CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5Ca Regels bestemmingsplan Buitengebied 2021 inclusief bijlagen 1 en 2.pdf

Gemeenteraadsvergadering 17 februari 2022, gemeente DiemenBij agendapunt: Bestemmingsplannen Noord - Zuid - Centrum - Buitengebied en Bergwijkpark 202120.924 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de bouwhoogte van propaantanks mag niet meer bedragen dan 4 meter;

Buitengebied 2021

34

c. de bouwhoogte van ooievaarsnesten mag niet meer bedragen dan 8 meter, waarbij geldt dat niet meer dan 3 ooievaarsnesten per bestemming zijn toegestaan; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, uitgezonderd bruggen en viaducten, mag niet meer bedragen dan 4 meter; e. in afwijking van artikel 11.2.2 lid a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding hekwerk' een hekwerk toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1,8 meter. 11.3

Afwijken van de bouwregels

11.3.1 Bouwwerk Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 11.2.1, teneinde de bouw van één uitkijktoren toe te staan, onder de voorwaarden dat: a. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 20 meter; b. de afstand tot bestaande woonbebouwing tenminste 150 meter dient te bedragen. 11.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van het realiseren van een paardenbak en/of een stapmolen ten behoeve van hobbymatige paardenhouderij bij een bedrijfswoning of een burgerwoning bij een manege, onder de voorwaarden dat: a. maximaal 1 paardenbak en/of stapmolen per bedrijfswoning of burgerwoning wordt gerealiseerd; b. maximaal 2 paardenbakken en/of stapmolens bij een manege worden gerealiseerd; c. de paardenbak en/of de stapmolen als volgt wordt/worden gesitueerd: 1. achter hoofdgebouwen; 2. tenminste 20 m uit de rand van de weg; 3. tenminste 1,5 m uit de slootranden; 4. maximaal 50 m achter de bestaande, legale bebouwing binnen het bouwvlak; 5. minimaal 25 m van woningen van derden; d. de omvang van de paardenbak niet meer bedraagt dan 20 m bij 40 m en de doorsnede van een stapmolen niet meer bedraagt dan 20 m; e. de hoogte van een hek rondom een paardenbak en/of een stapmolen niet meer bedraagt dan 1,50 m; f.

indien de paardenbak en/of de stapmolen vanaf de weg zichtbaar is, afschermende beplanting wordt aangebracht, mits hierdoor geen doorbreking plaatsvindt van bestaande zichtlijnen op het open weidegebied; g. de paardenbak en/of de stapmolen wordt voorzien van waterdoorlatend bodemmateriaal; h. lichtmasten bij de paardenbak en/of stapmolen niet zijn toegestaan; i. er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende en overige nabij gelegen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken plaatsvindt. 11.3.3 Propaantanks Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van het toestaan van propaantanks onder de voorwaarden dat: a. plaatsing op het gedeelte van het perceel met de bestemming 'Wonen' niet toegestaan is; b. de externe veiligheid wordt gewaarborgd; c. geen aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. 11.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 11.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren a. het aanleggen van wegen, parkeerplaatsen, verharde fiets- of wandelpaden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b.

het diepploegen, ontginnen, ophogen, afgraven of egaliseren van de grond; c. het dempen, graven of veranderen van waterlopen of waterpartijen; d. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen; e. het verwijderen van bosopstanden, houtsingels, het slechten van houtwallen en het bebossen van

Buitengebied 2021

35

f.

gronden; het beplanten van gronden met meer dan vijf bomen per perceel.

11.4.2 Uitzondering Het in lid 11.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 11.4.3 Voorwaarden De in lid 11.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien de natuurlijke, natuurwetenschappelijke, ecologische, aardkundige en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

36

Artikel 12

Sport

12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de beoefening van buiten- en veldsporten; met daaraan ondergeschikt: b. niet geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen; c. horecavoorzieningen in de vorm van een kantine met een oppervlak van maximaal 80 m2 per vereniging; d. speelvoorzieningen; met daarbij behorende: e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. ontsluitingswegen; g. straatmeubilair; h. parkeervoorzieningen; i. verhardingen.

12.2

Bouwregels

12.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4 meter; b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 6 meter; c. de goothoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; d. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; e. het totale oppervlak van gebouwen mag niet meer bedragen dan 4.000 m2, met een maximum van 1.000 m2 per gebouw; f. de afstand van gebouwen tot de bestemmingsgrenzen dient ten minste 2 meter te bedragen. 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van lichtmasten en ballenvangers, mag niet meer bedragen dan 18 meter; b. de bouwhoogte van overige palen en masten mag niet meer bedragen dan 8 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 12.3

Nadere eisen

12.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 12.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 12.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; b. stedenbouwkundig belang. 12.4 Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan de bestemming 'Sport' wijzigen ten behoeve van het toestaan van kinderopvang, onder de voorwaarden dat:

Buitengebied 2021

37

a. de haalbaarheid van het wijzigingsplan vanuit het oogpunt van externe veiligheid wordt aangetoond; b. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder.

Buitengebied 2021

38

Artikel 13 13.1

Sport - Manege

Bestemmingsomschrijving

13.1.1 Algemeen De voor 'Sport - Manege' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege met paardenpension; met daaraan ondergeschikt: b. één bedrijfswoning; c. één horecavoorziening in de vorm van een kantine met een oppervlak van maximaal 80 m2; met daarbij behorende: d. ontsluitingswegen; e. speelvoorzieningen; f. straatmeubilair; g. parkeervoorzieningen; h. verhardingen.

13.2

Bouwregels

13.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan wat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven; c. de goothoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; d. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter; e. het totale oppervlak van gebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan wat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' is aangegeven. 13.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1,5 meter bedragen; b. de bouwhoogte van palen en masten mag niet meer dan 8 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5 meter bedragen.

Buitengebied 2021

39

Artikel 14

Tuin

14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; met daarbij behorende: b. parkeervoorzieningen; c. verhardingen. 14.2

Bouwregels

14.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen zijn niet toegestaan; b. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' één bijgebouw of één overkapping per woonboot toegestaan en gelden de volgende regels: 1. het maximaal oppervlak mag niet meer bedragen dan wat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' is aangegeven; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; c. in afwijking van het bepaalde onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bouwwerken' een tuinhuisje toegestaan, waarbij de bestaande maatvoering ten tijde van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan als maximum maatvoering geldt. d. In afwijking van artikel 14.2.1 lid b zijn ter plaatse van aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 3 bouwwerken' in totaal drie bijgebouwen/overkappingen toegestaan mits het gezamenlijk oppervlak voldoet aan hetgeen er ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' is aangegeven. 14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter; b.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 14.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren a. het dempen van water; b. het aanbrengen van verhardingen indien het totaal van de op het bestemmingsvlak aanwezige verhardingen meer bedraagt dan 50 m2. 14.3.2 Uitzondering Het in lid 14.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 14.3.3 Voorwaarden De in lid 14.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien de natuurlijke, natuurwetenschappelijke, ecologische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

40

Artikel 15

Verkeer

15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, waarbij geldt dat de Diemerpolderweg mag bestaan uit niet meer dan 2 x 1 rijstrook en een busstrook, exclusief opstelstroken; b. opstelstroken; c. busstroken; d. voet- en fietspaden; met daarbij behorende e. groenvoorzieningen; f. straatmeubilair; g. parkeervoorzieningen; h. geluidswerende voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. bruggen en viaducten. 15.2

Bouwregels

15.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van nutsvoorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 meter en het oppervlak niet meer bedraagt dan 20 m2. 15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd bruggen en viaducten, mag niet meer bedragen dan 8 meter.

Buitengebied 2021

41

Artikel 16

Verkeer - Railverkeer

16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen; met daarbij behorende b. bermen; c. taluds; d. groenvoorzieningen; e. geluidswerende voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. (ontsluitings)wegen; i. parkeervoorzieningen; j. bruggen en viaducten. 16.2

Bouwregels

16.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van nutsvoorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 meter en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 20 m2. 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd bruggen en viaducten, mag niet meer bedragen dan 15 meter.

Buitengebied 2021

42

Artikel 17

Verkeer - Weg

17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Weg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, met meerdere doorgaande rijstroken, alsmede parallelrijbanen, opstelstroken, in- en uitvoegstroken, op- en afritten; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - reclamemast' mede bestemd voor een reclamemast; met daarbij behorende c. voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluidsschermen en luchtkwaliteitschermen; d. bermen; e. taluds; f. groenvoorzieningen; g. straatmeubilair; h. nutsvoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. bruggen en viaducten; k. voet- en fietspaden; l. overige voorzieningen ten behoeve van het verkeer. 17.2

Bouwregels

17.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van nutsvoorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 6 meter en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 20 m2. 17.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd bruggen en viaducten, mag niet meer bedragen dan 15 meter. b. In afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - reclamemast' niet meer bedragen dan 30 meter.

Buitengebied 2021

43

Artikel 18

Water - Natuur

18.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige en waterstaatkundige doeleinden; c. behoud en ontwikkeling van natuurlijkwetenschappelijke, ecologische en landschappelijke waarden; d. extensief recreatief medegebruik; met daarbij behorende e. groenvoorzieningen. 18.2

Bouwregels

18.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen met een oppervlak van niet meer dan 70 m2 en een bouwhoogte van niet meer dan 4,5 m. 18.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen erf- en terreinafscheidingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 18.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 18.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontginnen, ophogen, afgraven of egaliseren van de grond; b. het dempen, graven of veranderen van waterlopen of waterpartijen; c. het woelen van de waterbodem; d. het aanbrengen van ondergrondse kabels en leidingen. 18.3.2 Uitzondering Het in lid 18.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b.

reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 18.3.3 Voorwaarden De in lid 18.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien de natuurlijke, natuurwetenschappelijke, ecologische, landschappelijke en archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

44

Artikel 19 19.1

Water - Waterweg

Bestemmingsomschrijving

19.1.1 Algemeen De voor 'Water - Waterweg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige en waterstaatkundige doeleinden; c. verkeer te water; d. recreatief medegebruik. met daarbij behorende e. groenvoorzieningen; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. duikers. 19.1.2 Specifieke vorm van water - laad- en losvoorziening Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - laad- en losvoorziening' zijn de in lid 19.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor afmeerlocaties voor laden en lossen. 19.2

Bouwregels

19.2.1 Gebouwen Voor gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan. 19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling of de verlichting, mag niet meer bedragen dan 5 meter.

Buitengebied 2021

45

Artikel 20

Water - Woonschepenligplaats

20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water - Woonschepenligplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van ligplaatsen voor woonboten. 20.2

Bouwregels

20.2.1 Woonboten Voor woonboten gelden de volgende regels: a. op de in lid 20.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend woonboten een ligplaats innemen; b. de lengte en breedte van woonboten, gangboorden niet meegerekend, bedraagt ten hoogste: woonboot lengte breedte Stammerdijk 35F 20,5 m 5,5 m Stammerdijk 35D 18 m 5,9 m c. de bouwhoogte van woonboten mag, gemeten vanaf de waterspiegel, niet meer bedragen dan 3,5 meter; d. de breedte van de gangboord mag per zijde niet meer bedragen dan 0,75 meter. 20.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de in lid 20.1 bedoelde gronden, zoals verankeringsconstructies, mag niet meer bedragen dan 2 meter, gemeten vanaf de waterspiegel. 20.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 20.2.1 sub b ten behoeve van het uitbreiden van een woonboot, onder de voorwaarden dat: a. de uitbreiding niet meer bedraagt dan 20% van de woonboot tot maximaal 25 m2 per woonboot; b. de waterbeheerder geen bezwaar heeft tegen de uitbreiding.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden 20.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen van water. 20.4.2 Uitzondering Het in lid 20.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen: b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 20.4.3 Voorwaarden De in lid 20.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien de natuurlijke, natuurwetenschappelijke, ecologische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

46

Artikel 21 21.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

21.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarvoor geldt dat uitsluitend hoofdgebouwen mogen worden gebruikt als woning, met dien verstande dat per bestemmingsvlak maximaal twee woningen zijn toegestaan; b. woningdelen, met een maximum van 2 personen per woning; c. hospitaverhuur; met daaraan ondergeschikt: d. aan-huis-verbonden beroep of bedrijf; met daarbij behorende: e. paden; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. tuinen; h. erven; i. parkeervoorzieningen. 21.1.2 Agrarisch Ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' zijn de in lid 21.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor agrarische activiteiten. 21.1.3 Specifieke vorm van wonen - botenverhuur/verhuur ligplaatsen Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - botenverhuur/verhuur ligplaatsen' zijn de in lid 21.1.1 bedoelde gronden tevens bestemd voor botenverhuur/verhuur van ligplaatsen als recreatieve voorziening. 21.1.4 Specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijfsperceel Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm wonen - voormalig agrarisch bedrijfsperceel' zijn de in lid 21.1.1 bedoelde gronden tevens voor hobbymatige agrarische activiteiten. 21.2

Bouwregels

21.2.1 Hoofdgebouwen Voor hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de goot- en bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximale gooten bouwhoogte' op de verbeelding is aangegeven; c. hoofdgebouwen dienen te worden afgedekt met een kap; 21.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. het gezamenlijk grondoppervlak van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50 m2, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven met de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak'; b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend achter de verlengde voorgevel van het hoofdgebouw worden gesitueerd; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - agrarisch bijgebouw' is een bijgebouw ten behoeve van agrarische activiteiten toegestaan van ten hoogste 200 m2; d. in afwijking van het bepaalde in lid 21.2.2 onder b mogen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bouwwerken' aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden gebouwd; e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waar wordt aangebouwd vermeerderd met 0,3 meter; f.

de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3,5 meter bedragen;

Buitengebied 2021

47

g. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 4,5 meter bedragen; h. in afwijking van het bepaalde in lid 21.2.2 onder f en g zijn hooibergen toegestaan met een bouwhoogte van 7 meter. i. bijgebouwen dienen te worden afgedekt met een kap; j. kelders mogen uitsluitend onder bovengrondse bouwwerken gerealiseerd worden; k. de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 5 meter. l. in afwijking van het bepaalde in lid 21.2.2 onder g mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - afwijkende bouwhoogte' de bouwhoogte niet meer dan 4,95 meter bedragen. 21.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. voor de verlengde voorgevel zijn bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter; b. in afwijking van het bepaalde in lid 21.2.3 onder a zijn voor de verlengde voorgevel propaantanks tot een bouwhoogte van maximaal 4 meter toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde in lid 21.2.3 onder a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – veranda' een veranda toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 2.3 meter; d.

in afwijking van artikel 21.2.3 lid a is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding hekwerk' een hekwerk toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1,8 meter; e. achter de verlengde voorgevel zijn bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde toegestaan tot een bouwhoogte van: 1. maximaal 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. maximaal 4 meter voor propaantanks; 3. maximaal 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: f. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' zijn achter de verlengde voorgevel voedersilo's tot een bouwhoogte van maximaal 9 meter toegestaan. 21.3

Nadere eisen

21.3.1 Eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen. 21.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 21.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; 2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging van verkeersveiligheid en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het nodige uitzicht op hoeken van wegen, bochten en in- en uitritten, niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging van brandveiligheid en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het landschappelijk belang.

Buitengebied 2021

48

21.4

Afwijken van de bouwregels

21.4.1 Bouwvlak Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 21.2.1 onder a ten behoeve van het vergroten van een woning buiten het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. het bouwvlak met maximaal 20% wordt vergroot tot een maximum van 25 m2 per bouwvlak; b. de uitbreiding tot maximaal 3 meter buiten het bouwvlak plaatsvindt; c. de afstand tussen bebouwing en de openbare weg minimaal 2 meter bedraagt; d. de landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad; e. de omgevingsvergunning per bouwvlak één keer mag worden verleend. 21.4.2 Goot- en bouwhoogte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 21.2.1 onder b ten behoeve van een hogere goot- en/of bouwhoogte tot een maximale verhoging van 1,5 m, onder de voorwaarden dat: a. de landschappelijke waarden niet onevenredig worden geschaad; b. een hogere goot- en/of bouwhoogte noodzakelijk is in verband met bouwregelgeving die voortvloeit uit het Bouwbesluit en/of om te voldoen aan het welstandsadvies. 21.5

Specifieke gebruiksregels

21.5.1 Specifieke gebruiksregels aan een huis-verbonden-beroep of bedrijf Voor de uitoefening van een aan een huis-verbonden-beroep of bedrijf gelden de volgende regels: a. de voor beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw tot ten hoogste 50 m2; b. de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; c. horeca is niet toegestaan, uitgezonderd een bed & breakfast tot maximaal 4 personen; d. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd detailhandel in schriftelijke opdracht, zonder levering ter plaatse en ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel; e. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan; f. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning waarbij ten hoogste 1 fte in dienstverband extra is toegestaan; g. geen onevenredige grote verkeersbelasting op aangrenzende wegen en paden mag plaatsvinden; h. er voldoende parkeerplaats op het eigen terrein aanwezig is.

21.5.2 Voorwaardelijke verplichting Onder strijdig gebruik met dit bestemmingsplan wordt begrepen het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Muiderstraatweg 61' voor woningen, woningdelen en hospitaverhuur met daarbij behorende voorzieningen, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - landschappelijke inpassing' is voorzien in de aanplant en instandhouding van een haag zoals bedoeld in artikel 3.1 onder g. 21.6

Afwijken van de gebruiksregels

21.6.1 Nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van: a. het bepaalde in artikel 21.5.1 onder a voor het verruimen van de voor beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte; b. het bepaalde in artikel 21.5.1 onder c ten behoeve van het uitoefenen van de volgende ondergeschikte nevenactiviteiten: 1. bed & breakfast voor meer dan 4 personen; 2. theetuin; 3. overige kleinschalige horeca. c. Het bepaalde onder artikel 21.6.1 sub b is toegestaan onder de volgende voorwaarden 1. sprake is van een bestendige verbetering van het landschap, passen bij het buitengebied; 2. de recreatieve functie van het buitengebied wordt versterkt; 3. sprake is van een beperkte verkeersaantrekkende werking; 4. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt.

Buitengebied 2021

49

21.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.7.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft buiten de bouwvlakken zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het dempen van water; b. het aanbrengen van verhardingen indien het totaal van de op het bestemmingsvlak aanwezige verhardingen meer bedraagt dan 200 m2. 21.7.2 Uitzondering Het in lid 21.7.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 21.7.3 Voorwaarden De in lid 21.7.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien de natuurlijke, natuurwetenschappelijke, ecologische en landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. 21.8

Wijzigingsbevoegdheid

21.8.1 Wonen in bijgebouw Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten behoeve van het gebruik van een bestaand bijgebouw (ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan) als tweede woning, onder de voorwaarden dat: a. het perceel is aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijfsperceel'; b. maximaal twee woningen per bestemmingsvlak worden gerealiseerd; c. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; d. voldaan wordt aan de Wet geluidhinder. 21.8.2 Beëindiging agrarische activiteiten Het bevoegd gezag kan de aanduiding 'agrarisch' wijzigen in de aanduiding 'specifieke vorm wonen voormalig agrarisch bedrijfsperceel', onder de voorwaarden dat: a. de agrarische activiteiten ter plaatse zijn beëindigd; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - agrarisch bijgebouw' de bijgebouwen zijn gesloopt. 21.8.3 Tweede woning Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen ten behoeve van het bouwen van een tweede hoofdgebouw binnen het bestemmingsvlak ten dienste van een tweede woning, onder de voorwaarden dat: a. het bestemmingsvlak is aangeduid met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijfsperceel'; b. realisering van een tweede woning in een bestaand bijgebouw niet mogelijk is; c.

het maximum bebouwd oppervlak als bedoeld in lid 21.2.2 onder a minimaal wordt verminderd met twee maal de oppervlakte van het tweede hoofdgebouw; d. na de bouw van het tweede hoofdgebouw niet meer m2 aan erfbebouwing aanwezig is dan bedoeld onder c; e. maximaal twee woningen per bestemmingsvlak zijn toegestaan; f. het parkeren op eigen terrein plaatsvindt; g. de woning geen negatief effect mag hebben op de karakteristieke historische bebouwing in de omgeving; h. het tweede hoofdgebouw qua oppervlakte en hoogte ondergeschikt is aan het oorspronkelijke hoofdgebouw; i. de bouw van het tweede hoofdgebouw in combinatie met de sloop van erfbebouwing leidt tot een bestendige verbetering van het landschap; j. er geen sprake is van milieutechnische belemmeringen.

Buitengebied 2021

50

21.8.4 Vormverandering of verandering situering bouwvlak Het bevoegd gezag kan het plan ter plaatse van de aanduiding 'Wro - zone wijzigingsgebied' wijzigen ten behoeve van de verandering van de vorm of situering van het bouwvlak, onder de voorwaarden dat: a. het bouwvlak met maximaal 20% wordt vergroot tot een maximum van 25 m2 per bouwvlak; b. de verandering van de vorm of de situering van het bouwvlak tot een verbetering leidt van de ruimtelijke karakteristieken van de omgeving; c. de verandering van de vorm of de situering van het bouwvlak tot een verbetering leidt van de stedenbouwkundige structuur; d. er geen sprake is van milieutechnische belemmeringen; e. de wijziging niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; f. na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid kan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 21.4.1 niet meer worden verleend.

Buitengebied 2021

51

Artikel 22

Leiding

22.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van warmtetransportleiding; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen. b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 22.2

Bouwregels

22.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 22.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 22.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen van de andere ter plekke voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakte verharding; b. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden; d. het indrijven van voorwerpen in de grond; e. diepploegen; f.

het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in 22.1 omschreven bestemming; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 22.3.2 Uitzondering Het in artikel 22.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 22.3.3 Voorwaarden De in lid 22.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad;

Buitengebied 2021

52

b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Buitengebied 2021

53

Artikel 23

Leiding - Gas

23.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding - Gas' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse aardgasleiding; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen. b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 23.2

Bouwregels

23.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 23.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 23.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 23.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplanting en bomen; b. het aanbrengen van oppervlakte verharding; c. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; d. het verrichten van graafwerkzaamheden; e.

het indrijven van voorwerpen in de grond; f. diepploegen; g. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in 23.1 omschreven bestemming; h. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 23.3.2 Uitzondering Het in artikel 23.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

Buitengebied 2021

54

23.3.3 Voorwaarden De in lid 23.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Buitengebied 2021

55

Artikel 24

Leiding - Hoogspanning

24.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding - Hoogspanning' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse 150 kV hoogspanningsleidingen; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen. b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 24.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 24.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de veiligheid met betrekking tot de leiding niet wordt geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 24.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakte verharding; b. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden; d. het indrijven van voorwerpen in de grond; e. diepploegen; f. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in lid 24.1 omschreven bestemming; g.

het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; h. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; i. het plaatsen van onroerende objecten, geen bebouwing zijnde, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; j. het aanleggen van zonneparken; k. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 24.3.2 Uitzondering Het in lid 24.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan;

Buitengebied 2021

56

c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 24.3.3 Voorwaarden De in lid 24.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Buitengebied 2021

57

Artikel 25

Leiding - Hoogspanningsverbinding

25.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, primair bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van bovengrondse 150 kV of 380 kV hoogspanningsverbindingen; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen. b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 25.2

Bouwregels

25.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 25.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 25.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 25.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakte verharding; b. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden; d. het indrijven van voorwerpen in de grond; e. diepploegen; f.

het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in 25.1 omschreven bestemming; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. h. Het aanbrengen van hoogopgaande beplantingen; i. het plaatsen van onroerende objecten, geen gebouwen zijnde, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; j. het aanleggen van zonneparken; k. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen; l. het aanleggen van parkeerplaatsen. 25.3.2 Uitzondering Het in artikel 25.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die:

Buitengebied 2021

58

a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 25.3.3 Voorwaarden De in lid 25.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.

Buitengebied 2021

59

Artikel 26

Waarde - Archeologie 1

26.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 1' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden; b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 26.2

Bouwregels

26.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: a. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of b. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 26.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 26.3

Nadere eisen

26.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 26.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 26.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 26.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren op een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 26.4.2 Uitzondering Het in lid 26.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

Buitengebied 2021

60

a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 26.4.3 Voorwaarden De in lid 26.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

61

Artikel 27

Waarde - Archeologie 2

27.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 2' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden; b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 27.2

Bouwregels

27.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 27.2.2 Omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; a. de verplichting tot het doen van opgravingen; b. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op c.

het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 27.3

Nadere eisen

27.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 27.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 27.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 27.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 50 m2, en een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap;

Buitengebied 2021

62

b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 27.4.2 Uitzondering Het in lid 27.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 27.4.3 Voorwaarden De in lid 27.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

63

Artikel 28

Waarde - Archeologie 3

28.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden; b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 28.2

Bouwregels

28.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 28.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 28.3

Nadere eisen

28.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 28.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 28.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 500 m², en op een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage;

Buitengebied 2021

64

c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 28.4.2 Uitzondering Het in lid 28.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 28.4.3 Voorwaarden De in lid 28.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.

Buitengebied 2021

65

Artikel 29

Waarde - landschap - Stelling van Amsterdam

29.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - landschap - Stelling van Amsterdam' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de instandhouding en bescherming van de universele waarden van het UNESCO-werelderfgoed Stelling van Amsterdam; b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 29.2

Bouwregels

29.2.1 Op en onder de in lid 29.1 onder a genoemde gronden mag uitsluitend gebouwd worden ten behoeve van de dubbelbestemming, zoals bedoeld in lid 29.1 onder a. 29.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 3.6, lid 1, onder d. van de Wet ruimtelijke ordening nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en omvang van bouwwerken, voor zover dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van het UNESCO-werelderfgoed Stelling van Amsterdam. 29.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.2.1 en toestaan dat ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen bouwwerken worden gebouwd, mits: a. daardoor de waarden, zoals bepaald in lid 29.1 onder a niet worden geschaad; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de Provincie Noord-Holland. 29.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.5.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden, met de bestemming 'Waarde - landschap - Stelling van Amsterdam' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het graven, dempen of verbreden van waterlopen; b. het vellen van bomen of opruimen van houtwallen; c.

het bebossen en beplanten van gronden; d. het scheuren van grasland; e. het aanbrengen van boven- en ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; f. het aanleggen en verharden van wegen, paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem en/of gronden; h. het wijzigen van de grondwaterstand door bevloeiing, (bron)bemaling, drainage of andere wijze; i. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem. 29.5.2 Uitzondering Het in lid 29.5.1 vervatte verbod geldt niet voor op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud of beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 29.5.3 Voorwaarden en advies De in lid 29.5.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. daardoor de waarden, zoals bepaald in 29.1 onder a niet worden geschaad; b. alvorens de omgevingsvergunning te verlenen, het bevoegd gezag schriftelijk advies inwint bij de

Buitengebied 2021

66

Provincie Noord-Holland.

Buitengebied 2021

67

Artikel 30

Waterstaat - Waterkering

30.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor dijken en kaden met een waterkerende functie en de hierbij behorende voorzieningen en inrichtingsaspecten; b. Het bepaalde in artikel 37.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 30.2

Bouwregels

30.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 30.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 30.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. het waterkerend vermogen niet onevenredig wordt geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de waterbeheerder. 30.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 30.3.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 30.3.2 Uitzondering Het in artikel 30.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het bestemmingsplan. 30.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De in lid 30.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de beheerder van de betreffende watergang en waterkering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=fd351e94-3649-48ad-8193-a1aee8d8f200