CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Diemen, bestemmingsplan Hof van Saan 12-4-23.pdf

Gemeenteraadsvergadering 1 juni 2023, gemeente DiemenBij agendapunt: Bestemmingsplan Hof van Saan23.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

35/448

Onderstaand wordt er verder ingegaan op de verschillende wateraspecten. Waterkwantiteit Binnen het plangebied ligt een primaire watergang. De ligging van de watergang (hydrovak) is weergegeven in figuur 5.1. Voor de watergang geldt een beschermingszone van 5 meter voor het onderhoud van de watergang.

Figuur 5.1: Overzicht watergangen, waterkeringen en kunstwerken in het plangebied. Bron: Legger waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied grenst aan de noord(oost)zijde aan een secundaire waterkering, ter hoogte van de Weesperstraat. In figuur 5.1 is de secundaire waterkering weergegeven met bijbehorende beschermingszone. De beschermingszone ligt gedeeltelijk binnen het plangebied. Verder zijn in de omgeving van het plangebied geen waterkeringen aanwezig. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijk gescheiden rioolstelsel. Toekomstige situatie De ontwikkeling bestaat uit de transformatie van bedrijf Saan tot een rustige woonbuurt. Binnen de woonbuurt krijgt groen meer aandacht in de vorm van twee grote groene zones. Het plangebied is volledig verhard, dus zullen de twee groene zones samen met de tuinen zorgen voor meer onverhard oppervlak binnen het plangebied. Waterkwantiteit De beoogde ontwikkeling maakt geen wijzigingen aan de bestaande watergangen mogelijk.

36/448

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. Het hemelwater wordt voor zover mogelijk geïnfiltreerd binnen het plangebied ter plaatse van de groene zones en de overige gronden die niet verhard zijn. Bij een overschot aan hemelwater wordt dit geloosd op het oppervlaktewater (omliggende sloten). Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Daarbij komt een extensief beheerregime ten behoeve van een hogere natuurwaarde. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Bij bebouwing binnen de beschermingszone van de waterkering dient een watervergunning bij het waterschap aangevraagd te worden.

Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de Keur. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap mag worden gebouwd, geplant of opgeslagen. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. De beoogde ontwikkeling realiseert bebouwing binnen de beschermingszone van de secundaire waterkering. Hiervoor dient een vergunning aangevraagd te worden bij het waterschap. Conclusie Vanwege de bouw van gebouwen in de beschermingszone van de secundaire waterkering is een vergunning noodzakelijk. Met het voorgenomen plan wordt meer groen dan in de huidige situatie mogelijk gemaakt. Watercompensatie is daarom niet benodigd. De beoogde woningbouw heeft geen nadelige gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.

5.5

Ecologie

Normstelling en beleid

37/448

Wet natuurbescherming Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Met de Wet Natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natuurnetwerk Nederland (NNN); Natura-2000 gebieden. De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Voor ieder Natura 2000 gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn) opgesteld.

De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn.

Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn

38/448

opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000 (figuur 5.3). Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Botshol, ligt op een afstand van ruim 8 kilometer.

Figuur 5.3: Plangebied (rode cirkel) ten opzichte van NNN. Bron: ruimtelijkeplannen.nl

39/448

Figuur 5.4: Plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Bron: AERIUS Calculator. Het plangebied is niet gelegen in beschermde natuurgebieden. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen derhalve worden uitgesloten. Gezien de afstand kunnen tevens effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. De voorgenomen woningbouw in het plangebied wordt gasloos uitgevoerd. De huidige bebouwing wordt verwarmd met gas. Dit betekent dat er momenteel sprake is van gebouwemissies. De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied heeft geen gebouwemissies. Wel is er sprake van een lichte toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de bestemmingswijziging. De netto berekende toename van de verkeersgeneratie bedraagt 239 mvt/etmaal. In bijlage 8 zijn berekeningen van zowel de aanleg- als de gebruiksfase opgenomen. Hieruit blijkt dat de netto-stikstofdepositie niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het planvoornemen heeft daarmee geen negatieve effecten op stikstofgevoelige natuurgebieden. Soortenbescherming Uit de resultaten van de quickscan ecologie (bijlage 1) van 1 februari 2021 is gebleken dat de aanwezigheid van marters en/of overige grondgebonden zoogdieren die zich gevestigd hebben onder een aantal funderingen via de aangetroffen openingen binnen en rond het terrein niet is uit te sluiten.

Er is daarom een vervolg onderzoek naar deze soorten uitgevoerd (bijlage 2). In medio mei/juni 2021 is gezocht naar aanwezigheid van de kleine marters, hiervoor zijn twee soorten sporenbuizen en een cameraval gebruikt. Er zijn op de opnames van de camera geen marters waargenomen. De conclusie is daarom dat er geen marters aanwezig zijn binnen de planlocatie. Er hoeft met de verdere ontwikkeling geen rekening te worden gehouden met deze dieren.

40/448

De kans op een jachtgebied en potentiële vliegroute voor vleermuizen is aanwezig boven de singel aan de zuidzijde van de locatie. Bij noodzakelijke grote wijzigingen aan de bosschage aan deze zijde van de locatie wordt een onderzoek geadviseerd. In een aanvullend memo (bijlage 7) is de eventuele kap van bomen aan de singel in relatie tot de vliegroutes van vleermuizen nader beschouwd. Hieruit blijkt dat wanneer de kap beperkt blijft tot de bomen die direct aan de gebouwzijde staan er geen significant effect zal optreden. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels op en rond de planlocatie in de bomen, struiken en onder de pannendaken. Ook op de platte daken is er mogelijkheid voor algemene broedvogels om te nestelen. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig als een effect op deze soorten niet is te vermijden Conclusie Als gevolg van het bestemmingsplan treden geen negatieve effecten ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming op. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

5.6

Schiphol

Toetsingskader Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. De minister van Infrastructuur en Milieu kan een verklaring van geen bezwaar geven, zodat nieuwe bebouwing of functiewijziging toch mogelijk is. Onderzoek en conclusie Het plangebied ligt ook binnen de contour uit het LIB voor Toetshoogtes. Gebouwen binnen het plangebied worden maximaal 5 bouwlagen hoog. Hiermee wordt er ruim aan de toetshoogtes voldaan. Het plangebied ligt binnen de contour uit het LIB voor beperking windturbines en laser (artikel 2.2.4 LIB) De ontwikkeling omvat zowel geen windturbine als laser. Deze contour vormt dan ook geen belemmering Tot slot is het plangebied gelegen binnen de contour uit het LIB voor toetshoogtes radar.

In verband met het correct functioneren van radarapparatuur geldt een toetshoogte van 68-70 meter NAP. Ook hieraan zal de beoogde ontwikkeling voldoen. Het aspect Externe veiligheid als gevolg van Schiphol wordt behandeld in paragraaf 5.7.

41/448

5.7

Externe veiligheid

Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden. Risicovolle inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen.

Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties.

Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen

42/448

beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Besluit externe veiligheid buisleidingen In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Onderzoek Op circa 150 meter van het plangebied is de spoorlijn Diemen-Duivendrecht gelegen. Over deze spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, daarom is er door Aviv een onderzoek uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico's. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. De resultaten uit het onderzoek zijn hieronder beschreven.

Figuur 5.5: Ligging plangebied (geel gemarkeerd) ) ten opzichte van spoorlijn Diemen – Duivendrecht Plaatsgebonden risico Bij het Basisnet Spoor gelden de afstanden die in bijlage 2 van de regeling Basisnet zijn opgenomen. Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling geldt een PR-plafond van 6 m. Dit betekent dat het

43/448

plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 6 m afstand vanaf het midden van de spoorbundel niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige situatie groter dan 10% van de oriëntatiewaarde, maar neemt met minder dan 10% toe. Daarom kan de verdere verantwoording van het groepsrisico achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van een basisnetroute waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf het buitenste trajectdeel van het spoor. Voor het trajectdeel ter hoogte van het plangebied geldt een PAG. Het plangebied ligt op 140 m afstand. Het plasbrandaandachtsgebied vormt om deze reden geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.

Conclusie Het aspect Externe veiligheid vormt geen belemmering, het groepsrisico hoeft niet (verder) verantwoord te worden.

5.8

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 5.7 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm stof toetsing van grenswaarde stikstofdioxide jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ (NO2) fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 40 µg/m³ 24-uurgemiddelde concentratie max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie 25 µg /m³ Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor

44/448

de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³); een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek Het aantal te realiseren woningen binnen het plangebied ligt ruim onder de grenswaarden. Het plan draagt daarom niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit ter plaatse. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven.

Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende wegen betreffen de P.J. Ter Beekstraat en de Weesperstraat. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatste van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Ter plaatse is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

5.9

Geluidhinder

Toetsingskader Wettelijke geluidzone wegen Woningen worden door de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) als geluidgevoelige functie aangemerkt. Indien nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wgh akoestisch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidzone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat ook sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau wanneer de ontwikkeling is gesitueerd nabij niet gezoneerde wegen (30 km/u wegen). Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet

45/448

geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de uiterste grenswaarde niet te boven gaan. De uiterste grenswaarde is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de woningen (binnen- of buitenstedelijk). Voor de beoogde binnenstedelijke ontwikkeling geldt een maximaal toelaatbare hogere waarde van 63 dB voor wegverkeerslawaai.

Aftrek ex artikel 3.4 RMG 2012 Krachtens artikel 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift Geluidhinder (RMG) 2012 mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor alle onderzochte wegen is deze aftrek van toepassing. Geluidzone industrielawaai Een geluidzone wordt vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken' zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Dergelijke bedrijven worden in de volksmond ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. Op grond van de wet behoort tot de geluidzone het gebied tussen het industrieterrein zelf en de buitengrens van de zone. Het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de zone. Buiten een geluidzone mag de geluidsbelasting als gevolg van het betreffende industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Voor het gezoneerde industrieterrein zelf en daarop aanwezige of geprojecteerde woningen gelden geen geluidnormen. Aanpassing geluidzone industrielawaai Op grond van de Wet geluidhinder kan een geluidzone alleen worden aangepast door de vaststelling van een bestemmingsplan waarin de gewijzigde zone is opgenomen.

Als gevolg van de zonewijziging mag geen gebied waar de geluidsbelasting meer dan 50 dB(A) bedraagt buiten de zone komen te liggen. Tevens moeten daarbij de geldende grenswaarden bij woningen (en andere geluidsgevoelige bestemmingen) in acht worden genomen. Grenswaarden voor nieuwe gevoelige functies Binnen de geluidzone zijn woonbestemmingen en andere geluidsgevoelige bestemmingen slechts aanvaardbaar indien de geluidsbelasting aan de gevel aan de wettelijke grenswaarden voldoet. Voor nieuwe geluidsgevoelige functies, zoals woningen, geldt een wettelijke voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Voor nieuwe woningen die binnen de geluidzone liggen is in het algemeen de vaststelling van een hogere waarde tot 55 dB(A) mogelijk. Op

46/448

grond van de momenteel vigerende Wet geluidhinder kan het bevoegd gezag de betreffende hogere grenswaarden vaststellen indien blijkt dat maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ondervinden van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Onderzoek Industriegeluid De nieuw te bouwen woningen liggen binnen de geluidzone van bedrijventerrein Verrijn Stuart. In bijlage 4 is een akoestisch onderzoek opgenomen waarin de geluidsbelasting ter aanzien van industrielawaai inzichtelijk is gemaakt. Hieruit blijkt voor alle woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Hogere waarden zijn daardoor niet nodig. Wegverkeerslawaai en railverkeerlawaai Het plangebied wordt (deels) belast met geluid afkomstig van wegverkeer en railverkeer. Ten behoeve van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Hieruit blijkt dat wat betreft railverkeer nagenoeg alle woningen aan de voorkeurswaarde voldoen. De geluidsbelasting van de spoorlijn is maximaal 56 dB op de oostgevel van de meest oostelijk gelegen kadewoning. Voor de overige woningen voldoet de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde. Voor de oostelijke kadewoning is een hogere waarde nodig (of moet worden voorzien in een dove gevel).

De geluidsbelasting afkomstig van wegverkeer voldoet gedeeltelijk aan de voorkeurswaarden, maar voor een deel van de woningen is een hogere waarde nodig. De geluidsbelasting van de Weesperstraat is maximaal 62 dB (inclusief aftrek) op de kadewoningen. Voor de kadewoningen en het noordelijke appartementencomplex op de hoek zijn hogere waarden nodig. De geluidsbelasting van de Muiderstraatweg is maximaal 51 dB (inclusief aftrek) op het appartementencomplex op de noordelijke hoek. Voor een aantal kadewoningen en appartementen zijn hogere waarden nodig. De geluidsbelasting van de 30 km/uur-wegen is maximaal 53 dB op het zuidelijke appartementencomplex. Voor het appartementencomplex op de zuidelijke hoek en de westelijke twee-onder-één kapwoningen zijn de geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde. Hogere waarden zijn niet nodig omdat deze wegen niet gezoneerd zijn. Wel wordt geadviseerd om bij het ontwerp een binnenwaarde van 33 dB na te streven. De totale geluidsbelasting van het wegverkeer is hoogstens 67 dB (exclusief aftrek), ofwel 62 dB inclusief aftrek. Als de waarde vergeleken wordt, voldoet deze aan de grenswaarde uit de Wet geluidhinder (inclusief aftrek). Overzicht hogere waarden Onderstaande tabel geeft inzicht in de benodigde hogere waarden vanwege diverse bronnen.

47/448

In het concept besluit hogere waarden (zie bijlage 9) zijn deze waarden vastgelegd. Op basis van het concept besluit hogere waarden worden voor in totaal 40 woningen hogere grenswaarden verleend. Conclusie Wegverkeeslawaai, railverkeerlawaai en industrielawaai vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling in het plangebied. Wel dienen voor een aantal woningen hogere waarden te worden vastgesteld.

5.10 Bedrijven en milieuhinder Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.

Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Onderzoek Het plangebied maakt deel uit van een gemengd gebied gelet op de ligging nabij drukke (spoor)wegen en een bedrijventerrein. De omringende woningen veroorzaken geen milieuhinder. Dit bestemmingsplan zorgt voor de verplaatsing van een bedrijf uit een woongebied. Hiervoor in de plaats wordt een nieuwe woonbuurt gerealiseerd. Er is daarmee sprake van een verbetering van de huidige situatie. De nieuw te bouwen woningen liggen niet binnen richtafstanden van bestaande bedrijven. Wel liggen de woningen binnen de geluidzone van bedrijventerrein Verrijn Stuart. Dit is meegenomen in het akoestisch onderzoek dat hiervoor beschreven is. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de beoogde woningbouw sprake zal zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

48/448

5.11 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Het plangebied ligt niet binnen het risicogebied van planologisch relevante kabels of leidingen. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling van Hof van Saan daarom niet in de weg.

5.12 Archeologie en cultuurhistorie Toetsingskader Erfgoedwet Sinds 1 juli 2016 is de Wet op de archeologische monumentenzorg vervangen door de Erfgoedwet. De uitgangspunten uit het 'Verdrag van Malta' blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Besluit ruimtelijke ordening Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in de toelichting van elk bestemmingsplan een beschrijving te worden gegeven van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden van het plangebied. Onderzoek Cultuurhistorie Het plangebied kent een relatief korte geschiedenis. Het veengebied Venserpolder werd rond de elfde eeuw ontgonnen, waarna de eerste bewoners zich vestigden op een terp in Oud Diemen. Dit oudste deel van Diemen is de plek van de voormalige kerk en de huidige begraafplaats. In de 17e eeuw werden de Weespertrekvaart en de Muidertrekvaart gegraven. De Diemerbrug vormde de overgang over de trekvaart waar toen een economisch knooppunt ontstond. Daardoor verplaatste het centrum van Diemen zich meer in zuidelijke richting. Vanaf hier begon Diemen zich meer te ontwikkelen. In de 18e en 19e eeuw werden de drooggelegde meren in gebruik genomen als landbouwgrond. In de jaren '60 vond de verdere ontwikkeling van Diemen in noordelijke richting plaats. Het plangebied werd pas ontwikkeld rond de jaren '70 en '80, voor die tijd was er weinig tot geen bebouwing aanwezig en werd dit enkel

49/448

gebruikt als weiland. Door deze late ontwikkeling kent het plangebied weinig cultuurhistorische waarden. Weesperstraat 84 Wel is er aan de Weesperstraat 84 een monumentale villa aanwezig, die direct aan het plangebied grenst. Deze villa is één van de weinige oorspronkelijke bebouwing aan de Weespertrekvaart. Het is van belang dat Weesperstraat 84 ruimtelijk vrij blijft staan zodat het vrijstaande karakter behouden blijft. In het bestemmingsplan is hier rekening mee gehouden doordat het bouwvlak niet volledig tot de bestemmingsgrens is doorgetrokken. Er blijft daarmee 3 meter vrij tussen de villa en de nieuwe bebouwing van Hof van Saan. Weespertrekvaart De Weespertrekvaart heeft een ruimtelijke samenhang met de wegen langs de trekvaart, de vroegere jaagpaden. De trekvaart is in 1639 aangelegd en legde de verbinding tussen Amsterdam en Weesp. Hof van Saan legt de ruimtelijke verbinding met de trekvaart door aan deze zijde statige herenhuizen met een kap te realiseren waardoor het lijnelement van de trekvaart wordt begeleid. Begraafplaats Rustoord De begraafplaats Rustoord was de eerste particuliere begraafplaats voor Amsterdam. In de 18e eeuw bedacht men dat het vanwege de gezondheid slimmer was om begraafplaatsen buiten de stad te realiseren. In 1791 is toen de begraafplaats Rustoord aangelegd nabij de Diemerbrug.

Rustoord kenmerkt zich door het vele groen, de statige toegangspoort en de bijzondere grafmonumenten. Bovendien vormt de begraafplaats in het huidige Diemen een groen oase tussen alle bebouwing aan de trekvaart. In de huidige situatie vormt een groene bomenstructuur een afscheiding tussen het plangebied en de begraafplaats. In Hof van Saan wordt blijft deze bomenstructuur zoveel mogelijk behouden en wordt daarnaast versterkt. Middels een groene buffer is in het bestemmingsplan geborgd dat de achtertuinen van woningen niet direct aan de begraafplaats grenzen. Archeologie Uit het archeologiebeleid van de gemeente Diemen blijkt dat voor het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde geldt. De gemeente Diemen heeft een gemeentelijke archeologiekaart waarin de gemeente is verdeeld in vijf gebieden: 1. Rekening houden met archeologie. 2. Rekening houden met archeologie, behalve bij zeer kleine plannen. 3. Rekening houden met archeologie bij middelgrote en grote plannen. 4. Bij grondverstorende werkzaamheden tijdig contact opnemen met het NISA te Lelystad. 5. Bij grote plannen archeologie in planproces integreren.

50/448

Figuur 5.6 Gemeentelijke archeologie kaart gemeente Diemen Het plangebied valt in het gebied "Bij grote plannen archeologie in planproces integreren". Gezien de lage archeologische verwachtingswaarden is het niet noodzakelijk om archeologisch onderzoek te verrichten. Conclusie Gelet op de lage archeologische en cultuurhistorische waarden vormt dit aspect geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Wel wordt bij het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden de meldingsplicht uit de Erfgoedwet in acht genomen.

5.13 Trillingen Vanwege de aanwezigheid van het spoor in de omgeving van het projectgebied is mogelijk sprake van hinder door trillingen. Het bestemmingsplan is daarom getoetst aan de 'Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen' van ProRail. Het plangebied ligt op een afstand van meer dan 100 meter van het spoor. Gelet op de afstand tussen spoor en projectgebied en de aanwezigheid van bestaande woningen op kortere afstand van het betreffende spoorvak wordt mogelijke hinder door trillingen uitgesloten. Er zijn ook geen klachten daarover bekend en liggen diverse woningen op een kortere afstand van het spoor. Gelet op het bovenstaande voldoet het plangebied aan de 'Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen' van ProRail. Het aspect trillingen is niet relevant voor het bestemmingsplan.

51/448

De geluidsbelasting vanwege het spoor is meegenomen in het akoestisch onderzoek dat in paragraaf 5.9.

5.14 Duurzaamheid In de Ruimtelijke Randvoorwaarden zijn alle door de gemeente met de ontwikkelaar afgestemde eisen en wensen ten aanzien van duurzaamheid voor de ontwikkeling van de Hof van Saan opgenomen. In deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op de thema's Klimaat & energie en Afval & circulaire economie. Voor het thema Luchtkwaliteit & geluid wordt verwezen naar paragraaf 5.8 en 5.9. Voor de thema's Klimaatadaptatie en Natuur & biodiversiteit wordt verwezen naar paragrafen 5.4 en 5.5 en voor mobiliteit naar paragraaf 5.2 Klimaat & energie De gemeente Diemen heeft als doelstelling om in 2040 een gebouwde omgeving in Diemen te hebben die onafhankelijk is van fossiele energie. Voor nieuwbouw die op 2 juli 2020 nog niet planologisch of contractueel vastlag hanteert de gemeente als doelstelling dat deze gasloos en minimaal energieneutraal is, waarbij wordt gestreefd naar energiepositief (duurzaamheidsagenda). De woningen in de Hof van Saan worden aardgasloos. Er wordt geen biomassa voor verwarmingsdoeleinden toegepast en er worden geen open haarden geplaatst. De woongebouwen zijn tenminste energieneutraal en hebben een lage temperatuurverwarming/-aansluiting. De energievraag voor de woongebouwen bedraagt maximaal 25 kWh/m2/jaar en voor utiliteitsgebouwen maximaal 50 kWh/m2/jaar. HFK's zijn sterke broeikasgassen die steeds meer worden uitgefaseerd.

Indien installaties met koudemiddelen worden toegepast dan gaat de voorkeur uit naar natuurlijke koudemiddelen (propaan, ammoniak, CO2, etc.) in plaats van HFK's als koudemiddel. Bij het ontwerp is het wenselijk om bouwfysica als uitgangspunt nemen waarbij de constructie meewerkt bij het behalen van comfort. Hierdoor kan het toepassen van onderhoudsgevoelige installaties en aanleg van leidingen zo beperkt mogelijk blijven. Het is wenselijk om in de bouwfase zoveel mogelijk gebruik te maken van elektrisch vervoer, werktuigen en gereedschappen en (kracht)stroom in plaats van dieselaggregaten en dieselpompen toe te passen. Het is ongewenst om spuitpurschuim met HFK's toe te passen. Afval & circulaire economie De gemeente Diemen heeft als doelstelling om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. In lijn het gemeentelijke beleid (duurzaamheidsagenda) worden de volgende sterk milieubelastende materialen niet toegepast in de Hof van Saan: lood, ongecoat zink, teerhoudende dakbedekking, koperen waterleidingen en dakbedekking, (hard)hout zonder FSC (of gelijkwaardig keurmerk) en met chroom- en/of koperzouten verduurzaamd hout. De grondbalans dient zoveel mogelijk gesloten te zijn en het vrijkomende bouwafval moet conform de wettelijke eisen gescheiden worden. In het Bouwbesluit is de MPG-waarde als maat voor de milieubelasting van de toegepaste materialen opgenomen.

Hoe lager de MPG waarde hoe minder milieubelastend de bouw is. Op dit moment moet worden voldaan aan een MPG waarde van minimaal 0,8 maar een lagere MPG waarde is wenselijk.

52/448

Het heeft de voorkeur om toekomstbestendig en levensloopbestendig te bouwen met flexibiliteit voor eventuele toekomstige functiewijziging. Ook is het wenselijk de bestaande bebouwing circulair te slopen en die vrijkomende materialen bij de bouw zoveel mogelijk her te gebruiken en gerecycled cement en bitumen te gebruiken. Goede toekomstbestendigheid zou gerealiseerd kunnen worden via modulaire bouw, losmaakbare (schroef)verbindingen en een grondstoffenpaspoort voor de toegepaste bouwmaterialen. Ook zou regenwater kunnen worden opgevangen om te benutten voor het sproeien van groenvoorzieningen, spoelen van het toilet en dergelijke.

53/448

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische aspecten

Hoe werkt dit bestemmingsplan?

6.1.1 Wat regelt een bestemmingsplan? Een bestemmingsplan geeft aan voor welke functies percelen en bouwwerken mogen worden gebruikt. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor wonen, groen, verkeer enzovoort. Daarnaast bevat het plan per functie regels waaraan het gebruik en/of het bouwen moet voldoen. Zo is vastgelegd waar gebouwd mag worden en waar niet, en zijn regels gesteld hoe mag worden gebouwd. Het plan geeft bijvoorbeeld de maximale bouw- en goothoogte van huizen, en de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde (zoals erfafscheidingen) aan. Een bestemmingsplan is dus belangrijk, want het bepaalt wat mag en wat niet mag op een perceel. 6.1.2 Hoe ziet een bestemmingsplan er uit? Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (voorheen de 'plankaart' genoemd), planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels zijn het juridische deel van het bestemmingsplan. In dit deel van het bestemmingsplan staan de rechten en plichten die voortvloeien uit het plan. In de toelichting bij het plan zijn de achtergronden en uitgangspunten voor het beleid opgenomen. Met de toelichting worden de aanwezige belangen in het gebied afgewogen en wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond.

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde standaarden. Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Alle bestemmingsplannen in Nederland zijn te vinden op de website: www.ruimtelijkeplannen.nl. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker naar de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is. Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de geldende bestemmingen zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen, zoals een luchtfoto of topografie. Zodra linksboven 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. 6.1.3 Welke bestemmingen komen in dit plan voor? Groen Voor de twee groene plantsoenen en voor de groene zone aan de P.J. Ter Beekstraat is de bestemming Groen opgenomen.

Daarnaast is aan de zijde van begraafplaats Rustoord een smalle groenstrook binnen deze bestemming opgenomen. Binnen het bestemmingsvlak zijn behalve groenvoorzieningen ook eenvoudige infrastructurele voorzieningen,

54/448

speelplaatsen en nutsgebouwen mogelijk. Deze moeten wel ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming groen. Ook is het mogelijk water aan te leggen. Wonen Binnen de bestemming Wonen zijn maximaal 140 woningen toegestaan. Woningen (hoofdgebouwen) mogen alleen binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Dit sluit aan op de wijze van bestemmen in het naastgelegen woongebied. Met de aanduiding 'gestapeld' zijn de appartementengebouwen specifiek mogelijk gemaakt. De overige woningen betreffen grondgebonden woningen. De regeling voor aan- en bijgebouwen sluit ook aan op de regels van het naastgelegen woongebied. Door middel van enkele specifieke (bouw) aanduidingen op de verbeelding zijn bijzondere situaties voorzien van een passende regeling en is de beoogde ruimtelijke kwaliteit geborgd. Verkeer - Verblijfsgebied De ontsluitingsstructuur voor zowel autoverkeer als langzaamverkeer met parkeervoorzieningen, gebouwde fietsenstallingen en nutsvoorzieningen is opgenomen binnen deze bestemming. Waterstaat - Waterkering Deze dubbelbestemming geldt voor de gronden waar een primaire waterkering is gelegen. Als in deze zones sprake is van plannen voor bouwen of voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, wordt de waterbeheerder geraadpleegd.

Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als het doelmatig functioneren van de waterhuishouding en van de waterkering niet onevenredig wordt geschaad. 6.1.4 Opzet van de planregels De hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, hebben de volgende vaste volgorde: In de Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald; In de Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven; De Algemene regels bevatten een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing; De Overgangs- en slotregels ten slotte geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (Hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Daarnaast is een aantal bepalingen opgenomen waaraan landelijk gezien de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen.

Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling. 6.1.5 Toelichting op de inleidende regels In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de inleidende regels.

55/448

Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. 6.1.6 Toelichting op de algemene regels Anti-dubbeltelregel Een antidubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de antidubbeltelbepaling wordt bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene gebruiksregels In dit artikel worden de vormen van verboden gebruik van gronden en/of water genoemd. Algemene afwijkingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels om bij een omgevingsvergunning af te wijken. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om af te wijken van regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan.

Algemene wijzigingsregels In dit artikel is opgenomen dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen. 6.1.7 Toelichting op de overgangs- en slotregels Overgangsrecht In dit artikel staan de regels van overgangsrecht die op grond van het Besluit ruimtelijke ordening in elk bestemmingsplan verplicht moeten worden opgenomen. Op de peildatum, te weten dat datum van inwerkingtreding van het nieuwe plan, mag bebouwing of gebruik in strijd met het nieuwe plan onder bepaalde voorwaarden worden voortgezet of gewijzigd. Slotregel De slotregel beschrijft op welke wijze de regels aangehaald moeten worden.

56/448

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. In dit geval zijn de gronden in particulier eigendom. Met de eigenaar van de gronden wordt door de gemeente een anterieure overeenkomst gesloten. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig.

57/448

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inleiding De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat de geplande ontwikkeling maatschappelijk draagvlak heeft en dat de procedures op een goede manier worden doorlopen. Participatie Om de omgeving in een vroegtijdig stadium te informeren over het project heeft de initiatiefnemer een projectwebsite ingericht: www.hofvansaan.nl. Op deze site worden actualiteiten over de ontwikkeling gepubliceerd. Onder andere zijn de ruimtelijke randvoorwaarden via deze site te raadplegen. Via de site kunnen belangstellenden zich ook aanmelden voor een nieuwsbrief. Hiermee wil de initiatiefnemers de omgeving acties informeren. De omwonenden zijn op de hoogte gebracht van de website via een brief die de gemeente heeft verzonden. Verder is op de locatie een banner opgehangen, waarop wordt verwezen naar de site. Voorontwerp bestemmingsplan Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening in september 2021 toegestuurd aan alle relevante overlegpartners en overheidsinstanties. In onderstaande paragraaf zijn de ingekomen reacties samengevat en van een antwoord voorzien. Liander Geen opmerkingen. Provincie Noord-Holland Geen opmerkingen. TenneT Geen opmerkingen. Prorail Naar aanleiding van de reactie is nader ingegaan op het aspect trillingen.

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Samenvatting De gevolgen van de risicobron van het spoortraject Duivendrecht - Diemen dienen te worden onderbouwd. De invulling van de bluswatervoorziening en bereikbaarheid voor de hulpdiensten is nog niet goed uit het plan af te leiden. Het gehele plangebied moet goed bereikbaar zijn voor hulpdiensten. Reactie en conclusie Naar aanleiding van de reactie is een QRA opgesteld en toegevoegd aan het bestemmingsplan in bijlage 3. Het plangebied wordt ontsloten via een toegang aan de P.J. Ter Beekstraat. Binnen het plangebied is alle

58/448

bebouwing goed bereikbaar voor hulpdiensten via de interne ontsluitingswegen. Er is tevens voorzien in een calamiteiten toegang. Waternet Samenvatting Het concept bestemmingsplan is voor Waternet nog iets onduidelijk omdat er nog niet veel is ingevuld. Waternet heeft enkele tekstuele voorstellen voor paragraaf 5.4 van de toelichting. Reactie en conclusie Ten tijden van het vooroverleg waren de globale kaders duidelijk maar er ontbrak inderdaad een detaillering in de verbeelding. In het ontwerp bestemmingsplan is de nadere detaillering aangebracht. Mocht Waternet naar aanleiding van het ontwerp bestemmingsplan nog opmerkingen hebben dan is er de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De opmerkingen zijn verwerkt in de toelichting. Inspraak ruimtelijke randvoorwaarden Op 27 mei 2021 zijn de ruimtelijke randvoorwaarden voor de ontwikkeling 'Hof van Saan' door de gemeenteraad vastgesteld. De ruimtelijke randvoorwaarden geven de uitgangspunten aan die de gemeente belangrijk vindt bij het ontwikkelen van woningen op deze locatie. Deze ruimtelijke randvoorwaarden zijn ter inzage gelegd voor inspraak. Gecommuniceerd werd vanuit de gemeente dat de ruimtelijke randvoorwaarden meegenomen worden als uitgangspunten in de volgende stap in het proces: het opstellen van het bestemmingsplan.

De ontvangen reacties op de ruimtelijke randvoorwaarden zouden worden afgewogen bij het opstellen van dit bestemmingsplan. In totaal zijn er 6 reacties ontvangen. In bijlage 10 is een beantwoording van deze reacties opgenomen. Op 2 juni 2022 heeft een inloop informatieavond plaats gevonden op het terrein van Saan. Geïnteresseerden en omwonenden zijn geïnformeerd over de plannen en in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen. De procedure van het bestemmingsplan en een globale planning is ook aanbod geweest. Ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Er zijn in deze periode drie zienswijze ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de zienswijzenota in bijlage 11. Vaststellingsfase Het vast te stellen bestemmingsplan is op enkele punten aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Deze aanpassingen zijn beschreven in de Nota van wijzigingen in bijlage 11. Het bestemmingsplan wordt vervolgens vastgesteld door de gemeenteraad.

59/448

60/448

Bijlagen

61/448

62/448

Bijlage 1

63/448

Ecologische quickscan

Quick scan ecologie Hof van Saan te Diemen

4 februari 2021

Pagina 1

Samenvatting Voor een locatie aan P.J. ter Beekstraat / Weesperstraat te Diemen worden ruimtelijke ontwikkeling voorbereid. Het op locatie gevestigde bedrijf Koninklijke Saan B.V. is voornemens op termijn te verhuizen. Onderzocht wordt of op het perceel woningen gebouwd kunnen worden.

Inhoud

Inleiding

2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 8 – Analyse 10– Advies & Bronnen

Voor een locatie aan P.J. Ter Beekstraat/Weesperstraat te Diemen worden ruimtelijke ontwikkeling voorbereid. Het op locatie gevestigde bedrijf Koninklijke Saan B.V. is voornemens op termijn te verhuizen. Onderzocht wordt of op het perceel woningen gebouwd kunnen worden. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 1 februari 2021 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.

Gebleken is dat de aanwezigheid marters en overige grondgebonden zoogdieren niet zijn uit te sluiten. Een vervolg onderzoek naar deze soorten wordt geadviseerd. De kans op een jachtgebied en potentiële vliegroute voor vleermuizen is aanwezig boven de singel aan de zuidzijde van de locatie. Bij noodzakelijke grote wijzigingen aan de bosschage aan deze zijde van de locatie wordt een onderzoek geadviseerd

Ligging van het perceel

Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is nodig als een effect op de marters niet is te vermijden.

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

Langeslag Vastgoed BV 21.032 5 februari 2021 Michel Nieuwhof P.J.H. van der linden definitief

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl

Pagina 2

H02

Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De locatie betreft het bedrijfsterrein van Koninklijke Saan aan P.J. Ter Beekstraat hoek Weesperstraat in Diemen. In de directe omgeving is de locatie omsloten door de Weespertrekvaart en meerlaagswooncomplexen ten noorden, de Diemer begraafplaats ten oosten en woonwijken met zowel rijtjeswoningen als vrijstaande woningen ten zuiden en westen. De Natura 2000-gebieden liggen op vrij grote afstand. Op 3,8 km van de onderzoekslocatie ligt het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer. Dichtstbijzijnde gebied dat is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt op 870 m afstand van de onderzoekslocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.

Ligging van de Natura 2000-gebieden(rood) en Weidevogelleefgebieden(raster).

Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De weidevogelleefgebieden liggen op grote afstand van de planlocatie.

Ligging van de Natuurnetwerk Nederland

Pagina 3

H03

Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locatie wordt beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=87e9d505-9727-485b-a593-189eac2760ac