CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Holland Park 2023_Bijlagen_Toelichting-deel 1

Gemeenteraadsvergadering 19 oktober 2023, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Holland Park 20236.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting De uitgangspunten van de Detailhandelsvisie Diemen die betrekking hebben op detailhandel in Bergwijkpark zijn opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan in met name de voorwaarden voor de wijzigingsplannen. In de regels van dit bestemmingsplan staan de voorwaarden voor de wijzigingsplannen aangegeven en deze voorwaarden zijn op die manier juridisch bindend vastgelegd. Concreet gaat het hierbij om winkels die niet groter zijn dan 150 m² b.v.o., binnen de wijzigingsgebieden 1 t/ m 8 (volgens de wijzigingsregels in artikel 20, lid 20.2.2, letter o, en artikel 20, lid 20.2.3, letter e.1.iii) tot een maximale 2 oppervlakte van 1.000 m b.v.o. gezamenlijk. (Zie hierover Paragraaf 4.3 Onderbouwing van de voorzieningen en zie ook Paragraaf 7.4).

3.4.5

Startnotitie Integraal Horecabeleid

In de in juni 2010 vastgestelde Startnotitie Integraal Horecabeleid is een koers uitgezet voor de horecagelegenheden in Diemen. Daarbij wordt aangegeven dat horeca een belangrijke maatschappelijke functie heeft. Horecagelegenheden zijn immers ontmoetingsplaatsen voor inwoners en bezoekers van de gemeente. In de Startnotitie zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. stimuleren van meer en betere horeca in Diemen; 2. verbeteren van het ondernemersklimaat; 3. daar waar men regels niet naleeft, dient gehandhaafd te worden, om zo de overlast vanuit de horeca te beperken en de kwaliteit van de horeca te waarborgen. Daarna is in 2011 een conceptnotitie "Integraal Horecabeleid gemeente Diemen" opgesteld. Op de Campus Diemen Zuid is een aantal horecagelegenheden aanwezig. Deze horecavoorzieningen worden als onderdeel van de gehele Campus in dit bestemmingsplan positief bestemd. Aan de Bergwijkdreef is verder een hotel (werkhotel) aanwezig. In het stedebouwkundige plan Holland Park Urban Picturesque (december 2015) wordt in het plangebied horeca opgenomen als onderdeel van voorzieningen waaraan in de nieuwe opzet van het plangebied behoefte bestaat. Voorbeelden van deze voorzieningen zijn naast horeca verder o.a. detailhandel, dienstverlening, kantoren, en maatschappelijke voorzieningen.

Het aantal, type en grootte van deze voorzieningen zal worden afgestemd op de vraag die ontstaat door het toevoegen van de nieuwe woningen.

44

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Naast de horeca die in het gebied van de Campus Diemen Zuid is bestemd in de bestemming "Gemengd 4", en een hotel (werkhotel) aan de Bergwijkdreef, binnen de bestemming "Gemengd 3", zullen er in de wijzigingsregels mogelijkheden worden opgenomen om in de diverse wijzigingsgebieden horecagelegenheden te bestemmen (zie ook hieronder bij "Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels").

Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting In de wijzigingsregels zijn regels opgenomen, waardoor in de wijzigingsplannen horecagelegenheden kunnen worden bestemd. De aantallen zijn verdeeld over de verschillende wijzigingsplannen en zijn 2 in de wijzigingsregels gebonden aan een maximum aantal m b.v.o. in totaal per wijzigingsgebied en per vestiging, volgens artikel 20, lid 20.2.2, letter o en artikel 20, lid 20.2.3, letter e.1.v. Zie hiervoor Paragraaf 5.7 "Wijzigingsgebieden" en paragraaf 7.4 "Algemene regels" van deze Toelichting.

3.4.6

Woonvisie Diemen

In de Woonvisie Diemen (2013-2017) wordt aangegeven wat de visie van de gemeente Diemen is op het beleidsterrein wonen. De gemeentelijke uitgangspunten met betrekking tot wonen worden kort en krachtig geformuleerd en er wordt in de Woonvisie zo concreet mogelijk aangegeven hoe hier invulling aan kan worden gegeven. De druk op de woningmarkt is zeer groot en er is een tekort aan diverse woningtypen. Dat geldt zowel voor de huur- als voor de koopsector. Ook in de komende jaren wordt een grote vraag naar woonruimte in Diemen verwacht. Er is in Diemen behoefte aan woningen met meer kwaliteit en ruimte zowel in de huur- als in de koopsector en aan woningen voor specifieke doelgroepen zoals senioren en jonge starters. In de Woonvisie staan diverse concrete mogelijkheden voor nieuwbouw in de koopsector te Diemen genoemd. Locaties die hiervoor de komende jaren beschikbaar komen zijn: Plantage de Sniep, Bergwijkpark, en de herontwikkeling van de schoollocaties in Noord. Het aanbod in het bestaande koopsegment voor starters in Diemen is thans relatief duur, terwijl de meeste starters een koopwoning of appartement zoeken van bij voorkeur onder de € 200.000,--. Daarnaast worden starters getroffen door de effecten van de economische crisis. Banken stellen strengere eisen aan de hypotheekvoorwaarden, waardoor de ruimte om iets te gaan kopen voor starters beperkt wordt.

Om toch tegemoet te komen aan de diepgewortelde koopwens bij starters te Diemen wil de gemeente eerst de mogelijkheden binnen de bestaande voorraad benutten; met name met een zeer beperkte verkoop van geliberaliseerde huurwoningen. Daarnaast zal ook een deel van de nieuwbouw (bijvoorbeeld in Bergwijkpark) in het goedkope/betaalbare koopsegment, met kleine appartementen, gerealiseerd moeten worden. Zij moeten zó zijn ontworpen en ingericht (levensloopbestendig), dat zij van blijvende waarde zijn, ook voor andere doelgroepen, zoals senioren. Volgens de Woonvisie “leent de locatie Bergwijkpark zich, met de directe nabijheid van het station Diemen Zuid, voor gestapelde woningbouw (waaronder studentenwoningen), koopwoningen (onder meer eengezinswoningen), appartementen in het (middel)duur segment, woon-werkwoningen en sociale huur met een luxe uitstraling”.

45

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) Met betrekking tot de huursector staat in de Woonvisie vermeld dat bij de herontwikkeling van Bergwijkpark rekening wordt gehouden met de realisatie van een aantal huurwoningen in diverse prijsklassen. Conform de regionale afspraken streeft de gemeente Diemen naar 30% sociale woningbouw (zowel sociale koop als sociale huur) bij het realiseren van nieuwbouw. In het Masterplan is opgenomen dat er in het gehele plangebied 30% betaalbare woningen moeten worden gerealiseerd. Dit percentage geldt voor het gehele plangebied.

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het onderhavige "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" past als volgt in het geformuleerde beleid van de Woonvisie Diemen 2013-2017 voor het gebied Bergwijkpark. Het onderhavige plan heeft mede tot doel om appartementen in het goedkope en middeldure koop- en huursegment te realiseren De nadruk zal liggen op starters, tweeverdieners, en alleenstaanden. Zie hiervoor ook Hoofdstuk 4.

3.4.7

Parkeerbeleidsplan Diemen 2010-2020

Parkeren maakt deel uit van het totale verkeer- en vervoersysteem. De manier waarop parkeren in Diemen in 2020 is geregeld, moet daarom worden afgestemd op de verschillende economische, sociale en leefbaarheidsdoelstellingen van Diemen. Het parkeerbeleid stelt de volgende ambitie voor: "Het parkeerbeleid levert optimale ondersteuning aan alle activiteiten die in Diemen plaatsvinden (sterke wijken en vitale werkgelegenheid) en aan de kwaliteit en het gebruik van de schaarse openbare ruimte." De gemeente Diemen tracht te voorkomen dat er een overloop vanuit bedrijventerreinen en kantorenlocaties richting woonwijken en andere delen van Diemen zal ontstaan. Daarnaast wordt bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding, en functieverandering) een op maat gemaakte parkeernormering toegepast ten behoeve van de kwaliteit van de openbare ruimte. "Parkeren op eigen terrein" is hierbij het uitgangspunt. Met het realiseren van bovenstaande doelen levert het parkeerbeleid een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte en waarborging van de bereikbaarheid en leefbaarheid in Diemen. Het parkeerbeleid is hiermee geen doel op zich, maar een instrument om de beschikbare ruimte optimaal te benutten. Uitgangspunt in Bergwijkpark is het beperken van de automobiliteit in de wijk en dit komt onder andere tot uiting in de te hanteren parkeernorm voor dit gebied.

Vanwege onder meer de goede openbaar vervoer voorzieningen bij het plangebied is er het voornemen om het aantal parkeergelegenheden relatief beperkt te houden. In het Masterplan Bergwijkpark wordt hierbij uitgegaan van een parkeernorm van 0,55 à 0,85 parkeerplaatsen per woning. Het betreft 0,30 parkeerplaats per woning voor de bewoner(s) binnen de bouwblokken en 0,25 parkeerplaats per bezoeker per woning op het maaiveld. Ook bezoekers van de geplande aanvullende voorzieningen zullen binnen deze 0,25 parkeernorm dienen te parkeren. Van het totaal van 0,85 parkeerplaats per woning zal 0,30 parkeerplaats als buffer worden opgenomen binnen de bouwblokken. Deze buffer zal pas worden gerealiseerd indien daar aantoonbaar behoefte aan bestaat onder de bewoners van de woongebouwen. Voor de studentenwoningen geldt een parkeernorm van 0,1 parkeerplaatsen per woning.

46

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Voor de beantwoording van de vraag hoe het parkeerbeleid is vormgegeven in het onderhavige bestemmingsplan, zoals het op basis van het Parkeerbeleidsplan was doorvertaald naar het Masterplan Bergwijkpark, zie Paragraaf 6.3 "Parkeren" in Hoofdstuk 6 "Omgevingsfactoren en randvoorwaarden". Met het parkeerbeleid volgens het Parkeerbeleidsplan Diemen 2010-2020 is rekening gehouden in het onderhavige "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015": "bij ruimtelijke ontwikkelingen (inbreiding, uitbreiding en functieverandering) wordt een op maat gemaakte parkeernormering toegepast ten behoeve van de kwaliteit van de openbare ruimte. Het 'parkeren op eigen terrein' is hierbij het uitgangspunt". Met dit uitgangspunt is met de uitwerking van het onderhavige bestemmingsplan rekening gehouden. De uitgangspunten voor het parkeren maken onderdeel uit van de regels van dit bestemmingsplan. In de regels is voor de studentenwoningen een norm opgenomen van 0,1 parkeerplaats per studentenwoning. De parkeernormen voor de directe bestemmingen zijn in de regels, in artikel 23, lid 23.2 geregeld.

Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting In de wijzigingsregels zijn ook regels met betrekking tot het parkeren opgenomen. Zie ook de toelichting op de wijzigingsregels volgens Paragraaf 7.4 van de Toelichting. In de wijzigingsregels is het volgende met betrekking tot het parkeren opgenomen: "Voor de wijzigingsgebieden is in artikel 20, lid 20.2.2, letter q. en in artikel 20, lid 20.3.2, letter j. van de regels voor de nieuwe bestemmingen "Gemengd" ten behoeve van de wijzigingsplannen de parkeernorm opgenomen van 0,85 parkeerplaats per woning, waarvan 0,25 parkeerplaats per woning is bedoeld voor bezoekersparkeren op maaiveld en 0,6 parkeerplaats per woning voor bewoners inpandig binnen de bouwblokken. Van deze 0,6 wordt 0,3 direct inpandig gerealiseerd, de overige 0,3 parkeerplaats per woning dient als buffer voor indien de noodzaak daartoe bestaat vanwege de noodzakelijke benodigde inpandige parkeerplaatsen voor bewoners". Het parkeren voor de voorzieningen dient plaats te vinden binnen de genoemde norm van 0,25 parkeerplaats per woning voor bezoekersparkeren.

3.4.8

Welstandsnota Diemen 2012

De welstandsnota moet een burger voldoende houvast geven om een bouwplan in te dienen dat voldoet aan "redelijke eisen van welstand". Dit houdt in het kort in, dat het plan niet uit de toon mag vallen of afbreuk mag doen aan zijn omgeving. In de welstandsnota geeft de gemeente van gebieden de karakteristiek aan en de criteria, waarmee de Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit (de Welstandscommissie) de plannen zal beoordelen. Voor het plangebied Bergwijkpark geldt een regulier niveau van welstand, hetgeen betekent dat bij elke aanvraag van een omgevingsvergunning voor "de activiteit bouwen" wordt bekeken of het bouwplan voldoet aan redelijke eisen van welstand, wat inhoudt dat de plaatsing en het uiterlijk van het beoogde bouwplan wordt beoordeeld. Bij het Stedebouwkundig Plan "Holland Park Urban Picturesque" is eveneens het "Beeldkwaliteitplan Holland Park" (december 2015) opgesteld. In dit Beeldkwaliteitplan wordt het welstandsbeleid voor het oostelijk deel van gebied Bergwijkpark voor Holland Park beschreven. Het Beeldkwaliteitsplan Holland Park zal, na inspraak in het begin van 2015, door de gemeenteraad van Diemen worden vastgesteld. Daarna zal het als formeel toetsingskader fungeren voor de welstandsbeoordeling van het oostelijk deel van het gebied Bergwijkpark, Holland Park, als onderdeel van de Welstandsnota.

47

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Bij het Stedebouwkundig Plan "Holland Park Urban Picturesque" (december 2015) is eveneens het "Beeldkwaliteitplan Holland Park" (december 2015) opgesteld. In dit Beeldkwaliteitplan wordt het welstandsbeleid voor het oostelijk deel van gebied Bergwijkpark voor Holland Park beschreven. Het Beeldkwaliteitsplan Holland Park is akkoord bevonden door het Kwaliteitsteam voor Bergwijkpark en zal na inspraak door de gemeenteraad van Diemen worden vastgesteld. Daarna zal het als toetsingskader fungeren voor de welstandsbeoordeling van het oostelijk deel van het gebied Bergwijkpark, Holland Park, als onderdeel van de Welstandsnota. Zie verder ook Paragraaf 5.5.9 van deze Toelichting.

3.4.9

Milieubeleidsplan Diemen 2009-2020. Een milieuvisie op hoofdlijnen

Het Milieubeleidsplan Diemen 2009-2020 heeft een wettelijke status op grond van de Wet milieubeheer (Wm) en vormt een globale milieuvisie op hoofdlijnen met een gebiedsgerichte insteek, waarbij waar mogelijk in een meer integrale benadering is voorzien. Het milieubeleid moet een positieve impuls geven op de leefbaarheid en duurzaamheid van de gemeente Diemen. Centraal hierbij staan: gezondheid, hinder en veiligheid, en de vraag of de huidige activiteiten de toekomst bedreigen, of dat zij lasten afwentelen op anderen. In het Milieubeleidsplan wordt ingegaan op de rol van het Milieubeleidsplan bij het ontwikkelen van nieuw beleid, en het ambitieniveau van de milieuvisie van de gemeente op hoofdlijnen. De onderwerpen die in het Milieubeleidsplan aan de orde komen zijn: geluid, lucht, bodem, externe veiligheid, en energie. Ten aanzien van het plangebied Bergwijkpark is in het beleidsplan opgenomen dat bij de herontwikkeling uitgangspunt is dat tenminste alle gangbare energiemaatregelen worden getroffen op het gebied van energiebesparing en duurzame energie (warmte/koude opslag in de bodem of warmtelevering, zongerichte verkaveling woningen, extra isolatie woningen, beperken warmte- en koudevraag, energiezuinige apparatuur, opwekken duurzame energie).

Tevens staat vermeld dat voor Bergwijkpark wordt uitgegaan van een Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) voor de woningen van 0,6 en een Energie Prestatie op Locatie (EPL) van 8. Deze eis is inmiddels aangepast. Zie paragraaf 3.4.10 "Actieplan Energiebeleid 2013-2017" waarin staat: "Voor de herontwikkeling van Bergwijkpark-Noord werd in het verleden uitgegaan van een energieprestatie op locatie van 8. Dit kan inmiddels eenvoudig worden bereikt door warmtelevering en WKO's en zijn dus niet meer zo bijzonder." “De behoefte aan het met ontwikkelaars afspreken van een aangescherpte (bovenwettelijke) EPC, vaak resulterend in een lagere grondopbrengst voor de gemeente, is niet meer aanwezig”. Het plaatsen van kleine windturbines op bedrijventerreinen en op (hoge) gebouwen in de woongebieden wordt in het Milieubeleidsplan een aantrekkelijke optie genoemd.

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In de regels van bestemmingsplan wordt het planologisch mogelijk gemaakt dat kleine windturbines worden geplaatst op (hoge) bedrijfsgebouwen en op (hoge) gebouwen in de woongebieden. Hiervoor is in dit bestemmingsplan een regeling opgenomen binnen de bestemmingen "Gemengd", "Kantoor", en "Wonen". Het aspect duurzaamheid bij het onderhavige "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" is er verder in gelegen dat het gebruik van Stadsverwarming mogelijk is. Dit is zonder meer mogelijk volgens de regels van het bestemmingsplan. Ook de bouw van bijvoorbeeld WKO installaties en van zonnepanelen zijn volgens de regels mogelijk. Puin dat vrijkomt bij de sloop van leegstaande kantoorgebouwen ten behoeve van het project zal zoveel mogelijk worden hergebruikt binnen het plangebied. Voor de tijdelijke opslag van puingranulaat zal een omgevingsvergunningsprocedure voor tijdelijk gebruik (met een reguliere

48

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) procedure) worden doorlopen. Deze tijdelijke opslag van puingranulaat zal dus niet "bij recht" mogelijk worden gemaakt in het onderhavige bestemmingsplan. Voor de beantwoording van de vraag hoe met duurzaamheid wordt omgegaan bij het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015", overeenkomstig het Milieubeleidsplan, wordt verder verwezen naar de Paragraaf 6.5 "Duurzaamheid - duurzame energieopwekking en energiebesparing", in Hoofdstuk 6 "Omgevingsfactoren en randvoorwaarden".

Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 in deze Toelichting In de wijzigingsregels worden in artikel 20, lid 20.2.3, letter e.15 regels gegeven waardoor binnen de wijzigingsgebieden het planologisch mogelijk kan worden gemaakt dat kleine windturbines worden geplaatst op (hoge) bedrijfsgebouwen en op (hoge) gebouwen in de woongebieden. Verder kunnen volgens de wijzigingsregels voorzieningen voor stadsverwarming worden aangelegd, en kunnen bijvoorbeeld WKO installaties en zonnepanelen worden aangelegd/gebouwd.

3.4.10 Actieplan Energiebeleid 2013-2017 Het Actieplan Energiebeleid 2013 – 2017 “Diemen verduurzamen en energieneutraal maken in 2040” is vastgesteld door de gemeenteraad van Diemen d.d. 25 april 2013. De gemeente Diemen voert een actief energiebeleid om Diemen duurzamer en uiteindelijk in 2040 energieneutraal te laten worden. De gemeente wil in de eerste plaats hierin zelf het goede voorbeeld geven. Dit, door als gemeente zelf voldoende energie te besparen en duurzame energie op te wekken, en door daarover te communiceren. Daarnaast is het accent verschoven bij de uitvoering van het energiebeleid van het informeren en kennisuitwisseling naar het opzetten van samenwerking met burgers, bedrijven en organisaties met als doel om concrete resultaten te bereiken. Diemen streeft ernaar om in het jaar 2040 in regionaal verband energieneutraal te zijn (EN2040). Dit betekent, dat alle energie die in de gemeente/regio wordt verbruikt, in de gemeente/regio duurzaam moet zijn opgewekt. In de periode 2013-2017 dient 15% energie te worden bespaard. De gemeente realiseert deze doelstelling voor de eigen organisatie (gebouwen, openbare verlichting, en dergelijke) en ondersteunt de doelgroepen (bewoners, bedrijven, en instellingen) bij het realiseren van deze doelstelling. In deze periode 2013-2017 dient 10% van de energiebehoefte duurzaam te worden opgewekt.

De gemeente wil deze doelstelling ook realiseren voor de eigen organisatie en ondersteunt de doelgroepen (bewoners, bedrijven, en instellingen) bij het realiseren daarvan. De gemeente werkt in regionaal verband samen indien dit leidt tot een duidelijke meerwaarde. Voordat een nieuwe activiteit wordt opgepakt, wordt deze SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden) uitgewerkt. Voor het uitvoeren van de activiteit dient aantoonbaar maatschappelijk draagvlak te zijn. Vanaf september 2012 zijn de prioritaire projecten voor de gemeente: 1. invoeren energiezorg in gemeentelijke gebouwen; en 2. vormen van duurzaamheidkringen van bedrijven met duurzame ambities. Vanaf 2013 komen daar nog enkele (A&M)-activiteiten bij die met name zijn gericht op energiebesparing in de bestaande woningvoorraad, waaronder het maken van afspraken met woningcorporaties. Hiernaast gaat het om een gebouw- of buurtgerichte aanpak en/of een individuele aanpak gericht op alle huishoudens met een zeer hoog gemiddeld gas- en/of elektriciteitsverbruik, en/of huishoudens met een laag inkomen (integratie met het armoedebeleid). Andere prioritaire activiteiten, die worden voortgezet, hebben betrekking op: windturbines (in het buitengebied), biomassacentrale (in A&M-verband) en warmtelevering (Bergwijkpark).

49

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) Met betrekking tot de activiteiten die volgens het Actieplan worden en zullen worden uitgevoerd, hebben de volgende activiteiten betrekking op het plangebied van Bergwijkpark. “(…) Doelgroep woningen en inwoners Mogelijk nieuwe activiteiten voor de periode 2013-2017, zoals onder meer: (…) 4.8 Aangescherpte EPC afspreken bij nieuwbouw (LKA). Hierbij wordt vermeld in verband met het plan Bergwijkpark: "Voor de herontwikkeling van Bergwijkpark-Noord werd in het verleden uitgegaan van een energieprestatie op locatie van 8. Dit kan inmiddels eenvoudig worden bereikt door warmtelevering en WKO's en is dus niet meer zo bijzonder." “De behoefte aan het met ontwikkelaars afspreken van een aangescherpte (bovenwettelijke) EPC, vaak resulterend in een lagere grondopbrengst voor de gemeente, is niet meer aanwezig”. (…) Thema verkeer en vervoer Uitgevoerde activiteiten in 2008-2012 en die worden voortgezet in 2013-2017, zoals onder meer: (….). 6.2 Verbeteren van het collectief vervoer (deels LKA). "Hierbij wordt vermeld in verband met het project Bergwijkpark: In het kader van de herontwikkeling van Bergwijkpark-Noord (wordt) zoveel mogelijk een gebiedsgerichte aanpak toegepast voor een goed openbaar vervoer aanbod en goede fiets/voetgangersvoorzieningen".

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Er zijn in de regels van dit bestemmingsplan mogelijkheden opgenomen om pv-panelen (zonnepanelen) te installeren en om deze met name op de daken te plaatsen. In de regels worden verder kleine windturbines mogelijk gemaakt, op gebouwen met een hoogte van meer dan 16 meter, met een juridische regeling binnen de bestemmingen "Gemengd", "Kantoor" en "Wonen". Voor de beantwoording van de vraag hoe verder met duurzaamheid wordt omgegaan bij het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015", overeenkomstig het Milieubeleidsplan, wordt verwezen naar de Paragraaf 6.5 "Duurzaamheid - duurzame energieopwekking en energiebesparing", in Hoofdstuk 6 "Omgevingsfactoren en randvoorwaarden".

Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 in deze Toelichting In de wijzigingsregels worden in artikel 20, lid 20.2.3, letter e.15 regels gegeven waardoor binnen de wijzigingsgebieden het planologisch mogelijk kan worden gemaakt dat kleine windturbines worden geplaatst op (hoge) bedrijfsgebouwen en op (hoge) gebouwen in de woongebieden. Verder kunnen volgens de wijzigingsregels voorzieningen voor stadsverwarming worden aangelegd, en kunnen bijvoorbeeld WKO installaties en pv-panelen (zonnepanelen) worden aangelegd/gebouwd.

50

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 3.4.11 Nota Reclame in de openbare ruimte 2011 In de nota Reclame in de openbare ruimte 2011 is het gemeentelijk beleidskader middels speerpunten geformuleerd voor reclameobjecten in de openbare ruimte. De nota dient als toetsingskader voor verzoeken vanuit de markt en functioneert als uitvoeringskader voor acties die door de gemeente zelf worden ondernomen om reclame-inkomsten te genereren voor reclame in de openbare ruimte. De nota heeft niet de doelstelling een toetsingskader te vormen voor reclame op particulier terrein.

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In de regels van dit "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" zijn reclameborden tot een hoogte van 5 meter toegestaan in de bestemmingen "Verkeer" en "Verkeer – Weg".

3.4.12 Beleidsregels plaatsingsmogelijkheden GSM/UMTS antennes in Diemen Op 5 maart 2009 heeft de gemeenteraad beleidsregels vastgesteld om aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en van het bebouwingsbeeld, dan wel onevenredige inbreuk op het gebruiksgenot van panden in de directe omgeving, te voorkomen. In de beleidsregels wordt aangegeven onder welke voorwaarden antenne-installaties zijn toegestaan. Daarbij is een kaart gemaakt waarop gebieden zijn aangegeven, waar vrijstaande prikmasten (onder voorwaarden) zijn toegestaan. Naast deze zones is plaatsing van prikmasten ook langs hoofdinfrastructuur (onder voorwaarden) toegestaan.

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In de regels van dit bestemmingsplan is een algemene afwijkingsregel opgenomen voor het plaatsen van vrijstaande antenne-installaties en zogenoemde vrijstaande prikmasten (onder voorwaarden) in artikel 21, letters h. en i. van de regels. Daarbij wordt (mede) verwezen naar de aanduiding "overige zone - antenne-installatie" die op de verbeelding van dit bestemmingsplan is aangebracht.

3.4.13 Ondergronds bouwen De beleidsnotitie "Ondergronds bouwen" is in februari 2003 door de gemeente Diemen opgesteld om tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar ondergronds bouwen. Gestreefd wordt naar het expliciet vastleggen van ondergronds bouwen in nieuwe bestemmingsplannen. Er zijn verschillende schaalniveaus van ondergronds bouwen te onderscheiden. Niet in elk bestemmingsplan zijn alle schaalniveaus wenselijk dan wel mogelijk. Dit betekent, dat voor bestemmingsplannen gebiedsafhankelijke voorwaarden worden gesteld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestemmingsplannen voor woonwijken, voor het buitengebied, voor kantoor- en industriegebieden en voor uitzonderingsgevallen, zoals het centrumgebied, en infrastructuur.

51

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) In het gebied Bergwijkpark, dat van kantoorgebied wordt getransformeerd tot een woongebied, is reeds ondergronds gebouwd daar waar het parkeergarages en dergelijke betreft. In het gebied zullen volgens het onderhavige plan met name appartementengebouwen worden gerealiseerd. Planologisch gezien is ondergronds bouwen ook bij deze transformatie een gewenste ontwikkeling, aangezien dit een intensivering van het grondgebruik inhoudt. Dit betekent dat er in beginsel zo weinig mogelijk beperkingen worden opgelegd. Het gaat hier veelal om ondergrondse ruimtes, zoals parkeerkelders et cetera. Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het beleid ten aanzien van ondergronds bouwen is in dit bestemmingsplan voor de toekomstige ontwikkeling juridisch verankerd door een maximale verticale diepte van 6 meter in de regels voor de bestemming "bij recht", namelijk in de artikelen 5 en 15 voor de bestemmingen "Gemengd 2" en "Wonen".

Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting Het beleid ten aanzien van ondergronds bouwen is verder in dit bestemmingsplan voor de toekomstige ontwikkeling juridisch verankerd door een maximale verticale diepte van een gebouw van 6 meter op te nemen in de wijzigingsregels volgens artikel 20, lid 20.2.3, letter e.11 voor onder meer de nieuwe bestemmingen "Gemengd".

3.4.14 Prostitutiebeleid In de notitie inzake het gemeentelijk prostitutiebeleid uit 2002 zijn de beleidsuitgangspunten geformuleerd met betrekking tot het lokaal prostitutiebeleid. Zichtbare vormen van prostitutie worden niet toegestaan in de gemeente. Door middel van een zogenoemd maximum vergunningstelsel in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) zijn vooralsnog één seksinrichting en één escortbedrijf in de gemeente toegestaan. Ook zijn in de beleidsnota randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van de locatie waar een seksinrichting en een escortbedrijf al dan niet mogen worden gevestigd. Het gemeentelijk prostitutiebeleid is opgenomen in een parapluplan en zal worden verwerkt in de regels van de bestemmingsplannen. Dit houdt voor dit gebied in dat in het artikel "Algemene gebruiksregels" van de planregels van het vigerende bestemmingsplan het exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of raamprostitutie in het plangebied is uitgesloten. Een dergelijke regel wordt ook in het onderhavige nieuwe bestemmingsplan opgenomen in de Algemene gebruiksregels (artikel 19 van de regels).

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In de Algemene Gebruiksregels van het onderhavige nieuwe bestemmingsplan van het onderhavige "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" zijn in artikel 19 van de regels ook de volgende regels opgenomen: "Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden, bouwwerken en/of water: (...) b. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie; c. voor het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf; (...)".

52

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Met deze gebruiksregels wordt voldaan aan de notitie inzake het gemeentelijke prostitutiebeleid (2002).

3.4.15 Beleidsnota Cultuurhistorie Het gemeentelijke beleid van de gemeente Diemen met betrekking tot de cultuurhistorie en de archeologie is verwoord in de Beleidsnota Cultuurhistorie (d.d. 22 oktober 2003 vastgesteld door de gemeenteraad). De in de beleidsnota geformuleerde doelstellingen zijn: 1. De aanwezige cultuurhistorische waarden inventariseren en documenteren. 2. Deze waarden beschermen door beheer en instandhouding te stimuleren en waar nodig te ondersteunen. 3. Behoud door ontwikkeling realiseren door het aangeven van mogelijkheden, waardoor op verantwoorde wijze een nieuwe toekomst wordt geboden aan de aanwezige cultuurhistorische waarden. 4. De bewustwording over de cultuurhistorie van Diemen vergroten en de samenwerking met externe partijen, die te maken hebben met cultuurhistorie, te versterken. Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Een verdere bespreking en toepassing van de Beleidsnota Cultuurhistorie komt in Hoofdstuk 6 "Omgevingsfactoren en randvoorwaarden", Paragraaf 6.8 "Cultuurhistorie", en Paragraaf 6.9 "Archeologie” aan de orde. Uit deze paragrafen blijkt dat de aspecten cultuurhistorie en archeologie geen belemmeringen opleveren voor de vaststelling van het onderhavige nieuwe "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015".

3.4.16 Waterplan Diemen 2010-2028 Door de gemeente Diemen is de beleidsnota "Waterplan Diemen 2010-2028. Diemen zet water op de kaart" opgesteld en vastgesteld (14 oktober 2009). Dit is gebeurd in nauwe samenwerking met het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Met dit waterplan is invulling gegeven aan het Nationaal Bestuursakkoord Water.

Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Een verdere bespreking en toepassing van het Waterplan Diemen 2010-2028 komt in Hoofdstuk 6 "Omgevingsfactoren en randvoorwaarden", Paragraaf 6.7 "Water", uitgebreid aan de orde.

53

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

54

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Nut en noodzaak herontwikkeling

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking algemeen

In een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor een woningbouwplan, moet worden beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een actuele regionale behoefte voorziet. Deze onderbouwing van de regionale behoefte aan woningen, ofwel de “nut en noodzaak” van de woningbouw, wordt gedaan aan de hand van de zogenoemde “Ladder voor duurzame verstedelijking”. De “Ladder voor duurzame verstedelijking" is in de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) geïntroduceerd en is vastgelegd als een procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6, lid 2. Het Bro bepaalt in het genoemde artikel dat onder andere voor bestemmingsplannen de genoemde treden van de ladder moeten worden doorlopen. Het doel van het beleid dat ten grondslag ligt aan de "Ladder voor duurzame verstedelijking" is, dat regionale afstemming plaatsvindt tussen de gemeenten over de te bouwen woningen. Er is onderzoek gedaan naar de behoefte aan woningen ter onderbouwing van het besluit om het plangebied te herontwikkelen van een kantoorgebied naar een woongebied. Dit is gebeurd met het onderzoek van het onderzoeksbureau RIGO Research en Advies "Aansluiting van het plan Bergwijkpark op de actuele regionale woningbehoefte" d.d. 3 november 2014, nr. P29420 (zie: Bijlage 1 bij deze Toelichting). De ladder werkt met drie opeenvolgende stappen: a.

Trede 1: er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte, en: b. Trede 2: indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en: c.

Trede 3: indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt, dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Trede 1: actuele regionale woningbehoefte - regionale vraag naar ruimte

In Hoofdstuk 2 van het rapport van RIGO is de “Toets op de kwantitatieve woningbehoefte” beschreven. Het plan voor Bergwijkpark, met het onderhavige "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015", dient aan te sluiten op de actuele regionale behoefte. De eerste vraag die in het rapport wordt beantwoord is “wat is de regio?”

55

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 4.2.1.1 Wat is de regio? In september 2010 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Provinciale Woonvisie “Goed Wonen in Noord-Holland 2010-2010” vastgesteld. De doelstelling van deze woonvisie is voldoende woningen met een passende kwaliteit en een aantrekkelijk woonmilieu voor de inwoners van NoordHolland. Als uitwerking van deze woonvisie heeft de provincie vier onderscheiden deelregio's van Noord-Holland omschreven. Eén daarvan is de Stadsregio Amsterdam (SRA). De Stadsregio Amsterdam onderscheidt binnen de regio weer: SRA-Noord, en SRA-Zuid. Het plan voor Bergwijkpark is gelegen in SRA-Zuid. Deze regio wordt door de Provincie ook wel aangeduid als Amstel-Meerlanden, het gaat dan om SRA-Zuid minus de gemeente Amsterdam. Met name als het gaat over de regionale behoefte, wordt er in het rapport van RIGO ingegaan op de drie genoemde regio's. (Voor de duidelijkheid, SRA-Zuid is inclusief de stad Amsterdam). 4.2.1.2 Kwantitatieve woningbehoefte (provinciale prognose) Het bepalen van de woningbehoefte is sterk afhankelijk van de aannames die men doet aangaande onder andere bevolkings- en huishoudens-ontwikkelingen, en binnen- en buitenlandse migratie. Daarnaast stuurt – op de woningmarkt – het aanbod ook de vraag.

Door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland zijn de vraaggestuurde woningbehoeftecijfers tot 2040 vastgesteld. Deze cijfers hanteert de Provincie, naast de Regionale Actieprogramma's (RAP's), bij het beoordelen van nut en noodzaak van woningbouw, conform de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS). Het gaat hier dus om een provinciale prognose. De cijfers zijn beschikbaar per regio en per gemeente. De meest recente prognose is van 2010. Deze cijfers zijn door de Provincie aan alle regio's beschikbaar gesteld. Het onderzoeksbureau RIGO heeft de prognosecijfers van de Provincie voorzien van een update naar 1 januari 2014. Dit houdt in, dat er rekening is gehouden met de woningtoevoegingen die tussen het verschijnen van de prognose en 1 januari 2014 hebben plaatsgevonden.

Afbeelding 11:

Prognose woningbehoefte. (Tabel 1 volgens het rapport van RIGO d.d. 3 november 2014)

De gewenste groei van de voorraad concentreert zich vooral in SRA-Zuid. Te zien is dat er in de regio Amstel Meerlanden een gewenste groei van de voorraad wordt verwacht van circa 13.200 woningen voor de komende 5 jaar. Voor de komende 15 jaar is dat 27.900 woningen. In SRA-Zuid (dus inclusief Amsterdam) is dat respectievelijk circa 53.000 en 94.500 woningtoevoegingen. Dit is exclusief het inlopen van het huidige woningtekort. Regionale plancapaciteit Bij het bepalen of een ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte, dient rekening te worden gehouden met de capaciteit in bestaande woningbouwplannen waar woningen worden toegevoegd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de monitor woningbouwcapaciteit die jaarlijks wordt geactualiseerd door het bureau RIGO in opdracht van de Stadsregio Amsterdam en de Provincie Noord-Holland (stand midden 2014).

56

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Afbeelding 12:

Plancapaciteit naar status (hardheid). (Tabel 2 van het rapport van RIGO d.d. 3 november 2014)

Ervanuitgaande dat alle harde plannen ook tot uitvoering komen, zullen er circa 6.770 woningen in de regio Amstel Meerlanden worden gebouwd; inclusief Amsterdam (door de regio SRA-Zuid) is dat 36.240 woningen. Voor de Stadsregio als geheel zijn dat er momenteel 41.420 woningen. Het bureau RIGO is er in de verdere berekeningen van uitgegaan dat de harde plannen ook daadwerkelijk tot uitvoer komen in de komende 15 jaar. In werkelijkheid zal daarvan een deel nog kunnen uitvallen of vertragen. Er kunnen echter ook nog harde plannen bijkomen, indien daar ruimte voor is. Resultaat kwantitatieve analyse (confrontatie vraag en aanbod) Het bureau RIGO heeft de gewenste groei van de voorraad geconfronteerd met de capaciteit in harde plannen en komt zo aan een tekort aan capaciteit per regio (zie onderstaande tabel).

Afbeelding 13:

Resterend tekort; Saldo woningbehoefte en totale harde plancapaciteit. (Tabel 3 van het rapport van RIGO d.d. 3 november 2014)

Voor de periode 2014-2030 geldt, dat de capaciteit in alle harde vastgestelde plannen lager is dan de behoefte die is geraamd in deze periode. Dit geldt zowel voor de Stadsregio Amsterdam als totaal, voor SRA-Zuid, als voor de subregio Amstel Meerlanden. Voor de korte termijn, 2014-2019, geldt ook, dat er nog onvoldoende harde plannen zijn om aan de behoefte te voldoen. Dit geldt hier eveneens voor zowel de stadsregio totaal, voor de SRA-Zuid, als ook voor de regio Amstel Meerlanden. Het bureau RIGO gaat er in bovenstaande tabel (Tabel 3 van het RIGO rapport, zie Afbeelding 13) vanuit dat alle harde capaciteit ook daadwerkelijk tussen 2014 en 2019 zal worden gerealiseerd. In werkelijkheid zal dit niet het geval zijn. Volgens de opgave van de gemeenten zal van de harde capaciteit in de stadsregio 40% na 2020 worden gebouwd. Binnen de subregio Amstel Meerlanden is dat 30%. Indien er rekening wordt gehouden met de planning van de harde plannen, wordt het tekort op korte termijn groter. Op de lange termijn blijft dit tekort gelijk, omdat de harde plannen alle voor 2030 gereed zullen zijn.

57

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Afbeelding 14:

Resterend tekort; Saldo woningbehoefte en totale harde plancapaciteit (rekening houdend met planning binnen harde plannen). (Tabel 4 van het rapport RIGO d.d. 3 november 2014)

Het bureau RIGO concludeert in Paragraaf 2.2 van zijn rapport, dat na het uitvoeren van een analyse op basis van de bronnen, zoals ook gehanteerd door de Stadsregio Amsterdam en de Provincie, te concluderen is, dat het plan Bergwijkpark, bestaande uit circa 5.200 woningen in totaal, een nieuwe stedelijke ontwikkeling is die met betrekking tot de aantallen woningen voorziet in een “actuele regionale behoefte”.

4.2.1.3 Check gevoeligheid voor actualiteit plangegevens korte termijn In de berekening volgens de voorgaande paragrafen zit een gevoeligheid met betrekking tot de actualiteit van de plangegevens. Indien bijvoorbeeld (de afgelopen paar maanden) een groot plan van bijvoorbeeld 5.000 woningen is goedgekeurd ziet het plaatje er anders uit, omdat de harde capaciteit hiermee toeneemt. Hierdoor neemt de ruimte voor nieuwe plannen op vooral de korte termijn af.

Afbeelding 15:

Resterend tekort; Saldo woningbehoefte en totale harde en zachte plancapaciteit waar de oplevering voor 2020 gepland is. (Tabel 5 van het rapport RIGO d.d. 3 november 2014)

Om een indicatie te geven ten aanzien van deze gevoeligheid is RIGO er hypothetisch vanuit gegaan dat alle zachte capaciteit in de regio, waarvan de betreffende gemeente heeft aangegeven de komende vijf jaar te starten met bouwen, in werkelijkheid al juridisch hard is. Ook dan blijft er in de stadsregio een tekort van -/- 18.000 woningen voor de periode 2014-2019 en voor de subregio Amstel-Meerlanden van -/- 4.000 woningen (zie bovenstaande tabel). Er is dus geen reden te veronderstellen dat het onvoldoende actueel zijn van plangegevens, de conclusie zoals geformuleerd in paragraaf 2.2 van het rapport van RIGO (zie hierboven bij paragraaf 4.2.1.2) sterk zal veranderen.

4.2.1.4 Kwalitatieve analyse De wetgever vraagt, dat een plan dient aan te sluiten op de actuele regionale behoefte. Hiermee wordt, zoals ook uit de structuurvisie van de provincie en de RAP van de Stadsregio Amsterdam blijkt, impliciet bedoeld dat er ook een kwalitatieve aansluiting dient te zijn naast een kwantitatieve. Het begrip kwaliteit is uitgewerkt in kenmerken als woonmilieu, woningtype en betaalbaarheid. Er is echter geen sprake van een duidelijke opgave in kwantitatieve zin. Het gaat voornamelijk om het voorkomen van overaanbod op de woningmarkt in bepaalde segmenten.

58

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) Aan nagenoeg alle typen woonmilieus is een tekort in de Stadsregio Amsterdam en de subregio Amstel Meerlanden. Dit hangt sterk samen met het relatief grote kwantitatieve woningtekort op dit moment en de verwachting voor de toekomst. Hierdoor is een analyse naar de aansluiting van het plan (bouwprogramma) op de kwalitatieve behoefte minder relevant. Bij een grote totale vraagdruk is er weinig risico dat projecten tot kwalitatief overschot leiden. Woonmilieus Op basis van de woningbehoefte prognose "vraaggestuurd bouwen" is een zogenaamde additionele behoefte naar woonmilieu berekend. Van belang is, dat in een krappe woningmarkt de vraag naar woningen in sommige woonmilieus niet volledig kan worden bediend en men zich zal vestigen in een “tweede keus” woonmilieu. Door nieuwbouw lost men niet altijd de vraag in van de woonconsument als het gaat om woonmilieus. Een voorbeeld, dat het bureau RIGO hierbij noemt, is het “tekort” aan vooroorlogse woonmilieus in de Stadsregio Amsterdam-Zuid. Hierin kan maar mondjesmaat extra aanbod worden gecreëerd. Dit zal dus elders moeten gebeuren.

Afbeelding 16:

Additionele behoefte naar woonmilieu Stadsregio Amsterdam-Zuid. (Tabel 6 van het rapport RIGO d.d. 3 november 2014)

Plan Bergwijkpark Een plan als Bergwijkpark kan, gelet op haar ligging en bouwprogramma, volgens het bureau RIGO, worden getypeerd als een “naoorlogs compact woonmilieu”, al geldt dat niet voor al de deelplannen. Wat betreft de voorgenomen gestapelde bouw geldt dit echter wel. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de directe omgeving en de naastgelegen plannen E-buurt West, E-buurt Oost en Dbuurt (gemeente Amsterdam Zuid Oost). Op basis van de tot hun beschikking zijnde gegevens was het voor bureau RIGO niet mogelijk om tot in detail cijfermatig te bepalen in hoeverre de harde plannen, die er nu liggen, de vraag naar het woonmilieu naoorlogs compact (en grondgebonden) reeds invullen. Het is duidelijk, dat de harde capaciteit in dit deel van de regio voor een groot deel gericht is op het zelfde type woonmilieu (mede gelet op het aandeel gestapelde woningen). Gelet op de kwantitatieve tekorten lijkt er echter zeker de komende 5 tot 15 jaar voldoende plaats voor dit type woonmilieu, zeker indien ook rekening wordt gehouden met het feit dat er substitutie zal plaatsvinden van woonconsumenten, die aanvankelijk een ander woonmilieu wensten (zoals centrum-stedelijk), maar waar niet in voldoende mate in kan worden voorzien.

Het bureau RIGO meent dat vooral door de ligging van het plan in de regio SRA-Zuid (bereikbaarheid van centrum, regio, en werkgelegenheid) deze substitutie ook kan plaatsvinden.

59

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) Woningtype (appartementen versus grondgebonden) Eveneens geldt voor de woonmilieus, dat er in de regio zowel een aanzienlijk tekort aan grondgebonden woningen is, als ook aan appartementen. De exacte verhouding en afzetbaarheid is op basis van woningbehoefteonderzoek vaak lastig te bepalen. In de Stadsregio Amsterdam overstijgt bijvoorbeeld de wens een eengezinswoning te betrekken het aanbod, waardoor men uiteindelijk in veel gevallen kiest voor een (ruim) appartement. Omdat de behoefte aan woningen in de regio, gelet op de huidige juridische harde plannen, de komende tijd niet zal worden ingelost, blijft er dan ook ruimte voor beide woningtypen. Er zal, volgens het bureau RIGO, geen overschot ontstaan. Te zien is, dat in de regio SRA-Zuid een relatief groot deel appartementen onderdeel uit maakt van de harde plannen. Een aanzienlijk deel betreft ook vervanging van bestaande appartementen.

Afbeelding 17:

Harde capaciteit in plannen naar woningtype. (Tabel 7 uit het rapport van RIGO d.d. 3 november 2014)

Wanneer alleen gekeken wordt naar de appartementen, die naar verwachting het merendeel van het plan Bergwijkpark zullen gaan uitmaken, is te concluderen dat deze passen in de behoefte. Er bestaat wel concurrentie met zowel de bestaande voorraad als andere nieuwbouw in de regio. Deze zal naar verwachting echter niet voor afzetproblemen zorgen. Prijsklassen De afzet van nieuwe woningen is de laatste tijd teruggevallen in de Stadsregio Amsterdam. Dit was niet te verklaren door een verminderde vraag naar woningen in de zin van behoefte. Integendeel zelfs, dit tekort is alleen maar opgelopen. Er is een kloof ontstaan tussen behoefte en effectieve vraag. Eén van de achtergronden is dat bijvoorbeeld de mogelijkheden om een woning te kopen voor grote groepen kleiner is geworden. In het onderzoek “Wonen in de regio Amsterdam” en de prognoses die gemaakt zijn voor de Stadsregio komt ook duidelijk een tekort aan betaalbare woningen naar voren, waaronder middeldure huur. Juist de middeninkomens komen in de knel op de regionale markt. Het plan Bergwijkpark wil hier in haar programma duidelijk op aansluiten met 90% in de klasse lager dan € 900,-- huur en lager dan een koopsom van € 190.000,--. Daarnaast geldt, dat het overige aanbod in de harde plannen en in de regio maar voor een relatief klein deel voorziet in middeldure huur (€ 665,-- t/m € 900,--).

Met betrekking tot koop is te zien dat de categorie woningen met een koopsom van < € 190.000,-- op dit moment (nog) maar mondjesmaat in harde plannen zijn opgenomen. Dit zorgt ervoor dat geconcludeerd wordt dat het plan aansluit op de wensen en vooral op de mogelijkheden van de woonconsument en dat het plan daarmee aansluit op de regionale behoefte.

60

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

Afbeelding 18:

Harde plancapaciteit naar huur en koop in de regio. (Tabel 8 uit het rapport van RIGO d.d. 3 november 2014).

4.2.1.5 Conclusie trede 1 Na het uitvoeren van de analyse van de bronnen, zoals ook gehanteerd door de Stadsregio Amsterdam en de Provincie, is door RIGO geconcludeerd dat het plan Bergwijkpark, bestaande uit circa 5.200 woningen, een nieuwe stedelijke ontwikkeling is, die met betrekking tot de aantallen woningen voorziet in een “actuele regionale behoefte”. (Conclusie 1 RIGO). Het plan Bergwijkpark kan worden getypeerd als een woonmilieu waar in de komende periode van 5 tot 10 jaar zeker behoefte aan is, gelet op de woningtekorten die er naar verwachting in die periode zullen zijn. (Conclusie 2 RIGO). Het plan zal concurreren met andere nieuwbouwplannen in de regio. Vooral, omdat het plan zich richt op het middensegment met betrekking tot huur- en koopprijzen, concludeert het bureau RIGO dat het plan ook aansluit op de kwalitatieve behoefte. (Conclusie 3 RIGO). De conclusie luidt dat het plan voldoet aan artikel 3.1.6, lid 2, sub a Bro (trede 1).

4.2.2

Trede 2: bouwen binnen bestaand stedelijk gebied

Het plangebied Bergwijkpark is gelegen binnen Bestaand Bebouwd Gebied. Er is sprake van transformatie van een bestemming kantoren naar vooral wonen. Hiermee voldoet het plan Bergwijkpark aan artikel 3.1.6, lid 2, sub b Bro (trede 2). 4.2.2.1 Conclusie trede 2 Aangezien het plan Bergwijkpark is gelegen binnen Bestaand Bebouwd Gebied en er bovendien sprake is van transformatie van een bestemming kantoren naar vooral wonen, voldoet het plan Bergwijkpark aan artikel 3.1.6, lid 2, sub b Bro (trede 2).

61

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 4.2.3

Trede 3: multimodaal ontsloten locatie - meervoudige bereikbaarheid

Trede 3 is in feite niet van belang bij Bergwijkpark, maar het uitgangspunt bij die trede, meervoudige bereikbaarheid, is wel op het plangebied van toepassing. De multimodale/meervoudige ontsluiting en bereikbaarheid is bij Bergwijkpark zeer goed. 4.2.3.1 Conclusie trede 3 De conclusie is dat het plan Bergwijkpark aansluit op trede 3 van de ladder voor duurzame verstedelijking, volgens artikel 3.1.6, lid 2, sub c Bro (trede 3).

4.2.4

Conclusie "Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling"

Het plan voor het onderhavige "Chw bestemmingsplangebied Bergwijkpark 2015" voldoet aan de "Ladder voor duurzame ontwikkeling". Het plan voldoet namelijk volgens de bovengenoemde paragrafen 4.2.1, 4.2.2, en 4.2.3 aan de eisen van trede 1, trede 2, en trede 3 volgens artikel 3.1.6, lid 2 Bro.

4.3

Onderbouwing van de aanvullende voorzieningen

4.3.1

Planologische onderbouwing van de aanvullende voorzieningen

Het voornemen is om bij de woningbouw de nodige voorzieningen te realiseren. Deze voorzieningen horen bij een woongebied. De voorzieningen zijn gericht op de behoefte voor het plan Bergwijkpark. Die, lokale, behoefte ontstaat in het plangebied wanneer er sprake is van een grote inwonersgroei. In Bergwijkpark kan de bevolkingsomvang in principe toenemen met circa 10.340 inwoners, uitgaande van gemiddeld 2,0 personen per woning. De vraag naar voorzieningen bestaat uit onder meer maatschappelijke voorzieningen, sportvoorzieningen, en commerciële voorzieningen. Maatschappelijke voorzieningen zijn bijvoorbeeld een huisarts, tandarts, fysiotherapeut, apotheek, kinderdagverblijf en een wijkcentrum. Tot sportvoorzieningen behoren bijvoorbeeld een gymlokaal en een fitnesscentrum. Tot de commerciële voorzieningen behoren bijvoorbeeld hotels, horeca, detailhandel, dienstverlenende bedrijven, en overige bedrijven t/m milieucategorie 2. Het plan moet huishoudens naar zich toe kunnen trekken. Daarvoor is een goed voorzieningenniveau van belang. Gedurende de planontwikkeling zal meer duidelijk worden hoe groot de behoefte aan voorzieningen is. Het is van belang om voldoende planologische ruimte te bieden voor voorzieningen, 2 en vandaar dat het totale maximale aantal b.v.o.'s aan nieuwe voorzieningen is gesteld op 14.850 m b.v.o.

Deze oppervlakte is bepaald op basis van het stedebouwkundig plan Holland Park Urban Picturesque, en een vergelijkbare benadering als bij het stedebouwkundig plan voor de overige te ontwikkelen delen, waarvoor nog geen stedebouwkundig plan is opgesteld. Om in Bergwijkpark het hoogstedelijke milieu succesvol neer te kunnen zetten is het cruciaal om een mix met voorzieningen, horeca, cultuur, detailhandel en werkfuncties in de wijk te kunnen realiseren. Dit, om een aantrekkelijk leefmilieu mogelijk te maken. Het is van belang dat er levendigheid wordt gecreëerd, en daaraan draagt een diversiteit aan voorzieningen en functies bij. In de directe omgeving (onder andere Diemen Zuid) is al veel aanbod van maatschappelijke voorzieningen aanwezig. Er zal eerst gekeken moeten worden naar mogelijkheden om bestaande voorzieningen ook een functie voor de nieuwe wijk te laten vervullen, vooral in de beginfase. Verwacht kan echter worden dat bij een inwonersgroei van circa 10.340 bewoners de bestaande voorzieningen niet meer in de behoefte kunnen voorzien. De genoemde soorten voorzieningen en functies worden in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt, waarbij de uitbreiding met detailhandel op grond van de Detailhandelsvisie Diemen 2014 is beperkt tot 1.000 m2 b.v.o.

62

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) In Bergwijkpark wordt op basis van de Detailhandelsvisie Diemen 2014 een maximum uitbreiding van 1.000 m2 b.v.o. aan detailhandel toegestaan. In het Raadsbesluit over de Detailhandelsvisie staat aangegeven dat de termijn van 5 jaar voor herziening van de strategie voor Bergwijkpark-Noord in geval van gewijzigde omstandigheden in overleg kan worden aangepast. Dit betekent, dat in de toekomst een nadere hoeveelheid aan detailhandelsvoorzieningen voor Bergwijkpark zou kunnen worden vastgesteld. Voor een wijziging van het detailhandelsbeleid zal bij gewijzigde omstandigheden op dat moment echter nader onderzoek noodzakelijk zijn. Op dat moment is er nieuwe besluitvorming noodzakelijk in de gemeenteraad. Een wijziging van de hoeveelheid detailhandelsvoorzieningen zal dan juridisch geregeld kunnen worden met een partiële herziening van het bestemmingsplan. Het restant van de voorzieningen zal bestemd zijn voor horeca, hotel, sportvoorzieningen (zoals fitness), dienstverlenende bedrijven met baliefuncties, ambachtelijke bedrijven (bedrijven tot maximaal milieucategorie 2) en dergelijke. In Bergwijkpark wordt een meer dan gemiddeld voorzieningenniveau nagestreefd.

In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het aantal en de omvang van de detailhandelsvestigingen en van de voorzieningen die in het bestemmingsplangebied zullen worden toegestaan voor het totale plangebied en per wijzigingsgebied. Om de kleinschaligheid van de detailhandelsvestigingen en de voorzieningen te garanderen wordt per soort vestiging de maximale 2 oppervlakte in m b.v.o. vastgelegd in het bestemmingsplan (zie ook Bijlage 16 bij deze Toelichting).

Afbeelding 19:

Tabel verdeling van de geplande nieuwe aanvullende voorzieningen in het plangebied (zie ook Bijlage 16 bij deze Toelichting)

63

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)

4.3.2

Onderbouwing van de aanvullende voorzieningen en de Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling

Deze paragraaf is gebaseerd op het rapport van het Bureau Stedelijke Planning "Regionale behoefteraming voorzieningen Bergwijkpark" (definitief eindrapport) d.d. 13 november 2015, (zie Bijlage 33 bij deze Toelichting). Dit rapport is ten behoeve van het onderhavige bestemmingsplan opgesteld om de behoefte aan de nieuwe voorzieningen in het gebied Bergwijkpark te onderzoeken. De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek luidde: "Wat is de actuele regionale behoefte aan detailhandel (inclusief persoonlijke dienstverlening), horeca, kleinschalige bedrijfsruimten, maatschappelijke voorzieningen en sportvoorzieningen in Holland Park te Diemen?"

4.3.2.1 Regionale behoefte Detailhandel en dienstverlening  De circa 10.400 toekomstige bewoners, 6.000 dagelijkse bezoekers aan Hogeschool InHolland (inclusief de 4.500 studenten) en ook andere doelgroepen zorgen voor een fors draagvlak voor detailhandel en dienstverlening.  Het Bureau Stedelijke Ontwikkeling heeft een behoefte aan detailhandel in Bergwijkpark van 2.600 tot 3.650 m2 w.v.o. becijferd. Dit betreft de behoefte aan winkels in de directe woonomgeving en heeft (daardoor) een sterke focus op dagelijkse detailhandel. Met een 2 2 toekomstig aanbod van maximaal 1.370 m w.v.o (1.711 m b.v.o) resteert een extra behoefte 2 aan circa 1.230 tot 2.280 m w.v.o.  Het geplande winkelaanbod voorziet dus slechts deels in de geconstateerde behoefte. Inwoners van Bergwijkpark zijn daarnaast aangewezen op winkelcentra als Kruidenhof en Ganzenpoort.  Wat dienstverlening betreft ontstaat er in Bergwijkpark behoefte aan tien tot twaalf dienstverleners die passen bij de vraag naar diensten in de directe woonomgeving. In de huidige situatie zijn dat er vier. Er bestaat dus een extra behoefte aan zes tot acht dienstverleners. Met een omvang van 150 tot maximaal 250 m2 b.v.o. correspondeert dit met 900 tot 2.000 m2 b.v.o.  Daarnaast gaat van de bewoners van Bergwijkpark ook een behoefte uit naar circa 14 diensten met een lagere bezoekfrequentie, op basis van landelijke gemiddelden.

Dit betreft circa 2.100 tot 3.500 m2 b.v.o.  Daarmee ligt de totale behoefte aan dienstverleners op 3.000 tot 5.500 m 2 b.v.o., ruim voldoende voor de 1.900 m² b.v.o. die als uitgangspunt is genomen in deze Ladder-toets. 4.3.2.2 Regionale behoefte horeca  De bewonersdoelgroepen in Bergwijkpark hebben een bovengemiddeld horecabezoek en uitgaansfrequentie. Dit heeft te maken met het (bevolkings)profiel: grootstedelijk, kleine huishoudens, en het nodige te besteden.  De primaire behoefte aan extra horecagelegenheden is berekend op tien tot vijftien, wat neerkomt op 1.500 tot 3.000 m² b.v.o. (uitgaande van een gemiddelde omvang van 150 tot 200 m² b.v.o.). Het maximum van 2.500 m² b.v.o. wat is opgenomen in het bestemmingsplan past binnen deze bandbreedte.  De Hogeschool InHolland levert een extra potentieel op van negen horecagelegenheden (uitgaande van de landelijke dekking). Deze behoefte is gelieerd aan de Hogeschool. Net als Campus Diemen Zuid is de Hogeschool reeds sterk zelfvoorzienend; er zijn al diverse mogelijkheden om consumpties te kopen en nuttigen.  In het gebouw van Hogeschool Inholland locatie Diemen zijn op de begane grond de volgende horecafaciliteiten: een restaurant met Grand Café, een internetcafé en diverse drank- en snoepautomaten.

4.3.2.3 Regionale behoefte kleinschalige bedrijfsruimten  Er is tot 2025 een kwantitatieve vraag naar bedrijfsruimten in Diemen en Amsterdam Zuidoost van circa 42.000 m². In totaal betreft het aanbod circa 18.700 m² tot 2025. Dit impliceert een aanzienlijke (extra) behoefte aan bedrijfsruimten.  Het betreft hier echter louter kleinschalige bedrijfsruimten van minder dan 1.000 m² (de units zijn gemaximeerd op 300 m²). In dit segment bedroeg het transactievolume in de periode 2005-2015 jaarlijks circa 2.850 m². Naar verwachting verandert dit de komende jaren niet. Dit resulteert in een vraag naar kleinschalige bedrijfsruimten van circa 28.500 m² tot 2025. Het huidige aanbod

64

Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) aan bedrijfsruimten kleiner dan 1.000 m² is circa 13.900 m², waarvan 1.800 m 2 leegstand. Met betrekking tot de plancapaciteit is nog onbekend wat de oppervlaktes van de bedrijfsunits zijn. Indien het volledige metrage van 10.800 m² bebouwd zou worden met kleinschalige bedrijfsruimten resulteert dit samen met de leegstand van 1.800 m² in een toekomstig aanbod van ca. 12.500 m². Dit betekent dat er tevens sprake is van een regionale behoefte aan kleinschalige units. 4.3.2.4 Regionale behoefte maatschappelijke voorzieningen  Het (bestaande) aanbod aan maatschappelijke voorzieningen in het onderzoeksgebied kan niet in de behoefte van de toekomstige inwoners van Bergwijkpark voorzien. Ook voldoet dit aanbod niet aan het beleid van de gemeente om zorg dichtbij te realiseren.  De behoefte van de toekomstige bewoners aan wijkgebonden maatschappelijke voorzieningen ligt tussen de 2.500 en 3.000 m² b.v.o. Deze vraag sluit goed aan bij het indicatief programma van 2.850 m² b.v.o. aan maatschappelijke voorzieningen.  Clustering van verschillende zorgaanbieders in enkele wijzigingsgebieden lijkt voor de hand te liggen. Dit speelt in op de wens vanuit de gebruikers (one-stop) en de aanbieders. Dit is ook mogelijk binnen de maatvoering van 750 m².

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=3e1bed2a-45c9-4cd6-a63e-765aa24ceb1c