Diemen, bestemmingsplan Hof van Saan 12-4-23.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Hof van Saan Vastgesteld NL.IMRO.0384.BPhofvansaan-VG01 Team Ruimtelijk Beleid Toelichting, regels en verbeelding
01 juni 2023
DATUM IMRO IDN PROJECT PROJECTLEIDER
01 juni 2023
NL.IMRO.0384.BPhofvansaan-VG01 Hof van Saan
ir. L.C. Snel
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Langeslag vastgoed
AUTEUR STATUS
M.M.W. Backx, MSc
20201988 vast astgesteld
Inhoudsopgave Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Begrenzing plangebied
7
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
8
Hoofdstuk 2
Beschrijving plangebied
9
2.1
Ontstaansgeschiedenis
9
2.2
Bestaande situatie
9
Hoofdstuk 3
Beleidskader
11
3.1
Rijksbeleid
11
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
16
3.3
Gemeentelijk beleid
18
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
22
4.1
Ontwikkeling omgeving
22
4.2
Ontwikkeling plangebied
25
Randvoorwaarden
29
5.1
Mer-beoordeling
29
5.2
Verkeer en parkeren
29
5.3
Bodemkwaliteit
32
5.4
Waterhuishouding
33
5.5
Ecologie
37
5.6
Schiphol
41
5.7
Externe veiligheid
42
5.8
Luchtkwaliteit
44
5.9
Geluidhinder
45
5.10
Bedrijven en milieuhinder
48
5.11
Kabels en leidingen
49
5.12
Archeologie en cultuurhistorie
49
5.13
Trillingen
51
5.14
Duurzaamheid
52
Hoofdstuk 5
3/448
Hoofdstuk 6
Juridische aspecten
54
6.1
Hoe werkt dit bestemmingsplan?
54
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
57
Hoofdstuk 8
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
58
Bijlagen
61
Bijlage 1
Ecologische quickscan
63
Bijlage 2
Marteronderzoek
75
Bijlage 3
Onderzoek Externe Veiligheid
81
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
101
Bijlage 5
Milieukundig onderzoek
201
Bijlage 6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
329
Bijlage 7
Memo Bomen
351
Bijlage 8
Memo Stikstof
357
Bijlage 9
Besluit hogere grenswaarden
389
Bijlage 10
Nota van beantwoording reacties Ruimtelijke Randvoorwaarden
395
Bijlage 11
Zienswijzenota en nota van wijzigingen
401
Bijlage 12
Bezonningsstudie
415
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
428
Artikel 1
Begrippen
428
Artikel 2
Wijze van meten
433
Bestemmingsregels
434
Artikel 3
Groen
434
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
435
Artikel 5
Wonen
436
Artikel 6
Waterstaat - Waterkering
440
Algemene regels
441
Algemene aanduidingsregels
441
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3 Artikel 7
4/448
427
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
442
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
443
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
444
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
445
Artikel 12
Overige regels
446
Overgangs- en slotregels
447
Artikel 13
Overgangsrecht
447
Artikel 14
Slotregel
448
Hoofdstuk 4
5/448
Toelichting
6/448
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het bedrijf Koninklijke Saan is sinds begin jaren 60 gevestigd aan de Weesperstraat in Diemen. Het bedrijf verhuist naar een nieuwe locatie binnen de gemeente Diemen, a waardoor de huidige locatie vrijkomt. Deze vrijgekomen locatie ligt tussen bestaande woonwijken en leent zich daarmee uitstekend voor woningbouw. Het Saanterrein wordt daarom herontwikkeld tot een rustige woonbuurt, bestaande uit maximaal 140 woningen waarvan 30 procent sociale huur en 20 procent in het middensegment. In het kader van de herontwikkeling van het terrein heeft de gemeente Diemen ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld, die op donderdag 27 mei 2021 akkoord zijn bevonden door de gemeenteraad. De ambitie is om van de toekomstige woonbuurt Hof van Saan een aantrekkelijke, leefbare, sociaal-veilige buurt te maken die op een goede manier ruimtelijk is ingepast in de bestaande omgeving.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt aan de Weespertrekvaart in binnen de gemeente Diemen. Het plangebied wordt globaal begrensd door de Weesperstraat in het noordoosten, P.J. Ter Beekstraat in het noordwesten, begraafplaats Rustoord in het zuidoosten en de Schelpenbuurt in het zuidwesten. In de onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging plangebied
7/448
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Het hiervoor geldende planologisch plan is het bestemmingsplan 'Zuid 2021' (NL.IMRO.0384.BPzuid2021-VG01). De bestemmingsplan is vastgesteld op 17 februari 2022 door de gemeenteraad van Diemen.
Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Zuid 2021' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Dit bestemmingsplan is in het kader van een zogenoemd 'Veeg' bestemmingsplanactie opgesteld. Middels deze actie heeft Diemen weer 8 bestemmingsplannen waarin alle deelplannen, omgevingsvergunningen en beleidsneutrale correcties zijn verwerkt. Hierdoor zal bij inwerkingtreding van de omgevingswet het omgevingsplan van rechtswege overzichtelijker en publieksvriendelijker zijn. Het bedrijf Koninklijke Saan is middels de bestemming 'Bedrijf' bestemd. Aan de westzijde van het bedrijf ligt een kleine groenstrook welke middels de bestemming 'Groen is bestemd. Naast bestemmingsplan Zuid 2021 gelden ter plaatse van het plangebied twee voorbereidingsbesluiten ten aanzien van hyperscale datacenters en flitsbezorgdiensten.
8/448
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving plangebied
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied ligt in de wijk Diemen Zuid. Dit gebied is vanaf de jaren ' 80 ontwikkeld. Diemen is echter al langer bewoond. De eerste bewoners op de locatie van Diemen kwamen na de ontginning van het veenweidegebied, zo'n 1000 jaar geleden. Hiermee zijn de eerste nederzettingen van Diemen ouder dan Amsterdam. Rond 1640 werd vervolgens de Weespertrekvaart aangelegd waaraan het plangebied grenst. Het centrum van de gemeente verplaatste zich toen van het huidige Diemen Noord naar de Diemerbrug, vlakbij het plangebied. Vervolgens begon Diemen in de 20e eeuw sterk uit te breiden met de ontwikkelingen van Diemen-Noord en Diemen-Zuid. Bij de realisatie van Diemen Zuid is bestaande polder- en bebouwingsstructuur geheel verdwenen en opgegaan in een nieuwe structuur. De begraafplaats Rustoord, ten oosten van het plangebied, is één van de weinige oorspronkelijke structuren die wel behouden is. Koninklijke Saan Het bedrijf Saan kent een rijke historie, beginnend met de oprichting in 1897 met een bodedienst voor o.a. rijke Amsterdammers. In de jaren '20 was Saan actief vanaf de Muiderstraatweg met gemotoriseerd transport en begin jaren 60 verhuisde het bedrijf naar de Weesperstraat waar het een groot stuk land kocht. en groeit uit tot een groot transportbedrijf. In de jaren ’70 werd in Amsterdam begonnen met de aanleg van het metronet. Voor Saan betekende dit een enorme hoeveelheid werk.
De locatie aan de Muiderstraatweg werd opgegeven en het gehele bedrijf verhuisde eind jaren '80 naar het plangebied aan de Weesperstraat. Er werd een nieuw pand met loodsen en een werkplaats gebouwd. In opdracht van de gemeente werd het gehele terrein afgeschermd door middel van een vier meter hoge muur, zodat omwonenden geen last zouden hebben van het vrachtverkeer van Saan.
2.2
Bestaande situatie
De huidige situatie van het plangebied bestaat uit het bedrijf Saan met de verschillende bedrijfsmatige opstallen zoals de werkplaats en opslag. Aan de P.J. Ter Beekstraat ligt een groenstrook met een kleine watergang. De ruimtelijke context Het Saan-terrein ligt direct ten westen van de Weespertrekvaart, de Anne Frankbuurt, de Schelpenbuurt en begraafplaats Rustoord. De kop van het terrein ligt aan de zijde van de Weespertrekvaart, waar tevens de entree ligt. Aan de zuidzijde vormt een singel de grens met de woonbuurt Schelpenhoek, aan de oostzijde wordt de grenst gevormd door de groene begraafplaats Rustoord.
9/448
Figuur 2.1: Locatie plangebied In de grotere ruimtelijke context ligt het Saanterrein binnen de woonwijk Diemen Zuid. Deze woonwijk wordt gekenmerkt door een aantal ruimtelijke kwaliteiten. De wijk heeft een organische opzet, passend bij woonwijken uit die periode (de zogenaamde bloemkoolwijken). Ze bestaat uit diverse buurten, die worden gescheiden door brede water- groenstructuren. De buurten zijn opgezet met veel openbaar groen en ruimte voor ontmoeting en verblijf. Hierdoor heeft de wijk een groen karakter. Het winkelcentrum Kruidenhof met diverse voorzieningen is een centrale plek in Diemen Zuid. Door de wijk slingert een hoofdontsluitingweg. Daarnaast zijn er veel vrijliggende langzaamverkeerverbindingen voor zowel fiets als voetganger, die door de wijk lopen. Eén van deze verbindingen ligt aan de Prins Hendrikkade. Hiermee zijn vanaf het plangebied onder andere het winkelcentrum Kruidenhof en station Duimen Zuid veilig te bereiken. De organische structuur is goed herkenbaar in de buurt zuidwestelijk van het plangebied. Deze buurt is gerealiseerd in de jaren '80. De wijk noordwestelijk van het plangebied is later gerealiseerd en heeft een wat rationelere structuur. De Weespertrekvaart vormt een herkenbare waterverbinding en lijnstructuur door Diemen. Aan de zijde van het Saanterrein beschikt de kade niet over een duidelijke structuur.
Aan deze zijde is geen eenduidige bebouwingsen boulevardstructuur te herkennen. Begraafplaats Rustoord vormt een groene en rustige onderbreking tussen de twee naastgelegen bedrijventerrein en het spoor. Deze begraafplaats is van historische- en ecologische waarde.
10/448
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze samenleving' komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo worden in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt. Vier prioriteiten staan hierin centraal: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen deze prioriteiten worden drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen om beleidskeuzes te maken. Dit zijn: Combinaties van functies hebben voorrang op enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet ingaat (verwacht 1 januari 2023) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, zie paragraaf. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zie paragraaf 3.1.3).
Toetsing en conclusie De ontwikkeling van het Saan-terrein gaat uit van een groene woonbuurt op een volledig verharde bedrijfslocatie binnen stedelijk gebied. De buurt wordt ontwikkeld voor verschillende doelgroepen, zoals jongeren, ouderen, alleenstaanden en gezinnen. De ontwikkeling van binnen het plangebied zorgt daarmee voor een duurzame herontwikkeling van het Saan-terrein en draagt bij aan de prioriteiten van de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat een aantal onderwerpen waarvoor het Rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte regels stelt. Gemeente Diemen ligt binnen de regio Noordwest-Nederland. Voor deze regio gelden onder meer de volgende opgaven van nationaal belang: Het versterken van de mainport Schiphol en het bijbehorende netwerk van verbindingen door het opstellen van de Rijksstructuurvisie voor de Schipholregio (SMASH); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV);
11/448
Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt in het beperkingengebied van de mainport Schiphol. Daarmee is het Luchthavenindelingbesluit (LIB) relevant voor de ontwikkeling. Hierop wordt in paragraaf 5.6 nader ingegaan. Toetsing De regels uit het Barro hebben geen invloed op de beoogde ontwikkeling (zie figuur 3.1) 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, 2017) is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' In dit geval is sprake van een stedelijke ontwikkeling (meer dan 11 woningen) binnen bestaand stedelijk gebied. Daarom is toetsing aan de ladder noodzakelijk.
Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking: beschrijving behoefte De relevante woonregio is de subregio Amstelland-Meerlanden, binnen Noord-Holland Zuid. Onderstaand figuur geeft voor de periode 2021-2050 hiervoor de kwantitatieve basis zoals die voortkomt uit deze prognose. Regio's kunnen deze tabel gebruiken bij het actualiseren van hun regionale afspraken. Voor de provincie vormen ze het uitgangspunt voor het beoordelen van nut en noodzaak van nieuwe woningbouwontwikkelingen. Hieruit blijkt dat de prognose voor Diemen uitkomt op 2.300 woningen in de periode 2021-2030. In de regio is behoefte aan ruim 23.000 woningen inclusief het inlopen van het woningtekort.
Figuur 3.1. Woningbehoefte Regio Amsterdam en subregio Amstelland-Meerlanden (Bron: prognose 2021-2050, Provincie Noord-Holland)
12/448
Figuur 3.2. Indicatieve nettto bouwopgave
Figuur 3.3. Bevolkings- en huishoudensprognose gemeente Diemen Woningtekort en plancapaciteit Uit de Woningbouwmonitor 2021 blijkt dat het woningtekort in Amstelland-Meerlanden 4% is.
Figuur 3.4. Woningtekort Noord-Holland (Bron: Monitor Woningbouw 2021) Er is onvoldoende harde plancapaciteit. De woningbehoefte is 23.000 woningen en er is slechts harde plancapaciteit voor 8.100 woningen. Het is zaak dat op korte termijn zachte plannen omgezet worden in harde plannen.
Figuur 3.5. Woningbehoefte en plancapaciteit In de gemeente Diemen zijn plannen opgenomen voor bijna 3.400 woningen (www.plancapaciteit.nl). Een van deze plannen is Saan. binnen de monitor plancapaciteit is deze als planstatus 'in voorbereiding' opgenomen. Zowel op MRA niveau als op deelregio-niveau wordt gewerkt aan het verhogen van de woningbouwcapaciteit en
13/448
het versnellen van de woningbouwproductie. Regionale afstemming en Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 De Provincie Noord-Holland stelt in Artikel 6.3 van de Provinciale Omgevingsverordening nadere eisen aan nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. In de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen 2017 zijn nadere eisen aan de regionale afstemming gesteld. Voor deze ontwikkeling zijn de regionale woningbouwafspraken relevant. Het woningbouwprogramma is regionaal afgestemd in het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 (28 mei 2021). De provincie Noord-Holland en de gemeenten in Amstelland-Meerlanden zijn akkoord gegaan met het woonakkoord waarbij er tot 2030 in de regio ruim 38.000 woningen bijgebouwd moeten worden. Deze afspraken staan vast voor de komende vijf jaar. Ook zijn er afspraken gemaakt over woninglocaties, knelpunten en trekken de partijen zo veel mogelijk op als partners. In het kader van het Woonakkoord Amstelland-Meerlanden 2021-2025 is onderzoek gedaan naar de woningbehoefte in Amstelland-Meerlanden (bron: RIGO Research en Advies, De woningbehoefte in Amstelland-Meerlanden, 20 december 2020).
Uit het onderzoek blijkt dat de komende jaren een grote behoefte bestaat aan nieuwe woningen in alle segmenten en prijsklassen. De behoefte aan extra woningen doet zich voor in alle prijsklassen, zowel huur als koop. Onder ongunstige economische omstandigheden (tegenspoed) kan de behoefte aan extra sociale huurwoningen oplopen tot bijna 8.000 woningen. Onder gunstige omstandigheden (voorspoed) blijft de behoefte aan extra sociale huurwoningen beperkt. In dat laatste geval is er vooral behoefte aan koopwoningen in alle prijsklassen. De behoefte aan meer vrije sector huurwoningen is in alle scenario's beperkt. In de praktijk zien we evenwel dat dit segment een alternatief kan zijn voor goedkopere koopwoningen, waaraan ook nog extra behoefte gaat ontstaan. Deze twee segmenten (vrije sector huur tot € 1.009 en koopwoningen tot € 279.000) zijn tot op zekere hoogte uitwisselbaar, althans uit oogpunt van woonlasten/betaalbaarheid voor woningzoekenden zonder eigen vermogen. Gezien de vergrijzing is het wellicht verrassend te constateren dat er nog volop behoefte gaat ontstaan aan extra eengezinswoningen. Dit komt omdat de komende tien jaar veel huishoudens in de lege-nestfase belanden en vervolgens als ouder stel of alleenstaande in het eengezinshuis blijven wonen, waar ze de afgelopen decennia massaal zijn ingetrokken.
Vooral in koopwoningen treedt deze verschuiving op; eengezins-huurwoningen hebben reeds een sterk vergrijsd bewonersbestand. Steeds meer bestaande eengezins-koopwoningen zullen worden bewoond door ouder wordende niet-gezinnen, terwijl er ook nog tal van jonge (aanstaande) gezinnen worden gevormd die (net als jonge gezinnen in het verleden) ook zo'n woning wensen. De geraamde additionele netto woningbehoefte voor de regio Amstelland-Meerlanden bedraagt 18.850 woningen tot 2030. Dit moet gezien worden als een minimumbehoefte: het gaat om de netto uitbreidingsbehoefte, ofwel de woningbehoefte die er tot 2030 bij komt, nog los van de huidige spanningen op de markt ('huidige woningtekort'). De woningbouw in dit plan draagt bij aan het vervullen van deze behoefte. Geconcludeerd wordt dat binnen de looptijd van het bestemmingsplan behoefte is aan de ontwikkeling van
14/448
woningen in het plangebied. Wonen in de Metropoolregio (WiMRA) 2021 (februari 2022) Uit het tweejaarlijkse onderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) blijkt dat de vraag van woningzoekenden in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) steeds minder overeen komt met het woningaanbod. De meeste huishoudens die in de MRA een woning zoeken, willen een sociale huurwoning of een betaalbare koopwoning. Het aanbod bestaat echter steeds meer uit dure particuliere huurwoningen. De vraag naar woningen in de MRA groeit bovendien sneller dan het aanbod. Steeds minder mensen kunnen een woning vinden die past bij hun wensen en inkomen. Terwijl er meer werd verhuisd, liep de krapte op de woningmarkt verder op. De vraag steeg sterker dan het aanbod. In 2021 wilde 27% van de huishoudens in de MRA verhuizen, fors meer dan in 2019 (25%) en 2017 (22%). Met name in de sociale huur (tot € 752,-) lopen vraag en aanbod sterk uiteen. Een grote groep starters zoekt in dit segment, maar ook doorstromers doen dat. In de koop zijn er in alle prijsklassen tekorten, het grootst bij de woningen tot € 296.000,- en tot € 438.000,-. Dit beeld is in meer of mindere mate te zien in alle zeven deelregio's van de MRA. Particuliere huurwoningen in de vrije sector vormen een steeds groter deel van het woningaanbod in de regio.
Deze woningen hebben een huurprijs vanaf € 753,-, maar in de praktijk is de huur vaak ruim boven € 1.000,- per maand. In 2021 woonde 30% van de huishoudens die recent verhuisd zijn in een particuliere vrijesectorwoning, tegenover 25% in 2019. Veel woningzoekenden gebruiken de vrije sector als tijdelijke oplossing, omdat zij geen woning kunnen kopen en geen sociale huurwoning kunnen krijgen. Maar liefst de helft van de huurders in de particuliere vrije sector wil binnen twee jaar verhuizen. Belangrijk-ste redenen zijn de hoge huren en hun wens om te kopen. Door de gestegen prijzen in de koopsector is het voor huurders steeds moeilijker om een koopwoning te financieren. 91% van de huurders die willen kopen, geeft aan de woning vrijwel geheel te moeten financieren met een hypotheek. Bij woning-eigenaren is dit slechts 24%. Zij kunnen bij de aankoop van een nieuwe woning profiteren van de overwaarde van hun huidige woning. Eén op de vijf huishoudens heeft andere woonwensen als gevolg van de coronapandemie. Zij willen bijvoorbeeld meer ruimte om thuis te werken of willen nu graag een tuin. Verder geven minder huishoudens als verhuisreden dat zij dichter bij studie of werk willen wonen, wat waarschijnlijk te maken heeft met de mogelijkheden om meer thuis te werken.
Voor huishoudens in de hoogste inkomensgroep (€76.070 of meer) geldt dat zij het meest verhuizen binnen- of naar wijken waar deze inkomensgroep al relatief veel woont. Hieruit wordt geconcludeerd dat er grote vraag is naar betaalbare woningen. Conclusie Het bestemmingsplan is niet in strijd met nationale belangen. Ook voldoet het bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
15/448
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 16 november 2020 is de Omgevingsvisie voor de provincie Noord-Holland vastgesteld. De hoofdambitie in de Omgevingsvisie is als volgt: “Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten we ons op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven”. De provincie heeft vijf samenhangende bewegingen geschetst. Deze bewegingen laten zien hoe de provincie omgaat met opgaven die op de samenleving afkomen en die ze wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: 1. Dynamisch schiereiland: hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. 2. Metropool in ontwikkeling: hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. 3.
Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. 4. Nieuwe energie: in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Toetsing en conclusie Voor het plangebied is de beweging 'metropool in ontwikkeling' relevant. Hierbinnen zet de provincie in op het vergroten van de agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend internationaal concurrerend metropolitaan systeem. Nieuwe ontwikkelingen voor wonen en werken worden zoveel mogelijk via binnenstedelijke verdichting opgevangen. De provincie zet ook in op het aanpassen van het totale mobiliteitssysteem aan de drukker wordende metropool. Hiermee blijft het gehele stedelijke gebied bereikbaar. Dit bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een binnenstedelijke bedrijfslocatie tot een woonbuurt. Hiermee draagt het plan bij aan onder andere beweging 2 uit de omgevingsvisie NH2050.
Het realiseren van woningen op de locatie van het Saan-terrein voorziet in de grote woningbehoefte in de regio draagt daarmee bij aan de ontwikkeling van Diemen en de metropoolregio Amsterdam.
16/448
3.2.2 Omgevingsverordening De Omgevingsverordening Noord-Holland vervangt de bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid is daarbij van belang. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Toetsing Voor de ontwikkeling zijn de volgende aspecten relevant: 1. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen; 2. Klimaatadaptatie. ad. 1 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkelingen 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. De beoogde ontwikkeling zorgt voor het tegengaan van het woningtekort in Diemen en de metropoolregio Amsterdam en draagt hiermee bij aan de Omgevingsverordening. De gronden zijn nu in het bestemmingsplan aangemerkt als 'Bedrijf'.
Het plangebied is een binnenstedelijke locatie. Verdere toetsing aan de ladder staat in paragraaf 3.1.3. ad. 2 Klimaatadaptatie Artikel 6.62 Klimaatadaptatie 1. De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. 2. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: a. wateroverlast; b. overstroming; c. hitte; en d. droogte. 3. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de in het tweede lid omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 4. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Hof van Saan wordt een woonwijk met veel groen waarmee invulling wordt gegeven aan o.a. de aspecten
17/448
wateroverlast, hitte en droogte. In hoofdstuk 4 zijn de diverse maatregelen m.b.t. klimaatadaptatie beschreven. Het bestemmingsplan is in lijn met de omgevingsverordening NH2050.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Duurzaamheidsagenda 2020-2025 Op 2 juli 2020 heeft de gemeenteraad van Diemen de Duurzaamheidsagenda 2020-2025 vastgesteld. De duurzaamheidsagenda kent twee doelstellingen: een duurzame samenleving en een gezonde leefomgeving. De realisatie van deze doelstellingen wordt binnen de gemeentelijke organisatie zelf opgepakt en in samenwerking met de samenleving. De aanpak is programmatisch.
Bij de realisatie van de doelstellingen duurzame samenleving en een gezonde leefomgeving worden de volgende inhoudelijke thema's onderscheiden: Thema's duurzame samenleving:
Thema's gezonde leefomgeving:
Bij de planontwikkeling zijn bovenstaande beleidsdoelen betrokken en vertaald in het ontwerp.
18/448
3.3.2 Omgevingsvisie Diemen 2040 De gemeente Diemen heeft de afgelopen periode een sterke groei doorgemaakt en mede hierdoor, ziet het er op sommige plekken stedelijk uit. Tegelijkertijd voelt Diemen voor veel inwoners als relatief dorps. Er staan een aantal belangrijke wensen voor de toekomst in de Omgevingsvisie. Diemen kiest ervoor om tot 2040 een gezond stedelijk dorp te zijn, verbonden met een groen buitengebied. Een belangrijk aspect is dat de gemeente Diemen vooral willen bouwen binnen de bestaande grenzen van Diemen en dat het groene buitengebied zoveel mogelijk groen en rustig blijft. De visie van de gemeente Diemen is uitgewerkt in vier strategische keuzes: 1. Ontmoeten en verbinden; 2. Groene en gezonde leefomgeving; 3. Duurzaam Diemen; 4. Groei binnen grenzen. Om invulling te geven aan de bovengenoemde strategische keuzes staan de komende jaren in Diemen meerdere grote plannen op stapel, waarvan de verdere ontwikkeling van de woonwijk Holland Park de grootste is. In totaal worden er tot en met 2026 in het gebied nog circa 3.000 woningen gebouwd, aangevuld met ca. 7.500 m2 aan winkels, horeca en dienstverlening. Het betreft plancapaciteit die al vastligt in een bestemmingsplan en/of overeenkomst. Daarnaast werkt de gemeente aan diverse plannen ten aanzien van onder andere woningbouw, verkeer en voorzieningen.
Eén van deze plannen is de verhuizing van de bedrijfslocatie Saan van Diemen Zuid naar de Overdiemerweg. Hierdoor komt aan de Weesperstraat een locatie beschikbaar die zich goed leent voor de realisatie van woningen. Diemen groeit De vraag naar goede en betaalbare woningen in Diemen, is enorm. Dit maakt het moeilijk voor jongeren om op zichzelf te gaan wonen en voor ouderen om een levensloopbestendige woning te vinden. De gemeente vindt het echter wel belangrijk dat Diemenaren oud kunnen worden in hun eigen wijk, maar dat ook jongeren in Diemen kunnen blijven wonen. De gemeente wil daarom tot 2040 woningen laten bouwen, door goed doordacht gebruik te maken van kleinschalige locaties binnen de huidige bebouwingsgrens. Er zal een studie moeten worden gedaan naar welke locaties hiervoor geschikt zijn. Dit kunnen overigens ook tijdelijke woonlocaties zijn. Ook kijkt de gemeente naar het optimale “laadvermogen” per wijk. Uiteindelijk is het doel om tot sterke wijken te komen met kwalitatief goede en passende woningen, een verscheidenheid aan mensen, een goed onderhouden woonomgeving en een gedifferentieerd voorzieningenaanbod. Dit sluit aan bij de pijlers van de Woonvisie van de gemeente Diemen.
Woningdifferentiatie – voor wie bouwen we nog? In Diemen wil de gemeente woningen laten bouwen voor het maatschappelijk belang en sturen ze op het sociale huursegment en het middeldure huursegment, waarbij wordt ge borgd dat deze woningen langdurig (minimaal 25 jaar) in deze huursegmenten blijven. De gemeente onderscheidt twee soorten locaties: Inbreidingslocaties: er wordt gebouwd op een voorheen onbebouwde locatie (veelal groen of braakliggend) in
19/448
bestaand stedelijk gebied. Bij deze locaties hanteert de gemeente het uitgangspunt dat er enkel gebouwd wordt ingeval er het volgende kan worden gerealiseerd: 100% sociale huurwoningen 100% middeldure huurwoningen voor starters, senioren of mensen met een zorgvraag Maatschappelijke voorzieningen Een combinatie van voorgenoemde. Transformatielocaties: er wordt gebouwd op een locatie waar al iets stond. Dit wordt gesloopt/verbouwd en er komt een andere functie of intensievere invulling voor terug. Bij deze locaties hanteert de gemeente het uitgangspunt dat er enkel gebouwd wordt ingeval er het volgende kan worden gerealiseerd: Minimaal 30% sociale huurwoningen én minimaal 25% middeldure huurwoningen voor starters, senioren of mensen met een zorgvraag En of maatschappelijke voorzieningen Een combinatie van voorgenoemde waarbij minimaal 30% sociaal en 25% middeldure huur wordt gerealiseerd. Maatwerk bij bijzondere omstandigheden blijft natuurlijk mogelijk. Toetsing en conclusie Volgens de strategiekeuze uit de Omgevingsvisie zoekt Diemen naar verdichting binnen de bestaande stedelijke grenzen. Eén locatie voor nieuwe woningbouw komt vrij door de verplaatsing van de bedrijfslocatie Saan. Dit bestemmingsplan biedt de planologische uitwerking van deze woningbouwlocatie. Het bestemmingsplan is daarmee in lijn met de Omgevingsvisie Diemen 2040.
In afwijking van de bovengenoemde percentages is voor het onderhavige gebied afgesproken dat minimaal 30% in de sociale sector en 20% middelduur wordt gerealiseerd. Dit is ook vastgelegd in de regels.
3.3.3 Woonvisie Diemen 2018-2023 Diemen Zuid Diemen Zuid (inclusief Biesbosch) heeft meer rijwoningen in vergelijking met Diemen Centrum en stamt grotendeels uit de jaren ’70 en ‘80. Ook hier bestaat een mix van huur- koopwoningen, waarvan een relatief groot aandeel sociale huurwoningen. De gemiddelde waarde van de koopwoningen is in Diemen Zuid het laagst. Verscheidenheid aan mensen en aan woonmilieus Op plekken waar ruimte is voor nieuwbouw wordt die ruimte benut om aan de vraag naar schaarse segmenten in de woningvoorraad te voldoen, alsmede om differentiatie aan te brengen in de wijk en de aangrenzende buurt. Hiermee streeft de gemeente naar het spreiden van huishoudens, als het gaat om inkomens maar ook om leeftijd en gezinssamenstelling, over de gemeente en de verschillende wijken. Stevige nieuwbouwopgave sociale huurwoningen De afgelopen jaren is er in Diemen stevig doorgebouwd. Na de bouw van voornamelijk koop- en vrije sector huurwoningen zal de komende jaren ook sterk worden ingezet op de bouw van sociale huurwoningen. De eerste van deze sociale huurwoningen zijn gerealiseerd op Plantage de Sniep. Daarnaast moet de komende jaren een
20/448
flinke slag gemaakt worden bij de volgende fases van nieuwbouw in Holland Park. Maar ook bij andere nieuwbouwontwikkelingen in Diemen zal voortaan een deel van de woningen langdurig als sociale huurwoning bestemd moeten worden, om de ambitie van 1085 sociale huurwoningen te realiseren. Het minimale aandeel van sociale huurwoningen per ontwikkeling heeft de gemeente daarbij vastgesteld op 30%. Corporaties zijn de aangewezen partijen voor het ontwikkelen van sociale huurwoningen, maar andere partijen worden niet uitgesloten wanneer deze met een initiatief komen. Sturen op het middenhuursegment De gemeente wil zich inspannen voor het dichten van de kloof tussen de sociale huur en de vrije sector. Daarvoor gaan ze huurwoningen in het middensegment programmeren op de locaties die zich nu in de fase van planvorming bevinden. Ook bij toekomstige plannen zal het middenhuursegment onderdeel moeten zijn van het woningbouwprogramma. Toetsing en conclusie Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is een gedifferentieerd woningbouwprogramma. Daarvan zal minimaal 30 % in de categorie sociale huurwoning en minimaal 20 % in het middensegment gerealiseerd worden. Deze percentages zijn ook vastgelegd in dit bestemmingsplan. Daarmee wordt invulling gegeven aan het woningbeleid van de gemeente.
21/448
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Ontwikkeling omgeving
De gemeente vindt het belangrijk dat toekomstige woningbouw goed in de omgeving wordt ingepast zodat de buurt een open, uitnodigende en toegankelijke buurt wordt voor iedereen en aansluit bij de andere woonbuurten in Diemen Zuid. Diemen Zuid kent een sterke groenstructuur die de buurten met elkaar verbindt maar ook zorgt voor een stevige groene rand rondom; hier kunnen mensen elkaar ontmoeten. In deze groenstructuur liggen de belangrijke langzaam verkeersroutes (fiets- en voetganger) en speel- en ontmoetingsplekken. Het uitgangspunt voor de ontwikkeling Hof van Saan is dat deze goed aansluit op zowel de groene structuur en op bestaande en de nieuwe langzaam-verkeersroutes. Hiermee worden logische verbindingen gecreëerd en worden de toekomstige woningen op het Hof van Saan naadloos opgenomen in het netwerk van bestaand groen en langzaam verkeersroutes. Bebouwing Zoals beschreven in Hoofdstuk 2 ligt het plangebied tegen bestaand woongebied. Een recente grote ontwikkeling ten noorden van het plangebied is Punt Sniep. Op dit schiereiland in de Weespertrekvaart zijn appartementen in grote volumes gerealiseerd. De bebouwing van Punt Sniep zorgt voor een hoogte accent in het gebied rondom de Weespertrekvaart. Het karakter van deze bebouwing sluit aan bij de grotere bouwvolumes aan de Muiderstraatweg waarmee. Het gebied aan de Weespertrekvaart heeft daarmee een statige allure.
Het plangebied zorgt voor een ruimtelijke relatie met o.a. de gebouwen op Punt Sniep door een hoogte accent op de hoek Weesperstraat en P.J. Ter Beekstraat te realiseren.
22/448
Figuur 4.1: Ruimtelijke relatie rondom de bebouwing aan het water (bron: Ruimtelijke randvoorwaarden Hof van Saan, 2021) Aan de zuid(west)zijde van de Weespertrekvaart heeft de bebouwing een meer dorpskarakter en een kleinere korrelgrootte. Hof van Saan sluit aan bij op bij dit dorpse karakter door de voornamelijk grondgebonden woningen. Groen- en waterstructuur Het plangebied heeft net zoals de omliggende buurten een sterke verbinding met de huidige groenblauwe structuur van Diemen Zuid. Langs de Weesperstraat en P.J. Ter Beekstraat wordt een groene route gerealiseerd. De groene plekken in het plangebied leggen de verbinding met deze route en daarmee ook met de bestaande robuuste bomenstructuur rondom het plangebied. Alle buurten onderdeel van het groene netwerk van Diemen Zuid waarin alle buurten geschakeld liggen. Belangrijk hierbij de verbondenheid met de omgeving; groene langzaamverkeerverbindingen maken een goede connectie tussen de buurt, het groen en de buurbuurten.
23/448
Figuur 4.2 Groenstructuur (bron: Ruimtelijke randvoorwaarden Hof van Saan; gemeente Diemen) Ontsluitingsstructuur Het gebied zal ontsloten worden via de bestaande wegen waarbij de inrit naar het woongebied aan de P.J. Ter Beekstraat wordt gerealiseerd. Het verkeer vanaf het plangebied kan vanaf de P.J. Ter Beekstraat en vervolgens de Muiderstraatweg de A10 bereiken. Via de Weesperstraat worden o.a. de bedrijventerreinen en de A1 bereikt.
24/448
Figuur 4.3: Ontsluitingsstructuur rondom plangebied (bron: Ruimtelijke randvoorwaarden Hof van Saan, gemeente Diemen)
4.2
Ontwikkeling plangebied
De ontwikkeling van Hof van Saan gaat uit van de gebiedstransformatie van het huidige Saan-terrein. De huidige bedrijfsmatige opstallen maken plaats voor woningen. Ten behoeve van deze transformatie heeft Gemeente Diemen ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Eind mei 2021 is de gemeenteraad akkoord gegaan met deze voorwaarden. In deze ruimtelijke randvoorwaarden is het beeld voor de herontwikkeling van het Saan-terrein geschetst waarmee een ruimtelijk passende woonbuurt kan worden gerealiseerd die aansluit op de omliggende buurten.
25/448
Figuur 4.4: Indicatie beoogde toekomstige bouwvolumes (bron: Stedebouwkundig Ontwerp Saanterrein) Programma Hof van Saan wordt een woonbuurt met maximaal 140 woningen. Het betreft voornamelijk grondgebonden woningen met een korrelgrootte die aansluit op de omliggende buurten. In overeenstemming met het gemeentelijke doelgroepenbeleid bestaat het woningbouwprogramma binnen het plangebied uit 30% sociale huurwoningen, 20% middeldure huurwoningen en 50% vrije sector koopwoningen. De gewenste doelgroepen zijn: senioren, gezinnen, alleenstaande doorstromers (waaronder de actieve senioren) en starters in de koop- en huursector. Dit draagt bij aan de woningdifferentiatie waardoor er én een levensloopbestendige buurt ontstaat én er een belangrijke bijdrage geleverd wordt aan de doorstroming.
26/448
Figuur 4.4: Stedenbouwkundig opzet Openbare ruimte Naast het woningbouwprogramma beschikt het plangebied over voldoende openbare ruimte. Middels de bebouwing worden er twee hoven gerealiseerd. In het midden van deze hoven zijn twee grote groenvoorzieningen voorzien. Deze twee grote groenvoorzieningen worden ingericht als functioneel groen, waarbij ruimte is voor in groen inpasbare speelvoorzieningen. Het uitgangspunt voor Hof van Saan is zo min mogelijk verharding en zo veel mogelijk openbaar groen zodat de bewoners direct aan het groen wonen. De ontmoetings-, verblijfs- en speelplekken in de wijk worden toegankelijk voor iedereen. Randen De beoogde ruimtelijke inpassing wordt onder andere gezocht in de randen van het plangebied. De ligging aan de Weesperstraat en de Weespertrekvaart maakt de locatie bijzonder voor Diemen Zuid. De bebouwingsrand aan de Weespertrekvaart bestond aan de zijde van het plangebied voorheen uit verschillende typen bebouwing. Dit zorgde voor een rommelige uitstraling. Hof van Saan zorgt voor een stedelijke rand van hogere herenhuizen aan de Weespertrekvaart waarbij op de hoek van de Weesperstraat met de P.J. Ter Beekstraat een hoger bebouwings accent komt. Aan de zijde van de P.J. Ter Beekstraat is het doel om een groen aanzicht vanaf de omliggende buurten te creëren.
De huidige groene buffer blijft zoveel mogelijk behouden en biedt een afscherming van aanliggende achterkanten en achtertuinen.
27/448
Aan de singel tegen de wijk Schelpenhoek aan wordt rekening gehouden met het natuurlijke waterprofiel van de karakteristieke singel, zodat deze behouden blijft en zelfs versterkt kan worden. De oever wordt natuurvriendelijk ingericht. De rand aan begraafplaats Rustoord wordt ingericht met stevig groen waarmee er een fysieke barrière tussen de achtertuinen van de woningen en de begraafplaats wordt gerealiseerd. Hiermee is de privacy voor zowel de bewoners als de bezoekers van de begraafplaats geborgd. Deze groene buffer is tevens onderdeel van de grotere groenstructuur van Diemen Zuid. Natuurinclusief Met de realisatie van woningbouw pakt de gemeente Diemen de kans voor de vergroting van de biodiversiteit. De nieuwe gebouwen moeten bijdragen aan de biodiversiteit van Diemen door middel van o.a. neststenen voor vogels en platte daken worden groen ingericht of krijgen zonnepanelen (of een combinatie). Daarnaast krijgen de plinten van de appartementengebouwen begroeiing aan de gevel.
28/448
Hoofdstuk 5 5.1
Randvoorwaarden
Mer-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De ontwikkeling Hof van Saan blijft onder de drempelwaarden en op basis van de plan kenmerken worden geen nadelijke gevolgen voor het milieu verwacht. Hiermee geldt er geen mer-beoordelingsplicht. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit document is opgenomen in bijlage 6.
Het bevoegd gezag neemt hierover een mer-beoordelingsbesluit.
5.2
Verkeer en parkeren
Inleiding Het huidige Saan-terrein wordt herontwikkeld. De huidige bedrijfsmatige opstallen worden gesloopt ten behoeve van het realiseren van maximaal 140 woningen. Deze ontwikkeling zal leiden tot veranderingen op het gebied van verkeer en parkeren. In deze verkeersparagraaf wordt ingegaan op de verkeerskundige gevolgen van de ontwikkeling. Ontsluitingsstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied is in de huidige situatie ontsloten via de Weesperstraat. Op deze straat geldt een 50 km/h-regime. De Weesperstraat sluit ten oosten van het plangebied aan op de Provincialeweg s113. Deze weg sluit vervolgens aan op het regionale en nationale wegennetwerk (o.a. op de A1). Ter hoogte van het plangebied gaat de Weesperstraat over in de P.J.Ter Beekstraat. Hier begint het (stedelijk)woongebied en gaat het snelheidsregime over naar 30 km/h. Vanaf de P.J. Ter Beekstraat is via de Diemerbrug het centrum van Diemen te bereiken. Via de Hartveldseweg wordt ook aangesloten op de snelweg A10. De ontsluiting van de locatie voor autoverkeer is dus goed te noemen.
29/448
De nieuwe woonwijk wordt niet meer aangesloten op de Weesperstraat, maar op de Ter Beekstraat. Op deze wijze wordt het woongebied in samenhang met het naastgelegen woongebied bereikbaar. Openbaar vervoer Het plangebied is eveneens goed te bereiken met het openbaar vervoer. De bus- en tramhalte bij de Diemerbrug ligt op 400 meter afstand. NS-station / Metrohalte Diemen Zuid ligt op circa 1 km afstand. Vanaf dit station is Amsterdam Centraal Station binnen 15 minuten met de metro te bereiken. Vanaf CS vertrekken treinen naar o.a. Almere, Utrecht, Schiphol en Rotterdam. Station Diemen ligt op ruim een kilometer van het plangebied. Ook hier vertrekken treinen naar Amsterdam, maar ook richting het Gooi. Langzaam verkeer Het plangebied is voor langzaam verkeer goed te bereiken. Voetgangers kunnen het gebied betreden via diverse verbindingen aan de P.J. Ter Beekstraat, Weesperstraat. Daarnaast wordt er een verbinding gemaakt met het voetpad tussen Venusschelp en Boven Rijkersloot. Deze langzaamverkeersverbinding draagt ook bij aan de bereikbaarheid van het winkelcentrum Kruidenhof in Diemen Zuid en haakt aan op het uitgebreide langzaamverkeersnetwerk binnen Diemen Zuid. Fietsers kunnen het plangebied goed bereiken via de fietspaden langs de Weespertrekvaart. Via de Diemerbrug is het centrum van Diemen bereikbaar. De afstand naar Diemen Centrum is ca. 700 meter.
Figuur 5.1: Ontsluiting en parkeren. Parkeren
30/448
Het parkeren op eigen terrein vindt plaats naast of achter de woning. Voor de vrije sector appartementen is het parkeren opgelost in halfverdiepte stallingsgarages onder de gebouwen op de hoeken van het plangebied. De patiowoningen krijgen 2 parkeerkoffers met toegewezen parkeerplaatsen. In de openbare ruimte aan de buitenzijden van het plangebied bevinden zich verder parkeerkoffers waar het parkeren voor de centraal gelegen appartementen is opgelost. Verder wordt voorzien in parkeerstroken langs de diverse woonstraten. Voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen worden de gemeenelijke parkeernormen toegepast zoals deze zijn op opgenomen in de Ruimtelijke Randvoorwaarden (d.d. 20.04.2021): Grondgebonden woningen: 2,0 op eigen terrein + 0,25 bezoekersparkeren in openbare ruimte; Patiowoningen: 1,0 op eigen terrein + 0,25 bezoekersparkeren in openbare ruimte; Appartementen sociaal: 0,8 in openbare ruimte (incl. bezoekersparkeren); Appartementen midden: 1,1 in openbare ruimte (incl. bezoekersparkeren); Appartementen vrije sector: 1,0 op eigen terrein + 0,25 bezoekersparkeren in openbare ruimte. Verkeersgeneratie De transformatie van het bedrijfsperceel van Saan naar woningbouw leidt tot effecten op de verkeersbewegingen in de directe omgeving. Ook is sprake van verplaatsing van de entree.
De gevolgen hiervan voor de verkeersintensiteiten op diverse wegvakken zijn hieronder inzichtelijk gemaakt. Aan de hand van kengetallen van CROW publicatie 381 is allereerst de verkeersgeneratie bepaald: Bedrijf De bedrijfsbebouwing heeft een oppervlak van 9.900 m2 bvo. Hiervan is circa 20 % aan te merken als arbeidsintensief (kantoren en werkplaatsen) en 80 % als arbeidsextensief. CROW geeft hiervoor de volgende normen per weekdag: Arbeidsintensief sterk stedelijk, schil centrum: 7,0 - 8,8 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Arbeidsextensief sterk stedelijk schil centrum: 3,0 - 4,7 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo. Uitgaande van de gemiddelde norm resulteert dit in: 20% x 9.900 : 100 x 7,9 = 156,4 80% x 9.900 : 100 x 3,85 = 304,9 Totaal is de verkeersproductie van het bedrijf dus 461 verkeersbewegingen. Woningbouw Het bestemmingsplan maakt maximaal 140 woningen mogelijk in diverse bouwvormen en prijscategorieën. CROW geeft voor een dergelijk gevarieerd woongebied de navolgende norm per weekdag: Woongebied centrum stedelijk, overige buiten centrum gemiddeld 5,0 verkeersbewegingen per woning. Uitgaande van 140 woningen worden dus 140 x 5 = 700 verkeersbewegingen verwacht. Conclusie verkeersgeneratie De transformatie van bedrijf naar woningen leidt tot een toename van 239 (afgerond 240) verkeersbewegingen
31/448
per weekdag. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de woningbouw vooral personenauto's betreft, terwijl het bedrijf veel zwaar verkeer genereerde. Verkeersoriëntatie Omdat het plan voorziet in een nieuwe ontsluiting is ook onderzocht wat de mogelijk verkeerseffecten zijn op de diverse aangrenzende straten. Daarvoor is eerst bepaald wat de oriëntatie van het verkeer nu en in de toekomst is en zijn vervolgens de effecten beschreven. De verkeersoriëntatie van het bedrijf Saan was sterk verschillend voor zwaar verkeer en voor personenauto's en busjes. Afgesproken was dat het zware verkeer in noord-oostelijke richting het terrein af ging en dus niet door de woonwijk. Veel van het personeel en bezoek kwam echter uit Diemen of kwam via de Hartveldseweg/A10 vanuit Amsterdam(zuid) en omgeving. Het aantal voertuigbewegingen van personeel en bezoek was ook groter dan het aantal verkeersbewegingen vanwege het zwaar materieel. Dit rechtvaardigt een verdeling 50 % naar het noord-oosten en 50 % naar zuid-west, met de aantekening van dus vooral zwaar verkeer in noordoostelijke richting op de Weesperstraat. Verkeer uit de nieuwe woonbuurt zal hetzij in noordelijk hetzij in zuidelijke richting de wijk verlaten. Gelet op de verschillend reisdoelen (woon-werk, recreatie, voorzieningen etc.) wordt uitgegaan van 50 % in noordelijke en 50 % in zuidelijke richting.
Uitgaande van 700 verkeersbewegingen van de nieuwe woonwijk tegenover 461 verkeersbewegingen van het voormalige bedrijf is sprake van een toename van circa 240. Rekening houdend met de verkeersoriëntatie leidt dit een toename van 120 verkeersbewegingen op de diverse wegvakken. Aangezien de verkeersintensiteiten op de betreffende wegen/wegvakken op ruim 3000 verkeersbewegingen liggen, is sprake van een toename van minder dan 5%. Een dergelijke toename zal niet leiden tot een ander verkeersbeeld. Uitgaande hiervan zullen er geen relevante verschillen ontstaan in de verkeersbelasting op de Ter Beekstraat en Weesperstraat. Het aantal verkeersbewegingen neemt overal met circa 120 voertuigen toe. Wel zal, zeker op het deel van de Weesperstraat ten oosten van de huidige bedrijfstoegang, naar verhouding veel minder zwaar verkeer rijden. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer en per openbaar vervoer. De parkeerbehoefte zal geheel binnen het plangebied worden gerealiseerd. Er is sprake van beperkte verkeerstoename na herontwikkeling van het plangebied. Op de omringende wegen is echter geen sprake van een relevant effect in aantallen verkeersbewegingen. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkelingen dan ook niet in de weg.
5.3
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening
32/448
gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek In 2019 is voor het gehele plangebied een actualiserend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat er op het plangebied sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Het komt nagenoeg overeen met wat in 2008 is vastgesteld en is vooral te relateren aan het in het verre verleden opgebracht ophoogmateriaal.
De in een latere fase opgebrachte puinlagen (1963 en 1977) zijn niet of in veel mindere mate verontreinigd. Binnen het geval zijn een aantal kleinere verontreinigingen te onderscheiden. Deze verontreinigingen zijn te relateren aan activiteiten uit het verleden zoals de pompinstallatie van AVIA (later Calpalm) en de DAGRA-fabriek. Met betrekking tot de vastgestelde verontreinigingstoestand van de bodem ter plaatse kan worden geconcludeerd dat er milieu hygiënisch gezien geen bezwaar is tegen de herontwikkeling. Dit komt voornamelijk door de schone toplaag, die als leeflaag kan worden beschouwd. Het terrein is als het ware reeds gesaneerd. Voor de ontwikkeling is het dan ook van belang dat de ''leeflaag'' in stand wordt gehouden. De voorziene werkzaamheden zullen echter wel gezien worden als saneringsbehandeling. Voor aanvang van de werkzaamheden dient een BUS-melding (saneringsplan) bij het bevoegd gezag te worden ingediend, waarin de gekozen saneringshandeling wordt verwoord (in stand houden van de leeflaag). Na goedkeuring van de BUS-melding kan onder milieukundige begeleiding met de werkzaamheden worden aangevangen. Conclusie Er wordt geconcludeerd dat het aspect bodem de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
5.4
Waterhuishouding
Wet en regelgeving Besluit op de ruimtelijke ordening Artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) verplicht in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Kaderrichtlijn water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het
33/448
oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De Kaderrichtlijn Water moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2027 op orde is. In dat jaar moet het oppervlaktewater voldoen aan de gestelde waterkwaliteitseisen, die afhankelijk zijn van onder meer het type water. De uit de KRW voortkomende milieudoelstellingen en maatregelen zijn verwerkt in de waterbeheerplannen van de waterschappen. Vanaf 22 maart 2022 zijn de geactualiseerde stroomgebiedbeheerplannen van kracht. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.
Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Keur In november 2019 is de meest recente Keur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) in werking getreden. De Keur van het AGV is gericht op het beschermen van de water aan- en afvoer, de bescherming tegen wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de Keur zijn verschillende geboden en verboden opgenomen, waarop echter door het waterschap ontheffing kan worden verleend. Beleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. In het Nationaal Waterprogramma komen het oude Nationale Waterplan en het Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Het Nationaal Water programma 2022-2027 (NWP) beschrijft het nationaal waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Nederland heeft met complexe wateropgaven te maken zoals klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging en ruimtedruk.
Daarnaast ligt de opgave om verouderde infrastructuur waar nodig te vervangen of te renoveren. Deze wateropaven, de uitdagingen richting de toekomst en de noodzaak van een integrale aanpak vormen de basis voor drie hoofdambities van het NWP: een veilige en klimaatbestendige delta, een concurrerende, duurzame en circulaire delta en een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. De leidende principes blijven 'aansluiten op de karakteristieken van het watersysteem' en 'meebewegen met water'. Anders omgaan met water; Waterbeleid in de 21ste eeuw Dit kabinetsstandpunt uit december 2000 geeft de overkoepelende visie van het Rijk weer op de aanpak van
34/448
veiligheid en wateroverlast. In dit beleidsstuk wordt de watertoets geïntroduceerd om te voorkomen dat de bestaande ruimte voor water geleidelijk afneemt, door bijvoorbeeld landinrichting, de aanleg van infrastructuur of woningbouw. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In mei 2011 sloten het Rijk, de provincies, het Samenwerkingsverband Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen en de vereniging van waterbedrijven Nederland het Bestuursakkoord water. Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam, klimaatbestendig en doelmatiger te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2020 het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes.
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma van waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2022-2027 is samen werken aan een toekomstbestendig watersysteem de rode draad. Dit doet de waterschap vanuit de wettelijke taak om te zorgen voor waterveiligheid, voldoende water, gezond water en gezuiverd afvalwater en de maatschappelijke taken voor recreatie, cultuurhistorie en varen. Het besef is er dat de wereld snel verandert en de urgentie groot is om nu te handelen om op tijd een toekomstbestendig watersysteem te hebben. Daarnaast is dit alleen mogelijk als er opgetrokken wordt met maatschappelijke partners. De volgende thema's staan centraal: Waterveiligheid: de maatregelen richten zich op het voorkomen van overstromingen en het beperken van de gevolgen van een overstroming. Voldoende water: de maatregelen van het waterschap richten zich op het op orde houden van het polder-, boezem- en grondwatersysteem, in samenwerking met andere betrokkenen, ook met het oog op klimaatverandering en goede waterkwaliteit en het feit dat het huidige watersysteem zijn grenzen bereikt. Gezond water: centraal bij dit thema staat het realiseren van een goede ecologische kwaliteit en een grote biodiversiteit.
Gezuiverd afvalwater: de maatregelen van het waterschap richten zich in de planperiode op schoon effluent uit de zuiveringsinstallaties, duurzaam en veilig verwerken van reststoffen uit afvalwater en zoveel mogelijk nuttig hergebruiken van vrijkomende stoffen en energie. Cultuurhistorie en recreatie: het onderhouden en toegankelijk maken van het watererfgoed, het faciliteren van recreatie op en om het water in goede balans met de natuurdoelen en het zorgen voor een goed onderhouden en veilig vaarwegennet staat centraal bij dit thema. Onderzoek Huidige situatie Het plangebied ligt aan de Weespertrekvaart en daarnaast ligt aan de zuidzijde een singel. In de huidige situatie is het plangebied op de groenstrook aan de P.J. Ter Beekstraat na volledig verhard. Na herontwikkeling tot woonbuurt beschikt het plangebied over meer groenvoorzieningen t.b.v. onder andere waterberging.