 1
1
Verkennend onderzoek achterterrein Lindenlaan 1a NEN 5740
boring 0,5 m-mv boring 0,5 m-gws boring met peilbuis
#
Aantal #
Asbestonderzoek NEN 5707 / NEN 5897
Middenweg 194/Lindenlaan 1: sleuven met kraan (minimaal 2,0 m x 0,3 m tot in onverdachte ondergrond)
3)
Analyses
Actualisatie onderzoek mobiele verontreinigingen Middenweg 194 en Lindenlaan 1 + aanvullend onderzoek Lindenlaan 1 (onder het bestaande pand)
Middenweg 194 – benzineverontreiniging: boring in kern: - naast 106 / 202, tot max 4 m-mv herbemonstering bestaande peilbuizen: - 106 (1,6-2,6) kern - 109 (1,5-2,5) horizontaal - 203 (1,6-2,6) horizontaal - 104 (1,5-2,5) horizontaal - 206 (1,8-2,8) horizontaal - 201 (4,2-4,8) verticaal
2)
Aantal
2 1 1
aantal analyses is mede afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen tijdens het veldwerk
Ad 1) Het actualisatie onderzoek richt zich op de mobiele verontreinigingen ter plaatse van de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1. Voor de benzineverontreiniging ter plaatse van het voormalige tankstation richt het onderzoek zich op het grondwater, waarbij een aantal geselecteerde bestaande peilbuizen worden herbemonsterd. Actualisatie van de verontreiniging in de grond vindt plaats middels een boring in de kern, ter (her)bepaling van de mate van verontreiniging. Ter plaatse van de overige oliespots (HBO/diesel) richt het onderzoek zich op de grond, hier zijn in 2010 in grond matige tot sterke verhogingen aan olie aangetoond en bleek het grondwater hooguit licht verontreinigd. Grondwater uit de bestaande peilbuizen wordt herbemonsterd om dit te verifiëren. In het pand Lindenlaan 1 zijn 5 extra boringen voorzien, om te beoordelen of er nog andere oliespots aanwezig zijn onder het pand.
10
Project 16694
Ad 2) Het asbestonderzoek richt zich op boring 202, waar eerder asbest is aangetroffen in de ondergrond. Ter plaatse van de overige terreindelen waar met de voorgaande onderzoeken een significante puinbijmenging is aangetroffen wordt eveneens een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Dit betreft een deel van de grond van Middenweg 194 en de grond rondom het pand op Lindenlaan 1, waarin vermoedelijk asbest is verwerkt. Tevens is plaatselijk een puinlaag aangetroffen onder de verharding (11, 215, 217, 211 en 203). Omdat het asbest c.q. de puinbijmenging tot een diepte variërend tussen 0,4 en 1,8 m-mv voorkomt, wordt voorzien in een onderzoek door middel van het graven van sleuven. Ter plaatse van de twee geplande woonblokken achter Middenweg 186-188 wordt een verkennend asbestonderzoek met graafgaten (handmatig) uitgevoerd, hier is de bijmenging met name in de bovengrond aanwezig. Ad 3) Het verkennend asbestonderzoek betreft het achterterrein van Lindenlaan 1a. De oppervlakte betreft circa 200 m2. De onderzoeksopzet volgt de NEN 5740 voor een onverdachte locatie.
Project 16694
11
3
WERKZAAMHEDEN
3.1
Veldwerk De verrichte werkzaamheden tijdens het verkennend en nader onderzoek zijn samengevat in tabel 3.1. Tabel 3.1: verrichte werkzaamheden Onderzoek en locatie
Verrichting
Datum
Persoon
Geldend protocol
Actualisatie onderzoek Middenweg 194 (voormalig tankstation)
Verrichten boringen/peilbuizen 301, SL03
9+10 januari 2017
dhr. P. Hegeman
2001
Verrichten boringen/peilbuizen 302, 303, SL10
17 januari 2017
dhr. J.W Visser
Watermonstername 104, 106, 201, SL10, 302, 303, 309
24 januari 2017
dhr. R.B. Hager
2002
Verrichten boring/peilbuis SL02, SL03, SL06
9+10 januari 2017
dhr. P. Hegeman
2001
Verrichten boringen 304 t/m 308
17 januari 2017
dhr. J.W Visser
Verrichten boringen/peilbuizen 401 t/m 404, 411 en 412
2 maart 2017
dhr. R.B. Hager
Watermonstername 216, 301
17 januari 2017
dhr. J.W Visser
2001
Watermonstername SL02, SL03 en SL06
24 januari 2017
dhr. R.B. Hager
2002
Watermonstername 402 en 412
14 maart 2017
dhr. P. Hegeman
2002
Verrichten asbest sleuven SL01 t/m SL10
9+10 januari 2017
dhr. P. Hegeman
2018
Verrichten inspectiegaten 405 t/m 410
2 maart 2017
dhr. R.B. Hager
Verrichten boringen/peilbuis 310 t/m 313
17 januari 2017
dhr. J.W Visser
2001
Watermonstername 312
24 januari 2017
dhr. R.B. Hager
2002
Verrichten inspectiegaten 314 t/m 317
17 januari 2017
dhr. J.W Visser
2018
Actualisatie en nader onderzoek (olie) Lindenlaan 1 ( loods)
Nader asbestonderzoek Middenweg 194 en Lindenlaan 1 Verkennend bodemonderzoek tuin Lindenlaan 1a Verkennend asbestonderzoek tuin Middenweg 186-188
De ligging van de boringen, peilbuizen en sleuven is weergegeven in bijlage I. Een aantal van de vooraf geselecteerde peilbuizen voor herbemonstering bleek niet meer op de locatie aanwezig. Daartoe is een aantal nieuwe peilbuizen geplaatst, ter vervanging. In verband met het aantreffen van olieverontreiniging naast de loods, is in een tweede fase (maart 2017) aanvullend nader onderzoek uitgevoerd, om deze verontreiniging af te perken. Tevens is in deze tweede fase aanvullend afperkend asbestonderzoek uitgevoerd. 3.2
Resultaten veldwerk
3.2.1 Grond Bodemopbouw Ter plaatse van het perceel Lindenlaan 1 bestaat de bovengrond tot circa 1 m-mv voornamelijk uit klei. De ondergrond bestaat uit zand. Ter plaatse van de loods bestaat de bodem voornamelijk uit zand. Ter plaatse van het perceel Middenweg 194, ter hoogte van het voormalige tankstation, bestaat de bodem hoofdzakelijk uit zand, waarbij zowel in de boven- als de ondergrond zandige kleilagen aanwezig zijn. Ter plaatse van boring 201 bestaat de bodem tot 3,9 m-mv uit zand,
Project 16694
12
waaronder klei aanwezig is. Ter plaatse van het overige deel van het perceel bestaat de bovengrond hoofdzakelijk uit klei en de ondergrond uit zand. Ter plaatse van de Lindenlaan 1a bestaat de bovengrond voornamelijk uit klei. De ondergrond tot een diepte van 2,3 m-mv bestaat uit zand. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen grond In tabel 3.2 zijn de zintuiglijke waarnemingen aan grond weergegeven, voor zover deze kunnen duiden op een verontreiniging met brandstof. Tabel 3.2: Waarnemingen grond (olie/brandstof) Boring
Diepte (m-mv)
Bodemtype
Waarneming
Middenweg 194 (voormalig tankstation) – actualisatie onderzoek SL08
0,80 - 1,30 1,30 - 1,90 1,90 - 2,70 2,70 - 3,30
klei zand zand zand
brandstofgeur+++, olie-waterreactie++ brandstofgeur+++, olie-waterreactie+++ brandstofgeur+, olie-waterreactie++ brandstofgeur+, olie-waterreactie+
Lindenlaan 1 (loods) – nader onderzoek SL 02
0,60 - 0,90 0,90 - 1,30
Klei Klei
Brandstofgeur+++, olie-waterreactie++ Brandstofgeur+, olie-waterreactie+
SL 03
0,50 - 0,70 0,70 - 1,30
zand klei
brandstofgeur+, olie-waterreactie+ brandstofgeur+, olie-waterreactie+
SL 06
0,40 - 0,70 0,70 - 0,90
klei klei
brandstofgeur+, olie-waterreactie+ geen brandstofgeur, geen olie-water reactie
303
0,40 - 1,20
zand
brandstofgeur++, olie-waterreactie++
308
0,14 - 0,50 0,50 – 0,80
zand zand
brandstofgeur+, olie-waterreactie+++ brandstofgeur+, geen olie-water reactie
411
0,50 – 1,50 1,50 – 1,70
zand zand
brandstofgeur+++, olie-waterreactie+++ brandstofgeur+, olie-waterreactie+
Waarneming: + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) De geurwaarnemingen zijn niet tot stand gekomen door 'actieve' waarnemingen
Asbest en bodemvreemd materiaal Tijdens het asbestonderzoek is asbestverdacht materiaal aangetroffen in de sleuven SL05 (0,00,3 m-mv) en SL08 (0,2-0,4 m-mv). SL08 is gesitueerd naast het woonhuis op Middenweg 194, waar in 2010 ook asbestverdacht materiaal is aangetroffen in de ondiepe ondergrond. SL05 is gesitueerd naast de loods op Lindenlaan 1 (voorzijde). In de overige sleuven is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het zand in de bovengrond van diverse sleuven bevat wel diverse bijmenging van sporen beton, baksteen, glas, hout en/of grind. In de sleuven SL04, SL05, SL06 en SL07 is in de ondiepe ondergrond een fundatielaag aangetroffen, voornamelijk bestaande uit baksteen of slakken. Tijdens een tweede fase veldwerk is de asbestverontreiniging, zoals aangetroffen in de sleuven SL05 en SL08 verder afgeperkt. Daartoe zijn de inspectiegaten 405 t/m 410 gegraven. De inspectiegaten 405 en 406 zijn aan weerszijden van sleuf SL08 verricht, tot een diepte van 0,8 m-mv. In de zandlaag onder de tegels is bijmenging aan grind en baksteen aangetroffen, maar geen asbestverdacht materiaal. De inspectiegaten 407 t/m 410 zijn verricht bij sleuf SL05. Geconstateerd is dat sleuf SL05 zich bevindt in de groenstrook naast de loods en dat hier sprake is van een grondwal/kleine ophoging.
Deze is aanwezig over een oppervlakte van circa 25 m2 (15 m x 1,5 meter) en is circa 0,3 meter hoog. Op het maaiveld van deze ophoging zijn ook enkele stukjes asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Ter afperking zijn de
Project 16694
13
inspectiegaten buiten de ophoging geplaatst, hierin is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Tijdens het verkennend asbestonderzoek in de tuin van Middenweg 186-188 zijn in de inspectiegaten 314 t/m 317 geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in de inspectiegaten. De bovengrond bevat wel bijmenging aan sporen beton, grind, baksteen en/of plastic. 3.2.2 Grondwater De grondwaterstanden gemeten tijdens grondwatermonstername, de resultaten van de veldmetingen en de gedane waarnemingen zijn schematisch weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen peilbuis
filterstelling (m-mv)
grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (mS/cm)
Troebelheid (NTU)
Middenweg 194 (voormalig tankstation) – actualisatie onderzoek 104
1,5-2,5
0,68
6,9
0,80
0,0
106
1,6-2,6
1,02
6,5
1,30
31,1
201
4,2-4,8
0,78
6,7
0,68
3,7
302
1,1-2,1
0,50
7,0
1,31
44,7
309
1,0-2,0
0,74
6,6
0,73
38,2
SL 10
1,4-2,4
1,11
6,6
1,36
17,1
Lindenlaan 1 (loods) – nader onderzoek 301
1,5-2,5
0,57
7,2
1,52
22,0
303
1,0-2,0
0,46
6,7
0,97
155,0
SL 03
1,0-2,0
0,49
6,8
0,54
16,5
SL 02
1,1-2,1
0,50
6,8
0,55
52,0
SL 06
1,4-2,4
0,72
6,9
1,00
14,6
216
1,7-2,7
0,55
7,3
1,22
24,0
402
1,1-2,1
0,29
7,1
1,27
59
412
1,1-2,1
0,35
7,3
0,95
8,05
6,7
0,94
0,0
Verkennend bodemonderzoek Lindenlaan 1a 312
1,3-2,3
0,65
14
4
Project 16694
CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium.
4.1
Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Hierin zijn de achtergrondwaarden (grond), streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) gedefinieerd. De tussenwaarde is het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond/streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijdingen van de normen kunnen worden geïnterpreteerd als een: lichte verhoging: matige verhoging: sterke verhoging:
gehalte > achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) gehalte > T-waarde (tussenwaarde) gehalte > interventiewaarde
De meetwaarden worden gecorrigeerd naar een standaard bodemtype met 25% lutum en 10% organische stof. Deze gestandaardiseerde meetwaarden worden berekend en getoetst via de landelijke toetsingsmodule BoToVa (Bodem Toets- en Validatieservice). De toetsing is opgenomen in bijlage III. De normen geldend voor grond voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Alleen als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron (menselijk handelen), kan het bevoegd gezag dit gehalte beoordelen aan de voormalige normen. Het gehalte barium moet wel gemeten blijven worden. Conform de Wet Bodembescherming (Wbb) is de ernst van de verontreiniging gerelateerd aan een omvangscriterium. Om van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ te spreken, dient voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater de interventiewaarde te worden overschreden. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging dat is ontstaan vóór 1987 geldt formeel een saneringsplicht. In de praktijk wordt een sanering alleen verplicht gesteld indien sprake is van actuele risico’s, of indien dat bij een functiewijziging (bijvoorbeeld bouw) noodzakelijk is.
Bij ongewijzigd gebruik en de afwezigheid van risico’s wordt bij een historische verontreiniging geen termijn aan de saneringsverplichting opgelegd. Indien de verontreiniging geheel of grotendeels na 1 januari 1987 is ontstaan, is sprake van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. Vanuit de zorgplicht in de Wet bodembescherming dient een nieuw geval van bodemverontreiniging, ongeacht de mate en omvang van de verontreiniging, in beginsel terstond te worden verwijderd.
Project 16694
15
4.2
Analyses grond De analyseresultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.1 (onderzoek olieverontreinigingen Middenweg 194 en Lindenlaan 1) en 4.2 (onderzoek algemene kwaliteit tuin Lindenlaan 1a). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing in bijlage III. Tabel 4.1: (Gestandaardiseerde) analyseresultaten grond (mg/kg d.s.) Ref
Monster
Waarnemingen
Olie
B
E
T
X
N
S
Verkennend en nader onderzoek 2010 Middenweg 194 (voormalig tankstation) – verkennend onderzoek 101(0,3-0,6)
olie/waterreactie+++ brandstofgeur++
6.400**
-
-
0,07
0,26
-
102(1,1-1,5)+ 103(1,0-1,6)
-
-
-
-
-
-
-
105(1,4-1,9)
olie/waterreactie++
680*
0,09
40**
-
120**
5,5
106(0,9-1,0)
olie/waterreactie+++ brandstofgeur+++
3.600**
0,35**
0,18
-
0,16
-
110(0,7-1,2)
olie/waterreactie++ brandstofgeur++
3.200**
5,2**
55**
0,08
140**
3,6
108(1,0-1,5)+ 109(1,0-1,5)+ 111(0,5-1,0)
-
-
-
-
-
-
-
113(0,3-0,8)
olie/waterreactie++ brandstofgeur++
8.700**
-
-
-
0,44
1,8
Middenweg 194 (voormalig tankstation) – nader onderzoek 201(4,0-4,2)
-
-
-
-
-
-
-
-
202(2,0-2,3)
olie-waterreactie+++, brandstofgeur++
2200**
0,22*
63**
-
18**
12
-
203(1,1-1,3)
-
-
-
-
-
-
-
-
205(1,2-1,4)
olie-waterreactie+++, brandstofgeur++
1900**
1,9**
37**
0,09
140**
5,7
-
206(1,8-2,3)+ 207(1,3-1,9)
-
-
-
-
-
-
-
-
208(0,7-1,2)
olie-waterreactie++
3000*
208(1,4-1,8)
-
-
209(0,3-0,5)+ 209(0,5-0,9)+ 210(0,3-0,7)
-
460
211(0,7-1,1)
onbekende geur+
600
-
-
-
-
-
-
212(0,05-0,5)+ 213(0,05-0,5)
-
-
212(0,5-1,0) 213(1,0-1,5)
-
-
-
0,16
-
0,56
-
-
Lindenlaan 1 (loods) – verkennend onderzoek 10(0,2-0,5)
olie/waterreactie++ brandstofgeur++
2.300*
216(0,4-0,9)
-
-
216(0,9-1,5)
-
-
218(0,5-0,7)
olie/waterreactie+
520
214(0,2-0,7)+ 215(0,4-0,6)+ 217(0,4-0,7)
-
120
Lindenlaan 1 (loods) – nader onderzoek
Project 16694
16
Ref
Monster
Waarnemingen
Olie
B
E
T
X
N
S
Actualisatie en nader onderzoek 2017 Middenweg 194 (voormalig tankstation) – actualisatie onderzoek AO-1
SL 08 (0,90 - 1,10)
brandstofgeur+++, olie-water reactie++
10000** 2000
0,3 0,06
34 6,9
-
39** 7,9
1,9 1,9
-
AO-2
SL 08 (1,40 - 1,60)
Brandstofgeur+++, olie-water reactie+++
9000** 1800
-
32,0 6,4
-
11* 2,2
1,7 1,7
-
AO-3
SL 08 (3,70 - 3,90)
-
-
0,35 0,07
-
-
-
-
-
2,5 1,1
-
5,5 2,4
-
-
Lindenlaan 1 (loods) – nader onderzoek AO-4
SL 06 (0,40 - 0,70)
brandstofgeur+, olie-water reactie+, baksteen+
3500* 2300
AO-5
SL 03 (0,50 - 0,70)
brandstofgeur+, oliewaterreactie+, beton++, baksteen++
19000** 23000
AO-6
SL 02 (0,60 - 0,90)
brandstofgeur++, olie-water reactie+++
39000** 17000
AO-7
303 (0,40 - 0,90)
brandstofgeur++, olie-water reactie++
4600* 2100
AO-8
308 (0,14 - 0,50)
brandstofgeur+, olie-water reactie+++, baksteen++, beton++
13000** 2800
AO-9
305 (0,30 - 0,80)
baksteen+
-
AO-10
304 (0,60 - 1,10) 307 (0,70 - 1,20)
AO-13
SL 02 (1,30 - 1,80)
AO-14
SL 03 (1,30 - 1,80)
4100* 820
AO-15
401 (0,50 - 0,90) 402 (0,30 - 0,80)
-
AO-16
403 (0,60 - 1,10) 404 (0,60 - 1,10)
-
AO-17
412 (0,60 - 1,00)
-
AO-18
411 (1,50 – 1,70)
-
ruikt/vlekt licht
brandstofgeur+, oliewaterreactie+
3200* 630
-
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) blanco : geen analyse uitgevoerd : het gehalte is kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of detectielimiet) getal : het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde getal* : het gehalte overschrijdt de T-waarde getal** : het gehalte overschrijdt de interventiewaarde getal# : het gehalte wordt veroorzaakt door humuszuren (natuurlijke herkomst) getal : vet gedrukte getallen zijn de gestandaardiseerde waardes. Niet vetgedrukt de daadwerkelijk gemeten waardes.
NB: Bij de voorgaande onderzoeken zijn de gemeten gehalten getoetst aan de gecorrigeerde streef- en interventiewaarden, zoals destijds de gangbare praktijk. Tegenwoordig worden de gemeten gehalten gecorrigeerd (gestandaardiseerde waarden) en getoetst aan de waarden voor standaard bodem. Om de gemeten gehalten te kunnen vergelijken met de voorgaande onderzoeken, zijn in de tabel zowel de gemeten gehalten als de gestandaardiseerde gehalten weergegeven. Actualisatie onderzoek Middenweg 194 (voormalig tankstation) Bij het voormalig Total tankstation aan de Middenweg 194 is de grond vanuit sleuf SL08 op drie dieptes geanalyseerd op olie en aromaten. De analyses zijn uitgevoerd ter bepaling van de mate van verontreiniging in de kern en ter verticale afperking van de benzine verontreiniging.
17
Project 16694
Ten opzichte van het onderzoek uit 2010 (monsters 110 en 202), zijn de gemeten waardes aan olie en aromaten in de monsters AO-1 en AO-2 afgenomen, maar minerale olie en xylenen zijn nog altijd sterk verhoogd. De verticale afperking door middel van monster AO-3, is succesvol gebleken. Op een diepte van 3,7 m-mv is de grond enkel licht zeer verontreinigd met aromaten. Nader onderzoek Lindenlaan 1 (loods) Het monster AO-4 ter plaatse van sleuf SL06 is geanalyseerd op olie en aromaten ter actualisatie van de diesel/HBO en motorolie verontreiniging ter plaatse van boring 101 (voorzijde Lindenlaan 1) uit het voorgaand onderzoek. In 2010 is in de bovengrond van boring 101 een sterke verhoging aan minerale olie aangetoond. In sleuf SL06 is in de bovengrond een matige verhoging aan minerale olie aangetoond. Met het monster AO-7 ter plaatse van boring 303 is de diesel/HBO en motorolie verontreiniging ter plaatse van boring 113 (voorzijde Lindenlaan 1) uit het voorgaand onderzoek geactualiseerd. In 2010 is in de bovengrond van boring 113 een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In boring 303 is in de bovengrond een matige verhoging aan minerale olie aangetoond. Tijdens het onderzoek in 2010 is ter plaatse van boring 10, gesitueerd in de loods, een matige verhoging aan minerale olie aangetoond in de bovengrond, naast lichte verhogingen aan aromaten.
Ter verificatie van de mate van verontreiniging is een nieuwe boring geplaatst (308) en is een monster van de bovengrond (AO-8) geanalyseerd op minerale olie. Ter plaatse van boring 308 is een sterke verhoging aan minerale olie aangetoond. Het oliechromatogram duidt op diesel/HBO. Ter plaatse van de overige boringen in de loods zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een brandstofverontreiniging. Ter bevestiging zijn de monsters A09 (boring 305) en A10 (boringen 304/307) geanalyseerd op olie. In beide monsters is geen olie aangetoond. Bij het graven van de sleuven SL02 en SL03 ten behoeve van het nader asbestonderzoek is een brandstofgeur waargenomen in de kleilaag aanwezig van ongeveer 0,5 tot 1,0 m-mv. In beide sleuven is de grond bemonsterd en is een peilbuis geplaatst. De grondmonsters vanuit beide sleuven zijn geanalyseerd op minerale olie en aromaten. In het monster AO-5 (SL 02), is op een diepte van 0,5 tot 0,7 m-mv een sterke verontreiniging aan olie aangetoond. In het monster AO-6 (SL 03), is op een diepte van 0,6 tot 0,90 m-mv een sterke verhoging aan minerale olie aangetoond, naast lichte verhogingen aan aromaten. De oliechromatogrammen duiden op een zwaardere oliesoort. Ter plaatse van boring SL 03 is ook een lichtere oliesoort (dieselachtig) aanwezig.
Ter verticale afperking van de aangetroffen olie verontreiniging in de sleuven SL02 en SL03, is de zandlaag onder de kleilaag bij beide boringen geanalyseerd op minerale olie. In de monsters AO-13 (SL 02) en AO-14 (SL 03) is op een diepte van 1,3 tot 1,8 m-mv nog een matige verhoging aan minerale olie aangetoond. Ter plaatse van boring 411 is het zintuiglijk nog licht verontreinigde zand in de ondergrond ook geanalyseerd (AO-18), in dit monster is geen verhoging aan olie gemeten. Ter horizontale afperking van aangetroffen olie verontreiniging aangetroffen in sleuven SL02 en SL03 zijn aanvullend zes boringen geplaatst. Er zijn drie monsters geanalyseerd op
Project 16694
18
minerale olie in grond AO-15 (boring 401 en 402), AO-16 (boring 403 en 404) en AO-17 (boring 412). In geen van de drie boringen is een verhoging aan olie aangetoond. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond Ref
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
AO-11
310 (0,00-0,50) 310 (0,50-0,70) 312 (0,00-0,20) 313 (0,00-0,30) 313 (0,30-0,50)
Baksteen+
AO-12
01 (0,50-1,00) 02 (0,50-1,00) 03 (0,50-1,00)
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
NEN-g
Hg
-
-
NEN-g
-
-
-
ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst)
Verkennend bodemonderzoek Lindenlaan 1a Mengmonsters van de boven- en ondergrond van de tuin van Lindenlaan 1a zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. Enkel in de bovengrond is een lichte verhoging aan kwik aangetoond. 4.3
Analyses grondwater De analyseresultaten van grondwater van het verkennend en nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing in bijlage III. Tabel 4.3: Analyseresultaten grondwater (μg/l) Peilbuis