2025-996-bijlage-Evaluatierapport Deventer Klimaatraad - januari 2026
Tekst van het document
Op deelnemers De enquête onder deelnemers laat zien dat een groot deel van de respondenten zich door de Klimaatraad meer betrokken voelt bij de politiek in Deventer. Maar liefst 40 van de 47 respondenten geven aan zich veel (14) of iets meer (26) betrokken te voelen. Slechts een respondent voelt zich iets minder betrokken, zes voelen zich even betrokken als ervoor.
63
Ook raadsleden, ambtenaren en de vertegenwoordiger van EMMA zien een duidelijke impact op de deelnemers van de Klimaatraad. Betrokkenen stellen vast dat de deelnemersgroep zich op meerdere vlakken ontwikkelt, namelijk onderling (tussen deelnemers), ten opzichte van de gemeente en qua (blijvende) betrokkenheid. Impact binnen de groep ● Deelnemers met verschillende achtergronden en opvattingen voeren intensieve gesprekken. Als er meningsverschillen zijn, gaan deelnemers respectvol met elkaar om ● De vertegenwoordiger van EMMA ziet in de loop van het beraad het gevoel van wederzijds begrip en de onderlinge saamhorigheid groeien ● Betrokkenen nemen het enthousiasme waar waarmee deelnemers tijdens Dag 4 en Dag 5 van het beraad aan de adviezen werken. Impact op de houding ten opzichte van de gemeente ● Deelnemers krijgen in de loop van de Klimaatraad op allerlei manieren te zien hoe de gemeente ‘van binnenuit’ werkt. Zo ontwikkelen deelnemers meer begrip voor de gemeente, ook dankzij het leren kennen van de ‘menselijke kant’ van de organisatie ● De inbreng van deskundigen en andere vertegenwoordigers van de gemeente geeft deelnemers een idee van hoe complex het maken en uitvoeren van beleid is, wat bijdraagt aan een groeiend respect voor de overheid.
Impact op blijvende betrokkenheid ● Er vormt zich een groepje deelnemers dat het advies om een permanente adviesraad op te richten wil helpen realiseren. Deze deelnemers zijn op het moment van schrijven actief betrokken bij gesprekken over de uitvoering van dit advies ● Enkele deelnemers willen als gevolg van hun ervaring in de Klimaatraad zelf politiek actief worden. Volgens een raadslid is dat heel waardevol in een tijd waarin politieke partijen grote zorgen hebben over nieuwe aanwas.
Op de Deventer bevolking Deze evaluatie bevat geen specifiek onderzoek onder de Deventerse bevolking. De volgende bevindingen zijn daarom geheel gebaseerd op de ervaringen en meningen van betrokkenen.
64
Raadsleden tonen milde teleurstelling als we vragen naar de impact van de Klimaatraad op de bredere samenleving. Ze zeggen bijvoorbeeld: “een kleine groep heeft een heel mooie ervaring gehad” en “hun buren zullen er weinig van meegekregen hebben”. Eén raadslid ziet wat betreft impact op de gemeenschap niet veel meerwaarde ten opzichte van andere vormen van participatie: “Wat heeft de burger ervan gemerkt?”. Volgens een ander raadslid is er mogelijk zelfs een averechts effect geweest op groepen in de samenleving die uitgesproken kritisch of wantrouwend staan tegenover de gemeente en haar klimaatbeleid. De manier waarop het beraad is uitgevoerd heeft volgens dit raadslid mogelijk gezorgd dat mensen in deze groepen geharnaster zijn geworden in hun overtuigingen en frustraties. Een raadslid benadrukt dat het een continue taak voor de raad is om na te denken over hoe je inwoners betrekt bij besluitvorming en daarmee dus vertrouwen geeft. Daarvoor is een betere communicatiecampagne een noodzaak, vindt dit raadslid. Ook ambtenaren zijn kritisch op de democratische meerwaarde en denken dat de gemeente hier veel meer uit had kunnen halen. De insteek van een burgerberaad is immers om zeggenschap te geven aan de gemeenschap. Ambtenaren benadrukken de grote verwachtingen die de gemeente schept met het organiseren van een burgerberaad.
Om daaraan te voldoen - niet alleen aan de verwachtingen van deelnemers, maar die van iedereen die het onderwerp belangrijk vindt - is volgens een ambtenaar een uitdaging die bij volgende burgerberaden moet worden aangegaan.
Op de gemeentelijke organisatie Gevraagd wat de Klimaatraad heeft opgeleverd, geeft één ambtenaar aan dat de ervaring de gemeente een duidelijk besef heeft gegeven van wat een burgerberaad is. Leden van het projectteam bevestigen dit, zij spreken van een steile leercurve. Ook merken ambtenaren dat het proces en de onderwerpen van de Klimaatraad gespreksstof opleveren op de werkvloer. De vertegenwoordiger van EMMA merkt ook op dat er binnen de gemeentelijke organisatie “nieuwe inzichten zijn opgedaan” over de inwoners, zoals de bereidheid en vaardigheid van inwoners om constructief met een complex vraagstuk bezig te gaan. Ook in de gemeenteraad wordt impact waargenomen. Eén raadslid merkt op dat er daar nu een breder draagvlak is voor het klimaatbeleid van de gemeente. Een ander raadslid bevestigt dit en vult aan dat er in de raad hierdoor minder polarisatie en spanning is rond duurzaamheid en klimaat. Wat hieraan bijdraagt is de betrokkenheid van inwoners die, aangejaagd door het beraad, komen inspreken bij de raad en zich gehoord voelen.
Reflectie Hoofdpunten ● De 30 aangenomen adviezen bevestigen en versterken grotendeels bestaand beleid van de gemeente. Hier en daar zetten de adviezen nieuwe accenten ● Als de ambitie is om een beraad vernieuwende ideeën te laten formuleren, dan is het goed om in het proces meer vrijheid te geven aan deelnemers en werkvormen in te zetten die gericht zijn op het ontwikkelen van eigen ideeën ● De gemeente heeft toegezegd de overgrote meerderheid van de adviezen van de Klimaatraad uit te voeren. Er was een aanscherping nodig vanuit de raad om het college hiertoe te bewegen
65
●
● ● ●
●
College en raad kiezen er bij sommige adviezen voor om die ruimer te interpreteren dan door de Klimaatraad geformuleerd. Er is geen mechanisme voorzien voor de deelnemers om daarover met de politiek in gesprek te gaan Bij een volgend beraad zou het goed zijn als deelnemers bij de opvolging betrokken kunnen zijn, ook om daarmee de transparantie verder te versterken De Klimaatraad heeft in de eerste plaats impact op direct betrokkenen: de deelnemers en betrokken ambtenaren en politici Om een grotere impact te hebben op de gemeenschap, is het nodig om daar doelgericht aan te werken in de communicatie rond het beraad en eventueel ook het procesontwerp. Hier liggen kansen voor toekomstige beraden Betrokkenen vinden over het algemeen dat de Klimaatraad de investering waard is.
Adviezen De Klimaatraad heeft een heel aantal waardevolle adviezen opgeleverd voor het klimaatbeleid van de gemeente Deventer. De meeste adviezen sluiten goed aan bij bestaand beleid. Op sommige punten bepleiten de adviezen aanscherpingen, elders worden symbolische of kleinschalige veranderingen voorgesteld die een aanvulling kunnen vormen op bestaand beleid. Er zitten relatief weinig elementen in de adviezen die inhoudelijk vernieuwend zijn of de gemeente aansporen om grote veranderingen aan te brengen in haar beleid. Zoals in het voorgaande hoofdstuk besproken, is er een aannemelijk verband tussen de inhoudelijke inbreng van de gemeente in de loop van de Klimaatraad en de scope van de uiteindelijke adviezen. We stippen daar ook aan hoe het vooraf aanreiken van thema’s daar onderdeel van is. Het is dan ook moeilijk om het kritiekpunt van sommige raadsleden en ambtenaren over de ‘weinig vernieuwende’ adviezen hier los van te zien. We stellen vast dat het procesontwerp en de frequente inhoudelijke inbreng van de gemeente weinig ruimte overlaten voor deelnemers om buiten de bestaande kaders naar het vraagstuk te kijken. Bovendien, en ook dat benoemen we in het vorige hoofdstuk al, zijn er zo veel thema’s om de aandacht over te verdelen, dat in de deliberaties van de Klimaatraad de breedte soms ten koste gaat van de diepte.
De feedback van ambtenaren op de conceptadviezen, na Dag 4 van het beraad, geeft volgens betrokkenen van de projectorganisatie een impuls aan de kwaliteit van de adviezen. Dat wordt overigens niet door alle deelnemers onderschreven. We denken wel dat de inbreng van beleidsambtenaren binnen de Klimaatraad een aantal adviezen bruikbaarder maakt voor de ambtenaren die met de opvolging aan de slag gaan. Voor een beleidsmaker hangt de kwaliteit van een advies vaak samen met de onmiddellijke bruikbaarheid ervan. Een deelnemer of inwoner kan kwaliteit ook op andere manieren uitleggen, bijvoorbeeld door nadruk te leggen op hoe tastbaar de ambitie van een advies is, of hoe goed het advies een ervaren probleem of dilemma benoemt. Uiteindelijk is het op Dag 5 aan de deelnemers om hun adviezen definitief te maken en erover te stemmen, ze bepalen dus zelf of en hoe ze de feedback van ambtenaren gebruiken.
66
Opvolging Het is een gebruikelijk fenomeen bij burgerberaden dat de overheid de opvolging onderschat en daarvoor meer tijd nodig heeft dan verwacht. In Deventer wordt dit versterkt doordat de start van de opvolging samenvalt met het begin van het zomerreces. We krijgen de indruk dat college en beleidsambtenaren er veel werk van hebben gemaakt om een volledige en zorgvuldige reactie op elk advies te geven. In die zin is het positief dat de gemeente de tijd heeft genomen, al vermoeden we dat een eerdere reactie haalbaar was geweest als er andere prioriteiten waren gesteld. Onze indruk uit gesprekken met ambtenaren is dat er bij een volgend beraad winst te boeken valt door de opvolging eerder te plannen en voor te bereiden. In het bijzonder zou er aandacht moeten zijn voor het tijdig en uitvoerig betrekken van beleidsambtenaren die een rol krijgen in de opvolging en uitvoering van de uitkomsten van het beraad. Om recht te doen aan het burgerberaad, is het belangrijk dat de overheid de opvolging zo transparant mogelijk insteekt. Het raadsvoorstel met daarin een reactie van het college op elk van de adviezen van de Klimaatraad zorgt voor een zekere mate van transparantie: het gemeentebestuur legt publiekelijk uit of en hoe het de adviezen gaat uitvoeren.
We denken dat de gemeente kan overwegen bij een volgend beraad ook de totstandkoming van de reactie transparanter te laten plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld door meer te delen over hoe dat proces verloopt, inclusief het tijdpad. Bovendien zou de gemeente de deelnemers (of een vertegenwoordiging daarvan) kunnen informeren en raadplegen tijdens deze fase. Nu is het uitsluitend aan mensen van de gemeente om de adviezen van de deelnemers af te wegen tegen mogelijk conflicterende prioriteiten van de gemeente. De projectleider heeft hierin een zware verantwoordelijkheid en komt soms in de positie dat diens individuele afweging de doorslag geeft. Dit kan ook uitgelegd worden als een concentratie van invloed bij één persoon, wat niet goed past bij de uitgangspunten van het burgerberaad. Ook hierom adviseren we om bij een volgend beraad te zorgen dat de ‘stem van het beraad’ bij de opvolging wordt vertolkt door deelnemers of iemand die onafhankelijk van de gemeente namens hen spreekt.28 Het is vanwege het zomerreces zo goed als onvermijdelijk dat de gemeente pas na de zomer echt aan de slag gaat met de opvolging en de communicatie daarover. Dat het zo lang zo stil blijft na het einde van de Klimaatraad is vooraf niet duidelijk gemaakt, behalve misschien in het praatje van de burgemeester bij het in ontvangst nemen van de adviezen.
Het risico van de lange ‘radiostilte’ is dat het momentum rond de Klimaatraad vervliegt. In juli is het ijzer heet: deelnemers zijn betrokken en enthousiast, raadsleden hebben de overhandiging bijgewoond, en inwoners kunnen in de krant lezen over de adviezen en het bijzondere proces. Hier wreekt zich dat de gemeente kiest voor een strikt inhoudelijke opvolging volgens gangbare bestuurlijke procedures. Door de verse adviezen onmiddellijk te smoren in een lang ambtelijk proces, waar de buitenwereld niets van kon meemaken, valt er maandenlang nauwelijks iets te communiceren. Niet aan de deelnemers, niet aan de raad, en niet aan de inwoners van Deventer. Zo blijft er weinig over van de aandacht en energie rond het publiceren van de adviezen.
28 Natuurlijk is het verdedigbaar dat de gemeente zich intern beraadt op de adviezen en dat ze daarbij
geen interactie met deelnemers nodig heeft. Dat is goed uit te leggen mits het onderdeel is van een opvolgingsproces waarin het samenspel tussen gemeente en deelnemers goed geregeld is.
67
Het is bij burgerberaden altijd zoeken naar manieren om na afloop relevante en boeiende dingen te hebben om te communiceren. Opvolging kost tijd en vergt vaak meerdere stappen die niet stuk voor stuk nieuwswaardig zijn. Daarom helpt het om vooraf de verschillende doelgroepen (deelnemers, raadsleden, inwoners) te laten weten wat zij kunnen verwachten. Voor een volgend beraad in Deventer kan de gemeente ook kijken naar manieren om de behoefte aan communicatie een (grotere) rol te laten spelen bij het inrichten van de opvolging. We denken bijvoorbeeld aan: ● Bij de eerste gelegenheid de adviezen (en het beraad) bespreken in de raad waarbij een afvaardiging van deelnemers aanwezig is of de adviezen zelfs presenteert. Niet om meteen per advies te bepalen hoe het wordt uitgevoerd, maar om te laten zien dat de politiek het beraad belangrijk vindt. De raad kan bijvoorbeeld symbolisch het college de opdracht geven om aan de slag te gaan met de adviezen. Zo kan de raad ook een prominentere rol opeisen om de opvolging te monitoren. ● De deelnemers de mogelijkheid geven om actief betrokken te blijven. Daarbij is het belangrijk dat deelnemers (die daarmee instemmen) ook onderling contact kunnen hebben en dit gefaciliteerd wordt (bijvoorbeeld via een app-groep of maillijst).
De organisatie kan dit verder stimuleren door bijvoorbeeld een ‘terugkomdag’ te organiseren ● Als er adviezen zijn waarop de gemeente - al dan niet samen met deelnemers of inwoners - meteen actie kan ondernemen, daar niet mee wachten totdat het hele pakket aan adviezen is behandeld. Bovendien zou de gemeente inwoners kunnen uitnodigen (door een publieke oproep en/of via maatschappelijke organisaties) om mee te doen aan het uitvoeren van adviezen die daar geschikt voor zijn ● De gemeente zou de ‘status’ van de opvolging van alle adviezen vanaf het begin op een publiek toegankelijk platform kunnen bijhouden. Dat kan de publieke belangstelling bevorderen en dankzij de transparantie ook vertrouwen scheppen.
Impact We denken dat de Klimaatraad een grote en over het algemeen positieve impact heeft (gehad) op direct betrokkenen, in de eerste plaats op de circa 100 inwoners van Deventer die met elkaar werken aan adviezen over het klimaatbeleid in hun gemeente. Deelnemers hebben een unieke ervaring, komen in aanraking met andere inwoners uit heel andere ‘bubbels’, spreken met allerlei deskundigen en krijgen een goed beeld van zowel het onderwerp klimaat als het hoe en wat van gemeentelijk beleid. Bovenal doen ze uitgebreide ervaring op met dialoog, deliberatie en democratie. Voor een heel aantal deelnemers resulteert het meedoen aan de Klimaatraad in een (veel) grotere betrokkenheid bij het onderwerp, de gemeente of de gemeenschap. Die betrokkenheid is ook duidelijk voelbaar wanneer deelnemers bijdragen aan het evaluatieonderzoek, terwijl hun beraad dan al meer dan een jaar is afgelopen. We denken dat er qua betrokkenheid nog meer in had gezeten, als deelnemers vanaf het begin een rol hadden kunnen innemen bij de opvolging. We zien ook een positieve impact op direct betrokkenen binnen de gemeente Deventer. Die is in zekere zin een afgeleide van de impact op de deelnemers. Veel raadsleden en ambtenaren zijn trots op wat ‘Deventer’ heeft gedaan en bereikt met de Klimaatraad en wijzen dan consequent eerst op de betrokkenheid van de deelnemersgroep.
Ze voelen dat het intensieve samenspel tussen de deelnemers en de gemeente zorgt voor meer onderling
68
begrip en vertrouwen. Daarbij zijn raadsleden en ambtenaren vooral verheugd dat de Klimaatraad de deelnemers inzicht en begrip heeft opgeleverd voor wat de gemeente doet. Het lijkt dat ze dit extra belangrijk vinden in een tijd waarin het vertrouwen van burgers in de overheid als extreem laag wordt gemeten. Over hoe het toegenomen begrip of vertrouwen de andere kant op (van de gemeente in de inwoners) eruitziet, moeten betrokkenen soms wat langer nadenken, om te concluderen dat ze dankzij de Klimaatraad een beter gevoel hebben voor hoe inwoners kijken naar beleid, en waartoe inwoners in staat zijn. Het volbrengen van het eerste burgerberaad geeft betrokkenen binnen de gemeente daarnaast een gevoel van voldoening of trots over wat de organisatie heeft neergezet. Dat politiek en ambtenarij de Klimaatraad hebben georganiseerd en dat het intern een harmonieus en relatief soepel proces is geweest, vinden velen waardevol. Sommige betrokkenen benadrukken het belang van de ondersteuning van EMMA hierbij. Op het klimaatbeleid van de gemeente is de impact van de Klimaatraad vooralsnog beperkter. De voornaamste factor daarin is dat de adviezen van de deelnemers voor het overgrote deel naadloos aansluiten bij bestaande ambities, beleid en uitvoering van de gemeente.
Sommige betrokkenen vinden dat jammer, vragen zich af of dat niet zonde is van de vele inspanningen van de organisatie en de deelnemers. Maar, er is ook een andere zienswijze mogelijk. De gemeente kan erop wijzen dat zij 29 van de 30 aangenomen adviezen van de Klimaatraad uitvoert. Onderzoek waarin de impact van burgerberaden wordt gemeten, kijkt vaak in eerste instantie naar deze simpele kengetallen. Wie zo naar de Klimaatraad kijkt, kan juist de conclusie trekken dat de impact van het beraad potentieel heel groot is. Wij zien, samenvattend, het volgende beeld: ● De politiek is bereid om bijna alle aangenomen adviezen van de Klimaatraad uit te voeren, maar: ○ Voor een groot deel gaat het om adviezen die dicht bij bestaand beleid liggen en geen grote veranderingen vragen ○ College en raad wijken bij sommige adviezen doelbewust af van wat de deelnemers hebben geformuleerd ○ Hoewel sommige adviezen inmiddels worden uitgevoerd, moet voor een heel aantal andere adviezen de uitvoering nog vorm krijgen en is soms nog niet duidelijk bepaald hoe de impact zal worden gerealiseerd ● De adviezen van de Klimaatraad bevestigen en versterken bestaand beleid van de gemeente en de acceptatie daarvan, in elk geval binnen de raad ● Organisaties uit de samenleving en deelnemers van de Klimaatraad grijpen de mogelijkheid aan om (onderdelen van) adviezen namens of met de gemeente uit te voeren ●
De aangenomen adviezen nodigen de gemeente niet uit tot grote herzieningen van beleid of ingrijpende nieuwe initiatieven, in die zin zal de impact van de Klimaatraad weinig zichtbaar zijn. Wij kunnen niet goed vaststellen of en wat de impact van de Klimaatraad op de gemeenschap, de inwoners van de gemeente Deventer, is. Onze indruk uit de gesprekken en documenten is dat er bijna geen impact is op dit niveau. We tekenen daarbij aan dat dit door de raad in het voortraject niet als doel op zich is vastgesteld en dat er in de uitvoering 69
geen prioriteit aan is gegeven. Voor alle betrokkenen lag de focus op de Klimaatraad zelf. Voor een toekomstig beraad in Deventer ligt hier potentie om een grotere mate van impact te realiseren. Bijvoorbeeld door: ● Vroegtijdig maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers uit wijken of ondernemers te betrekken en zo het beraad tot leven te brengen ● Een klankbordgroep van inwoners op te richten die vanaf het begin wordt geraadpleegd over proceskeuzes en communicatie ● Inwoners die zich aanmelden maar niet worden ingeloot aangehaakt te houden bij het beraad en eventueel een rol te geven ● Aansprekende publieke communicatie te verzorgen over het proces en, als deelnemers daarmee instemmen, de inhoud van de deliberaties ● Aanvullende participatiemiddelen in te zetten om inwoners de mogelijkheid te geven om inhoudelijke inbreng te geven, die de deelnemers kunnen benutten. In onze ervaring zijn geen van deze aanvullingen op zichzelf genoeg om een duidelijk waarneembare betrokkenheid binnen de gemeenschap te genereren. Gemeentebrede impact blijft bij dit soort processen een lastig te vervullen ambitie. Natuurlijk geldt wel dat een combinatie van inspanningen als deze kan zorgen voor een veel groter bereik van het beraad en daarmee potentieel ook enige impact.
Om die verder te bevorderen zou de gemeente bij een volgend beraad een participatiespecialist kunnen betrekken bij de opvolging. In de onlangs verschenen handreiking Ensuring impact - a guide to effective setup and follow-up of citizen participation29 zijn verdere aanknopingspunten te lezen. Voor het bepalen wat de impact op de gemeenschap is, is opinieonderzoek onder inwoners een belangrijk hulpmiddel. We denken bijvoorbeeld aan het vooraf en achteraf vragen hoe inwoners naar het onderwerp of de overheid kijken. Gemeten veranderingen geven een idee van de impact van het burgerberaad.
Baten en kosten De gemeente Deventer besteedt ongeveer 250 duizend euro aan het organiseren van de Klimaatraad, exclusief de inzet van beleidsambtenaren en de opvolging. De gemeente hanteert een totaal uitvoeringsbudget van 330 duizend euro. De genoemde bedragen zijn in lijn met wat vergelijkbare gemeenten in Nederland besteden aan het houden van een (eerste) beraad. De voornaamste kostenposten zijn de inhuur van EMMA, de communicatiecampagne, de locatie en catering, de deelnamevergoedingen en de uren van het eigen projectteam. Terwijl de kosten van een burgerberaad vrij makkelijk in kaart te brengen zijn, zijn de baten veel diffuser. Ten eerste omdat het niet altijd kan worden vastgesteld in hoeverre opbrengsten toe te schrijven zijn aan het beraad, ten tweede omdat de opbrengsten mogelijk over een periode van meerdere jaren verspreid liggen en ten derde omdat sommige baten niet in geld uit te drukken zijn. Bijvoorbeeld: dat veel deelnemers en wellicht sommige andere inwoners een gegroeid respect voor en vertrouwen in de gemeente hebben. Of: dat de gemeente de Klimaatraad kan inzetten als voorbeeld van haar inzet om inwoners te 29https://www.bertelsmann-stiftung.de/en/publications/publication/did/ensuring-impact-a-guide-to-
effective-set-up-and-follow-up-of-citizen-participation
70
betrekken bij beleid. Dit soort overwegingen zien we ook bij politici en ambtenaren, het speelt mee bij hun goedkeurende oordeel over de kosten van het beraad. De meeste politici en ambtenaren vinden het een zinvolle investering. Sommigen zeggen erbij dat ze daarbij niet enkel kijken naar de inhoudelijke opbrengsten, omdat het beraad naar hun zin een omslachtige manier is om tot dit soort beleidsadviezen te komen. Waar ze meerwaarde zien, is in de ervaring van het samenwerken tussen overheid en inwoners, en de resulterende betrokkenheid van de deelnemersgroep van de Klimaatraad. Een paar gesprekspartners vergelijken de investering in het burgerberaad met het inhuren van een advies- of communicatiebureau. Wat hen betreft steekt de Klimaatraad daar gunstig bij af, of in elk geval niet ongunstig. Het valt ons op dat ook enkele politici die kritisch zijn op (aspecten van) de uitvoering en de opbrengsten van de Klimaatraad, geen grote bezwaren hebben bij de investering. Bij het beschouwen van de baten kunnen we niet voorbijgaan aan de inhoudelijke opbrengsten. De Klimaatraad geeft, door allerlei bestaand klimaatbeleid van de gemeente Deventer te bevestigen en aan te vullen, rust en duidelijkheid op dit dossier.
Dit horen we terug van raadsleden: sommige slepende politieke kwesties lijken vooralsnog beslecht doordat de raad zich in grote meerderheid voegt naar de (teneur van) de adviezen van de Klimaatraad. Ook hiervoor geldt, deze opbrengst is lastig in een bedrag uit te drukken. In theorie zorgt het ervoor dat de raad effectiever kan opereren en dat beleid sneller wordt uitgevoerd. Voor deze evaluatie voert het te ver om hier een analyse van te maken. Voor een volgend beraad zien we vooral ruimte om aanvullende baten te realiseren rond het betrekken van de gemeenschap bij het proces. Door met het procesontwerp en de communicatie een bredere groep te bedienen, kan het beraad (meer) mensen betrekken en activeren. Ook het betrekken van maatschappelijke organisaties kan winst opleveren. De gemeente werkt in de opvolging van de adviezen van de Klimaatraad al samen met enkele lokale organisaties. Dat zou ze bij een volgend beraad verder kunnen uitbreiden. Zo verzilvert de gemeente het ruimschoots aanwezige potentieel in de gemeenschap om vraagstukken samen aan te pakken.
Afsluitend Als onafhankelijke evaluatoren hebben wij veel plezier beleefd aan het bestuderen van de Deventer Klimaatraad. We zien een mooi proces dat veel mensen in Deventer echt heeft geraakt. Met de Klimaatraad heeft de politiek een nieuwe stap gezet om inhoudelijk samen te werken met de gemeenschap, en om inwoners zeggenschap te geven over beleid dat mede bepaalt hoe Deventer er in de toekomst uitziet. Het is duidelijk dat het projectteam, de uitvoerende partij en de deelnemers met enorm veel toewijding hebben samengewerkt om tot gedragen adviezen te komen. Wij zien het beraad als een proces waar de gemeente trots op kan terugkijken. We hopen dat de reflecties en aanbevelingen van deze evaluatie zullen bijdragen aan succesvolle toekomstige burgerberaden.
71
6. Conclusies en aanbevelingen Hieronder zetten we onze belangrijkste conclusies en aanbevelingen op een rij. De conclusies zijn gebaseerd op bevindingen uit het evaluatieonderzoek, de aanbevelingen zijn daarnaast geïnspireerd op onze inzichten vanuit de theorie en praktijk van burgerberaden. In enkele gevallen geven we bij een aanbeveling aan dat deze kan worden opgevat als een suggestie. Voortraject ❖ De gemeenteraad neemt zelf de regie in het voortraject. Dit versterkt de betrokkenheid van raadsleden en het draagvlak voor het beraad. Na het raadsbesluit over de Klimaatraad is er minder betrokkenheid vanuit de raad. → Suggestie: Laat de raadswerkgroep ook tijdens het beraad actief betrokken blijven en de rest van de raad informeren. ❖ Het mandaat dat de raad vaststelt voor de Klimaatraad, met haalbaarheid als toetssteen voor de uitvoering, is duidelijk en functioneel. → Suggestie: Geef het beraad een vooraf bepaald budget mee voor de uitvoering van de adviezen, dat bevordert duidelijke keuzes. ❖ De raad laat het na om expliciete doelen te benoemen voor wat de Klimaatraad zou moeten opleveren, daardoor missen projectteam en uitvoerder soms houvast bij proceskeuzes. → Spreek in de gemeenteraad vooraf duidelijke doelen af, eventueel in overleg met inwoners en sleutelfiguren uit de gemeenschap.
❖ De gemeente vertrouwt sterk op de expertise van de uitvoerende organisatie, die daardoor relatief veel invloed heeft op proceskeuzes. → Zorg voor toezicht en controle bij belangrijke besluiten over het proces. Dat kan intern worden belegd, maar ook bij een speciaal ingesteld onafhankelijk orgaan van bijvoorbeeld inwoners, experts en andere betrokkenen. ❖ Met een bezetting van drie ambtenaren is het projectteam enigszins onderbemenst, gezien de complexe aard van het burgerberaad. → Stel bij volgende beraden meer capaciteit beschikbaar voor het projectteam. Dit biedt ruimte om meer aandacht te besteden aan inclusie en makkelijker om te gaan met onvoorziene ontwikkelingen. ❖ Voor volgende beraden ligt er een kans om de gemeentelijke organisatie beter te betrekken bij het beraad. → Zorg voor communicatie en mechanismen hiervoor. Dat bevordert ook de opvolging en impact van de adviezen. Werving en loting ❖ De methode om tot een afspiegeling te komen is toereikend en er zit een diverse groep Deventenaren in de zaal. → Overweeg voor een volgend beraad toch ook andere wervingsmethoden, om daarmee inwoners te mobiliseren die ver van de gemeente staan. ❖ De uitnodigingsbrief en de campagne spreken waarschijnlijk niet alle inwoners aan, dat zie je terug in de aanmeldingen. → Investeer maximaal in de uitnodiging en zorg dat die opvallend, wervend en toegankelijk is.
Besteed extra aandacht aan taalgebruik. Toets eventueel de 72
uitnodiging met (praktisch opgeleide) inwoners. Hanteer dezelfde uitgangspunten voor de campagne. ❖ Op het gebrek aan aanmeldingen van praktisch opgeleide inwoners wordt niet tijdig actie ondernomen. In de Klimaatraad is deze groep daardoor ondervertegenwoordigd. → Organiseer in de campagne activiteiten in buurten en dorpen om inwoners op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met het beraad, idealiter in samenwerking met maatschappelijke organisaties en sleutelfiguren in de gemeenschap. ❖ Het aanbieden van een deelnamevergoeding werkt drempelverlagend. → Bied bij volgende beraden opnieuw een vergoeding aan. → Suggestie: geef inwoners de keuze om er geen gebruik van te maken (en daarmee geld vrij te maken voor extra inspanningen op inclusie). Proces ❖ Het proces verloopt goed. De meeste deelnemers zijn tevreden en de Klimaatraad resulteert, zoals bedoeld, in een heel aantal gedragen adviezen. ❖ De samenwerking tussen het projectteam van de gemeente en bureau EMMA is prettig en effectief, daar profiteert het proces van. ❖ Er is relatief weinig uitval van deelnemers, mede dankzij de inzet, communicatie en benaderbaarheid van het organiserend team. ❖ Het informatieaanbod aan deelnemers is adequaat: het is ruim, divers en mede door deelnemers bepaald. → Suggesties: Stel een onafhankelijke adviesgroep in voor het toetsen van het informatieaanbod.
Zorg naast schriftelijke informatie ook voor audio- en videomaterialen. ❖ In de tweede helft van de Klimaatraad ervaren deelnemers werkdruk vanwege de omvang van het onderwerp en de opdracht om beleidsadviezen te schrijven. → Door niet naar talloze uitgewerkte beleidsadviezen toe te werken, kan het proces deelnemers meer ruimte geven en inclusiever zijn. → Daarbij kunnen andere werkvormen worden ingezet, met de nadruk op ideeontwikkeling of het meenemen van minderheidsstandpunten. → Ontwerp en begeleid een volgend beraad zo dat inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven makkelijker mee kunnen doen. ❖ In de beleving van deelnemers hebben de gemeente en EMMA enige invloed op de Klimaatraad. → Door deelnemers standaard te betrekken bij besluiten over het proces wordt de onafhankelijkheid ervan versterkt. Impact ❖ De Klimaatraad heeft in de eerste plaats impact op de deelnemers en op direct betrokkenen binnen de gemeente. De impact op beleid is beperkter, van impact in de gemeenschap lijkt nauwelijks sprake. ❖ Voor de gemeenschap en voor de gemeente is het een gemiste kans dat er tijdens de Klimaatraad weinig communicatie met alle inwoners van Deventer is. → Zorg dat het betrekken van de gemeenschap een doel op zich is en prominent terugkomt in het plan van aanpak.
73
→ Verzorg samen met de uitvoerder gerichte communicatie om inwoners te betrekken bij een volgend beraad. Faciliteer ook communicatie tussen de deelnemersgroep en de buitenwereld, met aandacht voor de veiligheid van deelnemers. ❖ De 29 aangenomen adviezen bevestigen en versterken grotendeels bestaand beleid van de gemeente. Hier en daar zetten de adviezen nieuwe accenten. ❖ Het college doet ruim vijf maanden over zijn reactie op de adviezen. Daardoor lijkt het alsof er in die tijd niets gebeurt en vervliegt het momentum grotendeels. → Maak de opvolging vanaf de start een opener proces en zorg in elk geval dat deelnemers - als die dat willen - betrokken zijn. Dat kan bijvoorbeeld door een monitorgroep van deelnemers in te stellen aan het einde van het beraad. Evaluatie ❖ De evaluatie start pas een jaar na de afronding van de Klimaatraad, waardoor we aangewezen zijn op vraaggesprekken en documenten. → Maak de evaluatie onderdeel van het burgerberaad en stel bij aanvang een evaluator aan die alle processtappen kan meemaken.
74
Bijlage Samenvatting responses vragenlijst evaluatie Klimaatraad Alle deelnemers van de Klimaatraad werden door de gemeente via e-mail uitgenodigd om mee te werken aan de evaluatie. Ze konden deelnemen aan een groepsgesprek of een individueel vraaggesprek, of een vragenlijst invullen. De vragenlijst was opgesteld door de onderzoekers en bestond uit een combinatie van open vragen en meerkeuzevragen. De vragenlijst kon tussen 24 september en 22 oktober 2025 worden ingevuld. Er werden 51 responses ontvangen. Daarvan zijn er vier geïdentificeerd als dubbel. Deze zijn verwijderd. De bevindingen zijn dus gebaseerd op responses van 47 deelnemers aan de klimaatraad. Uitnodiging en aanmelding Negentien respondenten (40%) geven aan dat ze op verschillende manieren al hadden gehoord van de Klimaatraad voordat ze er een uitnodiging voor ontvingen; 24 respondenten (51%) hoorden er via de uitnodiging die ze ontvingen voor het eerst van. De overige respondenten geven aan het niet meer te weten.
We vroegen deelnemers of ze uit de uitnodigingsbrief duidelijk begrepen wat de bedoeling was. 22 deelnemers vonden het ‘heel duidelijk’; 22 anderen vonden het ‘grotendeels duidelijk’ (beide 47%). Eén deelnemer gaf aan het ‘onduidelijk of grotendeels onduidelijk’ te hebben gevonden.
De meeste respondenten geven meerdere redenen aan (uit een lijst met opties) om zich voor de Klimaatraad aan te melden. Voor 33 deelnemers (70%) speelde ‘betrokkenheid bij klimaat’ een rol, 27 deelnemers (57%) selecteerden ‘betrokkenheid bij Deventer’, en 23
75
deelnemers (49%) ‘interesse in dit soort processen’. Redenen die minder vaak werden geselecteerd waren ‘om mensen zoals ik te vertegenwoordigen’ (19 deelnemers, 40%) en ‘gewoon omdat het leuk of interessant leek’ (14 deelnemers, 30%).
Gevraagd of de geboden vergoeding van 50 euro per bijeenkomst belangrijk was voor deelnemers, zei bijna de helft van de respondenten (23 deelnemers) dat dit voor hen onbelangrijk was. Voor acht respondenten (17%) was de vergoeding belangrijk, voor 16 respondenten (34%) enigszins belangrijk.
Informatie Gevraagd of de hoeveelheid informatie die ze aangeboden kregen juist was, blijken respondenten ongeveer gelijk verdeeld: 20 (43%) vonden het precies goed; 12 (25%) vonden het iets of veel te veel en 12 anderen (ook 25%) vonden het iets of veel te weinig. Drie deelnemers (6%) wisten het niet.
76
Enkele deelnemers gaan in hun toelichtingen verder in op de informatievoorziening. Sommigen zeggen tevreden te zijn met de informatie, die ze ‘nodig’ of ‘evenwichtig’ vonden. Anderen hebben kritiek en zeggen bijvoorbeeld dat er te veel informatie was over de gemeente, of dat er onderwerpen waren die door de organisatie buiten de scope werden gehouden, bijvoorbeeld kernenergie en geothermie. Eén deelnemer is teleurgesteld omdat de organisatie niet reageerde op verzoeken om aanvullende informatie. De online omgeving die deelnemers zelfstandig konden gebruiken tijdens het proces beviel matig. Gevraagd of deze nuttig was en makkelijk te gebruiken geven 14 deelnemers (30%) aan het daar helemaal mee eens te zijn, terwijl 20 deelnemers (43%) het er een beetje mee eens zijn en zes deelnemers (13%) het oneens zijn met de stelling. De overige zeven deelnemers gaven aan het niet te weten. In toelichtingen wordt door enkele deelnemers gezegd dat de online omgeving onvoldoende toegankelijk was of dat die niet voldoende benut werd.
Driekwart van de respondenten (35 deelnemers) gaf aan tevreden te zijn met de wijze waarop zij tussen bijeenkomsten door de organisatie op de hoogte werden gehouden. Zeven respondenten (15%) waren deels tevreden, terwijl vier respondenten (9%) ontevreden waren over de tussentijdse informatievoorziening.
Over de informatievoorziening aan deelnemers na de Klimaatraad - die door de gemeente werd verzorgd - geven 28 respondenten (60%) aan dat ze daar tevreden over zijn, terwijl 15 respondenten (32%) deels tevreden zijn en drie respondenten (6%) ontevreden.
77
Begeleiding Respondenten waren over het algemeen tevreden over de begeleiding door de dagvoorzitter en de gespreksbegeleiders. Voor 40 deelnemers (86%) was het optreden van de dagvoorzitter ‘goed’ of ‘zeer goed’.
De tevredenheid over de begeleiding van de groepsgesprekken ligt iets lager, die wordt door 31 deelnemers (66%) als ‘goed’ of ‘zeer goed’ gewaardeerd; 14 respondenten (30%) vonden de begeleiding ‘redelijk’.
Enkele deelnemers komen in hun toelichting terug op de begeleiding. Er wordt bijvoorbeeld door één respondent genoemd hoe moeilijk het moet zijn geweest om een groep van 100 mensen op één lijn te krijgen; een ander complimenteert de dagvoorzitter. Andere commentaren zijn kritischer, bijvoorbeeld over de manier waarop de organisatie het vaststellen van de spelregels begeleidde. Eén respondent vond dat sommige deelnemers te vaak aan het woord kwamen. Over de begeleiding aan tafel zegt één deelnemer dat het maken van aantekeningen op laptops de transparantie van het proces ondermijnde en een ander dat een werkvorm waarbij één begeleider verantwoordelijk was voor twee tafels niet goed werkte. 78
Locatie Over de locatie zijn de meeste respondenten tevreden: 36 (77%) van hen geven de kwalificatie ‘goed’ of ‘zeer goed’. Wel geven meerdere respondenten in hun toelichtende commentaar aan dat ze moeite hadden met de akoestiek in de grote zaal van de Gasfabriek, met name als daar meerdere groepen tegelijk in gesprek waren. Enkele deelnemers noemen ook de temperatuur en de ventilatie van de ruimte als kritiekpunten. Aantal bijeenkomsten en tijdsinvestering Ongeveer de helft van de respondenten (22 deelnemers, 47%) vond dat vijf zaterdagen de ideale hoeveelheid tijd boden voor de Klimaatraad. Degenen die dat niet vonden, gaven vaak aan dat ze liever (iets) meer tijd hadden gehad (ook 22 deelnemers, 47%). Een kleine minderheid (3 deelnemers, 6%) vond dat de Klimaatraad te veel tijd in beslag nam.
Een aantal respondenten gaat in hun toelichtingen verder in op de tijdsinvestering van deelnemers. Enkele deelnemers geven aan dat het hen meer tijd heeft gekost dan ze vooraf verwachtten. Anderen merken op dat sommige deelnemers (veel) meer moeite deden om tussen bijeenkomsten de beschikbare informatie te bestuderen dan anderen. Dit konden zij vervolgens merken in de bijeenkomsten, waar een deel van de zaal een informatieachterstand had. In hun toelichtingen staan respondenten ook stil bij de verdeling van tijd over de verschillende onderdelen van het proces. Sommigen hadden liever gezien dat er minder tijd was besteed aan proceszaken en meer tijd aan het ontwikkelen van de adviezen en/of het spreken met deskundigen. Afspiegeling Ongeveer de helft van de respondenten (25 deelnemers) was het eens met de stelling dat de Klimaatraad een goede afspiegeling was van de inwoners van de gemeente Deventer. Elf respondenten (23%) waren het deels eens en tien respondenten (21%) waren het oneens met die stelling. Eén respondent koos ‘weet niet’.
79
In toelichtingen gaat een heel aantal respondenten hier verder op in. Deelnemers geven aan de indruk te hebben gehad dat er vooral mensen in de zaal zaten die al betrokkenheid voelden bij thema’s als klimaat en duurzaamheid en dat ze daardoor geen getrouwe afspiegeling vormen van alle inwoners van de gemeente Deventer. Ook andere aspecten worden benoemd: twee deelnemers hadden graag meer jongere deelnemers gezien; enkele andere deelnemers wijzen op de scheve verdeling qua opleidingsachtergrond - te veel hogeropgeleiden en te weinig mensen met een lagere opleiding. Gehoord worden Ruim twee derde van de respondenten is het eens met twee stellingen over gehoord worden, namelijk dat ze zelf goed hun mening konden geven en dat daarnaar geluisterd werd, en dat alle deelnemers goed konden meedoen aan de gesprekken en hun mening geven. Nog eens een kwart van de respondenten is het een beetje eens met deze stellingen. Vier (9%) deelnemers zijn het oneens met de stelling over het kunnen geven van de eigen mening; twee (4%) deelnemers zijn het oneens met de stelling dat alle deelnemers goed hun mening konden geven.
Helderheid proces We legden deelnemers de volgende stelling voor: ‘het was voor mij steeds duidelijk wat de bedoeling was van de dingen die wij deden in de bijeenkomsten’. Driekwart van de respondenten is het daar mee eens, negen deelnemers (20%) zijn het gedeeltelijk eens en drie (6%) geven aan het oneens te zijn. Op één na zijn alle deelnemers het eens met de stelling dat de stappen om de adviezen op te stellen duidelijk waren. Wel geldt voor een derde van deze respondenten (15 deelnemers, 32%) dat zij het slechts ‘een beetje eens’ zijn met de stelling.
80
In de toelichtingen lezen we meermaals dat deelnemers het onderwerp te breed of te complex vonden. Ze maakten zich zorgen dat ze in de beschikbare tijd geen waardevolle adviezen zouden kunnen opstellen die werkelijk van nut zouden zijn voor de gemeente Deventer. Eén deelnemer gaf aan veel ‘druk’ te hebben ervaren op het produceren van resultaten. Daarnaast vonden sommige deelnemers dat het proces niet genoeg ruimte bood om diep en zorgvuldig over de onderwerpen te spreken waarover ze adviezen formuleerden. Stemming en adviezen We vroegen deelnemers te reageren op deze stelling: ‘de stemming over de adviezen verliep eerlijk en duidelijk’. Twee derde van de respondenten (31 deelnemers) gaf aan het eens te zijn met die stelling. Van de overige respondenten waren tien (21%) het een beetje eens met de stelling, vier (9%) waren het ermee oneens, en twee (4%) wisten het niet. Een minderheid van de respondenten (17 deelnemers, 36%) vond dat het ‘heel duidelijk’ was wat er na de Klimaatraad zou gebeuren met hun adviezen. Voor 27 deelnemers (57%) was dat grotendeels duidelijk; drie deelnemers (6%) vonden het ‘onduidelijk of grotendeels onduidelijk’.
Invloed Respondenten konden aangeven hoeveel invloed deelnemers, organisatie en gemeente volgens hen hebben gehad op wat er werd besproken en besloten door de klimaatraad. Deelnemers hadden volgens 37 respondenten (78%) ‘redelijk veel’ of ‘heel veel’ invloed; acht respondenten (17%) zagen ‘enige invloed’ en twee respondenten (4%) vonden dat deelnemers ‘weinig invloed’ hadden. De organisatie (EMMA) had volgens 19 respondenten (40%) ‘redelijk veel’ of ‘heel veel’ invloed; 15 respondenten (32%) vonden dat de organisatie ‘enige invloed’ had en 13 respondenten (27%) dachten dat de organisatie ‘weinig invloed’ of ‘geen invloed’ had. De gemeente Deventer had volgens 17 respondenten (36%) ‘redelijk veel’ of ‘heel veel’ invloed; 14 respondenten (30%) zagen ‘enige invloed’ en volgens eenzelfde aantal had de gemeente ‘weinig invloed’ of ‘geen invloed’.
81
Enkele deelnemers gaven in hun toelichting aan dat ze verschil zagen tussen invloed op wat er werd besproken - dat hadden gemeente en organisatie - en invloed op wat er werd besloten: die lag bij de deelnemers. Impact Bijna alle respondenten denken dat de adviezen van de Klimaatraad invloed zullen hebben op het beleid van de gemeente. Acht respondenten (17%) verwachten dat de adviezen ‘veel invloed’ zullen hebben; 37 respondenten (79%) denken ‘enige invloed’. Twee respondenten denken dat de adviezen geen invloed zullen hebben.
Een ruime meerderheid van de respondenten geeft aan dat het meedoen aan de Klimaatraad hun betrokkenheid bij de gemeente heeft vergroot: 14 deelnemers (30%) zijn nu veel meer betrokken en 26 zijn iets meer betrokken (55%). Van het restant zeggen zes deelnemers dat er geen verandering is in hun betrokkenheid en één deelnemer dat deze zich iets minder betrokken voelt.
82
In hun toelichtingen gaven enkele deelnemers aan er vertrouwen in te hebben dat de politiek goede opvolging zou geven aan de adviezen, terwijl enkele anderen juist twijfelden. Er werd bijvoorbeeld gezegd dat het zou afhangen van meerderheden in de raad, en dus de politieke samenstelling. Enkele deelnemers uitten ontevredenheid over hoe de politiek tot nu toe is omgegaan met de adviezen: te traag en te stil. Eén deelnemer geeft aan graag zelf betrokken te willen zijn bij de opvolging. Enkele deelnemers gaven daarnaast aan dat ze dankzij het meedoen aan de Klimaatraad nu meer wisten over het vraagstuk of kennis hadden kunnen maken met interessante initiatieven in de eigen gemeente, wat deze deelnemers een positieve uitkomst vonden. Voor herhaling vatbaar We vroegen deelnemers of ze vonden dat Deventer vaker beraden als de Klimaatraad zou moeten organiseren. Daarop gaven 29 respondenten (62%) aan dat ze zeker vonden van wel en nog eens 11 respondenten (23%) dat ze dachten van wel. Enkele deelnemers vonden van niet: twee zeiden ‘zeker niet’ en twee anderen ‘ik denk het niet’. Drie deelnemers wisten het niet.
Ook vroegen we of deelnemers zich zouden aanmelden als ze werden uitgenodigd voor een nieuw beraad als de Klimaatraad. Hierop zeiden 21 respondenten (45%) aan dat ze dat zeker zouden doen en 18 respondenten (38%) dat ze dachten van wel. Vier respondenten (9%) antwoordden ‘ik denk het niet’ en twee respondenten (4%) ‘zeker niet’. Nog eens twee respondenten zeiden ‘weet niet’.
Enkele respondenten gingen in hun toelichting verder in op deze vragen. Zo gaven een paar respondenten aan waarom zij twijfelden over nieuwe beraden, of het meedoen daaraan. Het ging daarbij over de vorm en de intensiteit van het beraad, respondenten zeiden bijvoorbeeld dat Deventer bij een volgend beraad misschien een handzamer onderwerp kon voorleggen, zodat het beraad ook korter en gerichter zou zijn. Er was ook een suggestie om met minder ingelote burgers te werken, aangevuld met experts en een suggestie om de volgende keer meer, maar kortere, bijeenkomsten te hebben. Eén respondent gaf aan een
83
mooie ervaring te hebben gehad in de Klimaatraad, maar dat één keer meedoen genoeg was. Wat deelnemers is bijgebleven Om een indruk te krijgen van wat de overheersende indrukken zijn van deelnemers, vroegen we respondenten om maximaal drie woorden op te schrijven die het eerst in hen opkomen als ze terugdenken aan het meedoen aan de Klimaatraad. In totaal voerden respondenten 128 woorden in. Daarvan kunnen we er 29 (23%) lezen als uitdrukkingen van positieve gevoelens over de ervaring. Voorbeelden zijn ‘gezellig’ (5 keer), ‘leuk’ (2 keer), ‘positief’ (3 keer), en ‘tevreden’ (1 keer). Andere woorden die hierin zijn meegenomen zijn bijvoorbeeld ‘betrokkenheid’ (4 keer) en ‘inspirerend’ (1 keer). Van 22 woorden (17%) kan worden gezegd dat ze betrekking hebben op het deliberatieve proces. Deze woorden zijn meestal een bespiegeling zonder duidelijk positieve of negatieve lading. Hieronder vallen bijvoorbeeld 'inspannend' (4 keer), 'snelheid' (2 keer) en 'complex' (1 keer), evenals ‘procesmatig’ en ‘omvangrijk’ (beide 1 keer). Zo’n 21 van de woorden (16%) kunnen worden gelezen als verwijzingen naar inhoudelijke verrijking, zoals ‘leerzaam’ (6 keer), ‘interessant’ (6 keer) en ‘horizonverbreding’ (1 keer). Expliciete kritiek op het proces is te lezen in 14 woorden (11%). Voorbeelden zijn ‘sturend’ (2 keer), ‘tijdgebrek’ (2 keer) en ‘fanatisme’ (1 keer).
In 14 andere woorden (11%) maken respondenten verwijzingen naar de invloed van het beraad op besluitvorming. Dat gaat om woorden zoals ‘meedoen’ (3 keer), ‘inspraak’ (2 keer) en ‘democratisch’ (1 keer). We lezen in 13 woorden (10%) een verwijzing naar het gezamenlijke van de deelnemersgroep. Denk daarbij aan ‘samen’ (4 keer), ‘diversiteit’ (3 keer) en ‘iedereen’ (1 keer). Zo’n 11 keer (9%) wordt een woord gewijd aan het belang van de Klimaatraad. Voorbeelden zijn ‘belangrijk’ (6 keer), ‘nuttig’ (2 keer) en ‘relevant’ (1 keer). Er zijn 10 woorden (8%) die betrekking hebben op de uitkomsten en opvolging van de Klimaatraad. Dat zijn bijvoorbeeld ‘resultaat’ (3 keer), ‘toekomst’ (2 keer) en ‘vervolg’ (1 keer). Over de respondenten De 47 respondenten lijken een redelijk getrouwe afspiegeling van de deelnemersgroep als geheel, kijkende naar hun persoonlijke kenmerken. Er zijn antwoorden van deelnemers van alle leeftijden. De jongste is 17 en de oudste 80. Ook wat gender betreft is de verdeling zoals verwacht zou mogen worden.
84
Er zijn respondenten uit 16 van de 23 postcodegebieden (met woonadressen) van de gemeente Deventer; 12 stadsbuurten en vier dorpen. Ruim driekwart van de respondenten was bij alle vijf de bijeenkomsten, de rest was bij vier of minder bijeenkomsten aanwezig.
We vroegen respondenten om aan te geven aan welk van de thema’s ze voornamelijk hebben gewerkt tijdens het beraad. Ook hier zien we een goede verdeling. Per thema hebben ten minste drie deelnemers de vragenlijst ingevuld.
Zo’n 70 procent van de respondenten geeft aan zich grote zorgen te maken over klimaat en milieu, de meeste anderen maken zich enige zorgen daarover. 85
86