CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota Sociaal Domein 2020-2023

Gemeenteraadsvergadering 25 april 2024, gemeente DiemenBij agendapunt: Verlenging Nota Samen Diemen27.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Lisa: ‘In de praktijk willen mensen al graag zo werken. De nota onderstreept en ondersteunt dat nu en legt het vast. Ik hoop dat de nota voor de mensen die het beleid uitvoeren ook werkt als een bevestiging.’ Kim: ‘Een van de doelen in de nota is niet voor niets om de mensen in de uitvoering te faciliteren om zo te kunnen werken.’

Wat hopen jullie te bereiken met deze integrale visie en aanpak?

Sara: ‘Dat alle mensen die in Diemen wonen, meedoen en meetellen en wij dat altijd voorop stellen in onze dienstverlening. Zodat mensen de hulp en ondersteuning makkelijk kunnen vinden.’ Martijn: ‘Het klinkt tegenstrijdig maar ik hoop dat we minder mensen gaan zien. Je wil jezelf overbodig maken door preventief te werken, eerder hulp te bieden waardoor mensen minder snel in problemen komen of problemen eerder kunnen oplossen.’ Irma: ‘Er ligt een mooi plan, maar nu begint het eigenlijk pas. Nu moeten we het waarmaken. Aan de slag!’ •

Hoe gaat deze nota professionals en Diemenaren helpen?

Ben: ‘We hopen in elk geval dat de acties in de uitvoeringsplannen eraan bijdragen dat het makkelijker zal gaan in de praktijk. Dat mensen elkaar goed weten blijven te vinden en er gemeenschappelijke, gezamenlijke verantwoordelijkheid gevoeld wordt voor problemen van inwoners. En we hopen dat inwoners de weg naar de verschillende loketten en de toegang tot voorzieningen makkelijker weten te vinden. Daar zou uitvoering van de ontwikkelacties uit de nota in moeten helpen.’

‘Met deze team-effort hebben we een sprong voorwaarts gemaakt’ Martijn Alderse Baas

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

27

BIJLAGEN

BIJLAGEN

De kennisbank

1. Privacy 29 2. Juridische context

30

3. Voortgang 34 4. Financiële toelichting 35

Alle relevante achtergrondinformatie en toelichtende documenten bij het Beleidsplan Sociaal Domein 2020 - 2023 staan in onze digitale kennisbank.

5. Bijlage bij uItvoeringsplannen A. Wat willen we behouden

36

B. Wat gaan we ontwikkelen

46

C. Overige beleidsontwikkelingen

49

6. Doelen en indicatoren

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

52

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

28

BIJLAGE 1. Privacy Inleiding

Zo gaan we om met privacy en persoonsgegevens Wanneer maatschappelijke partners integraal samenwerken in het sociaal domein, betekent dit dat zij persoonsgegevens met elkaar kunnen en soms ook moeten delen. Dit kunnen ook gevoelige of zelfs bijzondere persoonsgegevens zijn, zoals een BSN of gegevens over iemands gezondheid. Om mensen zo goed mogelijk te kunnen helpen met oplossingen die werken, moeten dienst- en hulpverleners samenwerken en hun invalshoeken delen.

Grondslag verwerken gegevens

De gemeente verwerkt uitsluitend persoonsgegevens wanneer hier een rechtmatige grondslag voor is. De grondslag om in het sociaal domein persoonsgegevens te verwerken ligt doorgaans in de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag (artikel 6 lid 1 sub e AVG). Om deze publieke taken te kunnen uitvoeren is het voor de gemeente onvermijdelijk dat ook persoonsgegevens worden verwerkt. Het uitgangspunt is dat alleen doelgebonden relevante informatie wordt gedeeld met maatschappelijke partners. Een inwoner die bij de gemeente aanklopt voor zorg, moet er op kunnen vertrouwen dat er zorgvuldig met de privacy van zijn gegevens wordt omgegaan. Vooral wanneer die informatie gedeeld wordt met andere organisaties binnen de keten, zoals professionele zorgverleners.

mag delen, wordt het ‘Zwitsers zakmes’ toegepast. Dit houdt in dat gegevens alleen worden gedeeld wanneer de verstrekking noodzakelijk en proportioneel is en het niet op een andere manier kan (subsidiariteit).

We zijn transparant over de wijze waarop de gemeente omgaat met persoonsgegevens en wijzen mensen proactief op hun privacy-rechten, zoals het recht op inzage, correctie en vergetelheid. We zorgen dat persoonsgegevens passend beveiligd worden, conform de richtlijnen van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).

Uitgangspunten

De gemeente kan aansluitend op de genoemde uitgangspunten verschillende keuzes maken in de methode van gegevensverwerking. Deze keuzes voldoen aan de regels van de AVG en ze worden gemaakt in samenspraak met de maatschappelijke partners. Dit zijn de mogelijkheden:

Uitgangspunten AVG

1) Transparantiebeginsel Zodra de professional een noodzaak ziet tot het delen van persoonsgegevens met maatschappelijke partners, wordt de inwoner hierover geïnformeerd. Samen bespreken ze welke persoonsgegevens worden gedeeld, met wie en waarom. De bescherming van de privacygevoelige gegevens is gewaarborgd door afspraken waar de maatschappelijke partners mee hebben ingestemd (Aansluitdocument Zorg & Veiligheid).

Met externe partners maken we samenwerkingsafspraken en we leggen deze vast in een verwerkersovereenkomst of convenant. Om zorgvuldig af te wegen of een professional gegevens

2) Het vragen van toestemming aan de inwoner Voordat de gegevens gedeeld worden met een maatschappelijke partner, wordt aan de inwoner toestemming gevraagd voor de gegevensdeling. Toestemming als grondslag voor het verwerken van persoonsgegevens is aan voorwaarden gebonden. Een van de voorwaarden is dat toestemming in vrijheid moet zijn gegeven. Deze toestemming moet opnieuw gevraagd worden als de gegevens met een andere partij worden gedeeld of als er nieuwe gegevens worden gedeeld. Ook heeft de inwoner altijd de mogelijkheid om de toestemming weer in te trekken (artikel 7 lid 3 AVG).

Onder zorgvuldig en vertrouwelijk omgaan met privacygevoelige gegevens verstaan we dat de uitgangspunten van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) integraal onderdeel zijn van de gemeentelijke dienstverlening in het sociaal domein. Zo vragen we mensen alleen om persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de hulpvraag. We zorgen ervoor dat gegevens niet langer worden opgeslagen dan de wettelijke bewaartermijnen.

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

Bij beide opties heeft de inwoner altijd het recht om bezwaar te maken tegen de gegevensverwerking (artikel 21 AVG).

We kiezen voor het transparantiebeginsel

De gemeente Diemen kiest voor het toepassen van het transparantiebeginsel. Dit past het beste bij onze werkwijze binnen het sociaal domein en levert zo min mogelijk rompslomp op voor de inwoner. Het vragen van toestemming is in het sociaal domein meestal niet nodig, doordat men zich kan beroepen op de uitvoering van een publieke taak als grondslag van de gegevensverwerking. Door het toepassen van het transparantiebeginsel kunnen we inwoners met problemen op verschillende leefgebieden het meest effectief helpen. Ook is deze optie het meest werkbaar voor de professionals. Deze keuze is een collegebevoegdheid en wordt verwerkt in het herijkte Aansluitdocument Zorg & Veiligheid. Dit document wordt in het eerste kwartaal van 2020 vastgesteld door het college en wordt daarna ondertekend door de maatschappelijke partners van het Brede Hoed Netwerk. Het implementeren van het herijkte Aansluitdocument Zorg & Veiligheid en het borgen van het transparantiebeginsel zijn onderdeel van het uitvoeringsplan Wat gaan we ontwikkelen?

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

29

BIJLAGE 2. Juridische context

De wettelijke grondslag van de beleidsnota en de uitvoeringplannen

Aan deze beleidsnota zijn uitvoeringsplannen toegevoegd. Hierin staan de instrumenten en middelen beschreven waarmee de gemeente Diemenaren blijft ondersteunen, onderwerpen waarop het college sterker wil inzetten en nieuw te ontwikkelen beleid. Met de beleidsnota en de bijbehorende uitvoeringsplannen geven wij invulling aan de wettelijke voorschriften uit de Wmo 2015, de Jeugdwet, de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet publieke gezondheid.

Gemeentelijk minimabeleid

Voor gemeentelijke inkomensondersteuning en minimabeleid geldt het volgende: algemeen inkomensbeleid is voorbehouden aan het Rijk; het gemeentelijk beleid vervult een vangnetfunctie. Er is geen specifieke wetgeving die voorschrijft dat de gemeente, los van het beleid voor de bijzondere bijstand, een algemeen minimabeleid moet vaststellen. Wel kan de gemeenteraad op grond van de Gemeentewet kaders aangeven voor minimabeleid en de uitvoering daarvan. De raad stelt het daarvoor benodigde budget beschikbaar. Deze beleidsnota, de daarin beschreven effecten en de bijbehorende uitvoeringsplannen (en instrumenten zoals bijvoorbeeld de stadspas) zijn ook bedoeld als uitwerking van het gemeentelijk minimabeleid.

Wettelijk kader

De wetgeving in het sociaal domein is grotendeels gedecentraliseerd en de uitvoering is belegd bij de gemeenten. De gemeente verzorgt de uitvoering met eigen medewerkers, door inkoop, subsidiëring van maatschappelijke partners en in samenwerking met regionaal opererende instanties zoals de GGD, Veilig Thuis en Jeugdzorg. De verschillende wetten voor het Sociaal Domein schrijven voor op welke onderdelen de gemeenten lokaal beleid moeten vaststellen en waaraan de gemeentelijke beleidsplannen tenminste moeten voldoen. De gemeenten mogen zelf bepalen of ze per wet een beleidsplan vaststellen of liever één beleidsplan maken, vooropgesteld uiteraard dat voldaan wordt aan de wettelijke eisen.

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

De verschillende wetten schrijven ook voor over welke onderwerpen verordeningen moeten worden vastgesteld. Vijf wetten binnen het sociaal domein verplichten colleges van B&W periodiek een beleidsplan op te stellen. Het gaat dan meestal om een beleidsplan voor een periode van maximaal vier jaar. Het gaat om deze vijf wetten: Wmo 2015

• • Jeugdwet • Participatiewet • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening • Wet publieke gezondheid

Deze vijf wetten vormen de juridische context rondom dit Beleidsplan Sociaal Domein. Daarnaast zijn de volgende wetten en regelingen belangrijk voor dit beleidsplan: Wet passend onderwijs, met name voor wat betreft de aansluiting bij de Jeugdwet en het Passend Onderwijs bij de jeugdhulpverlening; Leerplichtwet 1969, met name om de aansluiting tussen het handhaven van deze wet met de jeugdhulpverlening;

• •

De volgende landelijke programma’s zijn belangrijk voor dit beleidsplan: IBP, interbestuurlijk programma Landelijk actieprogramma “Zorg voor de Jeugd” Landelijk actieprogramma “Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling” Landelijke nota gezondheidsbeleid 2016-2019 Landelijk actieprogramma “Langer Thuis” Landelijk actieprogramma “Eén tegen eenzaamheid” Landelijk actieprogramma “Brede schuldenaanpak” Actieprogramma “Tel mee met taal” Landelijk programma “Geweld hoort nergens thuis: Aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling” Nationaal Preventieakkoord “Naar een gezonder Nederland”

• • • • • • • • • •

De volgende (voormalige) lokale, regionale en internationale beleidsstukken zijn van belang voor dit beleidsplan: Beleidsplan Jeugd Collegeprogramma 2018-2021 “Duurzaam Samenleven” Inkomensondersteunend armoedebeleid 2016-2019 Beleidsplan Participatiewet 2015 Beleidsplan Schuldhulpverlening 2016-2019 Meerjarenbeleidsplan Wmo 2016-2019 Gezondheidsnota 2013-2016, 2016-2017 en 2018-2019 Regioprogramma “Thuis in de wijk: Koersbesluit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen 2016-2020” Lokaal uitvoeringsplan Preventie Huiselijk geweld en kindermishandeling Preventie- en handhavingsplan alcohol 2019-2022 (en Uitvoeringsprogramma Preventie- en handhavingsplan alcohol 2019-2022) Verdrag van New Yok 2006 voor personen met een handicap VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten VN-Vrouwenverdrag Verdrag van Istanbul

• • • • • • • • • • • • • • •

Verdrag van New York 2006 voor personen met een handicap

In zowel de Wmo 2015, de Jeugdwet als de Participatiewet is bepaald dat de gemeenteraad een periodiek plan moet maken voor de uitvoering van het verdrag van New York inzake rechten van personen met een handicap. Dit beleidsplan en de bijbehorende uitvoeringsplannen geven invulling aan deze wettelijke bepaling.

Huiselijk geweld en kindermishandeling

Onze plicht om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen en de schade ervan te beperken is behalve in de Wmo 2015 ook vastgelegd in door Nederland geratificeerde verdragen

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

30

BIJLAGE 2. Juridische context zoals het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het VN-Vrouwenverdrag en het Verdrag van Istanbul.

Wettelijke voorschriften voor de beleidsplannen per wet Hieronder leggen we per wet uit waar de gemeente aan moet voldoen bij het opstellen van het beleid en hoe we dat in deze beleidsnota invullen.

Wettelijk verplichte onderdelen vanuit de Wmo 2015 De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 regelt de gemeentelijke ondersteuning op het gebied van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en opvang. Mensen die onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, moeten een beroep kunnen doen op door de overheid georganiseerde ondersteuning. De ondersteuning van inwoners met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen is erop gericht om hen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen laten blijven. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen met een beperking en mensen met psychische of psychosociale problemen. Ook moeten gemeenten zorgen voor een goede toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking. Het college zet zich in en treft algemene maatregelen en voorzieningen ten behoeve van: de zelfredzaamheid van mensen de participatie van mensen beschermd wonen en opvang voor wie dat nodig heeft de sociale samenhang de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking de veiligheid de leefbaarheid het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld de organisatie van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling

• • • • • • • • •

De Wmo 2015 draagt gemeenten op om te zorgen voor de

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

maatschappelijke ondersteuning van hun inwoners en voor de kwaliteit en de continuïteit van de voorzieningen. De Wmo 2015 schrijft ook voor dat gemeenten maatwerkvoorzieningen bieden aan inwoners die dit nodig hebben. Bijvoorbeeld ter ondersteuning van hun zelfredzaamheid, hun vermogen mee te blijven doen en zich te handhaven in de samenleving, of omdat ze opvang nodig hebben of een voorziening om beschermd te wonen. De gemeente is ook verantwoordelijk voor het geven van een jaarlijks blijk van waardering voor mantelzorgers (artikel 2.1.6). Bij de maatschappelijke ondersteuning staat het belang van de betrokken inwoner altijd voorop. Op ieder moment van de dag is telefonisch of elektronisch anoniem een luisterend oor en advies beschikbaar; daar zorgt het college voor. De Wmo 2015 verplicht gemeenten een Wmo-beleidsplan te maken en geeft aan wat de gemeenten in ieder geval in dit beleidsplan moeten opnemen. Dit staat omschreven in artikel 2.1.2: 1. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast voor het door het gemeentebestuur te voeren beleid voor maatschappelijke ondersteuning. 2. Het plan beschrijft de beleidsvoornemens inzake door het college te nemen besluiten of te verrichten handelingen die erop gericht zijn om: a.

de sociale samenhang, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente te vergroten, alsmede huiselijk geweld te voorkomen en te bestrijden; b. de verschillende categorieën van mantelzorgers en vrijwilligers zoveel mogelijk in staat te stellen hun taken uit te voeren; c. vroegtijdig vast te stellen of inwoners maatschappelijke ondersteuning behoeven; d. te voorkomen dat inwoners op maatschappelijke ondersteuning aangewezen zullen zijn; e. algemene voorzieningen te bieden aan inwoners die maatschappelijke ondersteuning behoeven; f. maatwerkvoorzieningen te bieden ter ondersteuning van

de zelfredzaamheid en participatie aan inwoners die daar op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit hun sociale netwerk niet of onvoldoende toe in staat zijn; g. maatwerkvoorzieningen te bieden aan mensen die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en beschermd wonen of opvang behoeven in verband met psychische of psychosociale problemen of omdat zij de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; h. uitvoering te geven aan het op 13 december 2006 in New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169). 3. Het plan is erop gericht dat: a. mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven; b. mensen die beschermd wonen of opvang ontvangen, een veilige woonomgeving hebben en, indien mogelijk, weer in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 4. In het plan wordt bijzondere aandacht gegeven aan: a. een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheid, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; b. de samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders zoals bedoeld in de Zorgverzekeringswet met het oog op een zo integraal mogelijke dienstverlening; c.

keuzemogelijkheden tussen aanbieders voor alle mensen aan wie een maatwerkvoorziening wordt verstrekt, waarbij rekening wordt gehouden met hun godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond, in het bijzonder wanneer zij tot een kleine doelgroep behoren; d. de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking; e. de wijze waarop de continuïteit van hulp wordt gewaarborgd, in het bijzonder ten aanzien van jongeren die door het bereiken van een bepaalde leeftijd geen jeugdhulp zoals bedoeld in de Jeugdwet meer kunnen ontvangen;

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

31

BIJLAGE 2. Juridische context f. mogelijkheden om met inzet van begeleiding, onder meer via dagbesteding, mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven; g. de wijze waarop inwoners worden geïnformeerd over de personen die kunnen optreden als vertegenwoordiger van een cliënt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn of haar belangen ter zake; 5. In het plan wordt aangegeven op welke wijze de gemeente artikel 2.1.7 toepast dan wel de reden om dat artikel niet toe te passen. 6. In het plan wordt aangegeven welke resultaten het gemeentebestuur in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, welke criteria worden gehanteerd om te meten hoe deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria worden gehanteerd ten aanzien van aanbieders.

Wettelijk verplichte onderdelen vanuit de Jeugdwet De Jeugdwet schrijft voor dat gemeenten periodiek een beleidsplan maken voor preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Ook geeft de Jeugdwet aan wat gemeenten in ieder geval in dit beleidsplan moeten opnemen. Dit staat omschreven in artikel 2.1 en 2.2 van deze wet.

Artikel 2.1

Het gemeentelijke beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de uitvoering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering is gericht op: a. het voorkomen, vroeg signaleren en vroeg interveniëren bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; b. het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen en kinderopvang; c. het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; d. het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn of haar ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij voor zover mogelijk wordt uitgegaan van hun eigen inbreng; e. het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij/zij opgroeit; f. integrale hulp aan de jeugdige en zijn of haar ouders, indien sprake is van meervoudige problematiek; g. het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen, ter uitvoering van artikel 4.1.2 en indien sprake is van vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen.

Artikel 2.2

1. De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan de door de gemeenteraad en het college te nemen beslissingen over preventie en jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 2. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en geeft daarbij in ieder geval aan: a. wat de gemeentelijke visie en doelstellingen zijn van dit beleid; b. hoe het beleid zal worden uitgevoerd in samenhang met de verantwoordelijkheid van het college inzake het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling en welke acties in de door het plan bestreken periode zullen worden ondernomen; c. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten wordt of deze resultaten zijn behaald en welke outcomecriteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen; d. hoe het college uitvoering zal geven aan artikel 2.7, tweede lid en hoe wordt gewaarborgd dat de jeugdhulpaanbieder voldoet aan de eisen inzake de verantwoordelijkheidstoedeling op grond van artikel 4.1.1, tweede lid, juncto 4.1.5, eerste lid;

e. op welke wijze de gemeenteraad en het college zich hebben vergewist van de behoeften van kleine doelgroepen; f. hoe het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169). 3. Het plan wordt, voor zover het de afstemming van en effectieve samenwerking met het onderwijs betreft, pas vastgesteld na overleg met het samenwerkingsverband, zoals bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs, en het samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 17a van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het overleg met deze samenwerkingsverbanden vindt plaats volgens een procedure die is vastgesteld door het samenwerkingsverband en het college van de gemeente of gemeenten. Deze procedure bevat een voorziening voor het beslechten van geschillen.

Wettelijk verplichte onderdelen vanuit de Participatiewet In de Participatiewet staat, met uitzondering van artikel 8 d, geen wettelijke opdracht aan de gemeenteraad tot het vaststellen van een periodiek beleidsplan. Wel moet de gemeenteraad voor enkele onderwerpen een verordening vaststellen. Deze verordeningen zijn eind 2014 vastgesteld en behoeven in het bestek van deze beleidsnota geen aanpassing. Dit beleidsplan kan worden opgevat als het beleidsplan zoals bedoeld in artikel 8 d.

Artikel 8 d Participatiewet

De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast omtrent de wijze waarop het college uitvoering zal geven aan het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169).

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

32

BIJLAGE 2. Juridische context Wettelijk verplichte onderdelen vanuit de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening

Wettelijk verplichte onderdelen vanuit de Wet Publieke gezondheid

De Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening schrijft voor dat gemeenten periodiek een beleidsplan maken. Onder andere preventie, maximale wachttijden voor toegang tot hulp en aandacht voor gezinnen met minderjarige kinderen zijn thema’s die een plek moeten krijgen in het plan. Artikel 2 van deze wet schrijft dit voor. De gemeente beslist zelf over de uitwerking van het plan, het ambitieniveau, de inzet van instrumenten en de wijze van hulpverlening.

De Wet publieke gezondheid (Wpg) is het wettelijke kader voor de publieke gezondheidzorg. De wet verplicht de gemeente om maatregelen te nemen die de gezondheid van de inwoners of specifieke groepen bevorderen en beschermen.

Dit staat omschreven in artikel 2: 1. De gemeenteraad stelt een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van de gemeente. 2. De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van maximaal vier jaar vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden. 3. Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die zij niet kunnen betalen. 4. In het plan wordt in ieder geval aangegeven: a. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen; b. welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd; c. het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode; d. hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven. 5. In het plan kan de gemeenteraad aangeven onder welke voorwaarden het college de verzoeker verplicht te beschikken over een basisbetaalrekening zoals bedoeld wordt in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

Een groot deel van de wettelijke taken hebben we als gemeente Diemen regionaal belegd binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Openbare Gezondheidszorg (OGZ) Amstelland, waarbij de GGD Amsterdam de activiteiten voor ons uitvoert. Taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg betreffen onder meer: medische milieukundige zorg, technische hygiënezorg, psychosociale hulp bij rampen, prenatale voorlichting aan aanstaande ouders, infectieziektebestrijding en diverse preventieprogramma’s. De gemeente draagt ook zorg voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. Dit is belegd bij een groot aantal jeugdhulpverleners en omvat onder andere:

• Het op systematische wijze volgen en signaleren van ont• • • •

wikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen en gezondheidsbevorderende en -bedreigende factoren; Het ramen van de behoeften aan zorg; De vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen, met uitzondering van het perinatale onderzoek op phenylketonurie (PKU), congenitale hypothyreoidie (CHT) en adrenogenitaal syndroom (AGS); Het geven van voorlichting, advies, instructie en begeleiding; Het formuleren van maatregelen ter beïnvloeding van gezondheidsbedreigingen.

De Wet publieke gezondheid schrijft voor dat gemeenten periodiek een lokale gezondheidsnota opstellen. De lokale gezondheidsnota moet daarbij de landelijke prioriteiten in acht nemen die zijn opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid. In november 2018 is het Nationaal Preventieakkoord “Naar een gezonder Nederland” verschenen, met daarin aandacht voor de onderwerpen roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik.

In de lokale gezondheidsnota voor de periodes 2013-2016, 2016-2017 en 2018-2019 is daarnaast aandacht voor de thema’s genotmiddelengebruik en psychosociale gezondheid.

Wpg artikel 13 - Landelijke en gemeentelijke nota gezondheidsbeleid Dit staat omschreven in artikel 13: 1. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt elke vier jaar een landelijke nota gezondheidsbeleid vast en een landelijk programma voor de uitvoering van onderzoek naar de publieke gezondheid. 2. De gemeenteraad stelt binnen twee jaar na openbaarmaking van de nota, als bedoeld in het eerste lid, een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast, waarin de raad in ieder geval aangeeft: a. wat de gemeentelijke doelstellingen zijn ter uitvoering van de in de artikelen 2, 5, 5a en 6 genoemde taken; b. welke acties in de bestreken periode worden ondernomen ter realisering van deze doelstellingen; c. welke resultaten de gemeente in die periode wenst te behalen; d. hoe het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de in artikel 16 genoemde verplichting. 3. De gemeenteraad neemt bij het vaststellen van de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid in ieder geval de landelijke prioriteiten in acht, zoals opgenomen in de landelijke nota gezondheidsbeleid.

Tot slot staat in de Drank en Horecawet (artikel 43a) dat de gemeente een preventie- en handhavingsplan alcohol moet vaststellen en dat dit elke vier jaar gelijktijdig dient te gebeuren met de vaststelling van de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid, zoals bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid.

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

33

BIJLAGE 3. Voortgang Inleiding

Hoe monitoren we het beleid? Er is al jaren discussie over monitoring en effectmeting binnen het sociaal domein. Het lijkt soms een oneindige zoektocht. Het gaat meestal om ingewikkelde vraagstukken en om menselijk gedrag. Dat maakt het lastig om te bepalen in hoeverre het beleid geslaagd is of bepalend is geweest bij het bereiken van een vooropgesteld gewenst doel. Neem bijvoorbeeld het doel om het gebruik van armoedevoorzieningen te stimuleren; verschillende factoren hebben grote invloed op het wel of niet bereiken van dit doel, zoals: Gewijzigde omstandigheden - bijvoorbeeld op het vlak van de werkloosheid; Demografische ontwikkelingen - de groei van de gemeente Diemen/instroom van specifieke groepen; Beter bereik/toegang door communicatie en informatievoorziening; Verantwoordelijke personen in uitvoering / externe intermediairs hebben goede manieren gevonden om doelgroepen te bereiken; Wisseling van personen die hierin een rol spelen; De bekendheid neemt toe doordat inwoners ervaringen delen; Er is landelijk aandacht voor het onderwerp (dankzij de politiek of de media); Gewijzigd beleid (begrotingen zijn verruimd).

• • • • • • • •

Kwalitatieve vormen van onderzoek en evaluatie

Het is dus ingewikkeld om vast te stellen in hoeverre het bereiken van een doel toe te schrijven valt aan eigen, beïnvloedbaar beleid. Doen we dan maar wat? Nee. Van sommige beleidsinterventies is landelijk bekend dat ze goed werken of noodzakelijk zijn. Daarnaast zetten we de laatste jaren in Diemen steeds meer in op kwalitatieve vormen van onderzoek en evaluatie. Ervaringen en verhalen van inwoners staan meer centraal in het kwalitatieve onderzoek, de casusanalyses en de klantreizen die we organiseren. Ze verschaffen ons veel inzichten. Zowel de inwoners, de uitvoerders als de beleidsmakers vinden deze methoden waardevol.

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

Deze manier van onderzoeken, monitoren en evalueren past bij de schaalgrootte van de gemeente Diemen en voorkomt dat we ons blindstaren op aantallen en percentages, die nogal kunnen fluctueren. Door te luisteren naar ervaringen van inwoners leren we hoe de dienstverlening wordt ervaren, of de hulp die wij bieden aansluit bij de behoeften van mensen en of die het gewenste effect bereikt. Met de opgedane kennis kunnen we verbeteringen in bijvoorbeeld het werkproces doorvoeren.

Uitgangspunten

Bij de monitoring van dit meerjarenbeleidsplan gaan we voort op dezelfde lijn, waarbij we een combinatie volgen van tellen (kwantitatief) en vertellen (kwalitatief). Daarnaast hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. Leren en verbeteren: Inzichten verkrijgen door evaluaties en onderzoeken zijn onderdeel van het werken, met name voor de werkvloer. De uitvoerende partijen zijn onderdeel van de monitoring. Het is belangrijk voor de uitvoeringspraktijk om te evalueren: ‘hoe hebben we het werk gedaan, in hoeverre sluit het aan bij de klantsituatie en zijn verbeteringen mogelijk en wenselijk’. 2. Ruimte en tijd voor het werk gaat voor ruimte en tijd voor registraties en verantwoording: Er wordt gezocht naar een gezonde balans tussen ‘willen weten’ en de administratieve last die dit registreren met zich mee kan brengen.

Opbouw monitoring sociaal domein

Het monitoren van de maatschappelijke effecten en de prestaties van de uitvoering verloopt langs drie sporen: 1. Het niveau van feiten/kwantiteit (voorzieningenniveau/managementrapportage). Hierbij is aandacht voor: Gebruik van voorzieningen Uitgaven Proces/doorlooptijden Resultaat (waar mogelijk)

• • • •

2. Samenwerken in de keten (kwalitatief onderzoek) Hierbij is aandacht voor: Effectiviteit van samenwerken tussen partners (bijvoorbeeld door het bestuderen van casuïstiek) Tevredenheid/voldoende toegerust zijn Duidelijkheid over rollen/taken

• • •

3. Klantbeleving (kwalitatief onderzoek, bijvoorbeeld klantreizen) Hierbij is aandacht voor: Bejegening Communicatie/verwachtingen Toegang/toegankelijkheid Informatievoorziening Resultaat

• • • • •

In de Jeugdwet en in de Wmo staat dat jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek moet plaatsvinden. Ook wordt de gezondheidsstaat van de inwoners in Diemen vastgelegd in de Gezondheidsmonitor. Deze gegevens bevatten ook indicaties over de mate waarin het beleid effect heeft. Een tussenevaluatie van dit meerjarenbeleidsplan vindt plaats in 2022. Er wordt dan aan de hand van de bovenstaande drie sporen verslag uitgebracht.

Tot slot

De technische mogelijkheden groeien. Door systemen en informatiebronnen te koppelen, kan aan de hand van gerichte vragen informatie worden samengebracht. Vooral grotere gemeenten experimenteren met methoden om datagestuurd te werken. In Diemen kijken we hier ook naar. Een voorbeeld van een onderzoeksvraag waarbij data gecombineerd kunnen worden, is: is er een verband tussen mensen in schuldhulp en huiselijk geweld? Maar je kunt ook preventief kijken: welke wijk verdient specifieke aandacht als het gaat om gezondheid, ontmoeting of beweging? Deze datagestuurde werkwijze maakt echter geen onderdeel uit van de monitoring van het beleid.

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

34

BIJLAGE 4. Financiële toelichting Inleiding

Financiële toelichting De acties en doelen binnen deze beleidsnota kunnen worden uitgevoerd binnen de bestaande budgetten zoals opgenomen in de begroting 2020 en verder. De ambities vanuit het coalitieakkoord 2019-2021 zijn hierin vertaald. In onderstaande tabellen zijn de budgetten voor de verwachte uitgaven voor 2020 nader omschreven. In dit overzicht zijn de budgetten voor gezondheid opgenomen binnen de budgetten voor Wmo en Jeugdhulp. Ook de subsidies binnen het sociaal domein vallen onder bovenstaande budgetten. Sinds 2018 worden de budgetten voor het sociaal domein zo realistisch mogelijk geraamd. Deze raming vindt plaats op basis van de werkelijke uitgaven in de voorafgaande jaren. De directe relatie met de door het Rijk beschikbaar gestelde budgetten is derhalve komen te vervallen. De noodzakelijke uitgaven zijn daarbij leidend. Bij wijzigend beleid met financiële consequenties vanuit de overheid worden deze indien noodzakelijk binnen de P&C geclaimd. Naast de budgetten die in het overzicht zijn opgenomen zijn er budgetten die vanuit bijvoorbeeld welzijn en sport ook effect hebben op het sociaal domein. Denk bijvoorbeeld aan de buurtsportcoaches die hierin een spilfunctie vervullen. Deze budgetten zijn niet meegenomen in het overzicht.

Wmo

Participatiewet en Schuldhulpverlening

• Woningaanpassingen • Hulpmiddelen • Wmo-vervoer • Wmo-begeleiding • Hulp bij het huishouden • Wmo-algemeen • Antidiscriminatievoorziening • Cliëntondersteuning • Veilig Thuis

€ 277.000, - € 368.000, - € 450.000, - € 1.075.000, - € 1.483.000, - € 1.184.100, - € 12.600, - € 1.291.500, - € 106.000, -

Totaal

€ 6.247.200, -

Jeugdhulp

• Begeleiding 18-, jeugd- en opvoedhulp • Jeugd-GGZ • Jeugdzorg-plus (gesloten jeugdhulp) • Kinderbescherming en aanpak kindermishandeling

• Opvang (18-) Totaal

• Vreemdelingen • Sociale werkvoorziening

€ 43.000, -

en begeleid werken

• Re-integratieinstrumenten P-wet • Voorziening ivm arbeid • Inburgering (Wi)

€ 843.700, € 22.000, -

Cursus Nederlands

€ 35.000, -

loonkostensubsidies P-wet

€ 7.850.000, -

bijstandsverlening

€ 87.000, -

• Inkomensvoorzieningen en • Geneeskundige /adviezen

€ 766.200, • Gemeentelijk armoedebeleid • Kwijtschelding afvalstoffenheffing € 280.000, € 396.600, • Schuldhulpverlening

€ 3.083.400, -

Totaal

€ 12.239.500, -

€ 1.500.000, € 465.000, € 520.000, € 860.000, -

Gezondheid

• Gemeenschappelijke regeling GGD

(o.a. jgz, openbare gezondheidszorg)

€ 994.000, -

€ 6.428.400, Totaal

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

€ 1.916.000, -

€ 994.000, -

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

35

BIJLAGE 5. Uitvoeringsplannen Inleiding

A. Wat willen we behouden

B. Wat gaan we ontwikkelen

C. Overige beleidsontwikkelingen

Wat goed gaat en werkt, bestendigen we Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van het sociaal domein in Diemen. Bij alles wat we in Diemen aanbieden, vergoeden en financieren (via eigen personeel, inkoop bij commerciële partijen en subsidie) kunnen we een onderscheid maken tussen:

• hulp in de vorm van (extra) geld • individuele voorzieningen in natura • persoonsgerichte dienstverlening/ondersteuning • algemene voorzieningen in de wijken Al deze vormen van hulp die het college blijft voortzetten, zijn beschreven in dit actieplan. Ze dragen immers al bij aan de doelen die we in Diemen willen bereiken en aan de ambitie en visie van het college. Onderstaand is het voorzieningenaanbod beschreven dat we in Diemen aanbieden. Deze beschrijving is uitgewerkt vanuit de verschillende wetten.

Wat willen we behouden vanuit de Participatiewet - Minimabeleid Vanuit het minimabeleid geeft de gemeente extra financiële ondersteuning aan inwoners zonder financiële buffers (vermogen) die onverwacht vanuit bijzondere omstandigheden met noodzakelijke kosten te maken krijgen die zij niet kunnen betalen van een uitkering, loon of inkomsten als zelfstandige. De meeste regelingen worden op grond van de Participatiewet verstrekt. In principe wordt bijzondere bijstand als lening verstrekt, tenzij iemand (lang) aflost aan schulden of niet in staat was geld te reserveren. Een aantal regelingen voor specifieke kostensoorten worden altijd als gift verstrekt zoals de participatieregeling voor kinderen, de computerregeling of de ID-kaartenregeling. Daarnaast zijn er aanvullende lokale regelingen die de gemeente aanbiedt. Bijvoorbeeld omdat de raad hier in het verleden om heeft gevraagd (aangenomen moties) of omdat ze gefinancierd kunnen worden uit landelijke middelen. Denk hierbij aan de stadspas, het gratis GVB vervoer voor AOW gerechtigden, het Jeugdsport en Jeugdcultuurfonds en medische dierenhulp aan minima met huisdieren. Onderstaand volgt een opsomming van de bestaande minimaregelingen die het college wil voortzetten in 2020-2023. Per regeling is de inkomensgrens benoemd (als percentage van de bijstandsnorm).

Als het inkomen hoger is, kan soms toch een deel van de kosten worden vergoed. Tenslotte is er voor gezinnen in Diemen die het ondanks alle hulp niet redden de Voedselbank. De gemeente werkt nauw samen met de Voedselbank en verstrekt een jaarlijkse subsidie als bijdrage in de exploitatie.

Voorzieningen in het kader van minimabeleid die we behouden:

• Individuele bijzondere bijstand (130%) voor ‘maatwerk’-aanvragen. Het gaat om aanvragen voor noodzakelijke kosten en waarbij sprake is van bijzondere omstandigheden. Er is geen limitatieve lijst, elke situatie kan afzonderlijk beoordeeld worden. Voorbeelden zijn:

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

• Tandartskosten • Huiswerkbegeleiding • Kosten in verband met het vinden van werk • Kinderopvang • Bijdrage voorschoolse educatie • Tijdelijke woonkostentoeslag

• Individuele bijzondere bijstand (130%) voor specifieke

kostensoorten. Op grond van de Participatiewet mag het college geen categoriale bijzondere bijstand verstrekken. Dat betekent dat door de wetgever is bepaald dat voor elke aanvraag een controle moet plaatsvinden of er sprake is van bijzondere kosten én of de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Dit is arbeidsintensief. Om toch enige efficiëntie en ‘rek’ in te bouwen is daarom door het college bepaald dat er voor bepaalde kostensoorten altijd sprake is van bijzondere kosten en dat de vergoeding als gift verstrekt mag worden. Er worden op basis van verschillende kostensoorten vaste maximale bedragen (als gift) uitgekeerd, of er wordt gekeken naar de werkelijke kosten. Inwoners van Diemen die een beroep doen op deze kostensoorten hoeven dus niet aan te tonen dat het bijzondere kosten zijn. Het overleggen bij de aanvraag van een bewijs dat de kosten zijn gemaakt volstaat. Op deze wijze wordt voldaan aan de Participatiewet. Het gaat om de volgende kostensoorten en regelingen:

Kinderen • Computer voor kind vanaf eerste jaar voortgezet onderwijs • Reiskosten middelbare school op basis van werkelijke kosten voor enkele afstand >10 km • School- en materiaalkosten mbo-studenten 16/17 jaar • Jeugdsport en Jeugdcultuurfonds voor kinderen uit gezinnen met een inkomen van 100% tot 140% • Jaarlijkse bijdrage Sport, cultuur en meedoen-regeling voor kinderen met ouders in de bijstand Gezinnen • Gratis ID-kaart • Individuele inkomenstoeslag voor mensen die 3 jaar een laag inkomen hebben (110%)

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

36

BIJLAGE 5. Uitvoeringsplannen Inleiding • Studietoeslag voor jonggehandicapten 18+ die (nog) niet kunnen werken, geen inkomensgrens (er zijn immers geen inkomsten) • Stadspas groene stip voor inwoners van Diemen die in een minnelijk of wettelijk schuldsaneringstraject zitten • Stadspas groene stip voor inwoners van Diemen tot de AOW-leeftijd (130%) • Gemeentelijke bijdrage aan de collectieve zorgverzekering (130%) • Jaarlijks toegang tot gratis dierenarts voor Diemenaren met huisdieren waaronder consult, chippen, castratie en noodzakelijke medische behandelingen (130%) • Kwijtschelding gemeentebelasting 100% Chronisch zieken/gehandicapten/ouderen • Extra jaarlijks geld voor chronisch zieken en gehandicapten (130%) • Duurzame gebruiksgoederen voor AOW-gerechtigden (130%) • Gratis GVB voor AOW’ers met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm • Gratis GVB voor AOW’ers met een inkomen hoger dan 110% van de bijstandsnorm die in een minnelijk of wettelijk schuldsaneringstraject zitten • Stadspas groene stip voor alle AOW’ers ongeacht de hoogte van het inkomen/vermogen

Wat willen we behouden vanuit de Participatiewet - Re-integratiebeleid Mensen met en zonder een arbeidshandicap die een beroep doen op bijstand voor de noodzakelijke kosten van het bestaan vallen sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. Het Rijk haalde vanaf 2015 de schotten weg tussen de Wet werk en bijstand (de bijstandswet), de Wet sociale werkvoorziening en de Wajong (de regeling voor mensen die voor hun 18e een (arbeids-)handicap hadden). Vanaf 1 januari 2015 is de Wajong er alleen nog voor mensen die volledig en blijvend niet kunnen werken. De Participatiewet is daarmee het vangnet van de sociale zekerheid in Nederland. Vanuit de Participatiewet heeft de gemeente een wettelijke taak om inwoners met een bijstandsuitkering en niet-uitkeringsgerechtigden te ondersteunen met trajecten richting Wmo-dag-

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

A. Wat willen we behouden

B. Wat gaan we ontwikkelen

besteding, sociale activering/vrijwilligerswerk, beschut werk, werken naar loonwaarde of betaald werk/zelfstandig ondernemerschap. Ook werkgevers kunnen ondersteuning krijgen. Dat kan in natura in de vorm van een jobcoach van de gemeente of in geld middels loonwaardesubsidie, no-riskpolis, opleidingskosten et cetera. In 2015 zijn op grond van de Participatiewet door de raad zeven verordeningen vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met het afstemmen/verlagen van bijstand, tegenprestatie, individuele inkomenstoeslag en studietoeslag voor jonggehandicapten (zie minimabeleid), loonwaardesubsidie arbeidsbeperkten, re-integratie-ondersteuning en cliëntenparticipatie. Er zijn in het bestek van dit beleids- en actieplan geen wijzigingen in deze verordeningen uitgewerkt. De huidige aanpak vanuit de invalshoek tegenprestatie, re-integratie alsmede wettelijke voorschriften rondom taaleis biedt ruimte voor maatwerk. Vanuit de huidige uitvoeringspraktijk is hieronder beschreven welke voorzieningen we voor de doelgroep van de Participatiewet én werkgevers (zoals loonkostensubsidie/proefplaatsing) willen behouden. De technische uitwerking is verwerkt in de verschillende verordeningen die zijn vastgesteld op grond van de Participatiewet en in de beleidsregels van het college.

Voorzieningen in het kader van re-integratie die we behouden: Ondersteuning bij het vinden van werk door eigen medewerkers Individuele coaching en begeleiding door een team (eigen medewerkers) van gespecialiseerde re-integratiecoaches van de gemeente Diemen. Voor onderstaande doelgroepen is een aparte aanpak ontwikkeld: • Jongeren • Ouderen • Statushouders Inzet van de Job-Hunter bij de brancheteams van het Werkgevers Service Punt groot Amsterdam. De Job-Hunter brengt en haalt nieuwe vacatures om kandidaten en werkgevers te matchen

•

•

C. Overige beleidsontwikkelingen

Diagnose, ingekochte trajecten en regionale samenwerking Medische, psychologische en arbeidsdeskundige advisering Activering en diagnosetrajecten (Ik Werk, de huidige uitvoerder is Pantar) Arbeid Training Centrum, schakeltrajecten naar werk Dress for Succes, een nieuwe outfit om te solliciteren Samenwerking binnen de Arbeidsmarktregio Groot Amsterdam over onder meer aanpak statushouders Samenwerking in het kader van Perspectief Op Werk, toegang tot regionale projecten zoals pilots praktijkleren in het mbo, Amsterdamse aanpak statushouders Inkoop van losse maatwerktrajecten bij re-integratiebedrijven Inkoop van trainingen, empowerment (Shine), opleidingen, taalcursussen gericht op werk Kinderopvang in relatie tot re-integratie en parttime werk (zie ook minimabeleid)

• • • • • • • • •

Stimulering re-integratie Wettelijke vrijlatingen van inkomsten op grond van de Participatiewet Uitstroompremies Premies voor het succesvol afronden van een training of cursus gericht op uitstroom Levensvatbaarheidsonderzoeken Bbz voor startende en gevestigde ondernemers

• • • •

Werkgeversinstrumenten die de gemeente verstrekt https://wspgrootamsterdam.nl/subsidies/ Financiering beschut werk, zowel bij Pantar als bij reguliere werkgevers Jobcoaching gemeente (voor Diemen uitgevoerd door Amsterdam) Leerstage Looncompensatie bij ziekte Loonkostensubsidie naar loonwaarde voor de doelgroep van de banenafspraak Proefplaatsing met behoud van uitkering in aanloop naar dienstverband Tijdelijke loonkostensubsidie Voorzieningen: hulpmiddelen waarmee een gehandicapte werknemer zijn werk kan doen

• • • • • • • •

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

37

BIJLAGE 5. Uitvoeringsplannen Inleiding Werkgeversinstrumenten van het UWV Brug WW Jeugd Lage Inkomens Voordeel (LIV) Jobcoaching UWV Lage Inkomens Voordeel (LIV) Looncompensatie ziekte 56+ Loondispensatie Wajong Loonkostenvoordeel 56 jaar Proefplaatsing UWV Subsidieregeling Praktijk leren (Via Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland)

• • • • • • • • •

Toepassing Wet taaleis De Wet taaleis geldt voor nieuwe instromers in de bijstand. Als een inwoner niet voldoet aan het vereiste taalniveau, wordt hij verplicht een taaltoets af te leggen. In samenspraak wordt een termijn bepaald waarbinnen gestart wordt met het leren van de Nederlandse taal. De gemeente kan dit ondersteunen met middelen uit de WEB of het Participatiebudget. Naar verwachting kan vanaf 2021 de nieuwe Wet inburgering worden toegepast. Per situatie wordt beoordeeld of en op welke wijze de Wet taaleis wordt toegepast. Hiertoe worden de beleidsregels Wet taaleis 2016 van het college ingezet.

•

Toepassing tegenprestatie Participatiewet Uitgangspunt is dat uitsluitend maatschappelijk nuttige activiteiten gelden als tegenprestatie. In de regel gaat het dan om re-integratieactiviteiten. Als sprake is van activiteiten waarvoor een economische waarde geldt dan kan geen sprake zijn van Tegensprestatie, het betreft dan werk waarvoor salaris betaald wordt.

•

Wat willen we behouden vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs, ingevoerd per 2012) schrijft voor dat gemeenten voorzien in een aanbod van schuldhulpverlening. In het kader van deze wettelijke taak moet de gemeenteraad minimaal eens in de vier jaar een beleidsplan vaststellen. De gemeente mag zelf bepalen op welke wijze het plan wordt uitgewerkt, maar het moet wel de hoofdzaken bevatten van het beleid dat wordt ingezet voor het voorkomen van schulden en BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

A. Wat willen we behouden

B. Wat gaan we ontwikkelen

voor de uitvoering van de schuldhulpverlening. Gemeenten zijn vervolgens vrij om te bepalen hoe ze die schuldhulpverlening organiseren. De Wgs schrijft ook voor dat elke gemeente in een beleidsplan vastlegt welke resultaten zij wil behalen, hoe zij de kwaliteit van de uitvoering borgt en wat de nagestreefde wachttijd is (met een maximum van vier weken). Tenslotte schrijft de wet voor dat er sprake is van een integrale aanpak. Dit wil zeggen dat er in de geboden ondersteuning niet alleen aandacht is voor de financiële problematiek van de schuldenaar, maar ook voor eventuele – daarmee samenhangende – immateriële problemen.

Hoe bieden we integraal schuldhulp in Diemen

Insteek van Diemen is ondersteuning te bieden aan inwoners om schulden zo veel mogelijk te beperken en inwoners die hulp krijgen, snel en duurzaam te helpen. Er ligt daarbij een nauwe relatie met het inkomensondersteunend armoedebeleid en er is samenwerking met het Brede Hoed Team. De inzet van (tijdelijke) financiële hulp kan helpen bij het stabiliseren van schulden. Schulden zijn vaak symptoom van onderliggende problemen. Naast de praktische schuldhulp zijn de schuldhulpverleners hier alert op. Zij hebben een actieve rol bij de samenwerking met en de doorverwijzing naar andere (immateriële) hulpverleners in Diemen. De uitgangspunten voor schuldhulpverlening in Diemen zijn:

• Preventie en ondersteuning bij het wegnemen van oorzaken • Erger voorkomen • Bestrijding van schulden Schuldhulpverlening wordt in Diemen verzorgd door MaDi, die intensief samenwerkt met het Brede Hoed Team, Team Sociale Zaken en maatschappelijke partners zoals de Voedselbank, Humanitas en bewindvoerders. Door samenwerking in de keten wordt doorverwijzing naar passende hulp mogelijk gemaakt. Denk hierbij aan maatschappelijk werk, verslavingszorg et cetera. Als te bereiken resultaat blijft ook voor de komende periode staan dat schuldhulp kosteloos beschikbaar blijft voor alle inwoners van Diemen, er geen wachtlijsten zijn voor schuldhulp en er gestreefd wordt naar een eerste intake binnen één week.

C. Overige beleidsontwikkelingen

De medewerkers van MaDi zijn alert op situaties waarin kinderen zijn betrokken. Door de inzet van aanvullende inkomensondersteuning zorgen we ervoor dat in ieder geval kinderen maatschappelijk mee kunnen doen. Inwoners in een WSNP of minnelijk traject kunnen aanspraak maken op een stadspas. Ook gepensioneerden in een WSNP of minnelijk traject kunnen gebruikmaken van gratis GVB. De gedachte hierachter is dat dergelijke trajecten op deze manier beter vol te houden zijn. De kwaliteit van de uitvoering is geborgd door de subsidievoorwaarde dat de uitvoerder (MaDi) lid is van de NVVK. Daarnaast zijn de schuldhulpverleners specialistisch opgeleid op hboniveau (inclusief Vroeg Eropaf) en gepositioneerd bij de afdeling Sociale Zaken. Op deze wijze is er direct toezicht op de uitvoering. Eventuele klachten en bezwaren worden gecommuniceerd met de leiding van Sociale Zaken.

Voorzieningen in het kader van Schuldhulpverlening die we behouden: Preventie en ondersteunen bij wegnemen oorzaken Het kabinet wil dat meer mensen uit een uitzichtloze schuldensituatie komen en geeft hier hoge prioriteit aan. Alleen door een gecoördineerde aanpak kunnen de belangrijkste knelpunten op het terrein van schulden onder handen worden genomen. Dit vraagt om een nauwe samenwerking tussen ministeries, gemeenten en andere betrokken partijen. In totaal zijn er landelijk 50 maatregelen uitgewerkt. Deze worden ook grotendeels landelijk geïmplementeerd. Enkele in het oog springende maatregelen uit het landelijke plan zijn:

• Het tegengaan van excessen in kredietverstrekking • Aanpassing van incasso- en privacywetgeving • Het bestrijden van misstanden in de incassobranche • Landelijke voorlichting via werkgevers • Vereenvoudiging van procedures bij de belastingdienst/SVB • Invoering van een landelijk incassobureauregister Lokaal zijn in Diemen ook maatregelen genomen om inwoners te ondersteunen bij het voorkomen van schulden. De komende jaren blijven we de volgende preventieve voorzieningen aanbieden:

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

38

BIJLAGE 5. Uitvoeringsplannen Inleiding • Ondersteuning thuisadministratie (postsorteergroep, hulp bij ordenen administratie) • Budgetteercursussen MaDi Zuid Oost • Budgetbeheer door Plangroep • Beschermingsbewind • Vroeg Eropaf in samenwerking met Rochdale, De Key, Stadgenoot, Waternet, nutsbedrijven en zorgverzekeraars • Voorlichting over schuldhulp door MaDi aan ketenpartners Erger voorkomen Schuldhulpverlening door medewerkers van MaDi middels advisering, stabilisatiebegeleiding en begeleiding (minnelijke/wettelijke) schuldregelingen. De hulpverlening kent de volgende elementen: • Aanmelding/Screening/Motivatie-gesprek • Budgetadviesgesprek • Inkomensreparatie/budgetbegeleiding • Casemanagement • Schuldregeling, minnelijk • Crisisinterventie • WSNP • Nazorg

•

Bestrijden van Schulden Budgetbegeleiding, door inzet vrijwilligers Humanitas Inzet aanvullende inkomensondersteuning (minimaregelingen) Initiatieven om schuldhulpverleningstraject te verlichten en vol te houden waaronder: • Stadspas voor mensen in minnelijke regeling of WSNP • Gratis GVB vervoer voor AOW-gerechtigden in minnelijke schuldregeling of WSNP

• • •

Wat willen we behouden vanuit de Wmo 2015 en de Wet publieke gezondheid De gemeente is mede verantwoordelijk voor de collectieve gezondheid van haar inwoners. Gemeentelijke taken op dit terrein komen onder meer voort uit de Wet publieke gezondheid (Wpg) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Vanuit de Wpg heeft de gemeente de verplichting om gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen te nemen voor alle inwoners of voor specifieke groepen. De

BELEIDSNOTA SOCIAAL DOMEIN 2020-2023

A. Wat willen we behouden

B. Wat gaan we ontwikkelen

GGD Amsterdam voert een deel van deze activiteiten voor de gemeente Diemen uit, waaronder de jeugdgezondheidszorg, openbare geestelijke gezondheidszorg, infectieziektebestrijding, epidemiologie, hygiënezorg en inspectie. De gemeente biedt ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het uitgangspunt van de Wmo 2015 is het mogelijk maken dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen, met behulp van het eigen netwerk en eventueel met ondersteuning van de gemeente. Iedereen wordt zoveel mogelijk in staat gesteld om deel te nemen aan de samenleving. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet zelfredzaam zijn. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij het huishouden, begeleiding, dagbesteding, ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten, opvang in geval van huiselijk geweld, opvang van mensen die dakloos zijn of een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis. Er wordt onderscheid gemaakt tussen maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen. Een algemene voorziening is voor iedereen in de gemeente beschikbaar, zoals een buurthuis. Een maatwerkvoorziening is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van het individu. Voorafgaand aan de toekenning van een maatwerkvoorziening doet de gemeente onderzoek.

De criteria voor het toekennen van een maatwerkvoorziening zijn wettelijk vastgelegd. Op het gebied van algemene voorzieningen heeft de gemeente Diemen lokaal beleid vastgesteld. De gemeente verzorgt de uitvoering door het contracteren van zorgaanbieders, het subsidiëren van maatschappelijke partners en samenwerking met regionaal opererende instanties zoals de GGD en Veilig Thuis. De meeste regelingen worden op grond van de Wet publieke gezondheid en de Wmo verstrekt. Daarnaast biedt de gemeente enkele aanvullende lokale regelingen, bijvoorbeeld omdat de raad hier in het verleden om heeft gevraagd of omdat ze gefinancierd kunnen worden uit landelijke middelen. Hieronder volgt een opsomming van de bestaande voorzieningen die het college wenst voort te zetten in 2020-2024.

C. Overige beleidsontwikkelingen

Voorzieningen worden gerealiseerd door middel van subsidie, het inkopen van trajecten, (regionale) samenwerking met maatschappelijke organisaties, et cetera.

Voorzieningen in het kader van gezondheid en welzijn die we behouden: 1. Gezondheid bevorderen en beschermen

• Openbare gezondheidszorg: Via de gemeenschappelijke

regeling (GR) Openbare Gezondheidszorg Amstelland (OGZ Amstelland) voert de GGD Amsterdam diverse activiteiten uit waar Diemen en de overige Amstelland-gemeenten op basis van onder andere de Wet Publieke Gezondheid (Wpg) verantwoordelijk voor zijn. Tevens worden een aantal extra taken uitgevoerd. • Epidemiologie en gezondheidsbevordering (inclusief de Gezonde School aanpak) • Leefomgeving Milieu & Gezondheid (o.a. behandelen meldingen, advies en psychosociale hulp na rampen) • Infectieziektebestrijding • Hygiëne en inspectie (o.a. toezicht op kinderopvang en technische hygiënezorg) • Medische milieukundige zorg • Openbare geestelijke gezondheidszorg (inclusief crisisdienst Vangnet en hygiënisch woningtoezicht) • Ondersteuning meldpunt Zorg en Overlast • Forensische geneeskunde (o.a. beschikbaarheid lijkschouwing) • Jeugdgezondheidszorg bestaande uit onder meer: - Rijksvaccinatieprogramma - Laagdrempelige preventieve jeugdgezondheidszorg met zowel collectieve als individuele activiteiten - Vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen - Voorlichting, advies, instructie en begeleiding - Prenatale huisbezoeken - Consulten JGZ-professionals - Indiceren VVE - Programma Stevig Ouderschap - Preventief gezondheidsonderzoek basisonderwijs - Preventief gezondheidsonderzoek voortgezet onderwijs - Ziekteverzuimbegeleiding

1. Voorwoord | 2. Inleiding | 3. Kernboodschap | 4. Een gezamenlijk proces | 5. Ambities en doelen | 6. Acties en uitvoeringsplannen | 7. Interview | Bijlagen | De kennisbank

39

BIJLAGE 5. Uitvoeringsplannen Inleiding • Bevorderen gezonde leefstijl • Middelengebruik; roken, alcohol, (soft)drugs:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=fff2aaad-1e03-4b22-9910-78bc5da02560