bijlag 2 - Woonzorganalyse gemeente Dijk en Waard - Eindrapport
Tekst van het document
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
plekken in het buitengebied kunnen een welkome aanvulling zijn op het bestaande aanbod. Kwaliteitsslag in woonvormen • Zorgaanbieders in het land geven aan dat nieuwe VG-cliënten een sterke voorkeur hebben voor woonvormen waarbij zij eigen voorzieningen hebben. Eigen sanitair is een voorwaarde; voor een deel van de cliënten is ook een eigen kookgelegenheid gewenst. Voor verreweg de meeste VGcliënten is het prettig om ook een ontmoetingsruimte of een gezamenlijke woonkamer te hebben. Deze ontmoetingsruimten kunnen ook worden gebruikt door cliënten die in de nabije omgeving (‘gespikkeld’) wonen. Een dergelijke plek biedt omwonende bewoners met een beperking structuur (dagritme) en mogelijkheden voor ontmoeting en ontspanning. Er kan ook op een laagdrempelige manier begeleiding worden geboden. • Technologische ontwikkelingen zoals de mogelijkheid van beeldbellen kunnen er ook in de gehandicaptenzorg voor zorgen dat meer mensen zelfstandig(er) kunnen wonen, doordat zij minder persoonlijke begeleiding (face-to-face) nodig hebben. Daarbij blijft het essentieel dat bewoners kunnen terugvallen op zorgverleners als zij dat nodig hebben. Domeinoverstijgende samenwerking •
Om goede zorg te kunnen bieden aan ouder wordende VG-cliënten is samenwerking tussen VG-zorgaanbieders en zorgaanbieders voor ouderenzorg wenselijk. Elk kan vanuit de eigen expertise een waardevolle inbreng hebben in goede zorg voor deze groep. Dit vraagt wel om een flexibele, domein-overstijgende inzet van financiële middelen.
Meer ruimte voor eigen regie •
Landelijk zien we een stijgende behoefte aan meer kleinschalige woonvormen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking,
50
met meer ruimte voor eigen regie van cliënten en ouders en meer verbinding met de rest van de samenleving. Een groot deel van het huidige aanbod in Dijk en Waard is al kleinschalig georganiseerd. In hoeverre er ook behoefte is aan meer ruimte voor eigen inbreng van cliënten en ouders in de inrichting van de woonconcepten is een thema dat in het vervolgtraject in Dijk en Waard aan de orde kan komen. Gemengd wonen met een mix van doelgroepen • De systeemwereld geeft aanzet tot indelingen in financieringsvormen, doelgroepen en zorgpakketten. Maar de grenzen tussen alle indelingen zijn zacht; er liggen veel mogelijkheden om ‘vragers’ vanuit verschillende doelgroepen gezamenlijk te huisvesten. In samenleefconcepten waar ook ‘dragers’ (jongeren, studenten of gezinnen) wonen, kunnen bewoners elkaar aanvullen en ondersteunen. Een vereiste is wel de intrinsieke motivatie van de ‘dragers’ om een rol te spelen bij het ondersteunen van de ‘vragers’. Wederkerigheid is het fundament: elke bewoner heeft wel iets te bieden. Dergelijke gemengde woonvormen kunnen ook plek bieden aan mensen die net buiten de definities vallen van bepaalde doelgroepen. Ook mensen die niet binnen de definitie ‘VG’ vallen omdat hun IQ van een bepaalde hoogte is, kunnen wel degelijk moeite hebben zich goed staande te houden in een samenleving die steeds ingewikkelder wordt.
Een deel van deze groep kan baat hebben bij ondersteuning die in een gemengde woonvorm kan worden gegeven om goed te kunnen functioneren in de huidige samenleving.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
51
6 Mensen met psychische problematiek Mensen met een psychische kwetsbaarheid wonen of verblijven in verschillende woonsituaties. Een deel van hen woont zelfstandig, een deel woont in woonvormen binnen Beschermd Wonen, verblijft in een behandelkliniek of in de Maatschappelijke Opvang. In dit hoofdstuk staan we stil bij de groep die woont in woonlocaties. We maken een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf en zetten deze af tegen het bestaande aanbod. Na verblijf zullen de meeste cliënten uitstromen richting een vorm van zelfstandig wonen. Hier gaan we in hoofdstuk 9 nader op in.
6.1 Doelgroep en context In dit hoofdstuk brengen we de huisvestingsopgave in beeld voor mensen met een psychische stoornis, die zorg/behandeling noodzakelijk maakt. De groep mensen met psychische problematiek is breed en divers. Wij richten ons in dit hoofdstuk op de groep die verblijft in Beschermd Wonen. Bij definitie is Beschermd Wonen (BW) bedoeld voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek. Beschermd Wonen wordt grotendeels gefinancierd en georganiseerd vanuit de Wmo, maar sinds 2021 ook vanuit de Wlz. Binnen de Wmo is Beschermd Wonen bedoeld voor volwassenen die vanwege psychische problematiek tijdelijk niet zelfstandig kunnen wonen zonder de directe nabijheid van toezicht en ondersteuning (16-24 uur per dag). De begeleiding van de zorginstelling is gericht op verschillende primaire leefgebieden zoals huisvesting, financiën, geestelijke en lichamelijke gezondheid en verzorging, dagbesteding, sociaal netwerk, huiselijke relaties en maatschappelijke participatie.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
GGZ-Wonen Vanaf 1 januari 2021 maken sommige mensen met psychische problematiek aanspraak op financiering van zorg en verblijf vanuit de Wlz, omdat zij blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur zorg in de nabijheid nodig hebben. Landelijk is ongeveer 35% van de mensen in Beschermd Wonen ‘verschoven’ richting de Wlz; bij de belangrijkste aanbieder van beschermd wonen in de gemeente, GGZ NHN, gaat het om 50% van de cliënten. In dit hoofdstuk nemen we ook de groep die valt onder de Wlz mee. Zij hebben immers nog steeds behoefte aan een beschermde woonplek; het voornaamste verschil met de ‘oude’ situatie is dat zij hier nu langdurig kunnen verblijven zonder dat herindicering nodig is. In dit hoofdstuk beschrijven wij eerst de woonwensen van mensen met een indicatie voor BW en geven we vervolgens een beeld van de bestaande woonvormen voor deze groep. Dit beeld is ontstaan op basis van gesprekken met diverse groepen BW-cliënten voor andere onderzoeken elders in het land. Vervolgens maken we een analyse van de ontwikkeling van de vraag naar plekken voor zorg met verblijf voor mensen met een indicatie voor BW en zetten we deze af tegen het bestaande aanbod. In hoofdstuk 9 gaan we in op de te verwachten jaarlijkse uitstroom vanuit BW-voorzieningen naar reguliere woonruimte.
6.2 Woonwensen en woonvormen Woonwensen Woning •
De meeste cliënten geven de voorkeur aan een eigen appartement met een aparte slaapkamer en eigen sanitaire voorzieningen, vanwege privacy en autonomie. Een klein gedeelte van de BW-cliënten heeft behoefte aan
52
groepswonen; zij delen graag voorzieningen met anderen vanwege de sociale interactie die dat met zich meebrengt. Woonomgeving • Ook cliënten die in Beschermd Wonen wonen, hebben behoefte aan contact met buren en andere mensen in de buurt. Om sociale interactie te stimuleren is de nabijheid van voorzieningen belangrijk. Daarbij gaat het voornamelijk om winkels, supermarkten, apotheken en de werkplek. Zorg en ondersteuning • Mensen die in een BW-voorziening wonen hebben begeleiding nodig. Er wordt gezorgd voor een stabiele omgeving, dagelijkse regelmaat en een zinvolle dagbesteding. Afhankelijk van de behoefte van de cliënt kan er ook begeleiding zijn bij het huishouden en het maken van sociale contacten; soms is ook sprake van verzorging en verpleging. • De doelgroep is zeer divers. Een deel kan na een verblijf van een aantal jaar weer zelfstandig thuis wonen en zijn leven weer op de rit krijgen met behulp van (intensieve) begeleiding. Voor een ander deel van de huidige cliënten is de verwachting dat zij ook op langere termijn niet in staat zullen zijn om zelfstandig te gaan wonen. • Continuïteit in de persoonlijke begeleiding (ook na uitstroom) wordt als zeer prettig ervaren. De cliënten zijn gebaat bij het creëren van een vertrouwensband. De zorgverlening speelt een cruciale rol in het welzijn van de persoon.
Snelle en adequate zorgverlening is een belangrijk aspect in de woonervaring. • Een zorgplan helpt bij de ontwikkeling richting herstel en het zelfstandiger worden door aan veranderdoelen te werken, mits op het ontwikkelplan niet teveel tijdsdruk gelegd wordt en er rekening gehouden wordt met terugval.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Woonvormen Er is een grote variëteit aan woonvormen binnen BW: van groepswoningen waar de cliënten alleen een eigen slaapkamer hebben, tot geclusterde woonvormen waarin cliënten in een eigen appartement wonen en alleen als zij daar behoefte aan hebben gebruik maken van gemeenschappelijke voorzieningen. De volgende illustraties geven een indruk van de variëteit aan woonvormen die vallen onder de noemer BW. Figuur 6.1: Voorbeelden woonvormen voor doelgroep Beschermd Wonen
53
6.3 Vraaganalyse In de gemeente Dijk en Waard hadden op 1 januari 2022 105 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen (betaald vanuit de Wmo of Wlz). Van deze 105 cliënten hadden 60 mensen een Wmo-indicatie en 45 mensen een Wlz (GGZ-W) indicatie. Een aanzienlijk deel van de mensen met een Wmo-indicatie is van jonge leeftijd en dit aandeel is toegenomen sinds 2019. Een mogelijke verklaring is dat vooral oudere mensen met een langdurige zorgvraag zijn overgegaan naar de Wlz (GGZ-W)5. Figuur 6.2: Leeftijdsopbouw huidige BW-cliënten (Wmo), gemeente Dijk en Waard 100%
90% 80% 70%
40%
Bij het opstellen van een prognose van de vraag naar BW binnen de gemeente Dijk en Waard zijn wij uitgegaan van het totale aantal actieve BW-indicaties (Wmo en Wlz) per leeftijdsgroep op dit moment. In de onderstaande tabel staat de vraagontwikkeling van de doelgroep BW weergegeven als alleen wordt uitgegaan van demografische ontwikkelingen in de gemeente Dijk en Waard. De vraag blijft in dat geval naar de toekomst toe min of meer stabiel.
9% 38%
31%
60% 50%
Van de 60 mensen met een BW Wmo-indicatie wonen er 53 in een woonvorm voor beschermd wonen; 7 ontvangen intensieve ambulante begeleiding in de thuissituatie (Beschermd Thuis). Bij Beschermd Thuis is er sprake van intensieve begeleiding in de thuissituatie waarbij de ondersteuning direct oproepbaar is.
20%
30%
Tabel 6.1: Basisprognose vraag naar BW, Dijk en Waard (2022 -2040) (afgerond op 5-tallen) 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen met 24-uurszorg (Wlz GGZ-W) 45 45 45 45 45 Beschermd Wonen Wmo 60 60 65 60 60 Geclusterd wonen, 16-24-uurszorg aanwezig Beschermd Thuis
30% 20% 10%
42%
31%
Totaal
0%
55 5
55 5
55 5
55 5
105
110
110
110
105
Bron: Indicaties BW Dijk en Waard, bevolkingsprognose en bewerking Companen.
2019 18-27 jaar
2022 28-34 jaar
35-64 jaar
65+
Bron: Gegevens centrumgemeente Alkmaar.
5
55 5
Trends en ontwikkelingen In een werksessie is besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar wonen met zorg voor onder andere mensen met een
Volgens de Monitor Langdurige Zorg is in de regio Alkmaar twee derde van de cliënten met een Wlz-indicatie voor beschermd wonen (GGZ-W) ouder dan 50 jaar. Deze verdeling wijkt dus sterk af van de verdeling binnen de populatie die beschermd woont vanuit de Wmo.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
54
psychische kwetsbaarheid; dit is aangevuld met een gesprek met vertegenwoordigers van de belangrijkste aanbieder van beschermd wonen in de gemeente, GGZ NHN. Sinds het ingaan van de Wmo2015 is Beschermd Wonen een taak van de centrumgemeenten. Vanaf 2024 zullen de financiële middelen voor Beschermd Wonen worden gedecentraliseerd; vanaf dan is elke gemeente zelf verantwoordelijk. De regiogemeenten die voor Beschermd Wonen samenwerken in de regio Alkmaar hebben afgesproken dat zij regionaal blijven samenwerken voor het instandhouden van beschermd wonen en de benodigde budgetten via een verdeelsleutel zullen verdelen. Er wordt niet actief gestuurd op een andere verdeling van BW-plekken over de verschillende gemeenten. Beschermd Thuis wordt een lokale verantwoordelijkheid van elke gemeente. Uit de gesprekken die wij in het kader van dit onderzoek hebben gevoerd, kwam naar voren dat het beleid vanuit de regio Alkmaar niet gericht is op afbouw van BW-plekken. Wel is het streven om de komende jaren meer mensen in de thuissituatie begeleiding te bieden in de vorm van Beschermd Thuis. Op termijn kan daardoor wellicht worden volstaan met een lager aantal BW-plekken in woonvormen. Daarvoor moet uiteraard wel aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan, waaronder voldoende huisvesting en voldoende financiële middelen voor begeleiding.
In onderstaande tabel werken we een alternatief scenario uit voor de vraagontwikkeling, waarbij het uitgangspunt is dat van de cliënten met een indicatie voor Beschermd Wonen in het jaar 2035 één op de drie cliënten ambulante begeleiding ontvangt in de thuissituatie. In de komende jaren groeit de verdeling Beschermd Wonen / Beschermd Thuis in dit scenario geleidelijk toe naar die situatie.
6
Tabel 6.2: Trendprognose vraag naar BW, Dijk en Waard (2022 - 2040) (afgerond op 5-tallen) 2022 2025 2030 2035 2040 Geclusterd wonen met 24-uurszorg (Wlz GGZ-W) 45 45 45 45 45 Beschermd Wonen Wmo 60 60 65 60 60 Geclusterd wonen, 16-24-uurszorg aanwezig Beschermd Thuis
Totaal
55 5
50 10
45 15
40 20
40 20
105
110
110
110
105
Bron: Indicaties BW Dijk en Waard, bevolkingsprognose en bewerking Companen.
6.4 Aanbodanalyse BW Companen heeft onder aanbieders een inventarisatie gedaan naar het aanbod aan Beschermd Wonen. In totaal zijn er 79 plekken in beeld gebracht voor cliënten in Beschermd Wonen in Dijk en Waard: 70 in geclusterde woonvormen, en 9 in losse wooneenheden in de nabijheid van een zorgvoorziening (‘gespikkeld wonen’). Tabel 6.2: Aantal BW-plekken per zorgaanbieder in gemeente Dijk en Waard Zorgaanbieder Geclusterd wonen Gespikkeld wonen Stichting Ontmoeting 25 9 GGZ NHN Totaal
456 70
0 9
Bron: Aanbodinventarisatie onder zorgaanbieders.
GGZ NHN huisvest in Dijk en Waard ook cliënten met een WLZ ZZP-B indicatie (5) en met een indicatie vanuit Zvw/lggz (15).
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
55
6.5 Huisvestingsopgave: match vraag en aanbod Volgens de aanbodinventarisatie zijn er op dit moment 79 plekken voor Beschermd Wonen in de gemeente. Er zijn 105 mensen met een indicatie voor beschermd wonen (Wlz en Wmo samen), waarvan er 98 in een beschermde woonvorm wonen. Een vergelijking van vraag en aanbod laat zien dat er een tekort is van 19 plekken in de gemeente. Als de vraag naar BW-plekken (met 16-24 uur begeleiding) zich ontwikkelt volgens het basisscenario zal dit tekort - bij een gelijkblijvend aanbod - licht oplopen tot 2030 en daarna weer iets dalen. Ook als de vraag naar BW-plekken zich ontwikkelt volgens het trendscenario, zien we een tekort bij gelijkblijvend aanbod - maar dit ligt wel op een lager niveau. Tabel 6.3: Balans tussen vraag en aanbod aan woonvormen voor BW (afgerond op 5-tallen) 2022 2025 2030 2035 2040 Basisprognose -20 -20 -25 -20 -20 Trendprognose -20 -20 -15 -10 -10 Bron: Woonzorgweter, bewerking Companen.
6.6 Aandachtspunten voor de visie Op basis van de analyses en gesprekken met stakeholders in Dijk en Waard en elders in het land komen we tot een aantal aandachtspunten voor de woonzorgvisie, die we hieronder op een rij zetten.
Randvoorwaarden voor ambulantisering • Begeleiding van mensen met een psychische kwetsbaarheid in de thuissituatie in plaats van in een beschermde woonvorm is mogelijk, maar dan moet wel aan een aantal randvoorwaarden worden voldaan. Ten eerste moet uiteraard woonruimte beschikbaar zijn voor deze mensen. Daarnaast vereist het voldoende financiële middelen om adequate begeleiding te kunnen bieden. • Goede ambulante begeleiding en inzet op steunstructuren in de wijk is niet alleen belangrijk voor mensen die na een verblijf in een beschermde woonvorm kunnen uitstromen, maar juist ook om instroom in zo’n voorziening te voorkomen. Tussenvormen • Vanuit een beschermde woonvorm is de stap naar zelfstandig wonen vaak groot. Sommige mensen hebben behoefte aan een tussenstap tussen beschermd wonen en regulier wonen in. Bijvoorbeeld in een woonvorm voor ‘geclusterd wonen met begeleiding’ waarbij bewoners een eigen appartement hebben, maar er wel dagelijks begeleiding op locatie aanwezig is en de bewoners voorzieningen zoals een woonkamer delen. Dergelijke ’tussenvormen’ lijken er in Dijk en Waard nog niet veel te zijn. • Een goed aanbod aan ‘tussenvormen’ kan ook instroom bij instellingszorg (BW en MO) voorkomen. Uitstromers uit Jeugdzorg met verblijf kunnen bijvoorbeeld in zo’n tussenvorm werken aan zelfstandigheid, waardoor zij minder vaak een beroep op Beschermd Wonen hoeven doen.
Daarbij geldt wel dat de begeleiding en het toezicht voldoende moet zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden.
Voldoende mogelijkheden voor uitstroom • Beschermd Wonen is binnen de Wmo bedoeld als tijdelijke voorziening. Het is daarom essentieel dat er voldoende mogelijkheden voor uitstroom zijn. In hoofdstuk 9 gaan we hier nader op in.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
56
7 Maatschappelijke Opvang Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. De Maatschappelijke Opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan ‘gebruikers’. Gezinnen kunnen op diverse locaties terecht in gezinsopvang, terwijl de nachtopvang dient voor korter verblijf voor met name alleenstaanden. Er zijn vaak aparte locaties waar ook verslavingszorg geboden wordt. Op enkele locaties worden vormen van begeleid wonen aangeboden, om de stap naar zelfstandigheid te vergemakkelijken. Tot slot, kunnen jonge moeders en/of vrouwen vaak ook terecht in specifieke woonvormen om in een beschutte omgeving te werken aan herstel of stabiliteit: de vrouwenopvang.
7.1 Doelgroep en context Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang. Het gaat om mensen die kampen met uiteenlopende problematiek: huiselijk geweld, psychische problemen, schulden of verslaving. Maar steeds vaker gaat het ook om mensen die als gevolg van een scheiding, al dan niet in combinatie met werkloosheid, op straat komen te staan. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen. De verantwoordelijkheid voor het bieden van opvangplaatsen is belegd bij centrumgemeenten, net als bij Beschermd Wonen. In de provincie NoordHolland vervult de gemeente Alkmaar deze taak voor de gemeente Alkmaar en de omliggende gemeenten.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
7.2 Aanbod Maatschappelijke Opvang De aanbieder DnoDoen zorgt voor de Maatschappelijke Opvang plekken in onder andere regio Alkmaar, waar de gemeente Dijk en Waard onder valt. In het onderstaande overzicht komt naar voren welk type opvang wordt aangeboden in de gemeente Dijk en Waard en om hoeveel plekken het gaat. Tabel 7.1: Maatschappelijke opvang naar opvangtype, Dijk en Waard Type opvang Aantal plekken/woningen Begeleid wonen in de wijk 21 plekken Woningen voor zwerfjongeren 5 woningen/plekken
In de gemeente Dijk en Waard staan 4 woningen voor begeleid wonen in de wijk. In deze 4 woningen kunnen 21 mensen worden opgevangen. Mensen in deze woningen hebben hun eigen kamer en delen badkamer en keuken. Er wordt geen maximale verblijfsduur gehanteerd maar het is wel van belang dat mensen actief meedoen aan het traject om uit te stromen. Het uitgangspunt is zo kort mogelijk verblijven. Naast het begeleid wonen in de wijk staan er in Heerhugowaard 5 woningen waar dak- en thuisloze jongeren en jongvolwassenen terecht kunnen. De regionale nachtopvang is gevestigd in Alkmaar. Hier zijn 32 plekken. In het tweede kwartaal van 2023 verhuist de nachtopvang naar een andere plek in Alkmaar en wordt het een 24-uursvoorziening met in totaal 45 plekken. In Alkmaar staat ook een trainingshuis waar 20 cliënten verblijven. Het is een woonvorm voor mensen die iets meer begeleiding nodig hebben. Daarnaast biedt Dnodoen 66 plekken voor ‘begeleid wonen’ in de regio. Dnodoen biedt daarnaast (intensieve) ambulante begeleiding, zowel aan mensen die na een verblijf in de opvang weer zelfstandig zijn gaan wonen als
57
aan mensen die al langer in de wijk wonen. Deze begeleiding heeft mede tot doel om escalatie van problematiek en dak- en thuisloosheid te voorkomen.
Instroom Maatschappelijke Opvang In het jaar 2021 waren er bij DnoDoen 19 aanmeldingen voor een MO traject van inwoners die afkomstig zijn uit de gemeente Dijk en Waard. Deze aanmeldingen vormen 7% van alle aanmeldingen die DnoDoen in 2021 binnen heeft gekregen (circa 270 aanmeldingen). De gemiddelde wachttijd voor een plek in de opvang was in 2021 4 tot 4,5 maanden. Bij het opvangen van mensen wordt er altijd gekeken naar welke regiobinding iemand heeft en waar iemand bij voorkeur wil gaan wonen. Voor de mensen die op de wachtlijst staan voor een plek in de maatschappelijke opvang heeft Dnodoen de mogelijkheid om een ‘voortraject’ te bieden. Deze ondersteuning kan bijvoorbeeld bestaan uit het (helpen bij) het aanvragen van een uitkering. De capaciteit in het voortraject is mede door de ‘Blokhuisgelden’ in 2021/2022 gegroeid7. DnoDoen ziet dat door deze overbrugging van zorg en ondersteuning soms kan worden voorkomen dat mensen in de maatschappelijke opvang terecht komen. Daarnaast wordt er ingezet op preventie van dakloosheid door samen met corporaties te voorkomen dat een huishouden uit huis wordt gezet (‘laatste kans beleid’).
Trends en ontwikkelingen DnoDoen geeft aan een toename in toestroom van economisch daklozen te zien. Mensen die geen intensieve ondersteuningsvraag hebben maar primair een huisvestingsprobleem hebben, komen niet in aanmerking voor een plek in de maatschappeljjke opvang. Soms leidt deze situatie echter tot verergering van problemen, waardoor verslaving of huiselijk geweld op de loer ligt. Dit leidt
7
soms tot schrijnende situaties. Daarnaast ziet de organisatie een groeiende instroom in de maatschappelijke opvang van jongeren met een problematische thuissituatie. Zij hebben behoefte aan een eigen woonplek, maar er geldt een wachttijd van 9 à 10 jaar om een corporatiewoning te krijgen. Als laatste geeft DnoDoen aan te zien dat de groep oudere cliënten met een zorgbehoefte binnen de maatschappelijk opvang groeit. Zij zijn soms lastig te plaatsen binnen zorginstellingen door de ‘stempel’ maatschappelijke opvang.
7.3 Aandachtspunten voor de visie Op basis van de analyses en gesprekken met stakeholders in Dijk en Waard en elders in het land komen we tot een aantal aandachtspunten voor de woonzorgvisie, die we hieronder op een rij zetten. Een eigen plek als basis voor herstel • Alle dak- en thuislozen hebben een huisvestingsvraag, een deel van hen heeft daarbij ook een zorg- of ondersteuningsvraag. In beide gevallen geldt dat, om stappen te kunnen zetten richting herstel van een gezonde leefsituatie, het belangrijk is voor mensen om een eigen plek te hebben waar zij zoveel mogelijk autonomie en privacy ervaren. De klassieke aanpak waarbij een cliënt aan een aantal voorwaarden moet voldoen om te ‘mogen’ uitstromen richting zelfstandig wonen is niet voor iedereen de passende route; veel mensen zijn erbij gebaat om zo snel mogelijk een eigen plek te hebben om zo, vanuit een stabiele basis, te kunnen werken aan herstel.
In 2022 werden 29 extra ‘voortrajecten’ ingezet vanuit deze subsidie, bovenop de bestaande capaciteit van 16.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
58
Groei jongeren en economisch daklozen in MO • Landelijk is er in de afgelopen jaren een groei te zien van het aantal jongeren en economisch daklozen die zich melden bij de maatschappelijke opvang; dit geldt ook in de regio Alkmaar. Het betreft mensen die primair een huisvestingsvraagstuk hebben, en niet zozeer een begeleidingsvraag. Het ligt voor de hand om deze huisvestingsvraag te beantwoorden met een woning en niet met een opvangplek – maar in een krappe woningmarkt is dat helaas niet zo eenvoudig als het klinkt. In de praktijk zorgt dat er voor dat mensen soms lang bij bekenden op de bank slapen, dat problemen verergeren en mensen uiteindelijk toch in de opvang belanden.
Preventie • Naast mogelijkheden voor uitstroom is er aandacht nodig voor preventie van dak- en thuisloosheid, onder meer door goede vroegsignalering van schuldenproblematiek en goede ambulante begeleiding van mensen die moeite hebben om helemaal zelfstandig te functioneren in de maatschappij (laatste kans beleid).
Tijdelijke woonvormen • Uitbreiding van het aanbod aan tijdelijke woonvormen (flexwonen) kan een oplossing zijn om aan de acute nood tegemoet te komen. Flexwoningen kunnen zowel worden ingezet voor urgent woningzoekenden (om dakloosheid te voorkomen) als uitstroomwoning voor mensen die vanuit de opvang komen. • Tijdelijke woonunits kunnen sneller worden gerealiseerd dan reguliere woningen. Vooral jongeren en jongvolwassenen die dakloos zijn of dreigen te raken, kunnen ook geholpen zijn met onzelfstandige wooneenheden waar zij tijdelijk (maximaal 2 jaar) kunnen blijven. Zij hebben vaak nog onvoldoende inschrijftijd om in aanmerking te komen voor een corporatiewoning. • Niet voor iedereen is een tijdelijke woonoplossing passend; de wetenschap dat het huurcontract eindig is, kan immers voor veel stress en daarmee ook voor verergering van problematiek zorgen. Het is dus altijd een kwestie van maatwerk.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
59
8 Kwetsbare jongeren In dit hoofdstuk gaan we in op de jaarlijkse vraag naar woonruimte die bestaat onder jongvolwassenen (18+) die na een verblijf in een jeugdzorginstelling of pleeggezin kunnen uitstromen naar vervolghuisvesting. Een deel van hen heeft behoefte aan een tussenstap voordat zij helemaal op eigen benen kunnen staan. Maar ook voor wie direct zelfstandig kan wonen is deze stap niet eenvoudig - in een krappe woningmarkt valt het voor deze groep immers niet mee om huisvesting te vinden.
8.1 Doelgroep en context Jeugdzorg met verblijf kent verschillende varianten: een deel van de jongeren verblijft in een pleeggezin, een ander deel in een gezinshuis of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Begeleiding vanuit de jeugdwet stopt in principe na het 18e jaar, waarna jongeren ofwel uitstromen naar zelfstandig wonen ofwel doorstromen naar een instelling voor Wlz-zorg of beschermd wonen. Jongeren in pleeggezinnen kunnen tot 21 jaar in jeugdhulp verblijven. Een deel van de jongeren die uitstromen uit een verblijfssetting hebben na die tijd nog behoefte aan ambulante ondersteuning, anderen niet. Over het algemeen geldt dat jongeren die uitstromen uit een pleeggezin minder vaak een (intensieve) begeleidingsvraag hebben dan jongeren die uitstromen uit een residentiële setting. Jongeren met een ondersteuningsbehoefte geven aan dat meer zelfstandigheid en vrijheid om hun eigen leven te leiden voor hen de belangrijkste redenen vormen om op zichzelf te willen wonen. Daarin verschillen zij niet van hun leeftijdsgenoten. Om deze stap in hun wooncarrière te kunnen zetten zijn er
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
(extra) inspanningen nodig. Met name financiën en vaardigheden (vaak huishoudelijk van aard) zijn belangrijke ‘struikelblokken’ op weg naar zelfstandig wonen. Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Ze komen meestal niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering, maar komen ook niet makkelijk aan het werk. Jongeren die nog een opleiding volgen, moeten rondkomen van een stagevergoeding (BBL), een tegemoetkoming in de studiekosten (bijvoorbeeld HAVO), studiefinanciering (MBO/HBO/WO) en een eventuele bijbaan. Tot hun 23e kunnen jongeren beperkt aanspraak maken op huurtoeslag. Naast de beperkte financiële mogelijkheden is een knelpunt dat het woningaanbod voor jongeren beperkt is. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn lang en de inschrijftijd van jongeren is per definitie erg kort, aangezien zij zich pas vanaf 18 jaar kunnen inschrijven bij een corporatie. Hierdoor ontstaat er onbedoeld een perverse prikkel voor sommige jongeren om langer dan noodzakelijk in een jeugdzorgvoorziening te blijven (met een verlengde jeugdzorgindicatie) of om elders verblijf te zoeken, zoals in het (dure) Beschermd Wonen.
Een goedkopere oplossing zou zijn om met specifieke, eventueel tijdelijke woonoplossingen te voorzien in woonruimte voor deze groep en met ambulante begeleiding te werken richting een stabiele woonwerksituatie (bijvoorbeeld Kamers met Kansen).
8.2 Vraaganalyse Om een inschatting te kunnen maken van de omvang van de groep kwetsbare jongeren die uitstroomt vanuit jeugdzorg is gekeken naar de beschikkingen Jeugdzorg per 1 januari 2022, uitgesplitst naar de woonvormen gezinshuis, pleegzorg, wonen met behandeling en gesloten jeugdhulp (inclusief jeugd-
60
bescherming). Op die peildatum maakten 410 jongeren uit Dijk en Waard gebruik van een vorm van jeugdhulp met verblijf. Tabel 8.1: Gemeente Dijk en Waard. Jongeren in vormen van jeugdhulp met verblijf, naar leeftijdsklasse (peildatum 1 januari 2022) 0-4 5 - 12 13 - 17 18 - 23 Woonvorm jaar jaar jaar jaar Totaal Gezinshuis 0 0 11 0 11 Pleegzorg 10 42 16 3 71 Wonen met behandeling 1 21 54 7 83 Gesloten Jeugdhulp 28 125 83 9 245 Totaal 39 188 164 19 410 Bron: Registratie Jeugdwet gemeente Dijk en Waard (2022).
Op basis van demografische ontwikkelingen verwachten we dat de vraag naar jeugdzorgvoorzieningen in de komende jaren ongeveer op hetzelfde niveau zal blijven. Net als bij andere doelgroepen zien we ook binnen de jeugdzorg echter een trend richting meer ondersteuning in de thuissituatie in plaats van in intramurale voorzieningen; het aantal jongeren in (gesloten) jeugdhulp zal hierdoor naar verwachting dalen. In de basis komen de kinderen/jongeren die worden opgevangen in gezinshuizen, pleegzorg en wonen met behandeling uit de gemeente Dijk en Waard. De plaatsing van kinderen/jongeren in Gesloten Jeugdhulp wordt bovenregionaal geregeld. Hier kunnen kinderen vanuit verschillende regio’s in Nederland worden geplaatst. Dat betekent dat als deze jongeren 18 jaar worden, zij waarschijnlijk weer voor een groot deel de gemeente Dijk en Waard verlaten. Voor het grootste deel gaat het binnen de jeugdhulp met verblijf om zorg aan relatief jonge kinderen. Voor hen is een vraag naar eigen woonruimte voorlopig
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
niet aan de orde. In dit onderzoek richten we ons op de kwetsbare jongeren van 17 jaar en ouder in jeugdhulp met verblijf. Deze groep zit tegen de leeftijdsgrens van Jeugdhulp aan en zal daarom spoedig een stap op de woningmarkt (willen) zetten. Begin 2022 gaat dit voor Dijk en Waard om 19 jongeren van 18 jaar of ouder, en circa 16 van 17 jaar (vanwege de (boven)regionale functie van gesloten jeugdhulp laten we deze groep hier buiten beschouwing): in totaal dus 35 jongeren. Een deel van hen zal doorstromen naar een plek in een zorginstelling voor (jong)volwassenen (Wlz (L)VG, GGZ-W, BW), een deel naar een tussenvorm zoals een trainingshuis of geclusterd wonen met begeleiding, en een deel kan zelfstandig gaan wonen. In 2022 is aan jeugdzorgaanbieders in de regio gevraagd naar hun inschatting van het aantal jongeren dat kan uitstromen richting zelfstandig wonen. Hier gaan we in hoofdstuk 9 nader op in.
8.3 Aandachtspunten voor de visie Op basis van de analyses en gesprekken met stakeholders in Dijk en Waard en elders in het land komen we tot een aantal aandachtspunten voor de woonzorgvisie, die we hieronder op een rij zetten. Voldoende mogelijkheden voor uitstroom • Jongeren in jeugdzorg met verblijf die 18 worden, zijn in principe op zichzelf aangewezen waar het gaat om het vinden van huisvesting (tenzij zij in aanmerking komen voor verlengde jeugdzorg). Vaak hebben zij echter nog geen of nauwelijks inschrijfduur opgebouwd bij een woningcorporatie – zij kunnen zich immers pas vanaf hun 18e jaar inschrijven als woningzoekende - waardoor het vinden van zelfstandige woonruimte niet eenvoudig is - en onzelfstandige woonruimte is er niet veel in de gemeente. Net als voor andere jongeren is het vinden van woonruimte in de gemeente dan ook niet eenvoudig voor deze groep.
61
• Om te voorkomen dat jongvolwassenen instromen in voorzieningen voor beschermd wonen om zo in hun huisvestingsvraag te voorzien, is het essentieel dat er voldoende mogelijkheden voor jongeren zijn om na een verblijf in jeugdzorg woonruimte te vinden. In hoofdstuk 9 gaan we hier nader op in.
woonplek waar zij langdurig kunnen blijven. Ook een woning met een tijdelijk huurcontract (jongerencontract) is voor deze groep minder geschikt.
Tussenvormen • Voor sommige jongeren is de stap naar (begeleid) zelfstandig wonen na hun jeugdzorgtraject nog te groot. Zij hebben behoefte aan een tussenstap, bijvoorbeeld in een woonvorm voor ‘geclusterd wonen met begeleiding’ of in een trainingshuis. Daarbij hebben bewoners een eigen studio of appartement, maar is er wel dagelijks begeleiding op locatie aanwezig en delen de bewoners voorzieningen zoals een woonkamer. Er zijn nu 2 locaties in Dijk en Waard waar kamertraining wordt geboden; volgens zorgaanbieders is er vanuit de doelgroep echter vooral behoefte aan geclusterde zelfstandige wooneenheden met begeleiding (eigen voorzieningen, meer privacy). • Een goed aanbod aan ‘tussenvormen’ kan ook instroom bij instellingszorg (BW en MO) voorkomen. Uitstromers uit Jeugdzorg met verblijf kunnen bijvoorbeeld in zo’n tussenvorm werken aan zelfstandigheid, waardoor zij minder vaak een beroep op Beschermd Wonen hoeven doen. • Een aandachtspunt bij dergelijke woonvormen is een juiste groepssamenstelling, om escalatie en overlast te voorkomen. Daarnaast moet de begeleiding en het toezicht voldoende zijn om draagvlak in de wijk te krijgen en te behouden. • Er zijn ook jongeren die uitstromen uit jeugdzorg voor wie een geclusterde woonvorm minder gewenst is, bijvoorbeeld omdat zij vanwege autisme niet goed kunnen omgaan met veel prikkels.
Voor jongeren met autisme is het vaak ook niet prettig om vaak te verhuizen. Zij kunnen daarom beter niet in een ‘tussenvorm’ gaan wonen, maar hebben meer baat bij een
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
62
9 Uitstroom uit BW, MO en Jeugdzorg
voorzieningen in de regio Alkmaar. Deze ‘raamafspraken’ dienen als input voor de lokale prestatieafspraken tussen gemeenten, corporaties en huurdersorganisaties. De toewijzing van woningen verloopt via een regionaal ‘Transferpunt’.
De meeste cliënten in Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang of Jeugdzorg zullen na verloop van tijd weer zelfstandig gaan wonen, al dan niet met ambulante begeleiding. Er is dan sprake van ‘uitstroom’. In dit hoofdstuk gaan we in op de groep mensen die uitstroomt in de gemeente Dijk en Waard en de afspraken die hierover in de regio zijn gemaakt.
De afspraak is dat er in drie jaar tijd (2020 t/m 2022) door de corporaties in de regio in totaal 357 woningen en/of studio’s beschikbaar worden gesteld voor doelgroepen die afhankelijk zijn van zorg, volgens de volgende verdeling: uitstroom BW (200), jongeren (18+; 100), Housing First (40) en de ‘1%doelgroep’ (17)9.
9.1 Context: Regionale afspraken uitstroom
De benodigde woonplekken kunnen in nieuwbouw of in de bestaande voorraad worden gerealiseerd. Het bieden van woonplekken voor inwoners met een veiligheidsrisico kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een plek in een sociaal pension, in beschermd wonen of in alternatieve woonvormen ‘buiten de woonwijk’. Housing First is een product voor de ingewikkelde, complexere doelgroep die niet goed binnen Beschermd Wonen past of die wordt afgewezen voor een reguliere woning via het Transferpunt, maar wel een urgente woonvraag heeft. In de raamafspraken is vastgelegd welk aandeel van de opgave elk van de gemeenten op zich neemt. Zie hiervoor onderstaand overzicht.
De zes gemeenten in de regio Alkmaar werken samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen aan het huisvesten van kwetsbare inwoners, waaronder mensen die uitstromen uit een instelling. Zij hebben hierover afspraken gemaakt in het ‘Pact Wonen met ondersteuning, commitment op leefbaarheid’. In het Pact wordt benoemd dat het verblijf in instellingen en opvangvoorzieningen zo veel als mogelijk tijdelijk moet zijn8. Hierbij is het uitgangspunt dat cliënten met wat ondersteuning een zelfstandig bestaan op kunnen bouwen. Corporaties zegden daarom in het Pact toe te zorgen voor voldoende woningen, zorgorganisaties voor een goede begeleiding van cliënten in de wijk en gemeenten voor (regie op) leefbaarheid in de wijken. In het kader van het Pact zijn ‘raamafspraken’ gemaakt ten behoeve van een goede en verantwoorde spreiding van uitstroomwoningen en uitstroomwoon-
8
Vooralsnog zijn mensen met een Wlz-indicatie uitgesloten van de Pact-afspraken.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
9
De ‘1%-doelgroep’ betreft mensen waar een combinatie speelt van verstandelijke beperking, psychische problematiek en/of middelengebruik. De groep kan overlast geven in de wijk en crimineel gedrag vertonen.
63
Tabel 9.1: Te realiseren aantallen van de uitstroomopgave regio Alkmaar, periode 2020 - 2022 Housing First ‘1% Gemeente(n) Volwassenen Jongeren trajecten doelgroep’ Alkmaar (50%) 100 50 20 8 Dijk en Waard (25%) 50 25 10 4,5 Buch* (25%) 50 25 10 4,5 Totaal regio 200 100 40 17 *Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. Bron: Bijlage nota Raamafspraken 08-12-2022.
De vastgestelde opgave moet worden gerealiseerd in een periode van 3 jaar. In de volgende tabel is te zien wat de jaarlijkse opgave per gemeente is volgens de gemaakte afspraken. Tabel 9.2: Jaarlijkse uitstroomopgave naar gemeente(n), regio Alkmaar, periode 2020 - 2022 Housing First ‘1% Gemeente(n) Volwassenen Jongeren trajecten doelgroep’ Alkmaar (50%) 33 17 7 3 Dijk en Waard (25%) 17 8 3 1,5 Buch* (25%) Totaal regio
17 67
8 33
3 13
afgelopen jaren ook benaderd met het verzoek om woonruimte te bieden voor inwoners met een Wlz-indicatie wiens indicatie wordt omgezet naar een Wmoindicatie en voor uitstromers vanuit forensische zorg. De inschatting vanuit de regio is dat voor deze groepen op jaarbasis 10 woningen nodig zijn. De corporaties geven aan dat het dit jaar zeer lastig is om aan de opgave van huisvesting van uitstromers/Housing First te voldoen door verminderde mutaties en een hoge taakstelling van huisvesting van statushouders. Zij stellen daarom voor om afspraken per jaar te maken, in plaats van per 2 jaar. Voor 2023 bieden ze aan om voor uitstromende jongeren en volwassenen in totaal 85 woningen beschikbaar te stellen (inclusief Housing First-trajecten, maar exclusief woningen voor de 1%-doelgroep); dat is 5% van het totaal aantal huurwoningen dat naar verwachting vrijkomt in de regio in 2022. Het aantal van 85 woningen voor uitstromers en Housing First ligt lager dan het aantal dat voor de afgelopen jaren was afgesproken. Over de verdeling van deze woningen over de verschillende gemeenten wordt nog gesproken; waarschijnlijk gebeurt dit naar rato van het inwonertal. In dat geval gaat het om ongeveer 25 woningen in de gemeente Dijk en Waard.
1,5 6
Bron: Bijlage nota Raamafspraken 08-12-2020.
Voor de gemeente Dijk en Waard geldt volgens deze afspraken dus een gemiddelde jaarlijkse huisvestingsopgave van iets meer dan 30 wooneenheden voor ‘uitstromers’ en mensen die behoren tot de ‘1%-doelgroep’. In 2022 worden de afspraken uit het Pact herijkt, waarbij rekening gehouden wordt met de ervaringen in de afgelopen jaren. Het Transferpunt is de
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
64
9.2 Analyse behoefte uitstroomplekken Uitstroom vanuit jeugdzorg Voor jongeren die uitstromen vanuit een jeugdzorginstelling zijn er verschillende vervolgmogelijkheden: • De jongere keert terug naar huis bij zijn of haar ouders/verzorgers en krijgt indien nodig thuis ambulante zorg. • De jongere krijgt een Wmo-indicatie voor beschermd wonen (intramuraal). • De jongere krijgt een indicatie voor verlengde jeugdzorg en blijft in dezelfde jeugdzorginstelling wonen (tot maximaal 1 jaar). • De jongere krijgt een Wlz-indicatie. • De jongere krijgt een indicatie voor Wmo ambulante begeleiding en verhuist vanuit de jeugdzorginstelling naar een zelfstandige woning of studio waar hij of zij begeleiding krijgt. • De jongere stroomt uit zonder begeleiding en kan zelfstandig wonen, zonder ondersteuning. Door de Netwerkorganisatie regio Alkmaar is recentelijk een analyse uitgevoerd naar de behoefte aan plekken voor jongeren die uitstromen uit Jeugdzorg. Aan jeugdzorgaanbieders is via een invulformat informatie uitgevraagd over het aantal te verwachten jongeren die kunnen uitstromen naar een vorm van zelfstandig wonen met Wmo-begeleiding voor de jaren 2023 en 2024. Hier is het volgende beeld uit naar voren gekomen van de regionale opgave.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
Tabel 9.4: Te verwachten uitstroom uit Jeugdzorg volgens zorgaanbieders, 2023 en 2024 (regio) Zelfstandig wonen met Wmo begeleiding 2023 2024 Uitstroom naar geclusterd wonen 24 24 Uitstroom naar zelfstandig/gespikkeld wonen Totaal
33 65
31 65
Bron: Raamafspraken Woonzorg 2023 tot 2025 (november 2022)
Gemiddeld genomen zijn er volgens de analyse van de Regio Alkmaar 65 woonplekken per jaar nodig voor uitstromende jongeren/jongvolwassenen. Ongeveer de helft hiervan betreft wooneenheden voor jongeren/jongvolwassenen die zelfstandig kunnen wonen (gespikkeld wonen). Dit komt overeen met het aantal waarover via het Pact afspraken zijn gemaakt: circa 33 wooneenheden voor jongeren per jaar in de regio. In de inventarisatie is niet gevraagd naar welke gemeenten de jongeren willen of zullen uitstromen. De vraag is dus niet specifiek te maken voor Dijk en Waard. Binnen het Pact wordt de opgave verdeeld naar rato van het inwonertal: 25% van de opgave komt daarmee voor rekening van Dijk en Waard. Dat betekent een jaarlijkse vraag naar zelfstandige woonruimte voor uitstromende jongeren uit jeugdzorgvoorzieningen van 8 voor Dijk en Waard, plus nog eens 6 in geclusterd wonen. Daarnaast is er een vraag naar plekken in beschermd wonen. Die laten wij hier buiten beschouwing, omdat instroom in Beschermd Wonen vanuit jeugdzorgvoorzieningen al is meegenomen in de prognoses voor BW-plekken in hoofdstuk 6.
65
Uitstroom vanuit Beschermd Wonen Om te bepalen of de afspraken uit het Pact ook volstaan voor de verwachte uitstroom vanuit Beschermd Wonen, hebben wij een inschatting gemaakt van de verwachte uitstroom vanuit Beschermd Wonen. Het aanbod is op dit moment regionaal georganiseerd en er zijn nog geen betrouwbare gegevens voorhanden over de gemeente van herkomst van cliënten. Zorgaanbieder GGZ NHN, de grootste aanbieder van BW-plekken in Dijk en Waard, geeft bovendien aan dat de herkomstgemeente bij uitstroom niet altijd leidend is voor de vraag waar iemand zal gaan wonen: de organisatie plaatst cliënten bij voorkeur daar waar de mogelijkheden optimaal zijn. Dat maakt het lastig om harde uitspraken te doen over naar welke gemeente uitstromers zullen uitstromen. Daar komt nog bij dat er een transitie gaande is binnen Beschermd Wonen. De effecten van de aanstaande decentralisatie van financiële middelen naar alle individuele gemeenten, de openstelling van de Wlz voor GGZ-cliënten en de ontwikkeling ‘van beschermd wonen naar beschermd thuis’ zijn op dit moment nog lastig te voorspellen. De inschatting van de jaarlijkse uitstroom die we in dit hoofdstuk maken, is dus nog met veel onzekerheden omgeven.
We baseren de ruwe inschatting van de jaarlijkse uitstroom vanuit BW op het totaal aantal BW-cliënten in de gehele regio, en verdelen de uitstromers vervolgens naar rato van het inwonertal over de verschillende gemeenten. Om een inschatting te kunnen maken van het totale aantal mensen dat vanuit Beschermd Wonen uitstroomt en een beroep doet op woonruimte in Dijk en Waard, hanteren we de volgende uitgangspunten/aannames:
• Startpunt is de totale groep die op enig moment een BW-indicatie heeft vanuit de Wmo; uitstroom van mensen met een Wlz-indicatie komt slechts sporadisch voor. In de BW-regio Alkmaar gaat het om 230 mensen. • We gaan uit van een gemiddelde verblijfsduur in Beschermd Wonen-Wmo van 2 jaar (scenario 1) tot 4 jaar10 (scenario 2). Dit leidt tot de verwachting van een gemiddelde jaarlijkse uitstroom in de regio vanuit Beschermd Wonen-Wmo van 58 tot 115 mensen per jaar. Als we deze over de regiogemeenten verdelen naar rato van het inwonertal, dan is de verwachting dat ongeveer een kwart van hen terecht komt in de gemeente Dijk en Waard – dat zijn 15 tot 29 mensen per jaar. Het grootste deel van hen komt terecht in een reguliere woning, meestal met ambulante begeleiding; dit kan ook in de vorm van Beschermd Thuis. Op basis van inventarisaties onder zorgaanbieders elders in het land komen wij tot de volgende aannames over de verdeling van de uitstroom vanuit Beschermd Wonen-Wmo: Tabel 9.6: Verwachte uitstroom naar richting Uitstroom naar Zelfstandig wonen met Beschermd Thuis Zelfstandig wonen met ambulante begeleiding Geclusterd wonen met begeleiding GGZ-W Totaal
Aandeel van de totale groep die uitstroomt 35% 35% 25% 5% 100%
Bij een jaarlijkse uitstroom van 15 tot 29 mensen per jaar in de gemeente Dijk en Waard zou dit betekenen dat per jaar 10 tot 20 mensen behoefte hebben
10
GGZ NHN geeft aan dat de gemiddelde verblijfsduur van hun cliënten op dit moment 5 jaar is. dit is inclusief de groep die een Wlz-indicatie heeft.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
66
aan een reguliere woning, en 4 tot 7 aan een vorm van geclusterd wonen met begeleiding. Op de langere termijn hangt de verwachte uitstroom samen met de ontwikkeling van het aantal BW-plekken. Als het aantal BW-plekken afneemt (zie het trendscenario in hoofdstuk 6), dan zal ook de jaarlijkse uitstroom iets lager komen te liggen11.
Uitstroom vanuit maatschappelijke opvang In 2021 waren er bij DnoDoen 19 aanmeldingen voor een MO traject van inwoners vanuit de gemeente Dijk en Waard. Niet bij alle cliënten is de gemeente van herkomst bekend, dus mogelijk ligt het aantal uit Dijk en Waard afkomstige cliënten in werkelijkheid (iets) hoger. Al deze mensen hebben behoefte aan een woonplek. Uitgaande van de situatie in 2021 kunnen we dus stellen dat er ten minste 19 wooneenheden per jaar nodig zijn voor mensen die zich melden bij de opvang. De ervaring leert dat een deel van de mensen die zich melden bij de opvang, niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. Op basis van onderzoeken elders in het land gaan wij ervan uit dat: • 25% behoefte heeft aan een BW-plek; • 40% behoefte heeft aan een (eventueel tijdelijke) zelfstandige woning. Daarnaast is er een groep die vertrekt met een onbekende bestemming en zich mogelijk later opnieuw meldt bij de opvang.
Wanneer we uitgaan van bovenstaande aannames betekent dat, dat van de circa 20 mensen die zich op jaarbasis melden bij de opvang vanuit Dijk en Waard, circa 5 mensen doorstromen naar beschermd wonen en circa 8 mensen behoefte hebben aan een zelfstandige woning.
1% doelgroep De zogenaamde ‘1%-doelgroep’ kenmerkt zich door een combinatie van verstandelijke beperkingen/psychische problematiek en middelengebruik. De doelgroep kan overlast geven in de wijk en crimineel gedrag vertonen. Een deel van de doelgroep is al jarenlang dakloos. Vaak is de doelgroep moeilijk te motiveren voor of toe te leiden naar passende hulpverlening. Eerdere (al dan niet gedwongen) interventies hebben geen blijvend effect gehad. Eind 2018 is vanuit de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord het project ‘Aanpak personen met onbegrepen gedrag en een veiligheidsrisico’ gestart, gericht op de verbetering van de leefomstandigheden voor de doelgroep en de vermindering van overlast, (escalatie)gevaar en maatschappelijke kosten. De exacte omvang van de doelgroep is lastig in te schatten; destijds is de inschatting gemaakt dat er een aanbod nodig is voor ruim 42 personen in Noord-Holland Noord (15 in Den Helder, 15 in West-Friesland en 17 in Alkmaar) – als de gemeente Dijk en Waard voor deze groep hetzelfde aandeel voor haar rekening zou nemen als voor de overige Pact-doelgroepen, zou het dus gaan om circa 4 personen. Voor deze groep is op dit moment te weinig passende huisvesting voorhanden. In het Pact ligt de focus voor deze doelgroep op 2 typen huisvesting voor deze
11
Bij een afname met 10 BW-plekken en een gemiddelde verblijfsduur van 2 jaar zullen er per jaar 5 mensen minder uitstromen vanuit BW; dat betekent een afname van de vraag naar zelfstandige woonruimte voor uitstromers van circa 3-4 per jaar.
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
67
doelgroep: woonplekken buiten reguliere woonkernen (ook wel ‘Skaeve Huse’), waar mensen kunnen wonen die wel zelfstandig, maar niet in een reguliere wijk of woning kunnen wonen en ‘longcareplekken’: plekken op (bij voorkeur) instellingsterreinen of in de nabijheid van 24/7 zorg, waar mensen langdurig kunnen wonen. In de regio Alkmaar is er een tijdelijke Longcarevoorziening gestart door Esdégé-Reigersdaal, FeturaExtra, naar verwachting zal deze voorziening in de eerste helft van 2023 gevestigd en uitgebreid worden in Alkmaar. Kennemerwonen en gemeente Heiloo werken aan een tweetal ‘Skaeve Huse’ in Heiloo, eveneens start in de eerste helft van 2023.
Totale jaarlijkse behoefte aan woonruimte voor uitstromers In dit hoofdstuk hebben we het aantal uitstromers per jaar en per doelgroep in beeld gebracht. In onderstaande tabel brengen we de aantallen bij elkaar om tot een totaalbeeld van de jaarlijkse uitstroom richting zelfstandig, gespikkeld en geclusterd wonen (met begeleiding) te komen. Tabel 9.7: Totale verwachte uitstroom per jaar naar woonvorm Zelfstandig/ Geclusterd gespikkeld wonen met Uitstroom vanuit: wonen begeleiding Jeugdzorg met verblijf 8 6 Beschermd Wonen 10 - 20 4-7 Maatschappelijke opvang 8 Totaal 26 - 36 10 - 13
Totaal 14 14 – 27 8 36 – 49
De totale jaarlijkse vraag naar woonruimte voor mensen die zelfstandig kunnen wonen, al dan niet in de nabijheid van een zorgsteunpunt (‘gespikkeld wonen’) zal in de komende jaren tussen de 26 en 36 wooneenheden liggen. Op de wat langere termijn is de vraag afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal BW-plekken (die kan iets gaan dalen, zie
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
hoofdstuk 6) en de resultaten van de inspanningen om dak- en thuisloosheid te voorkomen – wie niet dakloos raakt, heeft immers ook geen uitstroomwoning nodig. Naast de aantallen die genoemd zijn in de tabel is er een beperkt aantal prikkelarme woningen / Skaeve Huse nodig voor mensen uit de ‘1%-doelgroep’. Dit aanbod kan regionaal georganiseerd worden.
9.3 Gerealiseerde uitstroom via Transferpunt Wonen De bemiddeling van zelfstandige woningen voor uitstromers wordt regionaal geregeld via het Transferpunt Wonen; daarnaast zijn er uitstromers die op eigen gelegenheid een woning vinden. Uitstromers die een woning toegewezen krijgen via het Transferpunt krijgen een ‘woonzorgcontract’, waarbij de woning direct op naam staat van de cliënt. In eerste instantie krijgen zij een tijdelijk huurcontract, dat na twee jaar kan worden omgezet in een regulier huurcontract voor onbepaalde tijd. Voor jongeren geldt dat zij na de ‘verdienperiode’ van twee jaar een huurcontract krijgen aangeboden voor een periode van vijf jaar; in deze periode kunnen zij punten opbouwen als woningzoekende om hiermee op eigen kracht vervolghuisvesting te kunnen vinden. Een woning die door het Transferpunt wordt aangeboden, kan in beginsel niet worden geweigerd. Een ongemotiveerde weigering leidt tot verwijdering uit de wachtlijst en dan kan er geen aanspraak meer worden gemaakt op bemiddeling via het Transferpunt. In het onderstaande overzicht staat de gerealiseerde uitstroom via het Transferpunt naar de gemeente Dijk en Waard weergegeven voor de jaren 2020 en 2021.
68
Tabel 9.8: Aantal plaatsingen van uitstromers via Transferpunt Wonen, 2020 en 2021 12 Plaatsingen in gemeente Dijk en Waard 2020 2021 Heerhugowaard 9 18 Langedijk 12 5 Totaal 21 23 Bron: Jaarverslagen Transferpunt 2020 en 2021.
De gerealiseerde aantallen toewijzingen aan uitstromers liggen zowel in 2020 als in 2021 dus lager dan de jaarlijkse uitstroomafspraak voor de gemeente Dijk en Waard (iets meer dan 30 wooneenheden). Voor de hele regio geldt dat met name de toewijzing van woonruimte aan jongeren en jongvolwassenen achterbleef. De vraag naar passende jongerenwoningen overtrof het beschikbare aanbod, waardoor het Transferpunt zich genoodzaakt zag om de bemiddeling van woonruimte voor deze groep tijdelijk stop te zetten. Voor de komende jaren wil de regio inzetten op meer geclusterde woonruimte voor jongeren en jongvolwassenen (4-7 personen per cluster); als de bewoners na een huurperiode van maximaal 7 jaar deze woning verlaten, komt deze weer beschikbaar voor een nieuwe uitstromer. In het meest recente jaarverslag van het Transferpunt komt naar voren dat iemand gemiddeld genomen 4 maanden op de wachtlijst staat voordat er een geschikte woning wordt gematcht. Op 31 december 2021 stonden nog 18 mensen op de wachtlijst. Het Transferpunt geeft in het jaarverslag aan dat nieuwe woonprojecten in 2022 voor jongvolwassenen zullen bijdragen om de raamafspraken voor deze doelgroep te behalen.
12
In de jaarverslagen wordt geen onderscheid gemaakt tussen uitstroomwoningen en Housing First. Het Transferpunt bemiddelt pas vanaf 2021 voor Housing First-woningen. 13 De mutatiegraad is het percentage woningen dat in een jaar tijd beschikbaar is gekomen voor een nieuwe huurder. In de laagste prijsklassen is de mutatiegraad doorgaans hoger dan in de
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
9.4 Uitstroommogelijkheden op de reguliere woningmarkt Uitstromers kunnen via het Transferpunt een woning vinden, maar ook via de ‘reguliere’ weg. In beide gevallen doen zij een beroep op vrijkomende sociale huurwoningen. Over het algemeen zijn zij aangewezen op de goedkope of betaalbare voorraad. Het is daarom relevant om te kijken hoeveel betaalbare woningen er op jaarbasis beschikbaar komen (muteren) in de gemeente. Onderstaande tabel laat zien hoeveel goedkope en betaalbare woningen zijn vrijgekomen in de jaren 2020 en 2021. Tabel 9.9: Dijk en Waard: Corporatiebezit, jaarlijks aantal mutaties en mutatiegraad naar huurprijsklassen, 2020 en 2021 Aantal woningen in MutatieMutatiebezit Mutaties Mutaties graad graad Huurprijs corporaties 2020 2021 202013 2021 Tot €443 479 (7%) 138 144 29% 30% €443 tot €633 4.643 (67%) 453 441 10% 9% Totaal 5.122 (74%) 591 585 12% 11% Bron: Aangeleverde gegevens corporaties.
Gemiddeld kwamen er in Dijk en Waard in de jaren 2020 en 2021 141 huurwoningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortinggrens vrij (dit noemen
duurdere prijsklassen; het gaat hier vaak om kleinere, minder aantrekkelijke woningen waar mensen minder lang blijven wonen.
69
we ‘goedkope’ woningen) en 447 woningen met een huurprijs die we kunnen kenschetsen als ‘betaalbaar’; in totaal gemiddeld 588 woningen.
groepen’ zoals mensen met een sociale of medische urgentie, andere spoedzoekers en vergunninghouders (vluchtelingen met een verblijfsstatus).
Op het eerste gezicht zou dit ruim voldoende moeten zijn om de verschillende groepen uitstromers te kunnen huisvesten: in paragraaf 9.2 lieten we zien dat de totale jaarlijkse vraag naar woonruimte voor uitstromers die zelfstandig kunnen wonen in Dijk en Waard tussen de 26 en 36 wooneenheden ligt. Dat betekent dat tussen de 4 en 6% van de vrijkomende sociale huurwoningen nodig is om deze mensen te huisvesten.
Overige aandachtsgroepen
In praktijk blijkt het toch niet altijd eenvoudig om snel passende woonruimte te vinden. Dat heeft ook te maken met het feit dat ook andere groepen, waaronder vergunninghouders, een beroep doen op de voorraad aan sociale huurwoningen. De meerwaarde van de uitstroomafspraken (Pact) is vooral gelegen in het feit dat op deze manier gezorgd kan worden voor een goede match van cliënt en woning en een goede spreiding van zorgvragers over de wijken van de verschillende gemeenten, en dat het accepteren van begeleiding of behandeling na uitstroom verplicht gesteld kan worden. Uitstromers die worden aangemeld bij het Transferpunt krijgen voorrang op andere woningzoekenden. Dat is verdedigbaar, aangezien zij anders langer dan noodzakelijk in een (dure) zorg- of opvangvoorziening zouden blijven en daarmee een plek bezet zouden houden voor iemand anders die behoefte heeft aan zo’n plek. Aan de andere kant is het natuurlijk zo dat deze regeling ook zorgt voor een wat langere wachttijd voor regulier woningzoekenden. Uitstromers vanuit de verschillende woonzorgplekken zijn niet de enige groep die behoefte heeft aan goedkope en betaalbare sociale huurwoningen. Naast regulier woningzoekenden met een smalle beurs gaat het om ‘aandachts-
398.104/G | Woonzorganalyse als basis voor de Woonzorgvisie
In het landelijk Programma Een Thuis voor iedereen worden, naast uitstromers uit instellingszorg en dak- en thuislozen, ook andere ‘aandachtsgroepen’ benoemd die het extra moeilijk hebben om aan woonruimte te komen. Een groep die tot nu toe in dit onderzoek nog niet aan bod is gekomen maar in dit kader wel relevant is, betreft de groep vergunninghouders. Dit zijn lang niet altijd mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag en in die zin hoort deze groep eigenlijk niet thuis in een woonzorganalyse. We noemen deze groep toch in dit hoofdstuk, aangezien zij een beroep doen op dezelfde betaalbare sociale huurwoningen waar ook uitstromers behoefte aan hebben en omdat zij, net als uitstromers, vaak niet op eigen gelegenheid woonruimte kunnen vinden. Vergunninghouders zijn vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen, op grond waarvan ze in Nederland mogen blijven. Gemeenten in Nederland zijn verplicht om vluchtelingen die een verblijfsvergunning hebben gekregen passende woonruimte te bieden. Deze mensen worden door het COA gekoppeld aan gemeenten. Daarna is het de taak aan de gemeente om te zorgen voor een woning. Deze woning kan een zelfstandige (huur)woning zijn of een gedeelde woning. De minister van Justitie en Veiligheid maakt elk half jaar bekend hoeveel vergunninghouders er in Nederland moeten worden gehuisvest.
Het totaal aantal te huisvesten vergunninghouders wordt naar rato van het aantal inwoners in de gemeenten over de gemeenten verdeeld; dit levert een ‘taakstelling’ per gemeente op. Gemeenten hebben 14 weken de tijd om woonruimte te vinden. Gemiddeld duurt het momenteel langer voor ze een woning aangeboden krijgen, omdat er te weinig woningen zijn. Op grond van de Huis-
70
vestingswet 2014 zijn gemeenten verplicht om de vastgestelde taakstelling te realiseren. Provincies zien hier op toe. De taakstelling voor vergunninghouders fluctueert sterk, afhankelijk van het aantal vluchtelingen dat naar Nederland komt en een verblijfsvergunning krijgt. De gemiddelde taakstelling voor de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente Dijk en Waard was in de periode 2015 - 2022 116 personen per jaar. De taakstelling fluctueert echter sterk; het lijkt daarom verstandig om rekening te houden met een bandbreedte van circa 80 tot 150 personen. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 2,5 persoon per woning betekent dit een opgave van 32 tot 60 woningen per jaar. De verwachting is dat het aantal de komende jaren tenminste op het gemiddelde niveau van de afgelopen jaren zal liggen – voor het eerste half jaar van 2023 ligt de taakstelling hier al ruim boven (105 personen voor een half jaar). In tabel 9.10 wordt de taakstelling vergunninghouders en het aantal benodigde woningen bij een gemiddelde bezetting van 2,5 persoon per woning van de gemeente Dijk en Waard weergegeven.
Tabel 9.10: Taakstelling vergunninghouders en benodigd aantal woningen, Dijk en Waard 2015 2016 2017 2019 2020 2021 2022 Bandbreedte Taakstelling voor dit 138 206 110 116 58 59 121 80 – 150 kalenderjaar Benodigd aantal 55 82 44 46 23 24 48 32- 60 woningen Bron: Rijksoverheid, berekening Companen.