CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie schriftelijk verslag

Raadsvergadering 29 november 2023, gemeente Deventer23.689 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Pas begin dit jaar is gebleken uit onder andere beantwoording van schriftelijke vragen, maar ook uit een eigen raadsmededeling, dat dat eigenlijk het doel was van het college. Terwijl de raad toch een andere kant op wilde gaan. Dus misschien is daar iets misgegaan vanuit het college, door te focussen op burgerberaad als middel om RES-doelen te verwezenlijken.

17 De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Ja. De aanbeveling was ook van Bureau Buhrs, zet echt serieuze participatie in. Het college heeft toen gekozen voor het meest zware participatiemodel, wat wij konden vinden, een burgerberaad. Het burgerberaad zou nooit kunnen leiden tot een windmolenproject, maar het college zag toen een burgerberaad als een belangrijk middel, om weer een gezonde discussie basis te hebben, voor het voeren van gesprekken over windenergie. Want die gezonde basis lag er toen niet. Die relaties in de samenleving waren niet zodanig, dat we met elkaar weer eventjes gelijk weer plan B over windmolens konden zeggen. De hoop van het college was, dat een burgerberaad over energietransitie kon leiden tot weer een gezonde frisse start, op het gebied van het waarmaken van onze windambities. Daar heeft de raad van gezegd, nou, dat zien wij toch anders. En dat is prima. Daardoor heeft u 25 januari gezegd, we willen een ander plan. En dat andere plan heeft het college toen een paar maanden later, bij u neergelegd. De voorzitter: De heer Akdemir. Ja, we gaan nu even, ja, ik heb wel mijnheer Akdemir hier al een tijd staan. Kleine vraag nog en dan gaan we door. Ja? De heer Van der Meulen: Nee, heb ik het goed gehoord, dat het college net … Ja, sorry, mijnheer Akdemir, dit zijn de spelregels.

Heb ik het nu goed gehoord, dat u net zegt van, het college had voor ogen om het burgerberaad te laten gaan over windenergie? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Nee. Het college had voor ogen, om het burgerberaad te laten gaan over de brede energietransitie. Het was, wat het college voorgelegd had aan de raad, was niet een uitgewerkt plan van aanpak. Het was ook geen raadsvoorstel, het was een raadsmededeling. Met de gedachte van het college, was volgens mij één A4’tje, zo zien we het voor ons, hier zou het over kunnen gaan. Om in een vroegtijdig stadium naar de raad te gaan, met een niet-uitgewerkt voorstel van, jongens, wat vinden jullie hier nou van? Wat wij niet wilden doen, is het helemaal uitwerken tot een concreet plan van aanpak projectvoorstel en dat dan pas naar de raad brengen. Dus de vragen die u nu heel specifiek stelt, dat waren ook vragen, die het college had en zou kunnen hebben. Namelijk, hoe diep kan het precies gaan over wind? Is bijvoorbeeld de RES-bod, is dat wel of niet een kader voor het burgerberaad? Nou, wij vonden van wel. Het kan ook zijn, dat de raad zegt, het hoeft niet een kader te zijn, want de burgerberaad mag zelf weten, waar ze het over hebben. Dat waren vragen, die wij met een raadsmededeling bij u neergelegd hadden van, kunnen wij het daarover hebben? Nou, zei de raad, we kunnen het er zeker over hebben.

We hebben het er een aantal keren over gehad en u ging niet mee in dat idee. En de prec… Er lag geen plan van aanpak of raadsvoorstel waar gedetailleerd antwoord was op al uw vragen over burgerberaad, want wij waren als college toen ook zoekende. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, het lijkt niet bepaald mijn avond te zijn vanavond. Maar desalniettemin, ik ben in ieder geval blij met deze, dit pellatiedebat. Want het bevestigt mijn beeld eigenlijk, dat het probleem zit bij de provincie. En ik zal toelichten, waarom. Als ik de tijdlijn zo bekijk, dan is het college in mei naar de raad gekomen. Na de verkiezingen zijn de spelregels voor de eerste keer eenzijdig veranderd. Ik hoor de wethouder spreken over, dat er gesprekken zijn geweest, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. Daarbij zou ik ook de vraag willen stellen, zijn er ook gespreksverslagen van? Verder, na het reces hebben we weer met elkaar verder moeten beraden en dan om uiteindelijk, eindelijk het beslissing te nemen, om een zoekgebied vast te stellen. En dan een dag later in de krant te lezen, dat de provincie wederom de spelregels eenzijdig heeft veranderd. Dat is de bevestiging. En volgens mij, zouden de pijlen rechtstreeks naar de provincie moeten gericht worden. De voorzitter: Wethouder Walder.

18 De heer Walder: Duidelijk. Er zit een vraag in, die zal ik beantwoorden. De politieke oordelen, die legt de heer Akdemir in het midden van de raad. De vraag ging over gespreksverslagen, die er geweest zijn in de bestuurlijke overleggen, zijn die openbaar? Antwoord is, ja. 9 november is een cruciaal gesprek geweest, waar de wethouder van Rijssen-Holten en ik met de gedeputeerden zijn gaan praten, over het A1-zoekgebied. Van dat overleg is een verslag gemaakt en die is nog niet klaar. Ik heb in de werksessie met de raad geloof ik, ook toegezegd, dat op moment dat dat verslag openbaar gemaakt wordt, dat u dat ook zult krijgen. De provincie heeft tegenwoordig de gewoonte en ik moedig dat ook van harte aan, om alle bestuurlijke gespreksverslagen sowieso openbaar op een website te zetten. Zodat alle besluitvorming en bestuurlijke contacten rondom wind, allemaal gewoon transparant inzichtelijk er zijn. Niet alleen voor u als raad, maar ook voor onze inwoners. Het gespreksverslag is opgesteld en is niet gereed nog, het is nog niet gepubliceerd. Als dat zo is, dan krijgt u dat. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, voorzitter, de opmerking van mijnheer Akdemir over de provincie, die ondersteun ik volledig. Want er is geen touw aan vast te knopen, op dit moment. Maar dan even terug naar het proces, wat wij zelf hebben gelopen.

U komt nu verschillende keren terug op het moment, dat duidelijk werd dat een burgerberaad in tijd niet haalbaar zou zijn. En u zegt dan vervolgens, de raad heeft vervolgens heel veel tijd genomen om te besluiten. Maar wij zijn vlak nadat dat besluit is genomen, hebben we informeel en formeel met u van gedachten gewisseld over het feit, dat een burgerberaad in tijd niet zou kunnen. Omdat we toen ook nog niet wisten, mevrouw Scholthof, dat de provincie met het uitstel zou komen, hebben wij u aangedrongen op, kom met een apart participatieproces voor de RES, voor de windmolens. En dat heeft u niet gedaan. Waarom heeft u dat niet gedaan, waarom heeft u dat naast zich neergelegd? Die uitgesproken … De voorzitter: Wilt u spreken via de voorzitter? Mevrouw Schmidt-Versteeg: Sorry, voorzitter. Via u, waarom heeft de wethouder op dat moment geen gehoor gegeven aan die brede wens, die in de raad leefde om naast het proces van het burgerberaad, een separaat participatieproces voor de RES te gaan lopen in Deventer? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Na de beëindiging van de discussie over burgerberaad, dat was 25 januari 2023, zijn we gelijk aan de slag gegaan als college, om te komen tot een nieuw participatieplan. Daarvoor hebben wij, dat ziet u in de periode februari, maart, april, meerdere raadsmededelingen, werksessie geweest.

En zijn we gekomen tot het voorstel, raadsvoorstel Regie op wind, waarin zit participatie en waarin zit toetsingskader. Dat was ons plan B, naar aanleiding van het niet doorgaan van het spoor burgerberaad. De voorzitter: Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Maar waarvoor, sorry, voorzitter. Waarom heeft de wethouder er zolang mee gewacht? Waarom bent u niet gelijk, nadat dit brede signaal vanuit de raad gekomen is, waarom bent u toen niet gelijk gestart? Waarom heeft u zo lang gewacht? En waarom heeft … De voorzitter: Via de voorzitter. Mevrouw Schmidt-Versteeg: En heeft u toen ook niet aan de provincie gevraagd, via de voorzitter, sorry. Waarom heeft de wethouder toen ook niet bij de provincie aangegeven, dit wordt erg lastig in Deventer, want een burgerberaad heeft een te lange doorlooptijd. Hoe zit dat? De voorzitter: Wethouder Walder.

19 De heer Walder: Er is niet gewacht. Er waren twee momenten, als het gaat om de deadline van de provincie. Rondom de discussie burgerberaad heb ik toen in die discussie burgerberaad aangegeven, als we met elkaar dit spoor willen bewandelen, ga ik met de provincie in gesprek om te praten over de deadline. Als het nodig is, die te verschuiven. Nou, dat heeft nooit zover hoeven komen, want het voorstel werd niet omarmd. En de tweede keer, dat wij met de provincie in gesprek zijn geweest over de deadline, was slechts een paar maanden later al. Dat is, dat wij in juni formeel uitstel hebben gevraagd, van de deadline bij de provincie. Dat was al langer ambtelijk voorgekookt hoor. Maar we hebben officieel eind juno, 23 juni was dat, een brief naar de provincie gestuurd met het verzoek, een half jaar uitstel van de deadline. Daarop is mondeling van de provincie reactie gekomen, dat het verlenen van dit uitstel, akkoord is. Dus ook toen is uitstel geregeld en we hebben het ook nog eens een keer netjes teruggekoppeld, naar de gemeenteraad. De voorzitter: De heer Donkers. Mevrouw Scholthof, sorry. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij is de grote game changer geweest, de aardverschuiving met de provinciale verkiezingen, toen BoerBurgerBeweging echt aan de macht kwam.

In het coalitieakkoord dat toen verscheen op 3 juli, het Overijsselse coalitieakkoord, nou, daar staan wat tegenstrijdige dingen hè. We willen ? We willen noaberschap in het bestuur brengen, luisteren en verbinden en perspectief van inwoners centraal stellen. Dat vind ik nu wat cru, om te lezen. Maar wat denk ik van belang is voor dit dossier, is dat toen wel in het coalitieakkoord werd aangegeven, we willen geen zonnepark op landbouwgrond en we willen als provincie actief sturen, op een groot aantal clusters van windturbines. Dus we voelden hem natuurlijk al wel een beetje aankomen, de vraag was, wanneer. Hoe dacht het college daar op dat manier, op die manier over, was het een optie om te denken, ons RES-bod wordt misschien ja, gewoon wordt, misschien wordt daar wel een streep doorgezet? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Ja, zeker. Er zijn twee cruciale momenten geweest de afgelopen tijd in de provinciale besluitvorming, die het speelveld voor ons veranderd hebben. De ene was de motie Grip op wind van 22 juni en de andere was 11 oktober, het voorbereidingsbesluit Zon. Nou, laat ik even beginnen bij de eerste, chronologisch, Grip op wind. Nou, mevrouw Scholthof vat de motie goed samen. Een verandering van regels en inzichten rondom, hoe gaan we om met windenergie? Bijvoorbeeld, de clustereis. Dat is gewoon nieuw provinciaal beleid.

We waren bezorgd over, wat doet dat dan met onze gemeentelijke regie? De reactie daarop is, dat wij heel kort op die 22 juni contact hebben opgenomen met de provincie, om in een telefoongesprek bevestigd, herbevestigd te krijgen, dat dit niet het raadsvoorstel in gevaar brengt. Het raadsvoorstel, wat zij gewoon kennen. Het raadsvoorstel, waarvan de provincie ook uitgenodigd is bij de informatiebijeenkomsten. Dus we hebben daar bevestigd gekregen van de provincie, dat wij nog steeds op het goede spoor zitten. Dat we nog steeds op de lijn zitten, om regie te houden. We hebben daar ook schriftelijk richting hen, dat bevestigd, dat wij, zij ook hebben aangegeven, dat de provincie niet de regie overneemt. Dat was onze risicobeheersmaatregel, daardoor waren wij gerustgesteld. Het is ook besproken aan mijn tafel. Op basis daarvan, hebben wij ook weer richting de gemeenteraad teruggekoppeld. Dat is dan geweest 7 september, waarin we ook samenvatten ondanks alle bewegingen, we kunnen gewoon door. Het originele doel van het voorstel is niet in gevaar, want dat heeft de provincie zo bevestigd. Dus wij hebben daar op die manier op gehandeld. Het besluit van 11 oktober, het voorbereidingsbesluit Zon. Ja, op dat moment is gelijk duidelijk, dat wij ons RES-bod niet meer kunnen realiseren op de manier, zoals u als raad die heeft vastgesteld.

Die zeventig procent wind, die was nou ja, de ochtend na 11 oktober, wat ook de ochtend was, nadat u het besluit genomen heeft. Daarvan was gelijk duidelijk, ons RES-bod gaat het dus niet meer worden op deze manier. En dat hebben wij toen ook, hebben we het met elkaar gelijk over gehad. Binnen een week lagen er al, lag er al een motie vanuit de raad, er waren politieke lijntjes gelegd, ambtelijke lijnen gelegd, brieven gestuurd. Dat was het, inderdaad het moment waarop je denkt van, nou, Zon gaat het in ieder geval niet worden. Vervolgens 9 november horen wij dan mondeling van de gedeputeerde, dat onze windopgave verdubbeld wordt. En dat is dan het moment waarop je helemaal denkt, nou, dan houdt het een beetje op, voor wat betreft onze regie.

20 De voorzitter: Mijnheer Donkers. De heer Donkers: Ja, om daarop door te gaan. Er was dus vóór 9 november om het toch duidelijk te hebben, geen enkel signaal van op ambtelijk niveau, op bestuurlijk niveau, dat er sprake zou zijn van een veranderende, van een veranderde windopgave voor Deventer? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Dat klopt, wat de heer Donkers zegt. Wij hadden die vrees wel, daarom zijn we ook in overleg gegaan met de provincie. Er is ons door de provincie ook meermaals toegezegd, te komen waar wij om vroegen, maak nou van die totale windopgave en die clustergebieden, maak een onderverdeling. Laat dan zien aan ons als gemeenten, hoeveel windmolens er per clustergebied moeten landen. Die informatie is niet gekomen, toen wij het vroegen. Toen wij vroegen, wanneer die dan wel komt, is er een deadline genoemd, die ook niet gehaald is. Dat antwoord kwam uiteindelijk pas 9 november, toen wethouder Beens van Rijssen-Holten en ik aan de Luttenbergstraat in Zwolle, zaten te praten met de gedeputeerde. Dat is het moment, waarop wij voor het eerst te horen kregen, de windopgave voor Deventer wordt verdubbeld. Overigens, is die ook nog steeds niet zwart op wit, van de provincie naar ons toe gecommuniceerd. De voorzitter: Wethouder, sorry, de heer Donkers. De heer Donkers: Ja, allereerst aansluitend op de woorden van mevrouw Scholthof.

Want het is natuurlijk inderdaad dan een slecht verhaal, als je het akkoord leest, het provinciaal akkoord, het coalitieakkoord, dat dit dan een samenwerking is met medeoverheden. Daar nog wel een vraag over. Gaat het college hier nog over in gesprek? Komt er een vervolg? Want ik kan me voorstellen, dat ook de mensen waar we het vanavond over hebben, benieuwd zijn naar een uitspraak van de gedeputeerde. Is de wethouder bereid, om het college van GS daartoe op te roepen, om in gesprek te gaan? Die participatie over te nemen, die wij niet meer kunnen doen, want wij zijn geen bevoegd gezag meer. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Zeker, want er lopen goede contacten. Bedoel, op moment, dat wij ze ambtelijk bellen, nemen ze meestal op. En als ik ze bestuurlijk bel, nemen ze op. Dus er zijn prima bestuurlijke contacten, wij hebben die uitwisseling onderling. Er zijn contacten geweest onder andere over, hoe je als overheden met elkaar omgaat. Overleg geweest telefonisch tussen onze burgemeester, de commissaris van de Koning. Er is overleg geweest in het RES West-Overijssel verband, met alle wethouders Energie en de gedeputeerde. Goede open gesprekken, die we met elkaar voeren. Waar de gedeputeerde ook probeert, er het beste van te maken, zal ik maar even zeggen.

Er is contact geweest, kleinschalig bestuurlijk, waar wethouder Beens en ik met de gedeputeerde gepraat hebben. Er is een gesprek geweest met de burgemeester en mij samen met de gedeputeerde. Dus die gesprekken lopen en die zijn er zeker. Daarin heeft de gedeputeerde ook aangegeven, bereid te zijn met de gemeenteraad in gesprek te gaan. Ik heb dat aanbod doorgegeven aan de gemeenteraad, tijdens de werksessie op 15 november. Daar heeft de gemeenteraad positief op gereageerd. Ik heb aan de gedeputeerde overgebracht van, ja, de raad gaat graag in gesprek en er wordt gezocht of is al gevonden, een datum, waarop er een ontmoeting kan plaatsvinden tussen de gemeenteraad en de gedeputeerde. Dus die uitgestoken hand aan de kant van de provincie, zijn er zeker. En ik hoor net uit betrouwbare bron, dat 20 december de gekozen datum is voor dit overleg. De voorzitter: Ik wou wel weer naar de vragen van de interpellatie gaan. Dus niet, we gaan nu niet vooruitblikken. De interpellatie is gericht op, hoe heeft het, de vraag die hier staat. Dus als we vooruit gaan blikken, dan moeten we een ander gesprek met elkaar gaan voeren en niet op dit moment. De heer Kleine Schaars.

21 De heer Kleine Schaars: Misschien mijnheer Van der Meulen, want die stond er net al. Die ging weer terug en dan … De voorzitter: Mijnheer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Oh, dank u wel, mijnheer Kleine Schaars. Ja, voorzitter, ik had toch nog even een vraag inderdaad terugkijkend, aan de wethouder. En reflecterend, want dat heeft hij eerder wel gedaan en nou eigenlijk ook aangegeven, ja, misschien hadden we een andere keuze kunnen maken. Toch nog even iets concreter van, is het niet een verkeerde gok geweest van het college, om het burgerberaad als instrument in te zetten? Dat is nu terugkijkend, maar ook wel met de kennis van Bureau Buhrs en de sessie, die in de raad is geweest. Die heb ik ook nog even teruggekeken. Dat we daar en de heer Kleine Schaars, die begon daar eigenlijk mee van, het is niet een geschikt instrument. Dus misschien kunt u daar toch nog even op reflecteren, of dat niet een gemiste kans is geweest? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Ja, de vraag is, was het burgerberaad wel of niet een geschikt instrument? Zoals de heer Van der Meulen weet, de gemeenteraad heeft altijd gelijk, want die is het hoogste orgaan. De gemeenteraad heeft geconcludeerd, dat het burgerberaad op dat moment, op die manier niet het juiste instrument was. Daarmee is dus besloten, dat het burgerberaad niet op dat moment, het juiste instrument was.

De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja. Maar mijn vraag was aan het college van, heeft u als college niet een verkeerde gok genomen, verkeerd gegokt op het burgerberaad als instrument? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Nou, we staan, wij staan en stonden, nog steeds achter dit voorstel. Echter, die heeft het niet gehaald. De voorzitter: Oké, helder. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Nou, ik begrijp mijnheer Van der Meulen wel een beetje, maar goed. Mijn vraag er even terug, want waar ging deze interpellatie over? Deze interpellatie ging over het doorlopen proces, voorzitter. Ik hoorde mijnheer De Niet toen straks al zeggen, waar was dan het plan B? Dat plan B was er niet. Maar zou het college kunnen reflecteren op de volgende vraag, daar ben ik heel erg benieuwd naar. Op welk moment heeft het college, ons de rode vlag laten zien? Op dat moment moet je een besluit nemen, anders gaat de regie naar de provincie, bent u als raad niet meer aan zet. Waar en op welk moment, is dat ons medegedeeld? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Probeer de vraag te begrijpen. U doelt op een waarschuwing van het college, waarin de gemeenteraad wordt aangegeven, u moet een besluit nemen, want anders verliezen wij de regie.

Dat hebben wij aangegeven, tijdens het volledige debat rondom het raadsvoorstel Regie op wind, van het begin tot het eind. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dan wil ik, voorzitter, de portefeuillehouder vragen, te specificeren wat hij dan het begin noemt en wat hij het eind noemt.

22 De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Het was altijd de ambitie geweest van het college, om zelf regie te houden op windenergie. Dat was ook bijvoorbeeld onderliggend rondom een voorstel van 2021 al, om een PlanMER te maken. Ook dat was onderdeel van de ambitie, om regie te houden op wind. Het is nog steeds onze ambitie, om regie te houden op wind en nog steeds de ambitie, om de windopgave op ons grondgebied vorm te kunnen geven. Alleen sinds 9 november, u vraagt naar een datum, is duidelijk geworden, dat dat definitief niet meer gaat lukken. Tot die tijd, hebben we altijd gezegd, wij kunnen regie houden, omdat de provincie ook ons dat verzekerd heeft. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Ik concludeer, dat ik geen antwoord krijg op mijn vraag. Ik heb namelijk en ik ben al heel lang woordvoerder op dit dossier, voorzitter. Ik heb nergens de finale datum gezien, dat wij een besluit hadden moeten nemen, omdat het dan anders uit de klauwen zou lopen. Dat is één. Dan gaat het over het regie houden. Ik vind de betoog van mevrouw Scholthof toen straks en van mijnheer Oğuzhan, van Akdemir ook heel mooi, dat we dan zeggen, goh, het is mis gegaan. Want bij de provinciale verkiezingen, daarna is het allemaal fout gegaan. Nee, het proces, daar ging dit interpellatiedebat over.

Het is, vanaf oktober 2021 heeft het college eigenlijk niet meer de regie gepakt. En vanaf dat moment, daar zit onze fout, voorzitter. Dat is even … De voorzitter: Dat is uw conclusie? De heer Kleine Schaars: Conclusie. De voorzitter: Ja, oké. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, volgens mij heeft de portefeuillehouder toegezegd, om alle gespreksverslagen met ons te delen. Ik vermoed, dat die informatie waar mijnheer Kleine Schaars naar op zoek is, in dat verslag is opgenomen. Dat is een vraag aan het college, klopt dat? En wilt u alsjeblieft, die zo snel mogelijk met mijnheer Kleine Schaars delen? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Als er een vastgesteld gespreksverslag is van het gesprek met de gedeputeerde van 9 november, dan wordt die gelijk ter beschikking gesteld aan de raad en bovendien ook openbaar gemaakt. Dus, ja. Of de heer Kleine Schaars daar antwoord op al zijn vragen in vindt, durf ik niet te beloven. De voorzitter: Dank u wel. Ik stel vast, dat we geen vragen meer hebben? Kunnen we daarmee, de heer Van den Nieuwenhof. Ga uw gang. De heer Van den Nieuwenhof: Ja, ik kan toch niet achterblijven? Zoveel gepraat vanavond. Wat ik eigenlijk heel erg mis in de reflectie van de wethouder. Wij hebben honderdvier insprekers gehad in 2021, met de GroenLinks wethouder mijnheer Verhaar. Nu hebben we in dit jaar ook weer vijftig insprekers.

Dat is, wat gaat u tegen de mensen, die hebben ingesproken en die nu eigenlijk dan de pisang zijn met uw zorgvuldig proces, wat gaat u tegen deze mensen vertellen nu? Wat gaat u daar nu aan doen, om toch te kunnen … De voorzitter: Wethouder. Wilt u via de voorzitter … De heer Van den Nieuwenhof: Ja, dank u wel. De heer Walder: Nou, wat we met deze mensen gaan doen, dat zijn we al bezig. Met deze mensen, insprekers, dorpsraden, belangengroepen, energiecorporaties hebben wij intensief en veelvuldig contact. Zij zijn ook

23 betrokken bij onze dilemma's, die er nu zijn. We hebben ook allemaal ze na gebeld over bijvoorbeeld, dat we in ieder geval het proces rondom het maken van een toetsingskader staken. We hebben ook met ze overlegd over ja, hoe gaan we nu met de situatie om? Wij weten het ook niet goed. We weten in ieder geval, dat onze regie ontnomen is. Het past ook niet bij ons, om dan gewoon te gaan zitten af te wachten, wat er gebeurt. Dus dat is onderwerp van gesprek. Om even aan te geven bijvoorbeeld ter illustratie, overmorgen ga ik met Deventer Wind weer zitten, om het ook te hebben over deze vraag, hoe gaan we dit samen doen? De voorzitter: Ik stel vast, dat het verder geen betrekking meer heeft op de vragen, die we, vooraf zijn gesteld. De heer … Ja, mevrouw Scholthof, ga uw gang. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, over regie zou ik graag nog, ik zou het graag zelf ook willen evalueren, als raad. Want wij zijn als raad het hoogste orgaan, wij geven het college opdracht. Dus op moment, dat wij vinden dat het college treuzelt, dan komen wij als raad met een initiatiefvoorstel. En als wij dat niet doen, dan, ja, dan kunnen we het college ook niet zoveel … Dus ik nou, ik ben ook wel benieuwd, want ik vind het wel goed om dit proces zo terug te zien. Ik zie ook graag de tijdlijn op papier, als dat mag, kan. Fijn als die naar de hele raad komt.

Ik zou het ook goed vinden, om het gewoon als raad in totaliteit te evalueren. De voorzitter: Daarvoor kunt u initiatief nemen. Maar we zullen in ieder geval zorgen dat, de tijdlijn kan gewoon schriftelijk aan u worden ter beschikking gesteld. Zullen we dat afspreken? En dat gaat naar de hele raad en wordt ook openbaar daarmee dan. Het is geen, gewoon een openbaar document. De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dat vinden we denk ik, met zijn allen heel fijn, dat het lekker transparant wordt en duidelijk en helder, te navolgen is voor iedereen. Voorzitter, ik zou graag tien minuten willen schorsen. De voorzitter: Uitstekend. Ik schors de vergadering tot tien voor half tien. Plaats weer in te nemen. Wij vervolgen het … De heer Kleine Schaars had gevraagd om een schorsing en heeft nu het woord. Mijnheer Kleine Schaars, ga uw gang. De heer Kleine Schaars: Dank u, voorzitter. Was een interessant interpellatiedebat. Ik ben ook heel erg blij, om de verschillende meningen van de andere fracties gehoord te hebben en hun overwegingen. Mijn fractie komt tot de conclusie, dat de reflectie van het college, mager is. Maar we moeten het er nu mee doen. En waarom zeg ik dat, mager? Ik ben ook blij, dat we nog een schriftelijke onderbouwing krijgen van sommige stukken. Daar zijn we erg blij mee.

Mogelijk dat dan ook de verslagen, die er toe doen van het bestuurlijk overleg met de provincie daarbij zitten, voor zover die er dan zijn. Want het, voor ons zit het niet, in die van 9 november, maar in de stukken daarvoor. We zijn ook heel blij, dat we gehoord hebben, dat de gedeputeerde 20 december komt. Wij denken, dat wij in dat gesprek met wat we nu gehoord hebben en 20 december, dan tot een goed verhaal zullen komen. Normaal gesproken, zou nu een motie van treurnis op zijn plek zijn geweest. Wij wachten het gesprek met de gedeputeerde af. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel voor uw toelichting, mijnheer Kleine Schaars. Daarmee ronden we dan ook de interpellatie af en gaan we verder naar de hamerstukken. Hamerstukken 1.

Herstel talud onderdoorgang Amstellaan

De voorzitter: We hebben zeven hamerstukken. Het eerste hamerstuk is de, Herstel talud onderdoorgang Amstellaan. Is er behoefte aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Kunt u zich allen vinden in het voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten.

24 2.

Aankoop woningbouwlocatie Bettinkdijk Loo

De voorzitter: Dan de Aankoop woningbouwlocatie Bettinkdjik Loo. Iemand voor een stemverklaring? Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Even schakelen. Ik heb nog even contact opgenomen met de werkgroep Wonen van Loo. Ze zijn heel erg verheugd, met deze tien tot twaalf woningen, met name voor jongeren en starters. Dus heel goed, dat het college hier echt die actieve rol neemt om te zorgen, dat jongeren daar kunnen blijven wonen. De voorzitter: En u gaat dus … Mevrouw Scholthof: Wij gaan voorstemmen, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat, fijn dat u dat nog even meldt. Dan, geen verdere stemverklaringen? Kunt u zich allen vinden, in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 3.

Strategische Veiligheidsagenda Deventer

De voorzitter: Dan de Strategische Veiligheidsagenda Deventer. Iemand het woord? De heer Van der Linde, ga uw gang. De heer Van der Linde: Dank u wel, voorzitter. CDA zal voorstemmen. Maar wij vinden, dat de rol en functie van de wijkagent erg onderbelicht wordt in dit stuk. Dit document spreekt over preventie, integrale opzet, jeugdzorg, samenwerking, informatie verzamelen. De wijkagent is naar onze mening daar cruciaal in. Die wordt niet één keer genoemd in het document en dat vinden we een gemiste kans. Maar we stemmen voor. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Schuring. De heer Schuring: Ja, dank u, voorzitter. Vanuit D66 vanzelfsprekend ook steun voor dit voorstel. Wij zullen de voorstellen bij de Voorjaarsnota afwachten om te kijken, hoe, welke aanvullende ruimte nodig is om alle ambities te realiseren. Wellicht kan ook het woord wijkagent, in die stukken genoemd worden. We wachten het af. De voorzitter: Dank u wel. Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 4.

Stedenbouwkundig Plan, Beeldkwaliteitplan en Grondexploitatie Van Hetenlocatie

De voorzitter: Dan Stedenbouwkundig Plan, Beeldkwaliteitsplan en Grondexploitatie voor de Van Hetenlocatie. Iemand die een stemverklaring wil afleggen? Dat is niet het geval. Kunt u zich vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. 5.

Ambitiedocument Zwaluwenburg

De voorzitter: Dan het Ambitiedocument Zwaluwenburg. Iemand die een stemverklaring wil afleggen? Niemand? Kunt u zich allen vinden in dit voorstel? Dat is geval. Dan heeft u aldus besloten. 6.

Wijziging Verordening fysieke leefomgeving i.v.m. de Omgevingswet

De voorzitter: Dan de Wijziging Verordening fysieke leefomgeving in verband met de Omgevingswet. Behoefte aan een stemverklaring? Niemand? Kunt u zich vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten.

25 7.

Speelbeleidsplan: spelen, bewegen en ontmoeten

De voorzitter: Dan het Speelbeleidsplan: spelen, bewegen en ontmoeten. Het spel is begonnen. Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Dank u wel, voorzitter. De PvdA zal instemmen met dit plan. We zijn blij met de toezegging van de wethouder in de tafels, om als, omdat het college zelf met een voorstel komt bij de Voorjaarsnota, om de ambities en de prachtige ambities, die er ook in staan mogelijk te maken. Mocht dit niet zo zijn, komt ook het college terug naar de raad, om te praten over het bijstellen van de ambities. Wij hopen, dat het mogelijk wordt. Maar nou, we gaan het zien. De voorzitter: Dat zeker, dank u wel. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. De fractie van Deventer Sociaal zal instemmen met het plan. Maar we willen de wethouder toch nog meegeven, om bij het besluit om speelplekjes eventueel weg te halen, extra aandacht te hebben voor de speelplekken, die zijn gerealiseerd bij WijDeventer met de inwoners van Deventer. Want het zou heel erg zijn, als die inzet teniet gedaan wordt en er speelplekken gaan verdwijnen, die er eigenlijk met veel moeite gekomen zijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schmidt. Mevrouw Zieverink. Mevrouw Zieverink: Dank, voorzitter. Onze fractie, Deventer Belang zal instemmen met dit mooie ambitiedocument van het concullege. Wij ondersteunen die ambities volledig.

Wij hebben alleen wel ernstige zorgen over het tekort, zoals dat nu in de plannen staat om de ambities uit te voeren. We zien uit naar het plan van het college, om hier invulling aan te geven en hier bronnen van financiën voor te gaan zoeken. We hopen, dat daar een out of the box-suggestie voor gaat komen, om hier invulling aan te geven. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zieverink. De heer Jansen. De heer Jansen: Ja, GroenLinks zal ook instemmen met het beleidskader. Wij zien ook uit naar het uitvoeringsplan, waarin uitvoering wordt gegeven aan de warme woorden bij de Raadstafel en ook in het beleidskader, voor vergroening van de schoolpleinen en voor de participatie door kinderen. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Wij zullen ook instemmen. Een beetje saaie verklaring, ik ga twee argumenten hergebruiken. Die van mevrouw Schmidt, dat wij ook ons zorgen maken over de speeltuinen, die door bewoners zijn gerealiseerd of zeer voldoende worden onderhouden. En toekomstige, die door Buurtverzet worden gerealiseerd. En ook de eerdere uit de zorg van ieder, of in hoeverre de ambities voldoende waar kunnen gemaakt worden, met de Voorjaarsnota. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen stemverklaringen? Kan ik concluderen, dat u zich allen kunt vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. Debatstukken 8.

Beleidskader Van Wieg naar Werk 2023-2026

De voorzitter: Gaan we over tot het enige debatstuk, dat we vandaag hebben. Dat is het Beleidskader van Wieg naar Werk 2023-2026. Er zijn twee amendementen ingediend, één 18+, 18-18+. Door de heer Van Wijk, die al naar voren komt. Komt u maar. En het amendement Inzet op Kansrijke Start. We gaan eerst naar het amendement 18-18+. Mijnheer Van Wijk, u heeft het woord.

26 De heer Van Wijk: Dank, voorzitter, voor het woord. Als eerste wil ik opmerken, dat dit amendement tot stand is gekomen door een raadsopvolger Jaap Terpstra, met als resultaat, dat dit amendement raadsbreed ingediend of mede ingediend wordt. Derhalve doe ik dan ook maar even geen opsomming, van alle partijen die mede ingediend hebben. Dat spreekt voor zich. Dan doe ik de toelichting. Als je achttien wordt, ga je van een pedagogisch en verzorgende omgeving vanuit school of Jeugdwet, opeens naar een situatie, waarin je zelf aan het stuur moet staan. In theorie sluiten de wetgeving op elkaar aan. In de praktijk zien we, dat sommige jongeren tussen wal en schip belanden. Ook in Deventer zien we daar de voorbeelden van. Niet in het minst bijvoorbeeld, de dakloze jongeren hier. Voorzitter, met het beleidskader Van Wieg naar Werk proberen we in Deventer met provincie te voorkomen, dat jongeren in de problemen komen. En daar waar het helaas nodig is, hen niet te laten vallen, maar te helpen met maatwerk voorzieningen. Dit zodat iedereen kan meedoen, hier in Deventer. Helaas is de overgang van acht, naar achttien jaar soms een oorzaak, waardoor zaken mis kunnen gaan. Met dit amendement 18-18+ willen we als een belangrijk doel en aandachtspunt toevoegen aan het beleidskader. Meer dan alleen de enkele opmerking van de overgang naar volwassenheid, in het concept beleidskader.

Tot slot, voorzitter. Door deze overgang naar achttien jaar prominent neer te zetten en als belangrijke doel of aandachtspunt neer te zetten, met ook de verbinding met aanvalsplan BUIG en de aandacht voor het convenant, denken we dat we met het nog te maken uitvoeringsplan en uitwerking in de praktijk, we meer jongeren niet zullen laten vallen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Wijk. Kunnen we direct naar de reactie van het college? Ja? Wethouder Duursma, ga uw gang. Mevrouw Duursma: Dank, voorzitter. Van Wieg naar Werk, een belangrijk beleidskader. Deze raad heeft altijd veel aandacht gehad, dat heb ik gemerkt sinds ik hier actief ben, voor de overgang en de kwetsbare jongeren. Dus ik vind het mooi, dat op deze manier extra aandacht wordt gevraagd, ook in het beleidsplan Van Wieg naar Werk. Het college kan deze, wil deze motie ondersteunen. Of amendementen ondersteunen, laat ik het goed zeggen. De voorzitter: Uitstekend. Prima. College kan zich vinden in het amendement. De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Ja, er rest mij niks toe te voegen hieraan. De voorzitter: Wij zien de stemming met belangstelling tegemoet. Dan gaan we het amendement Inzet op Kansrijke Start. De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter.

Dit amendement is voorbereid door mijn raadsopvolger mevrouw Nijman, die ook aardig heeft gelobbyd, maar helaas hebben we net niet helemaal een raads…of unaniem ingediend. Ik zal even de mede indieners wel noemen. Dat zijn Deventer Sociaal, GroenLinks, D66, Gemeentebelang, de SP, CDA, Deventer Belang, VVD. En die nog ontbreekt, is DeventerNU, die dient ook mee in. Het amendement is een aanvulling op het stuk Van Wieg naar Werk. En niet, omdat we niet al aan kansrijke start doen in Deventer, maar juist om te benadrukken, dat we dat programma vormgeven in Deventer. Dat willen we onderstrepen, want het staat er namelijk niet duidelijk genoeg in. Als raad willen we benadrukken, dat wat, dit wat ons betreft een prioriteit is binnen het beleid van Wieg naar Werk. Dat komt ook in de tekst naar voren. We vragen dus niet per se iets nieuws, maar de kansrijke start. Die eerste duizend dagen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een kind. En door het expliciet toe te voegen geeft het, staan we in, als raad in de gelegenheid om onze kaderstellende en controlerende taak, goed op te pakken. Want alles wat we hier opschrijven, krijgt uitwerking in het uitvoeringsplan. En daar gaan we uiteindelijk niet over. Dus je gaat alleen maar ter informatie in principe, naar de raad. De voorzitter: De heer Kaya. De heer Kaya: Ja, voorzitter.

Nu ik dit allemaal heb gehoord, dan wil ik graag ook mede indienen.

27 De voorzitter: Kansrijke start voor, voor de heer Kaya. Dan, even kijken. Ja, mevrouw Visser, ga uw gang. Mevrouw Visser: Ja, dank, voorzitter. Ja, ik zei vanmiddag tegen de heer De Niet, als wij de enige zijn, dan doen we ook wel mee. De voorzitter: Goed argument ook, ja. Mevrouw Visser: We zijn geloof ik, nog niet de enige. Maar mijn vraag aan de heer De Niet. De reden, dat wij ook niet mede indienen, was dat wij dit best wel een uitvoering vonden. En er komt nog een uitvoeringsplan en dit is een kader. Dus het voelde voor ons een beetje, alsof het één dingetje van een boodschappenlijstje was. Terwijl dat we wel onderstrepen, dat dit belangrijk is. Dus mijn vraag voor de heer De Niet was nog, waarom dit zo uitligt en deze ook nou, best wel uitvoering zo opschrijven in een beleidskader? De voorzitter: De vraag blijft. De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel. Nou, de, omdat het … Die, het programma Kansrijke Start gaat juist over die eerste duizend dagen, dat voeren we ook uit. Maar dat, het is belangrijk, omdat ook expliciet als raad en ieder geval wat ons betreft, aan te geven, dat we aan dit programma vasthouden. Dat is dus niet helemaal los te laten. Dus op zich, het is staand beleid. Maar het is gewoon ontzettend belangrijk, om dat als raad ook te onderstrepen, dat het heel belangrijk is dat dit blijft, blijft en dat we hiermee doorgaan.

Het zit ook al in de GALA, stond of de ISA, wat we, waar het vorige week over ging, stond hij er ook weer tussen. Maar het is ontzettend belangrijk om vanuit de raad te zeggen, wij staan hiervoor, hou dit vast. De voorzitter: Voldoende? Ja. Mevrouw Te Boekhorst. Mevrouw Te Boekhorst: Ja, dank, voorzitter. Geen vraag. Ik wil alleen even benoemen, dat mijn naam onder beide amendementen staat als mede indiener. Maar onze raadsopvolger Jolanda Hoornenborg hoort alle credits te krijgen. De voorzitter: Mooi. Dan gaan we naar wethouder Duursma, ga uw gang. Mevrouw Duursma: Dank u wel, voorzitter. Kansrijke Start is inderdaad een belangrijk programma. En ik vind het mooi, om dit te mogen uitvoeren hier in Deventer. Ik heb ook toegezegd in de Raadstafels, dat we met elkaar een bijeenkomst gaan organiseren om te laten zien, wat zijn we nu precies aan het doen? Ook omdat er op, in verschillende steden op verschillende wijze wordt gewerkt. Wat ons betreft, is dit amendement voor ons een heel mooie aanvulling, op het kader. De voorzitter: Uitstekend, weten wij voldoende. Dan stel ik voor, dat we overgaan tot stemming over de beide amendementen, daarna over het voorstel. We gaan stemmen over het amendement 18-18+. Is er behoefte aan een stemverklaring? We gaan stemmen. Vrees dat we even opnieuw gaan stemmen.

Moeten we opnieuw beginnen, Joke? Ik ga het anders doen, kennelijk is er in de techniek iets fout. Kan iedereen zich vinden in dit voorstel? Dat is het geval. Dan heeft u aldus besloten. Dan het amendement Kansrijke Start. Behoefte aan een stemverklaring? Niemand. Kunt u zich allen vinden in dat voorstel? Oh. Ja, maar goed, dan kunnen we het ook simpel maken. Of willen jullie graag met de knopjes werken? Tuurlijk, werken we met de knopjes. Tot mijn verrassing, heeft u allemaal ingestemd met dit voorstel.

28 Dan gaan we stemmen over het gewijzigde beleidskader van Wieg naar Werk. Behoefte aan een stemverklaring? Niemand? Dan gaan we over tot stemming. Zullen we dan bij acclamatie stemmen? Ja? Dan heeft u aldus … Ja? Ik begrijp dat ik, sprake is van adhesiebetuiging over het tempo. Moties vreemd aan de orde De voorzitter: Dan gaan we naar het laatste agendapunt, dat zijn twee moties vreemd. Eén over kernenergie en één over de verkiezingsborden. De laatste motie zal door de heer Donkers worden voorgezeten, want dat is mijn portefeuille. 9.

Motie Vreemd: Onderzoek potentie kernenergie (DB-VVD)

De voorzitter: Dus ik ga nog even de motie kernenergie behandelen en daarna draag ik de vergadering over aan de heer Donkers. De heer Kamphuis heeft het woord. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Heel spannend, mijn eerste motie. Ik vind het ook een sympathieke motie. Maar misschien ben ik de enige, dat zullen we merken. Ja, ik sta hier voor jullie voor de motie over onderzoek naar de potentie van kernenergie, ingediend samen met de VVD en als mede indieners Gemeentebelang, DeventerNU en DENK. Waarom sta ik hier? Binnen de energietransitie kijken we met name nu naar wind en zon. En in potentie is kernenergie ook iets, waar we naar kunnen kijken. Helemaal omdat er veel ontwikkelingen plaatsvinden op dat gebied. Waaronder bijvoorbeeld de small modular reactors, die ook kans hebben in andere gebieden dan aan grote waterlichamen, zoals we tot nu toe gewend zijn. Het is denk ik belangrijk, dat we ons hierover op tijd laten informeren. Niet alleen en ook niet in de minste plaats, omdat om ons heen ook al veel spelers ermee beginnen. Er zijn diverse provincies, die serieus naar kenenergie kijken. Bijvoorbeeld de provincies Drenthe, Gelderland en Limburg. Maar ook Gedeputeerde Staten Overijssel gaat hier serieus onderzoek naar doen, aan de hand van een aangehouden motie over het versnellen, van het bouwen van small modular reactors in Overijssel.

In Twente zijn er ook gemeentes, die hier al serieus naar gekeken hebben en het op hebben genomen in hun beleid. Het lijkt mij daarom verstandig, dat wij ook zorgen, dat wij niet achter de feiten aanlopen. En ons als gemeente op tijd laten informeren, over de kansen en mogelijkheden en ook onmogelijkheden van kernenergie opwekking in Deventer. Dank u wel. De voorzitter: Uitstekend. Dank u, mijnheer Kamphuis. Reactie vanuit de raad, heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. En dank u wel, heer Kamphuis, voor uw fantastische eerste bijdrage van de motie. Sympathiek. Ik vind hem vooral, ja, ik zou hem stralend willen noemen. Het gaat over een stralend onderwerp. En nou, het zal u waarschijnlijk ook niet verbazen, dat wij wat anders denken over kernenergie, dan u. Maar laten we niet de discussie over kernenergie hebben. Laten we de discussie hebben over deze techniek, die u voorstelt. Ook met name, over de wijze waarop u het in verband brengt, met het RES-bod voor 2030. Want eigenlijk wat deze motie vraagt is een, ja, af, soort afleidingsmanoeuvre voor een hele urgente kwestie, namelijk het versnellen van de energietransitie. U doet voorkomen alsof dat kan, als wij aansluiten bij het onderzoek naar SMR. U verwijst ook naar, sorry, voor de, voorzitter, voor de lange intro, maar … De voorzitter: U mag hem ook op mij richten dan.

De heer Van der Meulen: Ja, exact. De, u verwijst naar het provinciale, de heer Kamphuis verwijst naar het provinciale beleid. Daar hebben we natuurlijk ook even naar gegoogeld. En vorig jaar is er een onderzoek verschenen, waarin de heer Turkenburg en dat is toch een vooraanstaand man op het gebied van kernenergie, ook een conclusie heeft getrokken ten aanzien van de SMR. Die ga ik even voorlezen en dan vraag ik u, vraag ik de heer Kamphuis, om daarop te reageren. Bovenstaande, na een lange onderbouwing leidt tot de conclusie, dat bewezen SMR’s in ons land waarschijnlijk pas na 2045, een bijdrage aan het dekken van de energievraag kunnen

29 gaan leveren. Ervan uitgaande, dat een principebesluit tot het bouwen van het SMR, pas begin jaren 30 kan zal worden genomen, omdat de technologie eerst in het buitenland met succes moet zijn bewezen. Ze bestaan nog niet, ze zijn er nog … Ja, in Rusland is er eentje, geloof ik. Nou, die moeten we denk ik, niet willen. Maar ze bestaan nog niet, dus het is eigenlijk een oplossing wat u aandraagt voor een of een niet bestaande oplossing voor een zeer urgent belangrijk probleem, het, de klimaatcrisis. Graag een reactie van de heer Kamphuis. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Met alle suggesties, die er zijn gewekt, ben ik het totaal niet mee eens. Ik wek helemaal niet de indruk, dat dit een oplossing is op korte termijn. Juist als het in 2045 pas kan, laten we dan op tijd zijn. Dat zijn we in dit geval wel. En die tijdstippen die u noemt, ik heb ook hele andere artikelen gelezen. Mogelijk kan het wel sneller, mogelijk kan het pas later en daarvoor wil ik juist onderzoek laten doen. Het is niet aan mij om dit te duiden, dit te beoordelen op de waarde. Laat dat alstublieft de mensen doen, die er echt meer verstand van hebben. Laat die ons goed informeren, zodat we een besluit kunnen nemen. In plaats van te besluiten, aan de hand van een gegoogeld artikel.

Want voor één artikel als dit, kan ik er tien oplepelen die een andere resultaat geven. Dat lijkt me niet zinnig. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Oké. Nou, daar zijn we het dan niet over eens. Ben ik niet mee eens met de indiener. Maar dan even de vraag aan de indiener, wat er precies wordt gevraagd. Want de motie is drieledig, informatie ophalen, landelijke, provinciale overheid. Nou ja, dat is eigenlijk een hele eenvoudige opdracht voor het college. Dat is een middagje googelen, er is ontzettend veel informatie beschikbaar. Informatie ophalen, is informatie googelen. En of, nou ja, schriftelijk kan ook, maar in ieder geval die informatie, die is er al. Maar het tweede onderdeel is, daarbij uit te vragen wat de mogelijke scenario’s zijn voor Deventer. Daarmee suggereert u toch, dat Deventer daar wel een hele voorname rol in zou moeten spelen, in relatie ook tot de RES, die in het dictum van de motie wel is genoemd. De voorzitter: Reactie van de heer … De heer Kamphuis: Ja, dank u wel, voorzitter. De RES staat genoemd, om een context te schetsen. En als je informatie uitvraagt, ja, ik ga ervan uit, dat er iets meer wordt gedaan dan eventjes googelen. Dat er ook iets dieper naar wordt gekeken. Dus zat er ook diepere antwoorden komen dan nu zijn gegeven, op de schriftelijke vragen gesteld door Gemeentebelang.

Of Deventer een voorname rol moet gaan spelen? Ik denk, dat we niet achter de feiten aan moeten lopen. Het kan ook een conclusie zijn, dat er geen plek is voor een dergelijke oplossing. Ik wil graag weten, of het een oplossing is? En niet van tevoren aannemen, dat het geen oplossing is. Daarvoor wil ik graag informatie hebben. Wat is het doel van informatie? Besluiten maken. De voorzitter: Prima. Dan de heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben op zich ook blij, met de vraag van de heer Van der Meulen. Want in ieder geval het onderzoek, is blijkbaar al gedaan door de provincie. Nou, dan zijn we daar alvast mee klaar. Dus dat eerste … Dus ik ben benieuwd, of de heer Kamphuis daar ook zo over denkt. Ik zou wel willen weten. We horen voortdurend verhalen vanuit het college, dat we krap zitten met ambtelijke capaciteit. We hebben geen tijd om dingen, om al onze, en geen mensen om al onze ambities maar waar te maken. Dus ik zou ja, ook aan de heer Kamphuis willen vragen, wat is het u waard, wat gaat u niet doen of gaat u het college vragen om niet te doen? En ik zou deze vraag ook wel aan het college willen stellen, wat kan het college niet doen op moment, dat ze hiermee mee aan de slag gaan? Dus wat gaat u laten liggen, als u deze motie moet uitvoeren? De voorzitter: De heer Kamphuis.

30 De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat die vraag, het beste aan de wethouder gesteld kan worden, want ik ga daar niet over. En ja, als de suggestie wordt gewekt, dat het een paar minuutjes googelen is, dan is het vast geen probleem. Het onderzoek is volgens mij nog niet gedaan, er gaat onderzoek opgestart worden. Dank u wel. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, dan ben ik wel zeer benieuwd naar, wat de heer Kamphuis nog voor anders verwacht, dan het rapport, dan het onderzoek, dat al door de provincie Overijssel is gedaan. En misschien is het een goede suggestie om nou ja, als de provincie Overijssel graag regie wil nemen op energie, nou, misschien moeten we dat hier ook lekker, bij de provincie laten liggen in dit geval. De voorzitter: Goed. Geen vraag, maar … Dan mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja, dank u wel. Ja, de vragen die ik had, zijn ook al gesteld door mijn voorgangers. Maar aansluitend op de heer De Niet, heb ik ook de vraag, de energietransitie is een provinciale verantwoordelijkheid.

Wat denkt, hoe ziet u, dat de gemeente hier in een nog niet bestaande techniek wat over nou ja, wat nu nog niet relevant is, hoe ziet u de rol van de gemeente nu? En waarom moeten we nu dit doen, terwijl dat er veel belangrijkere dingen voor de energietransitie en een schone transitie en een niet-fossiele transitie, te doen hebben. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Dit is trouwens een niet-fossiele transitie. En u geeft nu allemaal waardeoordelen, die ik graag zou willen geven aan de hand van onderzoek, wat is gedaan en de juiste informatie, die wij hebben als raad om een onderdeel te kunnen geven. Daarom wil ik graag ook onderzoek laten doen en niet alleen ik, meer mensen in de raad. De voorzitter: Mevrouw Visser, ten slotte. Mevrouw Visser: Ja, ik wil even, sorry, mijnheer Kamphuis corrigeren. Uranium zit in de grond, dus een fossiele stof. De voorzitter: Nou. Mevrouw Schmidt. Mevrouw Schmidt-Versteeg: Ja, dank u wel, voorzitter. Via u, onze fractie heeft heel erg geworsteld met deze motie. Maar dat komt vooral ook door wat de fractie van GroenLinks net benoemd heeft, dat er toch in het eerste deel van de motie, een correctie wordt gelegd met het bod van 2030. Mijn vraag is niet zozeer aan de indiener, maar wel aan de wethouder. Want er worden nu landelijk onderzoeken gedaan, maar ook provinciaal.

Het lijkt mij logisch, dat als er in de provincie een onderzoek wordt gedaan, dat wij daar dan als Deventer ook van op de hoogte worden gebracht. En daarom lijkt mij, nu vragen naar de rol van onze gemeente, heel voorbarig. Laten we eerst even afwachten, wat er uit dat provinciale onderzoek komt en wat er uit de landelijke lijn komt. Voordat we nu gaan roepen, ja, er moet een kerncentrale in Deventer komen. De voorzitter: Goed. Dat is een mededeling. Een reactie vragen we van het college, de heer Koot. De heer Koot: Ja, nu doet hij het. Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag als mede indiener natuurlijk het, de motie van mijnheer Kamphuis ondersteunen, om twee redenen. Reden één is, dat wij een zeer teleurstellend antwoord kregen op onze schriftelijke vragen. Ik voelde me echt een beetje, met een kluitje in het riet gestuurd. Dat is reden nummer één. Reden nummer twee is, dat regeren zoals u weet, is vooruitzien. Natuurlijk krijgen we hier morgen in Deventer geen kerncentrale. Er wordt gevraagd om een onderzoek. Er wordt gevraagd om als stad, als Deventer

31 ook eens er positief tegenover te staan. De landelijke, provinciale overheid laten weten, Deventer is daarmee bezig, Deventer staat daar positief in en Deventer wil graag zien, wat die ontwikkelingen zijn. En of er dan ooit eentje komt hier, daar hebben we het helemaal niet over. Van mij mag die onmiddellijk in Bathmen komen, kunnen we onmiddellijk … De voorzitter: Ik ben benieuwd, of de rest van Bathem er ook zo over denkt. Maar dat zullen we zien. De heer Koot: En wat ik nog tegen GroenLinks wil zeggen, daar begrijp ik helemaal niks van. Want als er één partij is, die dat zou moeten omarmen, dan zouden zij dat moeten zijn. Want die nieuwe moderne generatie kerncentrales die eraan komt, zijn het meest efficiënt, die wekken op de meest efficiënte manier energie op. Die staan niet stil, als de zon niet schijnt en die staan ook niet stil, als er geen wind is. Die zijn heel efficiënt. En het afval wat er is, met de kennis van nu, is dat op een hele goede manier en een veilige manier op te slaan. Maar zolang zijn we nog niet, zover zijn we niet. Het gaat hier alleen maar om als Deventer, een positief signaal af te geven. De voorzitter: Uitstekend. De heer Koot: Een aantal jaren geleden, was Deventer een ja, hoe noem je dat, een kernwapenvrije gemeente. Ik hoop, dat het nu een kernenergievriendelijke gemeente gaat worden. Dank u wel. De voorzitter: Dank. Uitstekend.

Mevrouw Schol, ga uw gang. Mevrouw Schol: Ja, ik wil ook nog een keer even duidelijk onderstrepen, we vragen inderdaad om een onderzoek, niet om een kerncentrale in Deventer. Landelijk is er al heel veel onderzoek naar gedaan. Er is door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een heel groot bedrag, tien miljoen beschikbaar gesteld voor onderzoeken. Er heeft een mooi bedrijf via, uit onze gemeente heeft onderzoeken gedaan. Die heeft een heel rapport opgesteld, misschien leuk om een keer te lezen. Nogmaals, we vragen om een onderzoek. En hè landelijk wordt er onderzoek naar gedaan, provinciaal wordt er onderzoek naar gedaan. We willen graag meedoen als Deventer, we willen graag de regie houden op wind. Laten we dan ook hieraan kijken, wat de mogelijkheden zijn. De voorzitter: Uitstekend. We hebben nu de adhesiebetuigingen voor de motie gehad. We gaan nu even meer naar een vraag. Ja? De heer Akdemir: Dank, voorzitter. Ik vroeg me af, wat de indiener met deze informatie wil gaan doen? Mevrouw Visser benoemde, de provincie is bevoegd gezag als het gaat om de energietransitie. Maar als het gaat om kernenergie, ik heb even gegoogeld, zoals mijnheer Van der Meulen mij heeft gesuggereerd. Dat is namelijk de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, dus niet eens de provincie gaat hierover. Dus wat gaat u met die informatie doen? De voorzitter: Mijnheer Kamphuis.

De heer Kamphuis: Een oordeel vormen. De voorzitter: U bent met stomheid geslagen. De heer Akdemir: Dat begrijp ik, voorzitter. Dat begrijp ik, voorzitter. Nou, ik begrijp dat … Nou, ieder geval, oké. In Nederland en mede door Google, in Nederland hebben we driehonderdtweeënveertig gemeenten. U zegt, via de voorzitter, ja, moeten wel scherp blijven. De indiener stelt, dat we onderzoek moeten doen en daar een oordeel op te vellen, maar waarom gaat de indiener dan de aandacht vestigen, op onze gemeente? Gemeentebelang, die

32 zegt nu, we willen graag in Bathmen een kerncentrale, dus die heeft blijkbaar een oordeel geveld. Maar hoe zit het met de standpunt van Deventer Belang? De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Ons standpunt is, dat wij hier graag onderzoek naar willen doen, omdat we er potentie in zien. Dat is nog niet definitief van ja, we zouden hier onze ambitie in willen uitspreken of wat dan ook. Ik begrijp, dat er instanties zijn, de autoriteit die u noemt, die uiteindelijk een uiteindelijke vergunning afgeeft. Maar volgens mij heeft de provincie hierin zeker zijn rol. En volgens mij kunnen wij een ambitie uitspreken, in een energiestrategie, wat dan ook richting de provincie. Ik noem maar iets. De voorzitter: De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, als we een oordeel willen vellen over kernenergie, dan lijkt het mij eerst een betere zaak, om juist die contacten te leggen met het bevoegd gezag. Zou het dan niet beter zijn in ieder geval, om te zeggen van, nou, laten we nodige stakeholder management hier toepassen, contact te leggen met het bevoegd gezag. Waarom kiest u nu voor een specifieke momentopname? Want na januari hebben we de stand van zaken opgehaald en dan kunnen we tot de orde van de dag. Dus ik volg hem even niet. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter.

Volgens mij, staat in de motie ook specifiek genoemd om te kijken, of er aangesloten kan worden bij het onderzoek, wat de provincie wil gaan uitvoeren. Dus volgens mij, wordt er dan toch contact gelegd, met een belangrijke stakeholder. De voorzitter: Oké. Zullen wij doorgaan? Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Ja. Bent, is de heer Kamphuis zich bewust van, dat een onderzoek vragen of aansluiten bij een onderzoek wat al gedaan was, ook verwachtingen schept en ook onrust schept in de samenleving? Dat daar dus indirect misschien al een verwachting of een oordeel in zit. De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Nou, dat zou kunnen. Maar persoonlijk denk ik, dat we toch onderzoek moeten noemen, om een oordeel te kunnen vormen. Moeten we dan alle onderzoeken maar achterwege laten, omdat er iemand ergens bang voor is? Ik snap niet helemaal waar, welke kan u op wil? De voorzitter: Mevrouw Visser. Mevrouw Visser: Nee, ik, nou, wij denken, dat wij niet hier in Deventer op dit moment, dat oordeel of dat onderzoek moeten doen, maar dat we dat landelijk en eventueel provinciaal, over moeten laten. Maar wij zien het ook niet als een oplossing, een kerncentrale, dus wij staan daar heel anders in.

En nou, ik ben ook nog wel benieuwd, ja, hoe u het vervolgtraject ziet? En welke rol de gemeente daar dan in, als dat onderzoek er is en dan? De voorzitter: Maar die vraag was in feite al gesteld door de heer Akdemir. Maar goed. Mijnheer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Afhankelijk van wat de uitkomst is van het onderzoek en de informatie die daarin staat, dan kunnen we kijken, wat we er verder mee willen doen of niet mee willen doen. De voorzitter: De heer Van der Meulen.

33 De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog een vraag aan de indiener, wat er nu precies wordt bedoeld, met het dictum van de motie? Want we praten nu over een onderzoeksmotie. Nou, kennelijk hebben we daar dan ook geld voor over als, of u heeft daar geld voor over om onderzoek uit te voeren. Maar dat wordt niet gevraagd. Er staat inderdaad, het is ophalen. Nou, daar hebben we het net over gehad hè, die informatie, die er is. Maar daarbij uit te vragen. Maar aan wie gaan we dat, moet het college dat uitvragen, aan wie wordt dat gevraagd? En misschien zeggen ze wel, nee. En dan ja, wat hebben we dan? Wat is het nou, is het nou een onderzoeksmotie? Of, is het alleen maar een raadsmededeling in 2024, het eerste kwartaal met dezelfde beantwoording, de hele goede beantwoording vond ik, van de schriftelijke vragen van Gemeentebelang. Want die waren to the point en ze waren, ja. Maar dat krijgen we dan in het eerste kwartaal of wilt u nou echt een vergaand onderzoek? De voorzitter: De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Hoe het onderzoek exact wordt uitgevoerd, volgens mij ga ik daar niet over. Wat mijn doel hiervan is, misschien dat het woord onderzoek, verwarring schept.

Ik ga ervan uit, dat er al en ook volgens mij de mede indieners, dat er ook op verschillende niveaus veel informatie beschikbaar is, op landelijk niveau, op provinciaal niveau. Dus die informatie kan opgevraagd worden. Daar kan de gemeen… daar kunnen wij ons al een oordeel over gaan vormen, over de informatie die er is. Wat we daar dan verder mee doen, na Q1 2024, dat ligt aan de antwoorden die we krijgen. De voorzitter: Uw voorzitter is er zo langzamerhand aan toe, om naar de zijde van het college te gaan. Maar mijnheer De Niet nog niet, dus u krijgt nog even de gelegenheid. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Fijn, dat u me die gelegenheid geeft. Ja, ik werd nog wel getriggerd door, twee vragen nog ook aan de, of deze één vraag eigenlijk aan de indieners. De, in het tweede punt van het dictum gaat het over, het onderzoek doen naar de scenario en de verschillende scenario's, welke bijdrage de gemeente Deventer kan leveren aan, op het vlak van kernenergie. En nou, ik kan twee bijdragen bedenken. We stellen een locatie beschikbaar of we gaan geld investeren in kernonderzoek naar kernenergie, naar dit soort reactoren. Die tweede lijkt me eigenlijk, is volkomen waanzin. Dat is niet onze taak als gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13601095/2