2025-996-bijlage-Evaluatierapport Deventer Klimaatraad - januari 2026
Tekst van het document
De groep volgt bij het bepalen van de spelregels uiteindelijk het advies van EMMA. Op Dag 5 halen 30 van de 39 adviezen de kiesdrempel van 75 procent. De negen adviezen die het niet halen, krijgen tussen 56 en 74 procent van de stemmen. Geen van de adviezen wordt unaniem gesteund, wel stemt bij sommige adviezen meer dan 90 procent van de deelnemers voor. Volgens de vertegenwoordiger van EMMA laten de percentages zien dat de groep ver gekomen is in het elkaar vinden en elkaar begrijpen, ondanks verschillen in hun basishouding ten aanzien van klimaatbeleid.
Gespreksbegeleiding De gemeente Deventer geeft vooraf aan graag eigen mensen in te willen zetten voor de gespreksbegeleiding. Dit neemt EMMA mee in het plan van aanpak. Er blijken uiteindelijk niet genoeg vrijwilligers te zijn onder ambtenaren. Het team voor de gespreksbegeleiding is daarom een mix van ambtenaren van de gemeente Deventer en mensen uit het netwerk van EMMA. De ambtenaren die wij spreken, die gespreksbegeleider zijn geweest, kijken met plezier terug op die ervaring. Ze geven aan dat het team van EMMA hen goed heeft voorbereid op hun rol. Het is steeds duidelijk wat er van hen verwacht wordt. Eén ambtenaar geeft aan dat het begeleiden van deelnemers van de Klimaatraad een nieuwe ervaring is. Vergeleken met bijvoorbeeld een inspraakavond voor inwoners zijn de deelnemers veel diverser. Ze hebben daarnaast veel meer tijd om met het onderwerp bezig te zijn en hun mening te vormen. Tijdens de bijeenkomsten geeft de organisatie duidelijk aan dat sommige gespreksbegeleiders ambtenaren zijn van de gemeente Deventer. De gespreksbegeleiders laten dit ook zelf merken aan de deelnemers die in hun groep zitten. De insteek is dat gespreksbegeleiders vermijden om een groep te begeleiden die werkt aan een onderwerp waarbij de ambtenaar zelf betrokken is. Dit is om te zorgen dat de ambtenaar zo
43
onafhankelijk mogelijk het gesprek kan begeleiden. Dat lukt niet altijd. Eén ambtenaar ziet er ook een voordeel in, om een groep te begeleiden die aan het ‘eigen dossier’ werkt: het is dan makkelijker om de groep verder te helpen als die op een inhoudelijk punt vastloopt. Een andere ambtenaar met wie wij spreken is op Dag 2 als deskundige aanwezig en bij andere bijeenkomsten als gespreksbegeleider. Deze ambtenaar geeft aan dat de combinatie van rollen niet tot problemen leidt en zelfs een mogelijk voordeel biedt: deelnemers kunnen de ambtenaar later in het proces nog bevragen over het onderwerp waarover die op Dag 2 als deskundige sprak. Dat gebeurt enkele keren. De projectleider van de gemeente zou bij een volgend beraad overwegen om uitsluitend met externe professionele gespreksbegeleiders te werken. De ervaring met ambtenaren was deels positief, maar de projectleider heeft ook gemerkt dat de rol een “vak apart” is. Het is dan niet reëel om te verwachten dat allerlei ambtenaren dat (op professionele en objectieve wijze) naast hun reguliere werk doen, hoewel sommigen het goed kunnen. Daarnaast is het lastig gebleken om ambtenaren te vinden die meerdere zaterdagen konden vrijmaken om bij de Klimaatraad te zijn.
Inhoudelijke informatie Het projectteam van de gemeente is verantwoordelijk voor het aanleveren van inhoudelijke informatie voor de Klimaatraad, in het bijzonder: ● Het startdocument dat deelnemers vooraf krijgen ● De deskundigen met wie deelnemers op Dag 2 in gesprek kunnen ● De ambtelijke feedback op de voorlopige adviezen na Dag 4. De projectleider heeft hierbij steeds een coördinerende rol. Bij het samenstellen van het startdocument en de ambtelijke feedback schakelt de projectleider allerlei beleidsambtenaren in. Die leveren vanuit hun rol en kennis de relevante informatie dan wel feedback aan. Het projectteam smeedt alles samen tot een toegankelijk geheel en stemt verder af met EMMA. Het projectteam van de gemeente werft ook deskundigen bij de belangrijkste thema’s, een kleine 20 personen die op Dag 2 fysiek aanwezig zijn bij de Klimaatraad. De deskundigen worden geworven uit het netwerk van de gemeente of uit het netwerk van EMMA. De projectleider geeft aan dat dit een tijdrovende klus is voor het projectteam. Het is pas na Dag 1 precies duidelijk welke onderwerpen de deelnemers belangrijk vinden, dus moet er in korte tijd veel geregeld worden. De projectleider zou bij een volgend beraad willen kijken naar andere manieren om het aanbod aan deskundigen te bepalen. De deskundigen zijn deels externe mensen, deels ambtenaren van de gemeente Deventer.
In onze gesprekken met deskundigen (beiden ambtenaar in Deventer) horen we dat het een positieve ervaring is geweest voor hen. Ze merken dat deelnemers soms nog zoekende zijn naar wat ze moeten met een onderwerp. Daardoor blijven groepen soms een beetje hangen op een bepaald detail. Op andere momenten zijn deelnemers meteen doortastend, vragen ze bijvoorbeeld wat de gemeentelijke organisatie zelf al doet om circulair te worden. Eén deskundige denkt dat de deelnemers dankzij de gesprekken met ambtenaren een beter beeld hebben gekregen van wat de gemeente doet, en daardoor ook meer waardering.
44
Communicatie Eén moment tijdens de eerste bijeenkomst van de Klimaatraad heeft grote gevolgen voor de communicatie over het proces. De dagvoorzitter van EMMA legt de deelnemers de vraag voor hoe zij willen communiceren met de buitenwereld (de gemeenschap). In de benadering van EMMA gaat het beraad hier zelf over en moet er zo vroeg mogelijk een goede afspraak over worden gemaakt, door erover te stemmen. In de zaal ontstaat verwarring en weerstand over het proces. Deelnemers gebruiken soms scherpe taal. Uit gesprekken met deelnemers, leden van het projectteam, en de dagvoorzitter van EMMA komt over deze situatie het volgende naar voren: ● De timing van de stemming over het communiceren met de buitenwereld was ongelukkig, aan het einde van een intensieve eerste dag ● Er liepen meerdere discussies door elkaar: over spelregels voor de deelnemers zelf, over fotografie tijdens de bijeenkomsten, en over externe communicatie door de gemeente ● Sommige deelnemers voelden zich beknot door de insteek van de discussies. Ze zagen de afspraak om niet met mensen buiten de zaal te spreken over de Klimaatraad als een onnodige beperking ● Het belang van de gemeenschap (om geïnformeerd te worden) is door EMMA en de gemeente niet benadrukt. EMMA raadde juist aan om beïnvloeding van buitenaf te vermijden.
Sommige deelnemers vatten dat op als een advies om alle externe communicatie zo beperkt mogelijk te houden ● Doordat sommige deelnemers duidelijk maakten sceptisch te zijn over de bedoelingen van de gemeente met de Klimaatraad, hadden EMMA en het projectteam de indruk dat zij het vertrouwen van de deelnemersgroep nog moesten verdienen. De stemming over communicatie wordt verdaagd tot de tweede bijeenkomst. Het beraad besluit dat deelnemers niet met de buitenwereld communiceren over de Klimaatraad. De gemeente mag alleen over het proces berichten. Het projectteam van de gemeente en EMMA zijn verrast door de onrust in de deelnemersgroep over communicatie met de buitenwereld. Uit angst om het proces te verstoren, kiezen ze ervoor om tijdens de Klimaatraad terughoudend te zijn met berichtgeving naar buiten toe. Dat betekent dat ze afwijken van het plan van aanpak, waarin staat dat er na elke bijeenkomst updates worden verzorgd voor de gemeenteraad en voor de inwoners. In plaats daarvan blijft het bij enkele algemene berichten en sfeerbeelden om te laten zien dat de Klimaatraad bezig is. De meeste mensen met wie wij spreken vinden het jammer dat het niet is gelukt om de gemeenschap beter te betrekken bij de Klimaatraad.
We horen onder meer: ● Deelnemers die het fijn hadden gevonden om te kunnen overleggen met buurtgenoten en lokale organisaties over de onderwerpen van de Klimaatraad ● Raadsleden die teleurgesteld zijn dat inwoners maar weinig hebben gemerkt van de Klimaatraad ● Ambtenaren die graag werk hadden gemaakt van de publiekscommunicatie
45
●
Mensen van het projectteam en van bureau EMMA die bij een volgend beraad het informeren van de gemeenschap een grotere prioriteit willen geven.
Andere geluiden zijn er ook. Eén raadslid vindt dat het betrekken van de gemeenschap kan leiden tot “polarisatie of ongewenste beïnvloeding” en is tevreden dat de Klimaatraad in alle rust kon werken aan de adviezen. Andere politici zeggen dat het “niet het hoofddoel was” van de Klimaatraad om de hele gemeenschap te bereiken, of dat ze voor maatschappelijke impact liever kijken naar het betrekken van deelnemers en lokale organisaties bij de uitvoering van de adviezen. Het plan van aanpak voor de Klimaatraad gaat alleen uit van het informeren van de gemeenschap tijdens het beraad. Eventuele uitwisseling tussen deelnemers en buitenwereld wordt niet overwogen. Een lid van het projectteam geeft aan dat dit bij een volgend beraad misschien wel kan worden meegenomen.
Reflectie Hoofdpunten ● Het proces verloopt goed, de uitvoering volgt het plan van aanpak ● Er is een goede samenwerking tussen EMMA en het projectteam van de gemeente ● De deelnemers ontwikkelen zich ondanks onderlinge verschillen sterk als groep. Het proces is goed verlopen. Hoewel de evaluatie vooral stilstaat bij aspecten waar lessen uit te trekken zijn voor een volgend beraad, zijn de meeste mensen met wie wij spreken (heel) tevreden over het proces. EMMA en het projectteam van de gemeente hebben prettig en effectief samengewerkt en zijn erin geslaagd om in de uitvoering heel dicht bij het plan van aanpak te blijven. Eind juni 2024 ligt er, zoals de bedoeling was, een heel aantal breed gedragen adviezen van de Klimaatraad voor het beleid van de gemeente. Wat voor sommigen nog belangrijker is, is dat inwoners van de gemeente Deventer hebben laten zien dat dit kan, ondanks alle verschillen en in sommige gevallen ook ondanks een aanvankelijk kritische houding ten aanzien van de gemeente. Aan deelnemers merken we dat ze trots zijn op wat ze samen hebben bereikt. Dat gaat minstens zozeer over het proces zelf als over de adviezen die ze hebben opgesteld. We zien een aantal dingen die hebben bijgedragen aan een goed proces.
Enkele belangrijke succesfactoren zijn: ● Het projectteam van de gemeente en EMMA werken goed en intensief samen ● De mensen in deze teams zijn heel betrokken bij de Klimaatraad en steeds bereid iets extra’s te doen als dat nodig is ● De organisatie luistert naar de deelnemers en komt hen tegemoet waar dat kan ● Het proces zit goed in elkaar en deelnemers kunnen de processtappen goed volgen ● Deelnemers ontwikkelen al vroeg eigenaarschap over het proces ● Deelnemers hebben toegang tot relevante informatie uit allerlei bronnen ● Er zijn geen verstoringen van buiten het beraad, deelnemers en projectteam kunnen zich helemaal focussen op de Klimaatraad.
46
Daarnaast mag ook vermeld worden dat er met vijf hele dagen redelijk wat tijd is voor het beraad, dat de deelnemers meestal goed worden begeleid en tussen de bijeenkomsten effectief worden geïnformeerd door de organisatie. Elders in dit rapport staan we stil bij het relatief hoge aantal deelnemers dat van begin tot eind bij het beraad blijft (zie ‘Samenstelling deelnemersgroep’).
Informatievoorziening Hoewel sommige deelnemers kanttekeningen maken, zien wij over het geheel een goede informatievoorziening. Deelnemers kunnen allerlei verschillende informatiebronnen gebruiken en de organisatie helpt hen om informatie toegankelijk te maken. Er is een breed aanbod aan sprekers op Dag 2 met wie deelnemers in gesprek kunnen over relevante deelonderwerpen. Deelnemers hebben enige invloed op wie er komen spreken. Ze kunnen bovendien (met tussenkomst van EMMA) zelf aanvullende informatie ‘inbrengen’. Voor een volgend beraad zou de informatievoorziening op enkele aspecten nog iets beter kunnen. In de eerste plaats door het inbouwen van onafhankelijke toetsing van het informatieaanbod door inhoudelijke deskundigen. Zo’n onafhankelijke advies- of monitorgroep zou kunnen toezien op de voorselectie van deskundigen met wie de deelnemers kunnen spreken. Zo kan de organisatie zorgen van sommige deelnemers over mogelijke ‘sturing’ wegnemen. In de tweede plaats zou het goed zijn om bij het selecteren van deskundigen voor Dag 2 meer balans te vinden tussen mensen die bij of met de gemeente Deventer werken, en mensen die wat dat betreft buitenstaanders zijn. Het aanbod bij de Klimaatraad bestaat voor een belangrijk deel uit mensen uit die eerste categorie, waardoor deelnemers relatief veel horen over bestaand beleid van de gemeente.
We bespreken dat verder in ‘Onafhankelijkheid en invloed gemeente’ hieronder. Een derde verbeterpunt: het proces kan toe met minder nadruk op schriftelijke materialen, zodat deelnemers niet (voor hun gevoel) een grote hoeveelheid leeswerk hebben om goed mee te kunnen doen. Een mogelijke oplossing is om naast geschreven documenten ook informatie via audio en video beschikbaar te stellen. Zie ook het deel ‘Inclusie’ verderop in dit hoofdstuk.
Onafhankelijkheid en invloed gemeente Hoofdpunten ● Deelnemers ervaren invloed van gemeente en EMMA op het proces ● De gemeente heeft op veel verschillende manieren inhoudelijke inbreng in het proces, dat draagt eraan bij dat de adviezen dicht bij bestaand beleid blijven ● Hou zou goed zijn om de stem van het beraad bij besluiten over het proces steviger te borgen, om zo de onafhankelijkheid van het beraad te versterken. In de aanloop naar de Klimaatraad maakt de gemeente duidelijk dat het beraad “onafhankelijk” zal worden begeleid. EMMA gebruikt dat woord ook in het plan van aanpak. Dat is ook wat er bij een burgerberaad standaard wordt geadviseerd: onafhankelijke begeleiding is een voorwaarde voor vertrouwen onder de deelnemers en de gemeenschap. Daarmee wordt voorkomen dat de gemeente - die kiest om een vraagstuk aan inwoners voor te leggen - vervolgens alsnog dat proces kan beïnvloeden.
47
Er zijn internationaal verschillende benaderingen om te zorgen dat een burgerberaad zo onafhankelijk mogelijk kan zijn. In de praktijk zijn er vrijwel altijd grijze gebieden, bovendien kun je verschillende definities hanteren van wat onafhankelijkheid is en waar je dat aan toetst. We hebben voor de Klimaatraad gekeken naar de invloeden die deelnemers ervaren en de proceskeuzes die de invloed van de gemeente mede bepalen. We bespreken ook hoe dit effect kan hebben gehad op de uitkomsten van het beraad en wat er bij een volgend beraad kan worden overwogen.
Ervaring van deelnemers Bij het beantwoorden van onze vragenlijst geven deelnemers aan wie er in hun beleving (de meeste) invloed had op wat de Klimaatraad bespreekt en besluit. De resultaten laten zien dat een aanzienlijk aantal deelnemers de indruk heeft dat EMMA en de gemeente Deventer invloed hebben op de Klimaatraad.
Deelnemers hadden volgens 37 respondenten (78 procent) ‘redelijk veel’ of ‘heel veel’ invloed; acht respondenten (17 procent) zagen ‘enige invloed’ en twee respondenten (4 procent) vonden dat deelnemers ‘weinig invloed’ hadden. De organisatie (EMMA) had volgens 19 respondenten (40 procent) ‘redelijk veel’ of ‘heel veel’ invloed; 15 respondenten (32 procent) vonden dat de organisatie ‘enige invloed’ had en 13 respondenten (27 procent) dachten dat de organisatie ‘weinig invloed’ of ‘geen invloed’ had. De gemeente Deventer had volgens 17 respondenten (36 procent) ‘redelijk veel’ of ‘heel veel’ invloed; 14 respondenten (30 procent) zagen ‘enige invloed’ en volgens 14 anderen had de gemeente ‘weinig invloed’ of ‘geen invloed’. Enkele deelnemers geven in hun toelichting aan dat ze verschil maken tussen invloed op wat er werd besproken - dat hadden gemeente en organisatie - en invloed op wat er werd besloten: die lag bij de deelnemers.
Proceskeuzes In onze gesprekken met deelnemers klinkt door dat sommigen bij het opstellen van de adviezen het gevoel hebben dat ze met een opdracht voor de gemeente bezig zijn. Niet vreemd, want op Dag 1 krijgt het beraad letterlijk de ‘opdracht’ van de burgemeester om met antwoorden te komen op het vraagstuk van de gemeente. Die opdracht gaat gepaard met
48
kaders over haalbaarheid: de adviezen moeten financieel, juridisch en praktisch haalbaar zijn.21 De gemeente en EMMA wijzen erop dat de kaders bedoeld zijn om de deelnemers te helpen. Ze geven duidelijkheid over wat er nodig is voor de gemeente om adviezen te kunnen uitvoeren. Door daar helderheid over te hebben, kunnen de deelnemers er gedurende de Klimaatraad rekening mee houden. De deelnemers krijgen op meerdere momenten in het proces inhoudelijke inbreng van vertegenwoordigers van de gemeente Deventer. Dat begint met het startdocument en de voorselectie van thema’s. Op Dag 1 en Dag 2 zijn er mensen van de gemeente die de deelnemers plenair toespreken over inhoudelijke zaken. Een deel van de deskundigen die op Dag 2 over hun vakgebied komen spreken zijn ambtenaren van de gemeente Deventer of externe professionals die met de gemeente samenwerken. Onder de gespreksbegeleiders zijn er ambtenaren van de gemeente. In enkele gevallen begeleiden die groepen die werken aan het ‘eigen’ thema of zijn die afwisselend deskundige (op Dag 2) en gespreksbegeleider (op de andere dagen). Zo blijft de Klimaatraad vanaf de start steeds dicht bij de gemeente. Voor de deelnemers zijn mensen van de gemeente steeds zichtbaar aanwezig, terwijl het proces op het inhoudelijke vlak sterk is afgestemd op (inbreng van) de gemeente.
Het is de keuze van de deelnemers zelf (het aanbod komt van de organisatie) om na Dag 4 ambtelijke reflectie te krijgen op de voorlopige adviezen. De feedback is constructief ingestoken: de gemeente wil de deelnemers helpen om tot adviezen te komen die haalbaar zijn en impact hebben.22 Van EMMA krijgen de deelnemers een sjabloon voor het opstellen van een advies en een handreiking voor hoe een goed advies eruitziet. Gespreksbegeleiders zien dat deelnemers zich concentreren op “wat de gemeente eraan heeft”. Wat er lijkt te gebeuren op Dag 4 en Dag 5 is dat veel deelnemers proberen om zo goed mogelijk het perspectief van de gemeente mee te nemen in hun deliberaties. Gezien de manier waarop ze worden gevoed en begeleid, is dat logisch. De opdracht is om inbreng te leveren voor (nieuw) beleid voor de gemeente. Deelnemers gaan zichzelf impliciet steeds meer als beleidsambtenaren zien. Hoewel dit enerzijds misschien wel instrumenteel is voor het opleveren van sterke en kansrijke adviezen, doet het anderzijds af een van de krachten van een burgerberaad. Dat is namelijk om het inwonerperspectief de ruimte te geven, om te ontdekken welke keuzes inwoners gezamenlijk maken. Volgens onze analyse is het proces er in de eerste plaats op ingericht om bruikbare adviezen op te leveren voor de gemeente.
Dat is een keuze die aan de voorkant min of meer bewust is gemaakt met de vaststelling van het plan van aanpak van EMMA. In de uitvoering is die proceskeuze consequent en effectief doorgevoerd. Mede daardoor heeft de Klimaatraad een mooie verzameling adviezen opgeleverd waar de deelnemers trots op zijn en waar sommige politici en ambtenaren waardering over uitspreken. Dat is mogelijk ten
21
Dat is overigens geen harde regel, de boodschap is dat de gemeente adviezen alleen zal overnemen als ze voldoen aan die voorwaarden. 22 Vertegenwoordigers van de gemeente hebben de indruk dat de feedback goed wordt ontvangen door de deelnemers. Wij horen ook andere geluiden: sommige deelnemers kwalificeren het als “hoog over” of geringschattend.
49
koste gegaan van een diepere dialoog en/of nieuwe ideeën. Voor een volgend beraad zou het waardevol zijn om in de afwegingen ook te kijken naar: ● Ruimte voor de deelnemers om meer vanuit de eigen behoeften en perspectieven naar het vraagstuk te kijken en prioriteiten aan te brengen ● Ruimte voor meer reflectie en deliberatie in de laatste fase van het beraad, naast of in plaats van taakgericht schrijfwerk. We denken bijvoorbeeld aan werkvormen die gebaseerd zijn op het principe van Deep Democracy. Daarmee stelt het proces deelnemers onder andere in staat om zorgvuldig na te denken hoe ze minderheidsstandpunten meenemen in hun adviezen. Een andere overweging is om eerder in het proces werkvormen in te zetten die deelnemers stimuleren om speels en creatief met het vraagstuk te ‘stoeien’, om daarmee ruimte te maken voor het vormen van nieuwe ideeën. De gevolgde methode heeft als voornaamste nadeel voor de deelnemers dat zij op Dag 4 en 5 werkdruk ervaren. Voor de gemeente is een mogelijk nadeel dat de adviezen vrij dicht in de buurt blijven van bestaand gemeentelijk beleid. Sommige ambtenaren en politici zijn daardoor verrast of teleurgesteld. Kijkende naar de vele momenten waarop de deelnemers in aanraking komen met de gemeente en haar huidige beleid, is dit volgens ons wel een logische uitkomst.
Rolverdeling De rolverdeling tussen de gemeente en EMMA heeft invloed op hoe onafhankelijk het beraad kan zijn, en wordt ervaren. We hebben met diverse betrokkenen hierover gesproken. EMMA geeft aan dat haar taakopvatting is dat zij een opdracht krijgt van de gemeente en die volgens afspraak zo goed mogelijk uitvoert. De behoeften van de gemeente zijn leidend en worden bijvoorbeeld in het mandaat en de kaders voor het beraad uitgedrukt. In het vervolg stelt EMMA zich op als de “manager van het krachtenveld” tussen de deelnemers en de gemeente. EMMA probeert de behoeften van beide zijden zo goed mogelijk samen te brengen. Om dat te bevorderen nodigt EMMA de deelnemers op verschillende manieren uit om eigenaarschap te ontwikkelen. Bij belangrijke besluiten over het proces stemt EMMA af met het projectteam van de gemeente, waar mogelijk wordt vervolgens een voorstel voorgelegd aan de deelnemersgroep. Een voorbeeld tijdens de Klimaatraad is de discussie over het delen van informatie met de buitenwereld. Een klein aantal deelnemers geeft aan geen duidelijk onderscheid te ervaren tussen de gemeente enerzijds en de onafhankelijke begeleiders van EMMA anderzijds. Volgens de vertegenwoordiger van EMMA is dat onderscheid wel duidelijk benoemd en benadrukt tijdens de bijeenkomsten.
De regel was: met vragen en opmerkingen over het proces gaan deelnemers naar EMMA, met vragen en opmerkingen over de inhoud gaan ze naar de gemeente. Naar onze indruk doelen deze deelnemers op een abstracter niveau: ze snappen wel dat EMMA en gemeente tijdens de bijeenkomsten verschillende rollen hebben, maar ervaren de beide organisaties als één blok met een gezamenlijk belang. Wat dit illustreert, is dat het een beetje koorddansen is in deze rolverdeling om de onafhankelijkheid zichtbaar en geloofwaardig te houden. Dat zit hem met name in het
50
ontbreken van een mechanisme om de ‘macht’ van de gemeente ten aanzien van het proces in te kapselen, als daar noodzaak voor zou zijn. De gemeente en EMMA betrekken de deelnemersgroep bij sommige proceskeuzes, maar bepalen zelf wanneer en hoe. Voor de deelnemers is er geen onafhankelijk orgaan of vertrouwenspersoon die namens hen de organisatie ter verantwoording kan roepen. In de literatuur over burgerberaden, bijvoorbeeld de OESO-richtlijnen, is dit een punt van aandacht. EMMA positioneert zich weliswaar als onafhankelijke tussenpartij in het samenspel tussen deelnemers en gemeente, maar is in de eerste plaats opdrachtnemer van de gemeente. Als er een situatie ontstaat waarbij de wens van de deelnemersgroep recht tegenover die van de gemeente komt te staan (wat voorzover wij kunnen nagaan niet voorgevallen is), kan dat de procesbegeleider bij de gehanteerde rolverdeling gewetensnood bezorgen. Bij een volgend beraad zou de gemeente Deventer kunnen overwegen dat er bij besluiten over het proces altijd iemand meepraat namens het beraad. Er bestaan voorbeelden van hoe zo’n rol wordt belegd bij deelnemers, maar bij beraden in andere landen wordt ook wel gewerkt met een onafhankelijke vertegenwoordiging van inwoners (die geen deelnemer zijn). We komen in dit verband ook kort terug op de inzet van gespreksbegeleiders.
Het is aan één kant begrijpelijk dat de gemeente kiest om daar eigen ambtenaren voor te werven. De inzet van externe professionals is kostbaar, bovendien biedt de rol ambtenaren de kans om ervaring op te doen binnen een burgerberaad. We zien ook dat ambtenaren die ‘binnen’ zijn geweest bij het beraad zich daardoor meer verbonden voelen met de deelnemers en hun adviezen, wat de opvolging kan bevorderen. Aan de andere kant wordt de begeleiding er niet onafhankelijker van, zeker als sommige van de ambtenaren die gespreksbegeleider zijn zelf aan onderwerpen werken waar de Klimaatraad over spreekt. Van deelnemers horen we overigens geen signalen dat dit problemen heeft opgeleverd. Toch wijzen we op het risico van rolvermenging dat hier kan optreden. Als een gemeente ervoor kiest om gespreksbegeleiding (deels) door eigen mensen te laten doen, is het belangrijk om te zorgen voor een uitgebreide training en briefing die expliciet ingaat op onafhankelijke begeleiding. Daar hoort ook een duidelijke lijn bij over het houden van afstand tot het inhoudelijke beleidswerk, waar gemeente en uitvoerende organisatie elkaar scherp op houden. Bij de Klimaatraad worden de gespreksbegeleiders voorafgaand aan bijeenkomsten wel uitvoerig gebrieft. Training om de benodigde vaardigheden te versterken maakt daar geen onderdeel van uit.
In enkele gevallen krijgen pragmatische overwegingen voorrang boven het houden van afstand tot het eigen beleidswerk.
Inclusie Hoofdpunten ● Een deelnamevergoeding maakt voor sommige deelnemers veel verschil ● Het proces op Dag 4 en Dag 5 vraagt veel van deelnemers die minder ‘talig’ zijn en daardoor staat inclusie onder druk ● Voor een volgend beraad zou het proces zo kunnen worden vormgegeven dat deelnemers meer ‘als inwoners’ te werk kunnen gaan.
51
Net als diversiteit is inclusie een basisvoorwaarde voor een goed burgerberaad. Met een inclusief beraad bedoelen wij een beraad waarin alle deelnemers volwaardig kunnen meedoen. De organiserende partijen zijn verantwoordelijk voor het wegnemen van drempels. Daarbij gaat het over de werving, de communicatie, praktische zaken rond de bijeenkomsten, vergoedingen en ondersteuning voor deelnemers, het ontwerp van het proces en de inhoudelijke informatie. Inclusie in werving en communicatie wordt in de betreffende hoofdstukken besproken. Hieronder gaan we verder in op inclusie tijdens het proces.
Deelnamevergoeding De gemeente biedt deelnemers een vergoeding aan van 50 euro per bijeenkomst. Daarbovenop krijgen deelnemers hun reis- en onkosten vergoed, bijvoorbeeld voor kinderopvang. In onze vragenlijst stellen we deelnemers een vraag over hoe belangrijk de vergoeding was voor hen. Voor de helft van de respondenten (23 deelnemers) is de vergoeding onbelangrijk. Voor 16 deelnemers is de vergoeding enigszins belangrijk en voor acht deelnemers is de vergoeding belangrijk. De gesprekken die we voeren met deelnemers bevestigen dit beeld: sommigen vinden dat ze worden verwend, anderen waren niet gekomen als de vergoedingen niet beschikbaar waren. Dit laat zien dat de beschikbaarheid van een deelnamevergoeding, zelfs als het merendeel van de deelnemers die niet nodig heeft, een drempel wegneemt voor sommigen. Bij een volgend beraad zou de gemeente deelnemers de keuze kunnen geven om al dan niet gebruik te maken van de vergoeding.23
Toegankelijkheid en praktische ondersteuning EMMA en de gemeente Deventer hebben bij het kiezen van de locatie en het organiseren van de bijeenkomsten goed rekening gehouden met de toegankelijkheid ervan. Van deelnemers horen we geen kritiek, behalve dat het in de grote zaal van de Gasfabriek soms lastig is om elkaar te verstaan wanneer alle deelnemers daar in groepen in gesprek zijn. Om dit te adresseren zorgt de organisatie dat de groep, wanneer dat past in het programma, ook andere ruimtes in het gebouw kan benutten. Deelnemers zijn lovend over de catering bij de bijeenkomsten. Dat is van belang: deelnemers die goed worden verzorgd voelen zich eerder gewaardeerd, wat zich weer kan vertalen in commitment of positiviteit. Eén deelnemer die niet vloeiend Nederlands kan spreken of verstaan mag een eigen tolk meenemen naar de bijeenkomsten, waarvoor de kosten worden gedragen door de gemeente. Ook veiligheid, of het gevoel daarvan, is een voorwaarde voor inclusie. Zaken als duidelijke spelregels, professionele begeleiding, een benaderbare dagvoorzitter en attente ondersteuning vanuit het projectteam dragen daar bij de Klimaatraad allemaal aan bij. Een gespreksbegeleider geeft aan dat er deelnemers zijn die in de eerste helft van het beraad zo veel mogelijk bij dezelfde begeleider aan tafel plaatsnemen, omdat ze zich bij die begeleider
23
Daarbij zou de gemeente dan een bestemming kunnen aanduiden voor het geld dat overblijft, idealiter iets dat de inclusie van het beraad verder bevordert. Dat geeft deelnemers die de vergoeding niet nodig hebben een stimulans om ervan af te zien.
52
op hun gemak voelen. Het proces geeft deelnemers die ruimte. Bij beraden zie je verder vaak dat er een stilte- of rustruimte is waar deelnemers die dat willen zich tijdelijk kunnen terugtrekken en een (onafhankelijke) vertrouwenspersoon met wie deelnemers eventuele spanningen kunnen bespreken. De deelnemers met wie wij spreken, herinneren zich niet of er een vertrouwenspersoon was tijdens de Klimaatraad.
Proces en inhoudelijke informatie Een vertegenwoordiger van EMMA geeft aan dat de organisatie tijdens het proces steeds aandacht besteedt aan inclusie. Als voorbeelden geeft EMMA het consequent voorlezen en uitspreken van teksten bij presentaties en stemmingen en het afwisselen van werkvormen. Verder hebben deelnemers zelf de keuze over het thema om aan te werken, de deskundige om mee te spreken, en soms de rol die ze vervullen, zodat ze iets kunnen doen dat hen goed ligt. Deelnemers die de online omgeving ingewikkeld vinden, krijgen op verzoek sommige van de documenten in papieren vorm thuisgestuurd. Naarmate het proces vordert, wordt het zwaarder voor mensen die niet gewend zijn om veel te lezen en te schrijven, of om bijvoorbeeld documenten te zoeken in de online omgeving. We horen dit van deelnemers. Die geven aan dat het op Dag 4 en Dag 5 voor sommige van hun mededeelnemers lastig is om alles te volgen. Ze herinneren zich dat een enkeling vanuit een gevoel van burgerplicht volhardt, terwijl sommige anderen afhaken. De moeilijkheid in deze fase zit vooral in de ‘taligheid’ van het proces van adviezen opstellen. Deelnemers zien hoe sommige groepen worstelen met het opschrijven van adviezen. Als reactie hierop krijgt op Dag 5 een aantal deelnemers de rol ‘schrijver’ - zij ondersteunen andere deelnemers op dat vlak.
In deze fase is er ook veel schriftelijke informatie in omloop, zowel procesdocumenten als inhoudelijke informatie. De afhankelijkheid van documenten (en de tijd en bereidheid om die tussen bijeenkomsten te lezen) creëert iets van ongelijkheid tussen deelnemers. Sommige deelnemers leggen dat positief uit en benadrukken de collectieve wijsheid van de groep. Anderen wijzen op situaties waar de informatievoorsprong van sommige deelnemers zich vertaalt in macht bij het opstellen van adviezen. Ook bij het stemmen over adviezen zijn de ‘taligen’ in het voordeel; anderen lukt het maar net om het hoge tempo te volgen. Deze problematiek is er bij vrijwel elk burgerberaad. Bijna altijd gaat het aan het einde om een geschreven product. Het is dan onvermijdelijk dat daar stappen voor zitten waarbij de deelnemers druk zijn met lezen en schrijven. Het procesontwerp en de begeleiding kunnen helpen om dat zo inclusief mogelijk te maken, bijvoorbeeld door het werken aan teksten af te wisselen met reflectieve dialoog, door deelnemers de keuze te geven tussen verschillende rollen, of door vaardigere deelnemers aan te moedigen om een dienstbare rol aan te nemen in hun groep.24 Verder zou de organisatie bijvoorbeeld materialen kunnen aanbieden die draaien om beeld of audio in plaats van geschreven tekst. Er is hoe dan ook bereidheid nodig van deelnemers om elkaar te ondersteunen.
Daarvoor zijn het ontstane groepsgevoel en het eigenaarschap dat deelnemers ervaren belangrijke voorwaarden.
24 De vertegenwoordiger van EMMA geeft aan dat elementen hiervan in het procesontwerp voor de
Klimaatraad zijn meegenomen.
53
De Klimaatraad wordt daarnaast door de gemeente en EMMA gestimuleerd om de gehele breedte van het klimaatbeleid te bestrijken. Dat ligt onder meer besloten in de vraagstelling en de thema's die de Klimaatraad aan het begin krijgt aangereikt. Voor de deelnemers betekent dit dat ze veel uiteenlopende informatie voor hun kiezen krijgen, wat voor sommige deelnemers makkelijker te verwerken is dan voor anderen. Deelnemers geven in ons gesprek duidelijk aan dat de breedte van het onderwerp en de hoeveelheid informatie hen ongemak oplevert, juist ook omdat ze gedegen adviezen willen produceren. In het hoofdstuk over de deelnemersgroep benoemen we dat er weinig praktisch opgeleide inwoners meedoen aan de Klimaatraad. Als de groep op het gebied van opleiding ook een afspiegeling was geweest, hadden er minstens vier keer zo veel praktisch opgeleide inwoners in de zaal gezeten (en dus een stuk minder theoretisch opgeleiden). Bij een volgend beraad zal het wellicht lukken om de afspiegeling op opleiding ook goed te krijgen. Het zal dan extra van belang zijn om het proces en de inhoudelijke informatie zo te ontwerpen dat alle deelnemers makkelijk(er) mee kunnen doen.
We denken dat dit vraagt om een minder talige route naar het opstellen van adviezen en eventueel meer mogelijkheden voor deelnemers om zelf hun prioriteiten te bepalen.25 De gemeente zou bij een volgend beraad om te beginnen met een bredere blik kunnen kijken naar hoe een advies eruit moet zien. De Klimaatraad heeft adviezen opgeleverd die in de buurt komen van de taal en het detailniveau waar beleidsambtenaren aan gewend zijn. Dat is misschien geen vereiste. Als het gaat om het uitdrukken van de gedeelde, uitgewerkte ideeën van inwoners, dan zou het mogelijk moeten zijn om dat ook te doen in 'inwonertaal' of een iets bijgeschaafde versie daarvan.26 In de opvolging kunnen ambtenaren de adviezen dan vertalen naar beleidstaal en idealiter nagaan bij deelnemers of dat goed is gebeurd. Daarnaast zou de gemeente op het gebied van volledigheid de regie meer bij het beraad kunnen laten. Krijgen deelnemers meer ruimte om (binnen de scope van het vraagstuk) zelf hun prioriteiten te kiezen, dan bestaat de kans dat ze met minder thema’s aan de slag gaan. Mede door het neerzetten van talloze beleidsthema’s aan het begin van het proces (door de gemeente), ontwikkelt de Klimaatraad impliciet de ambitie om een zo breed mogelijk terrein te bestrijken.
We denken dat er een realistisch alternatief is: als organisatie zou je kunnen accepteren - en misschien ook stimuleren - dat de deelnemers zich concentreren op delen van het totaalplaatje. Net als met de taal van de adviezen zouden de uitkomsten dan door ambtenaren kunnen worden verwerkt tot samenhangend beleid en door deelnemers gecheckt.
25 Enkele voorbeelden ter illustratie: bij het Inwonersberaad Vijfheerenlanden (2023) waren tekenaars
aanwezig om de ideeën van deelnemers tijdens de sessies te verbeelden; bij het Burgerberaad G1000Rheden (2022) gaven deelnemers zelf vorm aan de invulling van het onderwerp CO2-neutraal; bij beraden in België maakten deelnemers collages als onderdeel van het uitwerken van hun aanbevelingen. 26 Bij het Burgerpanel Rechtsstaat (2024) werden de adviezen van deelnemers behalve in tekst ook in beeld uitgedrukt. Daarvoor waren er tekenaars aanwezig bij de bijeenkomst.
54
Communicatie Hoofdpunten ● Voor de gemeenschap en voor de gemeente was het een gemiste kans dat er weinig communicatie met alle inwoners van Deventer was. Het beraad zelf heeft er geen grote hinder van gehad ● Het belang van communicatie met de buitenwereld werd door niemand vertolkt, ook doordat het niet als doel op zichzelf was meegegeven ● Als raadsleden en ambtenaren tijdens het beraad meer betrokken worden, raken ze sneller enthousiast voor hun rol bij de opvolging. De literatuur over burgerberaden is er vrij stellig in: het informeren en betrekken van de gemeenschap bij het beraad is wenselijk. Het gebeurt in de praktijk op allerlei manieren, van het publiceren van verslagen tot het faciliteren van uitwisseling. De gedachte is dat het betrekken van de gemeenschap kan helpen om: ● Te zorgen dat inwoners zien hoe de besluiten of adviezen van het beraad tot stand komen en er daardoor (meer) vertrouwen in hebben ● Inhoudelijke uitwisseling mogelijk te maken tussen de deelnemers en de rest van de gemeenschap, zodat deelnemers de perspectieven van mensen buiten de zaal beter kunnen meenemen ● Inwoners de kans te geven om een nieuwe/aanvullende vorm van democratie in hun gemeenschap te volgen of te leren kennen. Bij de Klimaatraad was het informeren en betrekken van de gemeenschap volgens een van onze gesprekspartners “een gemiste kans”. Dat is ook onze bevinding.
De inwoners van Deventer die zelf niet in het beraad zaten, hebben tijdens de looptijd van het beraad heel weinig kunnen zien van wat daar gebeurde. Dit geldt ook voor de ruim 450 mensen die zich hadden aangemeld, maar niet waren ingeloot; een groep inwoners die had laten blijken geïnteresseerd te zijn in de Klimaatraad. Pas na afloop van het beraad, bij de tentoonstelling die de gemeente organiseerde begin 2025, konden andere inwoners iets zien van het proces. Het uitblijven van communicatie met de buitenwereld vormde voor het verloop van het proces zelf geen ingrijpende beperking. Er waren wel deelnemers die graag met mensen buiten de zaal wilden praten over hun onderwerpen, maar de groep besloot in meerderheid om dat niet te doen. Het proces voorzag al op andere manieren in inbreng van buiten. Communicatie met de buitenwereld kan voor gemeente en gemeenschap wel meerwaarde opleveren. Dat is (grotendeels) niet bereikt. We zien daar twee hoofdredenen voor: 1. De gemeente vindt het vooraf geen prioriteit. De focus ligt op de deelnemersgroep, de vraagstelling en het mandaat. In het plan van aanpak wordt het informeren van de gemeenschap wel benoemd, maar wordt er geen doelstelling aan gekoppeld (zie ook ‘Aanleiding, doel en mandaat’ in hoofdstuk 3.1).
55
2. De discussies en stemmingen van de Klimaatraad over het delen van informatie met de buitenwereld. Deelnemers stemmen uiteindelijk toe, maar het projectteam voelt zich geremd door de onrust erover in de zaal.27 We denken dat het projectteam en EMMA de discussie in de Klimaatraad anders zouden hebben benaderd, als de raad vooraf meer aandacht had besteed aan het betrekken van de gemeenschap. Als het als een (neven)doel was benoemd, hadden de dagvoorzitter en de projectleider waarschijnlijk in overleg met de deelnemersgroep een andere oplossing gevonden. Nu was er niemand die het belang van de gemeenschap (om betrokken te worden) vertegenwoordigde.
Communicatie binnen de gemeente Het was niet alleen de gemeenschap aan/met wie de communicatie op een laag pitje kwam te staan na de discussies van de Klimaatraad. Ook het informeren van raadsleden en ambtenaren kwam min of meer te vervallen. Zonde, want beide groepen zijn belangrijk in de opvolging van het burgerberaad. Ambtenaren en raadsleden die tijdens de Klimaatraad regelmatig geïnformeerd worden, zullen de uitkomsten van het beraad makkelijker op waarde schatten en zich eerder geroepen voelen om er iets mee te doen. We horen van ambtenaren dat degenen die als gespreksbegeleider of deskundige betrokken zijn geweest bij de Klimaatraad het belangrijk vonden om zich in te zetten voor een goede opvolging. Eén ambtenaar merkt op dat collega’s die de Klimaatraad niet konden volgen soms minder gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan met de adviezen. Dit heeft volgens deze ambtenaar bijgedragen aan de late oplevering van de reactie van het college. Voor de raadsleden lag het iets anders. EMMA had vooraf duidelijk gemaakt dat zij niet welkom waren bij de bijeenkomsten van de Klimaatraad, zodat de deelnemers zich niet door de politiek op de vingers gekeken zouden voelen. Dat werd binnen de raad breed geaccepteerd. De meeste raadsleden vonden het, in het verlengde hiervan, normaal dat er tijdens de Klimaatraad geen updates waren.
In het plan van aanpak was wel voorzien dat de raad na elke bijeenkomst een verslag zou ontvangen. Dat is niet gebeurd. Wel konden raadsleden de start op Dag 1 en het laatste deel van Dag 5 van de Klimaatraad bijwonen: de overhandiging van de adviezen aan de burgemeester. Degenen die wij hierover spraken, hebben dat erg gewaardeerd. Deze korte ontmoeting met de deelnemers maakte ook indruk. Raadsleden zagen met eigen ogen hoe divers en hoe betrokken de deelnemersgroep was. Bij sommige beraden kunnen belangstellenden aanwezig zijn bij (alle) bijeenkomsten, als toeschouwer. Politici, ambtenaren en andere betrokkenen krijgen zo de kans om te zien hoe het beraad verloopt en wat er besproken wordt. Er bestaan ook varianten waarbij mensen uit deze groepen als deelnemer aan tafel zitten met inwoners. Een ‘opener’ beraad heeft als voordelen dat het transparanter is en dat het de opvolging kan bevorderen, door een grotere
27
Er is daarnaast mogelijk een onderliggende reden. Bureau EMMA neemt ten tijde van de Klimaatraad geen positie in ten aanzien van het belang van het betrekken van de gemeenschap en brengt dat dus ook niet over op de deelnemers of de gemeente. De vertegenwoordiger van het bureau geeft aan dat dit in de tussentijd is veranderd: EMMA legt hier nu meer nadruk op bij burgerberaden waarbij het betrokken is.
56
betrokkenheid van besluitvormers en stakeholders. Wel kan het nodig zijn om afspraken te maken om ongewenste beïnvloeding van de deelnemers te voorkomen. Het bepalen van een koers hierin voor toekomstige beraden zal mede afhangen van de doelen en de context van elk beraad.
5. Opvolging en impact Beschrijving Op 29 juni 2024 vindt de vijfde en laatste bijeenkomst van de Klimaatraad plaats. Met het overhandigen van de adviezen door twee deelnemers aan de burgemeester houdt de Klimaatraad op te bestaan. Bij de opvolging is voor deelnemers geen rol voorzien. De gemeente heeft daar niets voor ingericht. De rol van EMMA eindigt met het opleveren van het eindrapport, enkele weken na de laatste bijeenkomst. Daarmee komt alle activiteit en alle verantwoordelijkheid in dit stadium bij de gemeente te liggen.
Adviezen en opvolging De Klimaatraad stemt over 39 adviezen die de deelnemers hebben opgesteld. Daarvan nemen ze er 30 aan. Over de totstandkoming van de adviezen en de stemming schrijven wij in hoofdstuk 4. De adviezen zijn in het eindrapport van EMMA in de volgende 8 categorieën ingedeeld (incl. verwijzing naar de adviezen): 1. Biodiversiteit 2. Circulariteit 3. Duurzame mobiliteit 4. Energietransitie 5. Gedrag & betrekken inwoner 6. Klimaatadaptatie 7. Overkoepelende adviezen 8. Verduurzamen woningen Binnen enkele dagen na de slotbijeenkomst van het beraad gaan de adviezen naar de raad en het college. Het rapport volgt een paar weken later en wordt dan direct publiek gemaakt. In de maanden na de Klimaatraad werkt het college aan haar reactie op de adviezen. In de praktijk komt dat neer op een doorlopende afstemming tussen de verantwoordelijk wethouder, de projectleider en inhoudelijke beleidsteams, plus afstemming binnen het college. Beleidsambtenaren die via de projectleider van de Klimaatraad worden ingeschakeld, krijgen de adviezen onder ogen die te maken hebben met hun werkveld, met het verzoek om te adviseren over het uitvoeren ervan. De ambtenaren maken inschattingen over de haalbaarheid van adviezen, brengen in kaart wat ervoor nodig is en wat de bijbehorende
57
kosten voor de gemeente zijn. Per advies komt er zo een technische toets (is het juridisch, financieel en praktisch haalbaar?) gevolgd door een ambtelijk advies. De projectleider fungeert als tussenstation tussen de beleidsambtenaren en het college. Er gaan voor sommige adviezen meerdere ronden van afstemming overheen om tot de uiteindelijke collegereactie te komen. Als alle adviezen zijn verwerkt, in januari 2025, komt het college met een raadsvoorstel. Dat is publiek en wordt ook met de deelnemers van de Klimaatraad gedeeld. Het college stelt voor om 13 van de 30 aangenomen adviezen uit te voeren, twee adviezen naast zich neer te leggen en 15 adviezen nader uit te werken (zie grafiek uit het raadsvoorstel hiernaast). Over het uitwerken van adviezen schrijft het college: “Deze adviezen moeten verder uitgezocht worden. Het doel is dat deze adviezen uitgevoerd kunnen worden. Wel moet eerst onderzocht worden op welke manier dat het beste kan. En wat de gevolgen zijn. Als er extra geld voor nodig is, moet dat meegenomen worden in de begroting van 2026 of 2027”. De twee adviezen waarvoor het college voorstelt deze niet uit te voeren zijn: ● Kwalitatief en betaalbaar openbaar vervoer voor iedereen ● Fonds klimaatadaptief buitengebied. Bij de behandeling in de raad in januari 2025 zeggen meerdere fracties in de gemeenteraad de reactie van het college niet ambitieus genoeg te vinden.
Dat levert verschillende amendementen op, waarvan er twee worden aangenomen door de raad: 1. De adviezen in de categorie ‘uitwerken’ krijgen ook het label ‘uitvoeren’. De raad wil zo commitment laten zien en voorkomen dat de indruk ontstaat dat deze 15 adviezen worden ‘geparkeerd’. De opdracht aan het college is om uit te werken hoe deze adviezen kunnen worden uitgevoerd, niet of ze kunnen worden uitgevoerd. 2. Het advies ‘kwalitatief en betaalbaar openbaar vervoer voor iedereen’ wordt alsnog toegevoegd aan de lijst van uit te voeren adviezen. De raad oordeelt dat de gemeente wel over instrumenten beschikt om invloed te hebben op OVvoorzieningen, ook al ligt de hoofdverantwoordelijkheid bij de provincie. Door het geamendeerde raadsvoorstel aan te nemen, spreekt de raad zich uit voor het uitvoeren van 29 van de 30 aangenomen adviezen van de Klimaatraad. Het raadsbesluit draagt het college op om de uitvoering op zich te nemen. De raad zorgt er ook voor dat de uitvoering van de adviezen op de langere termijn geborgd wordt. Door de opvolging van de Klimaatraad op te nemen in de Perspectiefnota 2026-2029 wordt in principe gezorgd dat de uitvoering doorgaat, ongeacht nieuwe verhoudingen in de raad na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Na het raadsbesluit worden beleidsteams aan het werk gezet met de uitvoering.
Opnieuw vervult de projectleider van de Klimaatraad daar een coördinerende rol in.
Communicatie Begin 2025, zes maanden na het einde van de Klimaatraad, richt de gemeente in het Duurzaamheidscentrum een tentoonstelling in. Die geeft een overzicht van de Klimaatraad en de adviezen van de deelnemers. In de tussenliggende maanden, waarin het college de
58
adviezen in behandeling heeft, ontvangen deelnemers enkele malen een e-mailupdate; voor inwoners van de gemeente blijft het stil rond de Klimaatraad. Wanneer het college zijn raadsvoorstel over de adviezen indient in december 2024, krijgen deelnemers, raadsleden en inwoners voor het eerst weer bericht. In een persbericht wordt de reactie van het college op de adviezen besproken en worden mensen uitgenodigd de tentoonstelling over de Klimaatraad te bezoeken. Vanaf de behandeling in de raad ligt de nadruk in de berichtgeving op het informeren van inwoners over wat de gemeentelijke politiek heeft besloten over de adviezen van de Klimaatraad.
Uitvoering adviezen tot nu toe Op het moment van schrijven zijn er 18 maanden verstreken sinds de adviezen van de Klimaatraad aan de gemeente zijn overgedragen. Een aantal van de adviezen is inmiddels door de gemeente overgenomen en/of in uitvoering, bijvoorbeeld: ● Het gemeentelijke Biodiversiteitsplan geeft opvolging aan de adviezen van de Klimaatraad in de categorie ‘biodiversiteit’ en benoemt specifiek de inbreng van het burgerberaad ● Het advies van de Klimaatraad over fossielvrije reclame is opgenomen in het nieuwe reclamebeleid van de gemeente, dat in de loop van 2026 zal worden vastgelegd in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) ● In het Uitvoeringsplan Fietsparkeren Binnenstad is het advies van de Klimaatraad op dit onderwerp meegenomen. Voor andere adviezen geldt dat de uitvoering ervan in voorbereiding is, of dat nog wordt overlegd over de verdere opvolging, bijvoorbeeld: ● De oprichting van een Permanente Adviesraad Energie en Klimaat. Het college heeft daar een regeling voor opgesteld en de gemeenteraad heeft ingestemd. Deelnemers van de Klimaatraad zijn in onderhandeling met de gemeente over de uitwerking. ● Het college heeft het advies van de Klimaatraad om in Deventer de ‘klimaatnoodtoestand’ uit te roepen bij de raad neergelegd. De raad heeft tot op heden nog geen motie aangenomen om dit te doen.
Enkele andere adviezen worden mogelijk uitgevoerd in samenwerking met duurzaamheidsorganisaties uit de samenleving. Deze organisaties hebben zelf de gemeente benaderd met de bedoeling om een rol te spelen bij de opvolging. De gemeente overlegt met hen over volgende stappen.
Evaluatie Hoofdpunten ● Politici en ambtenaren vinden de adviezen kwalitatief goed, maar merken op dat er weinig vernieuwende ideeën tussen zitten ● Het college neemt veel tijd voor zijn reactie op de adviezen. Daardoor lijkt het alsof er een half jaar niets gebeurt. Dit is deels een gevolg van de timing van de Klimaatraad en de onbekendheid met het instrument ● Het college staat zichzelf enige ruimte toe bij het omgaan met het mandaat van de Klimaatraad
59
●
De Klimaatraad heeft in de eerste plaats impact op de deelnemers. De impact op beleid is beperkter, van impact in de gemeenschap lijkt nauwelijks sprake.
Adviezen Meerdere politici en ambtenaren spreken positief over de adviezen van de Klimaatraad. Een raadslid zegt bijvoorbeeld dat de raad “er goed mee uit de voeten kan”. Een ambtenaar geeft aan positief verrast te zijn hoe mooi de aangenomen adviezen aansluiten op bestaande uitvoeringsprogramma’s. Anderen roemen de duidelijkheid van de adviezen, “de mooie urgentie die eruit spreekt”, en het vermogen van de adviezen om richting te geven aan het klimaatbeleid van de gemeente. Volgens één ambtenaar slagen de adviezen er niet alleen in om het beleid van de gemeente te versterken, maar laten ze ook goed zien wat er in de gemeenschap speelt, bijvoorbeeld een advies over de ontwikkeling van een voedselbos. Ook deelnemers zijn trots op de adviezen die ze hebben opgesteld en omschrijven deze als ambitieus. Hiertegenover staan kritische geluiden vanuit politici en ambtenaren. Sommigen vinden dat de Klimaatraad te veel adviezen heeft opgesteld. Volgens één raadslid zijn de adviezen “niet echt een toevoeging op wat er al is aan beleid”. Een andere politicus stelt: “Veel adviezen hadden ook uit de gemeentelijke organisatie kunnen komen”. Onder ambtenaren klinkt soms de verzuchting dat de adviezen weinig nieuwe ideeën bevatten. Deelnemers benoemen tijdens onze gesprekken dat ze het gevoel hebben dat de gemeente sommige adviezen heeft afgezwakt in de opvolging.
Ook twee ambtenaren nemen de “losse manier van interpretatie” en het “gebruikmaken van grijze gebieden” bij de interpretatie en uitvoering van de adviezen waar. Deelnemers geven als voorbeeld het advies over het instellen van een permanente adviesraad energie en klimaat (PAEK). Het advies stelt dat de op te richten PAEK het burgerperspectief zal vertegenwoordigen bij beleidskwesties rond energie en klimaat. Het advies gaat uit van een structurele participatie van deelnemers van de Klimaatraad en een passende vergoeding voor leden. Volgens deelnemers voert het college het advies niet uit conform wat de Klimaatraad heeft bepaald, zowel wat de bezetting van de PAEK betreft als op het punt van de passende vergoeding. Sommige deelnemers spreken daar frustratie over uit. Een ambtenaar die betrokken is bij de opvolging bevestigt dat het college kiest voor een afgezwakte variant. Op het moment van schrijven zijn er over de PAEK gesprekken gaande tussen deelnemers en vertegenwoordigers van de gemeente.
Opvolging door college en raad Aanpak opvolging Het college is verantwoordelijk voor de opvolging van de adviezen onder coördinatie van de wethouder Energie. Volgens de wethouder geldt binnen het college het principe: "We kijken niet óf, maar hoe de adviezen worden uitgevoerd”. Daarbij geeft de wethouder aan dat het niet altijd eenvoudig is om het eens te worden over hoe om te gaan met de adviezen, omdat die soms botsen met andere (politieke) prioriteiten. In zijn uiteindelijke raadsvoorstel probeert het college de opvolging van de adviezen zo veel mogelijk te integreren in bestaande uitvoeringsprogramma's. Voor de politieke haalbaarheid vindt het college het
60
nodig om sommige adviezen iets ruimer te interpreteren dan door de Klimaatraad geformuleerd: de opvolging ging dan uit van “de geest van” het advies. De projectleider van de gemeente vervult een coördinerende rol in de opvolging. Deze ambtenaar geeft aan daardoor in een complexe positie te zitten. Enerzijds handelt de projectleider feitelijk namens het college bij het verzamelen van de ambtelijke inbreng voor de collegereactie op de adviezen. Anderzijds is hij van alle betrokkenen degene met de sterkste band met de Klimaatraad, degene die het best kan beoordelen hoe de deelnemers de adviezen bedoelen. Dit levert hem impliciet de verantwoordelijkheid op om het belang of geluid van de deelnemers te vertegenwoordigen. De projectleider geeft aan zich steeds bewust te zijn van de kwetsbaarheid van deze dubbelrol. Wanneer er een afweging moet worden gemaakt tussen belangen, betrekt hij daar een collega bij om dat zo zuiver mogelijk te kunnen doen. Raadsleden zijn overwegend positief over de inhoudelijke weging en de uitleg van het college bij het raadsvoorstel. Volgens één raadslid laat het college daarbij doorklinken dat er ook binnen het college soms verschillend gedacht wordt over de adviezen. Eén raadslid geeft aan dat er een duidelijkere afspraak gemaakt had kunnen worden over waar het initiatief ligt voor de opvolging, tussen raad en college.
Betrokkenen stellen vast dat er in het voortraject een hoge mate van eigenaarschap bestaat binnen de raad, terwijl dat na afloop ontbreekt. In de raad zijn het enkel de leden van de oorspronkelijke raadswerkgroep die “de handschoen weer hebben opgepakt” om te zorgen dat de lessen van de Klimaatraad op tafel komen. Twee raadsleden spreken verbazing uit dat het nodig is om vanuit de oppositie aan te dringen op een snelle evaluatie van het beraad. Een ambtenaar vraagt zich af waarom de deelnemers van de Klimaatraad geen rol krijgen in het politieke proces rond de opvolging. Zij hadden bijvoorbeeld de uitkomsten van hun beraad kunnen presenteren aan de raad. In onze gesprekken met deelnemers horen we dat ze aanvankelijk teleurgesteld zijn als het college, na vele maanden, aangeeft maar 13 van de 30 aangenomen adviezen over te nemen. Pas na de behandeling in de raad, die via twee amendementen oplevert dat niet 13, maar 29 van de 30 adviezen door het college worden opgepakt voor uitvoering, voelen deelnemers zich gerustgesteld.
Radiostilte Deelnemers, raadsleden en ambtenaren zijn kritisch over de tijd die het college nodig had voor zijn reactie op de adviezen. Een raadslid stelt zich de vraag hoe serieus de adviezen worden genomen als het meer dan zes maanden duurt tot het raadsvoorstel gedeeld wordt. In die maanden vragen diverse raadsleden het college om updates over de opvolging. Volgens ambtenaren die betrokken zijn bij de opvolging valt er tussentijds weinig te informeren, alleen dat het college bezig is met een reactie op alle 30 aangenomen adviezen. Er zijn enkele verzachtende omstandigheden. De burgemeester geeft bij het in ontvangst nemen van de adviezen op Dag 5 al aan dat het college de tijd zal nemen om de adviezen zorgvuldig te beantwoorden. Voor deelnemers maakt dat iets van verschil. Daarnaast eindigt
61
de Klimaatraad vlak voor het zomerreces, waardoor er de eerste maanden een verminderde bezetting is op het stadhuis. Deelnemers ontvangen tussen juni 2024 en januari 2025 naar eigen zeggen “af en toe een mailtje” over de opvolging van de Klimaatraad. Toch zijn deelnemers die onze vragenlijst invullen redelijk tevreden over hoe ze na afloop van de Klimaatraad zijn geïnformeerd door de gemeente. Slechts drie deelnemers (6%) geven aan daar niet tevreden over te zijn.
Vanuit het perspectief van een beleidsambtenaar is het proces rond de collegereactie op de adviezen “een beetje chaotisch, een beetje een black box”. Deze ambtenaar geeft aan graag een uitvoeriger plan te hebben gehad voor de opvolging en uitvoering binnen de ambtelijke organisatie, inclusief bijvoorbeeld mijlpalen voor het informeren van deelnemers. Meerdere gesprekspartners erkennen dat zo’n tijdlijn feitelijk ontbreekt en dat er voor deelnemers, raadsleden en inwoners geen informatie beschikbaar is totdat het raadsvoorstel wordt opgeleverd. Er is wel een tijdlijn, maar die is intern en niet officieel. Het projectteam stelt zichzelf ten doel om de reactie van het college voor de kerst bij de raad te krijgen. Dat blijkt nog lastig genoeg. De 30 adviezen beslaan een heel aantal beleidsterreinen, wat zorgt voor de nodige complexiteit en de noodzaak voor interne afstemming. Dit, plus het vinden van de juiste toon voor de reactie op elk advies, kost het college meer tijd dan gedacht. Volgens enkele gesprekspartners heeft de lange verwerkingstijd van de adviezen onder meer te maken met de bereidheid van ambtenaren om er prioriteit aan te geven. Een ambtenaar denkt dat collega’s die de Klimaatraad niet van dichtbij hebben meegemaakt er soms geen gevoel bij hebben. Voor hen komen de adviezen min of meer uit de lucht vallen.
Het kan dan minder makkelijk zijn voor een ambtenaar om zich er enthousiast voor in te zetten. Volgens één ambtenaar had het college zich meer kunnen inzetten om het draagvlak binnen de gemeentelijke organisatie te vergroten. De projectleider geeft aan te betreuren dat er uiteindelijk zoveel tijd zit tussen het vaststellen van de adviezen en de reactie van het college. Betrokkenen geven aan dat de lessen van de opvolging van de Klimaatraad zullen helpen om bij een volgend beraad tot een goede planning te komen voor de afstemming en communicatie in deze fase.
62
Impact Op beleid Bij het beantwoorden van onze enquête geven de meeste respondenten (37 deelnemers) aan te verwachten dat de adviezen “enige invloed” op het beleid van de gemeente zullen hebben. Er zijn 8 deelnemers die “veel invloed” verwachten en 2 die denken dat de adviezen “nauwelijks of geen invloed” zullen hebben op gemeentelijk beleid.
Volgens een ambtenaar is het moeilijk om heel precies vast te stellen of bepaalde acties of beleidskeuzes een rechtstreeks gevolg zijn van de adviezen van de Klimaatraad. Dit omdat scope, kwaliteit en impact van de adviezen variëren en omdat sommige punten die in de adviezen staan al gedaan worden. Twee van onze gesprekspartners worstelen met de vraag wat er qua impact op beleid concreet kan worden toegeschreven aan de Klimaatraad. Een ambtenaar noemt als voorbeeld het verduurzamen van woningen, waarvoor gemeente en corporaties al allerlei beleid en uitvoeringsprogramma’s hebben. Een andere ambtenaar ziet de adviezen vooral als een positieve en belangrijke bevestiging dat inwoners het bestaande klimaatbeleid van de gemeente ondersteunen. Eén ambtenaar concludeert: “Al met al is de impact op beleid, om verschillende redenen, niet enorm”. Een van de redenen die deze ambtenaar benoemt is dat de Klimaatraad het eerste burgerberaad is in Deventer. Bij een volgend beraad zou verwacht mogen worden dat de gemeente er beter op is voorbereid. In hoofdstuk 4 onder ‘Onafhankelijkheid en invloed gemeente’ bespreken we hoe de opzet van het beraad de kans vergroot dat de deelnemers tot adviezen komen die aansluiten bij bestaand gemeentelijk beleid. Volgens één raadslid hebben de adviezen goede bijstellingen van beleid opgeleverd.
Een ander is blij dat er dankzij het beraad een permanente adviesraad komt waar deelnemers zeggenschap houden over het klimaatbeleid van Deventer.