APV Dijk en Waard tabel (INT21-5848).pdf
Tekst van het document
opgenomen voor een ander evenement op dezelfde
een ander evenement op dezelfde gevraagde tijd
gevraagde tijd en locatie of in de nabijheid daarvan,
en locatie of in de nabijheid daarvan, dan wel
dan wel daarvoor een vergunning is verleend of
daarvoor een vergunning is verleend of melding is
melding is geaccepteerd.
geaccepteerd. 4. De burgemeester kan na een melding nadere
4. De burgemeester kan na een melding nadere
voorwaarden stellen aan het evenement als deze
voorwaarden stellen aan het evenement als deze
noodzakelijk zijn voor het voorkomen van gevaar
noodzakelijk zijn voor het voorkomen van gevaar voor
voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de
de openbare orde, de openbare veiligheid, de
volksgezondheid of het milieu.
volksgezondheid of het milieu.
5. Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden.
Artikel 2:25C Algemene bepalingen 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste
5. Het is verboden in strijd te handelen met de nadere voorwaarden.
Artikel 2:25C Algemene bepalingen 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid,
lid, wordt aangevraagd of een melding als bedoeld
wordt aangevraagd of een melding als bedoeld in
in artikel 2:25B, eerste lid wordt gedaan door
artikel 2:25B, eerste lid wordt gedaan door degene die
degene die voornemens is het evenement te
voornemens is het evenement te organiseren, door
organiseren, door middel van een door de
middel van een door de burgemeester vastgesteld
burgemeester vastgesteld formulier.
formulier.
2. De burgemeester kan nadere regels stellen ten
2. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien
aanzien van de indieningsvereisten voor een
van de indieningsvereisten voor een aanvraag van een 23
aanvraag van een vergunning als bedoeld in
vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid en een
artikel 2:25, eerste lid en een melding als bedoeld
melding als bedoeld in artikel 2:25B.
in artikel 2:25B. 3. De burgemeester kan procedureregels vaststellen voor het toewijzen van evenementen. 4. De burgemeester beslist op een aanvraag voor
3. De burgemeester kan procedureregels vaststellen voor het toewijzen van evenementen.
De procedureregels voor het toewijzen van evenementen worden geharmoniseerd.
4. De burgemeester beslist op een aanvraag voor een
een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 binnen
vergunning als bedoeld in artikel 2:25 binnen negentien
negentien weken na de datum van ontvangst van
weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
de aanvraag. 5. Tenzij een evenementenvergunning dat
5. Tenzij een evenementenvergunning dat uitdrukkelijk
uitdrukkelijk toestaat, is het verboden een
toestaat, is het verboden een evenement, inclusief op-
evenement, inclusief op- en afbouw, te
en afbouw, te organiseren voor 07.00 en na 24.00 uur,
organiseren voor 07.00 en na 24.00 uur, vrijdag,
vrijdag, zaterdag en dagen voorafgaand aan een
zaterdag en dagen voorafgaand aan een officiële
officiële feestdag voor 07.00 uur en na 01.00 uur en
feestdag voor 07.00 uur en na 01.00 uur en
zondag voor 13.00 en na 24.00 uur.
zondag voor 13.00 en na 24.00 uur. 6. De burgemeester stelt algemene voorschriften vast die van toepassing zijn voor het houden van
6. De burgemeester stelt algemene voorschriften vast die van toepassing zijn voor het houden van evenementen.
evenementen. 7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door de
de burgemeester vastgestelde algemene voorschriften.
burgemeester vastgestelde algemene voorschriften. 8. Activiteiten, die deel uitmaken van een
evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk
evenementenvergunning, zijn niet afzonderlijk
vergunningsplichtig uit hoofde van andere
vergunningsplichtig uit hoofde van andere
gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde
gemeentelijke publiekrechtelijke regelingen niet zijnde
belastingen of retributievoorschriften.
belastingen of retributievoorschriften.
Artikel 2:25D Weigeringsgronden 1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 tweede
vergunningvrije en meldingplichtige evenementen worden geharmoniseerd.
7. Het is verboden om te handelen in strijd met de door
8. Activiteiten, die deel uitmaken van een
De algemene voorschriften procedureregels voor
Artikel 2:25D Weigeringsgronden 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 tweede lid
lid kan de burgemeester een
kan de burgemeester een evenementenvergunning
evenementenvergunning weigeren als de
weigeren als de volledige aanvraag daarvoor minder
volledige aanvraag daarvoor minder dan vijf
dan vijf weken voor de datum van de beoogde activiteit
weken voor de datum van de beoogde activiteit is
is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling
ingediend en daardoor een behoorlijke
van de aanvraag niet mogelijk is. Als de 24
behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Als
vergunningaanvraag een evenement betreft dat
de vergunningaanvraag een evenement betreft dat
volgens de risicoscan gekwalificeerd is als "aandacht"
volgens de risicoscan gekwalificeerd is als
of "risico" geldt een termijn van twaalf weken.
"aandacht" of "risico" geldt een termijn van twaalf weken. 2.
a.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de
2. In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de
burgemeester een evenementenvergunning
burgemeester een evenementenvergunning weigeren
weigeren als:
als:
op de door de burgemeester vastgestelde
a. op de door de burgemeester vastgestelde
Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A
Evenementenkalender als bedoeld in artikel 2:24A
al een reservering is opgenomen voor een ander
al een reservering is opgenomen voor een ander
evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de
evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de
nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een
nabijheid daarvan, dan wel daarvoor een
vergunning is verleend of melding is
vergunning is verleend of melding is geaccepteerd.
geaccepteerd. b. het evenement niet voorkomt op de door de
c.
burgemeester vastgestelde Evenementenkalender
burgemeester vastgestelde Evenementenkalender
als bedoeld in artikel 2:24A.
als bedoeld in artikel 2:24A.
de organisator of vergunningaanvrager van een evenement van slecht levensgedrag is.
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel
b. het evenement niet voorkomt op de door de
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of
c.
de organisator of vergunningaanvrager van een evenement van slecht levensgedrag is.
Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel
te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke
middel te vervoeren of bij zich te hebben met de
te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke
bedoeling daarmee bij een evenement de orde te
kennelijke bedoeling daarmee bij een evenement
bedoeling daarmee bij een evenement de orde te
verstoren.
de orde te verstoren.
verstoren.
3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen
3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar
te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die
goederen te dragen, bij zich te hebben of te
te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die
uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij
vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een
uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij
rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is
organisatie die bij rechtelijke uitspraak of
rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is
Overgenomen uit Langedijk en Heerhugowaard.
3. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen
25
verklaard of is ontbonden vanwege een doel of
bestuurlijk besluit verboden is verklaard of
verklaard of is ontbonden vanwege een doel of
werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid die
werkzaamheid in strijd met de openbare orde.
in strijd is met de openbare orde. 4. Het verbod van lid 2 geldt niet voor zover in het daarin
4. Het verbod van lid 3 geldt niet voor zover in het
4. Het verbod in het derde lid geldt niet voor zover in het
geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
van Strafrecht.
het Wetboek van Strafrecht.
Wetboek van Strafrecht.
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen en
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen
andere voor publiek openstaande gebouwen Artikel 2:27 Definitie
Artikel 2:27 Definitie
Artikel 2:27 Definitie
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting
1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting
verstaan een hotel, restaurant, pension, café,
verstaan een hotel, restaurant, pension, café,
verstaan een hotel, restaurant, pension, café,
waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek,
waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek,
waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek,
buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek
buurthuis of clubhuis of elke andere voor het
buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek
toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of
publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin
toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in
in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren
bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren
of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden
worden geschonken of rookwaren of spijzen voor
of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden
bereid of verstrekt.
directe consumptie ter plaatse worden bereid of
bereid of verstrekt.
verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten
2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten
2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte
ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan
ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan
liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden
worden geboden en waar tegen vergoeding dranken
worden geboden en waar tegen vergoeding
geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
kunnen worden geschonken of spijzen voor directe
dranken kunnen worden geschonken of spijzen
worden geschonken of spijzen voor directe consumptie
consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of
voor directe consumptie ter plaatse kunnen
ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt,
verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt
worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder
waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de
voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die
geval een terras, maakt voor de toepassing van
toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten
besloten ruimte.
deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.
ruimte.
De horeca is ingedeeld in verschillende categorieën, te weten 1 tot en met 4.
horecabedrijf categorie 1, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet
26
incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de middag, avond en de nacht geopend kan zijn, zoals een kroeg, discotheek, dancing of feestzaal;
horecabedrijf categorie 2, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken) en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een dorpscafé, restaurant, of brasserie;
horecabedrijf categorie 3, een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken (al dan niet voor consumptie ter plaatse) van bereide geringe etenswaren (al dan niet met nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, ijssalon of shoarmazaak;
horecabedrijf categorie 4, een ondergeschikte horecafunctie die tot hoofddoel heeft het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide geringe etenswaren alsmede het verstrekken van (veelal alcoholvrije) dranken, zoals een horecafunctie bij een winkel, een sportkantine, sociaal culturele instellingen en instellingen en dergelijke
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de
Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
burgemeester. 2.
3.
De burgemeester weigert de vergunning als de
2. De burgemeester weigert de vergunning als de
exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met
exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met
een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
een geldend bestemmingsplan, beheersverordening,
exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de
burgemeester de vergunning slechts geheel of
burgemeester de vergunning slechts geheel of
burgemeester de vergunning slechts geheel of
gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet
gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet
gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden
worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de
worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie
aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de
omgeving van de openbare inrichting of de openbare
in de omgeving van de openbare inrichting of de
omgeving van de openbare inrichting of de openbare
orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig
orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
wordt beïnvloed.
27
4.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
3. Geen vergunning is vereist voor een openbare
4. Geen vergunning is vereist voor een openbare
inrichting die zich bevindt in een:
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet
a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de
inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de
voor zover de activiteiten van de openbare inrichting
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van
Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
de openbare inrichting een nevenactiviteit
openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van
vormen van de winkelactiviteit;
de winkelactiviteit;
b. zorginstelling c. museum; of
b. zorginstelling;
b. zorginstelling;
d. bedrijfskantine of -restaurant.
c.
c.
museum; of
d. bedrijfskantine of – restaurant.
museum; of
d. bedrijfskantine of – restaurant.
5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
4. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan
vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen
vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan
openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de
openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld
artikel 1 van de Drank- en Horecawet, als:
Drank- en Horecawet, als
in artikel 1 van de Alcoholwet, als:
a.
b.
zich in de zes maanden voorafgaand aan de
a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de
5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve
a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de
inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
inwerkingtreding van deze bepaling geen
gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
incidenten gepaard gaande met geweld, overlast
drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij
drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij
op straat of drugsgebruik en -handel hebben
de inrichting, of,
de inrichting; of
voorgedaan in of bij de inrichting; of
de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en
zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
er zich geen weigeringsgronden voordoen als
artikel 1:8 of 2:28, tweede lid of derde lid
artikel 1:8 of 2:28, tweede lid.
bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede lid.
5. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een
5. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een
6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een
incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid
incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid
incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid
onder a
onder a
onder a.
6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is
(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is
is niet van toepassing op de vergunning en de
niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling
niet van toepassing op de vergunning en de vrijstelling.
vrijstelling 7. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.
8. Een vergunning wordt aangevraagd door middel van een door de burgemeester vastgesteld formulier.
2.29 Sluitingstijd
2.29 Sluitingstijd
Artikel 2.29 Sluitingstijd
1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en
1. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
1. Het is verboden een openbare inrichting voor
met zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur
geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen
bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met
04:00 uur en 06:00 uur
zondag tussen 04:00 uur en 06:00 uur. 28
-
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn
2. Het is toegestaan voor openbare inrichtingen om voor
2. Het is toegestaan voor openbare inrichtingen om voor
bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot
bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot
05.00 uur
05.00 uur.
-
horecabedrijven categorie 1 op zaterdag en zondag gesloten van 04.00 uur tot 06.00 uur, met dien verstande dat na 01.00 uur geen bezoekers meer mogen worden toegelaten. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn
3. Het is verboden een paracommerciële inrichting voor
3. Het is verboden een paracommerciële inrichting voor
horecabedrijven in categorie 4 gesloten van maandag
bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met
bezoekers geopend te hebben op maandag tot en met
tot en met zondag tussen 00.00 uur en 06.00 uur
zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur
zondag tussen 01:00 uur en 06:00 uur.
-
4. Het is toegestaan voor paracommerciële inrichtingen om
4. Het is de houder van een horecabedrijf verboden het terras behorende tot zijn horecabedrijf voor bezoekers
4. Het is toegestaan voor paracommerciële inrichtingen
voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te zijn tot
om voor bezoekers tijdens de jaarwisseling geopend te
02.00 uur
zijn tot 02.00 uur.
5. Het terras mag voor alle openbare en paracommerciële inrichtingen geopend zijn tot 01.00 uur
5. Het terras mag voor alle openbare en paracommerciële inrichtingen geopend zijn tot 01.00 uur.
geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven na 23.00 uur. 5. Het is verboden een openbare inrichting voor
6.
7.
6. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
6. Het is verboden een openbare inrichting voor
bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de
geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten
bezoekers geopend te hebben of bezoekers in de
inrichting te laten verblijven na sluitingstijd
verblijven na sluitingstijd
inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
7. De burgemeester kan door middel van een ontheffing of
sluitingstijd
vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen
voor een afzonderlijke openbare of paracommerciële
voor een afzonderlijke inrichting of paracommerciële
inrichting
inrichting.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de
7. De burgemeester kan met een ontheffing of
-
burgemeester een of meer horecabedrijven, zijnde een rechtspersoon, aanwijzen die zich richt op activiteiten van sportieve aard, om bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 – 06.00 uur. 29
Aangetoond moet worden dat dit in verband met het tijdstip waarop de competitiewedstrijden van de officiële sportbond waarbij de rechtspersoon is aangesloten worden gehouden, noodzakelijk is. Een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zijn uitgezonderd 8.
9.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel
8. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde
derde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde
derde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde
sluitingstijden als voor de winkel
sluitingstijden als voor de winkel
sluitingstijden als voor de winkel.
Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
9. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op
situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer
situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
is voorzien
voorzien
voorzien.
10. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de
10. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
8. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
9. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op
10. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene
Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
tijdig beslissen) niet van toepassing
tijdig beslissen) niet van toepassing.
toepassing
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare
1. De burgemeester kan in het belang van de openbare
orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval
omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare
van bijzondere omstandigheden voor één of meer
tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29
openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens
sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen
geldende sluitingstijden en verblijfsuren vaststellen of
artikel 2:29 geldende sluitingstijden en verblijfsuren
tijdelijk sluiting bevelen
vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
2. Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties
artikel 13b van de Opiumwet voorziet
waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet
Artikel 2:30a Sluiting gebouw of ruimte 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Wordt artikel 2:80 APV Dijk en Waard 2022. -
orde of het woon- en leefklimaat, de sluiting bevelen van een voor publiek toegankelijk gebouw, inrichting of ruimte als daar:
30
1. zich gedragingen hebben voorgedaan zoals omschreven in artikel 36 van de Wet op de kansspelen; 2. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel zijn verworven of overgedragen; 3. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; 4. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; of 5. zich andere feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van het gebouw, de inrichting of de ruimte ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
Het is verboden in een openbare inrichting:
1. Het is verboden in een openbare inrichting:
1. de orde te verstoren
a. de orde te verstoren
a. de orde te verstoren;
2. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel
b. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of
b. zich als bezoeker te bevinden na sluitingstijd of
betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient
gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op
gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te
te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30,
grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid
zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30,
eerste lid
3. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan
eerste lid.
-
personen die geen gebruik maken van het terras
2. Op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van
een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van
een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van
bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend
Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend
Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend 31
persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt
persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt
persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt
of op enige andere wijze overdraagt
of op enige andere wijze overdraagt
of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan
Als een openbare inrichting geen voor het publiek
Als een openbare inrichting geen voor het publiek
Als een openbare inrichting geen voor het publiek
openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van
openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van
openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van
artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de
artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de
artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de
toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als
toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als
toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als
bevoegd bestuursorgaan.
bevoegd bestuursorgaan.
bevoegd bestuursorgaan.
Afdeling 5. Regulering paracommerciële
Afdeling 5. Regulering paracommerciële
Afdeling 5. Regulering paracommerciële
rechtspersonen en overige aangelegenheden uit
rechtspersonen en overige aangelegenheden uit
rechtspersonen en overige aangelegenheden uit
de Drank- en Horecawet
de Drank- en Horecawet
de Alcoholwet
2.34a Definities 1. De definities van artikel 1 van de Drank- en Horecawet
Artikel 2.34a Definities -
1. De definities van artikel 1 van de Alcoholwet zijn op
zijn op deze afdeling van toepassing 2. Onder wijk- en buurtcentra wordt verstaan: een
deze afdeling van toepassing. -
2. Onder wijk- en buurtcentra wordt verstaan: een
openbaar gebouw dat als centrum dient voor het sociaal
openbaar gebouw dat als centrum dient voor het
maatschappelijke en culturele leven van een buurt met
sociaal maatschappelijke en culturele leven van een
plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor
buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen
activiteiten van recreatieve en educatieve aard
voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard.
2.34b Verbod alcoholhoudende drank Het is verboden anders dan om niet alcoholhoudende
-
drank voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting waarin onderwijs wordt gegeven
2.34c Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
2.34a Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
Artikel 2.34b Schenktijden paracommerciële rechtspersonen
1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken
1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken
uitsluitend alcoholhoudende drank op:
uitsluitend alcoholhoudende drank op:
uitsluitend alcoholhoudende drank op:
-
maandag tot en met vrijdag na 17.00 uur tot sluitingstijd;
zaterdag na 15.00 uur tot sluitingstijd;
zondag na 13.00 uur tot sluitingstijd
maandag tot en met zaterdag na 15.00 uur en tot
1. Paracommerciële rechtspersonen verstrekken
sluitingstijd.
sluitingstijd;
zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd
maandag tot en met vrijdag na 15.00 uur en tot
-
zaterdag en zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd.
32
Zaterdagclubs mogen in afwijking van lid 1 op zaterdagen alcoholhoudende dranken verstrekken na 12.00 en tot sluitingstijd 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken wijk-
-
2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 verstrekken wijk-
en buurtcentra uitsluitend alcoholhoudende drank op:
en buurtcentra uitsluitend alcoholhoudende drank op:
-
maandag tot en met zondag na 13.00 tot sluitingstijd
maandag tot en met zondag na 12.00 uur tot sluitingstijd.
-
-
3. In aanvulling op het bepaalde in dit artikel mogen geen alcoholhoudende drank geschonken worden, voor of tijdens wedstrijden en/of activiteiten waar jongeren tot 18 jaar bij betrokken zijn.
2.34d Verbod sterke drank bij paracommerciële
Artikel 2.34c Verbod sterke drank bij paracommerciële
rechtspersonen
rechtspersonen
1. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden
3. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden
sterke drank te verstrekken
sterke drank te verstrekken
2. In afwijking van lid 1 is het paracommerciële
-
1. Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank te verstrekken. 2. In afwijking van lid 1 is het paracommerciële
rechtspersonen in wijk- en buurtcentra niet verboden
rechtspersonen in wijk- en buurtcentra niet verboden
sterke drank te verstrekken
sterke drank te verstrekken.
-
-
3. In afwijking van lid 1 en 2 kan de burgemeester een ontheffing of vergunningvoorschrift vaststellen voor (individuele) paracommerciële rechtspersonen.
2.34e Bijeenkomsten bij paracommerciële
2.34b Bijeenkomsten bij paracommerciële
Artikel 2.34d Bijeenkomsten bij paracommerciële
rechtspersonen
rechtspersonen
rechtspersonen
Het is paracommerciële rechtspersonen verboden om
Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen
Paracommerciële rechtspersonen mogen bijeenkomsten
bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die
alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van
van persoonlijke aard houden en bijeenkomsten die gericht
gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op
zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van
activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon
betrokken zijn te houden
de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn wanneer
betrokken zijn. Het is dan niet toegestaan
dit leidt tot oneerlijke mededinging
alcoholhoudende drank te verstrekken, wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging.
2.34f Schenktijden en verbod verstrekken van sterke
2.34c Schenktijden en verbod verstrekken van sterke
Artikel 2.34e Schenktijden en verbod verstrekken van
drank
drank
sterke drank
1. Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in
Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in
1. Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in
artikel 2:34c alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt
artikel 2:34a alcoholhoudende drank te verstrekken in een
artikel 2:34b alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt 33
uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële
inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet
uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting,
inrichting, welke:
zijnde een paracommerciële inrichting, welke:
welke:
a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een
a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een
een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in
onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt
onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruik
gebruik is bij een of meer jeugd- of
om onderwijs te geven aan leerlingen die merendeels
om onderwijs te geven aan leerlingen die
jongerenorganisaties, of
de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, of
merendeels de leeftijd van achttien jaar nog niet
1. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan
2. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend
b. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een
hebben bereikt.
of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer
onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij
sportorganisaties of –instellingen
een of meer jeugd- of jongerenorganisaties, of
onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is
deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een
bij een of meer jeugd- of jongerenorganisaties.
c.
onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis, of d. deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in
b. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een
c.
deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen.
hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of –instellingen 2. In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken 3. De burgemeester kan met het oog op bijzondere
2. Het is in de in het eerste lid bedoelde inrichtingen verboden sterke drank te verstrekken
2. In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken.
-
gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in het eerste lid gestelde schenktijden 2.34g Verbod ‘happy hours’ Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
Artikel 2.34f Verbod ‘Happy hours’ -
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras
bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende
bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende
drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een
drank te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een
prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan
prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan
60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd
60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
2.34d Overgangsrecht Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening vervallen voor paracommerciële inrichtingen: a. de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;
34
b. de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van burgemeester en wethouders en de burgemeester zijn verleend; de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden Voor paracommerciële inrichtingen die sterke drank verstrekken blijft dit mogelijk tot 24 maanden na inwerkingtreding van deze verordening De schenktijden en verstrekking van sterke drank voor commerciële bedrijven, genoemd in artikel 2:34c, blijven 24 maanden na inwerkingtreding van de verordening van kracht Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde inrichtingen, blijven van kracht Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Dank- en Horecavergunning 2000 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank- en Horecaverordening 2010 wordt beslist met toepassing van deze verordening
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het
Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het
Het nachtregister geeft inzicht in wie zich in de inrichting of
verschaffen van nachtverblijf
verschaffen van nachtverblijf [niet opgenomen]
verschaffen van nachtverblijf
op het terrein van het park bevinden. Dit heeft meerwaarde op meerdere terreinen. In het geval van calamiteiten weet de beheerder/calamiteitendienst wie er op het park aanwezig zijn. Ook kan het nachtregister een afschrikkende werking hebben op criminelen. Met een registratie in een nachtregister verliest men namelijk de anonimiteit en wordt het park niet als criminele ontmoetingsplaats gebruikt. Daarnaast kan het nachtregister gebruikt worden om een beter beeld te krijgen van wat er speelt op de
35
recreatieparken, waardoor ongewenste activiteiten, zoals ondermijnende criminaliteit, eerder worden gesignaleerd.
Artikel 2:35 Definitie
Artikel 2:35 Definitie
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan
In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan
niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep
niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep
of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf
of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf
of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft.
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of
de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt,
de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt,
is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna daarvan
is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna daarvan
schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Artikel 2:37 Nachtregister
Artikel 2:37 Nachtregister
[Gereserveerd]
1. De houder van een inrichting of een voor hem
Conform Model APV van de VNG.
Conform Model APV van de VNG.
handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model.
2. De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze wanneer deze daarom vraagt.
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de
kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk
kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk
leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid
naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van
naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van
vertrek te verstrekken.
vertrek te verstrekken.
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden
Conform Model APV van de VNG.
Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden 36
Artikel 2:38a Definities
1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid
1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid
verstaan een voor het publiek toegankelijke
verstaan een voor het publiek toegankelijke
verstaan een voor het publiek toegankelijke
gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang
gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang
gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof
alsof deze bedrijfsmatig is inwisselbare voorwerpen
alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
kunnen worden gewonnen of verloren.
geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in
enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden
inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
gewonnen of verloren.
verloren.
2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de
2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de
2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet
Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben
Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben
op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde
dezelfde betekenis als in die wet.
dezelfde betekenis als in die wet.
betekenis als in die wet.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren.
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen.
3.
Artikel 2:38a Definities
1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1.
Artikel 2:38a Definities
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de
Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de
burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren
burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te
of te doen exploiteren.
doen exploiteren.
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
waarin wordt voorzien door de Wet op de
wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de
kansspelen of de Speelautomatenhalverordening
Speelautomatenhalverordening gemeente
gemeente Heerhugowaard.
Heerhugowaard.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als naar zijn oordeel
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de
Overgenomen uit Heerhugowaard.
Overgenomen uit Langedijk.
burgemeester de vergunning als:
moet worden aangenomen dat de woon- en a. naar zijn oordeel moet worden
leefsituatie in de omgeving van de
a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
aangenomen dat de woon- en leefsituatie
speelgelegenheid of de openbare orde op
woon- en leefsituatie in de omgeving van de
in de omgeving van de speelgelegenheid
ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
speelgelegenheid of de openbare orde op
of de openbare orde op ontoelaatbare
de exploitatie van de speelgelegenheid.
ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door
wijze nadelig worden beïnvloed door de
de exploitatie van de speelgelegenheid; of
exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend
b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
bestemmingsplan.
37
4.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de
Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
toepassing.
toepassing.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van
Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van
overlast, gevaar of schade
overlast, gevaar of schade
overlast, gevaar of schade
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
1.
2.
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
Gemeentewet gesloten woning, een niet voor
Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of
toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
behorend erf te betreden.
dat lokaal behorend erf te betreden.
behorend erf te betreden.
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de
2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de
Conform Model APV van de VNG.
1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de
Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek
Opiumwet gesloten woning, een niet voor het
Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek
toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of
toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal
dat lokaal behorend erf, een voor het publiek
behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal
of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
betreden. 3.
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen
3. Deze verboden zijn niet van toepassing op
3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen
wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een
personen wier aanwezigheid in de woning of het
wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een
daarbij behorend erf wegens dringende reden
lokaal of een daarbij behorend erf wegens
daarbij behorend erf wegens dringende reden
noodzakelijk is.
dringende reden noodzakelijk is.
noodzakelijk is.
4. De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden ontheffing te verlenen.
Vanwege de grote persoonlijke gevolgen die aan het sluiten van een woning of lokaal kunnen zijn verbonden, is in het vierde lid een mogelijkheid voor ontheffing van het verbod opgenomen. 38
Artikel 2:42 Plakken en kladden
Artikel 2:42 Plakken en kladden
Artikel 2:42 Plakken en kladden (VFL)
Wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
1.
2.
Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte
gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die
zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van
2.
Het is verboden zonder schriftelijke toestemming
de rechthebbende op een openbare plaats of dat
van de rechthebbende op een openbare plaats of
gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die
dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die
plaats zichtbaar is:
plaats zichtbaar is:
b.
4.
Het is verboden een openbare plaats of dat
van een onroerende zaak dat vanaf die plaats
a.
3.
1.
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
a.
een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding
aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken,
of aanduiding aan te plakken, te doen
op andere wijze aan te brengen of te doen
aanplakken, op andere wijze aan te brengen of
aanbrengen;
te doen aanbrengen;
met kalk, teer of een kleur of verfstof een
b.
met kalk, teer of een kleur of verfstof een
afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
of te doen aanbrengen.
of te doen aanbrengen.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van
3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid is niet van
toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens
toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens
wettelijk voorschrift.
wettelijk voorschrift.
De houder van de schriftelijke toestemming is
4.
De houder van de schriftelijke toestemming is
verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens
verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.
5.
6.
Het college wijst aanplakborden aan voor het
5.
aanbrengen van meningsuitingen en
aanbrengen van meningsuitingen en
bekendmakingen.
bekendmakingen.
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor
6.
het aanbrengen van handelsreclame. 7.
Het college wijst aanplakborden aan voor het
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen,
Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.
7.
Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en
39
die geen betrekking mogen hebben op de inhoud
bekendmakingen, die geen betrekking mogen
daarvan.
hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke
[niet opgenomen]
Conform Model APV van de VNG. Omdat artikel 2:42 wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Dijk en Waard, wordt in artikel 2:43 lid 2 verwezen naar het artikel in de VFL Dijk en Waard.
1.
2.
Het is verboden op de weg of openbaar water enig
1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig
aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof
aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof
of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
Het verbod is niet van toepassing, als de genoemde
2. Het verbod is niet van toepassing, als de genoemde
materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet
materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet
zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel
zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel
2:42.
6.1.5 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Dijk en Waard.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1.
2.
Het is verboden op een openbare plaats
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats
inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te
inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te
hebben.
hebben.
Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.
Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde
2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde
werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om
werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd
werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om
zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw
zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te
verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te
verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te
verbreken, diefstal door middel van braak te
openen of te verbreken, diefstal door middel van
verbreken, diefstal door middel van braak te
vergemakkelijken of het maken van sporen te
braak te vergemakkelijken of het maken van
vergemakkelijken of het maken van sporen te
voorkomen.
sporen te voorkomen.
voorkomen.
2. Het verbod is niet van toepassing als de bedoelde
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke
(Niet opgenomen)
[niet opgenomen]
[niet opgenomen]
Artikel 2:45a Vervoer geprepareerde voorwerpen
Artikel 2:45a Vervoer geprepareerde voorwerpen
1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een
Conform Model APV van de VNG.
Overgenomen uit Heerhugowaard.
1. Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp
40
voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het
dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van
plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
(winkel)diefstal te vergemakkelijken.
2. Het verbod is niet van toepassing indien
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het
toepassing indien redelijkerwijs kan worden
voorwerp niet bestemd is voor de in het eerste lid
aangenomen dat het in dat lid bedoelde voorwerp niet
bedoelde handelingen.
bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke
Artikel 2:46 Rijden over bermen en dergelijke [niet
Niet opgenomen in het kader van deregulering.
opgenomen] 1.
2.
Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn
1. Het is verboden met voertuigen die niet voorzien
van rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing
zijn van rubberbanden te rijden over de berm, de
of de zijkant van een weg, tenzij dit door de
glooiing of de zijkant van een weg, tenzij dit door
omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
de omstandigheden redelijkerwijs wordt vereist.
Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer
waarin wordt voorzien door de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken of de Wegenverordening
rijkswaterstaatswerken of de provinciale
Noord-Holland.
wegenverordening Noord-Holland.
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1.
2. Dit verbod is niet van toepassing op situaties
Het is verboden op een openbare plaats: a.
b.
te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
monument, overkapping, constructie, openbare
monument, overkapping, constructie, openbare
monument, overkapping, constructie, openbare
toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of
toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of
toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of
andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor
andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor
andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet
niet bestemd straatmeubilair;
niet bestemd straatmeubilair;
bestemd straatmeubilair;
zich op te houden op een wijze die aan andere
Conform Model APV van de VNG.
b. zich op te houden op een wijze die voor andere
b. zich op te houden op een wijze die voor andere
gebruikers of aan bewoners van nabij die
gebruikers of omwonenden onnodig overlast of
gebruikers of omwonenden onnodig overlast of
openbare plaats gelegen woningen onnodig
hinder veroorzaakt.
hinder veroorzaakt.
overlast of hinder veroorzaakt. 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties
wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431
waarin wordt voorzien door de artikelen 424 ,
2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van
41
van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of
het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
Wegenverkeerswet 1994.
artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.
Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien
Artikel 2:48 Verboden drankgebruik
Conform Model APV van de VNG.
1. Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die
jaar hebben bereikt verboden op een openbare
hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die
deel uitmaakt van een door het college aangewezen
plaats, die deel uitmaakt van een door het college
deel uitmaakt van een door het college aangewezen
gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of
aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of
aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en
aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
alcoholhoudende drank bij zich te hebben.
hebben. 2.
Het verbod is niet van toepassing op:
2. Het verbod is niet van toepassing op:
a.
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als
een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;
b.
een andere plaats dan een horecabedrijf als
bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als
2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als
bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.
krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet.
krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Artikel 2:48a Verboden lachgasgebruik
Conform Model APV van de VNG. De VNG heeft recentelijke een gewijzigde versie van artikel 2:48a opgenomen in de Model APV. Het oude artikel 2:48a was eerder uit de Model APV geschrapt vanwege mogelijke bewijsproblemen. De VNG heeft artikel 2:48a van de Model APV nogmaals voorgelegd aan de Commissie Feiten en Tarieven van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) met de vraag of het toch mogelijk is om aan artikel 2:48a van de Model APV een feitcode te koppelen. Sinds 1 november 2021 zijn 6 nieuwe feitcodes beschikbaar, waardoor het sinds die datum mogelijk is om een bestuurlijke strafbeschikking op te leggen bij overtreding van artikel 2:48a, zoals geformuleerd in de Model APV.
42
1. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woonof leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
1.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
Het is verboden zonder redelijk doel:
1. Het is verboden zich zonder redelijk doel:
a.
zich in een portiek of poort op te houden;
a. in een portiek of poort op te houden;
a. zich in een portiek of poort op te houden;
b.
in, op of tegen een raamkozijn of een drempel
b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van
b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van
van een gebouw te zitten of te liggen; c.
zich zonder redelijk doel op te houden op het
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
Conform Model APV van de VNG, m.u.v. lid c.
1. Het is verboden zonder redelijk doel:
een gebouw te zitten of te liggen.
een gebouw te zitten of te liggen. c.
terrein van een school. 2.
Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen
zich zonder redelijk doel op te houden op het
Overgenomen uit Langedijk.
terrein van een school. 2.
Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
een flatgebouw, appartementsgebouw of een
een flatgebouw, appartementsgebouw of een
een flatgebouw, appartementsgebouw of een