CConstaterende datDijk en Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 2022

Gemeenteraad 4 oktober 2022, gemeente Dijk en WaardBij agendapunt: Raadsvoorstel Nota ruimtelijke kwaliteit Dijk en Waard 202222.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Reclame wisselzuil op eigen terrein • Tijdelijke reclame op eigen terrein in één wisselzuil ten behoeve van de eigen gebruikers is met vergunning mogelijk. De wisselzuil dient wel op voldoende afstand van de openbare weg te zijn geplaatst, zodat de verkeersveiligheid niet in geding komt. • Afmetingen: hoogte maximaal 2,50 meter, breedte maximaal 1,50 meter, dikte maximaal 0,30 meter. Reclame vlaggenmasten en banieren • Reclamevlaggen en banieren bij een bedrijf zijn toegestaan. Vanuit de openbare ruimte gezien is het belangrijk dat er samenhang wordt gerealiseerd. • De vlaggenmasten worden uitsluitend geplaatst op het eigen perceel, evenwijdig aan de voorerfgrens en op één lijn geplaatst. Afstand van de erfgrens maximaal 0,50 meter (voor de Vaandel geldt een maximale afstand van 1,50 meter). • De vlag kan hierdoor op gemeentegrond en over het trottoir wapperen. De vlag mag echter niet over de openbare weg en fietspad wapperen. De afstand van de vlag tot de rijbaan en fietspad is minimaal 0,60 meter, horizontaal gemeten.

80

• Hoekpercelen hebben ook een zijdelingse erfgrens gericht naar het openbaar gebied. Voor deze zijde gelden dezelfde regels als aan de voorzijde. • Aan de zij-erfgrens met het buurperceel mag de vlag niet over de erfgrens van het buurperceel wapperen. De breedtemaat van de vlag bepaalt dus de afstand naar het buurperceel. • Hoogte gemeten vanaf het maaiveld: mastlengte minimaal 5,00 meter, maximaal 8,00 meter. • De vlaggenmasten worden per perceel op één hoogte gehouden. De vlaggen hebben per perceel één afmeting. • De onderzijde van de vlag bevindt zich minimaal 3,00 meter boven het maaiveld. Bij een banier geldt een maat van minimaal 2,30 meter. • Aantal: Maximaal één vlaggenmast per 10 meter perceelsbreedte. • Een bedrijf met een perceelsbreedte van minder dan 30 meter mag maximaal drie vlaggenmasten plaatsen.

81

DEELGEBIED 5

BEDRIJVENGEBIED 4C Overtoom 6. Kassenconcentratiegebied: Alton I & II

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Vergunningsvrije reclame Vanwege de autonome ontwikkelingen van deze locaties acht de gemeente de beoordeling van ruimtelijke kwaliteit hier minder zinvol. De gemeente stelt geen eisen aan de ruimtelijke kwaliteit van de gebouwen en reclames op deze locatie zolang gebouwd wordt binnen de randvoorwaarden van het bestemmingsplan. Reclames in het gebied zijn vrij zolang er géén reclame wordt gemaakt voor derden, geen LED schermen en bewegende beelden worden toegepast en zolang hiervoor geen vergunning nodig is voor de activiteit ‘Bouwen’ waarbij een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Als een ontheffing van het bestemmingsplan nodig is, gelden de eisen zoals die ook gelden voor de bedrijventerreinen Deelgebied 4A, 4B en 4D. Vergunningsplichtige reclame Veranderende reclame beelden • Mechanisch bewegende reclame, lichtreclame met traag veranderend licht, lichtkranten en ledschermen met bewegende beelden of teksten zijn alleen in besloten gebieden toegestaan (naar binnen gericht, dus niet zichtbaar vanaf de N242). • Voorwaarde is dat deze géén hinder voor omliggende woningen en bedrijven veroorzaken en de verkeersveiligheid is gewaarborgd. Maximale duur (alleen tijdens openingstijden), lichtsterkte en snelheid wisselen licht of beeld dienen in de reclamevergunning geregeld te zijn.

82

DEELGEBIED 6

OVERIGE GEBIEDEN 7. Sport-, recreatie- en groene terreinen

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Deze terreinen vallen gedeeltelijk onder toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit. De criteria in deze nota zijn van toepassing op reclame waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist of een omgevingsvergunning voor handelsreclame op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Zij gelden als welstandscriteria in de zin van de Woningwet én als nadere regels voor de toelaatbaarheid van reclame op of aan onroerende zaken als bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening.

RECLAMES BIJ SPORTTERREINEN De sportterreinen in de gemeente bevinden zich in een ‘groene’ omgeving. Een aantal grenst aan een woonwijk. De sportterreinen zijn qua reclamevoering voornamelijk naar binnen gericht. De gemeente acht de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit hier minder zinvol. Het doel is om hiermee de sportverenigingen de mogelijkheid te geven meer reclames te kunnen voeren (inkomsten). Er is daarom onderscheid aangebracht qua beoordeling en vergunningplicht.

RECLAMES DIE NIET ZICHTBAAR ZIJN VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit en vergunningsvrij op grond van de Algemene plaatselijke verordening.

RECLAMES DIE WEL ZICHTBAAR ZIJN VANAF HET OPENBAAR GEBIED: Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit en vergunningsvrij op grond van de Algemene plaatselijke verordening onder de volgende voorwaarden: • de reclame veroorzaakt géén hinder voor omliggende woningen en bedrijven en de verkeersveiligheid is gewaarborgd; • de excessenregeling is wel van toepassing op dit gebied. Alle overige reclames (die wel zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied en niet voldoen aan bovenstaande voorwaarden) Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit en de reclame is vergunningsplichtig op grond van de Algemene plaatselijke verordening • in deze gevallen wordt de reclame getoetst door de commissie ruimtelijke kwaliteit.

83

RECLAMES BIJ RECREATIE-EN GROENE TERREINEN NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit Recreatie-, en groene terreinen zijn altijd onderdeel van de openbare ruimte en zijn gebieden waar hoofdzakelijk wordt gerecreëerd. Hier heeft reclame geen toegevoegde waarde. Uitzonderingen zijn gebouwde voorzieningen voor dagrecreatie, wellness, een crematorium en hiermee vergelijkbare functies. In dergelijke gevallen zijn aanduidingen aanvaardbaar op of aan de gevel, bij voorkeur bij de entree of bij de toegang van het terrein. Hiervoor zijn geen standaard criteria opgenomen, omdat in de praktijk blijkt dat elke situatie anders is. Wel zijn er de standaard vergunningsvrije criteria van de APV van toepassing. vrij van toetsing aan ruimtelijke kwaliteit en vergunningsvrij • Als aan alle onderstaande criteria wordt voldaan kan de reclame zonder toets ruimtelijke kwaliteit en vergunning worden aangebracht. • De reclame moet betrekking hebben op het product of dienst die wordt verleend, of het bedrijf of het beroep dat wordt uitgeoefend in of bij het pand. • De reclames mogen samen geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m2. • Geen van de reclames mag een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 meter. • De reclames zijn niet verlicht. • De reclames zijn aangebracht op een plat bord, dan wel losse letters, tegen de gevel op de begane grond.

• één vlaggenmast maximaal 6 meter hoog (volgens de Bor: regeling ‘vergunningsvrij bouwen’).

Vergunningsplichtige reclames •

Alle overige reclames.

84

Deelgebied 7

Openbare buitenruimte

NIVEAU RUIMTELIJKE KWALITEIT Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De eisen aan reclame-uitingen in de gemeente zijn bedoeld om de kwaliteit van de omgeving te behouden. De gemeente geeft als eigenaar en beheerder van de openbare buitenruimte ook gelegenheid om reclame te maken. Hiervoor zijn verschillende, soms langdurige contracten afgesloten met hierin gespecialiseerde bedrijven. De reclames variëren van lichtmastborden, route-, verwijzingsborden, reclames op abri’s, stadsplattegronden, infoborden etc. De contracten hebben voornamelijk betrekking op de bebouwde kom. Het is logisch dat ook aan deze reclames beperkingen worden gesteld naar soort, plaats en vorm. Eenvormigheid en kwaliteit zijn belangrijk. Dit om de openbare buitenruimte in de gemeente te vrijwaren van een wirwar van borden. Daarnaast is de verkeersveiligheid een belangrijk punt. Om deze elementen zeker te stellen is het belangrijk dat de gemeente per reclamesoort slechts één bedrijf de opdracht gunt en verantwoordelijk stelt. Indien een nieuwe vorm van reclamevoering in de openbare ruimte wordt voorgesteld, stelt de gemeente de randvoorwaarden op die beoordeeld worden door de adviseur omgevingskwaliteit. Lichtmastreclames Onder deze reclame verstaan we verlichte reclamebakken die, binnen de bebouwde kom, aan lantaarnpalen worden bevestigd. Vaak gaat het om uitingen langs doorgaande wegen.

Meestal verwijzen deze borden naar een in de omgeving van het bord gevestigd bedrijf. De reclamebakken hebben standaardafmetingen en mogen de verkeersveiligheid niet belemmeren. Abri’s Abri’s zijn bushaltehokjes bij haltes van het openbaar vervoer. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen wordt er gekozen voor één model. Het bedrijf dat de abri’s plaatst, heeft de verplichting deze te onderhouden en schoon te maken. In ruil daarvoor mag het bedrijf reclame maken in de abri. Dat mag met één verlichte tweezijdige vitrine in de zijgevels of in de achterwand. Stadsplattegronden Bij de toegangswegen in de gemeente zijn bij parkeerstroken verlichte stadsplattegronden geplaatst. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen wordt er gekozen voor één model. Het bedrijf dat de stadsplattegronden plaatst, heeft de verplichting deze te onderhouden en schoon te maken. In ruil daarvoor mag het bedrijf reclame maken. Dat mag aan de achterzijde van de stadsplattegrond.

85

Digitale voorlichtingsborden Bij de toegangswegen in de gemeente richting de centrumgebieden zijn digitale voorlichtingsborden geplaatst. Hierop wordt met lopende tekst aangegeven welke activiteiten binnenkort in de gemeente plaatsvinden. Het betreft mededelingen van algemeen nut en geen reclameteksten. Om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen wordt er gekozen voor één model. Het bedrijf dat de voorlichtingsborden plaatst, heeft de verplichting deze te onderhouden en schoon te maken. In ruil daarvoor mag het bedrijf reclame maken. Dat mag aan de onderzijde van het voorlichtingsbord door middel van een vastgesteld element waarop de reclame is aangebracht. Route-, verwijzingsborden Op de bedrijventerreinen wordt in overleg met de gemeente en de Bedrijfskring route-, en verwijzingsborden geplaatst. Permanente Plakplaatsen De APV verbiedt om in de openbare ruimte aanplakbiljetten aan te brengen. Dat mag alleen op plaatsen waar dat is toegestaan door burgemeester en wethouders. De gemeente heeft op meer dan tien plaatsen plakzuilen geplaatst, waarop vrij kan worden geplakt. Buiten deze plaatsen is het verboden aanplakbiljetten aan te brengen. In de aanloop naar de verkiezingen geldt een uitzondering voor politieke partijen. De gemeente plaatst dan enkele grote verkiezingsborden op plaatsen waar veel voorbijgangers langskomen.

Reclame op schakelkasten Liander is eigenaar van schakelkasten die op openbare grond staan. Liander heeft toestemming gegeven aan een bedrijf om de schakelkasten te voorzien van wissellijsten. In deze lijsten wordt ideële en culturele reclame aangebracht. Als tegenprestatie verwijdert het bedrijf andere affiches en graffiti van deze objecten. Reclames op rotondes Het onderhoud van alle rotondes in de gemeente wordt uitbesteed aan een extern bedrijf. Als tegenprestatie wordt door het bedrijf reclame gevoerd op de rotonde. De reclame is zichtbaar vanaf elke toegangsweg naar de rotonde. Belangrijke voorwaarde is dat de verkeersveiligheid niet in het geding komt.

EXCESSEN De excessenregeling is ook op reclames van toepassing.

86

5.0

SNELTOETSCRITERIA VOOR KLEINE BOUWPLANNEN

5.1

AAN- OF UITBOUW WONING

AAN DE ACHTERGEVEL OF AAN EEN NIET NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERDE ZIJGEVEL VAN DE WONING -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit. De excessenregeling is hier wel van toepassing.

AAN DE VOORGEVEL OF AAN EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERDE ZIJGEVEL VAN DE WONING -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Deze bouwwerken zijn voornamelijk bedoeld voor een uitbreiding van de woonkamer of keuken in de vorm van een erker of een uitbreiding van de entreehal. Het bestemmingsplan geeft een keuzemogelijkheid: Uitbreiden door middel van een erker aan de woonkamer-keuken of uitbreiden aan de entree-hal. Maar één van deze twee opties is mogelijk. Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is en er is sprake van een aan- of uitbouw aan de voorgevel of aan een zijgevel die aan openbaar toegankelijk gebied ligt, dan voldoet de uitbouw als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

De aan- of uitbouw wordt gebouwd aan: a) de oorspronkelijke voorgevel, of b) een naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde oorspronkelijke zijgevel op meer dan 1 meter van het voorerf.

•

De aan- of uitbouw is niet hoger dan: a) 4,0 meter, gemeten vanaf het maaiveld en b) 0,3 meter boven de vloer van de eerste verdieping van die woning of dat woongebouw, en c) de woning of het woongebouw

•

Een erker aan de woonkamer-keuken aan de voorgevel is niet breder dan 2/3 van de voorgevel.

•

Een uitbouw van de entree-hal is niet breder dan 1/3 van de voorgevel.

•

De diepte van de aan- of uitbouw is maximaal 1,50 meter.

•

De plattegrond van de aan- of uitbouw is rechthoekig, eventueel met afgeschuinde hoeken.

87

•

Een aanbouw aan de voorgevel wordt vormgegeven als een erker: -

Een lage gemetselde plint van maximaal 0,70 meter hoog. Indien een aanrecht wordt toegepast is een gemetseld plint van maximaal 1,00 meter hoog toegestaan;

-

Daarboven kozijnen met glasvulling en een boeideel;

-

De wand op de erfgrens met de buren mag uitgevoerd worden als een gemetselde wand.

•

De gevelgeleding wordt afgestemd op het hoofdgebouw.

•

De aan- of uitbouw heeft een plat dak.

•

De aan- of uitbouw heeft een overstek van niet meer dan 0,20 meter.

•

De aan- of uitbouw mag niet leiden tot een doorgetrokken dakvlak vanaf de kap van het hoofdgebouw.

•

De goot van de aanbouw mag niet hoger liggen dan de goot van het hoofdgebouw (wel gelijk).

•

Bij een aanbouw aan de zijgevel van het hoofdgebouw mag de voor- en zijgevel van de aanbouw niet geheel gesloten zijn.

•

Een secundaire aan- of uitbouw (bijvoorbeeld uitbouw aan uitbouw of bijgebouw) wordt niet toegestaan.

•

Het materiaal- en kleurgebruik van de zichtbare delen wordt afgestemd op het hoofdgebouw.

•

In geval van een luifel geldt het volgende: -

Als gekozen wordt voor een uitbreiding van de woonkamer-keuken, is een luifel boven de voordeur mogelijk: o

met een breedte van maximaal 1/3 van de voorgevel;

o

van maximaal 1,50 meter uit oorspronkelijke gevel van het hoofdgebouw;

-

Bij een uitbreiding van de entree-hal met de maximale dieptemaat van 1,50 m, is een luifel niet toegestaan.

-

Indien de entree-hal een dieptemaat heeft van minder dan 1,50 meter is een luifel mogelijk tot een maximale diepte van 1,50 meter uit de oorspronkelijke voorgevel.

88

5.2

BIJGEBOUW WONING

OF

OVERKAPPING

BIJ

OP HET ACHTERERF OF OP EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit

Een bijgebouw of overkapping op het voorerf of een naar openbaar gebied gekeerd zij-erf wordt vrijwel nooit toegestaan vanuit planologische overwegingen. Voor de uitzonderlijke situaties dat het bestemmingsplan wel ruimte biedt voor een bijgebouw of overkapping of een boothuis, zijn de onderstaande welstandscriteria van toepassing. Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een bijgebouw of overkapping aan de voorkant in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

Bijgebouw of overkapping wordt gebouwd op: a) het voorerf op meer dan 1,50 meter van de weg of het openbaar groen, of b) een naar de weg of het openbaar groen gekeerd zij-erf op meer dan 1 meter van het voorerf en op meer dan 0,50 meter van de weg of openbaar groen.

•

Het ontwerp is afgestemd op het hoofdgebouw.

•

Het ontwerp is duidelijk rechthoekig en heeft geen opvallende details.

•

Een secondair bijgebouw aan een bijgebouw is niet toegestaan.

•

De dakvorm is plat of hellend, niet afgeplat (zadeldak, mansardekap).

•

In geval van een plat dak is de hoogte maximaal 3,00 meter.

•

Een carport of fietsenstalling mag voorzien zijn van (transparante) gebogen kunststof dakelementen, maar niet van golfplaten.

•

Het overstek is niet meer dan 0,20 meter.

•

De hoogte van het boeiboord is maximaal 0,25 meter.

•

Een overkapping heeft niet meer dan drie dichte zijden.

•

Een boothuis dient minimaal aan twee zijden open te zijn.

•

Een zijgevel aan openbaar gebied mag niet geheel gesloten zijn.

89

•

•

Het materiaalgebruik is als volgt: -

Bijgebouw of overkapping wordt uitgevoerd in metselwerk of hout of materiaal in overeenstemming met het hoofdgebouw.

-

Toepassing van beton, betonplaten met steenmotief tussen beton staanders, rietmatten of vlechtschermen is in ieder geval niet toegestaan.

-

Kunststof geveldelen worden alleen toegestaan indien deze in kleur en detaillering niet van hout te onderscheiden zijn.

De kleur is afgestemd op het hoofdgebouw of uitgevoerd in donkere kleurtinten, geen opvallend kleurgebruik.

90

5.3

DAKKAPEL OP WONINGEN

OP HET ACHTERDAKVLAK OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJDAKVLAK

-

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Er zijn hoofdzakelijk criteria opgenomen met betrekking tot maximale afmetingen.

•

Bij een dakvlak dat doorloopt over twee verdiepingen kan de dakkapel op beide verdiepingen geplaatst worden. Het is dus mogelijk om twee dakkapellen boven elkaar te plaatsen. De dakkapel wordt voorzien van een plat dak.

•

Bij een vrijstaande woning is een dakkapel met een schuin (aangekapt) dak toegestaan. De dakkapel die als eerste op een dakvlak van de woning is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor de andere dakkapel op hetzelfde dakvlak.

•

Bij een twee-onder-één-kapwoning kan een keuze gemaakt worden tussen een dakkapel met plat of schuin dak. De dakkapel die als eerste is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor een dakkapel van de andere woning.

•

Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,25 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling.

•

In het onderste dakvlak: De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter.

•

In het bovenste dakvlak: De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter.

•

De afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet is minimaal 0,50 meter.

•

De afstand tussen de bovenzijde van de dakkapel en de daknok is minimaal 0,50 meter. Bij een schuin dak dient de bovenzijde van het schuine dak minimaal 0,50 meter onder de nok uit te komen.

•

De plafondhoogte is minimaal 2,10 meter en maximaal 2,60 meter gemeten vanaf de bovenkant van de betreffende verdiepingsvloer.

•

Als de dakkapel grenst aan een buurwoning, dan is de afstand van de zijkant van de dakkapel tot het hart van de bouwmuur minimaal 0,50 meter.

•

Als de dakkapel grenst aan de kopgevel, dan is afstand van de zijkant van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak minimaal 0,50 meter.

•

Een dakkapel op een zijdakvlak (zijgevel) wordt minimaal 0,50 meter van de voordakrand en minimaal 0,50 meter van de achterdakrand geplaatst.

•

Alleen bij een twee onder één kap woning mag de dakkapel gekoppeld worden aan de dakkapel van de buren, dus een doorlopende dakkapel over twee woningen.

•

Bij een dakvlak met een schuine beeïndiging (bijvoorbeeld een schilddak) dient de afstand loodrecht gemeten op de keper minimaal 0,50 meter te zijn.

91

OP HET VOORDAKVLAK OF EEN NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJDAKVLAK -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een dakkapel in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

Bij een dakvlak dat doorloopt over twee verdiepingen wordt de dakkapel geplaatst in het onderste dakvlak (niet toegestaan in bovenste dakvlak).

•

De dakkapel wordt voorzien van een plat dak.

•

Bij een vrijstaande woning is een dakkapel met een schuin (aangekapt) dak toegestaan. De dakkapel die als eerste op een dakvlak van de woning is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor de andere dakkapel op hetzelfde dakvlak.

•

Bij een twee-onder-één-kapwoning kan een keuze gemaakt worden tussen een dakkapel met plat of schuin dak. De dakkapel die als eerste is uitgevoerd is ook bepalend voor de dakkeuze voor een dakkapel van de andere woning.

•

Alleen bij een twee onder één kap woning mag de dakkapel gekoppeld worden aan de dakkapel van de buren, dus een doorlopende dakkapel over twee woningen.

•

Een dakkapel heeft tussen de zijgevels van de dakkapel één kozijn dat zo transparant mogelijk wordt ingevuld, minimaal 75% glas, met eventuele paneelvullingen in het kozijn.

•

Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,25 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling.

•

De hoogte, gemeten vanaf de voet tot bovenkant dakrand van de dakkapel, is maximaal 1,75 meter.

•

De afstand tussen de onderzijde van de dakkapel en de dakvoet is minimaal 0,50 meter.

•

De afstand tussen de bovenzijde van de dakkapel en de daknok is minimaal 0,50 meter. Bij een schuin dak dient de bovenzijde van het schuine dak minimaal 0,50 meter onder de nok uit te komen.

•

De plafondhoogte is minimaal 2,10 meter en maximaal 2,60 meter gemeten vanaf de bovenkant van de betreffende verdiepingsvloer.

•

Als de dakkapel op het voordakvlak of zijdakvlak wordt geplaatst, dan is deze maximaal 2/3de van de breedte van het betreffende dakvlak exclusief het dakoverstek van de dakkapel.

•

Als de dakkapel grenst aan een buurwoning, dan is de afstand van de zijkant van de dakkapel tot het hart van de bouwmuur minimaal 0,50 meter.

•

Als de dakkapel grenst aan de kopgevel, dan is afstand van de zijkant van de dakkapel tot de zijkant van het dakvlak minimaal 1,00 meter.

•

Bij een dakvlak met een schuine beëindiging (bijvoorbeeld een schilddak) dient de afstand loodrecht gemeten op de keper minimaal 0,50 meter te zijn en de 2/3de bepaling gemeten op de gemiddelde hoogte van de dakkapel.

92

•

Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw.

•

Kozijnen en ramen van kunststof zijn toegestaan.

93

5.4

DAKOPBOUW - NOKVERHOGING AAN DE ACHTERZIJDE VAN AANEENGEBOUWDE WONINGEN MET EEN SYMMETRISCH ZADELDAK -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; Er zijn hoofdzakelijk criteria opgenomen met betrekking tot afmetingen.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok een identiek bouwplan - trendsetter is goedgekeurd. Als er geen standaardplan - trendsetter is, voldoet een dakopbouw op aaneengebouwde woningen met een symmetrisch zadeldak in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

Een dakopbouw is niet toegestaan bij een doorlopende kap over meerdere verdiepingen.

•

De sneltoetscriteria voor dakkapellen staan in deze situatie een dakkapel niet toe.

•

De dakopbouw is de enige oplossing om een verblijfsruimte op de bovenverdieping te kunnen realiseren. Hier gelden de minimale eisen van het Bouwbesluit voor een verblijfsruimte bij het niveau van verbouw: -

hoogte minimaal 2,10 meter;

-

breedte minimaal 1,80 meter;

-

oppervlakte minimaal 5 m2.

•

Een dakopbouw mag alleen aan de achterzijde worden geplaatst. Het dakvlak wordt aan de voorzijde verlengd en de nok verhoogd. Aan de voorzijde kan daardoor een dakkapel geplaatst worden. Zie hiervoor de sneltoetscriteria voor een dakkapel.

•

De plafondhoogte in de verblijfsruimten is afgestemd op het minimale niveau van verbouw volgens het Bouwbesluit: 2,10 meter.

•

De onderkant van het kozijn bevindt zich 0,90 meter boven de verdiepingsvloer en minimaal 0,50 meter boven de dakvoet.

•

Het kozijn is maximaal 1,50 meter hoog.

•

Als op het betreffende blok al een goedgekeurde dakopbouw staat moeten de hoogtematen van deze dakopbouw aangehouden worden.

•

De goot is maximaal 0,15 meter hoog.

•

In geval van een tussenwoning mag de dakopbouw het hart van de bouwmuren (de woningscheidende gevels) aan weerszijden niet overschrijden.

•

In het verleden zijn ook andersoortige dakopbouwen gerealiseerd (met de nok haaks op de woning, nokverhoging evenwijdig aan de bestaande nok met aan twee zijden een nieuwe goot en in het midden een nieuwe nok etc.). Indien hier naar verwezen wordt, dan zijn die alleen mogelijk op de rij woningen waar de eerdere trendsetter is geplaatst. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt hier nog van afgeweken

94

•

In geval van een hoekwoning of twee-onder-één-kapwoning: -

mag zijde 1 van de dakopbouw het hart van de bouwmuur (de woningscheidende wand) niet overschrijden, en;

-

wordt zijde 2 minimaal 0,50 meter uit de zijgevel geplaatst.

•

De dakhellingen van de dakopbouw is gelijk aan dakhelling van de woning.

•

De dakopbouw heeft tussen de zijgevels van de dakopbouw één kozijn dat zo transparant mogelijk wordt ingevuld, minimaal 50% glas, met eventuele paneelvullingen in het kozijn.

•

Boven het kozijn bevindt zich de dakconstructie met een maximaal overstek van 0,15 meter. De onderzijde van het kozijn sluit direct aan op de dakhelling.

•

Materiaal, kleur en detaillering zijn afgestemd op het hoofdgebouw.

•

Kozijnen en ramen van kunststof zijn toegestaan

95

5.5

GEVELWIJZIGING

AAN DE ACHTERGEVEL, AAN EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERDE ZIJGEVEL VAN EEN HOOFDGEBOUW OF EEN GEVEL VAN EEN BIJBEHOREND BIJGEBOUW -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; De excessenregeling is hier wel van toepassing.

AAN DE VOORGEVEL OF AAN EEN NAAR EEN OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GERICHTE ZIJGEVEL VAN EEN HOOFDGEBOUW -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een gevelwijziging aan de voorkant in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

De gevelwijziging moet passend zijn bij de ritmiek van de overige gevelopeningen in die gevel.

•

Indien er samenhang en ritmiek in het blok aanwezig is mag dit door een incidentele gevelwijziging niet worden verstoord.

•

Materiaal, detaillering, indeling en kleur van de kozijnen, ramen en deuren zijn afgestemd op de oorspronkelijke gevel, geen opvallend kleurgebruik.

•

Toepassing van kunststof of aluminium is toegestaan als de uitstraling en detaillering vergelijkbaar is met de uitstraling en detaillering van de oorspronkelijke kozijnen.

•

Dakramen, lichtstraten en andere daglichtvoorzieningen in het dak dienen te voldoen aan de criteria die zijn opgenomen in de lijst met vergunningsvrije bouwwerken en zijn hierdoor welstandsvrij.

96

5.6

ERFAFSCHEIDING

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een erfafscheiding in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

De erfafscheiding is niet hoger dan 1,00 meter.

•

De erfafscheiding bestaat bij voorkeur uit haagplanten, zoals liguster of haagbeuken, of een volledig te begroeien donkerkleurig (groen-antraciet) staafmathekwerk. Tweede keus is een gemetselde of houten afscheiding.

•

Als de erfafscheiding qua bestemmingsplan hoger mag zijn dan 1,00 meter dan dient de erfafscheiding uitgevoerd te worden als een volledig te begroeien donkerkleurig (groen of antraciet) metalen staafmat hekwerk.

•

De erfafscheiding is niet hoger dan 2,00 meter en gebouwd op of achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw.

•

Toepassing van beton, betonplaten met steenmotief tussen beton staanders, kunststof, en metalen damwandprofielen is niet toegestaan.

•

In de (historische) lintbebouwing is ter plaatse van de inrit een transparante toegangspoort mogelijk met een: - breedte van maximaal 20% van de perceelbreedte, met een maximum van 4,50 meter; - hoogte van maximaal 1,50 meter.

97

5.7

ROLHEK, LUIK OF ROLLUIK IN EEN WINKELGEBIED

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit; De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF OF EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

Standaardplan: het bouwplan voldoet ook aan de criteria als eerder bij het bouwblok of de betreffende straat een identiek bouwplan is goedgekeurd. Als er geen standaardplan is, voldoet een rolhek, luik of rolluik in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

Een geheel gesloten (rol)luik is alleen toegestaan als dit wordt aangebracht op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de winkelpui. Tussen winkelpui en (rol)luik wordt een etalage aangebracht.

•

Aan de buitenzijde of direct achter de gevel moet de voorziening een open structuur hebben, voor minimaal 70% bestaande uit glasheldere doorkijkopeningen.

•

De rolhekken, luiken of rolluiken en de geleidingen moeten zo goed mogelijk in de architectuur van de gevel worden ingepast. Uitstekende kasten op plaatsen waar inbouw mogelijk is zijn niet aanvaardbaar.

•

Kleuren zijn afgestemd op de gevel, geen opvallend kleurgebruik.

98

5.8

ANTENNES

Hieronder vallen de volgende installaties: •

antenne-installatie: Een installatie voor mobiele telecommunicatie bestaande uit antenne(s), antennedrager, bedrading en apparatuur- of techniekkast(en) met bijbehorende bevestigingsconstructie. Dit betreft voornamelijk antennes om landelijke dekking te realiseren voor de netwerken van de telecombedrijven.

•

antenne-installatie voor de C2000-infrastructuur: Een antenne-installatie met bijbehorend opstelpunt ten behoeve van de C2000-infrastructuur voor de mobiele communicatie door hulpverleners.

NIVEAU VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

De gemeente stelt ten behoeve van de visuele inpasbaarheid aan de bovenstaande antenne-installaties de volgende eisen: •

De kleur van de techniekkast, de kleur van het zichtbare deel van de bekabeling en kabelgoten en de kleur van eventuele gevelantennes moet worden aangepast aan de kleur van de omgeving of het bouwwerk waarop deze wordt aangebracht. Zo valt de antenne-installatie zoveel mogelijk weg tegen zijn omgeving of tegen het bouwwerk. Daartoe kan het noodzakelijk zijn af te wijken van de standaardkleur.

99

SNELTOETSCRITERIA VOOR SPRIET-, STAAF OF SCHOTELANTENNES Hieronder vallen de volgende installaties: •

overige antennes: De schotel- of staafantennes voor het zenden of ontvangen van signalen ten behoeve van particulier, hobbymatig of bedrijfsmatig gebruik, ter uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting zoals is bedoeld in artikel 10 van het Verdrag van Rome.

OP HET ACHTERERF OF EEN NIET NAAR HET OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJ-ERF -

Géén toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit;

-

De excessenregeling is hier wel van toepassing.

OP HET VOORERF, EEN NAAR OPENBAAR TOEGANKELIJK GEBIED GEKEERD ZIJERF OF OP HET HOOFDGEBOUW -

Wel toetsing aan de nota ruimtelijke kwaliteit.

De gemeente stelt ten behoeve van de visuele inpasbaarheid aan de bovenstaande antenne-installaties de volgende eisen: Een spriet-, staaf- of schotelantenne voldoet in ieder geval als aan onderstaande criteria wordt voldaan: •

De antenne wordt niet aangebracht op het perceel van, op of aan monumenten.

•

De antenne wordt niet aangebracht aan de voorzijde van bouwwerken c.q. gebouwen.

•

De antenne is niet voorzien van tuidraden.

•

Materiaal, kleur en detaillering zijn onopvallend en in relatie tot de omgeving.

Indien het een schotelantenne betreft: •

De doorsnede van een schotelantenne is niet meer dan 2,00 meter.

•

De hoogte van de antenne met antennedrager is maximaal 3,00 meter vanaf de voet.

•

De antenne is niet voorzien van tuidraden.

Indien het een andere antenne betreft: •

•

De hoogte van de antenne met antennedrager gemeten vanaf de voet, of indien deze is bevestigd aan de gevel, gemeten vanaf het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist, is maximaal 5,00 meter. De antenne is niet voorzien van tuidraden.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=DijkenWaard&id=95914a5d-66a3-49a4-a4b2-26a62b1f92bd