Printversie schriftelijk verslag
Tekst van het document
En nou, ik weet nog bij de vorige oordeelsvormende sessie, als er vanuit de andere kant geluiden worden gedeeld, is het gelijk … Nou, ik zal DeventerNU nog even citeren over een brief van de directie van de Schouwburg, ‘dat is niet netjes, waar haalt de heer Van den Hove alles vandaan?’ Dat wordt
18
dan maar zo weggewuifd, en ik vind het eigenlijk totaal ook ongepast om zo over een directie te praten als raadslid, maar dat staat erbuiten. Maar wat ik probeer te zeggen, wij als fractie proberen wat, proberen van die emotie weg te blijven, te kijken naar onze hele gemeente. En wij hebben ook de taak, laat ik het zo zeggen, wij zijn er niet alleen voor het Burgerweeshuis, al vinden wij het Burgerweeshuis wel belangrijk binnen onze gemeente, maar wij nog een veel grotere cultuursector binnen onze gemeente, en nog veel meer inwoners. Dus ja, dat is ons, moet ons dan het volgende oordeel dan maar zijn. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel. Excuus dat ik u heb vermoeid met een bloemlezing van inspraakreacties de afgelopen week, u had het zelf ook kunnen lezen. Maar excuus daarvoor. Mijn vraag zal ik kort houden. We hebben, hier in Deventer hebben we een wethouder gehad, een hele wijze wethouder, die heeft hier heel lang gezeten, van uw partij, en die zei altijd, voor goede plannen vinden we altijd geld. Vindt u het plan Burgerhaven een goed plan? De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter. In die zin vinden wij het een goed plan. Maar als u het, zoals ik net al zei, wij proberen verder te kijken.
En we kunnen dan problemen bij ons vooruit gaan schuiven en zeggen, nou, we gaan eerst Burgerhaven doen en dan moeten we maar weer zien hoe we dat met de Schouwburg gaan oplossen. Zo voelt het voor ons, snapt u dat? De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Muilerman: We hebben maar één keer geld. De heer Van der Meulen: We hebben maar één keer geld. En het goede nieuws is dat er in het geld wat we de afgelopen tien jaar voor het burger bij elkaar hebben gespaard, vaak samen met PvdA, D66, andere partijen, ChristenUnie, dat hebben we. En dat geld, ik wil wel een berekening maken, dan kunnen we laten zien dat we voor beide plannen ook geld hebben, beide plannen is een oplossing mogelijk. Als je wil dan kan het. De voorzitter: Goed, dat is geen vraag meer. We gaan naar de heer Van den Nieuwenhof. Ja maar, ik denk dat hij even wil reageren op de inleiding. Dus dat komt zo, mijnheer Kaya. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, voorzitter, dat heeft u helemaal goed. Ik denk, mijn naam wordt genoemd, dus ja, dan moet je daar normaal gesproken aan appelleren toch? Nou, ik wou alleen maar even zeggen, via de voorzitter, dat ik het eigenlijk jammer vind dat de heer Muilerman daar nu mee komt, met deze redenatie.
Maar hetgeen wat ik opnoem, wat ik eigenlijk opmerkelijk vind in de brief die de directeur heeft gezet, dat hij onder onderhandelen zet, kijken naar een nieuw, open, transparant, toegankelijk, aantrekkelijk en duurzaam podium, én financieel gezonde cultuur. Dat vind ik dus opmerkelijk, want volgens mij, ik heb even op de Funda gekeken, volgens mij is de Schouwburg het duurste pand van Deventer en omstreken, heb ik gezien. Dus ik vind het jammer dat u deze opmerking maakt. Ik vind het eigenlijk ook niet terecht. Dank u wel. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, ik schrik wel een klein beetje van de reactie van de heer Van der Meulen, sorry, mijnheer Muilerman. Want dit onderwerp staat al heel lang op de agenda. En zoals je hier in de zaal ook kunt zien zijn er ook heel veel mensen die hier ook het heel erg belangrijk vinden om dit te horen. En als je dan niet in dit huis met z’n allen als raadsleden een fatsoenlijk debat kan houden hierover … We kunnen van meningen verschillen, maar
19
dan is het niet geplaatst om te zeggen dat u het kinderachtig vindt, of dat u, de emoties lopen hoog op, dat hoeft niet hier. We kunnen gewoon met elkaar goed debatteren. Een vraag, voorzitter. De voorzitter: Dat mag ook, geeft u een reactie? De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter. Dan heeft u mij wellicht verkeerd begrepen. Want ik vind dat ook jammer dat dat niet meer, dat goede gesprek eigenlijk voert, want zo voelen wij het wel. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Oké. Dan mijn vraag, voorzitter. Als het goed is heeft Gemeentebelang ook de brief van de vrijwilligers ontvangen, en ook gezien dat zij pal achter het bestuur staan van het Burgerweeshuis. En als het Burgerweeshuis er niet meer in gelooft, in die twee onder één dak, de vrijwilligers geloven dan daar ook niet in, want ze staan daarachter. Hoe wilt Gemeentebelang dan zoveel mensen bij elkaar halen? Want die zijn allemaal vrijwillig, kosteloos. En straks staat daar straks een geldbedrag tegenover om alles overeind te houden. Waar wilt Gemeentebelang dan dat geld vandaan halen? De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Nou, zover zou het niet moeten komen dat er geld nodig is om nieuwe vrijwilligers op te halen.
Maar wat ons, wat wij wel mee willen geven is dat, mocht het voorstel, zoals het er nu ligt, wél doorgaat, dat het college daar eerst hele goede gesprekken met het Burgerweeshuis over gaat voeren. En volgens mij ligt er ook een motie van D66, van de heer Schuring, die daarop aanstuurt. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Voorzitter, ziet de heer Muilerman niet in dat dit een gedwongen huwelijk is, en dat dit gewoon niet gaat werken? De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Nou ja, zo noemt u het. Maar wij hebben dit voorstel gelezen als een kans, en daar verschillen wij dan over in mening. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat u dan van mening verschilt met iedereen die een beetje verstand heeft van de popcultuur, maar goed. Ik hoorde net ook een opmerking, wat voor debat kunnen we hier voeren? Ja, ik vraag me het ook af, want misschien voor alle bezoekers hier, misschien vooraf excuses, dit is ook deels een toneelspel. Want volgens mij weten we al héél goed waar we op uit gaan komen, die afspraken zijn allang gemaakt. Misschien voor de bühne gaan een paar mensen afwijkend stemmen, want de VVD stemt toch wel voor, dan kan dat. Maar goed, dat gaan we allemaal wel zien. En die overload en zo, helaas, misschien moeten we de vergadering wat sensitiever gaan houden. Maar ik heb nog even een vraag.
Begrijp ik het nou goed dat het Burgerweeshuis moet worden gebruikt om de Schouwburg overeind te houden? De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Sorry, voorzitter, dan moet ik dus wel weer in herhaling vallen. Zoals ik al net zei, wij proberen niet naar één instelling binnen onze cultuursector te kijken, maar naar het geheel. En in het geheel zien wij het
20
plan, zoals het er nu voorligt, als een betere optie voor de gehele cultuursector, dan telkens maar individuele projecten te beginnen. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Voorzitter, dat was niet helemaal antwoord op mijn vraag, maar ik verwacht niet dat er een duidelijk antwoord komt. Dank u wel. De heer Muilerman: Dank u wel. Voorzitter, mag ik nog een vraag terugstellen aan de heer Kamphuis? Want, zoals u weet, is dit mijn eerste raadsperiode, dus ik moest mij ook helemaal teruglezen in het dossier. En dan vind ik de draai van Deventer Belang wel vreemd, want ik heb het nog even opgeschreven hier. Deventer Belang, op 15 december 2021, een kleine twee jaar geleden, het merendeel van de Deventenaren vindt dit plan te duur worden. En dat was op dat moment. Hoe staat het Deventer Belang daar nu dan in? Nu is het opeens allemaal prima. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Gelukkig is het ook mijn eerste raadsperiode, voorzitter, dus dat scheelt. Ik was daar niet bij, ik zat toen mijn vrouw te verzorgen, die kanker heeft gehad. Dus goed dat ik het allemaal niet weet. De kosten die er meespelen, nou ja, daar ga ik zo meteen nog uitgebreid op terugkomen. Dit plan wat er nu voorligt, dat lijkt misschien kosten te besparen, maar aan het eind van de rit gaat het alleen maar meer geld kosten.
Maar dat zal ik zo meteen uitgebreid toelichten hoe we daar nu in staan. De voorzitter: Goed, dat horen we zo van u. Dan mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. Ik hoorde hier net de woorden vallen dat het een toneelstuk zou zijn. En dat wil de PvdA echt héél erg benadrukken dat, wat ons betreft er helemaal niemand een toneelstuk hier voert en dat iedereen hier zijn uiterste best doet. Wellicht met verschillende meningen, maar iedereen doet zijn uiterste best om er hier tot een goede oplossing te brengen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel. U heeft net een opmerking, of sorry, de heer Muilerman heeft een opmerking over de historie, en dat hij er nog niet zo lang zit. Maar een half jaar geleden, ik zag net, uw collega deed het debat hier. Toen hebben we het ook gehad over plan A en plan B. En toen had, over draai maken, was naar aanleiding van de opmerking over een draai maken. Ik zie een draai in een half jaar tijd, want een half jaar tijd was u ook echt voorstander voor plan A. En pas op het moment dat die risicoanalyse, als dat allemaal uit de klauwen liep, dan kwam plan B aan de orde. Dus u heeft binnen een half jaar een draai gemaakt. De voorzitter: De heer Muilerman. De heer Muilerman: Dank u wel, voorzitter.
Nu blijkt toch dat ik beter wordt in de hobby van de heer Van der Meulen, raadstafels terugkijken, dan de heer Van der Meulen zelf, want daar heeft hij het niet helemaal bij het rechte eind. Wij hebben volgens mij gezegd, dat was dan februari afgelopen jaar, ik ben ook slecht in data, maar goed. Het was februari afgelopen jaar, toen wij zeiden, wij zien daar een mogelijkheid, en die hebben wij graag verder onderzocht. Nou, toen kwam het naar de zomer toe en toen zeiden wij, of zeiden wij, hebben wij als fractie gezegd, wij zouden graag de eerste fase daarin starten. En daarin heeft de heer Van der Meulen altijd, en u bent daar niet in gedraaid, dat klopt, u heeft altijd gezegd, het kan niet, het kan niet, het kan niet. En wij dachten, nou, wij zien daar toch wel positieve dingen in. En om ook die vraag ook maar weer voor te zijn, toen hebben we ook gezegd, de plannen gaan inderdaad niet op gelijk niveau komen. Maar, zoals de heer Van der Meulen wou, we
21
gaan voor het eind van het jaar een besluit nemen. Ja, we gaan voor het eind van het jaar een besluit nemen, dus volgens mij zijn wij niet echt gedraaid. De voorzitter: Oké. Mevrouw Schmidt, wilt u uw eigen bijdrage leveren? Uitstekend, ga uw gang. Mevrouw Schmidt: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ruim tien jaar geleden kwam het toenmalige gemeentebestuur bij elkaar om symbolisch de eerste spijker te slaan voor het Burgerweeshuis, de club van de toekomst. En voorzitter, hij is redelijk verroest, maar als je goed kijkt, zie je het nog staan. En voorzitter, dus nu staan we hier. De toekomst van het Burgerweeshuis hangt na veertig jaar aan een zijden draadje. En van al het optimisme van destijds is weinig meer over. De discussie gaat namelijk allang niet meer over wat goed is voor de jongeren en de popcultuur, de discussie gaat over geld en over het overeind houden van de Schouwburg. Het college besloot zonder overleg te kiezen voor de variant ‘samen onder één dak’. Wat volgde was een storm van kritiek. Brieven, protesten, grote betrokkenheid van vele insprekers. Dit werd door de coalitiepartijen helaas genegeerd. Als klap op de vuurpijl maakten het bestuur en de directie van het Burgerweeshuis vorige week bekend dat kiezen voor ‘samen onder één dak’ niet langer kon rekenen op draagvlak.
Sommige fracties in deze raad spraken vervolgens over het doorkruisen van het democratische proces. Aan hen zou ik willen vragen, waar was u met deze kritiek, toen nota bene uw eigen college eenzijdig de spelregels opzegde en de constructieve werkwijze liet veranderen in een my way or the highway opstelling? Onze fractie heeft in dit proces niets democratisch kunnen ontdekken. Als dit de opvatting van democratie is bij een deel van deze raad, dan vinden we dat verontrustend en in ieder geval onwenselijk. We stellen vast dat dit college, overtuigd van eigen gelijk, als een olifant in een porseleinkast doordendert op de ingeslagen weg. Door het besluit van het Burgerweeshuis wordt die ingeslagen weg nu een doodlopende weg. Vorige week tijdens de behandeling is ons niet duidelijk geworden wat de coalitiepartijen nu nog willen bereiken met de ‘samen onder één dak’ variant, als er geen sprake is van samen; it takes two to tango. Bij ons leven daarom nog steeds vragen aan het college. Hoe ziet u die toekomst van ‘samen onder één dak’, nu het Burgerweeshuis niet wil? En wat moet er straks dan nog in die verkenningsfase worden onderzocht? Wij zijn heel benieuwd naar de reactie van onze collega's en van het college. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt.
Reacties nog? Nee? Welke partij kan ik vervolgens uitnodigen om zijn bijdrage te leveren? De heer Kaya, ga uw gang. De heer Kaya: Voorzitter, dank u wel. Ik heb het zonet ook gezegd, voorzitter, een gedwongen huwelijk, dat werkt niet. Een gedwongen huwelijk zorgt er alleen maar voor dat je binnen je familie, relatie, alleen maar ruzie krijgt, alleen maar opstootjes krijgt en uiteindelijk tot een scheiding komt. Een open bestuurscultuur, voorzitter, hebben wij in het begin van deze raadsperiode met elkaar afgesproken. Dat we met deze raad, met 39 mensen, raadsleden, beslissingen zouden gaan nemen zonder dat we ons toch gingen houden aan een soort van coalitieakkoord en dergelijke. Want dat heeft de voorganger van mevrouw Eekhuis toen destijds beloofd, mevrouw Leget die heeft dat toen gezegd, we gaan het met z’n allen doen. En daarom staan er ook heel veel open eindjes in het bestuursakkoord. En, voorzitter, dat heeft, dat hebben de leden van de fractie van de PvdA goed begrepen, want ze hebben een spoedvergadering georganiseerd gisteren. En ik weet niet wat daar is uitgekomen, maar ik hoop dat het dan niet voor de bühne was, maar dat het juist bedoeld is om het Burgerweeshuis steun te betuigen. Maar we gaan het zien. En dat geldt eveneens voor de fractie van D66, om dan straks misschien ook maar kleur te bekennen.
Want dat willen we, voorzitter, we willen graag dat straks ieder fractielid kleur bekent. We zien, voorzitter, een Hedon uit Zwolle zien we uitgroeien, en ze vragen zelfs een uitbreiding aan. Dat laat zien dat het popcultuur heel erg belangrijk is en dat dat mensen aantrekt in je stad. Voorzitter, het Burgerweeshuis wordt al een tijdje, al tien jaar, wordt al de hele tijd genoemd, aan het lijntje gehouden, en dat verdienen zij niet. En wij vinden dat we gewoon wat dat betreft straks gewoon hen deze steun moeten geven, en naar de Burgerhaven moeten gaan verhuizen. En ook nog, voorzitter, wat ik net ook zei, de vrijwilligers zijn heel erg belangrijk in deze, zonder hun kan dat hele popcultuur niet leven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kaya. De heer Schuring.
22
De heer Schuring: Dank u, voorzitter. Ik geef altijd mijn fractiegenoten het advies, als je hier staat, op deze plek, denk dan wel van tevoren heel goed na over wat je hebt, wat je gaat zeggen. Maak een aantal bullets, schrijf het uit desnoods, desnoods lees je het voor, maar denk er van tevoren over na. En nou sta ik hier, terwijl ik eigenlijk helemaal niet weet wat er nog … Ik moet nog zoeken naar woorden. Ik heb er vier opgeschreven in elk geval, polarisatie, besluit, cultuur en amendement. En ik wou er een paar zinnen aan wijden, aan elk van de onderwerpen. Polarisatie. We zitten hier, met z’n allen hier in deze raad en in dit dossier, stilaan in alle discussies die we hebben gevoerd met elkaar, in diep ingegraven stellingen. Elke partij heeft zijn gelijk gekregen, heeft zijn gelijk gevonden, en er wordt niet meer echt, helaas, geluisterd naar elkaar. En dat is geen verwijt, ik zit zelf ook ongetwijfeld in zo'n, in mijn eigen gelijk, maar het lukt niet meer om elkaar te vinden. Ik word, nou, tot tien minuutjes van tevoren blijven de appjes en de mailtjes en de LinkedIn berichten, want dat is tegenwoordig ook al een sociaal mediaplatform, blijven de berichten komen, we doen een beroep op je om dit of dat. En de ene met hartstocht, ga voor project A, en de ander met hartstocht, vergeet niet de belangen van project B.
Dus het is echt zo diep gepolariseerd, dat we het heel erg lastig vinden nu met z’n allen. Ik vind het ook lastig, zeg ik u, om hier met elkaar een open en een goed gesprek te voeren. Het is niet alleen maar een polarisatie in deze raad, het zit in de stad, het zit in de ambtelijke organisatie, het zit ook in mijn fractie. Ik kan hier niet spreken met één mond, met vier zetels, want ook mijn fractie. We hebben daar elke dag bijna via de app en via de mail, en 's avonds tot laat via Teams, hebben we daar lang overleg over. En tegelijkertijd, we moeten er nu uitkomen. Dat is mijn tweede woord, besluit. Ik krijg van alle kanten oproepen, ook uit het culturele veld, wat jullie ook doen, desnoods een, hoe heet het ook alweer, je moet de knoop doorhakken met elkaar, een Salomons besluit, en kiezen is verliezen. Er zijn ook verliezers bij dit besluit, wat we ook gaan nemen. En dat is heel vervelend. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Dank u wel, voorzitter. Via u de vraag aan de heer Schuring of de opstelling van het college in deze niet heel erg heeft bijgedragen aan die polarisering die u nou zojuist benoemt. De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Dat weet ik niet.
Ik denk dat het college, de portefeuillehouder ook echt naar eer en geweten heeft gezocht om naar een beste oplossing te kiezen, voor de beste oplossing te gaan, binnen de gegeven financiële kaders. Daar mag het college … U moet dat college daar zelf maar op bevragen, ik heb daar geen oordeel over. Als u het goed vindt, vind ik, dan ga ik verder met mijn andere woorden. Cultuur is mijn derde woord in dit, waar we nu een besluit over moeten nemen. Want cultuur is meer dan Burgerweeshuis, is meer dan Schouwburg. Het hele culturele veld is in het geding bij de afwegingen die we vanavond moeten maken. Ik krijg uit het brede culturele veld, of het nou Theaterschip, of Deventer Verhaal, of de winter, of … Van alle kanten blijven de berichtjes ook komen, alsjeblieft, hou rekening met het hele culturele veld, want vergeet niet, het hele culturele veld heeft ambities. Allemaal hebben ze ambities om vooruit te gaan. En het hele culturele veld is, met een aantal uitzonderingen daar, zeker, een paar uitzonderingen te na, kijkt Spaans benauwd naar het debat wat we vanavond voeren. Hemel, als daar een discussie uitkomt waardoor de financiële begroting, de cultuurbegroting, zwaar onder druk komt te staan, dan kijken ze er allemaal naar met grote … Daar zijn ze doodsbang voor, dat het consequenties heeft voor anderen.
En dat is iets, daar kunnen we … Ik zie een aantal van u nee knikken, maar we hebben niet hier in deze raad, in deze samenstelling, de gave om geld bij elkaar te toveren, extra geld uit het economie, of uit het gebied… Dus wensdenken hoopt ons extra geld op te leveren, maar mijn fractie, die daar verdeeld in is, ikzelf in elk geval, verwacht niet dat we extra geld kunnen vinden om nog grote consequenties die we kunnen krijgen, te kunnen financieren. En daarmee kom ik op mijn derde woord, voorzitter, mijn vierde woord, sorry, amendement. De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen, even op dit derde woord.
23
De heer Van der Meulen: Dank u wel. U heeft het over, u spreekt namens een aantal organisaties uit het culturele veld. Ik heb ongelooflijk veel ingezonden brieven gezien deze afgelopen week. Maar de organisaties die u nu noemt, die ken ik niet. Dus het is heel moeilijk om die bron dan ook te verifiëren. Dat is vraag één. En mijn tweede vraag is, die is hiervoor ook al aan de orde gekomen, zijn we niet te beperkt in ons denken als het gaat om cultuurbegroting? Ik ken u als een progressief man die ook graag meer wil, ook voor cultuur, maar ook verder kijkt naar economie. Maar bijvoorbeeld ook jongerenwerk, vastgoed, gebiedsontwikkeling, et cetera. Dus mijn vraag is, waarom kijkt u zo beperkt naar alleen dat ene cultuurpotje? De heer Schuring: Ach … De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Dank u, voorzitter. Mijnheer Van der Meulen, of nee, via de voorzitter, ik zou het bij elkaar willen dromen en willen wensen, al dat geld wat nodig is om de ambities in de cultuurbegroting te realiseren. Maar ik kan niet toveren, ik moet ook kijken naar wat de cultuurbegroting is, en waar deze raad toe bereid is om extra geld bij elkaar te brengen. En ja, dan moet ik ook rekening houden met realiteitszin. En u zegt, ja, u noemt bronnen die we niet kunnen verifiëren.
Dat is ook het hele lastige in dit hele dossier; er zijn een aantal uitgesproken partijen, en ik bewonder ook hun uitgesprokenheid en de hartstocht en de passie waarmee ze naar voren brengen, en hun zorgen naar voren brengen, om het belang waar zij voor staan als organisatie, voor de poppodium functie of de Schouwburg, of wat ook, dat dat met zoveel enthousiasme over de bühne wordt gebracht. Dat vind ik bewonderenswaardig en ook heel goed dat ze dat doen. Tegelijkertijd horen we ook een heleboel signalen die niet zo actief naar buiten zijn gegaan. En dan kan ik roepen, doe dat. Maar goed, er zijn ook, elke partij heeft z’n overwegingen om zijn eigen strategie te kiezen, wie ze wel en niet gaan beïnvloeden. Daar heb ik geen invloed op. Maar ik merk het wel en u merkt het ook, dit horen we allemaal. Ik ben hier niet de enige in, die tot 's avonds laat wordt bedolven met appjes en mailtjes en et cetera. Amendement. Er is ook heel veel kritiek, heel veel opmerkingen en vragen en zorgen over het raadsvoorstel, zoals het er nu voorligt. Een aantal zijn al over tafel gegaan. Is het nou wel handig om een taakstellend budget, want er zijn nog zoveel onzekerheden? Is het wel handig? Weten we wel dit goed genoeg? Weten we wel dat goed genoeg? En een hoop van die vragen en die zorgen herken ik.
Gaat dat wel lukken, meervoudig gebruik van die locatie, waarin je meerdere geluidsproducerende activiteiten wel kan programmeren, als daar lek is tussen, door de muren het geluid heen lekt, zeg ik maar even simpel? Kan het wel, als je achter, aan de achterkant van het gebouw niet je vrachtwagen kan lossen en laden voor de verschillende functies tegelijkertijd? Allemaal dat soort vragen. En ik vind het heel erg logisch dat die allemaal worden gesteld. En daar moet ook een gedegen antwoord op komen, want anders zitten we met een probleem, dat we voor iets kiezen wat niet blijkt te werken. Dat is ook de essentie van het amendement wat we hebben ingediend. En ik maak mijn grote excuses voor het feit dat die pas vandaag om zes uur, ongeveer half zeven in het RIS is gezet. Ik vraag begrip van u allen dat dat niet voor niks heel veel tijd kost en pas op een laat moment met een amendement in het RIS te komen, omdat dat heel veel afstemming vraagt met iedereen, hoe formuleer je het, zus en zo? Want ik vind het belangrijk dat er dus een besluit wordt genomen, een besluit moeten we vanavond nemen. We hebben echt niet meer het idee dat het nog gaat helpen om nog drie maanden te zoeken naar andere oplossingen. We moeten nu een besluit nemen, kiezen is soms ook verliezen. Het kan ook niet zo zijn, the winner takes all, dat is ook een beetje het dilemma waar we in zitten.
Al gunnen we die winnaar alles, we moeten het hiermee doen. Ik zal straks bij de toelichting op het amendement meer vertellen over vragen die u daar mogelijk over heeft. Voorzitter, tot zover de uiteenzetting van … De voorzitter: Dank u wel. De heer Schuring: Niet voorbereid, van D66. De voorzitter: Wacht even, u krijgt nog een vraag van de heer Van der Meulen.
24
De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. U wil nog een toelichting geven op het amendement, of mag ik een vraag stellen over het amendement? De voorzitter: Dat komt straks. We gaan straks het amendement van de heer Schuring behandelen. De heer Van der Meulen: Oké, nou dan heb ik even … De heer Schuring: We zitten in mijn beleving nog met de algemene beschouwing met, waar we voor staan. De heer Van der Meulen: Oké, nou prima, dan … De heer Schuring: Op uw verzoek, overigens. De heer Van der Meulen: Uiteraard, ja. Dan heb ik een algemene vraag, dan hou ik hem even algemeen. Ik heb nog even, de heer Muilerman noemde het, dat het mijn hobby was om raadstafels terug te kijken. Nou gelukkig niet, ik doe dat heel efficiënt, ik kijk gewoon naar het transcript. Maar, in dit geval was het, en dan zoek ik op uw naam en dan kom ik dat vanzelf wel tegen, dus wees gerust voor de volgende keer. Maar wat mij, hier was het, bij D66 was het vrij makkelijk, want ik hoefde alleen maar de website te bekijken. En dan zie ik in januari staan, D66 gaat voor plan Burgerhaven, en in februari nóg een keer. Wat is er gebeurd in die afgelopen tijd? Want dat is wel een enorm … U had vorige keer een pleidooi voor plan A, plan B. En nu stapt u heel makkelijk af van plan A. De voorzitter: De heer Schuring.
De heer Schuring: Heel makkelijk was het, nee, mijnheer Van der Meulen, absoluut niet gemakkelijk. Dit is een enorme worsteling, en met grote buikpijn. Het stond … Ik heb het niet alleen een jaar geleden gezegd, maar op de website staat het. Het staat in ons verkiezingsprogramma, dat is vorige week ook al genoteerd. En sterker nog, ik heb daar zelf actief aan geschreven, aan het verkiezingsprogramma, zal u niet verbazen. Ik zag, en er zijn nog zoveel, er zijn in principe inderdaad veel mogelijkheden voor het poppodium op het Haveneiland. Ik herinner me nog dat ik directie van het Burgerweeshuis op gewezen heb, ga eens kijken op dat Haveneiland, bijzondere plek, scherpe randjes, zou kunnen passen, et cetera. Daar ligt nu een doorwrocht en een gepassioneerd, mooi project ligt er voor. En tegelijkertijd zei ik en sprak ik met de woorden die ik u allemaal zei. En dat is buitengewoon lastig, mijnheer Van der Meulen. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Schuring net een fantastisch pleidooi houden voor Burgerhaven. Ja, daar word ik wel enthousiast van. En ik zou de heer Schuring toch willen oproepen, laat u zich niet verleiden tot een valse keuze. Want dat is het. Je hoeft niet te kiezen tussen plan A of plan B, want het is, u kunt plan A kiezen en dan nog een ander plan maken voor die burger, voor de Schouwburg.
Dat kan gewoon, daar hebben we ook een amendement voor gemaakt. Steun dat, ga dat onderzoeken. Voor twintig miljoen moet je ontzettend veel kunnen doen in die huidige Schouwburg. En laten we ons niet voor het blok zetten door een plan wat gewoon slecht onderbouwd is, waarvan er allemaal gaten in vallen, wat geen draagvlak heeft bij één van de belangrijkste partners, het Burgerweeshuis, wat dat in dat plan een plek moet krijgen. De voorzitter: Wat is precies de vraag? De heer Schuring: Het is meer een oproep dan een vraag. De voorzitter: Het is meer een …
25
De heer De Niet: Een oproep of u daar nog eens over na wil denken. Als u zo, zelf zo overtuigd bent dat het een goed plan is, waarom gaat u daar dan niet voor? Waarom laat u zich dan dwingen door uw coalitiepartner, door het college, tot een valse keuze? De voorzitter: De heer Schuring. De heer Schuring: Mijnheer De Niet, u stelt de vragen die wij tot gisteravond ook nog in de fractie met elkaar, dit soort discussies hebben wij met elkaar steeds. Dus dat zijn hele lastige gesprekken, kunt u zich bij voorstellen. Ja, we zijn ook geweest, we hebben meerdere keren bij de heer Van den Hove … Het is een gigantisch complex wat daar staat, als je alleen al de Schouwburg functie, twintig, heeft al twintig miljoen nodig om alleen die Schouwburg functie in dat megacomplex in te richten. En dan staat de helft van het pand nog leeg, en ga daar maar wat voor verzinnen. En ik wil absoluut niet het beeld neerzetten, absoluut niet, want dat wordt ook wel geframed, het Burgerweeshuis moet het probleem van de Schouwburg oplossen. Nee, het moet een volwaardig, moet die popfunctie en die nachtfunctie moet echt grondig worden bekeken, al dat het erin past. Dat is het oproep ook van het amendement, onder andere.
En als we over enige tijd constateren, niet verkijkend, kan het inderdaad niet, maar hoe kan het wel? En als we daar dan nog steeds uitkomen, het kan alleen als het zeventig miljoen gaat kosten, ja, dan hebben we een nieuw probleem. Of als het echt blijkt, het kan niet, want die geluidslekken zijn niet op te lossen, of wat dan ook, dan hebben we een nieuw vraagstuk. Maar op dit moment, gegeven het financiële kader, komen wij verdeeld tot deze, tot dit amendement. Dank u. De voorzitter: Dat amendement, komen we straks nog … De heer Schuring: Ja. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ik werd even getriggerd door wat de heer Schuring zei over dat we, als het dan straks zeventig miljoen wordt, dan hebben we een probleem. Dan hebben we inderdaad een gigantisch probleem. Het zou me niet verbazen als het die kant op gaat. En dan hebben we ook het probleem, dat wordt alle, dus door onze partner, zeg maar, het Burgerweeshuis, hebben we dan … We hebben echt iets stuk gemaakt dan. Dat is ook het probleem wat je niet zomaar meer terugkrijgt. Dus de keuze die u maakt, leidt ook tot iets stuk maken. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Voorzitter, dank u wel. Ik wou graag even reageren op de inspraak van de heer De Niet. Die zegt dat je voor twintig miljoen heel veel kan doen in die Schouwburg.
Alleen beseft de heer De Niet, zegt dan ook wel dat je dat pand dan niet meer kan verduurzamen. En ook voor de hele invulling ga je gewoon met dat geld niet redden. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij hebben we dat gewoon nog onvoldoende onderzocht. We hebben een vrij dun plan liggen, en we moeten daar gewoon met open, open naar gaan kijken. En we zitten ons nu alleen maar vast te denken rond dat vastgoed probleem. Dus, laten we dat gewoon eens serieus onderzoeken, en dat is precies wat het amendement, wat we samen met de heer Van der Meulen hebben ingediend, beoogt. Laten we dat met een open blik gaan bekijken. De voorzitter: Oké. Wie kan ik vervolgens het woord geven? De heer De Kok, ga uw gang.
26
De heer De Kok: Dank u, voorzitter. Mijn voorganger had vier woorden opgeschreven, ik heb vier zinnen opgeschreven, dus ik ga er ook niet te veel dingen herhalen die vanavond al gezegd zijn. Wat ik wel wil aangeven is, wat we ook de vorige keer hebben gezegd, dat het ons heel erg verbaast, is dat het plan wat nu door het college wordt gepresenteerd, dat dat niet is afgestemd met de sector waar het eigenlijk om gaat. Dat vinden wij wel een echt, een cruciale factor in dit, in deze discussie. We snappen dat het een initiatiefase is, maar we vinden het heel raar dat we nu een plan wat al ver gevorderd is, maar waar het Burgerweeshuis zelf achter staat, dat het moet worden afgeschoten met een plan wat nog maar gedeeltelijk klaar is, en waar nog van alles aan ontwikkeld moet worden. En, wat zoals meerdere mensen ook al hebben aangegeven vanavond, ook een stuk duurder zal gaan worden dan wat nu begroot is. We vinden het gewoon een, ik zal het netjes houden, we vinden het gewoon een heel slecht plan. Ik heb het vorige week ook gezegd, twee in één wordt geen. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Kok. Wie vervolgens? De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Het mag geen geheim zijn dat Deventer Belang al heel lang voorstander is van een zelfstandig Burgerweeshuis op een eigen locatie.
Zijn we kritisch geweest op de kosten in het verleden? Zeker, en dat zijn we nog steeds. En daarom zijn we ook beslist niet te spreken over ‘samen onder één dak’. Jarenlang is er toegewerkt naar een zelfstandig Burgerweeshuis, uiteindelijk getrechterd, het plan Burgerhaven. En ineens, vanuit de scheuren in de muren, vanuit de wandelgangen komt er een plan ‘samen onder één dak’, waar niemand om heeft gevraagd, waar niemand echt bij betrokken is geweest, die uiteindelijk betrokken partij wordt. Waar om één of andere reden met een soort van tunnelvisie richting de afgrond wordt geracet, van een afbraakplan. Waarom een afbraakplan? Het plan zit vol onzekerheden. Laten we gewoon één ding vooropstellen, 37,5 miljoen gaan we niet redden. Wat ook de hele sector zegt, wat iedereen zegt die er verstand van heeft, als je het poppodium samenvoegt in een gebouw met de Schouwburg, gaat het ten koste van de functie van het poppodium. Oftewel, die gaan slechter draaien, bijvoorbeeld door het sensitief programmeren. De inkomsten gaan omlaag en, zoals de wethouder zei, achter kloppen ze toch aan, dan krijgen ze meer subsidie, dus de structurele subsidies moeten omhoog. Dus aan het eind van de rit gaat het plan gewoon vele malen duurder worden dan het goed doordachte plan wat er al wél lag. En daarnaast, zoals ik al zei, die hele sector die geeft aan, dit kan niet, dit werkt niet.
Letterlijk alle poppodia zeggen dat. Alle specialisten die nu werken in het Burgerweeshuis, alle partners die er werken, die geven allemaal aan, dit werkt niet. Alleen, het probleem is, als we het voorstel aannemen zoals het er nu ligt, verbranden we alle schepen achter ons. Want dit voorstel geeft gewoon duidelijk aan, de projecten die er lagen, waaronder Burgerhaven en de Nieuwe Keizer, die worden geschrapt. Dus wat nou als we die volgende fase inderdaad gaan ontdekken, wat gaat gebeuren dat het echt niet kan? Wat alle experts al zeggen. Wat gaan we dan doen? Dus om nog meer vertraging en nog meer ellende te voorkomen, moeten we gewoon stoppen met dit plan. En vandaar dat wij superenthousiast zijn over het geweldige amendement wat net is voorgelezen door mijn collega, de heer Van der Meulen. En ik wil graag nog even afsluiten met een kort citaat, wat eigenlijk wel weergeeft wat er is. Ik citeer uit andermans werk, ‘experts uit de sector classificeren het collegeplan ‘onder één dak’ als onhaalbaar, onderbegroot en schadelijk voor de pop-, dance-, jongerencultuur, wat negatieve gevolgen heeft voor ons vestigingsklimaat en de groei van de stad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan de heer Van den Nieuwenhof, ga uw gang. De heer Van den Nieuwenhof: Dank u wel, voorzitter. Vanavond gaan we dan eindelijk, na meer dan een decennia, een keuze maken.
Eigenlijk moet het iets moois zijn, iets triomfantelijks, iets dat je denkt, nou, hè, hè, eindelijk. Als ik vanavond alle insprekers hoor en de emotie zie, en alle inspraken hoor en alle appjes, wat mijnheer Schuring ook zei, dan denk ik bij mezelf, ja, hoe komt dat dan? Hebben wij dan als raad zitten slapen, hebben wij het gewoon niet goed gedaan? Hoe hadden we het anders moeten doen? Nou ja, voor mij, DeventerNU, is het zo, popcultuur verdient een eigen plek, dat staat ook boven bij het amendement. Nou, ik denk, dat is waar wij voor staan, Deventer NU, het belangrijkste thema. En ik moest even denken aan alle commotie die we vanavond hebben gehad, aan dat nummer van Toontje Lager, ik heb stiekem met je gedanst, ik hoop dat je het leuk vond. Nou, ik denk eigenlijk dat het Burgerweeshuis de afgelopen periode helemaal niet leuk vond. Maar dat is toch wel
27
een opmerkelijk iets, dat ze nu zeggen, weet je wat, het plan wat nu voorligt, daar kunnen wij onze handtekening niet achter, neerzetten. En dat vind ik eigenlijk een heel mooi iets, en dat heb ik vorige week ook gezegd, dat getuigt van rentmeesterschap, dat je niet zegt, ja, en straks weer aan het infuus moet van de gemeente. Wat ik mooi vond vorige week was de emoties van D66. En een emotie die hij toonde, nou, dat gaf mij wel iets, dat triggerde mij. En ik dacht, was nou de emoties, ik denk, zeker oprecht. Of was er misschien de conclusie dat D66 zegt, na zolang in hun partijprogramma en op de site staat het ook, Burgerhaven voor en achter, dat nu waarschijnlijk de conclusie is dat we nooit meer naar Burgerhaven gaan. En dat daardoor misschien de emoties in één keer naar boven komen, dat zou natuurlijk kunnen. Maar ja, we kunnen er vanavond ook een andere draai aan geven, zodat we wel met het Burgerweeshuis kunnen gaan dansen. Dus mijn oproep is … Ja, zonder bitterballen, met bitterballen, is wat anders. Maar toch, de planning, akoestiek, één directeur of twee directeuren, sensitief programmeren hebben we het vorige week ook over gehad, ook een heel gedoe. Ik geef het je te kennen, wat voor keuze we vanavond moeten maken, maar ik wens iedereen en elke fractie wijsheid en ja, als je dan ‘ja’ zegt, dan sta je daarvoor, en dan moet je ook rekenschap afnemen.
Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Nieuwenhof. Mevrouw Eekhuis, ga uw gang. Mevrouw Eekhuis: Dank u wel, voorzitter. De fractie van de PvdA heeft hier van begin af aan heel … Nou, laat ik beginnen bij het begin. Het Burgerweeshuis gaat ons uiteraard aan het hart, dat moge iedereen duidelijk zijn. Dat hebben wij door de historie heen wel bewezen. Dat het Burgerweeshuis waardevol is, heeft de historie ook bewezen. En dat alle mensen die daaraan bijgedragen hebben, om het Burgerweeshuis te laten zijn tot wat het nu is, dat wij die daarmee op waarde schatten, dat wil ik hier graag gezegd hebben, dus bij deze. U heeft vorige week mijn uitspraken gehoord, daar twijfel ik niet aan, zo langzamerhand. En daarop aanvullend zeg ik wat ik ook gister op de genoemde ledenvergadering heb gezegd, dat de fractie dit van begin af aan ontzettend geworsteld heeft met alle stukken die er ligt. Het is een heel complex dossier. En de fractie is het eens over dat wat voorligt. Dat betekent niet dat de fractie ook tot een eenduidige stem komt, wij zullen verdeeld stemmen. Dit is van begin af aan bij de fractie ook duidelijk geweest.
Wij hebben ook van begin af aan duidelijk uitgewisseld dat wij hier naar eer en geweten, ieder voor zich en allen tezamen, en dan heb ik het over de fractie, en ik ga ervan uit dat iedereen dat in de raad doet, zoals ik net ook al aangaf, dat ieder voor zich en allen tezamen naar eer en geweten handelen en zó tot een goede afweging komen. En zo hebben wij van het begin af aan ook geworsteld met dit stuk. Wij zullen dus verdeeld stemmen. En dat is het eigenlijk, voorzitter, wat betreft mijn eigen bijdrage. De voorzitter: Dank u wel. De heer Kaya heeft een vraag voor u. Mijnheer Kaya, ga uw gang De heer Kaya: Voorzitter, ik was best wel benieuwd wat de ledenvergadering van de PvdA heeft gezegd richting jullie. Kan je daar een tipje van de sluier aan ons misschien doorgeven? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: De ledenvergadering was een bijeenkomst om met informatie te wisselen, dat was het doel. En wat daar gezegd is, is wat ik eigenlijk, niks anders als wat ik nu ook zeg, wat ik beschrijf, is een hele grote worsteling. En de leden die daar gister zijn gekomen, die hebben uiteraard gepleit voor aandacht voor het onderwerp. En we hebben dus informatie gewisseld over hoe we dit allemaal gewikt en gewogen hebben, en we hebben onze worsteling beschreven. En ik denk dat dat voor nu hier genoeg is. De voorzitter: Uitstekend. Ja, nog één keer.
De heer Kaya: Ik begrijp die worsteling, want ik heb het vermoeden dat die worsteling ook ligt aan de coalitiepartijen die elkaar willen vasthouden en niet willen loslaten. En dat je ook als partij een bepaald belang hebt, namelijk het belang van de burgers, maar ook van het Burgerhaven of het Burgerweeshuis. En ik krijg steeds de indruk van mevrouw Eekhuis dat het gaat om de centen, maar niet om de cultuursector. Dus kan mevrouw
28
Eekhuis daar misschien wat over vertellen, of in ieder geval over zeggen dat ze niet alleen om de centen druk maken, maar ook heel graag de cultuursector willen gaan behouden? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Voorzitter, ik ben niet verantwoordelijk voor aannames. En ik denk ook niet dat ik dat tot nu toe heb gezegd. Ik wil best nog een keer toelichten dat wij, gebaseerd op de gegevens die hier voor ons liggen, hebben besloten als fractie dat dit besluitrijp is. En wij hebben ook besloten als fractie dat we in beide gevallen, de beide, de voors en de tegens, het met hart en ziel voor de cultuursector en ook voor het Burgerweeshuis doet. Dit is niet een keuze geweest op geld alleen. Geld is randvoorwaardelijk, uiteraard. Een ieder die zegt dat geld er niet toe doet, die … Nou, daar moeten we dan een andere keer nog maar eens een keer een goed gesprek over hebben. Maar uiteraard doet geld het ertoe, maar de inhoud is leidend. En de inhoud is wat ons betreft, zeggen wij, beide kanten, zowel de voor- als de tegenstanders, dat het Burgerweeshuis, de één dus in de podiumkunsten goed terecht kan, en de ander zegt, toch liever naar het Burgerhaven. Dat is geen geldkeuze. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter.
Ik ben nog even benieuwd, wat ook al in de raadstafels naar voren is gekomen, dat de zorgen die er zijn over de haalbaarheid, of het überhaupt wel kan, die werden niet ontkend. Maar als ik naar het plan kijk, zoals het nu voorligt, zoals ik al zei, we gaan onze schepen achter ons verbranden, we gooien het kind met het badwater weg en we gaan de eerdere plannen, Burgerhaven en de Nieuwe Keizer, gaan we schrappen. Als we dan in die volgende fase erachter komen dat het echt niet kan, wat u in de raadstafel ook al aangaf, ja, dat kan gebeuren, wat dan? Wat gaan we dan doen? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Voorzitter, dank u wel. Wij denken uiteraard dat het kan. En waarom? Wij, een bepaalde, waarom wij onderling, heb ik het nu even over, in de fractie een verschillende afweging maken, is omdat wij de verschillende risico's, de voor- en tegenargumenten anders wegen. Dat is één. Twee, wij denken dus wel degelijk dat het goed komt. We hebben natuurlijk een hele grote zorg, die is ook gister bij ons weer uitgesproken, en die zullen wij, die delen wij. Natuurlijk is het een hele grote zorg als je hoort hoe het Burgerweeshuis hierin zit, dat heb ik de vorige keer ook uitgesproken. Maar wij denken dat het een haalbaar plan is. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter.
Misschien ben ik niet helemaal duidelijk, zal ik de vraag iets anders stellen. Bent u het niet met me eens, dat zolang die zorgen er zijn, het misschien verstandig is om op z’n minst niet het plan Burgerhaven te killen? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Voorzitter, ik heb net aangegeven dat wij voor podiumkunsten zullen stemmen. En dat is inclusief, althans een deel van onze fractie uiteraard, dat is inclusief het stukje, zoals het nu in het raadsbesluit staat. Uiteindelijk, nee, daar hou ik het gewoon bij. Het is wat het is. Wij hebben ons af, wij hebben onze argumenten gewogen en wij zijn tot een verdeling uitgekomen, die helaas betekent dat wij verdeeld moeten stemmen, maar wij zijn het onderling eens over die verdeling. De voorzitter: De heer, nee, mevrouw Schmidt was aan de beurt. Ga uw gang.
29
Mevrouw Schmidt: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, met uw goedvinden nog even door op het punt van verdeeld stemmen. Heel prettig dat u een grote fractie heeft en dat u die keus kan maken. En die keus kunt u vandaag ook maken, omdat de VVD fractie met vier zetels het voorstel van het college zal gaan steunen. Dat geeft u de ruimte om in ieder geval minimaal met twee mensen verdeeld te kunnen stemmen. De vraag is, wat had u gedaan op moment dat u die ruimte niet had gehad? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis, een als/dan vraag. Mevrouw Eekhuis: Een als/dan vraag. Voorzitter, wij hebben altijd van het begin af aan duidelijk gemaakt, en het ook zo geuit voor een ieder die dat aan ons vroeg, dat wij de inhoudelijke afweging maken. En die vrijheid hebben we onszelf ook inderdaad gegeven. Dat gaat over de stukken en dat gaat verder nergens anders over. Dat is stap twee. Dus als u zegt, ik heb een luxe, wij hebben een luxe, omdat we met meerdere mensen stemmen. Ja, zo hebben wij dat niet ervaren. Wij hebben hier hele moeilijke gesprekken over gevoerd. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt: Dank u wel, voorzitter. Aanvullend dan? Dan kom ik toch weer terug op het feit dat er vier stemmen vrijvallen, die meestemmen met het college. En dan kom ik toch weer terug op mijn vraag.
Als u die luxepositie van de VVD niet had gehad, had u dan het voortbestaan van de coalitie op het spel gezet door ook verdeeld te stemmen? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Voorzitter, ik vind dit een wonderlijke vraag aan mij over hoe het gaat, hoe de VVD stemt. Hoe de VVD stemt, dat bepalen zij, en ik verwacht ook niet anders. Ik heb zelf ook net aangegeven dat wij inhoudelijk op de stukken onze eigen stemverdeling hebben bepaald. De voorzitter: Uitstekend, dat lijkt me voldoende. De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Ik zou mevrouw Eekhuis willen vragen, vorige week zei u … U heeft mooie woorden over het Burgerweeshuis gezegd, maar vervolgens gaat u als fractie verdeeld stemmen. Ik neem aan dat mevrouw Eekhuis in ieder geval voor gaat stemmen. U heeft, geeft daarmee een cadeau aan het Burgerweeshuis, wat ze absoluut niet hoeven, waarvan ze hebben gezegd, wij gaan niet meewerken. Hoe, en daarop heeft u vorige week gezegd, mevrouw Eekhuis heeft vorige week gezegd, dan moet het bestuur maar opzij stappen. Hoe kijkt u daar tegenaan, tegen wat u toen heeft gezegd? Staat u daar nog steeds achter? En op welke manier kan ‘samen onder één dak’ een succes worden als het Burgerweeshuis niet meewerkt? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Mevrouw Eekhuis geeft geen cadeau.
En ik heb vorige keer ook heel duidelijk uitgesproken dat ik niks anders dan respect heb voor hoe het Burgerweeshuis al die jaren heeft gewerkt en is geworden zoals hij nu is, inclusief alle medewerkers, van de werkvloer tot de directeur. Mevrouw Eekhuis heeft aangegeven dat ze onaangenaam verrast was dat men deze conclusie verbond, en zoals men dat op dinsdagavond zei, waar u ook was, mijnheer De Niet, dat het duidelijk werd geformuleerd als, de brief zoals we die allemaal hebben kunnen lezen, in het RIS staat, maar daar duidelijk werd geformuleerd, en dan wachten we tot alles kapot is. Dan nemen we, nee, dat is niet letterlijk het woord wat is gebruikt. Maar wel, dan nemen we afscheid van iedereen. Dan zitten we deze tijd die er nu het Burgerweeshuis nog rest, nemen we, om van alles en iedereen, netwerk, vrijwilligers, bezoekers enzovoort, afscheid te nemen. Door die toevoeging, en volgens mij heb ik dat vorige keer ook uitgelegd, daardoor was ik onaangenaam verrast.
30
De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter, dank u wel. Want mijn vraag aan mevrouw Eekhuis is, of ze daar nou onaangenaam verrast, maar kunt u zich verplaatsen in het Burgerweeshuis en begrijpen dat ze die keus maken, door het traject wat we de afgelopen tijd, en zeker afgelopen halfjaar hebben doorlopen? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Volgens mij heb ik dat vorige week ook gezegd, maar dat wil ik graag nog een keer zeggen. Ja, natuurlijk kan ik begrijpen dat men als geheel moet concluderen, dit kan echt niet. Daar ben ik een andere mening, maar we hebben het nu over het Burgerweeshuis. Dit kan echt niet, op geen enkele, mogelijke manier. Dat men daar consequenties aan moet verbinden, dat snap ik. Maar wat ik niet snapte, en dat heb ik toen gezegd en dat herhaal ik nu ook weer, dat men … Ik had dan verwacht dat je zegt, oké, dit is dus niet, wij kunnen dit niet, dit proces verder niet ingaan. Als dat dan nodig is, dan zou, dacht ik in mijn hoofd, zou de conclusie dan zijn geweest, dan doe ik maar een stap opzij, want ik kan dit niet, maar misschien een ander wel. Ik heb vorige keer ook gezegd, en niks ten nadele van wie dan ook, met alle respect voor alle ervaring, kennis, en wat er nu staat, maar niemand is onmisbaar. De heer De Niet: Nog één ding, mijnheer de voorzitter. De voorzitter: De heer De Niet, in laatste instantie.
De heer De Niet: Ik mis, de vraag is, nog één keer, want u geeft een heel uitgebreid antwoord, hebben wij als gemeente hier fouten gemaakt in dit proces? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Deze vraag, oké, hebben wij als gemeente hier fouten gemaakt? Volgens mij hebben wij daar het beste, nou, met alle mogelijke inzet geprobeerd om tot een goede oplossing te komen voor het hele sector, en zijn er inderdaad moties ingediend om daarbij aan mee te helpen. En uiteindelijk, we hebben, er is gezegd, we laten ons verrassen, uiteindelijk is daarmee, met alle inzet van organisatie en raadsleden, is daarmee een optie op tafel gekomen die ons inderdaad, althans voor een deel van onze fractie, heeft verrast in positieve zin. De heer De Niet: Nee, ik … De voorzitter: We gaan door. Dan de heer Van den Nieuwenhof. De heer Van den Nieuwenhof: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht even dat ik in het casino zit; alles op rood zetten, maar met getallen, cijfer, gooien, maar toe maar. Voelt u zich geïntimideerd door de houding van het Burgerweeshuis, dat ze nu zeggen, nee? Dat u nu moet zeggen, ja of nee, in het verhaal. De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. De heer Van den Nieuwenhof: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Het korte antwoord, voorzitter, is nee, daar voel ik me niet door geïntimideerd.
Het geeft alleen, ik denk bij iedereen, een punt van, we willen hier zo graag uitkomen en hoe dan verder? Maar geïntimideerd? Hoezo? De voorzitter: De heer Van den Nieuwenhof.
31
De heer Van den Nieuwenhof: Dank u wel, voorzitter. Er waren raadsleden die zich wel geïntimideerd voelden, en die hebben dat ook uitgesproken. Maar andere vraag, ik zat even bij jullie op de site te kijken, en daar zie ik alleen maar lofzang, als Partij van de Arbeid willen we, fractie, willen we zo snel mogelijk verhuizen naar het Burgerweeshuis, naar het Haveneiland. Ik dacht even, hebt u de socials helemaal voor elkaar? Volgens heeft u de socials nog niet voor elkaar, dus ik zou dat even doen, als ik u was, want dan kan u meteen uw standpunt kenbaar maken en dan kan iedereen lezen hoe de Partij van de Arbeid in het hele voorstel staat. Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Eekhuis: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Lees het verhaal dan ook even uit, en dan ziet u waar we geëindigd zijn. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Niemand is onmisbaar en misschien kun je een plooibaarder bestuur vinden, ik weet dat niet. Maar zijn al die vrijwilligers ook niet onmisbaar? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: U kunt het willen interpreteren zoals u het wil, maar ik heb vorige keer gezegd, mijn vader heeft me altijd gezegd, het kerkhof ligt vol met onmisbare mensen. En dat betekent, niks doet dat af aan de waarde die een mens toevoegt, helemaal niet en helemaal nooit.
Maar dat is niet waar ik dit, in welk verband ik dit zei. Ik heb net heel duidelijk uitgelegd hoe ik het bedoelde. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Voorzitter, misschien nogmaals, al die vrijwilligers die ook zeggen, als dit doorgaat, dan is het voor ons klaar. Dat is dan prima? De voorzitter: Mevrouw Eekhuis. Mevrouw Eekhuis: Wij hebben onze afweging gemaakt met in het achterhoofd dit, we willen het beste voor het Burgerweeshuis. Dus nee, natuurlijk is dat niet prima. De inzet is van meet af aan geweest, door vooruit brengen van het Burgerweeshuis. De voorzitter: Oké. Dan gaan we naar de fractie van de VVD. De heer Zuijdam: Voorzitter, nog voordat ik een woord gezegd heb, is de naam VVD al heel vaak gevallen, waarvoor dank. En ik kan u ook allen vertellen wat de heer Schuring ook zei, de appjes en de berichten gingen tot 's avonds laat door; ik had gisterochtend om kwart over zes de eerste. Ons standpunt is altijd helder en onveranderd geweest. En naast de financiële afwegingen, waarvan wij echt denken dat het verstandiger is om te kiezen voor een locatie op de Keizerstraat, denken wij ook echt, je kan geen twee panden gaan verduurzamen, dat red je domweg niet.
Vorige week hebben we ook al aangegeven, wij zien veel nadelen op de plek van Burgerhaven, zoals dat het OV nauwelijks aanwezig is, woningbouw op die plek bijna onmogelijk gemaakt gaat worden en ook, zoals in de beantwoording van onze technische vragen is weergegeven, dat een energievoorziening eigenlijk niet gegarandeerd kan worden. Op de plek van, op de Keizerstraat, daar is het OV en parkeergarage aanwezig. Wij zijn ook overtuigd dat het een toegevoegde waarde heeft voor de binnenstad,
32
voor de horeca, voor de retail. Maar we zijn ook overtuigd dat het gewoon echt een mooie locatie is, centraal, tussen het station en gewoon de binnenstad, en de horeca. En dat geeft één grote verbinding. Ik wil nog even reageren op het amendement van de heer Vermeulen, van GroenLinks. In de toelichting wordt aangegeven dat verschillende partijen van mening zijn dat locatie Burgerhaven garanties geeft voor een succesvol vervolg. En mijn vraag is, of vragen zijn, is dat ook op wonen, en ook op de rest van de cultuursector? En daar zou ik graag antwoord op willen. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel, voorzitter. Het eerste deel verstond ik niet. Op wonen? Kunt u dan de vraag nog een keer, want anders snap ik hem niet. De heer Zuijdam: Nou, u geeft aan dat de locatie Burgerhaven garanties geeft voor een succesvol vervolg. De heer Van der Meulen: Ja. De heer Zuijdam: Maar op moment dat daar Burgerhaven gevestigd zal zijn, zien wij als VVD dat wonen, vanwege geluidsoverlast, moeilijk gaat worden. Hoe staat u daarin? De heer Van der Meulen: Oké. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Dank u wel, nou snap ik hem helemaal.
De VVD heeft volgens mij ook een half jaar geleden mede een amendement of motie ondersteund, waar wij zeggen, Burgerhaven is aanjager voor gebiedsontwikkeling, en om ontwikkelingen in de omgeving die dat bemoeilijken, om dat tegen te gaan. U zegt dat u vreest voor geluidsoverlast, dat hebben we zelf in de hand. Dit is nou typisch een risico waar we als raad zelf over gaan. En daar gelden afstanden voor, en die zijn daar makkelijk aan te houden. Dus wonen is totaal geen probleem daar. En u doelt waarschijnlijk dan op Roto Smeets wat daar, het terrein Roto Smeets, Duckstad. Die afstanden zijn gewoon prima haalbaar, zeker met het amendement wat we hebben aangenomen. Dus dat risico hebben we als raad zelf in de hand. De geluidsoverlast daarentegen bij pand Keizerstraat, want daar gaat u ten volle voor, dat is een ander vraagstuk. Want je bouwt een poppodium, of je propt eigenlijk een poppodium in een pand wat daar niet voor geschikt is. En er liggen woningen klem naast. Er is een geluidsonderzoek, daar komt nog een amendement over dat het nog moet worden her- of overgedaan, of herbevestigd. Dat is daar een groot probleem, niet alleen inpandig, maar ook de uitgangen, publiek op straat. Dus om kort antwoord te geven op uw vraag, totaal geen probleem. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Zal ik eerst op die vraag, en er dan het antwoord geven.
Want ik had ook nog een tweede vraag, hoe denkt u wat het vervolg zou zijn voor de rest van de cultuursector? In de tekeningen staat aangegeven dat er een uitgang zal komen aan de zijde van het station, daar zitten geen woningen. We hebben in, anderhalf jaar geleden hebben wij samen met PvdA … De heer De Niet: Voorzitter? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Misschien had de heer Zuijdam toch even bij het Burgerweeshuis ook langs moeten gaan vorige week dinsdag. We werden daar niet gefêteerd, zoals door de horeca waar de VVD wél bij was. Maar
33
wij werden daar gewoon geïnformeerd over de problemen die het Burgerweeshuis heeft met deze locatie. En die nachtuitgang, die theoretische nachtuitgang die daar is getekend, is één van die grote problemen. Dus die nachtuitgang kan daar helemaal niet. Als u er vorige week was geweest en zich goed had laten informeren, dan had u dat geweten. De voorzitter: Waarvan acte. De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: We hebben, een tijd geleden hebben wij aangegeven, samen met de PvdA en D66, dat wij heel graag woningen willen toestaan op het gebied, op de Sint Olafstaat, daar hebben we als raad ook voorgestemd. Dus je kunt zeggen, met Duckstad zal het geen problemen geven, dat klopt, want die meters kloppen ook. Maar op moment dat je in dat havengebied wil bouwen, zal dat niet kunnen. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Zoals ik net aangaf, hebben we dat als raad zelf in de hand. Er is nog geen bestemmingsplan voor vastgesteld, dat kunnen we nog bijsturen. Het amendement of motie waarop u doelt, die heeft een veel ruimer gebied, en daarbinnen zijn nog allerlei mogelijkheden denkbaar. Dus laten we daar niet te veel in detail over in gaan, op ingaan. Het is mogelijk, we kunnen, hebben dat zelf in de hand. En datzelfde geldt op uw tweede vraag, de rest van de cultuursector. Wij gaan als raad, als hoogste orgaan, over het budget, we hebben voor alles budgetrechten.
Op het moment dat wij de cultuurbegroting willen ophogen, of we zeggen, dit halen we uit gebiedsontwikkeling, wat voor Burgerhaven een fantastisch mooi plan zou zijn, daar gaan wij als raad over. Geld is het probleem niet. De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Dan ben ik toch benieuwd waar uw amendement blijft, en voorstellen voor dat geld te regelen. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Geld? Het amendement wat er nu ligt, daar kunt u rustig voor stemmen. Dat is, dat past binnen de kosten die er nu zijn, dat valt binnen het collegevoorstel. De gevolgen voor de cultuursector in zijn algemeenheid, dat is stap twee, dat moeten we met z’n allen regelen. Maar als we dat met z’n allen willen, dan kunnen we het ook. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik zou toch de heer Zuijdam erop willen wijzen dat er ook nog andere spelers zijn in het hele verhaal, zoals BRUT, Stroom, maar ook commerciële partijen, niet-gesubsidieerde partijen. En die geven eigenlijk allemaal aan, hé, we staan helemaal niet ingetekend op de plannen. En als ze er staan ingetekend, passen ze er helemaal niet in. En die hebben eigenlijk ook aangegeven, als het plan doorgaat, dan vertrekken wij. En dat zijn wel partijen die bijvoorbeeld extra subsidie vanuit de provincie binnenhalen.
En ook las ik vandaag nog ergens, weer ruim drie ton aan geld wat wordt verdeeld vanuit de Stedendriehoek. Vindt de VVD dat niet zonde, dat we zulke bedrijven met young professionals wegjagen? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Ik zal eerlijk toegeven dat ik met die twee partijen niet gesproken heb. Maar waar ik wél mee gesproken heb, is met ons meest toonaangevende architect van Deventer. En die zegt dat het kan. De voorzitter: De heer Kamphuis.
34
De heer Kamphuis: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Sinds wanneer is een architect een expert op het gebied van popmuziek, of überhaupt een maker van muziek, of heeft hij verstand van het uitbaten van een poppodium? De voorzitter: De heer Zuijdam. De heer Zuijdam: Uw vraag was dat er geen plek zou zijn. En die architect kijkt gewoon naar volumes. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Mijnheer de voorzitter, op de tekeningen staan ze gewoon niet ingetekend. En misschien komt er een magische volgende fase dat het allemaal aan bod komt, en dat we dan er echt achter komen dat het niet past. Maar ze staan gewoon niet ingetekend, dus prachtig dat een architect dat zegt. De voorzitter: De heer Zuijdam, ten slotte. De heer Zuijdam: Ze zijn niet ingetekend, ten eerste omdat wij geen subsidie verstrekken aan deze partijen. En ze zijn ook niet ingetekend, omdat ze dat zelf niet wouden in eerste instantie. De heer Kamphuis: Mijnheer de voorzitter, ik zie heel veel nee geschud om me heen. En er zijn ook partijen bij die wel subsidie krijgen, die ook niet of amper staan ingetekend, die bijvoorbeeld werken met commercieel vertrouwelijke informatie, die niet door anderen gezien mag worden. En die hebben nu een flexwerkplek ergens aan een bartafel, boven in het gebouw. De voorzitter: Goed, zullen we teruggaan naar de hoofdlijn? Ik ben het even kwijt. De heer Van der Meulen.