CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Verkeersstructuur Diemen Zuid_vastgesteld_1_Toelichting.pdf

Gemeenteraadsvergadering 8 juli 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Verkeerstructuur Diemen Zuid22.409 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wel kunnen bij het kappen van bomen (2 platanen) in het noorden van het plangebied eventuele vleermuisverblijfplaatsen verloren gaan en kunnen vleermuizen worden verstoord en gedood. Dit is een overtreding van art. 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wnb. Er is daarom nader onderzoek verricht naar de aanwezigheid van vleermuizen in deze te kappen platanen. Het onderzoeksrapport wordt later aan dit bestemmingsplan toegevoegd. De locatie van de onderzochte platanen is in de figuur hieronder te zien.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

53

Figuur 5-15: Locatie te kappen bomen Bij de veldbezoeken werden in totaal vier soorten vleermuizen nabij de platanen waargenomen: rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en watervleermuis. In het onderzoek is geconcludeerd dat de onderzochte bomen geen functie hebben als vliegroute. Voor de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis hebben de platanen een zekere betekenis als foerageergebied. Er zijn echter geen aanwijzingen dat de platanen een essentieel foerageergebied zijn. De kap van deze bomen heeft geen zodanige invloed op het foerageergebied dat dit een risicio oplevert voor het voortbestaan van de vleermuispopulaties. De functie van de platanen als verblijfsplaats voor vleermuizen is ook uitgesloten. Er is daarom geen sprake van overtreding van de Wnb. Broedvogels In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn broedvogels met jaarrond beschermde nesten afwezig. Hierdoor kan een overtreding van de Wnb ten aanzien van jaarrond beschermde nesten worden uitgesloten. Door het nemen van mitigerende maatregelen kan het overtreden van een verbodsbepaling uit de Wnb t.a.v. broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten worden voorkomen. Dit kan gevolgen hebben voor de planning/uitvoering van de aanlegwerkzaamheden.

Indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt, kunnen tijdens de aanlegfase nesten van niet-jaarrond beschermde broedvogels worden beschadigd/vernield. Ook kunnen hierbij vogels worden verstoord en gedood. Dit is een overtreding van art. 3.1, lid 1, 2 en 4 van de Wnb. Omdat het hier echter algemeen in Nederland voorkomende soorten betreft, heeft eventuele verstoring geen wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van deze soorten. Hierdoor is, conform art. 3.1, lid 5, art. 3.1 lid 4 niet van toepassing. Ontheffing voor vernietiging van broedgevallen wordt in principe niet verleend, waardoor het voorkomen van (langdurige) verstoring of vernietiging van broedgevallen noodzakelijk is. Het verstoren van broedgevallen van vogels zonder jaarrond beschermde nesten is te voorkomen door: Buiten het broedseizoen te werken, of; Te zorgen dat buiten de verstoringsafstand van de broedgevallen gewerkt wordt, en/of; Voorafgaand aan het broedseizoen de broedbiotoop voor vogels ongeschikt te maken (bijvoorbeeld struiken en bomen rooien) en (gedurende het broedseizoen) te houden, en/of; De werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen te laten beginnen en in een, voor zover mogelijk, constante intensiteit te laten doorgaan gedurende het broedseizoen kan worden.

Het grote voordeel van deze methode is, dat de verstoringsafstand "automatisch" bepaald wordt: vogels zullen uit eigen beweging een nestplaats kiezen buiten hun specifieke verstoringsafstand. Nadeel is dat de constante intensiteit (zowel in tijd als in ruimte) lastig te realiseren is.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

54

Veel methoden om tijdens het broedseizoen door te kunnen werken zijn niet "waterdicht"; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wnb ten aanzien van broedvogels te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd om bovengenoemde maatregelen te treffen en het terrein kort voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog te laten inspecteren op aanwezigheid van broedende vogels. Het is in ieder geval raadzaam om opgaande beplanting (bomen, struiken en ruigten) in de winter te verwijderen. Conclusie Voor het instandhouden van broedvogels en vleermuizen in het plangebied kunnen er mitigerende maatregelen getroffen worden ten tijde van de voorgenomen ontwikkeling. Middels het treffen van de juiste ecologische werkprotocollen zoals hierboven beschreven, is het plan in ecologisch opzicht uitvoerbaar.

5.9

Stikstofdepositie

Wettelijk kader Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient de stikstofdepositie op nabijgelegen Natura-2000 gebieden inzichtelijk gemaakt te worden. Er dient dan beoordeeld te worden of er vergunningplicht onder de Wet Natuurbescherming (Wnb) is. De Rijksoverheid heeft een beslisboom opgesteld (zie Bijlage 11) om te bepalen of een plan vergunningplichtig is. Als de stikstofdepositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jr is er geen vergunningplicht onder de Wnb. Er is stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd deze is in Bijlage 12 van de toelichting opgenomen. Beschouwing Natura-2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Figuur 5-9 laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Markermeer & IJmeer op minimaal 4,5 km afstand van het plangebied. Dit gebied is niet stikstofgevoelig omdat het een waternatuurgebied betreft. Andere gebieden zijn: Botshol (op circa 7,7 km afstand). Oostelijke Vechtplassen (op circa 9,2 km afstand). Naardermeer (op circa 9,6 km afstand). Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (op circa 9,9 km afstand).

Verkeersstructuur Diemen Zuid

55

Figuur 5-16: Ligging plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden. Als uitgangspunten zijn de toename van verkeer als gevolg van de aanpassing van de hoofdverkeersstructuur in de gebruiksfase en de inzet van bouwmaterieel in de bouwfase berekend. Gebruiksfase Bij wegverkeer berekent AERIUS de depositiebijdrage tot maximaal 5 kilometer van de bron. Deze afstand komt overeen met de maximale rekenafstand van Standaardrekenmethode 2 (SRM2), die ook wordt aangehouden in de NSL-monitoring. Het modelgebied wordt daarom bepaald door een zone van 5 kilometer rond de wegen uit het plangebied. Binnen het modelgebied worden de depositiebijdragen op de relevante hexagonen binnen de Natura 2000-gebieden bepaald. Het modelgebied en nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn weergegeven in figuur 5-12. Uit figuur 5-14 blijkt dat alleen het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer binnen het modelgebied van de planlocatie ligt. Binnen dit Natura 2000-gebieden komen echter geen stikstofgevoelige habitattypen voor. Met AERIUS 2019 worden daarom geen planeffecten berekend en significant negatieve effecten tijdens de gebruiksfase kunnen daarmee op voorhand worden uitgesloten.

Realisatiefase De exacte inzet van groot materieel is op dit moment nog onbekend en daarom heeft de gemeente Diemen een globale inschatting van het aantal uren voor de inzet van graaf- en sloopmachines, asfaltspreidmachines en mobiele kranen gemaakt. Deze inschatting is in tabel 5-9 opgenomen. Hiermee is een emissiemodel opgesteld.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

56

Tabel 5-9: Inschatting inzet materieel tijdens de aanlegfase. De NOx-emissies3 van het materieel zijn bepaald op basis van de standaardemissies voor dit materieel uit EMMA4. Aangenomen is dat het materieel tijdens de start van de werkzaamheden niet ouder dan 9 jaar is en daarmee voldoet aan de euronormen fase IIIb5. Voor de aan- en afvoer van materialen tijdens de bouwfase wordt uitgegaan van gemiddeld 150 grote vrachtauto’s per maand (300 passages). Voor transport van werknemers en kleine goederen wordt uitgegaan van gemiddeld 20 lichte voertuigen per werkdag. Uitgangspunt is dat de werkzaamheden in totaal ongeveer 16 weken zullen duren. De stikstofdepositie als gevolg van de inzet van het materieel en het verkeer van en naar het plangebied is berekend met het verspreidingsmodel AERIUS Calculator 2019. Met de gehanteerde uitgangspunten voor de inzet van groot materieel tijdens de aanpassing van de Hoofverkeersstructuur in Diemen-Zuid, wordt in geen van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden met AERIUS 2019 een stikstofdepositiebijdrage hoger dan 0,00 mol N/ha/j berekend. Dat betekent dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten (0,00 mol N/ha/j) en geen toestemmingsbesluit op het gebied van stikstof in kader van de Wet Natuurbescherming nodig is. Conclusie In het kader van stikstofdepositie en de Wet natuurbeheer is dit bestemmingsplan uitvoerbaar.

5.10

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader In de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) is bepaald dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. In dit verband dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan een inventariserend archeologisch onderzoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. In het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een beschrijving moet staan op welke wijze rekening gehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De Wamz en de monumentenwet zijn sinds 2017 overgegaan in de Erfgoedwet. Beschouwing Cultuurhistorie Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Holland Deze kaart geeft inzicht in de archeologische-, historisch-, stedenbouwkundige- en de historisch-geografische waarden. Cultuurhistorische waarden zijn van belang voor de identiteit, de herkenbaarheid en het karakter van een gebied of een dorp. De cultuurhistorische waarden moeten in een vroeg stadium van planontwikkeling worden geïnventariseerd bij het ontwerp worden gebruikt en bij de vaststelling worden meegewogen.

Er moet onderbouwd worden aangegeven op welke wijze het culturele erfgoed zoveel mogelijk behouden blijft, hersteld of als inspiratiebron gebruikt wordt voor nieuwe ontwikkelingen. Een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Holland rondom het plangebied is in figuur 5-15 te zien. Conform de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Holland ligt het plangebied deels in het structuurvlak 'vaarten en

Verkeersstructuur Diemen Zuid

57

kanalen' vanwege de nabijheid van de Weespertrekvaart.

Figuur 5-17: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Holland. Het plangebied is bij benadering met rode lijnen weergegeven. Vaarten en kanalen De structuur Vaarten en kanalen beschrijft de grote gegraven watergangen in Noord-Holland: een aantal grote ringvaarten, de trekvaarten, het Noordhollandsch Kanaal en het Noordzeekanaal. Het zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren die belangrijke ingrepen in de ontstaansgeschiedenis markeren en bijdragen aan de identiteit van de provincie. Het stelsel van kanalen en (trek)vaarten heeft door de eeuwen heen een belangrijke rol gespeeld in het transport en vervoer van goederen en mensen. Ze zijn onderdeel van het boezemsysteem, een stelsel van waterlopen waarmee water wordt aangevoerd en het overschot aan water via gemalen en sluizen onder andere naar de Noordzee en het IJsselmeer/Markermeer afgevoerd. In droge tijden en voor het doorspoelen van de boezem wordt via hetzelfde stelsel zoet water uit het IJsselmeer en het Markermeer binnengelaten. Vanaf Amsterdam naar het oosten liepen trekvaarten naar Weesp en ‘s-Graveland en Muiden en Naarden. Hierbij speelde de zandwinning voor de uitbreiding van de grachtengordel van Amsterdam een rol (zanderijvaarten). Voor de zandwinning werd een concessie verworven die bepaalde dat men in een geometrisch afgebakend blok in het Gooi zand mocht winnen.

Voor het transport van het zand werden de ‘s-Gravelandsche Vaart (1634) en de Weesper Trekvaart (1639) aangelegd. Cultuurnota Diemen Diemen streeft naar het beschermen en versterken van haar cultuurhistorische waarden. De gemeente heeft, via het bestemmingsplan, een juridisch instrument in handen dat bescherming biedt aan ongewenste ontwikkelingen. Cultuurhistorische waarden (monumenten, beeldbepalende wanden/panden en archeologische terreinen moeten dan ook worden opgenomen in de herziening van bestemmingsplannen. De gemeente raadpleegt bij het opstellen van plannen de Cultuurnota (2018) De essentie van de cultuurnota is "Meewerken aan verbinden". Dit wordt als volgt omschreven: '' Kunst en cultuur als middel om mensen in Diemen met elkaar te verbinden. Kunst en cultuur op lokaal niveau wordt gezien als onderdeel in het streven naar een optimale woon-, leef- en werkomgeving. Kunst en cultuur is belangrijk voor de samenleving: het zorgt voor verbinding en ontmoeting en het biedt kansen voor ontwikkeling van individuen. Cultuur maak je samen, samen met inwoners, de

Verkeersstructuur Diemen Zuid

58

samenleving, het volk en het land. Binnen deze definitie vallen alle vormen van cultuur, zoals cultuureducatie, cultureel erfgoed, literatuur, culturele evenementen en media''. Beleidsnota cultuurhistorie Diemen De gemeente wijst in de beleidsnota cultuurhistorie op het belang van het benutten van bestaande cultuurhistorische waarden in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dit kan in belangrijke mate bijdragen aan het behoud en de versterking van de identiteit van Diemen. Aanbevolen wordt daarom waar mogelijk cultureel erfgoed te gebruiken als inspiratiebron en meerwaarde voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Cultuurhistorie dient als volwaardig aspect betrokken te worden bij integrale beleidsadvisering over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het is wenselijk dit gedachtegoed op een verantwoorde wijze in te passen in lokale ruimtelijke processen door ze te inventariseren, visualiseren en te documenteren, en waar nodig instrumenten te ontwikkelen die deze waarde bescherming bieden of anderszins mee te werken aan de instandhouding. Archeologie Om de archeologische situatie in kaart te brengen heeft bureau RAAP een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is in Bijlage 13 van de toelichting toegevoegd. Binnen het plangebied worden op grond van het bureauonderzoek in de ondergrond drie niveaus met archeologische potentie verwacht.

Van onder naar boven zijn dit: De top van de pleistocene afzettingen. Op dit niveau kunnen archeologische resten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum verwacht worden. Dit niveau is gezien de bedekking met een laag basisveen naar verwachting goed geconserveerd. Vanwege de grote diepteligging (7 m –mv of dieper) wordt dit niveau echter niet bedreigd door de voorgenomen herinrichting van het plangebied. De top van de getijde afzettingen. Op dit niveau kunnen archeologische resten uit de periode vroeg-neolithicum tot en met het midden-neolithicum verwacht worden. Het getijdenlandschap is gezien de bedekking met een laag Hollandveen naar verwachting eveneens goed geconserveerd. Vanwege de grote diepteligging (circa 5 m –mv) wordt dit niveau echter ook niet bedreigd door de voorgenomen herinrichting van het plangebied. Het maaiveld ten tijden van de ontginning van het gebied. Op dit niveau kunnen zich sporen uit de perioden vanaf de 12e eeuw bevinden. Deze sporen zullen zich naar verwachting concentreren in een strook langs de Diemer Laan, die het plangebied op twee plaatsen snijdt. In de huidige situatie is dit niveau bedekt door een dik pakket opgebracht zand. Ter plaatse van de huidige kruising van de Beukenhorst en de Boven Rijkersloot staat op het kadastraal minuutplan een boerenerf aangegeven.

In een boring die direct bij deze kruising is uitgevoerd (www.dinoloket.nl) is vastgesteld dat het ophoogpakket daar slechts 1,18 m dik is. Of dit niveau op deze locatie wordt bedreigd door de voorgenomen herinrichting van het terrein hangt af van de daadwerkelijke diepte van de graafwerkzaamheden die in het kader van de ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Ter plaatse van deze kruising wordt een rotonde aangelegd. Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat binnen het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Meer specifiek betreft het de kruising van de Beukenhorst met de Boven Rijkersloot, waar een rotonde zal worden aangelegd. In de beheersverordening is aan deze zone Waarde Archeologie 1 toegekend. Daarom wordt geadviseerd om de plannen zodanig te ontwerpen dat verstoringen dieper dan 1 m –mv in deze zone worden voorkomen. De waarde 'Archeologie 1' wordt in voorliggend plan ook op dezelfde plek toegekend. Daarmee wordt het gebied in de nieuwe situatie ook planologisch beschermd tegen bodemingrepen. Indien het niet mogelijk blijkt deze rotonde aan te leggen zonder bodemingrepen dieper dan 1 m - mv, wordt aanbevolen in het kader van de bestaande planvorming de vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.

Om de gespecificeerde verwachting aan te vullen en te verfijnen wordt een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek. In het overige deel van het plangebied wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).

Verkeersstructuur Diemen Zuid

59

Conclusie Bij de geplande nieuwe rotonde bij de Beukenhorst- Boven Rijkersloot zijn bedreigingen van archeologisch materiaal niet op voorhand uit te sluiten. Indien het ontwerp zodanig wordt opgezet dat er niet dieper dan 1 onder maaiveld gegraven wordt dan is het plan in het kader van archeologie zonder meer uitvoerbaar. Als er als het gevolg van het ontwerp toch dieper gegraven moet worden dan 1 meter onder maaiveld, dan dient er vervolgonderzoek uitgevoerd te worden door middel van een verkennend booronderzoek. Uit dit onderzoek volgen mogelijk mitigerende maatregelen om archeologische verstoring te voorkomen. Als deze maatregelen worden uitgevoerd kent het plan geen belemmeringen in het kader van archeologie. In het kader van cultuurhistorie is het plan uitvoerbaar.

5.11

Privacy

Wettelijk kader De afbreuk van privacy wordt niet geregeld binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) of Wet Ruimtelijke Ordening (WRO). Privacy is in beginsel een civielrechtelijke aangelegenheid. Desalniettemin kan er verwezen worden naar artikel 5:50 van het Burgerlijk wetboek: 1. Tenzij de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven. 2. De nabuur kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van zodanige openingen of werken, indien zijn erf een openbare weg of een openbaar water is, indien zich tussen de erven openbare wegen of openbare wateren bevinden of indien het uitzicht niet verder reikt dan tot een binnen twee meter van de opening of het werk zich bevindende muur. Uit dezen hoofde geoorloofde openingen of werken blijven geoorloofd, ook nadat de erven hun openbare bestemming hebben verloren of de muur is gesloopt. Echter, omdat door de reconstructie de grenzen van de Boven Rijkersloot dichter op de omliggende woningen komt te liggen wordt dit aspect in het kader van goede ruimtelijke ordening wel beschouwd. Beschouwing Door de reconstructie van de verkeerstructuur kan de wegligging ten opzichte van de omliggende woningen wijzigen.

De busbaan wordt verbreed waardoor de weg dichter op de woningen komt te liggen. De bestemming 'verkeer' is echter zodanig vastgelegd dat deze zo veel mogelijk overeenkomt met de bestaande situatie. Er mag middels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels maximaal 5 meter van de bestemmingsgrens afgeweken worden. Ondanks dat de busbaan na openstelling voor auto's dichter op de woningen kan komen te liggen, ligt er op veel plekken nog een verblijfsgebied voor langzaam verkeer tussen de weg en de gevels van de woningen. Vanwege deze situatie rondom het plangebied kan er geconcludeerd worden dat er geen onaanvaardbare situatie ontstaat in het kader van privacy. Conclusie Het plan is uitvoerbaar in het kader van privacy.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

60

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische planopzet

Algemeen

Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies zijn toegestaan en hoe deze gronden mogen worden bebouwd. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten; een juridisch bindende regels van het bestemmingsplan; een bijbehorende toelichting. Het bestemmingsplan kan worden geraadpleegd door middel van computersoftware; in ieder geval via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden door het aan- of uitvinken van planobjecten. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen. Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP2012).

De toepassing van de SVBP2012 is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de verbeelding. In de volgende paragraaf staat uitgelegd welke systematiek voor dit bestemmingsplan gehanteerd is en hoe de eigenschappen van het plangebied zich hebben vertaald in de toegekende bestemmingen. De paragraaf daarna geeft een korte toelichting per artikel van de planregels.

6.2

Toelichting op de regels

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken. Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. Artikel 3 Groen Voor het zich binnen het plangebied bevindende groen is een groenbestemming opgenomen. Op grond van de groenbestemming zijn naast groenvoorzieningen en een park, en voet- en fietspaden, ook geluid- en luchtkwaliteitschermen, alsmede parkeervoorzieningen, straatmeubilair, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, kademuren, bruggen, duikers, steigers, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen, mogelijk. Binnen de aanduiding 'parkeerterrein' zijn parkeerterreinen toegestaan. Artikel 4 Verkeer De wegen en aangrenzende voet- en fietspaden en verblijfsgebieden binnen het plangebied

Verkeersstructuur Diemen Zuid

61

hebben een verkeersbestemming gekregen. Hierin zijn de wegen, fiets- en fietspaden, bermen, water en sloten, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen en geluidwerende voorzieningen toegestaan. Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 6 Waarde - Archeologie 1 De dubbelbestemming Waarde - Archeologie geldt voor de gronden waar - op basis van de gemeentelijke archeologiekaart - sprake is van archeologische verwachtingswaarden. (zie ook hoofdstuk 5.10) Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van deze waarden. In dit artikel wordt geregeld wanneer een archeologisch onderzoek vereist is en worden maatregelen ter bescherming van eventuele waarden voorgeschreven. Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Opname van deze regel volgt uit artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 9 Algemene gebruiksregels Aangegeven is welke vormen van gebruik worden aangemerkt als verboden gebruik Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Met het oog op verdere flexibiliteit kan het bevoegd gezag op een aantal punten van de bouwregels afwijken, wanneer technische, juridische of stedenbouwkundige redenen hiertoe aanleiding geven.

Artikel 11 Overige regels In dit artikel is geregeld dat voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere regelgeving, de andere regelgeving geldt zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. Artikel 12 Overgangsrecht Opname van de overgangsregel volgt uit artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 13 Slotregel De slotregel bevat de citeertitel van de regels.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

62

Hoofdstuk 7

7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De uitvoering van de werkzaamheden van zowel de reconstructie van de hoofdverkeersstructuur in Diemen-zuid en het opstellen en begeleiden van voorliggend bestemmingsplan worden gedragen door de gemeente Diemen. Daarmee wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht. Tevens hoeft voor dit plan geen exploitatieplan te worden opgesteld.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en maatschappelijk overleg Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaan een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Overleg met andere overheden Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bewoners Het voorlopig verkeersontwerp is gepresenteerd aan bewoners en andere belangstellenden tijdens een inloopbijeenkomst op dinsdag 6 maart 2018 in het Kruidvat in Diemen-Zuid. Ook heeft het voorlopig verkeersontwerp ter visie gelegen in het gemeentehuis. Op het ontwerp zijn circa 60 schriftelijk reacties ontvangen. Voorstanders van de openstelling van de busbaan zijn vooral bewoners langs de Boven Rijkersloot in Schelpenhoek omdat het daar dan rustiger wordt. Tegenstanders van de openstelling van de busbaan zijn vooral bewoners langs de busbaan.

Zij vrezen voor een afname van het woongenot en een toename van sluipverkeer, verkeers-onveiligheid, de geluidhinder en de luchtverontreiniging. Ook wordt de noodzaak van de openstelling betwijfeld gelet op de beschikbare alternatieve routes via de A10 en de Provincialeweg. Er is tevens veel twijfel over de daadwerkelijke handhaving van de maximumsnelheid van 30 km/uur. In overleg met de bewoners zal het verkeersontwerp verder worden uitgewerkt. Hiervoor is een apart projectplan opgesteld, zie tevens hoofdstuk 1.1.

Zienswijzen Het voorontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken voor eenieder ter visie gelegen. Tijdens deze periode kan eenieder zijn of haar zienswijze indienen bij de gemeenteraad.

Verkeersstructuur Diemen Zuid

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=2a45de77-fef3-4bc4-9c5c-77632eabb22e