Bijlage 1 - Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022
Tekst van het document
38
39
DEELGEBIED 3:
CENTRUMZONE: MIDDENWAARD, STATIONSGEBIED, CENTRUMWAARD EN OVERIGE WINKELGEBIEDEN
NIVEAU VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT Wel toetsing aan ruimtelijke kwaliteit De centrumzone valt onder de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit vanwege de centrale ligging en de centrumfunctie voor de gemeente. Het toezicht is gericht op het, binnen de diversiteit van de bebouwingsvormen, behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Gebaseerd op de uitgangspunten voor de ontwikkeling van de verschillende gebieden zijn criteria opgesteld die de gewenste ruimtelijke kwaliteit ondersteunen. Voor het Stationsgebied wordt het Beeldkwaliteitsplan als toetscriteria gebruikt.
CRITERIA Situatie • Voorgevel en publieksgerichte functies zijn gericht op het openbaar gebied. •
Gebouwen zijn zo in de omgeving geplaatst, dat een aangename openbare ruimte tussen de verschillende gebouwen ontstaat die als straat, steeg of voetgangers- of langzaamverkeerszone gebruikt kan worden.
•
Eigen terreininrichting maakt onderdeel uit van de ontwerpopgave.
Hoofdvorm • Gebouwen zijn individueel en afwisselend, met een heldere krachtige hoofdvorm. •
Maat en schaal van de gebouwen sluit aan bij de belendende panden.
•
Bij functiemenging op gebouwniveau zijn functies afleesbaar in de gevelopbouw.
•
Gebouwen met een bijzondere functie kunnen in massa, opbouw en vorm afwijken.
•
Winkels in een groter blok worden in de compositie opgenomen als plint.
•
De hoofdingangen van de gebouwen zijn gelegen aan voorzijde/straatzijde en zijn duidelijk herkenbaar in het gevelbeeld.
•
Bij grote gevelvlakken wordt de gevel van het gebouw opgedeeld in kleinere verticale zichtbare geledingen.
•
Aan de verschijningsvorm van de voorgevel en in het zicht zijnde zijgevels wordt extra ontwerpaandacht gevraagd.
•
Op beganegrond niveau worden geen gesloten gevels gericht op de openbare ruimte.
•
Bijgebouwen ontbreken of zijn in opzet en schaal sterk ondergeschikt. Deze worden bij voorkeur ondergebracht in het hoofdgebouw.
40
de
•
Bebouwing in Centrumwaard heeft een kapvorm of de kap is terugliggend met een gevel vormgegeven.
•
Toegangen naar parkeergarages, parkeergarage-inritten, opslagruimten, laad- en losruimten en andere utilitaire ruimten moeten van hoge kwaliteit zijn en passen bij de architectuur van het totale gebouw.
•
Winkelpuien hebben een open karakter, zijn transparant en representatief.
•
Afvoerkanalen (lucht/rookgas/ventilatie) worden in hoogte beperkt. Er worden geen buizen langs de gevel aangebracht. Afvoerkanalen worden bij voorkeur uitgevoerd als filter, waarmee de hoogte minimaal kan blijven. Voor de plaatsing van het filter gelden de sneltoetscriteria voor technische installaties.
Materiaal, Detail en kleur Kleuraccenten zijn mogelijk indien dit vanuit stedenbouwkundig oogpunt beargumenteerd kan worden en indien passend in de compositie. • Materialen en detaillering zijn van hoge kwaliteit. •
Materiaal en kleurgebruik worden afgestemd op het gebouwontwerp en de omgeving. Bijzondere functies/situaties kunnen hiervan afwijken.
OVERIGE CRITERIA •
Voor veelvoorkomende kleine bouwwerken gelden (daar waar de toets ruimtelijke kwaliteit wel van toepassing is) tevens de sneltoetscriteria.
•
Voor reclames zijn er aanvullende criteria opgenomen in de objectcriteria.
41
42
DEELGEBIED 4A BEDRIJVENTERREINEN: ZANDHORST, DE FRANS, HARLINGERSTRAAT, DE MOSSEL, ZUIDERDEL, DE WUYVER. NIVEAU VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT:
Regulier
De bestaande bedrijventerreinen vallen gedeeltelijk onder de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit. De gemeente stelt geen bijzondere eisen aan de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwen en het toezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied.
Vrij van toetsing aan ruimtelijke kwaliteit: Kleine bouwwerken op het achtererf die passen binnen de regels van het bestemmingsplan zijn vrij van de toets ruimtelijke kwaliteit. de excessenregeling is wel van toepassing op het hele gebied. Zie ook het plaatje ‘toets ruimtelijke kwaliteit op bedrijventerreinen’ op de volgende bladzijde.
Wel toetsing aan ruimtelijke kwaliteit: Een compleet nieuw bedrijfsgebouw en het vergroten van het bestaande bedrijfsgebouw binnen het bouwvlak (bestemmingsplan) van het hoofdgebouw moet altijd voldoen aan de criteria voor ruimtelijke kwaliteit. Kleine bouwwerken op het hoofdgebouw zijn in veel gevallen vrij van de toets ruimtelijke kwaliteit’. Zie hiervoor de sneltoetscriteria in hoofdstuk 5.
43
44
CRITERIA Situatie • De gebouwen staan vrij op de kavel met één hoofdmassa per perceel. •
Als er sprake is van meerdere gebouwen op één perceel dan wordt aandacht gevraagd voor samenhang en positie tussen de gebouwen en de inrichting van het terrein.
•
De bebouwing die de bebouwingsgrens (rooilijn) overschrijdt, levert in kwalitatief opzicht een meerwaarde voor het straatbeeld op.
•
Expeditie- en opslagruimte zoveel mogelijk aan de achterzijde van het gebouw situeren.
•
Bij de inrichting van het buitenterrein met parkeerplaatsen is altijd sprake van een groenzone met ruimte voor beplantingen en /of bomen.
Hoofdvorm • Gevels zichtbaar vanaf doorgaande hoofdroutes dienen als voorgevel uitgevoerd te worden. Bijvoorbeeld langs de Westerweg en Westtangent, waar bebouwing een tweezijdige oriëntatie heeft. •
Er is ontwerpaandacht voor naar het spoor gerichte gevels.
•
De hoofdingangen van de gebouwen zijn gesitueerd aan de voorzijde/ straatzijde en zijn duidelijk herkenbaar in het gevelbeeld.
•
Representatieve ruimtes worden zoveel mogelijk aan de voorzijde gesitueerd.
•
Op beganegrond niveau worden geen gesloten gevels gericht op de openbare ruimte.
•
Bij grote gevelvlakken wordt de gevel van het gebouw opgedeeld in kleinere verticale zichtbare geledingen.
•
Technische installaties op het gebouw worden geïntegreerd vormgegeven.
•
Losgeplaatste bijgebouwen, zoals fietsenstallingen en technische ruimtes, zijn ondergeschikt en tonen verwantschap met het ontwerp en het materiaalgebruik van het hoofdgebouw.
Materiaal, Detail en kleur • Het materiaalgebruik van het kantoorgedeelte wijkt af van de (productie)hal. •
Per bedrijfspand wordt één hoofdkleur gebruikt.
•
Hekwerken worden bij voorkeur gecombineerd met groene hagen of beplanting in beperkte hoogte en op eigen terrein.
OVERIGE CRITERIA •
Voor veelvoorkomende kleine bouwwerken gelden (daar waar de toets ruimtelijke kwaliteit wel van toepassing is) tevens de sneltoetscriteria.
•
Voor reclames zijn er aanvullende criteria opgenomen in de objectcriteria.
45
DEELGEBIED 4B
BEVELAND
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT:
Bijzonder
Wel toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Beveland valt onder de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit dat vooral gericht is op de ontwikkeling van een aantrekkelijk kantorenpark-bedrijventerrein. De nadruk in het beleid ligt op het bewaken van de samenhang op het terrein en de bebouwing. Hierin zijn naast het karakter van het gebied zelf de ontwikkelingen van Westpoort en het Stationsgebied mede bepalend.
CRITERIA Situatie • De gebouwen zijn vormgegeven als zelfstandige elementen en ruim op de kavel gesitueerd. •
Er is één helder vormgegeven hoofdgebouw per kavel.
•
Er is samenhang tussen de gebouwen en de inrichting van het terrein
•
Bij de inrichting van het buitenterrein met parkeerplaatsen is altijd sprake van een groenzone met ruimte voor beplantingen en /of bomen.
Hoofdvorm • Er is diversiteit in vormgeving. Elk gebouw heeft een eigen vormgeving met aandacht voor architectonische kwaliteit en representatie. •
Gevels zichtbaar vanaf doorgaande hoofdroutes (Westtangent en spoorzijde), dienen als voorgevel uitgevoerd te worden. (De betreffende bebouwing heeft een tweezijdige oriëntatie.)
•
De hoofdingangen van de gebouwen zijn gesitueerd aan de voorzijde/ straatzijde en zijn duidelijk herkenbaar in het gevelbeeld.
•
Representatieve ruimtes worden zoveel mogelijk aan de voorzijde gesitueerd.
•
Er worden geen gesloten gevels gericht op het openbaar gebied.
•
Technische installaties op het gebouw worden geïntegreerd vormgegeven.
•
Bij grote gevelvlakken wordt de gevel van het gebouw opgedeeld in kleinere verticale zichtbare geledingen.
Materiaal, Detail en kleur • Materiaaltoepassing en kleurgebruik is op basis van één hoofdmateriaal en hoofdkleur per bedrijfspand. •
Detaillering wordt afgestemd op de gebruikte architectuurstijl.
•
Losgeplaatste bijgebouwen, zoals fietsenstallingen en technische ruimtes
•
tonen verwantschap met het ontwerp en de materialisering van het hoofdgebouw.
OVERIGE CRITERIA •
Voor veelvoorkomende kleine bouwwerken gelden (daar waar de toets ruimtelijke kwaliteit wel van toepassing is) tevens de sneltoetscriteria.
•
Voor reclames zijn er aanvullende criteria opgenomen in de objectcriteria.
46
DEELGEBIED 4C
OVERTOOM
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Vanwege de geïsoleerde ligging en autonome ontwikkeling van deze locatie acht de gemeente de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit hier minder zinvol. De gemeente stelt geen eisen aan de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwen en reclames zolang gebouwd wordt binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan.
CRITERIA Indien de gemeente wil meewerken aan een bouwplan dat niet past binnen het bestemmingsplan, zal in ieder geval goedkeuring van de adviseur omgevingskwaliteit nodig zijn. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de algemene criteria.
RECLAMES Reclames in het gebied zijn welstandsvrij zolang er géén reclame wordt gemaakt voor derden, geen LED schermen en bewegende beelden worden toegepast en er geen vergunning nodig is voor de activiteit Bouwen waarbij een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Zie ook paragraaf 4.4: Reclames, deelgebied 4C: Overtoom.
EXCESSEN De excessenregeling is wel van toepassing op het hele gebied.
47
48
4D
DE VAANDEL EN BREEKLAND
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Bijzonder Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De bedrijventerreinen de Vaandel en Breekland zijn nog in ontwikkeling. Hiervoor zijn beeldkwaliteitsplannen vastgesteld.
CRITERIA DE VAANDEL Tijdens de ontwikkelingsfase fungeert het beeldkwaliteitsplan als toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit. In het beeldkwaliteitsplan zijn kwaliteitszones benoemd en criteria opgenomen aan de hand waarvan een supervisieteam een bouwplan beoordeeld. Dit geldt ook voor de fietsenstallingen en erfafscheidingen bij het bedrijfspand. Zodra de ontwikkeling van de locatie is afgerond en alle kavels bebouwd zijn zal het toezicht conform het nabijgelegen bedrijventerrein Zandhorst van toepassing worden. Er zal dan getoetst worden aan de criteria van deelgebied 4A Bedrijventerreinen.
RECLAMES Voor reclames zijn er aanvullende objectcriteria opgenomen in paragraaf 4.6: Reclames, deelgebied 4, bedrijventerreinen 4A, 4B en 4D.
49
50
DEELGEBIED 5
BUITENGEBIED – LANDELIJK GEBIED
NIVEAU VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT:
Regulier
Wel toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Verspreid over het buitengebied komt bebouwing voor. De meeste bebouwing is gesitueerd in het agrarische deel van de gemeente. Het gaat in hoofdzaak om agrarische bebouwing. De bebouwing bestaat voornamelijk uit losstaande bedrijfswoningen met daarachter de agrarische bedrijfsgebouwen. Over het algemeen is de bebouwing kleinschalig. De nokrichting van de woningen is in de meeste gevallen evenwijdig aan de weg en de opbouw van de woningen is eenvoudig; één bouwlaag met een zadeldak. De agrarische bedrijfsgebouwen zijn van uiteenlopende materialen, maar veelal in gedekte kleurstellingen. Gelet op de huidige kwaliteiten van het buitengebied geldt voor het gebied een regulier ambitieniveau. De inzet is om daarbij respectvol om te gaan met de bestaande kwaliteiten, oorspronkelijke structuurelementen en cultuurhistorische bebouwing. Streven naar goede inpassing van toevoegingen in het landschap en het compact houden van bestaande bebouwde boerenerven. De erfinrichting en erfbeplanting hebben een belangrijke rol bij het totaalbeeld van een boerenerf. Onderstaande criteria gaan voornamelijk over de (bedrijfs)woningen en de bebouwing ten dienste van het wonen. Voor de achterliggende agrarische bedrijfsgebouwen zijn objectgerichte criteria opgesteld. Zie hoofdstuk 4.3: Agrarische bedrijfsgebouwen op bladzijde 62 en 63.
CRITERIA Situering •
Bij het hoofdgebouw (de woning) gaat het om het behouden en herstellen van het kleinschalige, diverse en ruimtelijke karakter, waarbij zoveel mogelijk doorzichten mogelijk blijven.
•
Er wordt niet gebouwd tegen gebouwen die in vorm en massa afwijken. In uitzonderlijke gevallen wordt samengevoegd via een tussenlid met platte afdekking.
•
aansluiten op de bestaande bebouwingsritmiek van compacte bebouwing op een boerenerf; het hoofdgebouw (de woning) is met de voorgevel georiënteerd op de weg. De agrarische bedrijfsgebouwen compact gesitueerd op het achtererf (bebouwing in tweede lijn); de nokrichting van de woningen is overwegend evenwijdig aan de weg, terwijl van de agrarische bedrijfsgebouwen in hoofdzaak de nokrichting haaks op de weg is; bijzondere functies kennen een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
• • •
Hoofdvorm • Per woonkavel is er één hoofdmassa met een eenduidige hoofdvorm met een eigen individuele karakteristiek. •
De gebouwen bestaan uit een onderbouw van één tot twee bouwlagen met een hellend dak dat niet is afgeplat. Minimale dakhelling 30 graden, maximale dakhelling 65 graden.
51
•
De gekozen kapvorm moet passen bij de al aanwezige kapvormen op het perceel.
•
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt in vorm en situering aan de hoofdmassa en in een afgeleide architectuur. Dit geldt ook voor erkers en dakkapellen aan de voorzijde.
•
Nokhoogte van bijgebouwen zijn minimaal 1 meter lager dan het hoofdgebouw. Indien de goothoogte van de woning op de eerste verdiepingsvloer ligt, moet het boeideel van het bijgebouw op gelijke hoogte of lager liggen. Uitzondering hierop zijn de agrarische bedrijven en woonboerderijen, hier geldt dat bijgebouwen in positie en uitwerking ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw.
•
Bij hoeksituaties gericht naar het openbaar gebied is er ontwerpaandacht voor de naar het openbaar gebied gerichte gevels. Gevels zijn niet compleet gesloten, maar voorzien van raampartijen.
•
Terughoudend omgaan met het aanbrengen van technische installaties, inpandig en anders ondergeschikt aan en geïntegreerd in de architectuur. In ieder geval niet toepassen aan de zijde van het openbaar gebied.
Materiaal, Detail en kleur • Elk hoofdgebouw (de woning) kent een eigen identiteit en detaillering; •
Vormgeving, kleur en materiaalgebruik worden afgestemd op het karakter van het pand of de omgeving, zoals baksteen en pannendak.
•
Renovaties, aan- of verbouwing worden in stijl aangepast aan het oude gebouw.
•
Kleurgebruik is overwegend traditioneel, geen felle contrasterende kleuren; Hedendaagse interpretatie op historische kenmerken is wel mogelijk. Eigentijdse materiaal- en kleurgebruik is mogelijk mits ondergeschikt en met respect voor de oorspronkelijke of aanwezige karakteristieken uitgevoerd;
• •
•
Er wordt aandacht geschonken aan de zorgvuldige vormgeving van de entrees, erkers, dakkapellen, kroonlijsten en dergelijke.
•
Gevels in aardkleurige baksteen (rood tot roodbruin), incidenteel gele baksteen;
•
Stucwerk van vrijstaande gemetselde woningen is in uitzonderlijke situaties mogelijk.
•
Incidenteel houten topgevels en/of pleisterwerk is mogelijk;
• •
Daken met gebakken zwarte, antraciet of rode dakpannen en/of riet; In het algemeen zijn niet toegestaan: wit/grijze betonsteen/ kalkzandsteen, beton-, kunststof- of aluminiumbeplating, geglazuurde dakpannen en geprofileerde dakplaten;
•
Kozijnen, ramen en deuren van kunststof zijn toegestaan als de uitstraling en detaillering vergelijkbaar is met de uitstraling en detaillering van hout.
•
Bijgebouwen, voor zover in het zicht gelegen, zijn qua materiaal en kleur verwant aan het hoofdgebouw.
OVERIGE CRITERIA •
Voor specifieke agrarische bedrijfsgebouwen op het achtererf zijn er aanvullende criteria opgenomen in hoofdstuk 4. objectgerichte criteria;
•
Voor veelvoorkomende kleine bouwwerken gelden tevens de in hoofdstuk 5 vermelde sneltoetscriteria.
52
53
DEELGEBIED 6
KASSENCONCENTRATIEGEBIED: ALTON I & II
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit
Vanwege de autonome ontwikkelingen van deze locaties acht de gemeente de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit hier minder zinvol. Aan de randen van dit gebied zijn beperkingen opgelegd in het kader van het bestemmingsplan. Daarbinnen zijn de agrarische ontwikkelingen het voornaamste uitgangspunt. De gemeente stelt geen eisen aan de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwen en reclames op deze locatie zolang gebouwd wordt binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan.
CRITERIA Indien de gemeente wil meewerken aan een bouwplan dat niet past binnen het bestemmingsplan, zal in ieder geval goedkeuring van de adviseur omgevingskwaliteit nodig zijn. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de algemene criteria. RECLAMES Reclames in het gebied zijn welstandsvrij zolang er géén reclame wordt gemaakt voor derden, geen LED schermen en bewegende beelden worden toegepast en er geen vergunning nodig is voor de activiteit Bouwen waarbij een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Zie ook paragraaf 4.6: Reclames, deelgebied 6: Kassenconcentratiegebied: Alton I & II.
EXCESSEN De excessenregeling is wel van toepassing op het hele gebied.
54
55
DEELGEBIED 7
SPORT-, RECREATIEGROENE TERREINEN
EN
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Deze terreinen vallen gedeeltelijk onder toetsing aan ruimtelijke kwaliteit De gemeente stelt geen aanvullende eisen aan de ruimtelijke kwaliteit en het toezicht is gericht op het handhaven van de basiskwaliteit van het gebied. De basiskwaliteiten worden beschreven in enkele gebiedsgerichte criteria.
HET GEBIED DAT NIET ZICHTBAAR IS VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De gemeente stelt geen eisen aan de ruimtelijke kwaliteit aan de gebouwen op deze locatie zolang gebouwd wordt binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan. Dit geld voor de volgende sportterreinen waar géén overlast valt te verwachten richting de woonomgeving: - Sportcomplex De Vork, Middenweg, Heerhugowaard; - Tennisclub Heerhugowaard, van Veenweg 100, Heerhugowaard; - Tennisclub Sint Pancras, Beverplein 1, Sint Pancras; - Tennisclub Langedijk, Potjesdam 3, Zuid Scharwoude;
HET GEBIED DAT WEL ZICHTBAAR IS VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Hieronder vallen alle overige sportcomplexen, recreatie- en groene terreinen, waaronder ‘Geestmerambacht’ en het ‘Strand van Luna’. CRITERIA Situatie • Indien het terrein duidelijk zichtbaar is vanaf het openbare gebied, dient dit zorgvuldig te worden ingericht. • • •
bebouwing sporadisch en verspreid, geen clustering; per erf/terrein is er één hoofdgebouw/-massa; bebouwing heeft een alzijdige oriëntatie, gerelateerd aan het omliggende landschap.
Hoofdvorm • Gebouwen die zichtbaar zijn vanaf het openbaar gebied dienen met zorg te worden vormgegeven •
De opbouw gebeurt in heldere volumes op basis van een eenduidige hoofdvorm.
•
De entree van het gebouw wordt helder vormgegeven.
•
Aan het gebouw is afleesbaar wat de functie is.
56
•
Er wordt niet gebouwd tegen gebouwen die in vorm en massa afwijken. In uitzonderlijke gevallen wordt samengevoegd via een tussenlid met platte afdekking.
•
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt en in een afgeleide architectuur.
•
bijzondere functies kennen een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Materiaal, Detail en kleur • Terughoudend kleur- en materiaalgebruik, passend in de groene, landschappelijke omgeving. Geen felle en contrasterende kleuren. •
Gebruik van hoogwaardige duurzame materialen.
OVERIGE CRITERIA •
De eisen aan de opslagcontainer bij sportterreinen staat vermeld in paragraaf 5.11: Sneltoetscriteria voor containers op bladzijde 106.
•
Voor veelvoorkomende kleine bouwwerken gelden (daar waar de toets ruimtelijke kwaliteit wel van toepassing is) tevens de sneltoetscriteria. Voor reclames zijn de criteria opgenomen in paragraaf 4.6: Reclames, deelgebied 6: Overige gebieden.
•
57
4
OBJECTGERICHTE WELSTANDSCRITERIA
4.1
MONUMENTEN, KARAKTERISTIEKE BEELDBEPALENDE PANDEN
EN
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Bijzonder MONUMENTEN: toetsing door de Gemeentelijke Adviescommissie Erfgoed. Hiervoor zijn géén toetscriteria opgenomen in deze nota ruimtelijke kwaliteit. De Erfgoedcommissie maakt gebruik van eigen toetscriteria. KARAKTERISTIEKE EN BEELDBEPALENDE PANDEN Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit In de gemeente staan diverse monumenten, karakteristieke en beeldbepalende panden. Een monument is een gebouw of terrein dat van algemeen belang is door schoonheid of geschiedenis, belangrijk is voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde heeft. Het kan symbool staan voor een bepaalde periode of gezien worden als eerste of meest belangrijke verbeelding van een kunststroming. Monumenten worden volgens een aanwijzingsprocedure formeel vastgesteld door het Rijk, de provincie en/of de gemeente. Naast de monumenten zijn in de gemeente ook karakteristieke en beeldbepalende panden geïnventariseerd. Ook voor deze panden geldt dat ze een cultuurhistorische en/of architectonische waarde vervullen en van belang zijn voor het karakter van het dorp. Zowel de monumenten als de karakteristieke en beeldbepalende panden zijn divers van karakter en hebben elk bepaalde bijzonderheden in cultuurhistorische, architectonische en/of stedenbouwkundige zin.
Het merendeel is gelegen aan de dorpslinten en enkele aan de randen met het buitengebied, waaronder veel stolpboerderijen en koolboeten. De monumenten vallen onder het hoogste welstandsniveau en de karakteristieke en beeldbepalende panden vallen vanzelfsprekend onder het bijzondere welstandsniveau. Dat betekent dat bij karakteristieke en beeldbepalende panden meer ruimte is voor ingrepen dan bij monumenten. De monumenten worden getoetst door de gemeentelijke adviescommissie Erfgoed. De beoordeling is altijd gericht op het op hoog kwaliteitsniveau handhaven, herstellen en versterken van de cultuurhistorische karakteristieken en de samenhang van het gebouw met zijn omgeving. Voor de karakteristieke en beeldbepalende panden zijn de algemene, de gebiedsgerichte en de objectgerichte welstandscriteria van toepassing. Toetsing van deze plannen wordt gedaan door de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
58
4.2
BESTAANDE STOLPBOERDERIJEN
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Bijzonder Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De bestaande oorspronkelijke agrarische stolpen vallen onder de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit. Inzet voor het beleid is het behoud van de structuur van het gebouw en het bedrijfsmatig karakter met de daarmee samenhangende inrichting van het erf. Deze criteria zijn niet bedoeld voor de moderne stolpwoning en de monumenten.
CRITERIA Situatie • De stolp is in hiërarchisch opzicht het belangrijkste object op het erf. •
Bijgebouwen en nieuwe bedrijfsgebouwen achter het hoofdgebouw plaatsen.
•
Bestaande historische bijgebouwen zo mogelijk handhaven.
Hoofdvorm • De hoofdvorm, één lage beganegrondlaag plus pyramidevormig dak, geldt als uitgangspunt. •
De voorgevel is representatief en gericht naar de weg.
•
Aan- of uitbouwen zijn in maatvoering ondergeschikt aan het hoofdvolume.
•
Het massieve dak grenzend aan het openbaar gebied is zoveel mogelijk gesloten.
•
Grote ingrepen die de oorspronkelijke beeldkwaliteit aantasten worden zoveel mogelijk geconcentreerd aan de achterzijde.
•
Een dakkapel in de vorm van een dakopbouw vanuit de goot mag alleen op de voorgevel worden geplaatst.
•
Loggia’s zijn alleen aan de achterkant en niet naar het openbaar gebied gerichte zijgevels toegestaan.
Materiaal, Detail en kleur • Bij restauratie / verbouwing dienen materialen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de oorspronkelijke materialen (hout, betimmering, deuren, ramen, kozijnen, voegspecie, gevelstenen). •
Het toepassen van riet op een dak dat voor de restauratie met pannen was gedekt is toegestaan.
•
De voorgevel is in hiërarchie belangrijker en heeft een rijker karakter dan zij- en achtergevel.
•
Bij de stolpboerderij passende materialen en kleuren kiezen. De volgende materialen zijn in ieder geval niet toegestaan: wit/grijze betonsteen/ kalkzandsteen, beton, kunststof of aluminium beplating, dakpanplaten, rolluiken en spiegelende vlakke plaatdeuren.
59
•
Kozijnen, ramen en deuren: bij vervanging dient gekozen te worden voor hetzelfde oorspronkelijke materiaal.
•
Signaalkleuren zijn niet toegestaan.
•
Extra aandacht is vereist voor: voordeuren, garagedeuren, hekwerk, gootbakken, boeiboorden, windveren, dakkapellen, kozijnen en raamindelingen.
•
Een bestaand reliëf in de gevel door middel van neggen, kozijnhout, onderdorpels, gootlijst etc., wordt gehandhaafd.
•
Zeer terughoudend omgaan met het aanbrengen van technische installaties, inpandig en anders aan of op de achtergevel geplaatst. In ieder geval niet aan de zijde van het openbaar gebied.
60
4.3
AGRARISCHE BEDRIJFSGEBOUWEN
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT:
Regulier
Agrarische bedrijfsgebouwen: - wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Doorzichtige glaskassen: - géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.
CRITERIA Situatie • De bebouwing op het bedrijfsperceel dient zoveel mogelijk compact te blijven om te grote uitwaaiering te voorkomen. •
Agrarische complexen en andersoortige bebouwing hebben een ingetogen uitdrukking ten opzichte van het omringende landschap, in vorm, massa en kleur.
•
Een heldere ordening van verschillende gebouwen op het erf is belangrijk. Ontwerpen dienen altijd rekening te houden met het ensemble van alle bebouwing op het erf, waarbij wordt gestreefd naar ingetogenheid en doorzichten mogelijk blijven.
•
Bedrijfsgebouwen worden achter de woonzone met haar bijgebouwen gesitueerd, zodat er sprake is van een woon- en een bedrijfszone.
•
Bij bebouwing die buiten het bouwvlak valt dient de terreininrichting onderdeel uit te maken van het architectonische ontwerp. Het omgeven van het erf met inheemse en bij het landschap passende beplanting is een middel om nieuwe bouwwerken niet te laten domineren.
•
De lengte van de bedrijfsgebouwen staat haaks op de richting van de weg.
•
Er wordt niet gebouwd tegen gebouwen die in vorm en massa afwijken. In uitzonderlijke gevallen kan worden samengevoegd via een tussenlid met platte afdekking.
Hoofdvorm • De gekozen kapvorm moet passen bij de al aanwezige kapvormen op het perceel. De gebouwen bestaan uit een onderbouw met een hellend dak dat niet is afgeplat. Minimale dakhelling 30 graden, maximale dakhelling 65 graden. •
Kleine schuren kunnen ook voorzien zijn van een mansardekap.
•
Afwijkende stalvormen zijn denkbaar, waar ze in plaatsing, richting, vorm en geveluitwerking goed aansluiten bij de bestaande bebouwing en een beperkte invloed hebben op de karakteristiek van het open landschap, waarbij in verband met het minder massieve silhouet enkelvoudige vormen zoals boogstallen de voorkeur verdienen boven serrestallen.
•
Bedrijfsgebouwen hebben een horizontale geleding óf een verticale geleding, waarbij de bovenzijde van de kopgevel (de driehoek) kan afwijken.
61
Materiaal, Detail en kleur • Detaillering is eenvoudig en zorgvuldig waarbij aansluiting gezocht wordt bij de bestaande bebouwing. •
Materiaal: baksteen, hout, metaal- of eternietgolfplaat, dakpan, betonplaten met steenmotief,
•
Vlakke betonplaat voor grote vlakken is niet toegestaan.
•
Agrarische bedrijfsbebouwing is uitgevoerd met windveren en dakgoten.
•
Kleur van de gevels is gedekt en traditioneel, natuurlijke tinten passend in het landschap en op het erf.
•
Signaalkleuren, wit en lichtgrijs zijn niet toegestaan. Lichtgrijs voor daken is mogelijk, maar niet lichter dan RAL 7040.
•
Dichte kassen en verwerkingsruimten dienen te voldoen aan bovenstaande criteria.
OVERIGE CRITERIA •
Voor reclames zijn er aanvullende criteria opgenomen in 4.6: Reclames, deelgebied 5: Buitengebied.
62
4.4
KOOLBOETEN EN KOOLHUIZEN
NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT:
Bijzonder
De voormalige gemeente Langedijk telt tientallen koolboeten en -huizen in diverse soorten en maten. De meesten zijn gebouwd in de periode 1890-1965. Koolboeten en -huizen behoren tot het cultuurhistorisch erfgoed van de gemeente. Van oorsprong zijn de koolboeten gebruikt voor opslag van de zogenaamde sluitkolen (gesloten kolen zoals rode, savooie en spitskool). Het merendeel is niet meer in gebruik voor de opslag en heeft een goede herbestemming gekregen ten behoeve van wonen of soms horeca (bed and breakfast). Een koolboet kan bestaan uit één of twee bouwlagen met een mansardekap en in sommige gevallen een eenvoudige zadelkap. Bij de koolboeten van twee bouwlagen heeft de zadelkap een flauwe hellingshoek. In de gevelbeeld is de koolboet herkenbaar aan de symmetrische indeling van de voorgevel met op de begane grond enkele ramen en een deur en op de verdieping nog een (deur)opening voor in- en uitladen. Detaillering is eenvoudig en bestaat vaak uit gebogen rollagen, eenvoudige windveren, muurankers en soms speklagen in een afwijkende kleur metselwerk. Een koolhuis is een tuinderswoning met aangebouwde opslag van agrarische producten, woning of opslagruimte onder één kap, waarbij de kap is uitgevoerd als mansardekap of zadelkap. De koolboeten en -huizen zijn typerend en cultuurhistorisch waardevol voor de streek. Meerdere zijn aangewezen als karakteristiek pand en als monument.
Alle bestaande koolboeten en -huizen zijn aangemerkt als bijzondere welstandsobjecten, waarbij het behoud van de hoofdvorm en karakteristieke gevelindeling als uitgangspunt geldt.
CRITERIA Situatie •
de gebouwen zijn als zelfstandige eenheden herkenbaar;
•
de smalle voorgevel is representatief;
•
bijgebouwen en nieuwe bedrijfsgebouwen achter het hoofdgebouw;
•
bestaande historische bijgebouwen zo mogelijk handhaven.
Hoofdvorm •
massaopbouw met 1 of 2 bouwlagen met mansarde of zadelkap, bij verbouwingen moeten de contouren van het silhouet en de karakteristieke gevelindeling van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar blijven;
•
de uitdrukking van de oorspronkelijke functie van de gevel respecteren, de verhouding open/gesloten wordt in acht genomen;
•
de bestaande kapconstructie en dakvorm wordt gehandhaafd, eventueel gerestaureerd;
•
de voorzijde vrijhouden van aan- en uitbouwen.
63
Materiaal, Detail en kleur
•
detailleringen als gootlijsten, gootklossen, kozijnen etc. zijn zorgvuldig maar overwegend eenvoudig;
•
bij verbouw bestaande gevelopeningen benutten;
•
dakkapellen alleen ter vervanging van bestaande; Bij voorkeur geen nieuwe dakkapellen;
•
dakramen uitvoeren in de maatvoering van de ramen op de begane grond en de dakramen mogen de hoofdvorm van het dakvlak geen geweld aan doen;
•
terughoudend omgaan met het aanbrengen van technische installaties, inpandig en anders ondergeschikt aan en geïntegreerd in de architectuur;
•
grotere aan- en of uitbouwen bij voorkeur eenzijdig en in afgestemde vorm;
•
bijgebouwen zijn ondergeschikt.
•
gevels in traditioneel metselwerk;
•
kap gedekt met gebakken pannen in overeenstemming met de bestaande situatie;
•
kleurgebruik is traditioneel en streekgebonden en toegepast op de traditionele plaatsen of de bestaande kleurtoon en kleur handhaven.
64
4.5
KUNSTWERKEN - BRUGGEN: - HOOFDWEGENSTRUCTUUR; - FIETS-VOETGANGERSBRUGGEN - KAVELONTSLUITENDE BRUGGEN; - BEELDENDE KUNST
KUNSTWERKEN HOOFDWEGENSTRUCTUUR NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Bijzonder welstandsniveau Het gaat om de civieltechnische kunstwerken die vanwege hun maat en schaal van grote invloed kunnen zijn op de beleving vanuit de omgeving. Dit onderwerp vraagt met de toekomstige aanpassingen in de hoofdwegenstructuur, de realisatie van grootschalige kunstwerken en de ontsluiting van nieuwe woonwijken om de nodige aandacht. Het is van belang om naast civieltechnische en verkeerskundige aspecten ook inpassing- en vormgevingsaspecten te kunnen beoordelen. Daarbij gaat het om de kwaliteit van de kunstwerken zelf maar ook om de uitwerking op de omgeving. Beeldende kunst, toegepast binnen civieltechnische kunstwerken, is een instrument om de identiteit van de omgeving te versterken. CRITERIA Situatie • Kunstwerken maken onderdeel uit van een reeks gekoppeld aan een route. •
Kunstwerken worden zorgvuldig landschappelijk ingepast.
•
Kunstwerken worden zo compact mogelijk vormgegeven, zowel in oppervlakte als hoogte.
•
Afhankelijk van de situatie kan doorvaarbaarheid een eis zijn.
Hoofdvorm • Kunstwerken hebben eenvoudige krachtige hoofdvormen. •
Er is sprake van een geïntegreerd ontwerp: verkeersfunctie afstemmen op landschappelijk en civieltechnisch ontwerp, verlichting, leuningen etc.
•
Objecten worden zo transparant mogelijk vormgegeven.
•
Er is aandacht voor langzaamverkeerroutes.
•
Keerwanden van tunnels worden schuin achteroverhellend uitgevoerd. Dit om een sociaal veilige en uitnodigende uitstraling te realiseren.
•
Achterkanten van geluidschermen in de richting van woningen worden mee ontworpen.
overzichtelijkheid
65
en
lichtniveau
van
FIETS-VOETGANGERSBRUGGEN NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Bijzonder welstandsniveau Het gaat om de fiets-voetgangersbruggen op openbare gronden. Zij vormen de verbinding tussen de diverse woonwijken en voorzieningen in de gemeente. Het is van belang om naast civieltechnische en verkeerskundige aspecten ook inpassing- en vormgevingsaspecten te kunnen beoordelen. Daarbij gaat het om de kwaliteit van de kunstwerken zelf maar ook om de uitwerking op de omgeving. Beeldende kunst, toegepast binnen civieltechnische kunstwerken, is een instrument om de identiteit van de omgeving te versterken. CRITERIA Situatie • breedte brugdek afgestemd op aansluitende wegvakken en verkeersfunctie; • reling niet hoger dan 1.30 meter gemeten vanaf het brugdek. Hoofdvorm • visueel onderscheid van aansluitende wegvlakken is gewenst; • licht gebogen (getoogd) of vlakke plaatbrug; • aandacht voor duidelijke doorvaarbaarheid; • vormgeving afgestemd op de functie en betekenis van de brug; • vormgeving afgestemd op de stedenbouwkundige en architectonische kenmerken van de omgeving; • vormgeving in de basis basaal, eenvoudig en met sobere detaillering; • bijzondere locaties kunnen door vorm en detaillering van een brug worden geaccentueerd. Materiaal, Detail en kleur • • •
brug uitvoeren in hout, staal, beton, composiet of metselwerk; reling van hout, staal of gietijzer; geen gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren.
66
KAVELONTSLUITENDE BRUGGEN NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: Regulier welstandsniveau Door het grote aantal waterlopen binnen de gemeente zijn bruggen veel voorkomende ruimtelijke elementen in het beeld van het landschap en de dorpskernen. Het betreft bruggen ter ontsluiting van de aangrenzende kavels. Deze zijn meestal privé-eigendom, liggen veelal in het buitengebied en zijn kleinschalig van aard. In het buitengebied bestaat de kavelontsluiting veelal uit een functionele dam met duiker. In het algemeen kan gesteld worden dat het ontwerp van een brug sterk afhankelijk dient te zijn van de functie, betekenis en omgeving waarin deze wordt geplaatst. Voor alle bestaande en nieuwe bruggen geldt het bijzondere welstandsniveau. In het kader van de waterrijke gemeente en het behouden en versterken van cultuurhistorisch wateren, zal er aandacht zijn voor de vormgeving van alle soorten bruggen. Bijzondere aandacht is er voor de zogenaamde kippenbruggen (voetgangersbruggen) die in het oorspronkelijke beeld van Langedijk een prominente rol hadden. Enkele zijn bewaard gebleven. CRITERIA Situatie •
bij een vervangende brug is de positionering van de oorspronkelijke brug richtinggevend;
•
niet meer dan één ontsluitingsbrug per kavel;
•
breedte beperkt tot het functioneel noodzakelijke;
•
eventuele opbouw of reling niet hoger dan 1.00 meter gemeten vanaf het brugdek.
Hoofdvorm •
licht gebogen (getoogd), vlakke plaatbrug of dam met duiker;
•
vormgeving in de basis basaal, eenvoudig en met sobere detaillering;
•
buiten een eventuele reling om geen hekwerk op de brug;
•
bij dam met duiker geen opbouw of reling.
Materiaal, Detail en kleur •
brug uitvoeren in hout, staal, metselwerk of beton;
•
eventuele opbouw of reling van hout of gietijzer;
•
geen gebruik van sterk met de omgeving contrasterende kleuren.
67
CRITERIA VOOR BEELDENDE KUNST: NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT: -
Het kunstwerk zelf: Situatie:
géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit in overleg met de stedenbouwkundige.
Objecten in de openbare ruimte kunnen zowel een functie in een groter stedelijk en landschappelijk verband hebben (ondersteuning van structuren, bijvoorbeeld bijzonder straatmeubilair of thematische kunstprojecten), als locatiegebonden, individuele kunstobjecten zijn. Situatie Kunstobjecten zijn passend gesitueerd in de omliggende openbare ruimte en ten opzichte van de omliggende bebouwing.
68
4.6
RECLAMES
HARMONISERING In de Algemeen Plaatselijke Verordening APV is bij het onderdeel reclame een algemeen aanwijsbesluit opgenomen dat de nadere regels zijn opgenomen in deze nota ruimtelijke kwaliteit. De toetscriteria van de twee voormalige gemeenten was verschillend van elkaar. Daar waar de voormalige gemeente Langedijk werkte met criteria op hoofdlijnen, werkte de voormalige gemeente Heerhugowaard met criteria op hoofdlijnen en uitgewerkte criteria per deelgebied voor bedrijventerreinen, landelijk gebied, winkelgebieden en woonwijken. De criteria op hoofdlijnen in beide voormalige gemeenten verschilden niet van elkaar. De criteria van de deelgebieden in de voormalige gemeente Heerhugowaard is in 2017 tot stand gekomen in samenwerking met belanghebbenden zoals de bedrijfskring Heerhugowaard, de stakeholders van Winkelcentrum Middenwaard, Stationsplein, Centrumwaard en de sportverenigingen. In het kader van de Harmonisering zijn de uitgewerkte criteria voor de deelgebieden van de voormalige gemeente Heerhugowaard voor het grootste gedeelte overgenomen in de huidige reclamecriteria. Deze zijn wat betreft de bedrijventerreinen op voorhand besproken met en akkoord bevonden door de nieuw opgerichte bedrijfskring Dijk en Waard.
ALGEMEEN Het doel van reclame is om het bedrijf zichtbaar en vindbaar te maken. Reclames zijn altijd ondergeschikt aan het gebouw en zijn in verhouding met het terrein, het gebouw en de gevel of de gevelparcellering. Deze nota regelt alleen reclames die definitief worden bevestigd op een gefixeerde plek op een pand of het perceel. Tijdelijke reclames Tijdelijke reclames zoals mobiele en verplaatsbare reclames en losse screens geplaatst op de gevel, het terrein of een hek of erfafscheiding worden niet geregeld door de nota ruimtelijke kwaliteit. Voor deze reclamevoering is een aparte vergunning of toestemming van de gemeente noodzakelijk. Hiervoor wordt verwezen naar het ‘objectenbeleid’ en/of het evenementenbeleid van de gemeente. Toetsing aan criteria van de nota De gemeente is de instantie die de reclames aan de criteria toetst van deze reclamenota. Bij onduidelijkheden of geschillen wordt de reclame voorgelegd aan een externe adviseur ruimtelijke kwaliteit. Dit is een onafhankelijke adviseur aangesloten bij de stichting ‘Mooi Noord-Holland’ adviseurs omgevingskwaliteit.
69
Vergunningsvrij versus vergunningsplichtig Bij de criteria is onderscheid gemaakt tussen vergunningsvrij en vergunningsplichtig. Is de reclame klein dan heeft dat weinig invloed op de architectuur van het pand. Om die reden kunnen deze kleinere reclames vergunningsvrij worden aangebracht. Des te groter de reclame des te meer deze reclame invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit van het gebouw en de omgeving. Grotere reclames zijn wel degelijk mogelijk, als ze maar in verhouding zijn met de architectuur van het pand. Hiervoor dient altijd een vergunning aangevraagd te worden. Reclame onmiddellijk achter ramen of deuren Reclame onmiddellijk achter ramen of deuren, met uitstraling naar buiten, wordt als reclame-uiting aangemerkt. Reclame in de nabijheid van woningen Reclame mag geen lichthinder of overlast veroorzaken in nabijgelegen woningen. Per geval wordt bepaald wanneer de lichtsterkte moet worden verminderd en/of tussen 22:00 uur en 07:00 uur de verlichting van het reclameobject geheel uitgeschakeld moet zijn. Bebouwde kom Door de vele woningbouwprojecten in de gemeente, wijzigt de bebouwde kom grens regelmatig. Uitgangspunt is de laatst vastgestelde versie.
Wegenverordening van de Provincie Noord-Holland Voor commerciële reclame en andere uitingen die niet dienstbaar zijn aan het doel van de weg wordt, binnen de beheergrens van de weg en op een afstand van 13 meter van die grens, geen vergunning verleend. Begrippen • Gevelparcellering: de gevel van een gebouw kan opgedeeld zijn in kleinere, zichtbare elementen door bijvoorbeeld verschillend materiaal- en kleurgebruik, kozijnverdelingen, verspringingen en kolommen. • Screens: een frameconstructie met daartussen een gespannen doek met permanente reclame
70
ONTOELAATBARE RECLAME IN ALLE DEELGEBIEDEN • Reclame die niets te maken heeft met de activiteit in of rond het pand, waaronder reclame voor derden (uitzondering: sponsorreclame op sportterreinen is onder voorwaarden toegestaan). •
Opsomming van meerdere producten en activiteiten. Dit om wildgroei van reclame te voorkomen.
•
Reclames geplaatst in de goot of op het dak.
•
Reclame die boven het boeiboord of dakrand van het gebouw uitsteekt. (uitzondering: losse letters onder voorwaarden toegestaan bij Centrumgebieden en Bedrijventerreinen).
• •
Vlaggenmasten op daken van gebouwen. Reclame die het uitzicht vanuit de aangrenzende gebouwen belemmert.
•
Lichtreclame met knipperend licht.
•
Daglicht reflecterende reclame.
•
Mechanisch bewegende reclame, lichtreclame met veranderend licht, lichtkranten en ledschermen met bewegende beelden of teksten. (Uitzondering: alleen onder voorwaarden toegestaan in besloten gebieden zolang deze geen hinder voor omliggende woningen en bedrijven veroorzaken en de verkeersveiligheid is gewaarborgd).
• •
Screens met permanente reclame op een hek of erfafscheiding. Screens met tijdelijke reclame of acties geplaatst op de gevel, het terrein of een hek of erfafscheiding, tenzij er een aparte vergunning of toestemming van de gemeente verleend is. Hiervoor wordt verwezen naar het ‘objectenbeleid’ en/of het evenementenbeleid van de gemeente.
71
TOETSINGSCRITERIA PER DEELGEBIED
DEELGEBIED 1
BUITENGEBIED EN DE LINTBEBOUWING BUITEN DE BEBOUWDE KOM Lintbebouwing binnen de bebouwde kom valt onder deelgebied 2: Woonwijken.
Reclame past niet bij het karakter van de omgeving in het buitengebied. Bij agrarische bedrijven is het mogelijk om op eigen terrein kleine bordjes te plaatsen zoals bijvoorbeeld ‘rozen te koop’. Bovendien is één naamsaanduiding op de stal, kas of bedrijfsruimte mogelijk. Ook bij niet-agrarische bedrijven, indien de activiteit past in het bestemmingsplan, is één aanduiding toegestaan. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan er toestemming verleend worden voor grotere reclames, bijvoorbeeld bij benzinestations en restaurants langs provinciale wegen.
Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: •
• • • •
•
De reclame heeft uitsluitend betrekking op de naam van het bedrijf en de dienst die wordt verleend of het beroep dat wordt uitgeoefend in of bij het pand. Eén onverlichte reclame met een maximaal oppervlakte van 0,50 m 2 met geen grotere afmeting in één richting dan 1,50 meter. Reclame op een gebouw is niet (geheel of gedeeltelijk) boven de dakrand geplaatst. Reclame die niet aan de gevel wordt aangebracht, mag zich niet meer dan 1,50 meter boven het maaiveld bevinden. Binnen een bestaande, met vergunning geplaatste, lichtbak kan de naam van een bedrijf of winkel worden gewijzigd zolang aan alle criteria wordt voldaan. Per perceel kan vergunningsvrij één vlaggenmast worden geplaatst. Deze is maximaal 6 meter hoog (volgens de landelijke regeling ‘vergunningsvrij bouwen’).
Vergunningsplichtig • Gevelreclame, groter dan vergunningsvrij, mits in verhouding tot de grootte van de gevel of de gevelparcellering • Verlichte reclames, mits die geen hinder voor omliggende bedrijven en woningen veroorzaken of de verkeersveiligheid in het geding brengen. • Een reclamezuil bij de inrit van het terrein indien het bedrijfspand op meer dan 10 meter vanaf de voorerfgrens is geplaatst. Hoogte maximaal 1,50 meter, breedte maximaal 1,00 meter, dikte maximaal 0,20 meter.
72
DEELGEBIED 2
WOONWIJKEN inclusief de lintbebouwing binnen de bebouwde kom en de woonwagenterreinen
Bij woonwijken gelden de volgende criteria: • •
•
Bij woningen in een woonwijk ontbreekt een logische relatie tussen het wonen en reclame en is reclame niet toegestaan; Uitzonderingen zijn woningen met een praktijkruimte of hiermee vergelijkbare functies. In dergelijke gevallen is een bescheiden aanduiding aanvaardbaar op of aan de gevel, bij voorkeur bij de voordeur of bij de toegangsdeur van het bedrijf. Voor deze categorie zijn onderstaande criteria opgenomen; Bedrijven en winkels in woonwijken die in het bestemmingsplan zijn bestemd als bijvoorbeeld detailhandel vallen onder de criteria van deelgebied 3 Centrumgebieden.
Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: •
• •
•
De reclame heeft uitsluitend betrekking op de naam van het bedrijf en de dienst die wordt verleend of het beroep dat wordt uitgeoefend in of bij het pand. Eén onverlichte reclame met een maximaal oppervlakte van 0,50 m 2 met geen grotere afmeting in één richting dan 1,00 meter. De reclame is aangebracht op een plat bord dan wel losse letters tegen de gevel of in het raam op de begane grond. Ramen mogen niet geheel dichtgeplakt worden. Vlaggenmast: Per perceel kan vergunningsvrij één vlaggenmast worden geplaatst. Deze is maximaal 6 meter hoog (volgens de landelijke regeling ‘vergunningsvrij bouwen’).
Vergunningsplichtig • Gevelreclame, groter dan vergunningsvrij, mits in verhouding tot de grootte van de gevel of de gevelparcellering. • Reclamezuil: Een reclamezuil bij de inrit van het terrein indien het bedrijfspand op meer dan 10 meter vanaf de voorerfgrens is geplaatst. Hoogte maximaal 1,50 meter, breedte maximaal 1,00 meter, dikte maximaal 0,20 meter.
73
DEELGEBIED 3
CENTRUMGEBIEDEN Stadshart, Stationsgebied, Centrumwaard, Broekerveiling en overige centrumzones.
In gebieden met een uitgesproken winkel en/of promenade karakter zijn de mogelijkheden om reclame te maken ruimer. Gezien het afwisselende aanzien van de winkelcentra, is het niet mogelijk waterdichte richtlijnen te geven welke reclames aanvaardbaar of onaanvaardbaar zijn. Uitgangspunt is dat reclame bij winkels op de begane grond moet worden geplaatst. Daardoor ontstaat een logische relatie tussen de commerciële aanprijzing en het bedrijf. Bovendien wordt de overlast ingedamd voor eventuele huizen boven en tegenover de winkel. Aandachtspunt Bij Winkelcentrum Middenwaard zijn er door de eigenaar-beheerder van het winkelcentrum aan de binnen- en buitenzijde aanvullende regels opgesteld voor het aanbrengen van reclame. Deze staan los van de onderstaande gemeentelijke criteria en kunnen eventueel minder ruim zijn. Hiervoor dient u contact op te nemen met de eigenaar-beheerder. Bij winkelgebieden gelden de volgende criteria • Reclame moet loodrecht op, of evenwijdig en vlak aan de gevel worden geplaatst. • De samenhang en ritmiek van de straatwand mag door de reclame niet worden verstoord. • Reclame mag niet worden aangebracht op verdiepingen waar wordt gewoond. Lichtreclame bij winkels en bedrijven waarboven zich woningen bevinden, mag geen licht via de bovenzijde uitstralen.
• De reclame is aangebracht op een plat bord dan wel losse letters tegen de gevel of in het raam op de begane grond of op de verdieping waar het bedrijf zich bevindt. • Reclames op en achter ramen tellen mee als reclame-uiting. • Sfeerbeelden op ramen zijn toegestaan, maar het geheel dichtplakken van ramen en deuren is niet toegestaan. Een uitzondering is het tijdelijk dichtplakken van winkelramen met sfeerbeelden bij leegstand. Dit om de leefbaarheid te vergroten. • Voorbedrukte reclames op zonneschermen zijn toegestaan. • Screens (frameconstructie met gespannen doek) voor permanente reclame zijn niet toegestaan. In het centrumgebied waar ook wordt gewoond worden hogere kwaliteitseisen gesteld dan op een bedrijventerrein. • Bij een bedrijfsverzamelgebouw is op eigen terrein een reclamezuil toegestaan.
74
Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: • • •
•
Er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden en aan bovenstaande eisen van centrumgebieden. Plaatsing van de gehele reclame onder de bovenkant van de vloer van de eerste verdieping. Binnen een bestaande, met vergunning, geplaatste lichtbak kan de naam van een bedrijf of winkel worden gewijzigd zolang aan alle criteria wordt voldaan. Reclame geplaatst tegen de achterwand van een etalage die minimaal 0,60 meter terug ligt van het raam.
Bij plaatsing van een platte gevelreclame gelden de volgende eisen: • De totale breedte van de strook waar reclames geplaatst mogen worden is 75% van de gevelbreedte van het pand. De bestaande gevelparcellering moet in stand blijven. De reclame moet ter plekke van dit element onderbroken worden. • De hoogte van de strook is maximaal 1,00 meter, de dikte maximaal 0,20 meter. • Bij vrijstaande panden met één gebruiker mogen per gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst. • Bij een pand met meerdere gebruikers met een eigen ingang mogen per gebruiker twee gevelreclames aan de gevels waarachter het bedrijf zich bevindt. • Eigenaren van bedrijfsverzamelgebouwen kunnen stroken (horizontaal en verticaal) op de gevel bepalen waarbinnen de verschillende gebruikers hun reclame kunnen ophangen. Indien voor deze reclamestroken vergunning is verleend kunnen de gebruikers met toestemming van de eigenaar zonder vergunning hierbinnen reclame aanbrengen. De reclames dienen wel van dezelfde grootte te zijn. Bij plaatsing haaks op de gevel gelden de volgende eisen: • De plaatsing is niet lager dan 2,30 meter boven de stoep of maaiveld gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject. • De maximale afmeting is 0,70 x 0,70 meter, de maximale dikte 0,20 meter. • De maximale uitsteekmaat van het bord is 0,90 meter, inclusief bevestigingsconstructie.
• De afstand tot de rijbaan is minimaal 0,60 meter, horizontaal gemeten. Bij plaatsing van vlaggenmasten gelden de volgende eisen: • Per perceel kan vergunningsvrij één vlaggenmast worden geplaatst. Deze is maximaal 6 meter hoog (volgens de landelijke regeling ‘vergunningsvrij bouwen’).
75
Vergunningsplichtig Niet passend in de vergunningsvrije criteria • Grotere reclames of grotere aantallen zijn mogelijk met vergunning, alleen indien deze in verhouding zijn met de gevel. • Losse reclameletters op de dakrand • Losse reclameletters op de dakrand mogen alleen aangebracht worden bij grotere gebouwen waarin meerdere winkels zijn gevestigd. De reclame moet bij de hoofdingang van het gebouw komen. Alleen de naam van het gebouw of van het winkelcentrum is toegestaan. De losse letters moeten ondergeschikt en passend zijn bij de architectuur van het pand. Vaste wissellijsten achter ramen of op gevels (geen screens) • Niet bewegende tijdelijke reclame in een wissellijst achter ramen of op de gevel ten behoeve van aankondigingen van voorstellingen, concerten en evenementen, huizenverkoop en winkelacties zijn mogelijk. • De wissellijst moet qua afmeting en aantal in verhouding zijn met de grootte van de gevel en is alleen toegestaan in de buurt van de entree. • De wissellijst mag geen hinder veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen en de verkeersveiligheid mag niet in geding komen. Veranderende reclame beelden • Mechanisch bewegende reclame, lichtreclame met traag veranderend licht, lichtkranten en ledschermen met bewegende beelden of teksten zijn alleen in besloten gebieden (bijvoorbeeld het Coolplein) toegestaan.
• Voorwaarde is dat deze géén hinder voor omliggende woningen en bedrijven veroorzaken en de verkeersveiligheid is gewaarborgd. Maximale duur (alleen tijdens openingstijden), lichtsterkte en snelheid van wisselen licht of beeld dienen in de reclamevergunning geregeld te zijn. Reclamezuilen • Bij een bedrijfsverzamelgebouw is een reclamezuil die losstaat van de gevel • toegestaan op eigen terrein. Maximaal één zuil bij de entree van het gebouw of • de inrit van het terrein. • Bij een bedrijfsverzamelgebouw met extra hoofdentrees waar achter zich • meerdere bedrijven bevinden is per entree één zuil toegestaan. • Hoogte maximaal 3,00 meter, breedte maximaal 1,00 meter, dikte maximaal 0,50 meter. • Bij de historische linten gelden vanwege het historisch karakter van het lint andere maten: o Hoogte maximaal 1,50 meter, o breedte maximaal 1,00 meter, o dikte maximaal 0,20 meter. Vlaggenmasten • Een aantal bedrijven kan samen voor het totale winkelgebied een overzichtsplan maken dat door de gemeente en adviseur ruimtelijke kwaliteit wordt beoordeeld.
76
DEELGEBIED 4
BEDRIJVENTERREINEN 4A, 4B en 4D Zandhorst, de Frans en Harlingerstraat, Beveland, de Vaandel, de Mossel, Zuiderdel en Breekland
Het gaat in dit gebied om een grote concentratie van bedrijven, waardoor ook meer reclame in het straatbeeld aanwezig is. Bij bedrijventerreinen gelden de volgende uitgangspunten: • De reclame mag in de voorgevel de samenhang en ritmiek van de straatwand niet verstoren. • Bij vrijstaande bedrijfspanden met één gebruiker mogen per gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst • Bij bedrijfsgebouwen met meerdere gebruikers met een eigen ingang komen ten hoogste twee reclames per gebruiker op die gevel. Deze reclames mogen zowel plat als haaks worden uitgevoerd. • Reclame mag niet worden aangebracht op verdiepingen waar wordt gewoond. Lichtreclame bij winkels en bedrijven waarboven zich woningen bevinden, mag geen licht via de bovenzijde uitstralen. • De reclame is aangebracht op een plat bord dan wel losse letters tegen de gevel of in het raam op de begane grond of op de verdieping waar het bedrijf zich bevindt. • Reclames op en achter ramen tellen mee als reclame-uiting. • Sfeerbeelden op ramen zijn toegestaan, maar het geheel dichtplakken van ramen en deuren is niet toegestaan. • Eigenaren van bedrijfsverzamelgebouwen kunnen stroken (horizontaal en verticaal ) op de gevel bepalen waarbinnen de verschillende gebruikers hun reclame kunnen ophangen.
Indien voor deze reclamestroken vergunning is verleend kunnen de gebruikers met toestemming van de eigenaar zonder vergunning hierbinnen reclame aanbrengen, mits het geen ontoelaatbare reclame betreft. De reclames dienen van dezelfde grootte te zijn. • Voorbedrukte reclames op zonneschermen zijn toegestaan.
77
Vergunningsvrij Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder vergunning worden aangebracht: • • •
•
Er wordt voldaan aan de algemene voorwaarden en aan bovenstaande eisen van de bedrijventerreinen. Plaatsing van de gehele reclame onder de bovenkant van de vloer van de eerste verdieping. Binnen een bestaande, met vergunning, geplaatste lichtbak kan de naam van een bedrijf of winkel worden gewijzigd zolang aan alle criteria wordt voldaan. Reclame geplaatst tegen de achterwand van een etalage die minimaal 0,60 meter terug ligt van het raam.
Bij plaatsing van een platte gevelreclame gelden de volgende eisen: • De totale breedte van de strook waar reclames geplaatst mogen worden is 75% van de gevelbreedte van het pand. De bestaande gevelparcellering moet in stand blijven. De reclame moet ter plekke van dit element onderbroken worden. • De hoogte van de strook is maximaal 1,00 meter, de dikte maximaal 0,20 meter. • Bij vrijstaande bedrijfspanden met één gebruiker mogen per gevel ten hoogste twee reclames worden geplaatst. • Bij een bedrijfspand met meerdere gebruikers met een eigen ingang mogen per gebruiker twee gevelreclames aan de gevels waarachter het bedrijf zich bevindt. • Eigenaren van bedrijfsverzamelgebouwen kunnen stroken (horizontaal en verticaal) op de gevel aangeven waarbinnen de verschillende gebruikers hun reclame kunnen ophangen. De reclames dienen van dezelfde grootte te zijn. Indien voor deze reclamestroken vergunning is verleend kunnen de gebruikers met toestemming van de eigenaar zonder vergunning hierbinnen reclame aanbrengen. Bij plaatsing haaks op de gevel gelden de volgende eisen: • De plaatsing is niet lager dan 2,30 meter boven de stoep of maaiveld gemeten vanaf de onderzijde van het reclameobject. • De maximale afmeting is 0,70 x 0,70 meter, de maximale dikte 0,20 meter. • De maximale uitsteekmaat van het bord is 0,90 meter, inclusief bevestigingsconstructie.
• De afstand tot de rijbaan is minimaal 0,60 meter, horizontaal gemeten. Bij plaatsing van vlaggenmasten gelden de volgende eisen: •
Per perceel kan vergunningsvrij één vlaggenmast worden geplaatst. Deze is maximaal 6 meter hoog (volgens de landelijke regeling ‘vergunningsvrij bouwen’
78
Bewegwijzering op hekken bij inritten • Op het hekwerk naast de inrit kan per inrit een verwijsbord (geen screen) aan het hek bevestigd worden met teksten ten behoeve van de logistiek op het terrein: naam bedrijf, kantoor, bevoorrading, personeel, bezoek etc. • maximale afmetingen van 0,50 x 1,00 meter.
Vergunningsplichtig Niet passend in de vergunningsvrije criteria • Grotere reclames of grotere aantallen dan vergunningsvrij zijn mogelijk, alleen indien deze in verhouding zijn met de gevel. Reclame in losse letters op de dakrand • Per gebouw op de dakrand maximaal één reclame met losse letters. Alleen de naam van het bedrijfsgebouw of van de hoofdgebruiker in losse doosletters is toegestaan. Deze reclame bij voorkeur relateren aan de hoofdentree van het pand. De losse letters moeten ondergeschikt en passend zijn bij de architectuur van het pand. • Aan de zijde waar de losse letters op de dakrand zijn aangebracht is op de gevel één reclame minder toegestaan. Screens • Screens voor permanente reclame zijn toegestaan, indien vlak aangebracht op gesloten gevels. • Belangrijk is dat de architectonische bijzonderheden van het gebouw niet worden aangetast. • Er moet voldoende afstand blijven tussen het screen en de randen van de gevel, kozijnen en bijzondere details. • Tijdelijke reclames of acties op screens of spandoeken geplaatst op de gevel, het terrein, hekken of erfafscheidingen zijn niet toegestaan, tenzij er een aparte vergunning of toestemming van de gemeente verleend is. Hiervoor wordt verwezen naar het ‘objectenbeleid’ en/of het evenementenbeleid van de gemeente.
Vaste wissellijsten achter ramen of op gevels (géén screens) • Niet bewegende tijdelijke reclame in een wissellijst achter ramen of op de gevel ten behoeve van winkelacties zijn mogelijk. • De wissellijst moet qua afmeting en aantal in verhouding zijn met de grootte van de gevel en is alleen toegestaan in de buurt van de entree. • De wissellijst mag geen hinder veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen en de verkeersveiligheid mag niet in geding komen. Veranderende reclame beelden • Mechanisch bewegende reclame, lichtreclame met traag veranderend licht, lichtkranten en ledschermen met bewegende beelden of teksten zijn alleen in besloten gebieden toegestaan. •
Voorwaarde is dat deze géén hinder voor omliggende woningen en bedrijven veroorzaken en de verkeersveiligheid is gewaarborgd. Maximale duur (alleen tijdens openingstijden), lichtsterkte en snelheid wisselen licht of beeld dienen in de reclamevergunning geregeld te zijn.
79
Reclamezuilen • Een reclamezuil mag alleen geplaatst bij de toegang van het bedrijf of de inrit van het terrein. • Hoogte maximaal 4,00 meter, breedte maximaal 1,50 meter, dikte maximaal 0,50 meter. • Binnen deze maatvoering moet het voor bedrijven mogelijk zijn hun huisnummer, bedrijfsnaam en soort werkzaamheden te vermelden. • Het maximaal aantal zuilen is afhankelijk van de grootte van het bedrijfsgebouw. Bij grotere gebouwen mogen meer zuilen: • oppervlakte tot 3000 m2: 1 zuil; • oppervlakte tussen de 3000 en 6000 m2: 2 zuilen; • oppervlakte groter dan 6000 m2: 3 zuilen. •
•
•
•
•
Bij bedrijfsverzamelgebouwen is één reclamezuil mogelijk waarop op eenvormige manier de gebruikers worden vermeld. Plaatsing van deze zuil bij de entree van het gebouw dan wel bij de inrit van het terrein. Hoogte maximaal 6,00 meter, breedte maximaal 1,50 meter, dikte maximaal 0,50 meter. Bij een bedrijfsverzamelgebouw met meerdere entrees waar achter zich meerdere bedrijven bevinden is per extra entree een zuil toegestaan. Deze wordt minder hoog dan de zuil bij de hoofdentree. Hoogte maximaal 4,00 meter, breedte maximaal 1,50 meter, dikte maximaal 0,50 meter. In zeer uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de hoogtemaat van 6,00 meter. Gedacht wordt dan aan de grote afstand van het pand ten opzichte van de openbare weg in combinatie met een hogere toegestane snelheid dan 50 km/h op die weg. De breedtemaat mag in geen geval breder zijn dan 1,50 meter. Een uitzondering wordt gemaakt voor de zuilen bij benzinestations waarop het logo van de benzinemaatschappij en de literprijzen zijn vermeld. Per benzinestation is één reclamezuil toegestaan. Hoogte maximaal 7,00 meter, breedte maximaal 2,00 meter, dikte maximaal 0,70 meter.