Holland Park 2023_Bijlagen_Toelichting-deel 1
Tekst van het document
Aan de noordzijde van het plangebied ligt het trein- en metrostation Diemen Zuid en aan de oostzijde van het plangebied ligt het metrostation Verrijn Stuartweg. Door de nabijheid van deze stations en bushaltes op de Bergwijkdreef en de Daalwijkdreef heeft Bergwijkpark een zeer goede aansluiting op het (regionale) openbaar vervoersnetwerk.
2.2.5
Studentenhuisvesting
Voor twee locaties in het bestemmingsplangebied zijn plannen ontwikkeld om er studentenwoningen te realiseren. Hiervoor zijn separate (planologische) procedures doorlopen en zijn omgevingsvergunningen verleend op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en zijn hogere grenswaarden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder (Wgh). 1. Het betreft ten eerste de Campus Diemen Zuid. De Campus is gelegen aan de Dalsteindreef, tussen de Gooiseweg en de Bergwijkdreef. Als gevolg van verleende omgevingsvergunningen kon het kantorencomplex Diemervijver worden getransformeerd tot de Campus Diemen Zuid. De vijf gebouwen van Diemervijver zijn verbouwd tot circa 940 (studenten)woningen, variërend van 26 m2 tot 59 m2. Op de begane grond van de gebouwen zijn commerciële ruimtes en maatschappelijke en sportvoorzieningen e.d. gerealiseerd van in totaal 4.644 m 2 b.v.o. die in de 2 eerste plaats gericht zijn op studenten, waarvan maximaal 715 m b.v.o. detailhandel, met 2 daarvan 1 supermarkt van maximaal 520 m b.v.o., en horeca t/m maximaal categorie 3 (met een maximum van 600 m2 b.v.o. per vestiging) en van in totaal maximaal 1.270 m 2 b.v.o. Daarnaast kunnen kleinschalige bedrijven t/m milieucategorie 2 (met een maximum van 300 m 2 b.v.o. per vestiging), cultuur en ontspanning (met een maximum van 300 m2 b.v.o.
per vestiging), dienstverlenende bedrijven (met een maximum van 300 m 2 b.v.o. per vestiging), kantoren (met een maximum van 300 m2 b.v.o. per vestiging), maatschappelijke voorzieningen (met een maximum van 300 m2 b.v.o. per vestiging), en sportvoorzieningen (met een maximum van 1.250 m2 b.v.o. per vestiging) worden gerealiseerd. Deze hierboven genoemde voorzieningen en 2 bedrijven worden gelimiteerd door het genoemde aantal van 4.644 m b.v.o. voor het totaal van alle voorzieningen. 2. In de tweede plaats is in het zuidwestelijke deel van het plangebied, aan de Bergwijkdreef, studentenhuisvesting mogelijk volgens de vigerende bestemming "specifieke bestemming wonen - studentenwoningen" binnen de bestemming “Gemengd – 3”. Op deze plaats zijn circa 500 studentenwoningen gerealiseerd door de woningcorporatie De Key. Hierbij is ook een detailhandelsvestiging van 240 m 2 b.v.o. voor een kleine supermarkt (de Keet Diemen) aanwezig.
24
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
2.2.6
Hotel en "Werkhotel"
In het zuidwestelijke deel van het plangebied is een hotel aanwezig overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan "Bergwijkpark Noord" met de vigerende bestemming via de functieaanduiding "horeca" binnen de bestemming "Gemengd 3". Overeenkomstig de regels kan op deze plaats een hotel gevestigd worden. Op deze locatie is een hotel aanwezig, dat ook als "werkhotel" voor arbeidsmigranten kan worden gebruikt, en als zodanig wordt gebruikt.
2.2.7
Woongebouwen Blok 1 en Blok 2, en Toren 1
Zoals in Paragraaf 1.5.4 uiteengezet, is om eerder dan de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan mee te kunnen werken aan de bouwplannen voor de woongebouwen Blok 1 en 2, en Toren 1 (zie onderstaande Afbeelding) waren planologische afwijkingsprocedures noodzakelijk die vooruitliepen op dit bestemmingsplan. Daartoe dienden uitgebreide omgevingsvergunningsprocedures ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° Wabo, jo artikel 3.10 Wabo (de zogenoemde "Wabo projectprocedure") ten behoeve van omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan te worden gevoerd. De aanvragen omgevingsvergunningen zijn d.d. 5 december 2014 ingediend. De ontwerpbesluiten voor de omgevingsvergunningen zijn tezamen met de daarbij behorende Ruimtelijke Onderbouwing, overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb, zes weken ter inzage gelegd. De omgevingsvergunning voor Blok 1 is verleend d.d. 22 mei 2015 en de omgevingsvergunning voor Blok 2 is verleend d.d. 25 juni 2015. Na een aanpassing van het bouwplan is voor de omgevingsvergunningsprocedure voor Toren 1 een aangepaste Ruimtelijke Onderbouwing opgesteld. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan liep de procedure voor het woongebouw Toren 1 nog.
Voor de onderbouwing van de omgevingsvergunningen voor de drie woongebouwen Blok 1 en Blok 2, en Toren 1 wordt verwezen naar de genoemde Ruimtelijke Onderbouwingen die bij de aanvragen omgevingsvergunningen en bij de (ontwerp-)besluit(en) voor de omgevingsvergunningen behoren. In de woongebouwen Blok 1 en Blok 2, en Toren 1, die zijn gelegen ten noorden/noordoosten van het kantoorgebouw waar Zorginstituut Nederland is gevestigd (adres Eekholt 4), zullen circa 250 appartementen worden gerealiseerd. Bij de uitwerking van het bouwplan voor de woongebouwen Blok 1 en Blok 2, en Toren 1 is zorgvuldig rekening gehouden met het bestaande kantoorgebouw van Zorginstituut Nederland (Eekholt 4) dat ook in dit bestemmingsplan en in het stedebouwkundige plan goed is ingepast. Verder is bij het project van de woongebouwen Blok 1 en Blok 2, en Toren 1 nauwkeurig rekening gehouden met de omgevingsfactoren, hetgeen blijkt uit de hiervoor genoemde Ruimtelijke Onderbouwingen en de daarvoor verrichte (nadere) onderzoeken.
25
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Afbeelding 7:
De ligging van de woongebouwen Blok 1 en Blok 2, en Toren 1 in het noordelijke deel van het plangebied
De woongebouwen Blok 1, Blok 2, en Toren 1 hebben in dit bestemmingsplan de bestemming "Wonen" gekregen. De maximale bouwhoogte is 21 meter, behalve voor het westelijke deel van Blok 1, waarvoor een maximale bouwhoogte van 30 meter geldt, en voor Toren 1, waarvoor een maximale bouwhoogte van 34 meter geldt. (Zie hiervoor de verbeelding en artikel 15 van de regels voor de bestemming "Wonen").
26
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Dit is het integrale kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau in Nederland. De SVIR vervangt een groot aantal Rijksnota's en is digitaal te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl. Het Rijk wil de uitvoering van en de verantwoording voor de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk bij de provincies en bij de gemeenten leggen. Inhoud van de SVIR De SVIR is conform de huidige Wro de Structuurvisie van het Rijk op het gebied van Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit. Conform het systeem van de Wro heeft de SVIR geen directe doorwerking naar lagere overheden. Dat laatste wordt geregeld via het Besluit Algemene Regels RO (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De opbouw van deze structuurvisie is als volgt. Hoofdstuk 2 schetst de ontwikkelingen en ambities voor 2040. Hoofdstuk 3 vertaalt die ambities in rijksdoelen en rijksbeleid met bijbehorende nationale belangen tot 2028. De rijksdoelen en nationale belangen zijn in hoofdstuk 4 van de SVIR gebiedsgericht vertaald naar nationale opgaven per MIRT-regio (MIRT = Meerjarenprogramma Infrastructuur, Milieu en Transport). Tevens geeft dit hoofdstuk 4 een beeld van de integrale, nationale opgaven in de Noordzee en langs de kust.
In hoofdstuk 5 wordt de verantwoording en monitoring behandeld. De structuurvisie wordt afgesloten met een realisatieparagraaf. In hoofdstuk 3 "Van rijksdoelen naar nationale belangen" worden zes doelstellingen verwoord: 1. Het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland: a. internationaal bereikbare stedelijke regio's met concentratie van topsectoren. b. ruimte voor energievoorziening. c. buisleidingen en ondergrond. 2. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid: a. de gebruiker centraal. b. innoveren door beter benutten en transitie naar duurzame mobiliteit. c. instandhouden rijksinfrastructuur door goed beheer en onderhoud. 3. Waarborgen kwaliteit leefomgeving: a. milieukwaliteit. b. waterveiligheid en zoetwatervoorziening. c. cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. d. natuur. e. ruimte voor militaire activiteiten. 4. Goed systeem van ruimtelijke ordening. 5. Een integrale aanpak - eenvoudig, sneller en beter. 6. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Nederland moet concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig worden. Dat is het motto van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het Rijk kan en wil niet alles zelf doen. Het Rijk geeft ruimte aan provincies en gemeenten om te kunnen inspelen op de eigen situatie, en om zelf beslissingen te nemen.
Infrastructuur en ruimte dient door alle overheden in samenhang te worden opgepakt. Openbaar vervoer Decentrale overheden dragen zorg voor een betrouwbaar, vlot, toegankelijk, sociaal veilig en doelmatig regionaal openbaar vervoer dat past bij hun specifieke regionale situatie. In de PVVP's en RVVP's, evenals in het gemeentelijke beleid, wordt aangegeven welke doelstellingen worden nagestreefd. Fiets Alle beheerders van wegen, spoorwegen en vaarwegen hebben bij de aanleg en aanpassing van infrastructuur (mede)verantwoordelijkheid voor het zo veel mogelijk in stand houden en verbeteren 27
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) van kruisende routes voor fiets- en wandelverkeer. De decentrale overheden inventariseren vooraf de effecten van infrastructurele maatregelen op de mogelijkheden voor en de aantrekkelijkheid van wandelen en fietsen. Transport van gevaarlijke stoffen Het Rijk zorgt voor de vaststelling van een basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen met de daarbij behorende maximale gebruiksruimtes en veiligheidszones. Daarmee worden de transportstromen van gevaarlijke stoffen beheerst en gebundeld. De maximale consequenties voor de ruimtelijke planvorming en hulpverlening als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn daarmee duurzaam vastgelegd, waardoor voor de lange termijn zekerheid en duidelijkheid wordt gecreëerd. Het Rijk zal de daartoe benodigde instrumenten ontwikkelen om daardoor te waarborgen dat het vervoer van gevaarlijke stoffen binnen de gebruiksruimte blijft en dat de veiligheidszones doorwerken in de ruimtelijke planvorming. Transformatie van kantoorgebouwen en bedrijfsterreinen De toenemende regionale verschillen hebben consequenties voor de verstedelijking in Nederland. Vraag en aanbod van woningen, bedrijventerreinen en kantoren zijn niet overal in evenwicht (kwantitatief en kwalitatief). Dit geldt zowel in groei-, stagnatie- als krimpgebieden.
Dat leidt in een aantal gevallen tot leegstand en verloedering. Daarmee groeit de noodzaak voor herstructurering en transformatie, het mogelijk maken van noodzakelijke functieveranderingen, en het zorgvuldig omgaan met de ruimte in het stedelijk gebied. Het initiatief hiervoor ligt bij provincies en gemeenten, in samenspel met de markt. Bij de transformatie in zowel groei- als krimpgebieden vragen de herbestemming en herontwikkeling van karakteristiek erfgoed bijzondere aandacht van decentrale overheden. Woningbouw Bij de programmering van woningen, bedrijventerreinen en kantoren is het van belang dat wordt uitgegaan van de daadwerkelijke regionale behoefte. Groei van de woningmarkt met bijbehorende verstedelijkingsopgaven (bedrijventerreinen, infrastructuur, zeehaventerreinen of andere gebouwde voorzieningen) wordt nog verwacht rond Amsterdam-Almere, Utrecht, Den Haag, Leiden, Zwolle, en delen van Noord-Brabant en Gelderland. In gebieden met een sterker groeiende woningmarkt is, gekoppeld aan economische ontwikkelingen, ook de grootste groei van de mobiliteit te verwachten.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het plan voor Bergwijkpark past goed binnen de doelstelling van het SVIR volgens het daarin beschreven beleid, met name het beleid zoals beschreven volgens de hierboven genoemde kopjes "Transformatie van kantoorgebouwen en bedrijfsterreinen" en "Woningbouw", omdat het voor herstructurering en transformatie in aanmerking komende kantorengebied Bergwijkpark overeenkomstig het onderhavige bestemmingsplan op een zorgvuldige manier kan worden getransformeerd naar een woningbouwlocatie. Het plan wordt nader uiteengezet in Hoofdstuk 5 van deze Toelichting. De vereiste regionale behoefte wordt aangetoond in Hoofdstuk 4 van deze Toelichting.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-)AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en is aangevuld op 1 oktober 2012. Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het Barro doet geen uitspraken met betrekking tot het plangebied of met betrekking tot soortgelijke situaties. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor het voorliggende "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015".
28
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
Een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld aan de hand van de “Ladder voor duurzame verstedelijking”. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en dient overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te bereiken, is in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de zogenoemde "Ladder voor duurzame verstedelijking" opgenomen.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In Hoofdstuk 4 van deze Toelichting worden nut en noodzaak van de transformatie aan de hand van de "Ladder van duurzame verstedelijking" onderbouwd. Uit dit hoofdstuk blijkt, dat het bestemmingsplan voldoet aan de "Ladder voor duurzame verstedelijking", waarmee wordt voldaan aan artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). (Zie hiervoor verder Hoofdstuk 4 van deze Toelichting).
3.1.4
Duurzaam bouwen
"Duurzaam bouwen" staat voor het ontwikkelen en beheren van de gebouwde omgeving, met respect voor mens en milieu, zodat kan worden voorzien in de behoefte van de huidige generatie zonder dat voor toekomstige generaties de mogelijkheid wordt ontnomen om ook in hun behoeften te kunnen voorzien. "Duurzaam bouwen" is daarmee onderdeel van de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Het rijksbeleid met betrekking tot "Duurzaam bouwen" is vooral in en op basis van het Bouwbesluit 2012 geregeld.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Zie voor het gemeentelijk beleid met betrekking tot "Duurzaam bouwen" ook het gemeentelijke beleid in het "Milieubeleidsplan Diemen 2009-2020 en het "Actieplan Energiebeleid 2013-2017". Zie daarvoor de Paragrafen 3.4.9 en 3.4.10 van de onderhavige Toelichting van dit bestemmingsplan. Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is ook doorvertaald in het Masterplan. Zie "Masterplan Bergwijkpark, aanpassing en verdere uitwerking" (augustus 2013), zoals ook beschreven in Paragraaf 5.3 van deze Toelichting. Zie verder ook Paragraaf 6.5 "Duurzaamheid - duurzame energieopwekking en energiebesparing" van Hoofdstuk 6, "Omgevingsfactoren en Randvoorwaarden" van deze Toelichting.
29
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
3.1.5
Rijksbeleid m.b.t. leegstand van kantoren
In mei 2010 hebben Rijk, provincies en gemeenten samen met vertegenwoordigers van marktpartijen, o.a. IVBN (beleggers) en de NEPROM (projectontwikkelaars), een convenant ondertekend om met vereende krachten de structurele leegstand op de kantorenmarkt aan te pakken. Eén en ander is in maart 2011 door de Tweede Kamer bekrachtigd in het "Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren" waarbij verschillende acties zijn benoemd om de kantorenleegstand daadwerkelijk te reduceren. Het genoemde actieprogramma is in juni 2012 uitgewerkt in een convenant waarbij partijen concrete afspraken hebben gemaakt om structurele leegstand tegen te gaan. De belangrijkste afspraak die de partijen (verzamelnaam “Kantorentop”) maakten, is dat partijen per kantoorregio een visie en doelstellingen zullen formuleren voor de bestaande kantorenvoorraad, voor nieuwe ontwikkelingen, en voor de inzet op regionale herprogrammering. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is zo'n regio die al langere tijd bezig is om de kantorenleegstand te reduceren. In de MRA werkt de provincie Noord-Holland samen met de Stadsregio Amsterdam en de 36 regiogemeenten, waaronder de gemeente Diemen. Binnen de MRA is het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) belast met het komen tot een gezamenlijk beleid en planning van werklocaties.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen De conclusie die uit het hierboven beschreven Rijksbeleid m.b.t. leegstand van kantoren kan worden getrokken is dat het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" past binnen dit Rijksbeleid en ook dat het plan past in het gezamenlijke beleid van de gemeentes binnen de Metropoolregio Amsterdam volgens de Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040. Het plan voor Bergwijkpark houdt immers een herstructureringsproject in waarbij een kantorengebied met zeer veel leegstand zal worden getransformeerd in een woongebied. In Paragraaf 3.3.1 van deze Toelichting (regionaal beleid) wordt verder op het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) ingegaan.
3.1.6
Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008 - 2020
Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2008 - 2020 van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat geeft een visie weer op het aspect "verkeersveiligheid" in Nederland. De ambitieuze doelen (met betrekking tot verkeersdoden en -gewonden) uit de Nota Mobiliteit moeten worden omgezet in beleid. Drie pijlers daarin zijn: samenwerking, integrale aanpak en “Duurzaam Veilig”. Het verkeersveiligheidsbeleid in Nederland van de afgelopen jaren was succesvol; dat moet worden gecontinueerd. Op basis van generieke maatregelen (maatregelen die in de basis overal gelden, die de afgelopen jaren al zijn ingezet en die moeten worden gecontinueerd), alsook met specifieke aandachtsgebieden, kan dit worden bewerkstelligd. Het is van groot belang dat er een goede afstemming en samenwerking plaatsvindt met alle betrokken partijen. De gemeente Diemen neemt deel aan het verkeersoverleg binnen de Stadsregio Amsterdam.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het aspect verkeersveiligheid met betrekking tot het plan komt in Hoofdstuk 6, Paragraaf 6.2 "Verkeer en vervoer" van deze Toelichting van het onderhavige bestemmingsplan uitgebreid aan de orde. Dit aspect is derhalve meegenomen in dit bestemmingsplan.
30
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Structuurvisie Noord-Holland 2040, kwaliteit door veelzijdigheid
Op 21 juni 2010 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Structuurvisie Noord-Holland 2040 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. Op 1 november 2010 zijn beide documenten gepubliceerd en in werking getreden. In de structuurvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de structuurvisie is dat Noord-Holland aantrekkelijk moet blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water, en uitgaande van de kracht van het landschap. De provincie kiest daarbij voor hoogstedelijke milieus en een beperkte uitleg van bedrijventerreinen en houdt het landelijk gebied open en dichtbij. In de structuurvisie worden drie hoofdbelangen en twaalf ondergeschikte belangen genoemd. De drie hoofdbelangen zijn: Klimaatbestendigheid: voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, voldoende en schoon drink-, grond- en oppervlaktewater en voldoende ruimte voor het opwekken van duurzame energie. Ruimtelijke kwaliteit: behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurlandschappen en groen om de stad.
Duurzaam ruimtegebruik: milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers- en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting, voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw en visserij, economische activiteiten en voor recreatieve en toeristische voorzieningen.
Afbeelding 8:
Uitsnede Structuurvisiekaart, behorende bij de Structuurvisie Noord-Holland 2040. Kwaliteit door Veelzijdigheid
31
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) Op de structuurvisiekaart is het gehele plangebied Bergwijkpark aangewezen als "bestaand stedelijk gebied". Daarnaast zijn delen van het plangebied aangeduid als bestaand bedrijventerrein of kantoorlocatie. Belangrijk voor dergelijke locaties is de menging van kantoorfuncties met stedelijke functies als wonen, recreëren, winkelen, en cultuur. Door functiemenging wordt voorkomen dat monofunctionele, geïsoleerde werkgebieden ontstaan. Het onderhavige plangebied wordt thans gekenmerkt door een monofunctioneel karakter maar de toekomstige herontwikkeling brengt hierin verandering. In de structuurvisie is het trein- en metrostation Diemen Zuid aangeduid als een OV-knooppunt dat in aanmerking komt voor verdichting. Op provinciaal of regionaal niveau betekent dit dat nieuwe ontwikkelingen op het gebied van woningbouw en werkgelegenheid worden gekoppeld aan de aanwezigheid van openbaar vervoer. De Provincie Noord-Holland koppelt dit aan haar beleid om te streven naar verdichting in stedelijke gebieden.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" past binnen het beleid van de provincie NoordHolland en van Metropoolregio Amsterdam (MRA), met name vanwege het feit dat het plangebied is opgenomen in het bestaand metropolitaan stedelijk gebied. De Provincie Noord-Holland streeft immers naar verdichting in stedelijke gebieden waar dat mogelijk is. In paragraaf 3.2.4 "Knooppuntontwikkeling. Maak Plaats!" van de onderhavige Toelichting wordt nader ingegaan op het beleid met betrekking tot OV-knooppunten.
3.2.2
Metropoolregio Amsterdam (MRA)
Een sterke internationale concurrentiepositie is en blijft de basis voor de welvaart van Noord-Holland. Daarom kiest de Provincie ervoor om de internationale concurrentiepositie van Noord-Holland, en die van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in het bijzonder, zoveel mogelijk te faciliteren door het optimaal benutten van de luchthaven Schiphol en het ontwikkelen van de Amsterdamse haven in samenhang met de Rotterdamse haven. De metropoolregio moet voldoende ruimte bieden aan kantoren, bedrijven, en woningen. Maar daarnaast moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. De Provincie Noord-Holland zet daarom in op compacte, hoogwaardige, en bereikbare steden, die omringd worden door aantrekkelijk recreatief groen (de metropolitane landschappen).
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In de provinciale Structuurvisie is het gebied van Bergwijkpark opgenomen in het metropolitaan stedelijk gebied. Zie ook voorgaande Paragraaf 3.2.1. Door deze omstandigheid ligt het voor de hand om dit gebied te herontwikkelen van een kantorenlocatie naar een woongebied, nu de kantorenlocatie in het gebied Bergwijkpark zeer onvoldoende functioneert.
32
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
3.2.3
Provinciale Ruimtelijke Verordening
3.2.3.1 Algemeen Op 3 februari 2014 is de nieuwe Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. Deze is een herziening en vervanging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening van 2010. In de PRV staan de regels van de provincie Noord-Holland met betrekking tot ruimtelijke ordening, ontwikkeling en plannen. Tevens heeft de provincie in de PRV in het belang van een goede ruimtelijke ordening algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van onder meer bestemmingsplannen. Dit over onderwerpen waar een provinciaal belang mee is gemoeid. De PRV geeft verder de kaders aan die de provincie stelt om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Voor het nieuwe bestemmingsplan geeft de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) geen belemmeringen, omdat het plangebied daarin is aangewezen als "Bestaand Bebouwd Gebied", zie de kaart volgens Bijlage 2 bij de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV).
3.2.3.2 Detailhandel In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van Noord-Holland is het volgende opgenomen over detailhandel. Artikel 5 Detailhandel 1. Een bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe detailhandel met een totaal winkelvloeroppervlak van meer dan 5000 m2 binnen bestaande winkelgebieden en een totaal winkelvloeroppervlak van meer dan 1500 m2 buiten bestaande winkelgebieden. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan binnen bestaande winkelgebieden voorzien in de vestiging van nieuwe detailhandel met een totaal winkelvloeroppervlak van meer dan 5000 m2 of buiten bestaande winkelgebieden met een totaal winkelvloeroppervlak van meer dan 1500 m2 indien: a. dit aantoonbaar niet leidt tot ernstige verstoring of duurzame ontwrichting van de bestaande detailhandelsstructuur; b. voor ontwikkelingen buiten de bestaande winkelgebieden aantoonbaar geen ruimte gevonden kan worden in de bestaande winkelgebieden; c. aantoonbaar sprake is van thematische binding aan een bestaand winkelgebied en; d. er regionale afstemming heeft plaatsgehad binnen de regionale adviescommissie. 3. Een bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe detailhandel op bedrijventerreinen en kantoorlocaties met uitzondering van: "(....)." 3.2.3.3 Duurzaamheid De provincie Noord-Holland heeft in haar structuurvisie veel aandacht gegeven aan klimaat en duurzaamheid.
Hieraan is voor woningbouw een doorvertaling gegeven in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) van Noord-Holland. Met betrekking tot duurzaamheid staat in de PRV het volgende artikel: Artikel 33 Energie en duurzaam bouwen 1. Bestemmingsplannen voor woningbouw, renovatie, (herstructurering) bedrijventerreinen, kantoorlocaties en glastuinbouw dienen te beschrijven op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en inzet van duurzame energiebesparing en inzet van duurzame energie, waaronder mede wordt verstaan het gebruik van restwarmte, Warmte Koude Opslag (WKO) en aardwarmte, zonne-energie, en biomassa. 2. Nieuwe verstedelijking of uitbreiding van bestaande verstedelijking dient aan de eisen van duurzaam bouwen te voldoen.
33
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Voor het nieuwe bestemmingsplan geeft de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) geen belemmeringen voor de transformatie van kantorengebied naar een woongebied, omdat het plangebied daarin is aangewezen als "bestaand Bebouwd Gebied". Voor wat betreft detailhandel is het volgens de Provinciale Ruimtelijke Verordening (artikel 5) buiten 2 bestaande winkelgebieden niet mogelijk om detailhandel toe te voegen van meer dan 1.500 m w.v.o. (winkelvloeroppervlak). Dit, behoudens strikte randvoorwaarden. In dit bestemmingsplan wordt de detailhandel beperkt tot maximaal 1.000 m2 b.v.o, en dit past dus binnen de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Met betrekking tot het milieu worden er voor de ontwikkeling van Bergwijkpark in principe geen beperkingen opgelegd in de PRV, maar er zijn wel relevante regels voor toepassing van energiebesparing, duurzame energie en duurzaam bouwen. Artikel 33 "'Energie en duurzaam bouwen" van de PRV dient bij de vaststelling van het bestemmingsplan en bij de realisatie van woningbouw in Bergwijkpark in acht te worden genomen. Verwezen wordt in dit verband naar Paragraaf 6.5 "Duurzaamheid - duurzame energieopwekking en energiebesparing" van Hoofdstuk 6 "Omgevingsfactoren en randvoorwaarden" van het onderhavige bestemmingsplan.
De conclusie is dat de Provinciale Ruimtelijke Verordening geen regels oplegt die beperkend zijn voor de plannen voor het onderhavige plangebied.
3.2.4
Knooppuntontwikkeling. De beleidsnota "Maak Plaats!"
Eén van de uitvoeringsprogramma's van de Structuurvisie Noord-Holland 2040 heeft betrekking op OV-knooppunten. De provincie Noord-Holland heeft met de Vereniging Deltametropool uitgangspunten geformuleerd waarin de kansen voor knooppuntontwikkeling in Noord-Holland centraal staan. Dit is de nota Maak Plaats! Een doelstelling is om rondom OV-knooppunten de gebieden beter te benutten voor wonen en andere stedelijke functies. Dit betekent het intensiveren van het ruimtegebruik, het veraangenamen van het verblijf rond het knooppunt, en het verbeteren van de overstapmogelijkheden. In de Structuurvisie staat, dat op basis van onderzoek van alle knooppunten in Noord-Holland, en de mogelijkheden tot betere benutting van de stedelijke gebieden, de provincie zich zal inzetten op de ontwikkeling van de meest kansrijke locaties. De provincie wil steden optimaal benutten en de landschappen open houden, maar wil ook ruimte bieden voor de bouw van woningen, kantoren en voorzieningen. De provincie wil gemeenten helpen om de benutting van bestaand bebouwd gebied te optimaliseren en dit geldt vooral voor de binnenstedelijke ruimte rondom knooppunten van openbaar vervoer. De 60 treinstations en de 4 belangrijke busstations van Noord-Holland zijn op de structuurvisiekaart aangewezen als potentiële locaties voor stedelijke verdichting.
De transformatie van Bergwijkpark is een voorbeeld van stedelijke verdichting nabij het OVknooppunt Diemen Zuid, volgens de Nota Maak Plaats! In Maak Plaats! zijn 10 uitgangspunten geformuleerd die cruciaal zijn voor de te ontwikkelen knooppuntenstrategie. Deze zijn: 1. Frequentieverhoging en ruimtelijke ontwikkeling versterken elkaar. 2. Minimaal 50% van de nieuwe woningen rondom OV-knooppunten realiseren. 3. Voorrang voor bestaande plannen binnen BBG (bestaand bebouwd gebied) rondom OVknooppunten. 4. BBG-contour en OV-knooppuntenstrategie op elkaar afstemmen. 5. Terugdringen van leegstaande kantoren op plekken die niet multimodaal bereikbaar zijn. 6. Inzetten op kwaliteitsverbetering van werkmilieus op de best bereikbare locaties. 7. Regionale voorzieningen bij voorkeur op multimodaal bereikbare locaties. 8. De overstap tussen vervoermiddelen verbeteren. 9. Ontwikkelen van toegangspoorten naar het landschap.
34
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 10. Maak Plaats! Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen De uitgangspunten van dit bestemmingsplan voldoen aan de bovengenoemde tien punten en dus aan het beleid met betrekking tot de Knooppuntontwikkeling volgens de beleidsnota Maak Plaats! Het aanwezig zijn van een OV knooppunt in/nabij het plangebied is één van de positieve aspecten bij de onderhavige ontwikkeling van het plangebied volgens het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" (zie ook Hoofdstuk 5 "Planbeschrijving").
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040
In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) werken 36 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland, en de Stadsregio Amsterdam samen om tot gezamenlijk beleid te komen op het gebied van verstedelijking, economie, duurzaamheid, landschap, en verkeer en vervoer. Binnen het kader van de MRA is het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) opgericht om uitvoering te geven aan de aanpak van leegstand en een goede afstemming van de marktvraag op het aanbod van werklocaties. Om het aanbod beter af te stemmen op de vraag, zijn in regionaal verband afspraken gemaakt. Concreet betekent dit onder andere het onttrekken van kantoorgebouwen aan de kantorenmarkt door sloop of transformatie middels het toestaan van een niet-kantoorbestemming. Verder zal de markt zich meer moeten richten op de gewijzigde vraag naar duurzame, flexibele kantoren, en bedrijven in een stedelijke omgeving met verschillende voorzieningen. Het Platform Bedrijven en Kantoren (Plabeka) is in 2005 opgericht en houdt zich sinds 2007 bezig met de afstemming van de programmering van nieuwe werklocaties en het tegengaan van overprogrammering. Dit alles in het licht van de steeds sterker wordende structurele leegstand van kantoorpanden in de MRA.
Een grote overprogrammering van kantoorpanden, het instorten van de vastgoedmarkt tijdens de crisis, en de sterke groei van “het nieuwe werken” heeft ervoor gezorgd dat in de MRA inmiddels meer dan twee miljoen m 2 aan kantoorruimte leeg staat. In juni 2011 hebben alle gemeenten van de MRA de Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040 “Snoeien om te kunnen bloeien” bekrachtigd. Doelstelling van deze strategie is het bieden van voldoende ruimte en kwaliteit van werklocaties voor een evenwichtige regionale economische ontwikkeling, het versterken van de (internationale) concurrentiepositie en het verbeteren van het regionale vestigingsklimaat binnen de MRA. Een belangrijk item hierbij is het reduceren van de bestaande kantorenvoorraad, waarmee de MRA invulling geeft aan de afspraken uit het eerdergenoemde Actieprogramma Aanpak Leegstand Kantoren van het Rijk. In de uitvoeringsstrategie wordt geconstateerd dat hoewel de leegstand over alle “kantoorleeftijden” verspreid is, de perspectieven voor verouderde kantoren zeer slecht zijn. De kans dat dit soort gebouwen in de toekomst weer zal worden gebruikt voor een kantoorfunctie is nagenoeg nihil. De uitvoeringsstrategie stelt daarom dat de voorraad aan incourante kantoorgebouwen in de MRA de 2 2 komende 10 jaar zal toenemen tot 1,5 miljoen m (waarvan 224.000 m in de deelregio Amstelland en Meerlanden, waartoe ook Diemen behoort).
De uitvoeringsstrategie eindigt met een bundel afspraken over de aanpak van de bestaande kantorenvoorraad. Enkele van deze afspraken luiden: Alle mogelijke maatregelen moeten worden genomen om 1,5 miljoen m 2 b.v.o. kantoorruimte uit de markt te nemen door sloop, transformatie en herontwikkeling. De Plabeka-partners gaan concrete arrangementen aan met marktpartijen om de transformatie en herontwikkeling mogelijk te maken.
35
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Gemeenten versnellen, binnen de daarvoor beschikbare mogelijkheden, de processen op het gebied van juridisch planologische procedures en de mogelijkheden volgens het Bouwbesluit. Gemeenten stellen ruimtelijke visies op voor locaties met veel leegstand. Met de voorgenomen transformatie van Bergwijkpark als monofunctioneel kantorengebied naar een hoofdzakelijk woongebied met voorzieningen en (in mindere mate) werken geeft de gemeente uitvoering aan de Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040. Deze ontwikkelingen worden in dit bestemmingsplan gefaciliteerd.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" voor het gebied Bergwijkpark past exact binnen het beleid van de "Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040", omdat met het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" de leegstand van de kantoren in het gebied Bergwijkpark actief wordt aangepakt. De "Uitvoeringsstrategie Plabeka 2010-2040" is daarom een belangrijk fundament onder dit "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015", en ook voor de wijzigingsbevoegdheden die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen om daarmee wijzigingsplannen te kunnen vaststellen voor de daadwerkelijke ontwikkeling en transformatie van het plangebied.
3.3.2
Regionaal Verkeer- en Vervoerplan
In het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan (RVVP, 2004) van de Stadsregio Amsterdam is het verkeer- en vervoerbeleid verwoord. Hierin is ook het gemeentelijke verkeer- en vervoerbeleid van de gemeente Diemen voor de komende 10 jaar gepresenteerd. De gemeenten zijn onderverdeeld in verschillende gebiedstypen; voor elk gebiedstype geldt een specifiek beleid. Het RVVP wordt in 2015 geactualiseerd. Het plangebied behoort tot het gebiedstype "stedelijk herkomstgebied", dat nader wordt omschreven als gebied met wisselende dichtheden, redelijk openbaar vervoer, veel ruimte voor de auto, en sterke groei van het inwoneraantal. De gemeenten binnen de regio hebben met elkaar afgesproken te beschikken over een goede kwaliteit van openbaar vervoer. Kantoren en voorzieningen waar dagelijks mensen komen, worden gepland in de buurt van hoogwaardige openbaar vervoersknooppunten. Bergwijkpark heeft een sterke verkeersstructuur met veel ruimte voor de auto en fiets. Ook beschikt het gebied over een goede kwaliteit van het openbaar vervoer.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen De bestaande verkeersstructuur van het gebied zal worden aangepast als gevolg van de nieuwe inrichting van het gebied als hoofdzakelijk een woongebied. Het ontwerp van de hoofdverkeersstructuur is in het "Masterplan Bergwijkpark, aanpassing en verdere uitwerking" aangegeven (augustus 2013, vastgesteld d.d. 26 september 2013). Deze hoofdverkeersstructuur zal als bestemming "Verkeer" op de verbeelding van het (de) wijzigingsplan(nen) worden opgenomen. Een groot deel van de hoofdverkeersstructuur zal worden gerealiseerd in het wijzigingsgebied nr. 9. De om te leggen Bergwijkdreef (langs het nieuwe park) is reeds "bij recht" in dit bestemmingsplan opgenomen (zie Paragraaf 1.4.3 van Hoofdstuk 1, en Paragraaf 5.8 van Hoofdstuk 5 van deze Toelichting).
36
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting Mede ten behoeve van de verkeersstructuur in het bestemmingsplan is een apart wijzigingsgebied op de verbeelding opgenomen, namelijk het wijzigingsgebied nummer 9. De regels volgens artikel 20, leden 20.3.1 tot en met 20.3.3, waarin de voorwaarden en de regels voor wijzigingsgebied 9 zijn verwoord, zijn van toepassing op dit gebied. Hiervoor wordt verder ook verwezen naar Paragraaf 7.4 van deze Toelichting. De verlegging van de Bergwijkdreef is "bij recht" opgenomen om de aanleg van het nieuwe park mogelijk te maken. Voor deze ontwikkeling behoeft derhalve geen wijzigingsplan te worden opgesteld. Voor de overige wegen, die in het plangebied mogelijk worden gemaakt, zijn de wijzigingsplannen 1 tot en met 8 van belang. In deze wijzigingsplannen kunnen met de bestemming "Verkeer" ook wegen worden aangelegd na de inwerkingtreding van de desbetreffende wijzigingsplannen.
3.3.3
Uitvoeringsprogramma's Verkeer en Vervoer 2014 en 2015
3.3.3.1 Algemeen Met het Uitvoeringsprogramma Verkeer en Vervoer (UVP V&V) geeft de Stadsregio Amsterdam jaarlijks inzicht in de opgaven en acties die worden uitgevoerd om de in het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan (RVVP) geformuleerde beleidsdoelstellingen te behalen. Het RVVP is in 2004 vastgesteld en in de loop der tijd zijn diverse speerpunten nader uitgewerkt. Acties die hieruit voortvloeiden zijn verwerkt in het UVP V&V. Het RVVP wordt in 2015 geactualiseerd. 3.3.3.2 Uitvoeringsprogramma 2014 Het Uitvoeringsprogramma 2014 (UVP 2014) is op 13 december 2013 door de Regioraad vastgesteld en met betrekking tot de gemeente Diemen (en het plangebied) is hierin het volgende opgenomen: In 2013 is het centrumplan van Diemen gerealiseerd. Hierbij is het winkelcentrum van Diemen en het omliggende centrumgebied vernieuwd. Een andere grote ruimtelijke ontwikkeling in Diemen is de realisering van de nieuwe woonwijk Plantage De Sniep. Hier worden jaarlijks circa 100 woningen gerealiseerd. Daarnaast is gestart met de herontwikkeling van het kantorengebied Bergwijkpark tot een gemengd gebied met wonen, werken en voorzieningen. Als eerste stap is een groot kantorencomplex bij het station omgebouwd tot studentencampus.
Voor het nabijgelegen NS/metrostation Diemen Zuid wordt een pakket met verbetermaatregelen opgesteld en uitgevoerd in het kader van de regionale projecten Knooppuntmanagement en Wayfinding. Eén van de opstel-emplacementen van de Amsterdamse metro is gelegen op het Diemense bedrijventerrein Verrijn Stuart. Dit grenst aan de oostzijde van het plangebied van het onderhavige bestemmingsplan. Hier is mede ten behoeve van het nieuwe en langere metromaterieel, dat vanaf 2013 in gebruik is genomen, een verbouwing van de werkplaats gerealiseerd. Op het grondgebied van de gemeente Diemen liggen meerdere belangrijke infrastructuurassen. Op deze assen worden grootschalige en bovenregionale infrastructuurprojecten gerealiseerd. In het UVP 2014 zijn onder meer de wegverbreding Schiphol – Amsterdam Almere (planstudie SAA) en de voorgenomen uitbreiding van de spoorwegcapaciteit (planstudie OV-SAAL) omschreven. Vanuit de planstudie OV-SAAL worden op korte termijn alleen geluidmaatregelen uitgevoerd op het baanvak langs Bergwijkpark. Er vindt hier op korte termijn geen uitbreiding van het spoor plaats in het kader van OV-SAAL. De uitbreiding van de A10 en A1 bij Diemen is in uitvoering. Voor Bergwijkpark wordt het maken van gebiedsafspraken als mogelijkheid genoemd. Voor het station Diemen Zuid wordt de mogelijkheid van knooppuntmanagement genoemd.
Dit is gericht op het analyseren en waar mogelijk verbeteren van het functioneren van dit station in overleg met alle betrokken partijen.
37
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 3.3.3.3 Uitvoeringsprogramma 2015 Het Uitvoeringsprogramma 2015 is op 9 december 2014 door de Regioraad vastgesteld en met betrekking tot de gemeente Diemen (en het plangebied) is hierin het volgende opgenomen: Met betrekking tot het Regionaal Netwerk Fiets: als belangrijkste activiteiten in 2015 die met name voor Diemen van belang zijn, worden genoemd: het verder realiseren van het regionale fietsnetwerk, met bijzondere aandacht voor hoogwaardige langeafstandsroutes, de aanpak van zwakke schakels en kruispunten in hoogstedelijk gebied, en het realiseren van voldoende goede fietsparkeerplaatsen bij NS-stations, zoals Diemen Zuid. Daarvoor worden plannen voor toekomstvaste fietsparkeervoorzieningen uitgewerkt. De gemeente Diemen kent enkele mobiliteitsmaatregelen rond Plantage de Sniep en het gebied Bergwijkpark. In 2015 wordt een definitieve keuze gemaakt voor de herprofilering van de op te waarderen tramverbinding Diemen-Amsterdam (tramlijn 9), dit in afstemming met de woningbouw op Plantage de Sniep als onderdeel van het project Oost-West As (de herinrichting van de Hartveldseweg en de Muiderstraatweg). In het project wordt rekening gehouden met de wens tot een intensiever gebruik van het werkspoor en het mogelijk maken om op termijn de tram door te trekken naar de Provincialeweg en verder.
Voor de ontsluiting van het transformatiegebied Bergwijkpark (van kantoren naar wonen) wordt vooral ingezet op OV en fiets. Voor het NS/metrostation Diemen Zuid wordt een pakket met verbetermaatregelen uitgevoerd voor Knooppuntmanagement en Wayfinding.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Voor het plangebied Bergwijkpark wordt het maken van gebiedsafspraken als mogelijkheid genoemd. Dit is gekoppeld aan de transformatie van dit gebied en is daarom voor dit bestemmingsplan relevant. Voor het station Diemen Zuid wordt de mogelijkheid van knooppuntmanagement genoemd. Dit is in uitvoering en is gericht op het analyseren en waar mogelijk verbeteren van het functioneren van dit station in overleg met alle betrokken partijen. Dit is daarom relevant voor het onderhavige bestemmingsplan.
3.3.4
Verkeer- en vervoerplan Zuidoostlob 2020 - 2030
Het Bestuurlijk Platform Zuidoostlob heeft op 6 december 2013 het Verkeer- en vervoerplan Zuidoostlob 2020-2030 vastgesteld. Bij het plan behoort ook een uitvoeringsagenda. De Zuidoostlob betreft globaal gesproken het gebied in en om de ruit A2, A9, A10, en A1. Het plangebied Bergwijkpark ligt hier midden in. Het Verkeer- en vervoerplan Zuidoostlob 2020 - 2030 is een gezamenlijk product van de gemeenten Amsterdam, Ouder- Amstel, en Diemen, en de stadsdelen Oost en Zuidoost. Ook Rijkswaterstaat en de Stadsregio Amsterdam zijn hierbij betrokken. Het plan richt zich met name op de doorstroming van het autoverkeer, en in het verlengde daarvan het busverkeer. De planhorizon is 2020 met een doorkijk naar 2030. Uit de verkeersprognoses komt een aantal knelpunten naar voren. Voor Bergwijkpark betreft dit vooral de doorstroming op de Daalwijkdreef, die grenst aan het plangebied. Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen De doorgang van het verkeer op de Daalwijkdreef wordt als een knelpunt beschouwd. De Daalwijkdreef ligt echter op het grondgebied van de gemeente Amsterdam. Door de gemeente Amsterdam worden maatregelen voorbereid om de doorstroming aldaar te verbeteren.
38
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Diemen
Op 27 januari 2011 is de Structuurvisie Diemen vastgesteld. In deze structuurvisie is uitgewerkt welke ruimtelijke ontwikkelingen Diemen in de toekomst te wachten staat, en waar welke activiteiten plaats gaan vinden. Waar wordt nog woningbouw ontwikkeld, waar ligt de nadruk op natuur en recreatie en waar is juist bereikbaarheid en bedrijvigheid belangrijk? Welke sociale verbanden kunnen met ruimtelijke ingrepen worden versterkt? De structuurvisie is vooral een richtinggevend document voor het beleid en voor de ruimtelijke plannen. De algemene ambitie/visie luidt als volgt: "in 2040 is Diemen een duurzaam, stedelijk dorp op het grensvlak van Amsterdam en de Diemerscheg, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Diemen heeft een bijzondere ligging, omdat het ingeklemd ligt tussen het grootstedelijke Amsterdam en de Diemerscheg, de groene en recreatieve uitloper van het Groene Hart. De Diemerscheg is bij een groot publiek bekend en van de recreatieve mogelijkheden wordt intensief gebruik gemaakt". De ambitie/visie schetst een gewenst beeld van Diemen in 2040 en vormt daarmee de kapstok voor de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Om deze ambitie ook daadwerkelijk te kunnen verwezenlijken dient een aantal ruimtelijke opgaven te worden opgepakt.
Van de zeven geformuleerde opgaven is met name de volgende opgave van belang voor het plangebied: Opgave: het versterken van het bestaande stedelijk gebied In de structuurvisie is geschreven dat in gebied Bergwijkpark veel kantoren leeg staan. Door het regionale overschot aan kantoorlocaties ziet het er niet naar uit dat het goed komt met de leegstand in Bergwijkpark. Daarom zet de gemeente Diemen in op herontwikkeling van het gebied tot een woon/werkgebied, waarbij de goed functionerende kantoorpanden behouden blijven en vrijkomende plekken een nieuwe invulling met woningbouw krijgen, en mogelijk moderne kleinschaligere kantoren (kantoor-villa’s). Voorzieningen voor zowel de kantoren (ook ten behoeve van de kantoren op Bergwijkpark-Zuid) als voor de woningen worden daaraan toegevoegd om een prettig woon- en leefklimaat te creëren. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan detailhandel, horeca, et cetera. Ontwikkelingslocatie Bergwijkpark Over Bergwijkpark wordt geschreven, dat deze locatie zich leent voor: gestapelde woningbouw (waaronder studentenwoningen). koopwoningen (ondermeer eengezinswoningen). appartementen in het duurdere segment. woonwerk-woningen. sociale huur met een luxe uitstraling.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen Het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" heeft tot doel om appartementen in het goedkope en in het middeldure koop- en huursegment te realiseren. De nadruk zal liggen op starters, tweeverdieners, en alleenstaanden. Hieruit blijkt, dat het onderhavige bestemmingsplan deels aansluit op de Structuurvisie Diemen, waarin mede wordt gesproken over appartementen in het duurdere segment, woon-werkwoningen of sociale huur met een luxe uitstraling. Het deelgebied Holland Park richt zich op goedkope en middeldure huur- en koopappartementen. De in de structuurvisie genoemde kantoorvilla's komen niet terug in de regelingen van het onderhavige bestemmingsplan.
39
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting In de wijzigingsregels van het onderhavige bestemmingsplan zijn regels opgenomen waarmee woongebouwen en woningen kunnen worden bestemd met de wijzigingsplannen (zie artikel 20, lid 20.2 en lid 20.3). Tevens zijn in deze wijzigingsregels in artikel 20, lid 20.2 regels opgenomen omtrent de in het gebied te realiseren aanvullende voorzieningen, zoals detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en dergelijke. Zie ook Paragraaf 7.4 van deze Toelichting, waarin de wijzigingsregels van artikel 20, lid 20.2 en van artikel 20, lid 20.3 nader zijn toegelicht.
3.4.2
Groenbeleid
In het “Groenplan Diemen. Visie op groenstructuur, groenbeleid en groenbeheer” (27 oktober 2011) wordt met betrekking tot het kantorengebied Bergwijkpark, en het park zelf (het park Bergwijkpark) geschreven dat het park is omringd door kantoren in een ruime stedelijke structuur en dat om het park ecologisch ingerichte watergangen liggen die in de wijk doorlopen. Het park functioneert op dit moment volgens het Groenplan matig. Er zijn weinig gebruikers door het ontbreken van woongebieden in de directe nabijheid. Het park wordt voornamelijk benut door passanten en in het zuidelijk deel is er enige verblijfsrecreatie. De kwaliteit van de groenvoorzieningen is over het algemeen goed. Het park is plaatselijk echter onoverzichtelijk en sociaal onveilig. Er worden, zo zegt het Groenplan, plannen ontwikkeld voor de herinrichting van het kantorencomplex Bergwijkpark, maar deze zullen pas op langere termijn realiteit kunnen worden. Het Groenplan stelt voor de komende periode daarom een vorm van tussentijds gebruik voor. Het Groenplan heeft de volgende doelstellingen: a. Bepalen van de gewenste kwaliteit van het groen en de daarmee samenhangende structuren en routes; b. Behouden en ontwikkelen van een duurzame groenstructuur en waterstructuur die aansluit op de cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden; c.
Bieden van een beleidskader voor het beheerproces, beheerkwaliteit, communicatie, participatie van groen en een aantal thema's die direct relatie hebben met het groen, zoals ecologische beplanting, groene routes, milieu, spelen in het groen, water en oevers, honden in de openbare ruimte en boombeleid; d. Doen van voorstellen en geven van richtlijnen voor de verbetering van de inrichting van het openbaar groen in parken, groenzones, en de woonomgeving. Opties voor het streefbeeld voor de planperiode (< 10 jaar): Ruimte voor stadsnatuur en natuureducatie. Aansluiten via Gooiseweg naar het buitengebied. Onderzoeken van de mogelijkheden voor tijdelijke volkstuinen / moestuinen of een kinderdorp / bouwspeelplaats. Uitbreiding van oppervlaktewater in combinatie met de ruimtelijke planvorming. Streefbeeld voor de toekomstige planontwikkeling (>10 jaar): Bij de herinrichting van de wijk Bergwijkpark een duidelijke interne ontsluiting van het autoverkeer realiseren. Bij de herinrichting van het Bergwijkpark het water als belangrijke drager houden en ecologisch ontwikkelen.
40
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Afbeelding 9:
Bestaande groenstructuur van het Bergwijkpark en omgeving (figuur uit het Groenplan Diemen, blz. 154)
Voorstellen volgens het Groenplan ten behoeve van de herinrichting van het gebied Bergwijkpark: 1. Waardevolle bomen behouden. 2. Voldoende ruimte reserveren om het groene karakter van de dreven en van de langzaamverkeer- routes aan alle vier de zijden van het park te kunnen handhaven. 3. Gebruik maken van de waterstructuur. 4. Bij de planvorming van het park (Bergwijkpark) de waardevolle structuren behouden, en de doorlopende groenstructuren in het plan inpassen.
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen In het "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" wordt de groenstructuur mede op basis van het Groenplan als volgt geborgd: * Waardevolle bomen zullen zoveel mogelijk worden behouden. (zie bijvoorbeeld het Masterplan (augustus 2013) blz. 16. * Volgens het Masterplan zal het park worden verplaatst, dit in tegenstelling tot waar het Groenplan vanuit gaat. Ook volgens het stedebouwkundige plan Holland Park Urban Picturesque zal het park worden verplaatst. Het onderhavige bestemmingsplan maakt dit mogelijk. * Volgens het Masterplan en volgens het stedebouwkundige plan Holland Park Urban Picturesque zal de bestaande waterstructuur zoveel mogelijk worden behouden en/of uitgebreid. Het onderhavige bestemmingsplan maakt dit mogelijk.
Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 van de Toelichting Bij de herinrichting van Bergwijkpark wordt het water van de hoofdwaterstructuur zoveel mogelijk behouden en ecologisch ontwikkeld. De waarde van de hoofdgroenstructuren zullen ook zoveel mogelijk worden behouden. Dit wordt geborgd door een apart wijzigingsgebied (Wijzigingsgebied nummer 9) ten behoeve van hoofdgroenstructuur, de hoofdwaterstructuur en de verkeersstructuur), en ook door het nieuwe park "bij recht" te bestemmen.
41
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) 3.4.3
Natuurbeleidsplan Diemen (november 2009)
Het streven van de gemeente Diemen voor wat betreft het natuurbeleid is in het Natuurbeleidsplan als volgt omschreven: “Het in stand houden en verbeteren van de ecologische verbindingen en van de leefomstandigheden van plant- en diersoorten in Diemen en het afstemmen hierop van de recreatieve mogelijkheden voor fietsers en wandelaars”. Uit de Natuurwaardenkaart blijkt, dat de gemeente Diemen een natuurrijke gemeente is. Op de Natuurwaardenkaart wordt de natuurwaarde van een bepaalde gebiedseenheid uitgedrukt in een cijfer van 1 tot en met 5. Uit de Natuurwaardenkaart blijkt dat een groot deel van het plangebied laag scoort, met een 1, met uitzondering van het huidige park Bergwijkpark, dat in categorie 3 is ondergebracht. De natuurwaarden van het talud langs de Gooiseweg en langs de spoorlijn/metrolijn, plus de direct aanliggende groenstroken, zijn gewaardeerd met een 2 volgens de Natuurwaardenkaart. Deze taluds, en de direct aanliggende groenstroken, fungeren namelijk als leefgebied en trekroute van zangvogels, zoogdieren, amfibieën en insecten. Daarom worden deze taluds en de direct aanliggende groenstroken gezien als een basis van de ecologische structuur van Diemen. In 2005 is vastgesteld dat er vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis) in geringe aantallen jagen in het park.
De in het Natuurbeleidsplan Diemen genoemde broedvogels in het plangebied zijn algemene stadsparkvogels, zoals winterkoning, heggenmus, merel, roodborst, zanglijster, zwartkop, grote bonte specht, Vlaamse gaai, boomkruiper en mezen. Over het gebied Bergwijkpark wordt in het Natuurbeleidsplan het volgende geschreven: “Het gebied tussen Gooiseweg, Daalwijkdreef en het metrospoor zal worden omgevormd van een grootschalig kantorengebied tot een gemengd woon/werkgebied. Hierbij zal uiteindelijk 60.000 m 2 openbaar groen en water worden gerealiseerd (op een totaal planoppervlak van circa 42 hectare). De huidige natuurwaarden liggen in de randen van het gebied (talud Gooiseweg en rond het opstelterrein van de Metro) en in het Bergwijkpark (….). Bij de herinrichting blijft het groene talud van de Gooiseweg gehandhaafd. Het park zal verdwijnen. Hiervoor in de plaats komt wijkgroen, waarbij waterpartijen een belangrijke rol zullen spelen”. Als actie wordt genoemd: “Alle waterpartijen in het plangebied Bergwijkpark worden natuurvriendelijk uitgevoerd. Het talud van de Gooiseweg wordt met struweel en takkenrillen ontoegankelijk gemaakt”.
Afbeelding 10:
42
Natuurwaardekaart van de gemeente Diemen (volgens Natuurbeleidsplan Diemen, 2009, blz. 19)
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld)
Conclusies m.b.t. het bestemmingsplan / Verwijzing naar andere Paragrafen De hiervoor genoemde "actie" dat alle waterpartijen in het plangebied Bergwijkpark natuurvriendelijk dienen te worden uitgevoerd, kan volgens de regels van het bestemmingsplan als zodanig worden gerealiseerd. In de praktijk zullen (ook) in het oostelijke deel van het plangebied, Holland Park, zoveel mogelijk natuurvriendelijke oevers worden aangelegd. In het Natuurbeleidsplan staat dat "het park zal verdwijnen en dat hiervoor in de plaats wijkgroen komt, waarbij waterpartijen een belangrijke rol zullen spelen”. Dit is niet in overeenstemming met het nieuwe bestemmingsplan. In het onderhavige bestemmingsplan wordt ervan uitgegaan dat het park wordt verplaatst. Er is bij recht in dit bestemmingsplan een nieuw park bestemd. De natuurwaarden volgens dit "Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015" zijn beschreven in Hoofdstuk 6, Paragraaf 6.6 "Ecologie en Natuurwaarden".
Verwijzing naar de beschrijving van de wijzigingsregels in Paragraaf 7.4 in deze Toelichting In de wijzigingsregels is opgenomen, over de natuurvriendelijke oever, voor wijzigingsgebied nr. 9 in artikel 20, lid 20.3.2, letter c, dat: "het zoveel mogelijk handhaven van de bestaande hoofdwaterstructuur en het zoveel mogelijk inrichten met natuurvriendelijke oevers uitgangspunten zijn bij de aanleg van nieuwe waterpartijen." Verder is in artikel 20, lid 20.3.2, letter e, opgenomen, dat: "de hoofdwaterstructuur dient in elk geval te bestaan uit een aaneengesloten watersingel (slechts onderbroken door dammen met duikers ter plaatse van de wegen. Deze watersingel dient aan minimaal één zijde te zijn voorzien van een natuurvriendelijke oever (talud 1:3 of flauwer indien mogelijk).
Op plekken waar het profiel te krap is voor een talud van 1:3 kan alternatief gerealiseerd worden: plas-dras oever of indien dit ook niet mogelijk is een onderwaterbak." Ook voor de wijzigingsgebieden 1 tot en met 8 is in artikel 20, lid 20.2.2, letter c, opgenomen dat: "het zoveel mogelijk handhaven van de bestaande hoofdwaterstructuur, en het zoveel mogelijk inrichten met natuurvriendelijke oevers, uitgangspunten zijn bij de aanleg van nieuwe waterpartijen." In artikel 20, lid 20.2.2, letter e is opgenomen, dat: "de hoofdwaterstructuur dient in elk geval te bestaan uit een aaneengesloten watersingel (slechts onderbroken door dammen met duikers ter plaatse van de wegen. Deze watersingel dient aan minimaal één zijde te zijn voorzien van een natuurvriendelijke oever (talud 1:3 of flauwer indien mogelijk). Op plekken waar het profiel te krap is voor een talud van 1:3 kan alternatief gerealiseerd worden: plas-dras oever of indien dit ook niet mogelijk is een onderwaterbak." Zie hierover verder ook Paragraaf 7.4.
3.4.4
Detailhandelsvisie 2014
De gemeenteraad van Diemen heeft op 18 december 2014 de nieuwe Detailhandelsvisie 2014 (gewijzigd) vastgesteld. Ten aanzien van het Bergwijkpark geeft de Detailhandelsvisie aan dat er bij de transformatie naar een multifunctioneel woongebied ook toevoeging van commerciële consumentenvoorzieningen denkbaar is. Deze moeten zowel qua omvang, als qua fasering in lijn te zijn met de ontwikkeling (het woningbouwprogramma) in deze nieuwe wijk.
43
Bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Bergwijkpark 2015 (vastgesteld) De detailhandelsvoorzieningen in het getransformeerde Bergwijkpark zijn bedoeld als een ondersteunende functie voor de nieuwe bewoners en gebruikers van het gebied. Voorkomen moet worden dat de voorzieningen in Bergwijkpark het perspectief van het winkelcentrum Diemerplein en de boodschappencentra in Diemen Noord en in de Kruidenhof zullen ondergraven. Concreet gaat het in het nieuwe plan om winkels die niet groter zijn dan 150 m² b.v.o., binnen de 2 wijzigingsgebieden 1 t/m 8, volgens de wijzigingsregels, tot een maximale oppervlakte van 1.000 m b.v.o. gezamenlijk. Het clusteren van deze kleinschalige winkelvoorzieningen, met de andere voorzieningen, langs de centrale as binnen de wijk verdient volgens de Detailhandelsvisie de voorkeur boven het "als confetti verspreiden van deze functies over de wijk". Een supermarkt in het gebied (van bijvoorbeeld 1.000 m 2 b.v.o.) wordt op dit moment niet wenselijk geacht. In de ontwerpDetailhandelsvisie werd geadviseerd om halverwege de termijn van de Detailhandelsvisie, over 5 jaar, de strategie met betrekking tot detailhandel in Bergwijkpark op houdbaarheid en wenselijkheid te herijken. De gemeenteraad heeft besloten om dit advies over te nemen, zodat over 5 jaar de detailhandelssituatie met betrekking tot Bergwijkpark herzien zou kunnen worden.