bijlag 2 - Woonzorganalyse gemeente Dijk en Waard - Eindrapport
Tekst van het document
Tabel 3.2: Prognose vraag naar woonvormen voor ouderen gemeente Dijk en Waard, basisprognose (2022 - 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Regulier wonen 8.490 9.380 10.680 11.790 12.510 Geclusterd wonen 1.690 1.870 2.170 2.410 2.600 Woonzorgcentrum SOM 180 200 270 330 390 Woonzorgcentrum PG 410 470 620 760 880 Totaal 10.770 11.920 13.740 15.300 16.380
24
•
•
•
Doorstroming bevorderen: Verhuizen is voor veel ouderen een grote stap, waardoor deze wordt uitgesteld tot het moment dat het echt niet anders kan. Om doorstroming te stimuleren is allereerst genoeg en divers aanbod belangrijk. Daarnaast kan goede communicatie over de mogelijkheden voor verhuizen behulpzaam zijn. Overheidsbeleid: Het overheidsbeleid is er op gericht om ook Wlz-zorg zoveel mogelijk in de ‘thuissituatie’ te leveren, om zo de kosten van de zorg beheersbaar te houden. Een deel van de vraag naar Wlz-zorg zal in de toekomst daarom niet meer intramuraal worden ingevuld, maar in woonvormen waar mensen zelfstandig wonen. Personeelstekorten: Er is sprake van personeelstekorten in de zorg. Deze personeelstekorten zullen er onder andere voor zorgen dat mensen met een (zware) zorgvraag geclusterd gaan wonen, omdat niet alle zorg meer overal geleverd kan worden.
Op basis van bovenstaande punten hebben wij een trendvariant opgesteld. In deze variant gaan we ervan uit dat toekomstige ouderen vaker dan nu zullen willen verhuizen van een reguliere woning naar een geclusterde woonvorm, om op die manier voor te sorteren op een eventuele zorgvraag en om eenzaamheid te voorkomen. Daarnaast gaan we er in deze variant van uit dat een groter deel van de mensen met een Wlz-indicatie deze zorg buiten een woonzorgcentrum ontvangt. Figuur 3.7 toont de aannames die we hebben gehanteerd voor het jaar 2040; in de trendprognose beweegt de vraag naar bepaalde woonvormen in elk van de vitaliteitstreden geleidelijk aan van de huidige verdeling (figuur 3.6) naar deze verdeling.
Figuur 3.7: Aannames woonvraag per vitaliteitstrede in trendprognose: situatie 2040 100%
90%
15% 30%
80%
45%
70%
56%
60% 50% 40%
85% 70%
30%
55%
32%
20% 10%
12%
0%
Vitaliteitstrede 1 Vitaliteitstrede 2 Vitaliteitstrede 3 Vitaliteitstrede 4 Regulier wonen
Geclusterd wonen
Woonzorgcentrum
Bron: CBS-Microdata, aannames Companen.
Tabel: 3.3: Prognose vraag naar woonvormen in gemeente Dijk en Waard, trendprognose (2022 - 2040, huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Regulier wonen 8.490 9.260 10.340 11.190 11.620 Geclusterd wonen 1.690 2.020 2.650 3.290 3.930 Woonzorgcentrum SOM 180 190 230 250 250 Woonzorgcentrum PG 410 440 520 570 580 Totaal 10.770 11.920 13.740 15.300 16.390 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard, indicatiegegevens CIZ en CBS-Microdata.
Uitsplitsing naar marktsegment Op basis van het WoON2018 en CBS-Microdata is achterhaald waar de groep 65-plussers nu wonen en hoe zij graag willen wonen. Dat maakt het mogelijk om de prognose voor geclusterd wonen voor ouderen verder uit te splitsen naar marktsegment. Circa 35% van het geclusterd wonen voor ouderen valt binnen de sociale
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
25
huur, 14% binnen de particuliere huur en 51% binnen de koopsector. Naar de toekomst toe zien we het aandeel binnen de sociale huur iets afnemen en het aandeel in de koop juist iets toenemen. Het aandeel in de particuliere huur blijft gelijk. Tabel 3.4: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Dijk en Waard, uitgesplitst naar marktsegment, basisprognose (2022 - 2040) ; huishoudens; afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Sociale huur 590 660 760 820 880 Particuliere huur 240 260 300 340 360 Koop 860 950 1.110 1.250 1.360 Totaal 1.690 1.870 2.170 2.410 2.600 Bron: Woonzorgweter, WoON2018, bevolkingsprognose Dijk en Waard en CBS-Microdata.
Tabel 3.5: Behoefteprognose geclusterd wonen gemeente Dijk en Waard, uitgesplitst naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2040) ; huishoudens; afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Sociale huur 590 710 930 1120 1340 Particuliere huur 240 280 370 460 550 Koop 860 1.030 1.350 1.710 2.040 Totaal 1.690 2.020 2.650 3.290 3.930
Uitsplitsing naar wijken De behoefteprognose in de trendvariant is ook op een lager schaalniveau doorgerekend. Hierin is rekening gehouden met de wisselende bevolkingsopbouw binnen de wijken in Dijk en Waard. Uitgangspunt van de berekening is de veronderstelling dat de meeste ouderen het liefst in de eigen wijk willen blijven wonen als zij verhuizen naar een geclusterde woonvorm. Op de volgende pagina staat de behoefteprognose per wijk in de gemeente Dijk en Waard weergegeven. In de tabellen is te zien dat vooral in de wijken Bedrijventerrein Heerhugowaard, Butterhuizen, Sint-Pancras, Zuid- en Noord-Scharwoude en Broek op Langedijk een uitbreidingsopgave ligt voor geclusterd wonen voor ouderen. Met uitzondering van Butterhuizen zijn dit ook de wijken waar de grootste uitbreidingsopgave ligt voor plekken in een woonzorgcentrum.
Bron: Woonzorgweter, WoON2018, bevolkingsprognose Dijk en Waard en CBS-Microdata.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
26
Tabel 3.6: Behoefteprognose woonvormen per wijk, basisprognose (2022 - 2040; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Wijken Bedrijventerrein Heerhugowaard Bomen- en Recreatiewijk Broek op Langedijk Broekhorn Buitengebied Noord Butterhuizen De Draai De Noord Edelstenenwijk Heemradenwijk Huygenhoek Molenwijk Noord-Scharwoude Oostertocht Oudkarspel Planetenwijk Rivierenwijk Schilderswijk Schrijverswijk Sint-Pancras Stad van de Zon Stadshart ’t Kruis Zuid-Scharwoude Zuidwijk Totaal
2022 20 140 130 10 60 20 20 70 90 30 20 50 130 70 70 40 30 110 80 140 40 100 10 150 30 1.690
Geclusterd wonen 2025 2030 +30 +10 +10 0 0 +10 +10 0 0 0 0 +10 +10 +10 +10 0 +10 0 0 +10 +10 +20 0 +10 +10 +180
+100 +20 +20 +10 +10 +30 +10 +10 +10 +20 0 +10 +30 +20 +20 0 +10 0 0 +30 +20 +40 0 +40 +20 +480
2040
2022
+110 +40 +50 +20 +30 +70 +20 +20 +20 +40 +10 +20 +40 +30 +40 0 +30 +10 +10 +70 +40 +60 +10 +70 +30 +910
10 50 50 0 20 10 10 20 30 10 10 20 50 20 20 10 10 40 30 50 10 50 0 50 10 590
Woonzorgcentrum 2025 2030 +10 +10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 +10 +10 0 0 0 0 0 +10 0 +10 0 +10 0 +70
+40 +20 +10 +10 +10 0 0 +10 0 +10 0 0 +20 +10 +10 0 +10 +10 0 +30 +10 +20 0 +20 +10 +260
2040 +60 +40 +50 +10 +20 +30 +10 +20 +20 +20 0 +10 +60 +30 +30 +10 +10 +30 +10 +60 +20 +40 +10 +60 +20 +680
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
27
Tabel 3.7: Behoefteprognose woonvormen per wijk, trendprognose (2022 - 2040) ; huishoudens; afgerond op 10-tal)
Wijken Bedrijventerrein Heerhugowaard Bomen- en Recreatiewijk Broek op Langedijk Broekhorn Buitengebied Noord Butterhuizen De Draai De Noord Edelstenenwijk Heemradenwijk Huygenhoek Molenwijk Noord-Scharwoude Oostertocht Oudkarspel Planetenwijk Rivierenwijk Schilderswijk Schrijverswijk Sint-Pancras Stad van de Zon Stadshart ’t Kruis Zuid-Scharwoude Zuidwijk Totaal
2022 20 140 130 10 60 20 20 70 90 30 20 50 130 70 70 40 30 110 80 140 40 100 10 150 30 1.690
Geclusterd wonen 2025 2030 +50 +20 +20 0 +10 +10 +10 +10 +10 +10 0 +10 +30 +10 +10 0 +10 0 0 +30 +10 +40 0 +30 +10 +330
+130 +50 +60 +10 +30 +40 +20 +30 +30 +30 +10 +30 +80 +40 +40 +10 +20 +20 +20 +80 +30 +70 +10 +80 +30 +960
2040
2022
+180 +130 +150 +30 +70 +130 +30 +70 +80 +70 +20 +60 +180 +90 +100 +20 +60 +80 +50 +190 +80 +140 +10 +190 +60 +2.240
10 50 50 0 20 10 10 20 30 10 10 20 50 20 20 10 10 40 30 50 10 50 0 50 10 590
Woonzorgcentrum 2025 2030 +10 +10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 +10 0 +10 0 0 0 +40
+40 +10 +10 +10 +10 0 0 0 0 0 0 0 +10 +10 +10 0 +10 0 0 +10 +10 +10 0 +10 0 +160
2040 +40 +10 +10 +10 +10 +10 0 +10 0 +10 0 0 +20 +20 +20 0 +10 0 0 +20 +10 +10 0 +20 +10 +250
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
28
3.5 Aanbodinventarisatie ouderen Uit een inventarisatie onder zorgaanbieders en corporaties komt naar voren dat de gemeente Dijk en Waard momenteel beschikt over 796 sociale huurwoningen in geclusterde woonvormen voor ouderen. Het gaat hier om woningen in complexen die hoofdzakelijk door ouderen worden bewoond én toegankelijk zijn zonder Wlz-indicatie. Verder zien we circa 55 plaatsen voor geclusterd wonen met Wlz-zorg. Het aanbod aan geclusterd wonen met Wlzzorg wordt bewoond door mensen met somatische of psychogeriatrische klachten. De praktijk leert dat een (groot) deel van deze plekken wisselend inzetbaar is: hetzij voor mensen met somatische of psychogeriatrische problematiek, hetzij soms ook voor thuiszorg (Zvw) en tijdelijke zorg. Tabel 3.8 toont het aanbod aan woonvormen voor senioren zoals dat in de inventarisatie naar voren is gekomen. Mogelijk hebben we niet al het aanbod in de vrije sector huur en koopsector in beeld kunnen brengen.
Tabel 3.8: Aanbod geclusterd woningaanbod naar aanbieder (situatie 2022) Woonzorgcentrum PG
Woonzorgcentrum SOM
22 21 66 33 194 21
29 77 1 42 20
Zorgaanbieders De Leeuwenhof Zorg B.V. Horizon zorgcentrum De Pieter Raat Stichting ViVa! Zorggroep Magentazorg Aristozorg Dagelijks Leven Corporaties Woonzorg Nederland Woonwaard Woonstichting Langedijk Habion V.d. Borden Huur & Beheer Hoeksema & van Kol Totaal
Geclusterd wonen Sociale Vrije huur sector Koop
2
16
37
21 52 404 287 53 147 378
169
835
163 1.210
212 212
Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
Verschillende zorgaanbieders geven aan dat zij plannen hebben voor nieuwbouw of herbestemming. Hierdoor zal het aanbod in de komende jaren toenemen. • Dagelijks Leven: - Ontwikkeling 40 zorgstudio’s in De Vork. Opleverdatum/jaar is niet bekend. • Horizon zorgcentrum: - Uitbreiding bestaande locatie met 16 wooneenheden. Opleverdatum/jaar is niet bekend.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
29
-
Nieuwe locatie met 50 zorgwoningen voor ouderen (20 Wlz SOM en 30 VPT SOM). Oplevering in 2025. - Nieuwe locatie met nog nader te bepalen wooneenheden voor PG. Opleverdatum/jaar is niet bekend. • De Pieter Raat Stichting: - 44 plaatsen intramuraal verblijf PG, verdeeld over 4 kleinschalige wooneenheden. Oplevering in 2024. • Magentazorg: - Nieuwe locatie in Stationsgebied met 27 appartementen; zorg op basis van scheiden wonen zorg (VPT). Opleverdatum/jaar is niet bekend. • Projectontwikkelaar: - Ontwikkeling 30 - 42 zorgstudio’s voor mensen met dementie. Opleverdatum/jaar is niet bekend.
Figuur 3.8: Verdeling geclusterd wonen corporatiebezit naar huurprijsklasse
Van de bovenstaande plannen weten we dat het plan van De Pieter Raat Stichting uiterlijk in de zomer van 2024 wordt gerealiseerd. Daarnaast weten we dat het plan van Horizon Zorgcentrum van 50 zorgwoningen in 2025 wordt opgeleverd. Van de andere plannen is nog niet bekend wanneer deze worden gerealiseerd.
* Informatie corporaties Woonzorg Nederland, Woonwaard en Woonstichting Langedijk. Bron: Aanbodinventarisatie Companen.
Kenmerken geclusterde woningen in het corporatiebezit In de aanbodinventarisatie is aan corporaties gevraagd naar de kenmerken van hun huidige aanbod in geclusterde woonvormen voor ouderen. In totaal hebben de corporaties 796 woningen in geclusterde woonvormen. Het grootste deel hiervan heeft een huurprijs tussen de kwaliteitskortingsgrens en de eerste aftoppingsgrens (76%). Er is geen geclusterd aanbod voor ouderen met een huurprijs tot de kwaliteitskortingsgrens; corporaties hebben ook geen aanbod geclusterd wonen boven de liberalisatiegrens. In onderstaand figuur is de verdeling te zien over de verschillende huurprijsklassen (prijspeil 2022).
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
5% 19%
443 - 633 euro 634 - 679 euro
680 - 763 euro 76%
Voor 743 van de 796 corporatiewoningen binnen geclusterd wonen voor ouderen hebben we ook informatie van de verhuurders ontvangen over de toegankelijkheid van de woningen. Van deze woningen is volgens de corporaties 99% rollatorgeschikt en 56% rolstoelgeschikt. Naast de huurprijs en toegankelijkheid van de geclusterde woningen van de corporaties in Dijk en Waard is in de aanbodinventarisatie ook gevraagd naar de aanwezigheid van een ontmoetingsruimte. Van alle 796 corporatiewoningen binnen geclusterd wonen voor ouderen heeft 57% een ontmoetingsruimte binnen het complex. Voor 34% van de geclusterde corporatiewoningen geldt dat er geen inpandige ontmoetingsruimte is in het complex, maar wel een ontmoetingsruimte in de nabijheid van de woningen (max 250 meter). Een klein aandeel van de geclusterde corporatiewoningen
30
voor ouderen heeft geen ontmoetingsruimte inpandig maar wel een gezamenlijke buitenruimte (8%). Van de 796 geïnventariseerde woningen geldt voor 176 (22%) woningen dat ze gelegen zijn in een complex waar een (gezamenlijke) scootmobielberging aanwezig is. Het veelgebruikte keurmerk voor woningen Woonkeur schrijft voor dat er in complexen die gericht zijn op mensen met een zorgvraag ten minste één scootmobielstalling per twee woningen is; voor complexen waar zowel mensen met als zonder zorgvraag wonen, stelt Woonkeur geen harde eis aan het minimaal aantal aanwezige stallingsplaatsen.
3.6 De huisvestingsopgave: match vraag en aanbod In onderstaande tabellen is te zien wat de balans is van vraag en aanbod in de basisprognose en de trendprognose, uitgaande van het huidige aanbod en de vraagprognoses. Negatieve getallen duiden op tekorten, positieve getallen op een overschot. Tabel 3.9: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, basisprognose (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen -480 -660 -960 -1.200 -1.390 Woonzorgcentrum SOM 40 20 -50 -110 -170 Woonzorgcentrum PG 20 -40 -190 -330 -450 Totaal -520 -780 -1.300 -1.740 -2.110
Tabel 3.10: Vraag-aanbodbalans geclusterde woonvormen voor ouderen, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen -480 -810 -1.440 -2.080 -2.720 Woonzorgcentrum SOM 40 30 -10 -30 -30 Woonzorgcentrum PG 20 -10 -90 -140 -150 Totaal -520 -890 -1.640 -2.350 -3.000 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
Een vergelijking van de vraagprognoses met het huidige aanbod aan woonvormen voor ouderen, laat zien dat het huidige woningaanbod voor ouderen niet voldoende is om aan de toekomstige vraag te voldoen: • De huidige vraag naar geclusterd wonen voor ouderen is al hoger dan het huidige aanbod. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat mogelijk niet al het aanbod in de particuliere huur en koopsector in beeld gebracht is; het kan dus zijn dat het tekort in de praktijk lager is dan hier gepresenteerd. In de basisprognose loopt het tekort aan geclusterde woningen op tot 1.390 woningen in 2040. In de trendprognose is in 2040 het gat tussen vraag en aanbod nog groter met een tekort aan 2.720 woningen. •
•
Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
•
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
De huidige vraag naar plekken in een woonzorgcentrum voor mensen met een Wlz-indicatie vanwege psychogeriatrie (PG) is iets hoger dan het aanbod. We zien een tekort van 30 plekken. In de basisprognose loopt dit tekort op tot 500 plekken en in de trendprognose tot 200 plekken in 2040. Het aanbod aan woonzorgcentrum-plekken voor mensen met een somatische zorgvraag is op dit moment net niet voldoende om in de vraag te voorzien: we zien een klein tekort van 10 plekken. Dit tekort loopt op tot 220 plekken in 2040 volgens de basisprognose. In de trendprognose loopt het tekort op tot 80 plekken in 2040. Aanbieders hebben nieuwbouwplannen voor circa 210 wooneenheden waar zorg wordt geboden aan ouderen. De opleverdatum is bij een deel van deze plannen nog niet bekend.
31
Kijken we naar de marktsegmentatie van de geclusterde woonvormen van ouderen, dan valt het volgende op: • Het huidige aanbod aan geclusterd wonen voor ouderen in de sociale huur is ruim vergeleken met de vraag. Dit betekent niet dat woningen nu leeg staan. Een deel van de verklaring is waarschijnlijk dat er ook mensen onder de 65 jaar in deze woningen wonen. De vraagprognose is echter gebaseerd op de vraag van 65-plussers. Een andere verklaring is dat er ‘dure scheefhuurders’ wonen in sociale huurwoningen. We zien dat in 2035 het ‘overschot’ omslaat naar een tekort wanneer we uitgaan van de basisprognose. Dit tekort loopt in de basisprognose op tot 90 woningen in 2040. Wanneer we uitgaan van de trendprognose zien we een tekort van 550 geclusterde sociale huurwoningen in 2040. Let wel: hierbij gaan we uit van de huidige voorraad. De corporaties hebben plannen om het aanbod aan geclusterd wonen voor ouderen uit te breiden. Op het moment van schrijven van dit rapport waren de exacte aantallen hiervan nog niet bekend. • Op basis van de inventarisatie lijkt er in de particuliere huursector een tekort te zijn aan geclusterd wonen. Het tekort zal oplopen tot 200 woningen in 2040 wanneer we uit gaan van de basisprognose en tot 390 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose.
We zeggen dit met enige voorzichtigheid, omdat we mogelijk niet al het bestaande aanbod in dit segment volledig in beeld hebben. • Ook voor geclusterd wonen in de koopsector kunnen we met enige voorzichtigheid zeggen dat er nu een tekort is. Het tekort loopt op tot 1.150 woningen in 2040 wanneer we uitgaan van de basisprognose, en tot 1.830 woningen wanneer we uitgaan van de trendprognose. Ook hier geldt echter dat we mogelijk niet al het bestaande aanbod volledig in beeld hebben.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Tabel 3.11: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, basisprognose (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Sociale huur +250 +180 +80 +20 -40 Particuliere huur -80 -100 -140 -180 -200 Koop -650 -740 -900 -1.040 -1.150 Totaal -480 -660 -960 -1.200 -1.390 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
Tabel 3.12: Vraag-aanbodbalans, geclusterde woonvormen voor ouderen naar marktsegment, trendprognose (2022 - 2040; huishoudens, afgerond op 10-tal) 2022 2025 2030 2035 2040 Sociale huur +250 +130 -90 -280 -500 Particuliere huur -80 -120 -210 -300 -390 Koop -650 -820 -1.140 -1.500 -1.830 Totaal -480 -810 -1.440 -2.080 -2.720 Bron: Woonzorgweter, bevolkingsprognose Dijk en Waard 2022, aanbodinventarisatie, CIZ zorggegevens en CBS-Microdata.
3.7 Financiële aspecten Kosten intramuraal wonen versus thuiswonende ouderen De verwachting is dat een steeds groter deel van de ouderen in een reguliere woning of in een geclusterde woning zal wonen, in plaats van in een woonzorgcentrum of verpleeghuis. Het rijksbeleid is hier ook op gericht. Dit zorgt ervoor dat de zorgkosten binnen de langdurige zorg (Wlz) minder sterk stijgen dan wanneer ouderen massaal naar een woonzorgcentrum zouden verhuizen. Het betekent echter ook dat de kosten voor zorg en ondersteuning verplaatsen: die worden voor thuiswonende ouderen grotendeels betaald vanuit de zorgverzekeringswet (wijkverpleging en verzorging) en Wmo (onder andere huishoudelijke ondersteuning). Als de zorgvraag stijgt kunnen thuiswonende ouderen ook een beroep doen op de Wet langdurige zorg (met een Volledig of
32
Modulair Pakket Thuis) maar vanwege de hoge eigen bijdrage stellen veel ouderen dit zo lang mogelijk uit. Voor Wmo-ondersteuning geldt een vaste eigen bijdrage van € 19 per maand, ongeacht inkomen of vermogen van gebruiker. Voor de Wlz geldt een veel hogere eigen bijdrage die wél inkomensafhankelijk is en waarbij ook het eigen vermogen deels meegenomen wordt. Voor zorg aan huis bedraagt de eigen Wlz-bijdrage circa 10% van het inkomen, eventueel verhoogd met een bedrag vanuit vermogen. De bijdrage voor intramuraal wonen is overigens nog hoger.
Doorstroming stimuleren
Voor veel ouderen is extramurale zorg dus financieel aantrekkelijker dan intramurale zorg. Voor gemeenten geldt dat niet zonder meer. Bij ouderen die in een intramurale setting (verpleeghuis, woonzorgcentrum) wonen, worden vrijwel alle (zorg)kosten betaald vanuit de Wlz. Als meer ouderen in een reguliere of geclusterde woning Wlz-zorg krijgen vanuit een Volledig Pakket Thuis, dan stijgen de kosten voor de gemeente. De gemeente is vanuit de Wmo immers verantwoordelijk voor woningaanpassingen en voor kosten voor vervoersmiddelen zoals een rolstoel, driewielfiets of scootmobiel.
•
•
•
Als meer ouderen met een intensieve zorgvraag zelfstandig wonen, leidt dit ook tot een groter beroep op de huisartsenzorg. Bewoners met een intramurale verpleeghuisindicatie krijgen zorg van een instellingsarts, terwijl thuiswonende ouderen voor medische zorg onder de verantwoordelijkheid blijven vallen van de huisarts.
Veel ouderen stellen de beslissing om te verhuizen naar een levensloopgeschikte (al dan niet geclusterde woning) lang uit. Soms ontstaan hierdoor schrijnende situaties. Het is daarom verstandig om in te zetten op bewustwording onder ouderen dat zij zelf tijdig moeten nadenken over hoe zij willen wonen als zij minder mobiel en wellicht zorgbehoevend worden. De inzet van een verhuiscoach of seniorenmakelaar kan hier bij helpen. Ook financiële instrumenten zoals een huurgewenningsbijdrage kunnen bijdragen aan de doorstroming van ouderen. Naast het belang van passend wonen voor de ouderen zelf is er nog een reden om in te zetten op doorstroming: doorstroming van ouderen brengt een verhuisketen op gang waar ook andere woningzoekenden van profiteren. Om doorstroming te stimuleren is voldoende aanbod aan levensloopgeschikte en geclusterde woningen een eerste voorwaarde. Daarnaast is het van belang dat er voldoende variëteit is (in prijsklassen, locatie en woonconcept) om aan te kunnen sluiten bij de diverse vraag van ouderen. Onder de nieuwe generatie ouderen spreken woonvormen als ‘hofjeswonen’ (waar ouderen of juist een mix van leeftijdsgroepen samen wonen en elkaar ondersteunen wanneer dat nodig is) vaak meer aan dan een traditioneel seniorencomplex. Om de gewenste diversiteit te bereiken is het te overwegen om meer ruimte te bieden aan burgerinitiatieven/CPOprojecten.
3.8 Aandachtspunten voor de visie Heldere eisen voor nieuwbouw Op basis van de analyses en gesprekken met stakeholders in Dijk en Waard en elders in het land komen we tot een aantal aandachtspunten voor de woonzorgvisie, die we hieronder op een rij zetten.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
•
In de komende jaren stijgt de behoefte aan levensloopgeschikte woningen. Om te voorkomen dat er een groot beroep wordt gedaan op de Wmo voor woningaanpassingen is het daarom verstandig om bij álle nieuwbouw in de gemeente eisen te stellen ten aanzien van de toegankelijkheid van de woning. Bij een levensloopbestendige woning wordt daarnaast ook
33
•
•
•
rekening gehouden met voorzieningen die je in de toekomst mogelijk nodig hebt. Hierbij kun je denken aan een gelijkvloerse plattegrond van woonkamer, keuken, badkamer en slaapkamer. Er zijn ook voorbeelden waarbij de bad- en slaapkamer met een ‘luie trap’ te bereiken zijn. Een luie trap stimuleert de beweging van ouderen tot op hogere leeftijd en biedt relatief eenvoudig mogelijkheden voor het plaatsen van een traplift. Vanaf de realisatie van woningen wordt al rekening gehouden met bijvoorbeeld draaicirkels van een rolstoel of het achterwege laten van drempels en trapjes. Deze woningen bieden veel flexibiliteit aangezien ieder type huishouden, met of zonder mobiliteitsbeperking, in een levensloopbestendige woning kan gaan wonen. Essentieel bij alle varianten van ‘geclusterd wonen’ is dat er - inpandig of in de directe omgeving - een mogelijkheid is om andere bewoners te ontmoeten. En vanzelfsprekend moet het ook hier gaan om woningen die goed toegankelijk zijn voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Daarbij is het van belang dat ook de omgeving van de woning goed toegankelijk is, zodat mensen vanuit hun woning naar voorzieningen toe kunnen. Voor nieuwbouw die specifiek gericht is op ouderen verdienen locaties dicht bij voorzieningen - zoals winkels - de voorkeur. De voorzieningenkaarten die zijn gemaakt in het kader van dit onderzoek bieden hiervoor een praktisch handvat.
Het verdient aanbeveling om als gemeente heldere normen op te stellen waar nieuwe (geclusterde) woonvormen voor ouderen aan moeten voldoen, als het gaat om de woning zelf (zoals het niveau van toegankelijkheid), aanwezige faciliteiten in en bij het woongebouw (zoals ontmoetingsruimte, buitenruimte, parkeerruimte) en sociale aspecten zoals het bevorderen van gemeenschapszin (binnen de woonvorm en tussen bewoners van de woonvorm en de omliggende wijk). Deze normen kunnen worden verwerkt in een afwegingskader voor woningbouwinitiatieven.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Mantelzorg beter mogelijk maken •
•
Mantelzorgers zullen een steeds grotere rol spelen in de zorg en ondersteuning. Om hen in staat te stellen om deze taak te kunnen vervullen, is een goed aanbod aan mantelzorgondersteuning essentieel. Het gaat daarbij onder meer om (vrijwillige) respijtzorg aan huis (vervangende mantelzorg) of elders (logeeropvang) zodat mantelzorgers even op adem kunnen komen, maar ook om lotgenotencontact. Sommige mantelzorgers willen graag dicht bij degene wonen voor wie ze zorgen. Een mantelzorgwoning kan dan uitkomst bieden. De gemeente Dijk en Waard signaleert een stijgende vraag naar mantelzorgunits. Deze kunnen nu al vergunningsvrij worden geplaatst als de mantelzorgbehoefte kan worden aangetoond met een zorgindicatie. Sommige oudere inwoners willen graag al voordat er sprake is van een (intensieve) zorgrelatie, dichter bij hun kinderen wonen. Een mogelijkheid is dan om een preventieve mantelzorgwoning te plaatsen op het eigen erf, of de woning zodanig te verbouwen dat er een tweede huishouden kan komen wonen. Het is te overwegen om de mogelijkheden voor het plaatsen van preventieve mantelzorgunits te verruimen, zodat deze kunnen geplaatst worden voordat daadwerkelijk sprake is van een zorgvraag.
Efficiënte inrichting van de zorg • Tegenover een stijgende vraag naar zorg staat een tekort aan onder andere zorgpersoneel en de verwachting van minder beschikbare financiële middelen. De zorg moet daarom efficiënter ingezet worden. Het uitbreiden van het aanbod aan geclusterd wonen voor ouderen is hierbij een deel van de sleutel. Door clustering is zorgpersoneel immers minder tijd kwijt aan reizen tussen cliënten die wijkverpleging ontvangen vanuit de Zvw of Wlz-zorg krijgen vanuit een Volledig Pakket Thuis. Daarnaast helpt geclusterd wonen ook tegen eenzaamheid bij ouderen en stimuleert het samenleven ook het ‘omzien naar elkaar’, waardoor het beroep op
34
professionele zorg wordt verminderd. Zoals eerder benoemd, leidt de ontwikkeling waarbij meer ouderen met een intensieve zorgvraag buiten verpleeghuizen wonen, wel tot een groter beroep op huisartsenzorg. • De inzet van technologie kan er ook voor zorgen dat zorgpersoneel wordt ontlast. Daarnaast kan technologie ervoor zorgen dat ouderen comfortabeler en veiliger kunnen wonen, en zij kunnen daarmee ook een verhuizing uitstellen. Via een tablet kunnen ouderen hun boodschappen bestellen, maar ook videobellen met een zorgverlener. En GPS-trackers maken het mogelijk om mensen met dementie een deel van hun vrijheid te laten behouden. Hoewel technologie soms als ‘koud’ wordt ervaren, kunnen goede toepassingen een grote bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven van ouderen. • Op dit moment zijn veel verschillende zorgaanbieders voor thuiszorg en wijkverpleging actief in dezelfde buurt of hetzelfde complex. Dit is, vanwege de reistijd, niet efficiënt en daarmee voor de toekomst wellicht niet houdbaar. Een betere afstemming tussen zorgorganisaties kan helpen om goede én betaalbare zorg aan cliënten te kunnen blijven bieden. Meer aanbod aan flexibele zorg • Doordat mensen steeds langer thuis wonen, is er landelijk een groeiende behoefte aan plekken waar mensen ‘tijdelijke zorg’ kunnen ontvangen bijvoorbeeld als zij na een ziekenhuisopname niet meteen terug naar huis kunnen.
Dit kan bijvoorbeeld in een zorghotel worden geboden, maar ook in plekken in een woonzorgcentrum die voor dit doel worden vrijgehouden. Zorgaanbieders zien ook een groeiende behoefte aan plekken waar ouderen met een zorgvraag tijdelijk kunnen verblijven, om zo hun mantelzorgers op adem te laten komen (respijtzorg).
•
voor het welzijn, zingevingsvraagstukken en het voorkomen van eenzaamheid. In verband met de behoefte aan ontmoeting wordt vaak gesproken over het belang van ontmoetingsruimtes. Waar het niet mogelijk is om een ‘echte ontmoetingsruimte’ in te richten kan dit ook heel kleinschalig worden georganiseerd, bijvoorbeeld door in een wooncomplex één appartement in te richten als gezamenlijke huiskamer. Consequentie hiervan is wel dat de ontmoetingsruimte dan vaak minder zichtbaar en toegankelijk is van buitenaf, waardoor deze lastiger een functie kan vervullen voor de omliggende buurt. Daarnaast betekent het ombouwen van een woning tot ontmoetingsruimte uiteraard dat die woning niet meer bewoond kan worden. Lang niet alle ouderen hebben een zorgvraag; de groei van de groep gepensioneerden betekent ook een groei van de groep potentiële vrijwilligers - goud in tijden van personeelskrapte in de zorg. Aandachtspunt hierbij is wel dat deze ‘nieuwe ouderen’ vaak liever incidenteel vrijwilligerswerk doen dan dat zij een langdurige verplichting aangaan.
Aandacht voor welzijn en zingeving • Er is gerichte zorg nodig voor de groep die dat echt nodig heeft, maar voor een veel grotere groep ouderen is het vooral belangrijk om oog te hebben
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
35
4 Mensen met een lichamelijke beperking
Figuur 4.1: Voorbeelden geclusterd wonen voor mensen met een lichamelijke beperking
Tussen de (somatische) ouderenzorg en de zorg voor mensen met een lichamelijke beperking bestaat enige synergie. Mensen met een lichamelijke beperking hebben net als ouderen vaak behoefte aan een aangepaste woning en soms ook aan (intensieve) zorg. In dit hoofdstuk brengen we de langdurige zorgvragers met een lichamelijke beperking in beeld, en gaan we in op de vraag naar toegankelijke woningen vanuit deze groep en de groep ouderen in Dijk en Waard.
4.1 Doelgroep en context Over het algemeen wonen mensen die vanwege lichamelijke beperkingen Wlzzorg ontvangen in kleinschalige, geclusterde concepten. Een deel van deze mensen woont in een groepswoning met gedeelde voorzieningen. De illustraties op de volgende pagina geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer ‘geclusterd wonen voor mensen met een lichamelijke beperking’. Naast de mensen met een Wlz-LG indicatie gaan we in dit hoofdstuk ook in op de groep ouderen met een mobiliteitsbeperking.
4.2 Woonwensen en woonvormen Mensen met een lichamelijke beperking hebben allen behoefte aan een goed toegankelijke woning. De mate waarin een woning moet zijn aangepast is natuurlijk afhankelijk van de aard en zwaarte van de beperking. Het is niet belangrijk of een woning grondgebonden is, mits een lift en elektrische toegangsdeuren aanwezig zijn. De woning zelf moet het liefst gelijkvloers zijn en genoeg ruimte bieden in de badkamer voor diverse hulpmiddelen. De woonomgeving moet toegankelijk zijn en de woning moet gelegen zijn in de buurt van voorzieningen zoals een huisarts, winkels en ontmoetingsplekken. Daarnaast moet er ook voldoende parkeergelegenheid zijn in de directe omgeving, bij voorkeur voor de deur.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
36
4.3 Vraaganalyse
Vraag naar ‘geschikte’ woningen onder ouderen en LG-doelgroep
Vraag naar woonzorgplekken voor LG-doelgroep Om een inschatting te maken van de omvang van de groep met een Wlzindicatie vanwege een lichamelijke beperking is gebruik gemaakt van de CIZdatabank. In januari 2022 hadden in Dijk en Waard 115 mensen een LGindicatie. Op basis van de demografische ontwikkeling verwachten we dat de vraag naar woonplekken voor deze groep de komende jaren gelijk blijft; een vraag van 115 woonplekken. De vraag vanuit de groep mensen met een lichamelijke beperking kan worden opgevangen door middel van woonvormen die speciaal bedoeld zijn voor deze groep. Wanneer we naar het aanbod kijken aan plekken voor mensen met een lichamelijke beperking, hebben we 68 woonplekken in beeld van de zorgaanbieders De Pieter Raat Stichting, Aristozorg en Esdégé-Reigersdaal. Het gaat hierbij om groepswonen/geclusterd wonen waar intensieve zorg en ondersteuning kan worden geboden. Een uitgebreid beeld van het aanbod is te vinden in bijlage 1.
Mensen met een mobiliteitsbeperking (waaronder ouderen) hebben behoefte aan een ‘toegankelijke’ of ‘geschikte’ woning. Om de vraag naar geschikte woningen te bepalen, maken we gebruik van onze ervaringen uit het werkveld, woonwensenonderzoeken onder ouderen en cijfers van onderzoeksbureau ABF Research. ABF raamt het aantal huishoudens met een ADL-beperking4 in de gemeente Dijk en Waard op circa 2.225. Richting de toekomst spiegelen wij de behoefte aan geschikte woningen aan de ontwikkeling van de groep ouderen in vitaliteitstrede 2 tot en met 4, om daarmee rekening te houden met de effecten van de vergrijzing op de vraag naar geschikte woningen. We zien dat het aantal huishoudens met een ADL-beperking en daarmee ook de vraag naar geschikte woningen groeit met +1.750 woningen in de periode tot 2040.
Volgens het aanbod dat wij in beeld hebben zou er een tekort aan aanbod zijn van 47 plekken. In de werksessie die we hebben gehouden met zorgaanbieders werd niet herkend dat er een tekort zou zijn. Dat is te verklaren vanuit het feit dat mensen met een Wlz-indicatie vanwege een lichamelijke beperking deze zorg ook kunnen krijgen in een reguliere, aangepaste woning.
4
Beperkingen bij Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen zoals traplopen, zich wassen of aankleden.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
37
Figuur 4.2: Vraagprognose ‘geschikte’ woningen (2022 – 2040; huishoudens, afgerond op 5-tal)
4.500 4.000 3.500
rollator gebruiken: wij gaan ervan uit dat zij behoefte hebben aan een woning die geschikt is voor een rollator. Mensen die gebruik maken van een rolstoel hebben aanvullende eisen ten aanzien van toegankelijkheid in de woning, om zich vrij te kunnen bewegen door het huis. Een deel heeft behoefte aan een rolstoeltoegankelijke woning, een deel aan een rolstoelgeschikte woning.
3.000 2.500 2.000
1.500 1.000
2.225
2.570
3.130
3.560
3.975
500 0
2022
2025
2030
2035
2040
Er is geen betrouwbaar landelijk onderzoek dat aangeeft welk deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking gebruik maakt van een rolstoel. Uit onderzoek dat Companen recent heeft uitgevoerd onder 55-plussers in de provincie Flevoland is wel een beeld af te leiden. In een enquête is gevraagd of iemand in het huishouden gebruik maakt van een hulpmiddel waaronder een rollator of rolstoel. Daarop hebben we doorgevraagd of de rolstoel binnenshuis, buitenshuis of binnen- én buitenshuis wordt gebruikt. Uit het onderzoek komt het volgende beeld naar voren:
Aantal huishoudens ADL-beperking Bron: Woonzorgweter Companen.
Uitsplitsing rollator- en rolstoelgeschikte woningen Een deel van de mensen met een mobiliteitsbeperking maakt gebruik van een rolstoel; een veel groter deel heeft een lichtere beperking en kan ook uit de voeten met een rollator of stok. Dit verschil heeft ook consequenties voor het type woning dat zij nodig hebben. In deze paragraaf besteden we aandacht aan de uitsplitsing van de totale vraag naar toegankelijke woningen in ‘rolstoelgeschikte’ woningen, ‘rolstoeltoegankelijke’ woningen en ‘rollatorgeschikte’ woningen. In de praktijk blijkt namelijk dat een deel van de mensen die gebruik maakt van een rolstoel de rolstoel alleen buitenshuis gebruikt; zij kunnen daarom toe met een ‘rolstoeltoegankelijke’ woning.
Tabel 4.1: Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking naar benodigd woningtype Geschiktheidstype Aandeel mensen met een mobiliteitsbeperking Rolstoelgeschikt Rolstoeltoegankelijk Rollatorgeschikt Totaal
5% 11% 84% 100%
Bron: Resultaten enquête onder 55-plussers in de provincie Flevoland, 2022.
Door de gegevens over het gebruik van hulpmiddelen te combineren met de eerder in beeld gebrachte prognose van het totaal aantal huishoudens met een mobiliteitsbeperking, kunnen wij een inschatting maken van de behoefte aan rolstoelgeschikte-, rolstoeltoegankelijke- en rollatorgeschikte woningen. In onderstaande tabel wordt de uitgesplitste vraagprognose weergegeven.
Bij het bepalen van de vraag naar geschikte woningen maken wij onderscheid tussen enerzijds mensen met een mobiliteitsbeperking die een kruk, stok of
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
38
Tabel 4.2: Vraagprognose uitgesplitst naar geschiktheidstype, afgeronde getallen Geschiktheidstype 2022 2025 2030 2035 2040 Rolstoelgeschikte woningen 110 130 155 180 200 Rolstoeltoegankelijke woningen 245 285 345 390 435 Rollatorgeschikte woningen 1.870 2.160 2.630 2.990 3.340 Totaal 2.225 2.570 3.130 3.560 3.975 Bron: Woonzorgweter.
Bovenstaande tabel laat zien dat in de huidige situatie circa 110 huishoudens in Dijk en Waard behoefte hebben aan een rolstoelgeschikte woning, circa 245 huishoudens aan een rolstoeltoegankelijke woning en circa 1.870 huishoudens aan een rollatorgeschikte woning. In 2040 is de behoefte aan rolstoelgeschikte woningen met 90 woningen toegenomen, rolstoeltoegankelijke woningen met 190 woningen toegenomen en rollatorgeschikte woningen met 1.470 woningen.
Een woning geldt als ‘geschikt’ als alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) gelijkvloers liggen of zonder traplopen bereikbaar zijn. Dit maakt de woning geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die eventueel een wandelstok, kruk(ken) of rollator gebruiken. Alle appartementen of (galerij)flats gelden als ‘geschikt’, mits deze over een lift beschikken. In de doorzonscan wordt geen rekening gehouden met de ‘buitenkant’ van de woningen. Het is echter evident dat een woning pas echt ‘geschikt’ is, als ze ook extern toegankelijk zijn. Dit betekent geen opstapjes en drempels naar de voordeur en bij appartementen moeten de deuren van het complex elektrisch bediend kunnen worden. Figuur 4.3: Gemeente Dijk en Waard. Aanbod ‘geschikte’ woningen volgens ‘doorzonscan’ (2022)
20%
4.4 Aanbodanalyse geschikte voorraad Voor het bepalen van de geschiktheid van de woningvoorraad in Dijk en Waard is gebruik gemaakt van de ‘doorzonscan’. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de woningkenmerken die beschikbaar zijn in de WOZ-registratie van de gemeente. De Doorzonsscan is een beproefd meetinstrument waarmee op een snelle manier te achterhalen is welk deel van de woningvoorraad waarschijnlijk al geschikt is voor mensen met een functiebeperking en welke woningen met een kleine ingreep geschikt te maken zijn. Iedere woning wordt op basis van een aantal kenmerken van de woningen (bouwjaar, oppervlakte en woningtype) ingedeeld in één van de categoriën. Een toelichting op de werkwijze is terug te vinden in bijlage 2.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
34%
46% Geschikte woning
Potentieel geschikt
Niet geschikt
Bron: WOZ-registratie gemeente Dijk en Waard, bewerkt door Companen (2022).
We hebben de geschiktheid geanalyseerd van in totaal circa 35.200 woningen, die opgenomen zijn als zelfstandige woningen in de WOZ-registratie van de gemeente. Volgens deze analyse is 20% van de woningvoorraad in Dijk en Waard (ongeveer 7.000 woningen) geschikt voor mensen met een mobiliteits-
39
beperking. Bijna de helft van de woningvoorraad (46%, circa 16.200 woningen) is ‘potentieel geschikt’. Het overige deel (34%) van de woningvoorraad (circa 12.000 woningen) is niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking en ook niet eenvoudig geschikt te maken.
Figuur 4.5: Geschiktheid woningvoorraad naar eigendom volgens ‘doorzonscan’ (2022) Koop
8%
Huur
57%
52%
34%
14%
34%
Uitsplitsing naar leeftijdsklasse Niet iedere geschikte woning wordt bewoond door een oudere met een mobiliteitsbeperking. We zien dat de geschikte woningvoorraad voor circa 60% wordt bewoond door huishoudens onder de 65 jaar. Deze woningen zijn dus niet beschikbaar voor ouderen. Van de circa 7.000 geschikte woningen blijft in praktijk een aanbod over van circa 2.800 woningen. Opvallend is dat in verhouding 65-plussers vaker in een niet-geschikte woning wonen dan mensen met een leeftijd tot aan 65 jaar. Figuur 4.4: Geschiktheid woningvoorraad naar leeftijdscategorieën volgens ‘doorzonscan’(2022)
Tot 65 jaar
17%
65 jaar en ouder
25% 0%
20%
Geschikte woning
49%
33%
39%
36%
40%
60%
Potentieel geschikt
80%
100%
Niet geschikt
0%
20% Geschikte woning
40% 60% Potentieel geschikt
80% Niet geschikt
100%
Bron: WOZ-registratie gemeente Dijk en Waard, bewerkt door Companen (2022).
De uitsplitsing van de woningvoorraad naar eigendom laat zien dat: • Meer dan de helft van de huurwoningen geschikt is voor mensen met een mobiliteitsbeperking (52% van de huurvoorraad; ruim 4.860 woningen). Ruim één op de tien woningen (14% en circa 1.330 woningen) is met een kleine ingreep geschikt te maken. De overige 34% van de huurvoorraad (ruim 3.190 woningen) zijn niet geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking. • De opgave ligt met name in de koopsector; het aandeel ‘geschikte woningen’ is hier klein (8%, ongeveer 2.130 woningen), terwijl maar liefst 57% (circa 14.860 woningen) met een kleine ingreep geschikte te maken is. Dit komt doordat koopwoningen vaak rijwoningen of grote eengezinswoningen zijn.
4.5 Huisvestingsopgave geschikt wonen
Bron: WOZ-registratie gemeente Dijk en Waard, bewerkt door Companen (2022).
Uitsplitsing naar eigendomssituatie De geschiktheidsopgave binnen Dijk en Waard is onevenredig verdeeld naar eigendomssituatie. Huurwoningen zijn vaker gelijkvloers dan koopwoningen en daarmee vaker geschikt voor mensen met een mobiliteitsbeperking.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
De huidige vraag naar reguliere geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking (ouderen en mensen met een lichamelijke beperking) bedraagt circa 2.225 woningen. In 2040 zal deze behoefte zijn opgelopen tot circa 3.975 woningen. Het huidige aanbod aan geschikte woningen lijkt ruim in verhouding tot de vraag: er zijn circa 7.000 geschikte woningen.
40
Van deze woningen wordt echter meer dan de helft (60%) bewoond door jongere huishoudens (jonger dan 65 jaar). Deze jonge huishoudens hebben waarschijnlijk in meerderheid geen mobiliteitsbeperking en in die zin geen geschikte woning nodig. In totaal worden 4.200 woningen bewoond door huishoudens jonger dan 65 jaar. De overige 2.800 woningen worden bewoond door 65-plushuishoudens. Wanneer we ervan uitgaan dat ook in de toekomst 60% van het geschikte aanbod bewoond wordt door huishoudens jonger dan 65 jaar en het geschikte aanbod niet wordt uitgebreid, dan zal er vanaf 2030 een tekort aan geschikte woningen ontstaan voor de 65-plushuishoudens van 330 woningen tot 1.175 woningen in 2040. Tabel 4.3: Balans vraag en bewoning geschikte woningen 65-plushuishoudens 2022 2025 2030 2035 Aantal 65-minhuishoudens in 4.200 4.200 4.200 4.200 geschikte woningen Aantal 65-plushuishoudens in geschikte woningen Vraag naar geschikte woningen Balans
2040 4.200
2.800
2.800
2.800
2.800
2.800
2.225 +575
2.570 +230
3.130 -330
3.560 -760
3.975 -1.175
Bron: Woonzorgweter Companen.
Gegeven het feit dat geschikte woningen voor een groot deel worden bewoond door huishoudens jonger dan 65 jaar, is er aandacht nodig voor het toewijzen, labelen of matchen van geschikte woningen voor mensen met een mobiliteitsbeperking. Hoeveel geschikte woningen uiteindelijk benodigd zijn om in de behoefte te voorzien zal altijd een samenspel zijn van voldoende aanbod en voldoende beschikbaar aanbod.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Opgave op wijkniveau In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de geschiktheid van de woningvoorraad in elk van de wijken van de gemeente. De wijken Stadshart en Bedrijventerrein Heerhugowaard zijn de enige wijken waar de meerderheid van de woningen geschikt is voor mensen met een mobiliteitsbeperking. In Koedijk, Planetenwijk, Rivierenwijk, ’t Kruis, Bomen-Recreatiewijk en de Schrijverswijk is juist een meerderheid van de woningen niet-geschikt (en ook niet eenvoudig geschikt te maken). Om een indruk te krijgen van de werkelijke opgave, is het goed om ook te kijken naar de leeftijd van de huidige bewoners van de al dan niet geschikte woningen. De kaarten op de volgende pagina’s geven een beeld van het percentage 65-plussers dat woont in een geschikte, een potentieel geschikte dan wel ongeschikte woning. Alleen in het Stadshart en in Stad van de Zon woont een meerderheid van de ouderen al in een geschikte woning. Hoewel een relatief groot deel van de woningen in Bedrijventerrein Heerhugowaard als ‘geschikt’ is getypeerd, valt op dat van de ouderen in deze wijk juist een zeer groot deel (83%) woont in een niet-geschikte woning. Ook in de wijken Rivierenwijk, Koedijk, ’t Kruis en Planetenwijk woont meer dan 60% van de 65plussers in een niet-geschikte woning.
Dat betekent dat in deze wijken relatief veel ouderen op zoek zullen moeten naar een andere woning als zij mobiliteitsbeperkingen krijgen. In de wijken Broekhorn, Edelstenenwijk, Zuidwijk, Huygenhoek, Butterhuizen en De Draai woont meer dan de helft van de 65-plussers in een potentieel geschikte woning. Hoewel een deel van hen mogelijk al aanpassingen heeft uitgevoerd in de woning, valt te verwachten dat vooral in deze wijken de komende jaren veel woningen zullen moeten worden aangepast.
41
4.6 Aandachtspunten voor de visie Op basis van de analyses en gesprekken met stakeholders in Dijk en Waard en elders in het land komen we tot een aantal aandachtspunten voor de woonzorgvisie, die we hieronder op een rij zetten. Kosten voor woningaanpassingen Als meer ouderen in hun huidige woning willen blijven wonen, dan is het te verwachten dat meer mensen een beroep zullen doen op de Wmo voor woningaanpassingen. Dit kan een aanzienlijke kostenpost opleveren voor de gemeente. Maatregelen die ouderen kunnen verleiden om te verhuizen naar een levensloopgeschikte woning kunnen zorgen voor besparingen op woningaanpassingen. Woningtoewijzing Meer dan de helft van de ‘geschikte’ woningen in Dijk en Waard wordt op dit moment bewoond door relatief jonge mensen, waarvan verreweg de meesten geen mobiliteitsbeperkingen hebben. Als een groter deel van deze woningen zou worden toegewezen aan mensen met een mobiliteitsbeperking, hoeven in de toekomst minder woningen te worden aangepast. Dit geldt nog sterker voor huurwoningen die zijn aangepast voor mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel: als het niet lukt om deze bij mutatie weer toe te wijzen aan een rolstoelgebruiker, dan bestaat de kans dat de woning naar een regulier woningzoekende gaat en daardoor langdurig niet meer beschikbaar is voor de doelgroep.
Zorgvuldig wachtlijstbeheer en een zorgvuldige procedure voor matching en woningtoewijzing kan dit voorkomen.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
42
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
43
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
44
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
45
5 Mensen met een verstandelijke beperking De groep mensen met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. Zij kunnen onder andere behoefte hebben aan verpleging of verzorging, huishoudelijke hulp of begeleiding bij gedragsproblematiek. Wonen met andere mensen met een verstandelijke beperking in een geclusterd woon-concept is doorgaans prettig voor deze groep. Een deel van de mensen met een verstandelijke beperking is zelfredzamer en kan zelfstandig in de wijk wonen. In dit hoofdstuk brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod.
5.1 Doelgroep en context In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep mensen met een verstandelijke beperking die gebruik maakt van Wlz-zorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levens-breed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in een instelling of vanuit een zorgsteunpunt in de nabijheid. In de afgelopen jaren is de toegang tot de Wlz voor mensen met een verstandelijke beperking iets beperkter geworden. Er worden geen nieuwe indicaties meer afgegeven voor langdurige zorg aan mensen met een lichte zorgvraag (VG 1 en 2). Deze mensen zijn voor ondersteuning tegenwoordig aangewezen op de Wmo. Mensen met een bestaande VG1- of VG2-indicatie en die al in een instelling wonen, mogen hier wel blijven. Ondanks de beperking
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
van de toegang tot de Wlz, zien wij een landelijke trend waarin er steeds meer mensen een indicatie voor VG hebben. Deze groei gaat sneller dan de algehele bevolkingsgroei; het gaat dus om een stijgend aandeel. Deels wordt deze groei verklaard doordat de doelgroep met een verstandelijke beperking ouder wordt dan voorheen; daarnaast wordt vaak gewezen naar de steeds ingewikkelder samenleving. Naast een lichte groei van het aandeel mensen met een VG-indicatie, is een relevante ontwikkeling voor de toekomstige vraag naar woonvormen dat de VG-doelgroep steeds vaker extramuraal woont. Door technologische ontwikkelingen in de zorg is het steeds vaker (beter) mogelijk om buiten een instelling te wonen. Daarnaast is er een toenemende vraag zichtbaar vanuit cliënten (en verwanten) om het zorgpakket zelf samen te stellen.
5.2 Woonwensen en woonvormen Op basis van literatuuronderzoek en informatie uit klantenpanels in andere delen van het land kunnen we een beeld schetsen van de kwalitatieve woonbehoefte van mensen met een verstandelijke beperking.
Eisen aan de woning Soort woning Een groot deel van de mensen met een (licht) verstandelijke beperking woont in een zorginstelling. Een deel woont zelfstandig. Zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking zijn over het algemeen aangewezen op een sociale huurwoning. Soms huren zij deze van een zorgorganisatie, soms bij een woningcorporatie. Hierbij is betaalbaarheid het belangrijkste criterium bij de keuze van een woning.
46
Het inkomen van deze groep ligt tussen het bijstandsniveau en de minimuminkomensgrens. Hierdoor zijn ze vaak aangewezen op woningen tot de kwaliteitskortingsgrens (€ 442) of de eerste aftoppingsgrens (€ 633).
aanspreekpunt (bijvoorbeeld een mantelzorg of vrijwilliger) zijn die voor ondersteuning in de sociale omgeving kan zorgen.
Zorg en ondersteuning Woonvormen De diversiteit aan woonvormen is groot onder de doelgroep, aansluitend op de uiteenlopende verstandelijke vermogens en de zorgvraag. Waar de één zelfstandig wil wonen met ambulante begeleiding, woont de ander liever in een geclusterd-wonen complex met een eigen kamer. Een ander is aangewezen op zorg en wonen in een intramurale instelling. Daarmee is variatie in woonaanbod gewenst.
Woonomgeving Fysieke woonomgeving In de fysieke woonomgeving is nabijheid en bereikbaarheid van voorzieningen en openbaar vervoer gewenst. De aanwezigheid van een steunpunt is ook gewenst in de wijk. Mensen met een verstandelijke beperking zijn gevoeliger voor de leefbaarheid van een buurt en voelen zich in het algemeen eerder onveilig. Een gevoel van veiligheid op straat is daarom belangrijk. Daarom zijn de binnenstad en in de buurt van (drukke) winkelcentra geen goede woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze omgeving zorgt voor te veel prikkels. Sociale woonomgeving In de sociale omgeving zoeken mensen met een (licht) verstandelijke beperking vooral contact met gelijkgestemden. Dit om eenzaamheid en sociale uitsluiting tegen te gaan. Daarbij vinden mensen met een verstandelijke beperking het belangrijk dat de dagbesteding in de buurt zit. Daarnaast moet in de buurt een
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Mensen met een (licht) verstandelijke beperking hebben vaak behoefte aan begeleiding en structuur. Voor de mensen die zelfstandig wonen is het belangrijk dat de hulp op afroep aanwezig is. Ook omdat contact met familie niet altijd vanzelfsprekend is bij deze groep. Ook hulp bij het huishouden, financiën en structuur in het dagelijks leven zijn wenselijk.
5.3 Woonvraag van mensen met een verstandelijke beperking Het aantal Wlz-indicaties in Dijk en Waard voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2022 gestegen van 620 naar 660. Op het moment telt de gemeente Dijk en Waard dus 660 mensen met een Wlz-indicatie VG. Daarnaast is er een groep die ondersteuning ontvangt vanuit de Wmo. Op basis van informatie van zorgaanbieders en de gemeente schatten we deze groep op circa 240 personen in Dijk en Waard. Wanneer we ons richten op de groep met een Wlz-indicatie, dan zien we sinds 2017 een (landelijke) trend waarin het aantal Wlz-indicaties voor deze groep met circa 2% tot 2,5% per jaar stijgt. Dit is onder meer te verklaren vanuit het ouder worden van de doelgroep. Aan de hand van de Wlz-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Dijk en Waard hebben wij een inschatting opgesteld van de omvang van de groep mensen met een Wlzindicatie vanwege een verstandelijke beperking voor de periode tot en met
47
2040. Hierbij hebben wij rekening gehouden met een stijging van het zorggebruik van 2% per jaar, aansluitend bij de landelijke trend die sinds 2017 zichtbaar is. Figuur 5.1 toont de verwachte omvang van de groep mensen met een verstandelijke beperking, waarbij de woonvraag van de mensen met een Wlzindicatie is uitgesplitst naar twee woonvormen: geclusterd wonen en gespikkeld wonen. Gespikkeld wonen houdt in dat iemand zelfstandig woont in de nabijheid van een zorgpunt waarvandaan zorg/ondersteuning kan worden geleverd. Wmo-cliënten wonen in principe zelfstandig, maar een deel van hen kan ook baat hebben bij gespikkeld wonen. Figuur 5.1: Gemeente Dijk en Waard. Vraagprognose woonvormen VG (2022 - 2040) 1200
1000 270
270
280
80
90
90
670
670
690
2025 2030 2035 Zelfstandig wonen met Wmo-indicatie Gespikkeld wonen met Wlz Geclusterd wonen met Wlz
2040
800
240
250
600
80
80
580
610
400
200 0
2022
Bron: CIZ, bevolkingsprognose gemeente Dijk en Waard, bewerking Companen.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Trends en ontwikkelingen In een werksessie met aanbieders is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg van mensen met een verstandelijke beperking in de gemeente Dijk en Waard. Bij deze sessie waren zorgaanbieders, het zorgkantoor, corporaties en de gemeente aanwezig. De verschillende partijen konden zich vinden in de opgestelde basisprognose. Er werd aangegeven dan de lichte stijging van het totaal aantal mensen met een verstandelijke handicap in de gemeente Dijk en Waard correspondeert met de trend van een langere levensduur van de cliënten. Met de aanwezigen is besproken dat er in de gemeente Dijk en Waard relatief veel mensen wonen met een VG-indicatie (7,5 indicaties per 1.000 inwoners) vergeleken met het landelijk gemiddelde (6,4 indicaties per 1.000 inwoners). We hebben daarom de wenselijkheid besproken van een tweede vraagscenario, waarbij het aandeel mensen met een VG-indicatie geleidelijk aan tendeert richting het landelijk gemiddelde. De gedachte achter dit scenario is dat jongeren en jongvolwassenen met een beperking steeds vaker dicht bij de woonplaats van hun ouders zullen blijven wonen.
De aanwezigen bij de werksessie verwachten dat dit mogelijk aan de orde kan zijn bij de groep met een relatief lichte VG-indicatie (Wmo, VG1, VG2 en VG3); geen van de aanwezigen verwacht echter een sterke daling van de vraag naar plekken voor VG-zorg in Dijk en Waard. Daarom presenteren wij in dit onderzoek geen alternatief vraagscenario.
5.4 Aanbodanalyse VG Aan zorgaanbieders in de gemeente Dijk en Waard die zich richten op zorg voor mensen met een verstandelijke beperking is gevraagd hoeveel woonzorgplekken zij hebben voor deze doelgroep. In de onderstaande tabel wordt het
48
geïnventariseerde aanbod per zorgaanbieder weergegeven. In bijlage 1 staat een uitgebreider beeld van de aanbodinventarisatie weergegeven.
5.5 De huisvestingsopgave: match tussen vraag en aanbod
Tabel 5.1: Aanbod woonvormen voor mensen met een verstandelijke beperking (2022) Geclusterd wonen Zelfstandig wonen met Zorgaanbieders begeleiding vanuit Wmo Philadelphia 102 66 Stichting Ontmoeting 3 De Waerden 36 Raphaëlstichting 12 Esdégé-Reigersdaal 450 135 Totaal 567 237
Het aantal mensen met een Wlz-indicatie vanwege een verstandelijke beperking in Dijk en Waard ligt hoger dan het huidige aanbod aan woonplekken dat zorgaanbieders bieden voor deze doelgroep: • Uit de vraag-aanbodbalans blijkt een klein tekort van circa 15 plekken in geclusterd wonen. Richting de toekomst zal dit tekort oplopen tot 105 plekken in 2030 en 125 plekken in 2040. • Voor zover wij weten, is er geen aanbod aan gespikkeld wonen in Dijk en Waard. Op basis van de vraaganalyse lijkt hier een tekort aan te zijn van circa 80 plekken nu, oplopend naar 90 in 2040 als er geen woonplekken zouden worden toegevoegd. Uit gesprekken met aanbieders maken wij echter op dat er in de gemeente ook mensen met een Wlz-indicatie zijn die nog bij hun ouders wonen, of zelfstandig wonen. Zij ontvangen vaak ambulante begeleiding, en maken vaak ook gebruik van dagbesteding. Welk deel van de Wlz-clïënten zelfstandig dan wel bij de ouders woont, is niet bekend bij de aanbieders.
Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders gemeente Dijk en Waard.
Zorgaanbieders hebben geen aanbod opgegeven van ‘gespikkeld wonen’ in Dijk en Waard. Het gaat daarbij om niet-geclusterde wooneenheden die in de nabijheid van een woonvorm liggen, waar de bewoner op kan terugvallen voor ondersteuning. Zorgaanbieder De Waerden heeft aangegeven in de toekomst een wooncomplex te realiseren waardoor er 32 woonplekken voor mensen met een verstandelijke beperking bijkomen in het stationsgebied. Philadelphia en Woonstichting Langedijk realiseren een uitbreiding van het aanbod voor de VGdoelgroep met 34 woningen. Wanneer deze woonplekken worden gerealiseerd is niet bekend; we nemen ze daarom nog niet mee in de vraag-aanbodbalans in paragraaf 5.5.
Tabel 5.2: Balans vraag en aanbod aan woonvormen, afgerond op 5-tal VraagVraagVraagVraagaanbod aanbod aanbod aanbod 2022 2025 2030 2035 Geclusterd wonen Wlz Gespikkeld wonen Wlz Totaal
-15 -80 -95
-45 -80 -125
-105 -80 -185
-105 -90 -195
Vraagaanbod 2040 -125 -90 -215
Bron: Prognosemodel Companen.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
49
Bovenstaande tabel laat zien dat ook na realisatie van de 32 plekken van De Waerden en de 34 woningen van Philadelphia er nog ruimte is voor toevoeging van aanbod voor deze doelgroep in de gemeente.
5.6 Aandachtspunten voor de visie Op basis van de analyses en gesprekken met stakeholders in Dijk en Waard en elders in het land komen we tot een aantal aandachtspunten voor de woonzorgvisie, die we hieronder op een rij zetten. Woonvormen op de juiste plek •
•
•
Zorgaanbieders in Dijk en Waard uiten de wens om het wonen en werken van cliënten dichter bij elkaar te brengen. Nu wonen cliënten verspreid over de gemeente, en worden zij vervoerd naar plekken voor werk en dagbesteding. Een deel van de cliënten kan wellicht dichter bij huis aan het werk. Vanuit het oogpunt van inclusie en het versterken van zelfredzaamheid verdient het de voorkeur om woonvormen voor mensen met een lichte verstandelijke beperking dicht bij voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer te realiseren. Aandachtspunt daarbij is wel dat niet voor iedere persoon een plek in de drukte van de stad de meest geschikte plek is; sommige mensen hebben juist baat bij een rustiger omgeving. Het blijft dus een kwestie van maatwerk. Ook binnen de groep mensen met een verstandelijke beperking is sprake van vergrijzing: cliënten worden steeds ouder. Daarbij geldt dat mensen met een verstandelijke beperking vaak al op jongere leeftijd dan anderen te maken krijgen met lichamelijke problemen en/of dementie. Voor deze ouder wordende groep kan een woonplek in het buitengebied, dus meer in de luwte in plaats van in de drukte van de stad, wenselijk zijn. Woon-