CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing Lindenlaan met (milieu)onderzoeken

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor bouwplan De Nieuwe Linden aan de Lindenlaan20.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Herontwikkeling Lindenlaan Heerhugowaard

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

Datum Project Opdrachtgever Auteur Telefoonnummer E-mailadres Status

24 maart 2022

: 24 maart 2022 : Herontwikkeling Lindenlaan Heerhugowaard : Henselmans Bouw en Ontwikkeling : Thomas van der Zande : 06-42796265 : t.vanderzande@visserenvandam.nl : Concept 2

2

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Inhoudsopgave

1

2

Inleiding .......................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding................................................................................................................................ 4

1.2

Locatie ..................................................................................................................................... 5

1.3

Planbeschrijving....................................................................................................................... 6

1.4

Bestemmingsplan .................................................................................................................... 9

1.4.1

Heerhugowaard Oost ...................................................................................................... 9

1.4.2

Wonen en parkeren....................................................................................................... 11

Ruimtelijk beleid ........................................................................................................................... 12 2.1

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .................................................................................. 12

2.1.2

Ladder duurzame verstedelijking .................................................................................. 13

2.2

Provinciaal beleid .................................................................................................................. 13

2.2.1

Omgevingsvisie NH2050 ................................................................................................ 13

2.2.2

Omgevingsverordening NH2020 ................................................................................... 15

2.2.3

Woonagenda 2020-2025 ............................................................................................... 15

2.3

3

Rijksbeleid ............................................................................................................................. 12

Gemeentelijk beleid .............................................................................................................. 16

2.3.1

Structuurvisie Heerhugowaard 2020 ............................................................................. 16

2.3.2

Woonvisie Heerhugowaard 2018 - 2050 ....................................................................... 18

2.3.3

Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020 - 2030 ......................................... 19

2.3.4

Nota Ruimtelijke Kwaliteit Heerhugowaard .................................................................. 19

2.3.5

Ruimtelijke visie Beukenlaan (2007) .............................................................................. 20

Omgevingsaspecten...................................................................................................................... 23 3.1

Verkeer en parkeren.............................................................................................................. 23

3.2

Geluid .................................................................................................................................... 24

3.3

Externe veiligheid .................................................................................................................. 25

3.4

Milieuzonering....................................................................................................................... 25

3.5

Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 26

3.6

Ecologie ................................................................................................................................. 27

3.7

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 29

3.8

Bodemkwaliteit ..................................................................................................................... 30

3.9

Waterhuishouding ................................................................................................................. 31

3.10

Duurzaamheid ....................................................................................................................... 32 3

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

3.11 4

5

24 maart 2022

Besluit milieueffectrapportage .............................................................................................. 32

Uitvoerbaarheid............................................................................................................................ 34 4.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 34

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 34

4.3

Vooroverleg ........................................................................................................................... 34

Conclusie ...................................................................................................................................... 34

Bijlagen I. Archeologisch bureauonderzoek Heerhugowaard Lindelaan, Hollandia Archeologen, 4022519100, november 2016 II. Quick scan ecologie Lindenlaan 192-194, Els & Linde, 17 februari 2022 III. Akoestisch onderzoek woningbouwproject De Nieuwe Linden Heerhugowaard, Sound Force one, 13 september 2021 IV. Externe veiligheid hogedruk aardgas de Nieuwe Linden Heerhugowaard, Sound Force one, 31 augustus 2021 V. Stikstofberekening Lindenlaan te Heerhugowaard, Van der Goes en groot, 2021 VI. Verkennend actualisatie en nader bodemonderzoek Middenweg 194, Lindenlaan 1-1a en Middenweg 186-188 te Heerhugowaard, Grondslag, 16 maart 2017 VII. Parkeeronderzoek Lindenlaan Heerhugowaard, P. Broersen, 15 maart 2022 VIII. Ecologisch werkprotocol Lindenlaan, Els & Linde, 10 maart 2022

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld om een herontwikkeling aan de Lindenlaan in Heerhugowaard planologisch mogelijk te maken. In het projectgebied is bebouwing aanwezig met een lage ruimtelijke kwaliteit. Deze verouderde bebouwing wordt met voorliggend initiatief vervangen door 3 blokken, bestaande uit 12 vrije huursectorwoningen in blok A, 12 koopappartementen in blok B en 15 woningen in blok C. Dit laatste blok zal uit reguliere woningen bestaan waarbij evenwel een zorgcomponent ingekocht kan worden. Het plan is in lijn met de ‘Ruimtelijke visie Beukenlaan’ waarin de voorliggende projectlocatie is opgenomen. Op de projectlocatie zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan geen woningen toegestaan. Om het initiatief te realiseren is een omgevingsvergunning aangevraagd om voor de strijdigheden af te wijken van het bestemmingsplan. Het voorliggende document is de ruimtelijke onderbouwing waarmee wordt aangetoond dat de afwijking van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is. In dit hoofdstuk wordt hierna de locatie beschreven en wordt het initiatief evenals het bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt het relevante beleid behandeld en in hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten die voor de ontwikkeling aan de orde zijn.

4

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

1.2 Locatie De projectlocatie is gelegen aan de Lindenlaan in Heerhugowaard, in het deel tussen de Middenweg en de Korte Dreef in. De omgeving kenmerkt zich als een gemengd gebied, waar naast woningen ook andere functies aanwezig zijn zoals detailhandel, dienstverlening, kantoren en maatschappelijke functies. Ten noorden van de projectlocatie bevinden zich woningen langs de Middenweg. Aan de zuidwestzijde loopt de Lindelaan met aan de overkant een juwelier, twee woningen en een kinderopvang. Meer in zuidoostelijke richting bevinden zich meer woonfuncties langs de Lindelaan. Ten oosten van de projectlocatie bevinden zich tevens woon(zorg)functies. De navolgende afbeelding toont de projectlocatie en toont de ligging in de omgeving.

Afbeelding: weergave van de projectlocatie waarop de projectlocatie met een blauwe stippellijn is omkaderd

Afbeelding: globale duiding plangebied 5

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

1.3 Planbeschrijving Bestaande situatie omgeving Het projectgebied is gelegen in het gebied Oud-centrum, een centraal gelegen wijk in Heerhugowaard. Dit gebied wordt begrensd door de Middenweg, de Van Veenweg, de Dreef, de Korte Dreef en de Beukenlaan. Het is met name bestemd voor wonen, maatschappelijke doeleinden, centrumvoorzieningen, horeca en groen. Op de hoek Middenweg / Van Veenweg staat een roomskatholieke kerk met een begraafplaats en een tandartsenpraktijk. De begraafplaats wordt nog gebruikt. Aan de Middenweg ligt een tehuis voor begeleid wonen. Aan de Lindenlaan is een kinderopvang gevestigd. Naast het tehuis voor begeleid wonen zijn twee restaurants gesitueerd. In het midden van het gebied ligt een grote centrale groenvoorziening met hertenkamp. Aan de Middenweg tussen de Beukenlaan en Lindenlaan zijn enige winkels gevestigd. Aan de Westzijde van de wijk bevindt zich een kinderdagverblijf. Dit ligt aan de overzijde van de Lindenlaan ten opzichte van voorliggend projectgebied. Aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door het gezinsvervangend tehuis van Esdégé Reigersdaal dat is gevestigd aan het Lindenboomplein. Bestaande situatie projectgebied Op de projectlocatie bevindt zich een bedrijfspand dat in gebruik was als stallingsruimte voor onder andere motorvoertuigen. De panden staan leeg en zijn aan het verpauperen.

De woning op de hoek van de Lindenlaan/Middenweg en een gedeelte van de tuin achter Middenweg 196 maken ook onderdeel uit van het projectgebied. De variatie van bebouwing is groot. De bestaande bebouwing langs de Lindenlaan heeft een laagwaardige uitstraling. In de navolgende afbeeldingen wordt de bestaande situatie vanaf de weg getoond. In de bovenste afbeelding is het zicht vanaf de Middenweg op de projectlocatie te zien in zuidoostelijke richting. In de onderste afbeelding is het zicht vanaf de Lindenlaan in noordwestelijke richting te zien.

Afbeeldingen: zicht op projectlocatie vanaf de Middenweg

6

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Afbeeldingen: zicht op projectlocatie vanaf de Lindenlaan

Nieuwe situatie projectgebied In de nieuwe situatie is alle aanwezige bebouwing gesloopt en is het vervangen door drie blokken woonbebouwing die onderling verbonden zijn door bergingen. Het tuingedeelte dat in de bestaande situatie aanwezig is wordt ook benut door bebouwing en door een binnenterrein dat tevens wordt benut als fiets- en voetgangersontsluiting in de richting van het Lindenboomplein. De navolgende afbeelding toont de nieuwe situatie.

Blok A bevat zoals aangegeven 12 vrije huursectorwoningen, blok B 12 koopappartementen en blok C bevat 15 appartementen. Blok A is het meest noordelijke blok langs de Lindenlaan, blok B het zuidelijkere blok langs de Lindenlaan en blok C wordt geprojecteerd op de bestaande tuin achter Middenweg 196. De appartementen in blok A hebben een omvang van gemiddeld 79 m2 GO. Die van blok B hebben een omvang van gemiddeld 54 m2 GO. De appartementen hebben een omvang van gemiddeld 54 m2 GO. Hierna worden impressies weergegeven van de nieuwe bebouwing in relatie tot de omgeving (de exacte gevels kunnen nog wijzigen).

Afbeelding: nieuwe situatie, Diekman Landschapsarchitecten

7

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Afbeelding: impressie vanaf de Lindelaan in de richting van de Middenweg

Afbeelding: impressie vanaf de Middenweg

Afbeelding: impressie vanuit de lucht gezien

Ten behoeve van de ontwikkeling krijgt ieder reguliere woning een berging. Ten behoeve van de appartementen in blok C wordt er een gezamenlijke berging gerealiseerd. 8

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

De inrichting van de groene ruimte achter de woningen is zo groen als mogelijk gelaten. Het gebruik van minder verharding werkt goed tegen de hittestress en vergroot de mogelijkheid tot inzijging van water. Grote vakken met beplanting vormen het centrale deel. De banden om deze vakken liggen op het niveau van het trottoir welke rondom de vakken liggen. Door het trottoir op een oor te leggen richting de plant vakken watert het trottoir af op de vakken. De kans op uitdroging van de beplanting wordt hierdoor sterk verminderd en het riool wordt minder belast tijdens piekbuien. De toe te passen beplanting is inheems en de soorten zijn zo gekozen dat deze de biodiversiteit bevorderen. Kleinen zoogdieren en insecten zullen hier hun schuilplaats vinden. De hagen vormen hier eveneens een belangrijk toevoeging op. In de vakken komen 3 grote bomen te staan. De bomen werken effectief tegen hittestress in de bebouwde omgeving. Langs de Lindenlaan worden in totaal 23 parkeerplaatsen gerealiseerd. Haaks daarop komen er nog eens 9.

1.4 Bestemmingsplan 1.4.1 Heerhugowaard Oost Op 26 februari 2013 is het bestemmingsplan ‘Heerhugowaard Oost’ vastgesteld. Binnen dit bestemmingsplan valt het projectgebied binnen de volgende bestemmingen: - Wonen - 1 - Tuin - Centrum – 2 - Bedrijf – 2 - Verkeer – 1 - Waarde – Archeologie 3 (dubbelbestemming) Wonen – 1 (artikel 24) Binnen deze bestemming zijn vrijstaande woningen toegestaan, waarbij deze woningen uitsluitend binnen een bouwvlak mag worden gebouwd. De maximale goothoogte bedraagt 3 meter en de maximale bouwhoogte 7 meter. Er worden appartementen (geen vrijstaande woningen) gerealiseerd, die tevens buiten het bouwvlak worden geprojecteerd en de maximale goot- en bouwhoogte worden overschreden. Er is strijd met het bestemmingsplan. Tuin (artikel 17) Deze gronden zijn bestemd voor tuinen en erfverhardingen. Hoofdgebouwen zijn hier niet toegestaan. Hier worden wel hoofdgebouwen in de vorm van appartementen gerealiseerd. Er is strijd met het bestemmingsplan. Centrum – 2 (artikel 8)

9

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Deze bestemming is onder meer bedoeld voor detailhandel (geen levensmiddelenbranche) en dienstverlenende voorzieningen. Uitsluitend mag binnen het bouwvlak worden gebouwd met een goot van maximaal 4,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 6,5 meter. Woningen zijn niet toegestaan en er wordt gebouwd buiten het bouwvlak waarbij de hoogtematen worden overschreden. Voor zover parkeerplaatsen op de bestemming worden gerealiseerd is dit in strijd omdat de parkeervoorzieningen ten behoeve van het wonen zijn. Er is strijd met het bestemmingsplan. Bedrijf – 2 (Artikel 5) Deze gronden zijn bedoeld voor gebouwen ten behoeve van het stallen van motorvoertuigen. Gebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd met een maximale goothoogte van 4,5 meter en een maximale bouwhoogte van 6,5 meter. Voor zover parkeerplaatsen op de bestemming worden gerealiseerd is dit in strijd omdat de parkeervoorzieningen ten behoeve van het wonen zijn. Woningen zijn niet toegestaan, er wordt gebouwd buiten het bouwvlak en de maximale hoogtematen worden overschreden. Er is strijd met het bestemmingsplan. Verkeer – 1 (artikel 21) Deze bestemming is bedoeld voor onder meer straten en parkeervoorzieningen. Hieraan wordt voldaan. Er is geen strijd met het bestemmingsplan. Waarde – archeologie 3 (artikel 30) Deze bestemming beschermt de archeologische waardevolle elementen in de bodem.

Er geldt een bouwverbod voor plannen, waarbij bouwplannen en grondroeringen kleiner dan 500 m2 (en die dieper gaan dan 0,40 meter) zijn vrijgesteld. In voorliggend geval wordt op deze dubbelbestemming vanwege de volledige herinrichting meer dan 500 m2 geroerd. Er bestaat een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag om af te wijken en de grondverstoring toe te staan wanneer uit een archeologisch rapport blijkt dat er geen archeologische waarden worden verstoord. Er is een archeologisch rapport opgesteld welke is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit dit onderzoek blijkt dat geen archeologische waarden worden verwacht in de ondergrond en dat er dus geen verstoring zal plaatsvinden.

10

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Afbeelding: uitsnede uit de verbeelding ter plaatse van de projectlocatie

1.4.2 Wonen en parkeren Het Paraplubestemmingsplan Wonen en parkeren is vastgesteld op 16 februari 2021. In het bestemmingsplan worden definitief gegeven die een duidelijke afkadering moeten geven van wat er wel en niet onder wonen, een woning en een huishouding wordt verstaan. Verder borgt het plan dat er voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen wordt gerealiseerd wanneer er een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of afwijken van het bestemmingsplan wordt verleend. Uitgangspunt hierbij zijn de richtlijnen van de CROW. In paragraaf 3.1 wordt een parkeerberekening gemaakt en wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de parkeercijfers en daarmee aan het bestemmingsplan.

11

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

2 Ruimtelijk beleid 2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: - Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. - Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. - Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. - Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. - Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. - Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. - Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.

- Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffen en materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.

Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. 12

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. In de Uitvoeringsagenda NOVI 2021 – 2024 zijn de ambities uit de visie uitgewerkt in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voorliggende herontwikkeling, zorgt voor een woningtoename die aansluit bij de behoefte die er bestaat, zowel regionaal als landelijk. Dit sluit aan bij prioriteit 3 uit de Uitvoeringsagenda. De ontwikkeling vindt aansluiting bij de NOVI. 2.1.2 Ladder duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt.

In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van 39 woningen. Jurisprudentie bepaalt dat er bij meer dan 12 woningen sprake kan zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is in voorliggend geval dan ook sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder moet worden doorlopen. Uit paragraaf 2.2 en 2.3 blijkt dat er een grote behoefte bestaat aan de realisatie van woningen. Hiermee voldoet het plan aan artikel 3.1.6 Bro.

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities 13

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: 1. Leefomgeving a. Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid: De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woonwerkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico’s en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur: De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. 2. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor.

Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. b. Wonen en werken: De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit: De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap: De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. 3. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. 1. Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. 2.

Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. 14

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

3. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. De voorliggende herontwikkeling binnen Bestaand stedelijk gebied (BSG) waarmee een nieuwe invulling wordt gevonden voor een bestaand perceel vindt vooral aansluiting bij de beweging genoemd onder 3. Door het toevoegen van woningen in combinatie wordt de stad Heerhugowaard vitaal en sterk gehouden. Bovendien zorgt een herontwikkeling binnen BSG ervoor dat het gevoelige buitengebied gespaard blijft. Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet in strijd is met de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie NH2050. 2.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV).

De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. De voorliggende locatie valt in het bebouwde gebied dat in aanmerking komt voor extra woningbouw. De enige instructieregels die voor de locatie aan de orde zijn, zijn regels met betrekking tot peilbesluiten en met betrekking tot bodemsanering. De regels van het peilbesluit zijn niet relevant voor de voorliggende ontwikkeling en voor wat betreft de bodemsanering gelden er regels bij saneringen. Zie voor de milieuhygiënische situatie van de bodem paragraaf 3.8. Het initiatief is niet in strijd met de Omgevingsverordening NH2020. Voorts is het ontwerp van de Omgevingsverordening NH2022 vastgesteld en deze heeft ter inzage gelegen. Ondanks dat deze verordening nog geen rechtskracht heeft is wel getoetst aan deze verordening. Geconcludeerd wordt dat het project ook niet in strijd is met het ontwerp van de toekomstige Omgevingsverordening NH2022.

2.2.3 Woonagenda 2020-2025 In de Woonagenda 2020 – 2025 heeft de provincie bepaald dat er voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen moeten komen. De woningbouwproductie moet omhoog, waarbij binnenstedelijk bouwen de voorkeur heeft. De afstemming binnen de regio gebeurt via op te stellen ‘woonakkoorden’ tussen provincie en gemeenten. Tot dat de woonakkoorden zijn gesloten wordt voor de behoefte uitgegaan van de provinciale woningbouwmonitoren en de RAP’s. Woonakkoord Regio Alkmaar 2021 15

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Het woonakkoord is in 2022 vastgesteld door de provincie en de regio gemeenten en geldt als opvolger van het RAP (RAP regio Alkmaar 2016 – 2020). In dat RAP is onderhavige ontwikkeliong overigens al opgenomen. • De regio onderscheidt vier toekomstperspectieven als richtingwijzers: 1. Fijn wonen in een diverse regio met voldoende woningen. 2. Woonmilieus geven een impuls aan sterke steden, krachtige kernen en een gemengde regio. 3. Voor iedereen een passende woning vraagt een rijk palet aan woonvormen. 4. Meer toekomstbestendige woningen in een groene leefomgeving. Ten aanzien van punt 1 is het volgende relevant: Om aan de huidige en toekomstige woningbehoefte te voldoen is het essentieel dat we tot 2030 jaarlijks minimaal 2.000 woningen toevoegen. Tot 2040 wil men circa. 25.000-33.000 woningen toevoegen. Aan alle segmenten is behoefte. Versnelling van woningbouwrealisatie is essentieel. Plannen worden bijgehouden in de planmonitor. Ten aanzien van punt 3 wordt de wens geuit meer toekomstbestendige woningen in een groene leefomgeving te realiseren. Vaak denken we bij de wens en de noodzaak om langer thuis te blijven wonen, automatisch dat dit ‘thuis’ hetzelfde huis moet zijn als waar mensen al decennia wonen. Dit sluit niet altijd aan bij de diverse woonvraag van ouderen. De toekomst vraagt om nieuwe tussenvormen tussen thuis wonen en wonen in een verpleeghuis.

Niet alleen de woonwensen zijn divers, ook het verschil in leefomgeving tussen landelijk/ dorps / stads / hoogstedelijk wonen is enorm. Van beschermd wonen in een rustige, prikkelarme omgeving in Langedijk of Bergen tot hoogstedelijk wonen in een mix van jongeren en ouderen in Alkmaar. Kortom, de toekomst vraagt om een grotere diversiteit aan (tussen)vormen van wonen en zorg. Beoordeling De voorliggende herontwikkeling realiseert appartementen van verschillende omvang en voor verschillende doelgroepen binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit sluit aan bij de behoefte die er bestaat aan (levensloopbestendige) appartementen, de behoefte aan (sociale) appartementen, de behoefte aan versnelling in realisatie van woningen en de ladder van duurzame verstedelijking. De herontwikkeling is opgenomen in de Provinciale Monitor Plancapaciteit. Voorliggende herontwikkeling is onderdeel van deze herontwikkeling en hiermee regionaal afgestemd. Het initiatief is dus in overeenstemming met de provinciale Woonvisie en de regionale afspraken.

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie Heerhugowaard 2020 Op 13 september 2011 heeft de gemeente Heerhugowaard haar Structuurvisie Heerhugowaard 2020 vastgesteld. Het doel van de structuurvisie is het schetsen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Heerhugowaard tot halverwege de jaren 2020. Het behelst een visie op zowel het stedelijke als het buitengebied van de gemeente. De structuurvisie is een basis voor het beleid en de

16

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

projecten die de komende jaren op het gebied van wonen, economie en werkgelegenheid, mobiliteit, voorzieningen, groen, water en milieu worden ontwikkeld. Een koers op hoofdlijnen betekent dat voor belangrijke (ruimtelijke) ontwikkelingen in de gemeente richting wordt bepaald, maar ook dat bouwstenen en randvoorwaarden worden aangeleverd voor nadere uitwerking. In de structuurvisie worden de verschillende opgaven voor de komende jaren benoemd, met elkaar in verband gebracht en van een financieel kader voorzien. Duurzaam betekent in dit verband ook realistisch en haalbaar.

Afbeelding: structuurvisiekaart met projectlocatie aangeduid met pijl

De projectlocatie is in de Structuurvisiekaart aangeduid als ‘Bestaande kern’. Woonwensen Op het gebied van wonen is het volgende opgenomen. Naast de vraag naar een kwalitatief hoogwaardig milieu met grondgebonden woningen is er een groeiende vraag naar appartementen en bijkomende voorzieningen. Er is ruimte om rond de voorzieningencentra te denken aan een milieu met hogere dichtheid en een meer stedelijke aard. Dit zal niet alleen recht doen aan de sociale diversiteit, maar ook aan de fysieke. Gezien de koopkrachtontwikkeling in Heerhugowaard is er voldoende potentieel om een kwalitatief hoogwaardiger milieu te bieden. Dit is ook nodig om te voorkomen dat de mensen hun woonwensen elders gaan vervullen omdat hetgeen geboden wordt niet aansluit op de behoefte. Met het oog op de vergrijzing is het zaak om de woningen goed toegankelijk te maken voor ouderen en voor het adequaat verlenen van zorg. Dit zal dan niet alleen gelden voor appartementen, maar ook voor grondgebonden woningen. Door variatie aan te brengen in de woningtypen wordt de verschillende doelgroepen de mogelijkheid geboden in Heerhugowaard te blijven. Specifiek wordt aandacht gevraagd voor voldoende passende huisvesting en nieuwe woonvormen voor kwetsbare burgers met het oog op de snelle vergrijzing en voortdurende extramuralisering. Met name de vraag naar zelfstandig wonen met zorg behoeft aandacht.

Naast de groep met een lichte zorgvraag blijft er een groep die zwaardere zorg nodig heeft. Voor deze groep zullen kleinschalige woonclusters gerealiseerd moeten worden, zowel in nieuwe wijken als op binnenstedelijke locaties. Daarnaast worden de algemene voorzieningen in wijken ook bereikbaar gemaakt voor mensen met een beperking. Het is vanzelfsprekend dat ook deze groep op een gelijkwaardige manier kan deelnemen 17

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

aan alle aspecten van het maatschappelijke leven. In de toekomst zal naar verwachting het aandeel van mensen met een beperking die in de wijk wonen verder toenemen. Beoordeling De voorliggende herontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve- en kwalitatieve behoefte die bestaat aan woningen. Er bestaat behoefte aan appartementen rond voorzieningencentra. Ook de woonvormen met zorg dienen dicht bij centrumvoorzieningen te worden gerealiseerd om de voorzieningen tevens bereikbaar te maken voor de zorgbehoevenden. 2.3.2 Woonvisie Heerhugowaard 2018 - 2050 Met het vaststellen van de Woonvisie zorgde de gemeente voor ene trendbreuk met het woonbeleid van de jaren ervoor. De laatste uitbreidingsgebieden zijn gepland, waarna er enkel nog binnen de stadsgrenzen dichter gebouwd zal worden om te voldoen aan de bevolkingsgroei. In combinatie met de landelijke ontwikkelingen op het gebied van aardgasvrij wonen, het invoeren van de omgevingsvisie en het vergrijzen van de bevolking vraagt dit een andere manier van kijken naar woningbouw. Deze visie bestaat uit drie delen. In het eerste deel worden de feiten, cijfers en trends beschreven. Opvallende zaken zijn dat bijna 80% van de inwoners van Heerhugowaard momenteel tevreden is met het wonen in deze gemeente.

Ook zal het aantal ouderen ouder dan 65 en 75 toenemen, neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe en staan er mogelijk teveel eengezinswoningen in de gemeente. De cijfers zijn deels gebaseerd op de woontest, een breed uitgezette enquête onder de inwoners. In het tweede deel worden de ambities beschreven die de gemeente al heeft vastgesteld. Niet enkel ambities en voorschriften op het gebied van wonen zijn van belang, maar ook beleid op economisch, sociaal en duurzaam gebied zijn van invloed op het wonen. Door sluiting van veel verzorgingshuizen wonen ouderen steeds langer thuis. Deze ouderen moeten in hun eigen netwerk, dus niet te ver weg, oud kunnen worden, eventueel in een gelijkvloerse woning. Om de regio en de gemeente economisch vitaal te houden is het van belang dat de beroepsbevolking op peil blijft. Deze mensen moeten een plek hebben om te wonen en ook de bereikbaarheid vanuit de Metropoolregio Amsterdam draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Heerhugowaard. Al deze ambities hebben invloed op elkaar en vormen een beeld van waar de gemeente heen wil op termijn. In het afsluitende deel wordt de visie op het wonen in verschillende delen van de stad beschreven. Het buitengebied en de kleine kernen zijn niet te vergelijken met het stationsgebied en zij dienen ook anders bekeken te worden.

Verschillende delen van Heerhugowaard bedienen andere doelgroepen die gesteld zijn op de omgeving zoals deze is. De visies op delen van de stad vormen een beeld over het wonen in Heerhugowaard in de toekomst. Beoordeling Belangrijke trends die uit de woonvisie naar voren komen zijn: - Het aantal inwoners blijft toenemen, vooral door toename ouderen. - Er is een toename aan alleenstaanden. - Ouderen met verhuiswens zijn in toenemende mate aangewezen op huurwoningen. 18

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

-

24 maart 2022

Er is een overschot aan eengezinswoningen. Het belang van het midden- en dure huursegment neemt toe.

In de ambities is opgenomen dat er in het sociale domein belangrijke doelen te halen zijn. Hulpbehoevenden hebben behoefte aan een dak boven hun hoofd, maar ook aan sociale ontmoetingen. Het fysieke domein heeft hier een belangrijke rol in; mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten. Aandacht wordt gevraagd voor wonen met zorg voor diverse doelgroepen. De wijken binnen Heerhugowaard moeten worden ontworpen vanuit het principe ‘vitale wijken, ongedeelde stad’. Dit betekent dat elke wijk in principe bewoond moet kunnen worden door inwoners die jong, oude, mobiel en/of hulpbehoevend zijn. Het voorliggende project zorgt voor meer kleine woningen waarmee een mengeling van type inwoners wordt bevorderd. Het feit dat het een binnenstedelijke herontwikkeling betreft sluit naadloos aan bij de ambitie om geen nieuwe uitbreidingswijken meer te realiseren, maar de dynamiek binnen het bestaand stedelijke gebied te benutten en te bevorderen. De herontwikkeling van het gebied rond de Middenweg wordt in de woonvisie benoemd. Hiermee kan worden geconcludeerd dat het initiatief aansluit bij de Woonvisie Heerhugowaard 2018 – 2050. 2.3.3 Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020 - 2030 De Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020-2030 geeft richting aan de uitvoering van kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave voor Heerhugowaard tot 2030.

De programmering is gebaseerd op de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek dat in 2020 is uitgevoerd door Companen. Het potentiële en actuele aanbod aan nieuw te bouwen woningen wordt bijgehouden op de provinciale Monitor Plancapaciteit. Op basis van het huidige beeld van de woningbehoefte zal de woningvoorraad in Heerhugowaard tot 2030 moeten groeien met 3.710 woningen om in de behoefte te voorzien. Om dat te bereiken is een planvoorraad nodig met een overmaat van 30% om mogelijke planuitval te compenseren. Daarmee is een planvoorraad nodig van 4.820 woningen. Uit het woningbehoefteonderzoek blijkt dat naast realisatie van meer sociale huurappartementen ook de behoefte aan vrije sector huurappartementen toeneemt. Beoordeling Met de voorliggende herontwikkeling worden 39 woningen gerealiseerd. Deze zijn reeds regionaal afgestemd en opgenomen in de Monitor Plancapaciteit. De herontwikkeling sluit aan bij de behoefte die er binnen de gemeente bestaat en die staat beschreven in de Woningbouwprogrammering Heerhugowaard 2020 – 2030. 2.3.4 Nota Ruimtelijke Kwaliteit Heerhugowaard De Nota Ruimtelijke Kwaliteit Heerhugowaard maakt samen met het bestemmingsplan en een eventueel beeldkwaliteitsplan deel uit van het ruimtelijke kwaliteitsbeleid.

Het zijn de instrumenten waarmee de gemeente regie kan voeren op de ruimtelijke verschijningsvorm van gebouwen en hun omgeving en waarin de aanwezige cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden een belangrijke rol spelen bij de beleving van ontwikkelingen en (ver)bouwplannen. Het bestemmingsplan stuurt met name op de situering en de hoofdvorm. De nota ruimtelijke kwaliteit en het beeldkwaliteitsplan op gevels, materialisatie en detaillering.

19

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Er wordt gewerkt met gebiedsgerichte criteria. Het voorliggende projectgebied ligt in het deelgebied ‘woongebieden’. De criteria gaan over situering, hoofdvorm en materiaal, detail en kleur. Voor binnenstedelijke herstructureringslocaties gelden aanvullende criteria. Beoordeling De herontwikkeling is ontworpen aan de hand van deze criteria. De toetsing vindt plaats als onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. 2.3.5 Ruimtelijke visie Beukenlaan (2007) In de Ruimtelijke visie Beukenlaan wordt een ruimtelijk-functionele visie op de Beukenlaan in Heerhugowaard gepresenteerd. Deze visie geeft stedenbouwkundige kaders voor onder meer de voorliggende projectlocatie en toekomstige ontwikkelingen in het algemeen. Belangrijkste doel is om te komen tot een kwalitatief goede inpassing van afzonderlijke plannen in het geheel van de Beukenlaan. Daartoe is de ruimtelijk-functionele karakteristiek van de Beukenlaan op basis van historische en actuele invalshoeken vastgelegd. De hier beschreven kaders en richtlijnen worden gebruikt bij toetsing van plannen door de welstandscommissie. Voor de Renseslocatie zijn kaders en richtlijnen opgenomen. Dit was een groter plangebied dan het gebied waarvoor voorliggende herontwikkeling geldt. In de navolgende afbeelding is aangegeven wat de oorspronkelijke omvang van de herontwikkeling was.

Alleen voor het in oranje aangegeven gebied zijn kaders en richtlijnen gegeven. Voor de voorliggende projectlocatie gelden deze kaders en richtlijnen dus niet.

Afbeelding: Renseslocatie uit Ruimtelijke visie Beukenlaan, voorliggende projectlocatie aangegeven met rode contour

2.3.6 Beleidsprogramma klimaatadaptatie 2021-2026 Dit beleidsprogramma stelt de opgave om klimaatrobuust te worden centraal. Van daaruit geeft het invulling aan andere beleidsvelden, projecten en gebiedsontwikkelingen. Maatregelen voor het omgaan met wateroverlast, hitte, droogte en overstroming moeten in samenhang genomen worden. Ook moeten we bij projecten voor bijvoorbeeld de energietransitie en de woningbouwopgave klimaatadaptatie direct meenemen. Door de raakvlakken met andere opgaven 20

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

te identificeren, is het mogelijk om meekoppelkansen tijdig en in samenhang te benutten. Daarnaast is het van belang om een heldere en gezamenlijke ambitie te hebben, om een eenduidige koers te varen en met eventuele tegengestelde belangen of conflicten tussen de beleidsvelden om te gaan. De ambitie luidt: een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard in 2050. Want een klimaatrobuust Langedijk en Heerhugowaard draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. Een gezonde en veilige leefomgeving vertalen we naar de volgende doelen op het gebied van klimaatadaptatie: ✓ We beperken de overlast die wordt veroorzaakt door hevige neerslag. ✓ Tijdens hitte bieden we onze inwoners een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. ✓ We voorkomen schade door langdurige droogte. ✓ We beperken waar mogelijk de schade die wordt veroorzaakt bij een eventuele overstroming Hier horen de volgende doelen en speerpunten bij:

Specifiek voor Heerhugowaard zijn vervolgens de volgende doelen geformuleerd • Uit een stresstest blijkt dat de gemeente Heerhugowaard met name kwetsbaar is voor wateroverlast en overstroming. Ook het thema hitte scoort redelijk hoog. • Er zijn 9 gebieden aan te wijzen waar veel water op straat is bij hevige regenval. Daarnaast zijn er 6 kwetsbare objecten geïdentificeerd met risico op water in panden. • Een aantal grotere wegen is bij een extreme regenbui onbegaanbaar, maar ook kleinere stra21

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

•

•

•

24 maart 2022

ten worden onbegaanbaar Zowel de opwarming van oppervlaktewater, het hitte-eilandeffect en een toename van warme nachten komen naar voren als aandachtspunt. Dit vormt een risico voor de risicogroep ouderen die in Heerhugowaard veel voorkomt (met name in het centrum). In Heerhugowaard is een neerslagtekort van net boven het landelijk gemiddelde van 301 mm in 2050. Zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied verhoogt dit niet de kans op bodemdaling en/of paalrot. In een extreem droog jaar wordt een tekort aan oppervlaktewater voorzien. De kans op overstroming is in Heerhugowaard relatief laag, maar door de lage ligging van de polder is de overstromingsdiepte groot. De overstromingsdiepte varieert tussen de 1,0 meter en 2,5 meter. De noodzaak voor de gemeente om een helder calamiteitenplan te hebben is evident. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de veiligheidsregio Noord-Holland Noord.

Beoordeling De inrichting van de groene ruimte achter de woningen is zo groen als mogelijk gelaten. Het gebruik van minder verharding werkt goed tegen de hittestress en vergroot de mogelijkheid tot inzijging van water. Grote vakken met beplanting vormen het centrale deel. De banden om deze vakken liggen op het niveau van het trottoir welke rondom de vakken liggen. Door het trottoir op een oor te leggen richting de plant vakken watert het trottoir af op de vakken. De kans op uitdroging van de beplanting wordt hierdoor sterk verminderd en het riool wordt minder belast tijdens piekbuien. De toe te passen beplanting is inheems en de soorten zijn zo gekozen dat deze de biodiversiteit bevorderen. Kleinen zoogdieren en insecten zullen hier hun schuilplaats vinden. De hagen vormen hier eveneens een belangrijk toevoeging op. In de vakken komen tweede grote bomen te staan. De bomen werken effectief tegen hittestress in de bebouwde omgeving.

22

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

3 Omgevingsaspecten In dit hoofdstuk wordt de voorliggende afwijking van het bestemmingsplan getoetst aan de relevante omgevingsaspecten. Per aspect wordt aangegeven of er belemmeringen zijn te verwachten voor de afwijking van het bestemmingsplan.

3.1 Verkeer en parkeren In het kader van een nieuwe ontwikkeling moet gekeken worden wat de verkeersgeneratie is, wat de parkeerbehoefte is en hoe de ontsluiting geregeld wordt van de nieuwe functie om voldoende parkeerplaatsen te waarborgen en ongewenste verkeerssituaties tegen te gaan. Parkeren Zoals in paragraaf 1.4.2 reeds is aangegeven worden de parkeerkencijfers van het CROW gehanteerd. De laatste versie van de CROW (publicatie 381) wordt hierbij toegepast. Heerhugowaard is ‘sterk stedelijk’, de projectlocatie bevindt zich in de categorie ‘centrum’. In een parkeerstudie, als bijlage toegevoegd, is de parkeerbehoefte bepaald. Er komen zoals aangegeven 32 parkeerplaatsen bij, echter er vervallen er ook 9, zodat netto er 23 parkeerplaatsen bijkomen. De behoefte is berekend op 34-38 parkeerplaatsen, met de zaterdagavond als maatgevend moment. Er ontstaat dus een theoretisch tekort van 11-15. Er is evenwel een restcapaciteit aanwezig, alleen voor de Lindenlaan en Lindenboomplein bedraagt deze 19 plaatsen (20 op werkdagavonden). Het tekort kan dus door de reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen worden opgevangen. Daarmee voldoet het plan voor wat betreft parkeren. Verkeersgeneratie Uit de CROW-publicatie 381: ‘Toekomstbestendig Parkeren’ kunnen gegevens over verkeersgeneratie worden gehaald.

Hiermee kan worden bepaald welke verkeersgeneratie ontstaat als gevolg van een herontwikkeling. Van belang is ook om af te wegen welke hoeveelheid verkeersbewegingen verdwijnt. De navolgende tabel geeft inzicht hierin. Functie Huur, appartement, duur Wonen met zorgcomponent

Hoeveelheid 24 15

Norm 8,6 6

Verkeersgeneratie 206,4 90

Koop, huis, vrijstaand Bruin- en witgoedzaken Bedrijf arb ext/ bez ext Totaal

1 270 m2 300 m2

6,4 35,3 / 100 m2 2,4 / 100 m2

- 6,4 - 95 -7 188

Conclusie Het gaat om 188 mbt/etmaal, ofwel gemiddeld 8 per uur. De omliggende infrastructuur kan deze toename verwerken. Vanuit het aspect verkeer zijn geen belemmeringen te verwachten.

23

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

3.2 Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Onderzoek Wet geluidhinder In opdracht van Henselmans Bouw & Ontwikkeling is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het woningbouwproject De Nieuwe Linden te Heerhugowaard (gemeente Heerhugowaard), dat als bijlage is toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. In blok A en B worden in elk blok 12 woningen gerealiseerd verdeeld over 3 woonlagen. In blok C worden 15 woningen gerealiseerd verdeeld over 3 woonlagen. In totaal betreft het 39 nieuwbouwwoningen. In de huidige situatie 2021 is het bouwplan gelegen binnen de geluidzone van de wegen: - Middenweg - Beukenlaan/Vondellaan - Taxuslaan - Korte Dreef/Dreef. Tevens ligt het bouwplan in de directe nabijheid van de 30 km-weg Lindenlaan.

De maximum snelheid op de Middenweg, Beukenlaan/Vondellaan, Taxuslaan en Korte Dreef/Dreef wordt binnenkort gewijzigd in 30 km/uur. Hoewel deze wegen geen geluidzone bezitten zijn deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel in dit onderzoek betrokken. Bij de toetsing van de geluidbelastingen van de 30 km-wegen is aansluiting gezocht bij het toetsingskader uit de Wet geluidhinder. Zoals blijkt uit de rekenresultaten wordt de voorkeurswaarde van 48 dB met 5 dB aftrek conform artikel 110g Wgh ten gevolge van de 30 km-weg Middenweg overschreden. De maximaal optredende geluidbelasting bedraagt op bouwblok A: 57 dB als gevolg van de Middenweg, op waarneempunt 1 op een hoogte van 5 meter. De gecumuleerde gevelbelasting van alle wegen tezamen bedraagt zonder aftrek conform artikel 110g Wgh maximaal: • Bouwblok A: 62 dB • Bouwblok B: 50 dB • Bouwblok C: 47 dB Gezien de aard van het gebied en de hoogte van de gevelbelasting kan geconcludeerd worden dat de 'goede ruimtelijke ordening' niet in het geding is. Omdat de geconstateerde overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde worden veroorzaakt door 30 km-wegen, behoeven voor het woningbouwplan geen hogere waarde te worden aangevraagd. 24

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

Conclusie Daarmee staat vast dat geluid voor de uitvoering van het plan geen belemmering vormt.

3.3 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op twee maatstaven, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. De externe veiligheidsregelgeving is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen en Besluit Buisleidingen en Externe Veiligheid. De regelgeving is gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening. Beoordeling In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig. Het tankstation op de hoek van de Middenweg en de Vondellaan heeft geen LPG-vulpunt. In de nabijheid van het projectgebied er geen wegen, spoorwegen aanwezig of is water aanwezig waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Wel is langs de Beukenlaan een transportleiding voor gas aanwezig. Er is hiervoor een onderzoek verricht, welke als bijlage is toegevoegd. Conclusie Ter plaatse zal ten opzichte van de huidige bestemming de personendichtheid en verblijftijd wijzigen. Plaatsgebonden risico Uit de berekeningen is gebleken dat er geen plaatsgebonden 10-6risicocontouren voor de leidingdelen rondom het plangebied aanwezig zijn. Het plan voldoet daarmee aan de grens- en de richtwaarden voor het plaatsgebonden risico.

Groepsrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de leiding 5842_leiding-A-551-05deel-1 en buiten het invloedsgebied van de overige leidingen. Het groepsrisico neemt als gevolg van de ontwikkeling niet toe en blijft zowel in de huidige als in de toekomstige situatie lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat op basis van artikel 12 van het BEVB een beperkte verantwoording nodig is en de veiligheidsregio om advies moet worden gevraagd. Verantwoordingsplicht Bij een beperkte verantwoording moet de veiligheidsregio om advies worden gevraagd wat betreft de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid.

3.4 Milieuzonering Ten aanzien van de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder. Uitgangspunt hierbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van een milieugevoelige functie, sprake is van een aanvaardbaar leef- enverblijfsklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige functies en bedrijven dient milieuzonering te worden 25

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

toegepast. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009. Het doel van de VNG-publicatie is het bieden van een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk en de publicatie biedt mogelijkheden voor maatwerk en flexibiliteit bij het inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving en bij het inpassen van woningen en andere gevoelige functies nabij bedrijven. Deze brochure geeft onder meer een handvat voor toepassing van milieuzonering in bestemmingsplannen voor gebieden met functiemenging. Het voorliggende plangebied is gezien de omgeving aan te merken als een gebied met functiemenging. Er zijn naast woonfuncties ook maatschappelijke-, centrum- en horecafuncties aanwezig. In tegenstelling tot rustige woongebieden zijn in dergelijke levendige gebieden desgewenst ook milieubelastende activiteiten op kortere afstand mogelijk. In de brochure is aangegeven dat het begrip ‘gebied met functiemenging’ wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging onder welke voorwaarden toelaatbaar zijn.

De activiteiten in de in de VNG-brochure opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging bestaan uit de categorieën A, B of C met de volgende betekenis voor de toelaatbaarheid: Categorie A: Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen - in gebieden met functiemenging - kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten uit categorie B waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Beoordeling en conclusie In het voorliggende geval wordt er de mogelijkheid geboden om woningen te realiseren naast bestaande woningen en zorgwoningen. De woningen worden niet gerealiseerd naast of aanpandig aan milieubelastende functies. Van woningen gaat geen overlast uit. In de omgeving bevinden zich ook geen functies die overlast kunnen veroorzaken voor de woningen. Zodoende vormt dit onderwerp geen belemmering.

3.5 Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer, worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit. Om te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarin de grenswaarden worden overschreden of bestaande overschrijdingen toenemen, moet bij het opstellen van ruimtelijke 26

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

plannen getoetst worden aan de wettelijke grenswaarden. De gevolgen van een ruimtelijk besluit voor de luchtkwaliteit hangen direct samen met de eventuele verkeersaantrekkende werking van het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan dan wel de bestaande toestand. De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten worden niet meer beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Draagt een klein project niet of nauwelijks bij aan luchtverontreiniging, dan bestaat er geen belemmering voor. Het ministerie VROM heeft de definitie van 'in betekenende mate' vastgelegd in het Besluit NIBM. Projecten die de concentratie NOx, SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de grenswaarde verhogen, dragen in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Deze 3%-grens is voor een aantal categorieën projecten in de regeling NIBM omgezet in getalsmatige grenzen, bijvoorbeeld: - woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg, 3.000 woningen bij 2 ontsluitingswegen; - kantoorlocaties: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg, 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 2 ontsluitingswegen.

Beoordeling en conclusie Gelet op voornoemde NIBM regeling, kan op voorhand met zekerheid worden geconcludeerd dat het project NIBM zal zijn. Luchtkwaliteit vormt zodoende geen belemmering.

3.6 Ecologie Voor de bescherming van diersoorten is de Wet natuurbescherming van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen planten- en diersoorten op grond van de Wet natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Quick scan flora en fauna Om te beoordelen of er als gevolg van de ontwikkeling beschermde plant- of diersoorten kunnen worden verstoord is door ecologisch adviesbureau Els & Linde een quick scan ecologiera en fauna uitgevoerd. Het rapport hiervan is bijgevoegd als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing. Uit de quick scan blijkt het volgende. Beschermde soorten Op de planlocatie kan in het woonhuis de aanwezigheid van vleermuis, gierzwaluw en 27

Ruimtelijke onderbouwing herontwikkeling Lindenlaan

24 maart 2022

huismus niet op voorhand worden uitgesloten. Een afdoend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk, omdat het woonhuis buiten de werkzaamheden valt. In de vleermuiskasten kunnen vleermuizen zitten voorafgaand aan het werk moeten deze gecontroleerd worden. Geadviseerd wordt om met een ecologisch werkprotocol te werken. Deze is inmiddels opgesteld1; de adviezen die hierin staan worden nagevolgd. Zorgbeginsel Binnen het gebied is een geringe kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten. Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=2cbba237-f512-4e49-8589-982f984698c8