Verkeersstructuur Diemen Zuid_vastgesteld_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Verkeersstructuur Diemen Zuid Vastgesteld NL.IMRO.0384.BPVerkeerZuid-VG01 Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling 08-07-2021
Documenttitel: Bestemmingsplan Verkeersstructuur Diemen Zuid Toelichting Status: Vastgesteld Datum: 08-07-2021 Projectnaam: HVS Diemen Projectnummer: BG8415 Opdrachtgever: Gemeente Diemen Referentie: Auteur(s): Sanne Groot Collegiale toets: Jan-Willem Geuke Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: Datum/paraaf vrijgave:
Verkeersstructuur Diemen Zuid
Verkeersstructuur Diemen Zuid
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1 1.2 1.3 1.4
7 7 8 9
Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerende plannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
11
2.1 2.2
11 11
Bestaande situatie Ruimtelijke structuur
Hoofdstuk 3 Beleidskader
13
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
13 14 16 16
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving
19
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten
23
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
23 26 29 40 42 43 45 48 55 57 60
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) Verkeer Geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bodemkwaliteit Water Ecologie Stikstofdepositie Archeologie en cultuurhistorie Privacy
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet
61
6.1 6.2
61 61
Algemeen Toelichting op de regels
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid
63
7.1 7.2
63 63
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bijlagen Bijlage 1
Onderzoek verkeersstructuur Diemen-Zuid 2018
Bijlage 2
Variantenstudie verkeer Diemen-zuid 2017
Bijlage 3
Geluidsonderzoek januari 2020
Bijlage 4
Notitie geluid oktober 2020
Bijlage 5
Aanvullende notitie geluidsonderzoek
Verkeersstructuur Diemen Zuid
2
Bijlage 6
Luchtonderzoek
Bijlage 7
Vooronderzoek Bodem
Bijlage 8
Watertoets
Bijlage 9
Quickscan ecologie
Bijlage 10
Nader onderzoek Vleermuizen
Bijlage 11
Beslisboom Wnb vergunningen stikstof
Bijlage 12
Stikstofdepositieonderzoek
Bijlage 13
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 14
Huidige Verkeersontwerp
Bijlage 15
Reactienota-Inspraakreacties voorontwerp
Bijlage 16
Geactualiseerd verkeersmodel Diemen 2021
Bijlage 17
Geactualiseerd geluidsonderzoek mei 2021
Bijlage 18
Zienswijzennota en nota van wijzigingen
Verkeersstructuur Diemen Zuid
3
Verkeersstructuur Diemen Zuid
4
Toelichting
Verkeersstructuur Diemen Zuid
5
Verkeersstructuur Diemen Zuid
6
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Het doel van dit bestemmingsplan is het mogelijk maken van wijzigingen in de verkeerstructuur in Diemen Zuid. De voornaamste reden hiervoor is de dat de nieuwe woonwijk 'Holland Park' beter aangesloten moet worden op de rest van Diemen voor fietsers, voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer. In de huidige situatie is er een wegverbinding tussen Holland Park en Diemen Centrum via Diemen Zuid. Deze route via de Boven Rijkersloot is minder geschikt als directe verbinding tussen deze gebieden. Er is op de Boven Rijkersloot sprake van gemengd verkeer (zoals fietsers op de rijbaan) en veel erf aansluitingen. Het huidige profiel van de busbaan is daarentegen geschikter als directe verbinding, vanwege de vrije ligging en de aanwezigheid van een vrijliggende fietsstructuur langs deze route. Om de verbinding geschikt te maken voor alle vervoersmodaliteiten is het voornemen om de huidige busbaan aan te passen en open te stellen voor autoverkeer. Daarnaast wordt er een rotonde ter hoogte van de Beukenhorst ingepast om de verkeersveiligheid en de doorstroming te verbeteren. Deze aanpassingen zijn echter niet mogelijk in de vigerende Beheersverordening Zuid. Er is een ontwerp bestemmingsplan Hoofdverkeersstructuur Diemen Zuid opgesteld dat de aanpassing van de hoofdverkeersstructuur mogelijk maakt.
Concreet gaat het om de volgende aanpassingen in de hoofdverkeersstructuur: aanpassing van de Boven Rijkersloot vanaf de Venserbrug via Bomenrijk en achterlangs het zwembad/sportcentrum tot en met de Diemerbrug (van 50 km/u naar 30 km/u); aanpassing van de Boven Rijkersloot tussen de rotonde op de Diemerdreef en de zuidelijke ingang van de busbaan (van 50 km/u naar 30 km/u); aanpassing van de busbaan naar route voor bus- en autoverkeer met een snelheidsregime van 30 km/u; reconstructie van kruising bij Boven Rijkersloot-Beukenhorst tot een rotonde. Voorgeschiedenis In oktober 2016 is door het college van Burgemeester en Wethouders het plan van aanpak vastgesteld voor het onderzoek naar de hoofdverkeersstructuur in Diemen Zuid. Deze is inmiddels deels uitgevoerd waarbij de eerste drie stappen zijn doorlopen (verkeersprognoses, verkeersontwerp en milieuonderzoeken). Op grond van de bevindingen hiervan heeft het college van Burgemeesters en Wethouders op 18 juli 2017 besloten om één variant verder uit te laten werken in een verkeerskundig ontwerp. Dit betreft de variant waarin de busbaan van de Boven Rijkersloot wordt opengesteld voor autoverkeer en het 30 km/uur-gebied wordt uitgebreid in Diemen Zuid. De gemeenteraad en de bewoners zijn onder andere via informatiebijeenkomsten geïnformeerd over de resultaten van deze onderzoeken.
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 19 maart 2019 een besluit genomen over de vervolgaanpak. Deze aanpak loopt langs twee sporen: De start van de procedure voor het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor de hoofdverkeersstructuur. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft van 21 februari tot en met 16 april 2020 ter inzage gelegen. Te starten met het opstellen van een Definitief verkeersontwerp en vervolgens een integraal inrichtingsontwerp van de weg en de directe omgeving en, voor zover nodig, voor de aangrenzende wegvakken (het landschappelijk ontwerp). Hiervoor is een apart projectplan opgesteld. Beide sporen worden zorgvuldig op elkaar afgestemd voor wat betreft de inhoud, planning, communicatie en besluitvorming.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is centraal gelegen in Diemen Zuid. Figuur 1-1 geeft de begrenzing van het plangebied bij benadering weer.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
7
Figuur 1-1 Ligging plangebied bij benadering met rood weergegeven op satellietfoto van Diemen Zuid. De busbaan is oranje gearceerd. Een deel van het plangebied wordt nu gebruikt als busbaan. Dit is bij benadering met oranje arcering op figuur 1-1 weergegeven. Om het verkeer beter te laten doorstromen en de verkeersveiligheid te verbeteren wordt er ter hoogte van de Beukenhorst tevens een rotonde gerealiseerd. Ook ligt er een fietspad en een voetpad langs de busbaan. Deze lopen door tot de geplande rotonde. De reconstructie van de hoofdverkeersstructuur behelst een groter projectgebied (zie Hoofdstuk 4 Planbeschrijving, echter past een groot deel daarvan binnen het bestaande planologische regime. Vandaar dat het plangebied en het projectgebied van elkaar verschillen. Het projectgebied betreft de gehele ontsluitingsstructuur, het plangebied bevindt zich ter hoogte van de busbaan, een deel van de Boven Rijkersloot en de nieuwe rotonde bij de Beukenhorst.
1.3
Vigerende plannen
Het plangebied valt binnen de beheersverordening 'Zuid' (vastgesteld 27 juni 2013) van de gemeente Diemen. De beheersverordening is vooral een middel om een bestaande (planologische) situatie vast te leggen. Een uitsnede van de kaart is weergegeven in figuur 1-2.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
8
Figuur 1-2: Uitsnede kaart 'beheersverordening Zuid (2013)' van de gemeente Diemen. In rood bij benadering de plangrens van dit bestemmingsplan. Binnen de beheersverordening heeft het plangebied ter plaatse van de bestaande weg de bestemming 'Verkeer'. Ter plaatse van de busbaan is er tevens een aanduiding 'busbaan' vastgelegd. Daarmee is de functie van de weg als busbaan planologisch vastgelegd en mag dit stuk weg uitsluitend gebruikt worden voor een doorgaande autobusroute. Het gebruik van dit wegdeel door andere verkeersmodaliteiten is daarom in het vigerend planologisch kader niet toegestaan. Aan beide zijden van de busbaan geldt de bestemming 'Groen'. Ter hoogte van de kruising Boven Rijkersloot-Beukenhorst geldt de bestemming 'Verkeer'. Ten noordwesten van de kruising geldt de bestemming 'Groen' en ten zuidwesten de bestemming 'Gemengd'. De zuid- en noordoost zijde van de kruising wordt begrensd door de bestemming 'Wonen' (buiten kaartbeeld in figuur 1-2). Ook is het kruispunt bestemd met een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1'.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van Europa, het Rijk, de provincie en de gemeente Diemen uiteen gezet. In hoofdstuk 4 wordt de inhoud van het plan omschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de juridische opzet en werking van plankaart en planregels worden toegelicht. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan en, zodra deze er zijn, de resultaten van de inspraak en overleg.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
9
Verkeersstructuur Diemen Zuid
10
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige situatie
Bestaande situatie
Het plangebied is momenteel deels ingericht en in gebruik als busbaan, met aan weerszijden een groenstrook. Aan de westzijde ligt een fietspad (Aalscholverpad) en een voetpad. In figuur 2-1 t/m 2-4 zijn impressies van het plangebied te zien.
Figuur 2-1: Impressie Plangebied bij busbaan.
Figuur 2-2: Impressie busbaan.
Figuur 2-3: Impressie vanaf westzijde kruising Boven Rijkersloot- Beukenhorst.
Figuur 2-4: Impressie vanaf oostzijde kruising Boven Rijkersloot-Beukenhorst.
Langs het plangebied staan rijwoningen, gestapelde woningen, en een sportcentrum.
2.2
Ruimtelijke structuur
Aan de rand van Diemen Zuid zijn verschillende infrastructurele barrières aanwezig die de wijk begrenzen. Het gaat dan om de watergangen Weespertrekvaart, Venserwetering, Molenwetering en de hooggelegen spoorlijn Duivendrecht - Weesp. De randen van de wijk worden voor een groot deel bepaald door de achterkanten van de woningen. Diemen Zuid is op zijn beurt weer samengesteld uit een zevental buurten die elk apart en door een andere architect zijn ontworpen: Beukenhorst, Bomenrijk, Akkerland, Biesbosch, Polderland, Kruidenhof, Schelpenhoek en de Anne Frankwijk. Deze buurten vormen samen een soort 'bloemkoolstructuur' wat kenmerkend is voor uitbreidingswijken uit de jaren '70. Zie figuur 2-5 voor de schematische ligging van deze buurten.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
11
Figuur 2-5: Schematische weergave indeling buurten Diemen Zuid. De buurten maken een besloten indruk met een sterke interne stedenbouwkundige samenhang. De bebouwing bestaat voornamelijk uit eengezinswoningen, met her en der een complex gestapelde woningen. Herhaling van woningtype en vormgeving speelt in de wijken een belangrijke rol. Veelal bestaat een wijk uit een beperkt aantal verschillende woningtypen die in rijen of clusters worden herhaald. Door verdraaiing of verspringing van de woningen binnen een rij of cluster wordt een wisselende stedelijke ruimte gecreëerd. Alleen bij de Venserbrug/Beukenhorst bevindt zich een concentratie hoogbouw. De voorzieningen liggen centraal in de wijk: een winkelcentrum, twee scholen, een buurtcentrum, een gezondheidscentrum en een sportcentrum annex zwembad. Ook zijn er verschillende voorzieningen op het gebied van kinderopvang aanwezig. Het aantal woningtypen is beperkt; door menging van meerdere typen in een bouwblok en gevelverspringingen ontstaat toch een redelijk afwisselend beeld. Centraal in de wijk (langs het plangebied) staat een complex gestapelde woningen. Verkeersstructuur De wijk Diemen Zuid wordt vanuit de omgeving ontsloten via de Diemerdreef, twee bruggen over de Weespertrekvaart en de Weesperstraat/P.J. ter Beekstraat, Voor het langzaam verkeer is er nog een extra verbinding aan de oostzijde via het Zwanenpad.
De buurt Biesbosch heeft zijn hoofdontsluiting op de Van der Madeweg. De Diemerdreef en het Aalscholverpad vormen de onderlinge verbinding tussen de twee wijken, respectievelijk voor auto's en langzaam verkeer. Deze kruisen daarbij de geheel verhoogde Gooiseweg die bestemd is voor doorgaand (snel)verkeer en bestaat uit 4-6 rijstroken. Binnen de woonwijk Diemen Zuid wordt de wegenstructuur gekenmerkt door de Boven Rijkersloot die met een slinger door het gebied loopt en daarbij een aantal deelgebieden aan elkaar schakelt en ontsluit. De slingerende vormgeving hiervan is speciaal ontwikkeld om verkeer zonder herkomst of bestemming in Diemen Zuid te ontmoedigen. Voor fietsers is er een netwerk vrijliggende fietspaden. Die fietspaden maken ook deel uit van het netwerk fiets van de Vervoerregio Amsterdam. Voor het openbaar vervoer is er een rechtstreekse route door de wijk via de busbaan die is genoemd in hoofdstuk 1.2. In de buurt Biesbosch zorgt de gelijknamige weg niet alleen voor de aansluiting naar buiten op de Van der Madeweg, maar ook voor de interne ontsluiting. De wegen in deze buurt zijn ingericht als woonerf, waar fietsers ook gebruik van kunnen maken.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
12
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De SVIR is de Structuurvisie van het Rijk op het gebied van Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit. Als belangrijkste doelen voor de periode tot 2028 vermeldt de SVIR: verbetering concurrentiekracht; verbetering bereikbaarheid; verbetering leefomgeving, milieu en water. De Rijksoverheid wil de concurrentiekracht van Nederland onder meer vergroten door een aantrekkelijk vestigingsbeleid voor buitenlandse bedrijven. Hiervoor moeten genoeg woningen, bedrijventerreinen en kantoren beschikbaar zijn, vooral in stedelijke gebieden.Conform het systeem van de Wro heeft het SVIR geen directe doorwerking naar lagere overheden. Dat laatste wordt geregeld via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en daarnaast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Een toets van dit plan aan genoemde besluiten volgt direct hierna. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Barro de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Het Barro bevat echter geen regels die concreet van toepassing zijn op dit plangebied dan wel op de daarin beoogde ontwikkeling. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming. Dit doet het Rijk via het Bro.
Het besluit bevat bepalingen over de inrichting en de beschikbaarstelling van bestemmingsplannen. Daarnaast bevat het besluit onder andere bepalingen over de vormgeving, inhoud en motivering van ruimtelijke plannen, de watertoets, overgangsrecht voor bestaande gebouwen, bouwwerken of bestaand gebruik, het afhandelen van planschadeverzoeken alsmede bepalingen over het exploitatieplan en subsidieregelingen. Indien en voor zover deze bepalingen mede relevant zijn voor dit bestemmingsplan wordt hieraan voldaan. Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid is momenteel bezig met het opstellen van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De ontwerp NOVI lag tot 30 september 2019 ter inzage. Men verwacht dat de NOVI in 2020 wordt vastgesteld. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2021 in werking treedt. Uitgangspunt van de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen voor gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat
Verkeersstructuur Diemen Zuid
13
van die van toekomstige generaties. De gemeente streeft ook met dit bestemmingsplan een geïntegreerde, gebalanceerde afweging van diverse belangen na. Inhoudelijk gezien zijn met dit plan geen rijksbelangen gemoeid. Uit het oogpunt van het rijksbeleid is dit plan daarom haalbaar en uitvoerbaar.
3.2
Provinciaal beleid
OmgevingsvisieNoord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 vastgesteld. In de Omgevingsvisie geeft de provincie aan welke provinciale belangen een rol spelen bij de ruimtelijke ordening in Noord-Holland. De visie laat in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Ambities Het leidende principe van de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving die goed is voor mens, plant én dier. Onder de hoofdambitie, balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. Hierbij komen de volgende thema's aan bod: Leefomgeving: Klimaatverandering: een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit betreft bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluidsbelasting en ontwikkeling in de ondergrond. Biodiversiteit en natuur: biodiversiteit in Noord-Holland vergroten, ook omdat daarmee andere doelen zoals een gezonde leefomgeving kan worden bereikt Gebruik van leefomgeving: Economische transitie: een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor.
De provincie biedt ruimte aan ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Wonen en werken: vraag en aanbod van woon- en werklocaties moeten beter met elkaar in overeenstemming zijn. Woningbouw moet vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is het uitgangspunt. Mobiliteit: Inwoners en bedrijven van de provincie Noord-Holland verplaatsen producten of personen effectief, veilig en efficiënt waarbij negatieve gevolgen van mobiliteit op het klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. De provincie zet zich in voor het verwerken van mobiliteitsopties die hieraan bijdragen zoals goede OV-verbindingen, uitstekende infrastructuur voor alle modaliteiten en technologische innovatie. Landschap: het benoemen, behouden en versterken van unieke kwaliteiten van diverse landschappen en cultuurhistorie. Energietransitie: De ambitie voor de energietransitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op hernieuwbare energie. De provincie biedt de ruimte aan noodzakelijke energietransitie en de daarvoor benodigde infrastructuur. Daarbij wordt tevens rekening gehouden met de ambities voor verstedelijking en landschap.
5 bewegingen met ontwikkelprincipes Naast de ambities worden in de Omgevingsvisie vijf samenhangende bewegingen geschetst. De bewegingen laten zien hoe de provincie omgaat met opgaven die op de samenleving afkomen en die zij willen faciliteren. Hiertoe zijn een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden meegegeven. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland: Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling: Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam(MRA) steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's: Dit gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie: Benut de economische kansen van de energietransitie 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: Hierin staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een
Verkeersstructuur Diemen Zuid
14
economisch duurzame agrarische sector centraal. Vooral de beweging 'metropool in ontwikkeling' is in het kader van dit bestemmingsplan belangrijk omdat het gaat om een wegreconstructie en functiewijziging van infrastructuur in een stedelijk gebied binnen de MRA. De vraag naar woningen en bedrijfsruimten houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de Provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zo veel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer. De realisatie van bijvoorbeeld de woonwijk Holland Park is een voorbeeld van een initiatief wat past binnen dit verdichtingsbeleid. Om de groei van het verkeer in de metropool in goede banen te leiden moet worden geïnvesteerd in alle verkeersnetwerken, het regionaal OV en fietsnetwerk en auto, waarbij de grotere behoefte aan ruimte voor regionaal verkeer boven interregionaal en doorgaand verkeer wordt gefaciliteerd. Met de realisatie van Holland Park past voorliggend bestemmingsplan binnen het beleid van de Provincie Noord-Holland. Er wordt namelijk met voorliggend bestemmingsplan de mogelijkheid gecreëerd om tevens binnenstedelijk en met bestaande infrastructuur de bereikbaarheid van Diemen te verbeteren en de wijken daarvan onderling beter te verbinden.
Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie (Prvs) De Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie (Prvs) is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels over de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen. De Prvs is een van de instrumenten vanuit de Wet ruimtelijke ordening. De regels in de Prvs vloeien voort uit de Structuurvisie Noord-Holland 2040 welke inmiddels is omgezet naar de Omgevingsvisie. Vanuit de nieuwe omgevingsvisie die is vastgesteld in 2018 is de provincie ook nog van plan om een nieuwe Omgevingsverordening vast te stellen. Deze is echter op het moment van schrijven nog in concept. Daarom is nu de Prvs nog leidend. De Prvs schrijft voor waaraan bestemmingsplannen en beheersverordeningen moeten voldoen. De provincie kan gemeenten via de verordening verplichten om hun bestemmingsplannen aan te passen. Gemeenten kunnen op hun beurt ontheffing aanvragen. Uiteraard moet het provinciale belang de inzet van de verordening rechtvaardigen. Het uitgangspunt is dat bevoegdheden ter doorwerking van het ruimtelijke beleid zoveel mogelijk proactief worden ingezet, maar complementair staan reactieve instrumenten zoals overleg, zienswijze en zo nodig een reactieve aanwijzing ook ter beschikking om doorkruising van provinciaal beleid te voorkomen. In de Prvs zijn regels omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen opgenomen.
Het gaat daarbij over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland waar een provinciaal belang mee gemoeid is. Bij ontwikkelingen waarvoor een ontheffing noodzakelijk is (met name in landelijk gebied) moet rekening worden gehouden met de in de Prvs gestelde kwaliteitseisen. Het plangebied is in de Prvs aangewezen als Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) (gelet op artikel 9 en kaart 2 van de Verordening). De toelichting van de verordening geeft aan dat gemeenten verplicht zijn om voor het BBG bestemmingsplannen te maken. Zij hebben bij de invulling daarvan een grote mate van beleidsvrijheid. De provincie stelt gelet op de toelichting op artikel 13 weinig eisen voor bouwen en gebruik binnen bestaand bebouwd gebied. De samenhang tussen ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer is voorwaarde voor een duurzame bereikbaarheid. De Provincie Noord- Holland streeft naar een duurzaam evenwicht tussen verkeer en vervoer, ruimtelijke ontwikkelingen, natuur en landschap, gezondheid en veiligheid. Op provinciaal of regionaal niveau betekent dit dat nieuwe ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en werkgelegenheid worden gekoppeld aan de (tijdige) aanwezigheid van openbaar vervoer en dat de Provincie streeft naar verdichting in stedelijke gebieden.
Voor het functioneren van het openbaar vervoer zijn OV-knooppunten (haltes en stations en hun omgeving) van groot belang. De provincie Noord-Holland streeft naar een goede invulling van knooppunten. Een goede invulling betekent dat op en rond knooppunten voldoende ruimte beschikbaar is voor openbaar vervoerfuncties en overstapvoorzieningen (stallingen, P+R). Het knooppunt is bovendien van hoge kwaliteit wat betreft fysieke inrichting, uitstraling, informatievoorziening, materiaalgebruik, aanwezigheid groen en de functies in de plinten (begane grond). Ook wordt de verdere ontwikkeling rondom knooppunten afgestemd op een optimaal gebruik van het openbaar vervoer. Dit betekent dat op knooppunten een juiste combinatie bereikt wordt van de betekenis van de plek ("plaatswaarde") en haar bereikbaarheid ("bereikbaarheidswaarde"). Voor ieder OV-knooppunt geldt dat er een goede koppeling moet zijn tussen het openbaar vervoer, auto-, fiets- en voetgangersnetwerken en bijbehorende
Verkeersstructuur Diemen Zuid
15
overstapvoorzieningen zoals P+R en fietsenstallingen. Met dit bestemmingsplan wordt een betere verdeling en afwikkeling van het verkeer mogelijk gemaakt in Diemen Zuid. Er komt een betere verbinding voor verkeer tussen Holland Park, Diemen Zuid en Diemen Centrum, inclusief station Diemen-Zuid. Er kan daarom geconcludeerd worden dat het plan aansluit op het provinciale beleid van de provincie Noord-Holland.
3.3
Regionaal beleid
OntwikkelingsbeeldMetropoolregio Amsterdam Diemen is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam. In het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040 voor Metropoolregio Amsterdam wordt op regionale schaal verwoord en verbeeld welke ruimtelijke opgaven er in de regio zijn. Het Ontwikkelingsbeeld is bedoeld als basis voor de in komende jaren op te stellen omgevingsvisies van de verschillende overheden in de Noordvleugelregio. De ambitie is om de Noordvleugel van de Randstad in de komende decennia te ontwikkelen tot een Europese metropool. Het succesvol verder ontwikkelen van de Noordvleugel moet gericht zijn op het creëren van een hoogwaardig en duurzaam leef- en woonmilieu waar bedrijven, bewoners en bezoekers zich graag willen vestigen en willen verblijven. Het behoud, de versterking en de ontwikkeling van de groenblauwe structuur is van wezenlijk belang voor de kwaliteit van de regio. De ordeningsprincipes: bundeling, intensivering, diversiteit en verbinding, zijn bepalend voor de toekomstige ruimtelijke structuur van de metropolitane regio. Deze ordeningsprincipes zijn vertaald naar 7 concrete acties opgesteld die samen de uitvoeringsagenda vormen. Dit zijn: 1. Ruimte geven aan wonen en werken. 2. Slimmer en Innovatiever werken. 3. De Leefkwaliteit verbeteren. 4. Transitie naar een schone economie. 5. Beter verbinden. 6. Klimaatbestendig maken. 7. De MRA wendbaarder maken.
In Diemen zijn er goede aansluitingen op het nationale en regionale wegennet en de bereikbaarheid per openbaar vervoer is uitstekend. Tegelijkertijd is Diemen, ruimtelijk gezien, nogal afgesloten van de omgeving door de omringende infrastructuur. Ook hebben de bebouwde kom en het buitengebied weinig verbindingen met elkaar en (daardoor) ontbreekt een duidelijke relatie tussen beide delen van de gemeente. Het buitengebied zelf kent veel doorsnijdingen van infrastructuur. Hierdoor zijn de deelgebieden nauwelijks met elkaar verbonden en wordt de beleving van het gebied als geheel beperkt. De Gemeente wil door het openstellen van de busbaan een betere verbinding en een verbeterde relatie tussen Holland Park en de rest van Diemen realiseren. Hierdoor wordt de onderlinge samenhang van Diemen in sociaal en ruimtelijk opzicht vergroot. Met voorliggend bestemmingsplan wordt er met de openstelling van de busbaan met name invulling gegeven aan actiepunt 5. Het plan past daardoor binnen het ontwikkelingsbeeld van de Metropoolregio Amsterdam en draagt bij aan de uitvoering daarvan.
3.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Diemen In de structuurvisie van de gemeente Diemen uit 2011 wordt een visie gegeven op hoe de gemeente zich de komende tien tot dertig jaar wil ontwikkelen. Hierbij gaat het om lokale thema's als wonen, werken, voorzieningen, recreatie, groen, maar ook over de regionale positie. De structuurvisie kan gezien worden als een strategisch beleidsdocument. In een structuurvisie worden afwegingen gemaakt voor het toekomstig ruimtelijk beleid op lokaal niveau. Er worden keuzes gemaakt over de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn, en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn. Het is het richtinggevende document waarin voor overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk wordt welk ruimtelijk
Verkeersstructuur Diemen Zuid
16
beleid een gemeente nastreeft. Het vormt de basis voor verdere uitwerking in sectoraal beleid en in juridische kaders zoals bestemmingsplannen. In figuur 3-1 is de plankaart van de structuurvisie te zien.
figuur 3-1: Uitsnede plankaart structuurvisie Diemen. De algemene ambitie/visie luidt als volgt: "in 2040 is Diemen een duurzaam, stedelijk dorp op het grensvlak van Amsterdam en de Diemerscheg, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Diemen heeft een bijzondere ligging, omdat het ingeklemd ligt tussen het grootstedelijke Amsterdam en de Diemerscheg, de groene en recreatieve uitloper van het Groene Hart. De Diemerscheg is bij een groot publiek bekend en van de recreatieve mogelijkheden wordt intensief gebruik gemaakt''. De ambitie/visie schetst een gewenst beeld van Diemen in 2040 en vormt daarmee de kapstok voor de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Om deze ambitie ook daadwerkelijk te kunnen verwezenlijken dient een aantal ruimtelijke opgaven te worden opgepakt. Binnen het bestaand stedelijk gebied ligt de nadruk op het versterken van de functionele en ruimtelijke structuur van de wijken, met aandacht voor de eigenheid en diversiteit van de verschillende wijken met goede wijkvoorzieningen. Voor de woonbuurten dient ingezet te worden op het versterken van de identiteit en de sociale samenhang. Dit betekent het formuleren van het onderscheidende karakter van de verschillende buurten binnen de wijken en dit koppelen aan inrichtingsprincipes van de opzet van deze buurten, maar ook van de openbare ruimte.
Er wordt ingezet op het clusteren van de sport-, school- en opvangvoorzieningen op wijkniveau, waardoor de cohesie in de buurt versterkt wordt. Verkeer De interne verkeerstructuur verschilt per wijk, terrein, of gebied. De Ouddiemerlaan neemt een belangrijke positie in als centrale noord-zuidverbinding (ruggengraat). Oostwestverbindingen worden gevormd door de Hartveldseweg/Muiderstraatweg en de route Arent Krijtsstraat/ Wilhelminaplantsoen/Prinses Beatrixlaan/Prins Bernhardlaan. De wegstructuur in Diemen Zuid is erg vertakt. Er is een netwerk van woonerven, met daarin 1 gebiedsontsluitingsweg, de Boven Rijkersloot. Door de, centraal in deze wijk gelegen, busbaan wordt het autoverkeer gedwongen over het oostelijke deel van de Boven Rijkersloot te rijden waardoor dit deel van Diemen Zuid erg druk is. Dit heeft ook als gevolg dat de herkenbaarheid van het westelijke deel van Diemen Zuid erg beperkt is.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
17
De verbinding van Diemen Zuid richting A1 en verder wikkelt zich af via de Weteringweg, in combinatie met de Muiderstraatweg, Provincialeweg-Daalwijkdreef en Bergwijkdreef. In de structuurvisie wordt er een nadere gebiedsuitwerking voor Diemen Zuid voorgesteld. Er ligt volgens de visie een kans om de verschillende buurten rond het centrum van Diemen Zuid weer op een goede manier aan elkaar te verbinden en ook om de verbindingen tussen Diemen Centrum en Diemen Zuid te verbeteren. De heroverweging van de busbaan maakt hier onderdeel van uit. Ook is de verkeersafwikkeling over de twee bruggen die Diemen Zuid met Diemen Centrum verbinden onevenwichtig. De wijken Diemen-Noord, Centrum en Zuid worden verbonden door een dorpsas (de noord-zuid verbinding), maar deze wordt niet als zodanig beleefd. De verbinding vervult voornamelijk een lokale rol. Uitgangspunt is dat aan deze as lokale voorzieningen zo veel mogelijk geclusterd, met inbegrip van het hoofdwinkelcentrum Diemerplein, dat ook in beperkte mate een bovenlokale functie vervult. In Noord is de route bestemd voor langzaam verkeer (de Ouddiemerlaan), in Centrum kunnen zowel fietsers als motorvoertuigen gebruik maken van de as en in Zuid gaat de dorpsas weer over in een fietspad. De ruimtelijke kwaliteit van deze as behoeft verbetering.
Met dit bestemmingsplan wordt er voor een deel invulling gegeven aan de hiervoor beschreven ambities en opgaven.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
18
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
De gemeente wil een meer directe verbinding bieden tussen Holland Park, Diemen Zuid en Diemen Centrum. De voornaamste reden hiervoor is de dat de nieuwe woonwijk 'Holland Park' beter aangesloten moet worden op de rest van Diemen voor fietsers, voetgangers, openbaar vervoer en autoverkeer. In de huidige situatie is er een wegverbinding tussen Holland Park en Diemen Centrum via Diemen Zuid. Deze route via de Boven Rijkersloot is minder geschikt als directe verbinding tussen deze gebieden. Er is op de Boven Rijkersloot sprake van gemengd verkeer (zoals fietsers op de rijbaan) en veel erf aansluitingen. Het huidige profiel van de busbaan is daarentegen geschikter als directe verbinding, vanwege de vrije ligging en de aanwezigheid van een vrijliggende fietsstructuur langs deze route. Om de verbinding geschikt te maken voor alle vervoersmodaliteiten is het voornemen om de huidige busbaan aan te passen en open te stellen voor autoverkeer. Daarnaast wordt er een rotonde ter hoogte van de Beukerhorst ingepast om de verkeersveiligheid en de doorstroming te verbeteren Het uitgangspunt is om deze verbinding te realiseren zonder dat dit een grote verkeerstoename en bijbehorende geluidsbelasting tot gevolg heeft. Goudappel Coffeng heeft daarvoor het 'Onderzoek verkeersstructuur Diemen-Zuid' uitgevoerd. Deze is in Bijlage 1 van voorliggende toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.
Er zijn verschillende varianten voor de hoofdverkeersstructuur onderzocht. Op grond van de bevindingen hiervan heeft het college van Burgemeesters en Wethouders op 18 juli 2017 besloten om één variant verder uit te laten werken in een verkeerskundig ontwerp. Dit betreft de variant waarin de busbaan in de Boven Rijkersloot wordt opengesteld voor autoverkeer en het 30 km/uur-gebied wordt uitgebreid in Diemen Zuid. Deze variant zal leiden tot een meer evenwichtige verdeling van de verkeersstromen binnen Diemen Zuid. Concreet gaat het om de volgende aanpassingen in de hoofdverkeersstructuur: aanpassing van de Boven Rijkersloot vanaf de Venserbrug via Bomenrijk en achterlangs het zwembad/sportcentrum tot en met de Diemerbrug (van 50 km/u naar 30 km/u); aanpassing van de Boven Rijkersloot tussen de rotonde op de Diemerdreef en de zuidelijke ingang van de busbaan (van 50 km/u naar 30 km/u); reconstructie van de busbaan naar een weg voor bus- en ander gemotoriseerd verkeer. reconstructie van kruising bij Boven Rijkersloot-Beukenhorst tot een rotonde. De openstelling van de busbaan en de realisatie van de rotonde Boven Rijkersloot- Beukenhorst passen niet in het huidig planologisch regime. Voorliggend bestemmingsplan maakt deze aanpassingen mogelijk. De aanpassingen zijn in figuur 4-1 weergegeven.
Figuur 4-1: Aanpassingen in hoofdverkeersstructuur Diemen-Zuid. Links is de bestaande situatie, rechts is de nieuwe gewenste situatie. Bron: Goudappel Coffeng, 2018. Uitgangspunten
Verkeersstructuur Diemen Zuid
19
Het belangrijkste uitgangspunt voor de aanpassingen van de hoofdverkeersstructuur, en met name voor de openstelling van de busbaan, is dat er maatregelen genomen moeten worden om de snelheid daadwerkelijk te verlagen naar 30 km/uur. Dit is noodzakelijk om te voorkomen dat de nieuwe route door Diemen-Zuid voor autoverkeer zo aantrekkelijk wordt dat er teveel (doorgaand) verkeer door Diemen-Zuid gaat rijden, waardoor problemen ontstaan onder andere op het gebied van geluidhinder en verkeersveiligheid. Concreet zijn de volgende uitgangspunten benoemd: het ontwerp is zoveel mogelijk conform Duurzaam Veilig-richtlijnen voor 30 km/u-wegen en houdt rekening met de bestaande hoofdstructuur voor fietsen in Diemen Zuid. Dit betekent het volgende: 1. snelheidsremmende maatregelen (bijvoorbeeld plateaus), waar nodig; 2. poortconstructies bij overgang van 50 km/u naar 30 km/u; 3. gelijkwaardige kruispunten 4. veilige fietsoversteken (hoofdroutes met, waar mogelijk, plateaus en fietsers in de voorrang); in verband met de geluidbelasting van klinkerverharding wordt uitgegaan van de huidige asfaltverharding, eventueel in een afwijkende kleur om het verblijfskarakter te versterken.
Voor hulpdiensten zijn de volgende uitgangspunten benoemd: op de uitvalsroute door Diemen Zuid vanaf de Diemerbrug moet een goede doorstroming behouden blijven; deze uitvalsroute moet voldoen aan de normen voor aanrijtijden. Voor het openbaar vervoer gelden de volgende concrete uitgangspunten: specifieke aandacht voor de doorstroming van bussen; bushaltes op de rijbaan, in grote lijnen op de huidige locaties; optimaliseren afstand tussen de rijbaan en kopgevels van twee woningen aan de zuidkant bij Speenkruid. Het ontwerp Basiskeuzes voor snelheidsverlaging In Diemen-Zuid zijn op enkele locaties al drempels in het profiel opgenomen op de te reconstrueren route, namelijk nabij de fietsoversteken. Het verkeer wordt hier effectief geremd en de maatregel is op deze locaties logisch te begrijpen gezien de belangrijke functie van de hoofdfietsroutes door Diemen. Fietsers hebben hier voorrang op het autoverkeer en de drempels zorgen ervoor dat de fietsers hier ook veilig kunnen oversteken. In het nieuwe ontwerp is ervoor gekozen om de snelheidsremmende maatregelen zoveel mogelijk te combineren met locaties waar fietsers of voetgangers oversteken. De nodige manoeuvreerruimte voor bussen is maatgevend voor de toe te passen wegversmallingen en bochten. De gelijkwaardige kruispunten zijn in het ontwerp verhoogd. De vrijliggende fietsstructuur krijgt een voorrangsregeling.
Daarnaast zijn op diverse locaties zebrapaden toegevoegd. Alle bovenstaande uitgangspunten hebben geleid tot het ontwerp wat in figuur 4-2 is weergegeven.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
20
Figuur 4-2: Verkeersontwerp Diemen-zuid (huidig ontwerp) In opdracht van de gemeente heeft het ingenieursbureau Aveco de Bondt in overleg met de gemeente Diemen, de Vervoerregio Amsterdam en de verkeerscommissie (politie, brandweer, GVB en Fietsersbond) dit verkeersontwerp opgesteld. Het verkeersontwerp bevat een opengestelde en heringerichte busbaan en algemene aanpassingen aan delen van de Boven Rijkersloot bij Polderland, Bomenrijk en Beukenhorst vanwege de invoering van 30 km/uur. Ook is de busbaan ter hoogte van Speenkruid opgeschoven naar het noorden. De afstand tot de direct aangrenzende woningen aan de zuidzijde bij Speenkruid wordt daardoor groter. De laatste versie van het verkeersontwerp is gebruikt voor de Verbeelding in het ontwerp bestemmingsplan. Hierbij is nog wel een marge opgenomen van 1 meter aan weerszijden, om eventueel kleine wijzigingen in het vervolgproces op te kunnen vangen. Het verkeersontwerp wordt in een separaat proces klaar gemaakt voor besluitvorming door het college. Na deze besluitvorming wordt het verkeersontwerp zes weken ter inzage gelegd voor inwoners van Diemen en andere belanghebbenden. Het verkeersontwerp (voorontwerp) staat beschreven in de rapportage Verkeersontwerp Diemen-Zuid van Goudappel Coffeng d.d.12-2-2018, zie Bijlage 2. Het huidige ontwerp wat in figuur 4-2 is te zien is tevens toegevoegd in Bijlage 14.
Openbaar vervoer In het verkeersontwerp is rekening gehouden met de doorstroming en snelheid van de bus. Het aantal drempels neemt toe maar deze drempels komen te liggen op logische locaties bij bushaltes en fietsoversteken waar de bussen ook nu al moeten afremmen. Door de toepassing van plateaus kunnen de drempels busvriendelijk worden uitgevoerd. Daarnaast verdwijnen de bussluizen bij de ingang van de busbaan waardoor bussen hier niet meer op elkaar hoeven te wachten. Bij de uitgangen van de busbaan heeft het verkeer op de Boven Rijkersloot nu voorrang en moeten de bussen wachten. In het verkeersontwerp vervalt de voorrangsregeling en hebben de bussen voorrang op verkeer dat van links komt en hoeven zij niet meer te wachten. De aanleg van een rotonde bij Beukenhorst heeft ook tot gevolg dat de verkeersdoorstroming op deze locatie soepeler zal verlopen. In overleg met de Vervoerregio Amsterdam en het GVB is gekozen om het profiel van de huidige busbaan zodanig in te richten dat bussen elkaar veilig en functioneel kunnen passeren. Dit wordt bewerkstelligd door de rijbaan 6,50 meter breed te maken en de huidige scherpe bocht te verbreden.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
21
Per saldo wordt verwacht dat de openstelling van de busbaan in combinatie met de invoering van 30 km/uur en de overige verkeersmaatregelen geen nadelige gevolgen hoeft te hebben voor de kwaliteit van buslijn 44 in Diemen (ook buiten het plangebied in Diemen, zoals de spooronderdoorgang bij station Diemen). Hulpdiensten De brandweer en politie hebben zitting de Verkeerscommissie en zijn in die hoedanigheid intensief betrokken bij de totstandkoming van dit ontwerp. Ondanks dat de openstelling enige toename van de rijtijd tot gevolg kan hebben, valt dit ruim binnen de marge en is de openstelling en herinrichting van de busbaan akkoord. Voor Holland Park en Bergwijkpark vormt de route via de busbaan niet de primaire aanrijroute bij calamiteiten. Deze gebieden vallen binnen het verzorgingsgebied van de kazerne Anton aan de Langbroekdreef in Amsterdam Zuidoost waarbij gebruik wordt gemaakt van de Gooiseweg. Alleen als in deze kazerne onvoldoende materieel beschikbaar is, is inzet nodig vanuit de kazerne in Diemen en/of Duivendrecht.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
22
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
In dit hoofstuk wordt het plan beschreven en gemotiveerd vanuit de diverse omgevingsaspecten, zoals geluidhinder, overige milieuhinder, bescherming van ecologische waarden en van cultuurhistorische waarden.
5.1
Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.)
Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. Hierbij geldt de omvang van een project als richtwaarde, en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is vrijwel altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Beschouwing De aanleg, wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een autosnelweg of autoweg is opgenomen in categorie C1.3 van het Besluit m.e.r.
De reconstructie van de hoofdverkeersstructuur Diemen-Zuid is de omschrijven als de verbreding van een bestaande weg van twee rijstroken of minder. Indien de omvang van deze wijziging langer is dan een tracé van 10 kilometer, dan geldt er een directe m.e.r. plicht. De reconstructie van de hoofdverkeersstructuur gaat over een afstand van niet meer dan 1,5 kilometer. Dit ligt ook onder de drempelwaarde van dezelfde activiteit in categorie D.1.2 van 5 kilometer. De conclusie is dat voor dit plan niet op voorhand een reguliere m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, maar dat (in eerste instantie) het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.- beoordeling volstaat.
C.1.3
Activiteiten Gevallen De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit een weg bestaande uit vier of betrekking heeft op een weg met meer rijstroken, of verlegging of een tracélengte van 10 kilometer verbreding van bestaande wegen of meer. van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg
Verkeersstructuur Diemen Zuid
Besluit Het plan, bedoeld in de artikelen 5 en 8 j° 9, tweede lid, van de Planwet verkeer en vervoer, de structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
23
D.1.2.
De wijziging of uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit Het plan, bedoeld in de een weg bestaande uit vier of betrekking heeft op een weg met artikelen 5 en 8 j° 9, meer rijstroken, of verlegging of een tracélengte van 5 kilometer of tweede lid, van de verbreding van bestaande wegen meer. Planwet verkeer en van twee rijstroken of minder tot vervoer, de wegen met vier of meer rijstroken structuurvisie, bedoeld niet zijnde een, autosnelweg of in de artikelen 2.1 en autoweg 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening en het plan, bedoeld in de artikelen 3.1, eerste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet
Op grond van artikel 2, lid 5 besluit m.e.r. dient de initiatiefnemer in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling een aanmeldnotitie op te stellen en in te dienen bij het bevoegd gezag. De verplichting van het indienen van een (separate) aanmeldnotitie geldt niet indien de gemeente zelf de initiatiefnemer is (maar zij moet uiteraard wel de vormvrije m.e.r.-beoordeling uitvoeren). In een m.e.r.-beoordeling wordt ingegaan op de vraag of de activiteit mogelijk tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan leiden. De inhoudelijke vereisten voor deze beoordeling staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. Hierin staat dat de voorgenomen activiteiten aan de volgende drie aspecten moeten worden getoetst: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. kenmerken van het potentiële effect. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt in deze paragraaf weergegeven.
Kenmerken van het project Het plan omvat de reconstructie van de hoofdverkeersstructuur in Diemen-Zuid, waarbij de volgende concrete wijzigingen uitgevoerd worden: reconstructie van de Boven Rijkersloot vanaf de Venserbrug via Bomenrijk en achterlangs het zwembad/sportcentrum tot en met de Diemerbrug (van 50 km/u naar 30 km/u); reconstructie van de Boven Rijkersloot tussen de rotonde op de Diemerdreef en de zuidelijke ingang van de busbaan (van 50 km/u naar 30 km/u); reconstructie van de busbaan naar route voor bus- en autoverkeer met een snelheidsregime van 30 km/u; aanleg rotonde bij kruising Boven Rijkersloot-Beukenhorst. De gehele reconstructie heeft een tracélengte van maximaal 1,5 kilometer en blijft daarmee ver onder de genoemde drempelwaarden. De grootste wijziging is het openstellen van de busbaan. Daarmee wordt een verkeersintensiteit van ca 3.400 motorvoertuigen (mvt) per etmaal verwacht op het betreffende wegvak. De gehele Boven Rijkersloot zal een 30 km/uur-zone worden. De reconstructie heeft gevolgen voor de aspecten 'verkeer', 'luchtkwaliteit', 'stikstofdepositie', 'geluid', 'water', 'ecologie' en 'archeologie en cultuurhistorie'. Deze aspecten zijn onderzocht en worden in paragraaf 5.2 tot en met 5.9 nader onderbouwd. De effecten ten aanzien van deze aspecten worden aanvaardbaar geacht.
Plaats van het project Rondom het plangebied liggen diverse Natura-2000 gebieden, waarvan de volgende binnen een afstand van 10 kilometer van het plangebied liggen: Markermeer&IJmeer (circa 4,5 km). Botshol (circa 7,7 km). Oostelijke vechtplassen (circa 9,5 km). Naardermeer (circa 9,8 km). Zie onderstaande figuur voor de ligging van de Natura-2000 gebieden.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
24
Figuur 5-1: Ligging Natura-2000 gebieden ten opzichte van het plangebied (rode cirkel). Om de toename- en afname van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden inzichtelijk te maken is een nadere analyse nodig. Uit de uitgevoerde nadere analyse, zie toelichting paragraaf 5.8, blijkt dat er geen toename in stikstofdepositie ontstaat welke schadelijk is voor de omliggende Natura-2000 gebieden. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie) De reconstructie van de hoofdverkeersstructuur heeft geen samenhang met andere projecten. Kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen De mogelijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van de voorgenomen reconstructie hebben betrekking op de volgende aspecten: Geluid. Lucht. Ecologie (inclusief stikstofdepositie). Water. Ter onderbouwing van de milieukundige haalbaarheid van het bestemmingsplan is naar al deze aspecten onderzoek verricht, waarvan de resultaten respectievelijk zijn weergegeven in de paragrafen 5.3, 5.4, 5.8 en 5.7. Op grond van deze onderzoeken is aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling milieukundig uitvoerbaar is en dat effecten op het milieu aanvaardbaar zijn. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet nodig om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen.
Uit de uitgevoerde analyse blijkt dat er geen relevante effecten zijn die het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk te maken. Om bovenstaande reden is het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet nodig. Conclusie Gezien de kenmerken van de potentiële effecten van het voornemen in combinatie met de kenmerken/gevoeligheid van de omgeving waarin deze optreden, is het niet nodig een m.e.r.-procedure te voeren c.q. een milieueffectrapport (MER) op te stellen voor dit bestemmingsplan.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
25
5.2
Verkeer
Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen. Onderzoek Verkeersintensiteiten Goudappel Coffeng heeft in 2017 een verkeersonderzoek uitgevoerd waarbij de effecten van de aanpassing van de hoofdverkeersstructuur in kaart zijn gebracht. Daarbij zijn destijds verschillende varianten beschouwd, waarvan de variant met een snelheidsregime van 30 km/uur (variant 2) uiteindelijk is vastgesteld als uit te werken model (zie figuur 4-1). Dit onderzoek is in Bijlage 2 van voorliggende toelichting opgenomen. De verwachte verkeersintensiteiten zijn berekend aan de hand van het verkeersmodel van Diemen dat in 2021 is geactualiseerd. Het rapport van het geactualiseerde verkeersmodel is toegevoegd in Bijlage 16. Het gaat hierbij om de situatie in 2019 en een prognose voor 2030. In tabel 5-1 zijn de resultaten van deze berekeningen weergegeven. In figuur 5-2 is de ligging van de wegvakken weergegeven.
Tabel 5-1: Verkeersintensiteiten van gekozen variant in weekdaggemiddelden.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
26
Figuur 5-2: Weergave van wegvakken In relatie tot andere onderzochte varianten is in de voorliggend variant de toename van verkeer door de openstelling van de busbaan veel minder sterk. Er is een afname van het verkeer bij Boven Rijkersloot oost (wegvak 10) omdat een deel van het verkeer daar via de busbaan (wegvak 20) gaat rijden. De toename op de busbaan is dus vooral het gevolg van een andere routekeuze van verkeer dat in de autonome situatie ook al door de wijk reed. In de nieuwe situatie vormt de toename van verkeer geen probleem voor de verkeersafwikkeling in de wijk. De intensiteiten bij beide wegdelen passen binnen de richtlijnen voor een 30 km/u zone, waar een intensiteit tot 6.000 motorvoertuigen per etmaal doorgaans acceptabel wordt gevonden. Er worden diverse maatregelen getroffen om de snelheid te verlagen en de verkeersveiligheid te verbeteren. Deze maatregelen zijn in Hoofdstuk 4 reeds besproken. Buiten Diemen Zuid zijn er nauwelijks wijziging in de verkeersintensiteiten. Terugdringen maximum snelheid In het ontwerp zoals deze in Hoofdstuk 4 staat beschreven wordt de maximum snelheid van de Boven Rijkersloot zoals weergegeven in figuur 4-1 verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur.
Met verschillende typen maatregelen is het mogelijk om de snelheid van het verkeer in Diemen-Zuid effectief terug te dringen tot 30 km/uur (inclusief de busbaan, die opengesteld wordt voor autoverkeer). Dit gebeurt door snelheidsremmende maatregelen, hoofdfietsroutes die de autoroutes in de voorrang kruisen, aanpassingen van bochten en visuele versmalling van de weg door bijvoorbeeld een overrijdbare middenberm. De kruispunten zijn binnen 30 km/uur-zones gelijkwaardig (geen voorrangsregeling), met uitzondering van de oversteken van hoofdfietsroutes. Verder wordt in 30 km/uur-gebieden bij voorkeur klinkerverharding toegepast, maar in het ontwerp is uitgegaan van de huidige asfaltverharding in verband met de hogere geluidbelasting van klinkerverharding.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
27
Bereikbaarheid hulpdiensten Herinrichting tot 30 km/uur kan nadelig zijn voor openbaar vervoer en hulpdiensten. Uitgangspunt voor de ontwerpstudie is dat er voldoende maatregelen genomen moeten worden om de snelheid daadwerkelijk te verlagen tot 30 km/uur. Want als de snelheid te hoog blijft, gaat er te veel verkeer over de route rijden en ontstaan problemen op het gebied van geluidhinder en verkeersveiligheid. In Hoofdstuk 4 is reeds beschreven dat de brandweer geen bezwaren heeft tegen het ontwerp. De aanrijdtijden blijven binnen de norm na de aanpassing van de verkeerstructuur. Openbaar vervoer In de huidige situatie is de reistijd per openbaar tussen Holland Park en het centrum van Diemen circa acht minuten (zie figuur 5-3). In de andere richting is de bus 2 minuten sneller, omdat dan een directere route wordt gereden.
Figuur 5-3: Reistijd openbaar vervoer tussen Holland Park en Diemen centrum. De reistijden zijn in de huidige situatie vergelijkbaar met die van de auto, mede door het exclusieve gebruik van de busbaan door Diemen-Zuid. In de praktijk zijn de reistijden echter wat langer, omdat ook rekening gehouden moet worden met een loopafstand naar de halte en wachttijd op de halte. Voor de effecten van de onderzochte varianten op de reistijd met het openbaar vervoer gelden in grote lijnen dezelfde conclusies als voor de hulpdiensten, aangezien beide doelgroepen van dezelfde infrastructuur gebruik maken. Per saldo wordt verwacht dat de openstelling van de busbaan in combinatie met de invoering van 30 km/uur en de overige verkeersmaatregelen geen nadelige gevolgen hoeft te hebben voor de kwaliteit van buslijn 44 in Diemen. De concessieverlener (Vervoerregio Amsterdam) en vervoerder (GVB) zijn intensief betrokken bij de totstandkoming van dit project en zijn akkoord met de voorgestelde oplossing. Dit is tevens in Hoofdstuk 4 toegelicht. Fiets Diemen-Zuid heeft een goede fietsstructuur met verschillende vrijliggende fietspaden die een aantrekkelijke verbinding bieden tussen onder andere Holland Park en het centrum van Diemen (zie figuur 5-4). De hoofdfietsroutes lopen voor een belangrijk deel langs de busbaan.
Met de openstelling van de busbaan blijft de aantrekkelijkheid van het fietspad gelijk. Met de toepassing van de nieuwe verkeersmaatregelen wordt de verkeersveiligheid in de nieuwe situatie voor fietsers bovendien verbeterd.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
28
Figuur 5-5: Fietsroute van Holland Park naar Diemen-Centrum. Conclusie Bij het ontwerp van de aanpassing van de hoofdverkeersstructuur wordt voldoende rekening gehouden met verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer in de wijk Diemen Zuid. Het plan wordt daarmee in het kader van verkeer uitvoerbaar geacht. Andere aspecten als gevolg van verkeer zoals geluidhinder en luchtkwaliteit worden hierna in de paragrafen 5.3 en 5.4 toegelicht.
5.3
Geluidhinder
Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Wegverkeerslawaai Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) artikel 74 hebben alle wegen een geluidzone. Uitzondering hierop zijn woonerven en straten met een maximumsnelheid van 30 km/u. De zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of een weg binnen of buitenstedelijk is gelegen.
Voor de bepaling van de maximale vast te stellen geluidbelasting houdt de Wet geluidhinder rekening met de ligging van de geluidgevoelige bestemmingen en wordt onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gelden over het algemeen minder strenge normen. In het kort komt het er op neer dat het gebied binnen de bebouwde kom behoort tot het stedelijke gebied, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, dat gelegen is binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. In het laatste geval en voor de situatie buiten de bebouwde kom gelden de normen die van toepassing zijn op het buitenstedelijke gebied. Een auto(snel)weg is, conform deze definitiebepaling van de Wet geluidhinder, altijd gelegen in buitenstedelijk gebied. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en maatregelen gericht op reductie van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, zijn burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de geluidbelasting.
Verkeersstructuur Diemen Zuid
29
Beschouwing Alhoewel in het kader van de Wet geluidhinder de toekomstige situatie 2030 na reconstructie niet zoneplichtig is (vanwege invoering van het 30 km/uur-regime), is in het kader van de goede ruimtelijke ordening een akoestische beoordeling vereist. Royal HaskoningDHV heeft daarvoor een viertal akoestische onderzoeken uitgevoerd: Geluidsonderzoek januari 2020, uitgevoerd op basis van het schetsontwerp van de weg en verkeerscijfers uit 2017. Zie Bijlage 3. Notitie geluid oktober 2020, uitgevoerd op basis van het definitieve ontwerp van de weg en verkeerscijfers uit 2017. Zie Bijlage 4 Aanvullende notitie voor de toelichting van mogelijke maatregelen en afweging van goede ruimtelijke ordening. Zie Bijlage 5. Geactualiseerd geluidonderzoek mei 2021, op basis van het definitieve ontwerp van de weg en verkeerscijfers uit 2021. Zie Bijlage 17. Toetsing Voor de Wet geluidhinder is de situatie beoordeeld als reconstructie. Voor de Wet geluidhinder geldt voor nieuwe situaties een voorkeurswaarde van 48 dB, waarbij voorafgaande aan toetsing een aftrek van 5 dB ex artikel 110g mag worden toegepast. Als maximale waarde geldt binnenstedelijk 63 dB voor woningen met een heersende geluidbelasting van maximaal 53 dB en 68 dB voor woningen waarbij de heersende geluidbelasting in de huidige situatie al hoger is dan 53 dB (zie tabel 5-2).