CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkeersstructuur Diemen Zuid_vastgesteld_1_Toelichting.pdf

Gemeenteraadsvergadering 8 juli 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Verkeerstructuur Diemen Zuid22.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bij een reconstructie is de toekomstige situatie 10 jaar na het uitvoeren van de reconstructie (in dit geval 2030) vergeleken met de situatie 1 jaar voorafgaande aan de reconstructie (in dit geval 2015). Verder is de situatie met openstelling van de busbaan in 2030 vergeleken met de situatie van de autonome ontwikkeling voor peiljaar 2030 waarbij de gemeente niets zou ondernemen. Geluidsvevoelige object Woning

Voorkeurswaarde

Indien: - Eerder hogere waarde vastgesteld - Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde kleiner of gelijk aan 53 dB Alle overige gevallen Ander geluidgevoelig Indien: gebouw - Eerder hogere waarde vastgesteld - Niet eerder hogere waarde vastgesteld en heersende waarde kleiner of gelijk aan 53 dB Alle overige gevallen Geluidgevoelig terrein Alle situaties Tabel 5-2: toetsing aan waarden Wgh.

Ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting 63 dB art. 100a,1,b2º Wgh

68 dB 63 dB

art. 100a,2 Wgh art. 3.4,2,2º Bg

68 dB 53 dB

art. 3.4,3 Bg art. 3.4,5 Bg

Volgens de Wet geluidhinder is sprake van een reconstructie-effect als de geluidbelasting voor 2030 ten opzichte van 2015 met 1,5 dB of meer toeneemt. Hierbij geldt dat de toename in principe niet meer dan 5 dB mag bedragen en de maximale grenswaarde niet overschreden wordt. Als de geluidbelasting voor de reconstructie minder dan 48 dB bedraagt wordt de waarde ten opzichte van 48 dB vergeleken. Uitgangspunten Als uitgangspunt voor het laatst uitgevoerde geluidsonderzoek van mei 2021 zijn de verkeersintensiteiten en het verkeersontwerp uit het onderzoek van Goudappel Coffeng uit 2021 (Bijlage 16) genomen. In het verkeersmodel is een verkeersintensiteit van 4680 motorvoertuigen per etmaal berekend. Voor het geluidsmodel is dit omgerekend naar een weekdaggemiddelde (=verkeersmodelcijfers * 0,95). Hieronder gaan we alleen in op de resultaten en bevindingen van het laatst uitgevoerde onderzoek van mei 2021. Bevindingen voor de woningen Met het nieuwe ontwerp voor de projectvariant 2030 én de nieuwe verkeersprognose is de berekening uitgevoerd en vergeleken met de resultaten voor de huidige situatie 2015 en autonome ontwikkeling 2030 (als de gemeente niets zou doen). Daarnaast zijn ook de resultaten opgenomen voor het nieuwe

Verkeersstructuur Diemen Zuid

30

ontwerp van de projectvariant 2030 met de oude verkeersgegevens. Aanvullend worden de resultaten gepresenteerd van de projectvariant 2030 met het oude ontwerp én de oude verkeersgegevens. Dit garandeert dat transparant de wijzigingen kunnen worden gezien van het introduceren van het nieuwe ontwerp ten opzichte van het oude ontwerp en de gevolgen van de herziening van de verkeersprognose voor de projectvariant 2030 met de opengestelde busbaan. De resultaten voor de betrokken eerstelijns woningen worden beoordeeld in vier deelgebieden (zoals aangegeven in figuur 5-6). De deelgebieden zijn het invloedsgebied van : 1. 2. 3. 4.

de busbaan, deelgebied 1 busbaan genoemd; de Boven Rijkersloot westzijde, afgekort tot deelgebied 2 BRS west; de Boven Rijkersloot oostzijde nabij de Diemerdreef, afgekort tot deelgebied 3 BRS oost 3 de Boven Rijkersloot oostzijde, afgekort tot deelgebied 4 BRS oost 4;

In de deelgebieden is de maatgevende bron aangegeven in de onderstaande tabel 5-4. Let op: geheel Diemen-Zuid betreft niet alleen de woningen per deelgebied, maar hierin zijn ook de achterliggende woningen in ieder deelgebied meegenomen en het gebied noordwestelijk van de busbaan. De optelsom van de betrokken eerstelijns woningen in deelgebied 1, 2, 3 en 4 komt op 1.419 en dit is circa 50% van de 2.730 aanwezige woningen in geheel Diemen-Zuid.

Deelgebied

Naam

Aantal betrokken Maatgevende bron woningen 311 Busbaan

1

Busbaan

2

Boven 622 Rijkersloot West

3

Boven 50 Rijkersloot Oost (tussen busbaan en Diemerdreef) 4 Boven 435 Rijkersloot Oost (tussen Beukenhorst en Busbaan) Geheel Diemen 2.730 zuid

Boven Rijkersloot

Boven Rijkersloot doorlopend in Diemerdreef en Bergwijkdreef Boven Rijkersloot

Alle deelgebieden

Cumulatie van geluid alle wegverkeerslawaai bronnen alle wegverkeerslawaai bronnen alle wegverkeerslawaai bronnen alle wegverkeerslawaai bronnen

alle wegverkeerslawaai bronnen

Tabel 5-3: Deelgebieden wegvakken De ligging van de gebieden uit tabel 5-4 is in de onderstaande figuur op een kaart weergegeven.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

31

Figuur 5-6: Ligging deelgebieden. Resultaten Naar aanleiding van de oplevering van het huidige ontwerp zijn de berekeningen uit het onderzoek in Bijlage 3 opnieuw gedaan. Deze herberekening is uitgevoerd voor alle woningen in Diemen zuid (2.730 woningen). Per deelgebied is in een tabel weergegeven wat de aantallen woningen zijn met geluidsbelasting voor: - Huidige situatie (2015 en 2019) - Autonome ontwikkeling (wat er gebeurt als er geen reconstructie plaatsvind) - Nieuwe, huidige ontwerp - Oude ontwerp

Deelgebied 1: Busbaan

Verkeersstructuur Diemen Zuid

32

Tabel 5-4: Overzicht geluidbelastingen deelgebied 1

Het aantal woningen in de projectvariant 2030 in deelgebied 1 (rondom de busbaan) met een geluidbelasting Lden ten gevolge van de voor alle verkeer opengestelde busbaan van meer dan 48 dB in het nieuwe ontwerp afneemt ten opzichte van het oude ontwerp. Het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 49 en 53 dB neemt ten gevolge van het nieuwe ontwerp af van 62 naar 41 woningen. Met de nieuwe intensiteiten moet echter worden geconcludeerd dat het aantal woningen in de geluidbelastingsklasse tussen 49 en 53 dB toeneemt tot 119 woningen: hiervan zijn een groot aantal (van 78) woningen die door de effectieve toename van 1 dB vanwege de nieuwe verkeersgegevens net van de geluidbelastingsklasse 44 tot en met 48 dB verschuiven naar de klasse tussen 49 en 53 dB; ;

Deelgebied 2: langs de Boven Rijkersloot west

Tabel 5-5: Overzicht geluidsbelastingen deelgebied 2 Het aantal woningen in de projectvariant 2030 in deelgebied 2 (rondom de Boven Rijkersloot West) met een geluidbelasting ten gevolge van de Boven Rijkersloot West tussen 49 en 56 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 170 naar 89 woningen af. Dit aantal is lager dan het aantal woningen in de huidige situatie 2015 van 132 dat een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB ondervindt. Door de nieuwe verkeersgegevens gaat een deel van de winst verloren, maar blijft de geluidbelasting gemiddeld op het niveau van de huidige situatie 2015 en de autonome ontwikkeling 2030;

Deelgebied 3: Boven Rijkersloot Oost - tussen Busbaan en Diemerdreef

Verkeersstructuur Diemen Zuid

33

Tabel 5-6: Overzicht geluidsbelastingen deelgebied 3 Het aantal woningen in de projectvariant 2030 in deelgebied 3 (rondom de Boven Rijkersloot Oost) met een geluidbelasting ten gevolge van de Boven Rijkersloot Oost tussen 49 en 56 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 47 naar 44 woningen af. De geluidbelasting neemt in het nieuwe ontwerp effectief met 1 dB naar 55 dB af. De geluidbelasting in het nieuwe ontwerp is lager dan in de huidige situatie 2015 waar de woningen een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB ondervinden. Door de nieuwe intensiteiten neemt de geluidbelasting effectief weer iets toe, maar is nog steeds significant beter dan in de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en het oude ontwerp; Deelgebied 4: Boven Rijkersloot Oost- tussen Busbaan en Beukenhorst

Tabel 5-7: Overzicht geluidsbelastingen in deelgebied 4 Het aantal woningen in de projectvariant 2030 in deelgebied 4 (rondom de Boven Rijkersloot Oost) met een geluidbelasting ten gevolge de Boven Rijkersloot Oost tussen 49 en 56 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 187 naar 175 woningen af. Dit aantal is lager dan het aantal woningen in de huidige situatie 2015 van 302 dat een geluidbelasting tussen 49 en 59 dB ondervindt. De geluidbelasting neemt zeker met 2 dB af. Door de nieuwe verkeersintensiteiten wordt een verdere afname van het aantal woningen in de geluidbelastingsklassen van 49 tot en met 58 dB geconstateerd. Alle betrokken woningen Diemen zuid In deelgebieden 1, 2, 3 en 4 zijn in totaal 1.419 woningen van de aanwezige 2.730 woningen in Diemen-Zuid betrokken in het onderzoek. Om voor geheel Diemen-Zuid de effecten in beeld te brengen zijn in de onderstaande tabel alle 2.730 woningen betrokken.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

34

Tabel 5-8: Overzicht geluidsbelastingen in alle betrokken woningen in Diemen zuid. Uit de samenvatting van tabel 5-8 voor alle woningen gelegen in Diemen-Zuid blijkt dat: Het aantal woningen in de projectvariant 2030 langs de voor alle verkeer opengestelde busbaan met een geluidbelasting Lden van meer dan 48 dB in het nieuwe ontwerp afneemt ten opzichte van het oude ontwerp. Het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB neemt af van 71 naar 50 woningen. Door de nieuwe verkeersintensiteiten neemt de geluidbelasting effectief met 1 dB toe, waardoor woningen van de geluidbelastingsklasse van 44 tot en met 48 verschuiven naar de klasse van 49 tot en met 53 dB. Het aantal woningen met een geluidbelasting van meer dan 48 dB neemt toe to 130; Het aantal woningen in de projectvariant 2030 langs de Boven Rijkersloot West met een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 179 naar 91 woningen af. Door de nieuwe verkeersgegevens neemt dit weer toe tot 125 woningen. Dit aantal is echter wel lager dan het aantal woningen in de huidige situatie 2015 van 136 dat een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB ondervindt; Het aantal woningen in de projectvariant 2030 langs de Boven Rijkersloot Oost met een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 295 naar 274 woningen af.

Door de nieuwe verkeersgegevens neemt het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 49 en 57 dB af tot 243. Dit aantal is lager dan het aantal woningen in de huidige situatie 2015 van 393 dat een geluidbelasting tussen 49 en 59 dB ondervindt. De geluidbelasting neemt zeker met 2 dB af; De cumulatie van geluid in het nieuwe ontwerp van de projectvariant 2030 is vergelijkbaar met het oude ontwerp (het neemt een klein beetje af). Door de nieuwe verkeersgegevens verandert dit niet wezenlijk. Het aantal woningen tussen 49 en maximaal 68 dB (één woning) blijft nagenoeg gelijk.

Bevindingen In het akoestisch onderzoek met het oude ontwerp voor de projectvariant 2030 is het aantal woningen in beschouwing genomen dat in de geest van de Wet geluidhinder een toename ondervindt ten opzichte van de huidige situatie 2015. Hierbij geldt als ondergrens een geluidbelasting van 48 dB; een toename tot 48 dB is sowieso toegestaan en als er een toename in de projectvariant 2030 wordt geconstateerd, dan wordt de toename ten opzichte van 48 dB genomen.

Tabel 5-9: Samenvatting van de rekenresultaten In de bovenstaande tabel 5-9 wordt een samenvatting gegeven van de rekenresultaten als het nieuwe (met de nieuwe en de oude verkeersgegevens) en het oude ontwerp getoetst worden op een eventuele toename ten opzichte van de huidige situatie.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

35

De volgende zaken kunnen geconcludeerd worden bij het vergelijken van het nieuwe ontwerp ten opzichte van het oude ontwerp voor de projectvariant 2030 waarbij door de herziene verkeersgegevens: Het aantal woningen in de projectvariant 2030 langs de voor alle verkeer opengestelde busbaan met een geluidbelasting Lden van meer dan 48 dB in het nieuwe ontwerp afneemt ten opzichte van het oude ontwerp. Het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB neemt af van 71 naar 50 woningen. Door de nieuwe verkeersintensiteiten neemt de geluidbelasting effectief met 1 dB toe, waardoor woningen van de geluidbelastingsklasse van 44 tot en met 48 verschuiven naar de klasse van 49 tot en met 53 dB. Het aantal woningen met een geluidbelasting van meer dan 48 dB neemt toe naar 130; Het aantal woningen in de projectvariant 2030 langs de Boven Rijkersloot West met een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 179 naar 91 woningen af. Door de nieuwe verkeersgegevens neemt dit weer toe tot 125 woningen. Dit aantal is echter wel lager dan het aantal woningen in de huidige situatie 2015 van 136 dat een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB ondervindt; Het aantal woningen in de projectvariant 2030 langs de Boven Rijkersloot Oost met een geluidbelasting tussen 49 en 58 dB neemt in het nieuwe ontwerp van 295 naar 274 woningen af.

Door de nieuwe verkeersgegevens neemt het aantal woningen met een geluidbelasting tussen 49 en 57 dB af tot 243. Dit aantal is lager dan het aantal woningen in de huidige situatie 2015 van 393 dat een geluidbelasting tussen 49 en 59 dB ondervindt. De geluidbelasting neemt zeker met 2 dB af; De cumulatie van geluid in het nieuwe ontwerp van de projectvariant 2030 is vergelijkbaar met het oude ontwerp (het neemt een klein beetje af). Door de nieuwe verkeersgegevens verandert dit niet wezenlijk. Het aantal woningen tussen 49 en maximaal 68 dB (één woning) blijft nagenoeg gelijk. Conclusie van bevindingen Het uitvoeren van het nieuwe ontwerp van de projectvariant 2030 heeft een positief gevolg voor het aantal woningen met een reconstructie-effect en de hoogte van de geluidbelasting. Door het herzien van de verkeersgegevens neemt met het nieuwe ontwerp wel de te verwachten geluidbelasting met 1 dB toe. Hierdoor stijgt het aantal woningen dat een toename ondervindt tot meer dan 48 dB. Voor de woningen in de omgeving van de voor alle verkeer opengestelde busbaan neemt hiermee effectief de geluidhinder toe ten opzichte van het oude ontwerp én het nieuwe ontwerp met de oude verkeersgegevens.

Bijzondere bestemmingen In de directe nabijheid van het gebied waarin de reconstructie van de Boven Rijkersloot en busbaan plaatsvindt, zijn drie bijzondere geluidgevoelige bestemmingen gelegen, namelijk: basisschool De Ark; basisschool Het Atelier; het gezondheidscentrum. Basisschool De Ark Bij de basisschool De Ark neemt door de openstelling van de busbaan de geluidbelasting wel toe met circa 2 dB, maar vanwege de grotere afstand blijft de geluidbelasting ver beneden 48 dB. Voor de Boven Rijkersloot wegdelen Oost en West wordt geconstateerd dat de ondervonden geluidbelasting ruimschoots voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de Boven Rijkersloot West blijft ongeveer gelijk en neemt met circa 3 dB af op de Boven Rijkersloot Oost. Voor de cumulatie van geluid ten gevolge van alle wegverkeer wordt geconstateerd dat de geluidbelasting ondanks alle toe- en afnamen maximaal 53 blijft. Basisschool Het Atelier Bij de basisschool het Atelier neemt door de openstelling van de busbaan de geluidbelasting wel toe met circa 3 dB, maar vanwege de grotere afstand blijft de geluidbelasting ver beneden 48 dB. Voor de Boven Rijkersloot wegdelen Oost en West wordt geconstateerd dat de ondervonden geluidbelasting ruimschoots voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB.

De geluidbelasting ten gevolge van de Boven Rijkersloot West neemt toe met circa 2 tot 3 dB en neemt met circa 1 dB af op de Boven Rijkersloot Oost. Bij de cumulatie van geluid vanwege alle wegverkeer blijft de geluidbelasting gelijk of neemt licht af. De hoogste waarde van 49 dB in de huidige situatie neemt af tot de voorkeurswaarde van 48 dB. Het gezondheidscentrum Bij het gezondheidscentrum neemt door de openstelling van de busbaan de geluidbelasting toe van 48 dB tot maximaal 50 dB. Voor de Boven Rijkersloot wegdelen Oost en West wordt geconstateerd dat de

Verkeersstructuur Diemen Zuid

36

ondervonden geluidbelasting voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De cumulatieve geluidbelasting neemt door het openstellen van de busbaan voor alle verkeer toe van 53 dB tot 56 dB. De kanttekening hierbij is dat de cumulatieve geluidbelasting wordt vastgesteld zonder het toepassen van een aftrek van 2 tot 5 dB ex artikel 110g Wgh vanwege het stiller worden van het wegverkeer. De geluidbelasting op het gezondheidscentrum zal door de opstelling van de busbaan toenemen tot maximaal 50 dB, maar blijft ruim binnen de maximale grenswaarde van 63 dB voor de Wet geluidhinder. De cumulatieve geluidbelasting was al meer dan 48 dB en zal toenemen tot 56 dB. De toename van de geluidbelasting door de opstelling van de busbaan en in veel mindere mate door de reconstructie van de Boven Rijkersloot blijft beperkt tot maximaal 3 dB en blijft hiermee ruim binnen de maximaal toegestane waarde van 5 dB voor een reconstructie volgens de Wet geluidhinder. Mogelijke maatregelen In de aanvullende notitie (Bijlage 5) zijn de maatregelen om de toename van geluidsbelasting tegen te gaan nader toegelicht. Voor het afwegen van maatregelen wordt deze volgorde gehanteerd: 1. Bronmaatregelen (stiller wegdek) 2. Overdachtsmaatregelen (geluidsschermen- of wallen) 3.

Maatregelen aan de gevel Bij de afweging van de maatregelen is het niet alleen van belang of het technisch mogelijk is om de dergelijke maatregelen te treffen, maar ook het kostenaspect is van belang. Daarnaast moeten de maatregelen ook nog stedenbouwkundig, verkeerskundig, vervoerskundig en/of landschappelijk goed in te passen zijn. Als maatregelen niet mogelijk zijn of stuiten op bezwaren moet een hogere grenswaarde voor de ten hoogste toelaatbare toekomstige geluidbelasting worden vastgesteld. Wat houdt het vaststellen hogere grenswaarde in? (art. 110a Wgh) Een hogere waarde dan de voorkeurswaarde kan worden vastgesteld in gevallen waarin de toepassing van maatregelen (bron- en overdrachtsmaatregelen) onvoldoende doeltreffend is, of waarin deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten. Bij bezwaren van financiële aard moet er sprake zijn van bovenmatige kosten, alsmede het ontbreken van alternatieven (art. 110a, lid 5 Wgh). In het geval dat de betroffen weg een 30 km/u weg is, bestaat er in principe geen wettelijke mogelijkheid om een hogere waarde vast te stellen. Voor Diemen-Zuid is al besloten om de snelheid te verlagen van 50 km/uur naar 30 km/uur. Deze bronmaatregel is daarmee al onderdeel van de voorgenomen aanpassing.

Bij het toepassen van maatregelen voor een 30 km/uur weg moet echter wel zeker zijn dat er echt een noemenswaardig effect is van de maatregelen en niet alleen een zuiver theoretisch effect. Het is daarom verstandig een zorgvuldige afweging te doen tussen de te verwachten akoestische opbrengst en de feitelijke kosten die ook periodiek kunnen terugkomen op de gemeentelijke begroting. Eventuele bronmaatregelen Het is onderzocht wat de effecten zijn van het eventueel toepassen van stil wegdek. Uit de berekeningen volgt een maximale reductie voor de woningen langs de voormalige busbaan van: Steenmastiekasfalt-korrelgrootte 8 (SMA-nl8) : maximaal 0,25 dB; SMA-nl5: maximaal 0,80 dB; SMA-nl8G+ :maximaal 2,16 dB*1. Afgezien van het effect van het toepassen van het stil wegdek bij een lagere snelheid (30 in plaats van 50 km/uur), geldt ook dat er voor de investering in stil asfalt een zeer beperkte reductie van de geluidbelasting optreedt. Het stilste wegdek kan de geluidsbelasting met maximaal 2dB reduceren, echter moet dit soort wegdek eerder vervangen worden. Een stil wegdek gaat over het algemeen 7 tot 10 jaar mee in vergelijking met dichtasfaltbeton dat een levensduur van wel 15 jaar kan hebben. Dit maakt dat deze maatregel veel onderhoudskosten met zich meebrengt.

Eventuele overdachtsmaatregelen Als bronmaatregelen niet mogelijk zijn, of niet voldoende afname veroorzaken, kan een afschermende voorziening worden overwogen. In de binnenstedelijke situatie van Diemen-Zuid is het onwenselijk - in het kader van de sociale veiligheid en vanwege landschappelijke beperkingen bij de inpassing in de openbare ruimte - om een afschermende voorziening tussen de woningen en de wegen te plaatsen. Het plaatsen van geluidschermen wordt daarom niet als een aanvaardbare optie gezien.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

37

Maatregelen aan de gevel Het borgen van een binnenwaarde van 33 dB bij een woning is een wettelijke verplichting als blijkt dat voor de weg die gereconstrueerd wordt een wettelijk reconstructie-effect (volgens de Wet geluidhinder) optreedt. De binnenwaarde moet dan gegarandeerd worden in geval het reconstructie-effect niet met een alternatieve maatregel weggenomen kan worden en er een hogere waarde overeenkomstig de Wet geluidhinder voor de woning is vastgesteld. Langs de voor alle verkeer open te stellen busbaan zijn 51 woningen gelegen die een reconstructie-effect ondervinden van (afgerond) 2 tot 5 dB. In de onderstaande figuur is weergegeven hoeveel woningen eventueel onderzocht moeten worden als uitgegaan wordt van een geluidwering van een bepaalde hoeveelheid dB in de bestaande situatie. De ondergrens is een waarde van 20 dB die voor alle woningen overeenkomstig het bouwbesluit moet gelden (ook al ten tijde van de bouw van de woningen (1984 - 1986). De woningen moeten voldoen aan 20 dB.

Figuur 5-7: Vigerende geluidwering van de woningen en eventueel benodigd onderzoek in de situatie van het oude ontwerp, nieuwe ontwerp en het nieuwe ontwerp met de herziene verkeersgegevens. In het geval zou blijken dat de huidige geluidwering van de woningen: 21 dB bedraagt moesten er 39 woningen met het oude ontwerp, 38 met met nieuwe ontwerp en moeten alle woningen met het nieuwe ontwerp én de nieuwe verkeersgegevens worden onderzocht; 22 dB bedraagt moesten er 30 woningen in het oude ontwerp, 27 met het nieuwe ontwerp en 41 woningen met het nieuwe ontwerp én de nieuwe verkeersgegevens worden onderzocht; 23 dB bedraagt moesten er 20 woningen in het oude ontwerp, 19 met het nieuwe ontwerp en 30 woningen met het nieuwe ontwerp én de nieuwe verkeersgegevensworden onderzocht; 24 dB bedraagt moesten er 15 woningen in het oude ontwerp, 12 met het nieuwe ontwerp en 19 woningen met het nieuwe ontwerp én de nieuwe verkeersgegevensworden onderzocht ; 25 dB bedraagt moesten er 4 woningen in het oude ontwerp, 1 met het nieuwe ontwerp en 12 woningen met het nieuwe ontwerp én de nieuwe verkeersgegevens worden onderzocht; 26 dB bedraagt moesten er 2 woningen in het oude ontwerp, geen met het nieuwe ontwerp en 2 woningen met het nieuwe ontwerp én de nieuwe verkeersgegevens worden onderzocht.

Op basis van een reeële inschatting wordt verwacht dat op een enkele uitzondering na een geluidwering van 24 dB voor de woningen in de huidige situatie wordt bereikt. Dit betekent dat er circa 19 woningen onderzocht kunnen worden op de geluidwering van de gevel als wordt beoogd om de binnenwaarde in de woningen te laten voldoen aan een waarde van 33 dB, zoals deze van toepassing is voor nieuwbouwwoningen. Bij saneringswoningen wordt uitgegaan van een waarde van 43 dB, waarbij, als blijkt dat deze binnenwaarde wordt overschreden, de waarde in de woning moet worden teruggebracht naar 38 dB. In dit laatste geval zou echter een bestaande geluidwering van 21 dB al volstaan om deze binnenwaarde te halen. Dit nadere onderzoek en het eventueel treffen van gevelmaatregelen zijn echter niet wettelijk verplicht omdat het hier gaat om 30 km/uur wegen.

Afweging van een goede ruimtelijke ordening

Verkeersstructuur Diemen Zuid

38

In de bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de openstelling van de busbaan zal het Bevoegd Gezag motiveren dat een toekomstige toename per weg ten opzichte van het huidige geluidniveau niet onaanvaardbaar is en het nieuwe geluidbeeld in Diemen -Zuid is aan te merken als "goede ruimtelijke ordening". Als maximale toegestane geluidbelasting is 68 dB als uitgangspunt gehanteerd. Deze waarde is niet expliciet vastgelegd in het hogere waarden beleid van de gemeente Diemen. Het is echter wel een waarde die ook bij andere overheden wordt aangehouden als een "niet onaanvaardbaar" geluidniveau. Door de aanpassing van de weginfrastructuur, inclusief openstelling van de busbaan voor alle verkeer, zal de geluidbelasting op de woningen rondom de voormalige busbaan met maximaal 5 dB toenemen. Daarnaast is in Diemen-Zuid in het algemeen en voor de locatie van de busbaan in het bijzonder sprake van andere bronnen die een geluidbelasting op de woningen veroorzaken. Dit betekent dat de voormalige busbaan niet de enige bron die te horen is, maar dat er meer wegverkeerslawaai bronnen zijn te horen, zoals de Gooiseweg, rijksweg 10-oost en de Boven Rijkersloot. Tezamen produceren deze wegverkeerslawaai bronnen geluid waarvan de busbaan slechts een onderdeel is. Nergens in Diemen zuid komt het gecumuleerde geluidseffect boven de 63 dB uit.

De waarde van 68 dB is afkomstig uit het kader van de Wet geluidhinder en geldt als maximaal toelaatbare waarde voor een binnenstedelijk gelegen weg en woning met een geluidbelasting van van 63 dB. Bij de beoordeling van de gecumuleerde waarde wordt de aftrek van 5 dB (binnenstedelijk gelegen wegen met een rijsnelheid lager dan 70 km/u) conform artikel 110g van de Wet geluidhinder niet toegepast waardoor de maximale toegestane geluidbelasting 63 + 5 = 68 dB zal bedragen. Vanuit het besef dat de wetgever het acceptabel heeft gevonden dat vanwege één individuele binnenstedelijk gelegen weg een geluidbelasting van maximaal 68 dB optreedt, maakt het dat vanwege de samenloop van geluid vanwege meerdere bronnen deze geluidbelasting door veel overheden als maximale toegestane waarde wordt gehanteerd. In het hogere waarden beleid van de gemeente Diemen wordt de maximale (cumulatieve) geluidbelasting niet expliciet vermeld. Echter in eerdere genomen besluiten voor het toestaan van hogere waarden door Burgemeester en Wethouders is de waarde van 68 dB reeds als niet onaanvaardbaar beschouwd. Voor de beoordeling van de maximaal optredende cumulatieve of individuele geluidbelasting (zonder aftrek) vanwege de openstelling van de busbaan wordt hier dan ook bij aangesloten.

Conclusie In opdracht van de gemeente Diemen zijn akoestische onderzoeken verricht om de gevolgen van de voorgenomen reconstructie van de Boven Rijkersloot en openstelling van de busbaan voor alle verkeer in beeld te brengen. Alle woningen gelegen in Diemen-Zuid zullen ondanks de toename van de geluidbelasting niet de grenswaarde van 63 dB of 68 dB overschrijden (afhankelijk van de heersende geluidbelasting) Door de aanwezigheid van de in de nabijheid gelegen rijksweg 10-oost, Gooiseweg, Diemerdreef, Bergwijkdreef, Hartveldseweg en Muiderstraatweg hebben 97% van de woningen in de huidige situatie al een cumulatieve geluidbelasting die meer dan 48 dB bedraagt. Voor 6% van de woningen neemt door de reconstructie de cumulatieve geluidbelasting met meestal 2 dB tot soms 5 dB in een beperkt aantal gevallen toe. Door de openstelling van de busbaan voor alle verkeer en de reconstructie van de Boven Rijkersloot worden geen grenswaarden overschreden en is geen sprake van een grotere toename dan de toegestane 5 dB bij reconstructie in de geest van de Wet geluidhinder. Daarom is, in het kader van geluid, het voorliggend plan juridisch gezien uitvoerbaar en kan vaststelling door de gemeenteraad plaatsvinden. Uit het nieuwe geluidonderzoek blijkt dat bij 51 woningen langs de opengestelde busbaan sprake is van een geluidtoename tussen afgerond 2 en 5 dB.

Door middel van nader onderzoek kan worden vastgesteld of de gevelwering van deze woningen voldoende is voor een binnenwaarde van 33 dB zoals die geldt voor nieuwbouwwoningen (voor saneringswoningen is dit 43 dB). Uitgaande van een geschatte bestaande gevelwering van woningen van maximaal 23 dB kan het onderzoek worden uitgevoerd bij 19 woningen. Dit nadere onderzoek en het eventueel treffen van gevelmaatregelen zijn echter niet wettelijk verplicht omdat het hier gaat om 30 km/uur wegen. Door de openstelling van de busbaan voor alle verkeer en de reconstructie van de Boven Rijkersloot worden geen grenswaarden overschreden en is geen sprake van een grotere toename dan de toegestane 5 dB bij reconstructie in de geest van de Wet geluidhinder.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

39

Daarom is, in het kader van geluid, het voorliggend plan uitvoerbaar.

5.4

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Het aspect luchtkwaliteit wordt bij de besluitvorming van ruimtelijke plannen betrokken. In dat kader wordt een plan of ontwikkeling getoetst aan de voorschriften van Titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Centraal daarbij staat artikel 5.16, eerste lid, van de wet. Daarnaast moet het plan voorzien in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, op grond van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. Het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is altijd van toepassing op ruimtelijke ontwikkelingen, ook wanneer besluiten op grond van artikel 5.16, eerste lid, van de Wm niet beoordeeld hoeven te worden. Tot slot heeft het bevoegd gezag volgens Algemene wet bestuursrecht (Awb) als taak om belangen op een evenwichtige wijze af te wegen (art. 3.4) en besluiten deugdelijk te onderbouwen (art. 3.46).

Luchtkwaliteitseisen Op basis van artikel 5.16 Wm kan een bestemmingsplan worden vastgesteld indien: aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde, die behoort bij de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen of het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ruimtelijk-economische besluiten die "niet in betekenende mate" bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht van stoffen waarvoor bijlage 2 van de Wet milieubeheer een grenswaarde bevat, worden niet langer, zoals voorheen, individueel getoetst aan die grenswaarden.

Als gevolg daarvan kunnen tal van kleinere projecten doorgang vinden, ook in situaties waar nog niet aan de grenswaarden wordt voldaan. De effecten van deze projecten op de luchtkwaliteit worden verdisconteerd in de trendmatige ontwikkeling van de luchtkwaliteit, zoals beschreven in het Nationaal Samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL). Bij besluitvorming is het dus van belang om te bepalen of een initiatief "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate" (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip "niet in betekenende mate" is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Beschouwing Het onderhavige plan omvat de reconstructie van een verkeerstructuur. Een dergelijke ontwikkeling is niet in de lijst uit de Regeling NIBM opgenomen.

Daarom kan hier niet worden volstaan met de aanname dat de ontwikkeling van geringe omvang is en dat de luchtkwaliteit als gevolg hiervan “niet in betekende mate” zal verslechteren. Een nadere motivering is daarom vereist. De gemeente Diemen heeft ingenieursbureau Tauw gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de effecten van de gewijzigde verkeersituatie op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen NO2 (stikstofdioxide) en fijnstof (PM10 en PM2,5).3. Dit onderzoek is in Bijlage 6 van voorliggend bestemmingsplan opgenomen.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

40

De berekeningen zijn uitgevoerd voor de componenten NO2, PM10 en PM2,5 voor de volgende situaties: situatie 2019; autonome situatie 2030; plansituatie 2030. Het modelgebied is gelijk gesteld aan het gebied waarvoor Goudappel in 2018 het onderzoek naar de verkeersstructuur Diemen-Zuid heeft uitgevoerd. De wegen welke in voorliggend luchtkwaliteitsonderzoek zijn meegenomen zijn eveneens gelijk aan de wegen welke in het onderzoek van 2018 zijn meegenomen. Dit zijn alle wegen waarbij in figuur 5-9 cijfers zijn opgenomen, plus een aantal extra wegen en wegdelen. Figuur 4.3 laat alle wegen zien die in het model voor de luchtkwaliteitsberekeningen zijn opgenomen (situatie 2030). Tabel 4.1 geeft de verkeersintensiteiten (motorvoertuigen/etmaal in weekdaggemiddelde) zoals opgenomen in het door Goudappel opgestelde verkeersmodel van eind 2020. De busbaan is locatie 20.

Figuur 5-9: Locaties/punten met in de tabel rechts de verkeersintensiteiten per situatie.

Er zullen geen wijzigingen plaatsvinden in het openbaar vervoer binnen het projectgebied tussen de autonome situatie (busbaan niet opengesteld voor personenauto's) en de plansituatie (busbaan wel opengesteld voor personenauto's). Voor de drie doorgerekende situaties (2019, 2030 autonoom en 2030 plan) zijn de frequenties aangehouden van de huidige dienstregeling. Er zijn twee bussen die door het modelgebied heen rijden: bus 44 en nachtbus 287 van de GVB. Er is in de huidige dienstregeling sprake van 194 bewegingen per dag op doordeweekse dagen, 140 bewegingen op zaterdag en 96 op zon- en feestdagen. Dit maakt gemiddeld 172 busbewegingen per dag. Dit aantal is in het Geomilieu model toegevoegd aan alle wegen waar de bussen rijden (bussen hebben in het rekenmodel eigen emissiefactoren).Er is op basis van de dienstregeling onderscheid gemaakt naar het aantal bewegingen per uur van de dag. Rekenresultaten Afhankelijk van of er sprake is van een toe- of afname is van de verkeersintensiteit in de plansituatie in

Verkeersstructuur Diemen Zuid

41

2030 ten opzichte van de autonome situatie in 2030 neemt ook de bronbijdrage van de luchtverontreinigende stoffen toe of af. De sterkste afname wordt berekend op de Boven Rijkersloot oost (tot - 0,6 µg NO2/m3) en de sterkste toename langs de voormalige busbaan (tot + 1,4 µg NO2/m3). Op basis van de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: De totale concentratie aan luchtverontreinigende stoffen neemt af van 2019 naar 2030 met 30 % tot 35 % voor NO2 en neemt af met 12 % tot 14 % voor fijnstof (PM10 en PM2,5). Dit geldt voor zowel de beschouwde autonome als plansituatie. De afname van de totale concentraties is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan het schoner worden van het verkeer en de industrie richting 2030. De verschillen in totale concentraties tussen de plansituatie en autonome situatie in 2030 zijn in absolute zin zeer beperkt, met maximaal 8 % hogere concentraties in de plansituatie. De concentratieniveaus liggen overal ruim beneden de grenswaarden voor de jaargemiddelde concentraties (40 ìg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 ìg/m3 voor PM2.5) en het aantal overschrijdingsdagen PM10 (35x per jaar); zie verder bijlage 6. Dit geldt zowel voor de situatie in 2019 als voor de autonome en plansituatie in 2030.

De bijdrage aan de concentraties door het lokale wegverkeer neemt in de plansituatie ten opzichte van de autonome situatie toe met maximaal 1,4 ìg NO2/m3, 0,4 ìg PM10/m3 en 0,1 ìg PM2,5/m3 (langs de busbaan). Op andere locaties nemen de concentraties af, met maximaal 0,6 ìg NO2/m3, 0,2 ìg PM10/m3 en 0,05 ìg PM2,5/m3 Het aspect luchtkwalititeit vormt daarom geen belemmering voor het plan. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.

5.5

Externe veiligheid

Wettelijk kader Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die onder het BRZO vallen, LPG-tankstations, opslagplaatsen (PGS), ammoniakkoelinstallaties en spoorwegemplacementen. Het besluit bevat eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en regels voor het groepsrisico (GR). Het verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen hiermee rekening te houden. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) In de regeling staan regels over de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op grond van het Bevi zijn in de Revi voor een aantal bedrijfscategorieën (zoals LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties, opslagplaatsen) vaste veiligheidsafstanden opgenomen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit is vergelijkbaar met het Bevi, maar dan van toepassing op buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Het gaat om buisleidingen voor aardgas met een uitwendige diameter van meer dan 50 mm (1,97 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa (16 bar) en om buisleidingen voor aardolieproducten, met een uitwendige diameter van meer dan 70 mm (2,76 inch) en een druk van meer dan 1600 kPa. Buiten de regels over het plaatsgebonden risico en de verantwoording van het groepsrisico is in het Bevb bepaald dat in een bestemmingsplan de ligging van buisleidingen wordt weergeven en dat een regeling wordt opgenomen voor de belemmeringenstrook. Deze belemmeringenstrook ligt op vijf meter aan weerszijden van de buisleiding of vier meter in geval van aardgasleidingen met een druk tussen 1600 en 4000 kPa. Beschouwing De reconstructie van de hoofdverkeersstructuur en daarmee het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe inrichtingen in het kader van het Bevi of Revi mogelijk. Daarnaast lopen er ook geen buisleidingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen door het plangebied. Tot slot maakt dit bestemmingsplan geen nieuwe kwetsbare objecten mogelijk. Het omgevingsaspect 'Externe veiligheid'

Verkeersstructuur Diemen Zuid

42

hoeft daarom niet nader onderzocht te worden. Conclusie Het bestemmingsplan ondervindt in het kader van Externe Veiligheid geen belemmeringen.

5.6

Bodemkwaliteit

Wettelijk kader/inleiding In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van consoliderend bestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf achterwege blijven, tenzij een redelijk vermoeden moet bestaan van een saneringssituatie. Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Het bouwen is alleen toelaatbaar als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij iedere nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te worden gebracht. De bodemonderzoeken voor eventuele nieuwe (vervangende) bouwactiviteiten mogen niet te oud zijn en moeten een vastgestelde informatiekwaliteit bieden. Indien aan die voorwaarden niet kan worden voldaan, dient aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel, dient vóór aanvang van de bouwwerkzaamheden een bodemsanering te worden uitgevoerd om de bodem wel geschikt te maken, of dient de omgevingsvergunning te worden geweigerd. Beschouwing Om de bodemkwaliteit van het plangebied in kaart te brengen heeft Royal HaskoningDHV een vooronderzoek bodem uitgevoerd. Dit onderzoek is in bijlage 5 van voorliggend bestemmingsplan opgenomen. Voor de regio Amstelland-Meerlanden is een Nota bodembeheer met bijbehorende bodemkwaliteitskaarten opgesteld. De Nota is op 14 maart 2013 herzien. Het plangebied is gelegen in de volgende kwaliteitszones: bodemlaag van 0,0-0,5 m-mv voldoet aan de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur; bodemlaag van 0,5-2,0 m-mv voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur; bodemlaag >2,0 m-mv (diepe ondergrond) voldoet aan de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. In afwijking van bovenstaande geldt het volgende: kruising Busbaan/Polderland/Boven Rijkersloot; bodemlaag van 0,5-2,0 m-mv voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie-heterogene zone; kruising Boven Rijkersloot/Beukenhorst; bodemlaag van 0,5-2,0 m-mv voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie-heterogene zone. De afwijkende zone in de ondergrond is gerelateerd aan de voormalige Diemer laan waarlangs diverse bebouwing aanwezig is geweest (zie ook Figuur 5-7).

Voor grondverzet in of vanuit heterogene zones geldt dat deze grond vooraf dient te worden onderzocht. Op onderstaande figuur is de onderzoekslocatie weergegeven op de bodemkwaliteitskaart.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

43

Figuur 5-7: Globale ligging onderzoekslocatie/plangebied op de bodemkwaliteitskaart. De algemene bodemkwaliteit in het gebied voldoet aan de klasse wonen (licht verhoogde gehalten). In het gebied hebben in het verleden vele sloten gelegen. Met het bouwrijp maken van het gebied zijn deze gedempt met het opgespoten zand. Hetzelfde zand is gebruikt voor het ophogen van het gebied. Hoewel de kwaliteit van het zand niet bekend is, worden de dempingen en ophoging (mede gezien de ligging op de bodemkwaliteitskaart) niet aangemerkt als verdacht. De ondergrond is verdacht voor verontreinigingen gerelateerd aan de voormalige Diemer laan (ophogingen van erven en kleinschalige bedrijfsactiviteiten). Dit gebied is op de bodemkwaliteitskaart ook aangemerkt als een aparte zone. De grond wordt op basis van de beschikbare informatie niet aangemerkt als verdacht voor asbest. Wel is de toegepaste puinfundering onder de wegen verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Bij het opbreken van de bestaande verhardingen en wegfundering moet er wel rekening mee gehouden worden dat de onder de wegen toegepaste puinlaag asbestverdacht is. Als daarin asbest wordt

Verkeersstructuur Diemen Zuid

44

aangetroffen dan is de onderliggende bodem ook verdacht op asbest. Aan de Ouderkerkerlaan 14-16 is een verontreiniging met formaldehyde in het grondwater aanwezig. De verontreiniging is in het verleden niet afgeperkt. De verontreiniging met formaldehyde in het grondwater wordt gerelateerd aan voormalige bedrijfsactiviteiten en is eveneens niet afgeperkt. Het is niet duidelijk of de verontreiniging ook aanwezig is ter plaatse van de Boven Rijkersloot. De locatie ligt ten westen van het sportcomplex, is momenteel niet in gebruik en ingericht voor openbaar groen. Er is een risicobeoordeling uitgevoerd voor formaldehyde. Uit deze beoordeling blijkt dat er geen sprake is van een humaan risico bij de functie werken/industrie/maatschappelijk cultureel. Conclusie De bodem ter plaatse van de beoogde reconstructie is niet verdacht op verontreinigingen. Wel is de toegepaste puinfundering verdacht op asbest, daar moet bij het opbreken rekening mee gehouden worden. De bodemkwaliteit voldoet aan de beoogde functie in voorliggend plan. Daarmee is het voorliggend plan in het kader van bodemkwaliteit uitvoerbaar.

5.7

Water

Wettelijk kader/ inleiding In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen. Nationaal en Europees waterbeleid Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen. In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.

Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en in standhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd. Waterwet Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering'. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels.

Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In de integrale watervergunning gaan zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) op in één aparte watervergunning. Het plangebied, gelegen in de gemeente Diemen, valt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht. Waternet voert namens AGV de waterschapstaken uit, waaronder de adviserende rol in het kader van de watertoets. Daarnaast voert Waternet ook de gemeentelijke watertaken uit, te weten de grondwaterzorgtaak en de rioleringstaak. De Keur 2019 van

Verkeersstructuur Diemen Zuid

45

het waterschap AGV is gericht op het beschermen van de aan- en afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en de bescherming van de ecologische toestand van het watersysteem. In de volgende paragraaf worden de effecten van het voornemen op de waterstructuur en de waterkwaliteit beschreven. Beschouwing In het kader van het bestemmingsplan is het watertoetsproces doorlopen. De watertoets is opgenomen in Bijlage 8 van deze toelichting. Hieronder zijn de belangrijkste waterhuishoudkundige elementen beschreven. Grondwater Het tracé bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van grondwater stelt zich tot doel om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grondgegeven bestemming in het openbaar gemeentelijk gebied zo veel mogelijk te beperken. Om grondwaterproblemen te voorkomen zal nieuwe wegverharding moeten voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van ontwatering. Waternet stelt een hiervoor een eis van mv – 0,9 m ten opzichte van de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Gegevens over de grondwaterstanden in de gemeente Diemen zijn te raadplegen via het DINOloket. Het overgrote deel van het beoogde tracé en de daarbij behorende verharding bestaat reeds in de huidige situatie. De ontwikkeling is niet van invloed op het heersende grondwaterregime.

Oppervlaktewater Ten noorden van het plangebied bevindt zich de Weespertrekvaart, een boezemwater welke een verbinding vormt tussen de Amstel en de Vecht. Het plangebied wordt doorkruist door meerdere primaire watergangen welke onderdeel uitmaken van het watersysteem van de Venserpolder. Het oppervlaktewatersysteem blijft in zijn geheel gehandhaafd, er is geen effect op dit thema. Bij de herinrichting van het gebied dient men in het ontwerp rekening te houden met het beheer en onderhoud van de aan het plangebied grenzende watergangen. De toegankelijkheid en ontsluiting van onderhoudsroutes en -paden dient gewaarborgd te worden. Keringen Aan de oostelijke grens van het plangebied een primaire waterkering voor de Weespertrekvaart. De bescherming van deze waterkering is middels de regels in het bestemmingsplan gewaarborgd. De beschermingszones van de kering vallen buiten de begrenzing van het bestemmingsplan, er is geen effect op dit thema. Bij werkzaamheden in, op en in de buurt van deze kering moet worden voldaan aan de voorwaarden die terug zijn te vinden in het beleid van de Keur van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Waterkwaliteit De waterkwaliteit mag niet achteruitgaan door de beoogde ontwikkeling. Wens van het Waterschap is om maatregelen te treffen die bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit.

Bij het beplantingsplan van de herinrichting dient men rekening te houden met bladval. Bomen moeten op voldoende afstand van oppervlaktewater geplaatst worden, zodat directe bladval op het water zo veel mogelijk wordt voorkomen. Hiermee zal de afgifte van nutriënten aan het water, alsook de vorming van baggerspecie worden beperkt. Waterkwantiteit Met het uitgewerkte ontwerp is er sprake van een afname van verhard oppervlak, zie onderstaande tabel.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

46

Er is in de berekening van de toename van verharding een onderscheid gemaakt in gesloten verharding: asfalt, en open verharding: tegels. Dit onderscheid is gemaakt vanwege de verschillende waterdoorlatende profielen van beide verhardingssoorten. Desalniettemin is er een afname van het verhard oppervlak. Dit is een verbetering van de bestaande situatie. Want, hoe minder verharding er is, hoe beter het waterbergend vermogen van de bodem in het gebied. Hemelwater De omgang met hemelwater vindt plaats conform de trits vasthouden, bergen, afvoeren. Hemelwater wordt gescheiden gehouden van afvalwaterstromen. De hemelwaterafvoer wordt ontworpen op een hydraulische afvoercapaciteit van bui 09, conform vGRP. Klimaatadaptatie Conform het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP 2019-2023) moet de invulling en uitwerking van het bestemmingsplan klimaatadaptief zijn. Hiervoor dienen bij de herinrichting maatregelen getroffen te worden in lijn met hoofdstuk 3.3.3 van het vGRP. Deze maatregelen zijn onderverdeeld in 'kansrijke, aanvullende en meewerkende maatregelen' en dragen integraal bij aan het tegengaan van wateroverlast, hittestress en eventuele droogte Onderstaand figuur toont de klimaatatlas van het Amstel-, Gooi- en Vechtgebied. Hierin is de berekende waterdiepte op het maaiveld bij een bui van 120 mm in een uur weergeven.

Binnen het plangebied zijn geen grote structurele knelpunten aanwezig. Wel zijn twee aandachtsgebieden uitgelicht, waarin grotere waterdiepten zijn berekend. Bij de inrichting van de weg en de hemelwaterafvoer dient rekening gehouden te worden met het ontlasten deze aandachtsgebieden. Hierbij zijn de eerder benoemde maatregelen (vGRP, hfst. 3.3.3) van toepassing.

Figuur 5-8: Kruising busbaan- Boven Rijkersloot (links) en Boven Rijkersloot t.h.v. Sportcentrum FB Duran (rechts). Hittestress wordt bestreden door de aanplant van groenvoorzieningen en bomen. Deze voorzieningen hebben doorgaans te lijden onder het uitzakken van de grondwaterstand tijdens (extreme) droogte. De gemeente Diemen past drainage infiltratie transport (DIT) riolering toe om het uitzakken van de grondwaterstand te voorkomen. Deze riolering staat in directe verbinding met het oppervlaktewater. Door het voorkomen van lage grondwaterstanden gedurende een droge periode wordt de droogtestress voor groenvoorzieningen zo veel mogelijk beperkt. Figuur 5-9 toont een temperatuurmeting (remote sensing) tijdens een warme dag. Oranje en rood duidden op relatief warmere gebieden, en groen en blauw op relatief koelere gebieden. Uit de figuur valt op te maken dat het tracé relatief koel is. Dit is het gevolg van de groene inrichting langs het tracé. Deze eigenschap moet behouden blijven. Bij het herinrichten van de boomstructuur moet de plaats van de bomen zodanig worden gekozen dat zij op het warmste deel van de dag hun schaduw werpen over de langzaamverkeersroute (fietsers en voetgangers).

Verkeersstructuur Diemen Zuid

47

Figuur 5-9: temperatuurmeting plangebied tijdens een warme dag.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan uit oogpunt van een goede waterhuishouding aanvaardbaar en uitvoerbaar is.

5.8

Ecologie

Wettelijk kader en gemeentelijk beleid De bescherming van natuur is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soorten- en gebiedsbescherming is in Nederland geregeld in Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb), die op 1 januari 2017 in werking is getreden en voor wat betreft het aspect Natura 2000-gebieden de Natuurbeschermingswet 1998 vervangt. Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Europese Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn zijn aangewezen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. Daarbij zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor natuurlijke habitats en/of soorten. Dit kunnen behoudsdoelstellingen zijn voor habitats en leefgebieden van soorten die zich al op het gewenste niveau (kwalitatief en kwantitatief) bevinden of uitbreidings- respectievelijk verbeterdoelstellingen voor habitats en leefgebieden van soorten die zich nog niet op het gewenste niveau bevinden.

Instandhoudingsdoelstellingen De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingsdoelstellingen beschrijven voor de (in ontwerp) aangewezen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en vogelrichtlijnsoorten in het gebied of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is, of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Projecten of handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden en bijbehorende instandhoudingsdoelen zijn conform artikel 2.7 van de Wnb in beginsel niet toegestaan.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

48

De gemeente Diemen heeft de beschikking over Groenplan (2011). Dit Groenplan is in 2018 geupdatet. Deze plannen zijn vooral gericht op gebruikswaarde en de esthetische waarde van het stedelijk groen. Bij besluitvorming vormt dit een van de afwegingskaders voor ecologie. Beschouwing Om de gevolgen van het plan in het kader van de Wet natuurbescherming in kaart te brengen heeft Royal HaskoningDHV een ecologische quickscan uitgevoerd, zie Bijlage 9. Figuur 5-10 laat het onderzochte gebied zien. De rode sterren geven de mogelijk te kappen bomen weer. Dit is nog niet geheel zeker omdat dit pas in een later stadium wordt vastgesteld. Het plangebied bevindt zich geheel in een stedelijke omgeving met hier en daar wat groen.

Figuur 5-10: Onderzochte gebied in ecologische quickscan. Ingrepen De ingrepen die in hoofdstuk 4 zijn omschreven hebben tot gevolg dat een deel van de aangrenzende berm, bestaande uit Struweel, bodembedekkers en gras worden aangetast of verwijderd. Tevens worden twee bomen langs het noordelijk deel van de huidige busbaan gekapt. Als laatste zullen in het zuiden van het plangebied werkzaamheden plaatsvinden aan het fietspad. Hiervoor worden mogelijk de twee meelbessen langs het pad gekapt. Bomen die niet expliciet in deze natuurtoets benoemd zijn, maar die wel gekapt worden naar aanleiding van de vaststelling van het inrichtingsplan moeten nader onderzocht worden op de aanwezigheid van boomholten en/ of nesten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Figuur 5-11 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Zoals af te leiden uit de figuur maakt het plangebied geen deel uit van het NNN. Er is daarom geen sprake van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden die onder het NNN vallen. Er is geen sprake van compensatieplicht.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

49

Figuur 5-11: Ligging plangebied ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ecologische verbindingszones Het plangebied heeft een lage score op de gemeentelijke natuurwaarde-schaal (zie Figuur 5-12). De delen met een hoge natuurwaarde en natuurlijkheid liggen meer in het buitengebied van de gemeente, zoals het Diemerbos, de Diemer Vijfhoek en de Eerste en Tweede Diem.

Figuur 5-12: Natuurwaarden van gemeente Diemen, plangebied is groen omcirkeld. Het plangebied grenst echter wel aan de Ecologische structuur (donkergroen) van de gemeente Amsterdam. Figuur 5-13 laat zien dat het spoor langs station Diemen Zuid een corridor is volgens het

Verkeersstructuur Diemen Zuid

50

gemeentelijk beleid. Het spoor vormt een verbinding tussen de verschillende groengebieden van Amsterdam en Diemen. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen invloed op de functionaliteit van deze corridor, omdat er geen sprake is van ruimtebeslag of andere vormen van verstoring zoals optische verstoring en lichtverstoring. Figuur 5-13 toont de ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van de Hoofdgroenstructuur van de gemeente Diemen. Te zien is dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur als “groene corridor” (weergegeven als donkergroene lijn). Met de Hoofdgroenstructuur wordt bestaande natuur optimaal verbonden via “buurtgroen”. De Hoofdgroenstructuur bestaat uit de structuur van groenstroken en waterlopen binnen de bebouwde kom, inclusief de gemeentelijke hoofdbomenstructuur (Natuurbeleidsplan Diemen, 2009).

Figuur 5-13 Groenstructuur Diemen (bron: Groenplan Diemen 2018) Ook maakt het plan deel uit van de Hoofdbomenstructuur, zie figuur 5-14.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

51

Figuur 5-14: Hoofdbomenstructuur Diemen (bron: Groenplan Diemen 2018). De mogelijk te kappen bomen vormen geen lijnvormig element, waardoor ze geen belangrijke corridor vormen voor vleermuizen. Daarnaast hebben platanen maar weinig waarde als voedselboom voor inheemse insecten of vogels. Wel kunnen ze dienen als verblijfplaats voor vleermuizen of nest locatie voor broedvogels. Een soort als meelbes kan in de zomer wel dienen als voedselboom voor broedvogels. De waarde van de meelbes in de ecologische corridor kan behouden blijven door deze elders terug te planten. Daarnaast kan in het nieuwe ontwerp ecologische meerwaarde gecreëerd worden door een heterogene inheemse boombeplanting terug te planten. Door beplanting te kiezen die op afwisselende momenten in het jaar bloeit kan over een langer periode voedselaanbod gecreëerd worden voor onder andere inheemse insecten en voor broedvogels. Vanwege de lage natuurwaarde van het plangebied en de afstand tot belangrijke groenstructuren, zijn negatieve effecten op deze structuren uitgesloten. Er wordt daarnaast geen afbreuk gedaan aan de huidige functie van de “ecologische corridor” en de doelstellingen van het gemeentelijk beleid. Beschermde soorten In onderstaande tabel is weergegeven welke beschermde soorten er mogelijk voorkomen in het plangebied.

Daarnaast is weergegeven welke functie het plangebied mogelijk heeft voor deze soorten en tot welke beschermingscategorie ze behoren.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

52

Tabel 5-8: Overzicht van mogelijk voorkomende soorten in het plangebied. Vleermuizen In het plangebied zijn mogelijk verblijfplaatsen van verschillende soorten boombewonende vleermuizen aanwezig. Er is nader onderzoek gedaan naar deze verblijfsplaatsen in de mogelijk te kappen bomen in het plangebied. Dit onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 10. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen zijn uit te sluiten binnen het plangebied, maar dat geldt niet voor de directe omgeving van het plangebied. Daarnaast zijn er lijnvormige elementen aanwezig binnen het plangebied welke een potentiële functie hebben als vliegroute voor vleermuizen. Als laatst vormt het plangebied marginaal foerageergebied voor vleermuizen. Door het kappen van de bomen en verwijderen van groen gaat er mogelijk foerageergebied verloren. Omdat het plangebied van beperkte waarde is als foerageergebied en er alternatieve gelijkwaardige en grotendeels hoogwaardigere plekken in de buurt zijn, is de eventuele verstoring geen aantasting van de functionaliteit van foerageergebied. Een overtreding van de verbodsbepaling van de Wnb is daarom uitgesloten. In en in de omgeving van het plangebied zijn potentiele vliegroutes aanwezig. Door het kappen van de enkele bomen wordt echter geen lijnvormig element aangetast of onderbroken. Een overtreding van de verbodsbepaling van de Wnb is daarom uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=2a45de77-fef3-4bc4-9c5c-77632eabb22e