CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2-2021-09-30 Haalbaarheidstudie Verkabeling N348-Vijfhoek

Raadsvergadering 9 maart 2022, gemeente DeventerBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Verkabeling Diepenveen/Platvoet en Deventer/Colmschate34.682 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De dubbelbestemming HS hoogspanningslijn dient weg bestemd te worden en komt hiermee te vervallen en er wordt een dubbelbestemming HS-kabelverbinding gevestigd. TenneT heeft voor planologie de relevante uitgangspunten voor het hoogspanningskabeldeel verwoord in de vigerende TenneT standaard Programma van Eisen:  

PVE 00.002 Planologische en tracerings-uitgangspunten en locatie-eisen PVE 00.003 Publieke en Private rechten

Bestemmingsplan Uitgangspunt is dat in principe de hoogspanningsinfrastructuur door aanvrager / opdrachtgever meegenomen wordt in het bestemmingsplan op een dusdanige wijze dat de bestemming van de hoogspanningsinfrastructuur voor het desbetreffende gebied juridisch is vastgelegd en mogelijk conflicterende zaken buiten werking zijn gesteld. Wat dat betreft kan een dubbelbestemming volstaan, inclusief een nieuwe enkelbestemming voor de kabelopstijgpunten. Als gevolg van het verplaatsen van de eindmast 20N naar een inpasbare plek, verandert tevens het lijnenveld tussen de masten 19 en 20. Daarvoor is tevens een partiële bestemmingsplan wijziging nodig. De huidige bestemmingen en dubbelbestemmingen zijn respectievelijk opgenomen in respectievelijk bijlage B3.1.1. en B3.1.2. Privaatrechtelijke afspraken Uitgangspunt bij het verkabelen van de hoogspanningslijn tussen het 110 kV Station Deventer Bergweide (DVTB110) en mast 20 te Deventer is, dat de gemeente Deventer gehouden is aan het verlenen van medewerking aan het vestigen van een opstalrecht of enig ander zakelijk recht op zijn grond. Voor zover het tracé gronden raakt, c.q.

overlapt die in eigendom van derden zijn, dienen de grondeigenaren en gebruikers te hebben ingestemd met het verrichten van werkzaamheden op die gronden en dienen zij, voor zover TenneT op die gronden zaken en eigendommen zal aanbrengen en in stand zal houden, te hebben ingestemd met de vestiging van een (nieuw) zakelijk recht ten gunste van TenneT overeenkomstig de daartoe door TenneT gehanteerde voorwaarden. Het kabel opstijgpunt (eindmast 20), en in geval van een verkort tracé (eindmast 26) wordt voorzien van een hekwerk, zodat deze niet toegankelijk is voor publiek en de benodigde grond wordt door TenneT aangekocht. 32

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 TenneT vangt de realisatie-werkzaamheden niet eerder aan, dan nadat alle grondeigenaren hebben ingestemd door middel van de vestiging van een zakelijk recht en nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en onherroepelijk is geworden. Mocht TenneT eventueel genoodzaakt zijn om juridische procedure(s) te voeren zoals in het kader van de gedoogplicht (Belemmeringenwet Privaatrecht) zal dit opgepakt worden na overeenstemming met de gemeente Deventer. Betreding van gronden in de voorliggende fases van de realisatie zullen in de regel afgestemd worden met de gemeente Deventer om tot een passende taakverdeling en werkwijze te komen zodat communicatie naar grondeigenaren en gebruikers eenduidig is en zodoende eventuele verstoringen

te

beperken.

schadevergoedingen

worden

De door

bij de

betreding

van

rentmeesters

gronden van

eventueel

TenneT

verschuldigde

besproken

met

de

rechthebbenden. Planologische en Ruimtelijke Ordening aspecten Om te voorkomen dat bij elke alternatief bij de behandeling van een ruimtelijke ordening aspect alle bevindingen uit de bureauonderzoeken, zoals geraadpleegde bronnen, onderzoeksmethodiek ect, worden herhaald, zijn in de onderstaande sub paragrafen per Ruimtelijke Ordeningsaspect de algemene zaken over de onderzoeksresultaten voor het zoekgebied beschreven en opgenomen in de belemmeringenkaarten in bijlage B3.1.1 t/m B3.1.22. De toetsing aan de traceringscriteria zijn vervolgens per alternatief behandeld in het volgende hoofdstuk 3, paragrafen 3.1 t/m 3.4

2.5.1

Archeologie

De gemeente Deventer beschikt over een Archeologische waarden- en verwachtingskaart voor haar grondgebied. De kaarten zijn opgenomen in het volgende document: Die plaatsen, welke in de Douwelerkolk verdronken zijn ..., Fysisch- en historischgeografische bouwstenen voor een archeologische verwachtingskaart van de gemeente Deventer, RAAP-rapport 2571, d.d. 4 april 2013. De kaarten behorende bij bovengenoemde rapportage is een aantal keren herzien waarvan de laatste keer in 2018. Dit heeft geresulteerd in de Archeologische Beleidskaart Deventer 2018. Daarnaast is er een archeologische aanduiding opgenomen in het bestemmingsplan (dubbelbestemming). Voor de beoordeling of archeologische onderzoek noodzakelijk is, is het bestemmingsplan leidend en is in de richtlijnen van het bestemmingsplan opgenomen waaraan en wanneer archeologisch onderzoek nodig is. In de bijlage B3.1.3 (Archeologische Beleidskaart Deventer 2018) zijn de kaartlagen weergegeven met de beoogde alternatieven voor de kabeltracés. In de paragrafen 3.1 tot en met 3.4 is per alternatief weergegeven of de beoogde grondroerende activiteiten voor dat betreffende alternatief leidt tot archeologische onderzoeksverplichtingen 2.5.2

Cultuurhistorie

De gemeente Deventer heeft beleid ontwikkeld voor het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, erven en ensembles in het buitengebied. Het betreft zowel monumenten als karakteristieke panden. De gemeente Deventer heeft het Oversticht gevraagd een inventarisatie naar de karakteristieke panden uit te voeren en actualisatie van gemeentelijke monumenten. Dit heeft geresulteerd in het document 'karakteristieke panden en gemeentelijke monumenten' (november 2009). 33

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

De cultuurhistorisch waarden zijn eveneens opgenomen in het bestemmingsplan. In de bijlage B.3.1.4 zijn de cultuurhistorische locaties weergegeven op kaart in relatie tot het kabeltracé. 2.5.3

Water

Binnen het zoekgebied bevinden zich geen grondwaterbeschermingszones noch boringvrije zones. Langs het Overijssels kanaal en rond de wijk “Snipperling” liggen secundaire waterkeringen in beheer van waterschap Drents-Overijsselse Delta (zie bijlage 3.1.6). De alternatieven hebben alle een of meerdere kruisingen met primaire watergangen en de alternatieven 1 en 2 zijn beide deels onder het Overijssels kanaal geprojecteerd (zie bijlage B3.1.5, uitsnede legger WS DOD). In de Bijlage B3.1.6 en B3.1.7 zijn de waterstaatkundige kunstwerken weergegeven, zodat de raakvlakken met stuwen, duikers etc zichtbaar is voor elk van de alternatieven. Daarnaast is het bij de aanleg van een kabeltracé van belang of er gezien de diepteligging van 1,2 m minus maaiveld of 1,8 m minus maaiveld op agrarische percelen, rekening gehouden dient te worden met grondwater. Bij aanleg van de kabels in open ontgraving dient rekening gehouden te worden met een beperkte bemalingsnoodzaak. Het onderzoeksgebied valt geheel binnen het bestuur gebied van Waterschap DrentsOverijsselse Delta, het waterschap beheert de waterstaatkundige kunstwerken en primaire en secundaire watergangen in het onderzoeksgebied, alsmede het Overijssels Kanaal. NB: Bij het Waterschap DOD is geverifieerd of de kabelverbinding eventueel onder de waterbodem van het Overijssels kanaal mag komen te liggen.

In eerste aanleg werd daar niet negatief op geantwoord. Waterschap is thans aan het beoordelen onder welke voorwaarden aanleg onder en langs het Overijssels kanaal kan worden toegestaan, niet is ten tijde van het verschijnen van deze rapportage geen uitsluitsel op verkregen.

De locatie ligt volledig in de boringsvrije zone Sallands Diep. In deze zone is het niet toegestaan boringen uit te voeren dieper dan 50 m. Voor de verkabeling worden verschillende HDD-boringen uitgevoerd, echter deze gaan nooit de diepte van 50 m beneden maaiveld bereiken. Dit houdt in dat de boringsvrjie zone Sallands Diep geen belemmering vormt voor de verkabeling. 2.5.4

Bodem

Bodemkwaliteit Met betrekking tot bodemkwaliteit zijn de volgende bronnen geraadpleegd:  https://overijssel.omgevingsrapportage.nl;  www.railmaps.nl: database met o.a. bodeminformatie ProRail. Voor detailinformatie is het bodeminformatiesysteem van de provincie Overijssel geraadpleegd. Dit bodeminformatiesysteem bevat de volgende bodemgegevens:  Bodemlocaties;  Bodemonderzoeken;  Verontreinigingscontouren grond, grondwater en waterbodem;  Saneringscontouren grond, grondwater en waterbodem;  Zorgmaatregelen (na sanering). Het bodeminformatiesysteem van ProRail (Railmaps) bevat de volgende gegevens:  Meetpunten;  Gevallen van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-gevallen). 34

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

Uit de geraadpleegde bronnen komt een aantal bodemlocaties naar voren waar sprake is van bodemverontreiniging. Deze staan weergegeven in bijlage B3.1.11. Per alternatief is in de volgende hoofdstukken opgenomen of het alternatief raakvlakken heeft met deze locaties. In bijlage B3.1.9, B3.1.10 en B3.1.11 en B3.1.12 zijn de bodemlocaties met ernstige verontreinigingen weergegeven op kaart in relatie tot het kabeltracé. Er worden verschillende bodemlocaties doorkruist. PFAS Door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is op 8 juli 2019 het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” opgesteld en ingediend bij de Tweede Kamer. Het handelingskader is per 8 juli 2019 verplicht gesteld en bevat een onderzoeksplicht voor PFAS voor toe te passen grond en baggerspecie alsmede afvoer van grond naar een verwerker (acceptatievoorwaarden). Op 29 november 2019 en 2 juli 2020 heeft nog een aanpassing van de normen uit het Tijdelijk handelingskader plaatsgevonden. Grond is verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als het gaat om bovengrond of als grond geroerd is, zoals bijvoorbeeld bij een ophooglaag. PFAS is de verzamelnaam voor perfluorverbindingen en worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten.

Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals blusschuim, verf, pannen, kleding (ook gore-tex schoenen en handschoenen) en cosmetica. Door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt het in Nederland inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen als gevolg van atmosferische depositie. Onder verharding wordt PFAS vaak in lagere concentraties gemeten. PFAS is persistent en nauwelijks biologisch afbreekbaar in het milieu en heeft een mobiel karakter in de bodem. De onderzoekslocatie is gelegen in de gemeente Deventer die de toezichttaken op het gebied van bodem heeft ondergebracht bij de Omgevingsdienst IJsselland. De gemeente Deventer sluit aan bij het geactualiseerde landelijke normenkader en hiermee dus ook de verkondigde verhoogde PFAS-normen voor de functieklassen ‘landbouw/natuur’. Voor PFAS is een regionale bodemkwaliteitskaart vastgesteld. De regionale waarde in bovenen ondergrond blijven beneden de achtergrondwaarden van het handelingskader. Voor de gehele gemeente Deventer geldt een toepassingseis die gelijk is aan de achtergrondwaarden van het handelingskader (1,4/1,9). Bodemgesteldheid Voor het vaststellen van de ondiepe bodemopbouw is de Bodemkaart van Nederland (schaal 1:50.000) geraadpleegd. In de bijlage B3.1.8 is deze weergegeven. Op de kaart is het gebied gedeeltelijk aangegeven als bebouwd gebied (grijs).

In deze gebieden is door menselijk handelen de ondiepe bodemopbouw mogelijk veranderd in de loop der tijd (ophooglagen e.d.). Op grond van de bodemgesteldheid van de omgeving moet worden aangenomen dat ter plaatse van het projectgebied de grondsoort lemig fijn zand aanwezig is. Voor de diepere ondergrond, relevant voor de HDD-boringen is in de onderstaande tabel 2.4 de regionale geohydrologische bodemopbouw schematisch weergegeven. 35

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

Diepte NAP) +7 - +5

(t.o.v.

Geohydrologische eenheid

Formatie

Grondsoort

Watervoerend pakket

Boxtel

+5 - 58

Watervoerend pakket

Kreftenheye

58 - 65

Watervoerend pakket

Drente

65 - 69

Scheidende laag/ Watervoerend pakket

Peize , Waalre

69 - 94

Watervoerend pakket

Maassluis

94 - 130

Watervoerend pakket

Oosterhout

130 - 300

Slecht doorlatend pakket

Breda

Zand, zeer fijn tot matig grof en leem, zwak tot sterk zandig, soms veenlagen Zand, matig tot uiterst grof, matig tot sterk grindhoudend. Plaatselijk, fijn tot zeer grof grind. In mindere mate siltige kleilagen en sporadisch kleiige veenlaagjes. Zand, matig grof tot uiterst grof en klei en leem, sterk zandig tot uiterst siltig Zand, matig grof tot uiterst grof, zwak tot matig grindig en Klei, sterk zandig tot zwak siltig en Zand, uiterst fijn tot uiterst grof Zand, uiterst fijn tot matig grof en ingeschakelde klei, veelal siltig of zandig, Klei en zandige klei met schelpen en Zand, zeer fijn tot zeer grof Zand, zeer fijn tot matig fijn en Klei, sterk zandig tot matig siltig

Tabel 2.4 | Regionale geohydrologische opbouw

Bovengenoemde geohydrologisch opbouw is vigerend voor het gehele zoekgebied van de beschouwde 3 alternatieven en is middels een dwarsprofiel met diepte-aanduidingen weergegeven in onderstaande figuur 2.1.

Figuur 2.1 | Regionale Bodemgesteldheid en opbouw (ondergrondmodel REGISII, DINOLOKET)

Gezien deze geologische bodemgesteldheid wordt voorgesteld om de HDD-boringen in de laag van Kreftenheye aan te leggen op een diepte tussen de 6 m en 20 m minus maaiveld. Deze laag , die voornamelijk uit zandlagen bestaat, heeft vermoedelijk een gunstige warmteafdracht voor de kabels (g-waarde), maar bevat soms geen sterk grindhoudende lagen. In een vervolgfase is grond mechanisch en geothermisch onderzoek noodzakelijk, om de meest gunstige diepteligging te bepalen. 2.5.5

Niet Gesprongen Conventionele Explosieven

De gemeente Deventer heeft in 2014 de firma T&A Survey opdracht gegeven voor het opstellen van een risicokaart CE (conventionele explosieven). Het gaat hierbij om het volgende document: 36

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 

Risicokaart CE gemeente Deventer, T&A Survey BV, kenmerk GPR3402.2, d.d. 10 oktober 2014. Het vooronderzoek naar niet-gesprongen explosieven voldoet aan de WSCS-OCE (norm explosievenonderzoek). In bijlage B3.1.13 is het projectgebied geprojecteerd op de risicokaart CE van de gemeente Deventer. 2.5.6

Natuur en ecologie

Bij de aanleg van kabels (hoogspanning) kan sprake zijn van ondergrondse boringen of aanleg in open ontgravingen, alsmede het tijdelijke gebruik van werkterreinen en het amoveren van masten en hoogspanningslijnen. Bij deze werkzaamheden is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten flora en fauna. Om inzicht te krijgen in de effecten op beschermde natuurwaarden is het volgende wettelijk kader gehanteerd:  

Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten en onderdeel beschermde gebieden van het Natura 2000-netwerk; Provinciaal beleid, beschermde natuurgebieden die vallen onder de Omgevingsverordening Overijssel.

De Wet natuurbescherming gaat over beschermde soorten (hoofdstuk 3) en beschermde gebieden (hoofdstuk 2). Beschermde gebieden zijn gebieden van het Natura 2000-netwerk. Voor hoogspanningsverbindingen met een spanning van tenminste 220 kV is het ministerie van LNV bevoegd gezag (Besluit natuurbescherming artikel 1.3). Omdat de haalbaarheidsstudie bekabeling betreft met een lagere spanning (110 kV), wordt in voorliggende haalbaarheidsstudie uitgegaan van de provincie Overijssel als bevoegd gezag. Naast de Natura 2000-gebieden, welke zijn beschermd door de Wet natuurbescherming, moet rekening worden gehouden met provinciaal beschermde gebieden. Beschermde natuurgebieden zijn in de provincie Overijssel aangewezen en beschermd in de Omgevingsverordening Overijssel. Hierin wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN) beschreven. De bescherming van het NNN is opgenomen in Artikel 2.7 van de Omgevingsverordening. Beschermde gebieden: In Bijlage B3.1.14 zijn de beschermde gebieden in de omgeving van de tracévarianten weergeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Rijntakken. Dit Natura 2000gebied ligt op een afstand van ongeveer 2,3 kilometer ten opzichte van de dichtstbijzijnde tracévariant. Op een afstand van ongeveer 25 kilometer bevinden zich het Natura 2000gebied Veluwe en het Natura 2000-gebied Sallandse Heuvelrug.

De dichtstbijzijnde gebieden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) van de provincie Overijssel, liggen op een afstand van ongeveer 1700 meter van één van de tracévarianten.

Natura 2000-gebieden De ondergrondse boringen, aanleg van werkterreinen en bovengrondse ontgravingen leiden niet tot ruimtebeslag op Natura 2000-gebieden. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand van ruim 2,3 kilometer tot het Natura 2000-gebied 37

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Rijntakken, vinden indirecte effecten als gevolg van verstoring door geluid, licht en trillingen niet plaats in het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken. Hetzelfde geldt voor twee natuurgebieden op een afstand van ongeveer 25 kilometer van de tracévarianten. Gezien de aard van de werkzaamheden kan uitstoot van stikstof plaatsvinden. Hierdoor kan er mogelijk sprake zijn van stikstofdepositie op gevoelig natuurgebied. Alle drie genoemde Natura 2000-gebieden kennen stikstofgevoelige habitattypen. Er moet middels een project specifieke stikstofberekening in AERIUS worden aangetoond dat er geen sprake is van toename van stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied. In deze berekening worden alle emissies tijdens de aanlegfase meegenomen. Deze berekening is nodig voor alle tracévarianten. Vooraf is niet in te schatten of dit onderscheidend is voor de beschouwde alternatieven.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De ondergrondse boringen, aanleg van werkterreinen en open ontgravingen leiden niet tot ruimtebeslag op gebieden van het NNN. Directe negatieve effecten op beschermde natuurgebieden als gevolg van ruimtebeslag kunnen hiermee worden uitgesloten. Ook indirecte effecten op gebieden die behoren tot het NNN worden gezien de afstand van minimaal 1700 meter niet verwacht. Er is geen nadere toetsing in het kader van de neetenzij procedure voor NNN-gebieden nodig. Deze conclusie geldt voor alle tracévarianten. Beschermde soorten: Beschermde soorten flora en fauna, zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming, zijn geïnventariseerd aan de hand van bestaande verspreidingsgegevens. Als bron zijn hiervoor de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Bij de selectie van gegevens voor vogels is specifiek geselecteerd op vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest voor de provincie Overijssel. Voor informatie over alle tracévarianten zijn gegevens van de afgelopen 5 jaar gebruikt. Als plangebied is een vierkant van ongeveer 3 bij 3 kilometer aangehouden waarin de tracévarianten liggen. De gegevens van beschermde soorten worden voor het hele gebied beschreven waarbij wel wordt aangegeven bij welke tracévarianten de beschermde soorten voorkomen.

Vervolgens wordt op basis van het voorkomen van beschermde soorten en gebieden samengevat welke tracévariant het meest gunstig is betreffende ecologie. In Bijlage B3.1.15a t/m c zijn de locaties van waarnemingen van beschermde soorten nabij de tracévarianten weergegeven. De NDFF is de meest complete databank met verspreidingsgegevens van (beschermde) flora en fauna. Er kan echter niet van worden uitgegaan dat als er geen waarnemingen in de NDFF staan, er ook geen beschermde soorten aanwezig zijn. Het is namelijk goed mogelijk dat het betreffende gebied niet is onderzocht op alle mogelijke soortgroepen. Om uitspraak te kunnen doen over het wel/niet aanwezig zijn van beschermde soorten is altijd een veldbezoek noodzakelijk. Onderstaande beschrijving van de verschillende tracévarianten is uitsluitend gebaseerd op gegevens uit de bureaustudie. Voor alle varianten geldt dat er uiteindelijk nog een veldbeoordeling moet plaatsvinden om te bepalen of er sprake is van aanwezigheid van beschermde soorten. Het plangebied omvat vier tracévarianten waarvan de meeste voor een groot deel overlappen in de ligging. Tussen tracévarianten ligt maximaal 600 meter. In onderstaande tabel staan de beschermde soorten die in de directe omgeving van de tracévarianten zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar. Omdat de tracévarianten zo dicht 38

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 op elkaar liggen worden beschermde soorten die bij meerdere varianten voorkomen niet dubbel beschreven, maar worden deze samengevat onder het kopje beschermde soorten. In bijlage B3.1.15a t/m c staan de waarnemingen uit de NDFF op kaart weergegeven. Tabel 2.5 | Soorten die in de directe omgeving van tracéalternatieven zijn waargenomen in de afgelopen 5 jaar (bron NDFF 18 januari 2021). Een kruisje staat voor aanwezigheid nabij een tracévariant.

Soortgroep

Soort

Tracévariant 1

Tracévariant 2

Tracévariant 3

Tracévariant 4

Categorie Wnb

Bastaardkikker

X

X

X

X

AV

X

X

X

AV

Bruine kikker

X

Amfibieën

Gewone pad

X

X

X

X

AV

X

X

X

X

AV

Dagvlinders

Kleine watersalamander Grote vos

X

X

X

X

N

Grote weerschijnvlinder Kleine ijsvogelvlinder Bever

X

X

X

X

N

X

X

X

X

N

X

X

X

Bosmuis

X

Bunzing

X

X

Eekhoorn

X

X

Egel

X

Haas

X

Huisspitsmuis

X

Konijn

X

Ree

X

Rosse woelmuis

X

X

Steenmarter

X

X

Grondgebonden zoogdieren

X

X

X

X

X

N

X

X

X

AV

X

X

AV

X

X

X

AV

X

X

X

AV

X

X

N

X

X

AV

Veldmuis

Vaatplanten

Vleermuizen

Vogels

H AV N N

AV

Wezel

X

X

X

X

N

Kruipend moerasscherm Gewone dwergvleermuis Laatvlieger

X

X

X

X

H

X

X

X

X

H

X

X

X

X

H

Rosse vleermuis

X

X

X

X

H

Ruige dwergvleermuis Boerenzwaluw

X

X

X

X

H

X

X

X

X

V

Boomvalk

X

X

X

X

V

Bosuil

X

X

X

X

V

Buizerd

X

X

X

X

V

Gierzwaluw

X

X

X

X

V

Grote gele kwikstaart Havik

X

X

X

X

V

X

X

X

X

V

Huismus

X

X

X

X

V

Huiszwaluw

X

X

X

X

V

Kerkuil

X

X

X

X

V

Oehoe

X

X

X

X

V

Ooievaar

X

X

X

X

V

Raaf

X

X

X

X

V

Ransuil

X

X

X

X

V

Roek

X

X

X

X

V

Slechtvalk

X

X

X

X

V

Sperwer

X

X

X

X

V

Steenuil

X

X

X

X

V

39

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Soortgroep

Soort

Tracévariant 1

Tracévariant 2

Tracévariant 3

Tracévariant 4

Categorie Wnb

Torenvalk

X

X

X

X

V

Wespendief

X

X

X

X

V

Zeearend

X

X

X

X

V

Zwarte wouw

X

X

X

X

V

Legenda categorie Wet natuurbescherming (Wnb): H= soorten habitatrichtlijn en/of Verdrag van Bonn of Bern (artikel 3.5 Wnb), V= vogels (artikel 3.1 Wnb), N = nationaal beschermde soorten volgens Wnb (artikel 3.10 Wnb). AV = soorten waarvoor binnen de provincie Overijssel een algemene vrijstelling geldt voor ruimtelijke ingrepen.

2.5.7

Bomen

Daar waar de tracédelen in open ontgraving worden aangelegd en werkterreinen noodzakelijk zijn, is beoordeeld in hoeverre de aanwezige bomen een belemmering vormen voor de aanleg van de kabelcircuits. Op basis hiervan is beoordeeld waar bomen mogelijk verwijderd moeten worden. Voor elk tracévariant is daarom onderzocht waar zich bomen bevinden. Hier is de meest recente luchtfoto van de Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK) gebruikt, alsmede het bomenbestand van de gemeente Deventer, weergegeven in bijlage B3.1.16. 2.5.8

Beheergebieden en grondeigendommen

De kabeltracés zijn gebaseerd op de processtappen zoals genoemd in de AM-req-4226. Het heeft niet de voorkeur om parallel binnen de beheergebieden van Rijkswaterstaat of ProRail te liggen, waarvoor in principe een WBR-vergunning of Spoorwegwetvergunning moet worden aangevraagd. In het plangebied bevindt zich een N-weg, de N348, die beheerd worden door de provincie Overijssel. Geen van de alternatieven ligt binnen beheergebied van RWS. De spoorlijn Deventer-Hengelo en Deventer-Zutphen doorsnijdt de 110 kV hoogspanningslijn Deventer Bergweide (DVTB110) richting mast 20, waardoor een raakvlak met beheergebied van ProRail voor een verkabeling onontkoombaar is. Doelstelling is dit raakvlak te minimaliseren. De HS ondergrondse kabelcircuits dienen te voldoen aan de RLN00398 ten aanzien van EM-beïnvloeding van het spoor. Naast de beheergebieden heeft elk perceel een eigenaar en/of pachter c.q. huurder. De grondeigendomsposities zijn verkregen van de gemeente Deventer. De drie alternatieven zijn geprojecteerd op een eigendommenkaart, welke is opgenomen in Bijlage B3.1.17 en B3.1.18. Met elke grondeigenaar en huurder/pachter, waarin de kabelcircuits worden aangelegd, zal TenneT een zakelijk Recht overeenkomst afsluiten. De overeenkomst wordt vervolgens middels een notariële akte gepasseerd en opgenomen in de kadastrale registratie.

Tevens maakt TenneT afspraken met grondgebruikers in de vorm van gebruiksovereenkomsten. 2.5.9

Overige ondergrondse kabels en leidingen

Voor het zoekgebied heeft er een KLIC-oriëntatieverzoek plaatsgevonden op 18 november 2020 (nrs 20O110327 t/m 20O110329), welke gegevens zijn opgenomen in een zogenaamde “Alle Media” tekening in Bijlage B3.1.19. De beoogde alternatieven voor de kabelcircuits van TenneT zijn hier eveneens op geprojecteerd, zodat beoordeeld kan worden in hoeverre er zich raakvlakken voordoen met overige ondergrondse infrastructuur. Het aantal raakvlakken en de grootte van de voorziene knelpunten bepaald of een alternatief gunstig of ongunstig is op basis van aanwezige ondergrondse infrastructuur. De kabelcircuits van de hoogspanningsverbinding hebben met name raakvlakken met overige ondergrondse infrastructuur daar waar de circuits in open ontgraving worden aangelegd. Bij de tracédelen die middels een gestuurde boring worden aangelegd, dient

40

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 gelet te worden op de hoogteligging van overige ondergrondse infrastructuur die ook middels HDD-boringen zijn aangelegd. 2.6 Basisvoorwaarden reconstructies De basisvoorwaarden vanuit TenneT ten aanzien van reconstructies die generiek van toepassing zijn voor alle reconstructies zijn opgenomen in bijlage B.2.6-a1.

41

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0

3 Toetsing haalbaarheid alternatieven Meerdere alternatieven volgen hetzelfde tracé over delen van de verkabelingstrajecten, waardoor die delen van alternatieven bij projectie op de themakaarten van bijlage B3 wegvallen. Om het gehele tracé in de bijlagekaarten toch zichtbaar te krijgen is een off-set gebruikt, zodat de alternatieven naast elkaar geprojecteerd staan in plaats van over elkaar heen. De daadwerkelijke route van het alternatief is weergegeven in de figuren weergegeven in de eerste paragraaf van elk alternatief en op de afzonderlijke magneetveldzonekaarten in de bijlagen B3.1.20.1 t/m B3.1.20.4. 3.1 Alternatief 1 Alternatief 1 betreft de verkabeling van het door het Ministerie van EZK aangewezen lijndeel tussen 110 kV Station Deventer-Bergweide en mast 20 richting het 110 kV Station DVTP110, dat in het kader van de elektriciteitswet artikel 22a gesubsidieerd verkabeld kan worden. Alternatief 1 volgt daarin grotendeels de belemmerende strook van de huidige lijnverbinding langs de N348 en buigt dan af in westelijke richting via het Overijssels kanaal, rond de wijk Snipperling, via de Westfalenstraat richting DVTB110. De route van het alternatief is weergegeven in figuur 3.1.1.

42

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Figuur 3.1.1 | Tracé alternatief 1 (doorgetrokken lijn is HDD, stippellijn is open ontgraving, met 0,4 µT-contour)

Achter de grondwal langs de N348 is een ruime groenstrook aanwezig waarin de kabelcircuits in open ontgraving kunnen worden aangelegd. Langs de overige delen van de route is het vanwege ruimtegebrek noodzakelijk om in gestuurde boringen aan te leggen, Bij alternatief 1 wordt 1.437 m van het traject in open ontgraving aangelegd op 6 aparte trajecten en 2.300 m in gestuurde boringen op eveneens 6 trajectdelen. 3.1.1

Haalbaarheid t.a.v. Ruimtelijke Ordening en Milieu

3.1.1.1 Planologische haalbaarheid Alternatief 1 volgt vanaf 110 kV station Deventer Bergweide een stukje Zweedsestraat, de Westfalenstraat en vervolgens het Overijssels kanaal tot voorbij het P-terrein van de INTRA-tuin aan de kanaaldijk oost, waarna het tracé de N348 kruist richting de groenstrook achter de geluidswal van de N348 ter hoogte van het Wilgehaantje. Het tracé volgt deze groenstrook tot aan het nieuwe opstijgpunt 20N in het buitengebied van Deventer, waarbij de volgende bestemmingsplannen achtereenvolgens van zuid naar noord worden doorsneden:  Bergweide, Kloosterlanden, Hanzepark, Veenoord; gemeente Deventer, Bestemmingsplan deels onherroepelijk in werking gesteld, 2013-10-30;  Rivierenwijk en Snipperling, gemeente Deventer, bestemmingsplan onherroepelijk, 2010-12-16;  Voorstad-Oost / Rielerenk, gemeente Deventer, BP onherroepelijk vastgesteld 2012-05-24;  Colmschate e.o., gem Deventer, bestemmingsplan onherroepelijk, 2012 (2009-0210);  Colmschate-West, gem Deventer, bestemmingsplan art 10, vastgesteld, 2010-4-29.

Digitalisering analoge bestemmingsplannen, gemeente Deventer, Onherroepelijk (vastgesteld 2016-06-01);  Vijfhoek, gemeente Deventer, bestemmingsplan onherroepelijk vastgesteld 201207-18;  Fietsbrug N348, gemeente Deventer, bestemmingsplan onherroepelijk vastgesteld 2009-12-17;  Buitengebied Deventer, 1e herziening, bestemmingsplan onherroepelijk, d.d. 201703-01. De bestemminsplannen, met uitzondering van laatstgenoemde, zijn opgenomen in het thans vigerende bestemmingsplan:  CHw bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen A, gemeente Deventer vastgesteld 1-7-2020. Het 110 kV Station Deventer Bergweide ligt binnen het bestemmingsplan Bergweide etc. met de enkelbestemming “Bedrijf”. Het tracé van alternatief 1 passeert vervolgens kleine stukjes enkelbestemming bedrijventerrein, en Groen, alvorens in de enkelbestemming Verkeer langs de Westfalenstraat te lopen. Door het bestemmingsplan Rivierenwijk worden de enkelbestemmingen verkeer, groen en water gekruist. Dat geldt tevens voor de overige bestemmingsplangebieden. De eindmast in bestemmingsplan buitengebied Deventer ligt in de enkelbestemming “Agrarisch met waarden, landschapswaarden”. Voor dit alternatief dient de dubbelbestemming met belemmerende strook te worden aangepast naar een ondergrondse hoogspanningsverbinding en voor het opstijgpunt dient een enkelbestemming Nutsvoorziening te worden gevestigd. 43

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 3.1.1.2 Archeologie en Cultuurhistorie In het bestemmingsplan zijn waarden archeologie opgenomen ter plaatse van het kabeltracé. Voor deze variantenstudie wordt echter de Archeologische Beleidskaart uit 2018 gehanteerd (meest actueel). De volgende categorieën van de Archeologische beleidskaart worden door alternatief 1 van het kabeltracé doorkruist:  Beleidswaarde archeologie 1: bij bodemingrepen plangebieden groter dan 10000 m²: melding archeologie.  Beleidswaarde archeologie 2: bij bodemingrepen dieper dan 0,5 mv en plangebieden groter dan 2500 m²: onderzoeksplicht archeologie (bij plangebied groter dan 1000 m2, melding).  Beleidswaarde archeologie 3: bij bodemingrepen dieper dan 0,5 mv en plangebieden groter dan 500 m²: onderzoeksplicht archeologie (bij plangebied groter dan 200 m2, melding).  Beleidswaarde archeologie 4: bij bodemingrepen dieper dan 0,5 mv en plangebieden groter dan 200 m²: onderzoeksplicht archeologie (bij plangebied groter dan 100 m2, melding). Voor eventueel aanvullend archeologisch veldonderzoek dient rekening gehouden te worden met de locaties waar voor dit alternatief open ontgravingen plaatsvinden.

Bij alternatief 1 wordt het tracé gedeeltelijk in open ontgraving aangelegd. Bij de open ontgraving worden terreindelen doorkruist met beleidswaarde archeologie 1, 2, 3 en 4. Bij de doorsnijding gaat het om 622 m (waarde 1), 145 m (waarde 2), 525 m (waarde 3) en 152 m (waarde 4). De breedte van de ontgravingsgeul ten behoeve van de aanleg van beide circuits bedraagt maximaal 8 m. Dit betekent dat bij alternatief 1 over een oppervlak van ca 4.976 m2 grondroering plaatsvindt in percelen met een beleidswaarde archeologie 1. Voor ca 1.160 m2 bij beleidswaarde archeologie 2, voor ca. 4.200 m2 bij beleidswaarde archeologie 3 en ca 1.216 m2 bij beleidswaarde archeologie 4. Voorafgaand aan de grondroerende activiteiten is daarom archeologisch veldonderzoek noodzakelijk. Aanbevolen wordt deze conclusie aan de hand van bovenstaande te laten accorderen door de stadsarcheoloog. Op de kaart met cultuurhistorische waarden is bij alternatief 1 geen sprake van geplande werkzaamheden nabij monumenten (Rijks- en/of gemeentelijke monumenten). Op ruime afstand van het tracé zijn wel panden gelegen met zogenaamde ‘attentiewaarde’. 3.1.1.3 Bodem Bodemkwaliteit Uit de inventarisatie komen wel locaties Wet bodembescherming (Wbb) naar voren ter plaatse van alternatief 1. De locaties Wet bodembescherming (Wbb) zijn weergegeven op tekening in Bijlage B3.1.9 t/m B3.1.12.

Onderstaand is een overzicht gegeven van bodemlocaties bekend bij de gemeente Deventer die milieukundig onderzocht zijn ter plaatse van alternatief 1 (noord naar zuid). Code AA015001207 AA015000563 AA015000948

Naam 0835; Rielermatenweg en Overijssels Kanaal, perceel E3147 0246; Oerdijk 85, Linderveld 0704; De Vijfhoek, deelgebied Noordwest (oerdijk, Nieuwe dijk)

Status niet ernstig, verontreinigd niet ernstig, verontreinigd

tot

matig

Vervolg -

plaatselijk

sterk

voldoende onderzocht

licht

44

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Code AA015000700

AA015001627 AA015000305 AA015001062

Naam 0383; Vincent van Goghstraat 75, voormalig Kanaaldijk Oost 1 0074; Colmschaterstraatweg 38, schildersbedrijf Wolters 1213; De Knoop Holterweg/N348/Atalanta 14973; Kanaaldijk Oost 6 0483; Trace N348, Kanaaldijk Oost en West 0711; Kanaaldijk Oost 2-4, Vliegend Hert (braakliggend) vml 1432; NS Vastgoed, sectie H, nr. 4968, geocode 030, km. 40.69 0662; Snipperling (Holterweg, Heukelenseweg) 0954; Holterweg 1/1A 0829; AS Binnenstad Colmschate, Holterweg, Snipperlingsdijk 0300; Holterweg 2, hoek Westfalenstraat 0712; Westfalenstraat 2, Deventer Overslag Kombinatie 9998; diep grondwater Bergweide Westfalenstraat 3, 6, 16 0764; vml vuilstort Westfalenstraat

AA015004210 AA015000945

12284; Naamloos 0701; Westfalenstraat 6

AA015000944

0700; Westfalenstraat 10, vml De Vallei, NU EBC 14066; Westfalenstraat 12 0702; Westfalenstraat, terrein 2, Polygas-terrein 1271; Westfalenstraat 16 0755; Westfalenstraat 18-20 (Circulus, voorheen Wolf+SRM) 0017; Zweedsestraat, geluidswal 0381; industrieterrein Zweedsestraat, Lubeckstraat, Londenstraat 0725; Zweedsestraat 0751; Londenstraat 1

AA015000355 AA015001583 AA015006834 AA015000800 AA015000955 AA015001830 AA015007292 AA015001337 AA015001180 AA015000616 AA015000953

AA015005946 AA015000946 AA015001642 AA015000994 AA015000318 AA015000698 015000967 AA015000990

Status Ernstig, geen risico's bepaald

Vervolg -

niet ernstig, licht tot matig verontreinigd Onverdacht/Niet verontreinigd

-

Onverdacht/Niet verontreinigd

-

Urgent san binnen 4 jaar

-

niet ernstig, licht tot verontreinigd Potentieel Ernstig en Urgent

matig

tot

-

Onverdacht/Niet verontreinigd Ernstig, niet urgent niet ernstig, licht verontreinigd ernstig, geen spoed

-

matig

voldoende gesaneerd uitvoeren actieve nazorg

Ernstig, spoed, risico's wegnemen en uiterlijk saneren voor 2015 niet ernstig, licht tot matig verontreinigd niet ernstig, licht tot matig verontreinigd Potentieel Ernstig en Urgent

uitvoeren actieve nazorg

Potentieel Ernstig en Urgent Ernstig, geen spoed

-

Onverdacht/Niet verontreinigd niet ernstig, licht tot matig verontreinigd Onverdacht/Niet verontreinigd niet ernstig, licht tot matig verontreinigd

-

-

-

Ter plaatse van de bodemlocatie Vincent van Goghstraat 75, voormalig Kanaaldijk Oost 1 zijn in de periode 1998-2009 verschillende bodemonderzoeken en -saneringen uitgevoerd. Hierbij is de ernstige verontreiniging verwijderd/gesaneerd. Ter plaatse van de bodemlocatie Kanaaldijk Oost 2-4, Vliegend Hert (braakliggend) is een grond- en grondwaterverontreiniging gelegen. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-geval) met de status ‘urgente sanering binnen 4 jaar’. De verontreinigingen zijn gesaneerd en alleen nog licht verhoogde gehalten worden aangetroffen in grond en grondwater. De verontreinigingscontouren (grond- en grondwater) van het Wbb-geval zijn niet gelegen ter plaatse van alternatief 1. Op de bodemlocatie Westfalenstraat 2, Deventer Overslag Kombinatie (AA015000953) zijn bodemonderzoeken uitgevoerd in de periode 1991-2011. Hierbij zijn sterke verontreinigingen aangetroffen waarvan de omvang onbekend is. Op de locatie is ‘actieve nazorg’ van toepassing. De bodemlocatie voormalige vuilstort Westfalenstraat (AA015001062) betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging (Wbb-geval). Ten behoeve van de ontwikkeling van een bedrijfsterrein is de vuilstort gedeeltelijk gesaneerd waarbij onder meer damwanden 45

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 zijn geplaatst om de verontreinigde bodem te isoleren en met schone grond een nieuwe leeflaag is aangelegd. Echter bij bodemonderzoek in 2017 zijn in de leeflaag verhoogde gehalten van schadelijke metalen, minerale olie en zogeheten polychloorbifenylen (PCB’s) aangetroffen. Van hexachloorcyclohexaan (HCH), dat ontstaat bij de productie van het onkruidbestrijdingsmiddel lindaan, is zelfs een sterk verhoogd gehalte gemeten. Het is onduidelijk hoe deze situatie ontstaan is. Op de locatie is een grondwaterverontreiniging aanwezig in de bodemlaag van 3 tot 35 mmv. Op de bodemlocatie zijn zorgmaatregelen van toepassing (gebruiksbeperkingen). Op de bodemlocatie Westfalenstraat 18-20, Circulus (AA015000994) zijn bodemonderzoeken en -saneringen uitgevoerd in de periode 1990-2006. Hierbij zijn sterke verontreinigingen aangetroffen. Net als bij de hierboven genoemde vuilstort is ook op deze locatie HCH aangetroffen in een leeflaag. Bij alternatief 1 wordt het tracé gedeeltelijk in open ontgraving aangelegd. Bij de open ontgraving worden echter niet de terreindelen van de bovengenoemde verontreinigingen (Wbb-gevallen) doorkruist.

De HDD-boringen langs de Westfalenstraat hebben vanwege de diepe grondwaterverontreinigingen wel degelijk interactie met WBB-gevallen. Voor deze HDD-boringen is het derhalve noodzakelijk om in het kader van de Wet Bod Bodemgesteldheid Voor het vaststellen van de ondiepe bodemopbouw is de Bodemkaart van Nederland (schaal 1:50.000) geraadpleegd. In de bijlage B3.1.8 is deze weergegeven. Uit de bijlage blijkt dat het kabeltracé gelegen is in gebied met bodemtype:  Veldpodzolgronden (Hn23); lemig fijn zand;  Beekeerdgronden (pZg23); lemig fijn zand;  Laarpodzolgronden (cHn21); leemarm en zwak lemig fijn zand;  Hoge zwarte enkeerdgronden (zEZ23); lemig fijn zand;  Bebouwd (code |h BEBOUW). In de gebieden ‘Bebouwd’ is door menselijk handelen de ondiepe bodemopbouw mogelijk veranderd in de loop der tijd (geroerde bodemlagen en mogelijk ophooglagen e.d.). De geohydrologische bodemopbouw staat beschreven in paragraaf 2.5.4 en is in principe gelijk voor alle vier de alternatieven, gezien de beperkte afstand in regionale ligging van deze alternatieven. 3.1.1.4 Water In het verlengde van de Douweler Leide, ligt door de wijk Vijfhoek een tweetal parallel gelegen primaire watergangen, welke middels een stuw, duikers en putten verbinding hebben met het Overijssels kanaal en de groenstrook achter de grondwal van de N348 kruisen.

Op deze kruising liggen de HS circuits in open ontgraving en dient vastgesteld te worden of er voldoende gronddekking aanwezig is op de duikers onder de N348 door. De gronddekking dient ca 1,5 m te zijn, waarbij het vermoeden is dat die er zeker zal zijn. Vlak ten zuiden van de Nico Bolkesteinlaan kruisen de circuits een primaire watergang, welke langs de Colmschaterweg loopt en ter plaatse in een duiker ligt die tevens de N348 kruist. Hier liggen de circuits vanwege de kruising met de Immer Weiterbrug en de Nico Bolkesteinlaan in HDD-boringen. Het raakvlak met de duiker dient derhalve goed in beeld te worden gebracht. 46

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 Van de groenstrook achter de grondwal ten oosten van de N348 ten noorden van het gemaal langs het Wilgehaantje worden twee HDD-boringen ingezet, die de duiker en de N348 onderlangs kruisen en vervolgens onder de bedding van het Overijssels Kanaal door richting groenstrook ten noorden van het kruispunt Holterweg – Storminkstraat. Verder komt het tracé nog een duiker tegen welke loopt van het gemaal aan de Londenstraat, langs de oostzijde van DVTB110, de Zweedsestraat kruisend richting havens. De HDDboringen dienen rekening te houden met de ligging van deze duiker en passeren de duiker onderlangs. Verder heeft alternatief 2 geen interactie met oppervlaktewateren. 3.1.1.5 Natuur en ecologie Vogels met jaarrond beschermd nest en vleermuizen Waarnemingen van beschermde soorten in de directe omgeving van alternatief 1 zijn weergeven in Tabel 2.5. In de omgeving van alternatief 1 zijn waarnemingen bekend van meerdere beschermde soorten vogels die vallen onder artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Daarnaast zijn er soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn.

Soorten als boerenzwaluw, huiszwaluw, huismus en gierzwaluw broeden vooral in of op gebouwen, terwijl andere soorten zoals bosuil en torenvalk in bomen of nestkasten broeden. Omdat voor de aanleg van de tracévarianten geen gebouwen gesloopt hoeven te worden, worden nestlocaties van huismus, boerenzwaluw, huiszwaluw en gierzwaluw niet aangetast. Waarnemingen van overige vogels met jaarrond beschermd nest betreffen soorten die broeden in bomen of nestkasten. De kap van bomen voor het aanleggen van open ontgravingen lijkt bij alternatief 1 niet aan de orde. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermd nest kunnen daarmee worden uitgesloten. Vanaf een luchtfoto is niet te beoordelen of voor de aanleg van de tracévarianten struweel dient te verdwijnen. Hierdoor is niet uit te sluiten of zich langs de tracévarianten essentieel foerageergebied van huismus bevindt. Een veldbezoek wordt aanbevolen. Ook om uit te sluiten dat algemene broedvogels niet verstoord worden als gevolg van de werkzaamheden. Omdat er geen bomen worden gekapt is er ook geen raakvlak met verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen. Ook negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen in gebouwen worden uitgesloten doordat geen van de tracévarianten raakvlakken met gebouwen kent.

Ook mogelijke negatieve effecten op de functionaliteit van vliegroutes worden uitgesloten doordat geen bomen gekapt hoeven te worden voor de aanleg van de tracévarianten. Essentieel foerageergebied voor vleermuizen bevindt zich naar verwachting niet op de locatie van de tracévariant. Naar verwachting hoeven geen bomen te worden gekapt. Daarnaast zorgt de aanleg van een tracé voor een zeer beperkt areaal aan tijdelijk ruimtebeslag. Het water ten westen van de Kanaaldijk Oost lijkt zeer geschikt foerageergebied voor vleermuizen. De aanleg van de tracévarianten vindt hier plaats door gestuurde boringen. In combinatie met het feit dat waarschijnlijk niet nachtelijk wordt gewerkt, vinden hier ook geen verstoringen plaats op vleermuizen in foerageergebieden. In de omgeving van de overige delen van de tracévarianten lijken verder voldoende foerageergebieden te liggen die geschikter worden geacht dan de directe omgeving van de tracévarianten zelf. Een veldbezoek is niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat op basis van een analyse van de meest recente luchtfoto is bepaald dat geen bomen gekapt hoeven te worden. Daarmee treden ook geen negatieve effecten op vogelsoorten van de Vogelrichtlijn met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen beschermd onder de Habitatrichtlijn op. Wanneer wel bomen 47

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 worden gekapt zijn deze effecten niet uit te sluiten. Indien bomen moeten worden gekapt, is een veldbezoek noodzakelijk om te bepalen of beschermde soorten worden geraakt door de werkzaamheden. Dit geldt voor alle tracévarianten. De standplaats van bomen dient dan nauwkeurig in kaart te worden gebracht. Om uit te sluiten dat er zich struwelen op de tracévarianten bevinden wat kan fungeren als essentieel foerageergebied van huismus of nestplaats voor algemene broedvogels, dient een veldbezoek te worden gebracht. Bever Waarnemingen van bevers zijn enkel bekend van de Schipbeek en de uiterwaarden van de IJssel. Langs alternatief 1is geen waarneming van bever bekend. Geschikte oevers waar bevers verblijfplaatsen kunnen hebben, lijken hier op basis van een bureaustudie niet aanwezig. Verder vindt geen ruimtebeslag op oevers of wateren plaats. De stukken tracévarianten langs wateren worden aangelegd middels gestuurde boringen of liggen op voldoende afstand van de oever om verstoring te voorkomen. Negatieve effecten op bevers als gevolg van open ontgravingen of de aanleg van werkterreinen zijn uitgesloten. Eekhoorn Nabij alternatief 1zijn waarnemingen van eekhoorn bekend.

Verblijfplaatsen van deze soort bevinden zich in bomen. Het kappen van bomen bij aanleg van de tracévarianten kan hierbij leiden tot vernietiging van verblijfplaatsen en foerageergebied van eekhoorn. Omdat geen bomen gekapt hoeven te worden voor de aanleg van al de tracévarianten, is nader onderzoek in de vorm van een veldbezoek niet noodzakelijk. Egel De egel is een nationaal beschermde diersoort onder de Wet natuurbescherming. Onlangs heeft de provincie Overijssel deze soort van de lijst met vrijgestelde soorten bij werkzaamheden gehaald. Alle tracévarianten en hun directe omgeving vormen potentieel foerageergebied voor egels. Ook vormen de gronden waarop open ontgravingen plaats gaan vinden of waar werkterreinen worden aangelegd potentiële verblijfplaatsen voor egels. In de omgeving van de tracévarianten is voldoende alternatief foerageergebied aanwezig in de vorm van kleine bosschages, bermen en velden. Op basis van een bureaustudie kan echter niet worden uitgesloten dat er zich verblijfplaatsen van egel langs of op de tracévarianten bevinden. Een veldbezoek is noodzakelijk om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van egel uit te sluiten. Bunzing, steenmarter & wezel Nabij alle tracévarianten zijn meerdere waarnemingen van bunzing, steenmarter en wezel bekend. Een deel van het plangebied lijkt geschikt foerageergebied te vormen voor de genoemde soorten.

De bebouwde omgeving biedt daarnaast ook schuilplaatsen voor met name steenmarter. Door open ontgravingen zou potentieel geschikt foerageergebied voor de nationaal beschermde marterachtigen kunnen verdwijnen in de vorm van graslanden, akkerranden, oeverbegroeiingen, droge sloten, bomenrijen en houtwallen. De stedelijke omgeving zelf wordt niet geschikt geacht als gebied waar voldoende voedsel aanwezig is. Het is waarschijnlijk dat steenmarters de randen van het stedelijk gebied opzoeken voor voedsel en verblijfplaatsen, terwijl verblijfplaatsen van bunzing en wezel waarschijnlijk in meer landelijk gebied liggen. Grotere aangeschakelde geschikte foerageergebieden bevinden zich naar alle waarschijnlijkheid buiten Deventer. Daarnaast zorgt enkel de aanleg voor tijdelijk ruimtebeslag op foerageergebied en dit is van gering oppervlak waardoor negatieve effecten op essentieel foerageergebied uitgesloten kunnen worden. Wel bestaat de mogelijkheid dat verblijfplaatsen aanwezig zijn van bunzing, steenmarter 48

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 en wezel op locaties waar werkterreinen komen of waar open ontgravingen plaatsvinden. Verblijfplaatsen kunnen zich bijvoorbeeld bevinden in takkenrillen, struwelen, (konijnen)holen, schuurtjes, rommelhoekjes en boomholten. Een veldbezoek is noodzakelijk om de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor bunzing, steenmarter en wezel uit te sluiten. Dit geldt voor alle tracévarianten. Grote vos, grote weerschijnvlinder & kleine ijsvogelvlinder In de omgeving van de tracévarianten zijn enkele waarnemingen bekend van grote vos, kleine ijsvogelvlinder en grote weerschijnvlinder. Waarnemingen bevinden zich op minimaal zeshonderd meter van de tracévarianten. De kleine ijsvogelvlinder heeft als waardplant de wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum). Aangezien geen ruimtebeslag op bomen plaatsvindt en deze plant in bomen klimt, is het onwaarschijnlijk dat ei-afzet plaatsen van kleine ijsvogelvlinder worden geraakt door de werkzaamheden. Echter kunnen kamperfoelieplanten ook in struweel aanwezig zijn wat niet vanaf een luchtfoto te zien is. Om met zekerheid uit te sluiten dat geen ei-afzet plaatsen geraakt worden, wordt een veldbezoek aanbevolen.

De grote weerschijnvlinder zet zijn eitjes af op de boswilg (Salix caprea) en de grauwe wilg (Salix cinerea). De grote vos zet zijn eitjes voornamelijk af op iepen en in mindere mate zoete kersen en wilgen. De kans wordt, gezien slechts een enkele waarneming van beide soorten, erg klein geacht dat het plangebied geschikt leefgebied voor beide soorten vormt. Om volledig uit te kunnen sluiten dat de open ontgravingen en aanleg van werkterreinen overlappen met geschikt leefgebied en de standplaats van waardplanten voor beide soorten, dient een veldbezoek uitgevoerd te worden waarbij waardplanten in kaart worden gebracht. Kruipend moerasscherm Kruipend moerasscherm is een plantensoort die beschermd is onder de Habitatrichtlijn en is in Nederland zeer zeldzaam en sterk achteruitgegaan. Rondom het plangebied komt deze soort voor langs de Zandwetering. Bekende waarnemingen liggen op ongeveer 500 meter van het noordelijkste deel van de tracévarianten. Het kruipend moerasscherm groeit waarschijnlijk langs de oevers van de Zandwetering in open grazige en voedselrijke delen die periodiek overstromen. In en direct rondom het plangebied van de tracévarianten zijn de genoemde standplaatsfactoren niet aanwezig. Daarnaast vindt er geen ruimtebeslag op oevers of wateren plaats. Negatieve effecten op deze soort kunnen daarmee worden uitgesloten. Een veldbezoek is niet noodzakelijk.

Overige soorten Voor de overige soorten die op basis van de bureaustudie in de directe omgeving van de tracévarianten worden verwacht, geldt binnen de provincie Overijssel een algemene vrijstelling voor ruimtelijke ingrepen. Dit geldt voor algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Bij open ontgravingen dient wel rekening worden gehouden met deze soorten vanuit de zorgplicht (artikel 1.11 Wnb). Conclusie soorten Omdat de aanwezigheid van bomen op de tracévarianten niet worden verwacht, kunnen daarmee effecten op vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, verblijfplaatsen van vleermuizen en verblijfplaatsen van eekhoorn uitgesloten worden. Indien toch blijkt dat bomen moeten worden gekapt voor de aanleg van een tracévariant is een veldbezoek 49

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 noodzakelijk voor deze soorten/soortgroepen noodzakelijk. Enkel de aanwezigheid van essentieel foerageergebied voor huismus in de vorm van struwelen is niet uit te sluiten vanaf een luchtfoto. Dit dient nader onderzocht te worden op basis van een veldbezoek. Op basis van een bureaustudie kan niet worden uitgesloten dat op de geplande open ontgravingen van de tracévarianten de volgende raakvlakken aanwezig zijn: leefgebied (waardplanten) van kleine ijsvogelvlinder, grote vos en grote weerschijnvlinder en verblijfplaatsen van egel, bunzing, steenmarter en wezel. Daarom wordt een veldbezoek aanbevolen om uit te sluiten dan wel aan te tonen dat deze soorten aanwezig zijn. 3.1.1.6 Bomen De bomen langs het tracé van alternatief 1 staan op trajecten die middels HDD-boringen worden aangelegd en derhalve ver onder de wortelzone liggen. Ter plaatse van de open ontgravingen en de voor de HDD-boringen benodigde werkterreinen staan geen bomen. Bij alternatief 1 is derhalve geen raakvlak met bomen te verwachten. 3.1.1.7 NGCE Uit de risicokaart CE van de gemeente Deventer blijkt dat alternatief 1 van het kabeltracé verdachte gebieden met betrekking tot CE doorkruist.

Het gaat hierbij om de munitiesoorten: raketten, geschuts- en gevechtsveldmunitie, gedumpte munitie, mijnen, c.a. 20 bommen ontploft, 5 a 6 niet ontplofte bommen. Voor eventueel aanvullend veldonderzoek naar explosieven dient rekening gehouden te worden met de locaties waar voor dit alternatief open ontgravingen plaatsvinden. Bij alternatief 1 wordt het tracé gedeeltelijk in open ontgraving aangelegd. Bij de open ontgraving worden terreindelen doorkruist verdacht op niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog (CE). Bij de doorsnijding gaat het om 1290 m bij alternatief 1. De breedte van de ontgravingsgeul ten behoeve van de aanleg van de circuits bedraagt maximaal 8 m. Dit betekent dat bij alternatief 1 over een oppervlak van ca 10.320 m2 grondroering plaatsvindt in percelen verdacht op CE. Voorafgaand aan de grondroerende activiteiten is daarom aanvullend veldonderzoek naar explosieven noodzakelijk. 3.1.1.8 Ondergrondse Infrastructuur (KLIC) Ter plaatse van de beoogde nieuwe locatie van het opstijgpunt 20N is geen overige ondergrondse infra (OI) aanwezig. De OI rondom kruispunt N348-Oerdijk wordt middels HDD-boringen onderlangs gekruist richting Groenstrook, achter de grondwal. Tussen de Nico Bolkesteinlaan en de Oerdijk ligt parallel een persriool achter de grondwal, waarmee rekening gehouden dient te worden.

De OI rondom het kruispunt Nico Bolkesteinlaan – N348 en langs de Colmschaterstraatweg worden middels HDD-boringen onderlangs gekruist. Waarna in open ontgraving vervolgens een LD gasleiding van Enexis en waterleiding van Vitens gekruist wordt. Het volgende stukje open ontgraving en werkterrein HDD-boringen is langs de Storminkstraat, waar parallel aan het Overijssels kanaal, water, gas, electra en telecom gebundeld ligt. Het kruispunt Storminkstraat, Holterweg en Westfalenstraat wordt middels HDD-boringen onderlangs gekruist. In de buitenbocht van de Westfalenstraat bevindt zich hemelwaterafvoer en wat kruisende kabels en leidingen van electra en gas. Het werkterrein T-splitsing Westfalenstraat met Zweedsestraat ligt behoorlijk vol met HD Gasleidingen, Waterleiding, Elektrakabels en Telecombundels. Hierbij zijn de gasleidingen middels belemmerende stroken in het bestemmingsplan publiekrechtelijk beschermd. Dit raakvlak dient middels proefsleuven goed in kaart gebracht te worden en de aanleg van de HS-kabels dient in nauw overleg met de Gasunie uitgevoerd te worden. Op het P-terrein van Andrés Snackbar aan de Londenstraat 1 liggen bundels MS-kabels, waarmee rekening gehouden dient te worden. 50

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0 3.1.1.9 Beheergebieden Alternatief 1 kruist het beheergebied van de provincie Overijssel middels HDD-boringen nabij de primaire watergang langs het Wilgehaantje. Deze boringen dienen derhalve de duikers van het WS DOD onderlangs te kruisen. De boringen liggen vervolgens een tracédeel op grondgebied van het WS DOD in het Overijssels Kanaal, waarbij ter hoogte van de spoorbrug het beheergebied van ProRail wordt gekruist, in grondeigendom van WS DOD. In totaal heeft alternatief 1 derhalve met 3 beheersgebieden te maken. 3.1.1.10 Kunstwerken en projecten derden Alternatief 1 heeft raakvlakken met de fietsbrug Immer Weiter en de spoorbrug Snipperling en een voetbrug in het Douwerlerkolkpad over het Overijssels Kanaal. Verder zijn er wat duikers die gekruist worden. Dit alternatief heeft een raakvlak in tijd mogelijk met het zonnepanelenproject op de grondwal langs de N348 en heeft verder een raakvlak met de bouw van een Containerterminal langs de Westfalenstraat aan de Havenzijde. Aangezien het betreffende perceel middels HDD-boringen wordt gekruist is dit raakvlak beperkt.

3.1.1.11 Private rechten Het alternatief 1 doorkruist achtereenvolgens agrarische percelen ten noorden van de Oerdijk, welke in particuliere handen zijn. Na het kruisen van de Oerdijk ligt het alternatief in de groenstrook van de gemeente Deventer, achter de grondwal van de Provincie Overijssel. Lokaal worden kruisingen met grondgebied van de provincie voorzien. Vervolgens komt het tracé op grondgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta te liggen. En passeert het alternatief 1 het beheergebied van ProRail. In de Storminkstraat, Westfalenstraat en Zweedsestraat liggen de circuits op grondgebied van de gemeente Deventer en dient uitsluitend een bedrijventerrein van VOS Transport gekruist te worden. Het aantal verschillende grondeigenaren voor alternatief 1 ligt rond de 5. De eigendommen van de gemeente Deventer staan weergegeven in bijlage B3.1.17. 3.1.1.12 Publieksrechtelijke vergunningen/toestemmingen/etc. Aan de hand van alternatief 1 en de uitgevoerd bureauonderzoeken is een vergunningeninventarisatie uitgevoerd, welke is opgenomen in bijlage 3.1.21. Naast deze aan te vragen vergunningen dient rekening gehouden te worden met een beknopte aanpassing van het bestemmingsplan, omdat de huidige belemmerende strook voorziet in een hoogspanningslijn en er een kabelverbinding wordt gerealiseerd.

Daarnaast dient een enkelbestemming voor het opstijgpunt gerealiseerd te worden. 3.1.1.13 Strategisch omgevingsmanagement De volgende stakeholders hebben direct te maken met de wijzigingen conform alternatief 1:  Bewoners Oerdijk 85;  Bewoners wijk Vijfhoek (westzijde met name);  Bewoners wijk Colmschate-West;  Gemeente Deventer;  Provincie Overijssel;  Waterschap Drents-Overijsselse Delta;  Natuur en Milieufederatie Overijssel;  Netbeheerders;  Enexis (eigenaar DVTB110 terrein);  ProRail; 51

Haalbaarheidsstudie Verkabelen 110 kV bovengrondse verbinding -DVTB110 van station Deventer Bergweide tot mast 021 Vijfhoek/N348 Projectnummer 002.612.19.S12.002 23 september 2021, versie 3.0  Intratuin Deventer;  Etty Hillesum Lyceum Het Stormink;  Bedrijven aan de Storminkstraat;  Bedrijven aan de Westfalenstraat;  Bewonersvereniging “Snipperling”;  Bouwmarkten aan de Essenstraat;  Bedrijven aan de Dortmuntstraat;  VOS-transport;  Andree`s Snackbar. Aanbevolen wordt de plannen voor de verkabeling in een vroegtijdig stadium kenbaar te maken aan de bovenstaande stakeholders, zodat tijdig inzicht wordt verkregen in hun belangen en houding. In de basisontwerpfase (BO-fase) wordt het voorkeurstracé verder uitgedetailleerd en wordt voorgesteld de impact van de verkabeling op de belangen van bewoners, eventueel verenigd zijn in bewonersverenigingen en andere stakeholders bespreekbaar te maken. 3.1.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11234696/1