Printversie schriftelijk verslag
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE DEVENTER d.d. 29 november 2023
Opening De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Van harte welkom bij de raadsvergadering van woensdag 29 november 2023. We hebben bericht van verhindering van mevrouw Schuiling, D66 en mevrouw Sipman, VVD. Op uw agenda staan een debatstuk, een aantal hamerstukken, een motie vreemd. En verder is een interpellatie aangevraagd door de fractie van Deventer Belang. Vragenkwartier - Spreekrecht De voorzitter: We beginnen echter met de insprekers. Er zijn twee insprekers, die over twee verschillende onderwerpen spreken. De eerste inspreker vraagt aandacht voor de opvang van bijzondere doelgroepen in Schalkhaar en de tweede inspreker over de crisisnoodopvang op de boot aan de Pothoofdkade. Inspreker over opvang bijzondere doelgroepen in Schalkhaar De voorzitter: We beginnen met Schalkhaar en ik geef mevrouw Akker het woord, ga uw gang. Mevrouw Akker Rijsman: Mijn naam is Ermanda Akker Rijsman. Ik heb een paar maanden geleden een petitie opgestart, omdat de leefbaarheid in mijn beleving in Schalkhaar vreselijk onder druk staat. Sorry. De leefbaarheid in Schalkhaar staat in mijn beleving vreselijk onder druk. Dat heeft te maken met de enorme hoeveel doelgroepen, die worden opgevangen. Dat is niet alleen asielzoekers, dat is niet alleen gehandicapten. Dat zijn ook steeds meer mensen met geestelijke problemen. Wij wonen in het centrum van Schalkhaar. En wat ik daar zelf al meemaak.
Ik ben zelf een week of drie geleden, gewoon achtervolgd 's morgens om negen uur op zondagochtend, terwijl ik
2 mijn hond uitliet. Dat is niet fijn, dan moet je de politie bellen. Vervolgens twee weken later, vraagt mijn buurvrouw of ik alsjeblieft, even op de oprit wil blijven staan. Anders staat weer iemand daar met de nodige problematiek, die haar achtervolgd heeft. Dan zijn er plannen om inderdaad gewoon ook een … Sorry? Oh. Nou ja, dan zijn ook plannen voor een kliniek met mensen, toch andere, met andere problematiek. Ja, dat baart gewoon heel veel zorgen. Want in mijn beleving is Deventer groter dan alleen Schalkhaar en zou het gewoon heel fijn zijn, dat de lasten over heel Deventer worden verspreid. En dat er geen tijdelijke oplossingen meer bijkomen, die uiteindelijk structureel blijken te zijn. Denk aan de verslavingszorg van Iriszorg, zou in januari verhuizen wordt, verlengd. En zo krijg je alles bij elkaar. Dat maakt gewoon, dat het eigenlijk op bepaalde momenten helemaal niet meer leuk is, om nog in Schalkaar te wonen. Dat vind ik zorgwekkend, daar heb ik een petitie voor geschreven. Dat zijn, vierhonderdzestig mensen zijn het toch met me eens. Dus ja, ik hoop eigenlijk in, dat u in al uw wijsheid gaat nadenken en bedenken, of die kliniek er moet komen. Maar ook, wat kunnen we nou met zijn allen doen, om de leefbaarheid voor de inwoners te vergroten? De voorzitter: Dank u wel. Zijn er vragen aan mevrouw Rijsman? Geen reacties uit de zaal. De heer Obdeijn, ga uw gang.
De heer Obdeijn: Goedenavond. Dank u wel, mevrouw Rijsman, voor het inspreken. Mag ik vragen, staat u hier gewoon vanuit uzelf? Mevrouw Akker Rijsman: Ja. De heer Obdeijn: Of staat u hier ook vanuit bepaalde doelgroepen uit het dorp? Mevrouw Akker Rijsman: Nee, puur voor mezelf. De heer Obdeijn: U heeft geen contact met de, bijvoorbeeld de dorpsvisie of met het Forum Schalkhaar of iets dergelijks? Mevrouw Akker Rijsman: Nee. De heer Obdeijn: Heeft u ook geen behoefte om u daarbij aan te sluiten, om u te verenigen met het dorp? Om daar een wat sterkere vuist voor te kunnen maken, bij wijze van spreken naar de bepaalde instanties of naar de gemeente toe. Mevrouw Akker Rijsman: Nou, mijn man, die zit in het platform. Die heeft contacten met de dorpsvisie. Waar het mij om gaat is, dat ik en dan praat ik namens een heel groot deel van de vrouwelijke helft zeg maar, in Schalkhaar. Wij voelen ons niet veilig. Ik vind het gewoon heel vervelend, dat als ik 's morgens om negen uur mijn hond ga uitlaten, dat mijn hond met zijn nekharen recht overeind door het dorp loopt. Dat ik inderdaad van de Plus naar de Aldi moet lopen. Dat ik blij ben, dat ik daar mensen aantref met nog vier honden en dat diegene afdruipt. Wat ik ook merk is inderdaad, dat is met name in de zomermaanden, je wordt gewoon met de ogen uitgekleed. Dat is niet fijn. Dat is gewoon, dat is gewoon geen fijne ervaring.
Dat maakt wel, dat je dus inderdaad denkt, ja, maar joh, ik woon in een dorp, wat gewoon altijd heel fijn wonen was. Maar wat de afgelopen jaren, toch steeds meer negatieve ervaringen met zich meebrengt. En dan maak ik me ook heel veel zorgen, over de uitbreiding van de ziekenhuis. Nou, dat snap ik, dat is zorg. Maar dat er dan ook nog eens een keer een kliniek bij moet komen, waar dan ook mensen met toch wat meer strafrechtelijke achtergrond zitten. Die gaan ook integreren, die komen ook in het dorp. Wat betekent dat dan, waar ik woon? Want wij hebben ook de schreeuwende mensen voor de deur, we hebben ook de bedelaars op de oprit staan. Dat is niet fijn en ik denk, dat niemand dat fijn zou vinden. Maar, dus ik sta hier voor mezelf.
3 De heer Obdeijn: Ja, oké. Dank u, voorzitter. Nee, deze problematiek is ons uiteraard natuurlijk in het dorp, is het in het dorp bekend. Maar ik denk, dat het op zich wel prettig en raadzaam zal zijn, als er wat meer collectief vanuit het dorp geopereerd kan worden. Inderdaad ook naar ons toe om daar een, nog een wat duidelijker beeld mee te kunnen schetsen. Dank u. De voorzitter: Oké. De heer Kamphuis. De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw inspraak. Ik ben zelf ook inwoner van Schalkaar. Het komt me helaas bekend voor, de verhalen die ik hoor. Ik wil er eerst even op wijzen, dat er al collectief dingen gebeuren. Want een paar weken terug hebben we tijdens het forum, ook al een inspraakavond hierover gehad. En ik weet niet of u daarvan bewust bent, dat er ook al een ander, vanuit Schalkhaar al georganiseerd, hierover is gecommuniceerd richting de gemeente. Dat is mijn eerste vraag. Mevrouw Akker Rijsman: Ja. En ik weet ook, dat er een meldpunt is ingericht, maar dat is met name ‘…’. Kijk ik heel even die kant op, maar … De voorzitter: We gaan niet vanuit de zijlijn. Dat is niet handig, want dan kan de buitenwereld het niet verstaan. Dus laten we het even beperken tot deze communicatie. Ja? De heer Kamphuis: Maar dat is u bekend, dat er al vanuit het dorp een paar weken terug al namens een grotere groep, inspraak is geweest hier? Over het onderwerp.
Mevrouw Akker Rijsman: Ja. Maar goed, ik heb dit, een paar maanden geleden heb ik dat, heb ik die petitie opgestart. En ik denk, hoe meer signalen worden afgegeven, des te beter is het. Want uiteindelijk inderdaad gewoon, het is maar een dorp met zesduizend mensen. En kijk naar de asielzoekers. Dat is ook gewoon eigenlijk zonder overleg gewoon, joh, er komen er honderd bij. Dat betekent nogal wat, als je van vijfhonderdvijftig naar zeshonderdvijftig gaat. Dat soort dingen. Weet je, en dat vind ik gewoon jammer. We hebben gewoon zo'n mooi dorp, we hebben zo'n mooie gemeente. Waarom dan alles geconcentreerd op één plek? De heer Kamphuis: Dank u wel, voorzitter. Over de signalen en meldingen gesproken. Heeft u iedere keer als u wat heeft ervaren, heeft u daar ook een melding van gedaan bij politie of een instantie en wat is daar vervolgens mee gebeurd? Mevrouw Akker Rijsman: Nou, de politie heeft mijn melding van achtervolging heel serieus genomen en die gaan dat in ieder geval bespreken met de gemeente. Ik heb wel van vanuit de politie de dringende advies gekregen, om altijd een telefoon mee te nemen. En foto's te maken. Ja, als je wordt achtervolgd, ga je geen, niet zo snel foto’s maken. Maar wel, dat je 112 kan bellen. Ja, ik blijf wel melden. En van het bedelen, heb ik ook meldingen gedaan bij de COA. Ja, vervolgens een uur later, staan ze er weer.
In dit geval waren het asielzoekers. Maar goed, sorry. De voorzitter: Ja? Oké. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, dank. En ik wil graag de inspreker bedanken, voor het delen van haar verhaal vandaag. Ik vind het oprecht heel vervelend, wat haar is overkomen, ze is achtervolgd. Ik vroeg me af, heeft ze ook hiervan aangifte gedaan bij de politie en wat heeft de politie daarmee gedaan? De voorzitter: Mevrouw Rijsman. Mevrouw Akker Rijsman: De politie heeft het verhaal aangehoord. En alleen, ik heb, was op dat moment niet alert genoeg om binnen vijf minuten dat, nadat ik thuiskwam, de politie te bellen. Heb ik later gedaan, maar ze
4 hebben wel signalement opgenomen. En ze hebben wel aangeven, we gaan kijken of deze meldingen vaker voorkomen. Verder heb ik niks meer gehoord. De voorzitter: Ja, oké. Dank u wel. Dan gaan we verder. Mevrouw Akker Rijsman: Ja. Deze wil ik nog graag even, even aanbieden. De voorzitter: Goed zo, uitstekend, dank u wel. Inspreker over Crisisnoodopvang – schip Pothoofdkade. De voorzitter: Dan gaan we verder met mevrouw Zijp, u heeft het woord. Mevrouw Zijp: Ja, dank u wel, voorzitter. Geachte raad. Ja, ik vind het best wel een beetje spannend om hier te staan, merk ik. Ik ben teamleider van VluchtelingenWerk, ik werk onder andere op de vluchtelingenboot in Deventer nu een jaar. En nou ja, zoals u weet, is het heel spannend voor de bewoners waar ze naartoe moeten hè. Het houdt op, ze kunnen er niet blijven en waar gaan ze naartoe? Deze bewoners, die zijn hier eigenlijk als één groep gekomen in oktober vorig jaar. Wonen hier dus ook een jaar of de meeste bewoners wonen hier nu een jaar en zijn eigenlijk al heel goed ingeburgerd in Deventer. Dat is dankzij u, direct of indirect. Want de wijze waarop u en uw inwoners deze bewoners, deze vluchtelingen hebben opgevangen, is echt heel erg mooi. Het is de leukste plek waar, ik ga naar meerdere opvangen, naar AZC’s, noodopvangen, crisisnoodopvangen.
Ik ga hier elke week met zoveel plezier heen, want de mensen zijn, de sfeer is goed, ze helpen elkaar. Ze zijn ondanks het feit, dat ze in een eindeloze wachttijd zitten zonder te weten waar het eindigt, zijn ze actief. Ze zijn Nederlands aan het leren, ze doen vrijwilligerswerk. En een flink gedeelte wil heel graag ook hier in ieder geval blijven, totdat er een beslissing komt op hun aanvraag. Want ze zijn ook al heel vaak verhuisd. En een deel wil het liefst, ook in deze regio gewoon helemaal blijven. Want ze hebben hier vrienden gemaakt, kinderen gaan naar school, ze hebben het gewoon ontzettend goed hier. Dus ik sta hier met twee redenen. Aan de ene kant om u echt te complimenteren, hoe u dit gedaan heeft. Want het is echt een hele fijne plek voor deze mensen geweest, nu ruim een jaar. En ja, toch ook ja, hoopvol dat er misschien nog iets te organiseren is, om in ieder geval een deel hier te houden. Dan denk ik met name aan de minderjarigen. Er zit een groep minderjarigen die, waar het nu heel goed mee gaat, maar die het echt heel zwaar hebben gehad. En waar ik me ook zorgen over maak, dat als ze weer verplaatst worden dat, dan moeten ze weer nieuwe school. Dat het psychisch gewoon echt slecht met deze kinderen gaat. Die zijn allemaal rond de vijftien. Nou ja, dat weet u, als u kinderen of kleinkinderen heeft, dat is een hele kwetsbare leeftijd. Ja.
Dat is denk ik, volgens mij. De voorzitter: Helder verhaal. Mevrouw Zijp: Wat ik wilde zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Even kijken. Mevrouw Scholthof, u heeft het woord. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Dank voor uw inspraak. U doet de oproep voor minderjarigen, AMV’ers, denk ik, alleenstaande … Oké. Hoe groot is de groep ongeveer? Dan kunnen wij dat even laten bezinken en erover nadenken. Mevrouw Zijp: Ja, ik durf het niet helemaal … Ik heb met iemand van het COA, die er ook elke week is hebben we gekeken. Er is een groep minderjarigen, maar die zijn met iemand gereisd. Dus dan is dat een broer of een oom hè, dus dat zijn geen AMV’ers. En er zijn ook wat, maar niet heel veel, ik geloof twee of drie gezinnetjes op dit moment aanwezig. Ja, die cijfers zijn heel makkelijk te produceren, maar ik durf, ik waag me er hier nu niet
5 aan. Maar we hebben het dan echt over vijftig of zo, in totaal. Niet meer, denk ik. Oh nee, ik mocht hem niet uitdoen. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Dank voor uw inspraak. Ook voor het, de warme woorden over hoe zie, zijn opgevangen. Dat herken ik ook, hoor ik ook in de verhalen. We hebben voor denk ik, één of twee weken geleden ook met de burgemeester hierover gesproken. Is, daar is gezegd, we doen ons best. Uiteindelijk ligt het natuurlijk bij de COA. Ja, welke verhalen, is het kansrijk zeg maar? Hoe groot is de kans van slagen, dat het COA erin slaagt, om ze uiteindelijk ook weer hier in Deventer te, weer te herplaatsen? Wat zijn, is uw beeld daarvan en ook van de houding van het COA daarin, op dit moment? Mevrouw Zijp: Oeh, dat is wel heel gevaarlijk. Een eerlijk of een leuk antwoord? Ja, ik denk, dat het COA echt volledig over de schoenen loopt. Dus ik denk, dat dat gewoon al heel ingewikkeld is. Ik denk, dat ze heel graag willen. Ik weet het niet. Maar ik denk wel, dat het COA u nodig heeft. Want het COA kan niet in één maand tijd hè. De boot mag tot maximaal half januari de Liga de COA kan niet in een maand tijd, de boot mag tot maximaal half januari er liggen. De COA kan niet in een maand tijd een locatie gebouwd hebben.
Dus als er iets gebeurt, zal Deventer of een particulier in Deventer, een locatie beschikbaar moeten stellen. Daar heeft u een rol in. De voorzitter: De heer De Niet nog. De heer De Niet: Ja, dank u wel. Heel duidelijk antwoord, wat mij betreft. Dus dat betekent inderdaad, dat als, nou, dat geeft ons ook meteen een opdracht dus. Die is daarmee niet per se makkelijk, maar dank daarvoor in ieder geval. De voorzitter: De heer Van Wijk. De heer Van Wijk: Dank, voorzitter. Fijn dat u inspraak doet. Ik hoop, dat het inmiddels wat minder spannend is. Mijn vraag zat in het verlengde van mijnheer De Niet. Heeft u aanvullend op deze tip van, we moeten zelf een locatie regelen, nog andere tips om het COA te overtuigen of mee te bewegen, dat deze groep behouden? En een tweede vraag is, in hoeverre snapt u ook het standpunt, dat deze locatie nu niet ook meer kunnen handhaven, die boot? Mevrouw Zijp: Ja, ik begrijp het hè. Er zijn gewoon hele duidelijke bestuurlijke afspraken gemaakt. En ik snap ook, dat als je bewoners iets belooft, dan moet je die afspraken nakomen hè. Dat heeft volgens mij ook, de vorige inspreker laat dat ook zien, hoe kwetsbaar die relatie tussen gemeente of openbaar bestuur en inwoners is. Dus dat begrijp ik zeker. Wat voor mij denk ik, ja, maar goed dat, volgens mij weet u dat ook.
Als het gaat om omwonenden, als het gaat om draagvlak, voor deze mensen is heel veel draagvlak dus, is geen overlast. U weet ook, dat het Rijk zal blijven pushen bij gemeentes, om extra opvang te realiseren. Dus als het zou lukken om deze bewoners of een deel hiervan hier te houden, dan heeft u daadwerkelijk profijt van een investering, die u al meer dan een jaar doet. En als deze bewoners weggaat, dan heeft u waarschijnlijk, over twee maanden of drie maanden of vier maanden krijgt u een nieuwe groep mensen en moet u van helemaal vooraf aan beginnen. De heer Van Wijk: Dank voor deze toelichting. Misschien nog wat anders geformuleerd. Professioneel heb ik ook wel ervaring met COA. En de argument, die u probeert te gebruiken om een groep in een bepaalde plek te houden zeg maar, vanwege ook de argumenten die u gebruikt, heeft aanvullend naast het ja, ter beschikking stellen van ruimte nog andere tips, om het COA mee te krijgen om een groep hier te houden? Dat is in mijn ervaring waar, vrij lastig. Dus misschien heeft u omdat u dicht op het vuur zit dat, tips voor ons.
6 Mevrouw Zijp: Ja, ik denk dat het COA op dit moment, blij is met alles. Want ter Apel loopt weer vol, de mensen kunnen geen kant op. Er zit, in Heumen is er nog een noodopvang met zeshonderd, achthonderd mensen, die moet voor 1 december leeg zijn. COA heeft geen plek voor die mensen. Dus ik denk, dat op dit moment is alles wat gemeentes kunnen bieden, is het COA blij mee. Dus ik denk, dat u niet heel veel overredingskracht nodig heeft, om het COA mee te krijgen. De voorzitter: Uitstekend. Dank u wel, mevrouw Zijp. Dan ronden we dit agendapunt af. Interpellatieverzoek Deventer Belang De voorzitter: Dan gaan we over tot het interpellatiedebat. De heer Kleine Schaars heeft vorige week aangekondigd, een interpellatie aan te vragen. Dat is ook schriftelijk gebeurd, u vindt de aanvraag bij de stukken. De Gemeentewet bepaalt in artikel honderdvijfenvijftig, lid twee, dat een lid van de gemeenteraad verlof kan vragen tot het houden van een interpellatie, om het college of de burgemeester inlichtingen te vragen. De raad heeft zelf nadere regels vastgesteld in het artikel zesenvijftig van het RVO. Daar staat onder andere, na opening van de eerstvolgende raadsvergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. Bij toestemming van de raad wordt de impellatie onmiddellijk na de stemming gehouden. De orde van de interpellatie is als volgt.
De heer De Kleine Schaars krijgt zo geluid, de gelegenheid om zijn verzoek toe te lichten. Dan zullen we ook bekijken of het verzoek kan worden ingewilligd. Daarna zal het college reageren en vervolgens is er een debat mogelijk in tweede termijn. Heer Kleine Schaars, u heeft het woord. Eerst stemmen? Eerst, ja, bij, voor, zonder toelichting? Oké. Dan gaan we eerst even checken of u kunt, zich kunt vinden in het feit, dat we een interpellatie houden. Kan per acclamatie. Dus als u geen behoefte heeft een, ja, u mag met de stemkastjes in de weer, maar neem aan, dat iedereen zich kan vinden in dit voorstel. Ja? Dan doen we dat nu. Dan geven we de toelichting van de heer Kleine Schaars op de inhoud van het interpellatieverzoek. De heer Kleine Schaars: Ja, dank u, voorzitter. De insprekers zijn helaas al weg. Anders had ik gezegd, dat ik het toch ook altijd nog wel spannend vind, om hier te spreken. Dus ik kan me ook voorstellen, dat insprekers dat zeker spannend vinden. Voorzitter, dank u dat u mij de mogelijkheid geeft, om dit toe te lichten. Verzoek van en tot een interpellatiedebat op 29 november inzake de wind en windverkenning en regie op wind.
Geacht college, de fractie van Deventer Belang heeft met ongeloof kennisgenomen van de mededeling van het college, dat de provincie het Deventer Resport niet te respecteren en eenzijdig aan te passen van drieënzestig gigawattuur naar honderdzevenentwintig gigawattuur. Daarnaast zal de provincie niet wachten op een verdere uitwerking van het Deventer windbeleid en het nog op te stellen gemeentelijk toetsingskader. Ook zal de provincie initiatieven in behandeling nemen, waarbij de portefeuillehouder in de toelichting in de middagsessie van 15 november aangaf, dat de provincie al negen maanden in gesprek was met een initiatiefnemer voor het zogenoemde A1-locatie. Met deze ontwikkeling wordt Deventer de regie ontnomen en is een nieuwe werkelijkheid ontstaan. Onze vragen voor deze interpellatie richten zich dan ook op de mogelijkheden. Niet op de mogelijkheden die nu ontstaan voor windturbines, maar vooral op het doorlopen proces. Nogmaals, het gaat om het proces. Dat leidt voor onze fractie tot de volgende constateringen en vragen. Kan het college ons meenemen, in een tijdlijn van activiteiten en beslismomenten van het eerdere college, van het college sinds 16 juni 2021, de stop van de windverkenning tot vandaag? Eerdere toezeggingen van het college in 2021 voor participatie en opzetten van toetsingscases, zijn onderweg gesneuveld.
Waarom zijn die niet uitgevoerd? Zijn deze schriftelijk vastgelegd en is de raad hierover geïnformeerd? Op welk moment besloot het college, de portefeuillehouder het burgerberaad in te zetten als participatiemiddel voor de windverkenning? Wat was daarbij de overweging? Op welke momenten heeft het college hierover gesproken en in deze lijn besloten? De raad bespreekt op 28 juni 2023 het voorstel Regie op windenergie, RES en energietransitie. Wat waren toen de afspraken met de provincie? Zijn deze afspraken bestuurlijk vastgelegd en openbaar? De portefeuillehouder verwijst specifiek naar deze overleggen met de gedeputeerde De Bree in de latere raadsdebatten. Ons laatste. In de Stentor wijzen portefeuillehouder en gedeputeerde naar elkaar, over de voortgang en de rol die de provincie nu heeft gepakt, in het Deventer RES-bod en de regie over de uitvoering. Wat heeft het college gedaan om te voorkomen, dat de provincie zowel het RES-
7 bod verhoogde en de regie naar zich toetrekt? In afwachting van uw antwoorden en vragen tijdens dit interpellatiedebat, namens de fractie Deventer Belang. Dank. De voorzitter: Dank u wel, heer Kleine Schaars. Ik geef het woord aan wethouder Walder. Ik denk, dat het handig is, als je gewoon gaat zitten, toch? Tot tweede termijn, want het kan wel even duren. De heer Walder: Ja, dank u wel, voorzitter. De vragen zoals de aanvrager van het interpellatiedebat heeft gesteld, zijn er vijf. Ik zal proberen die even eerst te herhalen en dan te beantwoorden, zodat we het overzicht houden. Vraag één is, kan het college ons meenemen in de tijdlijn van activiteiten en beslismomenten van het college, sinds de stop van de windverkenning? Nou, de stop van de windverkenning in de vorige periode was 16 juno 2021. Er is een raadsmededeling gestuurd, een paar weken na de stop van de windverkenning, negen juli 2021 was dat. Waarin het college aangeeft een PlanMER op te willen gaan stellen. Een PlanMER als instrument ook voor het vormgeven van participatie en het concreet maken van windambitie. Op 14 oktober, enkele maanden later is er een raadsmededeling uitgestuurd naar de raad, dat dat plan niet uitgevoerd kan worden vanwege een uitspraak van de Raad van State, het zogenaamde Nevele- arrest.
Daarna is ook met Bureau Buhrs gesproken over, ja, hoe ga je dan aan de slag met wind? 16 maart 2022 waren de gemeenteraadsverkiezingen. Twee maanden later, drie maanden later presentatie van het Bestuursakkoord. En u begrijpt, indertijd rondom verkiezingen en de vorming van een Bestuursakkoord, ligt het politiek altijd even iets luwer. Gelijk daarna is men weer aan de slag gegaan, zijn wij weer aan de slag gegaan. 29 september volgde er een raadsmededeling burgerberaad, waarin het college heeft laten weten, burgerberaad in te willen zetten als onderdeel van de maatschappelijke dialoog, over de energietransitie. 25 januari 2023 heeft de raad gezegd, niet het, akkoord te gaan met het voorstel om een burgerberaad in te zetten in het energietransitie domein. En eigenlijk gezegd tegen het college, kom met een ander plan. Er is in een proces met onder andere drie raadsmededelingen, werksessie, een aantal gesprekken buiten de deur gekomen tot het raadsvoorstel Regie op wind. Dat was 30 mei, dit voorjaar heeft het college u een raadsvoorstel Regie op wind voorgelegd. De provincie is ondertussen ook aan de slag gegaan na de provinciale verkiezingen en kwam 22 juno met de motie Grip op wind. Nou, het veroorzaakte bij ons natuurlijk enige zorg. Aantal overleggen, contactmomenten geweest met de provincie.
De conclusie van die gesprekken met de provincie is, wij kunnen nog steeds door, wij kunnen gewoon regie blijven houden. Dat is in een raadsmededeling op 7 september jongstleden, aan de raad geconcludeerd. 11 oktober heeft de gemeenteraad het besluit genomen, om het raadsvoorstel Regie op wind goed te keuren. Dezelfde avond is bekend geworden, dat de provincie het voorbereidingsbesluit voor zonne-energie heeft genomen. 9 oktober, of 9 november jongstleden heeft de debuteerde in een gesprek met mij aangegeven, dat de gemeentelijke windopgave hier verdubbeld wordt. Binnen een week bent u daarover als raad geïnformeerd op drie manieren, via de werksessie, Hamerraad en een raadsmededeling. Dat is even een tijdlijn van ja, goed, u ziet, ik zit hier een aantal velletjes door te bladeren. Dit zijn even de hoofdpunten van de tijdlijn, sinds het stoppen van de windverkenning op 16 juni 2021. Vraag twee is, eerdere toezeggingen van het college in 2021 voor participatie en opzetten toetsingskaders, zijn onderweg gesneuveld. Waarom zijn die niet uitgevoerd? Zijn deze schriftelijk vastgelegd en is de raad hierover geïnformeerd? De vraag klopt niet helemaal. De toezegging wordt hier gezegd, participatie en het opzetten van toetsingskaders. Het concept toetsingskaders is pas veel later op tafel gekomen. Het was een toezegging voor het uitvoeren van participatie.
Dat heeft toen vorm gekregen in de raadsmededeling Windverkenning op 9 juli 2021, waarin het college aangegeven heeft aan de slag te willen gaan met een PlanMER, om de effecten voor de leefomgeving goed in beeld te krijgen, breed en integraal. Een PlanMER heeft ook voldoende mogelijkheden voor bewonersparticipatie. Dus ja, is de raad hierover geïnformeerd? Ja. Is het schriftelijk vastgelegd? Ja. En ook schriftelijk vastgelegd en de raad geïnformeerd, dat het Nevele-arrest deze route heeft doorsneden. Het participatie, heb ik hiermee beantwoord. Het opzetten van het toetsingskader is pas op tafel gekomen, in het voorstel van 31 mei 2023, het voorstel Regie op wind. Vraag drie van vijf. Op welk moment besloot het college of de portefeuillehouder, het burgerberaad in te zetten als participatiemiddel voor de windverkenning? Wat was daarbij de overweging en op welke momenten, heeft het college hierover gesproken en deze lijn besloten? Deze vraag klopte ook niet helemaal. Er wordt gevraagd, wanneer het college besloten
8 heeft het burgerberaad in te zetten, als participatiemiddel voor de windverkenning. Maar het doel van het burgerberaad zoals het college dat toen heeft voorgesteld, was breder, namelijk de hele energietransitie. Dat komt voort uit de aanbevelingen van Bureau Buhrs. Bureau Buhrs heeft aangegeven, dat het proces een aantal interventies nodig heeft om weer recht te trekken. Bureau Buhrs gaf aan, je moet één stap terug in het proces, voordat je weer vooruit kan. En de behoefte was om terug te gaan, deliberatief zoals dat heet, in een goed gesprek samen te komen, uitgangspunten weer te delen, het belang van die energietransitie te delen en van daaruit, dan weer sectoraal beleid te gaan maken. Dat was de insteek, dus die was breder dan alleen als participatiemiddel voor de windverkenning. Want er gaan niet, windmolenprojecten komen uit een burgerberaad. Nou, de vraag is ook, op welke momenten heeft het college hierover gesproken en over deze lijn besloten? En hoe is die communicatie geweest? Raadsmededeling 27 september 2022 zegt, dat het college voornemens is het instrument burgerberaad in te zetten, als belangrijk onderdeel van de totale maatschappelijke dialoog over de energietransitie. Nou, we hebben daar een aantal Raadtafels over gehad. Er zijn vragen gesteld naar aanleiding van de Raadstafel, bijvoorbeeld van 26 oktober, die wij schriftelijk beantwoord hebben.
U heeft het, Deventer Belang of de indiener, de partij van de indiener van deze vragen heeft op 6 december vragen gesteld, die zijn netjes schriftelijk beantwoord. Raadstafel 2 november. Afijn, er zijn tal van momenten geweest, formele momenten waarop we met elkaar in gesprek zijn geweest en gecommuniceerd hebben, rondom de plannen voor het burgerberaad. Vraag vier. De raad bespreekt op 28 juni 2023 het voorstel Regie op windenergie, RES en energietransitie. Wat waren toen de afspraken met de provincie? Zijn deze afspraken bestuurlijk vastgelegd en openbaar? De portefeuille verwijst specifiek naar deze overleggen met de gedeputeerde De Bree in de latere raadsdebatten. Nou, even de indiener van de vragen verwijst naar 28 juni 2023, het was een inspraakavond. Het was niet een avond waarop zoals u zegt, de raad het voorstel besproken heeft, maar we hebben het allemaal over het voorstel Regie op windenergie, RES en energietransitie. De afspraken met de provincie waren toen nog steeds, dat wij als gemeente op koers zijn om regie te houden, als wij een zoekgebied zouden aanwijzen. En we zijn constructief bezig, houden wij regie. Dat hebben wij nog gecheckt bij de provincie, ook na het aannemen van de motie Grip op wind in Provinciale Staten. Er is telefonisch contact geweest met de provincie.
Daar heeft de provincie ook bevestigd, ambtelijk contact is dat geweest, ja, wij zitten gewoon op koers. En het aanwijzen van een zoekgebied en het hebben van een proces, leidt tot het houden van regie. U vraagt, dat is een terechte vraag, wat is er dan precies vastgelegd? U moet deze context snappen. Als overheden onderling met elkaar communiceren, dat gaat vaak minder schriftelijk dan als wij met een projectontwikkelaar zaken doen of een juridisch traject hebben. Wel hebben wij, omdat wij het spannend, het traject steeds spannender begonnen te vinden, naarmate de provinciale beleid vorm begon te krijgen, ook na het telefoongesprek waarin geconcludeerd is, wij kunnen gewoon door als gemeente en we zitten nog steeds op koers om regie te houden, is ambtelijk een gespreksverslag gemaakt. En gemaild naar de provincie, dit zijn de afspraken. Daar staat onder andere ook in, provincie neemt niet de regie over van de gemeente Deventer. Na dat gespreksverslag is na gebeld, of in het gespreksverslag is opgestuurd, zwart op wit dus door ons die afspraken herbevestigd, gevraagd, of de provincie daar akkoord mee kon gaan. Er is nog een keer op na gebeld. Er is twee keer per WhatsApp bevestigd door de provincie, dat zij snel naar dat verslag gaan kijken. Was niet gebeurd. Na een week hebben wij er nog een keer over teruggemaild, kwam geen reactie.
Pas drie weken daarna informeel, is mondeling toegezegd door de provincie, ja, het verslag is akkoord. Nou, dat is er vastgelegd, in ieder geval door ons heel helder vastgelegd. En vanuit de provincie niet aangegeven, jongens, dit klopt niet. Dat betekent, dat wij dus al die tijd ervan uitgegaan zijn, op basis van afspraken met de provincie die wij hebben vastgelegd, dat wij gewoon op koers zijn om regie te houden op het winddossier. De laatste vraag is gesteld, in de Stentor wijzen portefeuillehouder en debuteerde naar elkaar over de voortgang en de rol, die de provincie nu heeft gepakt in het Deventer RES-bod en de regie over de uitvoering. Wat heeft het college gedaan om te voorkomen, dat de provincie zowel het RES-bod verhoogde en de regie naar zich toetrekt? Nou wat we onder andere gedaan hebben met u als raad, is om het voorstel Regie op wind vast te stellen. Dat was precies conform de afspraken met de provincie, de manier waarop wij constructief bezig konden zijn in het wind domein en daarmee ook regie konden houden. Dat is het belangrijkste, wat wij gedaan hebben om regie te houden. Conform afspraken, zoekgebied aanwijzen en een proces vormgeven. Vervolgens hebben wij ons tegen alles verzet wat de provincie gedaan heeft, wat onze gemeentelijke autonomie aantastte. En wat ons als gemeente het
9 onmogelijk, om ons eigen RES-bod te realiseren. We hebben daar in de restverband, in individueel verband, u heeft daar als raad signalen over afgegeven, die zijn bij de provincie terechtgekomen. En de frustratie, die zit onder de vraagstelling van de heer Kleine Schaars, die deel ik ook. Dit is gewoon een ongelooflijk ingewikkeld dossier geworden, met de nieuwe houding die de provincie inneemt. Omdat die onze autonomie aantast en ons het realiseren van een RES-bod onmogelijk maakt. En qua wind meer vraagt, dan u als raad bereid heeft getoond. Dus die frustratie delen wij. Die is overigens niet Deventer-specifiek. Bij de provincie ligt een behoorlijke dikke stapel brieven van eigenlijk alle energie wethouders in Overijssel, hebben of via de RES, RES West-Overijssel of via de RES Twente, in felle bewoordingen hun ongenoegen geuit. U weet, vanuit de gemeente zijn er brieven gegaan, onder andere ook signalen naar aanleiding van de moties, die in de raad zijn ingediend. Brief van de burgemeester naar de commissaris van de Koning, een brief van het college van B&W naar PS en GS. Zo zijn er ook brieven gegaan van andere gemeentes naar PS en GS. Er zijn moties van afkeuring, moties van treurnis gegaan van andere gemeentes naar PS en GS, brieven gestuurd. En de stapel schriftelijke ongenoegens bij de provincie is groot en veel breder dan alleen de gemeente Deventer.
Want het probleem wat hier speelt, is haast provinciebreed. Ik hoop, voorzitter, met deze uitgebreide beantwoording, maar goed, het is ook een uitvoerig en ingewikkeld dossier, zoveel mogelijk de vragen beantwoord te hebben van de steller. En als dat niet zo is, ben ik natuurlijk altijd bereid om aanvullende informatie te verstrekken, schriftelijk dan wel mondeling binnen en buiten deze vergadering. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Dank u, voorzitter. Dank u, portefeuillehouder voor de beantwoording voor zover. Als ik mijn tijdlijn terugpak en voor de geest haal zoals het gelopen is, dan kom ik toch, voorzitter, tot een paar andere conclusies dan de feitelijkheden die nu de portefeuillehouder schetst. Eén ervan is Bureau Buhrs, die wij gebruikt hebben met een aantal raadsleden hier in deze zaal, om vast te stellen welk proces we wel of niet zouden gebruiken. Eén van de dingen en dat kan mijnheer Smeenk misschien zelfs nog ondersteunen is, dat daar heel klip en klaar is gezegd, het burgerberaad niet geschikt is om te gebruiken voor de RES windverkenning en dat soort dingen. Dat is één.
Daarom vroeg ik ook in één van mijn vragen heel specifiek, waar is dan het college, het besluit genomen om dan toch, het burgerberaad in te zetten voor dit participatieproces? Daarin staat het gecombineerd aan de RES, want in die raadsmededeling wordt ook specifiek genoemd, de RES als kader. Daar komt bij dat Bureau Buhrs ook zegt, op moment dat je een dergelijk initiatief inzet, dat je dan een proces van minimaal zes maanden moet doorlopen. Dat brengt mij tot de volgende vraag, voorzitter. Als de deadline 1 januari 2024 is en wij dat proces hadden moeten gaan starten afgelopen januari misschien, terwijl wij de kaders nog hadden moeten ontwikkelen, hadden wij toch nooit de termijn gehad van de provincie? In casu, is de, is het college niet actief geweest, niet voldoende actief geweest in dit proces? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: De argumentatie die u nu gebruikt is een argument, om tegen het voorstel te zijn, om het burgerberaad te gebruiken voor energietransitie. Dat is uitgebreid aan de orde gekomen, een jaar geleden in de gemeenteraad. Dit was één van de argumenten waardoor de gemeenteraad gezegd heeft, college, wij vinden het geen geschikt voorstel. 25 januari heeft de gemeenteraad gezegd, college, uw manier waarop u deze participatie wil vormgeven over die energietransitie, vinden wij niet geschikt.
En daar heeft 25 januari onder andere met het argument, dat u gebruikt de raad gezegd, doe dit niet. Dus dit is, ik weet niet, of ik die discussie wil heropenen of uw argumenten van toentertijd wil herhalen. Ik ben even op zoek hoe ik u dan, hoe ik de vragensteller dan zo goed mogelijk kan bedienen. Maar het klopt, dat als je eerst een volledig traject burgerberaad doorloopt, er weinig tijd over is, om nog andere processen vorm te geven. Echter, het college heeft gemeend, dat er een grootschalige en serieuze participatie nodig is, om het energiedomein, de energietransitie weer de goede kant op te krijgen. We hebben gekeken naar de kwaliteit van het proces en dat heeft geleid, tot het voorstel van het college om burgerberaad in te zetten, voor het energietransitie domein.
10 De voorzitter: Pakken we alleen even deze eerste vraag. Ja? Want er lag nog een tweede vraag. Zullen wij hier even op doorgaan? Volgens mij was de eerste vraag beantwoord door de portefeuillehouder, dus u heeft nu het woord om er nog iets van te vinden. Als u dat wil. De heer Kleine Schaars: Dank u, voorzitter. Dacht, de man is ook, maar … Nou ja, maar kijk, waar het mij om gaat is en dan kom ik even terug, op het tweede deel van de vraag die ik stelde van, als wij nu dat burgerproces, dat burgerberaad hadden ingezet, wist u dan niet als college, dat wij eigenlijk al te laat waren om de deadline te halen, die de provincie stelt? En waar de provincie nu gebruikt om de regie te pakken. Dat is eigenlijk de bottom line. Dus als dat zo is hè, dat u dan toch het burgerberaad wilde inzetten, moet ik eigenlijk al kunnen concluderen, dat u als college te laat bent begonnen en dus het, de deadline nooit had kunnen halen. In die zin, de provincie altijd de regie gepakt zou hebben. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Het argument wat de vragensteller gebruikt is inderdaad, was een van de argumenten waarop de gemeenteraad gezegd heeft, dat is een reden waarom wij dit geen geschikt voorstel vinden. Het college heeft gemeend, dat een zorgvuldig participatieproces het belang, het allerbelangrijkste is.
Er liggen ook planningen onder, liggen bestuurlijke ambities over, er liggen restdoelstellingen met 2030 onder, met allerlei subdoelstellingen. Het college heeft gemeend, dat het belangrijkste hierin is, goed de tijd nemen voor zorgvuldige en grondige participatie met onze inwoners. Dat heeft het college in het voorstel voorop gezet. En dat het enige planningsproblemen kon gaan geven, was bekend bij de raad. En is dus ook een reden geweest voor de raad om te zeggen, wij vinden het geen goed idee. De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Nogmaals, dan moet ik dus concluderen uit uw antwoord, dat het college dus willens en wetens gekozen heeft, voor een heel lang participatieproces met alle risico's, dat wij dit het traject niet tijdig zouden afronden en de provincie dus de regie zou en kunnen nemen. De voorzitter: Ja, dat is een conclusie. Ja, prima. We gaan even naar de heer De Niet, of wilt u hierop doorgaan? Mevrouw Scholthof even. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, een verduidelijkende vraag. Want de deadline was toch 1 juli en het voorstel voor het burgerberaad, was er op 21 september 2022.
Dus dan hadden we toch met een doorlooptijd van zes maanden, ruim voldoende tijd om daarna nog de deadline van 1 juli te halen, die ook nog later is doorgeschoven een half jaar? Ik snap even niet precies, wat er bedoeld wordt, waarom we dat niet zouden kunnen halen? De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Goede vraag van mevrouw Scholthof. Volgens mij kwam het voorstel in september, van het college. Waarbij gezocht werd naar, met gebruikmaak van de raad, om de kaders te gaan ontwikkelen. Dus dan ben je weer een half jaar verder. En dan moet je burgerberaad nog starten, wat al minimaal een half jaar, dus je had nooit de termijn kunnen halen. Zo ziet, u moet die termijn optellen bij het moment van het toelichten of het lanceren van het collegevoorstel. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank u wel, voorzitter. Ja, oké. Dus u rekent, de heer Kleine Schaars rekent een half jaar bij op, wat wij als raad nodig zouden hebben, om de kaders vast te stellen. Dat weet ik niet zo goed. Maar wij
11 waren als CDA Deventer groot voorstander, van dat gesprek met de hele samenleving over de energietransitie. Jammer, dat het het niet gehaald heeft in deze raad en dat we daardoor ook wel vertraging hebben opgelopen. Maar, een half jaar voor de kaders. Ik weet niet, of dat helemaal reëel is. Volgens mij, hadden we de deadline gewoon gehaald, zeker met de uitstel, die daarna ons ook nog gegund is door de provincie. Omdat we wel echt serieuze stappen maakten. Is de heer Kleine Schaars dat niet met me eens? De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Nee, voorzitter, heel duidelijk. Daar is de heer Kleine Schaars het niet mee eens. Want we hebben dit besproken in november, december en in januari hebben we de beslissing genomen, dat niet te doen. Nou, tel op, dan weet u al, dat het, wat u stelt, dat dat niet klopt. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank, voorzitter. Ja, dus omdat de gemeenteraad er, september, oktober, november, december, januari, vier maanden over heeft gedaan om over het voorstel af te spreken, voordat we het afschoten. Ja, het is niet helemaal eerlijk, om dat college aan te rekenen. Toch? De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Nee, dat is wel heel interessant. Nu, wordt nu een leuke discussie.
Voorzitter, had mevrouw Scholthof dan gewild, dat wij met zijn allen hier als jaknikkers zitten? Of zijn wij dualistisch bezig en gaan wij kritisch naar voorstellen van het college krijg? Had u niet gewild, dat wij kritisch bleven, hoor ik u dat zeggen? Hadden wij gewoon moeten zeggen, voorzitter, oh geweldig, nee, dat gaan we doen. Ik begrijp u niet zo goed. Wilt u wel of niet het debat voeren met het college en het proces in de raad voeren? Dat proces kostte al vier maanden, daar bent u die tijd al kwijt. Als u dan ook nog de kaders moet gaan maken, dat is een optelsom. Maar, ik wou bijna een cynische opmerking, maar ik, ga ik niet doen, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Nou, ik weet niet, wat dualisme hiermee te maken heeft. Volgens mij, is er een verschil van opvatting. Wij vonden het als CDA Deventer een heel goed idee, om met de samenleving, de hele samenleving van Deventer te gaan praten over de energietransitie. Dat de heer Kleine Schaars dat geen goed idee vond en daarmee ook een meerderheid van de raad, dat respecteer ik ook wel. Maar dan moet je niet de schuld doorschuiven, omdat wij daar zo lang over hebben gesproken. Bovendien, ik sta hier ook vanuit een kritische houding voor onze inwoners. Dus ik wil graag, dat wij bereiken, dat wij voor onze inwoners iets kunnen betekenen. En niet, ja, het gelijk halen van Deventer Belang.
De voorzitter: De heer Kleine Schaars. De heer Kleine Schaars: Ja, voorzitter. Nu ga ik het toch zeggen, die cynische opmerking. Ik heb bij de laatste, één van de laatste nota's heb ik de oppositie of de coalitiepartijen, allemaal een rekenmachine gegeven. Zou ook goed zijn, als mevrouw Scholthof die gebruikt, om de termijnen nog eens op te tellen ‘..’. Zo, heb ik hem gemaakt. Mevrouw Scholthof, ik vind het heel erg kwalijk, voorzitter … De voorzitter: Wilt u zich richten tot de voorzitter? De heer Kleine Schaars: Voorzitter, ik vind het heel erg kwalijk, dat mevrouw Scholthof de fractie van Deventer Belang verwijt, dat wij niet voor onze inwoners staan. Wij staan juist voor onze inwoners. We hebben juist om onze inwoners vanaf moment in 2021, dat het proces werd gestopt is gezegd, we gaan als college, we gaan met onze
12 inwoners in gesprek. We gaan een grote participatie houden, want dat vinden we zo belangrijk. Dat is niet gelukt op basis van de MER en de Nevele-arrest, oké. Vervolgens stopt het proces. Waar is dan deze coalitie en waar is dan het CDA geweest? Die heel actief is geweest van college, we moeten nu starten, we moeten snel, we moeten verder, we halen de termijnen niet. Ik heb u niet gehoord. De voorzitter: Mevrouw Scholthof. Mevrouw Scholthof: Dank, voorzitter. Nou, fijn dat in ieder geval begrip is, voor wat er bij het vorige college is gebeurd, tot aan de verkiezingen. Toen kwamen natuurlijk, kwam er een nieuwe coalitie. Die was er 1 juni en in september kwam het voorstel, om de energietransitie met de hele samenleving van Deventer te gaan bespreken. Twee maanden van, het zomerreces af geteld, nou, is dat toch echt supersnel. Ik had gewild, dat we het hadden gedaan, want dan hadden we wel dat gesprek met de inwoners kunnen voeren. Dan waren we, hadden we snel stappen verder kunnen zetten. Maar goed, dat is nou eenmaal zo gebeurd en ik wil ook respecteren, dat de raad dat geen goed idee vond. Maar laten we dan ook wel fair zijn, nadat wij, dat wij ook veel tijd hebben genomen in het proces. De voorzitter: Goed. Zullen we even verdergaan? Er staan nog meer mensen die, een reactie hierop of? Want de heer Akdemir wil graag op dit punt doorgaan. Oké.
Dan gaat uw gang, want u bent, u heeft als eerste het woord. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil de heer Kleine Schaars wel bijvallen in zijn kritiek. Want het feit hè, als wij voor onze inwoners opkomen, het ultiem voor onze inwoners opkomen, is zelf de regie houden als het gaat op wind. Die regie, die hebben we uit de hand laten glippen en heeft het college uit de hand laten glippen. Dat is wel wat, waarvoor we hier volgens mij staan. Het heeft met een aantal keuzes te maken in het proces, die zijn ook al langsgekomen. En ook dingen die hier zijn gezegd, ook in de raad hè. Dus die en de eerste keuze is, was er een, en het feit, het rapport Buhrs wat u aanhaalt. Wat u ook gebruikt als excuus om te zeggen, dat lossen we op met burgerberaad. Dat, u geeft aan, we gaan daar een PlanMER maken hè. Dat is een belangrijke participatie. Dat wordt geblokkeerd. Vervolgens valt het stil. Was er dan geen plan B om op dat moment, die participatie weer op te starten? Want het was duidelijk, dit moet worden opgelost. We moeten, vanuit de provincie hebben wij een opdracht, om ons RES-bod waar te maken. Dus waarom heeft het college op dat moment niet, ja, de boel uit handen laten vallen? En was er blijkbaar geen plan B en hebben we zelfs gewacht, tot er verkiezingen waren. Toen kwam het burgerberaad tevoorschijn.
Op het, op dat moment in september, toen die notitie, die raadsmededeling er lag, is die hier in een raadszaal besproken in een Raadstafel. Toen hebben er meerdere partijen aangegeven, één, het is geen alternatief voor de opdracht, die we hebben vanuit het RES. Dat vraagt een heel ander participatiegesprek, dat is niet een brede consultatie met de hele samenleving. Dat is een burgerberaad op zich ook niet, want dat doen we met lotingen. Dus dat, daar valt ook nog best wel kritiek op te uiten. En ze, u gaf zelf ook aan, daar komen geen … De voorzitter: Via de voorzitter, graag. De heer De Niet: Dank u wel. De voorzitter: En misschien is het handig om een punt te zetten. Even vragen, want anders wordt het wel een hele brij aan betoog en vragen door elkaar. De heer De Niet: Is goed. Dan zet ik hier even een punt. Waarom dan, waar was het plan B? De voorzitter: Wethouder Walder.
13 De heer Walder: Ja. Eind januari heeft de gemeenteraad gezegd, we willen niet het spoor bewandelen van het burgerberaad, energietransitie. De heer De Niet vraagt, wat is er sinds die tijd gebeurd? Nou, daarvoor zijn … De heer De Niet: Voorzitter, voorzitter. De voorzitter: Ja, ga uw gang. Want … De heer De Niet: Dit was niet mijn vraag. Het ging, de vraag ging over, die PlanMER werd doorkruist door het arrest. Op dat moment, liet het college het uit de hand vallen. Als ik het even heel … Waarom heeft u, wat was op dat moment het plan B? Want nog steeds lag de opgave er voor participatie en het aanwijzen van gebieden. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: De, PlanMER, het PlanMER-traject is stopgezet door het uitspraak van de Raad van State. Dan, doelt u op de periode tussen 24, 14 oktober en het eind van de afgelopen raadstermijn? Of welke periode doelt u dan precies op, waar u meer informatie over wilt hebben? De voorzitter: Nou, de heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Op het moment, dat het arrest kwam en dus dat de basis onder die PlanMER weg is geslagen. Die situatie zit er nog steeds. Maar we konden al wel een toetsingskader opstellen, dus er is geen enkele reden om op dat moment niet door te gaan, met het opstellen van een participatietraject voor een toetsingskader.
Dat had in één keer door kunnen, dan waren we twee jaar sneller, twee jaar verder geweest. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Er is een raadsmededeling geweest op 14 oktober 2021. Daar heeft het college geconcludeerd, dat een PlanMER maken nu niet mogelijk is door ontbreken van een normenkader, naar aanleiding van de uitspraak van Raad van State. En dat we daardoor onder andere met Bureau Buhrs een ander traject voor willen invullen. Als u zegt, of als de heer De Niet zegt, dat had wel gekund. Dan zou mijn antwoord zijn, had dat gezegd of had een discussie gestart naar aanleiding van de raadsmededeling van 14 oktober 2021. Ik vind het debat wat we, we zitten aan de ene kant heel erg door te praten over een, de nadelen van een afgeschoten voorstel van een jaar geleden. En dan gaat de heer De Niet nog weer een jaar eerder terug. Dus dit is het antwoord, wat ik kan geven. We hebben het 14 oktober in een openbare raadsmededeling, na de raad gezegd. Wij stellen voor het PlanMER-traject niet meer te kunnen doen, vanwege het Nevele-arrest. Als de heer De Niet het er niet mee eens is, had hij dat na 14 oktober 2021 moeten zeggen. En niet bij een interpellatiedebat twee jaar later. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Ja, dank u wel, voorzitter. Dan, ik had nog wel een andere vraag, over die, het burgerberaad hè.
Dus dat die, in september is dat voorstel vanuit het college hier in de raadszaal besproken. Toen hebben meerdere partijen, waaronder volgens mij wij, maar ook zeker GroenLinks, ik dank, denk mevrouw Van der Meer heeft destijds aangegeven van, ja, die opgave van de RES, die staat daar los van. Daar, die opgave ligt er nog steeds. Dat staat me helder voor de geest. Het was ook duidelijk, dat dat niet binnen hetzelfde traject zou passen. Dus eerst een heel burgerberaad vaststellen, traject doorlopen en dan daarna ook nog een participatie, voor wat eventueel daaruit komt over windmolens. Om daarna, moeten we nog steeds een participatie voor toetsingskader, had nog steeds gemoeten. Dus het was klip en klaar, dat het niet paste. Dat is hier ook besproken. De vraag is ook toen aan u gesteld of aan het college gesteld en de wethouder gesteld, wat gaat u doen om dat passend te
14 maken? Mijn vraag is, hebt u toen op dat moment al duidelijk was bij, voor het college, dit past niet binnen de termijn, die de provincie stelt. Heeft u, is op dat moment ook gevraagd aan de provincie, mogen wij uitstel? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Volgens mij hebben wij erkend, dat op moment dat je een volledig burgerberaad doet en daarop wacht, dat evalueert en daarna start met een nieuw proces rondom wind, dat dat veel tijd kost. Ik weet ook, dat het college toentertijd ook gemotiveerd heeft, dat wij niet een planning willen maken op een deadline, terug redeneren en dan een haastig participatietraject willen doen. Want dan is er onvoldoende ruimte, zou er in het ogen van het college zijn, voor echt goede participatie. We hadden de behoefte, we zaten in een sterk gepolariseerde veld. Ik heb een rondje gemaakt langs, iedereen die iets vond van duurzame energie, was geschrokken van de gebrek aan bereidheid, om nog met elkaar samen te werken op het duurzame domein. De oprechte wens van het college was, om weer bij elkaar te kunnen komen, deliberatief, met elkaar een gemeenschappelijke basis te hebben. Ook trouwens, in lijn met het rapport Bureau Buhrs. Dat vond het college toen belangrijker dan bijvoorbeeld terug redeneren vanaf een bepaalde deadline.
Want het paradoxale is, als je probeert die deadline te halen, ga je haast maken en dan lukt het daardoor niet. Als je een goed proces hebt met elkaar, kom je uiteindelijk veel verder. Dat hebben wij ingebracht als argument. Vanuit de raad is toen aangegeven, nee, wij vinden dat wij onszelf klem lopen in de deadlines. Dat was een reden geweest, dat was een van uw argumenten geweest, om niet in te stemmen met het idee van het college, om het burgerberaad in te zetten voor energietransitie. Zo is dat een jaar geleden al afgerond, dit traject. De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Voorzitter, dank u wel. Dat, ik hoor geen antwoord op mijn vraag. De vraag die ik heb gesteld was, toen al duidelijk was op dat moment in september, ook door de dingen die hier in de Raadstafel zijn gezegd, dat het een onhaalbare deadline was. Wat het college, wat de wethouder nu ook zegt, we hebben, we nemen alle tijd, want dat is nodig. Nou, dat, misschien is dat zo. Maar op dat moment was al duidelijk, het is een onhaalbare deadline. Is op dat moment ook aan de provincie gevraagd door het college, om uitstel? Is die onhaalbare deadline op dat moment besproken? De voorzitter: Wethouder Walder.
De heer Walder: Een verzoek aan de heer De Niet, of hij dan de deadline en de precieze consequenties even scherp wil hebben, die toen gespeeld hebben? Is dat de deadline, die van 1 juli verplaatst is naar 1 januari of een andere deadline, waar de heer De Niet op doelt? De voorzitter: De heer De Niet. De heer De Niet: Dank u wel, voorzitter. Dat is de deadline, die eerst op 1 juli lag en nu op 1 januari. Maar die deadline was, die was al helder. En was ook duidelijk, dat die op dat moment niet haalbaar was. Dus … De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Ja, dat, qua planning was het een voorstel waarvan ook toen erkend is, dat je niet verschillende lange trajecten naast elkaar kan gaan lopen. Het college heeft ervoor gekozen, om een kwalitatief goed voorstel met zware participatie in te zetten, als hoger doel dan alles wat alles, het halen van die deadline. We hebben ingeschat als college, dat het doen van een zorgvuldig proces uiteindelijk belangrijker is en dat we de deadline met de provincie t.z.t. op moeten lossen, maar een zorgvuldig proces bovenaan staat. En dat hebben we toen gecommuniceerd. Raad heeft aangegeven, we vinden de planning belangrijker of te spannend. En dat is prima. Daardoor heeft u het voorstel van het college, toen afgeschoten.
15 De voorzitter: De heer De Niet, laatste instantie. De heer De Niet: Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb nog steeds geen antwoord op mijn vraag gehoord. Op dat moment was het al duidelijk, we gaan die deadline niet halen. Ik heb u niet horen zeggen, dat u op dat moment, wat denk ik wel belangrijk was geweest om te doen, met de, dat de wethouder op dat moment niet met de provincie contact heeft genomen, over de eventueel uitstel van die deadline. De voorzitter: Dat is uw conclusie. De heer Akdemir. De heer Akdemir: Voorzitter, ik zit hier al tien minuten te wachten. De heer Kleine Schaars: Voorzitter, wil ik toch nog even op interrumperen, op aansluiten, want … De voorzitter: Nog even kort, en dan kom ik bij u. De heer Kleine Schaars: Wat mijnheer De Niet namelijk heel duidelijk zegt en dat is ook het betoog wat ik net probeerde te houden, had het college ons dan op dat moment in januari niet heel duidelijk moeten zeggen van, we gaan het proces niet halen? U gaat de deadline met de provincie niet halen. Had u toen niet moeten zeggen, we moeten in bestuurlijk overleg met de provincie. En raad, u bent gewaarschuwd, want we willen dit proces graag op deze manier doen. Maar dan loopt u heel gerede kans, dat u de deadline van de provincie mist, met alle gevolgen van dien. Ik heb niet gehoord, dat wij destijds gewaarschuwd zijn door het college, voorzitter.
De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Ik heb aangegeven in de gesprekken met de raad, dat ik bereid ben, bereid was om met de provincie in gesprek te gaan over de deadline, als dat een, zo'n belangrijk aspect is. Maar het college heeft toen het zorgvuldige proces als belangrijker geacht, dan het halen van een precieze deadline. De voorzitter: Ja. Volgens mij hebben we nu hierover gewisseld, wat er gewisseld moest worden. De heer Akdemir, u ziet af van uw … Nou, goed. Dan gaan we naar de heer Donkers. De heer Donkers: Dank, voorzitter. Ik neem aan, dat het college de afgelopen dagen, weken ook heeft geëvalueerd. Gekeken, wat is er nou gebeurd en wat had het college anders moeten doen? Wat had deze gemeente anders moeten doen? Zodat het besluit zoals nu is genomen door het college van GS, anders was uitgevallen. Ik ben benieuwd naar die evaluatie. Wat had de wethouder anders gedaan? De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Er zijn twee zaken. We hadden eerder een toetsingskader kunnen vaststellen. Op moment, dat bijvoorbeeld het college niet had voorgesteld, met een burgerberaad te starten hè. Want het is een traject wat, heeft een aantal maanden gekost om dat voorstel te maken en te overleggen met maatschappelijke partners. Dat heeft een aantal maanden gekost bij de raad, om te komen tot een nee.
Als die tijd toen gebruikt was om een toetsingskader op te stellen, hadden wij dat nu al gehad. Dan hadden wij meer procesvoortgang gemaakt. Dat was achteraf gezien beter geweest, omdat je dan sneller gaat in het proces. Nou, je kan er ook tegenaan kijken, dat had alsnog geen bal uitgemaakt, want het provinciale beleid van nu gaat toch boven het gemeentelijk beleid. Het tweede punt heeft te maken met de wijze waarop, we afspraken met de provincie hebben vastgelegd. We hebben naar aanleiding van onze zorgen over de provinciale motie Grip op wind hè, dat was die motie die na de verkiezingen voor het provinciale bestuursakkoord werd aangenomen. Heeft bij ons zorgen gegeven over, wat betekent dit dan voor onze regie? We hebben daar toen met de provincie over gesproken begin juli. Om verzekerd te kunnen krijgen, hebben wij nog steeds regie? Antwoord van de provincie was, ja, we hebben regie. We hebben
16 dat zelf zwart op wit vastgelegd en aan de provincie voorgelegd en daar nooit schriftelijk bevestiging van gekregen. Achteraf gezien kun je zeggen, dat hadden we wel willen hebben of we hadden bestuurlijk op moeten schalen. Dat ik via de gedeputeerde gewoon reactie eiste op die ambtelijke mails, waar we geen reactie op kregen. Achteraf kun je zeggen, oké, dan was er al blijkbaar dingen in beweging. Dus met de wetenschap van nu kun je zeggen, wij hadden die reactie op onze mail moeten eisen. Aan de andere kant, we zijn onderling, we zijn overheden onderling. Een mail en een telefoontje zou ook genoeg moeten zijn, voor het herkrijgen van een toezegging. Maar dat zijn de twee punten. We hadden sneller een toetskader kunnen opstellen en we hadden de afspraken met de provincie meer moeten vastleggen. Dat zijn punten waar wij op terugkijken en zeggen van nou, dat hadden wij scherper en beter moeten doen. De voorzitter: Helder, dank u wel. De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn vraag sluit daar deels bij aan, inderdaad. Maar uw vraag, u zegt nu eigenlijk van een, we hadden eerder een toetsingskader kunnen opstellen. Was niet het moment geweest in oktober 2021, dat inderdaad de raadsmededeling kwam van, nou ja, we kunnen niet verder vanwege het Nevelearrest. Daar zijn andere gemeenten anders mee omgaan.
Maar goed, Deventer hebben we het toen stopgezet. Maar in die raadsmededeling staat ook, we gaan verder met de participatie. Daar wordt dan gelinkt aan Bureau Buhrs en inderdaad, in gesprek gaan met de raad daarover. Vervolgens heeft, hebben we een heel jaar gepraat over het burgerberaad. Dat was inderdaad heel breed ingestoken. Alleen achteraf en dat blijkt dus uit die raadsmededelingen van begin dit jaar, blijkt dat het college eigenlijk voor ogen had om het burgerberaad te laten gaan over het RES en het energieplan. En dat daar pas begin dit jaar het inzicht kwam van, nou, als het daar niet over gaat, dan moeten we snel iets anders. Dus zou u daarop kunnen reflecteren van, met de kennis van nu van, hadden we dat op dat moment niet anders kunnen insteken of had het college dat niet anders kunnen insteken? Niet te focussen op het burgerberaad als middel voor nou ja, het RES-gebeuren van, hoe gaan we het RES uitvoeren? Maar op een andere manier. Van, dan hadden we nu dus een jaar kunnen besparen. De voorzitter: Wethouder Walder. De heer Walder: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag van de heer Van der Meulen was helemaal in het begin van het verhaal. Waarom is niet gelijk na 14 oktober 2021 gestart met het maken van een toetskader? Is even voor mensen die afgehaakt zijn.
14 oktober 2021 was de raadsmededeling, waarin het college zei, vanwege het Nevele-arrest stellen wij voor, geen PlanMER meer op te zetten. Nou, de vraag, waarom is niet gelijk een toetskader gemaakt? Dat is, omdat het in strijd is met de adviezen van Bureau Buhrs. Bureau Buhrs heeft geadviseerd gezien het debat waar we toen met elkaar stonden, ze, neem eerst een stap terug. Het college voelde zich op dat moment, niet in de positie om gelijk weer een stap voorwaarts te nemen. Maar eerst met elkaar bij elkaar te komen, deliberatief het met elkaar eens te zijn. Ja, we moeten aan, met die energietransitie aan de slag. Ja, daar horen ook windmolens bij. En als je dat met elkaar hebt afgesproken en die hernieuwde commitment vanuit de politiek weer opgehaald hebt, dan kun je pas praten over het, hoe. Dat was toen de inschatting van het college. De voorzitter: De heer Van der Meulen. De heer Van der Meulen: Ja, Ik had het dus uitdrukkelijk niet over een toetsingskader, maar inderdaad het participatieplan. Inderdaad, het vervolg van de aanbeveling van Bureau Buhrs was inderdaad, dat breder te trekken. Alleen het college heeft daar heel snel, het burgerberaad als instrument voor bedacht. Met op, als achtergrond van, zo kunnen we zoekgebieden voor wind bijvoorbeeld gaan vaststellen. En dat is pas achteraf gebleken.