CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing Lindenlaan met (milieu)onderzoeken

Gemeenteraad 21 juni 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor bouwplan De Nieuwe Linden aan de Lindenlaan20.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

filterstelling (m-mv)

Ba

Cd

Co

Cu

Hg

Pb

Mo

Ni

Zn

VAK

Olie

B

T

E

X

S

N

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

VOCl

Verkennend en nader onderzoek 2010 Middenweg 194 (voormalig tankstation) – verkennend onderzoek pb 101

1,8-2,8

pb 104

1,5-2,5

pb 106

1,6-2,6

1.800**

-

17

1,9

-

-

1900**

pb 109

1,5-2,5

1,8

-

-

0,3

-

-

-

pb 111

1,5-2,5

0,5

-

-

0,4

-

0,09

110

pb 113

1,5-2,5

-

-

-

0,3

-

-

-

-

-

-

160

180

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Middenweg 194 (voormalig tankstation) – nader onderzoek pb 201

4,2-4,8

-

-

-

pb 202

1,6-2,6

620**

-

1300** 1900** -

77**

1500**

pb 203

1,6-2,6

-

-

-

-

-

-

-

pb 204

1,4-2,4

-

-

-

-

-

-

-

pb 205

1,7-2,7

2500**

-

160**

23

-

14

270

pb 206

1,8-2,8

-

-

-

-

-

-

-

pb 207

1,3-2,3

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Lindenlaan 1 (loods) – verkennend onderzoek pb 05

1,5-2,5

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Project 16694

19

Peilbuis

filterstelling (m-mv)

Ba

Cd

Co

Cu

Hg

Pb

Mo

Ni

Zn

VAK

Olie

B

T

E

X

S

N

-

-

-

0,3

-

-

-

VOCl

Lindenlaan 1 (loods) – nader onderzoek pb 216

1,7-2,7

Actualisatie en nader onderzoek 2017 Middenweg 194 (voormalig tankstation) – actualisatie onderzoek pb 104

1,5-2,5

-

-

-

-

-

0,05

-

pb 106

1,6-2,6

7

-

-

1,1

-

1,2

1200**

pb 201

4,2-4,8

-

-

-

-

-

-

-

pb 302

1,1-2,1

-

-

-

-

-

-

-

pb 309

1,0-2,0

-

-

-

-

-

0,02

-

pb SL10

1,4-2,4

-

-

-

-

-

0,08

55

Lindenlaan 1 (loods) – nader onderzoek pb 216

1,7-2,7

-

-

-

-

-

0,59

-

pb 301

1,5-2,5

-

-

-

-

-

-

-

pb 303

1,0-2,0

-

-

-

-

-

0,52

160

pb 402

1,1-2,1

-

-

-

-

-

-

-

pb 412

1,1-2,1

-

-

-

-

-

-

-

pb SL02

1,1-2,1

-

-

-

-

-

0,47

710**

pb SL03

1,0-2,0

-

-

-

-

-

-

950**

pb SL06

1,4-2,4

-

-

-

-

-

0,05

-

-

-

-

0,3

-

-

-

Lindenlaan 1a – verkennend bodemonderzoek pb 312 blanco getal getal* getal**

1,3-2,3

170

-

-

-

-

-

-

-

-

: geen analyse uitgevoerd : de concentratie is kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde (of detectielimiet) : de concentratie overschrijdt de streefwaarde : de concentratie overschrijdt de T-waarde : de concentratie overschrijdt de interventiewaarde

Actualisatie onderzoek Middenweg 194 (voormalig tankstation) Ter actualisatie van het voorgaande onderzoek zijn de peilbuizen 104, 106 en 201 herbemonsterd. Omdat de andere geplande peilbuizen niet meer aanwezig waren, zijn aanvullend de peilbuizen 302 (vervanging 206), 309 (vervanging 109) en SL 10 (vervanging 203) geplaatst en bemonsterd. Het grondwater is geanalyseerd op olie en aromaten. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 106 (1,6-2,6 m-mv) is een benzine verontreiniging in het grondwater aangetoond. Het gehalte aan minerale olie is sterk verhoogd, de gehalten aan aromaten zijn licht verhoogd. De gehalten zijn relatief gezien lager dan gemeten in 2010, toen ook nog een sterke verhoging aan benzeen is aangetoond. De peilbuizen 104, 302, 309 en SL10 zijn (her)bemonsterd op olie en aromaten ter bevestiging van de horizontale afperking van de vlek. In het grondwater uit deze peilbuizen zijn hooguit lichte verhogingen gemeten, waarmee de vlek is afgeperkt. De verontreiniging is ten opzichte van 2010 niet verder verspreid, maar relatief gezien in mate iets afgenomen, vermoedelijk door natuurlijke afbraak. Herbemonstering van de diepe peilbuis 201 ter plaatse van de kern van de benzineverontreiniging heeft bevestigd dat het grondwater op een diepte van 4,2 tot 4,8 m-mv niet verontreinigd is.

-

20

Project 16694

Nader onderzoek Lindenlaan 1 (loods) Het grondwater uit de peilbuizen 303 (ter vervanging 113) en SL06 (ter vervanging 101) is geanalyseerd op olie en aromaten ter bepaling van de mate van verontreiniging in de spots aan de voorzijde van de loods. In het grondwater uit deze peilbuizen zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond. Peilbuis 301 is verricht tussen de twee spots, om te beoordelen of deze met elkaar zijn verbonden. In het grondwater uit peilbuis 301 zijn geen verhogingen aan olie en aromaten aangetoond. Daarmee is bevestigd dat de diesel/HBO-spots ter plaatse van de boringen 101 en 113 niet verbonden zijn. In het grondwater van peilbuis 216 is in 2010 een lichte verhoging aan xylenen aangetoond. Met de herbemonstering van peilbuis 216 is enkel een lichte verhoging met naftaleen aangetoond. De olie verontreiniging onder de loods beperkt zich tot de bovengrond (boringen 10, 216 en 308). De peilbuizen SL02 en SL03 zijn beide bemonsterd op minerale olie en aromaten, wegens het aantreffen van een brandstofgeur en een sterke olie-water reactie in de kleilaag van circa 0,5 tot 1,0 m-mv. In het grondwater uit beide peilbuizen is een sterke verhoging aan minerale olie aangetoond. De oliechromatogrammen duiden op een zwaardere oliesoort, gemengd met een lichtere oliefractie (dieselachtig) bij SL03.

Ter horizontale afperking van de olie verontreiniging in het grondwater ter plaatse van de peilbuizen SL02 en SL03 zijn aan de boomgaard zijde van de loods aanvullend peilbuizen 402 en 412 bemonsterd op minerale olie en aromaten in grondwater. In het grondwater van deze peilbuizen zijn geen verhogingen aan olie en/of aromaten aangetoond. Verkennend bodemonderzoek Lindenlaan 1a Het grondwater uit peilbuis 312 is geanalyseerd op een breed pakket aan stoffen, ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse. In het grondwater ter plaatse van de tuin van de Lindenlaan 1a zijn enkel lichte verhogingen aan barium en xylenen aangetoond.

21

5

Project 16694

ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium.

5.1

Toetsingskader asbest Voor

asbest in grond geldt een interventiewaarde van 100 mg/kg ds gewogen, zoals opgenomen in bijlage 1 van de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’. Gewogen betekent dat de toetswaarde op de volgende manier wordt berekend: toetswaarde = gehalte serpentijn (chrysotiel) + 10 x gehalte amfibool (crocidoliet, amosiet, etc)

Wanneer de interventiewaarde voor asbest in de bodem wordt overschreden, dient conform de Wet bodembescherming een uitspraak te worden gedaan over de risico’s van de verontreiniging bij het huidig en toekomstig gebruik, op basis van een milieuhygiënisch saneringscriterium. Voor asbest geldt hiervoor het ‘Protocol Asbest’, opgenomen als bijlage in de hierboven genoemde circulaire. Voor asbest in grond geldt geen achtergrondwaarde. De interventiewaarde voor asbest ligt op het niveau van verwaarloosbaar risico. Grond met een asbestgehalte kleiner dan de interventiewaarde kan worden beschouwd als niet met asbest verontreinigd. 5.2

Analyseresultaten Grove fractie nader asbestonderzoek Middenweg 194 en Lindenlaan 1 Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in de sleuven SL05 en SL08 asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. In de overige sleuven is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De asbestverdachte materialen zijn per sleuf/verdachte laag verzameld en geanalyseerd op asbest. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Fijne fractie nader asbestonderzoek Middenweg 194 en Lindenlaan 1 Voor het onderzoek van de fijne fractie, zijn in eerste instantie de twee meest verdachte sleuven (SL05 en SL08) op basis van visuele waarnemingen geanalyseerd op asbest in fijne fractie. Omdat in de fijne fractie asbest werd aangetoond, zijn vervolgens twee mengmonsters van de grond van de overige onverdachte sleuven ingezet ter bepaling van het asbestgehalte. Ook is een mengmonster samengesteld voor een asbest in puin analyse van het aangetroffen fundatiemateriaal in de sleuven SL04 t/m SL06. Voor de verticale afperking is de onverdachte ondergrond van de sleuven SL05 en SL08 geanalyseerd op asbest. Een overzicht van de fijne fractie monsters is hieronder weergeven: NO-FF1: SL 05 NO-FF2: SL 08 NO-FF3: SL 04 t/m SL 06 NO-FF4: SL 01 t/m SL 03 NO-FF5: SL 09 NO-FF6: SL 05 NO-FF7: SL 08

verdachte bovengrond met AVM verdachte bovengrond met AVM onverdacht fundatiemateriaal onverdachte bovengrond zonder avm onverdachte bovengrond zonder avm onverdachte ondergrond onverdacht ondergrond

De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1.

Project 16694

22

Verkennend asbestonderzoek Middenweg 186-188 Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in de inspectiegaten314 t/m 317 geen asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. Er is een mengmonster samengesteld van de onverdachte bovengrond van de vier inspectiegaten en geanalyseerd op asbest in grond. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte voor de betreffende RE. Tabel 5.1: bepaling gemiddelde asbestgehalte per ruimtelijke eenheid in mg/kg.ds Ref

Sleuven (diepte m-mv)

Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde

Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

(afgerond)

Totaalgehalte, gewogen#

Nader asbestonderzoek Middenweg 194 en Lindenlaan 1

NO-FF1

SL 05 (0,00-0,30)

10,6 (H)

0,0

30 (H) 12 (NH)

8,4 (H) 0,1 (NH)

140** (H/NH)

NO-FF2

SL 08 (0,20-0,40)

475 (H)

0,0

370 (H)

0,0

830** (H)

NO-FF3

SL 05 (0,30-0,50)

-

-

0,0

0,0

0

-

-

1,6

0,0

1,6

SL 04 (0,15-0,50)

SL 06 (0,20-0,40) SL 01 (0,05-0,50) NO-FF4

SL 02 (0,20-0,60) SL 03 (0,00-0,50)

NO-FF5

SL 09 (0,20-0,40)

-

-

0,0

0,0

0

NO-FF6

SL 05 (0,50-1,00)

-

-

0,0

0,0

0

NO-FF7

SL 08 (0,40-0,80)

-

-

0,0

0,0

0

-

0,0

0,0

0

Verkennend asbestonderzoek Middenweg 186-188

FF4 ref blanco (h) / (nh) # **

314 (0,00-0,50) 315 (0,00-0,50) 316 (0,00-0,50) 317 (0,00-0,50)

-

referentie op analysecertificaat niet aangetroffen niet geanalyseerd hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool het gehalte overschrijdt de interventiewaarde

Ter plaatse van de sleuven SL05 en SL08 is asbest in de bovengrond aangetoond, in een gehalte boven de interventiewaarde. Het asbest is zowel in de grove fractie als in de fijne fractie aangetroffen. In de ondergrond van deze sleuven is geen asbest aangetroffen. In het fundatiemateriaal ter plaatse van de sleuven SL04, SL05 en SL06 is geen asbest aangetroffen.

23

Project 16694

In de bovengrond van de sleuven SL01, SL02 en SL03 is een zeer geringe hoeveelheid asbest aangetroffen, ruim onder de interventiewaarde. In de overige gegraven sleuven is in de grond geen asbest aangetroffen. Ter afperking van het aangetroffen asbest in de sleuven SL08 en SL05 zijn enkele inspectiegaten gegraven rondom deze sleuven. In deze gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen, waarmee de asbestverontreinigingen zijn afgeperkt. Bij het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de tuin van Middenweg 186-188 is visueel en analytisch geen asbest aangetoond in de bodem.

24

6

Project 16694

VERONTREINIGINGSSITUATIE De verontreinigingssituatie is weergegeven op kaartmateriaal in bijlage I.

6.1

Voormalig tankstation Middenweg 194 Ter plaatse van het voormalig tankstation op Middenweg 194 is een verontreiniging met benzine aanwezig in grond en grondwater. De verontreiniging is in 2010 eerder in kaart gebracht, met onderhavig onderzoek is de verontreiniging geactualiseerd. In 2010 is de omvang van de verontreiniging in grond geraamd op 560 m3, waarvan 250 m3 sterk verontreinigd. De omvang van de verontreiniging in grondwater is in 2010 geraamd op 1.440 m3, waarvan 500 m3 sterk verontreinigd. Met onderhavig onderzoek is de gebleken dat de mate van verontreiniging zowel in grond als grondwater iets is afgenomen, vermoedelijk als gevolg van natuurlijke afbraak. De omvang van de totale verontreiniging is evenwel gelijk gebleven. Aangetoond is dat de verontreiniging zich niet verder heeft verspreid, de situatie is stabiel met afnemende gehalten. Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in het kader van de Wet bodembescherming. Sanering van de verontreiniging is niet spoedeisend. De risicobeoordeling is bijgevoegd in bijlage V.

6.2

Olieverontreinigingen loods Lindenlaan 1 Ter plaatse van de loods op Lindenlaan 1 is de bodem plaatselijk verontreinigd met brandstofproducten. Tijdens het onderzoek in 2010 zijn twee spots aangetoond aan de voorzijde van de loods. Deze spots zijn met onderhavig onderzoek geactualiseerd. De mate van verontreiniging lijkt iets te zijn afgenomen, mogelijk door natuurlijke afbraak. De spots zijn niet overlappend, in grond en grondwater ter plaatse van boring/peilbuis 301 zijn geen verhogingen aan olie en/of aromaten aangetoond. De omvang van de oliespot in de grond bij boring 101/SL06 is in 2010 geraamd op circa 30 m3, waarvan circa 5 m3 sterk verontreinigd. Met onderhavig onderzoek is in de grond van sleuf SL06 een matige verhoging aan olie aangetoond, waarmee de omvang wordt bevestigd. Het betreft een relatief zware oliesoort. In grondwater ter plaatse zijn zowel in 2010 als in 2017 hooguit lichte verhogingen aangetoond. In 2010 is de oliespot bij boring 113 afgeperkt met de boringen 208 t/m 210. Met onderhavig onderzoek is gebleken dat deze spot vermoedelijk overlapt met de olieverontreiniging die is aangetroffen naast de loods (sleuven SL02 en SL03). Het oliechromatogram van boring 303 duidt op diesel/HBO, de oliechromatogrammen van de sleuven SL02 en SL03 op respectievelijk een zwaardere oliesoort en een combinatie van een zwaardere oliesoort en diesel/HBO.

Ook de verontreiniging aangetroffen bij de boringen 10/216 (2010) en 308 (2017) overlapt vermoedelijk met de olieverontreiniging naast de loods. Hier duidt het oliechromatogram op diesel/HBO. Aangenomen wordt dat het een aaneengesloten geval van verontreiniging met minerale olie betreft. De verontreiniging is zowel in grond als grondwater afgeperkt, en bevindt zich met name langs/onder de rand van de loods. Mogelijk is sprake van een voormalige greppel of slootje langs deze loods en heeft de olieverontreiniging zich via voorkeursstroming in langgerekte vorm iets verspreid. Vermoedelijk hangt de verontreiniging samen met de voormalige bedrijvigheid van het garagebedrijf. De verontreiniging is met

25

Project 16694

voorgaand onderzoek niet aangetroffen, omdat ter plaatse van de sleuven SL02 en SL03 destijds geen (diepe) boringen zijn verricht. Er is geen aanleiding te verwachten dat het een nieuw geval van bodemverontreiniging betreft. De olieverontreiniging is met name in de ondiepe kleilaag aanwezig, en in beperktere mate doorgedrongen tot in het ondergelegen zand. De omvang van de verontreiniging met olie in grond wordt geraamd op 495 m3 (330 m2 x 1,5 m), waarvan 140 m3 sterk verontreinigd. De verontreiniging is in het grondwater in horizontale richting iets minder ver verspreid. De omvang van de verontreiniging in het grondwater wordt geraamd op 540 m3 (270 m2 x 2 m), waarvan 180 m3 sterk verontreinigd. De olieverontreinigingen naast en onder de loods Lindenlaan 1 worden samen beschouwd als een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in het kader van de Wet bodembescherming. Sanering van de verontreiniging is niet spoedeisend. De risicobeoordeling is bijgevoegd in bijlage V. 6.3

Asbestspots Middenweg 194 en Lindenlaan 1 Plaatselijk zijn in de bovengrond verontreinigingen met asbest aangetoond, binnen de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1. Ter plaatse van de tuin van Middenweg 194 is een spot met asbestverontreiniging in de bovengrond aanwezig, aangetoond in boring 202 en sleuf SL08. De spot heeft een geringe omvang, in de omliggende inspectiegaten en sleuven is geen asbest aangetroffen. Het vermoeden bestaat dat de asbestverontreiniging samenhangt met het in het verleden plaatselijk ondergraven van enkele asbesthoudende platen. De omvang van de asbestverontreiniging in de tuin van Middenweg 194 wordt geraamd op circa 5 tot 10 m3. Formeel is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in het kader van de Wet bodembescherming. Op basis van het Protocol Asbest kan worden afgeleid dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s als gevolg van de asbestverontreiniging. Het gehalte aan asbest is lager dan 1.000 mg/kg ds en de bodem is afgedekt met een halfverharding (tegels). Ter plaatse van de loods op Lindenlaan 1 is een asbestverontreiniging aangetoond in sleuf SL05. Met aanvullend onderzoek is vastgesteld dat hier sprake is van een grondwal c.q. ophoging (circa 0,3 meter hoog) in de groenstrook naast de loods. Vermoedelijk betreft het opgebrachte grond.

In de inspectiegaten die rondom sleuf SL05 zijn gegraven, in de oorspronkelijke bodem, is geen asbest aangetroffen. Ook in de overige sleuven gegraven rondom de loods is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De omvang van de met asbest verontreinigde grond ter plaatse van sleuf SL05 wordt geraamd op circa 5 tot 10 m3. Uitgaande van bodem is er sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’ in het kader van de Wet bodembescherming. Op basis van het Protocol Asbest kan worden afgeleid dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico’s als gevolg van de asbestverontreiniging. Het gehalte aan asbest is lager dan 1.000 mg/kg ds en de grond is begroeid.

6.4

Overige bodemkwaliteit Op basis van de uitgevoerde onderzoeken (2010-2017) blijkt dat de algemene bodemkwaliteit hooguit licht verontreinigd is. Plaatselijk is de bovengrond matig verontreinigd met zink, wat overeenkomt met de vastgestelde achtergrondkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart. Op het achterterrein van Middenweg 186-188 is plaatselijk (boring 01) in de bovengrond een sterke verhoging aan zink aangetoond (2010). Dit betreft een enkele boring, in de omliggende boringen zijn hooguit lichte verhogingen gemeten.

26

7

Project 16694

CONCLUSIES Op de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1 en de tuinen van de percelen Middenweg 186-188 en Lindenlaan 1a is bodemonderzoek uitgevoerd, voorafgaand aan de voorgenomen herontwikkeling van het plangebied “Lindebloesem”. Het onderzoek heeft bestaan uit een aantal onderdelen: - Een actualisatie onderzoek van een verontreiniging met benzine in grond en grondwater ter plaatse van Middenweg 194, als gevolg van een voormalige tankstation; - Een actualisatie en nader onderzoek van verontreiniging met brandstofproducten ter plaatse van de loods op Lindenlaan 1, als gevolg van het voormalige gebruik als garagebedrijf; - Een nader asbestonderzoek van de percelen Middenweg 194 en Lindenlaan 1, in verband met het aantreffen van asbesthoudend materiaal en puinbijmenging in de bodem tijdens voorgaand onderzoek; - Een verkennend onderzoek van de tuin van Lindenlaan 1a, als onderdeel van het te her ontwikkelen plangebied; - Een verkennend asbestonderzoek van de tuin van de percelen Middenweg 186-188, in verband met de aanwezigheid van puinbijmenging in de bodem. De verontreinigingssituatie is in beeld gebracht ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Er is sprake van een aantal verontreinigingen, die gesaneerd dienen te worden bij de herontwikkeling: 1. De verontreiniging met benzine in grond en grondwater ter plaatse van het voormalig tankstation.

Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is. De omvang is geraamd op 560 m3 in grond (waarvan 250 m3 sterk) en 1.440 m3 in grondwater (waarvan 500 m3 sterk). 2. De verontreinigingen met olie onder en langs de loods op Lindenlaan 1. Deze bestaat uit een geringe spot met olie in grond aan de voorzijde en een grotere verontreiniging in grond en grondwater aan de noordoostzijde van de loods. Het betreft een combinatie van diesel/HBO en een zwaardere oliesoort, die worden toegeschreven aan de voormalige activiteiten van het garagebedrijf op de locatie. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is. De omvang is geraamd op (totaal) 525 m3 in grond (waarvan 145 m3 sterk) en 540 m3 in grondwater (waarvan 180 m3 sterk). 3. Een tweetal verontreinigingen met asbest in grond: de bovengrond ter plaatse van de tuin van Middenweg 194 (circa 5-10 m3) en de asbesthoudende grondrug ter plaatse van sleuf SL05 langs de loods op Lindenlaan 1 (circa 5-10 m3). Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan sanering niet spoedeisend is. 4. De spot met sterke verhoging aan zink in de tuin van Middenweg 186-188 dient apart te worden ontgraven en afgevoerd naar een erkende verwerker (circa 10 m3). Dit betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging.

In de tuin van Lindenlaan 1a zijn geen verhogingen aangetoond, die de ontwikkeling belemmeren. In de tuin van Middenweg 186-188 is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=2cbba237-f512-4e49-8589-982f984698c8